Dit is de vroegere versie van Caraïbisch uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Sinds vrijdag 23 mei 2014, 18.00 uur wordt deze blogspot niet meer geüpdate. U kunt deze plek nog wel blijven bezoeken, maar voor actuele berichten dient u te gaan naar de nieuwe site!
zondag 9 maart 2014
Toussaint Louverture: Zwarte Jacobijn of Afrikaanse leider
maandag 24 juni 2013
Verzet tegen slavernij
maandag 27 mei 2013
Carry-Ann Tjong-Ayong - Te paard
![]() |
| Toussaint Louverture |
zondag 11 november 2012
Driemaal de slavernij in de literatuur
![]() |
| Eric de Brabander |
![]() |
| Slavenpaar. Johann Moritz Rugendas (1802-1858). Collectie Buku Bibliotheca Surinamica |
Prachtig vond ik de novelle Het achtste graf, een verhaal dat zich afspeelt nadat een mengvorm van het HIV-virus en het Ebolavirus de wereldbevolking gedecimeerd had. Paul, een Shell-arts in Gabon was met zijn zeiljacht de Fuyard de zee opgevaren om aan besmetting te ontkomen. Terwijl hij op zijn boot aan het overleven was, verspreidde het dodelijke virus zich over Afrika. Dorpen en steden hielden op te bestaan en werden overwoekerd door het oerwoud. En al gauw bereikte de epidemie de rest van de wereld. Uiteindelijk komt Paul aan in Australië waar hij verliefd wordt, en zijn nieuwverworven vrouw aan het virus prijs moet geven. Uiterst beklemmend beschrijft Schuringa de onoplosbare eenzaamheid van Paul op zijn schip de Fuyard, nadat hij zijn zwangere geliefde aan de golven prijs heeft gegeven. Paul besluit terug te zeilen naar daar waar alles begonnen was, Gabon. Hij verliest zijn jacht en gaat over land verder, vergezeld van een hond die hij Kwark noemt. Aangekomen bij de mysterieuze en verlaten plantage Margraff lijkt het erop dat Paul zijn eindbestemming heeft bereikt. Hij beseft dat pas nadat hij door een dodelijk giftige slang gebeten wordt. Ook hier weet Schuringa de magie in zijn novelle wonderschoon gestalte te geven. Kwark blijft alleen achter. Wat te denken van de slotzin: ‘De wereld staat stil, hier op de afgelegen landtong. Alleen de zon beweegt met tegenzin. Dan omsluit de natuur het trouwe beestje met een deken van genegenheid.’ Chapeau!
dinsdag 24 januari 2012
New film: Philippe Niang's Toussaint Louverture

The long overdue film of Haitian revolutionary Toussaint Louverture, directed by Philippe Niang, is produced and will be aired on the network France 2 in February or March 2012.
Jimmy Jean-Louis stars as the title character in what will be a 2-part TV-movie, and he's joined by French actresses Aïssa Maïga (Paris, Je T'Aime, Bamako) as Toussaint's wife, Suzanne, and Sonia Rolland (Moloch Tropical, Midnight In Paris) as Marie-Eugénie Sonthonax, wife of abolitionist L.F. Sonthonax
Kreylicious (the hub for young, upwardly mobile Haitian-Americans) interviewed Haitian born star Jimmy Jean-Louis about the film. Some snippets of the interview.
How did you get involved?
The producers contacted me. You have to understand they have tried to make this movie for the past 20 years. And Danny Glover tried to make this movie for the past 15 years. And many other names have tried to make it. It was a long overdue movie. I was called by the producers to play the role, because they felt I fit the character. I had to do a lot of exercises. I had to learn how to ride a horse. I took lessons for a couple of months. [I had to learn how to] do sword-fighting. I took lessons in California and France.
Why was the movie filmed in Martinique and not in Haiti? A lot of people feel it would have brought a lot of publicity to Haiti, and it only seemed natural that it should be filmed in Haiti and not another island.
Haiti falls short on some requirements. I think the production tried, but it’s difficult to get insurance to insure a place like Haiti right now. From what I’ve been told, that’s one of the reasons why we couldn’t go there and shoot. The structure in Haiti is not the best either. Electricity. The roads are still pretty bad. As a Haitian, I would love to have shot it there.
