![]() |
| Gabriel García Márquez in 1975. Foto © Steva Hernandez/Corbis. |
Dit is de vroegere versie van Caraïbisch uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Sinds vrijdag 23 mei 2014, 18.00 uur wordt deze blogspot niet meer geüpdate. U kunt deze plek nog wel blijven bezoeken, maar voor actuele berichten dient u te gaan naar de nieuwe site!
maandag 19 mei 2014
Een groot schrijver uit ons continent is heengegaan
vrijdag 18 april 2014
Gabriel García Márquez (87) overleden
![]() |
| Gabriel García Márquez afgelopen maart. Foto © AP. |
De bejaarde woonde al meer dan dertig jaar in Mexico en is de laatste jaren slechts zelden in het openbaar verschenen. García Márquez had de ziekte van Alzheimer.
García Márquez wordt door velen als de beste Spaanstalige schrijver sinds Miguel de Cervantes beschouwd. Honderd jaar eenzaamheid is in meer dan 25 talen vertaald en ging meer dan vijftig miljoen keer over de toonbank. García Márquez won de Nobelprijs voor de Literatuur in 1982.
De auteur werd in 1927 in een klein Colombiaans dorp geboren als de oudste in een gezin van elf kinderen in de kuststreek van de Caraïbische zee - reden waarom hij zichzelf altijd zag als een Caraïbisch auteur. García Márquez groeide grotendeels op bij zijn grootouders. Zijn opa vertelde hem hoe hij vocht in de 1000-daagse oorlog, een Colombiaanse burgeroorlog rond de vorige eeuwwisseling, wat een grote inspiratiebron werd voor García Márquez' literatuur.
Fidel Castro
De schrijver was niet onomstreden. García Márquez was in zijn jonge jaren een bondgenoot van de Cubaanse dictator Fidel Castro en een held van de Latijns-Amerikaanse socialistische beweging. De auteur verliet zijn thuisland in 1981 nadat hij was beschuldigd van het financieel steunen van de guerrillabeweging M-19.
![]() |
|
García Márquez bekritiseerde de Verenigde Staten voor hun gewelddadige interventies in Vietnam, Chili en vele andere landen. Hem werd jaren de toegang tot de VS geweigerd, maar de schrijver rekende de voormalige Amerikaanse president Bill Clinton wel tot zijn persoonlijke vrienden. García Márquez nam het voor de president op ten tijde van Clintons omstreden affaire met Monica Lewinsky.
García Márquez laat zijn vrouw Mercedes Barcha en de zonen Rodrigo en Gonzalo na.
zondag 2 februari 2014
Triple P
![]() |
| Elodie Heloise |
![]() |
| De wonderbaarlijke vermenigvuldiging van (delen van) Heidi Montag |
![]() |
| Serena Williams |
![]() |
| Bijschrift toevoegen |
![]() |
| Het Columbiaanse model Angie Sanclemente werd in Argentinië veroordeeld tot 7 jaar en 8 maanden wegens drugssmokkel. Opgave 1: wijs de verbouwingen aan in de linkse foto |
zaterdag 1 februari 2014
12.000 toeristen uit Suriname naar Curaçao in 2013
![]() |
| Curaçao. Foto © Jessy Balentin |
![]() |
| De voorzitter van de Associatie van Surinaamse Reisagenten (ASRA) Aniel Bhaggan samen met Jeanine de Windt, vertegenwoordiger van de Curacao Tourist Board (rechts). Foto © Regillio Derby. |
![]() |
| Jasmine Sendar op Curaçao |
Waldo’s Worldwide Travel Service was ook aanwezig tijdens de Infomart. Linda de Bloois, Sales Representative, zegt dat ze ook meedoen aan de mart om mensen die graag naar Curaçao willen gaan, beter in te lichten. Volgens haar zoeken de mensen meestal naar de goedkoopste tickets en hotels. ‘En wij proberen om steeds te voldoen aan hun eisen.’
