Posts tonen met het label bibliotheek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bibliotheek. Alle posts tonen

woensdag 26 februari 2014

St. Martin: 2014 Black History Month Exhibitions


This year's Black History Month salutes St. Maarten, as well, Caribbean, and African-American literature, history and culture. Right: Lasana M. Sekou. Picture taken at Philipsburg Jubilee Library

vrijdag 21 februari 2014

Biebbus weer op de weg

Oranjestad — De bus van de Nationale Bibliotheek ofwel de biebbus ‘Shon Shoco’,is sinds deze week weer actief op Aruba. Volgens planning doet de bus scholen aan en vandaag en morgen zijn dat Cacique Macuarima en Colegio Santa Famia (Kukwisa). De bus rijdt het schoolterrein op en onder begeleiding van buspersoneel en docenten kunnen scholieren boeken uitkiezen en lenen. Vaak wordt er ook nog een activiteit aangeboden voor leesgierige kinderen, zoals voorlezen of het vertellen van een verhaal. Het doel is om het voor leerlingen die niet gemakkelijk naar de bibliotheek kunnen komen, toch mogelijk te maken boeken te lenen. De bus heeft zowel verhaalboeken als studieboeken in haar assortiment. Kinderen van de eerste tot en met vierde klas mogen één boek per twee weken lenen, voor de vijfde- en zesdeklassers zijn er dat twee. Naast Shon Shoco is er nog een biebbus, ‘Compa Nanzi’, maar die is nog niet klaar voor gebruik. Wegens een technisch mankement staat deze tweede biebbus stil.

[uit Amigoe, 20 februari 2014]

vrijdag 14 februari 2014

Dankmeijer: bezeten van Joodse en Antilliaanse boeken

door Marius Bremmer
 
Ena Dankmeijer toont een deel van haar bibliotheek op Curaçao.
 Op de achtergrond een schilderij van haar voorvader Samuel
 Elias Levy Maduro. Foto © Marius Bremmer

De Antilliaans-Joodse Ena Dankmeijer-Levy Maduro (90) kreeg in 2010 in Amsterdam uit handen van koningin Beatrix de Zilveren Anjer uitgereikt. Dankmeijer bouwde op Curaçao uit eigen zak aan een unieke bibliotheek met judaïca.

Ena Dankmeijer woont even buiten Willemstad, in een moderne bungalow op het terrein van landhuis Rooi Catootje. „In de 18e eeuw woonden er meer dan 2000 Spaans-Portugese Joden op Curaçao; het was toen de grootste blanke bevolkingsgroep op het eiland. Ik ben in 1920 geboren op Scharloo, een chique wijk dicht bij het historische centrum van Willemstad, met overwegend Joodse bewoners. Ik was het enige kind van Salomon Abraham Levy Maduro en Rachel Louise Brandao. We waren praktiserend Joods.”

De oorlogszuchtige taal van Hitler drong ook door tot de Joden van Curaçao. „Ik meldde me aan het begin van de oorlog als vrijwilligster bij de Koninklijke Marine in Fort Amsterdam. Ik deed secretaressewerk en ik was codeerofficier. Als er alarm was, haastte ik mij vanaf Scharloo naar kantoor.”
Als eiland was Curaçao afhankelijk van de aanvoer per schip. De grote raffinaderij van Shell was van groot belang voor de geallieerden. Nadat de olie op Curaçao tot kerosine was geraffineerd, vertrokken tankers in konvooi naar Engeland om de Royal Air Force (RAF) van brandstof te voorzien. „De Tweede Wereldoorlog opende de tot dan toe zeer gesloten Joodse gemeenschap van Curaçao. Zo kreeg ik verkering met artilleriecommandant Emile Dankmeijer. Al ver voor de oorlog kwam hij op Curaçao, voor het eerst als adelborst op de Hr. Ms. Hertog Hendrik om assistentie te verlenen bij de geruchtmakende Urbina-affaire in 1929. Toen pleegden Venezolanen een overval op het Waterfort en ontvoerden gouverneur Fruytier naar Venezuela: de directe aanleiding voor de nu permanente aanwezigheid van de Koninklijke Marine op de Antillen.”

Dankmeijer kreeg de Zilveren Anjer, een onderscheiding van het Prins Bernhard Cultuurfonds, omdat ze tot op de dag van vandaag het bibliotheekwerk van haar vader voortzet. „Hij was al op de lagere school begonnen met het verzamelen van werkelijk alles wat op papier staat: Antilliana (boeken over de Antillen) en judaïca (boeken over de Sefardische Joden en de Joden van Curaçao), maar ook tijdschriften, krantenknipsels, menukaarten, programma’s van variétévoorstellingen, alle mogelijke uitnodigingen en ansichtkaarten. Na zijn overlijden heb ik samen met de directrice van de openbare bibliotheek besloten met het werk door te gaan, met landhuis Rooi Catootje als basis. Dat landhuis was ons tweede huis, we ontvluchtten er de hitte van de stad.”

Landhuis Rooi Catootje, het tweede huis van de familie Levy Maduro even buiten
 Willemstad op Curaçao, is nu een museum geworden. Foto © Marius Bremmer

Het jaar 2010 was een gedenkwaardig jaar voor Dankmeijer, niet alleen vanwege de onderscheiding. In april vierde ze haar 90e verjaardag met vele genodigden in de synagoge van Willemstad. Later die maand opende ze de nieuwbouw voor haar boekenverzameling. Als telg uit een vermogend geslacht van scheepsagenten en bankiers financierde ze dit miljoenenproject geheel uit eigen middelen. „We barstten met alleen al vele duizenden boeken uit onze voegen in het oude landhuis. In de nieuwbouw is alles klimatologisch geregeld.”

De boeken zijn verhuisd naar het Ena Dankmeijer-Maduro Paviljon, landhuis Rooi Catootje is een museum geworden met antiek koloniaal meubilair en met vele herinneringen aan haar ouders en aan haar overleden echtgenoot. Dankmeijer –sinds 1990 weduwe– loopt trots rond: „Vanmorgen nog kwamen er oude bekenden van de marine. Dan geef ik zelf even een rondleiding.”


[naar RD.nl, 23-07-2010]

Collectie Antilliana


Collectie over de voormalige Nederlandse Antillen
Bovenkant formulier
Onderkant formulier
Bovenkant formulier
Onderkant formulier
In de Centrale Bibliotheek, op de derde verdieping, vindt u de ‘Collectie Antilliana’. Een bijzondere, unieke, verzameling materialen over de voormalige Nederlandse Antillen en over Antillianen en Arubanen in Nederland. De collectie bestaat uit meer dan 4000 items. Van boeken, tijdschriften, cd's en videobanden tot microfiches en documentatie. Sommige materialen zijn in het Nederlands, andere in Papiamentu of Engels.

In bruikleen
De Centrale Bibliotheek heeft deze verzameling in bruikleen gekregen van de Staat der Nederlanden. Basis voor de collectie vormen de materialen uit de voormalige bibliotheek van de Stichting Culturele Samenwerking Antillen (Sticusa). Het oudste bezit stamt al uit 1880. De bibliotheek beheert de collectie en vult die aan.

Altijd beschikbaar
De materialen uit de collectie zijn niet te leen. Daardoor slaat u uw handen nooit op een lege plek! U kunt altijd de boeken, cd’s en andere materialen in de bibliotheek bekijken en beluisteren. Van een aantal boeken en van de cd’s heeft de bibliotheek extra exemplaren in de collectie opgenomen. Die zijn wel te leen.

Catalogus
De bibliotheek heeft een catalogus uitgegeven waar alle materialen uit de collectie instaan. Deze catalogus is voor € 11,35  te koop bij de informatiebalie op de derde verdieping van de Centrale Bibliotheek.

woensdag 5 februari 2014

Beach Library

Beach library in Albena: now bookworms can have holidays too


As I write this I am lying on the beach, skin still damp after a nice swim in the Black Sea. It's summer time, let's face it. Next month, in August, probably half of Bulgaria's population will be going on holidays.

