Posts tonen met het label gender. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gender. Alle posts tonen

dinsdag 20 mei 2014

Nieuw nummer OER

OER Digitaal Vrouwenblad is uit met een nieuw nummer getiteld Black is Beautioful. Klik hier om de digitale versie te bezoeken.


woensdag 14 mei 2014

Aminata Cairo geeft vierde Rudolf van Lier-lezing

Krioro dansi: Dansen om Afro-Surinaamse identiteit te verkennen

Vrijdag 27 juni 2014
Aminata Cairo
Faculteit Geesteswetenschappen, Lipsius Gebouw, zaal 011, Cleveringaplaats 1, Leiden

Suriname staat bekend als een land waar diverse etnische groepen in harmonie met elkaar samenleven. Toch is de realiteit van een multiculturele samenleving niet zelden een andere.  Ruimte creëren voor identiteit kan uitermate ingewikkeld zijn. In haar lezing zal Aminata Cairo ingaan op vormen van Afro-Surinaamse identiteitsbeleving aan de hand van een studie over Afro-Surinaamse dans, die zij tussen 2003 en 2005 in Suriname uitvoerde. Daarbij zal zij kijken naar de dynamiek en complexiteit van identiteitsbeleving. Los van de academische aspecten van haar onderzoek zal zij aandacht besteden aan de praktische betekenis van haar bevindingen voor de Afro-Surinaamse gemeenschap. Na het uitspreken van de lezing zal Gloria Wekker, emeritus hoogleraar gender en etniciteit aan de Universiteit Utrecht, optreden als referent.

Aminata Cairo werd geboren in Nederland, waar zij de middelbare school doorliep. In de Verenigde Staten volgde zij verschillende universitaire studies. Cairo is in het bezit van een BA-diploma lichamelijke opvoeding en psychologie (Berea College, 1988), een MA-diploma klinische psychologie (Eastern Kentucky University, 1991), een MA-diploma medische antropologie (University of Kentucky, 2001) en een PhD in medische antropologie (University of Kentucky, 2007). De titel van haar proefschrift luidt: Hebi Sani: Mental Well Being Among the Working Class Afro-Surinamese in Paramaribo, Suriname. Sinds 2009 is Cairo als assistent professor in de antropologie verbonden aan Southern Illinois University in Edwardsville.

De Rudolf van Lier Lezing is vernoemd naar de bekende Leidse hoogleraar (1914-1987) in de sociologie en cultuurkunde van Suriname, de Nederlandse Antillen en het Caraïbisch gebied en auteur van het standaardwerk Samenleving in een grensgebied; Een sociaal-historische studie van Suriname. De lezing, die om de twee jaar wordt georganiseerd door de Werkgroep Caraïbische Letteren, is gewijd aan een sociaal-wetenschappelijk of geesteswetenschappelijk thema en heeft betrekking op de Nederlandstalige Caraïben. Ruben Gowricharn (2008), Francio Guadeloupe (2010) en Hugo Fernandes Mendes (2012) gingen Aminata Cairo voor als spreker in deze lezingenserie.

Programma
19.30 uur Welkomstwoord door de voorzitter van de Werkgroep Caraïbische Letteren, Peter Meel
19.40 uur Van Lier Lezing, getiteld ‘Krioro dansi: Dansen om Afro-Surinaamse identiteit te verkennen’ door Aminata Cairo, assistent professor antropologie aan Southern Illinois University
20.30 uur Reactie door Gloria Wekker, emeritus hoogleraar gender en etniciteit aan de Universiteit Utrecht
20.45 uur  Discussie met de spreekster, de referente en de zaal
21.30 uur Sluiting
Het programma begint om 19.30 uur precies.
Gloria Wekker

Indien u de lezing wenst bij te wonen: u kunt maximaal twee mensen aanmelden. Dat kunt u doen tot uiterlijk 18 juni 2014 onder vermelding van naam, adres, postcode en woonplaat bij Efy Matulessy via e.p.matulessy@hum.leidenuniv.nl.  Zolang er plaats is, ontvangt u binnen een week bericht terug per e-mail. Dit bericht dient uitgeprint als (gratis) toegangsbewijs. U wordt verzocht dit mee te nemen en bij binnenkomst te tonen.
Het Lipsiusgebouw ligt op circa 15 minuten loopafstand van station Leiden CS. De locatie is eveneens per auto te bereiken, maar de parkeermogelijkheden in de omgeving zijn beperkt. U wordt geadviseerd zoveel mogelijk met het openbaar vervoer te reizen. Voor een plattegrond van de locatie: http://www.hum.leidenuniv.nl/contact/adres-faculteit.html. Voor reis- en parkeerinformatie: http://www.hum.leiden.edu/contact/visiting-address.html.


Website van de Werkgroep Caraïbische Letteren: http://caraibischeletteren.blogspot.nl/


vrijdag 28 maart 2014

Paradijs



door Sharda Ganga

Een van de gruwelijkste dingen die ik deze week hoorde was uit een onderzoek naar geweld tegen vrouwen onder scholieren in het Caribisch Gebied. Bijna alle jongens en meisjes vinden geweld tegen vrouwen niet okay- maar bijkans 40 procent vindt het prima als een vrouw wordt "gedisciplineerd". Ik viel zowat van mijn stoel.

"Disciplineren",daarmee bedoelen ze toch "straffen"? Precies zoals je een ongehoorzaam kind moet disciplineren. En in het Caribisch Gebied verstaat men onder straffen van kinderen vaak lijfstraffen - ik was lang geleden getuige van een felle discussie in een Caribisch land, waarbij de zaal zich en bloc uitsprak tegen een wetsvoorstel om lijfstraffen van kinderen door onderwijzers strafbaar te stellen. Ik wist niet wat ik hoorde.
Foto © Fausto Fräser

Wat is dan het verschil tussen disciplineren en geweld? Want men slaat toch altijd omdat de ander iets heeft gedaan of gezegd wat ze volgens de dader niet hadden mogen zeggen of doen, aldus "disciplinering" nodig makend? Het pijnlijkst is natuurlijk dat ook meisjes die mening zijn toegedaan. Zij zullen, als ze ooit slachtoffers worden van geweld, waarschijnlijk behoren tot de groep vrouwen die, in plaats van hulp te zoeken, zich zal schamen en/of denken dat zij er zelf schuld aan hebben. "Ik had hem niet moeten brutaliseren; ik weet dat hij zo jaloers is, dus ik had niet moeten lachen naar die meneer", dat denken ze dan. En dat is levensgevaarlijk.
Foto Facebook

Zo had ik nog meer stoelvalmomenten deze week. Nu waren het geen kinderen die die teweeg brachten, maar grote mensen die bij elkaar waren tijdens de 12e Conferentie over Vrouwen in Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied. Wat hier wordt besproken en vastgelegd in de "Santo Domingo Consensus" wordt deel van de regionale afspraken over vrouwenrechten.

