Posts tonen met het label Tjan A Way Euritha. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tjan A Way Euritha. Alle posts tonen

zaterdag 30 november 2013

Discussie rond perspectief Leusden-tentoonstelling

door Euritha Tjan A Way

Paramaribo - Econoom Armand Zunder is niet blij met de tentoonstelling Smart van een Slavenschip Scheepsramp op de Marowijne die vanaf begin november te zien is in Fort Zeelandia. De expo die in het kader van 150 jaar afschaffing van de slavernij naar Suriname gehaald is door de Nederlandse ambassade, vertelt niet de totale historie en is volgens de econoom een slachtofferverhaal.


De expositie Smart van een Slavenschip – Scheepsramp op de Marowijne maakt gebruik van audio visuele beelden en de platen vervaardigd in Nederland voor de tentoonstelling in het Scheepvaartmuseum Amsterdam. Het is een overgenomen tentoonstelling dat het verhaal van het schip Leusden vanuit een bepaald perspectief beziet.

"De geschiedenis van de tot slaafgemaakte begint bijvoorbeeld niet met slavernij. Dat is een historie van tienduizenden jaren waarin Afrikanen piramides gebouwd hebben, wetenschap ontwikkeld hebben en veel meer. De slavernij is slechts 500 jaar van die geschiedenis." Ook is volgens Zunder niet verteld dat de Nederlandse regering deels eigenaar was van het gezonken schip Leusden en dat het land rijk is geworden door slavernij en slavenhandel.

Massamoord
Volgens Zunder is ook de naam incorrect. "Het is geen scheepsramp, het is massamoord op ongeveer 700 tot slaafgemaakten. De kapitein van het schip heeft massamoord gepleegd toen hij besloot de luiken dicht te spijkeren terwijl de gevangenen nog in het ruim waren."
Ada Korbee die door de Nederlandse ambassade is aangetrokken om de tentoonstelling in Suriname op te zetten, is het eens met Zunder dat het verhaal vanuit een bepaald perspectief verteld is. "Maar het is een tentoonstelling die we hebben overgenomen van het Scheepvaartmuseum in Nederland. Hun museale belangstelling gaat dan ook uit naar het schip en we hebben wel wat kleine dingen aangepast, maar de teksten uit de panelen kunnen we niet veranderen natuurlijk."

Cultuurbeleving
Volgens Zunder is het meer dan jammer dat Suriname het besef en het geld niet heeft om zulke projecten zelf te initiëren. "Je krijgt een situatie waarbij wie betaalt bepaalt. De Nederlandse ambassade betaalt en bepaalt daarmee de cultuurbeleving in dit land. En dat doen ze op steenworp afstand van het Kabinet van de President", roept Zunder geïrriteerd.
De econoom kan het ook niet verkroppen dat kinderen die een rondleiding krijgen naast elkaar geplaatst worden om te aan te voelen hoe het eraan toe ging op zo een slavenschip. "Dat is vragen om trauma's. Dat moet je niet doen."
Zunder vergelijkt de slavernij met de Joodse holocaust wanneer hij zegt: "Zie je al dat Joodse kinderen gebracht worden naar Auschwitz en in de gaskamer geplaatst worden zodat ze kunnen ervaren wat hun voorouders hebben meegemaakt?"

Jongeren in Auschwitz, 2010


Volgens Mildred Caprino, geschiedenisdocent op het Instituut voor de Opleiding van Leraren, haalt Zunder dat uit de context. "Wat gedaan wordt, is dat kinderen gesensibiliseerd worden voor wat zich heeft afgespeeld tijdens de slavernij. Daarvoor worden didactisch verantwoorde manieren gebruikt. De Joden hebben ook hun gedenkmonumenten waar ze een steen zetten toch?"
Volgens Korbee gaat de Nederlandse ambassade geen discussies uit de weg. "Daarom komt er in de tweede week van januari een debat bij de tentoonstelling. Daar mag iedereen aan meedoen en dan komen ook de gevoelige onderwerpen ter sprake."

[uit de Ware Tijd, 29/11/2013]

donderdag 7 november 2013

Schrijversvakschool levert twee afgestudeerden af: ‘Het is altijd de bedoeling dat zij internationaal doorbreken’

door Euritha Tjan A Way


Paramaribo - Dat ze er plezier aan hebben beleefd, is van hun gezicht af te lezen. Iraida van Dijk en Sakoentela Hoebba hebben de vierjarige opleiding aan de Schrijversvakschool Paramaribo nagenoeg afgerond en hebben naar eigen zeggen van elk moment genoten. “We hebben de eerste drie jaren de tools gehad om ons verhaal interessant en begrijpelijk voor de buitenwereld neer te pennen. In het laatste jaar is er vrijwel geen begeleiding en dan kom je erachter: ‘ben ik schrijver of niet?’”, legt Van Dijk uit. Beide dames studeren deze maand af en hebben gekozen voor het genre proza. Ze hebben beide geput uit hun eigen omgeving om inhoud te geven aan hun verhaal. “Ik heb een lang verhaal geschreven waarin centraal staat dat wat een mens is, eigenlijk het resultaat is van wat hij heeft meegekregen van familieleden die hem voor zijn gegaan”, legt Van Dijk uit. Hoebba heeft gekozen voor elf korte verhalen. “Eén daarvan gaat over een gezin dat ontdekt dat hun zoon homoseksueel is. Hindoestanen hebben het namelijk sterk dat ze altijd denken aan wat de buitenwacht gaat denken.”

Iraida van Dijk (l) en Sakoentela Hoebba (r) vertellen met veel plezier over de vierjarige opleiding aan de Schrijversvakschool Paramaribo die zij net achter de rug hebben. Foto:  Irvin Ngariman.

Publicabel
In het eerste jaar van de Schrijversvakschool Paramaribo worden de cursisten breed opgeleid. In het tweede jaar doet verdieping zijn intrede en in het derde jaar moeten de studenten weten welk genre hen ligt en hoe ze de aangeleerde technieken kunnen toepassen op hun teksten. Jaar vier bestaat voornamelijk uit manuscriptbegeleiding. Schrijfdocenten, redacteurs van uitgeverijen helpen de studenten bij het publicabel maken van het manuscript.