![]() |
| Cruiseschepen: belangrijke bron van inkomsten |
![]() |
| De Colombiaanse Catalina Otalvaro aan het strand |
Het aantal toeristen uit de regio Zuid-Amerika stijgt al enige tijd, maar Colombia bleef achter. Het CTB hoopt dat snel te verhelpen.
[van www.nieuws360.com, 27 januari 2014]
maandag 25 maart 2013
Asiento (13)
![]() |
| Cocolos |
![]() |
| De Plena van Puerto Rico |
![]() |
| Een dansgroep van Palenque de San basilio, Columbia |
![]() |
| De plaza van Palenque de San Basilio |
![]() |
| Columbianen van Afrikaanse origine |
![]() |
| Columbiaansen inheemsen |
| Indigena columbiana |
vrijdag 6 april 2012
Reuzenslang
“Zelf in je wildste dromen kun je je geen boa constrictor voorstellen van 14 meter”, zegt Carlos Jaramillo van het Smithsonian Tropical Research Institute. Net als zijn hedendaagse familieleden, de boa en de anaconda, was de Titanoboa niet giftig. Het dier verpletterde zijn prooi in een dodelijke omstrengeling. “Alsof je anderhalf keer de Brooklyn-brug op je hebt liggen.”
De overblijfselen van het enorme dier werden gevonden in het noorden van Colombia. Daar, in een open kolenmijn, vonden onderzoekers in 2002 de resten van wat mogelijk ooit ‘s werelds eerste regenwoud moet zijn geweest. Naast gefossiliseerde bladeren en planten troffen de wetenschappers de reusachtige resten van reptielen aan.
[uit Amigoe, 4 april 2012]
woensdag 4 januari 2012
The Dances of the World's Peoples, Vol. 3: Caribbean and South America

Van Smithsonian Folkways:
Various Artists FW06503
"The Islands and countries in the Caribbean and South America have given inspiration to musicians and composers from many lands. They in turn have introduced the many varied and complex rhythms of the music of these places. Nearly everyone is familiar with some of the dances found there, such as rumbas, tangos, chachachas and others. This volume is intended to introduce other dances not generally known by folk dancer..."
Ronnie and Stu Lipner
"Las islas y países localizados en el Caribe y en América del Sur han inspirado a músicos y compositores de otras partes del mundo, quienes han acogido en sus obras los ritmos complejos y variados de esta música. Casi todo el mundo conoce algunas de las danzas originadas en esta región, como las rumbas, el tango, el cha cha cha, y otras más. En este volumen queremos introducir otras danzas más bien desconocidas por los aficionados a la danza folclórica..."
Ronnie y Stu Lipner
Related Lesson Plan
"Dance Traditions of Argentina"
Country(s) Argentina; Brazil; Chile; Colombia; Haiti; Martinique; Peru; Puerto Rico; Venezuela Culture Group(s) Puerto Rican
Keyword(s) World music anthologies
Year of Recording 1958
Record Label Folkways Records
Source Archive Smithsonian Center for Folklife and Cultural Heritage
Credits Produced by Ronnie Lipner ; Produced by Stu Lipner ; Cover artwork by W. Johnson
Klik hier voor de site
dinsdag 13 september 2011
Een negatief van een Zuid-Amerikaanse Elckerlyc (2 en slot)
Dagboek van de ruïnenbouwer
De tweede afdeling ‘Dagboek van de ruïnebouwer’, begint met een toepasselijk citaat van Flaubert: “Men staart naar de bodem van de put / zoals men staarde / naar de torenspits.”
Het eerste gedicht bevat een testament van een Chinese schilder, dat treffend diverse van Roca’s thema’s verbeel
dt, zoals transformatie en de spanning tussen macht, beknotting en individuele vrijheid van keuze.Testament van de Chinese schilder
Toen de overdaad schuwende Keizer
Me aanmaande op het schilderij een waterval uit te wissen
-Het aanhoudende gebruis hield hem uit de slaap-,
Gehoorzaamde ik als goede hoveling en verdoezelde de stroomversnelling.
