![]() |
| Noreen Cheung. Foto © dWT Archief |
Dit is de vroegere versie van Caraïbisch uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Sinds vrijdag 23 mei 2014, 18.00 uur wordt deze blogspot niet meer geüpdate. U kunt deze plek nog wel blijven bezoeken, maar voor actuele berichten dient u te gaan naar de nieuwe site!
donderdag 8 mei 2014
Journalist Van Maele: 'Uitlatingen Cheung rare actie'
Noreen Cheung eist rectificatie van Parbode
dinsdag 6 mei 2014
Suriname sterkste regionale daler persvrijheidslijst
| De burelen van het dagblad De West. Foto @ Michiel van Kempen |
[uit De West, 02-05-2014]
zaterdag 22 februari 2014
Venezolaanse president dreigt CNN land uit te zetten
CNN was de enige zender die persconferenties van de oppositie live uitzond. Maduro zei op de staattelevisie dat hij de verantwoordelijke minister gevraagd heeft het administratieve proces te starten om de medewerkers van CNN het land uit te zetten, als ze niet rectificeren. ”Genoeg. Ik accepteer geen oorlogspropaganda tegen Venezuela”, aldus Maduro.
dinsdag 21 januari 2014
RSF blij met vorderingen onderzoek moord Haïtiaanse journalist
![]() |
| De in 2000 vermoorde directeur-eigenaar van Radio Haïti Inter en journalist, Jean Dominique. Foto: rapadoo.com |
dinsdag 17 december 2013
Politieke geboorte
![]() |
| R.R. Venetiaan als scout |
![]() |
| Henry Strijk |
![]() |
| Giwani Zeggen |
donderdag 12 december 2013
Persvrijheid, censuur en redactionele verantwoording
![]() |
| Wilfred Leeuwin |
Censuur en persvrijheid
Censuur is per definitie geen onvriendelijk woord en houdt in, controle uitoefenen op, in dit geval wat wel of niet als publicatie mag worden vrijgegeven. In de journalistiek hebben censuur en het recht op vrije meningsuiting/persvrijheid een hechte relatie met elkaar. Persvrijheid garandeert elk individu het recht, nieuws en informatie te verzamelen, ideeën te verwoorden en die middels beeld, geschrift, gesproken tekst en andere vormen van media, te publiceren. Censuur of beter gezegd controle hierop is de verantwoordelijkheid bij de beleving van het recht op vrije meningsuiting. Juist om in die beleving geen andere rechten, zoals ‘privacy’ en het aantasten van de goede naam van derden te beschadigen.
De controle krijgt een tegenovergestelde en negatieve betekenis in het woord censuur wanneer de brenger van het nieuws de feiten verdraait, verzwijgt en verkleurt. Dit wordt zelfcensuur genoemd. Wanneer vanuit de overheid de publicatie van het nieuws, bij welk medium dan ook, belet, de feiten verdraaid of ongedaan maakt, is er sprake van opgelegd cesuur. Overigens moet met klem worden benadrukt dat het geenszins de taak is van de overheid controle uit te oefenen op het nieuws, ook niet bij de staatsmedia. Zelfcensuur vindt vrijwel dagelijks plaats bij de verschillende media.
Voor wat betreft (opgelegd) censuur, zijn er tal van voorbeelden, maar verwijs ik hier bewust naar slechts drie gepleegd door de ene en dezelfde overheid, uit twee verschillende regeerperioden, zo u wilt dezelfde overheid met twee verschillende gezichten. Het eerste is in de jaren tachtig, tijdens en na de staatsgreep en de daarop volgende militaire periode toen censoren op de verschillende nieuwsredacties werden geplaatst om het nieuws te controleren, voordat het werd gepubliceerd. In die periode zijn mediabedrijven ook gesloten en letterlijk weggeschoten. Het tweede voorbeeld is toen op 10 mei 2007 een uitzending van het programma Suriname Vandaag, ook door dezelfde overheid, maar nu met een andere politieke geaardheid uit de uitzending werd gehaald. Dit programma onderging hetzelfde lot in 2009. In alle drie gevallen is sprake geweest van censuur door de overheid, omdat niet haar belang werd gediend. Benadrukt moet worden dat het politieke belang, zeker dat van een zittende regering niet hetzelfde is als het algemeen belang. In een democratie is het slechts aan de rechter toebedeeld uit te maken wiens en welk belang of recht zou zijn geschaad. Deze voorbeelden zijn voor de journalistiek afgrijselijke dieptepunten, die internationaal ook als zodanig staan opgetekend.
