Posts tonen met het label Sranan(tongo). Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sranan(tongo). Alle posts tonen

donderdag 10 april 2014

A Historia fu Delayla

Onder het genot van een hapje en een drankje nodigen wij u uit voor de boekpresentatie van Krofaya Kromanti - A Historia fu Delayla.

“De geschiedenis van Delayla”, geschreven in het Sranantongo, is het verhaal van een onvoldoende geschoolde jonge vrouw, die geld ontvreemdde van haar familie, om gehoor te geven aan haar verslaving, “het casino.” Ondanks het feit dat zij haar naasten veel verdriet heeft aangedaan, is zij toch een positief voorbeeld geworden voor vrouwen en jeugdigen in haar omgeving. Uiteindelijk zag zij met de hulp van anderen in, dat zij degene was die zichzelf kon bevrijden van die verslaving. Het verhaal voert terug naar het prachtige Suriname, waar liefde, plezier, geloof en dood in elkaar overgaan.”

U bent welkom op
Datum: zondag 1 juni 2014
Atelier LerAmant
Zaansgroen 19, 2718 GL Zoetermeer
Telefoon: 06 51 939 976
Presentatie : Dr. Barryl Biekman

Programma
14.15 uur Inloop
14.45   uur Welkomstwoord: Wonny Stuger
15.00 uur Spiritueel moment: Nana Abrewa
15.10 uur Voordracht Krofaya Kromanti
15.20   uur Overhandigen eerste exemplaren aan:
·         Consul Generaal Republiek Suriname: Dhr. R. Lieuw a Sie
·         Drs. Gracia Blanker
·         Drs. Romeo Grot
·         Ronald Snijders
15.45 uur Borrel, warm hapje, gelegenheid tot koop en signeersessie
17.30 uur Afsluiting: Mavis Biekman


                               Vioolspel: Shauntell Baumgard



                                                               Kari       

Ondro a prisiri fu wan bita nanga wan switmofo wi e kari yu fu teki prati na a openbari fu a fosi buku fu Krofaya Kromanti - A Historia fu Delayla
                                                
“A historia fu Delayla na a tori fu wan uma di no kisi nofo skoro. Di e f’furu moni fu en lobiwan fu go prei ini casino. Ofskon a no ben libi dyadya, a tron wan bigi eksempre gi umasma nanga yonguwan ini a kondre. Te nanga langa Delayla ben kon syi dati en wawan kan dresi ensrefi. Yepi fu trawan ben de fanowdu. A tori e tyari yu go na Sranankondre pe lobi, bribi, prisiri nanga dede e tuka.”

Kon brasa mi nanga yu lobi tapu:
Sonde, juni wan, tudusuntinafo
Na: Atelier LerAmant
Zaansgroen 19, 2718 GL Zoetermeer
Dei-amrabasi: Dr. Barryl Biekman



Programa
14.15 yuru Waka-na-ini
14.45 yuru Kon-na-ini wortu: Sisa Wonny Stuger
15.00 yuru Wortu fu blesi: Bigi Sisa Nana Abrewa
15.10 yuru Wan tesi fu a wroko fu Krofaya Kromanti
15.20 yuru  Presenteri den fosi eksemplari na: A Consul Generaal fu Republiek Suriname:
·         Mneri: R. Lieuw a Sie
·         Drs. Gracia Blanker
·         Drs. Romeo Grot
·         Ronald Snijders
15.45 yuru Bita, wan switmofo nanga skrifbuku-uma marki-momenti
                               Ten fu bai wan buku, miti makandra
17.30 yuru Tapu: Sisa Mavis Biekman
                              

                                                 Finyoroprei: Pkinmisi Shauntell Baumgard

zaterdag 15 maart 2014

Standaardisering van het Sranantongo

Verrassend grote opkomst Moedertaaldag - Sranan bakadina

door Ludwich van Mulier

Amsterdam. De lente van 2014 maakte op de Moedertaalmiddag korte metten met de zachte winter. Het zonnige weer bracht veel Surinamers op de been op zondag 2 maart. Ruim meer dan honderd aanwezigen brachten met gepeperde folklore ode aan de Surinaamse taal “Het Sranantongo”. De spreektaal was Sranantongo. Urenlang volgden de aanwezigen,  veelal hoog opgeleiden,  geboeid de boodschappen van diverse sprekers en acteurs. Verschillende aspecten van de lingua franca van Suriname – het Sranantongo - werden spontaan belicht. De sfeer was fabuleus mede door de efficiënte leiding van de moderator Flos Rustveld (Firi FM),  Henna Goudzand-Nahar, en de liefelijke aankondigingen door dichteres/ tv-presentatrice  Margo Morrison. Cultuurkenner Romeo Kotzebue verzorgde de muzikale omlijsting, met originele  uitleg over enkele verkeerd gezongen volksliederen, die achteraf bezien een veel diepere historische inhoud hebben. De sfeer was nostalgisch, vooral door het spontaan meezingen van de  aanwezigen, die blijk gaven de  Sranan liedjes van weleer  niet vergeten te zijn. De saamhorigheidssfeer  kreeg een extra dimensie door de vele aanwezige  prominenten zoals Ronald Snijders,  die zelf de marketing van zijn nieuwste imposante biografische compilatie muziek-Box kwam afwikkelen.
 
Kwasi Koorndijk
De alom gerespecteerde dr. Kwasi Koorndijk werd geïnterviewd  over zijn benadering van het authentieke Sranantongo. Hij  benadrukte dat de eigen keuzes van de bevolking de doorslag geven in welke richting het Sranan zich ontwikkelt. Romeo Grot, een van de eerste  romanschrijvers in het Sranantongo, was aanwezig  met een boekenstand, Thea Doelwijt (schrijfster/regisseur), Ra Pengel (radio Mart), Simone Spong (Club Paradise), Henk de la Parra ( de broer van cineast/regisseur Pim de la Parra), taalpsychologe Margo Faverey, Merril Budel (taalkundige), Iléne Themen (beeldend kunstenaar), het spiritueel duo van stichting Akasha Raymond en Yacintha Kemble, bouwkundige Eugene Weinaldum, om voor een impressie van het Sranan-netwerk maar enkele namen  te noemen, gaven blijk van hun interesse in het versterken van het Sranantongo.

