Beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis
door Jeroen Heuvel
Wat is de waarheid? Abel zal op deze vraag iets anders
antwoorden dan Kaïn of dan Eva. Wat in het politiebericht staat, zal voor dader
en slachtoffer feitelijk zijn, maar wat de een heeft bewogen en wat de ander
heeft beleefd, en of de dader zich misschien eigenlijk als slachtoffer ziet en
het slachtoffer als dader – “ja, maar hij is begonnen” – zal discutabel zijn
want wie spreekt de waarheid? Omdat de beleving in de ziel voor iedereen anders
is, omdat het verhaal van ieder individu een andere kleur heeft, omdat helden
schurken kunnen zijn, lijkt het onmogelijk dat iedereen het eens is over de
motieven van gebeurtenissen. Ook zijn er mensen die de gebeurtenis betwijfelen.
![]() | ||
|
In december 2013 is er bij LM Publishers in Nederland een
boek gepubliceerd, De slaaf vliegt weg, beeldvorming over slavernij in
de kunsten. Het is een bundeling van tot essays bewerkte lezingen van
een in 2009 gehouden internationaal symposium over de verhouding tussen
historische romans en de beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis
en enkele (fragmenten van) literaire teksten die gerelateerd zijn aan de
slavernij in het Caraïbisch gebied. Het betreft een inleiding plus elf essays,
zeven literaire teksten – van bijvoorbeeld Ini Statia, Ina Césaire en Fausten
Charles – en verschillende afbeeldingen van kunstwerken, van Remy Jungerman,
Ras Ishi Butcher, Letitia Brunst en anderen. Het boek is samengesteld door
Lucia Nankoe en Jules Rijssen.
Het onderwerp van het symposium is erg belangrijk en
interessant. Het bewustzijn over het gezamenlijk verleden is nog veel te
sluimerend en moet, willen we vooruit komen, door ons worden gewekt; het
gesprek over de slavernij, de rassendiscriminatie, de koloniale uitbuiting,
blijft nodig zolang er niet een geschiedenisboek kan worden geschreven waarover
partijen het allemaal eens zijn. Met andere woorden moeten we achteruit blijven
kijken totdat het duidelijk is waar we naar toe willen, want uiteindelijk
moeten we toch vooruit.
In de inleiding stellen de redacteuren dat romanschrijvers
en verhalenvertellers met collega-schrijvers, vakwetenschappers en lezers
debatteerden over het bovengenoemde thema. De vraag kan gesteld worden of
historische romans een rol vervullen in de beeldvorming over het
slavernijverleden, en zo ja welke. “Juist omdat het om een mentaal proces gaat,
is het moeilijk precies aan te geven hoe het ons gedrag beïnvloedt. Maar die
beïnvloeding vindt wel plaats.”
Sprekers waren naast de redacteuren onder meer Michiel van
Kempen, Ernest Pépin, Quito Nicolaas, Cynthia Mc Leod, Rihana Jamaludin en
Fausten Charles. De lezing van Michiel van Kempen moest van de redactie zo
drastisch worden ingekort, dat de auteur zijn inhoud op onaanvaardbare manier
zag worden aangetast en hij trok zijn stuk in.
In het essay van mederedacteur Jules Rijssen worden enige
redeneerpatronen uit de debatten over de slavernij geanalyseerd. Als
informatiebron golden artikelen uit vier kranten: de Volkskrant, Het
Parool, Trouw en NRC Handelsblad. Kranten uit
de Nederlandse maatschappij en dus, op het gevaar af me op glad ijs te gaan
begeven, bastions van witte bolwerken, “De interesse voor de redeneerpatronen
kwam toen uit de analyse bleek dat journalisten vaak kozen voor het model om
nazaten aan het woord te laten in combinatie met citaten en interviews met
witte deskundigen uit voornamelijk de (internationale) universitaire en de
museale kringen en de schrijverswereld.” Ik denk dat het interessanter zou zijn
geweest om tijdschriften en dergelijke te hebben genomen bestierd door mensen
die bewust station Huidskleur achter zich hebben gelaten. Rijssen noemt de
worstelingredenering, die vooral de nazaten van de slaven gebruiken, de
‘slechte maatschappelijke positie’-redenering om de schuld van de huidige
zwakke maatschappelijke positie aan het verleden te wijten, al dan niet met de
eis om financiële genoegdoening. Witte mensen gebruiken de ‘het is al lang
geleden’-redenering al dan niet met de ‘ver weg of ik was er niet bij’-variant
of die van de ‘ontwikkelingshulp als compensatie’.
![]() | ||
|
De titel van de bundel is gebaseerd op een afbeelding van
Elis Juliana, geïnspireerd op het verhaal, de overtuiging, dat een in Afrika
geboren mens, tot slaaf gemaakt, naar Curaçao getransporteerd, terug kon
vliegen naar zijn moederland, mits hij geen zout had aangeraakt. Afgezien van
de vraag of iemand kan vliegen, hetzij fysiek, hetzij mentaal, moet worden
stilgestaan bij het woord ‘slaaf’.
