Posts tonen met het label Digitalisering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Digitalisering. Alle posts tonen

dinsdag 20 mei 2014

Nieuw nummer OER

OER Digitaal Vrouwenblad is uit met een nieuw nummer getiteld Black is Beautioful. Klik hier om de digitale versie te bezoeken.


dinsdag 8 april 2014

Cultureel Centrum Coronie wil ICT promoten

Ochtendwad in Coronie. Foto © K.D. Dijkstra

door Beta Debidien

Coronie - Het nieuwe bestuur van het Cultureel Centrum Coronie (CCC) wil activiteiten op het gebied van internet en communicatie (ict) promoten in Coronie. Onder leiding van districtscommissaris Harold Sijlbing heef het bestuur besloten een ICT-werkgroep in te stellen in samenwerking met het plaatselijke commissariaat.

Volgens Sijlbing is het de bedoeling om onder andere de CCC-cyber weer dagelijks open te stellen voor jong en oud. Ook moeten er trainingen komen voor de schooljeugd, ambtenaren en andere belangstellenden. "Wij hebben vastbesloten om ICT tot een centraal punt te maken in het beleid van het district", zegt Sijlbing.

Inmiddels is een begin gemaakt met de reparatie van kapotte computers en deze maand nog zullen ambtenaren van de bestuursdienst een nascholingscursus krijgen. Naast de ICT- gerichte zaken heeft het CCC-bestuur ook recreatieve activiteiten in de planning.

Daarnaast is afgesproken dat de talentvolle jeugdschakers die er in Coronie zijn en verenigd zijn in de schaakvereniging Totscha, het CCC-gebouw als oefen- en wedstrijdlocatie mogen gaan gebruiken. Naast de film- en theateravonden, zijn er ook craft-trainingen onder leiding van Cocra Unie in voorbereiding. "CCC moet weer een centrale plaats innemen als het gaat om recreatieve en culturele activiteiten in het district'', aldus Sijlbing.

[Sijlbing is overigens vandaag teruggetreden als districtscommissaris – red. CU]


[uit de Ware Tijd, 07/04/2014]

dinsdag 1 april 2014

Discussie papieren boeken versus e-books onzinnig

Foto © Creative Diy
E-books worden een steeds belangrijker deel van onze wereld. Zonder dat we het doorhebben wordt het niet veel opvallender dan wegen en supermarkten. Ze blijven omdat de digitale wereld ook blijft. Dus het zal niet lang duren voordat we het niet meer hebben over e-books versus papieren boeken omdat we beide als normaal ervaren.

De strijd tussen e-books en papieren boeken is al vele malen besproken door de media. De ene keer komt het papieren boek uit dit gevecht als winnaar omdat je makkelijk kan bladeren en twee pagina’s tegelijk kan zien. Een andere keer wordt het e-book als kampioen gekroond omdat je boeken makkelijk kan delen, in de tekst kan zoeken en internetlinks kan gebruiken.
Foto © Lt Uhura


Het zal nog wel even duren voordat de discussie voorbij is. Grote Amerikaanse boekenwinkels, zoals Waterstone, zeggen dat de e-bookmarkt alweer aan het krimpen is. Vorig jaar daalde de verkoop daar met 5% terwijl de markt voor papieren boeken steeg met 11,5%.
Alhoewel de VS vaak een voorloper is van wereldwijde trends, is dat nu niet het geval: overal stijgt de verkoop van e-books, waaronder in Nederland. Elk jaar zijn er meer digitale toestellen en kunnen meer e-books worden verkocht.

Eigenlijk maakt het niet uit wat de belangrijkste methode is om boeken te lezen. De ontwikkeling die de uitgeverijen nu doormaken, lijkt veel op die van de muziekindustrie. Daar is een vrije val van verkoopcijfers door piraterij (gedeeltelijk) voorkomen door zelf een digitale kopie aan te bieden bij elk fysiek product.
Het betekent dus waarschijnlijk niet dat het papieren boek verdwijnt. Er is niet voor niets een discussie gaande over welke vorm van boeken beter is. Tot de nadelen van e-books overwonnen zijn, blijft het papieren boek bestaan. Al is het alleen maar om er af en toe achteloos doorheen te bladeren en de geur van papier te ruiken.


[van schrijvenonline.nl, 1 april 2014]


zaterdag 15 maart 2014

Literatuur op het scherm

Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en het Nederlands Letterenfonds zoeken ontwerpers, ontwikkelaars, (kinderboeken)schrijvers en dichters voor deelname aan het programma Literatuur op het Scherm. Het programma biedt auteurs gelegenheid om in samenwerking met vormgevers en technici een nieuwe literaire productie te ontwikkelen voor de tablet of smartphone. De fondsen stellen hiervoor zes gezamenlijke werkbudgetten van € 7.500 ter beschikking. De resultaten dienen in november te worden gepresenteerd in het Stedelijk Museum Amsterdam. Stuur je idee, portfolio en motivatie in voor 24 april 2014.


donderdag 13 februari 2014

Nederlandse onbeperkte e-booksdienst dit jaar van start

door Jeroen Kraan
Een zgn. e-reader

Uitgeverijen WPG en LannooMeulenhoff willen nog dit jaar een onbeperkte e-booksdienst starten. Zo willen ze digitaal lezen toegankelijk en aantrekkelijk maken voor een groot publiek.
Dat meldt NRC Next donderdag. De 'Spotify voor e-books' moet direct toegang bieden tot populaire en recente titels, in tegenstelling tot de onlangs gelanceerde e-boekendienst van de Nederlandse bibliotheken.
De maandelijkse prijs die moet worden betaald wordt nog niet bekendgemaakt. Ook wil projectleider Lisa van den Herik van uitgeverij Unieboek Het Spectrum tegenover NUtech nog weinig prijsgeven over de technische details.
Zo wil ze niet zeggen of het mogelijk zal zijn om boeken op verschillende apparaten, zoals e-readers en tablets, te lezen. Ze benadrukt enkel dat het gebruiksgemak zo hoog mogelijk moet liggen, om het aanbod aantrekkelijk te maken voor een grote groep consumenten.

