Posts tonen met het label Andel Tinde van. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Andel Tinde van. Alle posts tonen

dinsdag 25 februari 2014

Een Surinaams recept tegen overspel

Dresi/kruiden in Suriname. Foto © J. van Leeuwaarde

door Marjolijn van Heemstra

De man van Ria heeft een probleem. Met monogamie. Ria heeft een oplossing die in het Surinaamse dorp waar ze woont heel gewoon is: een vaginaal stoombad.
Ria zit al zeker tien minuten met gespreide benen op de plank. Ze heeft me net gierend van het lachen voorgedaan hoe haar man Roy vanavond zal klaarkomen. Schreeuwend, met zijn ogen stijf dichtgeknepen. Nu staart ze peinzend naar de grond.

Ria heeft een probleem. Of eigenlijk heeft haar man een probleem. Met monogamie. En aangezien hij in de stad werkt en Ria hem alleen in het weekend ziet, als hij naar zijn dorp hier aan de rivier komt, is ze als de dood dat hij zijn heil bij andere vrouwen zoekt.

Ik kwam in dit dorp op weg naar de Voltzberg in Suriname, waar we opnames maken voor een volgende voorstelling. Toen ik vroeg of iemand hier nog een oplossing had wees iedereen naar de hut van Ria.

Want Ria heeft een oplossing gevonden voor haar probleem: een dagelijks vaginaal stoombad. Niks nieuws in dit Marrondorp. Wel nieuw is de combinatie van kruiden die Ria gebruikt. Nieuw en geheim. Ze heeft lang gezocht naar de juiste combinatie, die waarmee ze Roy bij zich kan houden. Ze probeerde van alles. Bijvoorbeeld de Paranamklem, die de man het gevoel geeft dat hij klem zit tijdens de seks. En ook de wasidoekoe (alsof je het met een handdoek doet). Niks hielp. Roy was er altijd na een dag alweer vandoor terwijl zijn weekend toch twee-enhalve dag duurt.

Tinde van Andel zoekt kruiden op de markt in Accra. Foto © C. van der Hoeven


Een oud vrouwtje gaf haar dit geheime recept. Kruiden mengen, kokend water eroverheen en dagelijks vijftien minuten stomen. De eerste keer dat ze het gebruikte bleef Roy het hele weekend en meldde hij zich maandag ziek. Nu wil iedereen van haar weten wat ze gebruikt. Ze vertelt het niet. Straks pikken ze Roy van haar af. Maar als ik het echt wil weten mag dat. Ik ben toch niet Roy's type. Veel te wit en weinig vlees. Ze lacht zo hard dat ze bijna van de plank valt.

Ze steekt een mollige vinger met een lange paarse nagel in de lucht en begint op te sommen: "Grote pinya. Klein swietboontje. Papegaaiennagel. Hoor je me?", vraagt ze streng.

Ik vraag of het niet handiger zou zijn als Roy het probleem zou oplossen door minder vreemd te gaan. Ze kijkt me stuurs aan vanaf haar plank. Dat vindt ze een typische opmerking voor een witte, zegt ze. "Voor jullie moet de oplossing altijd van een ander komen. Aanpassen dit, aanpassen dat. Waarom niet gewoon doen wat je kan? Zo is iedereen blij."

Ze slaat haar grote ronde handen op de plank en even denk ik dat ze me de badkamer uit zal zetten. Maar ze laat haar stoombad niet door mij verpesten.

Ik kijk naar de geruite doek over haar schoot, naar haar treurige ronde gezicht. Ik wil zeggen dat Roy het niet waard is, dat een man die alleen maar bij je blijft als je elke dag met je benen wijd boven dampende kruiden hangt misschien wel geen leuke man is. Maar Ria wacht op Roy, niet op mijn adviezen.

Of het wel gezond is, durf ik snel te vragen. Ze schudt haar hoofd en klakt met haar tong. "Je bent net die witte dokter, een vrouw die hier was, die begon over scheuren en schimmels. Als je van hem houdt is hij een paar scheurtjes waard. Ik vroeg die dokter: hoe lang ben je van huis? Een maand, zei ze."

Ria schudt meewarig haar hoofd.

"Eindstand heb ik haar een zakje meegegeven. Voor als ze haar man weer zou zien."
Marjolijn van Heemstra
Foto © Thomas Huisman



Marjolijn van Heemstra is schrijver en theatermaker. Ze zoekt oplossingen voor prangende problemen.


[uit Trouw, 13/10/12]


zaterdag 2 november 2013

Saramaccaans voor beginners

Minke deelt ballonnen uit, de vraag is groot. ‘Ik heeft nok keen blaas’. Foto: Tinde van Andel

door Tinde van Andel

Het Saramaccaans is een stuk moeilijker dan het Aucaans of het Sranantongo. De Saramaccaners vluchtten veel eerder het bos in (sommigen al  voor 1700), en veel van hen waren slaven van uit Brazilië weggestuurde Joodse plantagehouders. Dus zit er behalve Engels, Nederlands, Indiaans en Afrikaans ook een hoop Portugees in. Laat dat mengsel van talen een paar honderd jaar gisten in een verafgelegen oerwoud, gooi zoveel mogelijk medeklinkers eruit en je krijgt Saramaccaans.

