Posts tonen met het label Slory Michael. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Slory Michael. Alle posts tonen

woensdag 18 december 2013

Cultuur Top Vijf 2013 Werkgroep (4)

Het eind van het volle jaar 2013 zit er bijna op. Caraïbisch Uitzicht vroeg alle leden van het Bestuur, de Adviesraad van de Werkgroep Caraïbische Letteren en de mensen die dit jaar een opdracht kregen om hun top-vijf van culturele evenementen die zij het afgelopen jaar hebben bijgewoond of de beste boeken die zij lazen. Vandaag de vierde aflevering: verhalenstrijfster, directeur van de Schrijversvakschool Paramaribo en Adviesraadslid Ruth San A Jong.

Michael Slory bij Ruth San A Jong aan huis

1.
Het voorrecht Michael Slory in m’n huiskamer te hebben bij de lancering van zijn dichtbundel Torent een man hoog met zijn poëzie (uitgegeven door In de Knipscheer) op 23 september 2012 (het jaar 2013 duurde lang…) bij de Vereniging Ons Suriname te Amsterdam, live via skype.

2.
Ook het boek van Shrinivási, de pionier in de dichtkunst, Hecht en sterk (In de Knipscheer), te mogen verkopen en er iets mee doen samen met Geert Koefoed die het nawoord deed en een hele tournee rond het boek in Nickerie en Paramaribo verzorgde. Shrini woont op Curaçao en is niet meer in staat te reizen.

3.
André Loor
De laatste uitgave van Suriname’s nationale historicus: André Loor vertelt (VACO).

4.
De opening van de Faculteit Humaniora van de Anton de Kom Universiteit van Suriname in december 2010 (jaja, het jaar 2013 wordt nog langer).

5.
Shrinivási en Karin Lachmising op Curaçao
De literaire avond van de Schrijversvakschool, de enige in het Nederlandstalig Caribisch gebied bij gelegenheid van de viering van haar vijfjarig bestaan, met het sterke debuut van Karin Lachmising, Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt (In de Knipscheer), en het afstuderen van twee veelbelovende student-auteurs Iraida van Dijk-Ooft en Sakoentela Hoebba. Ook de start van een jeugdproject waar kinderen in de leeftijdscategorie 9-14 creatief leren schrijven. 

donderdag 12 december 2013

'Muziek laat poëzie zweven'

door Otti Thomas

Amsterdam - Het verzoek om werk van Caribische dichters op muziek te zetten, leidde deels tot herkenbare, maar vooral ook tot ongebruikelijke en gedurfde nieuwe composities. Het resultaat was afgelopen vrijdag te horen tijdens de vijfde editie van de Caraïbische Letterendag in Amsterdam.
"De werkgroep Caraïbische Letteren is waarschijnlijk de meest dynamische werkgroep van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde,'' zei Lilian Conçalves-Ho Kang You, de eerste voorzitter van de werkgroep, halverwege het programma in de Openbaar Bibliotheek van Amsterdam. "We geven uitvoering aan onze missie om artistieke vernieuwing te stimuleren met gedichten op muziek.''

Uitvoering van De lussen van Faverey voor blaaskwintet van Margriet Hoenderdos

Van artistieke vernieuwing was er zeker sprake. In De Lussen van Hans Faverey bijvoorbeeld. Het was de eerste keer dat de compositie ten gehore werd gebracht, hoewel Margriet Hoenderdos het stuk al in 1990 schreef in samenwerking met de Surinaams-Nederlandse dichter Faverey. Met een schijnbaar gebrek aan onderlinge afstemming tussen de partijen voor althobo, klarinet, basklarinet, fagot en hoorn werd een ode gebracht aan de complexiteit van zijn gedichten. De consistente herhaling van deze disharmonie zorgde voor een enigszins herkenbaar patroon, vergelijkbaar met de terugkerende bewegingen in Favery's taalgebruik.

V.l.n.r. mezzosopraan Fanny Alofs, componist René Samson en koorleden Hanna Samson en Ella Rombouts en slagwerkster Tatiaana Koleva in Cultuurtuin Kawina van Samson


Gedurfd was ook Cultuurtuin Kawina, een compositie van de Surinamer René Samson op gedichten van landgenoten Michaël Slory en Bernardo Ashetu voor een ongebruikelijk gezelschap van een mezzosopraan, slagwerker, een achtergrondkoortje en drie dansers. Alweer leek de uitvoering weinig samenhang te hebben op het eerste gezicht of gehoor. Toch bleek de mezzosopraan geschikt voor een dramatische roep om hulp in het gedicht Waar ben je van Ashetu en werd zijn gedicht Kinderspel ondersteund door de bewegingen van de dansers.

Het Randal Corsen Quatet met v.l.n.r. Randal Corsen, Jeanninne La Rose, Vernon Chatlein en Jean-Jacques Rojer


Aanstekelijk
In vergelijking met beide voorgenoemde uitvoeringen waren de composities van Curaçaoënaar Randal Corsen een stuk toegankelijker. Ook dit waren allerminst 'gewone' liedjes, maar de relatie tussen de muziek en de tekst was wel duidelijker. Corsen transformeerde de gedichten van de Curaçaose Lucille Berry-Haseth tot kleine opera's. De partijen voor piano, percussie en gitaar waren soms tot het minimaal noodzakelijk beperkt, bijvoorbeeld in het liefdesgedicht Konfiansa of in Misterio, waarin de zin van het leven centraal staat. Maar in Pesadia (Nachtmerrie) over het persoonlijk onvermogen om de tambú te dansen als gevolg van het verbod, klonk de percussie onheilspellend. Het enthousiasme van Corsen, Vernon Chatlein, Jean-Jacques Rojer en vooral zangeres Jeannine La Rose werkt bovendien aanstekelijk.

