Dit is de vroegere versie van Caraïbisch uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Sinds vrijdag 23 mei 2014, 18.00 uur wordt deze blogspot niet meer geüpdate. U kunt deze plek nog wel blijven bezoeken, maar voor actuele berichten dient u te gaan naar de nieuwe site!
donderdag 8 augustus 2013
Van boektitel tot filmscript
maandag 16 januari 2012
Komend weekend: Winternachten!

Van 19 tot en met 22 januari vindt Writers Unlimited – Winternachten Festival Den Haag plaats. Dit jaar is het thema van het festival 'Keep on Dreaming' een knipoog naar de dromers, de gelovers in utopieën, de najagers van idealen, dat is het thema van het Writers Unlimited – Winternachten Festival. Schrijvers uit Nederland en ver daarbuiten spreken zich uit over hun dromen, ze dromen met ons over vrijheid en hoe die verwezenlijkt kan worden. Writers Unlimited – Winternachten Festival biedt een mengeling van actualiteit en literatuur, muziek en film in een gevarieerd programma in Theater aan het Spui en Filmhuis Den Haag en dit jaar kunt u voor het eerst op vrijdag en zaterdag eten in het theater. Bijna 100 schrijvers, journalisten, presentatoren en musici uit de hele wereld treden op.

Winternacht 1 biedt een grote variatie van literaire programma's, muziek, film en dans in de zalen en foyer van Theater aan het Spui en Filmhuis Den Haag. Met een kaartje kunt u bij alle programma's vrij in - en uitlopen.
Vanavond vertellen Tommy Wieringa, Nazmiye Oral en Kader Abdolah in De Hollandse lente hoe ons land er uit zou kunnen zien, buigen Bas Heijne en de Britse filosoof John Gray zich over de vraag of wij van elkaar moeten houden en schreeuwen schrijvers hun woede van zich af in Mad as Hell.
Meer hoogtepunten: How to be a Dictator in Africa, Wet Dreams on a Winter's Night, de debutanten van Extaze, Nigeria and Oil: The Novel and the Movie. U kunt naar de indringende film over de Groene Revolutie in Iran (The Green Wave) en naar het ontroerende The Glass House over een uniek rehabilitatiecentrum in Teheran. Er is muziek van Ghalia Benali, de Batiband en Trio Koenijn en in de foyer kunt u Cubaans leren dansen.
Winternacht 2 biedt een grote variatie van literaire programma's, muziek, film en dans in de zalen en foyer van Theater aan het Spui en Filmhuis Den Haag.
De avond begint met de opzwepende klanken van het Ghana Community Choir. In Schatgravers horen we Arthur Japin, Annejet van der Zijl en Said el Haji over de inspiratie die zij vinden in de geschiedenis. Adriaan van Dis praat met een Indonesische en een Zuid-Afrikaanse schrijfster over Vergeven of Vergeten. Robert Vuijsje is te gast in Lust and Colour en in Burger King of Burgerschap gaat het over het 'burgervertrouwen'.
![]() |
| Sheila Sitalsing |
U kunt naar de film, o.a. naar de aangrijpende documentaire die Cindy Kerseborn maakte over Edgar Caïro, een boek of wat uitzoeken bij de stand van Paagman in de foyer of naar VPRO de Avonden live, waar Willem Jan Otten en de andere genomineerden van de VSB Poëzieprijs te gast zijn.
Het festival eindigt op zondagmiddag 22 januari in de Koninklijke Schouwburg met de Hommage aan Hella, een feestelijke bijeenkomst waarin leven en werk van Hella Haasse worden gevierd, met o.a. optredens van Loes Luca en Willem Nijholt. Aansluitend worden de Jan Campert-prijzen van de Gemeente Den Haag uitgereikt, waaronder de Constantijn Huygens-prijs.
vrijdag 10 juni 2011
Sonny Boy openingsfilm Stony Brook Festival

Sonny Boy van regisseur Maria Peters is gebaseerd op de gelijknamige bestseller van Annejet van der Zijl en vertelt het waargebeurde verhaal van de zwaarbeproefde liefde tussen een Surinaamse immigrant (Sergio Hasselbaink) en een blanke vrouw (Ricky Koole) in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. De film trok inmiddels meer dan 415.000 bezoekers naar de Nederlandse bioscopen. Sonny Boy werd gekozen uit 800 inzendingen uit de hele wereld.
Half miljoen verkocht
Van het boek Sonny Boy van Annejet van der Zijl zijn al 500.000 exemplaren verkocht. Dit zegt uitgeverij Querido vrijdag bekend. Hiermee is Sonny Boy een van de best verkochte boeken van Nederland. Het eerste exemplaar verscheen op 11 november 2004.
zondag 1 mei 2011
Hollywood in Commewijne
zaterdag 16 april 2011
Sonny Boy schiet met losse flodders
Sonny Boy heeft in Nederland al minstens vierhonderdduizend bezoekers getrokken. Het boek van Annejet van der Zijl verkocht al even zo vaak. De waargebeurde geschiedenis van Waldy Nods en zijn ouders is dan ook bijzonder aangrijpend. Regisseur Maria Peters weet dat slechts ten dele op het grote scherm te krijgen.
Waldemar Nods (Sergio Hasselbaink) is een Surinaamse jongen die na de dood van zijn moeder naar Nederland vertrekt om te studeren. In het kille Nederland van de jaren '20 wordt hij niet met open armen ontvangen. Hij vindt onderdak bij de zeventien jaar oudere Rika (Ricky Koole), moeder van vier kinderen, en wordt op haar verliefd. De losbandige Rika is zelf ook een buitenbeentje, want ze is verstoten door haar familie en haar overspelige, conservatief protestantse man (Marcel Hensema). Ook het contact met haar kinderen raakt ze kwijt. Van Waldemar krijgt ze een zoon, Waldy, die ze liefkozend 'Sonny Boy' noemen, naar een bekend liedje uit die tijd. De situatie wordt er niet gemakkelijker op wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Het echtpaar besluit onderduikers te huisvesten in hun pension, maar belanden daardoor in een concentratiekamp.

De overmaat aan figuranten lijkt een watermerk voor het productieteam Shooting Star Company, want ook in Kruimeltje en Pietje Bell wemelen ze door de straten. Ze brengen de prachtige decors tot leven en door de kostuums wordt een goed tijdsbeeld opgeroepen. Helaas zijn ze lang niet allemaal even ervaren. Het komt de filmbeleving niet ten goede wanneer een lijk dat in een tragische scène uit de trein wordt gegooid, samenkrimpt en met de ogen knippert. Dat de Surinamers en de Duitsers met een overduidelijk Hollands accent spreken, leidt eveneens af. De kinderen in de bijrollen spreken hun teksten vaak wat houterig uit, maar hun aandoenlijke one-liners zorgen wel weer voor voldoende humor in het anders zo treurige verhaal. Acterende rots in de branding is Koole (Wit Licht). Zij draagt zonder twijfel de film. Ze brengt het beste naar boven in debutant Hasselbaink, die de juiste uitstraling heeft maar zonder haar wat verloren loopt.
Omdat het gaat om een boekverfilming en een waargebeurde geschiedenis, heeft Peters zich weinig vrijheden veroorloofd. Het verhaal zelf is rijk aan drama, maar overbrugt een lange tijdsspanne. Ondanks de korte flashbacks naar de jonge Waldemar in Suriname, blijven de gebeurtenissen te veel op zichzelf staan. Bindende motieven en thema's (zoals uitsluiting en discriminatie) zijn noodzakelijk om er een geheel van te kneden. Toch lijkt Waldemars huidskleur er tijdens de oorlog niet meer zo toe te doen. Het laatste deel van de film lijkt daarom op zichzelf te staan, waardoor het groots bedoelde einde, eigenlijk een sisser is.
[uit de Ware Tijd, 15 april 2011]
donderdag 14 april 2011
Ovatie voor Sonny Boy in Suriname
Een beklijvende stilte tijdens de aftiteling, gevolgd door een daverend applaus en een minutenlange staande ovatie. Sonny Boy, de speelfilm van Maria Peters over de verboden liefde tussen Waldemar Nods en Rika van der Lans in het Nederland van de jaren dertig, is tijdens de première woensdagavond in Paramaribo pas echt thuisgekomen. [Alhoewel moet worden toegegeven dat Suriname nooit door de Duitsers bezet is.]
