Posts tonen met het label recht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label recht. Alle posts tonen

zondag 4 mei 2014

Judges, Masters, Diviners: Slaves’ Experience of Criminal Justice in Colonial Suriname

Natalie Zemon Davies
by Natalie Zemon Davis

“Two negroes hanged,” John Gabriel Stedman wrote in his Suriname journal for March 9, 1776, and then two days later, among his purchases of“soap, wine, tobacco, [and] rum” and his dinners with an elderly widow, he records, “A negro’s foot cut off.” Stedman expanded on these events in the later Narrative of his years as a Dutch–Scottish soldier fighting against the Suriname Maroons: And now, this being the period of the [court] sessions, another Negro’s leg was cut off for sculking from a task to which he was unable, while two more were condemned to be hang’d for running away altogether. The heroic behavior of one of these men deserves particularly to be quotted, he beg’d only to be heard for a few moments, which, being granted, he proceeded thus––

“I was born in Africa, where defending my prince during an engagement, I was made a captive, and sold for a slave by my own countrimen. One of your countrimen, who is now to be my judge, became then my purchaser, in whose service I was treated so cruelly by his overseer that I deserted and joined the rebels in the woods . . .”
To which his former master, who as he observed was now one of his judges, made the following laconick reply, “Rascal, that is not what we want to know. But the torture this moment shall make you confess crimes as black as yourself, as well as those of your hateful accomplices.” To which the Negroe, who now swel’d in every vain with rage [replied, holding up his hands], “Massera, the verry tigers have trembled for these hands . . .and dare you think to threaten me with your wretched instrument? No, despise the greatest tortures you can now invent, as much as I do the pitiful wrech who is going to inflict them.” Saying which, he threw himself down on the rack, where amidst the most excruci ating tortures he remained with a smile and without they were able to make him utter a syllable. Nor did he ever speak again till he ended his unhappy days at the gallows.

Verder lezen: klik hier


zaterdag 15 februari 2014

Promovendus: Suriname kan betwiste gebieden kwijtraken

Suriname kan door niets te doen zijn betwiste grondgebieden kwijtraken door geldende volkenrechtelijke beginselen. Lachman Soedamah concludeert dat na onderzoek naar de grensgeschillen die Suriname heeft met zijn buurlanden. Hij is vandaag gepromoveerd op zijn onderzoek Suriname compleet? 

Lachman Soedamah tijdens zijn promotie vandaag.


De grenskwesties zijn een erfenis van het koloniale verleden. Soedamah heeft zijn onderzoek gericht op de oorzaken en problemen die ten grondslag liggen aan het nog niet definitief vaststellen van de Surinaamse grenzen. Om een totaalbeeld te krijgen over het grensprobleem tussen Suriname en Guyana, behandelt hij ook de land- en maritieme grensgeschillen tussen Suriname en Frans-Guyana.

In 1891 hebben Suriname en Frans-Guyana een grensregeling getroffen. Suriname heeft dat ook gedaan met Brazilië in 1906. De promovendus is ook ingegaan op de rol van het regionaal volkenrecht bij de beslechting van grensconflicten in Latijns-Amerika. Hij is nagegaan hoe in het bijzonder de Latijns-Amerikaanse landen hun problemen hebben aangepakt om tot een oplossing te komen.

Uit zijn onderzoek komt Soedamah tot zes richtlijnen die Suriname zou kunnen volgen om zijn grensgeschillen op te lossen. In elk geval concludeert hij dat Suriname door niets te doen, meer kwaad dan goed doet aan zijn grenskwesties.
Het proefschrift is als handelseditie uitgegeven door Wolf Legal Publishers. Er hangt een prijskaartje van 24,95 euro aan het 259-pagina’s tellend onderzoek.

Soedamah, geboren in het district Nickerie, is advocaat en heeft vanaf 2009 de advocatuur gecombineerd met zijn promotieonderzoek aan de Open Universiteit in Nederland. 

[van Starnieuws, 14 februari 2014]


vrijdag 3 januari 2014

Vonnis Cojo, Mentor en Present


door Carlo Jadnanansing

In het zojuist verschenen Surinaams Juristen Blad (SJB 2013 nummer 3) is er een interessant vonnis geplaatst uit 1833 inzake Het Politiek Ministerie ca Cojo of Andries, Mentor of Geluk en Present. Aan laatstgenoemden werd tezamen met nog zes andere beklaagden (verdachten) brandstichting ten laste gelegd. Dit laatste mag als algemeen bekend worden verondersteld. Een voor velen verrassend aspect dat in het vonnis naar voren komt, is dat de brandstichting in verband gebracht werd met een poging om het toenmalige wettige gezag omver te werpen en de staatsmacht over te nemen. Voor zover mij bekend komt dit aspect in de geschiedenisboeken die voor onderwijsdoeleinden op de Surinaamse scholen worden gebruikt niet naar voren.

Uit het vonnis blijkt dat Cojo, Mentor en Present samen met Winst en Tom gezamenlijk een kamp hadden opgezet in het 'Picornobosch' dat aan de rand van Paramaribo moet hebben gelegen. Hun werd ten laste gelegd dat zij onder het plengen van vloeistoffen op de grond een eed gezworen hadden om overal waar zulks mogelijk was, brand te stichten en zoveel mogelijk goederen te bemachtigen. Hierna zouden zij trachten zich te verenigen met andere weggelopen negers en zich met hen te verenigen en een groter kamp op te richten op een verlaten plantage aan de Boven-Surinamerivier. Op deze plantage bevond zich de bekende weggelopen slaaf Pasop die zich aldaar ophield met andere weglopers. Cojo, Mentor en Present zouden met Pasop hebben afgesproken dat zij na deze vereniging met andere weglopers (bedoeld wordt Marrons; CRJ) tegen de blanken en 'vrijlieden' zouden vechten, de stad zouden aanvallen en wanneer zij van voldoende wapens voorzien zouden zijn, zich van het land meester zouden maken. Cojo zou verklaard hebben dat wanneer zij het land hadden overwonnen, hij zich tot opperhoofd daarvan zou laten uitroepen en het land onder zijn mensen zou verdelen.

Wellicht zouden Cojo, Mentor en Present de eersten in de geschiedenis kunnen zijn die een couppoging tegen het wettig gezag hebben beraamd. Cojo, Mentor en Present werden echter na de brandstichtingen gevangen genomen en na hun berechting op barbaarse wijze terechtgesteld. Zij werden door het Gerechtshof ter dood veroordeeld en op de wijze dat zij aan palen vastgebonden, levend verbrand moesten worden.
Het vonnis werd uitgevoerd ten overstaan van het voltallige Hof, de procureur-generaal en de griffier. 

[van Starnieuws, 2 januari 2014]

maandag 9 december 2013

Dominican Republic: racist law against blacks

Lasana Sekou to Prime Minister Wescot-Williams, President Hanson: denounce Dominican Rep. “racist” law against its Black citizens 
Hon. Sarah Wescot-Williams,
 Prime Minister of St. Maarten.
 Photo © DCOMM.