Een zgn. "boek": papieren bladen die vroeger werden
samengebonden in één band, en die in de hand kon
worden  genomen om te worden doorgebladerd, erg
zwaar en vochtaantrekkend. Zeer uit de tijd.
(J.J. Hartsinck, Beschryving van Guyana, 1770,
collectie Buku Bibliotheca Surinamica)
Compleet
Ook het aanbod moet zo uitgebreid mogelijk zijn. "We zijn met heel veel uitgevers in gesprek" over het toevoegen van e-books aan de dienst, zegt ze. Op termijn zou zij in de dienst het liefst een compleet aanbod van Nederlandse e-books terugzien. Bij de lancering zal dit nog niet het geval zijn, maar moet er wel "voldoende aanbod" zijn om abonnees aan te trekken.
Tegen NRC Next zegt Van Den Herik dat de vergoeding van auteurs wordt bepaald op basis van de tijdsduur die mensen besteden aan het lezen van hun boeken. "Het uitgangspunt is dat het niet veel nadeliger voor auteurs is dan wat zij nu met de verkoop van e-boeken verdienen."
Verschillende uitgevers zeiden in januari al tegen NUtech dat zij interesse zouden hebben in een 'Netflix voor e-books'. "Ik denk dat we alles moeten uitzoeken en alles een kans moeten geven", zei uitgever Jeanette Ploeger van De Fontein.

[van Nu.nl, 13 december 2014]


dinsdag 4 februari 2014

FLA-symposium over de opkomst van digitale journalistieke kanalen.


Kranten en bladen worden meer en meer in hun bestaan bedreigd. Tegelijkertijd werd in 2013 het ene na het andere digitale publicatiekanaal gelanceerd. Wat betekent deze ontwikkeling voor freelance journalisten? Wat kunnen ze in 2014 verwachten van deze kanalen en hoe wordt bijvoorbeeld het auteursrecht gehandhaafd? Wat willen uitgevers, welke content heeft overlevingskans en welk type journalist weet zich in de toekomst staande te houden? Tijdens het symposium Valt er iets te kiezen? geven uitgevers, journalisten en mediadeskundigen hun visie op deze ontwikkeling. Het programma wordt afgesloten met een debat.

Datum: 10 februari 2014
Tijd: 14.00 – 17.30 uur (aanvang borrel)
Locatie: Debatcentrum De Balie, Kleine-Gartmanplantsoen 10, Amsterdam
De Balie is te bereiken met tram 1, 2, 5, 7 en 10 (halte Leidseplein).
Toegang: gratis; aanmelden verplicht via formulier



Programma

14.00 zaal open
14.30 opening door Wijbrand Schaap, voorzitter FreeLancers Associatie (FLA).
14.40 lezing Paul Disco docent aan de Hogeschool van Amsterdam. Als directeur van De Groene Amsterdammer trok hij het blad begin deze eeuw uit het dal. Onlangs publiceerde hij een artikel over de verdienmogelijkheden met losse artikelverkoop op De Nieuwe Reporter.
15.00 lezing Piet Bakker lector aan de Faculteit Journalistiek en Communicatie van de Hogeschool Utrecht en bekend van zijn berichten over bereik- en lezersstatistieken van kranten en tijdschriften.
15:25 presentaties digitale kanalen: Blendle door Marten Blankesteijn, eLinea door Michel Suijkerbuijk, Myjour door Jan Verheul en The Post Online door Jan Jaap Heij.

    pauze 

16.15 forumdebat met Paul Disco, Hanneke Verschuur (Lira), Wijbrand Schaap (FLA), Miloe van Beek (freelance journalist) en Rick van Dijk (Stimuleringsfonds voor de Pers). Debatleider: Piet Bakker.
17.30 borrel 

Meer informatie: fla@vsenv.nl; 020  6240803

Aanmelden klik hier 




vrijdag 31 januari 2014

Facebook-pagina voor e-dichtbundels


MartsArts PoetryPictures is een aparte facebook-pagina gestart voor het toegankelijk maken en promoten van e-gedichtenbundels. Dit omdat ik er regelmatig mooie voorbij komen. Dus als jíj ook een e-bundel ergens beschikbaar hebt of er goede weet, plaats ze op deze pagina en help deze pagina bekend te maken onder jouw fb-contacten!

Kijk op Facebook op Poëzie gebundeld
of maak contact via infoi@martsarts.nl

zondag 12 januari 2014

4 redenen waarom de taal niet door de sociale media wordt aangetast


door Marc van Oostendorp

De sociale media zoals Twitter en Facebook zijn een bron van zorg en hoop. Ze zouden voor maatschappelijke verruwing zorgen, of juist voor meer onderling begrip. Ze zouden ons mensen eenzamer maken, met allemaal meer aandacht voor hun telefoon dan voor elkaar; of ze zouden ons juist dichter bij elkaar brengen. De mensen zouden er dommer en minder belezen van worden, of juist slimmer en actiever. Ze zouden de taal over het randje van de afgrond doen storten; of ze zouden juist zorgen voor een ongehoorde explosie van taalcreativiteit.

Je kunt natuurlijk eindeloos over dit soort zaken twisten, liefst dan natuurlijk via Twitter, en dat geeft ongetwijfeld veel vreugde aan alle betrokkenen. Maar je kunt de zaken ook eens nuchter bekijken. Van de invloed op de maatschappij of de individuele mens heb ik geen verstand, maar wat de taal betreft lijkt er mij weinig reden voor overdreven optimistische verwachtingen; maar ook niet voor pessimistische.

Hier zijn vier redenen voor een wat nuchterder kijk op de sociale media dan de gangbare.

1. Media beïnvloeden de taal zelden of nooit. Dat 'nieuwe' media de taal beïnvloeden wordt al heel lang gedacht. Bij de introductie van de telefoon werd al gemopperd omdat 'huisvrouwen' dat medium alleen maar voor oppervlakkig gebabbel zouden gebruiken. Ook de speelfilm, de radio en de televisie werden allerlei invloeden toegeschreven, maar daar is maar weinig van gebleken. Neem de televisie en wees eens eerlijk, welke langdurige invloed heeft dat medium nu op onze taal gehad?

