Posts tonen met het label herstelbetalingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label herstelbetalingen. Alle posts tonen

maandag 31 maart 2014

Zunder: “Surinaams museum moet plaatsmaken voor NRCS”

Bezoekers van de conferentie '400 jaar commerciële relatie Nederland Suriname', die zondag in de Palmentuin werd gehouden, luisteren aandachtig naar NRCS-voorzitter Armand Zunder en andere sprekers. Foto © Irvin Ngariman 

door Euritha Tjan A Way

Paramaribo - Na de eerste bedreiging met ontruiming voor Carifesta, wordt het Surinaams Museum in Fort Zeelandia wederom bedreigd met uitzetting. Armand Zunder, voorzitter van de National Reparations Committee Suriname (NRCS), stelde zondag dat het een schande is dat anno 2014 het gebouw dat symbool staat voor het vele kwaad dat de zwarte bevolking is aangedaan, nog steeds beheerd wordt door een “stelletje conservatieve Nederlanders”.

Zunder sprak in de Palmentuin, waar een conferentie werd gehouden met het thema '400 jaar commerciële relatie Nederland Suriname'.


"Wij gaan het voorstel naar de regering geleiden dat daar de Nationale Reparations Commissie Suriname komt te zitten, en dat op de plaats waar de galg eerst was een mausoleum komt die vierentwintig uur wordt bewaakt door het Nationaal leger." Naast dit plan noemde Zunder nog een aantal prioriteiten die de NRCS de regering wil voorleggen. Eén daarvan is onderzoek en vastlegging van de historie van de Inheemsen en de tot slaaf gemaakten en deze historie laten opnemen in de schoolboeken. "Want de uitspraak van een van mijn rastabroeders recent is helemaal waar. Wat zij nu leren is his-story, ze moeten our-story leren", aldus Zunder.


[uit de Ware Tijd, 30/03/2014]

maandag 10 maart 2014

Hilary Beckles’ new book: Reparations can help heal the human family

Michelle Loubon of Trinidad and Tobago’s Guardian, speaks to Hilary Beckles about his new book on reparations for slavery.


Caribbean nations which ignore the human and civil rights of the citizenry will never be able to access reparations. Visiting Barbados economic historian Hilary Beckles, campus principal of Cave Hill and Pro Vice Chancellor of UWI, made this comment at a public lecture and launch of his book Britain’s Black Debt at Daaga Auditorium, St Augustine Campus, on May 23. Among those present were St Augustine campus principal Prof Clement Sankat, Prof Funso Aiyejina, dean of the Faculty of Humanities and Education, literary icon Earl Lovelace and head of the department of history Dr Heather Cateau.

Beckles dedicated his book to the late eminent historian and T&T’s first prime minister Dr Eric Williams, author of the seminal work Capitalism and Slavery. Beckles said his book should be seen as a sequel to Williams’ work and dedicated it to him. His narrative revolved around a cover photograph of a young queen Elizabeth of England taking a stroll with her cousin, the 7th Earl of Harewood on his sugar plantation (the Belle) in Barbados in 1966. It was bought by the earl’s ancestor in 1780 and there were 232 slaves. Before delving into the post pan-African conversation, Beckles said he had to “purge himself” by writing this book which he deemed to be a case study of the need for reparations for the descendants of enslaved peoples. He felt Britain had a case to answer, which the Caribbean should litigate. Beckles said he believed there would be no social justice until the matter of reparations was addressed.

“Reparations, or the concept of repairing damage, is based on the search for a higher level of humanity and is intended to lay the foundation for healing the human family. I believe if Williams were alive he, too, would have argued the case for reparations,” said Beckles. But he sounded a warning bell. Beckles said, “All across the world what we do know is weak nations and weak peoples and disorganised communities never receive reparations. If you take 100 random cases of reparations in the last 50 years, not one has been paid to a nation that is disorganised and is weak and furthermore that does not recognise the human and civil rights of its citizens. Nations only engage in reparatory discussions when they have reached a stage where they are concerned about the human and civil rights of their citizens. In the Caribbean, we have not yet reached that level.”
Japanse vrouwen houden portretten op van Aziatische vrouwen
die als seksslavinnen voor de Japanners werkten

Beckles cited the shining examples of Korea and the Maldives of New Zealand. “I was in Korea about five years ago and I listened. The Japanese had made criminal use of Korean women. They were taken out of villages and used as sex slaves in the army camps. That matter has been repaired and they have put millions of yen into the Korean Workers’ Development Fund to repair the damage done to women of Korea. The Maldives of New Zealand have received reparations from the British government because the government said the genocide must be addressed.” But Beckles said there was a lot of work to be done since European governments had consistently refused to give apologies. “Europeans first have to acknowledge a crime has been committed. Most of the countries have not admitted slavery was a crime against humanity. You have to admit responsibility and admit to the damage,” said Beckles.

For the original report go here


[from Repeating Islands, June 9, 2013]

Caricom eist vergoeding slavernij

El Dorado
Paramaribo - De Caricom staatshoofden eisen compensatie voor de schade die aangericht is tijdens de slavernijperiode. Vanwege het slavernijverleden in Suriname willen ze ook Nederland aansprakelijk stellen. Het is voor het eerst dat zo'n grote groep landen herstelbetalingen eist van hun voormalige kolonisators. De landen richten de eis ook tot Groot-Brittannië, Frankrijk, Spanje, Portugal, Noorwegen, Zweden en Denemarken. De Caricom is vandaag bijeen in Saint Vincent en de Grenadines om te praten over een plan met tien eisen.
Sir Hilary Beckles

De herstelbetalingen voor het leed als gevolg van de slavernij gaan niet alleen over klinkende munt, aldus de voorzitter van de commissie, Sir Hilary Beckles: "Ons doel is een dialoog met de Europese landen. Zij zijn verantwoordelijk voor de achterstandssituatie waarin de Caribische landen zich nu bevinden." Zo willen ze dat Nederland en de andere ex-kolonisatoren diplomatieke hulp bieden aan mensen die willen terugkeren naar Ghana en Ethiopië. Remigranten zijn in deze landen geen volwaardig burger, zo staat er in het plan.

Ook moeten de Europese landen arme gemeenschappen in de Cariben ondersteunen en het onderwijsniveau in Caribisch gebied verbeteren. De belangrijkste eis is dat er een oprecht excuus komt. In Nederland heeft toenmalig minister Roger van Boxtel in 2001 "diepe spijt" betuigd over de slavernij en slavenhandel. Maar de Caricom wil onvoorwaardelijke excuses. De Europese landen geven dit niet vanwege eventuele juridische consequenties.

Still uit Twelve years a slave


Volgens Gert Oostindie, Nederlands historicus, gespecialiseerd in Caribische geschiedenis, heeft het plan niet veel kans van slagen. "De Europese landen willen zeker de dialoog voorzetten, maar zullen niet de portemonnee trekken." Een alomvattend bedrag wordt er in het plan niet genoemd, maar Suriname heeft al eens uitgerekend hoeveel Nederland aan het land zou moeten betalen en dat bedrag is minimaal 50 miljard euro. De slavernijgeschiedenis staat momenteel in de belangstelling door de bekroonde film Twelve Years a Slave.

[van nospang.com, maandag 10 maart 2014]


zaterdag 1 maart 2014

Erkenning van het leed

De Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan in zijn werkkamer.
 Foto @ Mineke de Vries


door Mineke de Vries

Het past de Amsterdammers om nooit meer over de Gouden Eeuw te spreken zonder óók te spreken over het leed en het onrecht van de slavernij. Dat zijn de woorden van Eberhard van der Laan, burgemeester van Amsterdam, uitgesproken tijdens de plechtige herdenking van 150 jaar afschaffing slavernij op 1 juli 2013. We spraken met hem onder andere over de schijnbare onverenigbaarheid tussen de twee jubilea die de stad Amsterdam in 2013 vierde -  naast ‘150 jaar afschaffing slavernij’ ook ‘400 jaar grachtengordel’ - en over de verantwoordelijkheid van de stad Amsterdam en die van hem als burgemeester daarin.

Vanuit zijn kamer in het stadhuis aan de Amstel kijkt hij rondom door grote glazen wanden zijn stad in. Een letterlijke transparantie die ook hem past, Eberhard van der Laan, Amsterdammer onder de Amsterdammers. Een emotionele man, die zich in de lange dagen die hij werkt, vastbijt in de idealen die hij nastreeft. Die graag praat, maar ook goed luistert. Die wil leren en ervaren. Een man die geraakt kan worden en vooral iets wil doen met datgene wat hij hoort.
Ook in de pijnlijke geschiedenis van het slavernijverleden verdiepte hij zich terdege. “Ondanks dat geschiedenis mijn hobby is, wist ik hier te weinig van. Op school leerden we er amper over, ja het boek De Negerhut van oom Tom. De slavernijgeschiedenis zit niet in ons collectieve geheugen, dat moeten we echt veranderen.” Op de herdenking zelf kijkt hij goed terug. “Het was indrukwekkend en emotioneel. Waardig en opgewekt tegelijk, dat maakte het tot een zeer bijzondere dag.”