We doen ons best het te verstaan, mensen komen ons tegemoet met hun versie van het Sranantongo. Net als je denkt dat je alles begrijpt, gaan ze met elkaar praten: niet alleen het volume wordt met 100 decibel opgeschroefd, ook versta je er opeens geen klap meer van. Zo kom je er achter dat je al die tijd in een soort Saramaccaans voor sukkels bent toegesproken. De toeristen die hier komen, spreken geen woord met de lokale bevolking. Voor mensen die hier komen en toch eens een praatje willen maken, hieronder onze klunzige samenvatting:

wóóóy = Hé, jij daar! (kan ook geroepen worden in een telefoon)
un dé noooooo = (lett. wij zijn er): hoi
i kon akii? = (lett. ben jij gekomen?): hoi
weki-oooooooo = goedemorgen
mi weki taangaaa = (lett. ik ben sterk wakker geworden): ook goedemorgen
duumi weki = (lett.: slapen wakker worden): slaap lekker
saai sèèèèèèèfi = van hetzelfde

Let op als mensen zich voorstellen met een bekend klinkende naam: zo heten ze dus niet. Niemand kent ze bij hun paspoortnaam, je moet hun bijnaam weten:
Georgio heet Jamesi, Agnes heet Akkie, Cor heet Abèlle, George heet Sioorie, Angelo heet Djanko, Hesdy heet Adadu

Moni (geld): kwaliki = kwartje (0,25 Surinaamse dollar)
tiensensi = dubbeltje (0,20 SRD)
dala = 1 Surinaamse dollar (100 ct) in de stad zeggen ze ‘doller’
gaan dala, baaka dala (grote / zwarte dollar) = 250 ct

tu yuuu te mi doooo (lett. twee uur tot ik deur) = ik ben er pas om twee uur.

alibi – boontje (een soort klein bruin capucijnertje)
alibi alibi – boontje-boontje (Senna occidentalis), onkruid met oneetbare boontjes

baaka = zwart, blauw of paars of wit (bakra)

Saalaaamakka stilaati in Palamaliboo = Saramaccastraat te P’bo, hier pak je de bus naar ‘t binnenland. Je hoort het Aucaans en Saramaccaans al op de stoep.

mi lij, mi lij = ik rij al (roept Doksi in zijn cell als er nog iemand mee wil die te laat is)

Ik ben geen rasta, ik draai gewoon mij haar.
Djamaika = toeristenverblijf op Jawjaw, niet het eiland. Bob Marley? Wie is dat?

Hoe oud ben jij zonder vrijpostig? = Mag ik zo onbeleefd zijn te vragen hoe oud je bent?

Ik heeft nok niet blaas = ik heb nog geen ballon (dus mag ik er een?)

Saramakaners in Atjoni, waar goederen uit de busjes worden overgeladen in korjalen. Foto C. van der Hoeven


sembe buka (lett. iemands mond): kwalijke dingen die mensen over je kostgrondje zeggen, zodat er niets meer groeit. Om dit tegen te gaan plant je een pakopesi (Canavalia brasiliensis, een hele grote oneetbare boon) aan de ingang van je veldje. In Benin gebruiken voodoo priesters een boon van Canavalia ensiformis tijdens rituelen, die heet….akpaku.

tinde = klein vogeltje dat de rijst opeet. Je schiet erop met je ‘slinger’ (katapult).
Niemand heeft hier dus moeite met mijn naam uitspreken

kakisa = huid, schil, boombast.

mi nango bakasei (lett. ik ga naar de achterkant) = ik ga het bos in

switi mofo (lett. zoete mond) = vlees uit het bos of een lekkere vis

disi boy no taki neks = deze jongen zegt niets (Jorik heeft moeite met Saramaccaans)

djanga futu = hert (eet alle napibladeren op)

genge = twee pannendeksels die op elkaar klapperen om vogels weg te jagen.

blina bal- een zoet broodje dat bakker Betsy bakt (Berliner bol)

hanse muyee = lekker wijf (van ‘handsome’ (Engels) en ‘mulher’ (Portugees)

loli = slijmerig, zoals sesambladeren in een kruidenbad
lolo = rollen
luile = ruilen
lalu = oker
kalu = mais
palu = Heliconia

beee = brood    bee = buik   be = rood
Als dus wil zeggen: “mijn rode buik zit vol brood”, dan klink je als een sukapu (schaap)

ketre kendi kendi kendi -pas op die ketel is heet!

Ik ga voor jou een onderkomen bouwen hier = ik vind jou leuk

sakwati kula: ‘dat is een vrijpostig ding, dat draagt een man in zijn broek!’




[van bushblogsuriname, woensdag 7 augustus 2013]

zondag 27 januari 2013

Butterflies of Suriname. A natural history

door Evangeline Dulder

Foto @ Delano Gerling

Na in het afgelopen jaar tweemaal een bezoek te hebben gebracht aan onze vlindertuin op Lelydorp en tijdens mijn vakantie aan een in Bendorf-Duitsland, raakte ik zo gefascineerd door de schoonheid van vlinders dat ik besloot om voor het jaar 2013 ‘vlinders’ als thema te nemen. Ik kocht allerlei spullen om dit thema uit te dragen. Ik vind het dan ook geen toeval dat mij gevraagd werd een stuk te schrijven over bovengenoemd boek. Dat heb ik met veel plezier gedaan.
Toen ik het boek in handen kreeg en er door bladerde, was het eerste dat in mij opkwam: wat een prachtig naslagwerk! De tekst is in het Engels. In het voorwoord geven de auteurs aan wat het doel is: de lezers achtergrondinformatie verschaffen over en ze inleiden tot de wereld van de vlinders van Suriname. Met dit boekwerk willen ze de volgende groepen bereiken: de bevolking van Suriname, toeristen en andere niet-professionals die geïnteresseerd zijn en uiteraard studenten biologie. Het idee voor het schrijven van dit naslagwerk ontstond toen de eerste auteur, Hajo B.P.E. Gernaat, per toeval in de collectie van ‘NCB Naturalis’ te Leiden een grote verzameling van niet beschreven vlindersoorten uit Suriname ontdekte. Vele waren meer dan honderd jaar geleden verzameld.