Een echte Surinaamse scène in de film
Voor de intussen 81-jarige spilfiguur Waldy Nods, de échte Sonny Boy, was dat trouwens letterlijk het geval. Tijdens de persconferentie in Hotel Torarica, twee dagen voor de première, verklaarde hij al zijn hart verloren te hebben aan de film. "Telkens ik het boek zie of naar de filmposter kijk, krijg ik het gevoel dat ik mijn ouders terug zie. Tijdens de oorlog hebben ze mijn ouders weggevoerd, maar nu zijn ze terug. Ik ben verliefd op de twee jonge mensen die mijn ouders spelen."
Gróót scherm
Na de film klonk Waldy Nods niet anders. "Om te beginnen had ik de film nog nooit op zo'n gróót scherm gezien. [Hij was blijkbaar de premièrevoorstelling in het reusachtige Circustheater in Scheveningen vergeten.] Ik keek ook op van de vele reacties tijdens de film, ik hoorde zoveel reacties die ik nog niet in Nederland had gehoord”, vertelde Nods, die de cast en filmcrew vervolgens zelf met een applaus bedankte.
De zo goed als volgelopen bioscoopzaal leefde inderdaad zichtbaar – én hoorbaar – mee met het dramatische verhaal van Sonny Boy. Vooral de in Suriname opgenomen scènes, waar de jaren twintig even herleefden, ontlokten kreten van bewondering. "Kijk die kippen daar rennen, wat leuk!" En wanneer Waldemar Nods als universiteitsstudent in Nederland met racisme te maken krijgt – "Kijk, zwarte piet!" – galmen opgewonden tyuri's door de filmzaal.
Film of boek?
"Het was ontzettend leuk om de film hier te zien, de reacties waren heviger. Het Nederlandse publiek bleef veel stiller en wachtte rustig af tot de film voorbij was. Surinamers zijn heftiger, ze geven hun mening al terwijl de film nog bezig is", sprak hoofdrolspeler Sergio Hasselbaink na afloop.
Ook het publiek reageerde overwegend positief. Van 'Heel ontroerend, ik heb gehuild' tot 'Eén van de beste Nederlandstalige films in jaren'. Een enkeling vond het boek dan toch weer beter, waarmee de 'boek-of-film-discussie' opnieuw kan beginnen.
[bewerkt naar RNW]
dinsdag 12 april 2011
Van Sonny Boy naar Sonny Man
Paramaribo - Sonny Boy is een veelbesproken film die vooral verschillende emoties weet los te rukken. Bij de persconferentie gisteren in de Banquethal van Hotel Torarica, is Waldemar ‘Waldy’ Nods er in ieder geval heel positief over. De Sonny Boy waar de film over verhaalt is inmiddels uitgegroeid tot een Sonny Man op gevorderde leeftijd.
Hij vertelt dat hij zijn ouders niet meer heeft mogen aanschouwen nadat die naar een concentratie kamp gebracht werden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Met deze film kreeg hij naar eigen zeggen toch die kans om ze te zien zoals hij zich ze herinnert: een groot compliment aan vooral de acteurs Sergio Hasselbaink en Ricky Koole, die het echtpaar speelden.

Voordat Sergio aan deze productie meewerkte had hij nog niet gehoord over Waldemar Nods en diens verhaal. “Maar nadat ik ben uitgenodigd heb ik het boek meteen aangeschaft en in één keer uitgelezen.” De acteur, die Waldemar senior speelt in de door Maria Peters geregisseerde film, wilde vooral een waarheidsgetrouwe verschijning neerzetten. “We moeten niet uit het oog verliezen dat dit de geschiedenis is van die man [van Waldemar jr ... red.]. Ik wilde hem niet krenken door iets uit te beelden of zelfs te zeggen dat niet zo is geweest.
Bij Waldemar zelf wekken het boek en de film gemengde emoties op. “Ik ben aan de ene kant blij om mijn ouders weer te zien en aan de andere kant is het verdriet nog steeds levend. Ik weet het niet onder woorden te brengen.” Hij wordt even stil en staart voor zich uit. Zachtjes en in gedachten verzonken tikt hij tegen zijn glas met kersensap aan alsof hij het gevangennemen van zijn ouders in januari 1944 herleeft. Nods hield er een trauma aan over dat versterkt werd door wat zich daarna afspeelde. “Ik werd ondergebracht bij een zus van mijn vader die in Indonesië in een Japans concentratiekamp had gezeten.
Zij was daardoor psychologisch zo aangegrepen dat als ik uit het raam keek of mijn vriendjes er aan kwamen, ze mij ervan verdacht dat ik seintjes gaf en haar zou verlinken.” Voor Sonny Boy kwamen de zonnestralen pas weer goed tevoorschijn bij het uitkomen van het boek en nu bij de verfilming daarvan. De documentatie van zijn geschiedenis en de plotselinge aandacht die daaruit voortvloeide hielpen beter dan welke therapie dan ook.
De Surinaamse première van de film is op 13 april in TBL Cinemas.
[uit de Ware Tijd, 12/04/2011]
maandag 11 april 2011
Echte Sonny Boy ziet ouders terug op het witte doek
De 81-jarige Waldy Nods, de 'echte' Sonny Boy', is verliefd geraakt op de acteurs die zijn ouders spelen. “Elke keer als ik naar de voorkant van het boek kijk of naar de poster van de film, krijg ik het gevoel dat ik mijn ouders terug zie. Het doet me terugdenken aan een dramatisch gedeelte van mijn jeugd. In de oorlog hebben ze mijn beide ouders weggevoerd en daarna heb ik ze nooit meer teruggezien. Maar nu zijn ze er weer. Elke keer dat ik hun beeld zie, ben ik verliefd op de twee jonge mensen die mijn ouders spelen in de film.”
Waldy Nods met zijn schoondochter tijdens de Scheveningse première van de film.Waldy Nods kiest zorgvuldig zijn woorden. Zijn stem klinkt zacht, ook al omdat hij zich met die microfoon voor zijn neus niet zo goed raad weet. Maar geluidsversterking is nauwelijks nodig. Tijdens de persconferentie naar aanleiding van de Surinaamse première van de speelfilm Sonny Boy hangt iedereen aan zijn lippen. De 81-jarige Nods bedankt de filmmakers en toont zich verbaasd dat het verhaal van zijn ouders tot “zoiets groots” is uitgegroeid. Het is voor hem een hele eer om nu ook mee te maken hoe de film in het geboorteland van zijn vader wordt ontvangen.
Nods is de zoon van de jonge Surinaamse student Waldemar en de Nederlandse Rika, die in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog een onmogelijke liefdesrelatie aangaan. Zij verlaat haar echtgenoot en kinderen, het stel gaat samenwonen en biedt tijdens de bezetting onderdak aan joodse onderduikers. Het verhaal stevent dan af op een dramatische ontknoping.
Schrijfster Annejet van der Zijl baseerde de bestseller Sonny Boy op de waargebeurde geschiedenis van Waldemar en Rika. De speelfilm die regisseur Maria Peters er van maakte ging in januari in Nederland in première en trok tot dusver ruim 400 duizend bezoekers. Volgens producent Hans Pos is dat “heel veel” voor een film die niet als ‘mainstream’ valt te zien. De reacties van het publiek zijn overwegend positief maar dat de film zo’n bijzondere invloed op de echte Sonny Boy zou hebben, is natuurlijk een nog veel groter compliment.
De twee hoofdrolspelers uit ‘Sonny Boy’, Ricky Koole en Sergio Hasselbaink, zijn even uit het veld geslagen na de ontboezeming van de echte Sonny Boy. Dit hadden ze in Nederland nog niet van hem gehoord. Koole zegt dat ze zich er tijdens het maken van de film van bewust was dat haar personage was gebaseerd op een vrouw die werkelijk heeft bestaan. En natuurlijk heeft zij net als de rest van de cast en crew haar best gedaan om de film zo goed en zo mooi mogelijk te maken, maar dat de oude Waldy er zo door zou worden geraakt, kon ze nooit vermoeden.
Sonny Boy gaat woensdagavond in première in TBL Cinemas. Over Waldy Nods zelf wordt momenteel een televisiedocumentaire gemaakt door Ida Does. In de jaren zestig van de vorige eeuw reisde hij terug naar het land van zijn vader om er als journalist reportages over te schrijven. Dat leverde hem iets later een baan op bij houtbedrijf Bruynzeel waarna hij een paar jaar met vrouw en kinderen in Suriname verbleef.