Het was een moment van bezinning, toen bij de bespreking van de tekst een aantal van de Carabische deelnemers voet bij stuk wilde houden als het ging om de rechten van LGBTI's (Gay, Lesbian, Bisexual, Transgender en Intersex personen-ja, ik ben solidair, maar kunnen we asjeblieft ophouden met letters plakken aan de afkorting?). Straks vinden ze nog dat ze recht hebben op sex-change operaties, giebelde een afgevaardigde. Of ze willen gaan trouwen, mompelde een ander. Is het niet hypocriet dat we bij elkaar zijn om de rechten van vrouwen af te dwingen, en tegelijkertijd de mensenrechten van anderen willen beknotten, vroeg ik me af.

Foto © Michiel van Kempen
Het is inderdaad waar, zoals sommige landen aangaven, dat het noemen van LGBTI's in verdragen erg ongemakkelijk is voor sommige overheden; het gevaar is dan dat men het hele verdrag weigert te ondertekenen. Maar je staat voor mensenrechten, of niet. In Afrika heeft men een voorstel om dit soort gedoe te omzeilen. In plaats van opsommingen van bijzondere groepen (er staat dan "including rural, young, LGBTI's, indigenous, Afro descendants, migrant .." etc), wil men gewoon spreken van "de mensenrechten van alle individuen, zonder enig onderscheid". Dat zou internationale mensenrechtenverdragen echt een stuk leesbaarder maken.

En als het leesbaarder wordt, dan begrijpen hopelijk meer mensen waar het om gaat, en wat het met hun leven te maken heeft. En als iedereen het begrijpt, en ernaar handelt, wel dan is het paradijs op aarde. En dan neem ik een hele lange vakantie.

gangadwt@gmail.com

[uit de Ware Tijd]


donderdag 13 maart 2014

'Wat blijft is de onbreekbare kracht van vrouwen'

Joan Ferrier. Foto @ Ed Lonnee.

In memoriam Joan Ferrier

Op Internationale Vrouwendag 8 maart overleed een bijzondere vrouw: Joan Ferrier, voormalig directeur van E-Quality, kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit.


Van 1998 tot 2012 heeft zij als directeur met passie en deskundigheid een voortrekkersrol vervuld in de opbouw van E-Quality en het verbinden van gender en etniciteit. In 2012 fuseerden E-Quality en Aletta tot het huidige Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis.

Renée Römkens, directeur van Atria: “Joan heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming in 2012 van Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. Haar werk is van historisch belang en dat koesteren wij. De herinnering aan de prettige samenwerking blijft in onze gedachten. Namens alle collega’s van Atria wens ik haar familie, vrienden en dierbaren veel sterkte met dit grote verlies.”

Joan Ferrier met haar vader Johan Ferrier.
Foto dWT Archief

Interculturaliteit
Joan Ferrier wordt op 14 december 1953 in Suriname geboren, als dochter van Johan Ferrier, de eerste president van Suriname, en van Edmé Vas, lerares. Zij groeit achtereenvolgens op in Suriname en Nederland. In 1980 studeert zij af aan de Rijksuniversiteit Utrecht als orthopedagoog, met specifieke aandacht voor etnische groepen in Nederland en de situatie van kinderen en jeugdigen in ontwikkelingslanden. Na haar studie houdt zij zich in diverse functies bezig met interculturele jeugdhulpverlening. Zo zet zij onder meer in Amsterdam een opvanghuis op voor Marokkaanse jongens, en een tehuis voor meisjes met een islamitische achtergrond.

Naast het geven van adviezen en trainingen op het gebied van interculturalisatie van organisaties, is zij werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam bij de Vakgroep Orthopedagogiek en doceert zij lange tijd transculturele pedagogiek aan de Hogeschool van Amsterdam.


Een warm hart
In 1998 begint zij als directeur van het nieuw opgerichte ‘Instituut voor gender en etniciteit’, een fusie tussen Project Aisa – emancipatieondersteuning zwarte vrouwen, migranten- en vluchtelingenvrouwen, Arachne – vrouwenadviesbureau overheidsbeleid, het Instituut Vrouw & Arbeid (IVA) en het Women’s Exchange Programme International (WEP-I).

Tijdens de openingsbijeenkomst op 22 juni 1998, bijgewoond door ruim 1400 mensen, in het Tropeninstituut Amsterdam lanceert de kersverse directeur de nieuwe naam van het instituut: E-Quality, experts in gender en etniciteit. Ook brengt zij de strategie van E-Quality naar voren. Met nationale en internationale overheden, maatschappelijke organisaties, instellingen en bedrijven werkt E-Quality samen om beleid te ontwikkelen “ten dienste van meer gelijke kansen en mogelijkheden in een multiculturele context.” Joan Ferrier geeft aan te zoeken naar bewegingen en organisaties die betrokken zijn bij veranderingsprocessen in de samenleving en die gender en etniciteit een warm hart toedragen.
Gender & etniciteit
Na een fusie in 2007 met de Nederlandse Gezinsraad ontwikkelt E-Quality zich onder haar leiding tot een kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit. De koppeling van gender en etniciteit in één perspectief neemt ook hierin weer een belangrijke plaats in. Deze verbinding verankeren in het denken en handelen van beleidsmakers, politici, trendsetters en andere gezaghebbende vrouwen en mannen ziet Joan als een steeds terugkerende uitdaging voor E-Quality.