![]() |
| Het STVS 10-minuten Jeugdjournaal |
Afgaand op het moment en de omstandigheden waarop op maandag 9 december een uitzending van het Jeugdjournaal via de STVS uit de ether is gehaald, mag worden geconcludeerd en aangenomen dat op dat moment, wat de reden ook mag zijn geweest en wie dat ook zou hebben gedaan, er sprake is geweest van censuur door de STVS. Om de discussie gezond te houden is belangrijk daar niet bij stil te blijven staan. Het is juist het vervolg traject in deze kwestie die maakt dat achteraf, na hoor- en wederhoor en de acties die zijn ondernomen door de STVS en het Jeugdjournaal, er van censuur totaal geen sprake is en kan zijn geweest, maar een incident. Censuur wordt alleen opgelegd door een overheid, een gezagvoerder of aangewezen persoon of instantie. Door iemand die daarvoor de verantwoordelijkheid draagt.
In het onderhavige geval is de vermeende of in eerste instantie opgelegde censuur genomen door een onbevoegde medewerker bij de STVS. De verantwoordelijken bij de STVS, in dit geval zeker twee personen (Shirley Lackin als lid van het managementteam belast met de dagelijkse leiding bij de STVS en Borger Breeveld, lid van het managementteam), hebben in overduidelijke taal niet alleen deze handeling betreurd, afgekeurd en verworpen en zich verontschuldigd, maar is ook aan het Jeugdjournaal de gelegenheid gegeven het programma alsnog zonder inmenging van de STVS, in zijn geheel uit te zenden. Het Jeugdjournaal heeft niet alleen de gelegenheid gekregen dit te doen, maar heeft zelfs de ruimte gekregen haar doelgroep (kinderen) omstandig uit te leggen wat zich heeft voorgedaan. Sterker nog, in die uitzending is aan de doelgroep/kijkers een wat mij betreft goed item gepresenteerd over het onderwerp censuur. Lackin is ook nog in datzelfde programma in beeld verschenen om aan te geven dat de gepleegde censuur/ handeling nooit had mogen plaatsvinden.
Verantwoordelijkheid
Lackin heeft uitgelegd dat alle programma’s die worden aangeboden, worden gescreend en bekeken om na te gaan of die geschikt zijn voor de uitzending. In de journalistiek is dit een normaal gegeven. Op alle redacties is dit de taak van de hoofdredacteur die de journalistieke verantwoordelijkheid draagt binnen het medium er op toe te zien dat het aangeboden programma, ingezonden artikel of ingesproken bericht, beantwoordt aan niet alleen de rechten van artikel 19 van de grondwet (het recht op vrije meningsuiting ) maar ook de plichten. Dit heeft niets te maken met censuur en het beknotten van de persvrijheid. Ook aan de redactie waar ik mijn journalistiek beroep uitoefen, worden artikelen aangeboden. Sommige doorstaan de journalistieke criteria, bij andere wordt de aanbieder aangegeven dat het stuk door de beugel kan mits hij enkele aanpassingen pleegt, terwijl sommige aanbieders met een nette maar kordate brief worden bedankt voor het opsturen van het stuk naar onze redactie, maar dat het niet geplaatst kan worden, omdat het niet voldoet aan de voorwaarden.
Gebruikmakend van het recht op vrije meningsuiting lijkt het mij een gezonde zaak dat de publieke opinie, rond censuur, persvrijheid en de redactionele verantwoordelijkheid, zich blijft ontwikkelen met positieve, rationele en vooral goed onderbouwde stellingen, zonder dat de begrippen bewust of onbewust uit hun context worden gehaald of een foutieve betekenis aan wordt opgehangen.