Alwin Toppenberg

Datzelfde was het geval tijdens de eerste en de laatste voordracht van de avond. Alwin Toppenberg had overduidelijk veel plezier bij het spelen van zes bekende walsen op piano, waaronder Atardi van Rudy Plaate en zijn eigen Much'i Scol. En de Titi-band onder leiding van de Surinaamse componist en gitarist Dave MacDonald zorgde voor een passende en feestelijke afsluiting met muziek op teksten van dichters Trefossa, R. Dobru en Shrinivási.

Presentatrice Noraly Beyer, bestuurslid van de werkgroep Caraïbische Letteren had een treffende omschrijving van de avond. "Poëzie gaat zweven met muziek en muziek krijgt vleugels door de poëzie.''

[uit Amigoe, 9 december 2013]

Foto's © Jean van Lingen



 
De Tiri-band van Dave MacDonald

zaterdag 23 november 2013

Publishing Services en In de Knipscheer

Publishing Services Suriname (PUBSES) en de Nederlandse uitgeverij In de Knipscheer zijn een samenwerking aangegaan. De Surinaams/Antilliaanse boeken van In de Knipscheer zijn nu in Suriname bij PUBSES te betrekken.

Momenteel zijn in voorraad:
Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt van Karin Lachmising. (srd 60,-)
Bouwen op drijfzand van Ronny Lobo (srd 80,-)
Gentleman in slavernij van Janny de Heer (srd 85,-)
Bloemies. Een prachtig vormgegeven kinderboek met verhaaltjes, versjes en liedjes incl. cd. Met o.a. Gerda Havertong, Frank Ong A Lok, Hakim en Ronald Snijders. (Srd 85,-)

Aan de Waterkant. Een documentaire op cd van gesprekken met Michael Slory, doorspekt met gedichten en muziek. (40 srd)

dinsdag 19 november 2013

René Samson over Kultuurtuin kawina

Op vrijdag 6 december gaat Kultuurtuin kawina in première, bij de viering van het eerste lustrum van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Het stuk is geschreven door de Surinaams-Nederlandse componist René Samson. Hij componeerde een uniek stuk met zang, slagwerk en dans op gedichten van Michael Slory en Bernardo Ashetu. Hieronder volgt zijn toelichtende tekst.


René Samson, tweede van links, luistert aandachtig naar de uitvoering van zijn compositie Sporen in de Oude Dorpskerk van Abcoude


Aantekeningen van de componist over Kultuurtuin kawina voor mezzosopraan en slagwerk

Het begon allemaal met een telefoontje van Michiel van Kempen: of ik er zin in had een stuk te schrijven gebaseerd op de poëzie van Michaël Slory en Bernardo Ashetu? Michiel en ik kennen elkaar al jaren. Mijn vriendin en ik waren aanwezig bij de verdediging van zijn proefschrift en het memorabele feest na afloop (mijn moeder zaliger zou zeggen: ai baja, feesten ... dat a sabi) en daarna bleven we elkaar bij vele plezierige sociale evenementen ontmoeten. Hij wist van mijn adoratie voor Slory’s poëzie. Ik had hem waarschijnlijk verteld dat mijn vader mij vol vuur grote delen uit Slory’s Koroni Kawina uit het hoofd reciteerde (ai baja, gedichten lezen… na dat a ben sabi). Op de kleine jongen die ik toen was, maakte dat een diepe indruk. Michiel vertelde mij over Bernardo Ashetu van wiens werk ik toen nog nooit gehoord had. Wat ik van Ashetu las, overtuigde me vanaf de allereerste kennismaking: een diepe geest. Ik kon me geen mooiere compositieopdracht voorstellen.

Hoe pak je zo iets aan? Bij mij begint dat vaak met nadenken over de instrumentatie. Ik wilde in elk geval iets met die prachtige teksten doen, dus een zanger of zangeres was absoluut noodzakelijk. Wat verder? Een piano? De door-de-eeuwen-beproefde combi van zingende dame of heer, bevallig gedrapeerd in de bocht van een concertvleugel? Als dat goed genoeg is voor Schubert, zou ’t voor Reneetje Samson toch ook moeten voldoen? Op de een of andere manier dreven mijn muzikale impulsen me toch een andere kant op. Ik bleef maar de ritmische klanken van een apintiedrum horen bij veel van de gedichten die ik las. Waarom weerstand bieden aan zo iets? Zangeres en slagwerker; dat moest ’t worden. Om behalve een ritmisch ook een melodisch element in mijn gereedschapskist te hebben, wilde ik een slagwerker hebben die zeer goed uit de voeten kan met de marimba: een fantastisch flexibel en veelzijdig instrument. Fanny Alofs en Tatiana Koleva (de laatste een virtuoze marimba-expert) leken me geknipt voor deze job.
Behalve dat m’n jeje een apintiedrum hoorde, zag m’n geestesoog ook dansende vrouwen en mannen; niet zo vreemd eigenlijk voor een Surinaamse jeje. Precies in diezelfde tijd had ik intensief contact met dansgroep LeineRoebana en ontmoette daar danser/choreograaf Michael Jahoda. Hij vertelde mij enthousiast over zijn leertraject bij het befaamde Alvin Ayley American Dance Theatre. Hij leek me dè man voor dit project.
Blueprints (2010) van Michael Jahoda

