Posts tonen met het label Berry-Haseth Lucille. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Berry-Haseth Lucille. Alle posts tonen

vrijdag 18 april 2014

Frank Martinus Arion in vier facetten

door Wim Rutgers
  
Woensdag 9 april werd in Cas di Cultura op Aruba de documentaire van Cindy Kersseborn over Frank Martinus Arions leven en werk gepresenteerd. Bij die gelegenheid sprak Wim Rutgers over Frank Martinus Arion in vier facetten. Hierbij volgt de integrale gesproken tekst.

Over Dubbelspel heeft Frank Martinus Arion ooit beweerd: “In het zo schrijven als ik doe zit een strategie; ik hanteer bekende middelen en kom zo rustig bij de burger binnen om hem dan te bombarderen met nieuwe inzichten… ” (HP 29 juni 1974)

Frank Martinus Arion is een veelzijdig auteur, die in de loop der jaren een flink aantal literaire werken gepubliceerd heeft, waaronder diverse poëziebundels, een verhalenbundel, een essaybundel en een vijftal dikke romans, zoals Dubbelspel (1973), Afscheid van de koningin (1975), Nobele wilden (1979), De laatste vrijheid (1995) en De deserteurs (2006). Met elkaar meer dan zeventienhonderdvijftig  bladzijden proza.

Maar hij is toch vooral de auteur van één boek gebleven, het romandebuut Dubbelspel, waarvan er meer dan honderdduizend en vervolgens dankzij de eerste bibliotheekactie ‘Nederland leest’ van 2006 in totaal bij elkaar een kleine miljoen exemplaren over de toonbank zijn gegaan.
Ik heb me dat proberen voor te stellen, hoeveel dat is: als ik de boeken naast elkaar in de boekenkast zet: een rij van 25 kilometer, van hier tot San Nicolas  [afhankelijk van de wijze van uitgeven [paperback of pocketbook]. En dan heb ik hierbij de vertalingen nog niet meegerekend! In het Duits, Engels en Deens. En dan tenslotte ook  in het Papiamentu - het werd dan ook tijd.


Ik zal niet zozeer ingaan op de roman Dubbelspel die zich afspeelt op een derde zondag in november in 1969 of in het begin van de jaren zeventig, maar wat opmerkingen rond  het werk van Frank maken, die ik wil verdelen in vieren:
Taal en klasse;
Taal en structuur;
Taal en publiek;
Taal en cultuur,
waarna ik tot een afsluiting kom. Mooi in vijf delen, evenals de roman Dubbelspel zelf.

Taal en klasse
Hiervoor biedt het meest recente boek van Frank, de essaybundel Intimiteiten van het schrijven (2009) handige aanwijzingen, omdat hij daarin over taal en literatuur schrijft.

“Het is met de literatuur gesteld als met alle andere domeinen van het leven: ze is gebonden aan sekse, ras, klasse, godsdienst en natie.” Het is in de literatuur natuurlijk vooral de vraag wat je met deze categorieën doet.

In die recente bundel Intimiteiten van het schrijven gaat Frank uitgebreid in een tot artikel bewerkt openbaar college ‘Literatuur als vermakelijk onderzoek’ in op ‘de geboorte van Dubbelspel’.

Frank zegt dat het zijn ‘voornemen was om een sociaal psychologische dwarsdoorsnede te tekenen van de gemeenschap Curaçao waar een progressief politiek handelen aan geknoopt zou kunnen worden…’ (Intimiteiten 2009: 108)

Taal en structuur
“In het zo schrijven als ik doe zit een strategie; ik hanteer bekende middelen en kom zo rustig bij de burger binnen om hem dan te bombarderen met nieuwe inzichten… ”

"Wakota"
Dubbelspel is in zijn vorm klassiek met de vijf bedrijven: De morgen en de ochtend; De middag en de schemering; De schemering; Naspelen. Deze vijf klassieke bedrijven kennen een eenheid van tijd (die derde zondag in november), plaats (in en rond Wakota) en handeling (het dominospel). Bovendien lijkt het nog mogelijk om verteltijd (de tijd die je nodig hebt om te lezen) en de vertelde tijd (de tijd die zich in het verhaalheden afspeelt) te laten samenvallen, als je ’s zondags ‘s morgens het boek openslaat en het aldoor door lezend in de schemering tot de laatste bladzijde gebracht hebt. Dat is het bekende voor de geoefende lezer: ik hanteer bekende middelen…
Maar waar de traditionele klassieke uiteindelijk held stervend en snevend ten onder gaat, zien we hier niet minder dan zes hoofdpersonen en een positieve boodschap aan het slot: het  nieuwe inzicht …

Frank gaat in zijn roman een driedubbel spel met de lezer aan:
Psychologisch in de tekening van de zes hoofdpersonen op een cruciaal moment in hun leven
Sociaal met zijn dwarsdoorsnede van het eiland Curaçao, zijn mensen en hun ideeënwereld
Politiek met een dubbele boodschap meer van het eiland te houden en het met eigen middelen op te bouwen.
Dat hij dat laatste wil door middel van het maken van wabitafels waarvoor hij het eiland zal moeten kaalkappen, schrijven we dan maar toe aan een dichterlijke visie en vrijheid.
Met zijn fel protest tegen de op het eiland economisch dominerende vreemdelingen in het algemeen en de Nederlandse kolonisators in het bijzonder, past Dubbelspel in de tijdgeest rond de dertigste mei 1969.