Excuses of erkenning?
Op de herdenking klonken eenentwintig kanonschoten, net zoals op 1 juli 1863 in Paramaribo, waarmee 45.000 slaafgemaakten vrije mensen werden. Van der Laan: “Bijna niet voor te stellen aantallen. Bijna niet voor te stellen leed.” In de toespraken werden woorden van spijt en berouw geuit, zo door Lodewijk Asscher namens de regering. Ook Van der Laan sprak over de schaamte over wat is gebeurd. “We zijn belast met deze geschiedenis. En wanneer wij samen onze toekomst willen maken, is het immense leed dat onze voorouders de hunne aandeden ook onze pijn. Woorden van spijt en berouw horen daarbij.” Van der Laan realiseert zich dat velen hopen op excuses. “Als ik echter kijk naar de inhoud van de woorden spijt en berouw voelt het voor mij niet dat excuus daaraan iets zou toevoegen. Bovendien, hebben we onze excuses al niet aangeboden als we spreken van spijt?” Tevens voelt hij een aarzeling excuses te maken door latere generaties. “Is het niet erg gemakkelijk excuus te maken voor iets wat anderen deden? Hoe waardevol is dat? Tot slot moeten we eerlijk genoeg zijn om te kijken naar de juridische consequenties, waarbij het uiten van excuses mogelijk een basis zou scheppen voor herstelbetalingen. En daaraan moeten we mijns inziens niet beginnen.”
Voor Van der Laan is het belangrijkste dat we als nazaten van de plantage-eigenaren het leed dat is aangedaan volledig erkennen. “Dat is genoeg, dat is namelijk waarmee je verder komt. Niet met het indienen van claims, want daarmee kijk je paradoxaal genoeg juist de verkeerde kant op. Zo continueer je de ongelijkheid. En die is voorbij. Maar de pijn erkennen is wel degelijk nodig om mensen nu en in de toekomst goed te kunnen laten samenleven.”

Gevelsteen op het fronton van een huis aan het Amsterdamse Rokin.
Foto Museum Geelvinck


De neus op de feiten
Aan de grachtengordel, de trots van Amsterdam - die zelfs op de werelderfgoedlijst staat - vinden we de huizen van voormalige bewindhebbers van de West Indische Compagnie en de directeuren van de Sociëteit van Suriname, die zorg droeg voor het bestuur van Suriname én de aanvoer van slaven. Een concentratie van deze huizen ligt in de Gouden Bocht van de Herengracht. Bij één van die huizen op Herengracht 502, de ambtswoning van de burgemeester uit 1672 werd in 2004 een gedenksteen geplaatst.

Dit jaar viert Amsterdam feestelijk haar ‘400 jaar grachtengordel’, naast 150 jaar afschaffing slavernij. Een lastige combinatie zo op het eerste gezicht. Toch vindt Van der Laan het terecht het gelijktijdig te vieren. “De verbinding is juist goed. De grachtengordel betekent de kracht van Amsterdam. Wat in de 18e eeuw Parijs was, in de 19e eeuw Londen, in de 20e eeuw New York, was in de 17e eeuw Amsterdam. Maar liefst 70 procent van de wereldeconomie in de Gouden Eeuw was gebaseerd op Amsterdam. De eigenwaarde, het zelfrespect moeten we ook hieraan ophangen. We mogen trots zijn, maar moeten tegelijkertijd blijven praten over de keerzijde. De geschiedenis van Amsterdam met haar schitterende vruchten, daar zitten inderdaad zwarte bladzijden tussen.” Maar zonder de aandacht voor de fysieke panden kun je geen kennis opdoen over het verleden, we worden letterlijk met de neus op de feiten gedrukt. “Juist het geïmponeerd raken door de hoeveelheid fraaie grachtenpanden geeft inzicht.”
Hij ziet het als kans dit jaar bij al zijn toespraken die andere kant te belichten. “Of ik nu voor een zaal chique mensen sta of een economische lezing voor achthonderd Amsterdamse ondernemers houd, ik draag mijn kennis over, wat altijd leidt tot meer begrip.”
 
Gevelsteen aan een Amsterdams pand die herinnert
 aan de handel. in Suriname. Foto Museum Geelvinck
Burgemeesters tijdens slavernij
Het is een bekend gegeven dat regenten het systeem in stand hielden en  burgemeesters meewerkten aan de slavenhandel. Vanuit zijn rol als burgmeester nu probeert Van der Laan zich te verplaatsen in die tijd. Vanwege de driehoek van de handel - West Afrika, Antillen, Surinme, Nederland - was de slavernij in Amsterdam niet zichtbaar. Slechts de producten (suiker, koffie, tabak) kwamen naar Amsterdam als handelswaar, niet de slaven. “Men had hierdoor weinig besef van wat er aan de andere kant van de wereld gebeurde, de mensen hier in Amsterdam zagen de slaafgemaakten nauwelijks. Mensen toen wisten een fractie van wat wij nu weten. Bovendien moeten we niet vergeten - zonder te  bagatelliseren - dat hun context anders was, mensen leefden in een bloederiger, hardere wereld dan wij.” Het is moeilijk ons te verplaatsen in die tijd. “We kunnen naderhand mensen niet collectief gaan veroordelen. We kennen ze niet. We weten niet wat we zelf gedaan zouden hebben. Er zijn dramatische psychologische onderzoeken die aantonen dat we allemaal iets dergelijks in ons hebben als het erop aankomt, daar wil ik liever niet aan denken.”
Nadenkend kijkt Van der Laan door zijn raam naar het beeld van Spinoza, die uitkijkt over de Amstel. “Voor mij is Spinoza een wijze leermeester, maar heb je hem ooit gehoord over de periode van de slavernij? Van iemand die toch bepaald niet bang was, valt het me eigenlijk tegen dat hij er nooit iets over heeft gezegd.”

De pijn zit zo diep
Van der Laan voelt zich persoonlijk verantwoordelijk goed om te gaan met de slavernijgeschiedenis. ‘’Je spreekt mensen, leest erover en pas dan ervaar je hoe het leed zijn sporen heeft getrokken. Dat werd me pijnlijk duidelijk toen ik op de Afrikadag in Paradiso na mijn lezing werd aangesproken door een Keniaanse minister, het prototype van een trotse, zelfverzekerde vrouw. Ze bedankte me uitbundig, ik had haar dag gemaakt door over slavernij te praten. Ik was diep geraakt dat zelfs bij zo’n zelfbewuste vrouw de pijn zo diep zit.”
Zo bleef ook het boekje van Margo Morisson hem bij, waarin een vader aan het eind van zijn leven zijn zoon inlicht over het feit dat diens moeder ter vrije beschikking stond aan de plantage-eigenaar. Van der Laan: “Als dit met je gebeurt, hoe laag wordt dan je zelfbesef, het is een onvoorstelbare aanslag op je zelfwaarde als je te koop bent, of ter beschikking staat van iemand. Deze dingen mogen we niet vergeten, ze spelen nog steeds door in de nazaten van de slaafgemaakten. Als je bijvoorbeeld al leest dat van de mensen die pesten, de helft zelf is gepest, kun je de lijn doortrekken naar wat deze gevolgen zijn.”

Eberhard van der Laan
Foto @ Mineke de Vries
Elkaar aanspreken
Bovendien moeten we niet vergeten dat het ‘pas’ 150 jaar geleden is, aldus Van der Laan: “Bij Napoleon zit er maar twee handdrukken tussen. De korte tijd is geen verontschuldiging om 150 jaar later je verantwoordelijkheid niet te nemen. Als nazaten van de plantage-eigenaren moeten we ons doodschamen, maar elkaar wel blijven bejegenen om het goed te beseffen. We dienen mensen die er geen begrip voor hebben, er principieel op aan te spreken. Amsterdam heeft zich schuldig gemaakt, maar dankt een deel van zijn rijkdom aan de slavernij. Dat schept de verplichting dat je je verdiept in het leed om het te begrijpen, temeer daar er in Amsterdam velen uit de herkomstlanden wonen. Hoe kun je dan zo’n geschiedenis weglaten? Ik wil me sterk maken om dingen te bedenken om samen te komen. We moeten er met allen die in deze stad wonen iets moois van maken.”

Het stemt Van der Laan tevreden dat er dit herdenkingsjaar zoveel aandacht is en dat er zoveel exposities zijn, die naast de grachtengordel ook de slavernij laten zien. Hieruit blijkt dat het één niet meer zonder het ander kan. “Zo is er de expositie Swart op de Gracht - Slavernij en de Grachtengordel en persoonlijk vind ik de formule voor de expositie De Gouden eeuw maar nu met zwarte bladzijde een schitterende vondst; naast elk schilderij hangt een kanttekening vanuit een ander perspectief. Het is de kunst dingen zo om te buigen dat ze kunnen inspireren. Je kunt de geschiedenis niet uitpoetsen maar er wel op terugkijken en ervan leren. Zo zou je ook de beeltenissen op grachtenpanden die overduidelijk verwijzen naar de tijd van slavernij kunnen ombuigen. Daar zouden we een kunstenaar bij moeten betrekken om dat te realiseren. Ik wil daarover nadenken.”