Puzzel
Beide studenten waren, voordat ze hun opleiding aan de Schrijversvakschool Paramaribo aanvingen, al bezig met schrijven. "Ik had veel dieren om me heen en ik schreef vaker verhalen over hen. Maar nu kan ik terugkijken op die verhalen en besef ik dat ik heel veel geleerd heb", legt Hoebba uit. Voor Van Dijk leek het alsof de stukken als een puzzel in elkaar vielen. "Ik volgde eerste een korte workshop schrijven met mijn dochter en zag daarna plotseling een advertentie voor de opleiding van de Schrijversvakschool Paramaribo én ik heb altijd al goede reacties gehad op stukken die ik schreef. Dus de opleiding leek mij een logische stap."

Niet makkelijk
De dames zijn begonnen met zes studenten in een groep en behoren tot de tweede lichting van de opleiding. In 2008 begon de eerst groep, die bestond uit acht personen. Van die acht is Karin Lachmising de enige die vorig jaar afstudeerde. "Nee, het is niet makkelijk", bevestigt Ruth San AJong, directeur van de opleiding. "De mensen worden onderwezen in de vijf genres en de subonderdelen daarvan. De opleiding duurt bovendien vier jaren. Maar Karin Lachmising bijvoorbeeld is wel internationaal doorgebroken. Haar boek is uitgegeven door uitgeverij In de Knipscheer en zij heeft een lans gebroken voor de anderen." Volgens San A Jong is het altijd de bedoeling dat studenten internationaal doorbreken. "Maar afstuderen is daar geen garantie voor", meldt zij.

Van Dijk en Hoebba zullen eind november hun afstudeerpresentatie houden. De Schrijversvakschool doet ook aan manuscriptbegeleiding van mensen die de opleiding niet gevolgd hebben. Verder is de opleiding nu bezig met een project waarbij kinderen op speelse wijze de kneepjes van het vak leren waar inmiddels een website van online is.

[uit de Ware Tijd, 07/11/2013]


dinsdag 5 november 2013

Veel onbekend over wel en wee slavenschepen

‘De bemanning was gewoon koopwaar’

door Euritha Tjan A Way


Paramaribo - Hij windt er geen doekjes om, de moord op 680 gevangenen aan boord van het slavenschip Leusden heeft hem getroffen. Onderzoeker Leo Balai kwam de grootste scheepsramp in de geschiedenis van slavenschepen per toeval tegen. “Het trof mij dat er behalve een paar zinnen niets zinnigs meer is gezegd hierover.” “Waar wel veel correspondentie over is, is de dat de bemanning die het heeft overleefd recht meende te hebben op bergingsloon. Zij zijn namelijk met gevaar voor eigen leven wel op zoek gegaan naar een kistje met een hoeveelheid goud dat zich in het ruim bevond.” Maar over de mensenlevens vind je niets meer dan een paar regels.”

Leo Balai geeft aan welke tuigen zoal gebruikt werden om de slaven in toom te houden. Een daarvan is een voorwerp waarmee de monden van de slaven werden opengehouden om het eten letterlijk door de strot te drukken. Het was dus nooit de bedoeling dat de gevangenen aan boord van de slavenschepen dood gingen. Foto:  Stefano Tull.


Boeien en vrouwen

Balai hield zaterdagavond een lezing over zijn onderzoek naar de Leusden in de binnenplaats van het Fort Zeelandia. Hoewel de gruwel die de slavernij voorstelde de rode draad was door de lezing, roept Balai vooral op tot meer onderzoek. "Er is al veel onderzoek gedaan naar slavernij zelf, maar heel weinig naar het wel en wee op slavenschepen", meent Balai. Hij noemt daarbij de boeien en de vrouwen. "Waren de mensen werkelijk de hele reis geboeid? Het zijn ijzeren boeien waar je voeten aan kapot gaan. En werden de vrouwen werkelijk verkracht en zo vaak?"
Slavenketting

Hij legt uit dat de algemene veronderstelling was dat de slaven aan boord van zo een schip slecht werden behandeld. "Maar als je kijkt naar de feiten, dan zie je dat maar vijftien procent van de gevangenen het loodje liet. Het was niet in het belang van de eigenaar van de slaven om ze te laten sterven. Dan had je verlies", legt Balai uit. Hij geeft ook aan dat de gevangenen op de Nederlandse schepen niet verzekerd waren. "Het gemiddeld verlies werd gewoon ingerekend in de prijs."
Het vermoeden dat het de bedoeling was dat de slaven bleven leven, wordt versterkt door de journalen van de schepen die aangeven wat er allemaal werd ingeladen vanuit Afrika. "Zakken limoenen om in het water te zetten van de slaven en zakken tamarinden om op te zuigen om scheurbuik te voorkomen. In het ruim bevonden zich ook levende kippen en varkens voor voeding", doet schrijfster Cynthia McLeod een duit in het zakje.

Kapitein
Waarom dan de onverschilligheid van de West Indische Company (WIC) wanneer zoveel 'koopwaar' verloren gaat? "De kapitein heeft het goed kunnen verkopen. Hij gaf de volgens mij volstrekt absurde reden dat hij de luiken deed dichtspijkeren terwijl het schip aan het zinken was omdat hij vreesde voor een aanval op de bemanning", legt de onderzoeker uit. Saillant detail is dat de kapitein van de Leusden wel is aangesproken door de WIC voor een twijfelachtig verblijf thuis bij een ongetrouwde weduwe.

De lezing van Balai was onderdeel van de tentoonstelling Smart van een slavenschip. Scheepsramp in de Marowijne georganiseerd en opgezet door de Nederlandse Ambassade. Hoeveel het geheel heeft gekost wil de Nederlandse Ambassade niet kwijt aan de Ware Tijd. Duidelijk is wel dat het budget van 70.000 euro voor het jaar 2013 in verband met de herdenking van 150 jaar afschaffing slavernij, voor een groot deel hieraan is besteed.
Balai is verrast dat de tentoonstelling die na zijn onderzoek is gekomen ook werkelijk zo groot in Suriname is opgezet. Dat toont volgens hem dat Nederland werkelijk iets goed te maken heeft met Suriname. "Ze willen de zwarte bladzijde volgens mij ook werkelijk schoonvegen." Tijdens de lezing werd ook de gepopulariseerde versie van het proefschrift van Balai ter verkoop aangeboden.