But enough about my hard life now. What I wanted to share is that I have discovered a beach library - a real library with real books located in the open, right behind sunbeds and beach umbrellas in Bulgaria's white-sanded Albena resort, some 30 kilometres away from the 'summer capital' of Varna.

View from the resort side. The sea is just behind the books.

If we believe the enthusiastic promotional materials, Albena's beach library is first one of such kind in the whole EU.
 
The setup is simple: one long, curvy shelf, stocked from both sides with books and magazines in several European languages, including English, German, Bulgarian, Romanian, French, Spanish, and Russian. There is also a small section called 'other languages' so if you happen to be a speaker of a less represented language you may still be able to find something to dig into.



I have seen plenty of recent fiction to choose from, as well as random books about health, travel and money; gardening, birdwatching and sex; arts albums, self-help guides, and digital photography manuals. There are stories for children as well as encyclopedic-looking volumes of classic French literature.  

The collection is always changing. You can borrow all books for free (only the name of your hotel is asked for reference) - and even keep them if you don't manage to finish them before your holiday ends. In return, readers are offered to donate their own unneeded books to the library.    
 
...admission only in bikini...
Both the library's stand itself and most of its resources still looked fresh at the time of my visit; the baseball-caps-and-shorts-wearing librarians happy and sporty. It is the library's first season of life, and, I believe, it has good hopes for the future. The sharing and reusing ideas are always welcome; and I have witnessed some interested readers. 



The Albena beach library is open between 8.30 AM - 5 PM every day. Unlike to most of other libraries you may go to this one dressed only in a bikini.

[from sofiacitylibraryevs.blogspot.com]

zaterdag 4 januari 2014

Slavernij verbeeld

Rug van de 1e druk van Wolbers,
 Geschiedenis van Suriname, 1861.
Foto: Buku Bibliotheca Surinamica
door Hilde Neus

De afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam heeft dit jaar een speciale tentoonstelling gehouden met boeken over de slavernij. Gastconservatoren waren Kenneth Boumann en Carl Haarnack, allebei van Surinaamse origine en verwoede verzamelaars van antiquarische werken over Suriname. Naast werken uit de collectie van de Universiteit van Amsterdam zelf, hebben zij ook boeken en andere zaken tijdelijk beschikbaar gesteld. Deze zijn afgebeeld in een publicatie van De boekenwereld, die voor ongeveer de helft is gevuld met informatie over historische Surinaamse (en andere) werken, gerelateerd aan de slavernij.

Als afsluiting van de tentoonstelling werd op 22 september 2013 een zondagmiddagsalon gehouden onder leiding van Michiel van Kempen, die een discussie over de rol van Afrika binnen de slavernij leidde tussen Leo Balai (Het slavenschip Leusden..., 2011), Marcel van Engelen (Het kasteel Elmina..., 2013) en Alberta Opoku, journaliste met Afrikaanse roots. Ik was in Nederland en bij de discussie aanwezig, samen met vele andere Surinamers. De conservator van de universiteit van Amsterdam was enthousiast, omdat Surinamers niet het doorsneepubliek van de Bijzondere Collecties uitmaken, en hij beloofde meer exposities voor deze doelgroep.

Een deel van de afbeeldingen, uitgekozen door Jörgen Raymann en zijn dochter Melody, is tot mooie banners gemaakt en in de bibliotheek van AdeKUS getoond rondom 1 juli. Van elke banner was er ook een exemplaar met Engelse vertaling. De volgorde van de tentoonstelling was nogal willekeurig; er waren geen bronnen of jaartallen bij vermeld. Omdat ook een verhaal als rode draad ontbrak, gaf de collectie een nogal gechargeerde indruk. Deze expositie van banners is momenteel te bezichtigen in Fort Nieuw-Amsterdam.

Bladerend door deze uitgave realiseer ik me weer wat voor een prachtige collectie we hier bezitten in de bibliotheek van de Stichting Surinaams Museum. Veel van de werken die geëxposeerd werden in Amsterdam zouden we hier ook aan het publiek kunnen tonen. En dan het echte boek, niet slechts een afbeelding op een banner.

Diverse auteurs: Slavernij verbeeld. In: De Boekenwereld, jrg. 29, nr. 4. Amsterdam: Vantilt & Bijzondere collecties van de UvA, juli 2013.

vrijdag 20 december 2013

Adek-Universiteit profiteert van bezuiniging Tropenmuseum

Paramaribo - De Anton de Kom universiteit van Suriname profiteert ook van de reorganisatie van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) in Amsterdam. De Adek ontvangt een deel van de bibliotheekcollectie van het KIT. Dit meldt Adek in een persbericht. Vanwege overheidsbezuinigingen doet de KIT noodgedwongen afstand van zijn bibliotheek.

Het gaat om een collectie van 250 dubbele exemplaren op het gebied van Suriname die dateren voor het jaar 1950 en een ander deel na 1950. De verzameling zal niet in bruikleen overgaan, maar komt in eigendom van de bibliotheek van de universiteit. "Zodat deze behouden blijft voor onderzoek en onderwijs", aldus het persbericht. Het is de bedoeling dat de collectie wordt opgenomen in de catalogus van de bibliotheek.

Verder zal de bibliotheek ervoor zorgen dat de dubbele exemplaren van de boeken verder gedistribueerd worden naar andere bibliotheken. Het onderwijsinstituut beschouwt de deelcollectie als een "enorme aanwinst" voor de bibliotheek. "Hierdoor is een deel van het Surinaams erfgoed terug in eigen boezem en kan bewaard blijven voor komende generaties."

De reorganisatie van de KIT is nodig, omdat de Nederlandse regering geen subsidie meer geeft. Het KIT houdt alleen mogelijk rendabele onderdelen van de organisatie overeind, en daar valt de in 230 jaar opgebouwde bibliotheek niet onder.

[uit de Ware Tijd, 19/12/2013]


zondag 15 december 2013

Boekenweek Bibliotheek Curaçao

Antilliaanse kinderboeken

door Marja Berk 

“Geachte lezer, Vandaag kwamen mevrouw Danise en de heer Germain naar onze school en zij gaven een zeer aangename en educatieve voorstelling. Wij ontvingen tevens een geschenkje van mevrouw Danise. Wij willen u dan ook hartelijk danken voor het uitkiezen van onze school voor uw presentatie. Met vriendelijke groet.” Het is slechts één bedankbriefje uit een reeks die de Openbare Bibliotheek Curaçao ontving, want voor het eerst in lange tijd vond de Boekenweek plaats op Curaçao.

Nitza Jacobus

Het evenement duurde van 18 tot 23 november en droeg de naam ‘Siman di Ban Lesa’. Het is niet het enige initiatief dat Gerda Willems, directeur van de Openbare Bibliotheek Curaçao, in het leven riep. De Bibliotheek moet vernieuwend zijn vind zij en lezen moest veel meer onder de aandacht worden gebracht. Met dit in het achterhoofd werd ook het Leescafé in het leven geroepen, gesitueerd in de hal van de Bibliotheek. In het café staan moderne tafels met barkrukken en een standaard met een keur aan tijdschriften. Aan de bar kunnen heerlijke pastechi’s en meer lekkers worden besteld. Frisdrank, koffie, thee; het ontbreekt er aan niets.

