Posts tonen met het label Hinte Maarten van. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hinte Maarten van. Alle posts tonen

maandag 25 oktober 2010

MC Theater geopend

Op zaterdag 16 oktober is dan eindelijk het nieuwe MC Theater geopend op het terrein van de Amsterdamse Westergasfabriek. Na een openingsprogramma met speeches van o.a. Lucien Kembel en Marjorie Boston (de directie van MC), Carolien Gehrels (wethouder van Cultuur in Amsterdam), Sahr Ngaujah (theatermaker bij MC die momenteel schittert in de Broadway Musical Fela! in New York), presentaties uit MC-voorstellingen, muzikale performances van Senna, Flinke Namen en Joya Mooi, barstte het feest los, een Magnificent Celebration. Bekijk hier de foto's.

.



Foto's: @ Sharon-Jane Dompig

woensdag 13 oktober 2010

Compromisloze energie

door Michiel van Kempen

Als ik thuis kom, ga ik voor mijn cd-kast staan, sluit mijn ogen en pak lukraak een doosje. Zonder te kijken schuif ik de lade van de cd-speler open en stop de cd erin. Raden wat ik heb opgezet. Het is zowat de meest ongenadige muziek die ik in de collectie heb: Echoes of Time and the River van George Crumb. Even heb ik de neiging iets te pakken dat gemakkelijker in het gehoor ligt. Kara Dara, La Clemenza di Tito, of de prachtige cd Moods van Philip Catherine die voor het grijpen ligt naast de speler. Maar ik doe het niet, want ik realiseer me dat die ongenadige Crumbs eigenlijk het beste aansluit bij wat ik denk na het zien van de voorstelling De laatste dichters, de bewerking van de gelijknamige roman door Christine Otten, in een regie van Maarten van Hinte en Marjorie Boston in het nieuwe MC-theater op het terrein van de Amsterdamse Westergasfabriek. Nee, ik schrijf hier geen recensie, ik zal het niet hebben over de prachtige taal van Christine Otten. Ik schrijf over mijn boosheid (acceptabele andere term: mijn treurnis) over de lafheid die hand over hand toeneemt in deze wereld. Dat klinkt pathetisch, zegt u? Nou, laat het dan zo zijn. We leven in tijden waarin we graag willen geloven dat de crisis voorbij lijkt te zijn, maar de crisis woedt erger dan ooit, en het ergste moet nog komen, economisch, financieel en vooral: mentaal. Welke politicus durft afstand te nemen van de banaliteit van de Realpolitik? Wie durft het aan om niet toch minstens een bepaald percentage over te nemen van de ordinaire retoriek waarmee de blondgespoelde nationaal-socialist en zijn Limburgse maffia Nederland weet te gijzelen met een fantasieloos samengesteld clubje regenten dat als je het goed bekijkt steunt op nauwelijks 30 % van de bevolking? Wat een treurnis van gezapigheid in links Nederland met snikkend alfa-meisje Halsema, dorpsveldwachter Roemer, en de infatsoenlijke Cohen die is vergeten hoe zijn voorganger Den Uyl onder tafel de schenen bont en blauw schopte. En los nog van dit land dat nauwelijks een kwart van de oppervlakte van Suriname telt, wat voor hartverheffends kan de wereld ons bieden. De Belgische malaise? De Roma-vriend Sarkozy? Het loeder Ingrid Betancourt dat nu geld maakt met haar geslepen herinneringen? Hamid Karzai toch niet?

Ik kan De laatste dichters wel samenvatten, en de meest banale samenvatting zou erop neerkomen dat het een stuk is over een radicale zwarte dichtersbent uit de jaren ’60 in Harlem (Abiodun Oyewole, Umar Bin Hassan en Babatunde). Maar waar het in wezen over gaat is over trouw blijven aan jezelf, geen water bij de wijn doen, staan voor je idealen. Natuurlijk spat de groep van The Last Poets met kracht uit elkaar, we krijgen geen voorgeprogrammeerd happy end. Maar het mooiste shot is het allerlaatste: een verlichte cirkel waarbinnen op een draaitafeltje een elpee wordt afgedraaid. En daarbij de melancholische woorden van een van de laatste dichters die zegt dat hij de groep mist. Hij mist de compromisloze energie van die tijd. Compromisloze energie: het lijkt niet meer van deze tijd te zijn om het daar nog over te hebben. Maar als je er goed over nadenkt is dat het juist wat deze soms al te uitbundige en soms zeer intieme voorstelling wil overbrengen: de trouw aan je diepste zelf, je meest onvervalste energie en creativiteit. Dat is wat daar in die anderhalf uur nabij het IJ opklonk, bijna melancholisch. Echoes of Time and the River.