Great Bay/Marigot, St. Martin (December 8, 2013)St. Martin author Lasana M. Sekou has called on Prime Minister Sarah Wescot-Williams and President Aline Hanson, to “officially and publicly condemn the Dominican Republic Constitutional Court decision of September 13, 2013 (Sentencia TC/0168/13), which threatens to strip the citizenship status from at least a quarter of a million of its citizens, leaving them stateless based on the color of their skin—as Black men, women, and children—and their heritage origins.” 
   
In the letter of November 22 to the government leader in both capitals of St. Martin, Sekou wrote that the “Court judgment is racist and will lead to gross human rights violation in the Dominican Republic (DR) against the affected citizens: theft of their property, destruction of homes, loss of jobs, small business ownerships and bank accounts with the life savings of families, denial of educational opportunities, and the perpetuation of a range of violence, including rape, abuse of children, the elderly and the sick, police brutality, military detention, and the mass murder that historically stems from such abhorrent laws—genocide.”

According to Sekou, the tribunal sentence has absolutely nothing to do with immigration and much more with ethnic cleansing. “The racist ruling will invariably affect DR citizens of St. Martin heritage that have been part of Dominican society, certainly since 1929, and thought to number at least 40,000 people,” wrote Sekou. The Court ruling has a retroactive feature from 1929.

Mostly DR citizens of Haitian origin are among those affected by the ruling, which, wrote Sekou, “is not acceptable to any civilized nation that abides by established norms of the international community and the principles and practices of humanity.”
Hon. Aline Hanson, President,
 Collectivity of St. Martin.
 Photo © COM.

Prime Minister Wescot-Williams and President Hanson “must condemn this infection of apartheid in the Caribbean,” wrote Sekou, and “take a leadership role in the solidarity call for immediate, practical, and just corrective measures to be taken in the Dominican Republic.”  
Sekou wrote that objection to the “racist ruling” should also be made in regional and international fora “where the adjusted autonomy” of 2010 and 2007 allows both St. Martin territories to do so. The Southern and Northern parts of St. Martin are territories of the Netherlands and France respectively. Wescot-Williams is the prime minister in the Dutch territory and Hanson is the president of the French territory. Sekou is an advocate for the Independence and eventual unification of St. Martin.
Considered one of the prolific Caribbean poets of his generation, Sekou said that “the designated channels of communication” that allow the governments in Philipsburg and Marigot “to request and if necessary to demand that the Netherlands and France denounce the racist ruling ... must also be promptly employed.” He noted that calls for the boycott of DR trade goods and tourism are already being sounded.

Sekou said this week that “the early, clear and strong statements to the DR president and government by the prime minister of St. Vincent and The Grenadines and protesting groups in Trinidad and Puerto Rico among other places are admirable. Their positions represent the best of a history of solidarity and victory over oppression among Caribbean peoples and support for oppressed peoples in the region and around the world.” 
Lasana M. Sekou, St. Martin author.
 Photo © HNP.

He also said that the support for the ruling among significant sectors of DR society, including Cardinal Nicolás de Jesús López Rodríguez, has not deterred or stopped the growing concerns, findings, and mounting protests by other government leaders; regional and international bodies such as CARICOM, OCHR, UNHCR, Amnesty, OECS, the Inter-American Commission on Human Rights; human rights groups such as Reconoci.do; and individuals inside and outside of the Dominican Republic. Former DR president Hipolito Mejia recently called the ruling “a shame.”

Concluding his letter to Prime Minister Wescot-Williams and President Hanson, Sekou quoted Dr. Ralph Gonsalves, Prime Minister of St. Vincent & The Grenadines in his letter to President Danilo Medina of the Dominican Republic -- against the September 13 decision: “The fig-leaf of sovereignty cannot be invoked when time-honoured and universal principles of citizenship and human decency are trampled upon.” 



zondag 17 november 2013

Rechter: geen recht op school op onderwijs in moedertaal

De Staat is niet verplicht allochtone kinderen op de basisschool les te geven in hun moedertaal. Dat heeft de rechtbank Den Haag vandaag beslist in een procedure die een aantal Turkse belangenorganisaties in Nederland had aangespannen tegen de Staat.

De belangenorganisaties waren van mening dat de Staat in strijdt handelt met verschillende internationale verdragen en Europese wetgeving door het onderwijs van allochtone talen niet te ondersteunen. De rechtbank ging daar niet in mee, omdat de Nederlandse wetgever een bepaalde mate van beleidsvrijheid heeft. In ons land hadden gemeenten tot 2004 de mogelijkheid onderwijs van allochtone talen aan te bieden. Vanaf 2004 is de overheid daarmee gestopt.

De rechtbank heeft geoordeeld dat uit de verdragsbepalingen waarop de belangenorganisaties zich hebben beroepen niet een recht volgt op onderwijs van de allochtone moedertaal aan kinderen in het basisonderwijs. Ook kunnen de organisaties niet rechtstreeks een beroep doen op deze verdragsbepalingen om dit onderwijs af te dwingen in Nederland. Hoewel onderwijs van de allochtone moedertaal bepaalde voordelen zou kunnen hebben voor allochtone kinderen, mag de Staat zelf bepalen of het aanbieden van onderwijs van de allochtone moedertaal wenselijk is. De Staat is dus niet verplicht om dat onderwijs te faciliteren.


Links:


[uit Republiek Allochtonië, 13 november 2013]

zondag 6 oktober 2013

Notaris Chitoe eist rectificatie van Parbode


Notaris Dipak Chitoe eist in kort geding via zijn raadsman Stanley Marica een correctie tegen de uitgever van Parbode, Jaap Hoogendam. Chitoe voelt zich beledigd en aangetast in zijn goede naam en eer. Parbode heeft in het septembernummer gepubliceerd dat Chitoe als kandidaat-notaris al teksten zou veranderen, wanneer deze getekend waren. Chitoe zou een van de minstens drie notarissen zijn waar vraagtekens bij geplaatst kunnen worden. "Het gaat vaak om witwassen."

Parbode moest de septembereditie op last van de rechter uit de schappen in Suriname halen. Rechter Ingrid Lachitjaran stelde de weduwe van de vermoorde architect Harold van Ommeren en een dochter in het gelijk. Zij maakten bezwaar tegen een reportage in Parbode, waarin de onopgeloste moord in 1976 werd gereconstrueerd en mogelijke scenario’s uit de doeken werden gedaan. In deze editie was er ook een artikel opgenomen over verkoop van het monumentale pand aan de Watermolenstraat 16 aan de notaris, die het pand liet slopen. Dit is een misdrijf, waardoor Chitoe uit het ambt gezet kan worden. Deze kwestie heeft Parbode aan de kaak gesteld.

