![]() |
| Paul Banning - The Yellow Taxi Trinidad |
Een oordeel vellen over een roman is vaak een persoonlijke
aangelegenheid. Er zijn uiteraard duidelijke criteria op grond waarvan kan worden beoordeeld. Hoe worden hoofdpersonen
beschreven, is het thema goed uitgewerkt, hoe springt de auteur om met tijd en
ruimte, zijn er feitelijke onjuistheden in het boek of worden universele
waarden besproken? Als het er daadwerkelijk op aankomt, beantwoordt de
recensent meestal enkele simpele vragen, zoals: heb ik het boek met plezier
gelezen of is het een-ver-van-mijn-bed show?
Alles aan de nieuwe roman van Oonya Kempadoo, All Decent Animals, zou de goed
geïnformeerde Caraïbische man of vrouw moeten aanspreken. Er worden actuele
thema’s in verwerkt, het grote carnavalsgebeuren en de hedendaagse situatie met
name criminaliteit, armoede en raciale verhoudingen worden beschreven, taboes
worden doorbroken zoals homoseksualiteit en hiv/aids. Kortom, het boek zou deze
recensent, die graag romans van deze regio leest en die de eerste roman van
Kempadoo een van de uitschieters van de afgelopen twintig jaar vindt, zeker
moeten aanspreken. Waarom heeft het dan zoveel moeite gekost om het boek
helemaal uit te lezen?
De eerste drie bladzijden beginnen veelbelovend. De
hoofdpersoon Ata (afkorting van Atalanta) komt aan op Piarco, de internationale
luchthaven van Port of Spain, de hoofdstad van Trinidad. Haar nauwkeurige
waarnemingen en beschrijvingen van het eiland zijn herkenbaar voor mensen die
vaker in het Caraïbisch Gebied reizen. Ze springt in een taxi - uiteraard wordt
direct de etniciteit van de chauffeur vermeld (een hindostaan). Terwijl ze naar
haar woning wordt gereden, staat de radio in de auto aan. Zij hoort de laatste
politieberichten en de lezer weet direct dat de situatie - wat de misdaad
aangaat - uit de hand is gelopen. Vier mensen uit een gezin zijn vermoord,
behalve de zevenjarige zoon die zich onder een bed had verstopt en alles heeft
meegemaakt. Moeder en dochter zijn verkracht in het bijzijn van de vader en de
andere zoon. Vervolgens zijn ze gekapt en verschillende malen beschoten.
![]() |
| Laventille, Trinidad |
De taxi passeert de werkelijk bestaande ‘shantytowns’ van
Trinidad zoals Laventille waarbij de chauffeur nog de opmerking maakt dat
sommige mensen niet graag langs of door deze wijken rijden. In nog geen drie
bladzijden weet de lezer dat het eiland met al zijn olierijkdommen grote
sociale problemen heeft. Het is dan verwachtbaar dat al deze elementen een rol
zullen spelen in de roman. Dit is ook zo maar het lukt niet echt om er een
geheel van te maken.
Ata is actief in het hele gebeuren rond carnaval. Er zijn
verschillende groepen met hun eigen kostuums die moeten worden ontworpen.
Carnaval is een geschikte manier om naar een maatschappij te kijken, maar dat
is al eerder gedaan door schrijvers als Earl Lovelace die in zijn romans veel
dieper ingaat op de politieke, culturele en sociaaleconomische aspecten
daarvan. Veel nieuws heeft Kempadoo dan ook niet te melden.
De artistieke wereld waarin Ata zich beweegt wordt
uitgebreid besproken. Een centraal personage is Fraser, architect en
homoseksueel die besmet raakt met het hiv-virus en steeds verder aftakelt. We
laten even in het midden of het werkelijk zo handig is om in een roman uit het
Caraïbisch Gebied waar homofobie zich overal manifesteert, homoseksualiteit te
koppelen aan hiv/aids. Voor de vrienden en omgeving van Fraser is dit alles
helemaal geen probleem. Iedereen is erg begripvol wanneer hij alsmaar zieker
wordt. Hij heeft zelfs vierentwintig uur per dag hulp van zijn krinbg van kennissen die afwisselend bij hem zijn, en van een verplegend team. Geen irrationele
angsten voor besmetting, iedereen begrijpt het, zij stellen geen vervelende
vragen hoe hij besmet is geraakt, kortom, het begrip voor zijn situatie springt
van elke bladzijde de lezer tegemoet. Nogmaals, dat alles in het homofobe
Caraïbisch Gebied. Je zou graag willen dat dit de werkelijkheid is voor elke besmette persoon in de regio, maar
iedereen weet wel beter. Alleen zijn ouders, vooral de moeder, hebben grote
problemen met het gedrag van hun zoon.
Af en toe komt een herkenbare werkelijkheid op de lezer af.
Een van de bijfiguren is de Afro-Trinidadiaanse taxichauffeur Sammy, die de
vaste rijder is van Fraser. Hij is verliefd op een hindostaanse vrouw. Haar
vader kan daar totaal geen begrip voor opbrengen met alle dramatische gevolgen
van dien. Kempadoo weet wel goed te spelen met de taal. De passages waarin
Sammy voorkomt, zijn geschreven in Caraïbisch-Engels die het boek authentiek
doen aanvoelen. Ata, Fraser en de artistieke kring worden in Standaardengels
beschreven behalve hier en daar in de dialogen. Deze roman heeft alle elementen
om het Caraïbisch Gebied in het eerste decennium van de 21ste eeuw tot leven te
brengen. Dat gebeurt helaas niet. Hier en daar is er een scène die laat zien
dat het mogelijk is, maar daarbij blijft het.
Oonya
Kempadoo: All Decent Animals. New York: Farrar, Strauss and Giroux, 2013.
ISBN 978-0-374-29971-2
.jpg)











