Posts tonen met het label erotiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label erotiek. Alle posts tonen

zaterdag 1 maart 2014

Seks en de Citadel

De buikdans in 20ste-eeuwse films stond meestal symbool voor exotische erotiek.
Foto © Gail Tibbon/AFP/Getty Images

Seks als gespreksonderwerp in de Arabische wereld is als een citadel: het lijkt totaal ontoegankelijk, maar als je goed kijkt zijn er vele sluipwegen naar binnen.

Shereen El Feki schreef er een boek over: Seks en de Citadel. Ze doet hierin verslag van het onderzoek dat zij een aantal jaren deed naar het intieme leven in de Arabische regio. Seks binnen het huwelijk, seks onder vrijgezellen, maagdelijkheid, homoseksualiteit, prostitutie – dit alles passeert de revue en wordt in de context geplaatst van de recente opstanden en roep om democratisering in het Midden-Oosten.El Feki brengt daarbij op sprankelende wijze het verband tussen intieme relaties en de politiek aan het licht: ‘The sexual and the political are intimate bedfellows’,

In samenwerking met uitgeverij De Geus en debatcentrum De Nieuwe Liefde in Amsterdam organiseert het Grote Midden Oosten Platform  op 3 maart een publieksbijeenkomst met El Feki. Zij wordt geïnterviewd door Hassnae Bouazza en gaat in gesprek met het publiek.

Maandag 3 maart: De Nieuwe Liefde in Amsterdam
Dinsdag 4 maart: De Groene Waterman in Antwerpen
Woensdag 5 maart: Savannah Bay in Utrecht
Donderdag 6 maart: NIMD in Den Haag


Voor informatie en kaartjes, ga naar De Nieuwe Liefde.



 .

dinsdag 25 februari 2014

Een Surinaams recept tegen overspel

Dresi/kruiden in Suriname. Foto © J. van Leeuwaarde

door Marjolijn van Heemstra

De man van Ria heeft een probleem. Met monogamie. Ria heeft een oplossing die in het Surinaamse dorp waar ze woont heel gewoon is: een vaginaal stoombad.
Ria zit al zeker tien minuten met gespreide benen op de plank. Ze heeft me net gierend van het lachen voorgedaan hoe haar man Roy vanavond zal klaarkomen. Schreeuwend, met zijn ogen stijf dichtgeknepen. Nu staart ze peinzend naar de grond.

Ria heeft een probleem. Of eigenlijk heeft haar man een probleem. Met monogamie. En aangezien hij in de stad werkt en Ria hem alleen in het weekend ziet, als hij naar zijn dorp hier aan de rivier komt, is ze als de dood dat hij zijn heil bij andere vrouwen zoekt.

Ik kwam in dit dorp op weg naar de Voltzberg in Suriname, waar we opnames maken voor een volgende voorstelling. Toen ik vroeg of iemand hier nog een oplossing had wees iedereen naar de hut van Ria.

Want Ria heeft een oplossing gevonden voor haar probleem: een dagelijks vaginaal stoombad. Niks nieuws in dit Marrondorp. Wel nieuw is de combinatie van kruiden die Ria gebruikt. Nieuw en geheim. Ze heeft lang gezocht naar de juiste combinatie, die waarmee ze Roy bij zich kan houden. Ze probeerde van alles. Bijvoorbeeld de Paranamklem, die de man het gevoel geeft dat hij klem zit tijdens de seks. En ook de wasidoekoe (alsof je het met een handdoek doet). Niks hielp. Roy was er altijd na een dag alweer vandoor terwijl zijn weekend toch twee-enhalve dag duurt.

Tinde van Andel zoekt kruiden op de markt in Accra. Foto © C. van der Hoeven


Een oud vrouwtje gaf haar dit geheime recept. Kruiden mengen, kokend water eroverheen en dagelijks vijftien minuten stomen. De eerste keer dat ze het gebruikte bleef Roy het hele weekend en meldde hij zich maandag ziek. Nu wil iedereen van haar weten wat ze gebruikt. Ze vertelt het niet. Straks pikken ze Roy van haar af. Maar als ik het echt wil weten mag dat. Ik ben toch niet Roy's type. Veel te wit en weinig vlees. Ze lacht zo hard dat ze bijna van de plank valt.

Ze steekt een mollige vinger met een lange paarse nagel in de lucht en begint op te sommen: "Grote pinya. Klein swietboontje. Papegaaiennagel. Hoor je me?", vraagt ze streng.

Ik vraag of het niet handiger zou zijn als Roy het probleem zou oplossen door minder vreemd te gaan. Ze kijkt me stuurs aan vanaf haar plank. Dat vindt ze een typische opmerking voor een witte, zegt ze. "Voor jullie moet de oplossing altijd van een ander komen. Aanpassen dit, aanpassen dat. Waarom niet gewoon doen wat je kan? Zo is iedereen blij."

Ze slaat haar grote ronde handen op de plank en even denk ik dat ze me de badkamer uit zal zetten. Maar ze laat haar stoombad niet door mij verpesten.

Ik kijk naar de geruite doek over haar schoot, naar haar treurige ronde gezicht. Ik wil zeggen dat Roy het niet waard is, dat een man die alleen maar bij je blijft als je elke dag met je benen wijd boven dampende kruiden hangt misschien wel geen leuke man is. Maar Ria wacht op Roy, niet op mijn adviezen.

Of het wel gezond is, durf ik snel te vragen. Ze schudt haar hoofd en klakt met haar tong. "Je bent net die witte dokter, een vrouw die hier was, die begon over scheuren en schimmels. Als je van hem houdt is hij een paar scheurtjes waard. Ik vroeg die dokter: hoe lang ben je van huis? Een maand, zei ze."

Ria schudt meewarig haar hoofd.

"Eindstand heb ik haar een zakje meegegeven. Voor als ze haar man weer zou zien."
Marjolijn van Heemstra
Foto © Thomas Huisman



Marjolijn van Heemstra is schrijver en theatermaker. Ze zoekt oplossingen voor prangende problemen.


[uit Trouw, 13/10/12]


Sexy Suriname


Suriname en seks, is als latex op een fetish feestje. Onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar waar wij in Nederland heilig zweren bij seksspeeltjes om de boel wat spannender te maken. Doen de Surinamers ’t op een iets andere manier. Zij zoeken hun toevlucht meer in huis tuin -en keukenwerk.

Boegroe. Foto © Metropolis
Fuck seksspeeltjes!
Van chemische troep moeten veel Surinamers niets van hebben. Dus als je wat probleempjes ervaart met het omhoog krijgen, dan neem je geen Viagra, maar Biti! [sic - red CU] Een kruidendrankje om de potentie te verhogen. Maar dat is natuurlijk kinderspel vergeleken met het echte werk. Namelijk: de boegroes! Boegroes zijn kogeltjes in je lul. Geen echte natuurlijk,  maar gevijlde dominostenen in de vorm van een kogeltje. Deze worden geplaatst onder de penishuid. Handmatig met een fijn geslepen tandenborstel. Althans, in de Surinaamse gevangenis dan, waar de hele boegroe-hype ontstaan is.

Black stone
Waarom in godsnaam? Zo'n fine getunede Boegroe-lul is voor de vrouwtjes een enorm genot. Binnen no-time is het hoogtepunt krijsend en al bereikt. Ook zo’n levensechte dildo? In Nederland kun je hiervoor gelukkig gewoon bij de piercingshop terecht. Overigens niet zonder gevolgen, de kogeltjes kunnen de punani van binnen behoorlijk beschadigen!
Wat gebruiksvriendelijker, en minder pijnlijk, is de Black Stone. Een steen die de penis verdooft. En dus uren mee geknald kan worden. De steen werkt als volgt: je maakt de steen vochtig, wrijft de pielemuis ermee schoon, wacht 15 minuten, spoelt ‘m af en tadaa: de ultra penis is ready to rambo.

Hyptis lanceolata, een van de  kruiden voor vaginale
behandelking. Foto © Pierre Grard
Supersonischeflamoes!
Ook de vrouwen moeten eraan geloven. Géén kogeltjes of stenen voor hen, maar een faya watra! Ook wel vaginaal stoombadje genoemd. Het effect: een superstrakke flamoes, alsof je voor het eerst ontmaagd wordt. De Surinaamse mannen en vrouwen zweren erbij. Deze faya watra is overigens niet puur alleen voor het genot. Ook de baarmoeder krijgt een flinke opknapbeurt. Daarbij zou het korte metten maken met kraamkoorts en baarmoederontstekingen.