Gewraakte passage 

In Parbode wordt een niet bij naam genoemde notaris geciteerd, die geen fraaie dingen over Chitoe zegt. “Als kandidaat-notaris ging hij al de fout in. Hij veranderde na ondertekening teksten, wat een doodzonde is. Desondanks is hij uiteindelijk notaris geworden, maar je verandert de aard van het beestje niet. Van de twintig notarissen is het gros in orde, maar bij minstens drie kan je vraagtekens zetten. Het gaat vaak om witwassen. Dat wildvreemden met gigantische contante bedragen aan komen zetten. Chitoe heeft een Porsche en een BMW uit de 6-serie, dan weet je het wel. Hij is een alleseter. Ze nemen alles aan waaraan ze kunnen verdienen. Of hij geschorst is geweest of een berisping heeft gehad? Zou goed kunnen.”
Een BMW uit de 6-serie


Chitoe vraagt aan de rechter dat Hoogendam in de eerstvolgende editie van Parbode een correctie plaatst. Hij moet aangeven dat de uitlatingen in strijd zijn met de waarheid en werkelijkheid. Het gaat om uitingen die beledigend en onnodig krenkend zijn voor de notaris. Hij moet ook zijn verontschuldigingen aanbieden.

Er loopt ook een kort geding tegen Parbode aanhangig gemaakt door ex-minister Ramon Abrahams. In de editie van augustus was hij de aandachtstrekker met het artikel 'De affaire Abrahams; Stelen in de politiek loont'. Deze zaak is uitgesteld naar november. Het kort geding aanhangig gemaakt door Chitoe dient op 17 oktober.

[uit Starnieuws, 5 oktober 2013]


woensdag 25 september 2013

Rechtsgeldigheid traktaten nader bekeken

door Bert Eersteling

Ik heb zeer bruikbare reacties gekregen op het eerder verschenen artikel naar aanleiding van het artikel van Mr. Carlo Jadnanansing over de kanttekening van Prof. Walther Donner op de vredestraktaten met de bosnegers in de jaren 1760, 1762 en 1764 [zie hieronder – red. CU]. De heer Donner vroeg zich af of de traktaten rechtsgeldigheid hebben. Hij maakte een vergelijking tussen de totstandkoming van het traktaat in Jamaica en de traktaten in Suriname. Hij constateert dat het traktaat in Jamaica onder gezag en met machtiging van de koning van Engeland tot stand is gekomen, terwijl de traktaten in Suriname niet onder gezag/machtiging van de koning zijn geschied, maar onder gezag van de gouverneur en de Raad van Politie en Criminele Justitie. De heer Donner vroeg zich af of Suriname in die periode een onafhankelijke status kende.

De Republiek der Zeven Verenigde Provinciën


Hierop heb ik gereageerd door te stellen dat de heer Donner een retorische vraag heeft opgeworpen, omdat hij zelf weet dat Suriname pas in 1975 een onafhankelijke status heeft gekregen. Uit de reacties die ik kreeg en het raadplegen van enkele historische bronnen, blijkt dat zowel de heer Donner als ik niet erop hebben gelet dat Nederland van 1588-1795 een Republiek werd die uit zeven onafhankelijke staten of provincies bestond. In de Franse tijd werd Nederland zelfs een Eenheidsstaat, die aangeduid werd als de Bataafse Republiek. Deze Eenheidsstaat duurde van 1806-1813. In 1813 herwon Nederland zijn vrijheid en in 1815 riep de uit ballingschap teruggekeerde Willem Frederik, bekend als Koning Willem I, zich uit tot Koning van het Koninkrijk der Nederlanden.


Het is dus logisch dat de Koning nooit de traktaten met de bosnegers kon hebben getekend of onder diens gezag of machtiging kon zijn aangegaan, omdat de koning of het koninkrijk der Nederlanden in de periode van de traktaten in Suriname gewoonweg niet bestonden. Ik ben dan verplicht de denkfout mijnerzijds te corrigeren. Ik schreef namelijk als reactie op de redenering van de heer Donner voor wat betreft de status van Suriname tussen 1760-1764 het volgende: "Omdat Suriname geen onafhankelijk land was, zijn de traktaten dus onder gezag en met machtiging van de koning tot stand zijn gekomen". Dit is zoals eerder betoogd incorrect. Deze foutieve vaststelling is gemaakt zonder goed in herinnering te nemen de kennis die wij hebben opgedaan bij het vak vaderlandse geschiedenis.

In elk geval blijft mijns inziens, ondanks de correctie als hierboven gepleegd, de opgeworpen stelling van de heer W. Donner met betrekking tot de vredestraktaten recht overeind. Het is van belang in de nadere bestudering van dit vraagstuk mee te nemen het feit dat de traktaten herzien zijn na herstel van het koninkrijk der Nederlanden. Ik neem gevoeglijk aan dat de ondertekening van de herziene traktaten wel in naam van het herstelde koninklijke gezag moet zijn geschied.
Dus zijn de traktaten zoals herzien in respectievelijk 1835 en 1837 wel of niet rechtsgeldig?

[uit Starnieuws, 25 september 2013]



Juridische status vredestraktaten vaststellen

door Bert Eersteling

In het artikel 'Marronverdragen zijn een kopie van de Jamaicaanse' van de hand van mr.Carlo Jadnanansing, wordt melding gemaakt van de stelling van mr.dr Walther Donner aangaande de rechtsgeldigheid van de traktaten. In het bedoelde artikel van de heer Carlo Jadnanansing lijkt het erop dat de heer Walther Donner de rechtsgeldigheid van de traktaten met de Aucaners, de Saramaccaners en de Matawai in twijfel trekt, omdat deze traktaten niet in naam van de koning, maar onder gezag of in naam van de gouverneur zouden zijn gesloten. Tenminste indiceert hij in het artikel, door de rechtsgeldigheid aan de orde te stellen, dat er iets juridisch niet in orde zou zijn met de traktaten.

The Maroons in Ambush on the Dromilly Estate in the parish of Trelawney, Jamaica. The painting was done by J. Bourgoin and engraved by J. Merigot. It was published by J. Cribb (London, 1801).


De heer Donner maakt in het artikel, dat verschenen is in het juristenblad, een vergelijking tussen de traktaten van Jamaica en Suriname voor wat betreft de totstandkoming. In Jamaica zou het traktaat namens en met machtiging van de koning tot stand zijn gekomen. In Suriname zou het eerste traktaat (1760) gesloten zijn met de gouverneur en de Raad van Politie en Criminele justitie, die toen als een soort parlement fungeerde. Naar aanleiding van de constatering zoals hierboven aangehaald is, stelt de heer Donner zich de vraag of Suriname toen als een soevereine staat kon worden beschouwd, die zelfstandig bevoegd was om traktaten te sluiten. Overigens een vraag die retorisch van aard is.

Orale geschiedenis
De hoogleraar Donner concludeert volgens het artikel dat er contacten hebben bestaan tussen de Jamaicaanse slaven en de Surinaamse slaven, omdat Araby van de Aucaners, bij een contact met een delegatie van de gouverneur, gerefereerd zou hebben aan het traktaat dat gesloten werd met de Maroons in Jamaica.