Mijn intensieve herlezing van Slory’s en Ashetu’s gedichten confronteerden mij met de rijkdom en gelaagdheid van hun werk. Het begon tot me door te dringen dat beide dichters vele poëtische personae in zich verenigden. Bij Slory zag ik behalve een echte Surinaamse kawinadichter, ook een verfijnde geest die de schoonheid van de natuur en van de vrouw bezong. Bij Ashetu zag ik soms beelden die me aan de Italiaanse commedia dell’ arte-traditie deden denken, maar ook veel gedichten waarin ik de stem van een beschadigd kind meende te horen.

Mijn muziek kon niet anders zijn dan een reflectie van de rijkdom en verscheidenheid die ik in al die gedichten vond. Sommige van mijn stukken staan vrij dicht bij de kawinatraditie; in andere stukken zal de ervaren luisteraar moeiteloos de stijl van de Europese kunstmuziek van de afgelopen honderd jaar herkennen; zoals de toonzetting van één van Ashetu’s gedichten (Amatijo) die een directe parafrase is van Arnold Schönbergs Pierrot lunaire. In weer een ander Ashetu gedicht (Marcel) kon ik de onweerstaanbare neiging niet onderdrukken om een stuk Nederlandse tekst (“God alleen …”) te versurinaamsen (“Gado nomo ….”) in de context van een gestileerde quasi-Surinaamse bazuinkoraal.

Ik kan alleen hopen dat het publiek even veel lol zal beleven aan het beluisteren van Kultuurtuin kawina als ik had tijdens mijn compositiearbeid.

(René Samson, november 2013)

René Samson (rechts) met partner, en met letterkundige Michiel van Kempen (links) en de musicologe Odilia Vermeulen, kleindochter van Alphons Diepenbrock en dochter van Matthijs Vermeulen, op de Citadel van Namen, België in 2005.


Over de componist
René Samson, geboren en getogen in Suriname, kwam de eerste helft van zijn professionele leven aan de kost als chemicus. Op z’n 40ste jaar begon hij te componeren, min of meer als autodidact. Na een moeizaam begin wordt zijn werk nu met enige regelmaat uitgevoerd op concertpodia in Nederland en elders door gerenommeerde professionele uitvoerende musici. Voor meer gedetailleerde informatie (lijst van werken, concertagenda, uitgebrachte CD’s, recensies, enzovoorts) zie zijn website: www.renesamson.nl


Klik hier voor het gehele programma van de lustrumviering op 6 december 2013 en voor informatie over het bestellen van kaarten.



dinsdag 8 oktober 2013

UITVERKOCHT / Drie wereldpremières op Vijfde Caraïbische Letterendag

Michael Slory

Lucille Berry-Haseth










De Werkgroep Caraïbische Letteren nodigt u van harte uit voor de vijfde Caraïbische Letterendag. Voor deze lustrumviering pakken we groots uit met drie wereldpremières.


Randal Corsen. Foto © Hans Speekenbrink
Speciaal voor deze avond en in opdracht van de Werkgroep schreven de befaamde componisten René Samson en Randal Corsen muziek op gedichten van Surinaamse en Antilliaanse schrijvers.

René Samson componeerde een uniek stuk met zang, slagwerk en dans op gedichten van Michael Slory en Bernardo Ashetu (lees hier meer over het stuk). Pianist en componist Randal Corsen - Edison-winnaar en componist van de eerste Antilliaanse opera - geeft met zang, percussie, gitaar en piano zijn nieuwe jazz-interpretatie van Curaçaose gedichten van onder anderen Lucille Berry-Haseth
René Samson

Margriet Hoenderdos componeerde in 1990 kort voor het overlijden van de Surinaams-Nederlandse dichter Hans Faverey een muziekstuk De lussen van Faverey. Het werk kwam in nauwe samenwerking met de dichter tot stand. Ook dit werk voor blazersensemble beleeft op deze avond zijn wereldpremière. (Klik hier voor meer informatie over het werk.)

Alwin Toppenberg
Het belooft een groot spektakel te worden, dat wordt geopend met swingende Antilliaanse pianomuziek van Alwin Toppenberg en als klap op de vuurpijl sluit Dave MacDonald met zijn elfkoppige Tiri Fu Bari band de avond af. De groep speelt composities op teksten van Trefossa, R. Dobru en Shrinivási. Het aantal muziekstijlen is uiteenlopend, spannend en nieuw. Deze avond vol Caraïbische muziek en poëzie is uniek in zijn soort. Mis het niet en reserveer snel uw plaatsen!

- Vrijdag 6 december 2013
- Openbare Bibliotheek Amsterdam (Theater van het Woord, 7e verdieping). Oosterdokskade 143, 1043 DL Amsterdam).
- Aanvang: 19.00 uur. De deuren sluiten om 19.30 precies!

