Posts tonen met het label Chang Charles. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Chang Charles. Alle posts tonen

dinsdag 28 januari 2014

Kinderboekenfestival Nickerie

Nowilia Tawjoeram tijdens het Kinderboekenfestival van 2012
Het kinderboekenfestival Nickerie vindt plaats van 3-5 februari 2014. De kinderboekenfestivals van 2014-2016 hebben als thema ‘groeien’. De slogan van dit jaar is ‘Opgroeien kan je niet alleen, denk aan de wereld om je heen’. De organisatie verwacht duizenden bezoekers, waarvan een groot deel in schoolverband zal komen. Schrijversgroep ’77 heeft een stand, die bemand zal worden door Irene Welles, Sombra, Ismene Krishnadath en Charles Chang. Natuurlijk zijn ook andere leden welkom om te participeren. Verder zal ook het lid Nowilia Tawjoeram aanwezig zijn. Zij heeft een eigen stand, waar zij naast haar boeken sieraden verkoopt die ze heeft vervaardigd van natuurmaterialen. De contactpersoon voor deelname van S’77 aan het KBF is Alphons Levens, tel. 8504362

[Mededeling Schrijversgroep '77]

donderdag 7 november 2013

Genduren-ceremonie luidt Sasi Sura in

door Charles Chang

Paramaribo - Bij het centrum van Pernatan Adat Djawa Rasol Suriname (PADRS) is de ingang versierd met jonge palmbladeren. “Voor de vreugde”, zegt Amin Kasanmohamat, de geestelijke leider van de eenenveertig jaar oude religieuze organisatie. De organisatie vierde dinsdag Sasi Sura, de inleiding van het Javaans Nieuwjaar. Wie dat dinsdag niet heeft gedaan, krijgt nog een maandlang de tijd.

De kip wordt in stukken gefileerd om uitgedeeld te worden tijdens Sai Sura. Het Javaans Nieuwjaar is dinsdag ingeluid met de traditionele Genduren-ceremonie. Foto: Stefano Tull.

Wanneer de zon ondergaat, wordt het drukker. Zowel ouderen als jongeren stappen binnen, allen opvallend in het zwart. "Voor de Javaan staat zwart voor de oosterse filosofie, het is de oorspronkelijke kleur van onze leerstelling", verklaart de goeroe. "Onze doelstelling is behoud van de Javaanse cultuur, want het verwatert. En daarom is deze organisatie opgericht. PADRS is een erkend rechtspersoon met haar eigen geestelijke gidsen, huwelijksambtenaren en begeleiders voor gezinsproblemen en overlijden." Van dewejanang kawara jawa, de geheime orde, maakt Kasanmohamat ook geen geheim. "Dat hebben we ook - net als bij elk geloof."

Javaanse wierook
Dresscode
Net zo 'vreemd' als de dresscode is, is ook het gebedshuis van de PADRS. Van de buitenkant ziet het eruit als een moskee, maar het is een Javaanse sanggar. Volgens Kasanmohamat komt het model niet van de islam, maar van de kapurwan, een uitvloeiing van het Javanisme. De dienst is hier op elke donderdag. Leden van de PADRS bidden tweemaal per dag: één om te smeken voor een goede dag en de tweede om daarvoor te bedanken. Zeven weken voor de jaarwisseling vasten ze telkens op de maandag en donderdag (senènenkemis), van zonsopgang tot zonsondergang. In de laatste fase onthouden ze zich 24 uur lang van eten, slapen en praten.

Heilsmaaltijd
Wanneer het grote moment is aangebroken, zit Kasanmohamat samen met de kaums in kleermakerszit in een rij voor de genduren (de ceremonie). De papaja op de grond, waarop alles in bakken en schalen staat geserveerd, is tot de rand gevuld met de heilsmaaltijd. De goeroe start met een gebed en het branden van de menyan (soort wierook), daarna mag een assistent het overnemen. Zonder onderbreking begint die alle gerechten en de betekenis ervan op te sommen in het hoog Javaans. Het is Nieuwjaar, dus volgt er een pagara na het ceremoniële half uur.

Inwijden
Dan komt de zaal tot leven. Opgerolde bladeren worden rond gedeeld, terwijl blote handen de gekookte kip uit elkaar halen. Mannen delen uit, maar bij de vrouwen doen vrouwen het werk.
Het duurt niet lang of de berg rijst op het blad wordt aangevuld met kip, groente, bami, patat en andere toespijzen. Vakkundig wordt dan de brekat opgevouwen en gaat het in een plastic zak. De traditie is om het thuis gezamenlijk te eten met het gezin. "Ik was moe, maar ik ben toch gekomen want het is Sasi Sura", zegt Henny die 's middags terugkeerde uit Nickerie. Wanneer hij aanstalten maakt om weg te gaan, is de helft al naar huis. Wie niet weggaan, zijn vijf mannen in de sanggar. Zij hebben zich opgegeven om in de leer te gaan. Tegen middernacht worden ze ingewijd met verzen die ze uit het hoofd moeten leren. Dan zijn ze Javanist in de diepere zin. Een vierenvijftig jarige muslima die pas is overgestapt naar dit geloof, denkt er voorlopig niet aan. "Ik ben er nog niet ready voor.”


[uit de Ware Tijd, 07/11/2013]


zondag 27 oktober 2013

Javaanse taal vindt meer ingang

Foto is afkomstig uit C.F.A. Bruijning, Suriname:
 geboorte van een nieuw volk.
 Amsterdam  Amsterdamsche
 Boek- en Courant Mij, 1957.
door Charles Chang

Paramaribo - In de studiezaal van de Indonesische ambassade werden de cursussen bahasa Indonesia en basa Jawa officieel afgerond. Dat betekende dat de dertig geslaagden maandag, onder het genot van een hapje en drankje, hun cijfers te horen kregen. Voor de Indonesische- en Javaanse taalcursussen slaagt iedereen die aan het examen meedoet. Dit is al jaren een feit, omdat de ‘slechte’ cursisten simpelweg niet verschijnen op de examendagen. Leginah Partowidjojo schrikt wanneer ze met een gemiddelde van 8,5 als beste slaagt voor niveau één bahasa Indonesia. Als alles naar wens verloopt, bezoekt zij volgend jaar Indonesië. “Ik wil het land zien waar mijn voorouders vandaan komen.” Partowidjojo heeft helaas geen familie kunnen opsporen via internet, maar Indonesische films en liedjes gaven haar reden genoeg om de taal te leren. De best geslaagde van niveau twee, Irene Ronoredjo, heeft ook dezelfde redenen, alleen heeft het haar meer moeite gekost. Ronoredjo woont niet in Paramaribo, maar op Voorburg, Commewijne. “Dat is 47 kilometer van Paramaribo en als het verkeer meevalt, doe ik het in een uur.” Haar overleden moeder is een Indonesische en daarom wil ze haar roots opzoeken. “Toen ze nog leefde, had ik haar nodig om de films en liedjes te verstaan, nu weet ik het uit mezelf.” Tijdens de vorige cursus was de leerkracht met de hoogste score geëindigd. “Als leerkracht moet je het voorbeeld geven, maar ik vind het bahasa ook een fantastische taal!”
Surinaams-Javaans

Hoog Javaans
Bij de andere cursus, het basa Jawa, zwaait Roy Ong Sioe Khing met de eer. De eigenaar van restaurant Sarinah komt oorspronkelijk uit Indonesië, maar desondanks kent hij het Javaans niet helemaal. "Thuis werd Nederlands gesproken, want mijn vader kwam uit Bandung en mijn moeder uit Oost-Java. Het Ngoko Javaans heb ik dus een beetje van mijn moeder, verder heb ik het hier op het werk, onder de markt en door de muziek geleerd. Het Krama inggil of hoog Javaans heb ik op de cursus geleerd." Ong heeft altijd de taal willen leren, maar heeft pas op pensioengerechtigde leeftijd tijd daarvoor. "Basa Jawa is een mooie klassieke taal met verschillende niveaus en dat maakt het uniek."
Christine Diredjo

Behalve mooi, is zoeken naar identiteit ook een reden om de eigen taal beter te spreken. "Ik was 'afgedwaald', zegt Johannes Kartowirjo. Van de vier overgebleven cursisten van het eerste niveau was hij de beste. "Wat ik sprak was een mix, nu kan ik me beter presenteren en corrigeer ik anderen die ervoor openstaan. Want er zijn ook ouderen die het Javaans slechter dan ik spreken."
Cursusleider van zowel de Indonesische als Javaanse taal, Roesman Darmohoetomo, is ingenomen met het aantal van 41 inschrijvingen tijdens de Indo Fair. Maar de grootste uitdaging telkens, blijft het terugbrengen van het aantal uitvallers dat ongeveer een vijfde deel uitmaakt. Daarom belooft pak 'Darmo' een andere betalingsconditie te introduceren wanneer de cursussen in januari volgend jaar beginnen.