[uit Starnieuws, 11 april 2011]
zondag 10 april 2011
Première Sonny Boy in Suriname
Het is eindelijk zover; de première van de film Sonny Boy in Suriname! Op woensdag 13 april in TBL Cinemas. Speciaal voor deze première reizen de producent, regisseur en de 2 hoofdrolspelers naar Suriname af. De 81-jarige Waldy Nods, de echte Sonny Boy naar wie het boek vernoemd is, zal ook aanwezig zijn.Er is veel te vertellen over deze film. Daarom organiseert The Back Lot voorafgaand aan de première een ‘Meet & Greet’ met de leden van de crew en de cast. Grijp de kans om alle vragen die je hebt te stellen aan producent Hans Pos, de beide hoofdrolspelers en Waldemar zelf.
Maandag 11 april om 19.00 uur in hotel Torarica. Registratie: 400 802 of 68 000 97, of e-mail naar meet&greetsonnyboy@thebacklot.sr
vrijdag 28 januari 2011
In gesprek met de regisseur van Sonny Boy
Het is nu januari 2011: wanneer bent u precies begonnen met de film?
We stonden een jaar geleden aan de vooravond van draaien. We begonnen in februari 2010. Dat was ook een hele spannende tijd. Dat vind ik nu ook vreemd. Een jaar geleden moest alles nog worden opgenomen. De voorbereidingen en het schrijven ben je zo'n 4, 5 jaar mee bezig. Net toen het boek uit was zijn we er mee aan de slag gegaan. Pieter Van de Waterbeemd zag het boek liggen en die wilde er heel graag scenario voor schrijven. We konden de rechten nog krijgen dus we hebben Annejet van der Zijl en de uitgeverij benaderd. Daarmee hadden we nog geluk want er waren meer kapers op de kust.
Hoe gaat dat proces dan verder? Het boek ligt in de boekhandel, iemand besluit een film te maken, en dan?
Dan ga je gewoon aan de slag. Je maakt een plan voor het scenario. We hebben best gezocht naar de vorm. We hebben meerdere scenario's gehad. Het eerste scenario duurde zo'n vier uur. De film duurt nu nog lang, kan je nagaan. Uiteindelijk hebben we 12 verschillende versies van scenario geschreven. We hadden natuurlijk te maken met iets wat waar gebeurd is dus we besloten daar mee niet aan de haal te gaan en de gebeurtenissen naar je hand te zetten. Annejet zei wel eens voor de grap dat we er alles mee mochten doen wat we wilden. Als je dan de echte Waldy ontmoet, die nu 81 is, besef je dat hij het echt allemaal heeft meegemaakt. Je zou willen dat het verhaal beter afloopt maar dat is nou eenmaal niet zo.
In het boek staan achterin allemaal bronvermeldingen. Heeft u die ook allemaal nagelezen?
Annejet heeft dat allemaal uitgezocht. Zij is daar 2 jaar mee zoet geweest dus ik ging er blind van uit dat zij dat getrouw heeft gedaan. Ik heb toen het scenario af was wel heel veel boeken gelezen over het dagelijks leven in die tijd en hoe het was om onderduikers in huis te hebben. Wat veel mensen bijvoorbeeld niet beseffen is dat mensen daar gewoon geld voor kregen.
Hoe verliep de samenwerking met Annejet verder?
Annejet was ontzettend fijn om mee te werken. Zij merkte dat we integer met het verhaal omgingen. Ik heb haar vaak benaderd om te vragen naar bepaalde karakters die mij niet duidelijk waren. Dan kreeg ik bijvoorbeeld foto's van die mensen. Ze liet ons vrij maar help ons om verder te komen als dat nodig was.
Kijkt zij dan nog naar het scenario?
Elke keer als een scenario af is denk je dat het de schrijver het wel een keer moet lezen maar zij was heel druk bezig met haar boek Bernhard op dat moment dus dat wilde ze eigenlijk niet. Ze zei ons wel dat we het Sefanja Nods moesten laten lezen. Dat is de schoondochter van Waldy en zij is de degene die ooit dit verhaal aan Annejet heeft verteld. Zij las dus wel af en toe over onze schouder mee.
Voor de film is er ook in Suriname gefilmd. Wat kunt daar over vertellen?Het was een hele onderneming. Je moet een periode creëren daar want het speelt zich af in 1921. En alles moest mee: dus camera's, kleding, props, het licht en ga zo maar door. We wilden ook graag ezeltjes want die hadden we op foto's gezien. Er waren in Suriname echter geen ezeltjes meer te vinden dus die hebben we uit Frans Guyana gehaald. Ook was er in heel Suriname geen zeilboot te vinden. We hebben een scene waarin de vader van Waldemar hem uitzwaait vanaf een boot en die boot hebben we dan op het IJsselmeer gefilmd. Dus dat hebben we met vernuftige technieken in elkaar gezet. Maar de samenwerking met de lokale bevolking was heel erg leuk. De mensen werkten heel hard en werkten heel goed mee.

De Italiaanse cover van het boek Sonny Boy
U staat bekend om uw jeugdfilms. Is er nu een wezenlijk verschil tussen een jeugdfilm en een volwassen film?
Een volwassen film is prettig om dat je ook met volwassen acteurs werkt. Zij hebben het over het algemeen veel ervaring. Ze hebben technieken om hun emoties te uiten: dat hebben ze geleerd. En met kinderen is dat altijd afwachten of ze dat elke keer weer kunnen uiten. Je neemt toch vaak vier takes op. Maar in deze film hadden we ook veel kinderen. Voor een karakter hadden we ook nog eens meerdere kinderen nodig van verschillende leeftijden. Dus daar hebben we veel zorg aandacht besteed.
In recensies komt vaak de kanttekening naar voren dat de dialogen wat onnatuurlijk kunnen overkomen. Wat vindt u daarvan?
Dat is natuurlijk niet mijn opzet. Je probeert dat natuurlijk zo goed mogelijk te doen. Ik kan me het wel voorstellen. Maar om aan te geven: die zin van Kees Kaptijn, “Ik ben Kees Kaptijn, de grootste jodenbeul van Nederland”, was echt zijn openingszin! Annejet van der Zijl heeft dat uit historische bronnen gehaald en als filmmaker laat je dat niet liggen. Als mensen dan denken dat het niet waar is dan is dat jammer maar dat is toevallig echt zo gezegd. In recensies worden een paar zinnen aangehaald maar ik denk dat de rest toch redelijk natuurlijk is. Pieter Van de Waterbeemd en ik zijn daar toch redelijk secuur in geweest. Ik kan het nu niet meer terugdraaien in ieder geval.
U bent nu op een promotietour waar u met publiek samen naar de film kijkt. Hoe reageert dit publiek op de film?
Ik merk zelf in ieder geval dat de film ontroert. Mensen komen echt naar me toe en zeggen 'het is zo'n mooie film en ik vind het echt prachtig'. Dat hoeven de mensen natuurlijk niet tegen mij te zeggen. In Helmond gingen de mensen zelfs staan applaudisseren. Dat hoeft natuurlijk niet. Ik was daar eigenlijk wel van ontdaan en ontroerd. Ik dacht: goh het heeft ze wel wat gedaan. Je weet was hoe hoe de mensen gaan reageren als ze de film zien. Mijn cameraman zei laatst tegen me: Maria, je bent alleen maar verantwoording aan jezelf verschuldigd.
Sonny Boy gerecenseerd
De film Sonny Boy gaat over de onmogelijke liefde tussen de optimistische Rika en de 17-jaar jongere Surinaamse Waldemar die naar Nederland komt om te studeren. Dit alles speelt zich af vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Genoeg ruimte voor drama en tragiek dus.
De film is gebaseerd op het gelijknamige boek va
n Annejet van Zijl. Diegene die dat boek hebben gelezen weten hoe mooi en sterk deze liefdestragedie is. Het verhaal is dan ook meteen het sterkste punt van de film. Waldemar en Rika proberen ondanks alle verwikkelingen positief te blijven. Sonny Boy is een grote productie en dat is ook te zien aan. De film is zeer mooi gefilmd. Ook zijn de scènes in Suriname gewoon in Suriname geschoten wat de authenticiteit ten goede komt.Helaas kent de film ook wat minpunten. Het spel van Ricky Koole als Rika (foto rechts) is zeer overtuigend maar dat kan helaas niet van elk karakter worden gezegd. Sommige dialogen komen dan echter ook wat hoekig over. Een goed voorbeeld hiervan is Kees Kapitein, gespeeld door Ruben Brinkman. Dit is de grootste jodenjager van Nederland. Hij stelt zichzelf voor met de zin. “Ik ben Kees Kapitein, de grootste jodenjager van Nederland.” De film zit vol met dit soort dialogen die onnatuurlijk overkomen.