De elfkoppige band van Dave Mac Donald sluit het programma af


Voordelig Kaarten Reserveren:
Tickets bedragen in de voorverkoop € 17,50 en bij de deur € 20,00. Reserveer uw ticket door € 17,50 over te maken op ING bank 3027698 t.n.v. Werkgroep Caraibische Letteren, Leiderdorp. Vermeld op uw betaling uw mailadres. U ontvangt een betalingsbevestiging. Uw kaarten liggen klaar op de avond van de lustrumviering bij de entree.

Deze avond komt tot stand met steun van het Amsterdams Fonds voor de Kunst en de Openbare Bibliotheek Amsterdam.





woensdag 11 september 2013

“Een droom die ik heb”

Testament
Ik ben geen fervente kerkganger, maar zou meneer de pastoor toch nog wat woorden kwijt willen aan mijn graf, zeg hem dan dat ik zei, dat hij aan alle aanwezigen aangeeft, dat ze minder moeten zeuren en meer van elkaar moeten houden.



Caraïbisch boekenprogramma met voordrachten, interviews, beeld en muziek

Onder de titel ‘Een droom die ik heb’ organiseert Uitgeverij In de Knipscheer op 13 oktober een gevarieerd boekenprogramma met schrijvers uit of over de Antillen. Eric de Brabander komt over uit Curaçao en presenteert zijn derde roman De supermarkt van Vieira. Van Nydia Ecury, geboren op Aruba in 1926 en in 2012 overleden op Curaçao, verschijnt haar eerste nog door haarzelf samengestelde Nederlandstalige gedichtenbundel Een droom die ik heb. Over het 19de eeuwse Suriname publiceert Janny de Heer haar grote historische roman Gentleman in slavernij. Karin Lachmising komt speciaal uit Suriname voor de lancering van haar debuut, de gedichtenbundel Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt.

Michael Slory. Foto © Ruth San A Jong
Rogeria Burgers houdt haar documentaire cd Aan de waterkant ten doop met een bijzonder interview met de grote Surinaamse dichter Michael Slory.

Dit alles wordt muzikaal omlijst door de groep FTTP (Flower to the People) van de (van Surinaamse komaf zijnde) gitarist/componist Frank Ong-Alok. Van hem verschijnt dan het prentenboek-met-cd Bloemies.


Datum: zondagmiddag 13 oktober 2013, zaal open 14.30 uur; programma 15.00 tot 17.15 uur

Locatie: Theater van ‘t Woord OBA (Openbare Bibliotheek Amsterdam) Oosterdokskade 143, 1011 DL Amsterdam
 
Frank Ong-Alok. Foto © Wim Stad
Presentatie Franc Knipscheer, interviews Peter de Rijk
Reserveren kan uitsluitend door overmaking van € 5,00 op ING bank 3647173 t.n.v. Uitgeverij In de Knipscheer o.v.v. uw e-mailadres.
Na afloop signeren de auteurs voor belangstellenden hun boeken.


Uw kaarten liggen voor u klaar op zondag 13 oktober vanaf 14.00 uur bij Theater van ’t Woord (7de etage)


maandag 2 september 2013

René Samson zette poëzie van Slory en Ashetu op muziek

In opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren heeft de Surinaams-Nederlandse componist René Samson een tiental gedichten van Michael Slory en Bernardo Ashetu op muziek gezet. Het werk, getiteld Kultuurtuin kawina, is geschreven voor mezzosopraan, twee koorstemmen en slagwerk (conga´s, marimba, bamboe- en metalen chimes, gong, wood blocks, bass drum). De zangers/sprekers brengen teksten in het Sranantongo en het Nederlands. Het werk zal zijn wereldpremière beleven op de lustrumviering van de Werkgroep Caraïbische Letteren, op 6 december a.s., in het Theater van het Woord in de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Samson heeft van Michael Slory onder meer diens misschien wel allerbekendste gedicht op muziek gezet: ‘Koroni kawina’. Van Bernardo Ashetu kan het publiek onder meer diens vaak gebloemleesde gedicht ‘Marcel’ horen op muziek van Samson.


Een pagina uit de partituur van René Samsons Kultuurtuin kawina


De avond van 6 december beleven nog twee andere werken hun wereldpremière: De lussen van Faverey van componiste Margriet Hoenderdos, een compositie voor blaaskwintet op gedichten van Hans Faverey. Verder heeft de Werkgroep Caraïbische Letteren een opdracht verleend aan Randal Corsen om een jazzwerk te componeren op basis van gedichten in het Papiamentu. Ook dat wordt op 6 december ten gehore gebracht.


maandag 29 juli 2013

Literaire deelname aan Carifesta XI

Suriname doet als land ook mee met Carifesta. Een van de onderdelen is Literary Art. Er participeren ongeveer 10 landen in dit onderdeel, waaronder Suriname. Surinaamse literaire artiesten kunnen dus  ook deelnemen aan Carifesta.  Registratie voor deelname aan de onderstaande activiteiten kan bij Jeffrey Quartier (email: j_quartier@yahoo.com / tel 8584388) (m.u.v. Book Business)

Sombra en Charles Chang

Daily readings: Schrijvers en dichters/rappers kunnen zich opgeven om voor te lezen / dragen uit hun eigen werk of uit werk van andere Surinaamse schrijvers. Van 17 augustus tot en met 24 augustus wordt er in de ochtenduren voorgelezen voor kinderen. Van 19 – 24 augustus wordt er in de vooravond voorgelezen voor volwassenen. Alle deelnemers zijn verplicht hun teksten  te oefenen. De oefentijden zullen nader worden bekendgemaakt. Het is de bedoeling dat de readings worden opgenomen en via de radio uitgezonden. Lokatie: Zaal 2 of 4 in de hal van de Kamer van Koophandel.

