![]() |
| Lucia Nankoe. Foto: Mike Bink |
Het Fort is ingenomen door kunstenaars
door Lucia Nankoe
De Caribische expositie die vanaf vandaag in Amersfoort van
start gaat, is getiteld: Who more sci-fi than us. Deze titel verwijst naar een voetnoot uit een roman van de
Dominicaanse schrijver Junot Diaz getiteld: Het korte en wonderbare leven van
Oscar Wao. De hoofdpersoon uit het boek - Oscar - is verslingerd aan allerlei
verhaalvormen zoals historische romans, games, stripverhalen, films,
animatiefilms. Zowel oude als nieuwe vertellingen bekoren hem en maken hem mede
daardoor tot een buitenstaander, een buitenaards wezen, die er ook fysiek
anders uitziet dan zijn leeftijdgenoten. Oscar is zowel een held, als een anti-held.
De spelregels in deze roman zijn duidelijk: het fictieve
verhaal wordt gehoord, maar in de kleine letters wordt het echte gruwelijk
verhaal verteld over de geterroriseerde bewoners in de Dominicaanse Republiek
onder het bewind van dictator Trujillio, tot zijn dood in 1961. De vorm van de
vertelling voegt een adembenemende extra dimensie aan het werk toe.
"Who is more sci-fi than us" , zegt Junot Diaz. Zijn hoofdpersoon Oscar gaat regelmatig vanuit de V.S. Naar de Dominicaanse Republiek op familiebezoek. Hij geniet dan van de schoonheid van het eiland, maar in de suikerrietvelden ervaart hij ook de wrede kant van het dictatoriaal regime.
De titel van deze tentoonstelling Who is more sci fi than us vat in zekere zin de kunstwerken samen die hier tentoongesteld zijn. Het roept associaties op bij de gepresenteerde beelden. Hier kunnen we genieten van de verschillende kunstvormen en tegelijkertijd 'lezen' we het politieke en sociale verhaal dat daaraan ten grondslag ligt. Ook hier is sprake van meerdere lagen. Het grensgebied tussen fantasie en werkelijkheid wordt keer op keer onderzocht.
Een mooie illustratie van connotaties waarbij tekst en context nauw verweven zijn treffen we ook in het boek A Small Place van de schrijfster Jamaica Kincaid:
![]() |
| Antigua |
“You are a tourist and you have not yet seen a school in Antigua, you have not yet seen the hospital in Antigua, you have not yet seen a public monument in Antigua. As your plane descends to land, you might say, what a beautiful island Antigua is - more beautiful than any other islands you have seen -” Toeristen die de Caribische eilanden en het Caribisch gedeelte van het vasteland bezoeken, zien meestal slechts de buitenkant. De dubbelheid, de schijnbaar badinerende toon van bovenstaande alinea uit A Small Place, heeft een heftiger impact dan op het eerste gezicht lijkt.
Eenzelfde scherpe blik met een ondertoon van ironie, treffen we ook aan in de tekeningen, schilderijen, foto’s, sculpturen, films en animaties in deze tentoonstelling. Een gefragmenteerde verzameling, denkt u wellicht, maar bij denkers als Edward Braithwaite uit Barbados en Edouard Glissant uit Martinique staat het concept fragmentatie centraal in hun werk. De meer dan 30 kunstenaars hier aanwezig tonen hun veelzijdigheid in allerlei uitingsvormen. Beeldend kunstenaar Tony Monsanto uit Curaçao noemt één van zijn werken 'créolité makes us strong' waarmee hij reflecteert op de huidige tijd, zonder het pijnlijk verleden terzijde te schuiven.
Reeds eerder, dat wil zeggen aan het begin van de 20ste eeuw waren Caribische kunstenaars op zoek naar eigen uitingsvormen en smolten ze tradities uit andere continenten samen om zo hun eigen beeld van de omringende wereld te creëren. Om u maar enkele grootheden te noemen:
Aimé Césaire uit Martinique, de dichter die bejubeld werd
door de Franse surrealist André Breton heeft de literaire scene van het
Franstalig gebied grondig beïnvloed.
Léon-Gontran Damas bezingt met zijn poëtische creaties de Guyanese Bonis en Saramaccaners. Hier volgt een gedicht uit zijn bundel Névralgies:
Il n'est plus bel hommage
Il n’est plus bel hommage
à tout ce passéà la fois simple
et composé
que la tendresse
l’infinie tendresse
qui entend lui survivre
Een liefdevol en teder beeld spreekt uit bovenstaand
gedicht, een eerbetoon aan het verleden en om met één van de werken van
Jungerman te spreken: Promise. Deze kunstenaar is een veelbelovende zoektocht
aangevangen naar de relatie tussen abstract geometrische kunst en de esthetiek
van de Marrons, de bewoners uit het binnenland van de Guyana's.
