Posts tonen met het label Latijns-Amerika. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Latijns-Amerika. Alle posts tonen

vrijdag 30 augustus 2013

Dino Bouterse in Panama gearresteerd

Dino Bouterse op de cover van Parbode
Dino Bouterse, de zoon van de Surinaamse president Desi Bouterse, is in Panama gearresteerd. De Amerikaanse politie zou in Panama een val hebben opgezet omdat Bouterse betrokken zou zijn geweest bij wapenhandel.
Dino Bouterse is al vaker betrokken geweest bij internationale criminele activiteiten. In 2005 werd hij veroordeeld tot 8 jaar cel voor drugs- en wapensmokkel. Daarvan zat hij maar 3 jaar uit.

Criminele activiteiten
Bouterse is actief in de goudwinning in Suriname, maar zijn naam duikt steeds weer op in verband met criminele activiteiten. Dino ziet zichzelf op termijn als opvolger van zijn vader als president.
De aanhouding komt voor zijn vader op een pijnlijk moment. In Paramaribo is Bouterse gastheer van veel Zuid-Amerikaanse staatshoofden. Die zijn daar bijeen voor het overdragen van de voorzittershamer van de samenwerkingsorganisatie UNASUR aan de Surinaamse president.
De opening van de bijeenkomst is een paar uur uitgesteld. Het is niet bekend of dat te maken heeft met de arrestatie in Panama.

Drugssmokkel
Dat de arrestatie valt op het moment dat Suriname regionaal in de schijnwerpers staat, lijkt geen toeval te zijn. Het is bekend dat de Amerikanen al geruime tijd vinden dat Suriname te weinig doet tegen drugssmokkel.
Het is een publiek geheim dat met name Dino door de buitenlandse inlichtingendiensten in de gaten werd gehouden.

[tekst van de NOS, 30 augustus 2013]


de Ware Tijd van 30 augustus 2013 meldt:

Paramaribo - In de zaak waarin Dino Bouterse (40), zoon van de president van Suriname, is aangehouden, is ook een zekere Edmund Quincy Muntslag door de Amerikaanse autoriteiten in verzekering gesteld. Beide mannen zijn vrijdagmiddag in een rechtbank in Manhattan, New York voorgeleid.

Muntslag zou met Bouterse hebben samengespannen om tussen december 2011 en deze maand cocaïnezendingen naar de VS te organiseren. Zo blijkt uit de ten laste legging waar de Amerikaanse krant New York Daily News inzage in heft gehad.Bouterse zou zich bij de smokkelpoging waarvoor hij nu is aangehouden ook hebben bewapend met een granaatwerper en andere vuurwapens.
Volgens de tenlastelegging zou Munstslag op 25 juli voorbereidingen hebben getroffen op een airport in Suriname om 10 kilo cocaine uit te voeren. Twee dagen later zou Bouterse de drugs die gestopt waren in een koffer op een internationale vlucht hebben gezet.

Vrijdag was nog onduidelijk wat de exacte route is geweest die de drugs heeft afgelegd om de VS te bereiken, zegt New York Daily News. Ook is onduidelijk op welk moment Bouterse de granaatwerper tevoorschijn heeft gehaald. "Tijdens en in verband met de drugssmokkel zwaaide de verdachte met vuurwapens waaronder een lichte anti-tankwapen, waarmee granaten kunnen worden gelanceerd en pistolen", staat in de tenlastelegging.

Antitankwapen

Bouterse wordt drugssmokkel en illegaal vuurwapenbezit ten laste gelegd en Muntslag wordt aangeklaagd voor cocaïnesmokkel. Ze riskeren gevangenisstraffen van maximaal levenslang, menen de autoriteiten.


vrijdag 16 augustus 2013

Muziekmiddag 'Curaçao ontmoet Latijns-Amerika'

Tot 26 augustus staat de openbare bibliotheek van Den Haag in het teken van het Geluid van de Vrijheid: de Curaçaose beleving van de 150 jaar na de afschaffing van de slavernij.

Op zondag 18 augustus aanstaande wordt tijdens de periodieke muziekmiddag van de Openbare Bibliotheek van Den Haag aandacht besteed aan de link tussen Caribische en Latijns-Amerikaanse traditionele muziek. De muziekgroep Nueva Tradición zal van 14.00 tot 14.50 typische Curaçaose (wals, tumba) muziek en traditionele Latijns-Amerikaanse (bolero en middenamerikaanse ritmes) ten gehore brengen.

Datum: zondag 18 augustus 2013
Tijd: 14:00 tot 14.50
Entree: Gratis
Locatie: Openbare bibliotheek Den Haag aan het Spui (1e verdieping)

Voor meer informatie kunt u kijken op www.NosKultura.com

donderdag 8 augustus 2013

Trommelgeesten (9)


Garifuna

door Fred de Haas

Centraal Amerika
Aan de Caribische kust van Honduras, Belice, Guatemala en Nicaragua woont een volk van ongeveer 600.000 mensen dat zichzelf in de eigen inheemse taal ‘Garífuna’ noemen (met de klemtoon op de i) en door het Britse koloniale bestuur werden aangeduid als ‘Black Caribs’.
Deze Black Caribs zijn een volk dat op het eiland St Vincent is ontstaan uit de vermenging van Indiaanse Cariben en Arowakken met Afrikanen die waren gevlucht van andere eilanden.

Fruitmarkt op Saint Vincent

Er is ook een verhaal dat vertelt van een schipbreuk van een slavenschip uit Nigeria voor de kust van St. Vincent in 1635. De slaven ontsnapten en werden door de inheemse bevolking opgevangen.
De Britten deporteerden meer dan 5000 ‘Black Caribs’ (die als een ernstige bedreiging werden gezien) naar het eiland Roatán vóór de kust van Honduras. Later kregen zij toestemming van de Spaanse autoriteiten in Honduras om zich op het vasteland te vestigen. Zij spreken varianten van een mix van Caribisch en Arowak. Ook spreken ze Spaans en sommigen Engels. Hun cultuur is beschermd door de UNESCO. Hun muziek en dans heet Punta (een heupdans) en wie hiermee kennis wil maken kan gaan naar You Tube en zoeken naar ‘Kazzabe, the best from Honduras’. Daar kunnen ze op Curaçao nog wat van leren!
Danseressen van de Garifuna

Hoewel de Black Caribs katholiek zijn hangen ze ook een godsdienst aan die bekende Afrikaanse, Indiaanse en Europees Christelijke elementen in zich draagt. De Garífuna denken dat een mens meerdere zielen heeft en ze geloven in bos- en watergeesten.
Black Carib meisje

Zij vereren de voorouders en houden, net als in het Caribisch gebied en Latijns-Amerika dodenwakes van 3, 7 of 9 dagen na de begrafenis. In de laatste nacht nemen ze afscheid van de geest van de overledene. Tijdens feesten voor de voorouders raken de mediums (jonge meisjes) in trance en dansen op het ritme van trommels. Soms rennen ze in hun bezetenheid naar zee, klimmen op het dak van het huis of in een boom. De geest van de voorouder zit in het medium dat heel sensueel danst en daardoor ook allerlei frustraties kwijtraakt. Niemand neemt hen dat kwalijk want in trance is niemand meer persoonlijk verantwoordelijk voor zijn/haar daden.
Tijdens de uitvoering van de rituelen wordt er ook gebruik gemaakt van kaarsen, wierook en het kruis. Een aardig overzicht over de Garífuna cultuur is te zien op YouTube / ‘The Garífuna Heritage Pt. 1’ (and 2).

