Posts tonen met het label Best Krijn de. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Best Krijn de. Alle posts tonen

dinsdag 30 april 2013

Krimi’s op Curaçao

door Jeroen Heuvel

Spannende romans die zich afspelen in Curaçao. Cura-crime thrillers, zo noemt Krijn de Best zijn speurboeken, gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen, los van de moorden en de verzonnen hoofdpersoon, inspecteur Gert Berk. De auteur verbaast zich over de duistere praktijken van doortrapte criminelen die hun praktijken in Curaçao uitvoeren, of op een zustereiland – zoals Jorin Slooter verzonnen is naar de moordenaar van het Peruaanse meisje – maar die De Best op Curaçao situeert; vrijheid van de artiest. Krijn de Best heeft vroeger op Curaçao gewoond en gewerkt. Door gesprekken met eilandbewoners die soms meer van onopgeloste zaken afweten dan de politie en de rechters, krijgt De Best zoveel informatie dat hij via zijn inspecteur sappige verhalen kan vertellen. Het gegeven voor deel 3 bijvoorbeeld is afkomstig van raadsvrouwe, rechter en vriendin Rika Geertruida de Valk-Aaldriks. “Krijn, zei ze, ik heb een idee voor een boek.” Voilà, een nieuw boek.
De Best kan goed vertellen. Met verbazing volg je als lezer de spitsvondigheden van de criminelen, en nog meer de wijsheid van de hoofdfiguur.

Van huis uit is Krijn de Best marketingdeskundige, organisatiepsycholoog en economisch socioloog. Hij is docent geweest aan de Hoge Economische School te Amsterdam en de universiteit van Keulen, directeur van verschillende opleidingsbureaus en consultancybedrijven, twee Telecombedrijven en een internationaal uitgeversconcern. Hij woont en werkt in Nederland en Frankrijk. Behalve boeken op zijn vakgebied schrijft hij thrillers. Naast de Cura-crime reeks, is er een serie die zich afspeelt in Frankrijk.

Vier thrillers zijn er tot nu toe in de Cura-crime reeks verschenen, allemaal met een titel van een Curaçaose buurt: deel 1 heet Waaigat, deel 2 Blaauwbaai, 3 Brakkeput en 4 Duivelsklip. Er is ook al een Engelse en Franse vertaling van Waaigat. Hoewel het oorspronkelijk plan was het bij vier romans te laten, krijgt Krijn zoveel ongelofelijke verhalen over Curaçaose misdaden te horen dat een volgende deel zich al bij wijze van spreken heeft opgedrongen. In deel 5, Savonet genoemd, wordt de pantomime rond – het standbeeld van – Peter Stuyvesant verhaald en de meest recente spectaculaire goudroof. Dit deel verschijnt waarschijnlijk binnenkort.

Krijn de Best in Brakkeput 







De thrillers zijn met een vlotte pen en tongue in cheek geschreven. De auteur besprenkelt zijn detectives met een keur aan bijvoeglijke naamwoorden en knipoogjes naar de lezer als die voldoende algemene kennis in huis heeft. Hij lardeert zijn avonturenromans met verwijzingen naar beroemde musici als Miles Davis, Toots Tielemans, Jacques Brel, Charles Aznavour, Chopin en Wim Statius Muller, naar Nobelprijswinnaars als Albert Schweitzer en naar auteurs als Shakespeare, Dante en Jan Brokken en inspecteurschrijvers als Henning Mankel, Charles den Tex en Tomas Ross. Overigens lees je de boeken met evenveel plezier als je deze artiesten (nog) niet kent. Inspecteur en privé detective Gert Berk houdt van lekkere maaltijden, zowel het bereiden als het verorberen, hij is uitgekeken op Nederland en gecharmeerd van de Benedenwinden. Volgens Germaanse sagen was de berk de boom der wijsheid. De berk is blank van buiten en bruin van binnen. De Best houdt de spanning er ook goed in door flitsende, elkaar afwisselende korte scènes voor te schotelen, in elk boek komen de verschillende verhaallijnen uiteindelijk samen in het hart van een web.

Het volgende fragment uit Waaigat illustreert enkele stijlkenmerken van De Best.