Wilfred Leeuwin is journalist.
dinsdag 10 september 2013
Ex-minister Abrahams naar rechter om artikel in Parbode
zondag 1 september 2013
Dagblad de Ware Tijd wil een boek verbieden
door Jaap Hoogendam
![]() |
| Verkoopster van de Ware Tijd aan het Onafhankelijkheidsplein. Foto Luzmila Samson |
vrijdag 29 maart 2013
Artistieke vrijheid niet zonder grenzen
![]() |
| Zoals gebruikelijk is de politie aanwezig bij shows. Zij kunnen besluiten om een optreden stop te zetten, zoals ze dat bij Djoeka Lawtje hebben gedaan. |
![]() |
| Ismene Krishnadath wijst op een goed boek |
![]() |
| Korpschef Humphrey Tjin Liep Shie |
![]() |
| Een seksshow in Suriname |
woensdag 13 juni 2012
Angelie Sens verlaat Persmuseum
![]() |
| Angelie Sens. Foto © Henk Schaaf. |
Angelie Sens is van huis uit historica, gespecialiseerd in de achttiende eeuw – geen kunsthistorica dus. “Maar bij mijn onderzoek naar de achttiende eeuw kwam ik al regelmatig pershistorische onderwerpen tegen. De persgeschiedenis en de koloniën en slavernij, dat waren de zaken waar ik al het meest in geïnteresseerd was.”
Als onderzoeker bij het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis kwam zij in 1998 op projectbasis bij het Persmuseum. Daar werd zij al snel de rechterhand van toenmalig directeur Mariëtte Wolf. Toen Wolf in 2002 opstapte, werd Sens gevraagd als interim haar plaats in te nemen; per 1 januari 2003 werd zij defi nitief directeur.
Geen plan
“Het was wel meteen een uitdagend begin,” weet Sens nog. “We zaten net in deze nieuwe vestiging in het IISG. Van een staf was nog geen sprake. Er was een medewerker voor educatie, maar die was ernstig ziek. Er was geen educatief programma en geen tentoonstellingsplan.
Ik moest daar iets van maken, met heel weinig fi nanciële armslag.” “Maar we konden een nieuwe medewerker voor de collecties aantrekken, Niels Beugeling, en een voor educatie en publiciteit, Anouk Custers. Dat team heeft bijna tien jaar hard gewerkt om dit Persmuseum met prachtige programma’s en tentoonstellingen op te bouwen. Anouk is vorig jaar weggegaan, Niels is er nog steeds.” “Ja,” blikt Angelie Sens tevreden terug, “de naam van het Persmuseum vestigen, dat is wel gelukt.” Haar belangrijkste persoonlijk inbreng was het koppelen van de koloniale en slavernijgeschiedenis aan de persgeschiedenis – altijd haar hartstocht gebleven. Het documenteren van de Surinaamse pers was daar een belangrijk onderdeel van.
[Lees hier het hele interview.]
donderdag 3 mei 2012
Nay: Bedreigingen op staatsmedia, teken aan de wand
De diplomaat zegt dat dit soort uitingen automatisch leiden tot vrees dat de slechte dagen van toen zich wederom herhalen. Nay wijst er op dat een overheidsfunctionaris zich nooit op persoonlijke titel kan uitdrukken. “Omdat hij gezien wordt als de vertegenwoordiger die namens de president het woord voert. Dit soort gedragingen en uitingen zijn niet alleen schandelijk voor de regering, maar zal ertoe leiden dat onverantwoordelijke burgers denken dat zij hetzelfde mogen doen en anderen mogen bedreigen”, stelt Nay.
Waakzaam zijn
De ambassadeur zegt dat als er in Suriname nu weer iets gewelddadigs zal gebeuren dat een verschrikkelijke deuk zal zijn op de persvrijheid. “Maar ook op de reputatie van de regering en die van de president, in Suriname maar ook in het buitenland”, zegt Nay. Hij merkt op dat overheid en samenleving waakzaam moeten zijn en zich moeten inzetten dit universeel recht te beschermen. “We hebben het echt niet alleen over fysieke bedreigingen, opsluiten van mensen en censuur”, zegt Nay. Volgens hem is persvrijheid een basis principe van de democratie. Het is misschien wel de meest belangrijke pijler van de democratie”, voert hij aan.
De ambassadeur benadrukt dat de herdenking van deze dag sinds het in 1993 werd ingesteld door de Verenigde Naties, als doel heeft, persvrijheid te evalueren. De dag is er ook om de media die van dit recht gebruikt maken te verdedigen en te ondersteunen. Op deze dag worden vooral ook journalisten herdacht, die om het gebruik van de persvrijheid zijn vermoord.
Waarborg
Dit jaar is het de 20ste herdenking van persvrijheid over de hele wereld. Persvrijheid is volgens de Amerikaanse diplomaat niet zomaar en slogan. Ook is het niet alleen een recht voor journalisten. Hij verwijst naar artikel 19 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens waar dit recht aan eenieder wordt gegeven.