De eerste Nobelprijswinnaar literatuur uit de regio
Saint-John Perse, geboren in Guadeloupe, gebruikt in zijn poëzie schitterende
beeldende taal. Of neem de andere Nobelprijswinnaar, de Trinidadiaanse V.S.
Naipaul die in zijn klassiek geworden roman A House for Mister Biswas de
Caribische verbeelding ons laat toespreken. Derek Walcott uit St. Lucia en
Frankétienne uit Haiti beheersen de verbale kunst en schuwen evenmin de visuele
uitingsvorm. Ze zijn zowel schrijver als schilder.
Kunstenaars maken ook meer gebruik van hun moedertaal, zoals
beeldend kunstenaar en auteur Frankétienne, die schrijft in het Haïtiaans
Creools. Edgar Cairo uit Suriname, schrijft in het Sranan, een Creoolse taal,
die hij vermengt met neologismen die rechtstreeks naar zijn culturele erfenis
verwijzen. Verschillende kunstdisciplines worden aan elkaar gekoppeld, waardoor
een nieuwe taal ontstaat die meerdere lagen heeft.
![]() |
| Edouard Duval Carrié |
In de tentoonstelling zult u kunsticonen aantreffen zoals
Edouard Duval Carrié uit Haïti die ons keer op keer verrast met zijn
kunstwerken. En wat te denken van de jongere generatie zoals Ebony Patterson en
Renee Cox uit Jamaica, Wendell Mcshine uit Trinidad, Sheena Rose uit Barbados,
Mario Benjamin uit Haïti en de veelzijdige Hew Locke uit Guyana? Deze generatie
kunstenaars kiezen voor een nieuwe taal. Ze putten daarbij uit verschillend
cultureel erfgoed. Remy Jungermann, Marcel Pinas, Charl Landvreugd - een mooi
trio uit Suriname - maken daarbij gebruik van verschillende materialen o.a.
metaal, hout, lappen katoen, blauwsel, pimbadoti.
De ketenen zijn afgeworpen en de taal van de kunsten wordt niet meer nageaapt. Het Fort is ingenomen door kunstenaars. Het Caribisch kunstenaarsschap brengt een gedurfd meesterschap voort en curatoren van musea deinzen er niet voor terug om deze authenticiteit te tonen.
Om de Surinaamse dichteres Joanna Schouten–Elsenhout te citeren:
Mi Dren
Yere mi sten
Lek’wan griyo e bariA baka den bigi krepiston
Een lamento in versregels waarin een apocalyptisch beeld uit het verre of nabije verleden wordt geschetst. Op de tentoonstelling in Amersfoort is 'The Afro-Curse Exorcizing Machine' van Tirzo Martha hier een mooi visueel voorbeeld van.
![]() |
| Pauline Melville |
"Who is more sci-fi than us", zegt Junot Diaz. Schrijfster
Pauline Melville uit Guyana verwoordt het zo: “Wij in dit deel van de wereld,
koesteren een diepe wens voor de leugen, met al haar consequenties en
verwikkelingen. Wij nemen de leugen serieus.” Escapisme wordt dan een
stijlmiddel en de relatie tussen het fictieve en feitelijke discours blijkt versmolten
te zijn. Alle denkbare schildersstijlen van abstract tot hyperrealistisch
worden opgezocht en verkend. De grenzen vervagen en verrassen zoals in het werk
van David Bade uit Curaçao, Ryan Daniel Oduber uit Aruba en Michael Mcmillan
uit St Vincent.
Misschien kunnen we spreken van de kunstenaar als flexwerker, een flexkunstenaar, in zoverre hij dit niet altijd was, schijnbaar onbekommerd en toch zeer bewust, zigzaggend langs genres, disciplines, taal, stijl zonder enige beperking als een zeedier van eiland naar land. En als hij gevangen gehouden wordt dan nog is er een frisse impuls die op een overtuigende manier een visueel en tekstueel verhaal brengt.
Luistert u naar de dichter Nicolas Guillén uit Cuba met El
Caribe uit El Gran Zoo:
En el acuario del Gran Zoo, nada el Caribe. Este animal marítimo y enigmático tiene una cresta de cristal, el lomo azul, la cola verde, vientre de compacto coral, grises aletas de ciclón. En el acuario, esta inscripción: «Cuidado: muerde».
Nogmaals: De Caraibe
In het aquarium van de Grote Dierentuin
zwemt de caribe.Dit raadselachtig zeedier
heeft een kam van christal,
een blauwe rug, een groene staart,
zijn buik is van compact koraal
en hij heeft grijze vinnen
van cycloon.
Op het aquarium staat geschreven:
‘Pas op, hij bijt.’
Who is more sci-fi than us?