Woordenlijst en samenspraak, van Emilio Meinzak
Het is de hoogste tijd om van onderen op een duurzaam proces te starten onder alle Sranan sprekers in en buiten Suriname om de status van het Sranan te verhogen door eenduidigheid in de spreek- en schrijfwijze. Ook zal het emancipatieproces  door o.a. praktische toepassingen in het openbare leven (onderwijs/ aanwijsborden/ in het parlement) en standaardisatie, de Surinaamse overheid moeten stimuleren om het Sranantongo een waardige positie te gunnen naast de wettelijk officiële taal, het Nederlands (ABN).  Max Sordam en Ludwich van Mulier (uitgever Masusa)  zijn eind 2013 een productietraject  gestart, van een nieuw  Standaardwoordenboek Sranan-Nederlands/ Nederlands –Sranan, dat erin voorziet eerdere woordenboeken (van SIL, van der Hilst, Blanker, Meinzak, Sordam, Bureau Volkslectuur)  officieel te integreren in een nieuw Grootwoordenboek Sranan. Evenals in het Nederlands (ABN),  de “Dikke van Dale, het standaardwoordenboek der Nederlandse taal, een centraal referentiepunt is, waarvan uit een bindend gezag uitgaat, zou er ook gestreefd kunnen worden naar een respectvolle  “Dikke Sordam”- standaardwoordenboek Sranantongo -  dat algemeen erkend en daadwerkelijk nageleefd wordt. Alle aanwezigen waren het er roerend  mee eens dat het nu de hoogste tijd is dat het Sranantongo een  gezaghebbende schrijfwijze en feitelijke toepassing (literaire aanmoediging) krijgt. Het standaardwoordenboek Sranantongo beoogt de kwalitatieve inbreng van alle native speakers te integreren.


Alle Surinamers kunnen een bijdrage leveren, daar zij als unieke producenten van het Sranan (moedertaalsprekers), behoren tot het soevereiniteitsgebied (taalpolitieke machtspositie; volgens Jean Bodin) van de nationale taal, aldus ik, Van Mulier. Hij vergeleek in zijn kritische inleiding de taal-soevereiniteit met de soevereiniteit (zelfbeschikkingsrecht) van het menselijk lichaam, dat elk individu het recht geeft over zijn/haar  eigen lichaam te beslissen. Parallel aan die medische lichamelijke soevereiniteit,  erkennen we ook het gezag van de medische wetenschap. De dokter kan ons niet verbieden een oso-dresi, voedingssupplementen, preventieve kruiden,  te gebruiken wanneer we ziek zijn, omdat wij de baas van ons eigen lichaam zijn. Zo is het ook met de taal, waarover wij native speakers de baas zijn; hoezeer anderen (taalkundigen, filologen, dichters, schrijvers) ook legitiem een kwalitatieve bijdrage kunnen leveren.

Derek Bickerton
De  wereldvermaarde Amerikaanse schrijver James Baldwin (1924-1987) benadrukte in het begin van de jaren zeventig te Amsterdam - in gesprek met de auteurs Jules Niemel, Gerrit Baron en Ludwich van Mulier - dat Surinamers het unieke van hun saamhorigheid als volk en natie moeten inzien. Hij noemde een aantal specifieke aspecten dat die unieke taal-soevereiniteit (hoogste gezag) bevestigde en bestendigde. In politieke zin, is Suriname (de Guyana ’s) het enige vasteland ter wereld buiten Afrika, waarin zwarte mensen met Afrikaanse roots cultureel gezag produceren en politieke macht hebben. Die positie moeten wij – afstammelingen uit Afrika, India, Azië - inzien, behouden en koesteren als” bijvangst” (neveneffect door eigen inbreng) van onze nationale Europese wordingsgeschiedenis. Ook prees James Baldwin het Surinaamse volk dat zich van anderen linguïstisch onderscheidt, doordat het gepresteerd heeft zelf  een unieke taal te hebben gemaakt. De creooltaal (mengtaal) Sranantongo werd door de vermaarde taalkundige Derek Bickerton (Hawaï) , qua compositie, de mooiste creooltaal genoemd.

Herman Wekker
Door in het standaardwoordenboek Sranantongo ook een uitgebreide etymologie (woord herkomst/geschiedenis) en fonologie (klanksysteem/ uitspraak) op te nemen, zal het woordenboek in omvang - tekst en pagina’s - toenemen; vandaar de koosnaam naar analogie van het ABN, “dikke” Sordam. Er zal door de nieuwe redactie worden uitgegaan van het Woordenboek van Max Sordam,  geautoriseerd  door Sranan Akademiya in Suriname, dat in 1984 verscheen en sindsdien meerdere malen is herdrukt. De uitgave van het standaardwoordenboek  Sranantongo wordt verwacht in november 2014. De benadering van het  standaardiseringsproces op basis van het herzien en herdrukken van Max Sordams oorspronkelijke woordenboek  is tevens een eerbetoon aan Max Sordam, die zich als taalkundig pionier en moedertaalspreker, beijverd heeft het Sranantongo te beschrijven vanuit de praktische noodzaak.
Max Sordam met zijn nichtje Nzinga Sordam
op het Kwaku Festival, Amsterdam 2013

Hij werd daartoe o.a. geïnspireerd door prof. Herman Wekker, prof. P. Muyskens [bedoeld is Pieter Muysken – red. CU],  prof. G. Koefoed [bedoeld is dr. Gerrt Koefoed- red. CU], het Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek IBS, de Sranan Akademiya, wijlen prof. Herman Wekker taalkundige/Engels en Ludwich van Mulier, aldus Max Sordam. Alle internationale bevoegden in de taalwetenschap, kenners van het Sranantongo, zijn uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan het standaardiseringsproces van het Sranan, waarvan de auteursrechtelijke monitoring in Surinaamse handen blijft zoals het betaamt.

[persbericht van Van Mulier; alle taalfouten verbeterd – red. CU] 

zaterdag 8 maart 2014

Johanna Schouten-Elsenhout - Uma/Vrouw

 Uma


Noti no hei so
Lek' a sten
D' e bari
In' dyugudyugu f' a dei

A sten moi
A krakti
A n' abi farsi
Wins' tranga winti
E seiri èn kon

Uma i hei
Y' e brenki
I n' e kanti
A mindri strei
F' aladei

[Sranan]



 
Kotomissie, ca. 1910. Foto van Augusta Curiel, SSM.

Vrouw


Niets is zo verheven
Als die stem
Die roept
In de drukte van de dag

Die stem is mooi
Zij is krachtig
Zij bezit geen valsheid
Ook als de sterke wind
Haar aan doet zeilen

Vrouw je bent verheven
Je schittert
Je geeft niet op
Te midden der strijd
Van alledag

[Uit Spiegel van de Surinaamse poëzie, 1995, vertaling: Michiel van Kempen]



zaterdag 22 februari 2014

Sranantongo Bakadina

Eren van en pronken met het Surinaams

Een programma rond het Surinaams in verband met Internationale Moedertaaldag met o.a. presentatie boek en cd van Flos Rustveld Wan gro-ede kon gi Maria, een vertaling van Slaaf kindje slaaf geschreven door Dolf Verroen,

Opvoering van een fragment uit het toneelstuk Kophonger van Frank Wijdenbosch.

Taalspel over het Surinaams tussen twee teams met hulp van de zaal.