Bookfair expo/sales: Schrijvers kunnen hun boeken laten exposeren en/of verkopen. Gaarne de titels opgeven welke boeken u geëxposeerd/verkocht wilt hebben. De bookfair is in de hal van de Kamer van Koophandel en maakt deel uit van de Grand Market.

Bookfair standbemensing: Schrijvers en andere geïnteresseerden kunnen zich ook opgeven om de stands te bemensen. Hiervoor is een vergoeding op de begroting geplaatst. De Grand Market is open van 17 – 25 augustus en wel van 10.00 – 23.00u.

Bookfair kinderhoek: Op de bookfair zal een kinderhoek worden ingericht waar spontaan mag worden voorgelezen of verteld.

Michael Slory met een dame waarvan zijn bril scheefzakt. Foto @ Hijn Bijnen

Bookbusiness Meetings: Op maandag 19 en dinsdag 20 augustus zijn er van 14.00 – 18.00u book business presentaties. Hier kunnen uitgeverijen (ook self-publishers en stichtingen), boekverkopers, drukkerijen, grafische vormgevers, vertaalbureaus, illustratoren en individuele auteurs  hun diensten/producten presenteren gedurende 15-30 minuten. Het gaat met name om uw mogelijkheden en wensen tot internationale samenwerking. De presentaties moeten in het Engels. De meetings zijn in zaal 2 van de hal van de kamer van Koophandel. Registratie kan via email (ismene.krishnadath@gmail.com). Via dit emailadres kunt u ook verdere informatie krijgen. Bellen is ook mogelijk op de telefoonnummers: 8784120 / 520513 / 8912005.

Master classes: Er zijn drie masterclasses gescheduled in zaal 2 van de hal van de Kamer van Koophandel. De masterclasses worden in de middaguren verzorgd door Surinaamse en buitenlandse master writers. Schrijvers en anderen geïnteresseerden zijn vrij om de master classes bij te wonen.

[Mededeling van Schrijversgroep '77] 

zaterdag 25 mei 2013

Expertmeeting Schrijven over poëzie

Michael Slory. Foto @ Annelies Verhelst
Na een korte bloeiperiode van literatuurkritiek  in  kranten en weekbladen, een periode die grofweg begin jaren zeventig begon (eerste Cultureel Supplement  bij NRC verscheen in 1970, Vrij Nederlandsboekenbijlage in 1972) en tot begin deze eeuw duurde, lijkt de aandacht voor literatuur in de traditionele media  steeds meer te verflauwen. Van de besproken boeken is het merendeel non-fictie, daarna volgen romans. De poëzie bungelt onder aan de lijst van aan literatuur gewijde woorden. Literaire tijdschriften besteden al sinds jaar en dag aandacht aan  recent verschenen literatuur en schrijven ook los van de actualiteit veel en vaak over literatuur, ook over poëzie. Maar deze tijdschriften worden steeds minder gelezen, het aantal loopt terug en de tijdschriften die er nog zijn concentreren zich veelal op primaire teksten.

Tegelijkertijd is sinds eind jaren negentig een enorme ruimte ontstaan voor het maken van websites die zich richten op teksten en kritieken over poëzie. En die ruimte wordt ook flink benut.
Er is dus wellicht niet minder aandacht voor het schrijven over poëzie maar de verschijningsvormen van dat soort teksten zijn wel veranderd. Geldt dat ook voor de toon, de kwaliteit, de aandacht, de diepgang, het bereik, de bedoeling en de belangstelling? In de expertmeeting ‘Schrijven over poëzie’  proberen we licht op deze zaak te werpen, vanuit het standpunt van de dichter, de journalist, de criticus, de wetenschapper en de lezer.

Hierbij staat een aantal vragen centraal:
(1) waarover moeten we schrijven als we over poëzie schrijven?
(2) vragen de alomtegenwoordigheid van internet en de daarbij behorende publicatievormen(websites, blogs, sociale media) om een andere manier van schrijven over poëzie?
(3) is er in het buitenland een praktijk van schrijven over poëzie (in traditionele of nieuwe media) aan te wijzen die als voorbeeld kan dienen voor Nederland en België?

Elis Juliana. Foto @ Michiel van Kempen

Rond deze onderwerpen vragen we enkele critici, wetenschappers, essayisten en dichters  om met elkaar in debat te gaan en aan de hand van vragen en stellingen of op basis van een kort betoog het gesprek te openen waarna de deelnemers aan de bijeenkomst zich in het gesprek kunnen mengen.
Zo proberen we in ongeveer 2 uur tijd in de buurt van een antwoord op deze vragen te komen. We hebben het liefst stevige, onwrikbare antwoorden, maar zoals een definitief antwoord op de vraag wat poëzie nu is (of zou moeten zijn) ook niet te geven is, zo zal ook het antwoord op de vraag hoe over poëzie te schrijven evenmin definitief worden gegeven.