Balanceeract met het publiek
Taal en publiek
Wie in het Papiamento schrijft, publiceert voor een eigen publiek. Maar wie in het Nederlands publiceert, krijgt met een dubbelpu­bliek te maken, namelijk de Nederlands­talige (en in merendeel Europese) lezer voor wie het Nederlands eigen is maar de in deze taal beschreven Caribische cultuur min of meer of geheel vreemd én de eigen Caribische lezer die leest over de eigen culturele realiteit in de 'vreemde' Neder­landse taal.

Taal en cultuur
Frank schreef poëzie in het Papiamentu en Nederlands en gebruikt voor zijn proza de Nederlandse taal. Iemand die uitsluitend het werk dat in één taal geschreven is, met uitsluiting van de andere taal, in ogenschouw neemt, krijgt niet meer dan een onvolledig beeld. Frank: twee talen, een persoon, een oeuvre. Dat brengt ons tot een volgend – laatste - punt: de Antilliaanse literatuur is in haar algemeenheid – evenals de Caribische en de Europese – multilinguaal maar desondanks geeft ze uitdrukking aan een gezamenlijke cultuur: de Antilliaanse, de Caribische, de Europese cultuur.

Omslag van de Duitse vertaling
Dobbeltes Spiel

In een studie over het ‘tragische levensgevoel bij Cola Debrot’ onderzocht Frank Martinus de relatie tussen de in het Nederlands schrijvende Debrot en de Spaanstalige Unamuno, die elkaar in het existentialisme ontmoeten – niet een negatief existentialisme maar een existentialisme waarin illucidatie mogelijk blijkt. Ik citeer Debrot via Frank: “Wij moeten wel een duidelijk onderscheid maken tussen de Europese en Antilliaanse existentialisten. De Europeanen leggen het accent op het echec, de Antillianen (…) zijn er zich van bewust dat de mens in een precaire situatie verkeert maar zij beseffen eveneens dat een mogelijkheid van illucidatie steeds aanwezig is. (…) Het tragische levensgevoel bij Unamuno en bij Debrot is dus niet pessimistisch, maar vol hoop en strijdvaardigheid, vol vitaliteit.” (Intimiteiten 91; 99) Aldus Debrot, aldus Frank Martinus Arion, aldus Dubbelspel met zijn positieve einde.

“In het zo schrijven als ik doe zit een strategie; ik hanteer bekende middelen en kom zo rustig bij de burger binnen om hem dan te bombarderen met nieuwe inzichten… ” (HP 29 juni 1974)

Literatuur is vervreemdend en vernieuwend: literatuur vervreemdt van het vertrouwde en maakt vertrouwd met het vreemde. De verrassende conclusie van Frank op dat Debrot symposium van 1986 [De eenheid van het kristal (1988)] was dan ook – sprekend over Debrots tragische levensgevoel en vergelijkend met Unamuno: “Debrot stelde voor de Antilliaanse literatuur in te delen in drie scholen: de Spaanse, de Nederlandse en de Papiamentse. Hoe merkwaardig dat hij die was voorbestemd als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Nederlandse school beschouwd te worden, moet worden gezien als de grootste vertegenwoordiger van de Spaanse school.”

Ik kom tot een afsluiting
Debrot publiceerde zijn in 1949 geschreven toneelstuk Bokaal aan de lippen in 1951. De door May Henriquez en Jules de Palm gemaakte vertalende bewerking ervan zag het licht in de jaren zeventig onder de titel ‘Kelki na boka’.

In een nabeschouwing constateerde Debrot toen dat de oorspronkelijke tekst een ‘disharmonie toonde van taal en mentaliteit’ en dat de vertaling van May Henriquez ‘in feite de oorspronkelijke tekst bleek te zijn’ (VW 7: 287-288) Ik citeer Debrot: “Het spel was herboren. Het was tot leven gewekt. Het vertoonde een eenheid van taal en mentaliteit. Het had een eigen bestaan verworven.”  Het werd op 30 mei 1975 door Thalia voor het eerst opgevoerd in het goede oude Centro Pro Arte.

Tot slot: Ik ga niet mee met de gedachte van enige mogelijke disharmonie tussen taal en mentaliteit in net Nederlandstalige Dubbelspel maar wens Changá in het Papiaments zeker het tweede deel van Debrots observering – de eenheid van taal en mentaliteit – in de vertaling van Lucille Berry-Haseth toe: met de vertaling van Dubbelspel  - Changá  “a yega kas”!

woensdag 16 april 2014

Cola Debrotprijs voor Lucille Berry-Haseth

Lucille Berry-Haseth op de Amsterdamse presentatie van de biografie van Pierre Lauffer.
Foto © Michiel van Kempen
Afgelopen zondag is bekendgeworden dat de Cola Debrot-prijs 2014 is toegekend aan dichter, vertaalster en Papiamentu-activiste Lucille Berry-Haseth.