Check out the full interview at http://kreyolicious.com
The film is produced by the Martinique based production company Eloa Prod
dinsdag 17 januari 2012
Welcome Biography by Outstanding Novelist of Haiti
by Bert Korn "Benyamin"Toussaint Louverture: A Biography by Madison Smartt Bell brings a writer's touch and deep empathy to the life of this towering but long-neglected 18th-Century black revolutionary. The biography is straight-foward, detailed, judicious and as well-researched as could be, considering the paucity of available primary sources on its subject's life. Particularly helpful are the careful placement of the Haitian revolution against the background of the French revolution, without loss of focus on the strategic brilliance (and weaknesses) of the book's central character.
Bell's is a much-needed corrective to the standard but outdated treatment of Toussaint Louverture by the Caribbean Marxist writer C.L.R. James, whose work on Louverture in now more than 60 years old. Bell treats the island's complicated race relations and the interaction of the Roman Catholic and Voudo religions with a remarkable depth and sensitivity, which he had already demonstrated in much greater depth in his acclaimed trilogy of novels on the Haitian revolution. He has done us a favor by taking up the biographer's pen, in place of the novelist's.
The book would have benefitted from a list of character
s and a few better maps. And one aches to have more on the effect of the Haitian revolt on the early American republic, diplomacy, slave relations, abolitionism, the Louisiana Purchase, subsequent Haitian history, and so on, those these have been treated at least to some extent in other English-language sources.Toussaint Louverture: A Biography by Madison Smartt Bell
Hardcover: 352 pages
Publisher: Pantheon
ISBN-10: 0375423370
ISBN-13: 978-0375423376
donderdag 15 juli 2010
Nederlands slavernijverleden leidt tot verhitte discussies
Keti Koti (donderdag 1 juli), de dag waarop Surinamers en Antilianen de afschaffing van de slavernij vieren, is nog maar net een week voorbij of intellectuelen rollen over elkaar heen over het Nederlandse slavernijverleden. Vooral ‘slavernijprofessor’ Piet Emmer weet de aandacht op zich gericht.Toen emeritus hoogleraar in de geschiedenis van Europese expansie dr Piet Emmer (Universiteit Leiden) zijn boek Who abolished slavery? Resistance and accomodation in the Dutch Caribbean (2008) publiceerde, kwam hem dat naast lofprijzen op felle kritiek te staan. Toen hij uitgerekend op de ‘Dag der Vrijheden’ (Keti Koti) in een publicatie in de Volkskrant aan zijn boek refereerde, wist hij de discussie over het Nederlandse slavernijverleden opnieuw aan te jagen. Intellectueel Nederland kroop weer in de pen om hem goed van repliek te dienen. Zij benadrukten hún visie op de slavernij nog duidelijker op bijeenkomsten. Wat stuit deze criticasters zo tegen de borst dat zij een reactie niet kunnen nalaten?
Politiek correct
Om te beginnen zegt Emmer in het stuk dat Surinamers en Antilianen de afschaffing van de Trans-Atlantische slavenhandel en slavernij te danken hebben aan ‘de kliek deftige, oude, blanke, mannelijke leden van Europese en Amerikaanse parlementen’. ‘Moet je daar een feestelijk gezicht bij trekken?’, vraagt hij zich af. Hij voert aan dat de opstanden van de tot slaaf gemaakten – behalve die in Haïti - vrijwel niets hebben bijgedragen aan het besluit een punt achter de slavernij te zetten. Emmer vindt studies, die het slavenverzet als belangrijkste oorzaak van de afschaffing van de slavernij noemen, maar ‘politiek correct’.
Sociaal-historicus Michaël Deinema, promovendus in sociale geografie en Hebe Verrest, universitair docent ontwikkelingsstudies, beiden verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, haasten zich 4 dagen later in dezelfde krant bezwaar te maken tegen de opvattingen van Emmer. ‘Emmer ziet enkele cruciale en bekende feiten over het hoofd die de gangbare "politieke correcte" interpretaties ondersteunen’, stellen ze. Zij wijzen op de abolitionisten die zich juist door het ‘zwarte verzet’ hebben laten inspireren. ‘Was het toeval dat de eerste golf van het Britse abolitionisme uitbrak net nadat in 1791 de slaven in Saint Domingue in opstand waren gekomen?’ Zo noemen
zij meerdere opstanden in andere ex-koloniën die van grote invloed zijn geweest op de beweging van abolitionisten zoals de beroemde opstand van François Dominique Toussaint Louverture (afbeelding hierboven), die als vrijgemaakte negerslaaf in opstand kwam tegen de Franse kolonisten in Haïti.