(Nog enkele voorstellingen de komende dagen tot en met 15 oktober; reserveren klik hier. Ottens roman is verschenen bij Atlas.)


Bovenste foto: actrice Aisa Winter, @ Foto Milette Raats; op de onderste foto Christine Otten.

woensdag 6 oktober 2010

Overspel in Caraïbisch toneel


door Kirsten Dorrestijn

‘Scènes uit een huwelijk. Overspel in de politiek en in de liefde’, zo luidde het thema van de Derde Caraïbische Letterendag die op 25 september plaatsvond in het Amsterdamse Bijlmerparktheater. De avond stond in het teken van toneelschrijvers uit Suriname, de Antillen en Aruba. Het onderwerp leverde genoeg gespreksstof op.

De avond opent met een fragment van het toneelstuk Iris van Thea Doelwijt. Maureen Tauwnaar speelt een oudere vrouw die met pijn in haar hart terugdenkt aan Suriname ten tijden van de decembermoorden. Daarna wordt Een vrouw van een man van Astrid Roemer opgevoerd, de vrouw gespeeld door Gerda Havertong en de man door Felix Burleson. Sharda Ganga leest een column voor.

In een panelgesprek discussieert Noraly Beyer vervolgens met de toneelschrijvers Thea Doelwijt, John Leerdam, Sharda Ganga en Jenny Mijnhijmer. Klopt het dat de werkelijkheid soms bizarder is dan de fantasie, vraagt Beyer zich af. Leerdam denkt dat zeker: ‘In Den Haag kan ik mijn oren soms niet geloven. Over de ontmanteling van de Antillen kun je een stuk opvoeren in drie bedrijven.’ En wat doen de toneelschrijvers met die bizarre werkelijkheid? Sharda Ganga, die speciaal voor deze avond is overgevlogen uit Suriname, waarschuwt dat men in Nederland niet moeten denken dat de werkelijkheid waarin Suriname zich sinds een maand bevindt de enige absurditeit van de afgelopen dertig jaar is. Op haar eigen opvoeringen heeft die politiek weinig invloed: ‘Ik maak altijd absurdistisch theater, wie er ook aan de macht is.’
Maarten van Hinte, met op de achtergrond Gerda
 Havertong; foto © Sam Jones Productions
Ganga houdt zich bezig met de vraag hoe ze mensen bewust kan maken. ‘Wat bijvoorbeeld mijn aandacht heeft, is de vraag waarom het ons in Suriname niet lukt om onze potentie volledig te benutten. Dat soort vragen vertaal ik naar theater.’ Doelwijt begeeft zich het liefst midden in de maatschappij en kan in haar stukken kwesties kwijt die haar raken. ‘Ik probeer mensen meer inzicht te geven. Ik geef het publiek “prikjes”.’ Voor Mijnhijmer werkt het anders. Zij schrijft vanuit verwondering, en niet om mensen iets te leren. ‘Omdat ik midden in de maatschappij sta, gaat mijn werk altijd over het hier en nu. Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om te verhalen over de dingen die spelen.’

Surinaamse toneelschrijvers die in Nederland wonen, verwerken vaak herinneringen aan het land van herkomst in hun stukken. Volgens Ganga wordt Suriname door Surinamers die in Nederland wonen anders beleefd dan door de inwoners van het land zelf. ‘Mijn werkelijkheid is anders. Thea Doelwijt blijft voor Surinamers iemand die in Nederland stukken schrijft. De bewoners van het land ervaren de situatie anders.’ Doelwijt is het daarmee eens: ‘Sommige dingen kan ik alleen maar schrijven als ik een tijdje in Suriname zit. Dan kom ik er achter wat er leeft onder de mensen.’ Leerdam kan doordat hij al bijna dertig jaar in Nederland woont de Surinaamse ‘issues’ beter abstraheren.