Lucille Berry-Haseth (Curaçao, 1937) voelde zich al op jonge leeftijd aangetrokken tot taal en cultuur. Deze belangstelling loopt als een rode draad door haar hele carrière. Ze zag het altijd als haar bijzondere taak een enthousiaste ambassadrice te zijn van de ‘Défense et Illustration’ van haar moedertaal, het Papiaments. In 1990 publiceerde zij de dichtbundel Resonansia (Resonantie). Hieruit zijn verschillende gedichten opgenomen in het standaardwerk over de Antilliaanse letterkunde Pa saka kara, dat in het Nederlands is verschenen onder de titel De kleur van mijn eiland.

Zij heeft als vertaalster en redactrice een grote bijdrage aan beide werken geleverd. In 2010 verscheen So ku palabra (Alleen met woorden), een dichterlijke, melancholieke meditatie over haar leven, haar werk en de mensen die zij heeft gekend en liefgehad. Door haar vertalingen van literaire werken (o.a. Dubbelspel van Frank Martinus Arion in 2011), eerdere publicaties en het organiseren en deelnemen aan talrijke literaire evenementen, heeft zij een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling en het bevorderen van het correcte gebruik van de Papiamentse taal. Kort geleden droeg zij ook bij aan de literaire wandelgids Dushi Willemstad.

Vorig jaar kreeg zij van de Fundashon pa Planifikashon di Idioma (FPI) op 21 februari, de Internationale Dag van de Moedertaal, een plakkaat (plaka di mérito) als erkenning van haar veelzijdige werk ten behoeve van de promotie van haar moedertaal Papiamentu. Voor haar hele activiteit heeft zij nu de Cola Debrotprijs gekregen. De prijs wordt in mei uitgereikt.

woensdag 2 april 2014

Arion-film nu op Curaçao

Frank Martinus Arion: Yu di Korsou Eerbetoon aan een van de grootste schrijvers van Curaçao: Frank Martinus Arion. Aan bod komen onder andere de emancipatie van de Antillen, het belang van een eigen taal en de rol van de Antilliaanse man. Met interviews en veel citaten uit zijn werk. De premiere voorstelling van donderdag 3 april wordt gepresenteerd door mevrouw Lucille Berry-Haseth in samenwerking met filmmaakster Cindy Kerseborn.

Tijden: donderdag 3 april 2014 19:30 - zaterdag 5 april 15.45

vrijdag 20 december 2013

Enkuentro/Ontmoeting van Lucille Berry-Haseth in Nederland beperkt verkrijgbaar


Onlangs verscheen in een fraaie gebonden uitgave met leeslint een keuze uit de gedichten van Lucille Berry-Haseth. Enkuentro/Ontmoeting bundelt 21 van haar gedichten in het Papiamentu, nu met een Nederlandse vertaling van Fred de Haas. José Marie Capricorne maakte  voor deze uitgave zes illustraties die op speciaal papier zijn afgedrukt.

Voor de eerste lustrumviering van de Werkgroep Caraïbische Letteren op 6 december jl. zijn 12 exemplaren van deze exclusieve bundel vanuit Curaçao ingevlogen omdat bij die gelegenheid een aantal door pianist en componist Randal Corsen op muziek gezette gedichten uit Enkuentro/Ontmoeting voor het eerst ten gehore werd gebracht.

Van deze zending resteren nog enkele exemplaren. De winkelprijs bedraagt slechts 18,00 euro. U kunt een exemplaar bemachtigen door een e-mail te sturen naar indeknipscheer@planet.nl .

donderdag 12 december 2013

'Muziek laat poëzie zweven'

door Otti Thomas

Amsterdam - Het verzoek om werk van Caribische dichters op muziek te zetten, leidde deels tot herkenbare, maar vooral ook tot ongebruikelijke en gedurfde nieuwe composities. Het resultaat was afgelopen vrijdag te horen tijdens de vijfde editie van de Caraïbische Letterendag in Amsterdam.
"De werkgroep Caraïbische Letteren is waarschijnlijk de meest dynamische werkgroep van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde,'' zei Lilian Conçalves-Ho Kang You, de eerste voorzitter van de werkgroep, halverwege het programma in de Openbaar Bibliotheek van Amsterdam. "We geven uitvoering aan onze missie om artistieke vernieuwing te stimuleren met gedichten op muziek.''

Uitvoering van De lussen van Faverey voor blaaskwintet van Margriet Hoenderdos

Van artistieke vernieuwing was er zeker sprake. In De Lussen van Hans Faverey bijvoorbeeld. Het was de eerste keer dat de compositie ten gehore werd gebracht, hoewel Margriet Hoenderdos het stuk al in 1990 schreef in samenwerking met de Surinaams-Nederlandse dichter Faverey. Met een schijnbaar gebrek aan onderlinge afstemming tussen de partijen voor althobo, klarinet, basklarinet, fagot en hoorn werd een ode gebracht aan de complexiteit van zijn gedichten. De consistente herhaling van deze disharmonie zorgde voor een enigszins herkenbaar patroon, vergelijkbaar met de terugkerende bewegingen in Favery's taalgebruik.