Je moet echter wel van steen zijn wil je deze film naast je neer leggen: Sonny Boy is een mooie productie met een steengoed verhaal dat verteld moet worden. De film, die wel wat aan de lange kant is, zal best wel eens goed kunnen gaan scoren.
[uit Bioscoopagenda.nl]
donderdag 20 januari 2011
Sonny Boy

De première van de film Sonny Boy was spectaculair met het Circustheater als decor van tout filmminnend Nederland. Hollywood aan het Scheveningse strand, een grote familie maar tegelijkertijd een kleine wereld. De kleine wereld waar iedereen elkaar kent, die verschrompelt tot een smoezelig dorpje met haar typische persoonlijkheden. Iedereen kent elkaar, of van de televisie of van de film. Radio is een beetje lastig of je moet de hele tijd kakelend rondlopen. “Hey, jou ken ik. Jij bent toch…” “Ja, ik ben die en die maar volgens mij vergis jij je.” Daar sta je dan in je volle overtuiging dat je die en die kent en dat die en die je nu dist. “Syene mi boi, syene”, zou Norman uit Wan Pipel roepen.
Bij de rode loper stonden veel media opgesteld. De nationale roddelbladen, de nationale roddeltelevisie en een enthousiaste radioverslaggever die bijna alle rode overlopers vroeg wat zij van de voorstelling verwachtten, of zij het boek gelezen hadden en of zij wel voldoende zakdoekjes hadden meegenomen. Sommige rode overlopers stelden de wedervraag wat hij zelf van de film vond. “Ik ga niks verklappen, je moet het maar zelf zien”, beet hij van zich af. Net voor de voorstelling vroeg ik hem wat hij zelf van het boek vond. “Ik heb het boek nog niet gelezen”, zei hij zonder syene. Hij had de klok horen luiden maar was de klepel kwijtgeraakt.
Er waren ook mediawerkers die de meeste van de rode overlopers niet van naam en gezicht kenden. Ik was er ook een van. Geen schande want een goede acteur die voor grote en sterke rollen gevraagd wordt, haalt zeker het grote nieuws en is niet alleen bekend van de roddeljournalistiek. De roddeljournalistiek is ook een manier om bekendheid te genieten. Het zoveelste vriendje, een poliepje op de stembanden, er vandoor gaan met de vriend van je beste vriendin of weer eens in een of ander chique afkickkliniek worden opgenomen voor seks-, drugs- of gokverslaving. Sommigen doen er alles aan om de aandacht op zich gevestigd te krijgen. Als die er niet is, zijn de aandachtsjunks een nobody.
Op die rode loper komen ook mensen voorbij die helemaal niets van die aandacht willen weten. Je ziet ze heel schichtig over het tapijt voorbijsnellen in de hoop dat niemand ze herkent of ze rare vragen stelt. Zeker niet op het moment dat je met een ander dan je echtelijke wederhelft aanwezig bent. Zal je partner thuis kijken naar zo’n boulevardprogramma en je geflankeerd zien met iemand anders. “Maar schat, je ging toch naar een lezing?” Was dan maar naar die lezing gegaan en had Sonny Boy in de reguliere voorstelling bekeken. Zo duur zijn bioscoopkaartjes ook weer niet.
Maar desondanks heeft Sonny Boy de genodigden een leuke, meeslepende, emotionele, bitterzoete, herkenbare, opgeluchte avond bezorgd, getuige het minutenlange spontane applaus.
Ik dacht even dat zij die niet klapten alsnog voor het kaartje moesten betalen, zo uitgelaten was men. Na afloop twee buffetten. Een Hollandse met haring en uitjes, bitterballen met zure mosterd en kroketten met chilisaus. Ik liep regelrecht door naar de Surinaamse afdeling die drukker bleek. Broodje pom, bara met chutney, roti vegetarisch, roti kip en heel veel salade. Patricks Catering had weer alles uit de kast gehaald om de onbekende boer kennis te laten maken met een deel van de Surinaamse keuken. “Hmm, lekker maar wat is dat?” Tja, wat moet je daarop antwoorden? Niks dus. De Surinaamse afdeling had ook een poku. Jetty Mathurin rigeri tak’en futu bigin hat’en. En zoals het een echte Srananman betaamt, Jetty nam ook haar eigen pakketje mee naar huis.
[uit de Ware Tijd, 20/01/2011]
woensdag 19 januari 2011
Première Sonny Boy
.

Het waargebeurde verhaal is door het boek bekend geworden in bijna heel Nederland. De onmogelijke liefde tussen de getrouwde Nederlandse vrouw Rika van der Lans en de jonge Surinaamse man Waldemar Nods speelt zich af voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. "Ze schelen zeventien jaar en je denkt: het kan nooit goed gaan", zegt regisseur Maria Peters (van o.a. Kruimeltje), "maar het blijft goed gaan." Uit hun relatie wordt Sonny Boy (Waldy Nods) geboren.
Discriminatie
Discriminatie en tegenwerking achtervolgen het stel. De oorlog komt daar nog bij. De film volgt het boek vrij nauwkeurig, zegt Peters. "Soms moesten we wat personages schrappen en we hebben een kortere periode genomen." In een boek is nu eenmaal meer mogelijk.
De hoofdrolspelers Ricky Koole en Sergio Hasselbaink en de meeste andere acteurs ( Marcel Hensema, Katja Herbers, Manoushka Zeegelaar-Breeveld, Joy Wielkens en Monic Hendrickx) woonden de première bij; alleen Frits Lambrechts, die een prachtige rol speelt als de joodse man die het gekleurde echtpaar helpt, was er niet. Voor Hasselbaink was de film zijn debuut: "Hopelijk niet mijn laatste." Hij voelde zich gesteund door geroutineerde collega's, zoals Koole. 
Suriname
Manoushka Zeegelaar speelt de moeder van Waldemar Nods. "Het is goed gelukt", zegt ze over de film. "Het boek vond ik al prachtig. Het is ontzettend mooi geworden." Ze heeft vooral het filmen in Suriname als bijzonder ervaren, omdat ze daar iedereen kent. "Er worden daar niet veel van deze grote films gemaakt."
Peters wil nog niet afgaan op de reacties bij de première: "Premièrepubliek zijn mensen die allemaal mee hebben gedaan." Schrijfster Van der Zijl vindt de verfilming van haar boek in ieder geval geslaagd. "Heel integer." Zij vindt het belangrijk dat het verhaal wordt doorverteld.
Waldy Nods
Waldy Nods (nu 81), de zoon van Rika en Waldemar, zag de film al voor de tweede keer. Hij is enthousiast: "Het is fantastisch." Voor Zeegelaar is de film nog steeds actueel: "We zijn in Suriname niet zo van 'de mengafdeling'. En ook in Nederland is het niet hiep hiep hoera als je als blank meisje met een zwarte man thuiskomt. Of omgekeerd." De film moet daarom ook in Suriname worden vertoond, vindt ze: "Ik ga als eerste kijken."
[bewerkte tekst van Radio Nederland Wereldomroep]
Bovenste foto: @ Leen Wanders
dinsdag 18 januari 2011
Blue skies voor Sonny Boy
door Bert NijmeijerTherapie hielp niet, een bestseller wel. Dankzij het boek van Annejet van der Zijl kreeg Waldy Nods, alias Sonny Boy, zijn ouders terug. Op bezoek bij een literaire attractie.
Waldy Nods was het soort jongetje dat mensen het liefst een lekkere knuffel geven. Nu hij 75 is, hebben ze nog steeds die neiging. Soms bellen ze gewoon aan bij Nods’ woning in Kortenhoef, bij Hilversum. Ze hebben vriendelijke, vertederde gezichten. Ze hebben het boek bij zich, kijken van de omslagfoto naar de man die voor hen staat.
‘Dat bent u?’
Ja, dat is hij. ‘Sonny Boy’.