‘Slaaf’ is een label, niet een kwaliteit; het is een door de
maatschappij, ofwel door de medemens gemaakte definitie, niet inherent aan het
wezenlijke van de mens die zo genoemd wordt. – Dat de mens zich wel kan
gedragen naar die definitie wordt hier niet betwist. – Het is een label zoals
er zoveel anderen bestaan, zonder het te willen bagatelliseren, president,
boef, loverboy, professor. Mandela, bijvoorbeeld, is in de eerste plaats de
mens die voor gelijke rechten en respect heeft gestreden, de maatschappij heeft
hem tot gevangene gemaakt, tot president, maar die labels zijn toestanden.
Het verhaal Twelve years a slave laat zien
hoe een mens, een vrij mens, Solomon Northup, door anderen tot slaaf wordt
gelabeld. En hoewel de tijd die de mens Nortup – wat een afgrijselijke ironie,
die naam – in slavernij heeft moeten overleven schier onbeschrijfelijk
onmenselijk is geweest en vernederend en van onuitwisbare invloed op de rest
van zijn vrije leven en dat van zijn naasten, net als het leven van iedere
slaaf, voor hem of haar dat op zijn of haar leven is of is geweest, op het
moment dat je slaaf af of president af bent, ben je in wezen geen slaaf meer op
filosofisch en spiritueel gebied, hoezeer psychologen en artiesten terecht
kunnen verdedigen dat een ex-president nog heel veel invloed kan ondervinden
van diens voormalige toestand, omdat de maatschappij die ex als dusdanig beschouwt
en behandelt.
In hoeverre kan een label verlammend werken. In hoeverre is
een gevangene nog een gevangene als hij zijn straf heeft uitgezeten en vrij is?
De kans is groot dat hij niet gemakkelijk een werkgever gaat vinden, als die
naar zijn cv vraagt. De kans is groot dat de maatschappij hem met de nek
aankijkt. Maar misschien wordt hij een zelfstandige ondernemer, of gaat hij
ergens wonen waar niemand van zijn verleden op de hoogte is. En in hoeverre
ondergaan (klein)kinderen van een vrij verklaarde gevangene de invloed van
diens gevangenschap? Geen mens kan zijn verleden veranderen, maar een ieder kan
wel invloed hebben op zijn toekomst. Deze zienswijze spreekt niet uit de hier
besproken bundel.
“Sinds de slavernij wordt de zwarte mens beoordeeld op
zijn huidskleur”, zo luidt de titel van de bijdrage van Glenn Helberg. Waarom
wordt deze zwarte (no offence, geen ironie bedoeld) bladzijde uit de
geschiedenis, of liever gezegd dit zwarte hoofdstuk, nog steeds aan huidskleur
gerelateerd? Maakt die huidskleur ook uit in een land waar geen witte, rode of
gele mensen wonen, maar alleen bruine? Is er in zo’n land geen onrecht,
uitbuiting of enige vorm van moderne slavernij? Ik denk van wel, net zoals er
in een land waar slechts witte mensen wonen veel misdaad tegen de mensheid is
en onrecht onuitroeibaar lijkt te zijn. Wie huidskleur of ras als motief of
reden gebruikt, is, van welke kant je het ook bekijkt, feitelijk een racist.
Ons slavernijverleden is een heel gevoelig thema, dat was in
de discussie over de historische betrouwbaarheid in de film Tula, the
revolt duidelijk. De makers hadden de objectieve waarheid geweld
aangedaan door als uitgangspunt in de film te veronderstellen dat het niet
mogelijk is geweest om van het kleine eiland Curaçao te ontsnappen of te
vluchten, terwijl het een feit is dat er bijvoorbeeld in Coro mensen, tot slaaf
gemaakte mensen, gevlucht uit Curaçao waren die daar leiders van opstanden zijn
geweest. En het subjectieve beeld dat regisseur Jeroen Leinders en producent
Dolph van Stapele van Tula hebben gegeven werd door de kijkers heel verschillend
beoordeeld. Door de ogen van de auteurs Pierre Lauffer, Elis Juliana en
Guillermo Rosario en toneelschrijver en regisseur Pacheco Domacassé lijkt het
wel alsof er meerdere Tula’s zijn geweest, zo verschillend heeft iedereen deze
nationale held verbeeld. Andere voorbeelden van controversiële films zijn Django,
unchained en Lincoln. In de Verenigde Staten lopen de
gemoederen meer dan 150 jaar na dato nog steeds hoog op als het over John Brown
gaat, abolitionist en held volgens de een maar terrorist en verrader volgens de
ander.
In De slaaf vliegt weg zijn de bijdragen
nogal voorspelbaar van karakter. Het had beter “De slavernij is niet gevlogen”
als titel meegekregen.





.jpg)
