[uit de Ware Tijd, 05/11/2013]

zaterdag 21 september 2013

Medewerkers Nationaal Archief zwaar gedemotiveerd: ‘De hitte maakt werken onmogelijk’

door Euritha Tjan A Way

Paramaribo - Wie over de Jagernath Lachmonstraat rijdt, kan het gebouw van het Nationaal Archief Suriname (NAS) niet missen. Het is speciaal ontworpen naar de moderne maatstaven, ideaal voor het herbergen van archieven. Maar de hitte die bij binnenkomst voelbaar is, is dat allerminst.

De studiezaal van het Nationaal archief vertoont al sinds juli dit beeld. Bezoekers kunnen slechts tot twaalf uur beperkt geholpen worden en het personeel houdt de hitte nog nauwelijks vol.


"Buiten waait het lekker, maar binnen omarmt de warmte je gewoon", zegt een bezoeker die met twee metgezellen informatie komt opzoeken. Het personeel kan niets anders dan de situatie beamen. "Het is al langer dan drie maanden zo. Zodra je even beweegt begin je te transpireren", zegt de één terwijl een ventilator op de achtergrond verwoede pogingen doet de hitte te verdringen. De studiezaal staat er verlaten bij. De moderne apparatuur die nauwelijks drie jaar oud is, is de stille getuige van een verleden met een studiezaal vol bezoekers. "We kunnen mensen vaak maar doorverwijzen, de depots blijven dicht omdat de temperatuur daar niet mag stijgen."

Geen hulp

Errol Williams is zo'n bezoeker die niet geholpen kan worden. "We zijn bezig met een rechtszaak en ik moet hard copy van een vermissing aan het dossier toevoegen. De zaak gaat over een maand voor. Ik ben al overal geweest. Dit is mijn laatste hoop." Hij wordt spijtig verwezen naar de Onderwijsbibliotheek. "Misschien kunnen zij u helpen."

Een archiefmedewerkster zoekt verkoeling in een schelp.


Het personeel dat al drie maanden tot twaalf uur werkt, zegt door de situatie zwaar gedemotiveerd te raken. "We komen aan het werk om te zitten. De bedoeling van de archieven was om onderzoek te kunnen doen. Nu kan dat niet omdat de depots gesloten zijn. Soms wil ik thuis blijven, want ik kom zomaar aan het werk", zegt Audry Koenders, hoofd van de afdeling Educatie en Informatie, de enige medewerker die wel bij naam genoemd wil worden. "Ik was in mijn sas. Ik had nooit durven bevroeden dat dit zou gebeuren", zegt ze terwijl ze spijtig kijkt naar de conferentiezaal waar in een niet zo ver verleden regelmatig lezingen en bijeenkomsten gehouden werden. "Alles zit op slot", klinkt het bijna emotioneel.

Scholenprogramma

Koenders vreest voor het educatieve programma van het NAS. "Ik hou me hart vast voor de maand oktober, want bepaalde middelbare scholen hebben een lesprogramma dat afgestemd is op het archief. Wat gaan we doen dan? Gaan we ze in de hitte ontvangen? Ik weet het echt niet", zegt ze terwijl ze haar hoofd schudt.
 
Een historicus zag zijn schedel in een half uur verdampen

Op vragen van het personeel aan de leiding over hoe lang de situatie nog voort kan duren komen geen concrete antwoorden. Ook de krant haalt bakzeil. "Bel morgen terug voor een reactie. Ik moet vandaag (donderdag, …red) bij de minister zijn," klinkt het eerst. Een tweede poging de nationaal archivaris Rita Tjien Fooh- Hardjomohamad te bezoeken terwijl die in het gebouw zit, stuit op niets. "De telefoon wordt niet opgenomen", zegt de medewerker. De minister van Binnenlandse Zaken Soewarto Moestadja bevestigt dat de onderdelen al besteld zijn om de koeling te repareren. "Maar voor de details moet u bij mevrouw Tjien Fooh-Hardjomohamad zijn." Herhaalde pogingen leveren echter geen reactie op van de nationaal archivaris.

[uit de Ware Tijd, 21/09/2013]

dinsdag 13 augustus 2013

Kinderen klimmen in de pen bij Schrijversvakschool

door Euritha Tjan A Way
In de paasvakantie hebben kinderen al een voorproefje gehad met een tweedaagse workshop van de Schrijversvakschool Paramaribo. Trainer Urmia van Leeuwaarde bemoedigt een jonge schrijver dat hij op de goede weg is met zijn verhaal.

Paramaribo - Kinderen hebben een eigen verhaal en dat kunnen ze zelf vertellen. Dat is de stellige overtuiging van Ruth San A Jong, directeur van de Schrijversvakschool Paramaribo. Zij heeft haar kennis kunnen koppelen aan kapitaal gesponsord door de Nederlandse ambassade en geeft samen met andere docenten vanaf de grote vakantie schrijftraining aan kinderen in de leeftijdsklasse negen tot veertien jaar. De directeur kan bijna niet stil zitten van enthousiasme. “We gaan leuke dingen doen met de kinderen. We gaan het hebben over moderne thema’s zoals Blackberry’s en pingen, maar ook minder leuke dingen. Bijvoorbeeld hoe het is om ziek te zijn? En wat er gebeurt met kinderen, zoals na de brand? Kortom we gaan ze helpen om hun verhaal te vertellen.”

Behoefte
Albert Roessingh - De schone slaapster
De behoefte is er al een hele tijd. "Vanaf de opstart van de school in 2008 kreeg ik ouders aan de lijn die niet wisten hoe ze schrijvende kinderen thuis kunnen begeleiden. Toen nam ik me voor om eens met kinderen te starten, maar bij de opstart van de training met een instaptarief van ongeveer SRD 75 was er weinig animo. Toen besloot ik het nogmaals te proberen in de paasvakantie. En voilà! Een tweedaagse gratis schrijfworkshop leverde een volle bak kinderen op", lacht de directeur die zelf ook schrijver is.

Krant
De bedoeling is om kinderen spelenderwijs de fijne kneepjes van het schrijversvak bij te brengen, waaronder zintuiglijk schrijven, werken met associaties en beelden, verschillende dichtvormen, personagevorming en werken met een plot. Niet te technisch en toch nog effectief en creatief. De training duurt elke keer drie maanden, waarbij elke les twee uur duurt. Na een cyclus van twaalf lessen geeft de school een krant uit met alle verhalen van de kinderen.