“Maar we hebben boven ook een computerlokaal, open voor het publiek”, zegt Willems. “Het is toegankelijk voor organisaties, groepen en zeer geschikt als leslokaal.” Ook de door haar geïnstalleerde leeshoekjes worden druk bezocht door zowel ouderen als de jeugd. Willems vindt het zeer belangrijk dat er meer gelezen wordt, maar niet om het lezen zelf. “Lezen en zeker begrijpend lezen, bevordert de algemene ontwikkeling, laat je met beide benen in de maatschappij staan.” Twee jaar geleden initieerde zij voor het eerst een Kinderboekendag.
“Dat was succesvol en hoopgevend dus besloten we vorig jaar er een hele week van te maken. Maar omdat lezen essentieel voor iedereen is vonden we het belangrijk dat ook volwassenen geïnteresseerd raakten. Opa’s en oma’s, ouders, ze lezen allemaal, zij worden er tijdens de Boekenweek ook bij betrokken.”
Nitzah Jacobus, coördinatrice bij de Bibliotheek, knikt instemmend. Het thema van de Boekenweek was Spel en Sport en vele lagere scholen werden door teams bezocht. Auteurs, gekoppeld aan sporters, gaven er in teamverband gezamenlijk lezingen. “Je moet het wat luchtig houden en er geen zware kost van maken. Daarom hebben we ook sporters uitgenodigd”, vertelt Jacobus. “Met die combi, auteurs en sporters, zijn we dus naar de scholen toegegaan. Maar er waren ook vertellers bij en voor de speciale scholen kregen we een tekenaar zo enthousiast om mee te gaan.”



Laura Quast en Roland Colastica, het zijn maar twee namen in een reeks van deelnemers die hun medewerking verleenden. Welgeteld achttien auteurs en zestien sporters waren bij het project betrokken en allen deden dat met veel enthousiasme. Jacobus vervolgt: “Eigenlijk hadden we dus teams van drie mensen. Een auteur, een sporter en een begeleider van de Bibliotheek óf iemand van de Lions Club, die dit project mede heeft gesponsord.” Maar dat is niet helemaal de juiste term. “Nee”, verduidelijkt Willems, “eigenlijk is het een gezamenlijk project van de Bibliotheek en de Lions Club en zij hebben voor een geweldige ondersteuning gezorgd.” De teams van auteurs en sporters bezochten de scholen en zij kregen een kader mee. Het lag in de bedoeling dat zij samen met de kinderen een artikel of een blog maakten. Jacobus: “In ieder geval iets dat terug te vinden is in een krant met interviews en foto’s. Daar staat een tijdslimiet voor en de stukjes komen ook bij ons terecht. De auteurs beoordelen de inzendingen en kiezen de leukste stukjes uit, daar wordt dan een krant van gemaakt. Op enig moment moet je het stimuleren van lezen op een creatieve manier tastbaar maken. Als je de kinderen zelf iets laat ontwikkelen dat ook weer door anderen wordt gelezen bevorder je een wisselwerking tussen die creaties.”

Gerda Willems

Willems vult dit aan met de opmerking dat kinderen zich bewust moeten worden van het feit dat zij zelf in staat zijn om te creëren. Welke rol speelden de sporters dan? Jacobus lacht. “Ik begrijp dat je die link in eerste instantie niet helemaal ziet, maar de auteurs namen tijdens het bezoek het voortouw en betrokken de sporters bij het geheel. De auteur zorgde voor de interactie en liet daarbij de sporter zijn ervaringen vertellen.” Niet alleen werden scholen bezocht, bepaalde scholen kwamen ook zelf naar de Bibliotheek toe. Voordat we toekomen aan de resultaten die de Boekenweek heeft opgeleverd, wordt de vraag gesteld of Willems niet bang is dat de Bibliotheek in dit digitale tijdperk zijn langste tijd heeft gehad. “Daar zijn we niet mee bezig”, is het antwoord. “Het gaat om waar we voor staan, daar moeten we steeds een bestaansreden in vinden. Of dat nu digitaal is of niet, wij willen gewoon het lezen in zijn algemeenheid stimuleren en een bijdrage leveren aan de maatschappij. De Bibliotheek behoudt haar bestaansreden altijd voor zover de noodzaak blijft aan stimulering en ontwikkeling van de mens en in dit geval ook van ons land. De Bibliotheek moet het lezen en ontwikkeling bevorderen, los van de vorm waarin het gepresenteerd wordt en juist aan de bestaande behoeftes en noodzaak van zijn tijd voldoet.” Duidelijk.

Het ligt overigens in de bedoeling de volgende keer ook de middelbare scholen bij de Boekenweek te betrekken. Niet alleen het project met de auteurs en sporters was belangrijk, de Boekenweek voorzag ook in lezingen en een speurtocht die in een getransformeerdeBibliotheek zelf werd gehouden. “Jammer dat de opkomst daarvoor slecht was, maar misschien heeft dat te maken met het feit dat die speurtocht niet in het weekend werd gehouden. Het was een hele spannende verrassingsspeurtocht, die uiteraard alles met tekst te maken had. Er was ook een tijdslimiet aan verbonden en elke tien minuten ging er een bel, erg leuk!”
De reacties op de Boekenweek waren zeer positief. “Je merkte aan docenten en leerlingen dat ze het op prijs stelden, waaruit toch ook weer de noodzaak van aandacht voor lezen blijkt”, aldus Willems. Zij kwam tot de conclusie dat deze aandacht niet eens per jaar zou moeten plaatsvinden, maar het thema als een rode draad door het gehele jaar zou moeten lopen.

“Het zou zo moeten zijn dat de overheid meer aandacht voor literatuur stimuleert. Het gaat natuurlijk niet alleen om het technisch lezen, ontwikkeling heeft ook te maken met een juiste opname van een creatieve verhaallijn. Ondanks mijn enthousiasme over deze Boekenweek zag ik ook wat we al die tijd hadden gemist. Maar ik wil niet achterom maar vooruit kijken. We gaan deze week ook terdege evalueren. Niet alleen intern, maar ook met de auteurs. Ik ben ervan overtuigd dat er vele verbeterpunten naar voren zullen komen, zeker ook vanuit de auteurs, maar het begin is er. Op die manier komen woorden en daden bij elkaar en kunnen we in 2014 deze verbeterpunten integreren. Het is hoopvol om te zien dat alle doelgroepen in deze week vertegenwoordigd waren. Er kwam bijvoorbeeld een oude mevrouw heel langzaam de Bibliotheek ingelopen, op weg naar de groep voor 60+. Maar ze was er wél bij! Vergeet niet dat ook de zestigplussers onderdeel uitmaken van onze maatschappij. En het leuke was dat hele gezinnen naar de Bibliotheek kwamen. Papa of mama met een kind of gezellig met z’n allen. Dat was een erg leuke ervaring.” Maar Gerda Willems is ervan overtuigd dat ze er nog lang niet is. “Er valt nog veel te leren en te ondernemen. We moeten ook meer talen in de Bibliotheek opnemen. Meer Spaanstalig bijvoorbeeld, want daar is vraag naar. We leven hier in een multiculturele samenleving en daar moeten we meer op inspelen. Bovendien wil ik meer de achtergrond belichten en niet alleen mijn pijlen richten op het lezen zelf, maar vooral waaróm het zo belangrijk is om te lezen.”

Willems betreurt ook de oppervlakkigheid van social media. “Je ziet vaak dat een uitspraak van iemand volkomen verkeerd wordt geïnterpreteerd. Er wordt te snel en te plat gereageerd zonder dat mensen zich realiseren wat ze daarmee bewerkstelligen. We zitten vol vooroordelen en alles wordt razendsnel in een hokje geplaatst. Niemand heeft nog de rust om eens te kijken wat die persoon nou precies bedoelde, of wat daar de achtergrond van is.”


De lezingen die in de Bibliotheek werden gehouden werden minder goed bezocht dan Willems had gehoopt. “Daar leer je wel van. Wellicht lag het aan het feit dat de lezingen in het begin van de week plaatsvonden, aan het eind van de week loopt dat verrassend genoeg beter. We hebben er ook fouten in gemaakt. Achteraf kwamen we tot de conclusie dat we meer informatie over de lezingen in de promotie ervan hadden moeten verwerken. Dus dat moet volgende keer beter. Maar het lijkt ook wel of we hier op het eiland geen geduld en rust meer hebben om naar iemand te luisteren. Als ik in het buitenland een lezing bezoek zie ik iedereen uren aandachtig opletten. Hier gaat het er een stuk oppervlakkiger aan toe en dat vind ik jammer.”
Maar ondanks dat kan Willems concluderen dat de eerste Boekenweek in lange tijd, een succes was. “Het was ook zeer bevredigend te zien hoe de auteurs bij de afsluiting van het evenement reageerden, ze waren laaiend enthousiast. Dus je begrijpt dat ik dit concept graag wil continueren, waarbij ik één uitzondering wil maken. Volgende keer wil ik graag één buitenlandse auteur betrekken bij het geheel. Niet eens zo zeer voor het publiek alswel voor de auteurs zelf. Een ‘vreemde eend in de bijt’, laat ik het zo maar even noemen, kan de horizon van onze auteurs verbreden. Iemand van buitenaf heeft andere inzichten en ideeën. Interactie is alleen maar goed.” Gerda Willems en Nitzah Jacobus kijken met plezier terug op deze Boekenweek. Ze waren niet de enigen gezien de cadeautjes, certificaten en zelfs hele shows die auteurs en sporters van de scholen kregen...