De infomatie in het boek is opgebouwd uit vier delen: Deel I handelt over de biologische naamgeving en classificatie, de geografie, de geologie en de bodems van Suriname. Er wordt gebruik gemaakt van de officiële Latijnse namen omdat er voor de meeste soorten geen volksnamen zijn. Daar waar die wel bekend zijn, worden ze vermeld. De Latijnse namen zijn nota bene  de enige namen die internationaal te gebruiken zijn. De lezers worden aangemoedigd om bij het lezen de namen tot tweemaal toe langzaam uit te spreken zodat ze die beter kunnen onthouden. Na uitleg over de naamgeving is er informatie over Suriname als deel van het Guyanaschild met zijn klimaat, geologie en bodems. Er is een tabel opgenomen met endemische planten- en diergroepen.
Deel II gaat over planten. Het begint met basiskennis over de anatomie en fysiologie van planten. Deze kennis is nodig zodat men de nauwe relaties tussen vlinders en planten kan begrijpen. De vlinderwijfjes leggen hun eitjes op planten die de voedingsplant zijn voor de rupsen die uitkomen. Maar planten hebben hun manieren om zich te verdedigen tegen vraat en aantasting. Op pagina 44 is er een lijst waarin opgenomen de plantenfamilies die als voedselplanten dienen voor vlinders en rupsen. Verder is er informatie over het tropisch regenbos als complex ecosysteem, waardoor de lezer een goed inzicht krijgt in de wijze waarop de relaties tussen planten en dieren verlopen. Er wordt ook aandacht besteed aan de diversiteit van planten in Suriname. Dit deel eindigt met een overzicht van de voornaamste habitats en vegetatietypen in Suriname.

Lepidoptera Uit: De uitlandsche kapellen, voorkomende in de drie waereld-deelen Asia, Africa en America. A Amsteldam :Chez Barthelmy Wild,1779-1782 [i.e. 1775-1782].

In deel III bespreekt men de functionele anatomie van vlinders, het verschil tussen de geslachten (seksen), de levenscyclus van de vlinder, de vlindertrek, de roofvijanden en de manier waarop vlinders zich tegen deze vijanden kunnen verdedigen. Als vijanden worden onder andere genoemd hagedissen, vogels, wespen, spinnen, vleermuizen en awari’s, maar ook virussen, bacteriën en schimmels. Op de pagina’s 108 en 109 is een tabel opgenomen met een overzicht van vogels die zich met vlinders voeden. Dit deel eindigt met de geschiedenis van de studies die er gedaan zijn met betrekking tot vlinders. Het begon met Maria Sibylla Merian die van 1699 tot 1701 in Suriname verbleef. Zij schreef over ‘De verandering der Surinaamsche insecten’. Carolus Linnaeus beschreef een vlindersoort uit de collectie van Maria Sibylla Merian. Uit de vele namen van mensen die studies gemaakt hebben wil ik nog noemen Piet Cramer, J.C. Fabricius, dr. Dirk Geyskes en onze eigen Heinrich B. Heyde.

Deel IV bevat een checklist en afbeeldingen van 150 vlindersoorten in Suriname. In deze lijst zijn de soorten geordend naar families en beschreven volgens de regels van het classificatiesysteem. En er is voldoende informatie gegeven over de verschillende voedselplanten.
De prachtige tekeningen en foto’s  prikkelen de lezer om op zoek te gaan naar de informatie die zij willen hebben over vlinders in Suriname. Voor mij is dit boek een bijzondere aanvulling van de collectie boeken over de Surinaamse fauna. Het is aan te bevelen dat de universiteitsbibliotheek en de bibliotheek van het IOL dit boek aanschaffen. En voor liefhebbers van vlinders, is het van onschatbare waarde.

Hajo B.P.E. Gernaat, Borgesius G. Beckels, Tinde van Andel: Butterflies of Suriname. A natural history. Amsterdam: KIT Publishers, 2012. ISBN 978 94 6022 171 2

zaterdag 8 september 2012

Boek over vlinders in Suriname gepresenteerd

Paramaribo - In de bibliotheek van de Universiteit van Suriname heeft in aanwezigheid van een selecte groep genodigden op 29 augustus een boekpresentatie plaatsgevonden van Butterflies of Suriname, de nieuwste uitgave van KIT Publishers. Het boek is een ’natural history’ van de auteurs Hajo Gernaat, Borgesius Beckles en Tinde van Andel.

Butterflies of Suriname is na 160 jaar ... het eerste boek over Surinaamse vlinders en het resultaat van zes jaar onderzoek door de auteurs. Het boek bevat ongeveer 300 foto’s en figuren met teksten. Er zijn ook meer dan 600 foto’s op 52 platen te zien van allerlei vlinders. Volgens de auteurs moet dit boek gelezen worden door elke Surinamer, geïnteresseerde bioloog, toerist en alle andere liefhebbers van de natuur in Suriname.

De Surinaamse auteur Borgesius Beckles, natuurkenner en natuurfotograaf en van beroep advocaat, introduceerde het boekwerk tijdens de boekpresentatie. “De universiteitsbibliotheek, de plek voor wetenschappelijke informatievoorziening, is vereerd door het vertrouwen dat Peter Sanches, marketing manager bij KIT, in haar heeft gesteld om de presentatie van een wetenschappelijke publicatie van dit kaliber in Suriname te organiseren”, benadrukte Jane Smith, directeur van de bibliotheek.

[van nospang.com, vrijdag 07 september 2012]

zaterdag 11 augustus 2012

Eeuwenoude Surinaamse plantencollectie teruggevonden

Het wordt een vergeten schat genoemd: de oudst bewaard gebleven plantencollectie uit Suriname. Het gaat om het zogeheten Hermann herbarium, een boek met daarin vijftig planten uit Suriname. Deze zijn van 1687 tot 1689 verzameld. De bekende Duitse botanicus Paul Hermann zette dit herbarium in elkaar. Het boek dook toevallig op in Utrecht toen de collectie waar het bij lag juist werd afgestoten.

Okra, uit het Hermann herbarium


Onlangs werd er een speciale dag georganiseerd in Leiden. Daar ligt het boek nu veilig opgeborgen in de schatkamer van Naturalis in Leiden, maar bezoekers konden op deze dag voor één keer het herbarium bekijken en luisteren naar etnobotanicus Tinde van Andel, die het verhaal achter dit herbarium vertelde.