Volgens Nay is het hebben van onafhankelijke media een waarborg voor het recht van vrije meningsuiting voor elke burger. Het is vanuit de centrale overheid een commitment aan de samenleving. Ook artikel 19 van de Surinaamse grondwet geeft dezelfde garanties als de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Stem laten horen
Nay zegt dat overal in de wereld de persvrijheid gevaar loopt doordat bedreigingen aan journalisten toenemen. Het vorige jaar zijn wereldwijd 179 journalisten opgesloten. Daarnaast worden zij nog steeds bedreigd, geïntimideerd en zelf vermoord als zij verslag doen van gebeurtenissen. “Ook Suriname is niet vrij van deze bedreigingen. Nay zegt dat het voorkomt dat de media artikelen produceren waar personen zich ongemakkelijk bij voelen. “Ik zie soms artikelen waarin ik word geciteerd. Dan denk ik dat heb ik niet zo gezegd of bedoeld. Maar we hebben altijd de toegang het te corrigeren en maken dan weer gebruik van het recht van vrije meningsuiting”, zegt Nay.
Nay besluit door te verwijzen naar en recente uitspraak van de Amerikaanse president Barack Obama. ‘Wanneer de universele rechten van de mens niet worden nageleefd, wanneer de onafhankelijkheid van de rechter of de wet in gevaar is of wanneer de media worden bedreigd, zullen wij onze stem laten horen’.
“Ik denk dat we dat vandaag hebben gedaan, oproepen en aandacht vragen voor deze zaak, oproep voor een onafhankelijke media, dit doen we in het openbaar maar ook privé”, zegt Nay.
Apintie beklaagt zich bij vp over perschef Limburg
Volgens de Apintie directeur heeft dit, wat hij noemt respectloos gedrag, ertoe geleid dat luisteraars tegen de Apintie medewerkers zijn opgestookt en de medewerkers telefonisch hebben bedreigd. Limburg zegt aan Starnieuws dat net zoals de medewerkers van Apintie gebruik maken van het recht op vrije meningsuiting hij dat ook doet.
Ook het recht
“Ik mag mijn mening hebben op uitspraken die gedaan zijn door Gail; het is mijn democratisch recht”, zegt Limburg. (Gail Eijk is programmamaker bij Apintie…). Volgens hem heeft hij het recht een analyse te maken van wat mensen doen. Hij blijft er bij dat Eijk zich als journalist niet op een correcte manier heeft gedragen.
“Ik ben geen journalist, maar ik heb wel geleerd dat journalisten zich niet mogen mengen in het nieuws met hun persoonlijke mening en participeren in een stille loop met witte kleding. Ik ben presentator van een programma en dat doe ik al 12 jaar en niet als perschef van de president”, zegt Limburg. Hij zegt zich helemaal niet te storen aan de brieven van Apintie.
Monddood maken
Vervuurt wijst in een van zijn brieven de vicepresident er op dat er niets is terecht gekomen van het voornemen van de regering om een goede relatie op te bouwen met de onafhankelijke media. Integendeel worden niet alle media geïnformeerd en wordt selectief gekozen wie wel waarover wordt geïnformeerd.
Vervuurt noemt dit handelen van de regering, verdeel en heers. Vervuurt geeft aan dat nieuwsmedia pijlers zijn in een democratie en dat ervoor gewaakt moet worden dat Suriname niet langzaam afglijdt naar en periode waarin de media monddood worden gemaakt.
[van Starnieuws, 30 april 2012]
Twee brieven van Apintie aan vice-president Ameerali
Merredith Bruce wint 'Cliff Djamin Award'

Merredith Bruce, verslaggever bij het avondblad De West, heeft de 'Cliff Djamin Award' gewonnen. Er waren slechts drie inzendingen. De Amerikaanse ambassade die deze prijs ingesteld heeft, zal meer werk van maken volgend jaar opdat meer journalisten en studenten die journalistiek studeren, meedoen.
Bruce is verrast met de prijs. Naast de award kreeg zij ook SRD 1000. Bruce zegt dat zij naam wil maken in de journalistiek. Zij is pas vijf maanden in het vak en had niet verwacht dat zij de prijs in de wacht zou slepen. Twee broers van Bruce zitten in de journalistiek. Zij is door hen geïnspireerd om in het vak te gaan. "Ik houd ervan om iets wat gebeurd is zo goed mogelijk te schrijven", zegt ze.