Gevaarlijk water
Veel Surinaamse vrouwen gebruiken het badje na de menstruatieperiode. Een ongestelde vrouw in Suriname wordt namelijk als onrein beschouwd. Het badje zou de vrouw weer rein maken. Maar er zijn er ook een hele hoop die zich hier dagelijks aan wagen. Soms zelfs twee keer per dag.
Wat velen niet weten, is dat zo’n badje levensgevaarlijk is. Het tast de natuurlijke zuurgraad aan en droogt het de vagina enorm uit. Tijdens het stoten kunnen hierdoor wondjes en ontstekingen ontstaan. Deze droogheid zorgt er ook voor dat condooms sneller schuren, wat de kans op soa’s en hiv vergroot. Sommige gaan echter nog veel verder. Die wassen hun flamoes met Dettol!

Alles, maar dan ook écht alles, wordt in het werk gesteld om het seksuele genot te vergroten. Hoe, klinkt echter niet bepaald lichaamsvriendelijk. Mocht je deze wijze toch ambiëren, gebruik dan iets wat minder schadelijk is, een komkommer bijvoorbeeld.

[van spuitenenslikken.bnn.nl]


zondag 9 februari 2014

Motyo/hoeren in de literatuur


door Els Moor

Vijftien jaar is het geleden dat De koningin van Paramaribo van Clark Accord uitkwam bij uitgeverij Vassallucci te Amsterdam. De eenendertigste druk is van oktober 2011 bij Nijgh en Van Ditmar in dezelfde stad. Op 31 mei van dat jaar overleed Clark Accord aan darmkanker. Heel triest, een groot verlies voor de literatuur van en over Surname.

De koningin van Paramaribo is niet alleen in Nederland en Suriname veel gelezen. De roman verscheen ook in andere talen. Vanwaar die grote belangstelling en populariteit? Een belangrijke oorzaak is het onderwerp, de thematiek. Clark laat zien dat een motyo ook een mens is, niet slechts een seksueel object. Een mens met eigenschappen, goede en minder goede, zoals hulp geven aan wie dat nodig hebben en snel agressief worden. Ze was een vrouw die zich in al haar pracht en praal liet zien en haar vak beheerste als geen ander. Ze werd dan ook terecht ‘de koningin van Paramaribo’ genoemd. Accord heeft de gegevens over Maxi Linder tijdens zijn onderzoeksperiode in Paramaribo gebaseerd op mondelinge informatie van veel mensen die haar gekend hebben. Het resultaat is een ontroerend en aangrijpend topboek over een onderwerp dat wereldwijd moeilijk ligt in de literatuur.

De vraag rijst: zijn er meer Surinaamse auteurs die dit onderwerp aandurfden? Die zijn er, niet veel, maar ze geven steeds een ander aspect van het hoerenleven. Dobru (1935-1983), dichter, schrijver en politicus, schreef vanuit een sociaal perspectief. Zijn verhaal ‘Wiesje: ik schaam me soms diep’ uit de bundel Tori boto (1976) gaat over het sociale contact van de schrijver met een vrouw, Wiesje, uit zijn buurt, met wie hij gesprekken heeft. Wiesje is een motyo. Ze heeft drie kinderen, ‘bedrijfsongevallen’, die ze goed wil verzorgen. Ze doet haar werk om armoede te overbruggen. Als Dobru haar op een avond als ze op de stoep van een straat zit vraagt of het vlot, zegt ze: ‘Tot nu toe niets, maar ik ben blij dat jij er bent, laten we binnen gaan zitten. [...] Soms heb ik geen zin, dan wil ik liever praten met iemand, maar de mannen hebben altijd zo’n haast.’ (p. 30).

Bea Vianen is eveneens een sociale schrijfster. Haar romans over Surinaamse mensen zijn vaak taboe doorbrekend. Ze houdt ons een spiegel voor. Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan (1972) speelt voor een groot deel in een internaat in de stad. Richenel, een jongen uit Commewijne, woont daar. Het internaat staat voor beperking van vrijheid. Armoede is een belangrijk thema in deze roman. Als hij in de grote vakantie thuis is, ontdekt Richenel dat zijn moeder veranderd is. Ze draagt mooie kleren, ze geeft hem geld (dat ze nooit had) en gaat ’s avonds het huisje uit. Hij denkt er veel over na en op een avond: ‘In het donker aan de inham van de rivier ging hij op zijn hurken zitten en gooide telkens een, willekeurig van de grond gegrepen dor takje naar het kabbelende water. Ze is een hoer, dacht hij. Zijn eigen, zijn eigen, zijn bloedeigen... (p.127). We zien dat bij Clark Accord een jong meisje hoer wordt vanwege frustraties. Bij Bea is het een moeder die motyo wordt. Wiesje en Richenels moeder oefenen het vak uit om met hun kinderen te kunnen overleven.

En dan Marylin Simons met haar bundel Carrousel (2003), waarin veertien verhalen, allemaal uit het leven gegrepen, gevoelig, maar niet sentimenteel, onthutsend en toch liefdevol. Hoewel Marylin veel onderwerpen aankaart die in onze samenleving vaak taboe zijn, komt de motyo er niet in voor. Is dat zo? In ‘Blaka Nene’ (pp. 73-82) vertelt een meisje over haar leven met haar grootmoeder, ‘moesje’, bij wie ze woont, nadat haar moeder ze vanuit de stad bij Moesje heeft gebracht. Soms komt de moeder haar halen en mag ze een dagje genieten van de stad. Als ze tien jaar wordt komt moeder naar hen toe en organiseert een prachtig feestje. Moesje wordt ziek en moeder komt vaker, maar gaat altijd weer weg... en dan sterft Moesje. Waar moet het kind naar toe? Het verhaal eindigt als het in een vliegtuig zit, op weg naar een tante. Marylin Simons laat vragen opkomen bij de lezers, maar geeft er geen antwoorden op. Een vraag die we onszelf vanaf het begin stellen: ‘Is de moeder een motyo?’ Ik denk van wel.

Hoeren in de wereldliteratuur. Ik dacht na naar aanleiding van gelezen boeken, sloeg veel naslagwerken op die de thematiek van werken geven met een korte inhoud. Nergens hoeren! Is het ook wereldwijd een moeilijk onderwerp? Internet maakte me niet veel wijzer.

Zelf bewonder ik de Columbiaan en Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez (1927). Zijn bekendste werk: Honderd jaar eenzaamheid. Al zijn werk is beeldend, vol humor en fantasie in combinatie met herkenbare werkelijkheid. De ongelooflijke maar droevige geschiedenis van de onschuldige Erendira en haar harteloze grootmoeder (1975) is een novelle. De titel zegt al wat de thematiek is. Die grootmoeder gebruikt haar kleindochter, een beeldschoon en heel jong meisje, als handelswaar. Ze laat haar met veel mannen gaan en verdient daar hopen geld mee. Een half indiaan, half Europeaan - heet nota bene Odysseus - wordt verliefd op Erendira. Er gebeurt van alles en Odysseus wil niets liever dan grootmoeder vermoorden. Helemaal aan het eind van het verhaal lukt dat en dan... ‘maar ook toen holde ze door met het goudvest, voorbij de droge winden en de middagen waar geen einde aan kwam, en nooit heeft iemand meer iets van haar gehoord noch enig spoor van haar droevig lot gevonden.’

De laatste en korte roman van Márquez heeft zelfs hoeren in de titel: Herinnering aan mijn droeve hoeren (2004). Een oude man trakteert zichzelf via een hoerenwaardin op zijn negentigste verjaardag op een piepjonge maagd. Dan wordt hij voor het eerst van zijn leven echt verliefd, maar het meisje doet bijna niets anders dan slapen, omdat ze overdag ook nog in een fabriek werkt. Een prachtig boek over de liefde en de naderende dood. Een bijna 80-jarige schrijver over een negentigjarige vrijgezel die een onstuimig leven achter de rug heeft... en rust vindt!