Antilliaanse man.
Foto @ Bea Moedt
Antillen
Zelf was Van der Laan nooit op de Antillen of in Suriname. Het stond vaak op mijn buitenlandlijst in de tijd dat ik minster was. Als echte calvinist ben ik echter van mening dat je elk overheidsdubbeltje moet omdraaien. Ik vroeg me af waarom iedereen daar naartoe moest en dacht vaak: doe gewoon je werk. Wel kreeg ik in mijn ministerstijd veel te maken met de Antilliaanse gemeenschap, met name die in Rotterdam. Ik heb me uitermate veel zorgen gemaakt om de Antilliaanse kinderen die naar Nederland komen. Nog altijd ben ik van mening dat er echt een goede inburgering dient te zijn om kansen van deze generatie te verbeteren. Ook als advocaat zag ik veel mensen uit de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap. Als verzekeringsexpert, onder andere in de Bijlmer stond ik moeders bij in huurzaken. Ze wilden hun kinderen geven wat ook anderen hadden, maar konden hun huur niet meer betalen. Ik begreep ze. Kreeg ook begrip voor het matriarchale aspect in deze samenlevingen. Wat mij opviel als advocaat was dat je de kerels vrijwel nooit zag, ik had daar mijn vraagtekens bij, vaak waren ze werkloos. Het is treurig als kinderen niet de gewoonheid ervaren van ouders die samen voor hen knokken.”

Amsterdam voorbeeld
Als stadsbestuur van Amsterdam willen wij een verantwoordelijke hoofdstad zijn. We dienen de juiste attitude te hebben, een voorbeeld te zijn voor hoe we in het leven staan. Het op zoek zijn naar je verantwoordelijkheid wil ik uitstralen naar onze burgers maar ook naar de rest van Nederland. Als stad willen we de jaarlijkse herdenking continueren, zij het in bescheidener mate dan nu en geven we subsidie aan NiNsee, om het behoud van ons gemeenschappelijk verleden. Ik vind dat ook het rijk dat zou moeten doen. Verder wil ik ten aanzien van het onderwijs dat kennis over deze geschiedenis wordt overgebracht. We mogen het één nooit meer los zien van het ander. Onze burgers zijn enthousiast, dat merken we, er is verbinding en er blijkt veel respect te zijn voor de gemeente Amsterdam. We zijn op de goede weg. Waar ik kansen zie om te praten over deze geschiedenis zal ik dat niet nalaten.” Kansen grijpen betekent voor Van der Laan automatisch dat hij ook de kansen opzoekt.


“Ook staatsrechtelijk gezien moeten we ons er niet ‘van af maken’ Ik vind dat we ons terdege moeten bedwingen in het te gemakkelijk roepen: zoek het zelf uit. Het grootste goed dat we kunnen bieden is het leveren van een bijdrage aan het zelfvertrouwen van elk mens, van een volk als geheel. Want dat is het meest essentiële voor elk mens. Als er iets is wat we van ons slavernijverleden hebben geleerd, is het dat. We hebben de verantwoordelijkheid elkaar daarbij te ondersteunen. Wij als stad steken daarvoor onze nek uit.”

dinsdag 17 december 2013

Caricom-rapport herstelbetalingen slavernij in februari klaar



door Peter Hofmann

Curaçao – De Commissie Herstelbetalingen van de Caricom is in februari klaar met het rapport over herstelbetalingen voor de slavernij. De commissie meldde dinsdag dat het zes onderwerpen op de agenda heeft gezet. Die moeten besproken worden met de vroegere koloniale mogendheden.

Die zes onderwerpen zijn volksgezondheid, onderwijs, culturele instituties, culturele ontheemding, psychologisch trauma en de wetenschappelijke en de technologische achterstand. Die zouden tijdens een ontmoeting van de regeringshoofden van de Caricom-landen besproken moeten worden. Eerder lieten de landen al weten een Brits advocatenkantoor in de arm genomen te hebben om langs juridische weg herstelbetalingen af te dwingen.

Gezondheid
Volksgezondheid is een belangrijk onderwerp. Volgens commissievoorzitter Hilary Beckles lijdt de bevolking van Afrikaanse origine veel meer dan anderen aan diabetes type 2 en hoge bloeddruk. Volgens Beckles heeft dat zijn oorsprong in de koloniale periode.
El Dorado in het meer Parima

Cultuur
De commissie hekelt ook het gebrek aan culturele instituties in de Cariben. “De Europeanen hebben geïnvesteerd in de ontwikkeling van instituties zoals musea en onderzoekscentra om hun burgers een kijk op de koloniale geschiedenis mee te geven die hen definieert als heersers en begunstigden van de slavernij”. Dergelijke faciliteiten kent het gebied niet. Met de transatlantische slavenhandel werden slaven ook van hun lokale cultuur ontheemd, betoogt de commissie.

Dehumanisering
De vier eeuwen durende dehumanisering, waarin slaven niet als mens geclassificeerd werden, heeft zijn sporen nagelaten, stelt de commissie-Beckles. Ook het gebrekkige onderwijs komt volgens de commissie voort uit de slavernij. De Engelsen verlieten hun koloniën in een staat waarin 70 procent van de bevolking analfabeet was. Datzelfde constateren Beckles en de zijnen ook op het gebied van wetenschap en technologie. Die achterstand heeft het gebied niet in kunnen lopen.


[van versgeperst.com, 12-12-2013]

maandag 5 augustus 2013

Cariben willen geld van Europese kolonisators

Yemanja Resort, St. Vincent and the Grenadines


Leiders van diverse Caribische landen zijn in Miami bijeengekomen om een gezamenlijke eis te formuleren voor schadevergoedingen van Groot-Brittannië, Frankrijk en Nederland, voor wat zij de voortslepende erfenis van de Atlantische slavenhandel noemen.

De Caribische Gemeenschap (Caricom) heeft de hulp ingeroepen van het Britse advocatenkantoor Leigh Day, gespecialiseerd in mensenrechten, en richt een speciale commissie op om zich op de kwestie toe te leggen, zei Ralph Gonsalves, premier van Saint Vincent en de Grenadines. De wijdverspreide armoede en de ontwikkeling van de regio die maar niet op gang wil komen, zijn toe te schrijven aan de slavernij, aldus Gonsalves. Caricom verwacht ook excuses, maar zegt dat berouw alleen niet voldoende is. “We moeten een passende schadevergoeding hebben.”

Strijdplan
Al decennialang wordt door individuele Caribische landen aangedrongen op een vorm van herstelbetalingen door de landen die het meest hebben geprofiteerd van de handel in slaven. In landen als Jamaica en Antigua en Barbuda bestaan bijvoorbeeld al langer nationale commissies die zich hierop toeleggen. Het strijdplan dat de veertien Caricom-landen eerder deze maand in Trinidad omarmden moet omvangrijker en ambitieuzer zijn dan iedere tot nu toe ondernomen poging.

Regionale commissie
Elk betrokken land krijgt nu een commissie voor herstelbetalingen. Zij sturen gezanten naar de regionale commissie, die onder toezicht staat van de veertien premiers. De landen richten zich namens het Engelstalige deel van de Cariben op Groot-Brittannië, namens Haïti op Frankrijk en namens Caricom-lid Suriname op Nederland.

Onderhandelingen
Leigh Day zal de landen in hun juridische strijd bijstaan. Het advocatenkantoor leverde eerder succesvol slag voor honderden Kenianen die schadevergoeding ontvangen, omdat ze ten tijde van de zogenoemde Mau Mau-rebellie tegen de Britse koloniale heerschappij in de jaren vijftig en zestig werden gemarteld. Groot-Brittannië stemde in juni in met een spijtbetuiging en een schadevergoeding van omgerekend zo’n zestien miljoen euro. Allereerst zal waarschijnlijk via onderhandelingen worden geprobeerd tot een akkoord te komen met de regeringen van de drie Europese landen, zei Martyn Day van Leigh Day.
Queen Elizabeth

Bedrag
Aan wat voor bedragen de Caricom-landen denken is niet bekendgemaakt. Gonsalves en Verene Shepherd, voorzitter van de nationale commissie in Jamaica, zeiden eerder dat Groot-Brittannië Britse plantagehouders in de Cariben in 1834, het jaar dat de Britten de slavernij afschaften, twintig miljoen pond betaalden als schadevergoeding voor gederfde inkomsten. Dat bedrag staat gelijk aan tweehonderd miljard pond nu. “Onze voorouders kregen niets”, zei Shepherd. “Ze kregen hun vrijheid en de boodschap ‘ontwikkel jezelf’.”