V.l.n.r. mezzosopraan Fanny Alofs, componist René Samson en koorleden Hanna Samson en Ella Rombouts en slagwerkster Tatiaana Koleva in Cultuurtuin Kawina van Samson


Gedurfd was ook Cultuurtuin Kawina, een compositie van de Surinamer René Samson op gedichten van landgenoten Michaël Slory en Bernardo Ashetu voor een ongebruikelijk gezelschap van een mezzosopraan, slagwerker, een achtergrondkoortje en drie dansers. Alweer leek de uitvoering weinig samenhang te hebben op het eerste gezicht of gehoor. Toch bleek de mezzosopraan geschikt voor een dramatische roep om hulp in het gedicht Waar ben je van Ashetu en werd zijn gedicht Kinderspel ondersteund door de bewegingen van de dansers.

Het Randal Corsen Quatet met v.l.n.r. Randal Corsen, Jeanninne La Rose, Vernon Chatlein en Jean-Jacques Rojer


Aanstekelijk
In vergelijking met beide voorgenoemde uitvoeringen waren de composities van Curaçaoënaar Randal Corsen een stuk toegankelijker. Ook dit waren allerminst 'gewone' liedjes, maar de relatie tussen de muziek en de tekst was wel duidelijker. Corsen transformeerde de gedichten van de Curaçaose Lucille Berry-Haseth tot kleine opera's. De partijen voor piano, percussie en gitaar waren soms tot het minimaal noodzakelijk beperkt, bijvoorbeeld in het liefdesgedicht Konfiansa of in Misterio, waarin de zin van het leven centraal staat. Maar in Pesadia (Nachtmerrie) over het persoonlijk onvermogen om de tambú te dansen als gevolg van het verbod, klonk de percussie onheilspellend. Het enthousiasme van Corsen, Vernon Chatlein, Jean-Jacques Rojer en vooral zangeres Jeannine La Rose werkt bovendien aanstekelijk.

Alwin Toppenberg

Datzelfde was het geval tijdens de eerste en de laatste voordracht van de avond. Alwin Toppenberg had overduidelijk veel plezier bij het spelen van zes bekende walsen op piano, waaronder Atardi van Rudy Plaate en zijn eigen Much'i Scol. En de Titi-band onder leiding van de Surinaamse componist en gitarist Dave MacDonald zorgde voor een passende en feestelijke afsluiting met muziek op teksten van dichters Trefossa, R. Dobru en Shrinivási.

Presentatrice Noraly Beyer, bestuurslid van de werkgroep Caraïbische Letteren had een treffende omschrijving van de avond. "Poëzie gaat zweven met muziek en muziek krijgt vleugels door de poëzie.''

[uit Amigoe, 9 december 2013]

Foto's © Jean van Lingen



 
De Tiri-band van Dave MacDonald

zaterdag 30 november 2013

Randal Corsen op tournee door Nederland


De Curaçaose pianist/componist Randal Corsen zal in december een aantal concerten geven in Nederland.

Onlangs remigreerde Corsen na 23 jaar naar Curaçao. In december zal hij terug zijn in Nederland om een aantal concerten en een masterclass te geven met zijn kwartet ‘Symbiosis’ ter promotie van zijn laatste album getiteld Symbiosis. Deze werd onlangs genomineerd voor een Edison (Jazz Nationaal). Corsen won eerder in 2004 een Edison voor zijn debuut-cd Evolushon.
Jeannine La Rose

Naast de concerten met Symbiosis zal Corsen op 6 december een speciaal optreden geven tijdens de 5-jarige lustrumviering van Werkgroep Caraïbische Letteren. Deze zal plaatsvinden in de Openbare Bibliotheek Amsterdam (Theater van het woord). Speciaal voor deze gelegenheid zette Corsen een vijftal gedichten van de Curaçaose dichter Lucille Berry-Haseth op muziek. Deze zal hij ten gehore brengen met een speciale samenstelling bestaande uit vocaliste Jeannine La Rose, percussionist Vernon Chatlein, gitarist Jean Jeacques Rojer, en hijzelf.

Onlangs mocht Randal op Curaçao samen met mezzosopraan Tania Kross en schrijver Carel de Haseth het prestigieuze Boeli van Leeuwen-award in ontvangst nemen. Het drietal ontving deze prijs voor hun samenwerking aan de opera Katibu di Shon, waarvan Corsen componist is. De Boeli van Leeuwenprijs wordt om de twee jaar toegekend aan een persoon of organisatie die op cultureel, juridisch, bestuurlijk, sociaal of journalistiek gebied een intellectuele prestatie heeft geleverd met wetenschappelijke diepgang.