Persvrijheid
De inzending van Bruce gaat over 'Persvrijheid als mediamacht en het effect hiervan op een samenleving'. Zij haalt aan dat de vrijheid van de pers noodzakelijk is voor een democratische maatschappij. "Wordt deze beknot door een of andere omstandigheid dan wordt die democratie geleidelijk aan ook beknot", stelt Bruce.
De journalist benadrukt dat de media onmisbaar zijn voor het goed functioneren van de maatschappij en het kritisch volgen van ontwikkelingen. Zij is Cliff Djamin erkentelijk voor de rol die hij heeft vervuld in het waarborgen van de persvrijheid.
De opstelwedstrijd is gehouden in verband met de Dag van de Persvrijheid en ter nagedachtenis van journalist en voormalig personeelslid van de ambassade Selvijn ‘Cliff' Djamin.
[uit Starnieuws, 2 mei 2012]
zaterdag 11 februari 2012
Veroordeling politie-inval Trinidadiaanse krant

door Ivan Cairo
Paramaribo - Verschillende journalistenorganisaties in de regio hebben gisteren met klem de politie-inval en huiszoeking bij de Trinidadiaanse krant Newsday en thuis bij één van haar journalisten scherp veroordeeld.
Ook de voorzitter van de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ), Wilfred Leeuwin, verwerpt de actie. Donderdag drongen zeventien politieagenten met een huiszoekingsbevel in handen de redactie van Newsday binnen op zoek naar documenten en informatie om de identiteit te achterhalen van een bron, die confidentiële informatie over de Integriteitcommissie van het land had doorgespeeld.
Ruzie
Op basis van de verkregen informatie publiceerde de krant vorig jaar december over een ruzie in de commissie tussen voorzitter Ken Gordon en waarnemend voorzitter Gladys Gafoor. Volgens Gordon zou de geheimhoudingsplicht van de commissie zijn geschonden, daar vertrouwelijke informatie in het gewraakte artikel was verwerkt. Ook bij Andre Bagoo, de journalist die het artikel heeft geschreven, deed de politie een inval. Hij had eerder een schriftelijk verzoek van commissievoorzitter Gordon om zijn bron prijs te geven, naast zich neergelegd. Behalve documenten zijn ook computers, cellulairs, harde schijven en mobiele informatiedragers in beslag genomen.
Schending
“Dit is één van de ergste vormen van schending van persvrijheid die je als het ware zonder bij na te denken veroordeelt en verwerpt. Ook al zo
u de krant een bron hebben gebruikt waarbij de drie grensissues van persvrijheid zijn overtreden, dan nog is er tussen de vrije pers en de rest van de gemeenschap maar één instantie die daarover oordeelt en dat is de rechter”, stelt Leeuwin tegenover de Ware Tijd. “Het is typisch hoe weinig of laag het democratisch gehalte is bij overheden. In hun drang naar zelfbehoud en selfprotection schromen zij er niet voor het bekende artikel negentien van de Internationale verklaring van de rechten van de mens en het Bupo-verdrag te schenden”, voegt hij er aan toe.Precedent
Behalve de Media Association of Trinidad and Tobago (MATT) en de Association of Caribbean Mediaworkers (ACM) heeft intussen ook de Guyana Press Association (GPA) de inval met klem afgekeurd. De GPA zet met “grote verontwaardiging en ongeloof” kennis te hebben genomen van de politieactie dat kennelijk als doel had, druk te zetten op de krant en één van haar journalisten om een bron van een onlangs gepubliceerd artikel aan te geven. Mediahuizen moeten vrijelijk kunnen opereren in een atmosfeer die gevrijwaard is van vrees en intimidatie door staatsorganen zoals de politie. Bij de Trinidadiaanse regering wordt er op aangedrongen een diepgaand onderzoek in te stellen naar dit incident. Wat nog verontrustender is, zegt GPA, is dat de politie ook een inval deed thuis bij de journalist en computers en persoonlijke spullen zijn meegenomen. De hoop wordt uitgesproken, dat deze politieactie geen precedent is die wordt overgenomen door andere landen in het Caribisch gebied.