De expertmeeting Schrijven over poëzie is een initiatief van Poetry International Rotterdam en de Werkgroep poëzie van de Vereniging van Letterkundigen (VVL) en vindt plaats tijdens het komende Poetry International Festival.

Datum: donderdag 13 juni 2013
Tijd: 13:00 – 15:30
Plaats: Rotterdam, Schouwburg

De meeting is vrij toegankelijk voor leden van de VVL.
Aanmelden via expertmeeting@poetry.nl is noodzakelijk. Er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar. Meld u dus snel aan!

zaterdag 16 maart 2013

Literatuur is grenzen doorbreken



door Els Moor

Echte literatuur doorbreekt grenzen. Tijdens de groei van literatuur in de geschiedenis van de mensheid zien we dat steeds weer gebeuren. De ontwikkeling van literaire kunst hangt altijd samen met de ontwikkeling van het volk waarbinnen die literatuur ontstaat. In grote trekken ontwikkelen volkeren zich op dezelfde manier, dus zijn er veel overeenkomsten in de wereldliteratuur.
De eerste fase is altijd een puur orale: mondelinge overdracht van binnen een volk levende verhalen en mythen. Een van de eerstelingen van de Surinaamse literatuur is toch de spin Anansi die met de slaven meegekomen is uit Afrika? En in India zijn het de Veda’s, en zo kunnen we doorgaan.
Omstreeks 600 voor Christus werden bij veel volkeren de verhalen al vastgelegd, opgeschreven. Er ontwikkelde zich toen al taal- en literatuurwetenschap. Panini heeft omstreeks 500 voor Christus de eerste grammatica ontwikkeld, van het Sanskriet, in India. Nee, niet in Griekenland! De veda’s werden opgescheven, in Griekenland de mythologie en de nog steeds beroemde verhalen over de Trojaanse oorlog en de slimme held Odysseus (Anansi?) in de Ilias en de Odyssee. Dit werd het begin van de ‘klassieke’ literatuur, met duidelijke vorm- en regelgeving. De klassieke drama’s hebben bijvoorbeeld hun strenge eenheid van plaats, tijd en handeling.
Het Egidiuslied in het Gruuthuuse-handschrift

Vanaf de vierde, vijfde eeuw na Christus beginnen in het westen de middeleeuwen, een tijdperk met grote invloed van het christendom, waarin de klassieke cultuur verdwijnt en volksverhalen doorspekt van heiligen en wonderen vastgelegd worden in de eigen talen, niet meer het Latijn en zonder alle voorschriften van de klassieken. In andere culturen zijn er andere ontwikkelingsfasen. De eerste tijd van de islam brengt teksten voort op het gebied van retorica en logica. Nadenken dus.

In het westen komt na de twaalfde eeuw de wedergeboorte, ‘renaissance’, van de klassieke cultuur. Vorm gaat weer een grote rol spelen. Denk maar aan het sonnet. En het opkomend humanisme waarin de waardigheid van de mens centraal komt te staan, niet meer alleen de god. In de volgende eeuwen komen ook de bètawetenschappen op: de astronoom Galileo Galilei ontdekte dat de zon in het midden van ons zonnestelsel staat en kwam in conflict met de kerk. Het kompas werd uitgevonden, waardoor de wereld ontdekt werd via grote reizen, en de uitvinding van de boekdrukkunst gaf een enorme stoot aan de verspreiding van literatuur en wetenschap. In het westen ging de ontwikkeling naar de verlichting toe. De mens met zijn verstand wordt steeds belangrijker. Veel filosofen beïnvloeden de literatuur. In latere eeuwen speelt literatuur vaak een rol als middel tot nationalisme, om te komen tot zelfstandigheid. In Nederland bijvoorbeeld in het begin van de 19de eeuw en Suriname heeft in de vijftiger jaren van de vorige eeuw Wie Eegie Sanie!
James Joyce. Afb. Stugarcia

In de twintigste eeuw gaat bijna overal de literaire ontwikkeling, naast de traditionele genres die blijven bestaan, naar werkelijke doorbreking van grenzen: kunst wordt een doorbraak van de grenzen van het traditionele door een maatschappijkritische houding; godsdienstige en morele waarden niet meer als vanzelfsprekend beschouwen en experimenteren met vorm en inhoud, taal en stijl. Vooral persoonlijke creativiteit en inventiviteit drukken een stempel op kunst en literatuur. In landen waar men leeft onder zware politieke en/of godsdienstige machtsdruk - zoals nog steeds in sommige islamitische landen, in het vroegere Rusland en nu nog in China - hebben literaire schrijvers het moeilijk en vaak verlaten ze hun land.
Michael Slory draagt voor. Foto Oogland Filmproducties

De authentieke Surinaamse literatuur van schrijvers die in eigen land en vanuit de eigen situatie schrijven, postkoloniaal, begint op te komen. De Latijns-Amerikaanse literatuur met zeer geëngageerde en vakkundige schrijvers als Gabriel García Márquez en anderen is een prachtig voorbeeld voor ons land van een postkoloniale literatuur waarin de meesters uit de wereldliteratuur tot voorbeeld gediend hebben, maar de werken een totaal eigen karakter hebben.
Schrijver: gooi je masker af! Laat zien wie je bent en hoe je denkt, op een eigen, unieke manier!

zondag 23 december 2012

Michaël Slory - A nyunyupikin kon na grontapu/Het kindeke is geboren


Santa dei
fu meki mi klari
te a nyunyupikin sa kon.