 [uit de Ware Tijd, 25/10/2013]


donderdag 24 oktober 2013

Chinezen in Suriname: ‘Alsof ik in mijn vorig leven hier was geboren’

Roy Ong Sioe Khing
door Charles Chang

Honderdzestig jaar geleden arriveerde het eerste groepje Chinezen in Suriname. Sindsdien hebben zich er steeds meer permanent gevestigd. Een van hen is Roy Ong Sioe Khing (65), eigenaar van restaurant Sarinah. Hij werd niet geboren in China of Hongkong, maar in Indonesië. En hoewel hij een Braziliaans paspoort bezit, heeft hij in Suriname zijn thuis gevonden.

Lees hier verder in Parbode

zondag 13 oktober 2013

Export cultureel erfgoed: Hulp gevraagd voor oud inheems ritueel

Red House, Trinidad


door Charles Chang


Paramaribo - Amerindian Heritage Day wordt in Trinidad op 14 oktober gevierd. Het is de Inheemse dag van het eiland, maar deze wordt alleen gevierd in de Santa Rosa Carib Community van Arima. Op Trinidad en overige eilanden in het Caribisch Gebied bestaan geen indianen meer. Wat van dit volk is overgebleven, leeft niet in stamverband en is sterk vermengd. In een poging om dit en de cultuur terug te brengen, werd Heritage Day geïntroduceerd en kregen de ‘inheemsen’ vorig jaar een stuk grond toegewezen om een traditioneel dorp op te zetten. Amerindian Heritage Day bestaat uit een weekprogramma met internationale conferenties, dans en muziek, ceremoniën, workshops en activiteiten met de jeugd. Extra aan deze editie is een rookceremonie bij het Red House parlementsgebouw. In maart dit jaar werd namelijk de stoffelijk resten ontdekt van vier personen tijdens de renovatie werkzaamheden aan het gebouw. Medio dit jaar vermeldde de uitkomst van het onderzoek dat het om resten gaat uit de precolumbiaanse tijd, daterende tussen 430 en 1390 n.chr.

Surinaamse inheemse


Confronterend
 Het toeval wil dat Peter Harris, de archeoloog die het onderzoek leidde, twee maanden na de ontdekking komt te overlijden. Nu heeft de Trinidiaanse overheid een speciaal team ingezet op het historisch erfgoed. Maar om deze zaak op correcte (spirituele) wijze af te handelen, is de hulp ingeroepen van Suriname. Dit gebeurde via Ricardo Barat Hernandez, de kapitein van de Santa Rosa Carib Community, die goede contacten heeft met Juku Jume Maro en Wayono, twee culturele groepen in Suriname. Tot de eerste groep behoren enkele 'zwaargewichten' die voor de spirituele ceremonie zullen zorgen, terwijl Wayono het dans- en muziekgedeelte op zich neemt.
"Het verzoek is gedaan omdat de mensen de kennis er niet voor hebben", zegt Audrey Christiaan, voorzitter van Juku Jume Maro. "We vinden het dan een plicht om hierop in te gaan. De mensen kunnen niet helpen dat de kennis er niet meer is. Hun voorouders werden op de eilanden uitgeroeid om hun gronden en men is nooit hiervoor gecompenseerd. Wat toen was gebeurd, leeft nog en daarom hebben de geesten geen rust!"
Hoewel het om resten gaat uit de precolumbiaanse tijd verwacht Christiaan een confronterend moment bij Red House. "Per slot van rekening zijn het ook onze voorouders, want via het vasteland zijn ze overgestoken naar de eilanden. Alles wat daar groeit om te eten, komt van hun."

Export cultureel erfgoed
Christiaan benadrukt dat Suriname gelukkig nog de kennis in huis heeft. Ze heeft de overheid gevraagd om een bijdrage, maar kreeg hierop geen reactie. "Trinidad zorgt wel voor alles, maar we hebben geen handgeld en het gaat hier om export van cultureel erfgoed. We missen hierin een stuk erkenning van onze eigen overheid." De groep is gisteren vertrokken.


[uit de Ware Tijd, 12/10/2013]

vrijdag 23 augustus 2013

De Balinese dichter Tan Lioe Ie: ‘Gedicht in muziekvorm wordt poëziemuziek - Twee worden dan één'

door Charles Chang
 
Tan Lioe Le
‘De dichter is het gedicht! Tan Lioe Ie bezig zien en horen is een sensatie. Al je zintuigen staan op scherp, want je ziet, hoort, proeft, ruikt en vooral begrijpt waar het over gaat, ook al versta je geen woord omdat je zijn taal niet kent.’ Dit zegt Cynthia Mc Leod van de Balinese dichter Tan Lioe Ie in haar voorwoord bij Nacht van de Lampionnen. In 2008 werd deze bundel van het Indonesisch vertaald naar het Nederlands en uitgegeven door Conserve. Zijn eerste bundel heette We are All One, die in 1996 in het Engels werd vertaald en uitgegeven in Bali.

Tan, nu 55 jaar, woont vanaf zijn geboorte in Denpasar, de hoofdstad van Bali, en behoort tot de derde generatie van zijn familie in Indonesië. Zijn vader en moeder zijn respectievelijk geboren in Bali en Zuid-Sulawesi. Zijn grootvader komt uit Hainan, een eiland dicht bij Hongkong dat aan China toebehoort. Tan is goed op de hoogte van zowel de Chinese als Indonesische cultuur en tradities - in het bijzonder de Balinese, die is gebaseerd op de Javaanse hindoereligie. Wellicht is hij een van de eerste Chinees-Indonesische dichters die door middel van zijn poëzie uitdrukking geeft aan zijn etnische achtergrond. In zijn actieve jaren als beoefenaar van de pencak silat, was hij meer geïnteresseerd in de filosofische kant van deze gevechtkunst. Tans oom, Amir Syamsudin, is een van de bekendste advocaten van de archipel en zit momenteel in de regering als minister van ‘Law and Human Rights’. Zijn zoon maakt als volksvertegenwoordiger deel uit van het parlement.

Foto @ Tjoe Leo Myang


Leeuw
Als gastartiest op het Winternachtenfestival in 2006 kreeg Tan de gelegenheid om zich te presenteren in Suriname met gedichten uit zijn eerste bundel. De lokale media doopten hem toen om tot ‘de Leeuw van Bali’. Het literatuurminnend publiek dat doorgaans gewend is aan rustige voordrachten, maakte toen voor het eerst kennis met de dynamische wijze waarop deze dichter zijn werken voordraagt. Tan doet het niet alleen op een sterk verhalende manier, hij beweegt ook het hele lichaam om meer expressie te geven aan zijn woorden. Niet zelden leidt dit tot explosieve momenten die het publiek geboeid houden. Zijn lange haar, een typisch kenmerk van Balinese mannen, draagt een steentje bij aan het eigenzinnig optreden. Hiermee maakte Tan ook furore in Kaapstad en Durban, tijdens het Winternachtenfestival in Zuid-Afrika. Eerder trad hij op in Den Haag, Parijs, Hobart (Tasmanië) en als laatste Berlijn. In eigen land heeft Tan meermaals op talloze plaatsen voor literaire sensaties gezorgd. Soms solo, en anders met muzikale begeleiding. Voor een eilandbewoner als Tan komt de zee vaker terug in zijn gedichten.

Foto @ Jeffry Surianto


Bali PM
Ondertussen is de naam Winternachtenfestival veranderd in Writers Unlimited om zo het aanbod aan schrijvers op dit festival te vergroten. Daarvóór was het een vereiste dat ze afkomstig moesten zijn uit een van de voormalige koloniën van Nederland.
Bij zijn voordrachten gaat het niet altijd om eigen werken, Tan draagt ook gedichten voor van Umbu Landu Paranggi en Frans Nadjira - zijn guru’s. Andere dichters voor wie hij bewondering heeft zijn: Pablo Neruda, Octavio Paz, Arthur Rimbaud en Paul Celan.
Gezien het grote tijdverschil tussen de twee bundels is het niet verwachtbaar dat Tan, bijgenaamd Yokki, op korte termijn met een derde bundel uitkomt. ‘Ik hou mij nu meer bezig met poëtische muziek’, geeft hij als reden. De Balinees houdt van cross genres (fusie van twee of meer muzieksoorten) en zet daarbij zijn gedichten om in muziekvorm. Samen met zijn band Bali PM, de twee letters staan voor Puisi Musik, houdt hij op deze manier zijn voordrachten. ‘Niet alleen voor jou, maar zelfs voor de Indonesiër zijn ze moeilijk te begrijpen’, zegt hij over zijn diepzinnige gedichten in het Bahasa Indonesia, de officiële taal van het land. Om het dan beter verteerbaar te maken, haalt Tan muziek erbij. ‘Twee worden dan één!’ concludeert hij. De dichter die van jongs af de klassieke gitaar beheerst, noemt het geen muzikale poëzie, maar poëziemuziek, ‘want poëzie is uit zichzelf al muzikaal, omdat het rijm en typografie heeft. Een gedicht vraagt reeds naar een eigen muziekvorm en omgekeerd ook. Je kan het niet forceren en in een andere muziekvorm zetten, anders haal je de spirit eruit.’