Akkoord, Van Kooten en De Bie hebben onze woordenschat verrijkt met regelneef en Jiskefet met lullo, maar dat kun je toch geen serieuze invloed noemen? Een paar woorden die sommige mensen af en toe gebruiken? Of gebruikt u die woorden wél regelmatig? (De journalist Ewoud Sanders maakte vijftien jaar geleden een heel boekje met woorden die het eerstgenoemde duo aan de taal hadden toegevoegd. Maar wie dat nu doorbladert, ziet hoeveel van die vondsten inmiddels alweer lijken te zijn weggezakt.)

Wat echt van belang is bij taalverandering is de vorm die we al het langst gebruiken: het onderlinge contact tussen mensen die zich fysiek in dezelfde ruimte bevinden. Dat gaat niet snel – maar er zijn ook geen aanwijzingen dat de taal nu sneller verandert dan in het verleden, als zoiets al te meten zou zijn.

2. De sociale media veranderen veel te snel. Daarbij komt dan nog dat de sociale media zélf veel te snel veranderen. Dit jaar maakte woordenboekmaker Van Dale bekend dat het werkwoord msn'en uit de woordenlijst zou worden verwijderd omdat het niet meer werd gebruikt. Nog maar een jaar of vijf geleden was msn dé manier waarop jongeren met elkaar communiceerden. Inmiddels is dat alweer vervangen door allerlei andere vormen. Ik durf ze hier niet eens te noemen, want voordat ik de namen heb uitgetikt, is de jongste generatie alweer overgestapt op iets anders. Dat betekent ook dat de 'invloed' van die nieuwe media steeds maar verandert. Nog maar kort geleden kon je denken dat nieuwe media impliceerden dat 'we' steeds meer afkortingen gingen gebruiken: sms-taal. Inmiddels is sms goeddeels vervangen door Whatsapp, waarop je technisch veel minder gebonden bent aan verkorte vormen. Die verkorte vormen worden dan ook minder gebruikt.

3. De sociale media passen zich eerder aan de taal aan dan andersom. Doordat de sociale media zo snel veranderen, is het logischer dat zij iedere keer net iets beter zijn aangepast aan de eisen die de taal stelt, dan dat het logge en eeuwenoude taalsysteem dat we al eeuwenlang hebben zich van de ene dag op de andere aan de nieuwste technische gril voegt.

Hoe passen de media zich aan de menselijke taal aan? Om dat vast te stellen zou je moeten begrijpen waar die taal eigenlijk, van oudsher, voor dient. Waarvoor gebruikten de jagers en verzamelaars op de prehistorische steppe eigenlijk taal? Niet om fraaie volzinnen te construeren, of uitgebreide betogen waarin de ene alinea een logisch verband houdt met de vorige een de volgende; maar waarschijnlijk veel eerder om elkaar in korte zinnetjes verslag te doen van onze alledaagse werkzaamheden.

Precies die functie is altijd de belangrijkste gebleven, in ieder geval kwantitatief: luistert u maar eens om u heen hoe de mensen de taal vooral gebruiken. Wat dat betreft is de tweet dus veel beter geschikt voor de taal in haar natuurlijke staat dan de handgeschreven brief of het weloverwogen pleidooi.

4. De mensen kunnen best schakelen. Er zijn dus weinig redenen om je zorgen maken, net zoals er weinig redenen zijn om overdreven hoopvol te zijn: de sociale media zijn te vluchtig om zoiets fundamenteels te veranderen. De spijkerbroek heeft onze manier van lopen ook niet veranderd, en de iPhone heeft er niet voor gezorgd dat we een andere stem opzetten.

Het is dan ook niet verbazingwekkend dat mensen ook best kunnen schakelen tussen verschillende media. Dat hebben ze ook al heel lang moeten doen: het verschil tussen schrijf- en spreektaal was honderd jaar geleden niet per se kleiner dan dat tussen de sollicitatiebrief en de Facebook-statusupdate.

Hoewel er natuurlijk wel wat anekdotes zijn over mensen die ff schrijven in een officieel briefje, komen dat soort missers in de praktijk ook weinig voor. En waar ze wel plaatsvinden, wijzen ze niet per se op invloed van de sociale media op 'de taal'. De taal is oud en rijk en veelvormig. Ze is nog altijd het allerkrachtigste communicatiemiddel dat we hebben, dat op geen enkele manier geëvenaard kan worden door wat dan ook. En dat zeker niet kan worden veranderd door zoiets onbenulligs als een touchscreen.

Zie ook de Taalcanon over dit onderwerp.

[van Neder-L, 10 januari 2014]

dinsdag 10 december 2013

Hoe uitgevers en boekhandels hun plek verliezen

door Geert Poorthuis

Wie denkt dat hij over een jaar of vijf in de Nederlandse boekhandel nog het complete actuele aanbod van nieuwe boeken aantreft, heeft het mis: een groot deel van de boeken verschijnt dan nog alleen digitaal. Die trend is nu al zichtbaar in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Daar is een kwart van de boeken op de digitale bestsellerlijsten afkomstig van auteurs die aan ‘self-publishing’ doen, zonder tussenkomst van uitgeverijen en boekhandels.

Bij diverse grote digitale uitgeverijen, als Amazon, Kobo en Apple, kun je als auteur een tekst (uiteraard via de computer) aanleveren, doorgaans in de vorm van een ePub-bestand, het meest gebruikt voor e-lezen. Je kan doorgaans ook de prijs zelf bepalen. Amazon, Kobo of Apple nemen je boek dan op in hun collectie en strijken bij verkoop een deel van de winst op. Patsboem: je bent een gepubliceerd auteur zonder dat er een uitgever of een boekhandel aan te pas is gekomen.

