Posts tonen met het label Marlee Paul. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Marlee Paul. Alle posts tonen

vrijdag 28 maart 2014

Uitgevers vertienvoudigen prijzengeld Filter Vertaalprijs

door Sebastiaan Kort

Door een bijdrage van een aantal uitgevers zal aan de Filter Vertaalprijs niet langer 1000, maar 10.000 euro verbonden zijn. De Filter Vertaalprijs wordt jaarlijks uitgereikt aan de vertaler  van de meest bijzondere vertaling van het jaar.  

De uitgevers hopen hiermee bij te dragen aan een grotere maatschappelijke waardering voor uitzonderlijke vertaalprestaties zoals die vanaf 2007 door de jury van de Filter Vertaalprijs onder de aandacht worden gebracht.

De prijs wordt dit jaar opgebracht door 11 vooraanstaande uitgevers, inclusief Vantilt dat de prijs tot nu toe alleen droeg: De Arbeiderspers, Athenaeum  - Polak & Van Gennep, De Bezige Bij, Cossee, De Geus, Lebowski, Meulenhoff Boekerij, Van Oorschot, Podium en Wereldbibliotheek. Gehoopt wordt dat fondsen, particuliere begunstigers en andere uitgevers zich bij dit initiatief aansluiten.

Op 8 april 2014 wordt tijdens de Internationale Literatuurdagen Utrecht de winnaar bekendgemaakt. De genomineerden voor de Filter Vertaalprijs 2014 zijn Mari Alföldy voor Satanstango van László Krasznahorkai,   Gerda Baardman, Lidwien Biekmann, Brenda Mudde en Elles Tukker voor De Cirkel van Dave Eggers,  Ike Cialona voor Don Juan van Lord Byron,  Roel Schuyt voor De nieuwkomers III van Lojze Kovačič , Froukje Slofstra voor Verhalen van Isaak Babel en Jos Vos voor Het verhaal van Genji van Murasaki Shikibu.

Vorig jaar ging de prijs naar Aai Prins voor haar vertaling van de werken van Gogol.
Een uitgebreide beargumentering voor de nominaties is te vinden in het zojuist verschenen nummer van Filter, tijdschrift over vertalen en op de website van het blad.

[van NRC.nl, 27 maart 2014]


maandag 26 augustus 2013

Privé Domein...: Suriname een samengeharkt zootje

door Jerry Dewnarain

Privé domein II is een boekje met - volgens de schrijver Paul Marlee (pseudoniem van Paul Nijbroek) - ‘essays en brieven voor wie dit leest’. Al op pagina 1 harkt hij zijn eigen zootje bij elkaar. Hij valt zonder enige duidelijke reden in de rest van zijn boek onder anderen Michiel van Kempen aan. Heel veel gaat overigens over zijn contacten met Michiel, de ene keer positief en de andere keer negatief. Leuk is dat hij achterin als bijlage correspondentie tussen Michiel en hem publiceert.
Paul Marlee eet een frikandel.
Foto @ Michel Szulc-Krzyzanowski