[uit Amigoe, 7 december 2013]
Foto's 2, 3 en 4: Ken Wong


zondag 24 november 2013

Lezen is een reis langs het onbekende


Kunsthistoricus Adi Martis

door Quito Nicolaas

Dr. Adi Martis (San Nicolas, Aruba, 1944) vertrok op vijftienjarige leeftijd naar Nederland, studeerde  aan de Kweekschool in Zeist. Na drie jaar in het onderwijs op Aruba werkzaam te zijn geweest, keerde hij in 1972 terug naar Nederland, studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht en promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam in 1990 op het proefschrift Voor de Kunst en voor de Nijverheid. Het ontstaan van het kunstnijverheidsonderwijs in Nederland.  Martis was eind 2001 curator van o.a. de expositie ARTE "Di nos e ta" in TENT. Centrum Beeldende Kunst in Rotterdam. Hij publiceerde onder meer over het kunstonderwijs, het postmodernisme, primitivisme, fotografie en het Caribisch gebied en heeft tal van publicaties op zijn naam staan, waaronder Die Verantwortung der Bilder (1987). Vandaag een nadere kennismaking met de boeken die hij leest.

Hoeveel boeken telt uw collectie?
Lastige vraag! Sinds een jaar of twee ben ik mijn bibliotheek aan het uitdunnen. Op dit moment heb ik in Nederland iets meer dan 5000 boeken en ongeveer 200 op Aruba, schat ik.


In hoeveel tijd is deze verzameling opgebouwd?
Mijn collectie boeken is in ruim 50 jaar tot stand gekomen. In de loop der jaren is de samenstelling regelmatig gewijzigd. Maar de hoofdcategorieën zijn ongeveer dezelfde gebleven met uitzondering van een onderdeel. Toen ik  20 jaar geleden een belangrijk deel van mijn verzameling Nederlandse literatuur kwijtraakte, heb ik dat niet meer aangevuld. De laatste tien jaar zijn de deelcollecties antilliana, arubiana en caribiana met gerichte antiquarische aankopen sterk uitgebreid.


Wat is uw favoriete boek?
Ik heb geen absolute voorkeur. Sinds 1988 behoort De morgen loeit weer aan van Tip Marugg tot een van mijn favorieten: een juweeltje in de Nederlandstalige literatuur. Van zijn Weekendpelgimage bezit ik een tweede druk uit 1966 die ik vaak herlezen heb. Ik ben ook een liefhebber van Joseph Sickman Corsen. Zijn ‘Atardi’ is heerlijk om bij weg te zwijmelen, maar blijft een prachtig gedicht. De Arubaan Martein Lopap, die in zijn korte verhaal ‘Palabra kla’ figureert, beschouw ik als een postmodernist-avant-la-lettre. Traversée de la Mangrove (Tocht door de Mangrove) van Maryse Condé behoort ook al ruim twintig jaar tot mijn favorieten.

Adi Martis aan het werk
Welke zijn de overwegingen die u neemt bij het kopen van een boek?
Ik verzamel boeken niet als objecten. De avond dat het mij lukte om een kopie van Girolamo Benzoni’s Historia del Nouvo Mundo uit 1565 als PDF-bestand te downloaden, voelde ik mij gelukkiger dan op de dag waarop ik een paar honderd euro moest overmaken voor A.J.C. Krafft, Historie en oude families van de Nederlandse Antillen, dat al jaren op mijn verlanglijst stond. Meestal bestel ik boeken om mijn bibliotheek aan te vullen. Zo bezit ik inmiddels – op de eerste na – alle catalogi van de Biënnales van Havana en zoek ik al jaren naar Millefiori di Aruba van pater R.H. Nooyen, van wie ik verder bijna alle publicaties bezit.

Welke indeling hanteert u om uw boeken te categoriseren?
Ik heb een paar hoofdcategorieën: architectuur, beeldende kunst, design/kunstnijverheid, fotografie, geschiedenis, historiografie, ICT, kookboeken, kunstonderwijs, kunsttheorie, literatuur, nieuwe media, et cetera. Maar ik ben verre van consequent. Mijn collecties antilliana, arubiana en caribiana staan apart. En daarbinnen bestaan diverse ‘bulten’, bijvoorbeeld: bronnen, judaica, papiamento, slavernij, transcripties en andere subcategorieën.


Zijn er ook andere plekken in huis, waar boeken worden verzameld?
In Nederland leef ik tussen de boeken. Bijna alle muren van mijn appartement zijn opgevuld met boeken. Alleen in mijn slaapkamer heb ik aan mijn rechterhand een kale muur  en links van mijn bed staat een klerenkast. Op bed ligt meestal een paar boeken en naast mijn bed op de grond liggen verschillende stapels.

Leest u naast fictie ook non-fictie of andersom? Geef enkele voorbeelden van boektitels.

Ik lees meestal non-fictie. De laatste jaren betreft het steeds meer literatuur over de Cariben. Dat kan variëren van geschiedenis van de oorspronkelijke bevolking tot die van de flora en fauna. Mooie voorbeelden van de eerste zijn publicaties van Esteban Mira Caballos, bijvoorbeeld El Indio Antillano: repartimiento, encomienda y esclavitud (1492-1542), Sevilla 1997. Genoten heb ik van Judith A. Carney, Richard Nicolas Rosomoff, In the shadow of slavery: Africa’s botanical legacy in the Atlantic world, Berkeley / Los Angeles 2009.
 
Antilliaanse auteurs

Leest u meestal  op een bepaald tijdstip, waar en welke genre leest u dan ?

Lezen doe ik zo’n zes à acht uur per dag, vaak in bed en meestal non-fictie: kunsthistorische literatuur of boeken over de geschiedenis van Aruba en de Cariben. Als ik aan fictie begin, dan ben ik geneigd achter elkaar meerdere boeken van een auteur te lezen. Zo was het lezen van Tikkop aanleiding om een vijftal boeken van Adriaan van Dis te (her)lezen. De wandelaar blijf ik een van zijn mooiste boeken vinden. De thematische ordening gaf zijn essays in Leeftocht nieuwe dimensies.



 Leest u door de week andere boeken dan in het weekend?
Ik lees van alles door elkaar: ik lees mijn vermoeidheid weg. Als ik het ene boek zat ben, dan kan ik met frisse moed aan een ander genre beginnen.
Ik ben het koken een beetje zat en eet veel buitenhuis. Ik neem dan altijd een boek mee van een van de stapels ‘Nog te lezen’.

Zijn er bepaalde tijdschriften die tot de door u gelezen lectuur behoren?
Ik heb een jaar of vijf geleden al mijn abonnementen opgezegd, uitgezonderd de VPRO-gids. Overigens gooi ik die ongeopend weg. Want als ik TV kijk, dan is het meestal op mijn Macbook via Uitzending Gemist of www.wwitv.com. En als ik niet kan slapen en niet wil lezen, dan luister ik in bed naar Radio 1. ’s Nachts zijn er mooie herhalingen en kun je de meest maffe mensen aanhoren in Nederlandse varianten van ‘Pueblo na Palabra’.