Street Art 3

Natuurlijk komt het regelmatig voor dat een reguliere papieren uitgever zo’n populaire digitale uitgave alsnog ‘oppikt’ en dat het boek dus wel in de boekhandel belandt, maar in veel gevallen blijft het bij een digitale verschijning. Dat komt niet in de laatste plaats doordat zelfgepubliceerde boeken meestal erg goedkoop zijn, denk aan 1,99 euro. Van dat bedrag kan een uitgever echt de druk- en distributiekosten niet betalen. Dat dwingt de consument dus tot aanschaf van het digitale boek, waarmee de vliegwielbeweging een nieuwe slinger krijgt.

Foto: Claudia Anan Porumboiu

Zo ontstaat een tweedeling tussen het traditionele leespubliek en dat deel van de lezers dat inmiddels is overgestapt naar de nieuwere vormen: voor het traditionele deel is voortaan niet meer het complete aanbod zicht- en leverbaar. Goede verkopers in de boekhandel, de bestsellers, verliezen daarmee een deel van hun importantie. De oude bestsellerlijsten geven geen reëel beeld meer van de werkelijkheid in het boekenvak.
Kunnen uitgeverijen en boekhandels aan die voor hen frustrerende ontwikkeling iets doen? Niet heel veel, dunkt ons. Ze hebben de grote spelers in de wereld met hun trage reactie op de digitalisering zo veel voorsprong gegeven dat ze voorlopig met lege handen staan. Men zei vroeger weleens dat een miljoen Nederlanders een roman in het nachtkastje hadden liggen en dat uitgevers werden bedolven onder het aanbod van goedbedoelde maar kansloze manuscripten. Die tijd is binnenkort voorbij: wie dat graag wil, kan zijn boek zelf (online) publiceren. De markt van lezers maakt dan in zijn eentje uit wie er goed verkoopt en dus een succesvol schrijver is. Een mooie democratisering van het schrijversvak.

[van HP/De Tijd, 7 december 2013]


dinsdag 3 december 2013

Out of Print, Maybe, but Not Out of Mind (3 and final)

Pablo Picasso - La lecture
by David Streitfeld

Multimedia

The author liked the result. “I was stunned by the amount of work Citia did,” Mr. Kelly said. “They wrote a digest of the entire book, idea by idea.”

And yet, he wrote What Technology Wants to present his ideas. If they were going to be reorganized by someone else, what was the point of writing the original book? Maybe he should have written the book on cards in the first place.

The very thoroughness of the Citia approach might be discouraging other authors from signing up. Since its debut in the spring of 2012, Citia has done cards for only four books. It recently branched out into other media with track notes for Snoop Lion, the rapper formerly known as Snoop Dogg, and is negotiating with advertising and talent agencies, financial service firms and consumer product companies.

“All companies are becoming media companies,” Mr. Meyers said. “They all need to tell stories about their products.”

What to label these stories is another question. The Internet by its nature breaks down borders and unfreezes text. Put a book online and set it free to grow and shrink with new arguments, be broken up and reassembled as readers demand, and it might be only nostalgia that calls it by its old name.

Some formats, after all, simply outlive their need. CD-ROMs — compact discs that contained multimedia applications — were thought to herald the future of storytelling, but that business model did not survive the rise of the web. Video arcades disappeared when home computers became sophisticated gaming platforms.

Picture © Jason Mirror

“We will continue to recognize books as books as they migrate to the Internet, but our understanding of storytelling will inevitably expand,” Mr. Brantley said. Among the presentations at Books in Browsers this fall: “A Book Isn’t a Book Isn’t a Book” and “The Death of the Reader.”

Much of the design innovation at the moment, Mr. Brantley believes, is not coming from publishers, who must still wrestle with delivering both digital and physical books. Instead it is being developed by a tech community that “doesn’t think about stories as the end product. Instead, they think about storytelling platforms that will enable new forms of both authoring and reading.”

He cited the enormous success of Wattpad, a Canadian start-up that advertises itself as the world’s largest storytelling community. There are 10 million stories on the site. That is enough to fill a million — for lack of a better term — books.

[from The New York Times, December 1, 2013]

Out of Print, Maybe, but Not Out of Mind (2)

Picture © Sonny Kanuko

by David Streitfeld

With the new era so slow to arrive, some experts in the future of the book seem to be getting a little weary of the topic.

Bob Stein, a pioneering digital innovator, wrote recently that “people often ask me to expound on the ‘future of the book.’ ” Since Mr. Stein is founder of the Institute for the Future of the Book, one might think he would expect and even welcome this. He does not. “Frankly,” he wrote, “I can’t stand the question.”

There is even a movement of sorts proclaiming that the most innovative delivery mechanisms for stories is happening not online, but in physical books. Its manifesto is printed on the cover of a new volume, “Fully Booked: Ink on Paper: Design & Concepts for New Publications,” mocking the notion of the Internet as the latest thing. “The Internet is not dead,” the cover proclaims. “Digital will not disappear. Print will not kill the web. It’s easy to forget that when physical books were invented, news websites ignored them, and then laughed at them as a niche pursuit for geeks.”

Picture © Michiel van Kempen

Books have come full circle. For much of the 20th century, they were regarded as one of the triumphs of design: simple to use, cheap to produce, nearly indestructible, highly portable, energy-efficient. They were the best means of transmitting knowledge the human race had ever known.

Then came the Internet. Books suddenly seemed in need of an overhaul.

“The physical book had become a pretty limited thing, dead to design outside of its cover,” said Peter Brantley, who runs Books in Browsers, a technology conference in San Francisco. “Then all the constraints were gone.”

The notion that books require too much time to read dates back, at least, to midcentury entrepreneurial operations like Reader’s Digest and CliffsNotes, which offered up predigested texts. So some start-ups chose a basic approach: Take a text and break it up.

Safari Flow, a service from Safari Books, offers chapters of technical manuals for a $29 monthly subscription fee. Inkling does the same with more consumer-oriented titles like cookbooks. If you want only the chapter on pasta, you can buy it for $4.99 instead of having to buy the whole book.

Citia is a New York start-up with a much more ambitious approach. Working in collaboration with an author, Citia editors take a nonfiction book and reorganize its ideas onto digital cards that can be read on different devices and sent through social networks.