Of de voornoemde conclusie van de heer Donner met de door hem aangehaalde onderbouwing correct is, kan ik niet beoordelen. Het kan wel zo zijn dat de heer Donner ook kennis draagt van wat zeker in de orale geschiedenis bekend is, namelijk dat een van de Aucaanse onderhandelaars, de heer Boston Band, een bijzonder belangrijke rol vervuld heeft bij de totstandkoming van het traktaat met de Aucaners in 1760. Deze Boston Band behoorde tot de Compai clan of lo, en zou het schrijven en lezen machtig zijn. Hij was slaaf in Jamaica, maar belandde later (niet bekend hoe en wanneer) in de kolonie Suriname.

Hij ontvluchtte de slavernij en voegde zich bij de clan/lo der compai-nenge. Deze clan/lo komt voor in de dorpen Mpusu, Poowi en Tjong-tjong aan de Tapanahony. Een grote groep compai-nenge uit Poowi woont ook in het misidjan-nenge dorp Lebidoti aan de Sarakreek. Kennelijk heeft Boston Band de ervaringen van Jamaica voor wat de vredesverdragen betreft naar de bossen van Suriname meegenomen. Dr. Silvia de Groot heeft in een van haar pennenvruchten gewag gemaakt van de wezenlijke bijdrage van Boston Band aan het vredesverdrag met de Aucaners. De conclusie van de heer Donner kan ook aan deze informatie van S. de Groot haar grondslag gehad hebben.

In elk geval heb ik met de twee voorbeelden willen aangeven dat het geen nieuwe inzichten of assumpties zijn dat een verband gelegd kan worden tussen de vredesverdragen van Jamaica en Suriname. Er kunnen ook meerdere bewijsbare argumenten bestaan, die goed en helder de relatie tussen de twee vredesverdragen aangeven. Vooralsnog houd ik het op deze informatiebronnen, namelijk de orale lezing die de afkomst van Boston Band aangeeft en de vermelding van Silvia de Groot over de bijdrage van Boston Band aan het vredesverdrag met de Aucaners.

Rechtsgeldigheid Surinaamse traktaten
Ik weet niet waarom, en met welk juridisch argument de heer Donner meent te moeten vaststellen of vermoeden, dat er verschil bestaat in het tekenen van het traktaat in Jamaica in naam van de Koning en onder zijn machtiging en de in Suriname getekende traktaten door de gouverneur en een soort parlement.

Suriname was in 1760 absoluut nog een kolonie van Nederland waarbij alles in naam van de Koning en onder diens machtiging werd gepleegd. Het lijkt mij interessant om de ordonnantiën van die periode te raadplegen om goed vast te stellen welke correspondentie heeft plaatsgevonden tussen het koloniaal bestuur en het koningshuis voor, tijdens en na de totstandkoming van de vredestraktaten. Het is ook voer voor juristen, historici en anderen om aan de hand van feitenmateriaal vast te stellen of er sprake is van rechtsgeldigheid of niet van de vredestraktaten.


Onverminderd het resultaat van het bovenstaande, blijkt dat de traktaten in Suriname, zeker voor een periode hun functionaliteit hebben bewezen. Want er was een afbakening waarbinnen de bosnegers zich vrijelijk konden bewegen. Er waren controleposten waar posthouders geplaatst waren. Het traditionele gezag functioneerde buiten of naast de jurisdictie van het gezag in Paramaribo.

Het traject dat de bosnegers moesten volgen om zaken te doen in Paramaribo was ook bekend. Bij de herziening van het vredestraktaat van 1760 is na onderhandeling dit traject gewijzigd. Er zijn, zij het zeer marginaal, mensen overgeleverd aan het koloniaal bestuur. De ordenings- en rustscheppende functie van de traktaten hebben voor bepaalde momenten in onze geschiedenis waarde gehad. Uiteraard is gedurende deze periode onder ander de Boni-oorlog ontstaan. Een oorlog die overigens een ruimer bevrijdingsdoel had.

Conclusie
Ik vind dat de professor, zoals ik hem van zijn artikelen ken, met zijn bijdrage een poging heeft ondernomen om Surinamers aan het denken te zetten over het onderhavige vraagstuk. Dat moet als zeer lofwaardig gezien worden. Met dit specifieke onderwerp wil hij kennelijk bevorderen dat er van uit het nationaal oogpunt een Suricentrische benadering wordt gegeven aan onze geschiedbeschrijving. Laat de Surinamers een goed onderbouwde mening geven over de vredestraktaten. Immers er zijn mensen die de vredestraktaten als bron/middel willen gebruiken om de 'grondenrechten' aan te vechten. De vraag is daadwerkelijk om vast te stellen wat de juridische status of waarde van deze vredestraktaten zijn.

Ik heb mijn persoonlijke visie over deze traktaten. Om strikt strategische reden ga ik hierover geen uitspraak doen. Ik feliciteer de Saramaccaners met het feit dat op 19 september 1762 het vredestraktaat met hun voorouders getekend werd. De Aucaners herdenken over drie weken het feit dat op 10 oktober 1760 het vredestraktaat getekend werd met hun voorouders. Ook alvast gefeliciteerd.

[uit Starnieuws, 22 september 2013]

Pakosie blijft in voorlopige hechtenis

door Eric Mahabier

Utrecht - Nog deze maand vertrekt een Nederlands politieteam naar Suriname om getuigen te horen in de zedenzaak tegen Andre Pakosie. Dit heeft de officier van justitie woensdag bekendgemaakt bij de voortzetting van de zaak. Pakosie staat bij de rechtbank Utrecht terecht voor verkrachting van zijn dochter en kinderporno.

Hij blijft voorlopig vastzitten. De twee vrouwen van Pakosie staan terecht wegens medeplichtigheid. De meervoudige kamer heeft het onderzoek in de zaak tegen alle drie geschorst naar 11 december. De twee vrouwen van Pakosie die op vrije voeten zijn, waren niet in de rechtszaal.

Op verzoek van de officier van justitie worden de onderzoeksresultaten die het politieteam in Suriname zal verrichten afgewacht. Het onderzoek in Suriname zal in samenspraak met de Surinaamse autoriteiten plaatsvinden. De officier sluit niet uit dat het onderzoeksresultaat in Suriname kan leiden tot nader onderzoek in Suriname. 
De verdediging heeft op de zitting gevraagd naar de schorsing van de voorlopige hechtenis van Pakosie. De rechtbank heeft die afgewezen omdat de verdenkingen tegen Pakosie zwaar zijn. 

[uit de Ware Tijd, 25/09/2013]


Bibliografische gegevens

Titel: André Pakosie: man van twee werelden
Auteurs: M.C. Diemont, Truus Koningsbloem, Suzette Harderwijk
Uitgever: Stichting Sabanapeti, Utrecht 2005
Lengte: 72 pagina's


zondag 22 september 2013

Donner over Marronverdragen in Juristenblad

Groep Aukaners van de Sarakreek, ca. 1900-1940. (Collectie KIT.)