Beyer vraagt zich ook af waarom in Nederland zo vaak weinig zwarte mensen naar toneel gaan. Volgens Leerdam komt dat door de marketing, op wie de groep zich richt. Mijnhijmer denkt dat het komt doordat Caraïbische mensen zichzelf niet terugzien in het Nederlandse toneel.

Na de pauze wordt een fragment van Stampij van Norman de Palm en een gedeelte van Daniel en de Duivel van Julien Ignacio opgevoerd. En Maarten van Hinte leest een column voor. Vervolgens gaat Noraly Beyer weer in gesprek met de schrijvers. Ze vraagt of zij hun persoonlijke leven in hun stukken verwerken. Ignacio denkt dat je daar als toneelschrijver moeilijk omheen kunt: ‘Je gebruikt altijd elementen uit je eigen leven. Maar soms kun je er verder vanaf gaan staan. Dat heb ik bijvoorbeeld gedaan in mijn stuk over een asielzoeker.’ Ignacio maakt zijn persoonlijke ervaringen herkenbaar voor een breed publiek door zijn particuliere belevenissen te veralgemeniseren. Hij doet dat bijvoorbeeld door het onderwerp symbolisch te maken of te vergroten. Zo krijgt het publiek genoeg ruimte erin te stappen. De Palm heeft een zelfde soort techniek: hij belicht verschillende invalshoeken van een onderwerp om zijn ideeën te verduidelijken.

En wat willen deze schrijvers met hun stukken bereiken? Ignacio noemt zichzelf een estheet. ‘Ik wil schoonheid, verstelling teweeg brengen. Ik doe erg mijn best om mooie teksten te schrijven. Misschien hecht ik daar soms al te veel waarde aan. Het werkt niet altijd op het toneel.’ Van Hinte wil vooral iets delen. ‘Theater maak je samen met je publiek. Ik wil dat het iets losmaakt.’

Ten slotte vraagt Beyer zich af hoe het met de jonge toneelschrijvers in de Caraïben is gesteld. Op Curaçao zijn er behoorlijk wat, weet De Palm, die tevens theaterdirecteur is van een schouwburg op het eiland. Hij denkt dat de belangstelling voor toneel in een versnelling zit en verwacht dat er een nieuwe generatie theatermakers op komst is. Van Hinte vermoedt dat er in Suriname op dit moment meer geschreven wordt dan in Nederland. ‘En die teksten gaan vaak over thema’s die hier spelen, over identiteit en etniciteit. Wat dat betreft heeft het Caraïbisch gebied een voorsprong. Mensen denken al veel langer over deze onderwerpen na.’ Dat is de reden waarom Van Hinte denkt dat in de Caraïben de toekomst ligt.

dinsdag 5 oktober 2010

Derde Caraïbische Letterendag: Overspel in politiek en liefde

door Stuart Rahan

Amsterdam Zuidoost - Als wij theatermaker Sharda Ganga en de Surinaamse samenleving mogen geloven, staan een aantal zaken in Suriname bijna wetmatig vast. Politici kunnen herrijzen, zij worden gerecycled en er is altijd een weg terug. In haar voorgedragen column, zaterdagavond tijdens de Derde Caraïbische Letterdag, neemt zij de Surinaamse politiek en politici van de afgelopen dertig jaar op de hak.
Sharda Ganga
Foto © Michiel van Kempen
Zij vindt Surinaamse politici de beste overleveraars van de aarde door hen te vergelijken met kakkerlakken, die politieke ijstijden weten te overleven. De recente turbulente regeringsformatie van oude vijanden, die vrienden worden om vervolgens uit elkaar te gaan om uiteindelijk toch weer samen te werken, is voor Sharda Ganga het levende bewijs dat er voor Surinaamse politici altijd een weg terug is. De relatie van Ronnie Brunswijk en Desi Bouterse zijn in dit verband exemplarisch. Begonnen als lijfwacht van Bouterse heeft Brunswijk zich een weg gebaand om uiteindelijk politiek partner te worden van zijn oude baas.

Het zal Sharda Ganga dan ook niet verbazen als over niet al te lange tijd de boel uit elkaar valt, verkiezingen worden gehouden en huidige vijanden weer oude vrienden worden. “De politiek in Suriname is namelijk erg milieubewust, net recyclen dus.”