“The ability to commit 10 or 15 hours to a book is going to be an increasingly fraught decision,” said Mr. Meyers, who came across Citia in the course of his research and found it so intriguing that he became its vice president for editorial and content innovation. “So we need ways to liberate the ideas trapped inside them.”

One of the first books given the Citia treatment was Kevin Kelly’s What Technology Wants. Material directly from the book is in quotation marks and the author is referred to in the third person, which lends a somewhat academic distance to the summaries. Sections of the book are summarized on one card, then the reader can drill down into subsections on cards hidden underneath.

[to be continued, click here]

Out of Print, Maybe, but Not Out of Mind (1)

by David Streitfeld

San Francisco — Books are dead. Long live the book. Even as the universe of printed matter continues to shrivel, the book — or at least some of its best-known features — is showing remarkable staying power online. The idea is apparently embedded so deeply in the collective unconsciousness that no one can bear to leave it behind.

“We pursued distractions and called them enhancements,”
 said Peter Meyers, author of a look at books’ digital
 transformations. Photo © 
Hiroko Masuike/The New York Times

Amazon brags that on its latest e-reader, “the pages are virtually indistinguishable from a physical book.” It recently introduced the Page Flip feature, which mimics the act of skimming. Bookshelves in living rooms may be becoming a thing of the past, but order an e-book from iBooks and Apple promises it “downloads to your bookshelf” immediately.

Some functions of physical books that seem to have no digital place are nevertheless being retained. An author’s autograph on a cherished title looked as if it would become a relic. But Apple just applied for a patent to embed autographs in electronic titles. Publishers still commission covers for e-books even though their function — to catch the roving eye in a crowded store — no longer exists.

What makes all this activity particularly striking is what is not happening. Some features may be getting a second life online, but efforts to reimagine the core experience of the book have stumbled. Dozens of publishing start-ups tried harnessing social reading apps or multimedia, but few caught on.

Photo ©  Klava Zol

Social Books, which let users leave public comments on particular passages and comment on passages selected by others, became Rethink Books and then faltered. Push Pop Press, whose avowed aim was to reimagine the book by mixing text, images, audio, video and interactive graphics, was acquired by Facebook in 2011 and heard from no more. Copia, another highly publicized social reading platform, changed its business model to become a classroom learning tool.

The latest to stumble is Small Demons, which explores the interrelationship among books. Users who were struck by the Ziegfeld Follies in The Great Gatsby, for instance, could follow a link to the dancers’ appearance in 67 other books. Small Demons said it would close this month without a new investor.

“A lot of these solutions were born out of a programmer’s ability to do something rather than the reader’s enthusiasm for things they need,” said Peter Meyers, author of Breaking the Page, a forthcoming look at the digital transformation of books. “We pursued distractions and called them enhancements.”

[to  be continued, click here]

zondag 22 september 2013

Overleeft de schrijver de digitale storm?

Overleeft de schrijver de digitale storm? Is er hoop voor de letteren, wat kan de auteur zelf doen en hebben dichters nog een plekje, over tien jaar?
Kom voor het antwoord naar het Digiposium van de Vereniging voor Letterkundigen en krijg antwoord.

1 november 2013 in Pakhuis De Zwijger te Amsterdam.



www.vvl.nu • vvl@vsenv.nl • 020-6240803

vrijdag 20 september 2013

Veel tijdschiften verdwijnen

Foto © Waterkant.net
De komende jaren verdwijnen er in Nederland veel dagbladen en tijdschriften. De markt is verzadigd. Er zijn te weinig lezers voor zoveel titels. Bovendien eist de razendsnelle digitalisering haar tol. Dat staat in een rapport van adviesbureau Price Waterhouse Coopers.

Veel uitgeverijen zijn bezig een digitale slag te maken bij het kranten en tijdschriften, maar dat remt de omzetdaling slechts. Er is nog nauwelijks sprake van groei.

Wel gaat de groei van online adverteren de komende jaren onstuimig door, staat in het rapport. De verwachting is dat in 2016 de digitale uitgaven een derde van de Nederlandse entertainment- en mediaomzet uitmaken.  In 2011 was dat nog een kwart.


De Nederlandse omzet uit online adverteren en digitale consumentenuitgaven groeide vorig jaar met 17,4 procent naar 3,9 miljard euro. De niet-digitale uitgaven groeiden met slechts 0,7 procent. PwC voorziet dat de groei van online en digitaal de komende 5 jaar gemiddeld met 8 procent groeit tot 5,8 miljard euro.

[Bron: ANP]

zondag 25 augustus 2013

Grote behoefte aan kennis digitale kunstvorm

door René Gompers

Liefhebbers en producenten van animatiefilms zijn tijdens Carifesta XI ook aan hun trekken gekomen. Drie dagen lang zijn in TBL Cinemas workshops verzorgd in 2D, 3D en Stop Motion animatie. De cursussen waren goed bezocht en legden de grote behoefte aan onderwijs in de digitale kunstvorm bloot.
 
The Odd Eggscape. De vreemde vlucht draait om twee personages: de zwerver en de kip. Een verhaal over honger, humor en een ongewone ontsnapping.
De workshops zijn verzorgd door top animators uit Trinidad & Tobago die hun sporen hebben verdiend in de westerse animatie industrie. De groep cursisten bestond uit kinderen en volwassenen. Individueel en in groepsverband werden er in sneltempo, maar toch nog in een gezellige sfeer projecten uitgevoerd. In 2D konden tekenaars zich helemaal uitleven en kregen de basistechnieken van digitaal tekenen mee. De 3D klas was uitermate goed bezocht door zowel leken als professionals. De Surinamers lieten merken dat het niveau van virtueel bouwen en tot leven brengen van creaties, boven het gemiddelde zit. Bij Stop Motion werden de deelnemers gedwongen van achter de computer te stappen en zich fysiek in te zetten. Zij bouwden hun objecten met klei en papier, lieten deze volgens een script 'acteren', legden de momenten op de foto vast, voordat zij terugkeerden achter de computer.