In het zojuist verschenen tweede nummer voor 2013 van het Surinaamse Juristen Blad heeft Mr.Dr.W. Donner een nieuw licht doen schijnen op het karakter van de Marronverdragen. In de 18e eeuw kwamen in Jamaica twee vredesverdragen tot stand tussen de Marroons en het bestuur aldaar, namelijk in 1737 en 1738. In Suriname kwam nauwelijks twintig jaar daarna, in 1760 het traktaat met de Aukaners, dat thans als nationale dag wordt gevierd, tot stand en in 1762 het traktaat met de Saramaccaners. Donner verwijst naar zijn boek over de Marronoorlogen, waarbij hij stelt dat de toenmalige gouverneur een delegatie stuurde naar de opperbevelhebber der Aukaner Strijdkrachten Araby om tot een vergelijking te komen. Dat er contact bestond tussen de marrons in Suriname en die van Jamaica blijkt uit het feit dat Araby verwees naar de verdragen die in Jamaica waren gesloten met de Engelsen. Hij was bereid onder dezelfde voorwaarden als op Jamaica vrede te sluiten. Behalve het artikel van Donner bevat het jubileumnummer van het SJB, vele andere interessante artikelen onder andere over het Surinaams Ruimtelijk Ordeningsrecht dat middels het Ministerie van ROGB regelmatig in de belangstelling staat. Verder een artikel over de voorlopige toepassing van verdragen en overeenkomsten zoals de EPA en de Grondwet van Suriname. Belangrijk is verder ook de herplaatsing van een artikel van Halfhide over eigendom van delfstoffen, welk artikel door de auteur (oud-advocaat) geactualiseerd is.

[mededeling Schrijversgroep '77]

zaterdag 21 september 2013

Bedrijf dwingt Kolf-Bergraaf via oproep tot betalen

door Naomi Hoever

Paramaribo - In een oproep die vrijdag in de Ware Tijd is verschenen worden Jane Kolf-Bergraaf en Chantel Vyent door het grafisch bedrijf AeBéCé opgeroepen zich te wenden tot de financiële afdeling van het bedrijf. Kolf-Bergraaf die directeur is van Kolberg consultancy zegt dat haar naam ten onrechte door het slijk wordt gehaald.

Van de Facebook-pagina van Jane Kolf-Bergraaf 

Echter is directeur eigenaar Steve Contino een  ander mening toegedaan. "Vanaf de eerste financiële afhandeling heeft de moeder getekend. Zij correspondeert met mij. Als ik die dochter opbel krijg ik te horen; bel me moeder." Contino heeft nog een restant bedrag van SRD 3740 te ontvangen van de Stichting voor het drukken van truitjes.

Volgens Contino maakt Kolf-Bergraaf duizenden afspraken met hem, maar komt deze nooit na. "Ik heb langer dan anderhalf jaar nagedacht of ik deze oproep zou plaatsen." De vorige week heeft Contino voor de laatste keer contact gehad met haar. Toen kreeg hij te horen: "Ik ben in de bank, ik loop zo langs."

Volgens Contino is Vyent in naam van haar moeder naar het bedrijf gestapt. Hij heeft eerder zaken gedaan met Kolf-Bergraaf. Toen die betaling niet los kwam heb ik gesproken met Jane. Die dochter kwam nooit aan de telefoon." Contino vermoedt dat het een tyutya is tussen moeder en dochter.


[uit de Ware Tijd, 21/09/2013]

donderdag 29 augustus 2013

De Oranjes: het geluk van het Koninkrijk?

Lezing Prof. mr Jaime M. Saleh - Utrecht
 
Jaime M. Saleh
Na het emeritaat van prof. mr. Jaime M. Saleh als bijzonder hoogleraar Constitutioneel Koninkrijksrecht, heeft studievereniging voor Staats- en Bestuursrecht & Rechtstheorie ‘Politeia’ besloten de handschoen op te pakken en het Koninkrijk blijvend onder de aandacht te brengen bij Utrechtse rechtenstudenten.

Komend studiejaar organiseert Politeia een collegereeks en een onderzoeksproject over het Koninkrijk. Op 18 september gaan de projecten van start en zal prof. Saleh een mooie lezing verzorgen. Het thema van deze lezing sluit aan bij de viering van 200 jaar Koninkrijk – De Oranjes: het geluk van het Koninkrijk?
Princess of Fire

Prof. mr. Jaime M. Saleh is expert als het gaat om het Koninkrijk. Hij werkte ruim tien jaar als president van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. Daarna was hij zo’n 12 jaar Gouverneur van de voormalig Nederlandse Antillen. Sinds 2004 is hij tevens Minister van Staat.

Praktische informatie: woensdag 18 september, aanvang 17.00 uur, zaal open 16.30 uur. Locatie Drift 13, Utrecht. Na de lezing is er een borrel.

Vooraf aanmelden gewenst i.v.m. catering: onderzoek@studieverenigingpoliteia.nl

donderdag 11 april 2013

'Suriname wil geen discussie over doodstraf'

Het galgenveld van Suriname. Tekening W.E.H. Winkels, ca. 1850

Paramaribo - Suriname is voorlopig niet van plan de doodstraf te schrappen uit zijn wetboeken, ook al wordt die al bijna een eeuw niet meer uitgevoerd. Parlementsvoorzitter Jennifer Geerlings-Simons ziet daar simpelweg de noodzaak niet van in, zegt ze tegen ochtendblad de Ware Tijd. "Om de doodstraf te schrappen is er een wetswijziging nodig. Zowel binnen als buiten het parlement barst dan een onnodige discussie los waarop we niet zitten te wachten." Amnesty International, dat wereldwijd pleit voor een afschaffing van de doodstraf, reageert ontgoocheld.

"We zijn altijd blij wanneer landen niet meer tot executies overgaan of geen doodsvonnissen meer uitspreken. Het uiteindelijk doel is echter om landen zoals Suriname te bewegen de doodstraf ook helemaal uit de wetgeving te schrappen", meent woordvoerder Ruud Bosgraaf. "Amnesty moet zijn huiswerk beter doen. De doodstraf is hier een dode wet. Evenmin hebben we de intentie om die weer op te pakken.
Klik op afbeelding voor groter formaat

Alle middelen voor het uitvoeren van een doodstraf ontbreken hier", reageert parlementsvoorzitter Geerlings-Simons daarop. De laatste executie in Suriname dateert van 1927, toen een zekere Nicodemus Charles Apatoe tot de galg werd veroordeeld. De executie vond plaats op de binnenplaats van Fort Zeelandia in Paramaribo.

Nog steeds bepaalt het Surinaamse Wetboek van Strafrecht dat doodsvonnissen worden uitgevoerd door middel van ophanging. Alleen de krijgsraad kan veroordeelde militairen voor het vuurpeloton brengen. De straf kan worden opgelegd voor moord, maar wordt in de praktijk al jarenlang omgezet naar levenslang. Globaal is afschaffing nog steeds de trend. Over de hele wereld hebben nu 140 landen de doodstraf afgeschaft, in wetgeving of in de praktijk.