Afrikaanse planten
De collectie en het boek zijn al dik drie eeuwen oud, maar alle planten die erin verzameld zijn, bestaan nog steeds. Je ziet cassave, okra en sesam. De collectie is extra bijzonder, vertelt Van Andel, omdat het laat zien hoe eind zeventiende eeuw - de plantage-economie bestond nog niet lang, een jaar of twintig, dertig en toch waren er al Afrikaanse planten 'ingeburgerd' in Suriname.
Bezoekers van de dag vinden het leuk om te leren dat de okra Afrikaans is. Illusionist Ramana was een van de bezoekers. Naast zijn bestaan als goochelend artiest handelt hij in geneeskrachtige planten. Surinaamse planten zijn in het bijzonder een hobby van hem. Hij koopt ze op en verkoopt ze in Nederland.

Online bekijken
Omdat de collectie zo oud is, blijft ze goed opgeborgen en is ze maar zelden toegankelijk voor publiek. Om het publiek toch van de speciale collectie te laten genieten, staan alle blaadjes uit de collectie online op de website Hermann-herbarium.nl.

[RNW, 10 augustus 2012]

vrijdag 15 juni 2012

Oudste Surinaamse plantencollectie één dag in museum te zien

Naturalis belicht botanie met exposities, lezing en demonstratie

Leiden, 14 juni 2012 – Zondag 24 juni om 14.00 uur geeft etnobotanicus Tinde van Andel een lezing over het zeer oude Surinaamse Hermann herbarium, dat alleen deze dag tentoongesteld wordt. Wetenschappelijk illustrator Anita Sachs geeft gelijktijdig een demonstratie botanisch tekenen.

Tijdens de verhuizing van het Utrechtse Herbarium naar NCB Naturalis kwam ook het ‘vergeten Hermann Herbarium’ mee naar Leiden. De Leidse hoogleraar botanie Paul Hermann stelde het omstreeks 1689 samen. Dit boek met 49 plantencollecties, verzameld in Suriname rond 1687 door de mysterieuze Hendrik Meyer, was eigenlijk nooit goed onderzocht. Onlangs is gebleken dat dit herbarium de oudste bewaard gebleven natuurhistorische collectie uit Suriname is en daarmee van groot wetenschappelijk belang. Behalve Indiaanse gebruiksplanten bevat het boek ook de eerste Afrikaanse slavengewassen.

Miconia acinodendron. De blauwe vruchtjes worden gegeten door Indianenkinderen




Expositie en lezing

Het Hermann herbarium wordt op zondag 24 juni 2012 eenmalig tentoongesteld in Naturalis. Etnobotanicus Tinde van Andel houdt daar om 14:00 een lezing over het wetenschappelijke belang van dit herbarium. U hoeft zich hiervoor niet aan te melden. De lezing is gratis bij aankoop van een entreebewijs tot het museum.

Tentoonstelling

De tentoonstelling Passie voor bloemen toont 17e en 18e eeuwse botanische tekeningen uit de Van Berkhey collectie getoond. In veertig jaar bracht Van Berkhey (1729-1812) een indrukwekkende verzameling bijeen van uiteenlopende natuurhistorische objecten. Deze omvat onder meer een opmerkelijke collectie tekeningen en gravures die op wetenschappelijk geordende wijze de levende natuur in beeld brengt, waaronder tekeningen van Maria Sibylla Merian (1647-1717), die rond 1700 in Suriname verbleef en daar de flora en fauna tekende.

Demonstratie wetenschappelijk tekenen

Wetenschappelijk illustrator Anita Sachs geeft tijdens de lezing een demonstratie. Zij werd onlangs nog beloond met de Margaret Flockton Award, een belangrijke Australische wedstrijd voor wetenschappelijk illustratoren van planten en bloemen. Sachs: “De exacte weergave van een plant of bloem is essentieel voor het wetenschappelijk onderzoek eraan. In een illustratie kun je de ideale situatie van de plant of bloem weergeven. Op een foto is het object soms verkreukeld of verlept.”

  Kijk voor extra informatie in de agenda op www.naturalis.nl. Het digitale herbarium is nu in zijn geheel online te bekijken op www.hermann-herbarium.nl. Deze website wordt op 24 juni officieel gelanceerd.

Een vergeten Surinaamse schat uit de schatkamer van NCB Naturalis

Tijdens de verhuizing van de 800.000 collecties van het Utrechtse Herbarium naar NCB Naturalis, kwam ook het ‘vergeten Hermann Herbarium’ mee naar Leiden. Dit boek met 50 plantencollecties, verzameld rond 1687 door de mysterieuze Hendrik Meyer, een onbekende inwoner van Suriname, was eigenlijk nooit goed onderzocht. Het was in het bezit van de Leidse hoogleraar botanie Paul Hermann.

Slangenkruydt (Eryngium foetidum), slangenverjager, met sterk zoete smaak en zware geur, voor hysterie gebruikt

Onlangs is deze waardevolle historische collectie gedigitaliseerd, geïdentificeerd en de Latijnse teksten vertaald en geïnterpreteerd. Nu blijkt dat het de oudste bewaard gebleven natuurhistorische collectie uit Suriname is. Hendrik Meyer moet met lokale Indianen het bos in zijn gegaan: vrijwel alle planten dienen als medicijn, voedsel of constructiemateriaal en de meeste lokale namen zijn in de inheemse Carib taal.

Opvallend is dat er twee Afrikaanse planten tussen zitten: okra en sesam. Die werden eind 17e eeuw al verbouwd door slaven, die de zaden mee smokkelden uit slavenschepen. Deze collectie laat zien hoe lokale namen en plantgebruik in de loop der eeuwen zijn veranderd, maar soms ook verassend gelijk zijn gebleven.

Meer informatie: http://www.hermann-herbarium.nl/ Tinde van Andel (andel@nhn.leidenuniv.nl)

dinsdag 1 mei 2012

Seksualiteit en Erotiek in Suriname (3)

door Chris Polanen

 Wasi ondrosei, vaginale stoombaden in Suriname

Tinde van Andel, onderzoekster verbonden aan het Nationaal Herbarium en de Universiteit van Utrecht gaf een lezing over: ‘Wasi ondrosei’, het gebruik van vaginale stoombaden in Suriname.
Haar team vond op de markt in Suriname 96 plantensoorten die voor vaginale stoombaden gebruikt werden. Buiten het commerciële circuit vonden ze nog eens 70 soorten en ze was ervan overtuigd dat ze meer soorten gevonden hadden als ze dieper het binnenland in gegaan waren. Marronvrouwen zijn de verzamelaars, handelaren en belangrijkste consumenten van deze planten. Er wordt ongeveer voor 42000 $ per jaar aan deze planten verhandeld.