Foto © Amex Photography

zaterdag 8 februari 2014

De koningin van Paramaribo vijftien jaar

door  Jerry Dewnarain

De afgelopen week was het vijftien jaar geleden dat wijlen Clark Accord zijn stormachtige debuut maakte met De koningin van Paramaribo. Hoofdpersoon in zijn roman is Maxi Linder, de roemruchte hoer van Paramaribo rond en na de Tweede Wereldoorlog en bekend tot in de hoogste sociale en politieke kringen. Maxi Linder was in de ogen van de schrijver niet zozeer een hoer, als wel een sterke zwarte vrouw, sociaal bewogen en compromisloos. De roman vertelt het meeslepende verhaal van de opkomst en ondergang van een omstreden motyo. Schaamteloos, welbespraakt, extravagant, onzelfzuchtig en hoer in hart en nieren. Maxi was al bij leven een legende. Ze wordt door een huisvriend verkracht, beleeft haar topjaren als prostituee in de jaren dertig, wordt geïnterneerd in een kamp tijdens de Tweede Wereldoorlog, en glijdt in haar latere jaren af naar een bestaan vol afpersing, chantage, bedelarij en eenzaamheid. Ze sterft op troosteloze wijze, omringd door haar eenenvijftig honden.

Helen Kamperveen als Maxi Linder in De gevallen vrouw
bestaat niet,
de bewerking van De Koningin van Paramaribo
door Cosmic in 1999 (Theaterencyclopedie) 
Clark Accord vierde het tienjarig bestaan van zijn roman met de opvoering van de muziektheatervoorstelling De koningin van Paramaribo in het MLAB-theater te Amsterdam. Ook in Suriname is De koningin van Paramaribo als monoloog ten tonele gebracht. Het derde lustrum wordt zonder hem gevierd, maar zijn doelstellingen worden krachtdadig nagestreefd. Door de Clark Accord Foundation wordt het hele jaar door op verschillende plekken zowel in Suriname als in Nederland voorgelezen uit de roman. Ook wordt een bewerking van de monoloog, Een gevallen vrouw bestaat niet, binnenkort door Maikel Austin opgevoerd in theater Unique, de plek waar Clark Accord in 2000 zijn debuut presenteerde. Voorts zal de jaarlijkse Clark Accord-lezing afwisselend in Suriname en Nederland plaatsvinden. In 2014 staat het podium in Suriname, waar Karin Refos zal spreken over jong ondernemerschap. Naast de lezing wordt weer de jaarlijkse ‘Sori yu talenti Clark Accord Award’ voor jong Surinaams schrijftalent uitgereikt. Bovendien doen vanaf de afgelopen week diverse muloscholen en enkele middelbare scholen in Paramaribo mee aan de historische Maxi Linder-stadstour. Hiervoor is een lesbrief ontwikkeld die tijdens de tour met de leerlingen op een plezierige manier wordt behandeld. Op diverse plekken wordt een stop gemaakt met de toerbus en dan met name in straten die te maken hebben gehad met Maxi Linder. Zo is er een stop via de Saramaccastraat in de Timmermanstraat. Hier woonde Maxi Linder tijdens haar vroege jeugd met haar ouders. Ze hadden ook een buurvrouw en een heer die daar woonde, Nelis. Maxi Linder had er een goed leven, totdat er iets vreselijks met haar gebeurde. Een belangrijke vraag in de lesbrief is waarom Maxi al op jonge leeftijd hoer werd. Voor de deelnemers die het niet weten wordt het vreselijke verhaal van Maxi in de Timmermanstraat verteld. Toen ze twaalf was, werd ze verkracht door Nelis. In wezen was het geen slechte man, maar hij zat in de groep van Killinger, die de macht wilde grijpen in Suriname (1915). De groep werd veroordeeld en Nelis kwam in de gevangenis terecht. Na vrijlating was hij van streek, ook omdat zijn vrouw er vandoor was. Na zijn vreselijke daad (de verkrachting) vluchtte hij van huis. De leerlingen wordt een spiegel voorgehouden, dat literatuur zich eveneens bezighoudt met het dagelijks leven van eenvoudige mensen die kommer en kwel meemaken, en dat zij zich kunnen beschermen tegen nare gebeurtenissen. Want nog steeds is er sprake van seksueel geweld tegenover kinderen. Een andere stop wordt, het kan niet anders, gemaakt in de Watermolenstraat. In deze straat liepen de hoeren. Nog steeds kun je ze daar vinden. Veel van hun klanten waren Amerikaanse soldaten die in Suriname gestationeerd werden gedurende WO II. Zo een soldaat heette Howard. Hij was een van de klanten van Maxi Linder. Door haar toedoen heeft deze soldaat zelfs negen maanden in de gevangenis gezeten! Hij had haar met geweld behandeld en haar gouden kettingen gestolen. Maxi bleef stug volhouden bij de politie dat hij berecht moest worden.
Clark Accord. Foto © Kippa

Aan de Waterkant wordt een toneelstukje gespeeld met de leerlingen en ook het Kerkplein wordt aangedaan. Allemaal plekken die een betekenis hebben gehad voor Maxi Linder. Er kunnen nog talloze plekken bekeken worden in de stad die zo veranderd is sinds Maxi Linder er liep, liep, liep en met vele andere hoeren, die ze vaak beschermde of die ze de kunst van het vak leerde. Ze was een sociale vrouw. En hier gaat het om: Maxi Linder mag wel een prostituee zijn geweest, maar ze heeft mensen in haar tijd geholpen iets te bereiken in de maatschappij. In de Geraniumstraat te Zorg en Hoop heeft de bus een voorlaatste stop: hier stierf Maxi in 1981 in een armzalig huisje, waar ze talloze honden verzorgde. Ze werd begraven te Nieuw Vrede en Arbeid, nu aan de Jagernath Lachmonstraat. De koningin van Paramaribo werd 79 jaar.

Reacties van leerlingen die deelnamen aan de tour:
Het verhaal van Maxi Linder, De koningin van Paramaribo, vind ik sensationeel. De manier waarop de schrijver haar levensverhaal vertelt is heel boeiend en het komt realistisch en soms heel komisch over. Al de scheldwoorden, seksuele uitingen et cetera zijn voor mij als tiener niet nieuw, maar het zijn geen woorden die dagelijks worden gebruikt in mijn omgeving. Vandaar dat ik er lol bij had toen ik het boek las. Evenzo geeft het verhaal een belangrijke boodschap mee. De bedoeling van de schrijver is geenszins om prostitutie te promoten. Hij heeft juist laten zien hoe het niet moet. Haar leven als prostituee is heel anders verlopen dan hoe zij het had gewild. [- Jo-Ann, 18 jaar, vwo-student]
Maxi Linder

De koningin van Paramaribo heb ik in de kamer gelezen. Ik schaamde me ervoor dat mijn ouders het boek zouden zien. Ze zouden weten dat ik een boek over een hoer las, want mijn moeder heeft het ooit ook gelezen en vindt het een vies boek. Maar dat maakte me juist nieuwsgierig. Ik denk dat ze het een vies boek vindt, omdat er scheldwoorden in voorkomen. Maar als je op straat loopt, hoor je deze woorden dagelijks. Het verhaal lijkt zo bekend, ik bedoel dat het erg realistisch is. We lezen in de krant vaak berichten over seksueel misbruik. [- Jayant, 18 jaar, imeao-student]

Maxi een pracht van een vrouw
die achtergelaten werd
in de kou

Maxi Linder...
anders dan de rest

Maxi Linder een vrouw zonder berouw

[Leerlingen van de Poolschool]

vrijdag 7 februari 2014

John Wladimir Elskamp - É melhor fazer amor em portugués

(Wat dat betekent merk je wel)


Ik ben vele malen naar Brazilië geweest, meestal voor het werk, maar ik ben ook voor studie geweest. Vandaag aan de dag hoef je als Surinamer niet meer naar het land van samba en voetbal te gaan; Brazilië is naar Suriname gekomen. Om tegenwoordig Portugees te spreken hoef je niet meer die dure passage naar ons zuiderbuurland te betalen; je loopt gewoon de Tourtonnelaan in. Ik ben de taal redelijk machtig, zelf de diepere uitdrukkingen en sommige typisch Braziliaanse “dingen” versta ik ook. Het is ook publiek geheim dat ik vele relaties met de dames uit het zuiden heb gehad, ik heb zelf een dochter die anno 2010 17 jaartjes neertelt op haar kalender.