Achter een nagetekende kersenboom verstopte ik evenwel
Een kikker die kwaakt
En die door de oude Keizer
Verward wordt met zijn hartkloppingen.
Op een linnen kamerscherm schilderde ik mezelf
Terwijl ik een paard zat te tekenen.
De volgende nacht verjoeg ik met mijn penseel het paard,
Want ik kon het gehinnik niet meer aanhoren.
Weldra zal ik – Keizer over eigen lichaam-
Mijn vervallen gestalte uitwissen op het doek
En zal men beseffen dat de afwezigheid van een mens
Of van een paard uit dezelfde stof bestaat.
Een negatief van een Zuid-Amerikaanse Elckerlyc (1)
door Albert Hagenaars
De hedendaagse p
oëzie is zo divers dat het steeds moeilijker wordt om je nog nieuwe verschijningsvormen voor te stellen, althans wat poëzie betreft die zich van de traditionele middelen bedient.Lezing van één gedicht van de Colombiaan Juan Manuel Roca (1946, Medellín), die vooral de inhoud wil laten werken, volstaat om een authentieke poëtica te herkennen. In 'Een standbeeld voor Niemand', de vertaling die Stefaan van den Bremt van Roca's bundel 'Las hipótesis de Nadie' maakte, wordt de lezer geconfronteerd met een wijze van beschouwen en interpreteren die in onze dichtkunst nieuw is. Ik ben hem in elk geval nog nooit tegengekomen. Van den Bremt verzorgde ook het leerzame nawoord.
Roca begint zijn bundel met het titelgedicht, waaruit hieronder ongeveer de helft, dat programmatisch meteen orde op zaken stelt.
Hypothesen omtrent Niemand
Het kan de wind zijn.
Het onbeschreven blad. Kan zijn.
Het kan degene zijn die gaandeweg
Door de regen wordt weggeveegd.
Nu moet ik aan een blinde denken
In Freiburg toen het zachtjes schemerde.
Hij liep alleen door de sneeuw
Met een verzaligde glimlach
En een stok zo wit als de sneeuwvlokken.
Hij liep langs me en zag me niet;
Ik was zijn Niemand,
Een spook in dat helwitte rijk.
Het kan gebeuren dat wij
Niemands blinden zijn.
Niemand is misschien de wind
Die akkoorden breekt en ramen openstoot
Om ons te doen spreken in de taal van de droom.
Het kan degene zijn die
Aan een kapstok in het café
Zijn vergeten overjas voorgoed liet hangen,
Een overjas als vlag van de leegte
Die op een dag verdwijnt, zoals zijn eigenaar.
Het kan degene zijn die nooit geweest is,
Degene die nooit zal zijn,
Degene die het moe geworden is te zijn geweest.
zondag 12 juni 2011
Éloge de la creolité in het Spaans

Als er één postkoloniale Caraïbische tekst wel richtinggevend geweest is, dan is het Éloge de la creolité van Jean Bernabé, Patrick Chamoiseau en Raphaël Confiant. De tekst verscheen bij Gallimard in 1989 in het Engels en Frans. Nu, 22 jaar later, kan de tekst ook de Spaanstalige Caraïben in. Bij Editorial Javeriana, de universiteitspers van de Pontificia Universidad Javeriana in Bogotá, Colombia verscheen Elogia de la creolidad, de Spaanse vertaling is van Mónica María der Valle Idárraga en Gertrude Martin-Laprade.
ISBN 978-958-716-431-2
woensdag 13 april 2011
NiNsee-onderzoeker gepromoveerd


Haar onderzoek heeft ook betrekking op het VN jaar van mensen met Afrikaanse afkomst. De Afrikaanse diaspora in Colombia wordt veelal vergeten, dat was voor Martha ook de reden om hier aandacht aan te besteden.