Precedent
De Britse Hoge Commissaris in Jamaica David Fitton zei woensdag in een radiointerview dat de Mau Mau-zaak niet bedoeld is als precedent en dat zijn regering tegen het betalen van een schadevergoeding voor slavernij is. “Het is niet de juiste manier om een historisch probleem aan te pakken”, zei hij.

[van Versgeperst, 26-7-2013/© Novum]


vrijdag 29 maart 2013

‘Nederland moet mee betalen aan kosten slavernijmonument Suriname’



Volgens Barryl Biekman, voorzitter van het Landelijk Platform Slavernijverleden (LPS), kan Nederland met het bijdragen in de kosten van het slavernijmonument in Suriname, iets terugbetalen van al het geld dat in de slaventijd verdiend is ten koste van de voorouders van de Surinamers.
Dit jaar is het 150 jaar geleden dat de slavernij in Suriname officieel werd afgeschaft. In Suriname is daarom door een particuliere stichting het initiatief genomen geld in te zamelen voor een Surinaams slavernijmonument en een nationaal instituut slavernijverleden.

De geraamde kosten hiervan zijn 1,5 miljoen euro. Dit bedrag moet opgebracht worden via donaties van het bedrijfsleven en particulieren, maar ook van de overheid in Nederland, vindt Biekman. Als Nederland echt in het reine wil komen met zijn slavernijverleden, dan zou de regering mee moeten betalen aan de kosten volgens haar.

[Bron: Telegraaf.nl]

vrijdag 18 januari 2013

Een feestje voor oude blanken (3 en slot)


door Rudie Kagie

Het n-woord

Koningin Beatrix bij het onthullen van het Slavernijmonument in het Amsterdamse Oosterpark, 2002. Foto: ANP

Roy ‘Kaikusi’ Groenberg, activist uit Amster­dam-Zuidoost, voormalig welzijnswerker en sinds tien jaar voorzitter van de stichting Eer en Herstel Betalingen Slachtoffers van Slavernij in Suri­name, hoopt in het kader van het herdenkingsjaar 2013 op een ontmoeting met koningin Beatrix. ‘Ik wil met Hare Majesteit onder het genot van een kopje koffie terugblikken en vooruitkijken. Het wordt tijd om een dikke streep te zetten onder het slavernijverleden. Dat verleden heeft mijn generatie opgehouden omdat het nog niet verwerkt was. Ik vind dat mijn kleinkinderen niet meer over slavernij moeten praten. Ze behoren te weten wat de geschiedenis van hun voorouders is, maar ze moeten zich vooral bezighouden met cultuur, wetenschap, politiek, huizen kopen. Ze moeten voort in het leven.’

De eerste grote triomf oogstte Groenberg in 2001, toen zijn stichting met succes ageerde tegen de omschrijving van het woord ‘neger’ in de Dikke Van Dale. Het lukte niet om het n-woord geschrapt te krijgen, maar met de toevoeging dat de aanduiding door sommigen als krenkend wordt ervaren, waren de activisten tevreden.
Wijlen de negerzoenen

In 2006 richtte Groenberg zijn peilen op de chocoladespecialiteit de negerzoen. De firma Van der Breggen uit Tilburg, die de fabricage van de firma Buys had overgenomen, reageerde niet op brieven van de stichting. ‘We wilden een cultureel historisch centrum bouwen in Nederland. Als we voor elke doos negerzoenen die in al die jaren zijn verkocht één kwartje zouden krijgen, hadden we aan de vijfentwintig miljoen gezeten die we nodig hadden.’ Dat de opdruk van de gele dozen voortaan ‘Negen zoenen’ in plaats van ‘Negerzoenen’ vermeldde, zal de omzet geen kwaad hebben gedaan. ‘Achteraf blijkt dat we dat bedrijf met onze actie aan enorm veel free publicity hebben geholpen. Daar hebben we geen bloemetje voor gehad.’

Vorig jaar kwamen Groenberg en zijn stichting in opstand tegen Het negerboek, de Nederlandse vertaling van The Book of Negroes van de Canadese romancier Lawrence Hill. De titel werd als beledigend ervaren, maar uitgeverij Nieuw Amsterdam voelde er niets voor om te capituleren voor de eis dat de publicatie uit de handel zou worden genomen. Groenberg: ‘We stonden op het punt om via een juridische procedure te bereiken dat we twee euro per verkocht exemplaar zouden krijgen als genoegdoening. Uiteindelijk hebben we dat niet gedaan omdat de indruk zou kunnen ontstaan dat we een stelletje geldwolven zijn. Omdat we ons gekrenkt voelden, hebben we in het openbaar de kaft van het boek verbrand. Dat was wereldnieuws, we hebben daar zelfs het achtuurjournaal van de Canadese televisie mee gehaald.’

Zwarte holocaust

In de herstelbetalingen waar het bij de oprichting van de stichting om was begonnen, zit vooralsnog weinig schot. Advocaat Gerard Spong zag wel mogelijkheden om naar Amerikaans voorbeeld claims in te dienen bij bedrijven die zich eeuwenlang aan de slavernij verrijkten. Zo zou Hudig, inmiddels eigendom van het Amerikaanse Aon, vroeger slavenschepen hebben verzekerd. De Nederlandse handelsmaatschappij, een van de voorlopers van ABN Amro, kan ook een rol hebben gespeeld in de Surinaamse plantage-economie. ‘Dat we daar toen niet uitgekomen zijn, is een geldkwestie,’ zegt Roy Groenberg. ‘Voordat Spong namens onze stichting een zaak zou aanspannen, moest er een bedrag op zijn rekening worden gestort. We hadden hem gevraagd om het pro deo te doen, maar dat bleek niet mogelijk. Het idee dat Nederland een gebaar zou moeten maken tegenover de nazaten van de slaven is niet van de baan, maar dat betekent niet dat we met geopende portemonnee klaarzitten om de miljoenen op te vangen. De herstelbetaling zou bijvoorbeeld ook kunnen bestaan uit vijftig jaar adopteren door Nederland van het peuteronderwijs in Suriname. Dat zou bijdragen tot echte bevrijding. Iemand die elke maand een formulier moet invullen om zijn geld te krijgen, noem ik niet bevrijd.’


Het geharrewar over geschiedschrijving, herstelbetalingen en excuses voor de gruweldaden die Nederland in de koloniale tijd beging, heeft primair met perceptie te maken, legt Sandew Hira uit. Zelfs ruimdenkende, meegaande progressieve mensen onder zijn gehoor beginnen ongemakkelijk te zuchten zodra hij de Zwarte holocaust ter sprake brengt, die volgens hem in mening opzicht de grimmigheid overtrof van de Holocaust (‘de Holocaust heeft vijf jaar geduurd, de slavernij heeft vijfhonderd jaar geduurd. De Holocaust kostte het leven aan zes miljoen mensen, slavernij aan tweehonderd tot vierhonderd miljoen mensen’). ‘Als mensen mij op grond van die uitspraak in de gevangenis willen stoppen, moeten ze dat vooral doen,’ zegt hij. ‘Maar zo uitzonderlijk is het niet wat ik beweer. In literatuur van Amerikaanse wetenschappers kwam je dergelijke analyses al tientallen jaren geleden tegen, maar in Nederland is dit een betrekkelijk nieuw geluid. Daar schrikken die witte hoogleraren van, ze zijn niet gewend dat ze worden tegengesproken. Zwarte intellectuelen beginnen kritische vragen te stellen. In dat proces zitten we nu. De tijd dat zwarte mensen een stijve nek overhielden aan het gedwee ja en amen knikken en onderdanig luisteren naar wat de witte professor te zeggen heeft, is voorgoed voorbij.’

maandag 15 oktober 2012

Spong: schadeclaim vanwege slavernij niet uitgesloten

Advocaat Gerard Spong sluit niet uit dat een schadeclaim tegen de Nederlandse staat vanwege het slavernijverleden kans van slagen heeft. Dat zei hij dinsdagavond in het programma Altijd Wat. De slavernij in de Nederlandse koloniën werd in 1863 afgeschaft. De advocaat noemt een claimzaak 'woest aantrekkelijk'.  
Het is volgens Spong niet onaannemelijk dat de nazaten van Surinaamse en Antilliaanse slaven nog last hebben van de gevolgen van de slavernij. "De slavernij was een geïnstitutionaliseerd fenomeen dat honderden jaren heeft geduurd." Tot nu toe is echter nooit een claim ingediend.

Foto @ Michiel van Kempen


Deze zomer bracht een onderzoeksgroep van de Vrije Universiteit in kaart waar in 1863, het jaar dat Nederland de slavernij afschafte, slaveneigenaren woonden. De eerste inventarisatie richtte zich op Amsterdam, een uitgebreider onderzoek volgt. Dit onderzoek is aanleiding voor een discussie over schadevergoeding in de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap in Nederland.