Geen respect
Volgens Leeuwin “moeten we alert zijn in Suriname” dat dit politieoptreden niet overwaait. “Ik blijf erbij dat in Suriname we geen fysiek geweld hebben tegen journalisten, maar het subtiel en verbaal geweld neemt jammer genoeg wel toe. Newsday staat vierkant achter haar redactielid. “Het is fundamenteel dat een journalist zijn informatiebronnen beschermt. Zonder deze bescherming wordt zijn of haar werk enorm bemoeilijkt”, zegt Newsday. Volgens de krant kan op geen enkele wijze worden hard gemaakt dat inbreuk is gepleegd op de Integrity in Public Life Act. Op 29 december vorig jaar had de politie ook al een inval gepleegd bij de redactie van het TV-station TV6, wat ook scherp is veroordeeld. Met deze invallen toont de politie dat ze geen respect heeft voor de Trinidadiaanse grondwet waar ze op gezworen heeft deze te zullen verdedigen. De grondwet garandeert persvrijheid, zegt MATT, de Trinidadiaanse journalistenorganisatie.
In haar verklaring stelt de Associatie van Caribische Mediawerkers, dat de politieacties rieken naar intimidatie en geïnterpreteerd kunnen worden als een poging om inspanningen van de media om zaken van openbaar belang tot de bodem uit te zoeken, in de kiem te smoren. De regering is opgeroepen een standpunt kenbaar te maken over het incident.
[uit de Ware Tijd, 11/02/2012]
zaterdag 4 februari 2012
Perswaakhond erkent gebrekkig onderzoek Suriname
![]() |
| Foto © Wayan Vota |
De internationale journalistenorganisatie Reporters without Borders (RwB) gaat het onderzoek naar de persvrijheid in Suriname uitbreiden. Aanleiding is een klacht van de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ). Die vindt dat Suriname te hoog staat genoteerd op de deze week verschenen wereldranglijst voor de persvrijheid. Ook de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) is 'hogelijk verbaasd' over de conclusies.
In het jaarlijks terugkerende onderzoek komt Suriname opvallend goed uit de bus. Het land steeg van plek 35 (in 2010) naar plaats 22. De Surinaamse journalistenvereniging is hierover verbijsterd. De SVJ is verbaasd dat de conclusie van de RwB is gebaseerd op basis van één bron en vindt het daarnaast vreemd dat zij zelf nooit is geraadpleegd.
Reporters without Borders erkent tegenover de Wereldomroep dat slechts één journalist de vragenlijst heeft ingevuld. "We zijn ervan uitgegaan dat deze persoon zijn land kent en betrouwbare informatie heeft verstrekt", zegt RwB-woordvoerder Benoit Hervieu. "Normaal gesproken zou een correspondent ook nieuwe contacten raadplegen over dit onderwerp. Hij heeft dit niet gedaan."
Op het matje
De RwB is geschrokken van de reactie van de Surinaamse journalistenvereniging en heeft haar informant - die zij niet bij naam wil noemen - inmiddels op het matje geroepen. Wel wijst Hervieu erop dat zijn organisatie tijdens het onderzoek geen signalen uit Suriname heeft gekregen over kidnapping of mishandeling van journalisten.
Naar aanleiding van de klacht zegt RwB nu toe te gaan praten met de SVJ om een completer beeld van de persvrijheid in Suriname te krijgen.
Andere signalen
Algemeen secretaris Thomas Bruning van de NVJ zegt dat de RwB over het algemeen veel goed werk verricht, maar dat zij soms hun hand overspelen met dit soort onderzoeken. "Als je de hele wereld in kaart wilt brengen, moet je kunnen terugvallen op goede rapporteurs. In dit geval is dit dus duidelijk niet zo." Zijn organisatie krijgt andere signalen over persvrijheid vanuit Suriname.
[RNW, 27 januari 2012]
vrijdag 27 januari 2012
Persvrijheid is een groot goed, maar wat doe je ermee?
door Joshua TaytelbaumDe media besteden vandaag aandacht aan de de door Reporters Without Borders (RFS) gepubliceerde lijst met een vergelijkende waardering van de persvrijheid over de hele wereld, waarop Suriname dit jaar is gestegen, of zoals de Ware Tijd het noemt, de persvrijheid is onder Bouterse ‘verbeterd’. Maar goed dat de schrijver van het stuk, Ivan Cairo,' verbeterd' tussen aanhalingstekens plaatst, want het blijft natuurlijk allemaal relatief en het is nooit los te zien van de persoon van de beoordelaar, dus het is ook altijd subjectief. Uit dit rapport blijkt dat Suriname op een ranglijst van 179 landen van de 35e plaats in 2010 is opgeklommen naar de 22e plaats in 2011. Afwezigheid van geweld en ernstige schending van vrijheid van meningsuiting bepalen de score die een land krijgt. We mogen echter pas tevreden zijn als wij samen met het merendeel van de Europese landen ergens in de top eindigen.