NiNsee onderzoeker Martha Luz Machado-Caicedo promoveerde donderdag 10 februari 2011 op haar proefschrift:


In haar onderzoek behandelt ze de heilige beeldhouwkunst van de Chocó, een volk dat aan de Pacifische kust in Colombia woont. Dit volk zijn nazaten van tot slaafgemaakten en verschillende Afrikaanse culturen vinden hun weg in hun taal, kunst en tradities. Lees meer over haar onderzoek in het Engels.
woensdag 9 maart 2011
Colombiaans carnaval
De zusjes Judith (1974) en Sabine (1982) van Vugt zijn twee meiden met power. Ze reisden samen door de binnenlanden van Colombia als inspiratie voor hun road novel Colombiaans carnaval. Door ludieke sociale media-acties in te zetten, vonden ze als beginnende auteurs een uitgever voor hun boek.
Judith & Sabine van VugtColombiaans carnaval
ISBN 9789058315472
Paperback
Aantal pagina's 224
Uitgeverij Muntinga Maarten
Verschijningsdatum 1 april 2011
De presentatie vindt plaats op vrijdag 15 april 15 van 16:00 tot 18.00 uur in boekhandel Selexys Broese, Stadhuisbrug 5, Utrecht
dinsdag 8 maart 2011
‘Mijn broeder de neger’ (3, slot)

De nederzettingen waar de Marrons leefden hebben eeuwenlang standgehouden en het is duidelijk dat in die gemeenschappen veel van de oude Afrikaanse cultuur bewaard is gebleven. Een voorbeeld van zo’n Marrongemeenschap in Colombia is El Palenque de San Basilio, 70 kilometer ten zuidoosten van Cartagena, waar men nog steeds het ‘Palenquero’ spreekt, een oude Afro-Spaanse Creoolse taal, die interessante overeenkomsten met het Papiaments heeft en nu langzaam aan het uitsterven is. Zo vind je in het Palenquero woorden als ‘funche’ (zie boven), ‘ñangá’ (= de heupen bewegen; Pap. ‘yanga’; uit een van de Bantoetalen: nyóngà = heup); ‘guarapo (soort brandewijn); Pap. ‘warapa’ = brouwsel, uit kikongo ‘ngwala’ (alcoholische drank) en kikongo ‘mpa’ = vers). Personen die onderzoek hebben gedaan naar Afrikaanse woorden in het Palenquero zijn onder anderen Armin Schwegler (El Palenque de San Basilio, 1994, Papiá 3, 6-30) en Antoine J. Maduro (Palenkero i Papiamentu, 1987, uitgegeven in eigen beheer).
Om Afrikanen en hun afstammelingen aan te duiden en van elkaar te onderscheiden hebben de Europeanen hen in de loop van de geschiedenis vele namen gegeven, de ene nog discriminerender dan de andere.

De aanduiding die - eeuwen geleden - werd gebruikt voor het kind van een blanke en een zwarte was ‘loro’ (vroeger ‘lora’). ‘Loro’ gaf in het Spaans de diepgroene kleur van het blad van de laurier aan. Met deze term duidt met nog steeds een papegaai aan die in het Nederlands wel liefkozend wordt toegesproken met ‘lorre, lorre, lorre...’. Het woord ‘loro’ kwam al voor in een document uit 1475 waarin de Spaanse Katholieke Koningen de Afrikaan Juan de Valladolid benoemden tot ‘Mayoral, Juez de todos los Negros y Loros, libres o captivos’ (Opziener, Rechtspreker van alle Negers en Mulatten, vrijen of onvrijen).
De termen ‘loro’ en ‘mulato’ werden in de koloniën aanvankelijk naast elkaar gebruikt. Met ‘mulato’ duidde men vroeger de afstammeling van een blanke en een ‘Moor’ (iemand met Arabisch bloed) aan. We moeten bij ‘mulato’ denken aan de kruising van een ezel en een paard: een muilezel (Spaans: mula). Een ‘mulat’ of ‘mulattin’ was dus duidelijk een mislukt product. De benaming ‘loro’, die op zich wel elegant was, zou in de koloniën al spoedig vervangen worden door de term ‘mulato’ (vroeger mulata). Men duidde een Afrikaan ook wel aan met ‘moreno’, een woord dat afstamt van het Latijnse ‘Maurinus’ (= ‘Moor’, Noord-Afrikaan). De uitdrukking ‘trabajar como un moro’ (werken als een Moor c.q. paard) bestaat nog steeds. De Portugezen hebben er zelfs een werkwoord van gemaakt: ‘mourejar’ (werken als een Moor c.q. zich uit de naad werken).