Welk boek zou u voor een tweede keer willen lezen?
Ik bezit veel bundels van Pierre Lauffer. Begin dit jaar heb ik bij Mensings op Curaçao de biografie van Bernadette Heiligers gekocht. Sindsdien voel ik een aandrang om zijn bundels te herlezen. Ik heb Lauffer altijd bewonderd; om zijn beheersing van het Papiamento, om zijn ritme en zijn beeldend taalgebruik. Ik denk dat hij overeind zal blijven, al ben ik het laatste decennium een beetje allergisch geworden voor folklore; de ziekte die onze cultuur bedreigt.

Welk boek beschouwt u als een miskoop en waarom?
Op een van mijn stapels ‘Nog te lezen’ liggen al jaren twee boeken: Dimitri Verhulst, Godverdomsedagen op een godverdomse bol, Amsterdam /Antwerpen 2008 en Frank Martinus Arion, De Deserteurs, Amsterdam 2006; met boekleggers op respectievelijk pagina 27 en 37.
Van Verhulst heb ik verder niets gelezen en dat zal ik waarschijnlijk niet meer doen. De eerste druk van Frank Martinus Arion, Dubbelspel, Amsterdam 1973 heeft een ereplaats in mijn bibliotheek in Utrecht. Zijn dissertatieThe Kiss of a Slave. Papiamentu's West-African Connections, Amsterdam 1996 siert mijn nog bijna lege boekenrek in San Nicolas.

Wie is uw favoriete schrijver?
De Arubaan Martein Lopap, verder Joseph Sickman Corsen, Tip Marugg en Maryse Condé.


Wat is zo bijzonder aan de Caribische literatuur?
Ni Européens, ni Africains, ni Asiatiques, nous nous proclamons Créoles. Cela sera pour nous une attitude intérieure, mieux: une vigilance, ou mieux encore, une sorte d’enveloppe mentale au mitan de laquelle se bâtira notre monde en pleine conscience du monde, Jean Bernabé, Patrick Chamoiseau, Raphaël Confiant, Élogue de la Créolité, Parijs 1989.



De Cariben worden van oudsher gekenmerkt door migratiestromen: het continentale en interinsulaire verkeer in de prekoloniale tijd; de komst van veroveraars, kapers, piraten, kolonisten en passanten uit Europa; de gedwongen immigratie uit Afrika; de stroom van arbeidsmigranten uit onder andere Azië; de emigratie naar Europa, de VS en Canada en de remigratie naar het (ei)land van herkomst. Identiteits- en ‘roots’-vragen zijn daarom belangrijke thematische constanten in de literatuur en door de oude orale traditie zijn Caribische auteurs boeiende vertellers.


Hoe kijkt u naar de wereld der wetenschap?
Op mijn leeftijd ga je steeds meer terugkijken. De wetenschappelijke en literaire wereld (de laatste samen met de beeldende kunst) vertegenwoordigen twee kanten van mijn persoonlijkheid. Als wetenschapper ben ik soms, ver van mijn ‘roots’ maar met veel voldoening, bezig geweest met vrij theoretische zaken. In moeilijke tijden kon ik mij laven aan de Caribische literatuur en beeldende kunst.
Christopher Cozier, een kunstenaar uit Trinidad die ik sinds 1993 persoonlijk ken en ook als theoreticus erg waardeer, is 11 december a.s. een van de laureaten van het Prins Claus Fonds. Met  de ‘Castaway’– op zijn gelijknamige, schitterend blad uit de Tropical Night Series (2006-heden) – hoop ik terug te vliegen naar de Cariben om op mijn oude dag onder mijn mangobomen te werken aan een geschiedenis van mijn eiland.

vrijdag 25 oktober 2013

Deel bibliotheek Tropeninstituut blijft behouden

De leeszaal van het KIT

De bibliotheekcollectie van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) in Amsterdam zal gedeeltelijk behouden blijven. De Universiteit Leiden zal een deel van de titels onder de vleugels nemen. Een ander deel van de collectie gaat naar Urk en het Vredespaleis in Den Haag. Dat meldde minister Jet Bussemaker (Cultuur) donderdag in antwoord op Kamervragen. Het deel van de boeken dat naar Leiden gaat, is volgens haar van bijzondere cultuurhistorische waarde. Volgens de minister heeft ze een publieke zorgplicht voor dit deel van de collectie en handelt ze daar ook naar.
Het KIT heeft daarnaast geregeld dat het medische deel van de collectie naar het Kennis- en Documentatiecentrum voor Medische Geschiedenis in Urk gaat. Nog eens 4000 boeken over vrede en veiligheid gaan naar het Vredespaleis.



Zorgvuldig afbouwen
Bibliothecaris Hans van Hartevelt van het KIT liet desgevraagd weten dat hij blij is met de oplossing voor een deel van de collectie. Maar tegelijkertijd zijn er nog wel 700.000 titels die de prullenbak in moeten aan het eind van deze maand. ''We kunnen daar wel een oplossing voor zoeken, maar daar hebben we meer tijd voor nodig." Van Hartevelt vindt dat Bussemaker het advies van een onderzoekscommissie slechts gedeeltelijk opvolgt door enkel het koloniaal erfgoed te beschermen. ''De commissie zegt ook dat de collectie zorgvuldig afgebouwd moet worden en daarvan is nu geen sprake." Hij vreest dat de collectie 'zomaar' wordt weggegooid, terwijl er unieke stukken tussen zitten. Van Hartevelt pleit ervoor de collectie tijdelijk op te slaan en in kaart brengen waar delen van de collectie bij andere partijen ondergebracht kunnen worden.

De bibliotheek van het instituut, met ruim 1 miljoen titels, moet voor 1 januari 2014 sluiten. Dat komt doordat de structurele overheidssubsidie wordt stopgezet.


[ANP]

maandag 7 oktober 2013

Collectie Luis Daal

Rosemarie Daal-Blesh (paars-rdoe jurk) en Ena Dankmeijer-Maduro (met boek in de hand).

Het litteraire werk, audio- en videoproducties waar hij aan meewerkte, ongepubliceerde manuscripten en publicaties in tijdschriften van de Curaçaose schrijver en dichter Luis H. Daal [1919-1997] zijn afgelopen zaterdag overgedragen aan Biblioteka Mongui Maduro. Rosemarie Daal-Blesh was speciaal voor de overdracht uit Nederland overgekomen.

[Ontleend aan Antilliaans Dagblad, 7 oktober 2013]

dinsdag 24 september 2013

Slavernij in Afrika: overwinnaars en slachtoffers

Zondag 22 september werd de grote tentoonstelling Slavernij verbeeld in de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam afgesloten met een debat over wat er voorafging aan de Middle Passage, de overtocht van Afrikaanse mensen naar de Nieuwe Wereld: de slavernij in het continent Afrika. Hoe schrijven we die geschiedenis en welke rol speelt daar de orale geschiedschrijving in? Hoe kwamen de slavenhandelaren aan hun slaven? Hoe lang bestond er al Afrikaanse slavernij? Zijn de Afrikaanse volkeren mede schuldig aan de slavernij, of moeten we dit zien als een historisch gegeven: de Ashanti voerden oorlog en de overwonnenen werden tot slaaf gemaakt?

Marcel van Engelen, auteur van Het kasteel van Elmina, de Ghanees-Nederlandse journaliste Alberta Opoku, en historicus Leo Balai, auteur van Het slavenschip Leusden; moord aan de monding van de Marowijnerivier, debatteerden onder leiding van Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren.

Natuurlijk waren er uiteenlopende meningen, al dan niet vanuit het standpunt van de roots-zoekers/ de nakomelingen van de slachtoffers van die tijd, of vanuit een meer neutraal geschiedenis-beschrijvend standpunt, of zelfs vanuit de "overwinnaars" van toen. Emoties spelen in zo'n debat altijd een rol. Maar gedachte-uitwisselingen als deze kunnen er niet genoeg zijn.

Een foto-impressie door Bert Reinders.