Waldy Nods is een literaire attractie geworden sinds de verschijning van het boek van Annejet van der Zijl, over zijn jeugd in Scheveningen, over de ‘onmogelijke’ liefde tussen zijn ouders, Rika van der Lans uit Den Haag en Waldemar Nods uit Paramaribo. Zij was blank, getrouwd en moeder van vier kinderen, hij was zwart en bijna twintig jaar jonger dan zij, en dat allemaal in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Hun zoontje noemden ze Waldemar of Waldy, maar liever nog ‘Sonny Boy’, naar een populair liedje in die dagen. Het was een mooi bruin jochie met donkere krullen en diepblauwe ogen, leuk om te zien. Grijze luchten waren niet erg, ging het liedje, want Sonny Boy maakte ze vanzelf weer blauw.
Sonny Boy is een enorm succes: er zijn er al ruim honderdduizend van verkocht, het boek wordt verfilmd, vertaald in het Duits en het Italiaans, en Annejet van der Zijl wordt genomineerd voor literaire prijzen. Er schijnen mensen te zijn die de locaties uit het boek nalopen. Als ze horen dat Sonny Boy nog leeft, proberen ze met hem in contact te komen. Ze willen alles van hem weten.
NOVA nam hem mee op een koude dag in januari, naar het strand van Scheveningen, naar de plekken waar hij had gewoond. De Zeekant, waar zijn ouders hun pension ‘Walda’ dreven, en het huis aan de Pijnboomstraat. In de oorlog hadden ze er Joodse onderduikers. Ze belden ook nog aan: of het gelegen kwam dat Sonny Boy uit de bestseller van Annejet van der Zijl en de cameraploeg van NOVA even binnen kwamen kijken. Onwennig en aangedaan liep Waldy door de kamers.
Dus, hier was het?
Ja, hier was het.
Hier fietste Waldy op zijn driewielertje door de kamers; hier hebben ze het fijn gehad samen. Hier bouwden zijn ouders een bloeiend pension op onder moeilijke omstandigheden – in crisistijd, zij was weg bij haar man en kinderen, hij weg uit Suriname, in meer dan één opzicht warmer dan Nederland. Hier zijn ze gelukkig geweest. “En ja, op een dag kwamen ze dus binnen.???
In de ochtend van 18 januari 1944 belde het Nationaal Socialisme aan om zijn ouders en hun onderduikers mee te nemen naar concentratiekampen in het oosten, en een einde te maken aan de gelukkige jeugd van Waldy Nods. Toen de dertienjarige Waldy na een paar dagen werd vrijgelaten uit een politiecel, was er niemand meer om hem Sonny Boy te noemen. De wereld van het liedje bestond niet meer.
When there are grey skies I don’t mind the grey skies You make them blue, Sonny Boy
Hij was ook een stralend jongetje, maar tegen de grijze luchten van de Tweede Wereldoorlog viel niet op te stralen. Hij heeft nooit over zijn ouders kunnen praten zonder dat er tranen aan te pas kwamen. ‘Waarom vervaagt hun beeld,’ dichtte hij, ‘en is die wond nog niet geheeld?’ Dat was in 1983. Het was een onverwerkte geschiedenis, een onafgemaakt verhaal dat hij een leven lang met zich meedroeg. Nu, met Annejets boek, is het bijna alsof dat verhaal alsnog een happy end heeft gekregen.

Er gebeurde nogal wat die dag, 17 november 2004. De boekpresentatie was speciaal georganiseerd op de dag dat Waldy Nods 75 werd. Het was een dag waarop, zoals mensen zeggen, ‘dingen samenkomen’, een dag met ontroerende momenten en zorgvuldig gekozen symboliek. Het was in een hotel aan de Surinamekade in Amsterdam, niet ver van de plek waar zijn vader in 1927 voor het eerst voet aan Nederlandse wal zette, ook al in november. Er waren allerlei mensen, familie, bekenden, mensen van vroeger. Iedereen was erg aardig. Ze kwamen hem feliciteren en een bekende Nederlander – de vrouw van de Mona-toetjes – zong ‘Sonny Boy’. Hij had vooraf besloten dat hij niets zou zeggen. Toen hij dat toch deed, was het stil geworden in de zaal.
Annejet, zei hij, bedankt. Annejet had veel voor hem gedaan. Ze had het boek geschreven dat hij nooit had kunnen schrijven. Ze had hem zijn ouders teruggegeven, zei hij, en misschien, bedacht hij later, nog wel meer dan dat. Zijn geschiedenis, zijn jeugd, zijn lieve koosnaam. Op zijn 75ste verjaardag werd Waldy Nods weer een beetje Sonny Boy.
Heel laat waren Waldy en zijn vrouw Christine weer thuis in Kortenhoef, met z’n tweeën, moe en gelukkig. Hèhè. Er was niet eens zoveel pers geweest – Hella Haasse kreeg die dag ergens anders een literaire prijs. Maar in de weken erop kwamen er enthousiaste recensies. Hartverscheurend en adembenemend, schreven ze. En in januari schreef Youp van’t Hek een column over het huiveringwekkende prachtboek dat hij had gelezen. In februari was Sonny Boy aan de vierde druk toe, in juni aan de negende.
In Kortenhoef staat de zon op doorbreken, de hele dag al. Waldy, Christine en hun hond Noortje genieten van de rust van een zaterdag in juni. Ze hebben een mooi, licht huis met grote ramen tot op de vloer en een weelderige bloementuin eromheen. Daar was het, vorig jaar zomer, dat Waldy op een ligstoel in twee dagen Van der Zijls manuscript doorlas. Twee dagen was het stil in de tuin. Toen belde Annejet die, een beetje gespannen, informeerde wat of Waldy ervan vond.
Hij had één correctie: hij had geen kroeshaar, en zijn vader ook niet. En verder? En verder niks. Hij vond het prachtig. Iedereen vindt het prachtig. Annejet merkte het ook: dit boek roept zoveel lieve reacties op, mensen vinden het zó fijn dat het boek is geschreven. De Wereldomroep, de Suriname Post, allemaal zijn ze langs geweest. Mensen komen tevoorschijn uit het verleden en schrijven brieven, dat ze zijn moeder hebben gezien in Ravensbrück, zijn vader hebben meegemaakt in Neuengamme. Ze sturen foto’s waarop Waldy zichzelf in lang vergeten situaties terugziet. Laatst zat er bij de post een envelop met een van de horoscopen die zijn moeder veel voor mensen schreef. Niet eens een kopie, maar het origineel, gedateerd ergens in 1934. Drie dicht beschreven vellen, in dat zorgvuldige handschrift van haar – Rika van der Lans maakte er werk van.
Een wethouder in Den Haag vindt dat er een straat vernoemd moet worden naar Waldemar Nods. Dat zou de eerste zijn van toekomstige naambordjes, te onthullen door Sonny Boy. Er gebéuren dingen bij Nods thuis. Ogenschijnlijk laat hij het over zich heen komen met het gelijkmatige humeur van iemand die meer heeft gezien in het leven. Wat vindt hij er eigenlijk van, van al die aandacht, voor hem, zijn geschiedenis, zijn verhaal? Waldy zit met een luchtig overhemd aan in een gemakkelijke stoel. Hij eet een boterham met kaas. Na een tijdje zegt hij: ‘Wel leuk.’
Ze wisten niet goed wat ze met hem aan moesten toen de oorlog was afgelopen. Waldy werd ondergebracht bij familie, dan hier een tijdje, dan weer een poos bij iemand anders, maar niemand bleek van harte bereid te zorgen voor een kind uit een verbintenis waarmee de familie toch al niet gelukkig was. Hij was ook nauwelijks een kind meer. Waldy kwam er jong en nogal hardhandig achter dat hij zichzelf moest zien te redden in het leven. Dat is gelukt. Hij is drie keer getrouwd, de eerste keer al in 1951, de laatste keer, tien jaar geleden, met Christine. In Kortenhoef kijken zijn kinderen en kleinkinderen van foto’s met lachende gezichten de woonkamer in. Het is een grote, hechte familie. Met z’n allen vullen ze met gemak de hele keukenbar. Af en toe staat hij op om iets uit de boekenkast te pakken: een brief, een gedicht, krantenknipsels, een foto. Ze staan er allemaal, de mensen uit Sonny Boy; Rika, Waldemar Nods, Waldy’s grootouders, tante Bertha. Verspreid over de kamer, op kastjes, op de plavuizen, liggen stapeltjes recent gelezen boeken, De Da Vinci Code, Per Olov Enquist, en natuurlijk Sonny Boy.