De aanduiding ‘moreno’ voor ‘zwarte Afrikaan’, afgeleid van ‘moro’, werd als onprettig ervaren, in tegenstelling tot de term ‘prieto’ (Papiaments ‘pretu’) dat als neutraler werd beschouwd. In Zuid-Amerika hoor je vaak het eufemistische ‘trigueño’ dat refereert aan de kleur van het graan (Spaans: trigo) en hetzelfde betekent als ‘mulato’, maar dat veeleer als een compliment wordt ervaren.
Het woord ‘negro’ (neger) is, hoewel in het begin een gewone aanduiding voor ‘zwarte Afrikaan’ hoe langer hoe ongunstiger gaan klinken. De verkleinwoorden ‘negrito’ en ‘negrita’ worden echter heel vaak in affectieve zin gebruikt. Hoe dan ook, ‘negro’ is sinds onheuglijke tijden een discriminerend woord. In alle landen van het Caribisch gebied en Latijns-Amerika.
In Brazilië bestaat in de volksliteratuur het volgende oude rijmpje:
O branco come na sala
O cabôclo no corredor
O mulato na cozinha
O negro no cagador
Vertaling:
Een blanke eet in de salon
Mestiezen in de gang daarvóór
Mulatten naast de koekenpan
En negers waar je kakken kan.
Zo dacht men er - vrij vertaald - dus over in Brazilië.

El Palenque de San Basilio
‘[...] De Pater is al op de boot. Hij zwaait naar zijn vader en moeder. Daag, roept de Pater. Tot ziens over een paar jaar. Toet! Toet! blaast de fluit. O wat maakt dat ding een herrie. De Pater zwaait maar weer, want wat hij roept, hoort toch niemand. De Pater gaat naar de negers. In dat land wonen veel mensen die God nog niet kennen. Hij gaat naar Afrika.’
Zo zat dat dus. Maar de onvolprezen Fraters van Tilburg (lees hun Antilliaanse geschiedenis in het boek De fraters van Zwijsen (zie boven) door de voormalige, bijzonder bij zijn leerlingen betrokken rector van het Radulphus College te Curaçao, frater Anton van Oirschot -voor oud-leerlingen ‘Toonchi Lip’, die ook leuke tekeningen voor het boek maakte - gingen snel met hun tijd mee, want in 1963 maakten ze een neutrale versie onder de titel Veilig leren lezen. In die versie waren de Pater, de negers, God en Afrika ineens verdwenen. Dat zou commercieel gezien zeer verstandig blijken want in de jaren 80 werd de methode Veilig leren lezen door 90 procent van de Nederlandse basisscholen gebruikt (Zie Cordula Rooijendijk, ‘Grootvader Piepestok’, een geschiedenis van Nederlandse schoolmeesters, uitgeverij Atlas, Amsterdam, 2010, bldz. 214/15).
In de jaren 60 sprak een Nederlandse hospita nog de volgende memorabele woorden tegen een Curaçaose student die een kamer zocht in Utrecht: ‘We verhuren niet aan negers!’ Hoe had ze ook kunnen voorzien dat deze onbeminde student later een Gevolmachtigde minister zou worden op het - voormalige – Antillenhuis in Den Haag?
In de Dikke Van Dale wordt de ‘neger’ in de uitgave van 1999 nog als een ongunstig persoon omschreven, maar in de up-to-date Van Dale Online heeft men zich beperkt tot de volgende definitie van ‘neger’:
‘neger (tegenwoordig meestal ‘zwarte’) 1. lid van een van de zwarte rassen uit Afrika 2. afstammeling van de negerslaven in Amerika’.