Spirit
Bali PM maakt deel uit van Bali Blue Island, de ‘blues community’ van het eiland. Daarmee heeft Tan landelijk talloze malen opgetreden en de mensen weten te raken. ‘Want muziek is assertief - al begrijp je de woorden niet, de klanken ervan maken de connectie. Je kan woorden ook niet scheiden van geluid en gedicht. Frans Nadjira zegt ook dat het bij woorden niet alleen gaat om de betekenis, maar ook om de spirit en klanken. Mantra’s, bijvoorbeeld, hebben al een spirit en eigen klank. Je kan deze woorden niet vertalen, de werking is niet hetzelfde.’


Zijn definitie van muziek is ‘management of the sound’, bepalen hoe hard of zacht, hoog en laag het geluid moet zijn. Maar een schrijver als Tan houdt nooit op met schrijven. Naast muziek is hij toch bezig met het maken van nieuwe gedichten. ‘Ik hoop dat het rauwe materiaal voor mijn nieuwe boek af is tegen het eind van het jaar. Daarvoor moet ik meer onderzoek doen en informatie verzamelen over de klassieke Chinese vierlijn-gedichten, beter bekend als Qihu. In mijn voorgaande bundels had ik het over broederschap, sociale kritiek op onrecht en milieu en verder alles wat te maken heeft met het menselijk bestaan, zoals liefde, tijd en het universum. Deze thema’s komen terug in mijn derde bundel, nu met de Chinese tradities als een belangrijk deel van de inhoud om deze hernieuwde kracht te geven.’

[naar een interview door Charles Chang met Tan Lioe Ie op Bali, mei 2013)

Tan Lioe Ie: Nacht van de Lampionnen. Gedichten vertaald uit het Indonesisch door Linde Voûte. Schoorl: Uitgeverij Conserve, 2008. ISBN 978-90-5429-261-6


zaterdag 3 augustus 2013

Monument na dertig jaar onthuld

door Charles Chang

Het monument van Rene Doorson in de vorm van een gebroken schakel, krijgt na dertig jaar een plek in het openbaar. Voorlopig staat deze op het terrein van Sarafina totdat het multifunctionele gebouw van de organisatie Fiti fu Wini af is. Op de achtergrond de ceremoniële dank aan de Doorsons. Foto: Charles Chang.



Paramaribo - ‘Blaka sma lesi’, is een bewering die wijlen Rene Doorson graag ontkracht zag. Zijn visie was: ‘materiële productie is de sleutel voor ontwikkeling en daarvoor moet gewerkt worden. Door alleen maar te consumeren komen we niet vooruit’. Doorson, bekend van het gelijknamige constructiebedrijf, had de eerste verzinkerij in het Caraïbisch Gebied en maakte behalve constructiewerken en waterbakken ook kunstwerken. De meest bekende zijn de monumenten van Abaisa, de SLM en Gerechtigheid en Vrede. In verband met de komst van een Afrikaanse koning begin jaren tachtig, werd hij door het militaire bewind benaderd voor het maken van een monument. Echter, kwam de koning niet en het monument werd ergens op de werkplaats bewaard. Nu, dertig jaar later, vinden de Doorsons de tijd rijp om vaders werk uit de vergetelheid te halen. “Honderdvijftig jaar afschaffing van de slavernij is een goed moment hiervoor, zegt zoon Edo, tevens initiatiefnemer.

Bribi nanga wroko
De eer viel te beurt aan de organisatie Fiti fu Wini bij wie het monument zondag werd onthuld op het terrein aan de Sir Winston Churchillweg. De bedoeling is dat het monument later een plek krijgt op Poelepantje wanneer het multifunctionele gebouw van de organisatie af is.
Niet ver daar vandaan is de geboorteplaats van de Doorsons op Abrabroki. "Het besluit is niet zomaar genomen om het aan Fiti fu Wini af te staan, want je ziet hoe lang het bij ons heeft gestaan", zegt dochter Lorenzia, die het publiek toesprak. "Fiti fu Wini hebben we lang gevolgd en we hebben gezien dat ze goed werk doen. Mijn vader was net als deze stichting een nationalist en zelfbewuste Surinamer."

De blijde voorzitter, Claudetta Toney bracht ceremonieel dank uit aan de Doorsons en wees naar het monument, gemaakt van verzinkte metalen platen in de vorm van een schakel. "If yu luku bun dan yu si dati a keti broko. Laat dat de boodschap zijn om af te rekenen met het verleden en meer geloof te hebben in jezelf!" Die boodschap werd nog eens benadrukt door het motto van Rene Doorson op het monument: Bribi nanga wroko musu broko da katiboketi (geloof en arbeid zal afrekenen met het slavernijverleden).

[uit de Ware Tijd, 03/08/2013]

maandag 29 juli 2013

Literaire deelname aan Carifesta XI

Suriname doet als land ook mee met Carifesta. Een van de onderdelen is Literary Art. Er participeren ongeveer 10 landen in dit onderdeel, waaronder Suriname. Surinaamse literaire artiesten kunnen dus  ook deelnemen aan Carifesta.  Registratie voor deelname aan de onderstaande activiteiten kan bij Jeffrey Quartier (email: j_quartier@yahoo.com / tel 8584388) (m.u.v. Book Business)

Sombra en Charles Chang

Daily readings: Schrijvers en dichters/rappers kunnen zich opgeven om voor te lezen / dragen uit hun eigen werk of uit werk van andere Surinaamse schrijvers. Van 17 augustus tot en met 24 augustus wordt er in de ochtenduren voorgelezen voor kinderen. Van 19 – 24 augustus wordt er in de vooravond voorgelezen voor volwassenen. Alle deelnemers zijn verplicht hun teksten  te oefenen. De oefentijden zullen nader worden bekendgemaakt. Het is de bedoeling dat de readings worden opgenomen en via de radio uitgezonden. Lokatie: Zaal 2 of 4 in de hal van de Kamer van Koophandel.

Bookfair expo/sales: Schrijvers kunnen hun boeken laten exposeren en/of verkopen. Gaarne de titels opgeven welke boeken u geëxposeerd/verkocht wilt hebben. De bookfair is in de hal van de Kamer van Koophandel en maakt deel uit van de Grand Market.

Bookfair standbemensing: Schrijvers en andere geïnteresseerden kunnen zich ook opgeven om de stands te bemensen. Hiervoor is een vergoeding op de begroting geplaatst. De Grand Market is open van 17 – 25 augustus en wel van 10.00 – 23.00u.

Bookfair kinderhoek: Op de bookfair zal een kinderhoek worden ingericht waar spontaan mag worden voorgelezen of verteld.

Michael Slory met een dame waarvan zijn bril scheefzakt. Foto @ Hijn Bijnen

Bookbusiness Meetings: Op maandag 19 en dinsdag 20 augustus zijn er van 14.00 – 18.00u book business presentaties. Hier kunnen uitgeverijen (ook self-publishers en stichtingen), boekverkopers, drukkerijen, grafische vormgevers, vertaalbureaus, illustratoren en individuele auteurs  hun diensten/producten presenteren gedurende 15-30 minuten. Het gaat met name om uw mogelijkheden en wensen tot internationale samenwerking. De presentaties moeten in het Engels. De meetings zijn in zaal 2 van de hal van de kamer van Koophandel. Registratie kan via email (ismene.krishnadath@gmail.com). Via dit emailadres kunt u ook verdere informatie krijgen. Bellen is ook mogelijk op de telefoonnummers: 8784120 / 520513 / 8912005.

Master classes: Er zijn drie masterclasses gescheduled in zaal 2 van de hal van de Kamer van Koophandel. De masterclasses worden in de middaguren verzorgd door Surinaamse en buitenlandse master writers. Schrijvers en anderen geïnteresseerden zijn vrij om de master classes bij te wonen.

[Mededeling van Schrijversgroep '77] 

donderdag 6 juni 2013

Reis Sopawiro naar Indonesië vruchtbaar






door Charles Chang

Boxel - Na een maand verblijf in Yogyakarta, Indonesië, is Sapto Sopawiro weer thuis. Nog nagenietend zit hij op een regenachtige namiddag vergezeld door gamelanmuziek op zijn veranda. Hoewel hij zijn dagelijkse ritme al enigszins heeft herwonnen, wordt hij geconfronteerd met vele telefoontjes van mensen die willen reageren op zijn reis.

De cultuurkenner heeft tijdens zijn laatste week in Yogyakarta nog enkele bijzondere momenten meegemaakt met betrekking tot de Javaanse cultuur. Dankzij een luisteraar die hem op de proef stelde tijdens een live-uitzending op Radio Republik Indonesia (RRI), kon Sopawiro meedoen aan een seminar over het wayangpoppenspel. Dit vond plaats op Museum Pendidikan Indonesia Universitas Negeri Yogyakarta, een lokale universiteit.