Muzikale omlijsting door Romeo Kotzebue en Krin Sten.

Columns, gedichten en interviews van en met o.a. Stuart Rahan, Kwasi Koorndijk, Ludwich van Mulier en Margo Morrison.

Loterij en Surinaamse keuken.

Datum: zondag 2 maart 2014
Tijd: 15.00 uur (inloop 14.30)
Toegang: 5 euro
Adres: Vereniging Ons Suriname
Zeeburgerdijk 19 A
1093 SK Amsterdam
Orga:FiRi FM & sympathisanten:06-40321238
Zondag vrij parkeren


Flos Rustveld (rechts) wordt bij de Vereniging Ons Suriname
omhelsd door Gracia Blanker, mede-auteur van het Spectrum
 Woordenboek Sranantongo. Foto Michael Bhola

Gi Sranantongo grani, taki en, singi en, prodo nanga en prey nanga en.

Fu grontapu mamatongodey ede, un e hori wan Sranantongo Bakadina. Na kuru kuru un o abi:
Kon na doro fu a buku nanga poku :"Wan gro-ede gi Maria"-wan tori fu Dolf Verroen skrifi na patatatongo. A kari en: Slaaf kindje slaaf. Sisa Flos Rustveld broko en kon na Sranantongo. 

Wan pisi fu a preypisi fu Frank Wijdenbosch, kari Kophonger

Sabi yu tongo, 2 Tetey fu 3 suma o fiya suma e basi a tongo moro bun .

Poku anga singiman, brada Romeo Kotzebue, Krin Sten

Prakseri, bari puru nanga aksi piki, Brada Stuart Rahan, Brada Kwasi Koorndijk, Brada Ludwig van Mulier nanga Sisa Margo Morrison

No lasi skin gi Krioro kukru nanga wan fiya prey o de.

Deymarki: Sonde baka-yari mun,03 2014
Yuru: 15.00 yu (14.30yu waka kon
Madyomina: 5 euro
Tanpresi: Verenigingsgebouw Ons Suriname'
 Zeeburgerdijk 19A
 1093 SK Amsterdam
Orga: Firi FM nanga kraka fu atifiri staman.
Sisa Flos Rustveld: 06-40 32 12 38
Fu tapu yu presi na fesi poti a moni na
NL68 INGB 0005981950 F.R. Rustveld

zaterdag 1 februari 2014

Celestine Raalte - Puwema

Mi sdon ini a son e brenki
mi awarakoko fingalinga
m’e frifi en t’a kba m’o weri
en na mi fingalingafinga

den frafra geri krerekrere
nanga bogobogo anga lanpu
e gro leki trutru tru konpe
na sey a frustu broko skotu

bifo mi opo mi gorogoro
f’ bar’ tak’dyaktikakalaka
e koyri lek’ ba kownu a prasi

pakanifowru e strey lon
nanga a kayakayakaka
f’ swar’ a dyakti kakalaka


[verschenen als 'Klankgedicht' op de blogspot van de Schrijversvakschool Paramaribo]






maandag 27 januari 2014

Trefossa en taal

Trefossa
door Els Moor

‘Levenslust is ’t heenstappen over kleine dingen. Trefossa en taal’ Deze titel van de zesde Trefossa-lezing door Lila Gobardhan-Rambocus is intrigerend. Het leven van een mens is verweven met taal en dat geldt op  bijzondere  wijze voor schrijvers en vooral dichters. Voor hen is de taal behalve een middel tot communicatie, vooral  een middel tot verdieping van onze blik op het leven. Een aspect dat duidelijk tot uiting komt in de poëzie van Trefossa.

Ik verwachtte dan ook een lezing waarin Lila Gobardhan dit verschijsel met voorbeelden uit het werk van Trefossa zou toelichten en uitdiepen. Dat gebeurde niet: de hoofdlijn van de lezing was de biografie van Henri Frans de Ziel, waarbij zijn omgang met de taal slechts incidenteel aan de orde kwam. Ze besteedde aandacht aan de positie van het Nederlands dat steeds meer ‘eigen’wordt vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw, vooral na de taalconferentie in 1963-64, maar dat heeft niet zoveel met de poëzie van Trefossa te maken.

A.C.W. Staring
Overigens was Trefossa naast een Surinaamse dichter ook een echte Nederlander. Zijn favoriete dichters zijn dan ook Nederlanders, zoals A.C.W. Staring (1767-1840) in zijn tijd een moderne dichter met een krachtig vormgevoel, wat Trefossa ook heeft. Wat hij zelf doorleeft, wil hij uitdrukken in een adequate taalvorm.  Trefossa combineert wat hij bewondert in Hollandse dichters met eigenheid; hij geeft de ‘eigen taal’, het Sranan, een grote poëtische kracht. Zijn poëziebunde Trotji verscheen in 1957 en heeft een enorme stoot gegeven aan de opwaardering van het Sranan als literaire taal. Een belangrijk stap naar ‘eigenheid’ die in de zestiger jaren een doel is van een aantal schrijvers en dichters, bijvoorbeeld Dobru. Dit aspect komt wel aan de orde in de lezing.

Trefossa is ook de bewerker van het Surinaamse volkslied, vooral van het tweede couplet in het  Sranan waar hij ook meer durft dan in het stijve eerste couplet. ‘Werkend houden w’in gedachten’ is heel wat anders dan ‘Strey de f' strey, wi no sa frede’! Lila Gobardhan heeft het wel over de stijfheid van het Hollandse couplet van het volkslied, maar een voorbeeld komt niet aan de orde. 

Zo is het ook jammer dat de mooie analyse van het gedicht ‘Bro’ door Hein Eersel in het eerste nummer van het tijdschrift Mutyama (1990), een themanummer over Trefossa, na wan njoen kari niet aan de orde komt. Eersel geeft aan dat tussen droom en werkelijkheid de poëzie echt bloeit. Het gedicht ‘Bro’gaat over een stille kreek:


bro

no pori mi prakseri nojaso,
no kari mi foe loekoe no wan pe,
tide mi ati trusu mi foe go
te na wan tiri kriki, farawe.

no tak mi na lon mi wan lon gowe
foe di mi frede stré èn kré nomo,
ma kondre b’bari lontoe mi so te,
san mi moe doe? mi broedoe wani bro

na kriki-sé dren kondre mi sa si,
pe ala sani moro swit lek dja
èn  skreki- tori no sa trobi mi.

te m’drai kon baka sonten mi sa tron
wan pkinso moro betre libisma,
di sabi lafoe, sabi tja fonfon.