Interactief
Aan het einde van het traject in mei 2014 worden de mooiste verhalen gebundeld en uitgegeven. "Ik mik erop die bundel te launchen tijdens het Kinderboekenfestival. Dan kunnen kinderen massaal het verhaal van elkaar lezen", droomt San A Jong. Het boek zal ook worden voorzien van illustraties die door kinderen zelf worden getekend. "De tweede groep, mag de verhalen van de eerste illustreren onder begeleiding van een kunstenaar", ontvouwt San A Jong die benadrukt dat het een interactief geheel wordt. "We gaan ook naar films kijken, krijgen een dagje bijvoorbeeld de dierenbescherming op bezoek. Alles van de kinderwereld om het kind creatief te stimuleren."
De schrijver van het boek De laatste parade denkt in de eerste plaats aan kinderen uit tehuizen. "Het is nu eenmaal zo dat deze groep achtergesteld is ten opzichte van die uit een gezin. De leerprestaties liegen er niet om en de sociale achtergronden van deze kinderen zijn vaak erbarmelijk. Schrijven draagt bij aan de persoonlijke vorming van assertieve, zelfbewuste kinderen. "We sluiten echter niemand uit. Het instaptarief is SRD 25 en we mikken op klassen van acht tot tien personen." De initiator van dit project hoopt dat dit zaadje als vrucht ook zal opleveren dat de taalontwikkeling en leescultuur van de doelgroep een duwtje krijgen.

[uit de Ware Tijd, 13/08/2013]



donderdag 13 juni 2013

De Leusden inspireert nieuw boek Mc Leod

Cynthia Mc Leod luistert aandachtig naar een lezing over de rol die archieven kunnen spelen bij het blootleggen van de geschiedenis. Onderzoek in de archieven gedaan door Leo Balai, heeft geleid tot haar nieuwste boek.

  
door Euritha Tjan A Way

Paramaribo - Schrijfster Cynthia McLeod is weer eens in de pen gekropen en komt met een nieuw boek. “De titel die ik wil gebruiken is: ‘Tutuba, het meisje van De Leusden’,” vertelt McLeod met glanzende ogen. Het boek moet in september verschijnen in Nederland en de eerste week van oktober in Suriname.

Mc Leod heeft het boekwerk op verzoek geschreven van mensen die het proefschrift Het slavenschip Leusden, Slavenschepen en de West-Indische Compagnie 1720-173' van Leo Balai taaie materie vonden. "Men vroeg aan mij om een roman te schrijven, zodat het verhaal iets toegankelijker en begrijpelijker zou worden en dat heb ik gedaan."

Aangrijpend verhaal
Tutuba, het meisje van De Leusden vertelt het verhaal vanuit het perspectief van het meisje Tutuba dat vijftien jaar is, wanneer ze uit Afrika geroofd wordt, en de kapitein van De Leusden. "Ik gebruik beide personages om het verhaal tot leven te brengen." En dan begint Mc Leod enthousiast te vertellen. "Tutuba wordt twee dagen voordat ze zou trouwen geroofd. Ze was samen met een familielid zaden gaan verzamelen voor haar bruidsgewaad toen ze geroofd werd. Daarna moet ze lange tijd lopen door Afrika en komt uiteindelijk op het schip De Leusden terecht. Ze is een mooi meisje, en een matroos laat zijn oog op haar vallen dus zij komt niet in het stinkende ruim terecht, want ze moet hem ten dienste zijn. Ze wordt vele malen verkracht. Het is een bijzonder aangrijpend verhaal, waarbij ze zich af blijft vragen waarom…waarom", vertelt Mc Leod gepassioneerd.
Tituba door Paneijeziora

De Leusden
Het proefschrift van Balai is gebaseerd op feiten waarbij een schip vertrekt uit Afrika en wegens een misberekening van de kapitein vastloopt op een zandbank in de Marowijnerivier. 'Een voorbeeld van uitzonderlijke barbaarsheid', noemt Balai het optreden van de kapitein en de bemanning in het proefschrift. Want toen bleek dat het schip zou zinken, werden de gevangenen - ongeveer 600 man - die zich op dat moment op het dek bevonden voor de maaltijd, gemaand naar het slavenruim te gaan. De luiken werden dicht getimmerd om te voorkomen dat zij konden ontsnappen. Zestien Afrikanen overleefden het wel, terwijl de rest de verstikkingsdood sterft. In het boek overleeft de fictieve Tutuba de ramp en komt terecht op de slavenmarkt in Suriname. Ze wordt gekocht door Charlotte Elisabeth (ook Charlotta Elisabeth) van der Lith en komt te werken op plantage Breukelerwaard. Het verhaal is fictief, maar Mc Leod heeft gewerkt met de feitelijkheden gepubliceerd in het proefschrift van Balai.

Druk half jaar
De schrijfster heeft veel op het programma staan voor de volgende helft van het jaar. Behalve de boekpresentatie in september, heeft zij diezelfde mand de première van de film The Cost of Sugar op het programma staan. Deze film is gebaseerd op de van haar hand afkomstige succesvolle roman Hoe duur was de suiker? Daarnaast is de schrijfster door de afdelingen Dutch and German Studies en Afro-American studies van de Universiteit van Berkeley uitgenodigd om te vertellen over Suriname en over slavernij in november. Verder zal zij ook een lecture verzorgen over haar boek De vrije negerin Elisabeth Samson. Mc Leod is blij met de uitnodigingen: "Het is een hele grani voor Suriname", zegt ze lachend.

[uit de Ware Tijd, 13/06/2013]



vrijdag 18 januari 2013

Celestine Raalte ontvangt Trefossa cultuurprijs

door Euritha Tjan A Way

Paramaribo - In een tot de laatste stoel gevuld auditorium mocht schrijver en dichteres Celestine Raalte de Henry Frans de Ziel Cultuurprijs in ontvangst nemen. Zij heeft volgens de voorzitter van de gelijknamige stichting Johan Roozer, een uitzonderlijke bijdrage geleverd op cultuurgebied in Suriname.