‘Hekserij’ / ‘Brujería’
Voordat we komen te spreken over Curaçao is het zinvol om enige woorden te wijden aan het fenomeen ‘hekserij’ of ‘brujería’ in het algemeen en tegelijk een poging wagen om wat misverstanden uit de weg te ruimen.
Het geloof aan heksen was wijdverbreid in het Europa van de 15e eeuw. Terwijl in vroeger tijden ‘magiërs’ altijd (machtige) mannen waren, ging men heksen langzamerhand steeds meer associëren met vrouwen die een verbond met de duivel sloten om kwaadaardige dingen te kunnen doen. In de Spaanstalige gebieden verschoof het accent van de ‘Brujo’ naar de ‘Bruja’, het woord dat in het Papiaments de term ‘Brua’ heeft opgeleverd. Slechts enkele jaren voordat Columbus de Nieuwe Wereld zou ontdekken was er in Europa een boek verschenen met de titel Malleus Maleficarum (de Heksenhamer) dat nauwkeurig beschreef hoe je heksen kon herkennen. Grote delen uit dit boek kunt u op het Internet lezen.

‘Hekserij’ en ‘Brujería’ bleven eeuwenlang omgeven met een waas van geheimzinnigheid en  boosaardigheid, een reputatie die niet verdiend was. Hoewel ook in onze tijd mensen uit misplaatste angst en onwetendheid liever niet of fluisterend spreken over ‘brujería’ moet toch het hardnekkige misverstand uit de weg worden geruimd dat brujos zich alleen maar bezig zouden houden met boosaardige zaken. De meeste ‘brujas’ en brujos’ (tegenwoordig zijn het zowel mannen als vrouwen) zijn een soort volksgenezers die over bepaalde gaven menen te beschikken waardoor ze in contact zouden komen met ‘geesten’ die hen helpen problemen op te lossen van mensen die om hulp bij hen aankloppen. Dat er onder de brujos en brujas malafide mensen zitten is duidelijk. Die vind je overal. Maar de meesten zullen ongetwijfeld te goeder trouw zijn.
Hippolyte Léon Denizard Rivail

De ‘brujería’ is in hoge mate beïnvloed door het Spiritisme, een beweging die opkwam in het begin van de 19e eeuw en waarvan Allan Kardec (pseudoniem voor de Fransman Léon Rivail, 1804-1869) de vader was. Het Spiritisme gelooft niet in een hemel of een hel. De gevolgen van wat we als mensen fout of goed doen zien we terug in volgende reïncarnaties. We hebben meerdere levens op aarde en we zijn op de wereld om onszelf te vervolmaken. Er is een God en we hebben een onsterfelijke ziel. Figuren als Christus zijn een soort afsplitsingen van God die navolging verdienen. Ook zegt het Spiritisme dat iedereen in contact kan komen met geesten.

Die opvattingen vinden ook we terug in de ‘Brujería’. Ze sluiten in menig opzicht aan bij de geestelijke bagage die de Afrikanen hadden meegenomen naar de Nieuwe Wereld en bij het geloof van de Indianen, de oorspronkelijke bewoners van de Amerika’s.
Historia de la Brujería

Omdat de ‘brujería’ in de 20e eeuw een slechte reputatie kreeg heeft het Spiritisme zich hiervan gedistantieerd om moeilijkheden met de autoriteiten te vermijden. Zo verscheen er in 1954 in Puerto Rico een boekje met de titel Males del Medio Ambiente (= Ziektes van de sociale omgeving). Daarin viel de arts J. Rodríguez Pastor namens het Departement van Onderwijs het werk van volksgenezers, astrologen en spiritisten aan als zijnde middeleeuws en halfgaar. Ook stelde hij de verkoop van ‘magische rotzooi’ als drankjes, kruiden en poedertjes aan de kaak. Enkele decennia later werden deze mensen, vooral door de belangstelling van het Instituto de Cultura Puertorriqueña, min of meer in ere hersteld omdat zij de verbinding vormden met het Afrikaanse verleden, een van de pijlers van de nationale identiteit. Verguizing en eerherstel. Waar hebben we dat meer gezien?
Ook ging men tegelijkertijd met een welwillende blik kijken naar het Afro-Caribische trommelspel. Zie You Tube /  BAILE DE "BOMBA " /Guayama, Puerto Rico. Febrero, 2008. Wie verschillende Bomba ritmes wil leren kan gaan kijken op You Tube / Ritmos Básicos de la Bomba-Ritmo Sicá-1/5  of voor een lekkere ‘seis corrido’ op  You Tube / Cinco Ritmos Básicos de la Bomba-Ritmo Seis Corrido-5/5 .
La brujería y la invocación de espíritus malignos es tan antigua como el hombre

Wat heeft de ‘Brujería’ zoal te bieden? Het antwoord luidt: geestelijke en daadwerkelijke hulp voor degene die om hulp komt vragen en hiervoor een passende bijdrage over heeft. De brujos en brujas kunnen hiervoor verschillende methodes gebruiken. Ze kunnen de kaart lezen, adviezen geven vanuit een trancetoestand of boodschappen ontcijferen die zij ontvangen via automatisch schrift. Ook volvoeren ze reinigingsrituelen (‘despojos’). Zoals gezegd houden de goede brujos zich niet bezig met zwarte magie, hoewel ze soms wel iets kwaadaardigs moeten doen in de vorm van een ‘trabajo malo’ (een boze actie) omdat zij een cliënt in bescherming moeten nemen tegen iemand of iets dat de cliënt bedreigt. Meestal maken ze dan een pakje klaar waarmee de cliënt iets moet doen.
Ook kunnen brujos gewaardeerde gasten zijn op een dodewake (velorio). Zij leiden dan de dienst (de meeste brujos zijn katholiek of protestant opgevoed en kennen de religieuze verhalen en gebeden). Zij zorgen er ook voor dat de geest van de overledene rustig kan vertrekken en niet op aarde achterblijft om het andere mensen lastig te maken.

De moderne ‘brujería’ blijft op de hoogte van wat er in de maatschappij gebeurt. Moderne communicatiemiddelen worden niet geschuwd. Telefonische consulten en ‘behandelingen’ zijn mogelijk.
Een bruja van de Maya’s. Beeld: Georges Payrastre & Claudine Viallon

Hun cliënten kunnen mensen zijn die belangrijke posities in de maatschappij bekleden: ambtenaren van justitie, advocaten, bankiers, zakenlui, mensen uit de wereld van de media etc. Als de brujo (natuurlijk geldt dit ook voor de bruja) naar tevredenheid hulp heeft verleend dan kan het zijn dat hij hiervoor iets terugkrijgt in de vorm van informatie waarmee hij weer andere cliënten kan helpen.
De brujo maakt gebruik van planten, kruiden en voorwerpen die hij zelf kan maken, verbouwen of kopen in winkels die hierin gespecialiseerd zijn (ook in den Haag is zo’n winkel. In Otrobanda zijn ze ook te vinden). In Puerto Rico heten ze ‘botánicas’ (niet te verwarren met de gewone apotheken of ‘boticas’ die trouwens ook wel bepaalde spullen verkopen). De botánicas zorgen ervoor dat ze up-to-date zijn en betrekken hun waar ook uit het buitenland. Je kan er ook beelden kopen van heiligen, Indiase godheden, Zuid-Amerikaanse gecanoniseerde figuren, stenen, amuletten etc.