Een claim tegen de staat ligt volgens Spong het meest voor de hand. Het was een 'door de staat geaccordeerd instituut, waar de staat zelf ook aan meedeed'. Behalve de staat zouden ook vroegere slaveneigenaren en banken die zelf of in de vorm van hun rechtsvoorgangers betrokken waren bij de slavenhandel een claim aan hun broek kunnen krijgen.

De in Paramaribo geboren Spong noemt een claimprocedure 'juridisch uitdagend'. Omdat het een omvangrijke en langdurige exercitie zou worden, wil hij niet alleen aan de slag. "Ik zou het de moeite waard vinden om samen met andere advocaten een zaak te beginnen."

[Bron: Versgeperst, Novum, Altijd Wat, LA Chispa]

dinsdag 29 maart 2011

De winst van een slavenmaatschappij

door Deryck J.H. Ferrier MSc.

Voor de hedendaagse discussie met betrekking tot vereffening van de ereschuld aan de nabestaanden van de tot slaaf gemaakten als gevolg van het kolonialisme, is er onder meer een duidelijk beeld nodig van de baten en de kosten van het koloniaal proces. Noodzakelijk voor de discussie zijn de bevindingen betreffende de wijze waarop de verschillende elementen van koloniale activiteiten met elkaar verbonden zijn, en wat zij in financieel opzicht voor en met elkaar hebben betekend voor de betrokkenen in het proces. Daartoe behoren slavenhandelaars, plantage-eigenaren en andere slavenexploitanten, financiers, handelaren en kooplieden die zich ten koste van dwangarbeid verricht door ontmenste slaven hebben kunnen verrijken. Met op de achtergrond daarvan het aandeel uit de opbrengsten van koloniale exploitatie dat de Staat zich kon toeëigenen middels inning van reguliere belastingen. Belastingheffingen op kapitaal dat verkregen werd door dienstverlening aan en handel in goederen voortgebracht door de kolonie. Daartegenover komen natuurlijk ook de kosten te staan die de Staat heeft moeten maken om het koloniaal proces en de onderdrukking in de koloniale gebieden mogelijk te maken en in stand te houden.
.

De kern van de studie is zoals Zunder zelf in de proloog van het boek zegt: ‘... het inzichtelijk maken van de aard en omvang van de economische aspecten van het kolonialisme in Suriname. [...] Wat heeft Nederland in de loop van drie eeuwen plantage-economie van de kolonie Suriname gemaakt?’ En elders: ‘Wat hebben de slavenhandel en de kolonie Suriname in de loop van drie eeuwen de Nederlandse belanghebbenden opgeleverd?’
De studie van Armand Zunder, Herstelbetalingen, was gericht op het verkrijgen van objectief zicht op de ontwikkeling en kwantificering van kosten en baten. Die zijn essentieel om te kunnen begrijpen hoe de diverse actoren van het kolonialisme voordeel hebben kunnen trekken uit de slavenhandel, de exploitatie van plantages middels slavenarbeid, de verhandeling van aldus voortgebrachte goederen en het daarmee samenhangend economisch dienstbetoon.
Zunder beschrijft in grote lijnen hoe het kapitaal dat in Suriname werd voortgebracht, emigreert van de kolonie naar het land van de kolonisator. Hij gebruikt hiervoor beschrijvingen en cijfers en een methode van realistisch redeneren die in wetenschappelijk opzicht als volstrekt aanvaardbaar wordt erkend.Het interessante van Zunders werk is dat er veel verwijzingen zijn naar officiële en wetenschappelijk degelijk onderbouwde studieresultaten van anderen, die hij combineert met zijn eigen bevindingen. Daardoor onstaat uiteindelijk een logisch opgebouwd betoog, met een wetenschappelijk verantwoorde onderbouwing, dat zich gemakkelijk laat lezen en begrijpen. Gecombineerd met de gekwantificeerde resultaten van zijn eigen onderzoek naar de kapitaalstromen, komt een venieuwend inzicht tot stand met betrekking tot de aard en de omvang van de bijdragen van de kolonie Suriname aan de materiële welvaart van zowel de stad Amsterdam als de provincie Zeeland in de periode van de Verenigde Provinciën, en na 1815 van de Staat der Nederlanden.Juist omdat Zunder zijn bevindingen spiegelt aan de conclusies van anderen die zich een beeld hebben proberen te vormen van de economische betekenis van koloniale slavenmaatschappijen voor de Europese kolonisatoren, zijn de uitkomsten van zijn studie opvallend en origineel. Bovendien geeft de wijze waarop hij zijn afwijkend standpunt illustreert - middels kwantitatieve data met betrekking tot de financieel-economische betekenis van Suriname voor de kolonisator - meer rechtvaardiging aan zijn conclusies, vragen en twijfels over de wetenschappelijke correctheid van de bevindingen en opvattingen van andere auteurs die vaak lijnrecht tegenover zijn eigen conclusies staan. (Het betreft, onder meer, werken van auteurs als J. Wolbers, R.A.J. van Lier, R.M. Nanan Panday, P. Emmer, J. van der Voort, G. Oostindie, A. van Stipriaan, A. van der Woude en H. van der Kuilen).
.
Is Suriname een verlieslatend wingewest geweest voor Nederland? - zoals door de voornoemde auteurs vaak wordt beweerd. Zunder is van mening dat er voor een oordeel over de vermeende armlastig-, verlieslatend- en geldverslindendheid van de kolonie Suriname in de eerste plaats gedegen studie gemaakt behoort te worden. Een studie van de reële waarde van de vanuit Suriname aangevoerde goederen op de Amsterdamse markten enerzijds, terwijl er anderzijds gelijktijdig een objectieve analyse behoort te worden gemaakt van de betalingen voor door Nederland aan de kolonie geleverde goederen en diensten.
In een dergelijke analyse dient vooral aandacht besteed te worden aan de controle die door kooplieden-bankiers en andere financiële hoogwaardigheidsbekleders werd uitgeoefend op de geld- en goederenstromen in beide richtingen, én aan de voordelen die zij middels deze controle-uitoefening door de jaren heen hebben genoten.
In zijn boek geeft de auteur de databronnen en de systematiek aan die voor een dergelijke benadering in overweging genomen kunnen worden. En hij doet voor hoe deze benadering in de praktijk uitwerkt. Met zijn bevindingen als grondslag bestrijdt Zunder effectief en overtuigend de gevestigde opvattingen over de geldverslindendheid van de kolonie Suriname. Gevestigde opvattingen die het onder meer doen voorkomen alsof Suriname als verlieslatende entiteit de Staat der Nederlanden en zijn staatkundige voorgangers altijd veel meer geld heeft gekost dan het voor hen heeft opgebracht.
Zunder komt tot de conclusie dat de instandhouding van de kolonie Suriname nimmer een last kan zijn geweest voor de schatkist van de kolonisator.Met een hele serie cijferreeksen betreffende de omvang en de waarde van de goederenproducties door Suriname aan Europa geleverd, bewijst hij het tegendeel. Hij toont aan dat, zelfs indien de goederenstromen van de slechtste jaren worden gekapitaliseerd - zonder de normale door Stad en Staat geheven belastingen - de staatsontvangsten uit door Suriname voortgebrachte kapitaalgoederen op jaarbasis altijd aanzienlijk groter zijn geweest. Groter dan de middelen die de Staat der Nederlanden en Nederlandse ondernemers hebben besteed aan de kolonie, in de vorm van investeringen, subsidies, administratie- en defensiekosten.
.De meeste zogenaamde gezaghebbende auteurs hebben volgens Zunder nooit grondig en structureel naar de migratie van kapitaal gekeken. Deze auteurs hebben verder de indruk gewekt dat na de Amsterdamse beurscrisis van 1773 de export van de plantageondernemingen zo goed als tot stilstand zou zijn gekomen. Dit is beslist niet juist. De kolonie bleef grondstoffen produceren voor export naar Nederland, maar de plantages ontvingen steeds minder voor de producten. De slaven kregen uiteraard niets terug voor de van hen afgedwongen arbeidsinzet.
In de periode 1683-1940 is er volgens Zunders berekeningen in totaal voor meer dan 1.7 miljard aan migratie van kapitaal in de vorm van import van grondstoffen, in Nederland terechtgekomen. De kapitaalmigratie in de periode 1683-1773 bedroeg - volgens Zunder - het equivalent van circa 600 miljoen Nederlandse guldens en in de periode 1774-1939 het equivalent van circa 1.1 miljard. De bestedingen van Nederland aan de kolonie Suriname in de voornoemde perioden blijken tezamen slechts een fractie te bedragen van de belastingontvangsten die opgestreken werden uit de verhandeling van de uit Suriname geleverde goederen.
.Nederland heeft ook in de periode voor 1667 een groot aandeel gehad in de aanvoer van slaven naar het tegenwoordige Brazilië. De West-Indische Compagnie (WIC) had haar koloniale activiteiten in die periode hoofdzakelijk op Noordoost-Brazilië en West-Afrika gericht, en niet op Suriname. Er zijn aantoonbaar heel wat Nederlandse ondernemers en ondernemingen - vooral rederijen en kooplieden-bankiers - geweest die in die periode en de jaren daarna actief betrokken zijn geweest in de lugubere slavenhandel, die hun enorme winsten heeft opgeleverd.
De omvang van deze winsten kan volgens Zunder globaal op enkele miljarden guldens worden geschat. Naar hedendaagse opvattingen over de verwerpelijkheid van de slavenhandel, zou het vorengestelde al meer dan voldoende aanleiding kunnen vormen voor ‘Wiedergutmachung’ in de vorm van materiële compensatie aan de nazaten van de tot slaaf gemaakten, voor het leed dat hun voorouders werd aangedaan.