[uit Trotji, 1957]

...want tiri kriki, farawe... Foto © Lex Ensing


Hein Eersel laat in zijn artikel zien hoe Trefossa niet alleen het Sranan heeft opgewaardeerd als literaire taal ten opzichte van het Nederlands, een soort Surinaamse renaissance dus, maar ook dat er met het Sranan een grote literaire kwaliteit bereikt kan worden met veel diepte.  Hij laat ook de historische lading van een aantal woorden zien uit de geschiedenis van ‘katibo’; met woorden als ‘troesoe’, ‘lon go’, ‘frede’, ‘kré’, ‘trobi’ en vooral ‘fonfon’ brengt hij de lezer terug naar de beleving van de slavernij, en dat in combinatie met de ‘moderne slavernij’ van het dagelijks leven.Vandaar ook‘skreki tori’ in de derde strofe. Een gedicht dat de diepte ingaat, in het Sranan… maar wel een sonnet, een vorm die stamt uit de Europese renaissance.  Prachtige ‘moksi’ dus: een vorm uit de werelliteratuur en taal, beelden en ritme uit de eigen cultuur en geschiedenis!

Zulke analyses had ik verwacht in de lezing over Trefossa en taal. Helaas bestond de lezing bijna helemaal uit feitelijkheden uit het leven van de dichter, niet in een ‘drenkondre’. Wat is een gedicht volgens Trefossa? In zijn gedicht ‘wan troe poewema’ laat hij het zien: ’wan troe poema na wan skreki sani / wan troe poewema na wan stré te f’dede / wan troe poewema na wan tra kondre, / pe joe kan go / te joe psa dede fosi  […]
De besproken feiten zullen de meesten van de aanwezigen wel gekend hebben. Mijn collega’s en ik wel tenminste, terwijl je van creatieve analyses van Trefossa’s gedichten altijd weer leert, over het Sranan, over creativiteit met taal. Je stapt over ‘kleine dingen heen’en  ontdekt grote!

zondag 5 januari 2014

Vroegste Sranan Tongo boekje. Pieter van Dyk (1765)

Nieuwe en nooit bevoorens geziene Onderwyzinge in het Bastert, of Neeger Engels, zoo als het zelve in de Hollandsze Colonien gebruikt word… Door Pieter van Dyk. Amsterdam: Gedrukt bij de Erven de Weduwe Jacobus van Egmont,  ca. 1765.

door Carl Haarnack

In deze rubriek hebben we tot op heden nog weinig ruimte geboden aan een belangrijke categorie boeken uit de Surinaamse bibliotheek; boeken over de taal. Het zal duidelijk zijn dat de officiële taal in de kolonie Suriname ook in de 18e eeuw Nederlands was. Nederlanders, Duitsers, Sefarische Joden, konden op de één of andere wijze wel uit voeten met het Nederlands, Duits of Frans. Maar de overgrote meerderheid van de bevolking, zo’n 50.000 in getal, bestond uit slaven die uit uiteenlopende (taal-)gebieden in Afrika in Suriname waren samengebracht.




In de 17e eeuw was Suriname niet alleen een multi-etnische, maar ook een veeltalige samenleving waarin verschillende Afrikaanse-, Europese- en Amerindiaanse talen gesproken werden. Vanaf de tweede helft van de 17e eeuw ontwikkelde zich een lingua franca die bestond uit een mengeling van  deze Afrikaanse- en Europese talen. Dat deze ‘contacttaal’ veel meer werd gesproken dat de Europese talen is een logisch gevolg van de getalsverhoudingen van de verschillende bevolkingsgroepen. Zo leefden er in 1787 ongeveer 10.000 mensen in de stad Paramaribo. Hieronder bevonden zich 1350 Europeanen (inclusief 615 Sefardische en 430 Ashkenazische joden), 650 vrije mensen van Afrikaanse komaf en zo’n 7 tot 8 duizend Afrikanen die in slavernij werden gehouden. In verhouding waren er in de stad dus 4 maal zoveel mensen van Afrikaanse komaf dan Europeanen. Op de plantages was deze verhouding zelfs 24:1.


zaterdag 2 november 2013

Geslaagde bijeenkomst SDSG te Amsterdam

"Werken aan geestelijk welzijn Surinamers belangrijk"

door Ludwich van Mulier

Amsterdam 27 oktober 2013. Het Surinaams Dichters- en Schrijversgenootschap dankt iedereen die aanwezig was voor de inhoudelijke bijdragen. Op korte termijn wil het SDSG-opgericht in 1999 - vernieuwingen doorvoeren in het bestuur, aldus voorzitter Ludwich van Mulier, die uitleg gaf over het functioneren over de landelijke organisatie voor Surinaamse letterkunde & kunst. Winston Loe (leraar/dichter/schrijver)en Eugenia Smits (Lerares/Jeugdliteratuur/dichteres), voorgestelde kandidaat-bestuursleden, droegen voor uit eigen werk. De aanwezigen brachten eerbetoon aan de inleider Max Sordam. Max Sordam, Sranantongo deskundige, deed de mededeling dat er samen met het SDSG gewerkt wordt aan het standaardwoordenboek Sranan, dat op korte termijn verschijnen zal. Ludwich van Mulier is reeds geruime tijd bezig met de voorbereidingen voor de heruitgave van het Sranan woordenboek van Max Sordam, dat onder auspiciën van de Sranan Akademiya /Paramaribo, met o.a. medewerking van drs Hein Eersel werd uitgegeven. Er wordt gestreefd naar een standaardwoordenboek met etymologie, fonologische informatie en syntaxis; geredigeerd door voor het leven benoemde redacteuren, op basis van de versie van het woordenboek van de icoon Max Sordam. Naar analogie van het standaardwoordenboek Nederlands; de "Dikke Van Dale"-Nieuw handwoordenboek der Nederlandse Taal, zal gewerkt worden naar de Surinaamse "Dikke Sordam", waarin de verschillende uitgaven van diverse deskundigen zullen worden geïntegreerd. Taalbeschrijving en standaardisering worden niet van bovenaf opgelegd, maar zijn processen die door deskundige begeleiding kunnen uitmonden in algemene erkenning, toepassing en prestige. De aanwezigen waren het met Max Sordam eens dat er een eind moet komen aan de verschillende schrijfwijzen van het Sranan en dat de adviezen en richtlijnen van de Sranan Akademiya, gesanctioneerd door meerdere regeringen, zullen worden gevolgd.
Max Sordam. Foto © Guilly Koster