Het panel, v.l.n.r. Marcel van Engelen, Alberta Opoku, Leo Balai en discussieleider Michiel van Kempen

Garrelt Verhoeven, hoofdconservator Bijzondere Collecties

De zaal was amper groot genoeg voor de grote belangstelling

Marcel van Engelen

Alberta Opoku

Een interventie van "Mister Anansi"

Edmund Neus aan het woord

Carl Haarnack werd bedankt als mede-organisator en rondleider van de tentoonstelling

Saté-time!


Napraten met Henk Dijs en Frank Consen
Leo Balai vertelt over het slavenschip Leusden

Jong en nog jonger woonden de middag bij
Een afsluiting waar de innerlijke mens zich goed bij voelde


woensdag 21 augustus 2013

Bibliotheek Nieuw-Amsterdam op instorten

door Seshma Bissesar

Paramaribo - De enige bibliotheek van Nieuw-Amsterdam in Commewijne verkeert in een heel slechte staat en staat op instorten. Zo meldt de jeugdparlementariër Radjiv Ramsahai in een gesprek. Hij heeft aan de minister van Regionale Ontwikkeling Stanley Betterson in een brief gevraagd toestemming te verlenen om de bibliotheek te renoveren of een nieuwe te bouwen.



“Het bibliotheekgebouw van Commewijne verkeert in een zeer bouwvallige staat, waardoor er geen gebruik van gemaakt kan worden. Het personeel van de bibliotheek is momenteel ondergebracht in een kantoor ruimte van ± 4 x 4m.

Hierdoor is ook het aantal inschrijvingen per jaar afgenomen, omdat de kantoorruimte waar de bibliotheek in is ondergebracht niet jeugdvriendelijk is. Nu moeten de jongeren van Commewijne noodgedwongen bibliotheken in Paramaribo bezoeken”, aldus Ramsahai in zijn brief.

Hij zegt dat hij samen met het personeel van de bibliotheek inmiddels aan de districtscommissaris Ingrid Karta-Bink toestemming heeft gevraagd voor de renovatie van het gebouw. Dit zou in samenwerking met het Cultureel Centrum Suriname (CCS) in Paramaribo geschieden.

‘’Echter hebben we geen toestemming gekregen om het gebouw te renoveren. Ons werd door de dc meegedeeld dat wij moeten uitkijken naar een vrij stuk grond waar er een nieuw gebouw kan komen, omdat de locatie waarop het huidige gebouw zich bevindt niet geschikt is en bestemd is voor andere doeleinden”, aldus Ramsahai die samen met het personeel van CCS Commewijne de mening is toegedaan dat de oude locatie het meest geschikt is, omdat het een vrij rustige buurt is.


...te weinig parkeerplaatsen...

Bovendien bestaat er genoeg parkeergelegenheid in de buurt, waardoor het verkeer niet belemmerd wordt. Hij hoopt dat de minister ingaat op zijn verzoek, zodat hij op zoek kan gaan naar de financiële middelen. Karta-Bink zegt in een reactie dat ze geen bibliotheek wilt opzetten op de locatie waar de oude vervallen bibliotheek nu is, omdat er geen busroute is op deze locatie.

‘’Bovendien is uit evaluatie gebleken dat minder dan 20 mensen per week de bib bezochten. Ook hebben de meeste scholen een eigen mediatheek’’, aldus de dc. Ze zegt dat de oude bibliotheek ook niet de boeken in voorraad heeft, die het meest wordt gelezen. De gemeenschap van Commewijne moet voor deze boeken naar het CCS.

De dc zegt verder dat anderhalf jaar geleden de mobiele bibliotheek is geïntroduceerd, waarbij de bib-bus de scholen en strategische plaatsen aandoet om toch kinderen en volwassenen in de gelegenheid te stellen boeken te lenen. “De juiste locatie voor de bib is het Militair project en Richelieu, waar ik er zeker van ben dat de bib bezoekers zal krijgen’’, aldus de dc.

Ze zegt dat met behulp van particulier initiatief er aan gewerkt wordt om op deze locatie een bib te bouwen. De concentratie van mensen in deze twee gebieden is het grootst, meent Karta-Bink.

[van Dagblad Suriname, 23 juni 2013]


maandag 5 augustus 2013

Bibliotheken bedreigd

Bibliotheken lenen boeken uit aan lezers, organiseren ontmoetingen tussen schrijver en publiek en werken in het algemeen aan leesbevordering. Kortom: bibliotheken zijn belangrijk voor schrijvers, en lezers.
 
Biblioheek Galibi
De bezuinigingen, in gang gezet door het vorige kabinet, maakt het werk van bibliotheken moeilijker. Vestigingen sluiten omdat gemeenten andere keuzes maken, deskundig personeel verdwijnt en de armslag voor culturele activiteiten wordt in het algemeen veel minder omdat cultuur door de politiek veelvuldig wordt bestempeld als overbodig en duur.

Nu is er een bedreiging die nog veel verder gaat. De gemeente Waterland (onder andere) heeft haar bibliotheekwerk uitbesteed aan het bedrijf Karmac, dat in een aantal provincies bibliobussen uitbaat. Het contract levert de gemeente Waterland een besparing op van 170.000 euro, op een totaal van 350.000 euro. Dat klinkt mooi, maar is dat niet.
Karmac zal het aanbod van boeken beperken en zal geen geld hebben voor iets anders, dan het uitlenen van een beperkt boekenbezit.

Dit baart onze vereniging grote zorgen, niet alleen om Waterland. In heel Nederland staan gemeentebesturen voor vergelijkbare problemen als Waterland. De keuze voor deze noodoplossing zal voor hen verleidelijk zijn, met alle gevolgen van dien.

De belangrijkste vragen die schrijvers en vertalers hebben zijn:

- zal de commercieel uitgebate bibliotheek nog aandacht hebben voor de brede Nederlandse literatuur, of overgaan tot de aankoop van alleen bestsellers?
- is er in de nieuwe constructie geld voor leesbevordering, voor ontmoetingen met schrijvers?
- wat gebeurt er met diensten als boekbezorging bij ernstig zieken en gehandicapten?

Algemene Onderwijs Bibliotheek Suriname


Hopelijk zal het antwoord op deze vragen onze voornaamste zorgen wegnemen.

Tot slot te uwer informatie: een brief met soortgelijke strekking wordt gestuurd naar de Vereniging Nederlandse Gemeenten.  

Met vriendelijke groet,

Het bestuur van de Vereniging van Letterkundigen
De VvL is een van de drie afdelingen van de Vereniging van Schrijvers en Vertalers Namens deze: Jeroen Thijssen, auteur

Van Deysselhuis
De Lairessestraat 125
1075 HH Amsterdam
T: 020 – 624 0803
E: rijkers@vsenv.nl (Janne Rijkers, coördinator VvL; contactpersoon)

  
Aanvullende informatie:

-          Website van Karmac:

-          Formele reactie van Bibliotheek Waterland op overname door Karmac:

-          Lunch Standpunt (vanaf 16de minuut): Interview met directeur  Karmac over overname van bibliotheken in Waterland en reactie van auteur Tomas Ross:

-          Brief van VOB (Vereniging Openbare Bibliotheken)  aan VNG:

-          Artikel uit Bibliotheekblad. Zie laatste alinea:


zondag 23 juni 2013

Nederlandse boeken voor Suriname: wel of niet? Afdankertjes of leesmateriaal?