Het vaginale stoombad, ook wel genoemd, uma wasi, faya watra of wasi poentje, wordt
twee maal per dag aanbevolen. De bladeren of bast worden aan de kook gebracht en de vrouw gaat erboven zitten. Nadat het brouwsel afgekoeld is, wast de vrouw zich er mee.

Van Andel onderzocht waarom vrouwen dit doen en hoeveel plantensoorten voor elk doel gebruikt worden.
-schoonmaken van de vagina – 97 soorten
-strakker maken van de vagina-97 soorten
-baarmoeder schoonmaken na bevalling – 51 soorten
-meer plezier bij seks- 46 soorten
- tegen vieze geur vrouw – 46 soorten
-droogmaken van de vagina-45 soorten
-tegen kraamvrouwenkoorts-44 soorten
-aansterken kraamvrouw-31 soorten

Het droogmaken van de vagina is geen specifiek Surinaams gebruik, maar is afkomstig uit Afrika, waar dit ‘dry sex’ wordt genoemd.
Van Andel benadrukt dat het droogmaken van de vagina en dry sex gevaren met zich mee brengt. Droogmaken onderdrukt de natuurlijke bacteriegroei in de vagina en beschadigt het vaginale slijmvlies. Condooms kunnen makkelijker scheuren en door kleine wondjes kunnen SOA’S, waaronder HIV makkelijker overgedragen worden.



Onder de Marrons is een groter percentage mensen besmet met HIV dan onder andere bevolkingsgroepen. Waarschijnlijke oorzaken hiervoor zijn: veel seksuele partners, weinig condoomgebruik en en volgens van Andel ook de vaginale stoombaden.
Aangezien meer dan 1 % van de Surinaamse bevolking met HIV besmet is, moet men officieel spreken van een epidemie.

Er is echter wel een voordeel van het gebruik van vaginale stoombaden na de bevalling.
Vooral als deze onder onhygiënische omstandigheden heeft plaatsgevonden, kunnen stoombaden wel degelijk de kans op infecties verlagen. Er is dus goede voorlichting nodig over het gebruik van vaginale stoombaden. In Suriname, maar ook in Nederland. Jaarlijks wordt er 55000 kg planten voor dit doel vanuit Suriname met luchtpost naar Nederland vervoerd. Nederlandse medische instanties zijn echter geheel niet bekend met deze materie.

woensdag 2 november 2011

Medicinale en Rituele Planten van Suriname

door Peter Douma

Suriname is aan de ramp ontsnapt. Nou ja, de ramp is door dit boek wat afgenomen. Een schat aan traditionele kennis, die mondeling van generatie op generatie werd doorgegeven, dreigt verloren te gaan. Een groot deel van de kennis over medicinale en rituele planten is nu vastgelegd in een prachtig boek. Onderzoeksters Tinde van Andel en Sofie Ruysschaert deden veldwerk naar het gebruik van planten in Suriname. Hun resultaten legden ze wetenschappelijk verantwoord neer in een boek van meer dan vijfhonderd pagina’s, rijk geïllustreerd met tekeningen en foto’s. Die wetenschappelijke inslag is noodzakelijk en te prijzen, het boek wordt er helaas niet toegankelijker door.

De planten staan op alfabetische volgorde, op hun Latijnse soortnaam. Zoek je bijvoorbeeld de fayalobi, dan ben je veroordeeld tot het register, waarin Surinames meest geliefde plant vijf keer vermeld staat. Een van die vijf verwijst naar het betreffende lemma, de Ixora Coccinea. Een kniesoor echter die daar op let, want de schrijvers ontsluiten zo’n schat aan informatie, dat de lezer zich wel moet overgeven aan bewondering. Van honderden planten legden zij vast hoe ze gebruikt werden en vooral ook door wie. Want natuurlijk, het is aardig te weten welk blaadje tegen koorts helpt, welk tegen voetschimmel en welk tegen boze dwergen.
Medicinale en Rituele Planten van Suriname geeft ons via een boro pasi meer inzicht in de Surinaamse samenleving. Die fayalobi komt bijvoorbeeld oorspronkelijk uit Zuidoost Azië. Dat Hindoestanen de bloemen gebruiken bij offers wekt dus misschien geen verbazing. Marrons passen het toe bij een stoombad om de edele delen mee te verzorgen. Het zaad van de tamarinde werd meegesmokkeld op slavenschepen (de bomen op het Onafhankelijksheidsplein stammen daar rechtstreeks van af). Rond 1800 dronk Stedman er al een verfrissende drank van en later gebruikten Javanen het vruchtpulp tegen menstruatiepijn.

De lezer ziet niet alleen in de mensen maar ook in de planten van Suriname de geschiedenis. Een groot deel van ‘wat groeit en bloeit’ is resultaat van slavernij en migratie. Het merendeel van de planten is natuurlijk inheems, maar ook die worden intussen door niet-inheemse bevolkingsgroepen toegepast. Slangenkruid groeide altijd al in Suriname, maar plantersvrouwen gebruikten het tegen paniekaanvallen en Marrons benutten het om kraamvrouwenkoorts te voorkomen.
Het boek is geen medisch handboek of een gebruiksaanwijzing voor het uitvoeren van rituelen. De schrijvers doen geen uitspraken over de werkzaamheid van de planten. Geen garantie dus dat de boze dwergen inderdaad weg blijven. Voor (etno-) biologen en geïnteresseerde leken is het niet alleen een belangrijk overzicht, maar ook een onverwachte spiegel van de samenleving.