Met veel mimiek draagt Celestine Raalte het gedicht Akwana voor na ontvangst van de Henry Frans de Ziel Cultuurprijs. In het gedicht dankt zij haar profen (voorouders) voor de kracht die ze haar door de jaren heen gegeven hebben. Foto © Irvin Ngariman



"De kracht van Celestine ligt in haar voordrachtskunst. In haar poëzie hoor je de klank en het ritme van de kawina muziek. Ook het diepe Sranan van het district Para klinkt nog door in haar gedichten en werken. Niet voor niets wordt ze soms vergeleken met Johanna Scouten-Elsenhout", verklaarde Roozer de keus van de stichting.

Lou Lichtveld
De cultuurprijs werd voor de derde keer uitgereikt. Dat gebeurt traditioneel tijdens de Trefossa (pseudoniem van Henry Frans de Ziel) lezing die dinsdagavond voor de vijfde keer gehouden werd. Thema van de lezing was 'Prakseri di e tan abra'. Daarbij werd het werk van Albert Helman (pseudoniem van Lodewijk (Lou) Alphonsus Maria Lichtveld) onder het vergrootglas geplaatst door August Dutterhoffer.

Dutterhofer gaf aan dat Helman een grote bijdrage heeft geleverd aan de Surinaamse literatuur. "Maar omdat hij ook kritisch was naar zijn moederland toe, werd hij niet altijd gewaardeerd. Zo zei Jozef Slagveer dat wat hij schreef onaanvaardbaar was en geen positieve bijdrage leverde aan de Surinaamse literatuur. En Dobru gaf aan dat de neger altijd leidend voorwerp was in zijn werken." Maar de tijden zijn nu gelukkig veranderd, meent Dutterhoffer die gepromoveerd is op het werk van Helman. "Je moet de reacties van toen ook zien in die tijdgeest. Het was de periode van Wi egi sani en overdreven nationalisme. Alles wat maar een beetje negatief was naar Suriname toe, was slecht. Nu is daar gelukkig verandering in gekomen."

Sranan
De Henry Frans de Ziel stichting die het accent legt op behoud van cultuur, kreeg van Raalte ook hartelijke felicitaties." Ja, ik weet dat het ongewoon is, maar ik heb hun ook gefeliciteerd. Want met deze prijs stimuleren zij jong opkomend schrijftalent om in de moedertaal Sranan te dichten. Het is een signaal naar hen toe dat hun werk ook serieus genomen zal worden. Want vaak zijn ze bang te dichten in het Sranan, omdat men zegt dat de taal grof is. Maar dat is het niet, we hebben de taal gewoon nooit leren spreken."

Schrijf
Evenals Raalte spoorde ook Roozer aan tot meer literaire producties in Suriname. "Dit jaar legt de stichting het accent op het aanmoedigen van Surinaamse werken. Ik weet dat er grote zorgen zijn over wie de werken dan gaat uitgeven, maar ik heb goede moed dat we eruit komen," zei Roozer hoopvol. Raalte die les geeft op de Schrijversvakschool Paramaribo verwoordde het zoals ze het aan haar studenten zegt. "Schrijf vanuit je ziel, schrijf met een rode pen, schrijf met passie en kleur, schrijf, schrijf, schrijf."

[uit de Ware Tijd, 17/01/2013]

donderdag 29 maart 2012

Sores herdenkt Anil Ramdas in TBL

door Euritha Tjan A Way


Paramaribo - Anil Ramdas was niet ieders favoriet, maar zijn schrijftalent wordt wel door velen erkend. Om zijn nalatenschap te eren en om het belang van zijn werk te accentueren, organiseert De Sociëteit Republiek (Sores) in samenwerking met TBL Cinemas een herdenkingsbijeenkomst. Carlo Jadnanansing die daarvan de trekker is, meent dat het werk van de op 16 februari overleden Ramdas Suriname bekendheid gaf.

Decor“Het was niet altijd positief, dat moet ik toegeven, maar hij gebruikte Suriname altijd als decor voor zijn verhalen en dat gaf bekendheid.” Ramdas was volgens Jadnanansing vooral bekend bij de autochtonen in Nederland en de literaire wereld in Suriname. “Zijn boeken waren op een hoog niveau geschreven en niet voor iedereen even makkelijk te lezen. Onder de Hindostaanse bevolking in Nederland verkreeg hij meer bekendheid door zijn radioprogramma’s bij de Organisatie Hindoe Media (OHM... red.) en bij de VPRO.”


Rechts: De vorige maand overleden schrijver Anil Ramdas.
Columnist Sandew Hira onderschrijft het talent van Ramdas in zijn column door te schrijven dat het overlijden van Anil een enorm verlies aan schrijverstalent betekent: “Je kunt het oneens zijn met iemand en toch zijn talenten onderkennen. Ramdas is ontegenzeggelijk een imposante intellectueel geweest. Samen met zijn virtuoze beheersing van de taal was hij in staat in zijn columns, artikelen en boeken complexe vraagstukken van cultuur, identiteit en de multiculturele samenleving te pakken in treffende bewoordingen. In de grote discussies van deze tijd stond hij aan de goede kant: tegen het groeiende racistische klimaat in Nederland, voor erkenning van diversiteit en vrijheid van meningsuiting en tegen de arrogantie van de macht.”

MuziekfanOmdat Ramdas ook van muziek hield, is er ook een muzikaal deel verbonden aan de herdenking. “In zijn laatste boek Badal, merk je duidelijk hoeveel hij ervan hield. Dus Sonny Khoeblal zal met een jazzformatie enkele favoriete muziekstukken van de schrijver ten gehore brengen.” De herdenking is morgen van 19.00 tot 20.30 uur in één van de zalen van TBL Cinemas. Er zal ook een door OHM-Nederland gemaakte productie over de schrijver worden vertoond, terwijl enkele sprekers hun ervaringen met Ramdas, met het publiek zullen delen.

De overleden schrijver is onderscheiden met de prestigieuze E. du Perronprijs voor zijn gehele oeuvre. In 2011 bracht hij zijn eerste en laatste roman Badal uit. Dit boekwerk handelt over de overlevingsstrijd die een gekleurde intellectueel moet voeren in een als tolerant bekend staande (blanke) samenleving, waar naar de mening van de auteur racistische tendensen weer de kop op beginnen te steken.