Het SDSG riep op om met zijn allen te werken aan het geestelijk welzijn van het Surinaamse volk, dat in een impasse is komen te verkeren. Dit is mogelijk door o.a. de Surinaamse dichters en schrijvers aan te moedigen ende letterkunde ,meer en gericht te promoten; dat is immers een van de doelstellingen van het SDSG. Er wordt door het SDSG intern onderzoek gedaan naar de postume loutering van Prof. dr. Herman Wekker en prof. dr. Rudolf van Lier, pleitbezorgers van de Surinamistiek. Ex-bestuurslid, schrijfster Mechtelly Tjin A Sie werd ook genoemd als icoon/ ex-bestuurslid van het SDSG en medeoprichtster van Schijversgroep 77, die nooit vergeten zal worden en gepast zal worden geëerd voor haar bijdragen aan de Jeugdliteratuur. Surinaamse dichters en schrijvers in Suriname en Nederland, en belangstellenden in de Surinaamse letterkunde en Surinamistiek worden opgeroepen zich aan te sluiten bij het SDSG. U bent allen van harte welkom. telefoon: 0626876887; masusaworld@gmail.com.

zaterdag 26 oktober 2013

‘Unu taki Sranantongo bun, unu taki en na fasi’

door Jerry Dewnarain
Eddy van der Hilst

Het Sranan is de eerste Surinaamse taal waarvan de spelling werd geregeld. In 1960 bracht een commissie een advies uit met voorlopige regels. Deze regels werden in hetzelfde jaar in resolutievorm door de regering overgenomen. Er was echter binnen deze commissie een verschil van mening tussen taalkundigen en onderwijskundigen over de spelling van de /u/-klank. De eerste groep wilde het u-teken gebruiken, terwijl de tweede groep de tekencombinatie /oe/ voorstelde. In 1984 en 1986 zijn door de toenmalige minister van onderwijs spellingcommissies ingesteld voor het Sranan, het Sarnámi, het Surinaams-Javaans en het Kali’na (het Karaïbs). In 1986 resulteerden de rapporten van de eerste drie commissies in spellingresoluties. Het was de bedoeling dat de spellingen van de verschillende talen op elkaar zouden worden afgestemd. Daarom waren in de spellingcommissies leden van de ene commissie opgenomen in een andere. Eddy van der Hilst heeft met de verschijning van zijn boek De spelling van het Sranan. Hoe en waarom zo (2008) mijns inziens duidelijk het gebruik van de /u/-klank beargumenteerd en taalkundig uitgelegd. Intussen raakt het gebruik hiervan steeds ook meer ingeburgerd. Het schrijven en het spreken van het Sranan laat echter nog veel te wensen over. In dit boek behandelt Van der Hilst dus de spelling van het Sranan en hij ontrafelt vele spellingkwesties van het Sranan. Een mooi voorbeeld zijn de regels voor het aaneenschrijven van samenstellingen. Door zijn eenvoudige en duidelijke uitleg ebt Van der Hilst de willekeur in de schrijfwijze van de samenstellingen weg. Regels hoeven niet meer uit het hoofd geleerd te worden, hoe iedere samenstelling geschreven moet worden en de gebruiker van het Sranan is zelfs niet afhankelijk van een Sranan ‘Groene Boekje’ (p. 89/90).
 
Foto @ M1
In augustus 2013, vijf jaar na verschijning van zijn spellingboek voor het Sranan, geeft deze Sranankenner een grammaticaboek uit van het Sranan: Taki Sranantongo bun. De grammatica van het Sranan deel 1. Volgens Van der Hilst heeft grammatica te maken met het wezen van de taal zelf. Het heeft te maken met hoe, in welke volgorde, de woorden aan elkaar geregen moeten worden en hoe zij uitgesproken dienen te worden om er een bepaalde betekenis aan te geven. Dus ook: welke volgorden en uitspraakwijzen verboden zijn of geen betekenis hebben. De zin ‘Mi na radyo wan nyun singi yere’ heeft geen betekenis, omdat de volgorde waarin de woorden aan elkaar geregen zijn, niet voldoet aan de door de Sranan grammatica voorgeschreven regels. De grammatica van het Sranan zegt immers dat de volgorde van een zin is: eerst de handelende persoon, dan wat er over de persoon meegedeeld wordt, dan wie of wat daar direct bij betrokken is en dan de bepaling van plaats ingeleid door het woordje ‘na’. Wordt deze volgorde gebruikt, dan ontstaat de zin: ‘Mi yere wan nyun singi na radyo.’ De volgorde voldoet nu aan de grammaticaregels van het Sranan en dus heeft de zin een betekenis. De grammatica is het geheel van regels van de taal zelf en dat zit in de hoofden van de moedertaalsprekers. Moedertaalsprekers passen deze regels automatisch toe. En omdat alle moedertaalsprekers dezelfde regels in hun hoofd hebben en gebruiken, kunnen ze elkaar verstaan.
De grammatica van het Sranan beregelt onder andere ook samentrekkingen. In het Sranan worden bij het spreken de woorden samengetrokken. Dit is geen kwestie van slordigheid of luiheid. In het Sranan hebben de samentrekkingen vaak een grammaticale functie, waardoor zij dus verplicht zijn. Over het algemeen geschiedt het samentrekken van twee opeenvolgende woorden door de eindklinker van het eerste woord en de beginmedeklinker van het tweede woord te laten wegvallen en de woorden zo tot een nieuw klankgeheel samen te voegen. De klinker van de zo ontstane nieuwe lettergreep wordt nu dubbeltoppig uitgesproken (p. 20/21). Dit is noodzakelijk om de hoorder aan te geven dat er iets is samengetrokken. Als door het wegvallen van de eindklinker een woord op een ‘n’ eindigt, betekent dit dat deze ‘n’ de beginklinker van die lettergreep is geweest en de klinker daarvoor een orale klinker is. Bijvoorbeeld: ‘A dagu ben wani beti mi’ wordt samentrokken als /A dagu ben wan bet mi/

Dark boy. Foto @ Nicolaas Porter

Van der Hilst werkt in zijn benadering van de spelling en grammatica van het Sranantongo duidelijk van binnenuit. Het zou totaal verkeerd zijn om een andere taal als uitgangspunt te hanteren, zoals vaak de Nederlandse grammatica wordt aangehouden om het Sranan op te toetsen. Wie dat doet belandt zonder meer op een dwaalspoor! Zo worden de bepalingen van plaats aan het eind van de zin geplaatst, voorafgegaan door ‘na’: ‘?Anita e wasi den krosi gi yu na yu oso.’ We zien dat de bepaling van plaats ‘yu oso’ is en door ‘na’ wordt voorafgegaan (p. 63). In dezelfde zin zien we ook dat het vraagteken (askimarki) vóór de zin is geplaatst. Dit leesteken wordt slechts bij de vraagzin zonder vraagwoord gebruikt en het staat vóór de zin of het zinsdeel dat de vraagintonatie krijgt (p. 33).
Kortom, Taki Sranantongo bun. De grammatica van het Sranan deel 1 is een duidelijk boek voor hen die het Sranan willen leren. Maar het is ook voor de Sranan moedertaalsprekers en voor hen die deze taal als tweede taal bezigen en de achtergronden van bepaalde grammaticale constructies willen leren kennen, begrijpen of verbeteren!