Veelzijdig bruggenbouwer
Mede uit diverse bestuurs- en nevenfuncties blijkt haar betrokkenheid bij het vormgeven van emancipatieprocessen van zowel vrouwen als diverse etnische groeperingen. Zo was zij bijvoorbeeld mede-oprichtster van ‘Vrouwenvlechtwerk’, een samenwerkingsverband van etnische en Nederlandse vrouwenorganisaties. Ook was zij vice-voorzitter van de werkgroep Vrouwen in de Pluriforme Samenleving van de Raad van Kerken Nederland.

Naast haar werkzaamheden voor E-Quality was zij van 1999 tot 2002 lid van het Comité van Aanbeveling Nationaal Monument Slavernijverleden. Van 1 februari 2001 tot en met mei 2002 was zij secretaris van de commissie Arbeidsdeelname Vrouwen uit Etnische Minderheden (AVEM), de voorloper van de commissie PaVEM (Participatie van Vrouwen uit Etnis
che Minderheden).

Joan Ferrier in gesprek met koningin Máxima, terwijl koning Willem het volk toezwaait.
Amsrterdam, 1 juli 2013 Foto @ Michiel van Kempen
Tot 2006 was zij voorzitter van de Phenix Foundation, een landelijke organisatie op het gebied van culturele diversiteit in de kunsten. Verder was zij onder andere lid van het bestuur van de Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO), lid van de redactie van het Tijdschrift Jeugdbeleid en voorzitter van de Triomfprijs voor bijzondere bijdragen aan de emancipatie van de zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen in Nederland. Ook vervulde zij bestuursfuncties bij Technika10 en YWCA en was zij adviseur van het bestuur van het Oranjefonds. Na het overlijden van haar vader in 2010 richt zij de Stichting Johan Ferrier Fonds op. Het doel van deze stichting is om kansrijke onderwijs- en culturele projecten in Suriname financieel te ondersteunen.


Verbindende kracht in de samenleving
Businessclub Zwarte Zaken Vrouwen Nederland (inmiddels omgedoopt tot Etnische Zaken Vrouwen Nederland) verkiest Joan in 2008 tot Zwarte Vrouwelijk Manager 2008. De jury roemt haar continue en onvermoeibare inzet voor het onder de aandacht brengen en houden van man-vrouw verhoudingen, leefvormen, etniciteit en diversiteit, bij zowel het brede publiek als politici en beleidsmakers: “Zij staat bekend als een vrouw die mensen met elkaar verbindt. Met haar charme, overtuigingskracht en vasthoudendheid heeft zij de afgelopen jaren laten zien dat tegenwind ook kansen biedt.”

In 2009 wordt Joan genomineerd voor de Opzij Emancipatieprijs. In 2011 wordt zij voor haar werk benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Zij ontvangt de Koninklijke onderscheiding vanwege haar ‘persoonlijke bijzondere verdiensten in en al dan niet gerelateerd aan haar hoofdfunctie, in het bijzonder op het terrein van emancipatie, gezin en diversiteit, die voor de samenleving van bijzondere waarde zijn’.
De Frans Banninck-Cocqpenning

Op 17 augustus 2013 ontvangt zij van wethouder Andrée van Es de Frans Banninck Cocqpenning ‘voor haar grote verdienste in haar functie als voorzitter van de Stichting Herdenking Slavernijverleden 2013.’

Met haar heengaan verliezen we een inspirerend rolmodel dat zich jarenlang en met tomeloze energie heeft ingezet voor emancipatie en diversiteit. Wij troosten ons met de gedachte aan wat zij ons heeft gebracht. Zoals zij zelf tot slot schreef in haar column van november 2013 in Opzij: ‘Wat blijft is de onbreekbare kracht van vrouwen’.


In december 2013 heeft Joan meegewerkt aan een oral history interview in het kader van het Atria-project Tweede Feministische Golf – Diversiteit. Dit deel van haar erfgoed kan straks aan nieuwe generaties worden meegegeven.

[van www.atria.nl, 10 maart 2014]

maandag 10 maart 2014

In memoriam Joan Ferrier

door Carry-Ann Tjong-Ayong

Joan Ferrier met achter haar koningin Máxima en nauwelijks
zichtbaar koning Willem-Alexander, tijdens de 1 juli-viering 2013
in het Amsterdamse Oosterpark. Foto @ Michiel van Kempen
Joan.
Zij werd geboren onder de hoede van mijn vader. Haar ouders waren goede vrienden van ons. Reeds maanden zagen wij tante Edmé met haar groeiende buik bij ons op het balkon of in de tuin zitten. Ik mocht de zachtgekleurde flanellen onderzettertjes voorzien van een geborduurd randje. Trots was ik.

Het kleine meisje arriveerde. “ Ze heet Joan”, zei tante Edmé. Naar haar vader, wist ik. Nieuwsgierig keek ik naar het kleine poppetje met korte zwarte krulletjes.  Zij groeide voorspoedig, een pittig ding dat toen zij ging praten heel wijs bleek.

Zij leerde vlot en was heel geïnteresseerd in alles. Die brengt het ver, zei men. En dat bleek ook toen zij na haar studie orthopedagogiek van alles opzette met migrantenjongeren, later werd zij de stuwende kracht achter E-Quality voor emancipatie van vrouwen en zat zij diverse organisaties voor Suriname voor.

Dat zij het laatste decennium ernstig ziek was heeft het grote publiek nooit gemerkt. Joan was overal met haar tomeloze energie.
Joan Ferrier en haar zus Cynthia Mc Leod-Ferrier

Op 8 maart Internationale Vrouwendag nam zij voorgoed afscheid. Juist op deze dag als symbool voor haar nooit aflatende strijd voor vrouwenrecht.

Wij zullen haar missen, de Ferriers, de Tjong-Ayongs en al die anderen.

Cat, 9 maart 2014


Rosita Bouterse - Gedicht voor Dr Sylvia Marie Kortram

Gedicht uitgesproken door paranimf mr.dr. Rosita Bouterse op 16 januari 2014, bij de receptie van dr. Sylvia Marie Kortram, na de promotieplechtigheid aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr Kortram temidden van haar paranimfen, gekleed in de Akwenda modelijn van Celestine Raalte



Blaka Rowsu / Zwarte Roos

Wanneer het Beest
verhaalt van Het Systeem
dat zegevieren moet.

