door Bert Eersteling
In het artikel 'Marronverdragen zijn een kopie van de Jamaicaanse' van de hand
van mr.Carlo Jadnanansing, wordt melding gemaakt van de stelling van mr.dr
Walther Donner aangaande de rechtsgeldigheid van de traktaten. In het
bedoelde artikel van de heer Carlo Jadnanansing lijkt het erop dat de heer
Walther Donner de rechtsgeldigheid van de traktaten met de Aucaners, de
Saramaccaners en de Matawai in twijfel trekt, omdat deze traktaten niet in naam
van de koning, maar onder gezag of in naam van de gouverneur zouden zijn
gesloten. Tenminste indiceert hij in het artikel, door de rechtsgeldigheid aan
de orde te stellen, dat er iets juridisch niet in orde zou zijn met de
traktaten.
 |
The
Maroons in Ambush on the Dromilly Estate in the parish of Trelawney,
Jamaica. The painting was done by J. Bourgoin and engraved by J.
Merigot. It was published by J. Cribb (London, 1801).
|
De heer
Donner maakt in het artikel, dat verschenen is in het juristenblad, een
vergelijking tussen de traktaten van Jamaica en Suriname voor wat betreft de
totstandkoming. In Jamaica zou het traktaat namens en met machtiging van de
koning tot stand zijn gekomen. In Suriname zou het eerste traktaat (1760)
gesloten zijn met de gouverneur en de Raad van Politie en Criminele justitie,
die toen als een soort parlement fungeerde. Naar aanleiding van de constatering
zoals hierboven aangehaald is, stelt de heer Donner zich de vraag of Suriname
toen als een soevereine staat kon worden beschouwd, die zelfstandig bevoegd was
om traktaten te sluiten. Overigens een vraag die retorisch van aard is.
Orale
geschiedenis
De
hoogleraar Donner concludeert volgens het artikel dat er contacten hebben
bestaan tussen de Jamaicaanse slaven en de Surinaamse slaven, omdat Araby van
de Aucaners, bij een contact met een delegatie van de gouverneur, gerefereerd
zou hebben aan het traktaat dat gesloten werd met de Maroons in Jamaica.
Of de
voornoemde conclusie van de heer Donner met de door hem aangehaalde
onderbouwing correct is, kan ik niet beoordelen. Het kan wel zo zijn dat de
heer Donner ook kennis draagt van wat zeker in de orale geschiedenis bekend is,
namelijk dat een van de Aucaanse onderhandelaars, de heer Boston Band, een
bijzonder belangrijke rol vervuld heeft bij de totstandkoming van het traktaat
met de Aucaners in 1760. Deze Boston Band behoorde tot de Compai clan of lo, en
zou het schrijven en lezen machtig zijn. Hij was slaaf in Jamaica, maar
belandde later (niet bekend hoe en wanneer) in de kolonie Suriname.
Hij
ontvluchtte de slavernij en voegde zich bij de clan/lo der compai-nenge. Deze
clan/lo komt voor in de dorpen Mpusu, Poowi en Tjong-tjong aan de Tapanahony.
Een grote groep compai-nenge uit Poowi woont ook in het misidjan-nenge dorp
Lebidoti aan de Sarakreek. Kennelijk heeft Boston Band de ervaringen van
Jamaica voor wat de vredesverdragen betreft naar de bossen van Suriname
meegenomen. Dr. Silvia de Groot heeft in een van haar pennenvruchten gewag
gemaakt van de wezenlijke bijdrage van Boston Band aan het vredesverdrag met de Aucaners. De conclusie van de heer Donner kan ook aan deze informatie van S. de
Groot haar grondslag gehad hebben.
In elk geval
heb ik met de twee voorbeelden willen aangeven dat het geen nieuwe inzichten of
assumpties zijn dat een verband gelegd kan worden tussen de vredesverdragen van
Jamaica en Suriname. Er kunnen ook meerdere bewijsbare argumenten bestaan, die
goed en helder de relatie tussen de twee vredesverdragen aangeven. Vooralsnog
houd ik het op deze informatiebronnen, namelijk de orale lezing die de afkomst
van Boston Band aangeeft en de vermelding van Silvia de Groot over de bijdrage
van Boston Band aan het vredesverdrag met de Aucaners.
Rechtsgeldigheid
Surinaamse traktaten
Ik weet niet
waarom, en met welk juridisch argument de heer Donner meent te moeten
vaststellen of vermoeden, dat er verschil bestaat in het tekenen van het
traktaat in Jamaica in naam van de Koning en onder zijn machtiging en de in
Suriname getekende traktaten door de gouverneur en een soort parlement.
Suriname was
in 1760 absoluut nog een kolonie van Nederland waarbij alles in naam van de
Koning en onder diens machtiging werd gepleegd. Het lijkt mij interessant om de
ordonnantiën van die periode te raadplegen om goed vast te stellen welke
correspondentie heeft plaatsgevonden tussen het koloniaal bestuur en het
koningshuis voor, tijdens en na de totstandkoming van de vredestraktaten. Het
is ook voer voor juristen, historici en anderen om aan de hand van
feitenmateriaal vast te stellen of er sprake is van rechtsgeldigheid of niet
van de vredestraktaten.
Onverminderd
het resultaat van het bovenstaande, blijkt dat de traktaten in Suriname, zeker
voor een periode hun functionaliteit hebben bewezen. Want er was een afbakening
waarbinnen de bosnegers zich vrijelijk konden bewegen. Er waren controleposten
waar posthouders geplaatst waren. Het traditionele gezag functioneerde buiten
of naast de jurisdictie van het gezag in Paramaribo.
Het traject
dat de bosnegers moesten volgen om zaken te doen in Paramaribo was ook bekend.
Bij de herziening van het vredestraktaat van 1760 is na onderhandeling dit
traject gewijzigd. Er zijn, zij het zeer marginaal, mensen overgeleverd aan het
koloniaal bestuur. De ordenings- en rustscheppende functie van de traktaten
hebben voor bepaalde momenten in onze geschiedenis waarde gehad. Uiteraard is
gedurende deze periode onder ander de Boni-oorlog ontstaan. Een oorlog die
overigens een ruimer bevrijdingsdoel had.
Conclusie
Ik vind dat
de professor, zoals ik hem van zijn artikelen ken, met zijn bijdrage een poging
heeft ondernomen om Surinamers aan het denken te zetten over het onderhavige
vraagstuk. Dat moet als zeer lofwaardig gezien worden. Met dit specifieke
onderwerp wil hij kennelijk bevorderen dat er van uit het nationaal oogpunt een
Suricentrische benadering wordt gegeven aan onze geschiedbeschrijving. Laat de
Surinamers een goed onderbouwde mening geven over de vredestraktaten. Immers er
zijn mensen die de vredestraktaten als bron/middel willen gebruiken om de
'grondenrechten' aan te vechten. De vraag is daadwerkelijk om vast te stellen
wat de juridische status of waarde van deze vredestraktaten zijn.
Ik heb mijn
persoonlijke visie over deze traktaten. Om strikt strategische reden ga ik
hierover geen uitspraak doen. Ik feliciteer de Saramaccaners met het feit dat
op 19 september 1762 het vredestraktaat met hun voorouders getekend werd. De Aucaners herdenken over drie weken het feit dat op 10 oktober 1760 het
vredestraktaat getekend werd met hun voorouders. Ook alvast gefeliciteerd.
[uit Starnieuws, 22 september 2013]