Medicinale en Rituele Planten van Suriname, Tinde van Andel en Sofie Ruysschaert, 2011, KIT Publishers, ISBN 9789460221392

[uit Parbode, 1 november 2011]

dinsdag 21 juni 2011

Kruidendrankjes ter bevordering van potentie

Foto: Gloria Wekker en Tinde van Andel, @ Sam Jones

Wat is nou het beste kruidendrankje om de mannelijke potentie op te krikken? En hoe komen die drankjes eigenlijk in het Caribisch gebied terecht? Met flesjes, opgedroogde blaadjes en takjes hield kruidenkenners Gloria Wekker en Tinde van Andel onlangs een spannende inleiding in het Museum Volkenkunde in Leiden.

Ze begon met de zoektocht naar het perfecte zogeheten afrodisiacum, ofwel liefdesdrankje. Dat afrodisiac is in elk land weer anders, zegt ze. Ze toont enkele drankjes uit onder anderen Suriname en Ghana, maar een echt Antilliaans drankje kon Van Andel niet vinden. Ze spreekt van een 'zwart gat in haar onderzoek'. Maar de flessen met alcohol en stukjes hout moeten volgens haar zeker ergens op de Antillen zijn te vinden.

Bitter
Het drankje uit Suriname heeft in ieder geval qua smaak niet de voorkeur van Gloria Wekker, 'die smaakt verschrikkelijk bitter, maar Surinamers vinden dat weer erg lekker'. Het hangt af van de ingrediënten die de kracht van het disiacum bepalen, en in elk land is dat dus weer anders, benadrukt de onderzoekster. De alcohol waarmee wordt gecombineerd kan variëren van rum tot wodka. Sommige flessen zijn voorzien van een inspirerend plaatje van een man en vrouw.

Internet
De drankjes zijn overigens ook gewoon via internet te bestellen, waar ze onder allerlei exotische namen worden aangeprezen, al dan niet voorzien van stimulerende afbeeldingen.

Klik hier voor een uitgebreid interview met Gloria Wekker en Tinde van Andel, door Sam Jones op Radio Nederland Wereldomroep.

zaterdag 30 april 2011

Seksualiteit in Indonesië en de Caraïben

Op vrijdag 17 juni vindt van 13.00—18.00 in het Museum Volkenkunde in Leiden de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering en lezingenmiddag van het KITLV. Het thema van de lezingenmiddag (aansluitend op de Algemene Ledenvergadering) is: ‘Seksualiteit in Indonesië en de Caraïben’.

Voorlopig programma:

Op zoek naar het perfecte afrodisiacum; het gebruik van alcoholische bitters in West-Afrika en het Caraïbisch gebied, Dr. Tinde van Andel (Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis)
Wie kent ze niet, de flessen vol bittere stukjes hout, bast en zaden die overal in Suriname en het Caraïbisch gebied worden verkocht voor de mannelijke potentie? Gedrenkt in sterke rum geven deze kruiden de Caraïbische man zijn legendarische ‘power’. Het gebruik van alcoholische bitters komt echter uit West-Afrika. Slaven hebben in elk land waar ze te werk werden gesteld nieuwe ingrediënten moeten zoeken om hun favoriete drankje opnieuw uit te vinden. En dat is ze gelukt.

‘Van mati-werk tot kabula-feesten’; een zoektocht naar Surinaamse seksualiteit, Dr. Gloria Wekker (Universiteit Utrecht)
Een interessante vraag in de studie naar Surinaamse/ Caraïbische seksualiteit is: waarom is de blik juist op Creolen gericht geweest en niet of nauwelijks op andere groepen in de Surinaamse samenleving? Een lange lijn van onderzoekers, van de Herskovitses (1936) tot Groenfelt (2009), heeft zich beziggehouden met Creoolse seksualiteit, terwijl er tot voor kort nauwelijks aandacht was voor de wijzen waarop seksualiteit in andere etnische groepen vorm kreeg. Wat zegt dit over de Nederlandse psyche, en de plaats die de seksualiteit van zwarten daarin inneemt?

Goddelijke genade en animistische wih; de ontmoeting tussen twee heilseconomieën aan de zuidkust van Nieuw Guinea, ca. 1910, Dr. Raymond Corbey (Universiteit van Tilburg)
De afgelopen jaren verdiepte Raymond Corbey zich in teksten en etnografische foto’s van de hand van missionarissen van het Heilig Hart met betrekking tot sterk seksueel geladen rituelen van de Marind Anim van Nieuw-Guinea van ongeveer honderd jaar geleden. Deze middag presenteert hij dit boeiende historisch beeldmateriaal en analyseert hij de worsteling van de missionarissen met deze materie. Hiervoor maakt hij ondermeer gebruik van de narratologie en de analyse van metaforen.

Tussen hoofddoek en hotpants; kledingkeuze en identiteitsvorming onder jonge moslima’s in Yogyakarta, Lisa Storms, MA
Indonesische jongeren hebben steeds meer mogelijkheden om over de eigen landsgrenzen heen te kijken, onder andere door het internet. Dat dit echter niet automatisch leidt tot het overnemen van andere waarden, zoals, bijvoorbeeld seksuele waarden, blijkt uit het onderzoek dat Lisa Storms enkele jaren geleden uitvoerde onder jonge islamitische vrouwen in Yogyakarta. Zij stelde vast dat een deel van deze vrouwen zich afzet tegen westerse noties over seks, niet door terug te grijpen naar Indonesische normen en waarden over seks, maar door zich in hun kledingkeuze en omgangsvormen met de andere sekse te laten leiden door islamitische richtlijnen.

Wilt u zich alvast aanmelden? Dat kan via: kitlv@kitlv.nl of 071 527 2295.

Jagen op geneeskracht uit het oerwoud

door Karin Anema

Het is groen, geneeskrachtig en er valt geld mee te verdie
nen. De Surinaamse jungle is een schatkamer van medicinale planten waarvan het effect wetenschappelijk vaststaat. Hoe ze precies werken weten alleen medicijnmannen. Naar die kennis speurt de farmaceutische industrie het oerwoud af.