Mede vanwege de nauwkeurige beschrijving van de uitgangspunten die essentieel zijn om de context te kunnen begrijpen waarbinnen het koloniaal proces zich heeft voltrokken, kan het werk van Zunder als een ideaal referentiedocument worden aanbevolen. Aan historici, journalisten, studenten en anderen die zich om welke redenen dan ook willen verdiepen in de financiële, economische en sociale aspecten van de slavernij, slavenhandel en koloniale producties. En dan met name de suiker-, koffie-, cacao- en katoenproducties van Suriname en hun betekenis voor de Nederlandse economie en welvaart in de periode tussen 1700 en 1940.
Het is wellicht aanbevelenswaardig om het ‘Zunder rekenmodel’ - meer gedetailleerd uitgewerkt - in een aparte publicatie uit te geven, om het ook voor anderen hanteerbaarder te maken in studies die betrekking hebben op procedures voor de identificatie van de kapitaalwaarden van goederen- en dienstenproducties.

De inhoud van Zunders Herstelbetalingen biedt naast een alleszins relevante kwantitatieve grondslag ter rechtvaardiging van de claim tot ‘Wiedergutmachung’, ook een objectieve referentie voor de inschatting/vaststelling van de omvang van de eventuele herstelbetalingen aan de gemeenschappen van nabestaanden van enkele honderdduizenden tot slaaf gemaakte Afrikanen en tienduizenden onderbetaalde Aziatische contractarbeiders, voor de dwangarbeid in de loop van 196 jaren verricht.
Met de gebundelde presentatie van zijn studieresultaten heeft Zunder zonder twijfel zijn doel bereikt, namelijk te komen tot rechtvaardiging van claims tot ‘Wiedergutmachung’; door middels systematische en kwantitatieve analyse de economische en financiële implicaties van het kolonialisme voor Suriname en de in Suriname tewerkgestelde slaven zowel cijfermatig als structureel inzichtelijk te maken. En hij verdient daarvoor een waardig compliment.

Armand Zunder, Herstelbetalingen. De “Wiedergutmachung” voor de schade die Suriname en haar bevolking hebben geleden onder het Nederlands kolonialisme, 495 pp. Den Haag: Amrit, 2010. ISBN 978- 90-74897-55-6
Naschrift: Jammer dat zo’n belangrijke studie slecht tot boek gebonden is. Bij intensief gebruik raakt het binnenwerk los van het omslag. Heel jammer! [- Red. ‘dWTL’]

zondag 31 oktober 2010

Slaven (en geen tot-slaaf-gemaakten), negers (en geen Afro-Surinamers)

“Ik heb geleerd dat je de slavernij moet bekijken met de normen van zijn tijd. Als je naar de Gevangenenpoort in Den Haag gaat zul je zien dat blanke Hollanders daar de vreselijkste martelingen moesten ondergaan door andere blanke Hollanders. Zwarte slavenhouders in Suriname hielden zelf zwarte slaven. Slavernij heeft niets te maken met huidskleur, ras of etniciteit. Nu, op dit moment, anno 2010, zijn er wereldwijd 27 miljoen slaven. Dat is meer dan er ooit zwarte Afrikanen in slavernij naar de Nieuwe Wereld zijn gevoerd. Maar ik hoor de mensen die herstelbetalingen eisen, nooit over die slavernij die er nu is.”

Dat zei John H. de Bye (geboren in Paramaribo in 1942) bij de presentatie van zijn nieuwe historische roman Liefde in slavernij in Afro-Surinaams cultureel centrum Kwakoe in Amsterdam op 31 oktober j.l. Een redelijk gevulde zaal luisterde eerst naar het voorlezen van fragmenten uit het boek door Noraly Beyer en Alida Neslo. Daarna kwam de auteur zelf aan het woord, niet echt een soepel verteller, maar je kon een speld horen vallen. De Bye heeft niets met gemakzuchtige verhaaltjes. Een dame in het publiek kreeg lik op stuk, toen ze de opmerking maakte dat het woord ‘neger’ denigrerend is. Onmiddellijk haalde John de Bye er Frank Martinus Arion bij, die tijdens een discussie bij het festival Winternachten in 2002 zei: ‘Ik ben er trots op een neger te zijn.’ De Bye had ook Edgar Cairo kunnen citeren, of Rellum, of Dobru. John de Bye gebruikt dus het woord ‘neger’ in zijn boeken, en hij gebruikt ook het woord ‘slaaf’ want van het krampachtige ‘tot slaaf gemaakten’, dat je tegenwoordig zo vaak bij de politiek-correcten hoort, moet hij niets hebben. En in zijn boek zegt hij nog meer: ‘Wat kan het Nederlandse volk nu, honderden jaren later, verweten worden? Dat ze in slaven gehandeld hebben die door zwarte slavenhalers aangeleverd werden? In een tijd waarin zulks geheel normaal was en niemand anders wist? Laat me niet lachen.’

Je zou denken dat de 'herstelbetalers' wel flink tegengas gaven. Maar dat gebeurde niet. Niks van een debat. De 'herstelbetalers' bleven weg. Met het 'nu' kun je niet veel, dan komt het te dichtbij, dan word je aangesproken op je ethiek van alledag. Geen gezelliger melkkoe dan de geschiedenis van de slavernij.


John H. de Bye, Liefde in slavernij. Schoorl: Conserve, 2010, € 17,95.
.


.

Foto's: @ Michiel van Kempen

vrijdag 1 oktober 2010

Houdt Zunder de nazaten een worst voor?

door Carry-Ann Tjong-Ayong

Armand Zunder is de nieuwe autoriteit op het gebied van herstelbetalingen na de slavernij. Internationaal, vooral in de Caribbean, wordt hij gevraagd hierover spreekbeurten te houden. Zoals hier bij de Schrijversgroep'77 in Tori Oso.

Ik heb mij aangemeld voor het panel als tegenstander. Ik geloof niet in de reparatiefunctie van geld als doekje voor het bloeden, voor leed dat vier eeuwen geleden mijn voorouders aangedaan is. Hoe zorgvuldig Zunder ook in talloze archieven zijn cijfers en rekenmodel heeft samengesteld, ik heb toch het gevoel dat hij de nazaten een worst voorhoudt. Zou iedereen de moeite nemen zijn boek zo nauwgezet te lezen als ik? Of zullen ze stilhouden bij het woord "betaling" en zich rijk rekenen? Het klinkt als de droom van de rijke suikeroom die je onverwachts een enorme erfenis in de schoot werpt.
Ik geloof niet in deze sprookjes. Wat niet wegneemt dat ik met Zunder eens ben, dat het een misdaad tegen de menselijkheid betreft.

Ieder van ons heeft wel een of meer voorouders, die tot slaaf gemaakt zijn, of die contractarbeiders waren. Of zelfs slaveneigenaren..... Wat moet ik met twee Afrikaanse grootmoeders, een blanke Portugees-joodse en een Chinese grootvader? En tot overmaat van ramp ben ik al 40 jaar getrouwd met de nazaat van Zeeuwen.

De door Schrijversgroep77 georganiseerde avond was mager bezocht. Het onderwerp is taai, het boek 500 pagina´s dik en te duur voor de doorsnee Surinamer.

We nemen onze plaatsen in. Ismene heeft de avond omlijst met gedichten van Hindoestaanse jongeren, van Sombra en Celestine Raalte, van ons, van Alphons Levens. Dat neemt de angel uit het onderwerp. Maar ik ben mijn tekst vergeten, dus ook mijn gedicht.

Zunder opent de avond met een tamelijk chaotische inleiding met tekstdia´s die onleesbaar zijn. Te kleine letter, veel te vol en als je het moeizaam ontcijfert praat hij er steeds tussendoor. Wim sist mij toe dat het nog onduidelijker is dan het boek. Zunder is echter over tijd met zijn verhandeling, dus als ik na de pauze moet aantreden, kan ik meteen in de aanval. Ik heb een vijftal vragen voor hem die hij straks zal beantwoorden.

Ik zeg hem dat zijn ondertitel “Wiedergutmachung” mij op het verkeerde been heeft gezet, en aangezien ik maar één goed been heb, is dat dubbel erg. De zaal lacht.