[uit de Ware Tijd, 28/03/2012]

Foto: @ Ivo van der Bent

dinsdag 20 maart 2012

Thalia 175 jaar

door Euritha Tjan A Way
Paramaribo - Thalia wordt Bigi yari en zoals elke jarige, heeft ook het 175-jarige theater [te vieren in 2013 - red. CU] een verlanglijst. “Wij moeten de kleedhokken en toilettengroep compleet renoveren en een nieuw doek hebben. Zoals het er nu bijstaat, kan echt niet.” Aan het woord is de secretaris van toneelgezelschap Thalia, Aagje de Wit.

Hoewel zij positief blijft, is het duidelijk dat Surinames oudste schouwburg zware tijden doormaakt. “Het wordt nooit meer zoals de gloriedagen van bijvoorbeeld Thea Doelwijt. Het is een houten gebouw en dat vereist enorm veel onderhoud. Al het geld dat wij verdienen, gaat op aan exploitatie. We hebben geld nodig voor onderhoud”, vertelt de secretaris. “We hadden per jaar ongeveer honderd opvoeringen, maar ik merk dat dat nu terugvalt. Onze vaste klanten nemen af. Zo hadden wij twee keer per jaar het filmfestival van The Backlot, dat een enorme bron van inkomsten was. Maar die hebben nu hun eigen complex. Ook de toneelverenigingen Wan Denki en Mofina Pikin zijn minder actief geworden en Stephen ‘Wesje’ Westmaas, die zo van Thalia hield, is ons komen te ontvallen. Jörgen Raymann komt ook niet zo vaak meer.”



Thalia aan het begin van de negentiende eeuw.


Cultureel bewustzijn

Volgens De Wit was het Wesje zijn droom om in Thalia op te treden. Maar dat soort mensen zijn schaars. “Ook het aantal echte theaterliefhebbers, neemt af. Het culturele bewustzijn van mensen wordt minder denk ik, maar dat is wereldwijd het geval. Als je tijdens een opvoering naar beneden kijkt bijvoorbeeld, dan zie je de helft van de mensen sms’en”, illustreert De Wit spijtig. Ook het aantal mensen dat belangeloos wil meedoen om een goede productie in elkaar te zetten, neemt volgens haar af. “Nu wil eenieder weten wat hij eraan zal verdienen en dat begrijp ik ook, de tijden zijn veranderd.”



Thalia tweede helft van de negentiende eeuw.

VolksoperaDe noodzaak om Surinames oudste schouwburg, die wel 500 man kan herbergen, te behouden, vereist veel inzet van de vereniging die door een bestuur wordt voorgezeten. Daardoor valt het accent steeds minder op de opvoering van goede theaterproducties, maar steeds meer op activiteiten die het behoud garanderen. “Veel mensen uit het bestuur zijn niet zo jong meer en hebben het druk. Dus we hebben regelmatig van die momenten waar we van alles willen doen en misschien is het goed dat wij nu alleen maar activiteiten ontplooien die het behoud garanderen”, twijfelt De Wit. Voor de verjaring op 27 april is er een Volksopera gepland die in elkaar is gezet door Alida Neslo. “Dat wordt een productie waaraan bijna twintig mensen meewerken en we zullen een receptie houden”, vertelt De Wit enthousiast. Over een gedenkboek in verband met 175 jaar Thalia is nog niet nagedacht. “Maar het behoort wel tot de mogelijkheden, want we hebben elke twee weken een team archivarissen op bezoek. Die gaan door ons archief en sorteren alles.”


Het dak van Thalia tijdens de verwisseling van dakplaten.
Weldoeners
Hoewel De Wit meent dat het theater zware tijden doormaakt, weet ze één ding heel zeker. “Het doek valt nog lang niet voor Thalia.” De inspiratie om door te gaan met dit goede werk haalt het bestuur trouwens ook uit de inzet van weldoeners die wat bijdragen. Zo heeft Thalia door toedoen van Staatsolie een nieuw geïsoleerd dak gehad. “Dat bespaart ons enorm qua elektriciteit en onze belichting is aangepakt. We willen ook expo’s gaan houden en de bar meer gaan gebruiken. Ook ‘A Sa Go’, Marlene’s ballet en onze andere vaste klanten zijn wij heel dankbaar, ik blijf hoopvol. Thalia blijft zeker bestaan”, sluit De Wit fier af.

[uit de Ware Tijd, 19/03/2012]

zondag 18 maart 2012

Surinaams Museum (nog) niet voor First Lady

door Euritha Tjan A Way

Paramaribo - “Ik heb inderdaad gevraagd of de locatie van het Surinaams Museum gebruikt kon worden voor de first lady toentertijd, maar dat is nu niet meer aan de orde,” meent Eugene van der San, directeur van het Kabinet van de President. Hij reageert daarbij op de opmerking van Arthur Parisius, voorzitter van het Stichtingsbestuur van het Surinaams Museum, die aanhaalde dat Van der San hem ongeveer een jaar geleden op een vrij onbehoorlijke manier behandelde.

Het Fort Zeelandia-complex zoals het er binnenkort uit zal zien, na verbouwing voor de First Lady. Binnenhuisarchitectuur: Eugene van der San.

Van der San zou gebeld hebben om te vragen of het gebouw aan de Zeelandiaweg 9 gebruikt zou kunnen worden om de first lady te herbergen. “Ik weet niet of ik toen met meneer Parisius sprak, maar die persoon zijn stem klonk als een Hollander [= Laddy van Putten, directeur van het museum, red. CU]. Hij probeerde mij toen uit te leggen wat kan en wat niet kan. Toen heb ik hem op zijn plaats gezet. En gezegd dat hij de dienst in Suriname niet kan komen uitmaken. En als die meneer mijn reactie onbeschoft vond, dan mag dat van mij,” vult Van der San aan. Het educatieve gedeelte van het Surinaams Museum, gevestigd in de voormalige officierswoning aan Zeelandiaweg 9, moet ontruimd worden. Dit in opdracht van het Directoraat Cultuur dat middels een op 13 maart ontvangen brief daartoe opdracht gaf. Daarin staat dat ‘in het kader van herindeling van het waterkantfront, de Staat een andere bestemming wenst te geven aan het pand’. Malvin Foe A Foe, onderdirecteur Natte en Civieltechnische werken van het ministerie van Openbare Werken, die belast is met het project Stadsverfraaiing, zegt daarvan niet op de hoogte te zijn.