We gaan vooruit... Ik wist trouwens niet dat je ‘lid’ van een ras kon zijn.
Discriminerende spreekwoorden en gezegdes bij de Antilliaanse burenHet is erg leerzaam om de algemene en specifiek Colombiaanse en Spaans-Caribische gezegdes en spreekwoorden te bekijken die een ongunstig oordeel over Afrikanen inhouden. Ik zal een paar voorbeelden hiervan geven.
In plaats van ‘trabajar como un moro’ kent men in Zuid-Amerika ook de uitdrukking ‘trabajar como un negro’ (werken als een paard/neger), wat dezelfde gevoelswaarde heeft en wijst op de uitbuiting van de Afrikaan in de slaventijd. Ook werd de Afrikaan in het Caribisch gebied enige intelligentie ontzegd: ‘el negro piensa solamente los viernes’ (een neger denkt alleen op vrijdag), ‘el mulato no calcula y el negro no tiene seso’ (de mulat kan niet rekenen en de neger kan niet denken). Ook wordt er in bepaalde uitdrukkingen flink de spot gedreven met Afrikanen. Zo noemde men in Cuba een ‘neger’ die deftige woorden gebruikte en schoolmeesterachtig overkwam een ‘negro catedrático’ (een negerprofessor) en een ‘zwarte’ die dacht dat ie op gelijke voet stond met een blanke een ‘negro parejero’ (een ‘op-gelijke-voet- neger’; Spaans ‘parejo’ = gelijk).
‘Rasverbetering’ als vlucht naar vorenHet tragische van dit alles is dat de Afrikanen zichzelf ook als minderwaardig begonnen te ervaren en zelfs het woord ‘negro’ als scheldwoord tegen elkáár gingen gebruiken. Ik vergeet nooit dat ik bij het Waaigat (Curaçao) twee Afro-Curaçaoënaars elkaar heb horen uitmaken voor ‘neger stinki’ (vuile neger).
De Afrikanen kregen van jongs af aan het idee mee dat hun kleur niet deugde en dat er om sociale en materiële vooruitgang te boeken niets anders op zat dan zo gauw mogelijk te proberen witter te worden door met blanken seksuele betrekkingen aan te knopen. Men noemde dat ‘afinar’ of ‘mejorar la raza' (het ras verbeteren). Op de Antillen heette dat ‘drecha rasa’ wat op hetzelfde neerkomt. De Afrikaan was om diezelfde reden niet tevreden met zijn/haar uiterlijk. Kroeshaar heette op de Antillen dan ook ‘kabei malu’ (slecht haar) en om dat te verhelpen kon je het haar ‘strijken’ (strika kabei).
Men weet over het algemeen van elkaar ook precies wie er ‘zuiver’ is en wie niet. Op Puerto Rico heb je de uitdrukking ‘tener su rajita de negro’ (een streepje zwart door je heen hebben lopen). Er zijn maar weinig gezegdes te vinden die de blanke in een kwaad daglicht stellen. Als we al zo’n uitdrukking tegenkomen komt het meestal neer op schelden: ‘Makamba stinki’ (vuile Hollander) is niet ongebruikelijk op Curaçao, evenmin als ‘Negro sucio’ (vuile neger) in het Spaans-Caribisch gebied. En in het Palenquero (het Afro-Spaans uit El Palenque de San Basilio in Colombia) zegt men: ‘Cumé cu colorao y lupé plato in flende’ (eet met een blanke en sla de borden stuk op zijn kop). Voor de liefhebber voeg ik hier de Spaanse woorden toe waarvan de zin in het Palenquero zou kunnen zijn afgeleid: ‘Comer con un colorado y romperle los platos en la frente’. Je zou denken dat ‘colorado’ op een ‘kleurling’ slaat, maar het duidt zeer waarschijnlijk de rode kleur aan die de blanken kregen als ze teveel in de zon hadden gelopen.