Awinsi mi e kowru,
awinsi mi e sari.

Breiti
di no abi en pari.
A no fu den skapuman
mi e lon.

Awinsi a waktidagu e bari.

Gadotenpli,
dan a kisi yari?
Sani kon reti san ben kron?

Awinsi mi e kowru,
awinsi mi e sari,
mi firi:
Kristos na a nyun son!


Cristallum. Foto @ Nicolaas Porter


Heilige dag
om mij voor te bereiden
op de komst van het kindeke.

Al heb ik het koud,
al ben ik bedroefd.

Blijdschap
die haars gelijke niet heeft.
Niet om de schaapherders
haast ik mij.

Ook al blaft de waakhond.

Gods tempel,
is de tijd dan gekomen?
Is wat krom was recht geworden?

Al heb ik het koud,
al ben ik bedroefd,
toch voel ik:
Christus is de nieuwe zon!


[uit Ik zal zingen om de zon te laten opkomen. Haarlem: In de Knipscheer, 1992]

vrijdag 23 november 2012

Drie groten van de Surinaamse poëzie in ‘Plantage Hecht en Sterk’ van de Letterij

Shrinivási
Op woensdag 28 november staat Letterij, het programma met schrijvers, in het teken van poëzie uit Suriname. Drie grote Surinaamse dichters komen ter sprake: Michaël Slory, Shrinivási en Bernardo Ashetu. Van alle drie verschijnen of zijn net nieuwe gezaghebbende bundels verschenen.
Stempel eerste dag van uitgifte postzegel Bernardo Ashetu 2010

Uit het grotendeels ongepubliceerde werk van Bernardo Ashetu (1929-1982) werd de bundel Dat ik je liefheb samengesteld door Michiel van Kempen, die ook in samenspraak met Michaël Slory (1935) diens bundel Torent een man hoog met zijn poëzie bezorgde. De titel van deze aflevering van Letterij is ontleend aan de nieuwe bundel van Shrinivási (1926, tegenwoordig woonachtig op Curaçao), Hecht en sterk, met een Nawoord van Geert Koefoed. De dichters zijn dan weliswaar niet lijfelijk tegenwoordig, maar prachtige, zelden uitgezonden filmbeelden uit documentaires van zowel Slory als van Shrinivási tonen de uniciteit van deze dichters, de ‘grand old men’ van de Surinaamse poëzie.

Michael Slory en Michiel van Kempen

Speciale gast is Michiel van Kempen, Bijzonder Hoogleraar West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam. Hij gaat in gesprek met uitgeverijredacteur en radiopresentator Peter de Rijk. De presentatie van de avond is in handen van Franc Knipscheer.

‘Letterij’ is een maandelijkse programmareeks van Uitgeverij In de Knipscheer in de Pletterij.

Locatie:  Pletterij, Lange Herenvest 122, 2011 BX Haarlem
Aanvang: 20.00 uur
Zaal open: 19.30 uur
De toegang: € 5,00
Reserveren: reserveren@pletterij.nl of 023 542 3540

donderdag 18 oktober 2012

Suriname in Boedapest


Verentooi van de Piarao, Venezuela
door Michiel van Kempen

Als ik uitgenodigd word om colleges te komen geven in Hongarije, dan weet ik dat ik me erop moet voorbereiden dat alles wat ik over Suriname en de Antillen (jaja, de voormalige…) ga vertellen volstrekt nieuw is voor het toeluisterend publiek, voor de studenten evenzeer als voor de docenten. Wat creolen zijn en waar die vandaan komen, wat hindostanen zijn en dat die de meerderheid van de Surinaamse bevolking uitmaken, dat boeroes en protestant blanku niet hetzelfde zijn als witte Nederlanders, wat het verschil is tussen Papiamentu en Sranantongo enz. enz. enz. Het lijkt daar waarachtig Nederland wel!


Hoe veraf en vreemd ook in tal van opzichten, er is ook heel veel dat de Hongaren herkennen in de positie van landen met een kleine cultuur aan de periferie van de grote culturen. Grote groepen landgenoten buiten het land van herkomst: de Hongaren weten er alles van. Wat nationalisme is en wat dan kan teweegbrengen: vraag het de Hongaren. Het speet me dat er daags voor mijn aankomst een opvoering was van een zwaar-romantische opera van Erkel, maar mijn gastvrouwe, prof. Judit Gera van de Eötvös Lórand Universiteit in Boedapest, smeet direct het lid op mijn neus: die vreselijke opera’s van Erkel worden alleen misbruikt door rechts-nationalistisch Hongarije. Toen ik in de metro de affiches voor de opera zag met een agressieve adelaar, begreep ik dat mijn vraag of er nog sprake was van een enigszins kritische enscenering, volstrekt buiten de orde was. Dan hadden ze die afgrijselijke adelaar wel de kleuren van Greenpeace gegeven.
Prof. dr Judit Gera

De colleges lopen zoals wel te voorzien was: met een gretig-nieuwsgierig publiek en weinig respons; het Nederlands is een lastige taal voor Hongaarse studenten. Ze vinden het fascinerend om Pierre Lauffer te horen en Edgar Cairo en Michael Slory in beeld te zien. Hilariteit is er als ik vermeld dat in 1910 de Hongaar Franz Pavel Killinger een staatsgreep in Suriname wilde plegen. (‘Waar Hongaren komen, komt er chaos,’ reageerde twee jaar geleden een glunderende Gabór Pusztai van de universiteit van Debrecen al.) En grote verbazing is er als ik iedereen uitnodig naar zijn schoenen te kijken, voordat ik Slory’s gedicht over Jan Ernst Matzeliger behandel, de Surinaamse uitvinder van de schoenmachine.