Wanneer Het Almachtige Licht
verdrongen lijkt
en kinderen schreien
aan hun moeders borst,
verscheept vanuit het Vaderland.

Wanneer wij dwalen langs
duistere wegen van nieuwe grond.
Scheuren en barsten ons deel zijn.

Dan verschijnt zij, Blaka Rowsu / Zwarte Roos
in vol ornaat
en verguld van een liefde die ons allen omvat.

En in het schijnsel van de maan
daar aan de waterkant,
vertelt zij Ons Verhaal,
ons verhaal van kracht en samenzijn,
van vertrouwen-in-elkaar,
van geloof-in-eigen-kunnen.

 Soso Lobi, Blaka Rowsu !

Rosita Bouterse draagt haar gedicht voor; haar moeder (een tante van Sylvia Kortram)
 en haar zusje luisteren aandachtig

 
Publiek en leden van de promotiecommissie tijdens de voordracht

Foto’s Jonathan Hoost en Joke van Vlijmen


woensdag 29 januari 2014

Del travestismo femenino

Realidad social y ficciones literárias de una impostura
Foto @ Gesronh Muringen

Del travestismo femenino. Realidad social y ficciones literarias de una impostura se enmarca en el debate contemporáneo sobre la masculinidad de las mujeres a través de prácticas transgenéricas dentro del patriarcado. Una ambigua y compleja tradición que este ensayo trata de afrontar apelando a una diversidad de orientaciones críticas, desde las teorías feministas posmodernas hasta los estudios culturales en boga. Además de indagar en el significado de la praxis travestista en la experiencia cotidiana mediante el análisis de algunos casos reales, el libro inspecciona en la función de esta estrategia en la literatura y en otras manifestaciones artísticas.

José Ismael Gutiérrez es Profesor Titular de Teoría de la Literatura y Literatura Comparada en la Universidad de Las Palmas de Gran Canaria. Entre sus obras destacan: Manuel Gutiérrez Nájera y sus cuentos (1999), Cartografías literarias del exilio (2005), Perspectivas sobre el modernismo hispanoamericano (2007) y Reinaldo Arenas: entre el placer y el infierno (2007). Coautor de Literatura y pensamiento. Canarias en el siglo XX (2004); Ínsulas forasteras. Canarias desde miradas ajenas (2009). Editor de Identidad y simulación (2009) y coeditor de La estirpe de Telémaco. Estudios sobre la literatura y el viaje (2004) y La luz no interrumpida (2012).


José Ismael Gutiérrez
Del travestismo femenino.
Realidad social y ficciones literarias de una impostura
49,00 €
Vigo, Editorial Academia del Hispanismo, 2013, 316 pp.
ISBN 978-84-15175-70-4
www.academiaeditorial.com



donderdag 23 januari 2014

Publieke leven en werk van de Creoolse arts Sophie Redmond onderzocht (2 en slot)

In de kolonie Suriname werd kolonialiteit van macht op verschillende niveaus toegepast. Het e.e.a.in de context van de studie geplaatst ziet er als volgt uit.




In dit schema van boven- en onderschikking zijn waarden, normen en eigenheden van de kolonisator hoger gerangschikt dan die van de gekoloniseerden. In de kolonie Suriname werd koloniale macht uitgeoefend door de dominante etniciteit: de witte Hollanders. Religies van de gekoloniseerden werden op een lager peil geacht dan het christendom. De taal van de gekoloniseerden werd op een lager peil geacht dan het Nederlands. Normen van witte Hollanders werden verheven tot positieve standaardnorm.  

Hollandse Aanwezigheid
Binnen de dimensies van de persoon Sophie Redmond is de impact van de destijds gevoerde cultuurpolitiek overal te herkennen. Geïnspireerd door Stuart Halls Aanwezigheden heeft Kortram het begrip Hollandse Aanwezigheid geïntroduceerd. Daarmee wordt bedoeld, het effect, de uitwerking van het verhollandsen in haar verscheidene facetten en vormen op de gevormde koloniale identificatie van gekoloniseerde Surinamers; de uitwerking van het verhollandsen in dagelijks leven, taalgebruik, religie, relatievormen, etc. enz. Die uitwerking leidde tot een dubbele ervaring in het gevoelsleven van gekoloniseerde Surinamers, van het ‘Erbij horen’ en het ‘Anders zijn’. Het 'erbij horen' impliceert het via de koloniale politiek geforceerde verhollandsen. Het 'Anders zijn' impliceert het bewust zijn van de eigen culturele achtergrond, de eigen afkomst, de eigen religie en het eigen oorspronkelijke verleden dat de gekoloniseerde Surinaamse bevolking als herinnering met zich mee blijft dragen.

Conclusies
Deze studie heeft geleid tot conclusies op verschillende niveaus.
Sophie Redmond

Sophie Redmond heeft haar weg moeten vinden in een koloniale wereld waar effecten van beeldvorming via sociaalpsychologische kanalen werden gecreëerd en vastgelegd. Zij heeft zich ontwikkeld tot een onafhankelijke persoon met een sterke wil en een eigen mening. Zij sloot zich aan bij emancipatoire acties. Waar ze kon droeg ze een steentje bij aan de strijd die het gekoloniseerde volk leverde. Deze portretconstructie is volgens Kortram daarom niet alleen een analyse van leven en werk van Sophie Redmond. Deze studie is ook Surinaamse vrouwengeschiedenis en bevrijdingsgeschiedenis. Met bevrijdingsgeschiedenis wordt bedoeld dat dit onderzoek wordt geplaatst in het discours van de modernity/coloniality-school, waar dekoloniale denken en dekoloniale activiteiten centraal staan.

Sophie Redmond heeft zich geprofileerd als een agent of change op verschillende maatschappelijke gebieden. Daarbij maakte zij gebruik van massamedia en interpersoonlijke communicatiekanalen om haar doelgroepen te bereiken. Door haar bekendheid en doordat zij geliefd was onder de bevolking, had zij een podium om haar boodschap effectief over te brengen. De grenzen van haar agency werden zichtbaar in de verkiezingsstrijd van 1950. Zij kwam in een verkiezingsstrijd terecht waar haar bekendheid, de liefde en het respect voor deze huisarts weinig waarde hadden.