De afgelopen wisselvallige politieke liefdesverklaringen worden volgens haar dan ook ingegeven door tijdelijk krasheid. “’s Morgens word je wakker, kijk je naar de vergane glorie naast je en denk je: hebben wij dit stuk niet al eerder gespeeld?” Sharda Ganga sprak op uitnodiging van de Werkgroep Caraïbische Letteren waarbij het thema overspel in politiek en liefde centraal stond. Een dankbaar thema, omdat in Suriname beide facetten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Maar eenmaal in Nederland wordt zij regelmatig geconfronteerd met vragen over hoe het mogelijk is dat Bouterse president is van Suriname. Met alle genoegen geeft zij een gepeperde reactie. “Hoe is het mogelijk, Wilders als puppetmaster van Nederland?” Met de beide politieke werkelijkheden zouden volgens haar gouden tijden moeten aanbreken voor theatermakers. Voor haar niet, want ze denkt haar ‘penseel aan de kankantrie op te hangen’ en een andere bezigheid te zoeken. “Misschien dat ik maar een eigen politieke partij begin”, eindigt zij cynisch haar column.

Theatermaker Maarten van Hinte las ook een eigen column voor. Hij ging daarbij terug naar het moment uit zijn leven toen hij als tienjarige jongen met zijn ouders in het Amerikaanse Texas woonde. Zijn familie was niet alledaags. Blanke vader en zwarte moeder met twee kinderen. Het werd al helemaal hilarisch toen hij voor aardrijkskunde zijn spreekbeurt over Suriname hield. Het land dat volgens zijn lerares niet bestond. Toen hij daartegen inging, moest hij eerst de vernederingen van het schoolhoofd aanhoren om vervolgens naar huis gestuurd te worden. Een half uur later stond hij er met zijn moeder en een stapel boeken van en over Suriname om zijn gelijk te halen. Met rood aangelopen hoofden moesten het schoolhoofd en de lerares aardrijkskunde erkennen dat zij er volledig naast zaten. Botsende ervaringen die met enige regelmaat terugkeren.

Ik leef koelie!

In de discussieronde lieten de theatermakers Thea Doelwijt, John Leerdam, Jenny Mijnhijmer en Sharda Ganga hun gedachten gaan over de vrijheid om theater te maken in Suriname en Nederland. Thea Doelwijt staat het liefst midden in de maatschappij om te voelen wat er leeft en daarover te schrijven. Haar privéleven staat er helemaal buiten. Refererend aan de gevoeligheid rond de decembermoorden in Suriname vroeg gespreksleider Noraly Beyer zich af hoe de schrijversvrijheid zich verhoudt tussen Nederlanders en Surinamers ten aanzien van hetzelfde onderwerp. Voor Sharda Ganga is het gevoel tussen beide theatermakers anders met het grote verschil dat zij er woont en dus ook beleeft hoe de gevoelens liggen, terwijl de Nederlandse evenknie er van een afstand naar kijkt. De Nederlandse groep ervaart het dus anders.


V.l.n.r. Paulette Smit, Felix Burleson, Naro Petronilia, Bo Bojoh.
Foto © Stuart Rahan

Zij illustreerde haar reactie door te stellen: “Ik leef er. Ik voel de stemming bij de mensen. Zij leven geen koelie, ik leef wel koelie.” Een antwoord dat om verduidelijking vroeg maar door tijdgebrek werd afgebroken. Jammer omdat het gevoel, afhankelijk van de betrokkenheid, door eenieder anders ervaren wordt. Een gerichte discussie over censuur, zelfcensuur of onvrijheid ervaren, kan inhoudelijk tot betere inzichten en misschien ook beter begrip onder theatermakers van beide zijden van de oceaan tot gevolg hebben. Jenny Mijnhijmer zegt theater dwars door kleuren en etnische groepen te maken. “Ik kijk niet naar kleur, maar toch word ik door witte recensenten gezien als zwarte theatermaker.”