[van Novum, 11 april 2013]

zondag 13 januari 2013

Verdraagzaamheid, een programma voor vrijheid (1)


door Willem van Lit

Dit is deel 1 van het 6e hoofdstuk van het boek dat begin 2013 verschijnt onder de titel Cariben, laten we het onmogelijke vragen. Het is de voorzetting van de serie op deze blogspot voor de Werkgroep Caraïbische Letteren.

Christoffelpark, Curaçao. Foto Janneke Wijsman


“Wie streeft naar het waarlijk goede, kan zich niet afwenden van het ongeluk van anderen. Bovendien zal een samenleving waarin waarheid en vrijheid niet worden gekend, op een ge­geven moment ophouden te bestaan”.

Het citaat hierboven kan u vinden in het boek over de adel van de geest van Rob Riemen[1]. Bijna schreef ik er gedachteloos bij: “Geldt dat ook voor mij”? Riemen heeft deze uitspraak geleend van de filosoof Spinoza. De uitspraak voert me terug naar de vraag die Jeroen Heuvel van het Antilliaans Dagblad mij stelde toen ik mijn eerste boek over de Caribische eilanden had geschreven. Hij vroeg me naar mijn motief voor het schrijven van dat boek. Het was de eerste keer dat iemand mij dat zo vroeg: ietwat frontaal en direct. Ik kwam op dat moment niet ver­der dan te zeggen dat ik verschillende jaren van mijn (werkend) leven op Curaçao had door­gebracht en dat ik in het Caribische gebied had rondgereisd. Ik kon zo snel geen uitdrukking geven aan hetgeen mij had geboeid en wat mijn motief was.

Punda, Curaçao. Foto Janneke Wijsman


Op een ander moment zei iemand tegen me: “dan kom je toch gewoon terug naar Curaçao en dan ga je ons precies met dit verder helpen”. Ik had toen met een aantal andere mensen een plan ontworpen voor de opvang en coaching van (criminele) jongeren (die hun straf hebben uitgezeten). De meesten die ik er­over sprak, waren enthousiast. Anderen waren sceptisch. Zoals te verwachten. Het krioelt van plannen en voornemens, die meestal al in de initiatieffase platgeslagen worden. Ik stond een aantal weken vóór mijn vertrek van het eiland. “Dan kom je toch gewoon te­rug…”. Ja. Dat wordt niet gemakkelijk. Er waren meer van die momenten. Een andere Cura­çaoënaar zei terloops: “we gaan je missen hier”.

Voorts en tenslotte. Ik heb aan de wieg gestaan van een initiatief en project op ecologisch gebied. Daarvoor had ik samen met een collega een aantal mensen uit verschillende bedrijven bij elkaar gebracht om een discussieplatform op het gebied van milieu en duurzaamheid te starten. Dit platform heeft gaandeweg een permanent karakter gekregen. In de eerste fase heb ik zelf min of meer als voorzitter gefungeerd. Ik nam ook hier met moeite afscheid.

Er is zo immens veel te doen.

Je weet nooit écht of je waarlijk het goede doet. Je hebt nooit écht weet van het ongeluk van anderen. Je hebt een vermoeden. Wat je wel kan zien, is dat er in veel situaties op Caribische eilanden gemeenschappen bestaan of hebben bestaan waar tot voor kort geen waarheid of vrijheid kon bestaan. Een samenleving gaat niet snel te gronde, maar kan behoorlijk vernield worden. Elke keer weer draaide ik rond dat punt van onbehagen. Ik draaide méé rond dat punt en nog… ik doe het nog steeds. In feite gaat het in dit boek ook weer hier om: het punt van waarheid en vrijheid. Niemand weet exact de coördinaten van die locatie. Niemand weet exact de weg er naar toe omdat ook niemand echt het ongeluk van iedereen weet te peilen of het zelfs niet eens wil. De vraag is zelfs wie in staat is de aanwijzingen te begrijpen van de be­doelingen: te goeder of te kwader trouw. Het enige is dat je er zelf ooit door anderen aan herin­nerd bent, meestal terloops of in het midden van een gesprek. Toch begon voor mij hier wel het verhaal.



Toen ik na jaren terugkeerde naar het Caribische gebied, zaten in het vliegtuig dat ons bracht twee Antilliaanse jongemannen. De vliegreis duurt negen uur en het lukt mij niet zo’n lange tijd achter elkaar bijna roerloos in de stoel te hangen. Ik stond regelmatig op en liep dan wat heen en weer. Ik kreeg contact met anderen om ons heen. De twee mannen achter ons leken elkaar goed te kennen. Ze praatten op een wat merkwaardig ingehouden manier met elkaar, waarbij ze dikwijls moesten lachen. Ik kon hun gesprekken niet volgen. Ze smoezelden, teruggetrokken maar opgewekt. Op een bepaald moment gedurende de lange vlucht kwam ik weer uit mijn stoel overeind en ik keek – meer toevallig dan bewust – in hun richting. Onze blikken kruisten. Ik knikte vriendelijk, een opgewekte begroeting om­dat ik hen toch ook even onderbrak in een levendig gesprek. Hun stemming verdraaide abrupt. Een van de twee snauwde me iets toe. Bits! Ik kon niet verstaan wat hij riep. Hun blikken verstarden in een flits van open en lachend naar strak en dreigend. Ik schrok van de acute wis­seling. Een dergelijke plotselinge omslag van humeur, waar onverholen agressiviteit en vijan­digheid vandaan vonkte, had ik nog niet veel meegemaakt. Verward door ruwe stugheid. Ik besefte terstond dat het zoeken naar contact niet vrijblijvend kon zijn. Niet zomaar, niet spontaan. Dan komt het gevoel ‘hoede’ snel in je op, vergezeld van zwijgen. Het is een verzet dat vanzelf ontstaat en dat onwrikbaar dreigt te worden. Onverklaarbaar. Verdrietig. Niet te verstaan. Ik vroeg me af of ik naïef was in mijn poging onbevangen en spontaan te willen zijn. Het zit dwars, want deze ervaring dringt op stroom van het gevoel en wringt ertussen met het idee dat je jezelf als dom en onhandig ervaart, oerstom zelfs. Toen ik het vliegtuig verliet, was het alweer verdrongen. Door ontroering. Die kwam op dat moment in me op, rustig, laag en traag, sereen bijna. Omdat ik terug was: de klamme warmte, de geuren, het licht met de spattende kleuren. Ik herkende de fascinatie. Maar ik wás gewaarschuwd.