Bewustzijn vergroten
"We zijn niet alleen gekomen om basistechnieken aan te leren, maar ook om het bewustzijn over animatie te vergroten", geeft Shane Young Sing, 2D animator, aan. "Animatie doet nu pas een opmars in het Caribisch gebied. Om ver te komen, hebben we mensen nodig die zich tot het uiterste inzetten. Het doet goed om te weten dat er hier mensen zijn met die instelling." Kylie Homer is 3D animator en vult aan dat het belangrijk is om de eigen identiteit te behouden. "We worden overspoeld door westerse producten en zien haast nooit animaties waarin wij ons terug kunnen vinden. Wij werken er aan om Caribische animators bewuster te maken over hun eigen omgeving om dat te verwerken in hun producties. Het wordt tijd dat we zelf onze eigen verhalen vertellen."

Pass Me Dalla. Een jonge man stuit
 op grote tegenslagen als hij met de bus wil,

 maar zich realiseert dat hij geen geld heeft.

Camille Selvon Abrahams, is docent Animatie op de universiteit van Trinidad & Tobago. Zij stelt voor dat animatie onderwijs in het curriculum wordt opgenomen. "Er is duidelijk grote honger ernaar. "Het is niet alleen maar een kunstvorm maar ook een bron van inkomsten. De grootste industrieën zitten in Japan en Amerika. Zij op hun beurt besteden het werk uit aan talenten uit andere delen van de wereld."

Selvon Abrahams is ook oprichter van het Animae Caribe Animation and New Media Festival. Dit is een platform voor Caribische animators. Hier kunnen zij netwerken, informatie uitwisselen, en producties laten zien. Ook bestaat de gelegenheid om te leren van deskundigen van Nickelodeon, Pixar en Dreamworks. Het belangrijkste doel van het festival is om de Caribische identiteit te behouden en te presenteren aan de rest van de wereld. Tot nog toe is de Jamaicaanse Cabbie Chronicles de eerste animatieserie die de Caribische cultuur weergeeft. "Er is genoeg talent en goede inborst aanwezig. We hebben toch nog een lange weg te gaan als wij ons met bijvoorbeeld Pixar willen meten", geeft Abrahams aan. "Laten we daarom alles op orde zetten nu er nog tijd is. We komen er wel."

[uit Starnieuws, 23 augustus 2013]

maandag 12 augustus 2013

Database The Dutch in the Caribbean World, 1670-1870

Kaart van Essequibo en Demerara in 1798


Met The Dutch in the Caribbean World, C. 1670-C. 1870 levert het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis een belangrijke bijdrage aan het onderzoek naar het slavernijverleden van Nederland overzee. Vanaf 1 augustus is het project online toegankelijk via de website dutch-caribbean.huygens.knaw.nl.

In de eerste helft van de zeventiende eeuw ondergingen de Nederlandse koloniën in het Atlantische gebied een turbulente periode van oorlogvoering. Vanaf omstreeks 1670 kwam de West in rustiger vaarwater en werd geleidelijk aan een ‘nieuwe maatschappij’ gecreëerd. Daarbij ging het in het Caraïbisch gebied om de Nederlandse Antillen (Curaçao, Aruba, Bonaire, St. Maarten, St. Eustatius en Saba) en om vestigingen aan de Wilde Kust (Suriname, Berbice, Essequebo en Demerary). In deze gebieden werden plantages in allerlei soorten en maten aangelegd, die slechts konden renderen door de inzet van uit West-Afrika aangevoerde slaven. Het eigendom en het management van de plantages en van andere bedrijven waren niet alleen in handen van Nederlanders, maar ook van onder meer uit Brazilië afkomstige Sefardische Joden, van Franse Hugenoten en van Engelsen. Als gevolg van deze situatie ontstond een rijk geschakeerd palet aan multiculturele relaties, dat niettemin sterk gelaagd was naar juridische status (vrij of onvrij), kleur, rijkdom en godsdienst. In 1814 moest Nederland, ten gevolge van de oorlogen van de Franse Revolutie en Napoleon, bij verdrag de vestigingen Berbice, Essequebo en Demerary aan Engeland afstaan. Deze gebieden werden door de Engelsen samengevoegd in Brits Guyana. Met de afschaffing van de slavernij in 1863 werd een fundamentele stap gezet op de weg naar de ontmanteling van deze ‘klassieke’ maatschappelijke formatie van de West-Indische koloniën.
Keramiek voor een koffiehandelsfirma in Parijs, 1890

Het project The Dutch in the Caribbean World, C. 1670-C. 1870 bestaat uit twee delen. Enerzijds de voornamelijk Engelstalige archiefgids met relevante bronnen, die referenties aan archiefcollecties berustend in binnen- en buitenland (Nederland, Suriname, Curaçao, Engeland en Guyana) bevat. Anderzijds de Engelstalige samenvatting van de voor de slavernij en de multiculturele verhoudingen belangrijke wet- en regelgeving, die zich alleen richt op de Antillen en Suriname.

Het Huygens Instituut verwacht in 2014 een integrale digitale editie van de plakkaatboeken van Berbice, Essequebo en Demerary beschikbaar te stellen.

vrijdag 21 juni 2013

Leesbeleving tablet blijft achter bij die van de e-reader

Foto © Sony
De e-reader en de tablet zijn hard op weg om uit te groeien tot de standaard voor het lezen van e-boeken. Terwijl deze apparaten het afgelopen jaar aan populariteit hebben gewonnen, worden de smartphone, laptop en personal computer juist door minder mensen gebruikt. Dat blijkt uit de trendmetingen van Stichting Marktonderzoek Boekenvak (SMB), waarin Stichting Lezen één van de partners is. 16% van de Nederlanders leest wel eens e-boeken op de tablet (2012: 9%), 12,5% op de e-reader (2012: 7%). De andere apparaten zagen hun bereik dalen tot 3 à 6% (2012: 4 à 7%).
Hoewel de e-reader in gebruik achterblijft bij de tablet, biedt dit apparaat de meest optimale leesbeleving. Dat komt naar voren uit het onderzoek Digitaal lezen – wie doen het al?, uitgevoerd door Niels Bakker in opdracht van Stichting Lezen. De e-reader wint het niet alleen van de laptop en de computer, zoals eerder al bleek, maar ook van de tablet.
Foto © Laudanum Photography