Behalve de columns en debatten waren er ook nog een viertal readings van toneelschrijvers. Het theater in relatie tot familie en het persoonlijke werd algemeen gemaakt. Van Thea Doelwijt werd Iris opgevoerd. Een grootmoeder schrijft aan haar kleinzoon over mysterieuze doodsoorzaken ten tijde van het militaire bewind in Suriname. In Een vrouw en een man van Astrid Roemer wordt de in elkaar verweven rol van een militair als leider en echtgenoot blootgelegd. In de twee liefdesreadings werden onderlinge familiebanden op de meest pijnlijke wijze blootgelegd. Norman de Palm en Julien Ignacio zijn schrijvers van de stukken Stampij en Daniël en de duivel. Volgens Noraly Beyer wil de Werkgroep Caraïbische Letteren ook graag in Suriname dit soort avonden organiseren.

[overgenomen uit de Ware Tijd Online, 28/09/2010]

Maarten van Hinte - Aardrijkskundeles in Texas. Ik was tien.

[column uitgesproken door theatermaker Maarten van Hinte op de Derde Caraibische Letterendag, 25 september 2010]


Aardrijkskundeles in Texas. Ik was tien.

Mijn ouders kenden elkaar uit Utrecht. Mijn moeder was met 19 jaar in Paramaribo op de boot gestapt had de oversteek gewaagd naar Nederland, om Sociologie te studeren.

Mijn vader had op z’n minst een even groot avontuur ondernomen: zoon van een dorpsbakker en een boerin, was hij in vijf generaties de eerste die niet de bakkerij van zijn vader overnam. Hij maakte met moeite de middelbare school af, en schreef zich in aan de universiteit. Hij werd geoloog, om precies te zijn paleontoloog. Toen een hoogleraar hem op de eerste collegedag vroeg waarom hij voor paleontologie had gekozen, moest hij toegeven dat hij niet wist wat dat was. Hij wist alleen dat dat de enige studie was waarvan het rooster viel te combineren viel met de zorg voor zijn moeder. En dat je ermee kon reizen. Weg uit Nederland.

Ergens tussen die dag en zijn cum laude proefschrift heeft hij mijn moeder ontmoet.

Een jaar na dat proefschrift trouwden ze. Kort daarop werd ik geboren. Twee jaar later verlieten we Nederland voor Nigeria, waar mijn vader aan de universiteit van Ibadan ging doceren. Niet veel later ging hij aan de slag bij ‘big oil’, en zo kwam ik op mijn tiende via Frankrijk en Canada in de Verenigde Staten terecht. Om precies te zijn in Houston, Texas.

.

Tot die tijd was ‘familie’ voor mij een helder, eenduidig begrip: vier mensen, mijn ouders, mijn zus en ik. Daar direct achteraan kwam mijn oma in Nederland, en mijn grootouders in Suriname. En daar kleefden weer allemaal ooms, tantes, neven en nichten aan vast. Dat mijn vaders deel in Nederland woonde, en mijn moeders deel in Suriname stond ik niet zo bij stil. Het was allemaal ver weg. Surinaamse postzegels waren mooier, dat wel.

In Texas werd het mij heel snel duidelijk dat mijn familie niet eenduidig was.

Zo kwam ik er daar opeens achter dat mijn vader wit was, en vooral dat hij een zwarte vrouw had. Achteraf had ik het moeten weten: afropruiken, oorringen, boekenkasten vol Angela Davis en Malcolm X, Al Green en Mighty Sparrow op de draaitafel, er waren genoeg aanwijzingen: ik had een zwarte moeder. Nu werden er bij mijn eigen verlegen bleke verschijning nooit erg veel vragen gesteld, dus zolang mijn moeder niet al teveel opviel, bleef alles redelijk overzichtelijk.

Tot die bewuste aardrijkkundeles.


Ik kende Suriname goed. Ik was er in mijn korte leven al vier keer geweest, en dan steeds de hele zomer vakantie. Ik voetbalde met bloten voeten met de buurjongens op het erf achter mijn grootouders huis in de Mahonylaan, ik schoot met een catapult manja’s uit de boom van meneer Rakoesing van de overkant, ik haalde dagelijks puntjes voor m’n oma bij omoe s’nesi op de hoek. Maar ik ging ook vaak met mijn grootouders de stad uit, naar Saramacca, naar Matapica, of het bos in. Er waren veel neven en nichten, ooms en tantes. Familie. Creolen in alle kleuren en maten, javanen, indianen, boeroes, djoeka's, joden, Hindoestanen, allemaal familie. Of er met allemaal echt een bloedband was weet ik niet. Daar vroeg je ook niet naar. Mijn grootouders kwamen uit grote gezinnen, ze hadden zelf vier kinderen, ze waren beide onderwijzers, en er waren altijd ‘kweekjes' over de vloer. Het was allemaal familie.