Sopawiro's titel luidde: wayang is ook om de leer te verspreiden. Volgens de dhalang is dit een bekende uitspraak in Suriname. "Uit de wayang kan je lering trekken, het bevat sociale, religieuze, wetenschappelijke en politieke aspecten. Daarbij benadrukte ik ook het taalaspect, want in de wayang spreekt een figuur een hogere aan in het hoog Javaans. In de praktijk gebeurt dit bijna niet meer, dat men iemand aanspreekt in het kromo inggil."

Dynamisch
Tijdens zijn inleiding verdedigde Sopawiro ook de meertaligheid in de wayang, iets wat onbekend is in het moederland. "Bij ons is de situatie anders, we leven in een multiculturele samenleving, en op zo'n manier hou ik het levend." De panelleden en vierhonderd aanwezigen in de zaal spraken hierover hun goedkeuring uit. Een video van zijn Multi-linguale opvoering, medio april in het Laaktheater in Den Haag, werd al uitgezonden in Yogyakarta.


Zijn suluk (voorzang) in het Engels en Sranan vielen daarbij bijzonder in de smaak. Het wayangpoppenspel is door de Unesco erkend en staat sinds november 2003 vermeld op de 'Lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid'. In Indonesië is deze hoge vorm van de Javaanse kunst dynamisch en gaat het mee met de tijd. Onder meer komen er ook andere vormen van entertainment bij. De bekende komediant Shakirun besprak het belang van komedie bij wayang. "Als dit wordt verboden, dan worden de dhalangs brodeloos. Wayang moeten we los zien van religie, het is entertainment."

Stille loop
Kort voor zijn vertrek was Sopawiro in de studio van AdiTV en op kantoor van de Alliance of Independent Journalists te gast voor een persconferentie. In beide gevallen werden vragen gesteld over de geschiedenis van Suriname, de Javaanse immigratie, eetgewoonten, talen, leerstelsel en het dhalang zijn. Sopawiro deed mee aan een kirap brata of stille loop die werd voorafgegaan door een macapat (lees: motjopat) of voordracht van gedichten in zangvorm. Dit in verband met het 97-jarig bestaan van de kabupaten, het lokale regentschap. "Ik kreeg nog meer uitnodigingen, maar ik kon niet naar allemaal. Van sommige waren de afstanden ver."

[uit de Ware Tijd, 04/06/2013]

woensdag 29 mei 2013

Een wayang in de bergen

door Charles Chang

Yogyakarta - In de avond een adres zoeken op een berg is niet eenvoudig. De weg is niet alleen smal en donker, maar ook verlaten. Huizen doemen op in het duister en na veel stoppen en vragen staat daar opeens een menselijke barricade. Mensen wachten op straat op de wayang kulit-voorstelling, georganiseerd door Andar Basuki in verband met de besnijdenis van zijn zoon.
Als thema heeft hij 'Petruk komt in actie'. Deze wayang-clownfiguur is een punakawan (bediende) en is ondergeschikt aan de pendawa figuren(adel).

Dhalang Parjaya in actie tijdens een wayangvoorstelling die werd gehouden in verband met een besnijdenis. Naast hem kijkt zijn achtjarige leerling geboeid toe. Foto: Charles Chang.


Verschilt
Een wayang kulit in Indonesië verschilt 'enorm' met die van Suriname. Behalve dat de pesindens of zangeressen een stuk jonger zijn, bestaat het gamelanorkest uit wel twintig man. De kelir of het scherm is anderhalf maal zo groot en aan weerszijden staat een batterij wayangpoppen opgesteld. De gamelan bestaat niet uit één, maar uit twee gongs en alle koperen potten en platen glimmen als goud. Een fluit en eensnarig instrument geven extra drama tijdens de vertelling. "We hebben het ook in Suriname, maar niemand weet het te bespelen. Er zijn geen jongeren die het willen leren," zucht Sapto Sopawiro over de rebab, het snaarinstrument. Sopawiro, momenteel de enige dhalang of wayangpoppenspeler van Suriname, is voor zijn culturele kennisverrijking in Indonesië.

Drumstel
Dhalang van de avond is pak Parjaya, die al twee keer in Suriname is geweest. Het is nooit stil wanneer hij een inleiding geeft: op de achtergrond tikt een muzikant zachtjes op de gamelan. Wanneer het gevecht volgt, klinkt zwaar gedreun. Verbaasd ontdekt Sopawiro de pauk of grote drum, inclusief slagdeksels, tussen de gamelan. Daarmee krijgen de acties op het witte doek nog meer effect. Naast Parjaya zit een van zijn leerlingen, de achtjarige Ebenheser, die toegewijd meekijkt.

Wayang kulit


Geboeid luisteren
Wat het publiek betreft, gedraagt die zich als de Surinaamse: de helft zit binnen, de andere helft blijft liever op straat op een afstand kijken. Het overgrote deel bestaat uit jongeren. Hurkend op het asfalt luisteren ze geboeid naar de dhalang. Tijdens de goro-goro wordt Sopawiro uitgenodigd om bij het scherm naast de dhalang te zitten. Hij zet de Javanen aan het lachen.
"Ik heb er veel uit kunnen leren", zegt hij op de terugrit. "In het begin gaf de organisator symbolisch een wayang aan de dhalang. Dit stelt het lakon of verhaal voor dat is aangepast aan de gelegenheid. Ik weet niet waarom we dit niet meer doen in Suriname, maar we moeten het weer introduceren. De aanpassing in het lakon hoeft ook niet speciaal tijdens de goro-goro, hier doet hij het al bij de inleiding. Parjaya is een topdhalang. Ik hoop dat hij nog een keer naar Suriname komt."

[uit de Ware Tijd, 24/05/2013]

zondag 26 mei 2013

Ook kinderen willen dhalang worden

door Charles Chang

Yogyakarta - Met het scherp geluid van de krecek geeft hij meer actie aan het gevecht op het witte doek. Tahta Harimurti Proboatmjo zwaait met de leren poppen en doet precies wat een ervaren dhalang doet bij een wayang kulit. Alleen is de jongen pas tien jaar oud en drie maanden op les. Zijn broer van twaalf zit achter de gamelan.


De goed bezochte wayangles van pak Parjaya. De stimulans komt ook van de ouders die meehelpen of zelf achter de gamelan meedoen.  Foto: Charles Chang.

In Yogyakarta spelen kinderen niet alleen met computerspelletjes, maar hebben ze blijkbaar ook interesse voor de eeuwenoude hoge Javaanse kunst. "Erg, erg spontaan", zegt de moeder over Tahta's interesse voor het wayangpoppenspel. "Hij zag een keer een voorstelling en begon er daarna zelf meer over te zoeken op internet. Later hebben we toen deze docent gevonden."

Stemmen
Op het kunst- en cultuurcentrum, PPPPTK Seni dan Budaya, geeft pak Parjaya wayang- en gamelanles aan kinderen en volwassenen. In 2000 en 2005 was hij hiervoor in Suriname (zie dWT maandag 20 mei 2013) Wanneer Tatha's beurt voorbij is, staat een andere jongen op van zijn gamelan en mag Tatha achter het instrument zitten. Zo komt ieder kind aan de beurt. Muhammad Wahyu Perdana Wicaksono is twee jaar ouder en weet het ook goed te doen. Theatraal met gespreide armen brengt hij de gestileerde figuren naar het scherm om ze daarna leven in te blazen door ze verschillende stemmen te geven. "Zijn grootvader was dhalang en stimuleert hem, maar onze hele familie houdt ook van de cultuur", vertelt de moeder.

Meesterlijk
De wayangles voor kinderen was een openbaring voor dhalang Sapto Sopawiro uit Suriname die wilde zien hoe zijn oude guru lesgeeft. En alsof dat niet verbazingwekkend genoeg is, komt daarna een jongetje van acht aan de beurt. Ook voor hem is de zes meters grote kelir niet te groot. In Suriname zijn de schermen circa vier meter lang. Ondanks zijn kinderstem weet de kleine jongen ook de intonatie te geven. Tot de jonge studenten van Parjaya behoort ook een jongen van elf jaar die op meesterlijke wijze de khendang of tweezijdige drum bespeelt. Sopawiro droomt ervan om de wayang kulit in Suriname te behouden. "Het komt ook van de ouders uit, merkt de laatste dhalang van Suriname op. "Je ziet gewoon hoe ze de kinderen stimuleren." Bij de gamelan zitten moeder en vader achter een instrument en in de pauze serveren de andere ouders snacks en drank.


[uit de Ware Tijd, 22/05/2013]

zaterdag 25 mei 2013

Yogjakarta: Op de graven staan de orginele namen

door Charles Chang

Het eerste wat de meeste Javanen uit Suriname doen wanneer ze Indonesië bezoeken, is de graven van hun voorouders bezoeken. Dit deed Sapto Sopawiro (73) dus ook, een dag na zijn aankomst in Yogjakarta, Midden-Java.