De foto op het omslag is genomen door zijn vader, op een kille, donkere lentedag in 1942. Het strand van Scheveningen is verlaten, op de achtergrond steekt de pier grijs en een beetje sinister uit zee. Op de voorgrond staat Waldy, rechtop, met een lange jas, de handen aan de revers. Flink, maar ook een beetje ontheemd staat-ie erbij, alsof hij ook niet helemaal begrijpt waarom hij, Sonny Boy, door zo’n koude, grijze wereld wordt omringd. Als iemand die dingen overkomen.
Hij kwam terecht in een carrière als financieel-economisch journalist. Hij vulde de financiële pagina’s van achtereenvolgens Het Parool, de Haagsche Courant en Het Vaderland, had een pr-bureau, werkte later voor FEM. Het waren jaren waarin Waldy een stropdas droeg en als meneer Nods door het leven ging.
Begin jaren zestig verhuisde hij met zijn tweede vrouw Irene en drie kinderen naar het land van zijn vader, om er directiesecretaris te worden van de Bruynzeel-fabriek in Paramaribo. In het Surinaamse bos stonden wel tweehonderd soorten bomen, en Bruynzeel maakte er onder meer triplex en spaanplaat van.
Hij staat op, pakt nog een boek uit de kast: Suriname, land van mogelijkheden, een uitgave van de Stichting tot bevordering van investeringen in Suriname. Voorop vergeelde foto’s van de mogelijkheden: strand, bos, hotels, vliegtuigen en irrigatiewerken. Tekst: W. Nods.
Het verhaal van zijn leven bleef liggen. Waldy was weer terug in Nederland en een goed eind in de veertig toen, schrijft Van der Zijl, het verleden hem bij de nek greep. Op aanraden van therapeuten – hij schrééf toch? – probeerde hij zijn herinneringen aan zijn ouders op te schrijven, maar in vele benauwde uren achter de typemachine wilden de zinnen niet gaan leven, en zijn ouders ook niet. Ergens begin jaren tachtig – Waldy werkte bij Magazine Partners in Purmerend, in bedrijfsbladen – veegde hij een stapel sponsored magazines van zijn bureau, beende het kantoor uit en zat een jaar overspannen thuis.
Eerder al was hij zijn ouders in Duitsland achterna gereisd. Bij een strandje aan de Oostzee vond hij een klein gedenkteken: hier voor de kust was op 3 mei 1945, twee dagen voor de bevrijding, een boot met vluchtende SS’ers en hun gevangenen – uitgeputte mannen uit inderhaast ontruimde concentratiekampen – bij een geallieerde luchtaanval vergaan. Waldemar Nods was een van de onvrijwillige passagiers.
‘Waldemar was een zwemmer,’ zo begint Sonny Boy. Sonny Boy zelf is een tafeltennisser, en zijn vrouw tafeltennist
ook. Ze gaan elke dinsdagmorgen naar tafeltennisvereniging Victoria in Hilversum, waar ze elkaar twintig jaar geleden leerden kennen. Omstreeks de tijd dat ze trouwden, hoorde Annejet van der Zijl voor het eerst van het verhaal van Rika, Waldemar en Waldy, ‘de lotgevallen van gewone mensen die terechtkwamen in de raderen van de wereldgeschiedenis’. De wereldgeschiedenis mag wat verder weg zijn nu, in Kortenhoef hebben Waldy en Christine aanloop genoeg: kinderen, kleinkinderen, vrienden en vriendjes, of de hele tafeltennisvereniging op visite, bij de familie Nods kan het allemaal.‘Moet je dan iedereen zomaar binnenlaten?’ vraagt Christine zich soms af, bij weer een oud-klasgenoot van Waldy, weer een literair geïnteresseerde, om na kort beraad te besluiten dat de mensen welkom zijn. Waldy geniet van de aandacht, hij groeit in zijn rol, zeggen de mensen om hem heen. Hij straalt weer. De mensen houden van Nods en andersom. Wat niet lukte met therapie, lukte wel met Sonny Boy. Nu heeft Waldy Nods een fijne oude dag, zijn verhaal verteld in een mooi geschreven bestseller. Hij gaat tevreden en uitstekend gedocumenteerd door het leven. Als het geheugen even niet meewerkt, als ‘hun beeld’ uit zijn gedicht vervaagt, pakt hij het boek er nog even bij: wanneer woonde ik hier, wat gebeurde er toen precies?
Bij bushokjes, op Schiphol, op displays in de boekhandel, overal kom je de posters van Sonny Boy tegen. Bij Nods thuis hangt er ook een. Waldy staat erop met zijn vader, op het Scheveningse strand in 1933. Waldy heeft een schepje in de hand, Waldemar heeft een pak aan, een onbekommerde glimlach op zijn gezicht. Jarenlang was de poster een klein fotootje in een familiealbum, de man in pak voor Waldy, naarmate de tijd verstreek, steeds meer een onbekende. Nu kan hij zijn vader goed in de ogen kijken. Dan denkt hij: ‘Wat was je een lieve man.’
De middag loopt op zijn einde. Waldy, Christine en Noortje lopen een eindje mee de oprit af om het bezoek uit te zwaaien. In Kortenhoef staat de zon nog steeds op doorbreken. Vandaag gaat het misschien niet meer lukken. Morgen, zondag, belooft een mooie dag te worden.
[Uit HP/De Tijd, 22 juli 2005]
maandag 17 januari 2011
Maria Peters: de film Sonny Boy gaat over de levens van mensen
Onder regie van Maria Peters vond een verfilming plaats van de biografische roman Sonny Boy, geschreven door Annejet van der Zijl. Sonny Boy vertelt het verhaal van een liefde die ontstaa
t voor de Tweede Wereldoorlog tussen de Nederlandse vrouw Rika van der Lans en een zwarte Surinamer, Waldemar Nods. Het leven van Rika raakt hierdoor verscheurd omdat het contact met de kinderen uit haar eerste huwelijk haar onmogelijk wordt gemaakt. Die strijd van Rika om toegang tot haar kinderen en de inzet van haar en Waldemar tegen het onrecht van de oorlog staan centraal in de roman.U heeft al eerder boeken verfilmd. Vanwaar de liefde voor boekverfilmingen?
Het is heel fijn om een boek als uitgangspunt te gebruiken voor het schrijven van een scenario. Zeker als het een heel beeldend beschreven boek is. Het geeft houvast. Maar je kan niet zomaar alles gebruiken, want film werkt anders dan een boek.
Lees verder op: http://www.oerdigitaalvrouwenblad.com/
dinsdag 28 december 2010
"In Suriname vind je geen ezels"
In de oorlogstijd, waarin het verhaal speelt van Waldemar en Rika, de ouders van Sonny Boy, werden mensenrechten, onder meer het recht op vrijheid, met de voeten getreden. De dag van de mensenrechten is dan ook met zorg gekozen voor de onthulling van het beeldje van Sonny Boy.
![]() |
| Noraly Beyer. Foto © Jean van Lingen |
Afgelopen maart was ik in Suriname. Ik wist dat Sonny Boy verfilmd zou worden. Maar laat ik nou net op de eerste dag dat ik in Paramaribo wakker werd, gevraagd worden of ik het leuk vind om te komen kijken op de filmset van Sonny Boy. Zo heb ik tot mijn grote verrassing van heel dichtbij kunnen zien hoe de jonge Waldemar, gespeeld door Angelo Arnhem, op lokatie gefilmd werd, vlak naast Fort Zeelandia. Ik zag met hoeveel geduld hij keer op keer uit de rivier de steiger opklom, om te rennen over de nagebouwde markt uit begin jaren 20. Iedereen en alles perfect in de stijl van die tijd, inclusief een kar met ezels. Daar heb ik wel van over gehouden dat er “Geen ezels zijn in Suriname”. De lokale producent had stad en platteland afgezocht, maar nee, geen ezels. Die zijn tenslotte wel gevonden in buurland Guyana.
Op de set liep ook een oudere Javaanse man. Hij was ingehuurd als “rainman”, omdat hij kan voorspellen of het gaat regenen of niet. Meer nog, hij zou de gave bezitten om de regen op afstand te houden. Het moest die hele dag droog blijven. Later in die middag was er wel regen nodig, maar dat maakten de filmmakers liever zelf, met hulp van de brandweer. Het was een hele sensatie dat een verhaal dat in Suriname begon en in de concentratiekampen van Duitsland eindigde, zoveel furore had gemaakt, dat het nu verfilmd werd.