I. ‘Wie eegie sanie’ fu píkin

door Els Moor

De Surinaamse literatuur vanuit de eigenheid van cultuur en talen kwam pas goed op gang in de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen ‘Wie Eegie Sanie’werd opgericht in Nederland, met Bruma als centrale figuur en later in Suriname ook met de nog jonge Dobru. Dit was een belangrijke stap op weg naar de zelfstandige republiek Suriname, in verband met ‘eegie sanie’. Dat er tot op de huidige dag nog veel van het kolonialisme is blijven hangen ervaren we maar al  te vaak, vooral ook op het gebied van taal en literatuur.
Bibliotheek Galibi

Een ander duidelijk voorbeeld is dat er nog steeds per boot veel, veel, vaak afgeschreven, Nederlandse kinder- en jeugdboeken  naar Suriname gestuurd worden, die dan in schoolbibliotheken terechtkomen, zelfs in het binnenland  of  voor weinig geld verkocht worden bij boekverkopingen.  Je schaamt je toch, als je zo’n boek opent en meteen een stempel ziet met in vette letters: ‘Afgeschreven’ ! Dat is neokolonialisme ten top: je afgeschreven boeken naar ‘die negertjes’ in je ex-kolonie sturen. En dat, terwijl er gelukkig in Suriname momenteel veel gebeurt aan de ontwikkeling van een eigen kinder- en jeugdliteratuur!

De taalsituatie in Suriname is enerzijds van een grote rijkdom die de culturele ‘eenheid in verscheidenheid ’uitstraalt, maar  is anderzijds  problematisch voor veel kinderen en jongeren van wie de officiële taal, het Nederlands, niet de moedertaal  is. In ons land worden binnen bevolkingsgroepen zo’n twintig ‘eegie tongo’ gesproken. Daarboven staat het Nederlands voor het contact in de hele samenleving en vergeet niet het Sranan Tongo als ‘lingua franca’ (algemene contacttaal). Er zijn inheemse en marrontalen die hier ontstaan zijn en talen die ‘meegebracht’ zijn uit de landen waaruit de immigranten kwamen, zoals het Chinees, Sarnami en Javaans en niet te vergeten de ‘eegie’ versie van het Nederlands, het Surinaams Nederlands met eigen klanken, woorden  en zinsconstructies.

Deze veeltaligheid brengt echter ook grote problemen met zich mee. In volksbuurten in de stad, in het district, maar vooral ook in de dorpen in het binnenland spreken kinderen met hun familie meestal hun eigen taal. Veel kinderen moeten leren lezen, schrijven en rekenen in een voor hen vreemde taal. Als je dan leesboeken in de bieb hebt in die ‘vreemde taal’ en bovendien nog over allerlei dingens die jij niet kent, die ver van je bed of je hangmat zijn, dan moet je een geweldige doorzetter zijn en veel hulp krijgen van je leerkrachten om het toch te redden.

Gelukkig dat vele deskundigen, ook in de stad, dit probleem tegenwoordig erkennen en ervoor ijveren om die kinderen meer kansen te geven, het onderwijs kind- en taalvriendelijker te maken! Het belangrijkste uitgangspunt hierbij is: Leer die ‘vreemde taal’ vanuit je eigen leefwereld!’

Surinaamse kinder- en jeugdboeken vormen daarbij een geweldig goed hulpmiddel. Als kinderen die moeite hebben met de schooltaal  eenvoudige boeken in handen krijgen met herkenbare verhalen vanuit de eigen wereld, met veel duidelijke, ondersteunende illustraties die bovendien spannend en leuk zijn, dan gaan ze lezen leuk vinden en ze leren ‘spelenderwijs’ die moeilijke schooltaal, bovendien op een manier zoals die in het eigen land gesproken en geschreven wordt, Surinaams Nederlands dus. En wat belangrijk is: die boeken zijn niet gebonden aan leeftijd, maar aan de ontwikkeling van de taal bij het kind. Die boeken moeten echter wel aanwezig zijn in de school, niet alleen maar ‘afgeschreven’ Hollandse boeken.

Overigens is het echt niet zo dat goede Nederlandse en andere, vertaalde,  boeken uit de wereld-jeugdliteratuur hier niet moeten komen. Integendeel. Er zijn prachtige Nederlandse boeken voor de jeugd, evenals vertaalde ‘klassiekers’. Denk aan Alleen op de wereld van Hector Malot. De kinderen die die boeken lezen en herlezen hebben vaak het Nederlands als hun moedertaal  of  beheersen de taal goed doordat ze een universele opvoeding krijgen. Zulke kinderen zijn er veel in Suriname, met name in de stad en omgeving.. De andere kinderen kunnen daarnaartoe groeien doordat er op school en elders veel gedaan wordt aan de ontwikkeling van hun taal- en leesniveau.
Daar wordt hard aan gewerkt tegenwoordig, een prachtige ontwikkeling. Veel leerkrachten uit de stad, het district en het binnenland hebben trainingen gekregen om de vaardigheden en mentaliteit te ontwikkelen om kindvriendelijk, kindgericht en dus speels en creatief te werken aan de taalontwikkeling van hun leerlingen. Ook medewerkers van bibliotheken en andere plaatsen ( na-schoolse opvang bijvoorbeeld).

Zo iemand is Sandra Purperhart die een bieb heeft op Abra Broki, een volkswijk in de stad. Daar komen ’s middags veel kinderen die het Nederlands moeilijk vinden, maar houden van de leuke, eenvoudige Surinaamse kinderboeken met duidelijke illustraties. Sandra maakt zelfs mét de kinderen musicals over verhalen. Die worden opgevoerd tijdens Kinderboekenfestivals,  niet alleen in de stad. Dit jaar werkte ze al met de kinderen van Atjoni en van Commewijne en de resultaten waren leuke, muzikale en herkenbare musicals.

Het Kinderboekenfestival in Paramaribo wordt al dertien  jaar gehouden, jaarlijks  in stad, district en binnenland.  Er zijn daar veel activiteiten voor kinderen, van kleuters tot en met tieners, die op een vaak creatieve manier te maken hebben met lezen. Gelukkig meestal van Surinaamse boeken! In veel stands is ook communicatie een belangrijk doel. Voor de kinderen is het echt een fijn uitstapje om erheen te gaan en zij en hun leerkrachten maken altijd weer kennis met nieuwe Surinaamse kinderboeken. Dat er tegenwoordig zoveel uitkomen, is ook voor een groot deel te danken aan de Stichting Projekten, PCOS. Zelf geven ze er jaarlijks een aantal uit en ze stimuleren schrijvers die dat willen. PCOS heeft ook trainingen georganiseerd, vooral in het binnenland, ‘Change for children’, die tot doel hadden de kindvriendelijke aanpak vanuit de eigen leefwereld te stimuleren. Ze hebben ook boeken  erover uitgegeven, met veel praktische informatie, zoals Lees je wijs!, over leesbevordering van Surinaamse kinderboeken, met veel creatieve, beeldende werkvormen en drie boekjes over de resultaten van de aanpak binnen het project ‘Change for children’, helemaal in Kwamalasamutu, waar de kinderen Trio spreken. Jammer dat het te ver is om te gaan kijken in die school. Dan zou je veel tekeningen zien hangen die de verhalen uit Surinaamse kinderboeken uitbeelden.

Heel eenvoudige boeken zijn meestal favoriet. De Amaisa-serie, uitgegeven door PCOS, over de dagelijkse beslommeringen van een meisje uit het binnenland , met weinig en eenvoudige taal en levendige illustraties is nog altijd een favoriet in de stand ‘Lees je wijs’op KBF. Zelfs bij zesdeklassers. Nogmaals: het gaat dus niet om de leeftijd, maar om het leesniveau. Wat Wagina, de groep van schrijfsters uit Wageningen, doet is ook bewonderenswaardig. Heel veel eenvoudige boekjes, allemaal hetzelfde formaat, hebben ze uitgegeven. Het zijn series van belevenissen uit het dagelijks leven, over dieren, over de jongen Moi-Boi en met een verdere blik een serie over andere districten en over ‘special kids’, kinderen met een probleem of een beperking. Steeds een stapje verder dus! Op het laatste KBF was Laat me niet alleen van Indra Hu, een boek met veel en vaak ook best moeilijke tekst over hiv en aids een van de populairste boeken bij vijfde en zesde klassers. ‘Waarom kiezen jullie dat? was de vraag. ‘Omdat er ook een film van is die we gezien hebben’, was het antwoord. Je ziet maar weer: je moet de inhoud ook kunnen zien!
Illustratie van Ginoh Soerodimedjo voor Okorié en Agambé

Een heel populair boek, niet alleen in het binnenland is ook Okorié en Agambé van Sherida Sabajo. Het gaat over twee jongens in het binnenland uit twee verschillende dorpen aan een rivier, een ingi-dorp en een marrondorp. Ze raken allebei verdwaald in het bos en komen elkaar daar tegen. Een ‘telefoonboom’ is hun redding: je slaat op de wortels en het klinkt wijd en zijd. Dan worden ze gevonden. Een spannend verhaal in eenvoudige taal, met grote letters, herkenbaar voor kinderen in het binnenland, maar leerzaam en spannend op het gebied van leven in het binnenland voor kinderen uit stad en district. Overal houden ze van het boek, ook vanwege de mooie, duidelijke tekeningen van Ginoh Soerodimedjo.