Geheel volgens traditie van Surinaamse Javanen die Indonesië bezoeken, betuigt Sapto Sopawiro respect bij de graven van zijn voorouders. Foto @ Charles Chang.


De cultuurkenner en laatste overgebleven dhalang (wajang poppenspeler) van Suriname is voor zijn culturele kennisverrijking in het land van zijn roots. Het eerste graf dat hij bezocht, lag op een familiebegraafplaats achter een kleine woongemeenschap die bloedverwant is van de senior uit Suriname. Een familielid wees hem het rijtje: grootvader, grootmoeder, tante en kinderen. Net als de meeste graven waren deze ook van het islamitisch model - hoog conisch met daarop twee kronen. Kleine afmetingen waren even dominant als de volwassen maten. Sommige voorzien van een kruis om het ander geloof aan te duiden. De bekende modellen van Suriname, betegeld met een opening in het midden, kwamen ook voor. Bij grootvader deed Sopawiro een gebed en overgoot daarna de graven met kokoswater. "Voor ons is dit heilig water of water van de morele orde, legt Sopawiro uit. Tot slot legde hij als eerbetoon roze 'ngekarbloemen' op de graven.

Bekende namen
De tweede begraafplaats was een kleine algemene begraafplaats met de naam 'Wonosopo'. Na herhaling van het vorig ritueel, keek Sopawiro naar de namen van andere graven. Ze leken bekend: Karijoredjo, Partoredjo, Kartopawiro, Pawirodinomo en Somopawiro zijn namen waarvan hij weet in welke buurt ze te vinden zijn in Suriname. "Dit zijn de oude originele namen van contractanten, tegenwoordig heeft men van die moeilijke namen door het geloof."

Verloren taal
De derde en laatste begraafplaats die hij bezocht, leverde hem een andere 'ontdekking'. De naam van de begraafplaats stond namelijk in het hanacaraka, het oud Javaans schrift. Sopawiro als voorganger van het Javanisme moest het dan vertalen voor zijn gezelschap. "Den suma fu dya no man leysi en srefi", concludeerde hij lachend.

[uit de Ware Tijd, 18/05/2013]

donderdag 2 mei 2013

Sendang Seliran bron van morele orde

door Charles Chang


Yogyakarta - Met een zucht hurkt hij voor het water. “So, mi doro!” Voor Sapto Sopawiro gaat een levenswens in vervulling. De Seliran-waterbron is heilig voor de Javanisten. Volgens de overlevering komt dit water uit het lichaam van de vrouw van Pemanahan Senopati, de stichter van het Mataram koninkrijk aan het het eind van de zestiende eeuw.
Sopawiro doet een zegje en neemt zevenmaal een bad. "Dit is heilig voor wie erin gelooft. Generaties Javanen komen hier, waaronder mijn vader. Hij heeft mij hierover verteld en ik weet het ook uit boeken. Dit bronwater is water van de morele orde. Wanneer wij kokoswater gebruiken bij een ceremonie, noemen we dan altijd de naam van deze sendang (waterbron). Het stelt dit water voor en is gelijkwaardig hieraan."

Sendang seliran


Historisch complex
En terwijl hij dit allemaal vertelt, zwemt een grote zwarte katvis van onder de bodem langs. Het water van deze bron raakt nooit op. Op een ander gedeelte van het historische complex ligt de begraafplaats van de adel, waaronder die van Pemanahan Senopati. Fotograferen is hier niet toegestaan en pelgrims mogen deze plek alleen bezoeken als ze Javaans zijn aangekleed door één van de traditionele grafbewakers. Binnen in een massief stenengebouw vol grafstenen wordt hurkend tegen het marmer eer betoond en worden er bloemen gestrooid bij het graf van de koning. De Sendang Seliran ligt in Kotagede die bekend staat om haar zilversmeden. Op het complex Masjid Besar Mataram Kotagede, naast de waterbron, worden de gebedsuren op luide wijze aangekondigd.


Mystiek slot
Een andere belangrijke plaats voor Javanen is de koninklijke begraafplaats op Imogiri. Het bouwwerk op een berg bestaat uit hoge muren, hemelpoorten, trappen en tuinen en is te bereiken via een brede trap met vierhonderd treden, maar de meeste bezoekers rijden tot de poort. Ook hier wordt men traditioneel aangekleed en wordt gevraagd naar de reden van het bezoek. Er is een rij naar het mystieke slot. Kruipend door luiken komt men dan bij een kleine afgesloten ruimte waarin een oude houten graftombe ligt. Volgens Sopawiro is dit het graf van de vader van Senopati. Die van zijn vrouwen, nakomelingen en zelfs een dhalang liggen gescheiden.

Javaanse identiteit
Koninklijke begraafplaats Imogiri
Hij kijkt zeer voldaan na het tweede spirituele bezoek. "Beide plaatsen zijn voor ons belangrijk. De vader heeft zich bekeerd tot de Islam, terwijl de zoon de Javaanse identiteit heeft behouden. Vandaar dat je bij Seliran teksten op de grafstenen ziet in het Arabisch en het Hanacaraka of Javaanse schrift. Dat wil zeggen dat de mensen moslim zijn geworden, maar hun Javaanse identiteit niet hebben opgegeven. Vandaar dat sommige moslims in Suriname nog aan voorouderverering (satyen) doen. Die hebben net als de zoon de Javaanse tradities behouden."

[uit de Ware Tijd, 02/05/2013]

donderdag 25 april 2013

Charles Chang in Indonesië met Pak Sapto


Op initiatief van Charles Chang, lid van S'77 en freelance schrijver voor de Ware Tijd, maakt Sapto Sopawiro (73) een culturele reis naar Indonesië. Bapak Sapto is cultuurkenner, leider van een groep Javanisten en momenteel de enige dhalang in Suriname. In de Ware Tijd, wordt in de rubriek Mens en Maatschappij van zaterdag 20 april een artikel gewijd aan Sapto en het vak van dhalang, een wayangpoppenspeler, overgenomen op deze blogspot. In Suriname sterft de wayang kulit uit omdat men geen interesse heeft om dhalang te worden. Bapak Sapto heeft pogingen gedaan om de wayang spelen begrijpelijker te maken voor niet-Javaanse Surinamers door Nederlands te gebruiken bij het spel en de context een beetje te surinamiseren. In Indonesië volgt Chang de activiteiten van pak Sapto voor de Ware Tijd. Behalve aan Yoyakarta brengt Chang ook een bezoek aan het eiland Bali waar hij een ontmoeting zal hebben met de dynamische dichter Tan Lioe Ie die in 2006 als artiest meedeed aan Winternachten in Suriname.

maandag 22 april 2013

Dhalang, de admiraal van de avond

Javaanse cultuur (deel 7 en slot)


Sapto Sopawiro in actie met de gunungan bij het begin van een wayang kulit. Foto: Charles Chang

door Charles Chang
  
Met een lange bananenstam op zijn schouder komt hij het podium op. Sapto Sopawiro (73) en zijn vrienden treffen voorbereidingen voor een wayangvoorstelling. Een halve dag later zijn ze klaar en begint het uitzoeken van de poppen. Deze hoge vorm van kunst kan men nog maar sporadisch bewonderen. In dit laatste deel van de Javaanse serie: de dhalang of wayangpoppenspeler. Wordt pak Sapto de laatste der dhalangs?

Ondanks zijn hoge leeftijd heeft Sapto nog de energie om uren achter elkaar voor het scherm te zitten en de poppen te bedienen. Hij vertelt, zingt, deelt meppen uit op het witte doek en dirigeert onzichtbaar het gamelanorkest. Al zijn voorgangers hadden die vaardigheden en kennis ook. Een dhalang weet alles en staat in aanzien. Toch zijn er geen opvolgers in het vooruitzicht en wordt de wayang kulit (schaduwpop) met uitsterven bedreigd.

"Mijn vader was dhalang en als jongetje van acht ging ik mee achterop de fiets", vertelt Sapto. "Ik hield het natuurlijk niet vol, want vroeger duurde een voorstelling tot de volgende ochtend." Naast de kist met poppen viel de kleine Sapto dan in slaap. "Maar ik hield van wayang en bezocht alle voorstellingen." Later, als volwassene, hielp hij met het opzetten van het scherm en oefende hij bij de dhalangs in zijn buurt. "Maar lag het niet in mijn bedoeling om dhalang te worden."

Als dhalang moet je niet alleen het krama inggil, de hoog Javaanse taal, en de karakters van alle vierhonderd figuren kennen, maar ook veel lezen en de rollenboeken uit het hoofd kennen. Het is dus niet zo eenvoudig om dhalang te worden. Volgens een artikel uit de Ware Tijd van 9 september 1993, 'Wayang kulit, cultuurschat uit Indonesië', geschreven door John Krishnadath, leefden er rond die tijd twintig tot dertig dhalangs. Niet alle waren actief, maar wel al boven de vijftig.