Mrs. Paramore was mijn ‘homeroom teacher’, een oudere vrouw met een gitzwarte suikerspin op haar hoofd, een even zwarte vlinder-bril, witte instap mocassins met een crepe sleehak, felgekleurde hooggesloten bloezen met puntkraag, met daaronder steevast een terlenka broek met kaarsrechte wijde pijpen en een messcherpe vouw die nooit, maar dan ook nooit kreukte. En: knalrood gestifte lippen die nooit, maar dan ook nooit, lachten. Mrs. Paramore. Dat sprak ze zelf uit als “Paramo-wah”. Ze kwam uit West-Texas.

“Maah-dn, it’s yaw turn honey.”

Iedereen moest een spreekbeurt voorbereiden voor aardrijkskunde. Ik was aan de beurt. Ik ging staan, en ik begon:. Over een land aan de kust van Zuid Amerika. Met brulapen, kaaimans en kolibries. Met goud en bauxiet. Met jungle. En met mensen. Alle soorten mensen, uit alle werelddelen: Afrika, Europa, Amerika , Azié, met eigen eten, eigen muziek en eigen temples, die allemaal vreedzaam samenleefden, en vooral volop kinderen met elkaar kregen.Toen ik begon op te sommen wat voor een vermengingen je in Paramaribo alleen al tegen kon komen, onderbrak ze me. Of ik voortaan als ik de les niet had voorbereid gewoon wilde zeggen dat ik de les niet had voorbereid, in plaats van haar klas te vergiftigen met dit soort onzin.

“Mrs. Paramore, dit is geen onzin.”

“Je hebt een F. Ik kom hierop terug.”

"Mrs Paramore”.

"Sit down!"

De klas viel stil. Ik bleef staan. Er was geen weg terug.

"Mrs. Paramore, Ik ben er geweest. Het heet Suriname. Mijn moeder komt er vandaan". Het voelde alsof het hele lokaal vacuüm werd gezogen.

Mrs. Paramore trok een grote wandkaart naar beneden waarop Noord-, Midden- en Zuid- Amerika stonden afgebeeld. Met een messcherpe, kaarsrechte terlenka stem beet ze me toe: " Waar is dat dan, dat zogenaamde Suriname?"

Ik keek naar de kaart. Net boven Brazilië, naast Venezuela, waar Suriname zou moeten staan stond met een boogje: 'Guyanas'.

"Um…Hier waar Guyana's staat moet eigenlijk Suriname staan, want dat is eigenlijk Suriname, dat wil zeggen het is Dutch Guyana met daarnaast British Guyana en French Guyana, maar…"

Mrs. Paramore had me bij de arm gegrepen en de klas uitgesleurd. Naar de directeur. Ze riep een heleboel dingen, waarvan ik de meeste heb geblokt

"Ik laat me niet door de smerige praatjes van dit buitenlands tuig voor schut zetten" gilde ze tegen de directeur. Ik liet haar woede gelaten over me heen komen. Ik heb niet veel gezegd geloof ik. Ik moest van de directeur mijn leugens toegeven en haar mijn excuses aanbieden. Toen dat niet gebeurde werd ik met onmiddellijke ingang van school gestuurd.

Mijn moeder stond in de keuken toen ik vroeg in de middag thuis kwam.

“Hm? Het is halftwee. Wat doe je hier?”

Nog geen kwartier later stond ik weer bij de directeur. Er lag een berg boeken over Suriname op zijn bureau, die mijn moeder daar net had neer gesmeten. De deur van het kantoor stond open, mijn moeders stem galmde door de gangen van de school. De directeur zat erbij als een betrapte kleuter. Hij durfde niet op te kijken, maar aan de knalrode kruin van zijn kalend hoofd zag ik dat hij kapot ging.