[vervolg, afl. 10, klik hier]

woensdag 15 mei 2013

Mea culpa (6)

Een zoektocht naar het geweten van het Rooms-Katholieke Spanje en Portugal in de eerste eeuwen na Columbus. Hij probeert het antwoord te vinden op de vraag hoe het Rooms-Katholicisme in het reine kon komen met wat ieder weldenkend mens, ook de mens van de 16e en 17e eeuw dus, moet hebben ervaren als een groot onrecht.

door Fred de Haas
Afrikaanse slaven in Columbia



Francisco de Jaca (geb. 1645) en Epiphane de Moirans (geb. 1644)
Francisco de Jaca, afkomstig uit Aragón, en Epiphane (Epifanio) de Moirans, afkomstig uit de Franche-Comté dat toen Spaans bezit was, betoogden dat Paus Urbanus VIII in zijn brief uit 1639 aan de Apostolische Kamer van Portugal niet alleen bedoeld had dat de Indianen niet tot slaaf gemaakt mochten worden, maar dat dit ook gold voor de Afrikanen.
Jaca en Moirans hebben ervoor gezorgd dat er enige vooruitgang werd geboekt in de vrijwording van de Afrikaanse slaven. Moirans viel de Jezuïeten aan die op sluwe wijze hadden proberen aan te tonen dat de ‘tweede slavenkoper’ geen schuld trof. Jaca en Moirans veegden de vloer aan met vroegere theologische rechtvaardigingen voor de slavernij die werd beschouwd als zijnde een gevolg van de ‘erfzonde’. Moirans zei dat de Christelijke koningen en vorsten, de Engelse, Portugese en Hollandse handelaren en slavenhouders de dood verdienden omdat ze indirect meewerkten aan het roven van Afrikanen (zie J.T. López García, Dos defensores de los esclavos negros en el siglo XVII, Caracas, 1982, p. 216).
Over de schuld van de ‘tweede koper’ heeft Fray Francisco de Jaca het volgende te zeggen:

‘La razón de excusa que me dan y yo no admito es que a ellos no les pertenece saber más que el comprarlos y que allá se las haya los cargadores, vendedores, etc. y asimismo que allá se las averigüen los holandeses herejes de Jamaica, Curazao y asentistas españoles así de esas tierras como de las más remotas de donde los dichos herejes o asentistas referidos los traen : como si dichas culpas mortales, que unos y otros cometen, no fuesen de participantes’.
(vert. Het argument dat ze aanvoeren als excuus en dat ik niet accepteer komt er op neer dat ze alleen maar zeggen weet te hebben van hun eigen aankoop. De vervoerders en de verkopers moesten zelf maar weten wat ze uitspookten en de Hollandse ketters (!) uit Curaçao en Jamaica en de Spaanse vergunninghouders moesten zelf maar uitzoeken of ze die slaven al of niet terecht kochten […] Alsof de doodzonden welke die mensen begaan ook geen betrekking hadden op degenen die aan die handel meedoen (García López, p.91).


Kortom, alle Afrikanen moesten worden vrijgelaten op straffe van eeuwige verdoemenis. Ook vond Jaca dat de slaven schadeloos gesteld moesten worden en verweet hij de slavenhouders dat ze hun slaven om opportunistische redenen niet wilden laten dopen. Anders zouden ze immers moreel verplicht zijn hun slaven vrij te laten.

Moirans poneerde vijf stellingen (López García, p. 183):

1.       Niemand mocht slaven uit Afrika kopen of verkopen;
2.       Alle slavenhouders moesten hun slaven vrijlaten op straffe van eeuwige verdoemenis;
3.       De slaven moesten door hun meesters schadeloos worden gesteld;
4.       Slaven die in de kolonies op de suikerplantages werkten hadden het recht om te vluchten en zich ergens anders te vestigen;
5.       Omdat Kerkvorsten en Christelijke vorsten hadden meegewerkt aan het overbrengen van Afrikanen naar Amerika moesten ze uit hun gebieden worden verdreven. Ze konden er beter voor zorgen dat ze wegkwamen want ze zouden hun vervolging niet kunnen ontlopen.
 
Don Alonso Espino, een wereldpriester, gedood door de Chichimecas in 1586. D. Guillén de Lampart, La Inquisción y la independcia en el siglo XVII (México, 1908)
Het is te begrijpen dat de opvattingen van deze geestelijken bepaald niet bij de toenmalige kerkelijke en wereldlijke autoriteiten in Spanje in goede aarde vielen. De gouverneur van Havanna, waar de beide Kapucijnen grote moeilijkheden hadden gekregen, zorgde ervoor dat Jaca uit het klooster werd gezet en berecht door de vicaris. Jaca trok toen in bij Moirans die in een kluizenaarswoning in Cuba woonde. Beide geestelijken werden geëxcommuniceerd en op de boot naar Europa gezet. Jaca excommuniceerde op zijn beurt de kerkelijke provisor die volgens hem niet de bevoegdheid had gehad om hem, Jaca, te excommuniceren. In 1685 werden ze vrijgelaten. Het werd hen verboden om nog te preken.
 
Carlos II
Overgang van de 17e naar de 18e eeuw
In 1683 gaf Carlos II een verklaring uit waarin hij de opdracht gaf om de slaven goed te behandelen In 1685 stelde hij drie vragen aan de Raad van Indië (Consejo de Indias):

-          Was het geoorloofd om Afrikanen in de koloniën te hebben en wat zou de schade zijn als ze er niet waren?
-          Was er een vergadering geweest van theologen die zich had uitgesproken over de rechtmatigheid van het kopen en vestigen van slaven in de Spaanse koloniën?
-          Was er over het vraagstuk van de slavernij geschreven?

De Raad van Indië spelde Carlos wat op de mouw en voerden auteurs aan die de slavernij hadden goedgepraat (Molina c.s.).

Bovendien, zei de Raad, waren er geestelijken die zelf slaven hielden en werd er goed voor de slaven gezorgd (G. Scelle, La traite négrière aux Indes de Castille, Paris, 1906).


In 1686 deed de ‘Heilige’ Stoel uitspraak inzake een petitie van Jaca en Moirans: er mochten geen Afrikanen onder bedrieglijke voorwendsels tot slaaf worden gemaakt noch verkocht. Gebeurde dat toch dan moesten de slaven schadeloos worden gesteld en vrijgelaten. Toch ging de Curie er ook vanuit dat er ook redenen waren die slavernij zouden kunnen wettigen.

Aartsbisschop Cibo van ‘De Propaganda Fide’ (= Heilige Congregatie voor de Voortplanting van het Geloof) schreef naar aanleiding van deze uitspraak aan de bisschoppen en nuntius van Spanje en Portugal dat ze deze boodschap moesten overbrengen aan hun priesters en missionarissen. Zijn verzoek miste echter deels zijn doel omdat de Spaanse bisschoppen en de meeste Spaanse en Portugese priesters afhankelijk waren van de koning en niet van ‘De Propaganda Fide’.

Toen in 1701 het Huis Bourbon op de Spaanse troon kwam gaf Filips V het monopolie op de slavenhandel aan de Franse maatschappij waarin zijn grootvader Lodewijk XIV aandelen had.

De meeste Franse theologen en juristen hielden hun kaken stijf op elkaar. De Franse belangen waren groot in de West. De Franse koloniën waren het dichtstbevolkt met Afrikanen en die waren onmisbaar voor het werk op de winstgevende suikerrietvelden.
 
Blaise Pascal
 Maar, net als in de 17e eeuw Pascal de kronkelredeneringen van de Jezuïeten in zijn Lettres Provinciales (1656/57) aan de kaak had gesteld en belachelijk gemaakt, was er ook een grote geest in de 18e eeuw die zijn vlijmscherpe pijlen afschoot op de mentaliteit waarmee men slavenhandel bedreef: de Franse jurist en filosoof Montesquieu die in 1748 zijn grote werk De l’Esprit des Lois (over de zin van de wetten) in Genève het licht had doen zien.