Les
In 2000 kwam een dhalang uit Indonesië om twee maanden les te geven. "Ik wilde niet! Ik vond het moeilijk." Op aandringen van zijn vrouw ging hij toch en dat veranderde Sapto's instelling. De groep bestond uit twee beginnelingen, waaronder Sapto, en vier ervaren dhalangs. Na een paar lessen liet de groep het echter afweten. "De Indonesische wayang verschilde met die van hun. Daarom kwamen ze niet meer", zegt Sapto, die wel trouw naar les ging.
De dhalangs waren bovendien al oud en overleden kort na elkaar. "Het werd een plicht om door te gaan." Sapto bleef dus oefenen en de goeroe op Domburg stimuleerde hem. "Mijn eerste performance was op Lelydorp. Ik was niet tevreden, maar het publiek vond het goed." Vijf jaar later kwam de Indonesische dhalang opnieuw naar Suriname in verband met de viering van 115 jaar Javaanse immigratie. Dit keer bleef de goeroe zes maanden en weer was Sapto de enige leerling. "Hij leerde mij alle kneepjes van het vak en adviseerde mij om het wereldgebeuren te volgen."

Zorgen
"In het eerste jaar dat ik in Suriname verbleef, maakte ik mij al zorgen over de situatie," zegt Nur Rahardjo, de ambassadeur van Indonesië. "Toen leefden er nog drie dhalangs, alle ver boven de zestig maar nu is er slechts één dhalang over." Zou hij daar, vanuit zijn positie, niet wat aan kunnen doen? "Yogyakarta is al op de hoogte en staat klaar om een dhalang naar Suriname te sturen, die mensen zal opleiden. Maar de eigenlijke vraag is: zijn er wel mensen, vooral jongeren, die dhalang willen worden?" De ambassade kan het volgens Rahardjo niet alleen doen, maar heeft de ondersteuning nodig van het Ministerie van Cultuur en de Javaanse gemeenschap.

Opgegroeid met de wayangcultuur weet Rahardjo wat het betekent om dhalang te zijn. "Wayang kulit is een hoge vorm van kunst en daarom is het niet gemakkelijk om dhalang te worden. Je hebt er een speciaal talent voor nodig en je bent nooit klaar met leren." Volgens de ambassadeur komt dhalang-zijn van binnenuit, "als een roeping, kan je zeggen".
Als kind had hij een vriendje die al gefascineerd was door de poppen toen hij pas vijf jaar was. "Zodra hij ze zag, wilde hij ermee spelen. Later is hij zelf dhalang geworden." In Indonesië is de wayang kulit volgens hem nog steeds populair. "Het is dynamisch en gaat mee met de tijd, waardoor jongeren ook komen kijken. Daar heeft de westerse cultuur niet zo'n invloed als in Suriname."


Sapto Sopawiro in actie met de gunungan bij het begin van een wayang kulit. Foto: Charles Chang

Meertalig
Onder de Javaanse jongeren blijkt, anders dan doet vermoeden, wel interesse te bestaan voor de wayang kulit. Shelien (29) uit Domburg bijvoorbeeld zou er wel één willen meemaken, "maar ik weet niet waar en je moet uitgenodigd zijn." Romano (23) uit Lelydorp was nog kind ten tijde van de laatste wayangvoorstelling op Lelydorp in 2000. "Ik zou er meer over willen weten, maar ik weet niet waar het wordt gehouden. Er is nu alleen nog jaran kepang." Beide jongeren geven toe het hoog Javaans niet te verstaan; het voornaamste probleem voor de wayang in Suriname.

Na het tweede bezoek van zijn goeroe, maakte Sapto zijn voorstellingen meertalig. "De eerste keer was op Lelydorp (de Kranenweg) en aan de hand van de reacties deed ik het later ook op Domburg. Het is nodig die meertaligheid omdat jongeren het anders niet verstaan." Bij de viering van 120 jaar Javaanse immigratie kreeg Sapto juist de opdracht van de VHJI-voorzitter om zijn voorstelling in verschillende talen te houden. "Dat was helemaal geslaagd!"

Onorthodox
In Sapto's voorstellingen gebruikt hij niet alleen niet-Javaanse woorden, maar zingt ook in het Surinaams en Engels. Hits zoals 'Blakarowsu' en 'Since I met you baby' vallen dan bijzonder in de smaak. Helemaal vrij is hij echter niet. De organisatie die hem inhuurt, heeft natuurlijk ook wensen. "Soms willen ze helemaal traditioneel. Onze wayang is onorthodox en daarom hebben sommigen wel eens moeite gehad met de dhalang." Sapto's begin is standaard, want dat is het religieuze gedeelte, maar daarna laat hij zijn creativiteit de vrije loop. "Natuurlijk aangepast aan de gelegenheid."

Sapto is niet de eerste met een 'vreemde' taal, maar wel degene die het heeft doorgedrukt. Beeldend kunstenaar Soeki Irodikromo herinnert zich dat Kamirin Sordjo er dertig jaar geleden al mee was begonnen. De dhalang gebruikte Surinaamse woorden en ontlokte een golf van kritiek. "Want daarmee bracht hij de waarde omlaag", zegt Soeki, die er een andere mening over heeft. "Wayang is de allerhoogste kunstuiting, maar soms moet je offeren. Binnen elke kunst heb je dat. De ouderen zijn ertegen, het verpest de waarde van de cultuur, maar voor wie doe je het uiteindelijk?"
Soeki vindt dat het feit dat de Javaanse jongeren de taal niet spreken doorslaggevend moet zijn. "Ik heb er geen moeite mee als het op een nette en verantwoorde manier gebeurd en de vreemde taal het oorspronkelijke verhaal niet tekort doet." Volgens hem moeten jongeren ook de kans krijgen om de voorstellingen te volgen. "Sapto durft het zelfs aan om de koning een andere taal te laten spreken!"

Admiraal
De kunstenaar had de kans om dhalang te worden, maar bedankte om een paar redenen. "Ik beheers de taal wel in zekere mate, maar ik vind mijn stem niet geschikt. Je moet de lakons, de verhalen, uit het hoofd kennen, de muziek kunnen bespelen en weten te zingen. Als dhalang ben je admiraal van de avond, maar ik zit liever te kijken!"
Sapto is momenteel in Nederland en zal vanavond een wayang kulit houden in het Laaktheater te Den Haag. Een unicum. Daarna reist hij door naar Yogyakarta, Indonesië, voor verrijking van zijn culturele kennis. Ambassadeur Rahardjo: "Ik zie graag dat de wayang kulit behouden blijft. In Indonesië kan een dhalang goed van zijn vak leven. Ik hoop dat het zover komt dat men het hier ook wil leren." De ambassadeur sluit af met een belofte: de Indonesische regering zal de komende jaren beurzen aanbieden om mensen in staat te stellen dhalang te worden.

[uit de Ware Tijd , 20/04/2013]

De Surinaamse gamelan, uniek en sterk: Van ijzer en geelkoper gemaakt

Javaanse cultuur (6)


Rechts op de foto, orkestleider Tirtawi die op de zondag oefent met zijn gamelanspelers. Foto: Charles Chang


door Charles Chang

Op de fiets komt de zangeres aanrijden. Niet lang daarna weergalmen toonrijke blikslagen aan de Commissaris Roblesweg op Blauwgrond. Iedere zondag oefent hier het Bangun Wiromo gamelanorkest.

De geluiden doen denken aan een carrillion, maar de kendang en diepe tonen van de gong maken het wezenlijk verschil tussen een klokkenspel en gamelan. Dit onmiskenbare Javaanse instrument is niet meegenomen uit Indonesië, maar is hier creatief ontworpen door de eerste generaties Javanen. Doorboord aan een spijker liggen de metalen platen op een rij. Het geluid is fijn, de tonen hoog of laag. Als 'onderlegger' werd vroeger kurk gebruikt, nu liggen stukjes rubber (van een oude slipper) onder de platen. Bij de instrumenten zoals de bonang, penarus en kenong vibreren grotere platen aan touwen voor een zwaardere metaalklank. Alleen de gong bestaat uit een deksel die aan rubberen banden zweeft boven een klankkast. De eerste gamelans werden gemaakt van de metaalplaat om oude karrenwielen en ander afvalmateriaal. Later zijn deze platen vervangen door geelkoper (messing) en blaka isrie (gegalvaniseerd ijzer) die beter bestand zijn tegen oxidatie en mooie klank geven. Een groot verschil tussen westerse muziek en de gamelan zijn niet alleen de klanken, maar ook de tonen respectievelijk pentatonisch en diatonisch. Westerse muziek bestaat uit acht tonen, de gamelan telt zes, maar de vier ontbreekt (slendro). Er bestaat ook de zeven noten pelog met oneven intervallen, maar deze wordt weinig gebruikt.