In het onderzoek, een verdiepende analyse van een SMB-peiling, zijn lezers van e-boeken geënquêteerd over hun mening over het leesproces en de leeservaring van hun apparaat. Gebruikers van de e-reader zijn net zo tevreden over de e-reader als over het gedrukte boek. Terwijl de voorkeur van gebruikers van de tablet juist uitgaat naar het vertrouwde papier.
E-readergebruikers lezen vaker lineair: van begin tot eind, geconcentreerd en zonder onderbrekingen. Tabletgebruikers daarentegen lezen vaker scannend. Daarnaast raadplegen ze tijdens het lezen vaker andere teksten, surfen ze op internet of doen ze andere activiteiten op hun apparaat.

Dit meer non-lineaire leesproces lijkt zich te vertalen in een negatievere leeservaring. Tabletgebruikers lezen minder vaak, minder snel en minder lang achter elkaar door van hun apparaat. Ook hun concentratie, begrip en onderdompeling in de tekst blijven achter bij die van e-readergebruikers. Het lezen biedt hen dan ook niet zoveel ontspanning en plezier.
De oorzaak voor deze verschillen schuilt volgens Bakker in de aard van de leesmedia. De e-reader is unifunctioneel: op het downloaden en raadplegen van andere boeken na, biedt het apparaat nauwelijks nevenmogelijkheden. De tablet is juist multifunctioneel en brengt lezers in de verleiding om uitstapjes te maken buiten de tekst: e-mail, sociale media, achtergrondinformatie etc. Datzelfde geldt voor de laptop, desktop computer en smartphone.
Foto © Gorgeous Pictures

De leeservaring pakt het gunstigst uit als het lezen in rust en afzondering gebeurt, zonder al te veel afleiding. Wie het lezen wil bevorderen met digitale media, doet er dan ook goed aan om de e-reader te promoten. De keerzijde van die aanpak is dat zo vooral bestaande lezers zullen worden bereikt. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat e-readergebruikers overwegend fervente boekenlezers zijn, zoals ouderen en vrouwen. Tabletgebruikers daarentegen hebben, net als gebruikers van de smartphone, een grote affiniteit met digitale media. Dit zijn dan ook vooral jongere mensen.

Die passie voor nieuwe technologie kan ook een instrument zijn voor de leesbevordering, denkt Bakker. Met de tablet en smartphone kunnen kinderen en jongeren, en dan met name jongens, worden geprikkeld om te lezen. Als de boeken op deze apparaten hen grijpen, kunnen ze in aanraking worden gebracht met de e-reader en het gedrukte boek, voor een optimale leesbeleving.

Digitaal lezen - wie doen het al? is te downloaden via de site.

Noot over het onderzoek
De enquête, afgenomen onder het internetpanel van Intomart GfK, is ingevuld door 1.301 Nederlanders van 13 jaar en ouder.  Daaronder waren 499 lezers van e-boeken. De dataverzameling vond plaats binnen de driemaandelijkse peilingen van Stichting Marktonderzoek Boekenvak, waarin Stichting Lezen en SIOB participeren als partners.


maandag 20 mei 2013

Wikipedia primeur voor Koninklijke Bibliotheek en Nationaal Archief

De Koninklijke Bibliotheek (KB) en Nationaal Archief (NA) zijn de eerste Nederlandse erfgoedinstellingen die een ‘Wikipedian in Residence’ gaan werven. Hiermee treden ze in de voetsporen van vermaarde buitenlandse instituten zoals het British Museum, het Paleis van Versailles en The Museum of Modern Art (MoMA).

Samenwerking met Wikipedia
Al jaren digitaliseren KB en NA veel van hun papieren bezit en bieden dit online aan, vooral via hun eigen websites. Om hun collecties en de informatie daarin onder de aandacht te brengen van een zo breed mogelijk publiek, willen de KB en het NA meer materiaal openstellen voor Wikipedia. Dat is de vrije encyclopedie waar iedereen aan mee kan helpen en met 500 miljoen unieke bezoekers per maand één van de meest geraadpleegde bronnen ter wereld is. Beide nationale instellingen werken hiervoor samen met Wikimedia Nederland, de vereniging die Nederlandse vrijwilligers aan Wikipedia en verwante Wiki-projecten ondersteunt. Sandra Rientjes, directeur Wikimedia Nederland: “Wij werken aan een wereld waarin iedereen vrijelijk gebruik kan maken van het geheel van alle menselijke kennis. Door samen te werken met KB en NA kunnen we hier grote stappen in zetten.”

Wikipedian in Residence
Een belangrijke speler in deze samenwerking is de Wikipedian in Residence, die de verbinding legt tussen de waardevolle  collecties van de KB en het NA en hergebruik van deze content op Wikipedia, Wikimedia Commons en Wikisource. De Wikipedian is actief in projecten en evenementen die de samenwerking tussen KB, NA en Wiki-gemeenschap moeten uitbouwen en versterken. De werving van een ervaren Wikipedian start eind mei en hij/zij zal voor ongeveer negen maanden ‘in huis’ bij de KB en het NA komen.

Kennismaking met KB en NA voor Wikipedians
KB en NA organiseren op zaterdagmiddag 8 juni - in samenwerking met Wikimedia Nederland - een gezamenlijk achter de schermen evenement voor Wikipedianen. Alle vrijwilligers die aan de Nederlandstalige Wikipedia en aanverwante Wiki-projecten werken zijn van harte welkom. Na een korte introductie van de collecties en open datasets van de KB en het NA volgt een exclusieve rondleiding door de normaal gesloten magazijnen en depots van beide instellingen.

maandag 22 april 2013

Amsterdamse studenten lanceren website over Anton de Kom

Studenten van de master Publieksgeschiedenis van de Universiteit van Amsterdam maakten een online tentoonstelling over schrijver en vrijheidsstrijder Anton de Kom. De lancering van de website vormt de aftrap van het herdenkingsjaar 2013 waarin wordt gevierd dat de slavernij 150 jaar geleden werd afgeschaft.