Montesquieu en de Franse slavenhandel
In de 18e eeuw speelden de Fransen een grotere rol in de slavenhandel dan de Nederlanders. In die eeuw, de zogenaamde ‘Eeuw van de Verlichting’ waar menig filosoof zo nostalgisch over praat, nam ook de slavenhandel toe in omvang. De Europeanen genoten volop van de koffie, de suiker en de chocola die werd geproduceerd door de Afrikaanse slaven in de koloniën. Driekwart van de Europese behoefte aan koffie werd gedekt door de plantages in Martinique, Guadeloupe en Frans Guyana. Op die plantages werkte zwarte mensen aan wie in feite elke menselijkheid werd ontzegd uit vrees dat hun omstandigheden niet te rijmen zouden zijn met het Christelijke beginsel ‘hebt uw naasten lief gelijk uzelven’. In die fameuze eeuw van de Verlichting tierden de racistische vooroordelen welig.


Montesquieu was zich hiervan scherp bewust en verhief in boek XV, hoofdstuk 5 van De l’Esprit des Lois zijn stem tegen de slavenhandel. Hij gebruikte voor dit doel een stijlmiddel dat je het best zou kunnen omschrijven als absurde, zwarte humor. Montesquieu stelde zich in de plaats van een slavenhandelaar die hij allerlei redenen liet opnoemen ten gunste van de slavernij. Ik geef ze u in vertaling, maar u kunt de Franse tekst op het Internet vinden als u intikt ‘Montesquieu et l’esclavage’.




De slavenhandelaar spreekt:

-          Omdat de Europese volken de volken van Amerika hebben uitgeroeid, moesten ze de Afrikaanse volken tot slaaf maken om zich van hen te kunnen bedienen ten einde die grote hoeveelheden land te ontginnen;
-          De suiker zou te duur worden als we geen slaven zouden hebben om het suikerriet te verwerken;
-          De mensen over wie het gaat zijn zwart van hoofd tot voeten; hun neus is zo plat dat het hierdoor bijna onmogelijk is hen te beklagen;
Montesquieu

-          Het is echt niet voor te stellen dat zo’n wijs wezen als God een ziel (met name een goede ziel) in een lichaam zou hebben gezet dat helemaal zwart is;
-          Het is zo natuurlijk om te denken dat kleur het wezen van de mensheid bepaalt dat de Aziatische volken die eunuchen maken er altijd op een niet te miskennen manier een stokje voor steken dat zwarten met ons betrekkingen onderhouden;
-          Je kan het oordeel over de kleur van de huid gelijkstellen met het oordeel over de haarkleur bij de Egyptenaren - de beste filosofen van de wereld – die bij hen zo zwaar woog dat ze alle mensen met rood haar die ze te pakken kregen doodden;
-          Het bewijs dat zwarten niet over gezond verstand beschikken is dat ze een kralenketting meer waarderen dan een ketting van goud die in beschaafde landen van zo’n grote waarde is;
-          Het is onmogelijk om ook maar te veronderstellen dat die lieden mensen zijn, omdat, als we zouden veronderstellen dat dit zo was, we zouden gaan denken dat we zelf geen christenen waren;
-          Het zijn kleine geesten die het onrecht dat we Afrikanen aandoen overdrijven. Immers, als dat onrecht zo groot is als ze beweren, zou het dan niet in het hoofd van de Europese vorsten, die onderling zoveel zinloze verdragen afsluiten, opkomen om een algemeen bindende overeenkomst af te sluiten ten gunste van de barmhartigheid en het medelijden?

De absurditeit van bovenstaande redeneringen is zo dodelijk dat je zou veronderstellen dat het, na kennisname hiervan, meteen zou zijn afgelopen met de infame slavenhandel. Niets was minder waar. Men is nog rustig een eeuw doorgegaan.
Wel is het boek van Montesquieu van invloed geweest op de idealen van de Franse Revolutie van 1789 die de aanzet is geweest voor een langzame kentering in het denken.
Lang voordat door de Franse regering de slavernij werd erkend als een misdaad tegen de menselijkheid schreef Montesquieu: ‘[…] als ik kennis had van iets dat van nut zou kunnen zijn voor mijn vaderland maar schadelijk voor Europa en de mensheid, dan zou ik het beschouwen als een misdaad’.

[vervolg en slot klik hier]

dinsdag 14 mei 2013

Ex-dictator Guatemala krijgt 80 jaar cel voor genocide


door Marjolein van de Water 


Efrain Rios Montt, gisteren in de rechtbank, vlak voordat het vonnis werd uitgesproken. Foto @ EPA


De Guatemalteekse oud-dictator José Efrain Rios Montt is gisteren tot tachtig jaar cel veroordeeld voor het plegen van genocide en misdaden tegen de menselijkheid. 'Als staatshoofd en bevelhebber van het leger was hij verantwoordelijk voor het systematisch verkrachten, uithongeren en uitroeien van de Ixil Maya's', aldus de rechter.
Generaal Rios Montt pleegde in 1982 een militaire staatsgreep. Guatemala was toen al ruim twee decennia in een burgeroorlog verwikkeld tussen linkse guerrillastrijders en regeringstroepen. In de nog geen anderhalf jaar tijd dat de generaal de scepter zwaaide, zijn naar schatting 70 duizend Guatemalteken vermoord, voornamelijk indianen.

In een afgeladen rechtszaal las rechter Yassmin Barrios gisteren met trillende stem de uitspraak voor. Zij concludeerde dat de 86-jarige oud-dictator verantwoordelijk is voor de genocide op 1.771 Ixil indianen, het verdrijven van nog eens 29 duizend Ixiles en de systematische verkrachting van inheemse vrouwen door militairen die onder zijn bevel stonden.

'Ik ben onschuldig', zei Rios Montt donderdag tijdens zijn slotverklaring. Rios Montt zei dat hij geen controle had op de militairen die in inheemse gebieden werkzaam waren. 'Ik heb nooit opdracht gegeven op te treden tegen een ras, een etniciteit of een religie', schreeuwde hij door de rechtszaal. 'Ik weet niet wat de militaire leiders deden, ik was staatshoofd.'

Ixil vluchtelinge met kinderen in het Nieuwe Leven vluchtelingenkamp, gedeeltelijk gefinancierd door Amerikaanse Evangelistengroeperingen, nabij Nebaj, Quiché. Foto @ Jean-Marie Simon,Guatemala: Eternal Spring, Eternal Tyranny.


Maar de rechters concludeerden anders. 'Generaal Rios Montt wist precies wat er gebeurde en heeft niets gedaan om het tegen te houden.' Hij kreeg vijftig jaar cel voor genocide, en nog eens dertig jaar voor misdaden tegen de menselijkheid. Het is voor het eerst dat een voormalig staatshoofd in eigen land is veroordeeld voor het plegen van genocide.

Het proces liep meermalen vertraging op. Het Hooggerechtshof bepaalde enkele weken geleden dat het proces wegens vormfouten moest worden overgedaan. Andere rechters vochten dit besluit aan, en het Constitutionele Hof moet hier uiteindelijk over beslissen. Dat Hof kan deze uitspraak eventueel nog nietig verklaren.

[uit de Volkskrant, 11/05/13]

zondag 7 april 2013

Latijns-Amerikaanse steden onveiligste ter wereld

door Pieter Hofmann

Curaçao – Denktank Seguridad, Justicia y Paz (Veiligheid, Rechtvaardigheid en Vrede) heeft een lijst van meest gevaarlijke steden uitgebracht. Midden- en Zuid-Amerika scoren hoog, niet in de laatste plaats in de omliggende landen van Curaçao. De lijst baseert zich op het moordcijfer per 100 duizend inwoners.

Een 1 met een kogel. Een politieman bekijkt de tattoos van een lid van de Mara Salvatrucha-gang, José Alexander Carranza, na zijn arrestatie in San Pedro Sula, Honduras. Foto @ Esteban Félix.


Voor het tweede jaar op rij bezet San Pedro Sula (Honduras) de eerste plaats met 1218 moorden in 2012. Moordratio is daarmee 169,3 per 100.000 inwoners. Sinds de staatsgreep in 2009 is het sowieso onrustig in de door drugshandel geteisterde stad.