Ik vraag hem welke categorie Surinamers hij voor ogen heeft voor herstelbetaling. Of hij een nazaat van de slaven van de plantage Sarah in Coronie is, want dat wij dan buren waren, omdat mijn voorouders op Leasowes woonden. Of het gaat om de rechtvaardiging van een misdaad tegen de menselijkheid (dus om de morele aspecten) en of dat is op te lossen door middal van een economische vergoeding?Is deze vergoeding niet gebaseerd op een speculatieve en demagogische berekening, vgl. het piramidespel, een theoretisch model dat onjuist is.

Herstelbetalingen hebben voor mij een symbolisch karakter, omdat leed niet in cijfers is uit te drukken. Ik wil daarom ook financiële genoegdoening hebben. En de cijfers in het Zunder rekenmodel drukken niet het doorstane leed van de tot slaaf gemaakte Afrikanen uit.

Een aantal mensen in de zaal is het met mij eens. Zunder belooft mij te antwoorden als zijn medestander, Helmut - een universitair docent, het woord heeft gevoerd. Wij gaan de pauze in. Als die om is, blijkt de zaal flink uitgedund.

Zunder is het met een aantal van mijn stellingen eens. Hij geeft toe dat je leed niet cijfermatig kunt uitdrukken. Maar dat ik geen genoegdoening wil, zal anderen er toe brengen mijn deel over te nemen. Juist, dan gaat het dus om het geld en niet om het leed. Maar zijn model is slechts een aanzet, zegt hij. Hij nodigt anderen uit hiermee verder te gaan.

Iemand in het gehoor heeft de cijfers nagerekend en onjuistheden opgemerkt. Zunder geeft dit toe en zal het bij de tweede druk met de uitgever bespreken. Op de vraag of dit zijn promotieonderzoek is, zegt hij dat het een uit de hand gelopen hobby is, waar hij vier jaar in gestopt heeft.

Een handjevol mensen discussieert over de cijfers, een paar oudere dames knikkebollen. Als wij Zunder de hand geschud hebben en het pand verlaten, blijken alle weglopers op het terras achter een dyogo te zitten.

cat 29/9 2010


Illustratie: voor- en achterzijde van een Surinaamse wisselbrief uit 1863 (klik op afbeeldingen voor groter formaat)

donderdag 15 juli 2010

Nederlands slavernijverleden leidt tot verhitte discussies

Keti Koti (donderdag 1 juli), de dag waarop Surinamers en Antilianen de afschaffing van de slavernij vieren, is nog maar net een week voorbij of intellectuelen rollen over elkaar heen over het Nederlandse slavernijverleden. Vooral ‘slavernijprofessor’ Piet Emmer weet de aandacht op zich gericht.

Toen emeritus hoogleraar in de geschiedenis van Europese expansie dr Piet Emmer (Universiteit Leiden) zijn boek Who abolished slavery? Resistance and accomodation in the Dutch Caribbean (2008) publiceerde, kwam hem dat naast lofprijzen op felle kritiek te staan. Toen hij uitgerekend op de ‘Dag der Vrijheden’ (Keti Koti) in een publicatie in de Volkskrant aan zijn boek refereerde, wist hij de discussie over het Nederlandse slavernijverleden opnieuw aan te jagen. Intellectueel Nederland kroop weer in de pen om hem goed van repliek te dienen. Zij benadrukten hún visie op de slavernij nog duidelijker op bijeenkomsten. Wat stuit deze criticasters zo tegen de borst dat zij een reactie niet kunnen nalaten?

Politiek correct
Om te beginnen zegt Emmer in het stuk dat Surinamers en Antilianen de afschaffing van de Trans-Atlantische slavenhandel en slavernij te danken hebben aan ‘de kliek deftige, oude, blanke, mannelijke leden van Europese en Amerikaanse parlementen’. ‘Moet je daar een feestelijk gezicht bij trekken?’, vraagt hij zich af. Hij voert aan dat de opstanden van de tot slaaf gemaakten – behalve die in Haïti - vrijwel niets hebben bijgedragen aan het besluit een punt achter de slavernij te zetten. Emmer vindt studies, die het slavenverzet als belangrijkste oorzaak van de afschaffing van de slavernij noemen, maar ‘politiek correct’.

Sociaal-historicus Michaël Deinema, promovendus in sociale geografie en Hebe Verrest, universitair docent ontwikkelingsstudies, beiden verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, haasten zich 4 dagen later in dezelfde krant bezwaar te maken tegen de opvattingen van Emmer. ‘Emmer ziet enkele cruciale en bekende feiten over het hoofd die de gangbare "politieke correcte" interpretaties ondersteunen’, stellen ze. Zij wijzen op de abolitionisten die zich juist door het ‘zwarte verzet’ hebben laten inspireren. ‘Was het toeval dat de eerste golf van het Britse abolitionisme uitbrak net nadat in 1791 de slaven in Saint Domingue in opstand waren gekomen?’ Zo noemen

zij meerdere opstanden in andere ex-koloniën die van grote invloed zijn geweest op de beweging van abolitionisten zoals de beroemde opstand van François Dominique Toussaint Louverture (afbeelding hierboven), die als vrijgemaakte negerslaaf in opstand kwam tegen de Franse kolonisten in Haïti.

Een dag later deed Anil Ramdas, publicist, in NRC Handelsblad er nog een schepje bovenop. Hij vindt het slavernijdebat ‘harteloos en rancuneus’ en noemt Emmer ‘landskampioen zakelijk spreken over de slavernij.’

Koe Bertha
Het is niet de eerste keer dat Piet Emmer het vuur aan de schenen krijgt gelegd. Sandew Hira, historicus en auteur van het boek Decolonizing the mind (2010) wist niet wat hij hoorde toen Emmer de afschaffing van de slavernij als een ‘typisch kenmerk van de Westerse beschaving’ bestempelde. ‘Als de afschaffing van de slavernij een typisch kenmerk is van de Westerse beschaving, dan kan de invoering daarvan geen typisch kenmerk zijn van diezelfde beschaving’, betoogt Hira. Verbolgen is hij over Emmers stelling ‘dat Afrikaanse slaven het brandmerken als een bewijs zagen dat hun nieuwe eigenaar voor hen zou zorgen.’ Emmer zegt geen enkel bewijs te hebben gevonden dat tot slaaf gemaakten het brandmerken als gruwelijk en pijnlijk ervoeren. Deze interpretatie is een gruwel in de ogen van Hira. ‘Is dit serieuze wetenschap van de Universiteit Leiden? Een hoogleraar die zich bezighoudt met slavernijgeschiedenis en die zwarte mensen beschrijft zoals je koe Bertha beschrijft, die stelt dat ze geen notie van vrijheid hadden en dankbaar waren voor hun brandmerk, die concludeert dat ze graag in slavernij wilden leven?' vraagt hij retorisch. 'Die hoogleraar is geen wetenschapper, maar een racistische kwakzalver’, aldus Hira. .



Waar is Emmers bewijs?
Aan de kring van ‘Emmercritici’ kan ook Stephen Small worden toegevoegd. Small werd op 29 juni benoemd tot bijzonder hoogleraar Nederlands Slavernijverleden en erfenis aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. ‘Ik geloof niet dat hij voldoende onderzoek heeft gedaan om tot zulke conclusies te komen. Mijn vraag aan hem is: waar is je bewijs? En zijn je bevindingen gebaseerd op de zienswijze van de witte gemeenschap of heeft de zwarte gemeenschap hier ook aandeel in?’
Small gaat vanaf september één dag in de week onderzoeken hoe men in Nederland omgaat met het slavernijverleden. Hoe denkt men over deze donkere periode in de Nederlandse geschiedenis? Hoe wordt daarover gediscussieerd in boeken, het dagelijkse leven, op school, in de kunst en cultuur sector en in de media? ‘Ik ben specifiek geïnteresseerd in de mening van de zwarte gemeenschap. Juist hún bijdrage maakt het onderzoek wetenschappelijker, rijker en meer humaan.’
De recente en geruchtmakende studie Herstelbetalingen van Armand Zunder is Small niet ontgaan. ‘Zijn boek opent de deur voor het debat over wie nu echt van de slavernij hebben geprofiteerd. Boeken als dat van Zunder zijn belangrijk voor het slavernijdebat’, zegt Small.

‘Witte studies’
De vraag is waarom de overwegend ‘witte studies’ een totaal ander beeld geven van het Nederlandse slavernijverleden dan zwarte onderzoekers? ‘Zij presenteren dit deel van het verleden bewust als fabel dan als systeem van onderdrukking en uitbuiting’, weet Hira. ‘Opvattingen zoals het mijne circuleren in tegenstelling tot in Nederland reeds langer in wetenschappelijk Amerika. Zunder is bijvoorbeeld de eerste die het onderwerp van reparaties in Nederland op de agenda zette.’ Small is het hartgrondig met hem eens. ‘Nederland loopt goed achter op landen zoals Brazilië en de Verenigde Staten.’ Daarmee wil hij niet beweren dat de situatie in die landen perfect is. ‘Maar je ziet dat landen met goed georganiseerde zwarte sociale bewegingen het veel beter doen. Neem als voorbeeld de civil rights movement in the Verenigde Staten die de universiteiten en intellectuelen hebben gedwongen om beter onderzoek te verrichten. Nederland heeft in zijn onderzoeken de zwarte gemeenschap totaal genegeerd.’