Surinaamse kers
Pitanga in het Braziliaans
Foto © Bert Ernste
Ik was op een mooie zaterdagmorgen in de stad om wat sportspulletjes te kopen. Het werd tijd om de draad weer op te pakken met het voetballen, basketballen, volleyballen en ook de moeder der sporten. Vroeger was ik een kei. Ik rende de 100m, 200m en deed aan hoog- en verspringen. In de balsporten was ik ook ongenaakbaar. Drank en vrouwen hadden echter hun tol genomen, en hoe!.  Ik was ronder dan ‘Maradopa’ (a no mi sen eng foe gebruik poeirie) geworden. Maar daar zou ik een einde aan maken. Ik had een bepaald dieet ontworpen en ik had ook een weegschaal gekocht, om mijn gewichtsverlies van dag tot dat te volgen en te noteren. Ik had ook al een loopband en een home trainer-fiets  aangeschaft en het enige wat ik moest doen was sportkleding kopen.

Toen ik een nieuwe zaak zag met vlaggen van onze zuiderburen, voetballen, monta’s, noem maar op, ging ik spontaan naar binnen. Er klonk ook bijpassende muziek uit een home theater system. Toen het meisje voor mij kwam staan, keek ik haar een paar seconden aan. Geen twijfel aan. Een Braziliaanse en wat voor eentje! Strakke jeansbroek, met lage ceintuur; naveltje zichtbaar. Zweefbloesje dat meer weg had van een gecamoufleerde bh. Zwaar geplamuurde kersrode lippen. En daar onderaan deed mij denken aan de hood van een VW-kever (nee joe dommie, a no wang insect). Lichtgrijze ogen, maar dat waren valse lenzen. “Meenemen of hier gebruiken?” scheen haar lichaam te vertellen. Toen verbrak zij de betovering door mij te vragen:”Kan ik u helpen?”
Mijn antwoord lag al klaar. “Sorry, maar ik was bezig woorden ik het Portugees te vormen, ik dacht dat je Braziliaanse was.”
“Ik ben Braziliaanse, maar ik ben hier al tien jaar, ik ben op mijn zesde gekomen en ben hier naar school gegaan.”
“Eu sou John, muito prazer para te conhecer”, stelde ik mij in haar moedertaal voor.
“Eu sou Jandira (spreek uit ‘sjaan-djie-ra’) e ou prazer e o meu”, sprak zij terug en natuurlijk moest ik haar de drie ‘standaardkusjes’ op de wang geven.

Om de betovering maar niet te verbreken, sprak ik haar door in het Portugees aan, om aan te geven waarom ik de winkel in was gelopen.
“Eu estou precisando um tenis, meias, camisa de meia e uma calsa.”
Een half uurtje later stond ik weer op straat met een paar truien, een paar sportbroeken, een trainingspak, twee paar sokken, drie paar sportschoenen, het adres van Jandira, haar telefoonnummer en een veeg lipstick op mijn wang, van een vluchtige afscheidskus.

Het ging gestaag met mijn trainingsprogramma. Het buikje was er bijna af en mijn atletische gestalte begon zich weer af te tekenen. Wij waren weer drie maanden verder en ik had vele kilootjes verloren. Ik forceerde mij niet meer op de 100 en 200 meter, maar deed het rustig op de 3km. Ik had het zo druk dat ik Jandira niet gebeld had en ik dacht eraan dat zij mijn nummer niet had; ik was helemaal vergeten haar mijn gegevens te verstrekken die dag in de sportzaak. Het werd echter weer tijd een bezoek aan dezelfde winkel te brengen en de ‘diplomatieke betrekkingen’ met het sexy meisje weer te verstevigen.

Zij was een beetje boos dat ik zo lang had gewacht met het nemen van contact met haar, maar was toch blij dat het tenminste gebeurd was. Mijn ‘nieuwe’ lichaamsbouw kreeg veel complimentjes, ook de baas van de zaak, een grijzende Braziliaan, herinnerde zich mij nog en gaf mij spontaan een trui cadeau.

Zo begon mijn relatie met het supersexy meisje met haar overdreven make-up. Ik deed nog steeds mijn oefeningen en ik hield mij min of meer nog aan het dieet, maar ik ging ook veel uit met mijn nieuwe vlam. Op de eerste dag dat wij uitgingen, verzocht Jandira mij Nederlands tot haar te spreken (opschepperig als ik was, sprak ik haar in het Portugees aan, zodat mensen konden zien dat ik de taal machtig was), omdat mensen anders zouden denken dat zij een hoer was. Ik gaf haar gelijk, mijn landgenoten met hun vooroordelen zouden inderdaad denken dat ik met een meisje van één of andere tent liep.

De eerste paar keren dat wij uitgingen, bleef het bij wat kussen en daarna bracht ik haar netjes thuis. Op een zaterdagavond waren wij naar een verjaardag gegaan; één van mijn collega’s was een biegie jarie geworden en er was een dj. Mijn schatje had een strakke legging aan en een trui, die als een tweede huid om haar zat. Tijdens het dansen van de vele soulplaten, voelde ik haar ademhaling dieper worden als ik haar op zijn ouderwets schuurde in het donker.  Zij anticipeerde ook goed op mijn bewegingen, maar dat was ook de bedoeling van soulmuziek, het was een vorm van droogneuken. Na de dansi reed ik gewoontegetrouw richting haar huis, maar zij gaf te kennen liever naar mij thuis te gaan.
 
Catalina Otavaro. Foto © Soho
Ik woonde alleen in een groot huis, omdat mijn ouders acht kinderen hadden, waarvan ik de jongste was. Als nakomertje was de zuster die voor mij volgde, tien jaar ouder. Alle broers en zussen woonden in het buitenland en men vond het al goed dat ik was blijven wonen in het ouderlijk huis, na de dood van mijn ouders. Ik had de beschikking over vele kamers en ik hield allemaal netjes en gereed, want het was gebruikelijk en vanzelfsprekend dat als familieleden uit het buitenland kwamen, of als ze uit Nickerie kwamen, dat zij bij mij bleven. Ik verwisselde ook vaak van kamer, alhoewel mijn favoriete de grote kamer met ingebouwde bad en toilet was. Sinds mijn programma had ik ook de laatste kamer als een gym ingericht. Jandira koos voor de grote kamer met bad en toilet.
“Laten wij eerst een bad nemen”, stelde ik voor.
“Oké.”
Toen wij naakt onder de enorme douche stonden en wij begonnen te kussen, onderbrak Jandira deze bezigheid even.
“Agora pode falar português”, gaf zij te kennen (Nu kan je Portugees spreken)
“Porque?” (waarom?), vroeg ik. Ik was al eraan gewend Nederlands tot haar te spreken.

“Porque é melhor fazer amor em português” (omdat het beter is de liefde te bedrijven in Portugees), zei ze en plantte haar lippen weer op de mijne. 

maandag 3 februari 2014

John Wladimir Elskamp - Pandra beries

Foto© Stuart Vrede
(Tu saram dewe palwár ke)

Het eerste dat mij bij het meisje opviel, was het feit dat zij een goedontwikkelde boezem had. Pittig en vrijpostig staken haar 'bobbetjes' naar voren. Ik wist dat zij een oogje op mij had en om mij steeds weer in de winkel van Moenalal kwam. Zij keek mij altijd uitdagend aan, ik zat meestal bier te drinken aan het tafeltje onder de tent voor de winkel, om vervolgens de winkel in te gaan om iets onzinnigs te kopen. Zij zag er jong en fris uit, maar vooralsnog wilde ik geen 'wanpipeltoestanden' hebben. Zij was een Hindostaanse en ik een Creool (eigenlijk een dogla, maar voor mijn baywa's maakte het niet uit). Ik was ook een behoorlijk aantal jaren ouder; zij was een tiener en ik was toen dichtbij de dertig, maar ja... hoe jonger de duif, hoe krachtiger de soep.