Caracas derde
De Venezolaanse hoofdstad Caracas staat derde met een moordratio van 118,9. In 2012 werden 3862 moorden gepleegd. De grote sociale verschillen, stijgende inflatie en de vele politiemoorden lijken een rol te spelen bij het hoge cijfer.

Veelplegers
Cali kent een moordcijfer van 79,3 met 1819 moorden in het vorige jaar. De Colombiaanse stad staat op de zevende plek. De stad heeft 134 als zodanig geregistreerde bendes, die het moordcijfer sinds 1992 verdertienvoudigd hebben. Een groep veelplegers van ongeveer 2.000 man begaat circa 13 procent van de geregistreerde geweldsdelicten. De stad telt 2,3 miljoen zielen.

Top tien
De tweede Venezolaanse stad in de top tien is Barquisimeto op plaats negen met een moordratio van 71,7 per 100 duizend man. In 2012 werden 804 mensen omgebracht op een bevolking van 1,1 miljoen mensen. In januari brak een gevangenisopstand uit waarbij 61 doden en 120 gewonden vielen.

Een gewonde man wordt naar een ziekenhuis gebracht in Kingston, Jamaica, op 23 mei 2010, nadat een poging om drugshandelaar Christopher 'Dudus' Coke te arresteren eindigde in een bloedbad. Foto @ Mark Brown/EPA


Top vijftig
Colombia staat met zes steden in de ranglijst van onveiligste steden, Venezuela doet het met eentje minder. De enige Caribische stad is de Jamaicaanse hoofdstad Kingston (vijfentwintigste plaats). Brazilië wordt het meest vertegenwoordigd met vijftien onveilige steden.

[van Versgeperst.com, 06-04-2013]

zondag 24 maart 2013

Asiento (11)


De slavernij van de Oudheid tot nu

door Fred de Haas

Felipe Guaman Poma de Ayala: een Peruaanse Indiaan tussen twee vuren

Felipe Guaman Poma de Ayala op weg naar Lima

De reden waarom ik in dit artikel wat plaats wil inruimen voor Guaman Poma de Ayala is dat men zo weinig hoort en leest over het standpunt van de autochtone Indiaan in de tijd van de Spaanse overheersing en de ‘Atlantische’ slavernij. Guaman Poma is een goed voorbeeld van het denken van de ontwikkelde Indiaan uit die tijd.

Felipe Guaman Poma de Ayala (geboren ± 1550) was een Indiaan van adel uit de tegenwoordige Peruaanse provincie Ayacucho. Hij sprak Quechua en Spaans – dat hij overigens grammaticaal  niet helemaal beheerste -  en diende als tolk bij Fray Cristóbal de Albornoz. In die hoedanigheid reisde hij veel en maakte kennis met de manier waarop de Spanjaarden zijn land en volk regeerden. De neerslag van zijn observaties is te vinden in zijn Nueva Crónica y buen gobierno die hij schreef rond het jaar 1615 en die is gedigitaliseerd door de Koninklijke Bibliotheek van Kopenhagen (op het Internet te vinden).

Guaman Poma zag ook hoe de ‘negers’ in Perú werden behandeld en vergeleek dit met de situatie waarin de oorspronkelijke Indiaanse bewoners verkeerden. Hij pleitte in zijn werk voor gelijke behandeling en kan met een beetje goede wil worden beschouwd als een vroeg socialistisch denker. Hij had trouwens veel van zijn kennis en manier van beschouwen te danken aan Bartolomé de las Casas, de geestelijke die zich had ingezet voor het lot van de tot slaaf gemaakte Indianen en er aldus - min of meer ongewild - voor had gezorgd dat men Afrikanen als slaaf ging gebruiken. Later had Bartolomé de las Casas daar spijt van en keurde die praktijk af. Guaman Poma heeft dit echter niet meer meegemaakt.

Het is curieus om te lezen hoe Guaman Poma onderscheid maakt tussen ‘Negros bozales’, de direct uit Afrika ingevoerde slaven en ‘Negros criollos’, de Afrikanen die in de kolonie waren geboren en voor wie hij geen goed woord over heeft. Over de ‘bozales’ schrijft hij o.a. het volgende (in het Spaans van begin 17e eeuw):
De heilige Buenaventura

‘Estos son fieles, creen en Dios, guardan los mandamientos y las santas buenas obras y obedesen a sus amos. Cree más presto la fe y trabaja con sus prógimos. Tienen caridad, amorosos; de bozales salen buenos esclabos pues que San Juan Buenauentura salió de ellos. Dizen los españoles negros bozales no uale nada. No saue lo que se dizen. Lo que a de tener enseñalle con amor y criansa y dotrina. Uale déstos por dos negros criollos un bozal; de bozal salen santos’.
(Vertaling: die echte Afrikanen zijn trouw, geloven in God, houden zich aan de tien geboden, doen aan goede werken en gehoorzamen hun meesters. Ze nemen het geloof sneller aan en zijn coöperatief; ze hebben hun naasten lief en zijn goedhartig; het zijn goede slaven want de heilige Johannes Buenaventura is immers uit hen voortgekomen. De Spanjaarden zeggen dat de direct uit Afrika ingevoerde slaven niets waard zijn. Maar ze weten niet wat ze zeggen. Je moet ze liefde en geloof bijbrengen. Dan is één echte Afrikaan net zoveel waard als twee Creoolse Afrikanen; echte Afrikanen brengen heiligen voort’).

We zien dus dat de Indiaan Guaman Poma de slavernij, curieus genoeg, beschouwt als een gegeven en ook geen enkele kritiek heeft op de katholieke godsdienst.
Even verder lezen we hoe hij denkt over de zwarte Creolen die in de koloniën zijn geboren:

‘Cómo los negros y negras criollos son bachilleres y rreboltosos, mentirosos, ladrones y rrobadores y salteadores, jugadores, borrachos, tauaqueros, tranposos, de mal beuir y de puro uellaco matan a sus amos y rresponde de boca. Tiene rrozario en la mano y lo que piensa es de hurtar y no le aprouecha sermón ni predicación ni asotes ni pringalle con tocino. Mientras más castigo, más uellaco, y no ay rremedio, ciendo negro o negra ciolla’.
(Vertaling: wat zijn die Creoolse negers en negerinnen van hier toch babbelziek en twistziek, leugenachtig en diefachtig; het zijn rovers en struikrovers, gokkers, dronkenlappen, rokers, oplichters, ze leven er maar op los, het zijn schurken, doden hun meesters en zijn zo brutaal als de pest. Ze lopen met de rozenkrans in hun hand en denken alleen maar aan stelen: ze zijn ongevoelig voor preken en goede woorden, voor slaag en verwennerij. Hoe zwaarder ze worden gestraft hoe schurkachtiger ze worden en daar is niets aan te doen. Het zijn immers Creoolse negers en negerinnen van hier’).

Dansers in Ayacucho


Overigens is hij van mening dat met goed onderwijs en een behoorlijke behandeling er best wat te maken valt van de Creoolse negers en negerinnen.

Het loont de moeite om een een kijkje te nemen op de gedigitaliseerde versie op de website, want Guaman heeft niet alleen uitgebreid en scherp geschreven over het koloniale misbruik, maar ook nog tal van leuke en mooie tekeningen gemaakt bij zijn werk.

[wordt vervolgd]

woensdag 13 maart 2013

Eerste Latijns-Amerikaanse paus: Franciscus


Rome - De Argentijnse kardinaal Jorge Mario Bergoglio is woensdag tot paus gekozen. De nieuwe paus gaat Franciscus heten. De Franse kardinaal Jean-Louis Tauran heeft dat bekendgemaakt op het balkon van de Sint Pieter.
De oudst bekende afbeelding van Franciscus van Assisi, een fresco in Subiaco.