De cd Symbiosis is in mei uitgekomen op het platenlabel Challenge Records Int, en ontving tot nu toe lovende kritieken in de pers:
…De muziek is meestentijds lyrisch, maar de polyritmiek en blokakkoorden maken de jazz ook stevig een aards-expressief buitelend van energie… (Amanda Kuyper in NRC)
…Met ‘Symbiosis’ mag Corsen zich meten met pianisten als Jacky Terrasson en Herbie Hancock. Overtuigende thema’s, daadkrachtige uitvoering. Het toont niet enkel de klasse van Corsen als musicus, maar etaleert eveneens het buitengewoon kaliber van zijn begeleiders… (Erno Elsinga in www.jazzenzo.nl)
..Symbiosis is full of thought-provoking music that is well worth several listens… (Scott Yanow)
Randal Corsen ‘Symbiosis’ bestaat verder uit Glenn Gaddum Jr. op basgitaar, Mark Schilders op drums en Vernon Chatlein op percussie.

Cor van Velzen Philips - Top jazz (poster)

Randal Corsen ‘Symbiosis’ Tour Nederland December 2013

1 december: Terneuzen -  Porgy & Bess - aanvang 15:00

6 december: Amsterdam - Openbare Bibliotheek Amsterdam – aanvang 19:00
5e lustrumviering Werkgroep Caraïbische Letteren - Uitverkocht

7 december: Rotterdam - Lantaren Venster – aanvang 20:30

9 december: Utrecht - HKU Conservatorium – 10:00 – 17:00
Masterclass en lunchconcert

11 december: Nijmegen - LUX – aanvang 20:30

14 december: Utrecht - U Jazz festival – aanvang 18:00 http://ujazz.nl/festival14dec

15 december: Bergen op Zoom - Pol’s Place for Jazz - aanvang 16:00
http://www.polsplaceforjazz.nl/ *met Stefan Lievestro op basgitaar

Meer info:


dinsdag 8 oktober 2013

UITVERKOCHT / Drie wereldpremières op Vijfde Caraïbische Letterendag

Michael Slory

Lucille Berry-Haseth










De Werkgroep Caraïbische Letteren nodigt u van harte uit voor de vijfde Caraïbische Letterendag. Voor deze lustrumviering pakken we groots uit met drie wereldpremières.


Randal Corsen. Foto © Hans Speekenbrink
Speciaal voor deze avond en in opdracht van de Werkgroep schreven de befaamde componisten René Samson en Randal Corsen muziek op gedichten van Surinaamse en Antilliaanse schrijvers.

René Samson componeerde een uniek stuk met zang, slagwerk en dans op gedichten van Michael Slory en Bernardo Ashetu (lees hier meer over het stuk). Pianist en componist Randal Corsen - Edison-winnaar en componist van de eerste Antilliaanse opera - geeft met zang, percussie, gitaar en piano zijn nieuwe jazz-interpretatie van Curaçaose gedichten van onder anderen Lucille Berry-Haseth
René Samson

Margriet Hoenderdos componeerde in 1990 kort voor het overlijden van de Surinaams-Nederlandse dichter Hans Faverey een muziekstuk De lussen van Faverey. Het werk kwam in nauwe samenwerking met de dichter tot stand. Ook dit werk voor blazersensemble beleeft op deze avond zijn wereldpremière. (Klik hier voor meer informatie over het werk.)

Alwin Toppenberg
Het belooft een groot spektakel te worden, dat wordt geopend met swingende Antilliaanse pianomuziek van Alwin Toppenberg en als klap op de vuurpijl sluit Dave MacDonald met zijn elfkoppige Tiri Fu Bari band de avond af. De groep speelt composities op teksten van Trefossa, R. Dobru en Shrinivási. Het aantal muziekstijlen is uiteenlopend, spannend en nieuw. Deze avond vol Caraïbische muziek en poëzie is uniek in zijn soort. Mis het niet en reserveer snel uw plaatsen!

- Vrijdag 6 december 2013
- Openbare Bibliotheek Amsterdam (Theater van het Woord, 7e verdieping). Oosterdokskade 143, 1043 DL Amsterdam).
- Aanvang: 19.00 uur. De deuren sluiten om 19.30 precies!

De elfkoppige band van Dave Mac Donald sluit het programma af


Voordelig Kaarten Reserveren:
Tickets bedragen in de voorverkoop € 17,50 en bij de deur € 20,00. Reserveer uw ticket door € 17,50 over te maken op ING bank 3027698 t.n.v. Werkgroep Caraibische Letteren, Leiderdorp. Vermeld op uw betaling uw mailadres. U ontvangt een betalingsbevestiging. Uw kaarten liggen klaar op de avond van de lustrumviering bij de entree.

Deze avond komt tot stand met steun van het Amsterdams Fonds voor de Kunst en de Openbare Bibliotheek Amsterdam.





woensdag 7 augustus 2013

Poema na papiamentu di Lucille Berry-Haseth

Lucille Berry-Haseth. Foto © Michiel van Kempen
Invitashon

Algun famia i amigu di Lucille ta invitá bo pa un programa kultural festive ku presentashon di Enkuentro Ontmoeting, un selekshon di poema na papiamentu di Lucille Berry-Haseth i nan tradukshon na hulandes di Fred de Haas, ku ilustrashon na koló di José Maria Capricorne,

djadumingu mainta 18 di ougùstùs 2013,  10.00 or – 11.30 or,

den sala grandi di Cultureel Centrum Curaçao, Koninginnelaan, Emmastad

letra: Bernadette Heiligers, Sidney Joubert,
Eliane Haseth i Lucille
baile: Rudsel D’Antonia
muzik: Wim Statius Muller

buki na benta na preis spesial

donderdag 4 juli 2013

Heeft Elis Curaçao verlaten?

door Fred de Haas

Het antwoord op deze vraag kan en mag niet anders dan ontkennend luiden.