[uit de Ware Tijd, 17/03/2012, spelling van de namen gecorrigeerd]

donderdag 1 maart 2012

André Pakosie scherp tegen Christendom; Marrontradities moeten hooggehouden worden

door Euritha Tjan A Way

Elk nadeel in een voordeel omzetten. Dat is wat kabiten André Pakosie zichzelf heeft aangeleerd. De natuurgeneeskundige en geschiedschrijver is in Suriname om de overleden granman Matodja Gazon te begeleiden naar zijn laatste rustplaats. “Ik was op Drietabbetje toen Pai Amatodya overleed. Ik heb al de ceremoniën toen genoteerd en ga mijn bijdrage nu leveren om zijn opvolger Matjodja Gazon, te begeleiden naar zijn laatste rustplaats.”

Pakosie werd in 1955 geboren op Drietabbetje. Hij was altijd bij de ouderen en speelde zelden met leeftijdsgenoten als hij in het dorp was. “Dat mocht als ik mijn mond maar hield. Dat vond ik nier erg, ik leerde veel. Ik was tot mijn vijfde jaar overwegend in Paramaribo met mijn vader, waar de kok van mijn vaders werkgever mij bezighield door mij het alfabet te leren. Maar terug in het dorp mocht ik niet naar school. Mijn moeder en vooral mijn oma wilden niet dat ik naar school ging. In de omgeving van de Tapanahonyrivier waren de EBG-scholen waar kinderen werden geslagen. Het onderwijs was gericht op het leren lezen en begrijpen van de Bijbel. Mijn moeder en oma wilden dat niet voor mij. Zij geloofden dat als ik het christendom zou leren, ik mijn cultuur en daarmee mezelf zou verliezen. Ook geloofden ze dat ik dan in de militaire dienst zou belanden en zou moorden. Iets dat absoluut niet met mij mocht gebeuren!” Dat de lessen van de kok effectief waren, bewees Pakosie op tienjarige leeftijd toen hij uiteindelijk toch naar school mocht in Albina in 1965. Hij doorliep in een jaar het eerste, tweede en derde leerjaar van de basisschool en mocht op dertienjarige leeftijd naar Paramaribo voor vervolgonderwijs.
Gaanman Matodja Gazon.
 Collectie André Pakosie


Discriminatie
In Paramaribo werd Pakosie voor het eerst geconfronteerd met discriminatie tegen de marrons. “De onderwijzers en leerlingen plaagden ons vanwege ons accent en het gevolg was dat je als marron geen initiatieven meer durfde te nemen. Ik vond hun gedrag dom, want wie niet beseft dat iedereen gelijk is en alles aan kan leren, is in mijn ogen dom.” Pakosie ondernam actie tegen dit onrecht. Hij slaagde als enige van de Zuiderstadsschool voor de muloschool. “Daarmee heb ik een statement gemaakt. Ik ging daarna van huis naar huis in Paramaribo om marronjongeren op te roepen, om ze aan te leren hoe je in de stad kon presteren zonder je cultuur en de daarmee gepaard gaande tradities te grabbel te gooien. Zo richtte ik de Algemene Binnenlandse Jongeren Organisatie (Abjo) op. We hadden ons clubgebouw aan de Calcuttastraat met een ledental van bijna 3000.”


André Pakosie wordt ceremonieel ontvangen voor het geven van zijn keynote speech
 over zwart leiderschap. Foto © Irvin Ngariman

Wis wasi
Pakosie stimuleerde ook het behoud van de marroncultuur door op zijn schooluniform een pangi te dragen en zelfs naar recepties op het Presidentieel paleis toog hij in traditionele kledij. “Na lang vragen kreeg ik ook zendtijd op de STVS en de SRS om de marroncultuur en tradities te promoten. Ik heb echt mijn best gedaan”, legt Pakosie kalm uit, terwijl zijn blik gericht is op het voormalige clubgebouw naast de Fatimakerk op Abra Broki. Op de vraag of Pakosie gezien zijn inzet toentertijd tevreden is met de ontwikkeling die de marrons nu doormaken, is het antwoord verbazingwekkend. “Ja en nee. Ja, omdat ik zie dat marrons en vooral vrouwelijke marrons hoge opleidingen en functies hebben en nee omdat ik zie dat de traditionele sociale structuur nu te grabbel is gegooid. De sociale controle van de familie die via de moederlijn (matrilineair) liep en die van de totale marrongemeenschap, is weg komen te vallen.” Pakosie meent dat de oom bijvoorbeeld niet meer de centrale figuur is in de families, mensen zijn individualistisch geworden. “Nu vindt niemand het erg als hij of zij een wis wasi man genoemd wordt. Dat was vroeger anders. Je hele familie maakte je te schande als je iets deed dat niet toegestaan was. Je dacht twee keer na omdat je wist wat de gevolgen zouden zijn.”

Kunu
Op de vraag of de kerk nu de sociale en controlerende rol van de gemeenschap heeft overgenomen is Pakosie keihard. “Nee, de kerk is in mijn ogen de brenger van alle kwaad. Ik heb op jonge leeftijd bijbelstudie gedaan bij zowel de Baptisten, de Rooms Katholieken als de EBG-ers. Daarbij kwam ik tot de conclusie dat de Bijbel een systeem is voor de blanken om onderdrukking te rechtvaardigen. De missionarissen kwamen met de Bijbel in één hand en met de zweep in de andere. Het christendom is in mijn ogen datgene wat de cultuur van de Afro-Surinamers vernietigt.” Als voorbeeld noemt Pakosie de giften die hij van de Baptisten gemeente kreeg toen hij tijdens de Binnenlandse Oorlog in Frans-Guyana was bij vrienden.

“We kregen voor de derde keer giften. Echter, deze keer zei de geestelijke mij dat Jezus ervoor gezorgd had dat ik de gift kon ontvangen en dat ik Jezus moest aanvaarden voordat hij me ze gaf. Hij zei dat Jezus voor mij aan het kruis was gestorven. Ik zei hem dat ik de kunu van Jezus niet wilde. Hij mocht alles weer wegbrengen. Dat soort godsdienst noem ik promotiegodsdienst. En dat deden ze ook in de vluchtelingenkamp. Weet jij hoeveel mensen daar toen het eten zo nodig hadden dat zij daarom alleen al bekeerden? Ik zie nu in de stad nog steeds hoe de kerk een splitsing brengt in familierelaties. De ene zuster gaat naar de kerk en bemoeit niet met de andere die niet naar de kerk gaat. Dat is toch verschrikkelijk”, zegt Pakosie mijmerend. De kabiten roemt de stadscreool voor het feit dat zij zich toentertijd uit noodzaak ook bekeerden, maar hun cultuur kibri kibri toch uitoefenden.” De marron echter gooit alles overboord. Zo zie ik deze mooie cultuur verdwijnen en dat vind ik erg.”