Voor de een was Anton de Kom een oproerkraaier en communist, een ander zag hem als activist en verzetsheld, die streed tegen kolonialisme, tirannie en onrecht. Hij zag zichzelf vooral als schrijver. Zijn grootste succes, Wij slaven van Suriname, was het eerste historische werk over Suriname dat door een Surinamer werd geschreven. Het boek kan gelezen worden als een aanklacht tegen de ongelijkheid tussen blanken en gekleurden, zowel tijdens als na de slavernij alom aanwezig in Suriname.
De verschillende identiteiten en interpretaties van Anton de Kom staan centraal op de website en krijgen vorm aan de hand van foto’s en voorwerpen, archiefmateriaal en video-interviews met liefhebbers van zijn werk. Dit is de eerste online tentoonstelling die door studenten Publieksgeschiedenis werd gemaakt.

De tentoonstelling is te zien op: antondekom.humanities.uva.nl.

[uit Suriname Herald, 18 april 2013]

dinsdag 2 april 2013

Almanakken gedigitaliseerd


Vele almanakken, jaarverslagen en vraagbaken over Suriname en de aangrenzende gebieden zijn inmiddels gedigitaliseerd bij de DBNL. Het digitaliseringsproject gaat gestaag door.
Een voorbeeld van de rijkdom aan historische informatie die deze uitgaven bevatten:


Almanak voor de Nederlandsche West-Indische bezittingen, en de kust van Guinea. Jaargang 1860

Inhoudsopgave
Voorberigt.
Veranderingen, voorgevallen onder het afdrukken, aanvullingen en verbeteringen.
Verklaring der ridderteekens.
Kalender voor het jaar 1860,
Agenda voor het jaar 1860.
III. Opgaven der breedte en lengte van eenige belangrijke plaatsen.
IV. Kustlichten en zeilaanwijzingen in West-Indie.
V. Bepalingen op het voeren van seinlichten bij nacht en het doen van mistsignalen op zeeschepen tot het vermijden van aanvaring.
VI. Munten, maten en gewigten.
VII. Statistieke opgaven.
VIII. Koninklijk huis der Nederlanden.
IX. Aanwijzing van den tijd der geboorte en troonsverheffing der regerende vorsten.
X. Naamlijst der presidenten van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika sedert de onafhankelijkheid.
XI. Ministers in Nederland.
XII. Gouverneur-generaal enz. in Nederlandsch-Indie.
XII. Gezanten en consuls.
XIV. Minsterie van kolonien.
XV. Commissien en maatschappijen in Nederland tot de West-Indische kolonien in betrekking staande.
XVI. Tarief van het zegel in Nederland.
XVII Tarief der telegrafen in Nederland.
XVIII. Postwezen en maildienst voor de West-Indische kolonien en de kust van Guinea.
Suriname.XIX. Suriname.A. Naamlijst van de ambtenaren, officieren enz. in de kolonie Suriname.


Jodensavanne 1685

B. Staten der plantagiën, met opgave van de negernamen, de namen van eigenaars, administrateurs en directeurs, het aantal akkers, het product, de soort van molen en het getal vrije bewoners en slaven, alsmede de militaire posten, burger-officieren, diakenen, heelmeesters en zendelingposten in de divisiën en districten.
C. Recapitulatie der divisie-staten.
D. Statistieke opgaven.
E. Eenige bepalingen omtrent scheepvaart en koophandel in de Kolonie Suriname.
F. Alphabetische lijsten van de schepen, die gedurende de laatste helft van 1858 en de eerste helft van 1859 op de reede van Paramaribo zijn geweest.
G. Telegrafische seinen van het fort Zeelandia te Paramaribo, voor het jaar 1860.
H. Rivier-stoomvaart (Junij 1859).
I. Munten, maten en gewigten in Suriname.
K. Bepalingen omtrent het zegelregt in de kolonie Suriname.
L. Bepalingen omtrent het houden van vendu's te Paramaribo.
M. Tarieven der emolumenten die door sommige Gouvernements-ambtenaren krachtens de wet berekend mogen worden.
N. Eenige bepalingen voor den Burgerlijken stand en kosten der begrafenissen te Paramaribo.
O. Over het opleggen aan slaven van de straf van opsluiting met of zonder boeijen en dwangarbeid aan publieke werken, in plaats van ligchamelijke kastijding.
P. Voorloopige bepalingen betreffende Immigranten in Suriname.
Q. Verordeningen omtrent de bedrijven van sjouwer, kruijer, roeijer, waagdrager en karreman te Paramaribo.
R. Titel en onderwerp der gedurende het jaar 1858 in Suriname uitgevaardigde en in het Gouvernements-Blad dier kolonie opgenomene Publicatiën en Resolutiën.
Curaçao en onderhoorigheden.XX. Curaçao en onderhoorigheden. A. Naamlijst van de ambtenaren, officieren enz. op Curaçao en onderhoorigheden.
B. Namen der plantages, tuinen en stukken gronds op Curaçao, met vermelding van derzelver ligging, namen, bijnamen en eigenaren.
C. Statistieke opgaven.
D. Telegrafische seinen van het Fort Amsterdam, te Curaçao.
E. Titel en onderwerp der gedurende het jaar 1858 door den Gouverneur van Curaçao en onderhoorigheden uitgevaardigde en in het Publicatie-blad dier kolonie opgenomene Publicatiën, Notificatiën enz.
Kust van Guinea.XXI. Kust van Guinea.
XXII. Opgaven betrekkelijk eenige staten en kolonien op de vaste kust van Zuid-Amerika in de nabuurschap van onze W.I. bezittingen.
Bibliographie.XXXII. Bibliographie. - Lijst van boeken, enz. over de Nederl. West-Indische bezittingen en aangrenzende landen, in de jaren 1858-59 verschenen, met aanvulling uit vroegere jaren.
Register of bladwijzer.