Een dag later deed Anil Ramdas, publicist, in NRC Handelsblad er nog een schepje bovenop. Hij vindt het slavernijdebat ‘harteloos en rancuneus’ en noemt Emmer ‘landskampioen zakelijk spreken over de slavernij.’
Koe Bertha
Het is niet de eerste keer dat Piet Emmer het vuur aan de schenen krijgt gelegd. Sandew Hira, historicus en auteur van het boek Decolonizing the mind (2010) wist niet wat hij hoorde toen Emmer de afschaffing van de slavernij als een ‘typisch kenmerk van de Westerse beschaving’ bestempelde. ‘Als de afschaffing van de slavernij een typisch kenmerk is van de Westerse beschaving, dan kan de invoering daarvan geen typisch kenmerk zijn van diezelfde beschaving’, betoogt Hira. Verbolgen is hij over Emmers stelling ‘dat Afrikaanse slaven het brandmerken als een bewijs zagen dat hun nieuwe eigenaar voor hen zou zorgen.’ Emmer zegt geen enkel bewijs te hebben gevonden dat tot slaaf gemaakten het brandmerken als gruwelijk en pijnlijk ervoeren. Deze interpretatie is een gruwel in de ogen van Hira. ‘Is dit serieuze wetenschap van de Universiteit Leiden? Een hoogleraar die zich bezighoudt met slavernijgeschiedenis en die zwarte mensen beschrijft zoals je koe Bertha beschrijft, die stelt dat ze geen notie van vrijheid hadden en dankbaar waren voor hun brandmerk, die concludeert dat ze graag in slavernij wilden leven?' vraagt hij retorisch. 'Die hoogleraar is geen wetenschapper, maar een racistische kwakzalver’, aldus Hira. .

Waar is Emmers bewijs?
Aan de kring van ‘Emmercritici’ kan ook Stephen Small worden toegevoegd. Small werd op 29 juni benoemd tot bijzonder hoogleraar Nederlands Slavernijverleden en erfenis aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. ‘Ik geloof niet dat hij voldoende onderzoek heeft gedaan om tot zulke conclusies te komen. Mijn vraag aan hem is: waar is je bewijs? En zijn je bevindingen gebaseerd op de zienswijze van de witte gemeenschap of heeft de zwarte gemeenschap hier ook aandeel in?’
Small gaat vanaf september één dag in de week onderzoeken hoe men in Nederland omgaat met het slavernijverleden. Hoe denkt men over deze donkere periode in de Nederlandse geschiedenis? Hoe wordt daarover gediscussieerd in boeken, het dagelijkse leven, op school, in de kunst en cultuur sector en in de media? ‘Ik ben specifiek geïnteresseerd in de mening van de zwarte gemeenschap. Juist hún bijdrage maakt het onderzoek wetenschappelijker, rijker en meer humaan.’
De recente en geruchtmakende studie Herstelbetalingen van Armand Zunder is Small niet ontgaan. ‘Zijn boek opent de deur voor het debat over wie nu echt van de slavernij hebben geprofiteerd. Boeken als dat van Zunder zijn belangrijk voor het slavernijdebat’, zegt Small.
‘Witte studies’
De vraag is waarom de overwegend ‘witte studies’ een totaal ander beeld geven van het Nederlandse slavernijverleden dan zwarte onderzoekers? ‘Zij presenteren dit deel van het verleden bewust als fabel dan als systeem van onderdrukking en uitbuiting’, weet Hira. ‘Opvattingen zoals het mijne circuleren in tegenstelling tot in Nederland reeds langer in wetenschappelijk Amerika. Zunder is bijvoorbeeld de eerste die het onderwerp van reparaties in Nederland op de agenda zette.’ Small is het hartgrondig met hem eens. ‘Nederland loopt goed achter op landen zoals Brazilië en de Verenigde Staten.’ Daarmee wil hij niet beweren dat de situatie in die landen perfect is. ‘Maar je ziet dat landen met goed georganiseerde zwarte sociale bewegingen het veel beter doen. Neem als voorbeeld de civil rights movement in the Verenigde Staten die de universiteiten en intellectuelen hebben gedwongen om beter onderzoek te verrichten. Nederland heeft in zijn onderzoeken de zwarte gemeenschap totaal genegeerd.’
Piet Emmer was niet bereikbaar voor een reactie.
[Bron: Wereldjournalisten, 7 juli 2010]







+Buku.jpg)