De Dr Sophie Redmondstraat in Paramaribo is een belangrijke verkeersader


In deze studie heeft de vroeg twintigste-eeuwse Surinaamse samenleving meer gezicht gekregen vanuit de geschiedenis van deelnemer Sophie Redmond. Tegelijkertijd heeft deelnemer Sophie Redmond zelf, ook meer reliëf gekregen door haar in haar tijd en omgeving te plaatsen. Geen van eerdere studies over het koloniale Suriname maken een analyse van de gevoerde koloniale cultuurpolitiek, vanuit het perspectief van de koloniale machtsmatrix en vanuit het agent of change-perspectief. Door in dit onderzoek wél een analyse vanuit deze perspectieven te maken, zijn nieuwe inzichten naar voren gekomen.

De kolonisator heeft een koloniale machtsmatrix toegepast die alle dimensies van sociale existentie raakte. Mede door de wisselwerking van de matrixwaarden kreeg beeldvorming in het koloniale Suriname een zichtbare uitwerking in stigmatisering en stereotypering,  ook bij etnische subgroepen onderling. Het ‘wij-zij’-schema tussen bevolkingsgroepen onderling was inherent aan het assimilatiedenken dat tot een allesomvattende ‘koloniale wij’ van een ‘erbij horen’ moest leiden. De paradox is dat dit ‘koloniale wij’, dit ’erbij horen’,  het gevoel van ‘anders zijn’ versterkte. In die etnische gesegmenteerde koloniale samenleving, in die veranderende koloniale wereld van bewustwording van de waarde van culturele eigenheden, konden bepaalde personen zoals Sophie Redmond eigen doelen bereiken, zich ontwikkelen tot agents of change, en daarmee uiteindelijk de laatste fase van het koloniaal systeem inluiden.

Meer dan arts alleen. De maatschappelijke betekenis van huisarts Sophie Redmond in laat-koloniaal Suriname’ is in eigen beheer uitgegeven. Het boek kost € 35,- en is te bestellen bij de auteur smkortram@quicknet.nl    


Publieke leven en werk van de Creoolse arts Sophie Redmond onderzocht (1)

Portret van Sophie Redmond op een wand bij bij café Zus & Zo in Paramaribo


Op 16 januari 2014 heeft Sylvia Kortram haar proefschrift over het publieke leven en werk van de Creoolse arts Sophie Redmond verdedigd, aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De titel van het proefschrift luidt: Meer dan arts alleen; De maatschappelijke betekenis van huisarts Sophie Redmond in laat-koloniaal Suriname.

Sylvia Kortram heeft leven en werk van Jeane Sophie Everdine Redmond in beeld gebracht via een analyse van verschillende dimensies van haar persoon, via een analyse van de koloniale cultuurpolitiek die in die periode werd gevoerd, vanuit het perspectief van de koloniale machtsmatrix en vanuit een agent of change-perspectief. Kortram geeft duidelijk aan dat deze studie geen biografie is maar een portretconstructie, omdat de studie geen uitputtende beschrijving is van alle facetten van Sophie Redmonds leven. Over haar kinder- en tienertijd bij voorbeeld is te weinig materiaal beschikbaar.

Sophie Redmond heeft geleefd van 1907-1955. In de studie staat niet het privéleven van Sophie Redmond centraal, maar haar leven in de publieke sfeer en haar bijdrage aan ontwikkelingen in de veranderende koloniale Surinaamse maatschappij waar zij deel van uitmaakte. Zij bevond zich in een setting van opleving en waardering van Sranantongo en etnische eigenheden. Haar vader Philip Redmond was actief in gezondheidskwesties en op de hoogte van wat er zich afspeelde in het gezondheidsveld. Hij had een groot netwerk en veel maatschappelijke functies. Een van de huisvrienden van de familie Redmond was Julius Koenders, een van de eerste cultuurnationalisten in Suriname. 

Huwelijk van Sophie Redmond met Emile Monkau
In 1941 trouwde Sophie Redmond met haar jeugdliefde Louis Emile Monkau. Het echtpaar kreeg geen kinderen. Naast haar beroep als arts was Sophie Redmond schrijfster van toneelstukken. Soms vervulde zij ook een acteursrol. In de toneelstukken komen sociaal-maatschappelijke, culturele, religieuze, politieke onderwerpen en gezondheids- en welzijnsaspecten aan de orde. Zij heeft ook een radioprogramma verzorgd Datra mi wan’ aksi wan sani [Dokter ik wil iets vragen]. In dat programma werden gezondheids- en welzijnsaspecten behandeld.

Assimilatiepolitiek als motor van het moderniseringsproces in koloniaal Suriname
Enerzijds is Sophie Redmond gevormd en gesocialiseerd in een koloniale periode waar de erfenis van de slavernij dagelijks aan den lijve werd ondervonden. Anderzijds, leefde zij in een periode van bloeiend etnisch en historisch bewustzijn, gender- en klassenbewustzijn, vrouwenorganisaties, opkomende sociale bewegingen en antikoloniale strijd. Het was een periode waarin sprake was van een assimilatiepolitiek; een westerse cultuurpolitiek dat was gericht op westerse opvoeding en westerse geestelijke vorming. Binnen die assimilatiepolitiek waren het voornamelijk gender, huidskleur, etniciteit, religie en taal, die bepalend waren voor iemands plek en voor iemands functioneren in de samenleving. Deze cultuurpolitiek wordt in deze studie geanalyseerd als motor van het moderniseringsproces in het koloniale Suriname. Bij die analyse heeft Kortram zich afgezet tegen eurocentrische moderniseringstheorieën en heeft zij aansluiting gezocht bij de visies van Stuart Hall en de modernity/coloniality-school.

Volgens de onderzoekers die Kortram heeft ondergebracht in de groep eurocentristen, ontstond moderniteit eerst in Europa en daarna in de rest van de wereld. Volgens de onderzoekers die zij heeft ondergebracht in de mondiale interactieschool is modernisering een wereldwijd en universeel fenomeen, dat niet alleen in Europa merkbaar was maar het gevolg van een interactie tussen wat genoemd wordt, het Westen en het Niet-Westen.