Laatste gamelanmaker
Gamelan wordt gespeeld bij een wayangvoorstelling, ludruk-toneel of tayup-avond. Het instrument is verbeterd, maar de muziek is niet geëvolueerd. Er zijn nog muzikanten, maar geen gamelanmakers meer. Twee jaar terug overleed Marioen Amatdanom, de laatste gamelanmaker in het land. Veel van zijn kennis was gebaseerd op gevoel en gehoor voor klanken en was moeilijk op papier te zetten. Wie nu een nieuw gamelanorkest wil oprichten, zal moeten zoeken naar een oude set waarvan de platen nog goed zijn. In Nederland spelen de Surinaamse Javanen op gamelans uit Suriname. Hierdoor zijn een aantal van deze instrumenten daar terecht gekomen.

Indonesische gamelan. Foto: Charles Chang

Weinig Javaans
Net zoals bij de andere etnische groepen verdwijnt ook de Javaanse cultuur bij elke nieuwe generatie. "De radiostations draaien weinig èchte Javaanse muziek, meer van die moderne," zegt Saman Tirtawi (67). De orkestleider zit te wachten op zijn muzikanten die net als de zangeres binnendruppelen. Al veertig jaar is hij orkestleider. Zijn garage is de studio. Tirtawi's vader kwam nog uit Java. "Nee, ik heb het niet van hem geleerd, ik had zelf veel interesse voor. Vroeger, in de jaren vijftig, had elk dorp in Commewijne een eigen gamelan- en toneelgroep. Er was ook geen andere afleiding. Als tiener heb ik het zelf met kijken en oefenen geleerd, later vertrok ik naar de stad voor werk en daar heb ik me aangesloten bij de grote verenigingen." 

Tirtawi's orkest bestaat uit acht instrumenten en evenveel muzikanten om de zangeressen te begeleiden. "In Suriname is er geen school voor theorie, gamelan kan je alleen leren in de praktijk. Plaatsen zoals Lelydorp, Domburg, Dijkveld, Koewarsan hebben nog een eigen gamelanorkest, maar dat is ook aan het verwateren - de jongeren hebben weinig interesse voor. Je kan het hieraan zien: vroeger waren we elk weekend bezet, bij elke besnijdenis was er gamelan. Nu houden de mensen het klein; een zitje, klaar."
Hoewel de gamelan slechts vijf tonen kent, weet Tirtawi bepaalde westerse liederen te begeleiden. "Het hangt van de vocalist af. We laten hem of haar eerst zingen en dan volgen we de toon. Meestal valt dit op de één of zes. Maar niet bij alle westerse liederen is dit mogelijk. Dit komt omdat westerse muziek is ontstaan uit de beat!"

Pottenset
In Indonesië zijn vooral de Javaanse, Balinese en Sudanese gamelan populair. De Surinaamse gamelan benadert die van Centraal Java, maar blijft toch uniek. Gamelans uit Indonesië zien uit als een pottenset. Ze zijn gemaakt van koper, hebben geen bodem en staan gespannen aan rubberen banden. De gong ligt niet horizontaal, maar staat verticaal opgehangen aan een rek. Een ander verschil met de Surinaamse gamelan is dat de pennen tussen de platen liggen en niet de platen doorboren. Maar ook het geluid is anders. "Vijfennegentig procent van de Indonesische gamelan kunnen we niet naspelen, beaamt Tirtawi met een spijtig gezicht. "De slagen van ons zijn anders en daar spelen ze met vijf kendangs (tweezijdige drums). In Indonesië zijn er scholen en universiteiten om de muziek te ontwikkelen - hier niet."

Surinaamse gamelans onderscheiden zich ook van de Indonesische door hun duurzaamheid. De zelf gevormde platen kunnen tegen een stoot. "Even schuren, naki wan ferfi, klaar!" zegt een orkestlid over het onderhoud. De Indonesische gamelan is daarentegen heel gevoelig. Het kopermetaal is dun waardoor makkelijk scheuren en gaten ontstaan aan de potten. Regelmatig op spelen is een vereiste, want door oxidatie van het koper raken ze ook ontstemd. Bij de Indonesische ambassade, Sana Budaya en Indra Maju liggen gamelans uit Indonesië, maar omdat niemand ze weet te bespelen, zijn ze in de loop der tijd geoxideerd en beschadigd. En niemand die ze ook weet af te stemmen. Volgens de Indonesische ambassade begint de prijs van een goede gamelan bij tienduizend US dollars. Een hele dure kost het vijfvoudige.

De jeugd
De stilte op de zondag wordt opnieuw verbroken wanneer weer blikslagen klinken en de pesindhen of zangeres begint met zingen. Gamelanspelers slaan niet hard maar met gevoel. De stokken die ze gebruiken, zijn ook bekleed - alleen het houten hamertje niet. Ze volgen het ritme van de kendang, in dit geval het slagwerk van Jonathan Karijowidjojo (25). Deze aanwinst voor het orkest heeft het talent en de gave om het moeilijkste instrument van het orkest te bespelen. Hiermee dirigeert hij op aanwijzing van de dalang of wayangspeler. "Ik hou ervan en het zit in me," zegt de jongeman uit Kampong Baru, Saramacca. Bij hem heeft de generatie een sprong gemaakt. "Mijn vader weet niet te spelen, het was mijn grootvader die gamelan speelde en mij naar de feesten bracht."
Orkestlid Henny Kaseran (53) komt ook uit een familie waarin de Javaanse cultuur sterk aanwezig is. Hij speelt gamelan om zijn cultuur te behouden. "Maar," zegt Kaseran, "het moet ook in je zitten, de gamelan moet ook van je houden, anders lukt het niet!"
Behalve op de zondag, oefent het orkest ook op andere dagen in de week, maar dan met de jeugd. Voor het gemak zijn voor hun de platen genummerd. Het zijn dan kinderen en kleinkinderen van de buren en leden die komen. Op deze manier wordt de Surinaamse gamelan van uitsterven behoed.

[uit de Ware Tijd, 06/04/2013]

[wordt vervolgd]

dinsdag 16 april 2013

Afsluitingsceremonie project Slavenschip

Naast training ook rituelen ervaren

door Charles Chang


Gewezen president Ronald Venetiaan neemt plaats in de schervenbak voor een moment van reflectie. De bak is bedoeld als rustpunt waar je met je zelf in het reine komt en al je pijn en frustraties loslaat en angsten overwint voordat je de tempel binnengaat. (Foto: Claudio Barker)

Paramaribo - Een aangekleed rek staat prominent onder een afdak. Wanneer ‘maripaboten’ vol wiri, switi sopi en andere rituele benodigdheden naar buiten worden gedragen, is de bedoeling duidelijk. Ze worden erop geplaatst. Binnenkomende bezoekers voor de afsluitingsceremonie van het journalistenproject 'Slavenschip Leusden' mogen een gekleurd touwtje uitkiezen en deze in een van de drie symbolische boten doen. De regen van zaterdagavond doet er niet toe. Druppelend komen mensen binnen, inclusief ex-president Ronald Venetiaan. Naar later blijkt, is hij een goede vriend van wijlen Alfred Rudolf Strijk. De foto van Strijk senior prijkt ook in het midden van de M'Awese-tempel die ter ere van hem is gebouwd.
Leo Balai. Foto: Peggy Brader

Geen hulp
"Odi brada nanga sisa! Dit is geen prisiri, maar een herdenking, want den sungu (ze zijn verdronken) gebonden aan handen en voeten!", zegt ceremoniemeester Elly Purperhart. Daarmee doelt ze op het tragische lot van de circa zevenhonderd slaven die op het slavenschip Leusden omkwamen. Het schip strandde op 31 december 1737 op een zandbank voor de monding van de Marowijne. De volgende dag brak en kapseisde het dodenschip, maar alvorens de bemanning en zestien slaven in reddingssloepen ontsnapten, werden alle luiken dichtge­timmerd en de hele 'handel' achtergelaten. "Er was geen hulp", vervolgt Purperhart. "Maar het lichaam vergaat, de yeye niet - ze dwalen nog rond." Daarom zal de du uma ter hoogte van de Tijgerbank de maripaboten in zee laten. Voor de studenten van het journalistenproject wordt dit ook een rituele ervaring.

Visionair idee
Een groep studenten bestaande uit Surinaamse studenten internetjournalistiek en Nederlandse juniorjournalisten volgt de aanwezigheid van dr. Leo Balai, onderzoeker en schrijver van het boek Het Slavenschip Leusden, in Suriname. "Daarover zijn afspraken gemaakt, zegt Henry Strijk, samen met Jessica Dikmoet de initiatiefnemers van het journalistenproject. De keus voor het slavernijverleden als project is volgens Strijk niet alleen om 'Honderdvijftig jaar afschaffing slavernij' maar ook om de meerwaarde. "Het visionair idee erachter is dat wanneer het zover komt dat het wrak wordt geborgen, er al journalisten zijn die vanaf het begin er bovenop hebben gezeten. Het wordt dan makkelijker om fondsen voor hun los te krijgen."