Hoofdtooi Piaroa, Venezuela

Ik had niet verwacht dat ik in een van de tientallen musea of honderden boekwinkels van Boedapest enig spoor van de Caraïben zou vinden. Het zou wel weer blijven bij de cuba libre of de Curaçao blue in een cocktailbar. Op mijn eerste dag trof ik niets aan, behalve een tag op de rots achter het beroemde mineraalbadhotel Gellert: ‘Quito Nicolaas was here.’
Maar de tweede dag pakte heel anders uit. Ik stond wat besluiteloos op de Kosuth Tér, het plein voor het indrukwekkende gotische parlementspaleis aan de Donau: er waren geen kaartjes meer voor de rondleiding, en ik besloot het plein over te steken naar het Volkenkundig Museum. De kassajuffrouw keek mij enigszins meewarig aan toen ik vroeg of het museum ook  iets tentoonstelde over Zuid-Amerika. Ja, er was wel een tentoonstelling over Amazone-Indianen, mompelde ze enigszins gegêneerd, maar (nu brak er licht door in haar stem) ik zou toch zeker niet vergeten de prachtige collectie Hongaarse volkskunst te gaan zien, met hetzelfde ticket van 8 euro? Ik beloofde het, met twee vingers zwerend op de adelaar van Erkel.

Lajos Boglár tussen de Piaroa in Venezuela, 1967-1968

Al direct in de eerste zaal van de Amazone-tenoonstelling sta ik perplex van verbazing: zekere Lajos Boglár is geboren in Sao Paulo als zoon van de Hongaarse consul. Hij zal als antropoloog zijn hele leven wijden aan onderzoek naar de Zuid-Amerikaanse Indianen en komt te werken bij dezelfde universiteit waar ik nu gastcolleges geef. Omdat hij familie heeft in Brazilië, krijgt hij als een van de weinige wetenschappers tijdens de communistische periode toestemming om veldwerk te doen in het buitenland. Hij verzamelt gegevens, maakt foto’s en films en brengt een enorme collectie voorwerpen bijeen, waarvan een honderdtal uit Suriname, vooral van de Wayana! Het is zijn collectie,  samen met de verzameling van het Volkenkundig Museum, die het fundament van de tentoonstelling vormt. Suriname prominent aanwezig in het gigantische Romeins-pompeuze museumgebouw in hartje Boedapest!
Dansmasker van de Piaroa, Venezuela
Natuurlijk gaat de tentoonstelling over de bedreigingen voor de inheemse stammen in het Amazonegebied. Maar het lijkt alsof dat maar een side-line is, die de actualiteit nu eenmaal vraagt om sshoolkindertjes naar het museum te krijgen. De expositie geeft een volwaardig beeld van het leven van de Amazone-volkeren. Tal van pottenbakkersvoorwerpen zie ik voorbijkomen, voornamelijk uit 1896 maar bijna alsof ze door dezelfde hand zijn gebakken als de Karaïbse schaal uit Galibi van een eeuw later die ikzelf in huis heb staan. Er zijn prachtig geconserveerde hoofdtooien van kleurrijke vogelveren, er zijn armbanden, voetversieringen, halskettingen. Er zijn kunstige maskers, jachtvoorwerpen, landbouwwerktuigen, kledingstukken, danskostuums, draagbanden, voorwerpen voor het bereiden van cassave en ander eten. En al legt de begeleidende tekst me uit dat zowat elke stam en elk dorp zijn eigen karakteristieken heeft, mij valt toch ook vooral op hoezeer de techniek en de versieringen van volkeren die vaak heel ver uit elkaar wonen, met elkaar overeenstemmen.

Dansmasker van de Wayana, grensgebied Frans-Guyana/Suriname

Merkwaardig is dat de catalogus die de expositie begeleidt, met geen woord van Suriname rept, alsof de collectie van Lajos Boglár pas goed is bekeken toen de catalogustekst al af was. Maar wat geeft het: de prachtige kleurenfoto’s vermelden dan wel dat dit of dat voorwerp uit Venezuela komt, mijn hoofd is zo vrij om erbij te denken: het had evengoed uit Suriname kunnen zijn. Wetenschappelijk is dat niet, maar ik ben dan ook geen antropoloog, al zou ik graag een hele middag hier college geven aan die gretige Hongaarse studenten. Want als je enthousiast kunt worden voor het schoeisel van Jan Ernst Matzeliger, dan toch zeker ook voor de kolibriveertjes in de Indianentooien.

Het gebouw van de Letterenfaculteit van de Eötvös Lórand Universiteit, Rakoczi út 5, Boedapest

Alle foto's © Michiel van Kempen