Ik ontdekte de winkel van Moenalal min of meer per ongeluk, toen ik de verkeerde zijstraat nam om ergens met een 'koelieband' te gaan oefenen. Lekker gelegen, met veel parkeerruimte en een tent voor de winkel om de 'zuipgasten' te accommoderen, lekkere masalavlees en gebakken vis; kortom, de plaats was ideaal. Moenalal legde mij die dag uit dat ik niet hoefde te draaien, maar verderop, via een andere zijstraat, in de juiste straat zou komen. Niet ver vandaar was de oefenlokatie. Ik dacht het meisje ook die dag in de winkel gezien te hebben, maar ik kon mij ook vergissen. Daags daarna was ik weer bij Moenalal. Ik werd vaste gast. Vaker bracht ik een van de bandleden mee en het was meer regel dan uitzondering dat wij Hindostaanse muziek ten gehore brachten, waarbij de tafels als tabla en dholek gebruikt werden. De eigenaar vond het niet erg, hij genoot er juist van en het bracht klanten naar de zaak.

Het meisje woonde schuins tegenover de winkel. Zij zat een keertje bij het raam van haar eenvoudig houten huisje en ik wuifde voor haar en maakte kusbewegingen. Prompt gaf zij dezelfde response. En zo kwam zij haar show maken en gekke dingen als snoep, lollipop, popcicle en dergelijke kopen. De meeste gasten deden alsof zij niet zagen dat het jong meisje zich aan mij wilde opdringen; ik was een soort van celebrity geworden bij Moenalal. Een kafri die alle Hindostaanse liedjes uit het hoofd kende en ook goed het ritme op de tafeltjes van de bar kon slaan.

Ik herinner mij nog die regenachtige dag, een vrijdagmiddag. Het had nagenoeg de hele dag geregend in de stad, maar tegen vieren klaarde het weer een beetje op. Wij zouden oefenen met de band, maar dat zou pas tegen zessen beginnen. Desondanks was ik al bij Moenalal, omdat ik alvast “iets” in het bloed wilde hebben; Hindostaanse muziek klonk en speelde beter als jouw bloed wat ethanol bevatte en ik wilde ook het meisje ontmoeten. De vorige avond had ik een natte droom gehad, mijn deken bevatte een spermatozoïde, liquide stof, met een bepaalde viscositeit (a mang John ey gebruik wan l’o hoge woorde; zeg gewoon dat trek op die vokkieng deken was). Ik wist zeker dat zij de protagonist (a mang John, praat normaal no!) in de droom was. En het was geen “bolliewoetdroom” hoor; er werd echt “iets” gedaan in mijn droom. Het meisje had pittige borsten en waar haar benen bij elkaar kwamen, had zij ook een indrukwekkende driehoekvorm. Het werd tijd om van de verboden vrucht te proeven.

Ik had mijn auto strategisch geparkeerd. Bijna niemand kwam achter de winkel, slechts een enkele boromang van de andere straat riskeerde een slangenbeet om zo tijd te besparen om Moenalal te bereiken. Nauwelijks zat ik met mijn sopie, of het meisje kwam en nauwelijks was zij onder de tent, of de regen kwam en hoe! Met bakken tegelijk viel Gods water over Gods akker. Ik wenkte haar met mij in de auto te gaan zitten en zij hapte toe. De auto zat ook onder het dak van de tent, omdat de eigenaar zelf zijn voertuig daar zette en dus de tent naar de achterkant verlengd had. Ik had mijn lippen al op de hare en zou net mijn tong introduceren in het spel, toen een barse stem klonk; “Sunita, kha behl. Tu saram dewe palwár ke. Pandra beries....”*. de rest van zijn woorden gingen verloren in het lawaai van de regen op het dak van de tent, maar ook omdat hij verder liep; het was een van de zeldzame boromangs van de andere straat die de “binnendoor route” achter het erf van de winkel namen. Ik had echter al genoeg gehoord. De man vroeg aan Sunita wat ze deed en zei dat ze haar familie schande gaf. Verder zei hij iets in de geest dat zij pas vijftien jaar oud was. Als bij instinkt trok ik haar bloesje naar beneden; twee tennisballen vielen eruit. Een stukje stof viel op uit haar jeans. Ik trok eraan en een hele lap stof kwam tevoorschijn. Mevrouwtje had dus mij willen verleiden door ouder te lijken; tennisballen om de bobbetjes te “vergroten” en lapje stof om de poenie een bollere vorm te geven. Het hoefde geen betoog dat ik haar flink de levieten gaf en haar naar huis stuurde. Daarna verontschuldigde ik mij bij de mannen in de bar.

(Men knikte begrijpend; in deze “koeliebuurten” worden er – verborgen voor de buitenwereld- relatief veel zedendelicten gepleegd.)

* Pandra beries = vijftien jaar oud

dinsdag 21 januari 2014

Veel Facebooken maakt ongelukkig


Hoe meer tijd we doorbrengen op Facebook, hoe ongelukkiger we worden. Dat blijkt uit onderzoek van de universiteit van Michigan. Voor het onderzoek werden 82 jongeren gedurende twee weken gevolgd. Ze kregen elke dag op willekeurige tijdstippen vijf sms’jes met een een paar vragen over hun gevoelens. De jongeren moesten ook aangeven of ze net voordien op Facebook hadden gezeten of ‘echt’ sociaal contact hadden ... gehad. Uit de resultaten bleek dat jongeren ongelukkig worden als ze veel op Facebook zitten. De jongeren waren na twee weken minder tevreden met hun eigen leven dan bij aanvang van het onderzoek.

De onderzoekers erkennen wel dat de invloed van Facebook op het welzijn klein is en dat ook andere factoren een rol spelen. Maar toch stellen ze dat het sociale netwerk een systematische invloed heeft op het welbevinden van jongeren.

 [van Nospang.com, 18 november 2013]

zondag 12 januari 2014

Lewd and proud: How Rihanna brought the moves and sexuality of the Caribbean dancehall to leafy Twickenham

Hold on tight! Rihanna didn't hold back as she performed
 at London's Twickenham Stadium on Saturday night
by Donna McConnell

Appearing on stage to song Phresh Off The Runway just before 9pm, Rihanna didn’t keep the audience waiting too long – unlike the killer lines at the toilets in the stadium.
Dressed in Riccardo Tisci’s baroque style ‘batty rider’ shorts with a matching cloak of invincibility it was soon very clear that Rihanna was not going to struggle to project her personality in that huge space.
Rihanna announced after the first song: 'What's up London? Are you enjoying yourself? Well good, we are only getting f**king started.’

Racy! Rihanna didn't hold back as she performed at London's Twickenham Stadium on Saturday night, despite having her parents and brothers in the audience

Hold on tight! Rihanna didn't hold back as she performed at London's Twickenham Stadium on Saturday night

The girl from Barbados soon broke out her signature moves, the gyrations seen in the dancehalls and carnivals of the Caribbean. Complete with dancehall queen crotch-grabbing and slapping, the uber-sexual singer who has enjoyed massive worldwide success since moving to the US as a 16-year-old seeking success, rattled through three of her hottest numbers; Phresh Off The Runway, Birthday Cake, and Pour It Up as she kicked off her stadium show.

Like the dancehall and carnival queens of the Caribbean, Rihanna is very aware of her sexual power - onstage at least. She constantly thrusted and wined and touched herself in a fashion instantly recognisable to those familiar with Jamaican dancehall culture – but admittedly it might have proved confusing to some of the younger members of the audience.

Rihanna displayed an effortless rhythm and sensuality that completely worked with her music, and entranced the audience. Songs such as Say My Name and Rude Boy were grinded out on stage, and thankfully she had a very well rehearsed band featuring Nuno Bettencourt, best known for his role as the lead guitarist of rock band Extreme to give things an extra gear.

Bad gal: The 25-year-old singer certainly didn't seem to be on her best behaviour, and instead put on a particularly racy display involving plenty of crotch-grabbing and swearing

Bad gal: The singer certainly didn't seem to be on her best behaviour, and instead put on a particularly racy display involving plenty of crotch-grabbing and swearing

And a troupe of dancers that let’s face it, nobody was watching, as all eyes were on Miss Robyn Fenty as she popped her booty and dipped it low.

It’s that mix of Caribbean swagger and pop music that gives Rihanna her edge and realising where her strengths lie, she certainly plays to them.
Not many Caribbean girls make it to be global pop stars. Rihanna has much in common with Jamaican born Grace Jones who came before her. She is fearless, lewd at times, foulmouthed, edgy and a fashion trendsetter.
Strutting her stuff: The Diamonds singer opted for a sexy ensemble for her performance, teaming thigh-high leather boots with a sheer top and a visible bra


While her oversharing on Instagram can be wearing, as a performer she has come of age.  Twickenham was like a mini-carnival as fans and even grown men attempted to copy the carnival queen’s gyrations while dancing in the crowd. Vocally she represented, and has certainly improved since the Loud Tour.