Woede en uitbundigheid. Dat zijn de uitgangspunten van dit boek. De puzzel van de pathos, die niet – zoals Guépin zegt[2] – van kortstondige duur is om de toehoorders via het betoog vanzelfsprekend te bewegen tot medelijden met slachtoffers en afkeer van de daders, maar die als permanente energiebron onder de taal van elke dag verborgen ligt en die op elk moment heftig tot ontbranding komt. Ik heb me verschillende malen afgevraagd hoe het komt dat deze explosieve bron zo vaak aan de aandacht lijkt te ontsnappen. Iedereen loopt eromheen, terwijl dit nu juist de energie is voor veel gebeurtenissen en voorvallen als het gaat om onze relaties met de mensen op de Caribische eilanden. Ik denk dat het te maken heeft met de voortdurende vermaning je niet over te geven aan hartstochten omdat dit de oorzaak zou zijn van het mank lopen van beschaving. De thymos is eeuwenlang als gevaarlijke kracht gezien en zeker ook het christendom heeft dit menselijk fenomeen weggedrukt, veroordeeld en zelfs ontkend [3]. Als we ook zeggen dat beschaving of civilisatie een maatschappij is die geen geweld nodig heeft om politieke veranderingen tot stand te brengen[4], dan willen we toch niet beschaamd worden door het verwijt van continue nijd, razernij en boosheid. Juist Jeroen Heuvel maakte me attent op deze vlammende kwestie. Hij vroeg me of ik er iets over kon zeggen. Nee. Toen niet. Dat was in 2009. Het liet me echter vanaf dat moment niet meer los. Zo begon ik mijn zoektocht. Gaandeweg dringt de vraag naar voren: hoe zou men dit patroon kunnen doorbre­ken? Woede bezet de sleutelpositie en staat als schier onneembare schans in het menselijk landschap. Het maakt onszelf onbereikbaar. Overal steken pieken uit, liggen plassen van azijn en lekt er zuur; er zijn strikken uitgezet; er staan schandpalen en er is herrie. Er zweeft een walm van ergernissen. Kokhalzende figuren, achterdocht. Maar links en rechts proberen er mensen op de toppen van hun tenen héél omzichtig langs te lopen, gesprekken aan te knopen en ze zeulen met emmers blusmaterialen of ze staan gereed met vuurmeppers om beginnende branden van razernij te smoren. Op onooglijk kleine achterafterreinen vinden mensen uit ver­schillende hoeken en kampen elkaar soms. Ze proberen iets in elkaar te knutselen, maar dat wil men niet al te opzichtig doen; men voelt zich ietwat onthand en nerveus terwijl men de onverwacht ontstane genegenheid rustig probeert te koesteren. Bijna zeldzaam, steeds weer pril.

Bemiddelen lijkt niet meer te helpen. De vraag is of het ooit heeft kunnen helpen.

[wordt vervolgd]


[1] Rob Riemen, Adel van de geest, een vergeten ideaal, uitgeverij Atlas Amsterdam/Antwerpen, 2009 (negende druk, 2011), pag. 14
[2] J.P. Guépin, De beschaving, uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 1985, pag. 259 - 260
[3] Peter Venmans, Het derde deel van de ziel, over Thymos, uitgeverij Atlas, Amsterdam, Antwerpen, 2011, pag. 60 – 61. Zie tevens hoofdstuk 1 onder ‘Smeulende herinneringen’, waar ik Peter Sloterdijk aan het woord laat.
[4] Rob Riemen, Adel van de geest, pag. 99.

donderdag 11 oktober 2012

In memoriam Freddy Kruisland: De rechtsfilosoof


door Bert Eersteling
Mr Freddy Kruisland

Met het heengaan van Mr. Freddy Kruisland heeft Suriname de boeiendste rechtsgeleerde vaarwel moeten zeggen. Mr. Freddy Kruisland behandelde geen moeilijk onderwerp of wetten die voor velen multi-interpreteerbaar lijken te zijn zonder de wethistorische invalshoek van die wet te belichten. Hij deed dat om elke misvatting of opzettelijke interpretatie fouten recht te trekken. Vaak is het hem gelukt velen te overtuigen om de juiste inzichten te krijgen in wetsartikelen of bepalingen waarvoor geen memorie van toelichting of enige jurisprudentie over bestaat.

Het is ook voorgekomen dat hij een kleine groep mensen,waaronder rechtsgeleerden die opzettelijk foutieve invalshoeken hebben gebruikt om het recht of de wet krom te interpreteren, niet op het rechte pad kon krijgen. Dit ondanks de zuivere en heldere wetenschappelijke benadering die hij altijd heeft gegeven aan het hanteren van het recht.

Scheiden van politiek
Als advocaat, misschien de enige in zijn soort in Suriname, heeft hij nimmer gebruik gemaakt van drogargumenten om een zaak te bepleiten en te winnen. Hij heeft zich zoals ik reeds indiceerde altijd bediend van zuiver juridische argumenten, ook als advocaat, om zijn zaak te bepleiten. Ik heb Mr. Kruisland jaren gevolgd via de pers als hij gevraagd werd zijn juridische licht te laten schijnen op een juridisch onderwerp. Ik bewonder de man dat het hem steeds gelukt is een juridisch vraagstuk te scheiden en te onderscheiden van de politiek.

Pogingen van politici om hem te verleiden van dit door hem consequente uitgestippelde juridische weg, heeft hij op zeer kundige manier kunnen neutraliseren. Bedenk maar de discussie over de interpretatie van de zinsnede in het huishoudelijk/orde reglement van DNA "tegenwoordig zijn". Enkele juristen en DNA-leden interpreteren deze zinsnede als aanwezig zijn, zodra de presentielijst getekend is. Ik heb de zuivere wethistorische en taalkundige interpretatie van Mr. Kruisland ter zake beluisterd. Hij gaf goed en helder weer dat de andersdenkenden willens en wetens uitgaande van andere dan juridische redenen of argumenten totaal verkeerde invulling geven aan "tegenwoordig zijn". In elk geval hebben deze andersdenkenden over het onderhavige weinig of geen benul van de ontstaansgeschiedenis en jurisprudentie van deze passage in het orde reglement.

Nee, een kundige rechtsfilosoof die de rechtspraktijk als lievelings- of primaire hobby zag is heengegaan. Moge andere rechtsgeleerden en anderen het sublieme voorbeeld van deze gedreven rechtswetenschapper en filosoof overnemen. Dit voor de garantie van een zuivere gang en beleving van het recht in ons gezegend land.

[uit Starnieuws, 11 oktober 2012]

zondag 13 mei 2012

Niemand gelukkig met besluit Krijgsraad


door Edgar Mampier


Géén van de talloze reacties op het besluit van de Krijgsraad gister om de bal terug te spelen naar het Openbaar Ministerie (OM) heeft mijn teleurstelling van direct na die uitspraak kunnen weerleggen, zowel vriend als vijand, in het binnenland zowel als in het buitenland, zijn eenduidig in hun oordeel: de Krijgsraad had een beslissing moeten nemen: ófwel het OM niet ontvankelijk verklaren, óf het OM niet niet ontvankelijk verklaren.