Spiritualiteit
Doordat de familie over de tempel beschikt, heeft Strijk als senior journalist ook het ritueelproject kunnen meegeven. "Ik als creool ben ook van mening dat spiritualiteit en wetenschap samengaan." En terwijl buiten kabra- en alakondre singi worden gezongen, geeft muziekkunstenaar Bongo Charlie zijn ervaring over de schervenbak. "Het ziet er gevaarlijk uit, maar toch geeft het een bevrijdend gevoel als je erin staat. Feels like magic!" "Vreemd en toch rustgevend, zegt Xaviera Arnhem, over de ruimte met de doodkist van vader Strijk in het midden. Als afstuderende camerajournalist heeft zij Balai gevolgd en de rituelen ervaren. "Een symbolische," zegt ze over de documentaire. "Want het wrak ligt nog daar." 

[uit de Ware Tijd, 15/04/2013]

zaterdag 30 maart 2013

De kris, een ritueel wapen voor status, zelfvertrouwen en leiderschap

Javaanse cultuur (deel 5)

  
door Charles Chang

Wijs er niet mee of steek het niet in de voetsporen van een persoon. Anders zal de dood spoedig volgen. Over de kris, of keris in het Indonesisch, wordt veel gezegd. Het is een magisch steekwapen met een ziel.

Een verzamelaar toont het vakmanschap waarmee een kris wordt gemaakt. Het handgemaakte wapen heeft een perfecte balans.


In vroegere tijden droegen soldaten een kris als back-up wapen op het slagveld. Het golvende lemmet bracht meer schade toe aan de tegenstander dan een gewone, rechte dolk. Later droegen ook gewone burgers een kris uit zelfverdediging. Het bloedige imago van de kris behoort inmiddels tot het verre verleden. Nu wordt deze dolk met mystieke krachten sterk geassocieerd met de Indonesische cultuur, alhoewel de kris ook voorkomt in de Maleisische en Filippijnse cultuur.
De kris hoort bij Indonesische ceremoniële kleding en wordt vooral gedragen bij speciale gelegenheden, zoals een huwelijk en op Sasi Sura, het Javaanse Nieuwjaar. Ze worden niet meer gedragen als wapen, maar voor status, zelfvertrouwen en leiderschap. In Indonesië dragen niet alleen mannen, maar ook vrouwen een kris. De vrouwelijke kris is echter veel kleiner, vaak niet groter dan een balpen. Uit harmonie en vrede dragen de Javanen het rituele wapen traditioneel laag op de rug. Bij de Balinezen ligt de kris juist hoog en steekt het handvat boven de rechterschouder uit, terwijl op het eiland Sulawesi de kris op de heup of buik wordt gedragen.
Afbeelding van een kris op de Borobodur.Foto Gunawan Kartapranata

Oorsprong
De eerste afbeelding van een kris vind je op de Borobudur, het boeddhistische bouwwerk uit het jaar 825 na Christus in Yogyakarta. Een andere studie wijst uit dat de kris pas in het midden van de zeventiende eeuw haar intrede deed in Indonesië. Maar wat vaststaat, is dat de kris haar oorsprong heeft vanuit de Hindoecultuur, die van grote invloed was op de Zuid-Oost Aziatische archipel, voordat de Islam haar intrede deed.

Het bekendst zijn de krisdolken uit Java en Bali. Het asymmetrische lemmet is breed van onder en heel smal bij de punt. De oude kris was recht, later kreeg het lemmet een golvende vorm. Het aantal golven is altijd oneven. Het lichtgebogen handvat doet denken aan een klein pistool en kan gemaakt zijn van hout, goud of ivoor. De Balinese soorten zijn sierlijker en soms bezet met edelstenen. De schede is gewoonlijk van hardhout en soms gedecoreerd met metalen motieven. Vanaf 2005 staat de kris van Indonesië op de Lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid van de UNESCO.
De kris een ritueel wapen. Het wordt echter niet meer gedragen als wapen, maar eerder voor status, zelfvertrouwen en leiderschap. In Indonesië dragen ook vrouwen een kris.

Spiritueel geladen
Een kris kan een gewone dolk zijn of spiritueel geladen. Het 'laden' gebeurt al tijdens het maken of de empu of ijzersmid spreekt op een bestaande kris in. Empu's zijn zeer gerespecteerd en verstaan de kunst om ijzer en staal laag voor laag te bewerken. Dit kan soms maanden in beslag nemen. Toen het vroeger nog als vechtwapen diende, hadden empu's de geheime kennis om gif in het metaal te verwerken. Voordat hij aan de bijzondere taak van het laden begint, zondert de empu zich af in de bergen om te vasten en bidden. Hij kiest een speciale dag uit en houdt vooraf een slametan-ceremonie. Als schepper laadt hij de kris door tijdens het smeden gebeden op te zeggen.

Empu Basuki Teguh Yuwono, april 2011. Foto Alain Debuissy


Gouden regen
Suriname heeft geen empu's, maar wel krisverzamelaars. De heer Kromo uit Lelydorp is zo'n gepassioneerde verzamelaar, maar wil liever niet met zijn naam in de krant. Hij laat zijn kris met de fijne, cirkelvormige pamor of patroontekening van nikkel zien. "Net als regendruppels op water. Dit noemen ze udan mas, gouden regen, en is geschikt voor een handelaar."
Volgens Kromo worden krissen gemaakt om de mensheid bij te staan. "De verschillende soorten zijn bedoeld voor verschillende maatschappelijke functies", legt hij uit. "Een kris voor een politicus moet de spraakvaardigheid bevorderen en heeft daarom vijf bochten die verwijzen naar de vijf pendawa'sin het Mahabharata epos." Vervolgens laat Kromo een kris zien die veel golven heeft, meer dan twintig. "Deze is voor een sultan of koning. Hij verwijst naar een bewegende slang of draak en staat symbool voor autoriteit." Volgens hem bestaan er meer dan tweehonderd standaardvormen voor de kris en voor de nikkelpamor meer dan zeventig figuren.

Magie
Maar niet alleen het uiterlijk van de krissen is divers; ook de spirituele inhoud kan sterk verschillen. Er zijn krissen die van oorsprong zijn gevuld met boeddhistische gebeden, hindoeïstische mantra's of met islamitische doha's. Hierover zegt Kromo: "Het is geen occultisme, maar eerder magie. De empu maakt als het ware een kopie van zichzelf."
"Jij gaat niet zoeken naar een kris, het komt vanzelf naar jou, je krijgt er dan één die bij je past," zegt Kromo mysterieus. Als pusaka of erfgoed van de familie wordt een kris doorgegeven van generatie op generatie. Het wordt daarom ook wel gezien als een belichaming van de voorouders. Je hoort het dan ook te krijgen, je koopt er niet één zelf. Als er wordt betaald voor een kris, dan moet dit gezien worden als het geven van een bruidsschat of symbolische waardering.
In deze magische wereld spreekt men bovendien niet over het hebben van een kris, maar over eenwording met een kris. Niet eenieder kan elke dolk dragen of er een spirituele verbintenis mee aangaan, tenzij het een ongeladen of souvenirmodel betreft. Voor een betere communicatie legt men het heilige voorwerp bij het slapen onder het slaapkussen.

Een kris in Naga stijl uit Bali


Stigma
Juist door zijn magische kracht willen sommige families er echter liever niet mee te maken hebben. Door informatie te geven, wil Kromo het stigma op de kris wegwerken. "Er bestaat veel onwetendheid. De kris heeft een ziel en dient met respect te worden behandeld. Bij elke Sasi Sura maak je het blad schoon met citroen of citroenzuurhoudende middelen. Het haalt de roest weg en de pamorfiguren worden dan weer duidelijk zichtbaar." Hij vervolgt: "Ik verdiep me in de kris, omdat ik er interesse voor heb, maar ook omdat het deel is van mijn cultuur. Het zegt ook iets over de historie en het erfgoed van Javanen."

Krisdans op Bali. Collectie Tropenmuseum


Uniek
Elke handgemaakte kris is uniek en kent geen tweede die erop lijkt. Vandaar dat verzamelaars de kris ook zien als een collectors item. Er bestaan verhalen over legendarische krissen met supernatuurlijke krachten. De eerste in Suriname kwamen mee als beschermwapen van de Javaanse contractarbeiders. Het waren vaak jonge arbeidskrachten uit de lage sociale klasse, die weinig afwisten van hun cultuur. Hierdoor was de overdracht gebrekkig en werd de kloof groter na elke generatie.

Kromo vermoedt dat dit de oorzaak is dat veel krissen van de hand zijn gedaan of begraven. Echter constateert hij tegenwoordig een groeiende belangstelling voor de kris bij zowel jong als oud. "En niet alleen bij Javanen, ik ken ook niet-Javanen die zich verdiepen in de culturele waarde van de kris." Het heeft voor de Javanen echter wel sterk te maken met nostalgie en een eigen identiteit, zegt Kromo. "Ze beseffen dat de cultuur uitsterft als ze er niets mee doen. De kris is een traditie en het verzamelen ervan is net als het verzamelen van een kunstwerk, dat in waarde stijgt."

[uit de Ware Tijd, 30/03/2013]