Elis Juliana heeft zoveel moois nagelaten dat de mensen van zijn land nog lang, nog héél lang zullen kunnen putten uit datgene wat er aan zijn geest ontsproten is.
 
Elis Juliana en de kunstenaar Tirzo Martha. Foto © Michiel van Kempen
Elis was een ernstig mens. Je ziet hem zelden lachend op een foto staan. Had zijn moeder hem niet geleerd dat je mensen die altijd lachen met gepast wantrouwen moest bekijken? Zeker, maar dat zou hem niet beletten met een binnenpretje en een milde, nauw verholen glimlach het wel en wee van het Curaçaose volk, zijn volk, te aanschouwen en van commentaar te voorzien.
Hoewel Elis Juliana eerlijk was in zijn kritiek zorgde hij er voor dat niemand zich beledigd hoefde te voelen door wat hij zei. Daarin onderscheidde hij zich van zijn dichterlijke evenknie Pierre Lauffer voor wiens scherpe tong de mensen toch wat bangig waren.

Wat Elis zo bijzonder maakt en wat hem onderscheidt van andere dichters is het onweerlegbare feit dat hij in zijn werk niet zozeer met zichzelf bezig is als wel met de ander. Met de ander, die hij iets wilde leren, die hij een hart onder de riem wilde steken, die hij op zijn donder gaf als het moest, ongeacht rang of stand, die hij wilde leren dat de Curaçaose geschiedenis niet een geschiedenis is van kolonialen en aangepasten, maar op de eerste plaats de geschiedenis van een volk dat honderden jaren geleden van huis en haard verdreven was en zich moest zien te redden op een eiland waar het nog nooit van had gehoord. Met als enig bindmiddel een aan het Portugees ontsproten taal, het Papiaments, en vergezeld van flarden Afrikaans cultuurgoed dat door de blanke overheerser, deels uit angst en deels uit een misplaatst superioriteitsgevoel, eeuwenlang verguisd zou worden.
Het is de verdienste van Elis dat hij kans heeft gezien van die nood een deugd te maken. In het Spaans zegt men dit zo beeldend: ‘hacer de tripas corazón’ (van ingewanden een hart maken).
Aan het ontwerp van zo’n hart heeft Elis een heel leven lang gewerkt en hij heeft het gevormd uit de elementen die hij vond in de cultuur van zijn volk. Hij zou zijn moedertaal tot grote hoogte brengen en het Curaçaose volk juwelen van gedichten en verhalen in het Papiaments schenken, verhalen en gedichten die hij met zijn sonore stemgeluid tot onnavolgbaar leven zou brengen.

Elis Juliana met prozaschrijfster Myra Römer

Maar luisterde zijn volk ook naar wat hij in wezen te zeggen had? Of wilde het alleen maar worden betoverd door die welluidende klanken? Juliana was er daar zelf niet al te optimistisch over. Toch bleef hij, als een goede schoolmeester, steeds wijzen op de weg die naar het betere zou kunnen leiden. Maar daarvoor was het nodig dat iedereen de handen uit de mouwen stak. Hij aarzelde dan ook niet om commentaar te leveren als de mensen in dit opzicht in gebreke bleven. Wilden ze weten wat hun probleem was? Nou, dat zou hij hun vertellen in ‘Reproche’ (Verwijt): ‘nan ta floho, malkriá, nan ke biba bida dushi, blo papia, zundra, reklamá…sin ta move ni sikiera un pida dede pa trabao’ (ze zijn lui, slecht opgevoed, ze willen een lekker leventje leiden van kletsen, schelden en eisen stellen… zonder een vin te verroeren). Ook dát was Elis. En je hoefde ook niet bij hem aan te komen met schijnheilige praatjes. Hoe moeilijk het ook is om de waarheid onder ogen te zien, kom ermee voor de dag en wèg met het gezegde ‘Berdat no ta haña stul pa sinta’ (de waarheid krijgt geen stoel om op te zitten)!

Ook de politiek krijgt ervan langs. Volksverlakkers en oplichters zijn het met hun mooie praatjes. Juliana houdt iedereen een spiegel voor: de geestelijkheid die via de godsdienst het volk eronder houdt, de moeders die in de opvoeding de jongens voortrekken boven de meisjes, de ‘liefde’ van de zoons voor hun moeder die groter lijkt dan ie in werkelijkheid is…

Zijn we van binnen niet arm en hebben we aan de buitenkant niet slechts een hoop poeha?
 