Binnenland

Irvin Kanhai, raadsman van hoofdverdachte Desi Bouterse, vindt het besluit van de Krijgsraad “een nietszeggende, slechte beslissing”. Volgens hem komt het besluit neer op een instructie die is gegeven aan het OM om te gaan onderzoeken of met de Amnestiewet inmenging in het strafproces heeft plaatsgevonden. Wat het OM moet doen en hoe, is voor Kanhai nog totaal duister. Advocaat Frank Truideman van de decembermoordenverdachten is geschokt en teleurgesteld over het besluit van de Krijgsraad om de strafzaak te schorsen. Ze hadden een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie verwacht. “Met deze uitspraak zijn we nergens. Hierop hadden we niet geanticipeerd. We zijn gekomen voor een uitspraak ‘niet ontvankelijk of niet niet ontvankelijk’. Niets anders. Ik ben teleurgesteld”, zei Truideman. Nu gaan de raadslieden zich beraden of ze in hoger beroep gaan tegen het besluit van de Krijgsraad.
Ook de niet dan moddergevende spuit 11, medeverantwoordelijk NDP-lid bij de indiening van de amnestiewet Melvin Bouva, heeft zijn mening geventileerd. Hij vindt dat de Krijgsraad vrijdag na toetsing de amnestiewet had moeten uitvoeren, waardoor het proces zou zijn gestopt. Uiteraard is volgens hem het Nieuw Front de hoofdverantwoordelijke bij het ontstaan van de crisis waarin de rechtsstaat zich nu bevindt, omdat het NF in 20 jaar tijd geen kans heeft gezien een Constitutioneel Hof in het leven te roepen, zoals de grondwet dat beveelt.

Volgens Bouva kan het geen inmenging zijn als het hoogste college van staat op basis van haar grondwettelijke bevoegdheid (artikel 72 lid f) een wet goedkeurt. Er ontbreekt een memorie van toelichting, waardoor volgens Bouva het moeilijk is om artikel 131 van de grondwet te interpreteren. In lid 3 van dit artikel staat "Elke inmenging inzake de opsporing en de vervolging in zaken bij de rechter aanhangig, is verboden." Volgens Bouva wordt in artikel 131 lid 3 'feitelijke inmenging' bedoeld 'die buiten de regels van de grondwet of wet zou kunnen plaatsvinden'.
Ook jurist Jennifer van Dijk-Silos had verwacht dat de rechtbank auditeur-militair Roy Elgin niet ontvankelijk zou verklaren met als gevolg dat de al bijkans vijf jaren durende strafzaak direct zou eindigen. “Ik was er even stil van en daarna verbaasd, toen ik het besluit hoorde”, zegt ze. “Het tribunaal had een oordeel moeten vellen of de Amnestiewet toepasbaar was of niet. Het valt niet te rijmen”, zegt Van Dijk-Silos, “dat de Krijgsraad de wet wel toetst aan internationale verdragen, maar het wat betreft de Grondwet laat afweten en heeft gedemonstreerd geen ballen te hebben. De zaak is teruggekaatst naar het Openbaar Ministerie, die naar haar oordeel al een conclusie heeft gegeven over de materie.”

“Je moet guts hebben om beslissingen te nemen waarbij grote delen van de samenleving op je nek zullen springen. Maar je moet het naar eer en geweten doen”, zegt Van Dijk-Silos. Ze heeft in zoverre gelijk dat ze zelf de guts heeft gehad onvoorwaardelijk de kant van de hoofdverdachte in het 8-december-proces te kiezen, daarbij niet belemmerd door menselijk inzicht en juridische kennis.

Buitenland
De Internationale Commissie van Juristen (ICJ) verklaart bij monde van waarnemer Jeff Handmaker bezorgd te zijn over de beslissing van de krijgsraad om het 8-december-proces op te schorten. Nu wordt het aan de auditeur militair overgelaten om antwoord te geven op de vraag of inmenging heeft plaatsgevonden in het proces dat bij de rechter in behandeling is. De ICJ zegt in een verklaring bezorgd te zijn over de beslissing van de krijgsraad, die de verantwoordelijkheid van zich afgeschoven heeft. Het Openbaar Ministerie moet zich nu uitlaten over deze kwestie. De krijgsraad heeft – zegt Handmaker in tegenstelling tot het door Bouva beweerde – geen oordeel geveld of de amnestiewet in strijd is met de grondwet. Dit leidt volgens Handmaker tot grote onzekerheid. Hij wijst erop dat volgens de grondwet en het internationaal recht de slachtoffers recht hebben op een eerlijke openbare behandeling van hun klacht, binnen een redelijk termijn. Er zijn aanwijzingen volgens Handmaker dat dit niet zal gebeuren. De moorden zijn ruim dertig jaar geleden gepleegd. Het proces is op 30 november 2007 begonnen. De ICJ roept nu een hogere rechtbank op om de beslissing van de krijgsraad te herzien en een besluit te nemen over de grondwettigheid van de amnestiewet.

Michail Wladimiroff verklaarde tijdens een uiteenzetting vrijdag bij de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam: “Twee keer hoger beroep en dan is het gedaan voor Bouterse”, Hij was gisteren gastspreker bij de Vereniging Ons Suriname. Van daaruit werd de rechtszaak in Suriname via live Twitter-berichten van journalist Pieter van Maele gevolgd. De specialist in internationaal strafrecht voorspelt dat de auditeur-militair en de verdachten in appel gaan tegen toetsing van de Amnestiewet door de krijgsraad. Het Hof van Justitie zal dan drie rechters samenstellen die over het hoger beroep zullen beslissen. “Ik verwacht dat het hof op wat komma’s en punten na, mee zal gaan met de krijgsraad. En dus zal het proces daarna voortgang vinden.” Vervolgens komt de zaak weer bij de krijgsraad die dan een uitspraak zal doen. Tegen deze uitspraak kunnen het Openbaar Ministerie en/of de verdachten in hoger beroep. “Maar dit alles kan misschien jaren duren. Tegen die tijd is Bouterse misschien ook geen president. En dan worden zaken makkelijker.”

Jurist Geert Jan Knoops, deskundige internationaal recht, laat via Radio Nederland Wereldomroep (RNW) weten de beslissing van de krijgsraad om het 8-december-proces op te schorten “redelijk verrassend” te vinden. Dat was volgens hem niet nodig, omdat de krijgsraad zelf de bevoegdheid had om nu de beslissing te nemen door te gaan. Knoops begrijpt niet goed waarom de Krijgsraad de bal nu weer bij het OM heeft gelegd. "Er lag al een voorstel van het OM." Als het OM straks met het advies komt om het proces te stoppen vanwege de amnestiewet, dan kan de krijgsraad alsnog beslissen door te gaan. "Men had nu de knoop kunnen doorhakken." De rechters hebben een merkwaardige redenering gevolgd, vindt Knoops. De grondwet bepaalt dat in lopende strafzaken inmenging niet is toegestaan. "Daaruit volgt de juridische consequentie dat het niet relevant is wat er met de amnestiewet gebeurt." Volgens de hoogleraar strafrecht had het proces eerst afgemaakt moeten worden, waarna eventueel later pas de gevolgen van de amnestie bekeken hadden moeten worden.

De rol van de auditeur militair, die nu moet toetsen of de amnestiewet binnen de grondwet past, kan weinig meer doen. "Hij is niet bevoegd een constitutioneel hof op te zetten." En verder heeft hij al een voorstel gedaan, namelijk dat er zo'n hof moet komen. "De militaire krijgsraad had dat wel of niet kunnen overnemen. Deze uitspraak lijkt op twee gedachten te hinken."