Eddy van der Hilst: Taki Sranantongo bun. De grammatica van het Sranan deel 1. Paramaribo: Suriprint N.V, 2013. ISBN 978-99914-7-237-9


Talen leven in het leven, maar ook in de wetenschap?


door Els Moor

Na lange tijd ontvingen we weer een OSO en wel half oktober 2013 het nummer van mei 2013. Jaarlijks is het mei-nummer voor een groot deel gewijd aan het colloquium dat in november van het jaar ervoor gehouden werd door de stichting Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek (IBS). In november 2012 was het thema ‘Taal Tori: Kultura den Boka’. Het uitgangspunt van het colloquium was dat taal levend is en dus verandert.

Drie artikelen zijn er waarin de Surinaamse taalsituatie een rol speelt en twee over die van Curaçao. Uiteraard bevat deze OSO recensies van recent verschenen werk en van Michiel van Kempen is er ‘In memoriam Jan van Donselaar’. We berspreken hier alleen de artikelen die te maken hebben met de taalsituatie in Suriname.

In de eerste bijdrage geeft Pieter Muysken - hoogleraar taalwetenschap aan de Radboud-universiteit Nijmegen - een overzicht van de ‘Meertaligheid in het Caraïbisch Gebied en Suriname’. Hij begint met een beeld van meertaligheid in het algemeen. Waarom is er niet één taal in de wereld? Een interessante vraag. Taal is een stuk identiteit en het ene volk is anders dan het andere. Zo is het gegroeid en zo gaat het nog steeds.
Foto © H. Nanpersad

Twee opvattingen van Muysken doen vragen rijzen. Zo beweert hij dat creooltalen, ook het Sranantongo, ondergewaardeerd worden. Letterlijk zegt hij: ‘Een creooltaal wordt dan vaak ook als iets waardeloos beschouwd.’ Dit mede omdat creooltalen eenvoudiger zijn qua verbuigingen en vervoegingen dan de officiële talen, bij ons dus het Nederlands. Maar creooltalen horen toch juist heel sterk bij de ‘identiteit’? Is die identiteit dan minderwaardig? Muysken geeft tevens een schematische indeling van talen waarbij ze als het ware op een ladder te zien zijn. ‘Hoog’ zijn talen voor onderwijs en bestuur, ‘Midden’ talen op straat en op het werk en ‘Laag’ talen die thuis gesproken worden, onder vrienden en in intieme situaties. Ik zou ‘hoog’ als volgt willen interpreteren: hoe hoger op de ladder, hoe verder van de grond, van de dagelijkse werkelijkheid, van de identiteit. Maar of de wetenschappers ‘hoog’ en ‘laag’ ook zo uitleggen? Als professor ben je immers ‘hoog’ en als jager en kostgrondjeshouder in een dorp in het binnenland, die zijn eigen taal spreekt, ben je dan ‘laag’? Wel dicht bij je eigen grond! In Suriname is het Nederlands natuurlijk ‘hoog’, het Sranan en vaak ook het Sarnámi ‘midden’ en veel thuistalen van volken in het binnenland ‘laag’. Muysken geeft toe dat er nog veel onderzoek verricht moet worden om alle talen hun plaats te geven. Pieter Muysken heeft achter zijn bureau op de Nederlandse universiteit zijn betoog opgebouwd. Als talen inderdaad ‘levend’ zijn, moet je dat echter laten zíén. Hoe talen functioneren in Suriname, binnen de leefwereld van verschillende groeperingen, wat voor Nederlands ons Surinaams-Nederlands is... daarvan zien we niets. Talen hebben onderscheiden functies en sommige talen worden geschreven en andere niet. Het Nederlands is ook de onderwijstaal en voor heel veel kinderen hier is dat een probleem. Maar ook vanuit je eigen taal, identiteit en leefwereld, kun je die vreemde andere taal leren en gelukkig gebeurt dit al op sommige scholen in het binnenland. In ieder geval ‘leeft’ de taal dan voor degene die hem leert! In de wetenschappelijke artikelen vinden we heel weinig over de manieren waarop men in Suriname omgaat met de taalproblemen, met name in het onderwijs. Sommige thuistalen leven niet meer, gaan dood, zoals sommige inheemse talen in Suriname, Muysken noemt het Warao. Dat komt vaak doordat jongeren vervreemden van hun eigen taal en steeds meer een eigen taal met elkaar spreken, hier vaak een mengsel van Surinaams-Nederlands en de lingua franca het Sranan. Maar dat vermeldt de auteur niet.

Foto © Neizvecten

Het tweede artikel van Sjaak Kroon & Kutlay Yagmur - ook hoogleraren - gaat over ‘Taalbeleidsonderzoek en taalbeleidsontwikkeling voor het onderwijs in Suriname’. Ze doen verslag van het landelijk thuistaalonderzoek in Suriname dat van 2007 tot 2009 werd uitgevoerd op initiatief van de Nederlandse Taalunie en het Minov door de universiteit van Tilburg. Bij dit onderzoek werden 22.643 leerlingen van de klassen 4, 5 en 6 van glo en van lbgo en mulo gevraagd naar hun thuistaalsituatie. Het doel was gegevens te verschaffen ten behoeve van het taalbeleid in Suriname: moeten ook andere talen dan het Nederlands een rol gaan spelen in het onderwijs? Leerkrachten ondersteunden de leerlingen en de antwoorden waren makkelijk te geven via het aankruisen van een bolletje. Wat de schrijvers op pagina 25 zelf ook aangeven is de vraag of deze methode, binnen de school en met hulp van de klassenleerkracht, wel leidt tot het weergeven van de werkelijke taalsituatie. Of geven de jongeren sociaal wenselijke antwoorden? In totaal hebben de leerlingen 52 talen genoemd die thuis gesproken worden. Dat is verrassend. Op grond van de resultaten hebben de onderzoekers een top 14 samengesteld. Daarin staat in bijna alle districten Nederlands op de eerste plaats als thuistaal. Alleen in Brokopondo niet, daar is dat het Saramakaans. Vaak staat het Sranan op de tweede plaats, in Saramacca en Nickerie het Sarnámi en in Sipaliwini het Saramakaans. Veel leerlingen geven via de vragen ook aan dat ze het Nederlands goed beheersen. Dit onderzoek is uitermate vaag. De meeste leerlingen wonen in de stad en nabije districten, waar het Nederlands inderdaad bijna door iedereen redelijk tot goed gesproken wordt. Hoe zit het met kinderen uit de volkswijken in de stad, in de verdere districten en vooral in het binnenland tot het uiterste zuiden, waar niemand meer Nederlands spreekt en de schooltaal dus zowat onmogelijk is voor de kinderen? En al die kinderen en vooral jongeren die niet meer op school zijn? Degenen die op lbgo en mulo terechtkomen, hebben de toets gehaald, zijn voornamelijk uit de stad en de nabije districten, maar hoe verderaf je komt, hoe meer het afneemt.
De Europese geleerde bril. Foto © P. Muysken