Onderzoekers die Kortram heeft ondergebracht in de modernity/coloniality-school, benadrukken de donkere kant van moderniteit. Volgens die onderzoekers zijn moderniteit en kolonialiteit twee kanten van dezelfde medaille. Moderniteit functioneert via opgelegde bevrijding, verlossing en zaligmaking, door o.a. christendom en westerse civilisatie. Kolonialiteit, als de donkere kant van moderniteit, verwijst naar structurele koloniale overheersing door het Westen op cruciale aspecten van het sociale bestaan, ook na staatkundige onafhankelijkheid van hun koloniale gebieden. De modernity/coloniality-school  beschouwt deze koloniale macht als een machtsmatrix van de moderne/koloniale wereld die alle dimensies van het sociale en economische bestaan raakt.

[vervolg, klik hier]

zaterdag 11 januari 2014

'Lelijkste vrouw op aarde' laat van zich horen

Lizzie Velasquez is geboren met een zeer zeldzame ziekte. Ze blijft dun, ongeacht wat ze eet. Ze sprak recentelijk op sprankelende en krachtige wijze over schoonheid en identiteit tijdens een TED-talk. Is Lizzie zoals anderen haar definiëren – een lelijk monster – of is ze meer?
Jarenlang werd Lizzie gepest. Op Youtube kwam ze ooit een video tegen van zichzelf, gelabeld als ‘de lelijkste vrouw op aarde’, waarin mensen haar zeiden dat ze beter dood kon zijn. De brand erin. Maar nu wordt haar TED-talk zelfs besproken in de Arabische wereld.

Voordelen
In deze TED-talk laat Lizzie met een dosis humor haar kracht spreken. In wezen houdt deze ziekte in dat ik niet aan kan komen. Ja , inderdaad, het is zo fantastisch als dat het klinkt. Er zijn voordelen aan deze ziekte, er zijn voordelen aan het niet goed kunnen zien. Als iemand me irriteert, dan zorg ik dat ze rechts van me staan. Dan zie ik ze uberhaupt niet. Een van de andere voordelen is dat ik met gemak het gezicht kan zijn van een dieet, legt ze met een glimlach uit.

Als kleuter
Haar ouders zeiden tegen haar toen ze als vijfjarig meisje na de eerste dag op de kleuterschool merkte dat ze anders was en niemand met haar wilde spelen:  Je bent kleiner dan anderen, maar dat is het. Je hebt een ziekte die niet veel mensen hebben. Maar ga naar school, houd je rug recht, en lach. Lach en blijf jezelf en mensen zullen zien dat je net als hen bent.  En dat deed Lizzie. Haar ouders leerden haar dat ze meer is dan haar ziekte, meer is dan de ielige armpjes en beentjes. Dat ze haar leven in eigen hand heeft, dat ze zelf de keuze kan maken om het goed of slecht te hebben. Spreek maar negatief over me, want ik gebruik alles wat je zegt als inspiratie om verder op te klimmen en mijn doelen te bereiken.
Daar spreekt ze over op TED en het is de moeite waard om na te luisteren.


dinsdag 5 november 2013

Who's Afraid of Black Sexuality? (7 en slot)

Lily Cusiel. Image © Megathon Artworks

door Stacey Patton


Following the report, which the CDC later admitted was misleading, several black scholars and scientists spoke up about the way medical research is conducted on African-Americans. Too much research, they said, focuses on clinics in poor, urban areas where people are more likely to use drugs or have sexually transmitted diseases. The data from those populations, they said, cannot be used to form generalizations about all black people—or about black versus white people.
Amber Rose

Velma M. Murry, a sociologist at Vanderbilt University whose research is on the black middle class, has found evidence that contradicts national reports about sexually transmitted diseases among blacks. She has noted that middle-class African-American girls delay having sex two years beyond the national average for all girls. What is missed is "the positive practices of black families—the practices that work for us, that lead to better physical and psychological health."

In sociology, public policy, and public health, scholars have been pushing researchers to look up from diagrams and charts of health statistics to develop studies that speak to the people being studied, rather than to the assumptions and the culture of the researchers who produce the studies.

For example, Northwestern's Watkins-Hayes has explored the economic and social-survival strategies of women living with HIV and AIDS in the Chicago area. Seeing that much of the news-media focus and LGBT activism involve white communities, Mignon R. Moore, a sociologist at UCLA, sought to gather information by following more than 100 middle-class and working-class black lesbians for three years to provide insights into how black culture helps shape their identities and family formation. Leon E. Pettiway, a professor emeritus in the department of criminal justice at Indiana University at Bloomington, has moved beyond statistics on street crime with his 1996 book, Honey, Honey, Miss Thang, a poignant look at five gay, drug-using transvestites who struggled to retain some sense of dignity in the face of substance abuse and hustling to stay alive.
Surinamese singer Damaru, having fun with a female
 fan  in the VIP lounge of Pengel International Airport
 before his departure

Old taboos are falling. After all, the country now has a black president who has declared his support for same-sex marriage. Exploring lived sexuality, recognizing the black sexual experience in all its diversity—including pimps, prostitutes, transsexuals, and porn stars—is freeing intellectual debate from old fears and inhibitions. But scholars say it's not just a matter of widening their research agenda. It means bringing the insights about black history and culture, about the structures of racism and pathology, into public-health discussions of AIDS, drugs, prison conditions, and molested children.

These scholars say it's a matter of saving lives.
Stacey Patton is a staff reporter at The Chronicle. She holds a Ph.D. in history from Rutgers University at New Brunswick and is the author of That Mean Old Yesterday (Simon & Schuster, 2007), a memoir about growing up in foster care and the historical roots of corporal punishment in African-American families.

Corrections (12/3/2012, 10:17 a.m.). Because of an editing error, this article originally misreported Leon E. Pettiway's institution. He is at Indiana University at Bloomington, not at the University of Wisconsin at Milwaukee. And Darieck Scott is a member of the department of African-American studies at the University of California at Berkeley, not the department of African studies. 