Ik hoop er enigszins in te zijn geslaagd u een idee te geven van de beeldvorming rond de Afrikaan sinds de vroegste tijden. Het gaat om een beeldvorming die zich tot op heden op duidelijke wijze in taal manifesteert. Ik ben in dit artikel niet ingegaan op de lotgenoot bij uitstek van de ‘neger’, een lotgenoot die op de Antillen is verdwenen (behalve in plaatsnamen als Bushiribana, Guadarikiri, Pos di Indjan, Sabana di Indjan etc.) maar in landen van Zuid-Amerika nog duidelijk aanwezig is: de Indiaan.
Hoe men in bepaalde streken van Colombia over Indianen (en vrouwen!) denkt moge in het volgende gezegde naar voren komen: ‘Indio, mula y mujer, si no te la han hecho te la van a hacer’ (Indianen, muilezels en vrouwen, als ze je nog geen streek hebben geleverd dan flikken ze je de volgende keer wel een kunstje).
De mensheid heeft nog veel te leren.
donderdag 21 oktober 2010
Coloquio sobre Teorías y Literaturas en Latinoamérica y El Caribe
La Pontificia Universidad JaverianaA través de la Facultad de Ciencias Sociales, el Departamento de Literatura y sus estudiantes convoca a A estudiantes e investigadores de literatura y áreas afines (historia, antropología, sociología, filosofía, política, etc.) a participar en el I Coloquio sobre teorías y literaturas en Latinoamérica y el Caribe que se llevará a cabo del 6 al 8 de abril del 2011 en la Facultad de Ciencias Sociales de la Pontificia Universidad Javeriana (Sede Bogotá)
Justificación
Durante los últimos cincuenta años se han sumado al panorama teórico y crítico perspectivas que realzan el papel de lo subalterno, los géneros
, las migraciones, las manifestaciones no canonizadas de la letra. Tras los movimientos de revolución y otros cambios políticos, han entrado en el terreno de discusión teórico y crítico otras fronteras, desde lo liminal chicano o cubanoamericano, hasta el Caribe en su unidad fragmentada o la multiplicidad de existencias en lo andino. Todo esto se ha conjugado para repensar problemas de la crítica como los moldes historiográficos, la posicionalidad política del crítico, los puntos fuertes y los puntos flacos de los estudios literarios, desde la problemática del canon hasta la del objeto. La pregunta por el tipo de investigación que precisamos y podemos hacer desde esta geopolítica, y la pregunta por la función de la literatura, la crítica y la investigación en este lado del mundo siguen palpitantes. En ese contexto, los marcos teóricos interesan no por el atractivo de las teorías en sí, sino por las preguntas que obligan a plantear, y por las soluciones que los críticos e investigadores hallan, en ocasiones logrando desencajar los estudios literarios de su cubículo en los claustros, cuestionando y desbordando los supuestos de trabajo consagrados por la academia. En concordancia con esto, circulan, sin duda, nuevos modos de investigación, a la par que nuevos temas de trabajo o análisis.Este Coloquio convoca a críticos e investigadores con reflexiones en torno a estas problemáticas a presentar resultados de investigación, propuestas de trabajo que pensando los estudios literarios cruzan disciplinas o saberes, o estudios que apunten a preguntas por la función social de las literaturas y la crítica, su aporte transformador al medio en que nacen o circulan.
Este Coloquio surge del deseo de contribuir a visibilizar algunas prácticas sociales de nuestro entorno que abren la posibilidad de desdibujar los bordes de la literatura como campo y disciplina y la vuelven permeable a intercambios con otras perspectivas y por tanto a otras propuestas teóricas y metodológicas. Así mismo busca servir de espacio de conversación sobre el modo como se encuentran o se desencuentran modelos de investigación y formulación crítica o teórica propuestos por estudiosos de lo literario en los tres ejes: Latinoamérica, Brasil y el Caribe (y sus diásporas) hoy en día.