Het derde artikel is van Margot van den Berg. Zij is wetenschapper aan de universiteit van Nijmegen. Het is een verslag van een onderzoek naar contacten tussen talen en daarmee samenhangend taalveranderingen. Taal wordt daarbij aan identiteit gekoppeld. In het onderzoek wordt taalvariatie aangetoond in verschillende talen, het Sranantongo, het Sarnámi en het Aukaans. Het onderzoek laat zien dat de talen steeds meer op elkaar gaan lijken. De talen in Suriname veranderen wel degelijk. (Zoals overal: hoe is het Nederlands niet veranderd in de laatste dertig jaar. Het is veel meer aangepast aan de ‘platte’ taal van het volk, de elite spreekt vaak nog ‘netjes’.) Hein Eersel heeft in 1983 al gezegd: ‘Het systeem is aan het veranderen’. Dat doet het nog steeds, alles wat leeft verandert, meestal onder invloed van anderen. Taal leeft! De drie artikelen zijn helaas niet echt uit het ‘taal-leven’ gegrepen! OSO is een ‘Tijdschrift voor Surinamistiek’, maar helaas is die surinamistiek steeds meer vanuit Europese geleerde brillen. Dat zie je ook aan de literatuurlijsten bij de artikelen. En dat terwijl er ook vanuit Surinaams perspectief veel over geschreven is.


KIT Publishers: OSO Tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch Gebied; jaargang 32, nr. 1, mei 2013. ISSN 0167-4099
Opmerking van de redactie van dWTL: terwijl we bezig waren met deze pagina ontvingen we de nieuwe His/her TORI, Tijdschrift voor Surinaamse geschiedenis en cultuur, nummer 4 van juli 2013. We zullen het zo gauw mogelijk bespreken. Het gaat over ‘feestdagen’ in Suriname. Het onderwerp geeft hoop dat we actuele en historische informatie krijgen, vanuit Surinaams ‘levend’ perspectief!


maandag 2 september 2013

René Samson zette poëzie van Slory en Ashetu op muziek

In opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren heeft de Surinaams-Nederlandse componist René Samson een tiental gedichten van Michael Slory en Bernardo Ashetu op muziek gezet. Het werk, getiteld Kultuurtuin kawina, is geschreven voor mezzosopraan, twee koorstemmen en slagwerk (conga´s, marimba, bamboe- en metalen chimes, gong, wood blocks, bass drum). De zangers/sprekers brengen teksten in het Sranantongo en het Nederlands. Het werk zal zijn wereldpremière beleven op de lustrumviering van de Werkgroep Caraïbische Letteren, op 6 december a.s., in het Theater van het Woord in de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Samson heeft van Michael Slory onder meer diens misschien wel allerbekendste gedicht op muziek gezet: ‘Koroni kawina’. Van Bernardo Ashetu kan het publiek onder meer diens vaak gebloemleesde gedicht ‘Marcel’ horen op muziek van Samson.


Een pagina uit de partituur van René Samsons Kultuurtuin kawina


De avond van 6 december beleven nog twee andere werken hun wereldpremière: De lussen van Faverey van componiste Margriet Hoenderdos, een compositie voor blaaskwintet op gedichten van Hans Faverey. Verder heeft de Werkgroep Caraïbische Letteren een opdracht verleend aan Randal Corsen om een jazzwerk te componeren op basis van gedichten in het Papiamentu. Ook dat wordt op 6 december ten gehore gebracht.


zaterdag 17 augustus 2013

Discussies en leermomenten bij presentatie Sranantongo grammatica

door Donovan Mijnals

Paramaribo - Rechtvaardigen van foutief Sranantongo spreken en schrijven wordt steeds moeilijker. Woensdagavond presenteerde linguïst Eddy van der Hilst zijn grammaticaboek Taki Sranantongo Bun in Tori Oso. Daardoor hebben diegenen die de Surinaamse taal willen bezigen een leidraad waar ze zich aan kunnen vastklampen. Volgens Van der Hilst zijn nu misschien wel de cruciale stappen gezet om het Sranan op school te kunnen onderwijzen. Hij maakt zich echter geen illusies en beseft dat daarvoor ook de leerkrachten intensief getraind zouden moeten worden. “De taal wordt nu krakkemikkig gesproken omdat het vooral vroeger verboden was om thuis Sranan te spreken,” verduidelijkt hij.

Anne-Marie Sanches in gesprek met Eddy van der Hilst (r) tijdens de presentatie van zijn boek.(Foto: Stefano Tull)

Hij blijkt aangenaam verrast met de opkomst voor zijn boekpresentatie. "Ik vind het wel belangrijk dat mensen kennelijk interesse hebben in de taal. Zo heb ik dus ook een heleboel dingen kunnen verduidelijken." Bij de presentatie bestond namelijk ook de gelegenheid om in discussie te treden met de auteur en verschillende aanwezigen maakten daarvan gretig gebruik.

Fidelia Graand-Galon met haar warme hart

Een van de aanwezigen in Tori Oso, die van die discussies genoot was Fidelia Graand-Galon. Ze is Ambassadeur van Suriname in Trinidad and Tobago en steekt niet onder stoelen of banken dat ze de taal een warm hart toedraagt. "Voor mij zijn de discussie positief, omdat er ook aanvullingen zijn gekomen en leermomenten", vindt ze. Onlangs zorgde ze ervoor dat Van der Hilst ook op het Caribisch eiland Sranantongo lessen kon verzorgen. Daar zijn ze er zo enthousiast over dat hij jaarlijks terug zal moeten.
"Voor toerisme is het ook goed dat ze de taal kunnen spreken wanneer ze het land aandoen. Ook al is het niet vloeiend", legt de diplomaat uit. Maar ook collega diplomaten staan te trappelen om de taal te kunnen leren, onthult Graand-Galon. Door deze 'regelgeving' wordt die overdracht aan vooral buitenlanders ietwat vergemakkelijkt.