Naar zijn mening gevraagd beklaagde de voorzitter van de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ), Wilfred Leeuwin, zich erover dat de media worden belemmerd om zelf de informatie te vergaren over processen en besprekingen die gaande zijn, zij moeten het doorgaans stellen met een comminiqué dat de regering uitgeeft op de staatszenders of in haar bij de dagbladen ingesloten katern ‘De Overheid’, dat de samenleving echter alleen maar ‘zoetsappige’ verhaaltjes voorhoudt. Leeuwin maakt echter niet duidelijk op welke wijze zij belemmerd worden, maar waarschuwt enkel voor ‘luiheid’ onder journalisten die zich hiermee tevreden stellen. Voor het eerstvolgende onderzoek zullen Reporters Without Borders zich breder moeten oriënteren, oordeelt Leeuwin in zijn gesprek met Ivan Cairo. Maar als het waar is wat Paul Kraaijer op Facebook beweert, namelijk dat Cairo het contact en dus ook de aangever is voor RFS, dan komt Cairo’s verslag in een heel ander licht te staan, hij mag zichzelf dus prijzen dat Suriname op die lijst is gestegen! Leeuwin had hem dus moeten vragen om aan de RFS door te geven dat ze volgend jaar eigen, onafhankelijke waarnemers moeten sturen, maar zo werken RFS helaas niet.

Wat doe je met je persvrijheid?
De kritiek van Leeuwin is net zo goedkoop als de luiheid die hij zijn collega’s verwijt. Gelijk heeft hij waar hij zegt dat men zich tevreden stelt met de door de overheid gegeven –veelal te oppervlakkige en onvolledige– informatie. Maar als Leeuwin oordeelt dat de overheid tekortschiet, moet hij onmiddellijk daaraan koppelen dat ook de journalistiek tekortschiet door niet zelf op onderzoek uit te gaan en zelf research te plegen. Denk maar niet dat het elders zo zou zijn dat de journalist alles op een presenteerblaadje krijgt aangeleverd. Het is nu juist de taak van de journalist om te beoordelen of de hem verstrekte informatie juist is, en zo niet, zélf op onderzoek uitgaan om de waarheid boven tafel te krijgen, en dat is nu precies waar het de Surinaamse journalistiek aan schort.
Research
Een ‘fraai’ voorbeeld is de ‘affaire’ Sasur, die door de media tot een ware hysterie is opgeklopt zonder dat er ook maar één journalist op het idee is gekomen om te onderzoeken wat Sasur is, hoe Sasur werkt en wat er wáár is van alle smadelijke verhalen die de media ongestraft publiceren. Zelfs Times of Suriname, die op gegeven moment niet anders kón dan constateren dat de media zich met hun hetze tegen Sasur schuldig maken aan machtsmisbruik, heeft het daarbij laten zitten, in plaats van met een op feiten gebaseerd en informatief artikel de zaak voor eens en voor altijd recht te zetten en uit de wereld te helpen. Wat heb je aan persvrijheid als je geen gebruik maakt van die vrijheid? Niets dus, want alle aan de Surinaamse media verbonden journalisten hebben –in strijd met alle journalistieke codes– alleen maar het woord van hun broodheer gesproken.
Dat is behalve een jammerlijke ook een vreemde conclusie, want een journalist zou als geen ander moeten weten wat auteursrechten zijn. De journalisten claimen wel auteursrechten op hun eigen werk, maar als het gaat om de auteursrechten van ‘songwriters/composers’ is het opeens een ver-van-hun-bed show en prediken zij klakkeloos –alsof er geen journalistieke ethiek bestaat– des broodheren woord. Trouwens, mij is bekend dat de Ware Tijd, toen nog met Desi Truideman als hoofdredacteur, zonder toestemming of vermelding van herkomst iets heeft gestolen uit een ingezonden stuk. In dat stuk was een woordspeling verwerkt, er werd naar analogie van SOA’s gesproken over POA’s: Politiek Overdraagbare Aandoeningen. Dat ingezonden stuk is niet geplaatst, maar Wienied maakte er diezelfde dag nog mooie sier mee in de column “Dingen van de dag”. Toen de inzender reclameerde gaven de ‘heren’ niet thuis.