Mijn zoon had een botziekte die niet met westerse geneeskunde te behandelen was. In Suriname legde marronmedicijnman Pake (marron: afstammeling van gevluchte plantageslaven - red.) kruidencompressen bij hem aan, waarna mijn zoon zonder rolstoel naar huis kon terugkeren. Nadat in het VPRO televisieprogramma Boeken dit verhaal aan de orde kwam tijdens het interview naar aanleiding van mijn boek De groeten aan de koningin. Reis door Suriname, volgde een stroom van reacties. Ze kwamen vooral van patiënten die er al hun geld voor over hadden om ook naar Suriname te gaan.



Dat vond ik even fascinerend als zorgwekkend. Want ondanks deze geslaagde genezing door de betreffende 'bottendokter' is Suriname niet het land van belofte, waar een medicijnman een blik vol kruiden opentrekt. Bovendien is van die wereld van traditionele genezers en de precieze geneeskrachtige werking van de planten nog maar weinig bekend. Wel groeit het besef dat deze geneeskrachtige planten een waardevolle aanvulling kunnen zijn op de westerse geneeskunde. En dus neemt de belangstelling toe. Niet alleen van patiënten, maar ook van de medisch-wetenschappelijke wereld. In dat opzicht kwam de mooiste reactie van een Surinaamse huisarts uit Den Haag: 'Als medicus ben ik tegen inheemse medicijnmannen. Maar ik ben je heel dankbaar dat je dit boek hebt geschreven, het werd tijd dat de waarheid op schrift werd gesteld.'

Vaststaat dat het Surinaamse oerwoud een schatkamer is van geneeskrachtige planten en dat daarin een aardige handel wordt gedreven. Die speelt zich vooral af binnen de marrongemeenschap. Veel marrons drijven als kenners, verzamelaars en verkopers eenmansbedrijfjes. Etnobotanicus Tinde van Andel, van het Nationaal Herbarium Utrecht, die onderzoek doet naar geneeskrachtige planten in onder andere Suriname, schat dat er 245 soorten medicinale planten worden verhandeld, die jaarlijks een marktwaarde van ongeveer 1 miljoen US dollar vertegenwoordigen. Per jaar wordt 55 duizend kilo kruiden geëxporteerd naar Nederland, vertelt zij. 'Marktventers vertellen graag dat de kruiden diep uit het bos komen, maar de meeste planten groeien als onkruid rondom Paramaribo. Daar hebben wij ze ook voor ons onderzoek verzameld.´


Voetballers en politici

Soms is de kennis van medicinale kruiden het visitekaartje van een gemeenschap. Zo is Pake, de marron die mijn zoon genas, niet zomaar een medicijnman. Zijn faam reikt tot ver over de Surinaamse grens: van voetballers uit het Nederlands elftal tot parlementsvoorzitter Lachmon kwamen op zijn erf.

Vaak ook lijkt kennis door het uitsterven van medicijnmannen te verdwijnen.

De neef van Pake is Frits van Troon (70), veldbotanicus, geboren in het district Saramacca in het noorden van Suriname. Volgens Van Troon is het verlies van de expertise van medicijnmannen vaak ook gewoon toeval. 'Het gaat om kennis binnen een familie. Als clans ruzie met elkaar krijgen, zoekt een van de partijen zijn toevlucht elders. Als dat de familie is die veel weet van medicinale planten, verlies je die kennis meteen ook.'

Hoe het in dit opzicht is gesteld met inheemse bevolking van Suriname, de indianen, is vaak nog onduidelijker. Deels komt dit doordat hun knowhow van de ene op de andere dag werd afgeschreven door zendelingen die de pil van de blanken superieur verklaarden. Toch zijn er indianen die hun kennis hebben weten te behouden. Ook al doen ze soms alsof ze er niets meer van weten, omdat traditioneel genezen not done is in de ogen van 'de kerk' en 'de blanken'.

Veldbotanicus Van Troon is een van de laatst levende traditionele bomen- en plantenkenners van Suriname. In samenwerking met het Nationaal Herbarium in Utrecht en Leiden en met etnobotanicus dr. Tinde van Andel determineert hij planten in Suriname en ook in Guyana (voorheen Brits) en Frans Guyana. Ook legt hij vast welke planten voor welke kwaal worden gebruikt. Het resultaat van dat speurwerk wordt de plantengids van het Nationaal Herbarium, die in 2008 verschijnt en die is bedoeld als een consumentengids van welke planten voor welke kwaal kunnen worden gebruikt.

Al decennialang bestudeert het Nationaal Herbarium, samen met het Nationaal Herbarium van de Anton de Kom Universiteit in Paramaribo, de flora van Suriname en inmiddels liggen zo'n 50.000 gedroogde exemplaren in Utrecht opgeslagen. Zo'n onderzoek hangt volledig af van een goede bomenkenner ter plaatse, zegt Tinde van Andel. Bovendien kent Van Troon tientallen medicijnmannen in Suriname, onder marrons, en ook onder indianen, Hindoestanen en Javanen. Van Troon: 'Ze hebben allemaal hun eigen planten, medicijnen en specialisme: van botziekten tot onvruchtbaarheid, van potentieklachten tot vrouwenkwalen. De marrons zijn meester in het mixen van kruiden voor het genezen van de meest ingewikkelde bot- en gewrichtsziekten.'

Ik herinner me hoe Pake bij zijn kookpot vol pruttelende kruiden vertelde dat de exacte hoeveelheid van de afzonderlijke ingrediënten heel nauw luisterde. De ene plant heeft effect op de botgroei, een andere doet een schadelijke bijwerking teniet, en weer een andere zorgt voor het transport van de werkzame stof.

Westerse belangstelling

Voor die kostbare kennis komt steeds meer belangstelling van westerse bedrijven. Zo doet het Amazon Conservation Team onderzoek naar geneeskrachtige planten in Suriname. Het Noord-Amerikaanse ACT probeert volgens hun mission statement, samen met de inheemse bevolking de biodiversiteit in tropisch Zuid-Amerika te onderzoeken én te behouden. Het gebeurt lang niet altijd dat de verdiensten daarvan terugvloeien naar de gemeenschap waar de plantenkennis vandaan komt.