De volgende dag zat ik weer in de klas bij Mrs. Paramo-wah. Alles leek in orde, maar ik geloof dat we toen allemaal het overzicht voorgoed waren verloren.


september 2010


Op de foto: Maarten van Hinte, @ Roeland Fossen

dinsdag 28 september 2010

Prachtige staal van Caraïbisch theater op Derde Letterendag

Een tot de nok toe gevuld Bijlmer Parktheater zag zaterdag 25 september 2010 het neusje van de zalm van het Caraïbisch theater aan zich voorbijtrekken op de Derde Caraïbische Letterendag. Paulette Smit had een afwisselend programma met gasten uit Curaçao, Suriname, Aruba en Nederland samengesteld. Sharda Ganga en Maarten van Hinte zorgden voor zeer persoonlijke columns en een uitgelezen gezelschap aan acteurs speelde scènes van Thea Doelwijt, Astrid Roemer, Julien Ignacio en Norman de Palm.

.


Op de foto hierboven van links naar rechts John Leerdam, Jenny Mijnhijmer, Sharda Ganga, Thea Doelwijt, Noraly Beyer, Maarten van Hinte, Julien Ignacio en Norman de Palm.

Op de foto hieronder drie van de hoofdrolspelers van de avond: Paulette Smit, Noraly Beyer en Felix Burleson.

.


Bovenste foto: @ Michiel van Kempen

Onderste foto: @ Bert Nienhuis

vrijdag 24 september 2010

De Laatste Dichters

MC presenteert De Laatste Dichters, reprise van de theaterbewerking van Christine Otten's gelijknamige roman over The Last Poets, een collectief jonge zwarte dichters uit de VS begin jaren zestig.

De Laatste Dichters
is een theaterbewerking van Christine Otten's gelijknamige roman en vertelt het verhaal van de opkomst, de ondergang en voorzichtige wederopstanding van de Last Poets, een collectief jonge zwarte dichters uit de VS begin jaren zestig. Het boek werd alom geprezen om zijn gewaagde vorm en sensueel en muzikaal proza en werd daarvoor genomineerd voor de Libris Literatuurprijs 2005.

De Last Poets zijn voorlopers van de rap, spoken word en dragers van Afro-Amerikaanse culturele traditie van de jazz. Hun 'live' performances, het moment dat de woorden en 'vibes' letterlijk met anderen gedeeld worden, is een energie die aan de basis staat van de theaterbewerking van MC.


De thema's en inspiratiebronnen in het werk van de Last Poets; jazz, politiek en poëzie stonden centraal in het multidisciplinaire en internationale Righaboutnow dat MC rondom de voorstelling organiseerde in het nieuwe MC-theater (3 t/m 5 juni 2010). Voor meer info, kijk op
www.delaatstedichters.nl

Regie Marjorie Boston en Maarten van Hinte

Spel o.a. Linar Ogenia, Gery Mendes a.k.a. GMB Unorthadox a.k.a. DOX, Paulette Smit, Jenny Mijnhijmer, Shertise Solano, (mei- juni 2010), Aisa Winter (oktober 2010), DJ LoveSupreme