Her joy at performing to a sell-out crowd at Twickenham Stadium was touching and she brought her whole family to see her upgrade to the big time asking the crowd to say her name which she said would make her mother cry. She might also have cried at her daughter’s potty mouth too.
The ascendance of her career comes at a time when she has been through the emotional mill due to her rekindling of doomed relationship with Chris Brown, who now appears to have rather publicly returned to his ex-girlfriend Karreuche Tran.

During song Talk That Talk when Rihanna sang the line ‘And you will never get a girl like me’ perhaps in reference to Brown she added a very loud: ‘Oh hell no!’
Working it! Evidently not at all bothered by her family members in the audience, the pop superstar writhed around on stage in a particularly racy display
Working it! Rihanna put on a performance that felt like a carnival.
Rihanna in Bob Marley-shirt in Barbados

Rihanna’s visit comes a few weeks after pop behemoth Beyonce hit the UK. Beyonce had a huge, tightly rehearsed and professional show, and there’s no doubting her work ethic and skill. But what Rihanna lacks in routines she makes up for in mere presence, moves you can actually copy and use on the dancefloor and that onstage sensuality beloved by all her fans.
The concert concluded with her biggest hits Only Girl in the World, Where Have You Been, We Found Love, and ballads Stay and Diamonds.
At 25 Rihanna is selling out stadiums, cranking out hits and still has some years to go before she has to put down the batty riders. A charmed life indeed.

[from Daily Mail Online,16 June 2013]


zaterdag 11 januari 2014

'Lelijkste vrouw op aarde' laat van zich horen

Lizzie Velasquez is geboren met een zeer zeldzame ziekte. Ze blijft dun, ongeacht wat ze eet. Ze sprak recentelijk op sprankelende en krachtige wijze over schoonheid en identiteit tijdens een TED-talk. Is Lizzie zoals anderen haar definiëren – een lelijk monster – of is ze meer?
Jarenlang werd Lizzie gepest. Op Youtube kwam ze ooit een video tegen van zichzelf, gelabeld als ‘de lelijkste vrouw op aarde’, waarin mensen haar zeiden dat ze beter dood kon zijn. De brand erin. Maar nu wordt haar TED-talk zelfs besproken in de Arabische wereld.

Voordelen
In deze TED-talk laat Lizzie met een dosis humor haar kracht spreken. In wezen houdt deze ziekte in dat ik niet aan kan komen. Ja , inderdaad, het is zo fantastisch als dat het klinkt. Er zijn voordelen aan deze ziekte, er zijn voordelen aan het niet goed kunnen zien. Als iemand me irriteert, dan zorg ik dat ze rechts van me staan. Dan zie ik ze uberhaupt niet. Een van de andere voordelen is dat ik met gemak het gezicht kan zijn van een dieet, legt ze met een glimlach uit.

Als kleuter
Haar ouders zeiden tegen haar toen ze als vijfjarig meisje na de eerste dag op de kleuterschool merkte dat ze anders was en niemand met haar wilde spelen:  Je bent kleiner dan anderen, maar dat is het. Je hebt een ziekte die niet veel mensen hebben. Maar ga naar school, houd je rug recht, en lach. Lach en blijf jezelf en mensen zullen zien dat je net als hen bent.  En dat deed Lizzie. Haar ouders leerden haar dat ze meer is dan haar ziekte, meer is dan de ielige armpjes en beentjes. Dat ze haar leven in eigen hand heeft, dat ze zelf de keuze kan maken om het goed of slecht te hebben. Spreek maar negatief over me, want ik gebruik alles wat je zegt als inspiratie om verder op te klimmen en mijn doelen te bereiken.
Daar spreekt ze over op TED en het is de moeite waard om na te luisteren.


zaterdag 16 november 2013

Fotograaf Raúl Neijhorst brengt DVD naaktfotografie uit

Foto © Raúl Neijhorst

De in Nederland wonende fotograaf van Surinaamse komaf, Raúl Neijhorst, is voor de derde keer op een DVD verschenen voor het blad Zoom.nl. In deze derde DVD wordt naaktfotografie in de studio belicht. Raúl, die nu al ongeveer tien jaar actief is als fotograaf, geeft regelmatig workshops in binnen- en buitenland. In 2009 en 2011 deed hij dat in Suriname, in 2012 op Curaçao en komend jaar wil hij dat weer in Suriname en op Curaçao doen. Ook verzorgt hij regelmatig workshops in Nederland.

Om een breder publiek te bereiken, geeft hij in samenwerking met Zoom.nl, een fotografiemagazine in Nederland met een oplage van 50.000 stuks, DVD’s uit waarop diverse cursussen te zien zijn. In de eerste DVD had Raúl het over de thuisstudio. In de tweede DVD werd de portretfotografie in de studio belicht.
 
Niesha Dwarka
Op de DVD Naaktfotografie komen de volgende onderwerpen aan bod: het naaktmodel, licht en belichting, standpunten, achtergronden en attributen, apparatuur, close-ups en abstracht, visagie en afwerking. In de DVD zie je hoe Raul samen met de modellen Nadia Hassan en Niesha Dwarka de diverse onderwerpen belicht. De DVD duurt 52 minuten en wordt onder de abonnees van het blad gratis verspreid. Ook is de DVD te koop.

[van De Waterkant, woensdag 13 november 2013]


dinsdag 29 oktober 2013

Over dingen van nu en dingen van toen

door Brede Kristensen

Vanuit literair standpunt bekeken is 2013 mondiaal een superjaar. Althans in kwalitatief opzicht. Dat geldt ook voor het Caribische gebied en de Benedenwindse eilanden. Uitgeverij In de Knipscheer komt deze herfst met een groot aantal titels. Vandaag is het de beurt aan Verkiezingsdans van Joseph ‘Jopi’ Hart en Gentleman in slavernij van Janny de Heer.



Dingen van nu
Joseph Hart schreef een spannend en politiek belangwekkend boek: Verkiezingsdans. Een boek met drie gezichten, dat toch een eenheid vormt. Het eerste gezicht is het gezicht van een thriller, een verhaal over criminele organisaties, gespecialiseerd in cocaïne, opererend vanuit Colombia, Curaçao en Nederland. Curaçao vervult een spilfunctie. Al snel wordt het de lezer duidelijk dat Curaçaose politici de touwtjes van die spilfunctie in handen hebben en dat ze met die touwtjes naar criminaliteit neigende jonge mensen, genadeloos voor hun karretje spannen. Hoe en wie die touwtjes in handen hebben, wordt pas aan het einde van het boek duidelijk, als een belangrijke politicus wordt geliquideerd. Zoals het een goede thriller betaamt.

Het boek ontleent zijn titel aan het tweede gezicht, het belangrijkste: de verkiezingsdans kenmerkend voor verkiezingen Curaçaose stijl in de tijd dat de Nederlandse Antillen nog bestonden. Veel populisme, feesten, roddels, mediaoptredens met spectaculaire onthullingen over dubieuze persoonlijke geschiedenissen, belangen en betrokkenheid bij criminele organisaties. We ontmoeten politici die onbeschaamd en met verve van twee walletjes eten en excelleren in het spelen van valse spelletjes. Met als gevolg dat niemand een ander vertrouwt. Hart is in staat politici ten tonele te voeren die net allemaal anders zijn dan de ons bekende politici. Geen levende politicus zal zich echt kunnen herkennen in de personages van het boek. Stukjes van die personages komen echter bekend voor. Er zijn stukjes Cova zichtbaar, stukjes Wiels, stukjes Pourier en vul maar aan. De held van het boek is een jonge opkomende ster met een visie voor een Curaçao waar mensen op grote schaal aan hun eigen ontwikkeling werken met het doel een bijdrage aan de opbouw van het land te leveren, waar iedereen professionaliteit hoog in het vaandel heeft staan en waar de koek eerlijk wordt verdeeld. Deze Matthew stemt erin toe zijn diensten aan te bieden aan een serieuze politieke partij. Onder begeleiding van een oudere Pourier-achtige partijleider ontpopt hij zich als een begenadigd spreker die met een degelijke boodschap in populistische verpakking zijn fictieve partij een knallende overwinning bezorgt. Maar zijn pad gaat niet over rozen. Politieke tegenstanders laten geen middel onbenut om hem onderuit te halen, tot en met aanslagen op zijn leven. Harts visie op de Curaçaose politiek is onthullend en dermate kritisch dat alle hoop op betere tijden ijdel lijkt. Toch wil hij laten zien dat er serieuze politici zijn, dat mensen zich willen laten aanspreken en dat er dus toch enige reden voor optimisme is.