‘Notaris Antonissen kan u nu ontvangen,’ zei de secretaresse tegen Berk, die al een half uur in de wachtkamer zat.
Hij stond op en volgde haar omvangrijke in kleurrijke gewaden gehulde gestalte. Meester Antonissen bleek een nerveuze magere man van onbestemde leeftijd. Zijn formele kostuum zag er lang gedragen uit. Berk stelde zich voor en toonde zijn legitimatie. De notaris nam de tijd om deze te bekijken.
Hij gaf hem uiteindelijk terug.
‘Rechercheur Berk, wat is de interesse van de Nederlandse politie hier in Curaçao? Ik heb u gisteren al meer verteld dan door de beugel kan.’
Berk zuchtte. ‘Meneer Antonissen, de vraag zou moeten zijn, wat valt niet onder de interesse sfeer van de Nederlandse justitie. Hoewel ik weinig concrete bewijzen heb, ontmoet ik hier voortdurend lieden die in mijn optiek niet deugen. Geloof me, ik heb heel wat jaren ervaring met criminelen, maar de dichtheid op Curaçao overtreft mijn bevattingsvermogen. Maar u bent notaris en dus als het ware een soort handhaver van de wet. Het zal niet echt meer geheim zijn dat ik ondermeer onderzoek doe naar de dood van Pieter In ’t Veld. Hij was een cliënt van u en ik heb een paar vragen.’
Antonissen stak beide handen afwerend op.
‘Dit zou inbreuk kunnen maken op de vertrouwensrelatie tussen mijn cliënt en mij. Sorry, ik kan en mag niets voor u doen.’
‘Maar In ’t Veld is dood,’ drong Berk aan.
De notaris schudde zijn hoofd. ‘Dat maakt niets uit. De vertrouwelijkheid geldt ook na de dood. Alleen aan zijn vrouw kan ik zaken meedelen. Zij is dan ook de enige erfgenaam. Hun zoon is nog minderjarig.’
‘Ik wil niets weten over de huidige zaken, notaris, mijn belangstelling gaat uit naar de oorsprong van het kapitaal van Pieter In ’t Veld. Een paar antwoorden zouden kunnen voorkomen dat ik allerlei gerechtelijke dwangbevelen moet laten uitvaardigen om banken, advocaten en zelfs notarissen te dwingen hun gegevens prijs te geven. Daarnaast is het zo dat uw naam vaak opduikt. Zoals we gisteren bespraken als één van de mensen die de heer Mouse als laatste in leven heeft gezien. U begrijpt mijn belangstelling voor uw zienswijze.’
Berk deed er het zwijgen toe. De bleke Antonissen slaagde er in een tintje lichter te kleuren. Hij slikte een paar keer.
‘Ik wil u niet tegenwerken, laat dat voorop staan. Maar ik wil ook de wet niet overtreden. Het is algemeen bekend dat Pieter zijn grootste kapitaal verdiend heeft met ‘Cura Bell’, een zeer succesvolle onderneming. Hij heeft er zelfs een prijs mee gewonnen. Ondernemer van het jaar 2000.’
‘Dank u notaris, maar hoe kwam In ’t Veld aan het geld om medeoprichter te zijn van Cura Bell?
Weer had Antonissen het moeilijk. ‘Ik denk dat u er vanuit kunt gaan dat het eerste kapitaal van mevrouw Kamphuis Bartels kwam. U kunt het haar vragen. Ik heb zelf de volmachten opgesteld waarmee de heer In ’t Veld zaakwaarnemer werd van zijn vrouw. Dat was rond de geboorte van hun kind. Hij regelde de financiën, dus alle bankzaken, investeringen en belastingzaken van zijn vrouw.’
Berk voelde dat hij niet veel verder kwam en besloot nog één vraag te stellen.
‘Wat was de naam van die bank ook al weer?’
‘ABN-AMRO,’ zei Antonissen voor hij er erg in had.” (pp. 247-248)

De verhalen spelen zich weliswaar in Curaçao af maar de kennis van de personages – of misschien de auteur – van het Papiamentu en de plaatselijke cultuur laat hier en daar wat te wensen over. Enkele voorbeelden uit deel 3 van de serie Brakkeput.

Een geit wordt een gabriet (p. 40) in plaats van een kabriet, de ‘Tumba’ zou door een Hollandse Gouverneur in de negentiende eeuw in de ban zijn gedaan omdat er te sensueel op gedanst werd (p 34), in plaats van de tambú, men begroet elkaar met ‘Ayó, con ta bai?’ (onder andere op p 11), terwijl ayó alleen maar gebruikt wordt bij het afscheid, en ‘kon’ niet met een c maar met een k wordt geschreven in het Papiaments van Curaçao. In het tweede deel van de Cura-crime thrillers, Blaauwbaai, geschiedt de begroeting wel met de gebruikelijke woorden ‘Bon Dia’ (p 18) maar is Dia abusievelijk met een hoofdletter afgedrukt. In dit boek staan helaas ook fouten zoals: ‘TCA-mafioso mi bo skòp’ (p 10), ‘sinverguensau descransiano’ (p 43) en een Truki Di pan (p 110). En dat voor boeken die meer dan 50 gulden per stuk kosten, hm.

Wellicht malen de meeste lezers er niet om. Volgens de marketingdeskundige bestaat zijn doelgroep immers uit vakantiegangers die zich willen ontspannen met een lokale Krimi.