Key Books in Black Sexuality Studies


Honey, Honey, Miss Thang: Being Black, Gay, and on the Streets, by Leon E. Pettiway (Temple University Press, 1996)
The Boundaries of Blackness: AIDS and the Breakdown of Black Politics, by Cathy J. Cohen (University of Chicago Press, 1999)
Queering the Color Line: Race and the Invention of Homosexuality in American Culture, by Siobhan B. Somerville (Duke University Press, 2000)
Traps: African American Men on Gender and Sexuality, edited by Rudolph P. Byrd and Beverly Guy-Sheftall (Indiana University Press, 2001)
Longing to Tell: Black Women Talk About Sexuality and Intimacy, by Tricia Rose (Farrar, Straus and Giroux, 2003)
Black Queer Studies: A Critical Anthology, edited by E. Patrick Johnson and Mae G. Henderson (Duke University Press, 2005)
Why I Hate Abercrombie & Fitch: Essays on Race and Sexuality, by Dwight A. McBride (New York University Press, 2005)
Exploring Black Sexuality, by Robert Staples (Rowman & Littlefield, 2006)
Black Sexual Politics: African Americans, Gender, and the New Racism, by Patricia Hill Collins (Routledge, 2004)
Once You Go Black: Choice, Desire, and the Black American Intellectual, by Robert Reid-Pharr (New York University Press, 2007)
Private Lives, Proper Relations: Regulating Black Intimacy, by Candice M. Jenkins (University of Minnesota Press, 2007)
Blackness and Sexualities, edited by Michelle M. Wright and Antje Schuhmann (LIT Verlag, 2007)
Sweet Tea: Black Gay Men of the South, by E. Patrick Johnson (University of North Carolina Press, 2008)
Bulldaggers, Pansies, and Chocolate Babies: Performance, Race and Sexuality in the Harlem Renaissance, by James F. Wilson (University of Michigan Press, 2010)
¡Venceremos?: The Erotics of Black Self-Making in Cuba, by Jafari S. Allen (Duke University Press, 2011)
Invisible Families: Gay Identities, Relationships, and Motherhood Among Black Women, by Mignon R. Moore (University of California Press, 2011)

Erotica by Erwin de Vries (Slotervaart, Amsterdam)


Who's Afraid of Black Sexuality? (6)

door Stacey Patton

Today, scholars in the field are studying gender, queerness, pleasure, public health. They're looking at representations of sexuality in contemporary gospel music and cyberspace, at sex among black men in prison, sex tourism in Brazil, gays and lesbians in the civil-rights movement, the sexualization of black children, and much more.

In September, Harvard University and Palimpsest, A Journal on Women, Gender and the Black International Palimpsest sponsored a symposium, "The Queerness of Hip Hop / The Hip Hop of Queerness," which examined hip-hop culture through the lens of queer theory. It looked at the roots of hip-hop in gay, lesbian, bisexual, and transgender activism; at the genre's queer aesthetics, fashion, and style. In October, graduate students at Princeton University put on a conference "to interrogate the intersections between blackness and queerness."
"How might we understand the relationship between blackness and queerness if we first reject the premise of their mutual exclusivity?" read the call for papers.

Mireille Miller-Young, an associate professor of feminist studies at the University of California at Santa Barbara, is exploring the history of black pornography, looking at sex workers who get pleasure out of bondage and physical pain and who use racial stereotypes to market their bodies. She has a book, titled A Taste for Brown Sugar: Black Women, Sex Work and Pornography, forthcoming in 2013 from Duke University Press.

In 2005, Miller-Young gave a paper on black-female porn at the conference of the Association for the Study of Worldwide African Diaspora. Presenting images from porn conventions, film sets, and Web sites, supplemented by interviews with more than 60 sex workers, she acknowledged fears that blacks in porn were acting out their own exploitation and "making it worse for the rest of us," she says. And she pointed out that black women have fought discrimination in the porn industry, just as in other labor markets.

But the situation is more complex, she argued: "If you look at the films closely, you see interesting moments where black women are trying to present sexuality in a way that is different. They are showing beauty, class, sensuality, sexual skill, and intimacy between black couples."
The women she interviewed, she says, were frustrated that feminists and other critics "don't see what they are trying to do, which is open up possibilities for black people to see themselves sexually. We can have fantasies about bondage, take pleasure in our painful pasts, and even find pleasure in stereotypes."

Slave girl, by Chagadiel


You can hear the exasperation in Miller-Young's voice when she describes how some black women in the audience reacted to her presentation. The chair of the panel turned away from the screen, closed her eyes, and refused to look at the images. One prominent black feminist scholar sitting in the audience, Miller-Young says, called her a "pervert."

"They said that by showing these images of porn stars, I was re-exploiting them," she recalls. "But I'm fascinated by the 'ho.' She is a figure that all black women have to contend with, whether you are sex workers or professors."

Several of the 30 scholars interviewed for this article say that some conservative black feminists tend to marginalize or dismiss not only sex workers but also the experiences of queer people, and to treat gender as if it were the sole province of women. There's too much focus, the scholars say, on the sexual violation and stereotypes of black women, little discussion of sexual crimes against boys and men, and not enough research on the diverse ways in which blacks seek pleasure and express a range of identities.

David Levering Lewis, the two-time Pulitzer Prize-winning historian who was the first scholar to out major figures of the Harlem Renaissance, says he worries about the trajectory of some research on black sex. "Some of this scholarship is a bit queasy and sounds like a rationalization for an exercise in curiosity," he says. "But there is room in the big tent of the academy for these kinds of explorations. History without sexuality is incomplete."

Others are raising the discomfort level by treading on what is considered sacred ground—the civil-rights movement. Mumford, at Illinois, has written articles that examine how the civil-rights and gay-rights movements worked with and against each other, and how the Moynihan Report raised veiled questions about black homosexuality. The publication of the late Manning Marable's biography of Malcolm X caused some controversy because he identified Malcolm as a bisexual during his years as a hustler, before his conversion to Islam. Serious research on the relationship between gay history and the civil-rights movement is just emerging with dissertations in progress, Mumford says.
"There may be a need," Mumford says, "for black sexuality studies to push the envelope."
Nowhere, perhaps, do scholars want to do that more than in the field of public health. Chandra Ford, an assistant professor at the University of California at Los Angeles's School of Public Health, says health researchers have had a tendency to see black sexuality as "a perversion, a problem that needs to be studied because it's so different."