Piet Emmer was niet bereikbaar voor een reactie.

[Bron: Wereldjournalisten, 7 juli 2010]

'De Surinaamse geschiedenis is in hoge mate vervalst'

Nederland moet de Surinaamse gemeenschap zeker 50 miljard euro betalen voor het leed dat hen is aangedaan tijdens de slavernij. Dat zei econoom en auteur van het boek Herstelbetalingen Armand Zunder in Vereniging Ons Suriname in Amsterdam. Spijt betuigen is niet genoeg.

Nadat de transatlantische slavenhandel en slavernij in 2001 op de antiracisme conferentie in het Zuid- Afrikaanse Durban door de Verenigde Naties tot een misdaad tegen de menselijkheid werden verklaard, heeft de Surinaamse econoom Armand Zunder niet stilgezeten. Hij dook in de archieven en kwam ruim 10 jaar na dato met zijn boek Herstelbetalingen. ‘De transatlantische slavernij was een keiharde business’, zei Zunder gisteren in Vereniging Ons Suriname tijdens de presentatie van het boek. Daarmee zette hij de toon voor het 500 pagina’s tellende betoog voor erkenning en rechtsherstel.

‘Van miljoenen mensen is tijdens de transatlantische slavernij het leven verwoest. Nederland is Suriname ingegaan, heeft genocide gepleegd onder de inheemsen en heeft mensen uitgebuit op plantages. Hele generaties zijn gedehumaniseerd uit winstoogmerk’, zegt Zunder.

‘The Dutch Best Kept Secret’
Zunder noemt de bevindingen uit zijn studie ‘The Dutch Best Kept Secret’. Onder toeziend oog van Surinaamse intellectuelen, jong en oud, ontsluierde hij dit volgens hem best bewaarde geheim. ‘Het beeld van Suriname als armlastige kolonie is onjuist. Suriname was in tegenstelling tot wat het overgrote deel van de Nederlandse historici melden een winstgevend wingewest voor Nederland. Suriname is echt een kroonjuweeltje geweest in de Nederlandse koloniale geschiedenis.’ Zunder uit harde kritiek op de zogenaamde ‘Surinamekenners’. ‘Waarom zijn zij hier zo zuinig en zo onduidelijk mee omgegaan? Deze informatie heb ik gewoon uit Nederlandse archieven. Ik constateer dat zij bewust of onbewust hebben meegewerkt aan het verdraaien van de feiten.’



Kooplieden-bankiers
De grote profiteurs van de slavernij zijn volgens Zunder de zogenaamde kooplieden-bankiers, regenten en elite geweest. Daar ging het grote geld naartoe. Zij hielden contacten met de plantageondernemers in de kolonies en verstrekten ‘negotiatieleningen’. Deze leningen waren een hypotheek waarbij tot slaaf gemaakten, grond en opbrengsten van de plantages als onderpand dienden. Mensen zoals Jan Deutz, Johan Bok en Dirk Leuveling staan op een lijst van 84 bankiers die dergelijke leningen verstrekten. Zunder schrijft dat Suriname 2 ‘seats’ had op de Amsterdamse stapelmarkt. ‘Amsterdam was toen het zakencentrum van de wereld. Suriname was destijds veel bekender dan het nu is.’

Koningshuis
Ook de rol van het koningshuis neemt de econoom onder de loep. Zo blijkt uit bronnen dat Prins Maurits van Oranje 50.000 florijnen heeft bijgedragen als aandeel in de West Indische Company (WIC). Koning Willem I, die de Nederlandse Handels Maatschappij (NHM) oprichtte – dat later werd omgezet in ABN Amro –, mag zich voegen in het rijtje van profiteurs. Mensen als Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck plaatst Zunder onder een vergrootglas. ‘Sommelsdijck investeerde 68.000 florijnen in de plantage-economie. Een eeuw later verkocht zijn familie dit aandeel voor maar liefst 770.000 florijnen. Sommelsdijck was, nu de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij zijn uitgeroepen tot een misdaad tegen de menselijkheid, dus een misdadiger.’

‘Zundermodel’
Met het ‘Zundermodel’ rekende de econoom uit dat Nederland minimaal 50 miljard schuldig is aan Suriname. Daarvoor keek hij naar de eindwaarde van de migratie van kapitaal uit Suriname en het humane leed dat de Surinaamse gemeenschap is aangedaan. Hij doet dit door de waarde van kapitaalgoederen – dus ook slaven – om te zetten in de waarde van nu. Zijn uitgever AMRIT/IISR, bij monde van Dew Baboeram, zei later dat het bedrag kan oplopen tot wel € 15 biljoen. ‘De bedragen kunnen ongelooflijk groot worden. Een slaaf zou nu € 2 miljoen waard zijn. Als je dat vermenigvuldigt met het aantal slachtoffers in Suriname dan kom je makkelijk op € 15 biljoen uit.’

‘Wiedergutmachung’
Zunder noemt de transatlantische slavenhandel en slavernij de ‘Black Holocaust’. Plantages vergelijkt hij met concentratiekampen. ‘De slavernij was 60 keer erger dan de Joodse Holocaust. De slachtoffers van de slavernij kregen geen enkele vorm van compensatie.’ Wie wel een betaling tegemoet zagen waren de plantageondernemers. Zij kregen per slaaf 300 florijnen. ‘Viervijfde daarvan waren de kooplieden-bankiers. Het typische van dit alles is dat het geld in tegenstelling tot de heersende gedachte uit Indonesië kwam.’ Zunder stelt voor dat Nederland net zoals de Duitse regering het systeem van ‘Wiedergutmachung’ hanteert. Niet alleen afstammelingen van slavernij slachtoffers komen volgens zijn stappenplan in aanmerking voor compensatie, maar ook de contractarbeiders die onder het Nederlandse kolonialisme hebben geleden.

De criticaster roept Nederland op de hand in eigen boezem te steken. ‘Na de 1ste en 2de wereldoorlog kreeg Nederland de gelegenheid zichzelf weer op te bouwen. Er zijn herstelbetalingen geëist van de Duitse overheid en er kwam Marshallhulp die ten grondslag ligt aan de huidige sociale voorzieningsstaat. ‘Suriname kreeg maar 3 miljard ontwikkelingsgeld. Dat is een druppel op een gloeiende plaat. Als Nederland zichzelf een beschaafde natie noemt, dan moet zij in de spiegel durven kijken.’ Tot nu toe heeft de voormalige kolonisator tot 3 keer toe spijt betuigd. ‘Maar spijt is niet genoeg. Je moet de guts hebben om wat achter je ligt op een degelijke manier goed te maken.’

Bouterse en 50 miljard?
Hoe realistisch is het dat de Surinaamse gemeenschap straks een bedrag op de rekening krijgt gestort? Zunder presenteert een batterij aan maatregelen. Ten eerste moet de Surinaamse regering om rechtsherstel vragen bij het Internationale Gerechtshof. Ook moet er een bewustwording komen onder de Surinaamse gemeenschap. De Surinaamse regering moet het onderwijs curriculum wijzigen en een monument voor eenheid en verzoening eisen. Daarnaast moet de Nederlandse regering stoppen met de kop in het zand te steken en dit taboeonderwerp ter sprake brengen. Zunder: ‘Het zal dus van beide regeringen afhangen. Maar realisme kun je echter niet berekenen.’

Je kunt je afvragen hoe veilig eventuele schuldbetalingen in handen zijn van een regering onder leiding van Bouterse, die heeft bewezen de democratie met de voeten te treden. Daarover zegt Zunder ‘dat het programma van de Megacombinatie goede kansen biedt voor de implementatie van het plan voor rechtsherstel. Ook heeft hij begrepen dat Jenny Simons, de tweede NDP favoriet, de ambitie heeft zich met dit vraagstuk te bezigen. Zunder: ‘Daarmee heb ik niet gezegd dat de 50 miljard in goede handen is van de Megacombinatie. Er moet een commissie worden geïnstalleerd die zal toezien op doelmatige besteding van de reparaties.’ Hoewel de studie van Zunder diepgaand is, heeft hij zijn inziens ‘enkel de deur met een kier opengezet’. ‘De Surinaamse geschiedenis is in hoge mate vervalst. Mijn boek zie ik als een invitatie aan vooral Surinaamse academici om vervolg onderzoeken te doen’, aldus Armand Zunder.

Het eerste exemplaar van Herstelbetalingen werd overhandigd aan Barryl Biekman, voorzitter van het Landelijk Platform Slavernijverleden. Biekman noemde het boek een 'heldendaad'.


[Bron: Wereldjournalisten, 21 juni 2010]

Foto: Dominique Snip