Objetivos
-Propiciar escenarios de discusión en torno a las temáticas propuestas
-Contribuir al fortalecimiento de pensamiento crítico en los estudios literarios y sus áreas afines
-Generar un espacio de diálogo interdisciplinar y transnacional sobre la investigación en literaturas
-Contribuir a la red de intercambios de experiencias y proyectos culturales en Latinoamérica y el Caribe.
P
osibilidades temáticasLiteraturas populares (folletines, literatura de cordel, narraciones y cuentos orales)
Medios y mediaciones (nuevas tecnologías, nuevos formatos de narración)
Comarca oral y cuerpo (dub poetry, teatro, melodrama, performance)
Epistemologías, teorías y proyecto político (transculturación, heterogeneidad, antropofagia, neobarroco, antillanidad…)
Relación Caribe-Latinoamérica-Brasil: puntos de diálogo e impasses
Desbordamientos: traducciones literarias, traducciones teóricas, proyectos editoriales locales
Disputas y linderos: objetos de estudio, marcos de investigación, procederes metodológicos, y apropiación de otras disciplinas
Política e intelectuales: las literaturas en medio de la guerra, experimentos populares, resignificaciones
Estos temas pueden inscribirse dentro de las siguientes líneas del Coloquio:
Temáticas Generales Y Comentadores Por Mesa
Literatura-Oralitura (Rafael Díaz, Departamento de Historia)
Pensamiento latinoamericano, brasileño y caribeño (Liliana Ramírez, Departamento de Literatura)
Literatura y ciencias humanas-sociales (historia, antropología, sociología, filosofía, etc) (Janneth Aldana, Departamento de Sociología)
Problemas teóricos y metodológicos de la investigación literaria (Diana Guzmán, Departamento de Literatura)
Escritores y obras literarias contemporáneas al margen (Cristo Figueroa, Departamento de Literatura)
Literatura y otras manifestaciones artísticas y sociales (Alexandra Martínez, Departamento de Sociología)
Metodología
Las personas interesadas en presentar una ponencia deberán enviar antes del 17 de enero de 2011, al correo coloquiosobreliteraturas@gmail.com, un abstract de no más de 300 palabras, una ficha de inscripción con los datos de contacto del autor, título académico, institución a la que está afiliado, título de la ponencia y palabras claves
Las ponencias serán elegidas a partir de la lectura y evaluación de los abstracts. Sin embargo, los ponentes seleccionados deberán enviar sus ponencias completas (entre 10 y 12 páginas a doble espacio, 12 Times New Roman, margen 2.5 cm) al comentador de cada mesa, con un mes de antelación. El día de la presentación el comentador hará precisiones públicas tras la 4
lectura crítica, para abrir la discusión con los asistentes y beneficiar, al mismo tiempo, el trabajo de investigación posterior.
Tras esta retroalimentación pública y detallada, el presentador podrá editar su ponencia y enviar el escrito para la publicación de las memorias del Coloquio.
Inscripción para todos los ponentes
Potentes nacionales 80.000 pesos
Ponentes extranjeros: 80 dólares
Asistentes ponentes: 30.000 pesos
Fechas
Recepción de los abstracts- hasta el 17 de enero de 2011
Envío de ponencias al comentador- hasta el 1 de marzo de 2011
Pago de inscripción- hasta el 28 de febrero de 2010
Envío de ponencias revisadas para publicación- 6 de junio 2011

Conferencistas invitados
Fabio Silva - Universidad del Magdalena/ Grupo de investigación en oralidad, narrativas audiovisuales y cultura popular en el Caribe colombiano (Oraloteca)
Beatriz Vanegas Athias - Organización festival de poetas de Cereté-UIS
Carlos Vásquez - Universidad de la Paz-Barrancabermeja; Beca Bicentenario de Creación artística, 2010 por “Memorias del agua. Danzas y cantos de la diversidad, la libertad y la convivencia” Colectivo La Tocca
Bovenste foto rechts: Rafael Alberto Pérez.
Op de onderste foto, 1e rij, 2de van links Beatriz Vanegas Athias


.jpg)






