She's referring to dark moments not just in the past: the forced sterilizations of thousands of black girls and women in North Carolina from 1929 to 1974 or the studies in Tuskegee, Ala., of syphilis among black men from 1932 to 1972. In 2010 a report from the federal Centers for Disease Control and Prevention caused a firestorm when it announced that half of all black women between the ages of 14 and 49 were infected with genital herpes. The statistics were based on a group of 893 black women who had been tested for antibodies to the HSV-2 virus, which meant only that they had been exposed to the herpes virus, not that they had actually developed the disease—or ever would.

[to be continued]


Who's Afraid of Black Sexuality? (5)

Dit overzicht is niet beschikbaar. Klik hier om de post te bekijken.

Who's Afraid of Black Sexuality? (4)

Foto © Crème de la crème

by Stacey Patton

In addition, in the early years of black studies, the most pressing battles seemed elsewhere. "To focus on sexuality would have been a distortion of the agenda," says Marlon Ross, an English professor at the University of Virginia. It was hard enough to fight for a place at the table for a new academic discipline focusing on black people. Acquiescing to the demands for work on sexuality, many of them coming from gay and lesbian scholars, seemed too dangerous. "People were still being ostracized. There was still a great deal of stigma, violence, and exclusion," Ross remembers.
The conflict within black studies, however, should not be overstated. Ross thinks more and more scholars acknowledge that questions about black sexuality "are central matters in how we've been perceived and how we perceive ourselves."
Vintage black girl

Nor is the conflict unique to one field. Tricia Rose, a professor of Africana studies at Brown University, says that because sexuality studies, as a whole, remains marginal throughout scholarship, researchers are still figuring out how and where to pursue it. "I do think that, historically, the absence of sustained focus on gender and sexuality in all academic disciplines means that they are all working to figure out how to do intersectional work and still retain a core disciplinary identity," she says.

Black studies has long stood at the juncture of numerous disciplines—with all the ambiguities, turf wars, and competing scholarly norms that can go with interdisciplinary work. "I don't remember a time where there hasn't been dissent about a variety of issues, including sexuality," says Robert Reid-Pharr, a professor of English at the City University of New York Graduate Center.
Debates about black nationalism and separatism, the existence of a black aesthetic, the role of religion in the black community and, particularly, the civil-rights movement—to say nothing of the argument over whether black studies should be a separate department or program, or situated within other academic units—were notably heated.
Foto © Rudi Moeridjan

So it might be fairest to describe the ferment around black-sexuality studies—within black studies and broadly in academe—as an evolution.

As early as the 1970s, black lesbians and feminists like Barbara Smith and Cheryl Clarke, and influential poets and writers like Alice Walker, Audre Lorde, bell hooks, Michele Wallace, and Ntozake Shange, criticized white feminists for ignoring race, and black male scholars for overlooking gender and sexuality. The title of the paperback edition of an anthology published in 1982 said it all: All the Women Are White, All the Blacks Are Men, but Some of Us Are Brave: Black Women's Studies.


Dealing with issues of class, race, and gender all at the same time, black women called for confronting reproductive rights, rape, prison reform, forced sterilization, and violence against women. Lorde's poetry opened up a space to talk about differences not just between men and women, but also among women—including differences in sexual behavior and preferences. Walker's Pulitzer Prize-winning The Color Purple broke the silence on incest in the black community. Wallace's Black Macho and the Myth of the Superwoman and Shange's For Colored Girls Who Have Considered Suicide/When the Rainbow Is Enuf exposed sexism and violence against women in black communities.
"I always give black lesbian feminists the credit for the rise of sexuality studies," says E. Patrick Johnson, a black-studies professor at Northwestern University and co-editor of the 2005 Black Queer Studies: A Critical Anthology, from Duke University Press.

[to be continued]

Who's Afraid of Black Sexuality? (3)

by Stacey Patton
Marlon Bailey

Marlon M. Bailey rose to give a talk at a meeting this year to celebrate Ph.D programs in black studies. "It's time," he announced, "to talk about sex."
An openly gay professor of gender and American studies at Indiana University at Bloomington who calls himself a "butch queen," Bailey followed presentations on the history of the field, the state of its doctoral programs, and the trajectory of its research. Flanking him on the panel were older, distinguished scholars who had spent decades forging their discipline.

"I see we've saved the sex for last," Bailey drawled, batting his eyes. "Especially good sex."
Laughter rippled through an amen corner. But some parts of the audience maintained a stiff silence as he chastised the field for ceding discussions of black sex and sexuality to other disciplines like queer studies or gender studies.
After the session, the hallway was abuzz. Some younger and queer scholars gathered in small pockets in lobby areas, at times checking their surroundings and lowering their voices to a whisper to complain.
Queer scholars lamented that homophobia persisted in black studies as it emphasized "respectability" and social norms about heterosexual behavior, hypersensitive to the image of black people in the wider community.

Mark Jong Pin. Foto © Jacco Breedveld

Why be afraid to admit that black sex was long defined as "queer"—outside the norms of society—through the legitimacy given the rape of black women, the breaking up of black families, and the emasculation of black men in slavery? Why not acknowledge that the history of racism had caused black people to become distant from the most intimate dimensions of their lives? Why not rejoice in their diversity, and stop worrying about putting the best face on everything black people do?

"Enough with the nostalgia and celebration about how far the field has come," Bailey said in a phone interview weeks after the conference."There's a silence around issues of sexuality, and that silence is especially palpable at black-studies conferences."
Foto © k4as

According to Darieck Scott, a professor of African-American studies at the University of California at Berkeley, for many years scholars didn't want to deal with the questions that were being asked in the hallways at the black-studies conference, because they faced a double bind: "How do you talk about black sexuality when the very notion that there is such a thing—that black sexuality is distinct from human sexuality, period, or that it has some classifiable existence in the world that makes it different from the sexualities lived and practiced among other peoples and cultures in the world—is an expression of an essentially racist logic?"

[to be continued]