Biografie
Pakosie werd in Suriname vooral bekend om de biografie die hij schreef over het leven en werk van granman Matodja Gazon. Maar hoe kwam hij daarop? “Ik schreef mijn eerste boek, De dood van Boni, toen ik zeventien jaar was. Ik wilde het perspectief van de marrons vertellen. Ik verdeelde driehonderd van die boeken uit in het binnenland, want ik wilde aanpassingen horen. De granman was één van de mensen die aanpassingen voor mij had. Hij zei dat hij niemand anders had in het Tapanahonygebied met wie hij dit soort dingen kon bespreken.” Eenmaal in Nederland werd het contact met de granman frequenter. Dat gebeurde door ingesproken boodschappen. Pakosie wilde de granman al heel lang vragen om zijn biografie te schrijven. “Maar door mijn opvoeding die leerde respect te hebben voor ouderen, durfde ik het hem niet te vragen. In 1996 vroeg hij mij het zelf en in 1999 had ik het boek af.”


Foto © Nicolaas Porter, Aukaanse vrouw

Nederland
Pakosie heeft ook in het buitenland de achterstand van de marrons weten te keren in hun voordeel. Zo zette hij in Utrecht een fytotheek en het marroninstituut stichting Sabanapeti op dat een documentatiecentrum beheert voor marronculturen. Hij legde zich ook toe op het schrijven van artikelen in het blad Siboga [Wegwijzer]. In 1974 stelde hij in Nederland de Dag van de Marrons in waarop de Surinaamse marrons gezamenlijk de strijd van hun voorouders tegen slavernij en voor vrijheid, herdenken en vieren. Hij ontving als eerste de Gaanman Gazon Matodja Award en in 2000 werd André Pakosie door Gazon benoemd tot kabiten in Nederland. Dat is niet niks. De eerste kabiten in een land die geen in stamverband wonende marrons kent. Waarom dat instituut? “ Er is enorm veel behoefte aan dit liefdeswerk. Ik zal een tipje van de sluier lichten. Veel overledenen moesten in Suriname begraven worden en als een vrouw haar man had verloren, moest zij door de familie in Suriname in rouw gedompeld worden, om na zes maanden eruit gehaald te worden. Dat kostte veel op en neer reizen met als gevolg verlies van veel geld en in het uiterste geval je baan. Door het instituut van Kabiten in 2000 in te stellen, kunnen deze zaken op verzoek van familie in Suriname in Nederland afgehandeld worden door het aanwezig gezag aldaar.”

De cirkel is nu rond. Pakosie die toen ook de ceremoniën van de dood van Pai Amatodya meemaakte, mag nu middels zijn geschriften over die gebeurtenis, bijdragen aan de begrafenis van Matodja Gazon. Hij beschrijft zijn heengaan dan ook als het einde van een era voor de Aucaanse gemeenschap. Over de opvolging van Gazon wil Pakosie het traditiegetrouw niet hebben. “Daar praat je pas na de rouwperiode over”.

[uit de Ware Tijd, 24/02/2012]

woensdag 29 februari 2012

"Alle Afro-Surinamers zijn moslims"

Lezing legt link tussen islam en Afro-Surinamers

door Euritha Tjan A Way

Paramaribo - De Afrikanen die naar Suriname gehaald werden, waren volgelingen van de profeet Mohammed. Dit is de constatering van de stichting Thoriqul Islam, die daarom in samenwerking met de commissie 2011 Jaar van Afrikanen in Diaspora een lezing organiseert met als thema islam en Afro-Surinamers in diaspora.

Foto: @ Eric Lafforgue

Bidden

Volgens Abuna Boyer die verbonden is aan Thoriqul Islam is het van belang dat de Afro-Surinamers weten dat hun voorouders moslims waren. “Wij zien duidelijk aan de manier waarop de afstammelingen van Afrika leven en bidden in het binnenland, dat zij het moslimgeloof hadden. De wijze waarop het bidden begint met het aanroepen van Anana, Keduaman, Keduampon bijvoorbeeld, is hetzelfde als de manier waarop wij beginnen met ons gebed. Het komt neer op God van hemel en aarde. Ook de wijze waarop de mensen in stamverband wonen in het binnenland is een duidelijke aanwijzing hiervoor.” Er zijn volgens Boyer nog veel meer aanwijzingen en die zal Sheik Abdul Aziez Clemens ook behandelen in zijn inleiding. Boyer: “Het is heel belangrijk dat de Afro-Surinamers gaan inzien dat het moslim zijn niet iets is voor alleen javanen of hindostanen. De profeet Mohammed heeft ons deze levenswijze nagelaten en iedereen mag deze volgen.”

Leefregels

“De afstammelingen van de Afrikanen moeten inzien dat de leefregels van de islam succes en maatschappelijke ontwikkeling met zich meebrengt. Kijk bijvoorbeeld naar de wijze van kleding binnen de islam. Als mensen zich zo kleden dan krijg je minder kans op seksuele uitspattingen. Ook de sociale problemen met betrekking tot eenoudergezinnen kunnen opgelost worden als men volgens de islam leeft. Zo mag je geen seks hebben zonder getrouwd te zijn en ook als partners uit elkaar gaan, hebben beiden de verplichting om de kinderen op verantwoordelijke wijze op te voeden.” Sheik Abdul Aziez Clemens heeft in Saudi-Arabië de sharia islamitische wetgeving bestudeerd en is op Witagron geboren. Hij zal de keynotespeach verzorgen op zaterdag drie maart in Theater Unique. De inloop is om zes uur, de lezing begint om zeven uur en wordt voorafgegaan door de salat (gebed... red) om kwart voor zeven. Na de lezing is er ruimte voor discussie en het geheel wordt afgesloten middels een cultureel optreden.

[uit de Ware Tijd, 28/02/2012]