De verborgen psychische problemen van de hoofdfiguur, Matthew, vormen het derde gezicht. Dit verhaal leest als een psychologische thriller. Ogenschijnlijk redelijk en talentvol, blijkt zich achter die façade een vulkaan te bevinden, een onderdrukt oedipus-complex dat voor gewelddadige explosies zorgt. Zijn relaties met vrouwen lijden daar zwaar onder. Om iets van die uitbarstingen te kunnen begrijpen, moet de lezer wel regelmatig als een voyeur getuige willen zijn van erg expliciet beschreven seksscènes. Dat had wel wat subtieler gekund. Maar hoe zal het aflopen met deze verknipte ziel? Zijn beste vriendin weet hem tenslotte over zijn verleden aan het praten te krijgen en een moment van bewustwording te bewerkstelligen. Zo komt er een niet helemaal geloofwaardig keerpunt in het leven van Matthew en kan hij zich inzetten voor Curaçao, het land dat hij liefheeft.
Hart weet 500 pagina’s lang de aandacht te boeien. Ingenieus heeft hij de verhalen van die drie gezichten met elkaar verweven. Tussen alle spanning door wordt duidelijk dat Hart een uitgesproken kritische mening over de Curaçaose politieke cultuur etaleert. Eigenlijk zegt hij dat als deze politieke cultuur niet verandert, de toekomst uitzichtloos is en burgers uitgeleverd zijn aan politici voor wie het publieke belang samenvalt met eigen belang. Maar of een in populisme verpakte ‘Matthew-achtige’ boodschap de oplossing is, moet betwijfeld worden. Leert de geschiedenis niet dat ‘inhoud’ door politici moeilijk te realiseren en door burgers moeilijk te begrijpen is? En dat om die reden politici zich liever op de verpakking concentreren en de mensen politici op die verpakking beoordelen? Zo is de kans groot dat de geschiedenis zich blijft herhalen. Maar zeker een boek dat te denken geeft.

Plantage Peperpot


Dingen van toen
Janny de Heer, bekend door haar boek Landskinderen van Curaçao (1999), komt met een nieuwe verrassing: Gentleman in slavernij. Over de periode van de Surinaamse slavernijgeschiedenis nadat in het naburige Guyana de slavernij was afgeschaft en de naderende afschaffing in Suriname voelbaar werd. Aan de hand van het leven van een Duitse kolonist, Ditrich Horst, die zijn weg in Suriname zoekt, eerst als blank-officier, dan als administrateur en directeur op diverse gouvernementsplantages en tenslotte als eigenaar van zijn eigen plantage ‘Lust en Rust’, wordt de geschiedenis van het plantageleven rond Paramaribo vlak voor en na de afschaffing van de slavernij beschreven. Een historische roman dus.
Janny de Heer wordt geïnterviewd door Romeo Hoost

Dat kan goed fout gaan. Meestal wordt in een historische roman de geschiedenis geromantiseerd en verdraaid. Zeker wanneer een historische figuur daarbij een hoofdrol speelt, kan een scheef portret knap hinderlijk zijn. Soms wordt de geschiedenis in detail beschreven zonder dat het verhaal uit de verf komt. Dat wordt dan zoiets als een verkapte historische studie. Janny de Heer weet aan beide gevaren te ontsnappen. Met hulp van archief- en literatuuronderzoek reconstrueert zij de levensloop van Ditrich. Ze schildert een nuchter, niet-geromantiseerd portret van Ditrich en van de vrouwen om hem heen, hun levensverhaal, tegen de achtergrond van het plantageleven in de nadagen van de slavernij.

Het verhaal bevat een verbazingwekkende hoeveelheid informatie hoe het in die dagen toeging op de plantages, waarbij nuances het terecht van generalisaties winnen. Er zijn planters die hun slaven wreed-sadistisch uitbuiten en planters die vormen van begrip aan de dag leggen en een lichter regiem voeren. We worden geïnformeerd over ziekten, conflicten, straffen, omgangsvormen, relaties en de vele discussies over de toekomst van het land als de slavernij zal zijn afgeschaft. We krijgen een beeld wat er op de plantages verbouwd werd en waarom het goed of niet goed ging, hoe men er woonde, hoe de huishouding eruit zag, hoe over de rivieren werd gereisd en, last but not least, hoe en waarom zoveel slaven wisten te ontvluchten, terwijl anderen de voorkeur eraan gaven te blijven. Schokkend is hoe de machthebbers er vaak in slaagden een gevluchte slaaf in de gaten te houden om hem of haar soms jaren later alsnog genadeloos te straffen. We lezen over de dagen van de afschaffing van de slavernij, de onzekerheid die dat met zich meebracht voor vrijwel iedereen, de euforie en de verstandige en onverstandige keuzes die zowel de ex-slaven als de blanke elite maakten. Een helder en objectief tijdsbeeld is het resultaat. Uiteraard zullen sommige feiten ontbreken en zal er discussie zijn of een bepaalde nuance niet een uitzondering betrof die een regel had kunnen bevestigen. Maar zonder selectie geen verhaal. De auteur wekt echter de indruk zeer consciëntieus te hebben gewerkt.

Daarnaast leren we de situatie te zien door de subjectieve ogen van individuele personen. Op de eerste plaats de ogen van Ditrich. De ietwat onzekere hoofdpersoon die het weliswaar goed meent met de mensen, maar die ook zijn eigen belangen kent en niet altijd in staat is de gevolgen van zijn daden te overzien. Als hij een kind heeft verwekt bij een slavin, Candasie, met wie hij het goed kan vinden en tot wie hij zich sterk voelt aangetrokken, haast hij zich naar Paramaribo om de jonge Heinrich vrij te kopen (de zogenaamde manumissie die in die dagen 250 gulden kostte, wat ongeveer neerkomt op een equivalent van 10.000 euro vandaag de dag). Als hij terugkeert naar de plantage en haar verheugd meedeelt dat haar zoon nu een vrij mens is, wordt hem dat helemaal niet in dank afgenomen. Een slavin mag immers geen vrij mens opvoeden. Dat betekent onherroepelijk een scheiding van moeder en kind. Daar wordt dan wel weer een mouw aangepast, maar gemakkelijk gaat het niet. Zo worden hoofdpersoon en lezer geleidelijk aan vertrouwd met de soms idiote en vaak kwaadaardige absurditeiten van het systeem.
Ditrich vervult verschillende functies, reist veel en gaat tenslotte duurzaam samenwonen met een dochter van Candasie, Caroline. Ze krijgen vijf zonen die in de loop der jaren allemaal vrijgekocht worden, evenals Candasie en Caroline. Tenslotte trouwen Ditrich en Caroline. Nog weer later wordt Ditrich in de gelegenheid gesteld eigenaar van een plantage te worden. Geen moment wordt hij als een held voorgesteld. We leren hem kennen als een mens met zwakheden, kortzichtige ambities en knulligheden. Ook als iemand met een geheim, want hij houdt het vaderschap van Heinrich voor iedereen verborgen. Dit blijkt een continu aanwezige donkere ondertoon in zijn toch reeds ongemakkelijke leven. Pas op zijn sterfbed realiseert hij het zich.
Slavernij

Ook kijken we door de ogen van Candasie en van Caroline en worden we ons bewust van hun visie op het complexe plantage-gebeuren, als slavin en later als vrije vrouw. We zien hoe ze iets van de moeizame omstandigheden proberen te maken. We maken kennis met hun illusies, teleurstellingen en blije verrassingen. De auteur roept het plantageleven dermate beeldend op dat het is alsof het de leefomgeving van de lezer is. Af en toe veroorlooft ze zich romantische zoetsappigheden, maar die blijven gelukkig binnen de perken en ondergraven de geloofwaardigheid van het verhaal niet.
Wel ontbreken er enkele perspectieven. We leren het plantageleven niet zien door de subjectieve ogen van de kwaadaardige planter, of door de ogen van slavinnen die worden belazerd en uitgebuit en evenmin door de ogen van mannelijke slaven. We worden over hen geïnformeerd, uitvoerig zelfs, maar daar blijft het bij. Echter, de lezer zal niet zoveel moeite hebben zich daarvan een voorstelling te maken.
Merkwaardig is dat er weinig aandacht is voor de rol van de kerken, die juist in de periode dat Ditrich leefde veel activiteiten op de plantages ontplooiden, met name de Evangelische Broedergemeente. De kerken worden genoemd en Ditrich en Caroline trouwen zelf in de Lutherse kerk, maar veel horen we niet hierover. Dit is dunkt mij een gemis. De rol van de kerken is van enorme betekenis geweest voor heel veel ex-slaven en voor het verdere verloop van de geschiedenis van Suriname.