[uit de Ware Tijd, 17/08/2013]

dinsdag 13 augustus 2013

Sranantongo regelgeving in boekvorm gebundeld

door Donovan Mijnals

Paramaribo - Eddy van der Hilst heeft zijn strijd tegen beweringen als zou Sranantongo slechts een warrige taal zijn, opgevoerd. Morgen presenteert hij officieel het ultieme bewijs dat Surinames meest gebruikte taal wel degelijk regels heeft. Dan presenteert hij in Tori Oso zijn boek Taki Sranantongo Bun: De Grammatica van het Sranan deel 1. “We moeten af van de fa a go, a go mentaliteit wanneer we onze eigen taal bezigen”, stelt de linguïst resoluut.
Sylvie van der Vaart

Grammatica van binnenuit
Hij stoort zich er mateloos aan dat er tot op heden mensen zijn die vinden dat Sranantongo geen grammatica heeft. "Iedere taal heeft een grammatica anders kun je elkaar niet verstaan en nu de regels, die in alle moedertaalsprekers hun hoofden zitten, op papier gezet zijn kan een ieder ze toepassen." De basis voor dit boek begon al decennia geleden. De taalgeleerde startte zijn onderzoek al in de jaren zeventig van de vorige eeuw. In die periode studeerde hij onder leiding van professor Jan Voorhoeve, die in Nederland de basis legde om de Surinaamse taal te bestuderen. Eerder resulteerden de studies van Van der Hilst al in een spellingboek voor het Sranan.

De taalkenner benadrukt dat het verkeerd zou zijn om bij de grammatica van een taal, een andere taal als uitgangspunt te nemen. "Wat ik in mijn boek heb geprobeerd te doen is de grammatica van binnenuit te beschrijven. Ik heb dus niet het Nederlands gebruikt om de regels van Sranantongo samen te stellen", verklaart hij. Zijn mentor stelde immers dat het bestuderen van de grammatica van een taal noopt tot uitsluiting van elke andere taal. "Anders geraak je op een dwaalspoor." Door zich aan die stelling te houden, ontdekte Van der Hilst onder meer dat anders dan bij andere talen het Sranan nagenoeg geen uitzondering op de regels bevat.



Samenleving
De Sranantongokenner beklemtoont dat hij met het boek niet zijn eigen mening opdringt. Hij heeft zich gedurende lange perioden laten omringen door moedertaalsprekers. "Geen mensen die Sranantongo vermengen met allerlei andere talen en Nederlandse grammaticale regels." En ook bij het maken van nieuwe woorden in die taal laat hij zich leiden door suggesties uit de samenleving. "Per slot van rekening is het uiteindelijk de samenleving die de regels zal accepteren of verwerpen."
Een tweede deel van het grammaticaboek is nu al in gevorderde staat, maar is nog niet helemaal af. "De tekst is al klaar maar er is daaraan nog een heleboel hoofdpijn aan lay-out en drukklaar maken verbonden", lacht hij. Vooralsnog is het eerste deel bij verschillende boekhandels te verkrijgen.

[uit de Ware Tijd, 13/08/2013]


zondag 11 augustus 2013

Nieuw grammaticaboek Sranantongo

Eddy van der Hilst
Op woensdag 14 augustus a.s. wordt in Tori Oso een nieuw grammaticaboek van het Sranantongo gepresenteerd,. Het is van de hand van Eddy van der Hilst en de titel ervan luidt: Taki Sranantongo bun [Spreek correct Sranantongo] (De grammatica van het Sranan, deel 1).

Datum: 14 augustus 2013
Tijd: 20.00 uur, deur open 19.30 uur

De uitnodigingstekst in het Sranan luidt:

Mi teki en leki wan bigi grani fu kari yu kon na a pristeri fu a nyun buku fu mi nanga a nen:
Taki Sranantongo bun (De grammatica van het Sranan, deel 1)

Dey:  dridewroko 14 agusto 2013, Presi:  Tori-oso, Yuru:  8.00 yuru mofoneti, Doro e opo: 7.30 yuru mofoneti

vrijdag 9 augustus 2013

Tori vo wi Masra (1816/1865)

door Carl Haarnack 


Tori vo wi Masra en Helpiman Jesus Kristus so leki wi finni hem na ini dem fo Evangeliste Matteus, Markus, Lukas en Johannes. Stolpen; gedrukt by Gustav Winter, 1865

Vanaf het begin van de 19e eeuw verschijnen er in Suriname voor het eerst boeken die niet gemaakt waren voor de rijke Europese bovenlaag. Het zijn boeken die gedrukt werden door de Hernhutters (EBG) voor de bekering van slaven en het geven van taalonderwijs. Deze titels werden veelal in Duitsland gedrukt en geschreven in het Sranan Tongo. Doordat de Hernhutters het Sranantongo tot haar kerktaal maakte heeft zij grote aantrekkingskracht uitgeoefend op de zwarte bevolking van Suriname. De vroege Bijbelvertalingen in het zg. ‘Neger-engels’ zijn van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van het Sranan Tongo. Deze teksten vormden de eerste gedrukte teksten die het ‘gewone’ Surinaamse volk  in haar eigen taal onder ogen kregen.


Links: Graaf van Zinzendorfschool (toen lagere school voor meisjes), Gravenstraat 100. Dit perceel werd op de kaart van Moseberg (1801) als „land van Stolkert“ aangeduid. Aan het einde van 19e eeuw kwam het in bezit van de Evangelische Broedergemeente (EBG) en werd het huis als schoolgebouw als in gebruik genomen. Vandaag staat hier de Zinzendorfherberg. Van het oude huis Stolkert is niets overgebleven. Alleen de smeedijzeren sierhekken bestaan nog. Ze zijn herplaatst naar de Lim-A-Postraat (bron: Bernd Katt) 

Dit boek is een vertaling van teksten van Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes uit het Nieuwe Testament. In 1816 verscheen Da tori va wi masra en helpiman Jesus Christus, so leki wi findi datti na inni dem fo evangeliste: Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes [Het verhaal van onze Heer en Redder Jezus Christus, zoals wij het vinden bij de vier evangelisten: Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes.] Dit was het eerste gedrukte werk in het Sranan Tongo. Deze vertaling was van C.L. Schumann, een missionaris van de Moravische Broeders (Hernhutters). 
 
 Uit: Voyage à Surinam, Benoit (1839)

Maar de uitgave waar we het hier over hebben is van 1865 en werd opnieuw vertaald door Wilhelm Treu (1803-1846). Treu was net als Schumann ook missionaris en was daarnaast kleermaker van beroep. Hij schreef ook een Grammatik der negerenglischen Sprache (1838) en een was begonnen aan een Negerenglisches Wörterbuch dat hij slechts half af kreeg. Hij hield ook een dagboek tijdens zijn  verblijf in Suriname dat begon in 1832 en eindigde met zijn dood in Paramaribo in 1846. Door zijn dagboek  krijgen wij een boeiend beeld van het leven dat hij in Suriname aantrof. Zo stoorde hij zich aan het gedrag van de blanke elite in de kolonie. Ze waren volgens hem platvloers en gingen zich te buiten aan kaartspelen, dobbelen en drinken. Ook de seksuele moraal van de kolonisten was hem een doorn in het oog. Treu: “Lieutenant Canzee vertelt mij zonder schaamte dat hij in de stad twee vrouwen heeft, Celesta en Patiensi die tot onze kerk behoren. Dokter Westerveld en directeur Van Thol zeggen hetzelfde.”

Verder lezen, klik hier: