Posts tonen met het label Venezuela. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Venezuela. Alle posts tonen

maandag 17 maart 2014

Subliem Curaçaos cabaret

Leguaan Curaçao. Foto © Sanne Landvreugd

door Fred de Haas

Wie ervan overtuigd wil raken dat verhalen aan de oorsprong liggen van de Curaçaose literatuur moet eens kijken naar het Papiamentstalige televisieprogramma waarin drie Curaçaoënaars moeiteloos bijna twee uur vullen met informatie over het wel en wee van het eiland. De drie woordkunstenaars stellen op humoristische en toch serieuze wijze allerlei misstanden aan de kaak op een manier die de beste internationale cabaretiers niet zou misstaan.
Sidney Provence

Omdat het hier geen vervelende achterklap betreft wil ik graag vertellen wie deze woordkunstenaars zijn: Sidney – Chi – Provence (Sociale Ontwikkeling, Arbeid & Welzijn) die het arbeidsrecht als geen ander beheerst en van eerlijkheid zijn grootste wapen heeft gemaakt, het Statenlid Mac Cijntje die met milde ironie en nauw verholen glimlach allerlei wantoestanden brandmerkt en Lucho Rosales, de presentator die iedereen in de studio op zijn of haar gemak stelt met opbeurende aanmoedigingen als ‘Korekto!’ (Juist!), ‘Keda ketu’ (Hou op!), ‘Kon por laga’ (Nou en of!) en ‘Eh, Eh’ (Tja…), ‘Hombu!’ (Joh!).

Enkele dagen geleden was Chi in topvorm. Hij fulmineerde tegen de corruptie onder bestuurders en sprak de onsterfelijke woorden: ‘ze zweren met hun twee vingers in de lucht dat ze naar eer en geweten hun plicht zullen vervullen, maar in hun schoenen kruisen ze hun tenen! (den nan sapatu nan ta hasi dukla)’. Hij refereerde aan het spelletje waarbij iemand de middelvinger over de wijsvinger kruist en ‘dukla’ roept. Als iemand dan zijn vingers niet gekruist heeft moet hij afgeven wat hij in zijn hand heeft.

Foto © Erik Johansson


Een mooiere manier om een gecorrumpeerde houding en dubbele boodschap te beschrijven, heb ik nog niet gehoord. Zij zelf kennelijk ook niet want ze rolden zowat onder tafel van het lachen. En lachen kúnnen ze! Lucho vertelde dat ie een tijdje op Aruba was geweest en had gemerkt dat de Arubanen de Curaçaoënaars wel mochten omdat je zo met ze kon lachen. Dat is een compliment voor de Curaçaoënaars want Arubanen zijn ook niet bepaald chagrijnen. Maar ik ben bang dat het wishful thinking is van Lucho.

Foto © MGvD

Ook de voorzitter van de politieke partij waartoe de drie behoren, komt vaak in het programma. De voorzitter is een sympathieke, geestige, outspoken en serieuze man die geen gelegenheid voorbij laat gaan om het Curaçaose volk van goede informatie te voorzien. Het kan daarbij over allerlei onderwerpen gaan. Onlangs had hij het over verschillende vormen van onafhankelijkheid voor landen (heel instructief), over de Curaçaose spelling van het Papiaments (wanneer we een ‘K’ uitspreken schrijven we een ‘K’ en geen ‘C’) en zelfs over de Venezolaanse grondwet. De voorzitter is hiermee een van de weinigen die aandacht besteedt aan de gevaarlijke sociale onrust die er op dit moment in Venezuela heerst. Hij begon met heel eerlijk te zeggen dat hij hierover geen oordeel wilde vellen, want hij woonde nu eenmaal niet in Venezuela en had zijn informatie ook alleen maar van de radio. Hij vroeg zich af waarom ze daar in Venezuela, in plaats van de straat op te gaan, niet gewoon artikel 72 van de Venezolaanse grondwet toepasten die het mogelijk maakte om via een ‘referendo revocatorio’ (volksstemming over het intrekken van een volmacht) bestuurders weg te sturen.

Tja, een mooie grondwet is één ding, maar de toepassing ervan is een tweede. Het gaat er bij verkiezingen in Venezuela nu eenmaal anders aan toe dan in andere landen. De Nationale Kiesraad (Consejo Nacional Electoral) bestaat uit vijf leden waarvan er vier fanatieke ‘chavistas’ (aanhangers van Chávez) zijn. Die hadden allang herkozen moeten worden, maar ze blijven gewoon zitten. Verder is het geen pretje om daar te gaan stemmen. Bij de stembureaus rijden er voortdurend intimiderende gemotoriseerde lieden rond en het hele stemproces wordt ‘bewaakt’ en ‘gecontroleerd’ door militairen in plaats van door burgers. Ook is het bij de laatste twee verkiezingen al normaal geworden dat er over de schouder wordt meegekeken als iemand zijn stem uitbrengt. Dat heet eufemistisch een ‘voto asistido’ (hulp bij het stemmen). Er is in 2006 al eens gebruik gemaakt van zo’n ‘referendo revocatorio’. Bij die gelegenheid hebben de leden van de Kiesraad eerst geprobeerd om een grote hoeveelheid stemmen ongeldig te verklaren met onbegrijpelijke criteria en manipulatie met het door het leger bewaakte stemmateriaal.

Ik hoop dat de voorzitter nu begrijpt waarom de Venezolanen geen zin hebben om te gaan stemmen in een land waar de geest van de grondwet door de regering niet wordt nageleefd. Dat is trouwens het enige waar de oppositie om vraagt: toepassing van de grondwet.

Tenslotte heb ik een vraag voor ‘Chi’. Sinds enige maanden probeer ik met de hulp van een goede Curaçaose vriendin te achterhalen waar het standbeeld van Stuyvesant is gebleven nadat het is weggesleept. Niemand blijkt het te weten. Is het in zee gedumpt? Omgesmolten en verkocht? Gestolen door een fetisjist? Staat het bij een aannemer in de schuur? Joseph mag het weten!

Weet jij het, Chi?

[ingezonden op versgeperst.com, 28-02-2014]





zondag 9 maart 2014

Venezolaans protest met traangas neergeslagen


Curaçao – Met veel machtsvertoon hebben honderden Venezolaanse politieagenten een protestmars opgebroken. Demonstranten wilden gisteren met lege potten naar het ministerie van Voeding marcheren om te demonstreren tegen de chronische voedseltekorten in het Zuid-Amerikaanse land. Honderden antiregeringsbetogers die in Caracas de straten met barricades probeerden te blokkeren raakten slaags met de oproerpolitie, die traangas inzette. Er zijn voor zover bekend geen gewonden gevallen.

Diplomatieke overwinning
Ondertussen viert de socialistische regering van Nicolas Maduro een diplomatieke overwinning nadat de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) verklaarde dat het Caracas’ pogingen steunt om een oplossing te vinden voor het ergste politieke geweld in jaren. De Verenigde Staten, Canada en Panama waren de enige landen die tegen de verklaring stemden.

Bemoeizuchtige minderheid
“De bemoeizuchtige minderheid tegen Venezuela in de OAS: Panama, Canada en de VS, is verslagen in een historische beslissing die onze soevereiniteit respecteert”, zei regeringswoordvoerder Delcy Rodriguez op Twitter.

Protesten
Het is de laatste weken erg onrustig in Venezuela. De demonstranten protesteren tegen de hoge inflatie van ruim vijftig procent, het gebrek aan voedsel en andere basisgoederen en de criminaliteit. Venezuela heeft een van de hoogste misdaadcijfers ter wereld.

‘Fascistisch complot’
Maduro wil de revolutie van de vroegere president Hugo Chavez, die hij vorig jaar na diens dood opvolgde, voortzetten. Hij beschuldigt de oppositie van het aanvoeren van een door de Verenigde Staten gesteund ‘fascistisch complot’ om hem uit het zadel te wippen.


[van versgeperst.com, 9 maart 2014; © Novum]

woensdag 5 maart 2014

La Princesa PdVSA

Curaçao, Raffinaderij. Foto © Nu.nl

door Fred de Haas

Terwijl men op Curaçao in de startblokken staat om een delegatie van het Venezolaanse Staatsoliebedrijf PdVSA ‘met alle égards’ te ontvangen, in de hoop dat deze delegatie een vaag ‘Memorandum of Understanding’ ondertekent, kan het voor een beter begrip geen kwaad om onze blik op de situatie van PdVSA in de wereld en in Venezuela enigszins te verruimen.

Om maar meteen met het minder goede nieuws in huis te vallen: PdVSA werd in 2013 door PLATTS (de Global Energy Company Rankings) niet meer opgenomen in de eervolle top 250 van oliemaatschappijen in de wereld. Waarom niet? PdVSA is de melkkoe van de Venezolaanse regering die voor haar inkomsten bijna 100 procent afhankelijk is van de export van olie. Er worden miljarden dollars door de regering illegaal afgeroomd van de verdiensten van het genationaliseerde oliebedrijf. Die miljarden staan niet vermeld in de Venezolaanse rijksbegroting (daarom zijn ze illegaal) en worden onder andere gebruikt om vriendjespolitiek, cliëntelisme (politieke klantenbinding) en corruptie in stand te houden.
Door deze praktijken is PdVSA in grote financiële moeilijkheden geraakt en, in plaats dat de oliemaatschappij geld naar de Banco Central (Centrale Bank) overmaakt, schiet de Centrale Bank PdVSA te hulp en laat, bij gebrek aan deviezen, de geldpers onbekommerd draaien. Het gevolg hiervan is een gigantische inflatie.

Curaçao moet zich ervan bewust zijn dat PdVSA er in deze omstandigheden weinig of niets voor zal voelen om in de raffinaderij op het eiland te investeren. De maatschappij heeft ook geen geld om fatsoenlijk onderhoud aan de raffinaderij te bekostigen waardoor er onveiligheid en een lagere productiviteit ontstaan. Om nog maar te zwijgen over de uitstoot van giftige stoffen waarvan de Curaçaose bewoners die op de ‘verkeerde’ plek wonen de dupe zijn. Men schat het aantal Curaçaose doden ten gevolge hiervan op negen per jaar.

Curaçao: een containerschip vaart het Schottegat uit. Foto © Michiel van Kempen


De Venezolaanse olie voor China en de bevriende landen van Petrocaribe (leden: Antigua en Barbuda, de Bahama’s, Belize, Cuba, Dominica, Grenada, Guatemala, Guyana, Haïti, Honduras, Jamaica, Nicaragua, de Dominicaanse Republiek, San Cristóbal en Nieves, San Vicente en Las Granadinas, Saint Lucia, Suriname en Venezuela zelf) is spotgoedkoop. Niettemin is er geen garantie dat die landen hun geldelijke verplichtingen jegens PdVSA nakomen.

De Venezolaanse gasproductie is drastisch verminderd, wat onder andere te maken heeft met het ontslag in 2003 van 18.000 arbeiders en leidinggevenden die in dienst waren van PdVSA. Venezuela moet gas uit Colombia importeren.

Omdat de benzine (die wordt geïmporteerd uit de Verenigde Staten) spotgoedkoop is voor de Venezolaanse automobilist (één cent per liter), kan deze dus bijna gratis tanken. Benzine wordt daarom ook als smokkelwaar voor veel geld aan naburige landen verkocht en genereert geen inkomsten voor de regering. Deze is huiverig om de benzine te gaan belasten omdat dit te veel stemmen zou gaan kosten. Maar vanwege die idioot goedkope benzine loopt de Venezolaanse regering zo’n 12 miljard dollar per jaar mis.
Orlando Ochoa, professor in de Economische wetenschappen aan de Universidad de los Andes heeft berekend dat Venezuela met inbegrip van de schuld van PdVSA (meer dan 150 miljard dollar) een totale schuld heeft van meer dan 230 miljard dollar.

Een tankwagen van de Venezolaanse oliemaatschappij. Foto © Prensa


De ontwrichtende bolívar
De Venezolaanse regering voert sinds 2003 een strenge ‘controle’ uit op de wisselkoers van de bolívar en de voorraad deviezen (dollars, euro’s etc.). De officiële koers van de bolívar is (ongeveer) 6 bolívar voor een dollar, maar op de vrije markt krijg je wel 60-80 bolívar voor een dollar. Deze onevenwichtigheid is een bron van speculatie, corruptie en zelfverrijking van de kringen die dichtbij de regering staan. Hoe werkt dit?
Curaçao: "affakkelen" van de raffinaderij. Foto © Yudok

Om producten in te voeren heb je toestemming nodig van de regering om het voor de invoer van producten benodigde aantal dollars op te nemen. Wat gebeurt er nu? ‘Importeurs’ vragen toestemming om een grote hoeveelheid dollars bij de bank te kopen voor de invoer van een grote hoeveelheid producten. De Venezolaanse bank berekent de aanvrager 6 bolívar per dollar. Goedkoop voor de aanvrager. De truc is vervolgens om bijvoorbeeld maar de helft van de opgegeven hoeveelheid producten in te voeren. De ‘importeurs’ houden dus de helft van de gekochte dollars over die ze weer op de vrije markt verkopen voor een veelvoud van het bedrag waarvoor ze de dollars hebben gekocht. Zo worden ze vanzelf rijk.

Het is inmiddels duidelijk hoe het komt dat Venezuela vermeld staat als een van de meest corrupte landen van de wereld. Een land waarmee veel beleggers niets te maken wil hebben.
Venezuela staat nummer 160 op de ranglijst (die loopt van 1-175) van corrupte landen. Het land is nog corrupter dan Zimbabwe, Burundi, Paraguay en Oekraïne (Transparency International, 2013).
Foto © Yudok

La Princesa PdVSA, die bijna alle inkomsten van Venezuela genereert, heeft geen kleren aan.
Het is te hopen dat Curaçao (dat medio 2013 nog een A-rating en genereuze beoordeling kreeg van Standard & Poor’s) snel een andere investeerder vindt. In het licht van onderstaande aantekening van Standard & Poor’s zou het van wijsheid getuigen om binnen het Koninkrijk der Nederlanden te blijven, indien nodig met acceptatie van de door sommigen verfoeide Consensus Rijkswetten: ,,Standard & Poor's ratings on Curaçao are supported by its stable democratic parliamentary system and rule of law within the Kingdom of the Netherlands, its prosperous economy, high level of social development, and strong government balance sheet.” (New York, June 14, 2013, Standing and Poor’s Ratings Services).

[uit Antilliaans Dagblad, 5 maart 2014]

woensdag 26 februari 2014

Venezuela in de vaart der volken

De Venezolaanse president Maduro balt de vuist naar zijn voorganger Chávez

Verhalen uit het ongerijmde

door Fred de Haas

Jaren geleden maakte ik kennis met de ambassadeur van Argentinië in Oekraïne. In Kiëv. Of all places.
We zaten met zijn allen aan de maaltijd en na een paar wijntjes leek het of we elkaar al jaren kenden. Zo gaat dat immers. Ik raakte in een geanimeerd gesprek met de ambassadeur en vroeg hem – met mijn gebruikelijke Hollandse botheid -  of hij geen vervelend gevoel had bij het idee dat hij ambassadeur was van een land dat politieke tegenstanders uit vliegtuigen in de Rio de La Plata had gegooid en hoe hij dat dan wel had kunnen uitleggen aan de mensen. De ambassadeur keek me glimlachend aan en zei: ‘Er valt altijd wel iets goeds van je land te vertellen’.

Proost!


Mijn aangeboren wantrouwen tegen diplomaten bleek weer eens bevestigd. Altijd een rotsmoes bij de hand. Ja, we gooien mensen uit vliegtuigen, maar in Buenos Aires dansen we lekker de tango en we hebben ook nog Eduardo Falú en zijn gitaar.

Folklore als Haarlemmerolie.

Vraag nooit aan een diplomaat of politicus wat ie ergens van denkt als je uit bent op betrouwbare informatie.

Enige maanden geleden hoorde ik een Curaçaose parlementariër iets uitleggen waarvan me de haren te berge rezen. De man was - en is nog steeds - zeer welbespraakt en een voortreffelijk acteur. Als hij in Amerika was geboren zou hij ongetwijfeld een briljante toneelcarrière hebben gehad. Maar hij was geboren in Curaçao en zat in het Parlement. Daar kunnen ze ook goede acteurs gebruiken. De parlementariër zat als spreker in een Papiamentstalig TV programma en werd ondersteund door een presentator die door iedereen sympathiek wordt gevonden alleen al omdat ie heel vaak ‘Correcto’ zegt, ook al moet hij de meest baarlijke nonsens aanhoren.

Het gesprek ging over Colombia en Venezuela. Dat waren toch buren waar je aansluiting bij moest zoeken, zei de parlementariër.
‘Correcto’, zei de presentator. 'Maar neem nou Venezuela,' zei hij wat aarzelend, 'dat is toch een van de meest gewelddadige landen?'
'Nou,' zei de Curaçaose parlementariër, 'dat wordt sterk overdreven. Ze zeggen dat er 2000 moorden per maand plaatsvinden in Venezuela, maar dat kan helemaal niet want dan zou de hele Curaçaose bevolking in 8 maanden tijd zijn uitgeroeid. Nou, dat kan dus niet.'
Ik zag paniek in de ogen van de presentator die onverhoeds werd geconfronteerd met de schoonheid van een bewijs uit het ongerijmde: je kon er niet meteen je vinger op leggen, maar je voelde dat je werd belazerd.

‘E, e’, zei ie. Dat betekende geen ja en geen nee.
 
Een barrio van Caracas
Zo werkt de politiek in sommige landen. Met bewijzen uit het ongerijmde. Hoe bestrijden we extreme armoede? Dat doen we als volgt. We weten dat arme mensen geen kaviaar eten. Weet je wat? We gaan de prijs van kaviaar drastisch verlagen. Wat zien we? We zien dat arme mensen ineens allemaal kaviaar gaan eten! Maar omdat arme mensen geen kaviaar eten, kunnen het geen arme mensen zijn. Probleem opgelost.

Terug naar de werkelijkheid die vaak de fictie overtreft. Hoe kom je te weten wat er, bijvoorbeeld, in Venezuela de laatste jaren aan de hand is? Zoals ik al in een eerder bericht heb verteld heeft de voormalige President zeker goede bedoelingen gehad met Venezuela. Maar als je ziet dat die goede bedoelingen in de praktijk niet werken, moet je ook openstaan voor kritiek. Dat ligt wat moeilijker.

Een paar jaar geleden vroeg ik aan een Venezolaanse professor van de Universidad de los Andes of de – veelgeprezen -  Misiones (Sociale Projecten) van President Chávez wel werkten. Zijn antwoord luidde: ‘No funcionan’ (ze werken niet). Over Chávez wilde hij niets loslaten. Te link. ‘Ik doe alleen aan wetenschap’.
We tapten samen koffie aan hetzelfde koffieapparaat en hij zag aan mijn gezicht dat ik zijn stilzwijgen toch wel erg jammer vond. Hij stond wat bedremmeld met de koffie in zijn hand, keek wat schichtig om zich heen en fluisterde: ‘Lo controla todo’ (hij heeft alles onder controle). Ik wenste hem sterkte.

Bij de Sociale Projecten deed zich de gelegenheid voor dat elke aanhanger van Chávez (en dat was de ene helft van de bevolking waar de andere helft de pest aan had) zich kon inschrijven voor een of meer Sociale Projecten. Dat betekende dat elke ‘chavista’ daarvoor ook maandelijks een bedrag kreeg uitgekeerd. Als je dus bij meerdere projecten betrokken was, wilde dat wel eens lekker aantikken en zeker als de hele familie meedeed. Wat er zoal werd gedaan was wat onduidelijk. Het werkte niet erg.

Waarom Chávez dit bleef volhouden? Moeilijk te zeggen. Waarschijnlijk omdat ie zoveel van zijn mensen hield, maar vooral ook om aan de macht te kunnen blijven. Typisch een eigenschap van machthebbers. Een nadeel was wel dat het land op die manier langzaam failliet ging.

Als je in een of meer ‘Misiones’ zat viel je ook automatisch niet meer in de categorie ‘extreme armoede’. Op die manier werd de ‘extreme armoede’ dus effectief teruggedrongen.


Wie eenvoudig werk verrichtte in de ‘Misiones’ zoals meelopen in rode kleren in optochten (wie als ‘chavista’ niet meeliep zou als anti-revolutionair beschouwd kunnen worden en kon zijn baantje bij een van de Misiones kwijtraken) werd dus niet meer beschouwd als werkloos, ook al produceerde hij geen bolívar voor het land. Op deze wijze kon de regering comfortabel aankondigen dat de werkloosheid sterk was afgenomen. Het was ook niet ongewoon om in het kader van de werkgelegenheid 15 Venezolanen enkele tientallen meters straat te zien vegen waarbij er 10 op hun bezem leunden en de rest, nou, u raadt het al…

Hoeveel intellectuelen er nog in de Venezolaanse regering zitten? Volgens een andere professor niet zoveel. Misschien wel geen een. Bij elke wijziging van het kabinet zag je dezelfde mensen opduiken en van plaats verwisselen, zei de professor. Je zocht tevergeefs naar toespraken van enig niveau en wanneer er een parade werd afgenomen zag je vaak alleen maar het optreden van een generaal met veel ordetekens op zijn borst waarbij je je afvroeg in welke oorlog hij deze had verdiend.

Bij een parade van President Maduro kon je de volgende dialoog van niveau horen:

Generaal: Chávez vive! (Chávez leeft)
President: La lucha sigue! (de strijd gaat door)
Generaal: viviremos y venceremos! (we zullen leven en overwinnen).

Quod erat demonstrandum.

maandag 24 februari 2014

Venezuela volgens de consul van Curaçao

Venezolanen prostesteren op het Brionplein in Willemstad. Foto © Yuko

door Fred de Haas

De consul van Venezuela in Curaçao, Sonia Alvarado Rossel, moet haast wel in de veronderstelling verkeerd hebben dat het land Curaçao voornamelijk wordt bevolkt door idioten en politieke Neanderthalers. Die indruk bleef bij mij achter na het beluisteren van het interview dat haar grootmoedig werd toegestaan door de vermeende Neanderthalers van Telecuraçao op 17 februari jl. in het nieuwsbulletin Telenotisia.

De heer Alfredo Limongi, een van de Venezolaanse protestleiders van het Curaçaose Brionplein, is me nét voor geweest met zijn in de Amigoe afgedrukte en in het Spaans gestelde Open Brief aan de ‘Consul van Venezuela in Curaçao’. Zijn woorden in de Open Brief zijn volkomen juist en zouden het schaamrood op de kaken van mevrouw de consul moeten jagen.

Er is, zoals iedereen weet, sprake van ernstige sociale onrust in Venezuela. Er zijn massale demonstraties waarbij al meerdere doden en een aantal gewonden zijn gevallen. De Nationale Garde slaat en trapt er flink op los. We kunnen dit zien op talloze video-opnames. Maar volgens de consul beschérmt de Garde en de Politie juist de mensen. Misschien heeft ze niet gezien dat degenen die de demonstranten in elkaar sloegen op hun helmen GNB (Guardia Nacional Bolivariana) of PNB (Policía Nacional Bolivariana) hadden staan.

Ook zei de consul dat het geen studenten waren die demonstreerden. Heeft ze al die jonge gezichten niet gezien? Een heel groot deel van de circa drieduizend demonstranten in Caracas was student en maakte zichzelf ook als zodanig kenbaar.

Ze protesteerden en protesteren nog steeds tegen de grote onveiligheid, het gebrek aan voedsel en medicijnen, het gebrek aan andere basislevensbehoeften, tegen de duurte van het levensonderhoud en de politieke repressie. Ze geven hiervan de regering Maduro de schuld. Zij worden gesteund door o.a. de onlangs gearresteerde leider van de Voluntad Popular (Volkswil) Leopoldo López, de onafhankelijke gedeputeerde Maria Corina Machado en de burgemeester van Caracas, Antonio Ledezma.

De arrestatie van Leopoldo López. Foto © La Padilla.com


De consul vindt dat studenten alleen maar moeten protesteren als er iets niet naar wens is op de Universiteit, b.v. het functioneren van de kantine, maar protesteren tegen de regering vindt ze niet ‘sana’, niet ‘gezond’. Nee, gebrek aan medicijnen en eten, dát is pas gezond!

Ook sprak mevrouw haar grote verontwaardiging uit over het beschadigen van het nationale erfgoed, zoals de openbare pleinen, het Ministerie van Justitie (dat volledig wordt beheerst door de regering) en de Centrale Bank (die de met 56% gekelderde bolívar koestert).

Ook de beelden die we te zien krijgen van al het geweld komen voor het overgrote deel niet uit Venezuela, volgens de consul.

Ook heerst er in Venezuela, aldus de consul, een grote persvrijheid. Je kan van alles zeggen over de President bij ons. In de VS zou je daar 30 jaar voor de bak in draaien, aldus de consul. Misschien is ze vergeten wat er is gebeurd met het TV station Globovisión en een flink aantal kranten. Ook de kranten sidderen voor de regering. De paar kranten waarmee je je kont (bij het nijpende gebrek aan wc-papier) niet moet willen afvegen zijn El Universal en El Nacional die nog betrouwbaar nieuws geven. Ook de Colombiaanse zender NTN24 werd uit de lucht gehaald in Venezuela omdat ze beelden uitzonden die akelig goed met de werkelijkheid overeenkwamen.

De Venezolaanse regering probeert de haar onwelvallige media te blokkeren waar ze kan. Een woordvoerder van Twitter heeft op 14 februari gezegd dat ze denken dat de Venezolaanse regering heeft geprobeerd beelden van de demonstraties te blokkeren. Maar Twitter heeft zich hiertegen met succes verzet door sms’jes te sturen.

Ja, het is een en al persvrijheid daar in Venezuela.

De demonstranten hebben niet alleen met de officiële ordediensten te maken maar ook met paramilitairen, de zogenaamde ‘colectivos armados’ (gewapende groepen) en met een gewelddadige militie die opereert onder de oude (Uruguayaanse) naam ‘Tupamaros’, een gemotoriseerde militie die gewoon zijn gang kan gaan onder het toeziend oog van de Nationale Garde en de Nationale Politie. Jonathan Bilancieri, de correspondent in Venezuela van de Colombiaanse (internationale) zender NTN24 beschrijft deze Tupamaros als volgt: ‘het zijn groepen paramilitairen, verdedigers van het Chavisme, die vrijelijk opereren onder het oog van de veiligheidstroepen en die de oppositie intimideren. Ze zijn zwaar bewapend en verplaatsen zich op de motor. Ze zaaien terreur in de straten. Elke keer als er studenten betogen op straat, komen de Tupamaros in actie. Ze zijn de gewapende arm van de repressie die wordt gecontroleerd door de regering’.

Welkom in Caracas! U kunt er rustig heenreizen, zei de consul nog. Wel even uitkijken natuurlijk.

Foto © Prensa


Bolívar zou zich voor de zoveelste maal in zijn graf omdraaien.

En over de Venezolanen die op het Brionplein hadden geprotesteerd in Curaçao  wist de consul te melden dat ze al jaren niet in Venezuela waren geweest en dus niet op de hoogte waren van de vooruitgang die daar was geboekt. Ze had toen kennelijk nog niet de brief van de heer Limongi ontvangen die in november jl. nog in Valencia was waar zijn familie hem opwachtte terwijl zijn nicht werd overvallen op de drempel van haar huis.

Het is voor Sonia Alvarado Rossel te hopen dat Telecuraçao haar voortaan niet zoveel tijd geeft want ze had duidelijk moeite om al die minuten te vullen met haar gebazel.

Ze deed me denken aan die beroemde generaal uit de Golfoorlog van Saddam Hussein, de Minister van Inlichtingen Muhammed Saeed al-Sahaf die een lijst van onsterfelijke uitspraken op zijn naam heeft staan en op het laatst vertelde dat ‘alles onder controle was’ terwijl de Amerikanen om de hoek stonden. Toen ze hem later vroegen waarom hij dat eigenlijk had gezegd gaf hij het al even onsterfelijke antwoord: ‘De informatie was correct, maar de uitleg was verkeerd’.

De informatie van de consul was niet correct en haar uitleg evenmin. Dat wist ze zelf natuurlijk ook wel en daarom probeerde ze er op het laatst nog maar een guitige draai aan te geven door de Curaçaoënaars vooral uit te nodigen zich bezig te houden met wat op dit moment o zo belangrijk was: het Carnaval.

Mevrouw de consul is er helemaal klaar voor en ze heeft waarschijnlijk al druk geoefend op haar favoriete tumba ‘E sangura malunan ta pika bo mata’ (die gemene muggen steken je dood).

Inmiddels zijn de Venezolaanse consulaten op de drie eilanden gesloten.

zondag 23 februari 2014

Venezuela sluit consulaten op Aruba, Curaçao en Bonaire

Oranjestad — Venezuela sluit haar consulaten op Aruba, Curaçao en Bonaire. Dat meldt het Venezolaanse ministerie van Buitenlandse zaken in Caracas. Reden is de aanslag die vanmorgen zou zijn gepleegd op het consulaat in Aruba.

De politie van Oranjestad bevestigt dat een man met Venezolaanse nationaliteit vrijdagochtend met een personenauto het Venezolaanse consulaat is binnengereden. De auto ging dwars door de voorpui. Maar onderzoek moet uitwijzen of hier sprake is van opzet, een aanslag of een ongeval. Het incident vond plaats rond half vijf in de ochtend. Het consulaat was gesloten en buiten was er nauwelijks verkeer.

Het gebouw van de Venezolaanse representatie heeft aanzienlijke schade opgelopen. De man is door de politie aangehouden.
Hij bleek onder invloed van alcohol te zijn en de dag ervoor vanuit zijn thuisland naar Aruba te zijn gereisd.
De politie houdt rekening met alle scenario’s. Al een aantal dagen protesteren Venezolanen voor het consulaat in Aruba tegen het geweld van de regering van Maduro tegen de eigen bevolking.
Ook voor vandaag en morgen staan protesten gepland.
Het Venezolaanse ministerie van Buitenlandse Zaken wil dat de verdachte man wordt uitgeleverd en roept zijn ambassadeur in den haag terug voor overleg.

[uit Knipselkrant Curaçao, 21 februari 2014; bron: Persbureau Curacao]

Simón Bolívar heeft zich al zes keer in zijn graf omgedraaid

Caracas. Foto © PTH

door Fred de Haas

Onlangs schreef de heer Da Silva in de Curaçaose krant Amigoe een warrig verhaaltje over Venezuela waarbij hij in één moeite door mij de raad gaf me liever druk te maken over de misstanden in Nederland in plaats van me te bemoeien met de situatie in Venezuela.

Na vergeefs te hebben gezocht naar enige samenhang in zijn stukje zou ik willen beginnen met hem te zeggen dat ik zelf wel uitmaak waarmee ik me bemoei.

Omdat het de heer Da Silva schijnt te ontbreken aan enige basale achtergrond waar het Venezuela betreft zou ik hem hierbij vrijblijvend wat informatie willen geven over de huidige situatie in Venezuela in de hoop dat hij sportief genoeg is zijn medestanders hierin te laten delen.
Foto © Erika Zambrano

Daar gaan we dan.

De voormalige president van Venezuela, de heer Hugo Chávez, was mij, ondanks zijn voortdurende anti-Amerikaanse gebral, bepaald niet onsympathiek. Hij had misschien het goede met zijn land voor en heeft ook iets goeds tot stand gebracht. Dank zij Chávez kan elke werkende Venezolaan, bijvoorbeeld, uitzien naar een pensioen van de Seguro Sosial (Sociale Verzekering). Bovendien wordt dat pensioen elk jaar aangepast aan de inflatie. Niet voldoende, maar men doet zijn best. Iedereen is het erover eens dat dit een groot succes is van de voormalige president. Verder kan iedereen die ouder is dan 60 jaar gratis gebruik maken van het openbaar vervoer en is tevens vrijgesteld van het betalen van belasting. Me dunkt dat het volk Hugo Chávez voor dit alles dankbaar mag zijn.

Verder is men het er wel over eens dat Chávez zichzelf niet heeft verrijkt. Maar voor zijn familie in Barinas zou niemand zijn hand in het vuur durven steken. De familie bezit enorm grote fincas (boerderijen) zonder dat duidelijk is waar ze het geld vandaan hebben gehaald om deze te bekostigen. Het betreft zeker geen geld dat na een leven van opoffering en hard werken bij elkaar is gespaard. Verder woont er familie in een gebouwencomplex, de zogenaamde ‘Casona’, in de beste buurt van Caracas waar de officiële ambtswoning van de president staat. Nicolás Maduro zou er eigenlijk moeten wonen maar moet zich tevreden stellen met het minder luxueuze regeringspaleis in het lawaaiige centrum van Caracas.

Minder succesvol waren de sociale projecten die door Hugo Chávez werden opgestart onder de naam ‘Misiones’ (Missies).
Hugo Chavez. Foto © Telam Caracas

Een van de eerste ‘misiones’ waren de medische posten in de barrios (wijken) die bezet werden door Cubaans personeel (‘artsen’ en verpleegsters). De mensen konden er worden geholpen als ze kleine medische problemen hadden of ook wel in noodgevallen. De laatste vier jaar zijn veel van die medische posten gesloten vanwege het grote aantal misdaden (ontvoeringen, moorden, etc) die in de wijken werden gepleegd en waarbij ook de Cubanen hun leven niet zeker waren.

Wie de kranten een beetje leest weet dat er een groot aantal Cubaanse ‘artsen’ in Venezuela zijn, ongetwijfeld in ruil voor voordelig geleverde olie aan Cuba. Natuurlijk zijn er Cubaanse artsen bij die hun vak verstaan, maar het merendeel valt meer in de categorie ‘verpleegkundigen’ of ‘hulpverplegers’ die vooral preventief werkzaam zijn en bij wie je liever niet te rade moet gaan als je écht iets hebt. Zo constateerde een Cubaanse ‘arts’ na het uitlezen van een cardiogram dat een goede Venezolaanse vriend van me een beetje versneld hartritme had. Niets om je ongerust over te maken, zei de Cubaanse ‘dokter’. Omdat mijn vriend het niet vertrouwde ging hij dezelfde dag nog naar een Venezolaanse arts die hem vanwege zijn bloeddruk en versneld hartritme met spoed in het ziekenhuis liet opnemen. Overigens heeft de officiële Raad van Venezolaanse artsen altijd gezegd dat de ‘artsen’ van Fidel Castro niet aan de wettelijke eisen voldoen om in Venezuela als arts te mogen werken.

De oude Venezolaanse artsen zijn overigens voortreffelijk opgeleid aan gerenommeerde universiteiten als de UCV (Universidad Central de Venezuela), de ULA (Universidad de los Andes) en de universiteiten van Carabobo, Barquisimeto en enkele andere. In deze goede universiteiten werken veel gepromoveerde buitenlanders.
Foto © Michel Lapini

Behalve goede universiteiten zijn er ook een aantal minder goede waar adolescenten met een laag IQ terecht kunnen. Jarenlang werden er om de haverklap Volksuniversiteiten uit de grond gestampt onder verhullende namen als ‘Institutos Universitarios’ en ‘Colegios Universitarios’ die al vele ‘afgestudeerden’ hebben opgeleverd, compleet met zwarte toga en baret. In enkele van die ‘universiteiten’ kan je, bijvoorbeeld, een driejarige opleiding als ‘arts’ volgen. Het is te hopen dat je niet in handen valt van zo’n medicus die, volgens de echte Venezolaanse artsen – die minstens zes jaar hebben gestudeerd – van de meest elementaire dingen heel weinig afweten. Dit soort zaken valt in de categorie ‘Volksverlakkerij’ en de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er in Amerika ook van dat soort Mickey Mouse universiteiten zijn.

Het zijn vooral de intelligente studenten van de goede universiteiten die de recente protesten en demonstraties hebben aangevoerd. Hun politieke leider is Leopoldo López die heeft gestudeerd in Harvard.
Een andere ‘Misión’ is die van de Woningbouw (Vivienda). Hugo Chávez wilde liever geen gebruik maken van goede Venezolaanse bouwbedrijven omdat hij het natuurlijk niet had begrepen op private ondernemingen die voor bijna 100% ‘anti-chavista’ waren. Zo komt het dat al sinds enige jaren Russen, Wit-Russen en Chinezen druk aan het bouwen zijn waarbij ze hun eigen criteria in acht nemen. Er wordt geen rekening gehouden met het feit dat Venezuela een land is waar aardbevingen voorkomen. Er wordt soms gebouwd op stukken grond die volstrekt instabiel zijn zoals op aangestampt zand. Ook vergeet men soms voorzieningen voor water en elektriciteit aan te leggen. Van verschillende woonflats zijn hele muren naar beneden gekomen vanwege het toepassen van inferieur bouwmateriaal. Mensen die al jaren in wijken wonen waar maar wordt bijgebouwd moeten aanzien dat hun watervoorziening terugloopt door de daling van de druk vanwege dezelfde hoeveelheid water die door veel meer mensen moet worden gedeeld..
Er is een clandestiene stroom van levensmiddelen van Venezuela naar Colombia in de grensstaten met dit laatste land. Dat er voorraden opzettelijk worden achtergehouden om tekorten en prijsstijgingen te forceren is een loze bewering. De voornaamste oorzaak van die clandestiene stroom is het feit dat de ‘regering’ de prijzen van bijna alle producten vaststelt, vaak beneden de productiekosten of met een te geringe winstmarge. Geen wonder dat degenen die de levensmiddelen moeten produceren hier geen brood meer in zien.
Een Venezolaanse buhonero (straatventer). Foto © PHM

Over het zogenaamde terugdringen van de extreme armoede in Venezuela valt ook het een en ander te zeggen. De regering beweert dat de extreme armoede wordt teruggedrongen, maar deze bewering wordt alleen maar ondersteund door het voortdurend bijstellen van de criteria voor extreme armoede. De armen hebben het nu slechter dan ooit met die inflatie van meer dan 56%. Iets meer dan 60% van de bevolking werkt in de informele economie. Ze werken, bijvoorbeeld, als ‘buhoneros’ (straatventers) die allerlei prullaria verkopen en tegenwoordig ook levensmiddelen. Hoe ze aan hun waar komen? Heel eenvoudig. Als bekend wordt dat er in een bepaalde supermarkt bakolie te krijgen is gaan ze met de hele familie bakolie kopen die ze dan weer op straat verkopen tegen een prijs die tien keer hoger kan liggen als in de supermarkt. Zo’n buhonero heeft natuurlijk geen sociale verzekering en bouwt geen pensioen op. (Er bestaat overigens een uitgebreid twittersysteem waarbij mensen elkaar waarschuwen als er in een bepaalde supermarkt de volgende dag een bepaald product te koop zal zijn.)

Betrouwbare informatievoorziening wordt nog maar door een paar kranten als El Nacional en El Universal gegeven. Deze kranten hebben al herhaalde malen laten weten dat er grote papierschaarste is. Nicolás Maduro heeft op de TV verklaard dat het zonde van de dollars zou zijn om er papier voor de kranten voor te kopen. Die kranten drukten toch alleen maar ‘porquería’ (vuiligheid) tegen de regering…
Het TV Canal 8 (‘El Canal de todos los Venezolanos’) maakt 24 uur per dag propaganda voor de regering. Een typische praktijk van dat TV kanaal is om beelden uit andere landen te vertonen en net te doen of ze uit Venezuela komen. Positieve beelden natuurlijk…

Simón Bolívar heeft zich al zes keer in zijn graf omgedraaid.

[uit Knipselkrant Curaçao, 22 februari 2014]

Ani-regeringsdemonstranten op een bus in San Cristobal. Foto © AFP/Orlando Parada

zaterdag 22 februari 2014

Venezolaanse president dreigt CNN land uit te zetten

De Venezolaanse president Nicolas Maduro heeft donderdag gedreigd journalisten van CNN het land uit te zetten. Hij vindt dat de nieuwszender de dodelijke protesten niet correct verslaat en eist rectificatie.

 
Protesten in Venezuela. Foto AFP
Massaprotesten in Caracas liepen vorige week uit de hand. In totaal kwamen zeker vijf mensen om het leven. De regering van de socialistische Maduro houdt de oppositie verantwoordelijk voor het geweld.
CNN was de enige zender die persconferenties van de oppositie live uitzond. Maduro zei op de staattelevisie dat hij de verantwoordelijke minister gevraagd heeft het administratieve proces te starten om de medewerkers van CNN het land uit te zetten, als ze niet rectificeren. ”Genoeg. Ik accepteer geen oorlogspropaganda tegen Venezuela”, aldus Maduro.

CNN heeft laten weten nog geen officiële reactie te hebben op de uitspraken van Maduro.

[uit De West, 22 februari 2014]

The Game Changed in Venezuela Last Night – and the International Media Is Asleep At the Switch

by Francisco Toro

Dear International Editor:
San Cristobal on Tuesday night
Listen and understand. The game changed in Venezuela last night.What had been a slow-motion unravelling that had stretched out over many years went kinetic all of a sudden.
What we have this morning is no longer the Venezuela story you thought you understood.
Throughout last night, panicked people told their stories of state-sponsored paramilitaries onmotorcycles roaming middle class neighborhoods, shooting at people and  storming into apartment buildings, shooting at anyone who seemed like he might be protesting.
Members of a pro-government çoletivo march in Caracas
Photo AP/Rodrigo Abd

People continue to be arrested merely for protesting, and a long established local Human Rights NGO makes an urgent plea for an investigation into widespread reports of torture of detainees. There are now dozens of serious human right abuses: National Guardsmenshooting tear gas canisters directly into residential buildings. We have videos of soldiers shooting civilians on the street.
And that’s just what came out in real time, over Twitter and YouTube, before any real investigation is carried out. Online media is next, a city of 645,000 inhabitants has been taken off the internet amid mounting repression, and this blog itself has been the object of a Facebook “block” campaign.
What we saw were not “street clashes”, what we saw is a state-hatched offensive to suppress and terrorize its opponents.

La Boyera, Caracas. Photo AP/Fernando Llano

Here at Caracas Chronicles we’re doing what it can to document the crisis, but there’s only so much one tiny, zero-budget blog can do.
After the major crackdown on the streets of large (and small) Venezuelan cities last night, I expected some kind of response in the major international news outlets this morning. I understand that with an even bigger and more photogenic freakout ongoing in an even more strategically important country, we weren’t going to be front-page-above-the-fold, but I’m staggered this morning to wake up, scan the press and find…
Nothing.
As of 11 a.m. this morning, the New York Times World Section has…nothing.


[from Caracas Chronicles, 20 January 2014]

vrijdag 10 januari 2014

Murder of former Miss Venezuela spotlights country's rampant crime

The murder of former Miss Venezuela Monica Spear and a companion in a roadside robbery was only unusual for the famous name in a country that suffers one of the world's highest murder rates.


by Whitney Eulich

A Venezuelan beauty queen was killed last night in a reminder of the uglier side of Venezuela. Monica Spear, the 2004 Miss Venezuela and an international Spanish-language soap-opera star, was shot along with her companion Thomas Henry Berry on the road between Valencia and Puerto Cabello.

They were awaiting a tow truck after their car broke down, according to local news reports. Their five-year-old daughter was hurt in the suspected robbery, but is in stable condition.

Many took to social media to lament Spear’s slaying and share condolences. But take away the famous name and the deaths were all too familiar in a country where “express” kidnappings – in which victims are driven around town and forced to drain their bank accounts at gunpoint – are reported weekly and crime rates are notoriously high.

Venezuela has one of the highest murder rates in the world. According to a December report by the Venezuelan Observatory on Violence, an NGO, there were 24,763 murders in Venezuela in 2013, a 14 percent rise in homicides from 2012. UN data from 2010 shows that Venezuela had the fourth highest murder rate in the world behind Honduras, El Salvador, and Jamaica.
Mónica Spear

Last May, President Nicolás Maduro rolled out a security plan dubbed “Patria Segura,” which included mobilizing the military alongside the national police to fight crime. Juan Cristobal Nagel writes in The Caracas Chronicles, an opposition blog, that the homicide rate this year of about 79 people per 100,000 displayed the failure of the government’s program:

In a normal country, the wave of violence alone would be cause for impeachment – from the President, all the way down to the Supreme Court in charge of handing out “justice.” But these are deaths without guilt – according to chavista talking points nobody is responsible, it’s a worldwide trend, and … let’ talk about faulty poverty statistics instead!

David Smilde and Rebecca Hanson from the Washington Office on Latin America in October looked into the question of what Venezuelans think can be done to reduce crime there. The economy is sputtering, inflation is sky high at 54 percent, and shortages of everything from toilet paper to sugar are rampant. However, the top response (respondents selected three measures from a list of seven, noted in full below*) in a survey implemented by polling firm Datanalisis was “improving family values.”
Protestherdenking in Venezuela. Foto © Juan Barreto

Family values was the most common first choice for reducing crime with almost 30% naming it. Indeed 67% of respondents mentioned it among their top three. As we mentioned before, pointing to the family effectively privatizes and depoliticizes crime. But it also heavily genders it. In the Venezuelan context “the family” often boils down to single mothers who are portrayed as “not doing their jobs.”  Such mothers are often referred to as “alcahuetas,” a label that specifically refers to women who cover up or ignore the bad behavior of their sons.

While over 50% of respondents thought that crime would best be addressed by addressing social and cultural causes, it is notable that over 30% of respondents saw reforms in police, penal and judicial systems as the most important actions that could be taken to fight crime. This compared to only 12.3% that saw military deployment—the Maduro government’s favored strategy—as the most effective way to reduce crime.
 
Mónica Spear

More than 70 people have been killed in Venezuela since the New Year, reports NBC.

* Survey choices included: improving the values taught to children by the family; decreasing poverty and social inequality; professionalizing police officers; reforming the judicial and penal systems; a permanent deployment of military in sectors with high rates of crime; improving access to sports and cultural activities; and improving access to public space.

Whitney Eulich is the Monitor's Latin America editor, overseeing regional coverage for CSMonitor.com and the weekly magazine. She also curates the Latin America Monitor Blog.


[from The Christian Science Monitor, January 7, 2014]

vrijdag 9 augustus 2013

Getuigenissen uit onrustige tijden


door Jean Jacques Vrij


In zeven artikelen wordt in Curaçao in the age of revolutions,1795-1800 (onder redactie van Wim Klooster en Gert Oostindie) aandacht besteed aan de maatschappelijke en politieke onrust tijdens vijf turbulente jaren op Curaçao. Het begon in 1795 met de grote revolte onder leiding van Tula (waarbij 2000 van de 12.000 slaven op het eiland in opstand kwamen), een jaar later gevolgd door heftige partijstrijd binnen de blanke groep en een opeenvolging van drie gouverneurs in vier maanden tijd. In 1799 was sprake van een samenzwering met als doel het gouvernement omver te werpen en het eiland vervolgens te gebruiken als uitvalsbasis voor een bredere Caraïbische revolutie. Drie Franse agenten die als het brein van dit plan werden geïdentificeerd, werden uitgewezen. In 1800 tenslotte vielen troepen vanuit het Franse eiland Guadeloupe Curaçao binnen waarbij opnieuw een groot deel van de slavenbevolking de ketenen afwierp. Vervolgens namen de Engelsen het heft in handen. Net als Suriname een jaar tevoren maakten zij het eiland zonder veel weerstand te ontmoeten tot protectoraatsgebied.
Curaçao. Foto @ Attila Narin

De bundel is het eindproduct van een seminar in het kader van een universitair onderzoeksprogramma met als thema de uitwisseling van goederen, mensen en ideeën binnen de ‘Atlantische wereld’ in de lange achttiende eeuw. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het accent ligt op de invloed die externe factoren op de gebeurtenissen uitoefenden: in dit geval met name de Franse revolutie en de veranderingen die zich in het kielzog daarvan in het moederland, zowel als het naburige Saint-Domingue (na 1804 Haïti) voltrokken. Deze ‘Atlantic approach’, met haar focus op de invloed van mensen, nieuws en ideeën van buiten, is trendy zoals David Geggus (p.28) erkent. Maar in dit specifieke geval ook wel voor de hand liggend. Uit de artikelen in de bundel komt duidelijk naar voren dat de Curaçaose samenleving bijzonder vatbaar was voor externe invloeden: het eiland was een knooppunt gelegen midden in het Caraïbische bekken, vrijhaven sinds 1675 en met een bevolking waarvan een groot gedeelte – slaven en vrijen – werkzaam was in de regionale handel en daardoor geregeld buitengaats verbleef. Curaçao vormt zo een scherp contrast met bijvoorbeeld Suriname dat in dezelfde periode veel minder onrust kende.

Slavernijmonument Curaçao

Interne factoren die op de gebeurtenissen van invloed waren, blijven niet volledig buiten beeld. Gert Oostindie behandelt in zijn inleidende bijdrage kort de maatschappelijke structuur op het eiland en situeert de periode in de loop van de Curaçaose geschiedenis. Karwan Fatah-Black typeert de gebeurtenissen in 1796 zelfs als ‘very much a local affair’ (p. 124). Het handelen van de partij van Johann Rudolf Lauffer die het pleit uiteindelijk winnen zou, verklaart hij bovendien primair uit de bezorgdheid binnen de Curaçaose middenklasse over een dreigend verlies van de positie van regionaal en Atlantisch handelscentrum. Maar de aandacht voor de externe context blijft in het boek dominant en dat betekent dat er toch iets moet sneuvelen. Zo is er in de bundel weinig tot geen expliciete aandacht voor de staatsinrichting van Curaçao vóór en na 1795. Terwijl het toch voorstelbaar lijkt dat het feit dat vrije ingezetenen – anders dan in Suriname – niet middels verkozen vertegenwoordigers in de Raad vertegenwoordigd waren een belangrijke bron van gisting vormde. Ook bij de behandeling van slavenopstanden bekruipt me het knagende gevoel dat door het focussen op invloeden van buiten iets essentieels – het inherente spanningsveld binnen slavernij-systemen – uit het zicht verdwijnt.

Slavenboei. Foto @ Museum Kura Hulanda

Het slavenverzet komt aan de orde in twee artikelen, van respectievelijk David Geggus en Wim Klooster. Zij behandelen de gebeurtenissen op Curaçao overigens slechts terloops of in het geheel niet. Met name de slavenopstand van 1795 komt er vergeleken bij de andere Curaçaose troebelen in deze bundel eigenlijk dan ook maar bekaaid af; hij komt nog het meest uit de verf in de inleidende bijdrage van Oostindie.

Strijd tussen rebellerende slaven en Franse soldaten, Santo Domingo


Geggus weegt de invloed van de Amerikaanse en Franse revoluties, de ontwikkelingen in Saint-Domingue/Haïti en de opkomende abolitionistische beweging in Europa op 180 opstanden in de Amerika’s in de periode 1776-1848. De opstanden op Curaçao in 1795 en 1800 komen een enkele maal ter sprake: als voorbeelden van revoltes waarin het voorbeeld van Saint-Domingue en de expansie van revolutionair Frankrijk de opstandelingen motiveerden. Tula zou immers hebben geredeneerd dat aangezien Frankrijk in 1794 de slavernij had afgeschaft en begin 1795 de Republiek op de knieën had gedwongen, de geschiedenis op Curaçao nog slechts een klein duwtje nodig had om ook daar een eind te maken aan de slavernij (dit is door Oostindie uitvoeriger beschreven dan door Geggus). Dit thema van de ‘revolution of rising expectations’ is ook door Klooster aangevat – zij het niet toegepast op Curaçao – in zijn bespreking van het effect van geruchten dat de (Spaanse of Engelse) koning de slavernij had afgeschaft maar lokale autoriteiten het decreet verzwegen. Deze geruchten gaven een zelfde prikkel aan slavenverzet.

De slavenopstand in Coro, Venezuela

Curaçao komt in Kloosters artikel ter sprake in een korte bespreking van de opstand in het Venezolaanse Coro in 1795 en de rol hierin van aldaar reeds lang gevestigde personen van Curaçaose origine. Hier gaat het dus over de invloed van Curaçaoënaars op een revolte elders, niet andersom.
De opstand in Coro vond plaats drie maanden voordat Tula en de zijnen op Curaçao in verzet kwamen. Dit spreekt natuurlijk tot de verbeelding. Linda Rupert en Ramón Aizpurua schrijven ook kort over deze opstand en over de mogelijkheid van een connectie tussen beide revoltes. De interpretaties verschillen en dat maakt het er voor de doorsnee lezer niet helderder op. Volgens Aizpurua (p. 101) werden de Curaçaoënaars door de Venezolaanse autoriteiten tenslotte van alle blaam gezuiverd.


In de bijdragen van Rupert en Aizpurua is het perspectief geheel verschoven naar de betrekkingen tussen Curaçao en de nabije Venezolaanse kust, Tierra Firme. De relaties waren bijzonder intensief. Rupert schetst in één van de meest leesbare en lezenswaardige bijdragen uit de bundel de wording van die betrekkingen, waarin Curaçao binnen de invloedssfeer van de Venezolaanse kerk terecht kwam en beide gebieden door (smokkel-) handel met elkaar verknoopt raakten. Bovendien ontstond in Tierra Firme een substantiële Afro-Curaçaose gemeenschap. Dat was vooral het gevolg van het feit dat gedurende een groot deel van de achttiende eeuw (tot 1791) slaven die van Curaçao naar het vasteland vluchtten aldaar als vrije burgers werden erkend, mits zij hiertoe tijdig een formeel verzoek indienden en aan konden tonen dat zij rooms-katholiek waren. Ruperts conclusie echter lijkt me weer niet zo sterk. Zij betoogt daarin dat, hoewel er geen bewijs is voor een verband laat staan coördinatie tussen de opstanden in beide gebieden in 1795, de door haar beschreven ‘extensive, overlapping, inter-colonial networks’ als plaatsvervangend bewijs kunnen dienen voor een verband ‘at a much deeper level’ (p. 75, 92).

Aizpurua’s artikel handelt voor de helft over de gebeurtenissen op Curaçao in 1799 en 1800, althans zoals één en ander door informanten aan de, logischerwijs bezorgde, Venezolaanse autoriteiten werd gerapporteerd. Aizpurua erkent dat het op basis van de berichten van de informanten van de Venezolanen moeilijk is om een correct beeld te vormen van wat zich in deze periode op Curaçao afspeelde (p. 120).

Getuigenissen uit zulke onrustige tijden, waarin het wemelt van de intriges, geruchten en verdachtmakingen vormen inderdaad weerbarstig materiaal. Het artikel van Han Jordaan dat dezelfde Curaçaose woelingen als onderwerp heeft, doet dat nog eens terdege beseffen. Jordaan geeft een nieuwe interpretatie aan de gebeurtenissen door te argumenteren dat Gouverneur Lauffer redenen had om de Franse samenzwering uit 1799 te verzinnen (of groter te maken dan deze was). Gesuggereerd wordt zelfs dat documenten door Lauffer zijn vervalst. Er zit nogal wat speculatie in Jordaans betoog. Gezien het voorbehoud dat Oostindie maakt ten aanzien van de ‘debunking of the 1799-1800 turbulence’ (p.15) ben ik blijkbaar niet de enige die niet geheel overtuigd is. Hoe dan ook staat vast dat twee van de uitgewezen Fransen belast waren met een opdracht om Jamaica te destabiliseren. Eén van deze twee, Isaac Sasportas, werd vier maanden later op Jamaica als spion gevangen genomen en geëxecuteerd. Zo fantastisch lijken Lauffers conclusies eigenlijk dan ook niet. Dat de samenzwering uit 1799 en de inval in 1800 (waaraan op zichzelf niets viel te verzinnen) deel uitgemaakt zouden hebben van één en hetzelfde masterplan en ook die inval tot doel gehad zou hebben om de revolutie te exporteren, is een ander verhaal. Jordaan en anderen nemen aan dat aan de actie vanuit Guadeloupe in 1800 slechts geopolitieke overwegingen ten grondslag lagen en dat kan best. Maar uit Jordaans artikel blijkt ook niet dat het verband tussen 1799 en 1800 door Lauffer is gelegd, wel daarentegen door een twintigste-eeuwse historicus, Roberto Palacios.


Wim Klooster & Gert Oostindie, Curaçao in the age of revolutions, 1795-1800. Leiden: KITLV Press, 2011. X + 180 p., isbn 978 90 6718 380 2, prijs € 14.90 [gratis te downloaden via http://www.kitlv.nl/book/show/1309]

[uit Oso, 2012, nr. 2]



maandag 5 augustus 2013

Trommelgeesten (7)

door Fred de Haas
'Mina' van Barlovento

Venezuela
In Venezuela is de Afrikaanse religieuze overlevering niet sterk. De reden hiervan is dat er in Venezuela, in tegenstelling tot wat het geval is geweest in andere landen, weinig Afrikanen als slaven zijn ingevoerd en de slavenhandel rond 1800 al verboden was. Ook werden de Afrikanen die uit dezelfde gebieden kwamen over het hele land verdeeld om samenzweringen en opstanden te voorkomen. Dit beleid heeft er ook toe geleid dat er nauwelijks meer sprake kon zijn van het voortzetten van Afrikaanse tradities, behalve in zeer geïsoleerde gebieden als Barlovento. De Afrikaanse minderheden zijn zonder probleem opgegaan in de rest van de bevolking.

Zoals gebruikelijk werden de Afrikaanse slaven bij aankomst in het nieuwe land (of reeds eerder) katholiek gedoopt. Zij gingen langzamerhand deel uitmaken van door de missionarissen gestichte broederschappen (Cofradías) die de heiligenverering propageerden onder de slaven. Zo werd Sint Jan (San Juan) de patroonheilige van de slaven in het Oosten en het midden van Venezuela en werd Sint Benedictus (San Benito. Zie You Tube / The Festival of San Benito) de beschermheilige in het Westen van het land, in Zulia en Coro.
Het Sint Jansfeest wordt in juni gevierd en het feest van San Benito rond Kerstmis. Wel bleef de typisch Afrikaanse (maar ook wel ‘volkskatholieke’) gewoonte bestaan om de heiligen menselijke eigenschappen toe te dichten. De heiligen hadden zo hun sterke en zwakke kanten. De band met de gewone mens was zodanig dat je de heiligen om gunsten kon vragen en in ruil daarvoor beloftes kon doen.
Op feestdagen worden de heiligen onder dans en trommelmuziek het dorp rondgedragen, een gewoonte die men ook in Spanje en Zuid-Amerika nog overal kan aantreffen. De trommelaars en dragers worden soms met  de heiligenbeelden thuis uitgenodigd en krijgen daar te eten en te drinken. Af en toe gooit men wat brandewijn op het hoofd van de heilige als bekend is dat deze wel van een slokje houdt.
 
Así se hace un tambor - Barlovento
In Barlovento gebruikt men speciale trommels op het feest van San Juan (You Tube / Tambores de San Juan en Curiepe). De ronde trommels waarop wordt gespeeld zijn Congolees van oorsprong en de reuzentrommel, de ‘Mina’, is afkomstig uit Togo en wordt door de Ewe gebruikt. In San Francisco de Yare verschijnen er op Sacramentsdag (tweede donderdag na Pinksteren) dansers op straat die rode of bonte kleding dragen. De maskers die de dansers dragen in Chuao (You Tube / Diablos Danzantes de Chuao Estado Aragua)  lijken op die van de Bapende in Congo (You Tube - Pende Dance - Congo 1974.mp4).

Priesteres van Maria Lionza


Hoewel Venezuela een katholiek land is zie je ook daar een vermenging van magie, bijgeloof en eenvoudige volksreligie. Net als in Suriname gelooft men dat de mens twee zielen heeft die na de dood geesten worden. Na de dodenwake gaat er een naar God en de andere naar het Rijk der Doden. Sommige geesten kunnen last veroorzaken. In Barlovento zet men eten en drinken op de graven van de overledenen op Allerheiligen.

In een vorig artikel heb ik het al eens geschreven over de cultus van Maria Lionza die is ontstaan in de bergen van Sorte in Yaracuy en hoe langer hoe meer aanhangers krijgt. Enkele woorden over deze cultus kunnen hier voor de volledigheid niet ontbreken. De cultus heeft zijn wortels in de Indiaanse, Europese en Afrikaanse cultuur. Het is, kort gezegd, een geloof in natuurkrachten. Later vermengde het zich, o.a. onder invloed van uit Cuba afkomstige Santería ‘priesters’, met elementen uit de Santería.


Een van de legendes die Maria Lionza betreffen is het verhaal dat zij een dochter was van een Caiquetío Indiaan die zijn dochter in een grot verborgen hield omdat ze was geboren met lichte ogen, wat als een slecht voorteken werd beschouwd. Op een dag kreeg zij bezoek van een tapir die haar woudvruchten gaf en meevoerde op zijn rug. Zij kreeg veel verstand van kruiden en genas veel mensen. Men begon haar te vereren als een godin en gaf haar de naam ‘María La Onza’ omdat een Onza (= tapir) haar begeleidde. Die naam veranderde later in María Lionza. Ze kreeg ook een blauwe mantel die doet denken aan de mantel van de Maagd María met wie ze ook wordt vereenzelvigd. In de jaren vijftig van de vorige eeuw werd María Lionza erg populair en de dictator Pérez Jiménez liet zelfs een standbeeld voor haar oprichten (Google ‘estátua de María Lionza’).

Vooral mensen uit de lagere sociale klasse zijn aanhangers van de Maria Lionza cultus (You Tube MARÍA LIONZA "Más Allá de los Espiritual" PARTE 1/5). De rituelen worden geleid door een ‘banco’ een lekenpriester die zichzelf het vak heeft geleerd. Om de geesten op te roepen en in trance te raken worden er sigaren gerookt, liefst op een lege maag, alcoholische dranken genuttigd en met het hoofd gedraaid. De best ingevoerde mediums (meestal weer vrouwen) ontvangen de geesten en spreken soms in (war)talen die niemand begrijpt. In de Semana Santa, de Lijdensweek, trekken er duizenden pelgrims naar Sorte ter ere van Maria Lionza.

Beeld voor Maria Lionza in Caracas. Foto © Enrique de Mesa

De cultus van María Lionza vormt dus een allegaartje van elementen uit Afrikaanse culturen (kenmerken: de persoonlijke betrekking tussen mensen en geesten, geesten die door mediums spreken, genezingspraktijken, witte en zwarte magie, dierenoffers), Indiaanse tradities (kenmerken: de inheemse legende, het gebruik van tabak om in een andere bewustzijnstoestand te raken, typisch inheemse geneeswijzen zoals het zogenaamd verwijderen van kwaadaardige weefsels uit het lichaam van de zieke), Christelijke elementen (kenmerken: de associatie van María Lionza met de Maagd van Coromoto, het gebruik van kaarsen, het gebruik van plaatjes, afbeeldingen, rozenkransen, wierook en het symbool van het Kruis) en een vleugje spiritisme ( kenmerken: contact met de doden, trance en mediums). Er is dus van alles te doen in de cultus en dat verklaart de geweldige populariteit ervan.

Merkwaardig genoeg was de cultus van María Lionza aanvankelijk niet populair bij de zwarte boeren van Barlovento, maar door de komst van reizende ‘bancos’ zijn ook zij aanhangers van de cultus geworden.

[vervolg afl. 8, klik hier]