Om een voorbeeld te geven. Een Nederlander zei eens tegen Van Kempen dat de Surinaamse literatuur ‘toch niet meer voorstelde dan de literatuur van Delft’. Marlee gaat daarop in en houdt in hoofdstuk 1 een kort pleidooi voor de Surinaamse literatuur. ‘Als men er rekening mee houdt dat onze schrijvers dit hebben gepresteerd onder de moeilijke omstandigheden van gebrek aan literaire tradities, een goede bibliotheek, schrijf- en kladpapier, computers, een stimulerend fonds, e.d., dan is deze prestatie des te opmerkelijker.’ Marlee doelt op de prestatie dat er genoeg Surinaamse schrijvers bekend zijn van goed en hoog niveau. Hierop gaat de schrijver helaas niet dieper in (pp. 1 en 2). Het boek bestaat uit vier hoofdstukken of beter gezegd delen met een en dezelfde titel ‘To whom it may concern’. Deze delen worden met cijfer 1 tot en met 4 aangegeven. Bij het lezen van Privé domein II krijg ik de indruk dat Paul Marlee zijn opgekropte woede en verbittering tegen allen die hem gedurende zijn schrijversloopbaan hebben gedwarsboomd op de korrel neemt. ‘Ik ontmoette een bekende nieuwslezer van de STVS op het beleidskantoor bij LVV... Op mijn vraag of hij mijn gedichtenbundel “PH-7” in goede orde had ontvangen, antwoordde hij: “Ja, ik heb het direct in de prullenbak gegooid”.’ Ooit ontmoette hij op het balkon van zijn zus een arts die een goede kennis was. ‘Ik zei tegen hem dat mijn nieuwe roman bij VACO lag, in de hoop hem te interesseren er een te kopen. “Oh, heb je weer een boekje geschreven?” reageerde hij. Zijn verontwaardigde echtgenote corrigeerde hem tot mijn geluk. Zo had en heeft men nog steeds leedvermaak met ons’, vindt Marlee op pagina 2. ‘Arrogantie is een van ’s mensen zwakheden’, zegt Marlee. Zelf maakt hij er zich ook wel schuldig aan: hij heeft het héél veel over zichzelf in het boekje.
Michiel van Kempen drinkt een biertje.
Foto @ Sanne Landvreugd

Marlee is van mening dat als een schrijver een goed boek wil schrijven hij veel research moet doen. Dit vereist, naast veel ervaring, ook een uitgebreide bibliotheek en reizen. Voor zijn boek De 4MACAW (bespreking, klik hier) had hij graag naar het noordoosten van Brazilië willen gaan ‘om te double-checken of alles wel klopt’ (p. 3). Hij had echter het geld niet hiervoor, terwijl Dan Brown dit wel kan doen, omdat hij rijk is. Ook schrijvers in Nederland kunnen goed onderzoek doen om een boek te schrijven, ‘omdat zij o.a een Fonds voor de Letteren hebben’, volgens Marlee. Hij vroeg eens een werkbeurs aan bij dit fonds, maar kwam jammer genoeg hiervoor niet in aanmerking, wat duidelijk kwaad bloed bij hem zette. Ook werd in het begin van de jaren negentig hem een visum voor Nederland geweigerd. Michiel van Kempen heeft zelfs middels een schrijven aan het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken afdeling Bureau Vreemdelingenzaken geprobeerd het ministerie ervan te overtuigen een positieve beslissing te nemen in verband met het visum dat aan Nijbroek was afgewezen.

In het boek haalt Marlee wel een essentieel punt aan over zijn boek De 4Macaw, waar ik het absoluut mee eens ben. De auteur vindt dat typische Surinaamse woorden en uitdrukkingen niet cursief geplaatst moeten worden. ‘Dat doe je alleen met een vreemde taal. Dus heb ik Suriname deze grani gegund en een verklarende woordenlijst geplaatst aan het eind van “De 4Macaw”. Hoe dan ook, je richt je heimelijk eerst tot je eigen mensen.’ (p. 4) Marlee heeft gelijk, alle talen zijn gelijkwaardig. Waarom worden Surinaamse woorden cursief gedrukt in onder andere romans? We zien dat in veel Surinaamse romans die door Nederlandse uitgevers worden gepubliceerd, Surinaamse woorden gecursiveerd zijn. De vraag is dan: schrijft de auteur van zo een boek voor een Nederlands publiek in Nederland of voor zijn eigen mensen. Als hij ooit wil doordringen tot de grote wereld en ook nog geld wil verdienen, moet hij dan per se voor een Nederlands publiek schrijven? Cynthia Mc Leod is bekend geworden, vooral doordat haar eigen publiek haar boeken kocht en las. Haar debuutroman werd immers door VACO uitgegeven. En terecht zegt Marlee dat bijna alle goede Surinaamse artiesten vanwege de eerdergenoemde redenen hun heil in Nederland zoeken. Volgens hem kan dit een tijdelijke oplossing zijn, maar heeft weer zijn eigen consequenties. Hierover is jammer genoeg niet veel gezegd in Privé domein II. Terloops beschrijft hij wel enige grote Surinaamse dichters, zoals Shrinivási en Bhai.


Leuk is het te lezen hoe Marlee denkt over Surinaamse critici: hij beaamt dat het erg gedurfd is om in Suriname recensent te zijn. ‘Je kan snel, vooral omdat alles kleinschalig is, veel vijanden maken - die je de volgende ochtend al op straat tegenkomt!’ (p. 47) Dat Suriname een dorp is klopt. En dat kritiek niet geduld wordt in dit kleine land komt duidelijk in ‘Privé domein’ tot uiting, waar Marlee zich overigens ook zelf aan schuldig maakt. Is het misschien de pot die de ketel verwijt dat hij zwart ziet?

Paul Marlee: Privé Domein of Sorts, Surinaamse Letteren (II). Suriname: een samengeharkt zootje. (zie brief Michiel van Kempen aan Paul Marlee: Amsterdam, 18 augustus 1993). Gedrukt in de Verenigde Staten van Amerika en gepubliceerd in de Republiek Suriname, juni 2013. ISBN: 978-0-9856851-3-3


zondag 25 augustus 2013

Heruitgave van DE 4MACAW van Paul Marlee

door Els Moor

Onlangs ontvingen we de derde druk van de roman DE 4MACAW van de Surinaamse auteur in het buitenland Paul Marlee, pseudoniem van Paul Nijbroek. De eerste druk is van 2007, de tweede van 2009 en de derde van 2013, alle drie zijn gedrukt in de Verenigde Staten en – volgens het boek - in Suriname uitgegeven door Eebee/Phoenix (in eigen beheer?).

De lijvige roman - 314 pagina’s - gaat over een Surinaamse veertiger, een taalkundige, die eind jaren zeventig naar Brazilië vertrekt met een beurs van zes maanden om Portugees te studeren. Zijn vrouw en kinderen blijven achter in Suriname. Het is niet zo verbazingwekkend dat hij in Brazilië achter de vrouwen aanzit en er zelfs een zwanger maakt. Hij is ook betrokken bij politiek gekleurde en drugsgerelateerde zaken. Tussendoor verblijft hij ook nog in Nederland voor een taalcongres.

De roman zit ingewikkeld in elkaar. De continuïteit van het verhaal wordt vaak onderbroken, waardoor de lezer de draad kwijtraakt. Ook realiteit en droomwereld wisselen elkaar op een chaotische manier af. De titel DE 4MACAW (een macaw is een roofvogel, een soort arend) is ook niet erg duidelijk. De roofvogel wordt slechts tweemaal genoemd en de symboliek ervan is beslist geen leidmotief.

Een schrijver doet research in Brazilië


De roman heeft spannende en boeiende passages en weerspiegelt een enorme belezenheid van de auteur. Paul Marlee kan schrijven en experimenteert; het boek heeft modernistische trekjes. Maar het ontbreken van samenhang maakt het lezen van het boek moeilijk en dat is een zwak punt. Ergerlijk is het dat aan het begin van hoofdstuk 5 zomaar, zonder naam van de auteur en zonder bron, een gedicht staat van de Nederlandse dichter J. Gresshof, ‘Liefdesverklaring’. Paul Marlee heeft kennelijk geen deskundige meelezers gehad. Er staan ook veel slordigheidsfoutjes in het boek, kijk maar naar de tekst op de achterflap! Jammer, het had een goed boek kunnen zijn als er betere aandacht besteed was aan de structuur en de taal. Maar er staan wel mooie, spannende en leuke dingen in!

maandag 28 mei 2012

Paul Marlee


Portret van de Surinaamse schrijver en dichter Paul Marlee, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 77 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto is ook in verschillende uitvoeringen te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

donderdag 27 januari 2011

Paul Marlee - Haar witte onschuld

haar witte onschuld
brandde een dolk in mij
van zwart licht

waarvoor ik vlucht
over bevroren akkers heen, blootsvoets

met voetzolen opengereten en bebloed
val ik over haar witte borsten heen
nu, van steen

koud kristal hard
glanst parel na parel,
in het weidse wit
zwart


[uit: Deus ex Machina, jrg. 11, nr. 42, april mei juni 1987, geschreven Deventer 1965, herschreven 1994]
.