De keuze is een totale verrassing. Hij is de eerste Latijns-Amerikaanse paus ooit en de eerste niet-Europese paus sinds Gregorius III (731-741). Hij is ook de eerste Jezuïet die paus is geworden en de eerste pater (lid van een religieuze orde of congregatie) sinds Gregorius XVI (1831-1846). Even na 19.00 uur kwam witte rook uit de schoorsteen. Er zijn vermoedelijk vijf stemrondes geweest. Dat is één meer dan in 2005, toen de Duitser Joseph Ratzinger tot paus werd gekozen.

Hoewel in Latijns-Amerika over het algemeen positief is gereageerd op de verkiezing van de Argentijn Jorge Mario Bergoglio als nieuwe paus, zijn veel Argentijnen nog altijd boos over de rol van zijn kerk tijdens de dictatuur van 1976 tot 1983. Doordat de kerk de dictatuur weinig weerstand bood en zich niet openlijk uitsprak tegen de ontvoering van baby's en de moord op duizenden 'subversieve elementen', verloor de kerk in het Latijns-Amerikaanse land veel volgelingen. Het is ook een van de redenen waarom twee derde van de Argentijnen zich als katholiek beschouwt, maar minder dan tien procent geregeld een dienst bijwoont.

Onder Bergoglio's leiding boden Argentijnse bisschoppen in 2012 een gezamenlijk excuus aan voor het falen van de kerk. Voor sommige activisten kwam dat veel te laat. Bergoglio maakte twee keer van zijn recht gebruik om te weigeren voor de rechter te verschijnen en toen hij uiteindelijk in 2010 een verklaring aflegde waren zijn antwoorden ontwijkend, aldus mensenrechtenactiviste Myriam Bregman.

Deze feiten kwamen ook ter sprake bij Pauw en Witteman in hun woensdagavonduitzending, maar zij vertoonden een foto van de pauselijke nuntius Laghi met Videla en deden het voorkomen alsof de nieuwe paus op die foto te zien was....

dinsdag 19 februari 2013

Wat er gebeurde na de Columbiaanse Uitwisseling



Aankomst van Columbus in de Nieuwe Wereld
door Karwan Fatah-Black

Na Charles Mann’s boek 1491 over Amerika vóór de Columbiaanse Uitwisseling, verscheen in 2011 zowel de Engelstalige editie als de Nederlandse vertaling van 1493 over de wereld ná de Columbiaanse Uitwisseling. Het boek van Mann is een indrukwekkende geschiedenis over de mondiale gevolgen van de uitwisseling van mensen, ziekten, dier- en plantensoorten die op gang kwam nadat Colón (Columbus) in 1492 van Europa naar Amerika en terug voer.

Microcyclus ulei
Deze uitwisseling is na 420 jaar nog niet voltooid en 1493 is dan ook niet alleen een historisch boek. Mann profeteert over het verwoestende effect dat de schimmel Microcyclus ulei zou kunnen hebben zodra die vanuit de Amazone de rubberbomen achterna zou reizen naar de onmetelijke monoculture rubberplantagegebieden in Zuidoost-Azië (pp. 351-362). Er zijn nog geen directe vluchten tussen de Amazone en deze gebieden, waardoor de schimmel de oversteek nog niet heeft gemaakt. Maar zodra de verbinding er is, zou de schimmel industrie en mobiliteit op grote schaal kunnen ondermijnen. Het massaal afsterven van rubberbomen zou bijvoorbeeld betekenen dat er geen betrouwbare banden meer geproduceerd kunnen worden waarop vliegtuigen veilig kunnen landen. Dat scenario is apocalyptisch, maar sluit naadloos aan op zijn bespreking van voorbeelden uit de geschiedenis van de catastrofale effecten van Plasmodium vivax uit Europa, Plasmodium falciparum uit Afrika (beide zijn vormen van malaria) of Phytophthora infestans (aardappelziekte) uit Amerika.
Charles C. Mann

Mann vraagt zich af of deze en andere ziekten het ontstaan van de trans-Atlantische slavenhandel en de moderne landbouw op hun geweten hebben. Hij baseert zich in zijn boek op recent wetenschappelijk onderzoek en is de wereld rondgereisd om de plekken te bekijken waarover hij schrijft. Zijn journalistieke pen in de Engelse editie is vlot, en ook de Nederlandse vertaling van Bart Voorzanger is uitstekend. De 145 pagina's aan voetnoten en literatuurverwijzingen onderstrepen hoezeer Mann (journalist bij Science) voor zijn boek de state of the art van de wetenschap weergeeft. Hoewel het belang van de Columbiaanse Uitwisseling al langer onderkend wordt, is Manns aandacht voor het effect daarvan op Azië verfrissend.
                Hij ziet niet alleen grote ontwikkelingen, maar heeft ook oog voor details. Mann ontrukt de honderdduizend Chinezen aan de vergetelheid die als slaven een bijrol hadden in de menselijke geschiedenis door voor de kust van Peru de soms wel twaalf verdiepingen hoge eilanden van vogeluitwerpselen af te graven ten behoeve van de Europese landbouw (met wellicht als onbedoeld gevolg het uitbreken van de Ierse great famine). Mann zoekt de global history op met zijn bespreking van de bijdrage van de Uitwisseling aan het verwijden van de kloof tussen het machtiger wordende Westen tegenover het terugvallende China. Hij volgt hoe het verbouwen van aardappelen en maïs China politiek en ecologisch veranderde en suggereert een verband met de tanende macht van het keizerrijk.

Vogeluitwerpselen op het schiereiland Paracas, Peru. Chinese slaven delfden de vogelmest voor export naar Europa


Het boek is niet alleen een onbedoelde-gevolgen-geschiedenis van biologische uitwisseling. De verspreiding van desastreuze ziekten of van gewassen zijn in de visie van Mann niet losgezongen van de sociale context. Phytophthora infestans is op zichzelf geen natuurramp, maar werd een catastrofe omdat Ierse boeren vanuit Engeland gedwongen werden tot schaalvergroting. Het opgeven van hun oude landbouwmethode had als bijkomend effect de snelle verspreiding van de ziekte. Mann betrekt in zijn verhaal ook de ontwikkelingen in de landbouwcultuur, urbanisatie en etnische verhoudingen. Hier laat Mann zich van een heel andere kant zien. Met gevoel voor deze beladen debatten schetst hij aan de hand van voorbeelden uit het Spaanse rijk hoezeer de racialisering van sociale verhoudingen pas in de loop van de Columbiaanse uitwisseling vorm heeft gekregen.
                Het verhaal schakelt moeiteloos over van de levenscyclus van muggen en schimmels naar biografieën van geplaagde ontdekkingsreizigers en uitvinders, naar ontwikkelingen in staten en naar herschikte sociale verhoudingen. Die onderwerpen hebben bij Mann allemaal een rol in de enorme breuk in de geschiedenis die de Uitwisseling volgens hem is. De verandering van de wereld na 1492 is volgens Mann zo groot dat er met het begin van de Uitwisseling een nieuw tijdperk is aangebroken: het homogenoceen. Dit homogenoceen is het herstel van een verbonden wereld die met het uiteendrijven van Pangaea verloren was gegaan en is 'wellicht wel de belangrijkste gebeurtenis sinds het uitsterven van de dinosauriërs' (p. 25).

Wat zou dit goed ontvangen en breed verspreide boek kunnen betekenen voor de Surinamistiek? Mann heeft een paragraaf over Suriname waarin malaria een hoofdrol krijgt toebedeeld als veroorzaker van Europees absenteïsme op de plantages en het goeddeels mislukken van de Europese veldtochten tegen de marrons. De relevantie van het boek zit niet in deze wat willekeurig aandoende pagina's (pp. 471- 475). Interessanter is het idee van een mondiale verbondenheid sinds de Columbiaanse Uitwisseling, en dat deze uitwisseling nog steeds gaande is. In dit global history-perspectief gaat het niet om een eenzijdige beïnvloeding, maar om een wederkerig proces waaraan niet alleen de Atlantische kustregio's, maar ook die aan de Pacific deelhebben.