Elis Juliana voordragend
Maar Elis is vooral mild. Hij begrijpt zoveel. Hij begreep de oude mensen die nog steeds met de angst en onzekerheid leefden die zij in de slaventijd hadden verinnerlijkt, de slaventijd, waarover zij liever niet spraken, in tegenstelling tot wat er gebeurt in onze tijd, waarin iedereen zich laat meevoeren op de vleugels van de waan van de dag en het jaar en zijn zegje doet over de slavernij omdat het immers 150 jaar geleden is dat de slaven ‘vrij’ zijn geworden...
Voor Elis en voor vele – bewust levende – anderen was de slaventijd altijd al aanwezig. Af en toe dook die tijd op in de verhalen die hij optekende, samen met zijn grote vriend Paul Brenneker, uit de mond van de ouderen: ‘katibu ta galinja, mi mama, katibu ta galinja, hm.’ (slaven zijn net kippen, mamma, net kippen, hm…).
In 2003 schreef hij: ‘wat nog maar een paar eeuwen geleden is gebeurd en wat ik, zelf afkomstig uit Afrika, nooit zal kunnen vergeten en wat tot op de dag van vandaag mijn bloed vergiftigt, is de vernedering die Europese piraten – men leze: ook de Hollanders – de gekochte, gestolen of gevangen slaven hebben doen ondergaan door hen met een letter te brandmerken met gloeiend ijzer op de kust van Fort Elmina’.

Elis Juliana was een bewust levend mens. En hij was niet haatdragend. Hij was niet uit op een mentale afrekening met de oude kolonisator die zich nauwelijks bewust was van wat er zich in het verleden had afgespeeld.

Elis is dood. Ongetwijfeld zullen er artikelen komen waarin zijn verdienste voor de kunst en de literatuur breed worden uitgemeten. Vooral zijn ritmische gedichten zullen weer eens duchtig worden afgestoft en voorgedragen. Terecht.
Maar ik denk dat Elis - ondanks de waarschuwing van zijn moeder -  een lach van blijdschap op zijn vergeestelijkt gelaat niet zou kunnen onderdrukken als hij zou zien dat zijn volk begon na te denken over zichzelf en over de houding die het tegenover de ander zou moeten innemen. Een houding die Elis zijn leven lang heeft voorgeleefd. Als mens, als gentleman, als kunstenaar.

Elis bleef zijn humor tot het laatst toe behouden.

Het was in de maand juli van het jaar 2012, dat Elis zijn dochter Magali een handgeschreven gedicht liet brengen naar Lucille Berry met het verzoek om het in de computer op te slaan en het voor te dragen op zijn begrafenis. Kort daarna zei Lucille tegen Elis: ‘hoe weet jij nu wie er het eerst gaat?’ Elis zei: ‘wacht nou maar op me tot die dag.’ Waarop Lucille antwoordde: ‘maar ze gaan lachen als ik dit voorlees!’
‘Dat is precies de bedoeling’, antwoordde Elis.

Het gedichtje zelf is een illustratie van hoe Elis was: eenvoudig, tevreden en verzoend met de onvolkomenheid van het bestaan. Geen haiku die vaak de volkomenheid van de wereld in een notendop tracht te vangen, maar een senriyu, dichtkunst van het volk, een genre dat zijn naam ontleent aan het pseudoniem waarmee de 18e eeuwse Japanse dichter Karai Hachiemon zijn verzen ondertekende: wilgentak. Even buigzaam, vasthoudend, eenvoudig en zacht als de rietstengel van Pascal. Als de pen van Elis Juliana.

U heeft het gedicht kunnen horen op zijn begrafenis. Het is gegaan zoals hij wilde. Maar vrijwel niemand lachte.

Senriyu

Den mi bohio
mi ta felis ku den
kualke palasio.

Ami por subi
mi zamba for di ora
solo ta baha.

Henter anochi
mi por move bai-bini
na mi antoho,

sin stroba ningun
dama ni kabayero
riba nan kabai.

Drenta mi baño
hasi kuantu bochincha
ku mi deseá,

habri frishidèl
klap un mushi ‘bendita’
gloria mi kurpa,

pa porfin mi lèg
maske ta na madoa
te den mardugá.

Elis Juliana, yüli di 2012
Gedicht op z’n Japans

Wat ben ik toch gelukkig
in mijn huisje!
Ik hoef geen groot paleis.

Ik kan gaan liggen
als de zon
weer ondergaat.

De hele avond
kan ik redderen
wat ik wil,

ik stoor geen mens,
geen amazone en geen ridder
te paard.

Ik loop mijn badkamer in,
maak net zoveel lawaai
als ik zou willen,

ik doe de ijskast open,
neem dat ‘godzalig’ neutje,
sla een kruis.

Dan kan ik eindelijk rusten,
misschien alleen wat soezen
tot het ochtend wordt.