Zo werkte Frits van Troon jarenlang voor het ACT. Van Troon bracht de directeur overal heen en wees hem de weg in Suriname. Honderden inheemse planten werden naar een Amerikaans laboratorium gestuurd. Bij deze onderneming was ook het grote Noord-Amerikaanse farmaceutische bedrijf Bristol-Myers-Squibb betrokken. Tijdens een reis door Suriname sprak ik met Skapie, een Javaan en de opvolger van Frits van Troon bij ACT. Hij vertelde dat ACT ook in Brazilië, Colombia en Venezuela actief is en dat het bedrijf de activiteiten in Suriname uitbreidt naar de Saramaccaanse dorpen.

Ook Rudi Labadie kent de commerciële interesse voor de planten en voor de traditionele geneeskunde. Hij is emeritus hoogleraar in de farmacie met als specialisatie biogene geneesmiddelen. (biogeen: door levende organismen gevormd - red.) 'Als de werking van een stof bekend is, kan een fabrikant via een chemisch proces vervolgens stoffen maken die er sterk op lijken: het synthetiseren. Het vereist veel integriteit van wetenschappers om zorgvuldig om te gaan met, bijvoorbeeld, de stoffen die Pake heeft gebruikt bij het genezen van je zoon.

Ook Frits van Troon was zich daarvan bewust, reden waarom hij tijdens zijn samenwerking met het ATC dan ook niet alle kennis zomaar heeft overgedragen: 'Ik had de planten gecodeerd. Want als het laboratorium de plantennaam krijgt te zien, komen ze niet bij mij terug. Als ze bijvoorbeeld om 'B29' vroegen, dan wist alleen ik om welke schors het ging. Slotsom is dat het laboratorium niets meer van zich heeft laten horen. Het ACT houdt haar onderzoek geheim.' Patenten zijn voor zover bekend nog niet aangevraagd.

Ook ik heb het ACT diverse keren benaderd om te vernemen hoe het ervoor staat, maar de geslotenheid van het bedrijf is uiteindelijk alleen uit te leggen als eigenbelang. Organisaties als het World Wildlife Fund en Conservation International doen vergelijkbaar onderzoek en proberen de inheemse kennis vast te leggen. Maar iedereen lijkt angstvallig op zijn eentje te werken. De inheemsen die in Suriname met het ACT samenwerken, sluiten - vermoedelijk op aandrang van het ACT - hun territorium voor andere onderzoekers. Het wordt steeds lastiger het binnenland in te komen en daar research te doen.

Ander nadeel: de orale dynamiek en het aloude proces van trial and error dreigen te verdwijnen in het proces van vastleggen. Het bevriest als het ware de traditionele, holistische, kennis. Terwijl ik juist die holistisch waarde sterk heb ervaren bij de behandeling van mijn zoon: Pake behandelde niet alleen de zieke heup, maar het hele lichaam om het weer in balans te krijgen. Labadie beaamt dat de holistische benadering niet verloren mag gaan: 'Je moet de kennis niet alleen op schrift stellen, maar ook levend houden door die traditie over te dragen aan bijvoorbeeld een etnofarmacologisch centrum.'

Lichaamssappen en merg

Valt die traditionele kennis wel te combineren met de westerse reguliere geneeskunde? Zelf vond ik die twee werelden onverenigbaar. Van Pakes uitleg over lichaamssappen en merg begreep ik niets. Farmacoloog Labadie, die ook onderzoek deed naar grondstoffen uit de natuur om daar geneesmiddelen van te maken, weet uit ervaring hoe traditionele geneeskunst kan botsen op westerse regelgeving en op de eis van gestandaardiseerde receptuur. Toch ziet hij wel degelijk aanknopingspunten: 'Pake heeft een bepaald beeld van wat hij aan het doen is. In feite beoefent hij gewoon een andere manier van kijken naar dezelfde dingen. In mijn wetenschappelijke veldwerk heb ik ervaren dat, zodra je in detail met deze kenners gaat praten, je verband kunt leggen tussen wetenschappelijke theorie en traditionele voorstellingsbeelden. Pake heeft van een aantal planten een extract gemaakt en kompressen aangebracht op het afstervende bot. Wat zijn dan die werkzame stoffen die de botgroei stimuleerden? In de reguliere geneeskunde zoek je naar één stof. In een plant gaat het altijd om meerdere stoffen. De wetenschap moet dat spoor gaan volgen: in meerdere stoffen gaan denken. Bovendien: geluk is zowel in de wetenschap als in de traditionele kennis belangrijk. Op beide terreinen wordt inzicht met vallen en opstaan verworven. De kennis van mensen als Pake en Frits is opgebouwd uit heel kleine stapjes, overlevering en praktische oefening, het is evolutie. Achter hun traditionele kennis zit geen magie maar intelligentie.'


Genezend gif

De natuur is de bron van alle geneesmiddelen. Denk aan morfine (uit papaver) en aan aspirine (uit wilgenbast). In één plant zitten duizenden stoffen. Slechts een klein deel van de geneeskrachtige planten is onderzocht op hun medicinale efect, dat sterk afhankelijk is van de toegepaste hoeveelheid. Een beetje meer en de stof werkt als gif. Wat indianen vroeger in hun pijlen deden, gebruiken anesthesisten nu in een kleinere hoeveelheid.

De farmaceutische industrie probeert niet alleen de werkzame chemische stoffen van een plant te ontrafelen, maar geneeskrachtige planten ook genetisch te manipuleren, als het synthetisch vervaardigen van een plantaardige stof te moeilijk of te kostbaar is. Of als voor het genezen van één patiënt zes bomen nodig zijn. Dan kunnen via mutaties de werkzame stoffen snel worden vermeerderd. Dat gebeurt met taxol, een werkzame stof tegen borstkanker die in de taxusboom zit. Ook een maagdenpalmsoort uit Madagascar, waarvan in de jaren tachtig werd ontdekt dat deze plant twee zeer effectieve stoffen produceert tegen kinderleukemie en de ziekte van Hodgkin, wordt in gemuteerde vorm in Texas verbouwd.


onzeWereld Media september 2007]

Foto: binnenland van Suriname, @ Karin Anema