Eenvoud is het kenmerk van het ware. Dat is altijd zo bij ‘eegie sanie’. Belangrijk is het dus dat Surinaamse kinderboeken op  onze scholen komen, in veelvoud, vooral op lagere scholen, maar ook moeilijker boeken op de muloscholen. De puber groeit dan van zijn eigen wereld naar een vreemde (buitenlandse boeken) en zo moet het ook gaan in het leven: je verruimt je blik naarmate je ouder en wijzer wordt.

Er komt veel hulp van Surinaamse maatschappijen en organisaties, maar het is nooit genoeg. Laten die Nederlandse organisaties en particulieren geen ‘afgeschreven’ kinderboeken meer sturen, maar geld om meer Surinaamse kinderboeken te drukken en vooral ook te herdrukken!  Dat is ontwikkelingshulp! ‘Eegie sanie’ondersteunen!

[uit de Ware Tijd Literair, 25 mei 2013]

  
II. Reactie op ‘“Wie Eegie Sanie” fu pikin’ in ‘dWTL’ van 25/5/2013

door Suzanne Dekkers

Stichting ‘Unu Pikin’ is een sociale werkplaats in Paramaribo waar schoolmeubilair wordt gemaakt door mensen met een beperking. Dankzij donaties kunnen we regelmatig de inrichting van een schoolbibliotheek produceren en aan een school weggeven. Naast het meubilair verstrekken we ook een groot aantal ‘Hollandse’ boeken, zoals lees-, prenten- en ontwikkelingsboeken, soms nieuw, meestal gebruikt. Maar ook scholen die eerder een bieb van ons hebben gehad, of anders een bibliotheek hebben gerealiseerd, zijn welkom om hun collectie aan te vullen. In de afgelopen 12 maanden zijn 180 scholen en andere instellingen langsgekomen om materialen te halen. Dat geeft aan dat er een grote behoefte bestaat aan deze boeken.

De ideale situatie zou zijn dat elke school een bibliotheek heeft en de school of een overkoepelend orgaan in staat is boeken aan te schaffen. De mediatheekmedewerker kan dan bepalen welke boeken het beste zullen aansluiten bij de schoolpopulatie. Alle leerkrachten stimuleren het leesgedrag van de kinderen door regelmatig voor te lezen. De mediatheekmedewerker zorgt voor interessante lessen, alles om leesplezier en taalvaardigheid van de kinderen te vergroten.
Helaas is de werkelijkheid anders. De scholen hebben dat budget niet, dus zijn ze afhankelijk van anderen. Om weer even terug te gaan naar onze specifieke situatie: deze boeken krijgen wij van bibliotheken uit Nederland, die wegens bezuinigingen sluiten. De boeken zijn van recente datum en zien er heel goed uit. Helaas staat in die boeken vaak met grote letters: afgeschreven, maar daar kan de juf iets aan doen: een sticker er overheen of die pagina verwijderen. De kinderen hoeven niet te weten hoe de school aan die boeken komt, zij hoeven alleen de voordelen te ervaren!

Niet alle boeken zijn geschikt. Bij onze ondersteunende organisatie in Nederland vindt de eerste selectie plaats. De boeken met té Hollandse of Europese onderwerpen worden niet verscheept. Eenmaal in Suriname vindt de tweede selectie plaats, omdat er wegens het grote aantal wel eens een verkeerd boek tussendoor glipt (dat we bij gebrek aan adequate oudpapier-verwerking dan voor een symbolisch bedrag verkopen). Daarna vindt de derde selectie plaats. De mediatheek-juf bepaalt zélf welke boeken zij geschikt vindt voor de kinderen van haar school.

Voor onze specifieke situatie geldt dat we de boeken kunnen opsturen met een minimum aan budget, dankzij samenwerkingsverbanden met andere organisaties. Dit budget is veel te klein om een voldoende aantal boeken van Surinaamse kinderboekenschrijvers te kopen. We zouden dan misschien 4 scholen kunnen helpen, tegen de eerdergenoemde 180.

Klik voor groter formaat

Het is belangrijk dat kinderen al op jonge leeftijd het plezier van lezen ervaren. Scholen moeten hosselen om aan die basisvoorwaarde te voldoen. Het lijkt me goed dat we gezamenlijk proberen een oplossing te zoeken voor deze situatie, ieder vanuit zijn eigen expertise en achtergrond. Laat de Nederlandse organisaties die boeken opsturen! Zij hebben nou eenmaal de kortste lijntjes naar de bibliotheken in Nederland en kunnen zo de hand leggen op prachtige boeken. Zorg wel voor een goede selectie en betrek de Surinaamse scholen daarbij. Laat anderen, bijvoorbeeld een nieuwe werkgroep, de afdeling mediatheekwezen of de kinderboekenschrijvers zelf, zich inzetten om zoveel mogelijk Surinaamse kinderboeken op de scholen te krijgen. Zij kunnen dit doen door steun van de overheid te verwerven, samen te werken met Nederlandse organisaties of zelf aan fondsenwerving te doen, in Suriname, Nederland of elders. Zo kunnen we er samen voor zorgen dat de schoolbibliotheken een gebalanceerde collectie aan boeken hebben, die de kinderen verder op weg zullen helpen in hun ontwikkeling. Laten we niet met de vinger naar elkaar wijzen, maar samen een vuist maken!

[ Susanne Dekkers, namens bestuur van ‘Unu Pikin’]


...buiten de leefwereld van de Surinaamse jeugd...
III. De Ware Tijd Literair reageert

Wij vinden het geweldig als gereageerd wordt op onze artikelen. ‘Unu Pikin’ heeft duidelijk haar standpunt uiteengezet en de lezers van ‘Literair’ kunnen hun oordeel vormen over de kwestie: wat doen we met de ‘Hollandse’ kinderboeken die in groten getale naar Suriname komen. Wij hebben ons standpunt uiteengezet dat er op neerkomt dat er niets tegen buitenlandse kinderboeken is, die geschreven zijn in een ander Nederlands dan de boeken hier en vaak over zaken gaan die buiten de leefwereld van onze jeugd liggen. Maar het gaat erom dat kinderen boeken te lezen krijgen die ze aankunnen, wat taal zowel als inhoud betreft. Een ideale ontwikkeling is dat kinderen langzaamaan hun blik verbreden: van de eigen leefwereld naar de grote wereld, en boeken kunnen, evenals films, daar een belangrijke rol bij spelen. Dan krijg je als kind plezier in lezen en houd je dat ook: van eenvoudig en herkenbaar naar vreemd en boeiend! Alles wat je leest, moet je kunnen begrijpen. En we behoren altijd te beseffen dat de meerderheid der Surinaamse kinderen uit een totaal andere thuissituatie komt met minder ontwikkelde, anderstalige ouders, weinig of helemaal geen Nederlands gesproken programma’s op/in de media, weinig tot geen toegang tot clubs, en dergelijke. De dit schooljaar begonnen ‘Naschoolse Opvang’ kan die leemte wel gedeeltelijk opvullen, maar mist daarvoor eigen tools. Fijn is dat er veel Surinaamse kinderboeken zijn, voor verschillende leesniveaus, met zonodig duidelijke illustraties. En er komen steeds nieuwe bij!

[- Red. de Ware Tijd Literair]