vrijdag 10 september 2010

25 september: Derde Caraibische Letterendag

A.s. zaterdag 25 september 2010 vindt de Derde Caraibische Letterendag plaats, georganiseerd door de Werkgroep Caraibische Letteren. De dag is geheel gewijd aan de toneelschrijfkunst van Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba. Toneelreadings, twee panels, twee columns, een spetterend slotfeest en een keur aan gasten van over de oceaan en uit Nederland garanderen een prachtige bijeenkomst.
Scènes uit een huwelijk
Overspel in de politiek en in de liefde : de toneelschrijfkunst van Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba
in het Bijmerparktheater, Amsterdam-Zuidoost
Gasten :
Thea Doelwijt, Sharda Ganga, Maarten van Hinte, Julien Ignacio, John Leerdam, Jenny Mijnhijmer, Norman de Palm, Albert Schoobaar en Gerda Havertong.
Presentatie en debatleiding : Noraly Beyer
Een gesprek met toneelschrijvers en regisseurs uit Suriname en de Antillen over theater in relatie tot politiek, wat denken ze te bereiken, wat kan er teweeg worden gebracht ? En theater in relatie tot familie, kan het persoonlijke algemeen worden gemaakt? Waarom hebben ze voor deze vorm van schrijven gekozen en is het anders schrijven voor een Caraibisch publiek en een Nederlands publiek. Deze en andere vragen passeren de revue wanneer Noraly Beyer in gesprek gaat met 'oude' en 'nieuwe' toneelschrijvers en regisseurs van Caraibische afkomst.
Tijdens de avond zullen er vier scènes van oude en nieuwe toneelschrijvers in de vorm van een 'reading' gepresenteerd worden door zes acteurs.
In de pauze en na afloop : boekentafels in de foyer van het theater.
De avond wordt afgesloten door de spetterende zevenmansformatie Faya Djang, die speelt tot 01.00 uur !!
Aanvang : 19.30 !!
Entree : € 10,00.
Reserveren vooraf niet nodig, maar u kunt desgewenst wel kaarten telefonisch bestellen via de kassa van het Bijlmerparktheater.
Voor elke bezoeker gratis een Caraibisch boek, welwillend beschikbaar gesteld door uitgeverij In de Knipscheer.
Adres :
Bijlmerparktheater, Anton de Komplein 240, 1102 DR Amsterdam-Zuidoost
(vlak achter het winkelcentrum Amsterdamse Poort, bij de plaats waar in de zomer de hoofdingang van het Kwakoefestival is).
Openbaar vervoer: per trein, metro (lijn richting Gein) of bus: station Amsterdam Bijlmer Arena. Het theater is ook per auto bereikbaar. Voor gedetailleerde informatie zie de site van het Bijlmerpartktheater onder Info
Foto's van boven naar beneden: Albert Schoobaar, Thea Doelwijt, Maarten van Hinte
Onderste foto: acteurs Felix Burleson en Paulette Smit (foto Bert Nienhuis)

woensdag 25 augustus 2010

Ons Eigen Wunderland

Ons Eigen Wunderland is een voorstelling over twee mensen die aan een strategie werken om een Über Individu te worden. Wat zullen ze moeten doen om de wereld aan hun voeten te krijgen. Hoe ver zullen ze gaan om tof en geliefd te zijn. Wat gebeurt er wanneer zij hun authenticiteit in de strijd gooien? 
En hoe echt ben je als “echt zijn” je marketingplan is?

Sinds 2009 zijn Samora Bergtop, Marie-Christine op den Kelder en Heleen Rol van Tg Rauwster artists in residence bij MC. In 2008 maakten zij onder de vleugels van MC de voorstelling Storie samen met verhalenverteller Guillaume Pool. Tg Rauwster maakt eigenwijze persoonlijke voorstellingen, waarmee ze een stem geeft aan haar eigen generatie.

Regie: Maarten van Hinte

Voorstellingen van 14 t/m 19 september a.s.
Reserveringen klik hier

zondag 25 oktober 2009

Cosmic Award voor Noraly Beyer

Noraly Beyer – lid van de Werkgroep Caraïbische Letteren – ontvangt donderdag 5 november de Cosmic Award uit handen van de Amsterdamse burgemeester Job Cohen. De uitreiking vindt plaats midden in de elfde editie van MC’s theaterfestival voor nieuwe toneelschrijvers en theatermakers: Hollandse Nieuwe 11.
.
Noraly Beyer met Maarten van Hinte op de Tweede Caraïbische Letterendag. (Foto: @ Roeland Fossen.)

Noraly Beyer krijgt de onderscheiding voor haar inzet en haar rol als boegbeeld binnen de Nederlandse samenleving waarin zij fungeert als voorbeeld en pleitbezorger voor diversiteit in de media. Op Curaçao geboren uit Surinaamse ouders, heeft ze een aantal jaren in Suriname gewerkt bij de nieuwsdienst van de Surinaamse televisie. In Nederland werkte ze bij de NOS en de Wereldomroep als journalist en nieuwslezer. Tussendoor speelde zij in diverse toneelstukken. Sinds haar terugtreden als nieuwslezeres verzorgt zij veelvuldig presentaties bij tal van manifestaties.

De Cosmic Award is een tweejaarlijks terugkerende prijs waarmee uitdrukking wordt gegeven aan de waardering van MC voor een kunstenaar van niet-Nederlandse afkomst die zich binnen de Nederlandse samenleving via zijn werk op uitzonderlijke wijze profileert en zijn achtergrond laat meespelen in zijn werk.

De Werkgroep Caraïbische Letteren feliciteert Noraly Beyer van harte met haar Award!