Charles C. Mann, 1493; Hoe de wereld zich ontwikkelde na de ontdekking van Amerika. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2011. 688 p., isbn 978 90 46810 34 7, prijs € 34,95.

[uit Oso 2012,1]

woensdag 24 oktober 2012

Antonio Cisneros (1942-2012) herdacht

 Op 6 oktober overleed de Peruaanse dichter Antonio Cisneros. In Nederland is er geen aandacht aan zijn overlijden besteed; daarom haalde Jan H. Mysjkin voor De Contrabas een recensie uit 1982 uit zijn archief, waarin hij de toen net verschenen bundel Kommentaren en kronieken (verschenen bij Marsyas, vertaald door Theo Hermans) besprak voor De Morgen/Vooruit. Een zo uitgebreide recensie, in een landelijke krant. Dat waren nog eens tijden.

Klik hier voor ‘De vaders van de vijand zijn ook onze vaders’ - Het verminkte vlees van Antonio Cisneros

maandag 15 oktober 2012

Weinig topuniversiteiten in Latijns-Amerika

Latijns-Amerika doet het slecht in de wereldwijde ranglijst voor universiteiten samengesteld door de Britse krant The Times. Slechts vier Latijns-Amerikaanse instituten weten een plaats te bemachtigen in de top 400. Verreweg de meeste topuniversiteiten bevinden zich in de Verenigde Staten. Aziatische universiteiten zijn in opmars, maar Latijns Amerika blijft achter.
Foto © Michiel van Kempen

Hoewel Brazilië de zesde economie van de wereld is, en Mexico de veertiende, staat geen enkele universiteit uit deze landen in de top 100. De beste positie is voor de Universiteit van São Paulo, op plaats 158. De Campinhas Universiteit, eveneens uit Brazilië, staat tussen de plaatsen 251 en 275. De Colombiaanse Andes Universiteit en de Nationale Autonome Universiteit van Mexico staan aan het eind van de lijst: tussen de plaatsen 351 en 400.

Azië heeft, ter vergelijking, 22 universiteiten in de top 200, en 56 in de top 400. Volgens een medewerker van de Times-ranglijst maken Aziatische instituten een ''grote opmars''. Ook Nederlandse universiteiten doen het beter dan voorgaande jaren. Het is opvallend dat er geen enkele universiteit uit Argentinië, Peru, Venezuela of Chili in de ranglijst staat. Suriname en Curaçao komen er ook niet in voor.

[Bron: MercoPress]

vrijdag 20 juli 2012

Het Spaans van Latijns-Amerika en de Cariben (VI en slot)

door Fred de Haas

De strijd tussen het Spaans en het Quechua
Huascar, de 12de keizer van de Inca's

Toen de Spanjaarden onder leiding van Pizarro de Inca’s in Perú, dank zij de burgeroorlog tussen de aanhangers van Atahuallpa en zijn halfbroer Huascar, hadden verslagen, brak er een taalstrijd uit tussen het Spaans en de ‘lengua general’ (de algemene taal) die door de Inca’s werd gesproken, het Quechua. Het Quechua had één groot nadeel: het was geen geschreven taal. In 1550 had Karel V (in Spanje heet hij Carlos I) de eerste wet uitgevaardigd met betrekking tot het onderwijs in het Spaans (Castellano): ‘Como una de las principales cosas que Nos deseamos para el bien de esa tierra es la salvación y instrucción y conversión a nuestra santa fe católica de los naturales de ella y que también tomen nuestra policía y buenas costumbres; y así tratando de los medios para este fin se podrían tener, ha parecido que uno de ellos y el más principal sería dar orden como a esas gentes se les enseñase nuestra lengua castellana, porque sabida está, con más facilidad podrían ser doctrinados en las cosas del Santo Evangelio y conseguir todo lo demás que les conviene para su manera de vivir’. (vert. ‘Als een van de voornaamste dingen die wij willen voor het welzijn van dat land is de verlossing van de inheemse bevolking door het onderwijs in en de bekering tot ons heilige katholieke geloof en dat zij ook ons bestuur en goede gewoonten overnemen; en met betrekking tot de middelen die voor dit doel aangewend zouden kunnen worden leek het dat een van die middelen en wel het voornaamste zou zijn bevel te geven dat die mensen moeten worden onderwezen in onze Kastiliaanse taal, omdat het bekend is dat ze zo makkelijker zouden kunnen worden geïndoctrineerd in zaken van het Heilige Evangelie en verder alles zouden kunnen verkrijgen dat geschikt is voor hun manier van leven’).
Karel V

In de tweede helft van de 18e eeuw werden er zelfs wetten uitgevaardigd tegen de Quechua taal- en cultuur. Maar de kennis van het Spaans bleef gering en als de mensen al Spaans spraken dan was het duidelijk te horen dat hun moedertaal Quechua was. Aan het eind van de negentiende eeuw sprak meer dan 80% van de bevolking van Perú Quechua. In de tweede helft van de 20e eeuw sprak 60% zowel Quechua als Spaans en 40% alleen maar Quechua. In sommige gebieden, bijvoorbeeld in de Argentijnse provincie Salta en de Mantaro vallei in Perú, had het Spaans duidelijk de invloed ondergaan van de taalstructuur van het Quechua. Als men in het Spaans zei ‘ik ga naar het huis van mijn moeder’ dan vertoonde die zin de kenmerken van het Quechua: ‘De mi mama en su casa estoy yendo’ (= van mijn moeder naar haar huis ben ik op weg). In correct Spaans zou men hebben gezegd: ‘Voy a la casa de mi mamá’. Een ander voorbeeld is het gebruik van ‘qué haciendo’ (wat doende) en ‘qué diciendo’ (wat zeggende) in de betekenis van ‘hoe’ en ‘waarom’: ¡ Qué diciendo te ponés el saco! Waarom trek je dat jasje aan! Of: ‘No sé qué diciendo les dije que no iría’ (ik weet niet waarom ik hun vertelde dat ik niet zou gaan).

Oorspronkelijke inheemse talen

Bij de volkstelling van 2005 bleken er in Colombia 87 volken te wonen die behoorden tot 13 taalfamilies en 64 talen spraken. Dit betrof ongeveer 3% van de bevolking. Meer dan één miljoen. In Ecuador spreekt 1% van de bevolking 12 inheemse talen. In Perú spreekt 16% Quechua en 3% Aymara. Bolivia heeft een bevolking die voor 50% inheems is. Ongeveer 25% spreekt Quechua (± 2 miljoen) en 18% Aymara (± 1½ miljoen). U begrijpt dat men indertijd bij de onafhankelijkheid gekozen heeft voor het Spaans als de verbindende taal, de lingua franca. Heden ten dage zijn het Quechua en het Aymara bedreigde talen. Luistert u maar naar: Quechua y Aymara en peligro en Perú y Bolivia, you tube. Als u een klein meisje uit Ayacucho in Perú in Quechua wilt horen zingen, tikt u dan de volgende link in: peru,ayacucho,niños cantando en quechua, you tube. Of wilt u een lesje Quechua? Tik dan in uw browser de volgende link: Quechua Lesson - Runasimi Part I of II, you tube. Als intikt: Las Lenguas del Perú (1/2), you tube, dan zal u verwonderd zijn over het aantal inheemse talen dat in Perú nog wordt gesproken.