Het toeval wilde dat ik in diezelfde vakantie in Suriname, in gesprek kwam met Muriel Samsin-Hewitt. Haar vader was een halfbroer van Waldemar. Ze liet foto’s zien van de twee zusters van Waldemar, Hilda en Lily. Van Waldemar zelf had ze jammer genoeg geen foto’s. Zijn zoon Waldy Nods, Sonny Boy, kent ze wel, maar in de familie was verder niets of in elk geval niet veel bekend over de geschiedenis van Sonny Boy en zijn ouders Waldemar en Rika. Het boek van Annejet van der Zijl was een eye-opener geweest voor Muriel.
Dat bleek ook het geval voor Anastatia Poki, ambtenaar bij het Centraal Buro voor Burgerzaken in Paramaribo. We kwamen bij haar omdat we nieuwsgierig waren geworden naar de wortels van Sonny Boy in Suriname. Anastatia diepte uit de archieven de geboorteakte op van Waldemar en de huwelijksakte van zijn ouders, Koos Nods en Eugenie Elder. Ze vond geen echtscheidingsakte, maar tot haar verbazing wel een nieuwe trouwakte van Koos met een andere vrouw. Anastatia wist helemaal niks van Sonny Boy. Toen we haar een exemplaar gaven van de speciale editie van Sonny Boy in de serie SuriBoek, leek ze de hemel te rijk.
Eenzelfde soort heugelijke verbazing vonden we bij de Amerikaanse predikant van de Lutherse Kerk. “No… No..”. Nog nooit gehoord van Sonny Boy. Hij kwam er maar niet over uit dat in een archieflade van zijn kerk de namen van Koos Nods en Eugenie Elder bewaard zijn gebleven, de grootouders van Sonny Boy, over wie nu zo’n grote film werd gemaakt.
Toen ik Sonny Boy indertijd las, moest ik vaak denken aan een neef van mij die in de jaren 60 een verhouding had met een Nederlandse vrouw, bij wie hij in huis woonde. Zij was stukken ouder dan hij. Zij was wit. Hij zwart. Wij vonden toen dat ze teveel verschilden in leeftijd en cultuur. Zoals we verwachtten, hielden ze het niet lang uit, samen. Ik denk dat ik hierom ook geraakt werd door Sonny Boy.
Waldemar en Rika bleven WEL bij elkaar. Zij wit, getrouwd, moeder van vier kinderen. Hij zwart en veel jonger dan zij. Hun liefde was een groot schandaal. Maar ze trotseerden alles, ook het verdriet dat Rika haar kinderen niet meer bij zich kon hebben. Het kind dat ze samen kregen, noemden ze ook Waldemar, liefkozend afgekort tot Waldy, maar meer nog tot Sonny Boy.
Alom is bekend wat Waldy Nods zei tegen Annejet van der Zijl, toen hij het boek had gelezen. Na meer dan 50 jaar ronddolen had zij het boek geschreven dat hij altijd had willen schrijven, maar wat hem nooit gelukt was. Zij had hem zijn ouders teruggegeven, zijn geschiedenis, zijn jeugd en zijn lieve koosnaam. Ik ben zo vrij om er dankbaar aan toe te voegen dat Annejet het verhaal ook teruggegeven heeft aan Suriname, aan Nederland, aan ons.
Begin 2005, kort nadat het boek was uitgekomen, had ik de eer om Annejet van der Zijl te interviewen tijdens het literatuurfestival Winternachten. Annejet vertelde toen dat het verhaal van Waldemar en Rika haar zo geboeid had, omdat het raakt aan de twee zwartste episodes uit de Westerse geschiedenis, slavenhandel en Jodenvervolging. Inderdaad, in Sonny Boy komen veel lijnen samen. Van Suriname en Nederland. Van oorlog en verraad. Van liefde en trouw. Van ouders en kinderen. Van zwart en wit. En zo legt het ook de kiem bloot van onze samenleving, zeker als we hier in de Bijlmer om ons heen kijken.
De Bijlmer spiegelt het multiculturele karakter van Nederland. De Bijlmer is een broedplaats voor gemengde huwelijken. Bijgevolg is de Bijlmer een belangrijke leverancier van de nieuwe Nederlanders, die van allerlei windstreken komen en vele kleuren bloed in hun aderen hebben. De Bijlmer is een grote producent van de toekomst van Nederland, van de nieuwe Sonny Boys. Het Bijlmer Partktheater is dan ook een uitstekende plek om onderdak te geven aan Sonny Boy, dat wil zeggen aan zijn beeltenis, gemaakt door Teus van de Berg.
vrijdag 17 december 2010
Beeld Sonny Boy onthuld in Bijlmer Parktheater
Vrijdag 10 december vond in het Bijlmer Parktheater de onthulling plaats van het Sonny Boy-beeld, gemaakt door de kunstenaar Teus van den Berg. Ook overhandigde Elijha Eltena, die in de film de jonge Waldy speelt, het eerste exemplaar van de filmeditie van Sonny Boy aan Waldy Nods, de man die model stond voor Sonny Boy. Het beeld is gemaakt door kunstenaar Teus van den Berg. Het gaat om e
en kleinere versie van het beeld van Sonny Boy dat vorig jaar werd onthuld in de bibliotheek in Scheveningen.Onder de aanwezigen bevonden zich onder anderen de regisseur Maria Peters en schrijfster Annejet van der Zijl. Van het boek Sonny Boy zijn inmiddels al meer dan 320.000 exemplaren verkocht. De film gaat 27 januari in première.
dinsdag 30 november 2010
Beeld van Sonny Boy wordt onthuld
première.Kunstenaar Teus van den Berg is van mening dat Amsterdam Zuidoost de beste omgeving is voor dit beeld en heeft daarom de keuze gemaakt voor het enige professionele theater van dit stadsdeel. ‘Met de onthulling van het beeldje houden wij een verhaal levend uit de Nederlandse geschiedenis. Een verhaal dat ons bindt met Suriname en dat een tijd markeert waarin de vrijheid en de mensenrechten met voeten werden getreden, vandaar dat de onthulling plaatsvindt op 10 december, de Dag van de Mensenrechten.’ Na het officiële gedeelte wordt de trailer van de film Sonny Boy vertoond en aansluitend is er een concert van het Cello Octet Triangulo samen met Izaline Calister en het Marlon Titre Ensemble.
Over Sonny Boy de film
De regie van Sonny Boy is in handen van Maria Peters en de hoofdrollen zijn weggelegd voor Ricky Koole als Rika Lans en Sergio Hasselbaink als Waldemar Nods. In de overige rollen zien we onder anderen Frits Lambrechts, Marcel Hensema, Katja Herbers, Monic Hendrickx, Martijn Lakemeier, Gaite Jansen, Rogier Komproe, Anneke Blok, Jaap Spijkers en Stijn Westenend. Shooting Star Filmcompany is de producent.
http://www.sonnyboydefilm.nl/
zaterdag 13 november 2010
Paramaribo door het schrijversoog
Een veel beschreven staddoor Ko van Geemert
[De Paramariboroute, is een wandeling door de stad waarbij stilgestaan wordt bij de talloze schrijvers, dichters en journalisten die over Paramaribo geschreven hebben. Van Cynthia McLeod tot Tessa Leuwsha en van Bea Vianen tot Clark Accord. De wandeling vormt de kern van het boek Paramaribo, Brasa! onder redactie van Ko van Geemert, dat 13 november op de Pier van Torarica gepresenteerd werd. Een voorproefje.]
We lopen vanaf het Onafhankelijkheidsplein de Waterkant op. Aan de overkant van de Surinamerivier vertrekken de zwarte slaaf Abonni, zijn vrienden Axel, Mani en Tania richting de vrijheid in de ‘avonturenroman voor jongvolwassenen’ Naar de Barbiesjes van J.B. Charles: ‘In de zomer van het jaar 1849 wandelden twee jongens in stevig tempo langs de rechteroever van de Surinamerivier, in ongeveer zuidoostelijke richting, want de rivier maakte daar, net voorbij Paramaribo, een sterke bocht naar het zuiden. De stad – aan de overkant – lag al een eindje achter hen’.
De Surinamerivier speelt in diverse teksten een voorname rol. De aangrijpende roman van Annejet van der Zijl over Sonny Boy, begint zo: ‘Waldemar was een zwemmer. Nog niet eens vijftien jaar oud, en nu al zwom hij met gemak twintig kilometer langs verlaten plantages en drukke steigers, vanaf Domburg helemaal naar het grote huis van zijn moeder aan de Waterkant.’ Het vertelt het waargebeurde, wonderlijke verhaal van de twintigjarige, zwarte Waldemar en de getrouwde, bijna veertigjarige, blanke Rika die elkaar in 1928 ontmoeten en samen een kind krijgen.
‘Op de promenade, overhuifd door de tegenover de huizen in het gelid staande amandelbomen, zag het zwart van de mensen. Zelfs op de keurig bijgehouden strook gras tussen de bomen en de rivier, die gewoonlijk verboden was te betreden, verdrongen de mensen zich. Alle ogen waren gericht op de drie grijze Amerikaanse oorlogsschepen midden op de rivier’. Het is de Waterkant in november 1941, beschreven door Clark Accord in zijn succesvolle romandebuut De koningin van Paramaribo. Wilhelmina Rijburg (1902-1981), vooral bekend onder haar ‘werknaam’ Maxi Linder, was een van Surinames beroemdste prostituees. Door zeelieden en soldaten uit Nederland werd ze liefkozend de Koningin van de West genoemd.
Met de koningin in De groeten aan de koningin uit 2006 van Karin Anema wordt niet Maxi Linder maar Beatrix bedoeld. Anema reist van Paramaribo naar het diepe binnenland. Maar hoe ver ze ook reist, Nederland is nooit ver weg. Haar reis begint in Paramaribo, waar ze vanzelfsprekend de Waterkant bezoekt: ‘Aan de Waterkant staan auto’s slordig geparkeerd, portieren open, terwijl de bestuurders met hun benen door de open raampjes verveeld liggen te luisteren naar luide muziek uit de autoradio. De ogen half geloken, maar alert op langskomend wild. “Waar ga je?” “Wandelen? Alleen? Is dat niet eenzaam?... Ik ben wel eenzaam. Kom, stap in, rijden we ergens en maken het samen gezellig. Doe het dan voor mij.” Wandelen doet een Surinamer met de auto, de boot, de fiets, een liefje, zolang het maar om ontspanning gaat. Als ik niet reageer, roept hij met harde stem om niemand in het onzekere te laten over zijn oordeel: “Hé, u moet niet gaan discrimineren!” Zijn buurman laat zich niet weerhouden ook een gokje te wagen: “Ik heb een auto met airco!” ’
Sinds jaar en dag is de Waterkant een geliefd trefpunt. Het is een mooie plek om elkaar tori’s, verhalen, te vertellen. Tori’s schrijft ook Rappa (pseudoniem van Robbie Parabirsing), onder meer gebundeld in Nieuwe friktie tories uit 2006. In het verhaal 'Loketten-vrij' beschrijft hij hoe iemand letterlijk gek wordt van de bureaucratie en het feit dat hij voortdurend voor een loket belandt: ‘Alles kwam die laatste dag eruit. Ik gooide kaartenbakken omver, smeet die aftandse printer naar een van die onvriendelijke mensen daar, boi, als je zag hoeveel snelheid ze opeens konden ontwikkelen. Toen kwamen ze me halen. Ze waren in het wit gekleed, dat vond ik vreemd. Ze deden me in een dwangbuis, waarom? Ik was toch bezig orde op zaken te stellen?’
De journalist Ischa Meijer, die hier in zijn jeugd woonde, schreef ook over de Waterkant, die hij overigens Zeekant noemt. Uit Een rabbijn in de tropen (1977): ‘Hier heet de kade Zeekant, en het stadsbeeld is er bewaard gebleven zoals dat in de vorige eeuw al was. […] Daarachter vertoont de stad een steeds meer verworden karakter; het riekt er overwegend naar rottend afval, de straten zijn te nauw voor het immer toenemende verkeer, de armoede is wreed duidelijk’.
We passeren in gedachten Gerrit Barron, die hier in 1986 (Ik en mijn pen) langs de Waterkant slentert, richting hotel Torarica: ‘De Surinaamse trotse stromen wiegelden langs de waterkant in de lekkere drukte van half vijf. […] Tegen vijf uur gingen we gevuld van geest richting centrum om vervolgens in de buitenwijken te belanden. Wat ons onmiddellijk opviel was de invloed van het fort, fort Zeelandia op de totale bevolking vanaf de jaren zeventig en misschien versterkt na de coup. Overal zagen we gebarricadeerde huizen. Een ieder die meer verdient dan f 400,- netto, een kleuren tv of een stereo set in huis heeft, barricadeert zijn huis, niet tegen coupplegers maar tegen huisvredebrekers, inbrekers’. (Uit ‘Diefijzer’)
Anthonie Donker (pseudoniem van de Nederlandse letterkundige Nico Donkersloot) schrijft na zijn bezoek in 1956 enthousiast over Paramaribo: ‘Het straatbeeld is levendig, kleurig en bont, van de nakomelingschap van zo verschillende immigraties en importaties.’ Donker steekt de loftrompet over het werk van Albert Helman: ‘Met recht heeft Helman in Zuid-Zuid-West [1926] geschreven dat in dit land alle rassen ter wereld elkaar ontmoeten. Met de indrukken van dit land vervuld herlees ik Helmans boeken met een bewondering er voor groter nog dan toen ik ze zonder deze indrukken voor het eerst las’. (Westwaarts, 1956)
Voor de Waag ligt de steiger van de Surinaamse Scheepvaart Maatschappij (sms). In de jaren vijftig werd de schrijver Cees Nooteboom verliefd op Fanny Lichtveld, de dochter van de directeur van de sms, Frans Lichtveld, broer van Albert Helman. Hij besluit op een vrachtboot naar Suriname te gaan.‘De tijd in Suriname herinner ik me als een groot feest’, schrijft Nooteboom in het voorwoord van De koning van Suriname. ‘Met mijn aanstaande schoonvader kon ik het uitstekend vinden, we gingen dansen en varen, hij leerde me Surinaams eten en nam me mee naar feesten in Sociëteit Het Park […] en moet intussen goed op me gelet hebben, want voor het huwelijk wilde hij zijn toestemming niet geven.’ Frans Lichtveld raakte na de coup van Bouterse c.s. alles kwijt en wilde naar Nederland. Omdat hij de Surinaamse nationaliteit had aangenomen, lukte dat niet erg.
Nooteboom: ‘Uiteindelijk is het met hulp van vrienden dan toch nog gelukt en ik herinner me zijn tachtigste verjaardag op een kleine flat in de Bijlmer, een hokje vergeleken bij de grote koloniale huizen waaraan hij gewend was, maar klagen daarover zou hij onwaardig gevonden hebben. […] Het huwelijk was ontbonden, wat dat betreft had hij gelijk gekregen, maar ook dat deed er op een gegeven moment niet meer toe. De vriendschap is gebleven, de familie heeft mij in haar grote omarming gehouden, een vloeiende en bestendige band met een gezelschap van gewone en uitzonderlijke mensen die allemaal een tik van de tropen hebben, keramisten en schrijvers, violisten en artsen, computerfreaks en advocaten, een narrenschip dat door de tijd vaart en dat mij ooit, in 1956, voorgoed aan boord heeft genomen. Hoe mijn leven verlopen zou zijn als ik ze niet had leren kennen, ik wil het me niet voorstellen’.
[overgenomen uit Parbode, 22 oktober 2010]
dinsdag 23 maart 2010
Paramaribo omgetoverd tot filmset voor Sonny Boy
Actrice Manouschka Zeegelaar-Breeveld speelt de moeder van hoofdpersoon Waldemar Nods en weet intussen hoe dat gaat: veel wachten op de scènes die moeten worden opgenomen. Ze kijkt er niet naar uit om in de kleren uit 1921 te moeten: "Een heleboel kleren over elkaar aan ter bescherming tegen de zon." Want de huid mocht niet te donker worden.
Prachtige mensen
De filmset in Suriname spreekt Zeegelaar-Breeveld erg aan. "Geweldig. Al die prachtige mensen in koto's en kleren uit die tijd." Ze wordt er zelfs een beetje emotioneel van dat dit mooie Surinaamse verhaal wordt verfilmd.
Regisseur Maria Peters is de hele dag bezig met de opnames van het zwemmen van de 13-jarige Waldemar, het begin van de film. Peters had de opnames niet graag in een ander land hebben moeten doen. Maar het was ook niet nodig naar een andere lokatie te zoeken. Ze is erg te spreken over de medewerking van de Surinaamse autoriteiten. "Wat we wilden filmen mag allemaal."
Foto's: Guillo Grant bodyNsoulPhotography