Afgezien van deze beperkingen is het een schitterend, overtuigend en zeer informatief boek. De uitgever zou er goed aan doen bij een volgende druk (het is te hopen dat veel drukken zullen volgen) een kaart van de omgeving van Paramaribo toe te voegen zodat de lezer zich een beeld kan vormen waar de plantages die in het boek voorkomen, hebben gelegen of nog liggen. Ook verdient het aanbeveling om bij de uitvoerige lijst van gebruikte bronnen in het kort aan te geven welke bijdrage deze bronnen hebben geleverd.


[uit Amigoe-Ñapa, 28 oktober 2013]

donderdag 24 oktober 2013

Joseph ‘Jopi’ Hart - Verkiezingsdans

Joseph Hart in Amsterdam. Foto @ Iklith Hollander
“In zijn debuut als schrijver kon Joseph Hart niet weten dat zijn eerste roman – 8 jaar geleden - bijna profetisch zou zijn m.b.t. de lafhartige moord op parlementariër Helmien Wiels, de politieke leider van ‘Pueblo Soberano’, die streed tegen corruptie en de georganiseerde misdaad. In Verkiezingsdans beschrijft Joseph Hart met kennis van zaken en oog voor detail, de strijd die Curaçao moet voeren tegen de internationaal oprukkende drugsmaffia. Hij geeft een realistische dwarsdoorsnede van de Curaçaose maatschappij en deinst er niet voor terug de zaken scherp te stellen, of het nu nijpende armoede, gewelddadige misdaad, liefde of sex betreft.”

Joseph ‘Jopi’ Hart is erin geslaagd verschillende thema’s en categorieën tot één geheel te smeden :

1) psychologische roman (karakterbeschrijving en ontwikkeling van de hoofdpersoon)
2) sociale protestroman (aandacht voor de nijpende armoede en niet langer acceptabele wantoestanden in achterstandswijken)
3) narco realisme (beschrijving van de drugswereld en witwaspraktijken plaatst de roman in dit jonge genre van de misdaadroman)
4) politieke roman (de politieke praktijken - in negatieve en positieve zin – vormen een van de centrale motieven van de roman)
5) ideeënroman (visie over oplossing van maatschappelijke problemen, over een toekomstige informatiemaatschappij in het dagelijkse leven en het onderwijs, ideeën over ontwikkeling van achterstandswijken)
Erotische liefdesroman rond twee vrouwelijke hoofdfiguren
6) thrillerachtig karakter (de in het verhaal verweven criminele handelingen)
7) erotische liefdesroman (de relaties met de twee vrouwelijke hoofdfiguren)


Enkele reacties van lezers:
- ‘Mas ku un bon buki’: (Dr. Frank Martinus Arion)
- ‘Een fascinerend debuut’ (Prof. Dr. Wim Rutger)
- ‘I loved your novel; it interfered with my busy schedule’ (Kathy Talylor, Ph.D.)
- ‘Ik kon het boek niet neerleggen. Eindelijk uit! Kan weer aan de slag!’ (Ildith van der Grift-Hollander)
- “De hoofdstukken over corruptie en drugs zijn geschreven in een krachtig realisme en ik begon ernaar uit te kijken vanwege het tempo van de actie en omdat ze zo ‘echt’ leken – een gevaarlijk woord, weet ik – maar volkomen terecht binnen de context van het boek.” (Phillip Mann, romancier, toneelschrijver en criticus)

Recensie

door Ezra de Haan (schrijver, dichter en journalist)

Een leider met visie

Soms zijn schrijvers visionair. Hun scherpe kijk op de werkelijkheid zorgt voor inzicht in de huidige situatie en ook in de mogelijke gevolgen daarvan voor de toekomst. George Orwells 1984 is daar een goed voorbeeld van. Joseph Hart publiceerde zijn debuut Election Dance in 2006. Nu, zeven jaar later, blijkt het boek vrijwel profetisch voor de toestanden die zich vandaag de dag op Curaçao afspelen. De laffe moord op parlementariër Helmin Wiels, de politiek leider van Pueblo Soberano, en de verwikkelingen rond de zoektocht naar de moordenaars gaan haast nog verder dan de fantasie van Joseph Hart. En ook de strijd tegen de corruptie en criminaliteit blijkt helaas vrijwel identiek.

Dankzij de Nederlandse versie van Election Dance, getiteld Verkiezingsdans, maken we kennis met een eiland waar corrupte politici, georganiseerde misdaad maar ook persoonlijke opoffering en liefde een belangrijke rol spelen. Joseph Hart toont ons zijn visie op Curaçao en maakt dat tot een ervaring die we niet snel zullen vergeten. Joseph (Jopi) Hart was, net als zijn romanpersonage Matthew Bartels, leraar. Ruim tien jaar houdt hij zich inmiddels bezig met het schrijven. Zo schreef hij de gedichtenbundel Entrega (2000) en na Election Dance de roman The Yard (2010). Op dit moment werkt hij aan zijn derde roman, Kruispunt. Verkiezingsdans werd voor de Nederlandse versie herzien en deels herschreven. Het gevolg is een spannende ‘pageturner’ die, voor iedereen die iets met Curaçao heeft, werkelijk onweerstaanbaar is.

zondag 25 augustus 2013

Heruitgave van DE 4MACAW van Paul Marlee

door Els Moor

Onlangs ontvingen we de derde druk van de roman DE 4MACAW van de Surinaamse auteur in het buitenland Paul Marlee, pseudoniem van Paul Nijbroek. De eerste druk is van 2007, de tweede van 2009 en de derde van 2013, alle drie zijn gedrukt in de Verenigde Staten en – volgens het boek - in Suriname uitgegeven door Eebee/Phoenix (in eigen beheer?).

De lijvige roman - 314 pagina’s - gaat over een Surinaamse veertiger, een taalkundige, die eind jaren zeventig naar Brazilië vertrekt met een beurs van zes maanden om Portugees te studeren. Zijn vrouw en kinderen blijven achter in Suriname. Het is niet zo verbazingwekkend dat hij in Brazilië achter de vrouwen aanzit en er zelfs een zwanger maakt. Hij is ook betrokken bij politiek gekleurde en drugsgerelateerde zaken. Tussendoor verblijft hij ook nog in Nederland voor een taalcongres.

De roman zit ingewikkeld in elkaar. De continuïteit van het verhaal wordt vaak onderbroken, waardoor de lezer de draad kwijtraakt. Ook realiteit en droomwereld wisselen elkaar op een chaotische manier af. De titel DE 4MACAW (een macaw is een roofvogel, een soort arend) is ook niet erg duidelijk. De roofvogel wordt slechts tweemaal genoemd en de symboliek ervan is beslist geen leidmotief.

Een schrijver doet research in Brazilië


De roman heeft spannende en boeiende passages en weerspiegelt een enorme belezenheid van de auteur. Paul Marlee kan schrijven en experimenteert; het boek heeft modernistische trekjes. Maar het ontbreken van samenhang maakt het lezen van het boek moeilijk en dat is een zwak punt. Ergerlijk is het dat aan het begin van hoofdstuk 5 zomaar, zonder naam van de auteur en zonder bron, een gedicht staat van de Nederlandse dichter J. Gresshof, ‘Liefdesverklaring’. Paul Marlee heeft kennelijk geen deskundige meelezers gehad. Er staan ook veel slordigheidsfoutjes in het boek, kijk maar naar de tekst op de achterflap! Jammer, het had een goed boek kunnen zijn als er betere aandacht besteed was aan de structuur en de taal. Maar er staan wel mooie, spannende en leuke dingen in!