Spaans in het Andesgebied

Over het algemeen wordt in het Andesgebied de eind-S in een woord wel uitgesproken. De dubbele L wordt een Y (YEÍSMO). De dubbele R klinkt weer als een zachte ZR. ‘Carro’ wordt [cazro]. Natuurlijk zijn er ook tal van woorden uit het Quechua overgenomen. Leuk om te weten is dat ook het woord ‘Ñapa’ uit het Quechua komt en ‘toevoegsel’ betekent. Een goedgekozen naam voor de bijlage van de Curaçaose krant de Amigoe di Curaçao. In een land als Colombia spreekt men behalve het Spaans van het Andesgebied (español andino serrano) op zijn minst drie andere ‘soorten’ Spaans: het Spaans van de kuststreek (español costeño), het Spaans van het Amazonegebied (español amazónico) en het Spaans van de llanos (español llanero). Het Spaans van het kustgebied heeft veel overeenkomst met het Spaans van het Caribisch gebied. Een D tussen twee klinkers wordt niet of nauwelijks uitgesproken : ‘cansada’ (moe) wordt [cansaa]. Ook is er een sterke neiging om neusklanken te maken: ‘también’ (ook) wordt [tangbyeng]. De S verdwijnt vóór een medeklinker en wordt uitgesproken als een ‘H’: ‘costeño’ wordt [coHteño). In het Andesgebied (Ecuador, Perú, Bolivia) laat men de klinker tussen twee medeklinkers vallen: dientes wordt [dient’s]. De RR klinkt weer als een zachte SR: ‘carro’ wordt [cazro]. Het gebruik van Usted en Ustedes voor ‘je, jou’ is wijdverbreid. Verkleinwoorden vind je op –ito en heel veel op –ico, in woorden waar de gewone Spanjaard dit nooit zou gebruiken: In plaats van ‘Eso’ (dat) hoor je vaak ‘esito’ (lett: ‘datje’), ‘allá’ (daar) kan makkelijk ‘allacito’ lett: ‘daartjes’) worden en als iemand iets goed heeft uitgelegd dan heeft ie dat ‘bien’ (goed) of ‘biencito’ (lett: ‘goedjes’) gedaan. ‘No más’ wordt te pas en te onpas gebruikt, als een stoplap: ‘Aquí no más vivo’ (hier woon ik), ¿qué no más debemos hacer? (wat moeten we doen?) .
Quecha sprekend gebied

Waar je in Colombia en Ecuador een zwakke uitspraak van de B, D en G vindt en een geaspireerde Jota [H], vind je in Perú en Bolivia juist een sterke B, D en G en een sterkere Jota. In Colombia wordt de S vaak als een H uitgesproken: nosotros wordt [nohotro], ‘una señora’ wordt [unaHeñora]. In Ecuador klinkt de S vaak als een Z:’los amigos’ wordt [lozamigos]. In het Amazonegebied vinden we weer andere manieren van uitspreken. ‘pescado’ wordt daar [pescato] en het wederkerend voornaamwoord ‘SE’ (= zich) wordt gebruikt bij elke persoon: ‘Voy a lavarse’: ik ga zich (= me) wassen; ¿vas a lavarse? : ga je zich (= je) wassen?

Het Spaans dat in de vlakten (llanos) wordt gesproken vertoont soms overeenkomsten met het Argentijns. Je hoort daar vaak ‘vos’ als persoonlijk voornaamwoord voor ‘jij, je’ of ‘u’, gevolgd door een zwakke verbuiging: ‘vos tenés’ (u heeft). Het gebruik van ‘Vos’, het zogenaamde ‘Voseo’ vind je in het hele Andesgebied en speciaal in Argentinië, Paraguay, Uruguay, Oost-Bolivia, Zuid-Mexico en Midden-Amerika. Je vindt er ook mengvormen: in plaats van ‘vos cantás’ kan je horen ‘tú cantás’, in plaats van ‘vos tenés’ ook ‘vos tienes’. Het Spaans van de Zuidelijke Latijns-Amerikaanse landen: Argentinië Met ‘zuidelijke landen’ worden hier speciaal bedoeld Argentinië, Paraguay en Uruguay. Let wel: men spreekt in die landen altijd over ‘El Paraguay’, ‘La Argentina’ en ‘El Uruguay’. Laten we ons nog als laatste bezighouden met Argentinië. We laten Chili, Paraguay en Uruguay hier buiten beschouwing. De Spanjaarden kwamen langs drie wegen Argentinië binnen: vanuit het Noord-Westen (het gebied waar het ‘español andino’ werd gesproken), vanuit Chili (waar het ‘español chileno’ met weer andere kenmerken werd gesproken) en vanuit Spanje regelrecht via de Rio de la Plata (met invloeden van Spaanse streektalen). In de 18e en 19e eeuw breidde het Spaans zich uit over heel Argentinië waarbij men zich in het taalgebruik ging richten op Buenos Aires. Het Spaans onderging invloed van het Quechua, het Guaraní (Paraguay) en de verschillende Europese talen die Argentinië binnenkwamen met de massa’s migranten sinds het midden van de 19e eeuw.
Argentijnse immigranten

Italiaanse immigranten

Honderdduizenden Italianen zijn geëmigreerd naar Buenos Aires en Montevideo. Aan het eind van de 19e eeuw bestond de helft van de Argentijnse bevolking uit Italianen die voorgoed hun intonatie op het Argentijnse Spaans hebben gedrukt. Als je een Argentijnse film bekijkt moet je voor de grap eens even je ogen dichtdoen en alleen luisteren Dan lijkt het of je in Italië bent. Zó Italiaans klinkt het Argentijnse Spaans. Er zijn natuurlijk ook veel Italiaanse woorden in de Argentijnse woordenschat te vinden. ‘Adiós Nonino’ bestaat uit een Spaans woord (adiós = dag) en een Italiaans woord (nonino = opaatje). Betekenis: ‘dag opaatje’. En heeft u wel eens opgelet hoe de Argentijn het woord ‘calle’ (straat) uitspreekt? Of het woord ‘Leyenda’ (legende)? Dat klinkt als [kasje] en [lesjenda]. Ernesto Guevara heette niet voor niets ‘El Che’.

Tenslotte

Ik hoop genoeg bomen te hebben weggehaald om het zicht op het bos toegankelijk te laten blijven. Toegegeven, het is een te gecompliceerde materie om het in een hapklaar artikel samen te vatten. Maar het zal zeker een paar vragen beantwoorden die u altijd als had als u luisterde naar de uitspraak van Venezolanen, Dominicanen, Argentijnen en talloze anderen. Op straat of in de liedjes die ze zongen. Wie niet in de gelegenheid is om al die accenten in zijn/haar omgeving te beluisteren, biedt You Tube uitkomst. Als u op Google intikt : 9 Acentos del Español / latinoam. en sus personajes celebres, Spanish accents, you tube dan kunt u luisteren naar de accenten van beroemde schrijvers, artiesten en sportlieden uit verschillende Latijns-Amerikaanse landen: Jorge Luis Borges (Argentinië), Pablo Neruda (Chili), Octavio Paz (Mexico), Guillermo Cabrera Infante (Cuba), Arturo Uslar Pietri (Venezuela), Gabriel García Márquez (Colombia), Mario Vargas Llosa (Perú) en o.a. Pedro Infante uit Mexico en Compay Segundo uit Cuba. Eén ding moge duidelijk zijn: taal is een zelfstandig groeiend fenomeen dat zich weinig aantrekt van wat mensen vinden hoe het ‘eigenlijk’ hoort. Het is heel menselijk om de ene manier van uitspreken ‘mooier’ te vinden dan de andere, maar alle manieren van uitspreken zijn evenwaardig. ‘Plat’ spreken is een andere zaak. Maar laten we niet te gauw iets ‘plat’ vinden. Zeker niet het Spaans van Rio de la ‘Plata’.