Vertaling: Fred de Haas









Klik hier voor een VPRO-interview over Elis Juliana met Fred de Haas

zondag 23 juni 2013

Elis Juliana a bai sosegá awe mardugá

Willemstad— Kòrsou ta lanta e djadomingu aki ku un notisia tristu ku morto di dr. Elis Juliana. E tabatin 85 aña di edat. Su famianan a konfirmá su morto awe mardugá. E siman aki Kòrsou a duna mérito na un di su yunan mas ilustre i multifasétiko ku a haña nòmber di kariño Ompi Elis. Elis Juliana a haña un doktorado honorífiko di nos Universidat djamars último. Pas na su alma i kondolensha na tur amigu, famia i konosí.
Kondolensha na Kòrsou kompleto.

Elis Juliana © Carilexis / Henky Looman


Curaçao – De bekende Curaçaose dichter, auteur, kunstenaar en onderzoeker Elis Juliana is vanochtend overleden. Dat is door zijn familie bekendgemaakt. Hij is 85 jaar geworden. Juliana behoort met Luis Daal en Pierre Lauffer tot de ‘Grote Drie’ van de Antilliaanse dichtkunst in het Papiaments. Lees hier verder.

Elis Juliana met zijn beeltenis van de hand van Hortence Brouwn


Mi amigu Elis

Bo solo ta grandi manera bo kurason
ku tantu aña ta bati ku speransa
di mira kada ruman krese
logra ekselensia na su midí.

Ku prudensia, pa evitá ofensa
b’a saka man ofresé na bos altu
na tur melodia i kadensia, konseho
lorá den ironia, ku huisio i humor.

Bo ke ku ainda bo no a duna basta ...
ma e korona djawe ta zonido di kachu
ku ta yama bin planta kunuku,
tera duru ku abo a rosa, koba i sefta.


Lucille Berry-Haseth

na okashon di 'doctoratus honoris causa’ di Elis Juliana
Kòrsou, 18 di yüni 2013

dinsdag 26 februari 2013

Lucille Berry-Haseth, embahador inkansabel di papiamentu

De directeur van Fundashon pa Planifikashon di Idioma (FPI), prof. dr. Ronnie Severing, heeft donderdag 21 februari jl., op de Internationale Dag van de Moedertaal, aan Lucille Berry-Haseth een plakkaat (plaka di mérito) overhandigd om haar te bedanken voor haar veelzijdige werk ten behoeve van de promotie van haar moedertaal Papiamentu. Zij werd lovend toegesproken door Ini Statia met de volgende woorden.

Lucille Berry-Haseth en Ronnie Severing. Foto FPI


door Ini Statia

Pierre Lauffer a usa e metáfora di ‘chapi pa sigui bòltu e tera gordo di papiamentu’, kurashando asina stimadónan di papiamentu pa sigui kultivá ‘e lenga dardu di nan mama.’ Ma ora nos para ketu na loke Lucille Berry-Haseth a hasi komo embahador di su lenga stimá, mester bisa ku Lucille a hasi muchu mas ku esei. Manera un hardinero i mama dediká Lucille a kuida e mata di papiamentu ku amor i kariño, yay’é, snui e ora mester, transplant’é, piki su flornan, kosechá i kompartí ku otro e dulsura sabroso di nos lenga materno.

Lucille tin mas ku 50 aña kaba ta koba, saka i sleip tur sorto di piedra presioso i djamanta for di e barankanan di papiamentu. Su trabounan komo dosente, lokutor, outor, poeta, traduktor, konsehero i stimuladó di bon uso di papiamentu ta inkontabel i impagabel.
Lucille ta eksperto den mas ku ún lenga. E tabata dosente di spañó i ingles. El a skirbi, publiká i presentá un kantidat numeroso di teksto tokante papiamentu i su literatura. Komo outor, redaktor i traduktor Lucille a kontribuí en grande na obranan voluminoso i na bida kultural di Kòrsou i e anterior Antia Hulandes.

Mi ta djis menshoná algun ehèmpel so. Komo poeta Lucille a publiká dos tomo di poesia, titulá Resonansia i So ku Palabra. Komo redaktor i traduktor i trahando añanan largu komo sekretario den direktiva di Fundashon Pierre Lauffer, Lucille a redaktá i tradusí entre otro e antologia Pa saka kara. Korona riba Lucille su labor di tradukshon ta e tradukshon na papiamentu di Dubbelspel, alias Changá, e obra maestro di Frank Martinus Arion.

Lucille Berry-Haseth. Foto FPI


Lucille su relashon di trabou i amistat ku FPI ta estrecho. FPI ta masha gradisí pa su kolaborashon ku diferente obra ku FPI a produsí i publiká. Semper nos por aserká Lucille pa informashon i konseho. I ku masha táktika Lucille no por laga di ekspresá su preokupashon pa i krítika riba sierto desaroyo no deseá. Nos ta gradisí pa esei, pasobra nos ta siña hopi di dje. Pero no ta p’esei so nos ke honra Lucille. Awe, riba Dia Internashonal di Idioma Materno di 21 di febrüari 2013, nos ke duna un homenahe meresí na Lucille pa su kontribushon total i sumamente balioso na evolushon di nos dushi lenga papiamentu. Lucille, mashá pabien i masha masha danki. Awor dr. Ronnie Severing, direktor di FPI, lo entregá e plaka di mérito n’abo.