Kortom, de Surinaamse journalisten kunnen maar beter hun huiswerk gaan maken in plaats van genoegzaam achterover te leunen vanwege een hogere ‘ranking’.
Zie ook het eerdere bericht SVJ oneens over 'drastische vooruitgang' persvrijheid
SVJ oneens over 'drastische vooruitgang' persvrijheid
bepaald dat persvrijheid in Suriname dertien plekken vooruit is gegaan. Suriname klimt op de wereldranglijst naar een gedeelde 22ste plek van 197 landen. De Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) is verbaasd over de drastische positieve vooruitgang die Suriname krijgt over persvrijheid.“De verbazing van de SVJ wordt vergroot als achteraf wordt begrepen dat RFS geen relevante referentie heeft gebruikt om tot deze notering te komen”, zegt de SVJ in een verklaring, ondertekend door voorzitter Wilfred Leeuwin. Op de vragenlijst die een journalist voorgeschoteld heeft gekregen, konden vragen alleen met ‘ja’ en ‘nee’ worden beantwoord. “De SVJ als georganiseerde beroepsinstantie en bewaker van de persvrijheid in Suriname is nimmer hierover geconsulteerd”, staat in de verklaring.
Schouderklopje
Reagerend op het rapport, dat overigens weinig of helemaal geen informatie geeft over het journalistiek gebeuren in Suriname of de beleving van persvrijheid, moet de SVJ constateren dat gezien de genoteerde redenen voor deze drastische vooruitgang, het niets anders is dan een schouderklopje voor instanties en instituten, zoals de overheid, die eventueel een gevaar kunnen vormen voor de persvrijheid in Suriname. Als reden voor deze drastische vooruitgang wordt in het rapport aangegeven dat er zich in 2011 geen noemenswaardige schendingen van persvrijheid hebben voorgedaan en er ook geen fysiek geweld heeft plaatsgevonden tegen journalisten. “Op zich klopt dit en mogen we verheugd zijn dat ‘ook’ in 2011 geen enkele journalist vanwege zijn of haar werk is mishandeld, voor het gerecht is gedaagd of vermoord. Maar voor de SVJ is dat juist de reden waarom 2011 aangemerkt kan worden als het jaar waarin de persvrijheid wel degelijk onder druk is komen te staan. Juist in dat jaar is er verschil te merken en kan een vergelijking gemaakt worden met voorgaande jaren.
Tekening: Ad KolkmanAls de persvrijheid in Suriname met 13 posities op de ranglijst vooruit gaat ten opzichte van het jaar 2010, is het makkelijk de vraag te stellen wat het verschil is tussen beide meetmomenten. Wat is minder of meer geworden. De SVJ stelt vast dat in 2011 de communicatie tussen de overheid en de vrije media slechter is geworden. De overheid kiest er eerder voor zelf gedoceerde informatie te verstrekken aan de gemeenschap. In 2011 zijn de mediabedrijven Dagblad Suriname en het avondblad De West, waar journalisten werken, vanuit de overheid belemmerd en beknot in de uitoefening van hun werk. In 2011 is de verbale intimidatie naar journalisten toe toegenomen. Hierover zijn bij de SVJ opmerkelijk veel klachten binnengekomen van journalisten. In 2011 is door de regering een aanzet gegeven voor het instellen van een mediaraad. Hierbij moet opgemerkt worden dat de eerste en voorlaatste keer dat er sprake was van een mediaraad, het in de jaren tachtig is geweest.
Contact met RSF gezocht
De SVJ benadrukt dat de vergelijking tussen 2010 en 2011 slechts van toepassing is op de met 13 plaatsen gestegen positie over de persvrijheid in Suriname. Op geen enkele manier wordt hiermee een beoordeling gegeven over de persvrijheid in de periode 2010, die zo zijn eigen kenmerken heeft gehad. Er moet wel worden vastgesteld dat de reden die verantwoordelijk zijn voor de stijging op de ranglijst niet rëeel zijn, omdat in elk willekeurig jaar, na de militaire periode vanaf 1980 die reden consequent is gebleven en niet slechts in 2011 als een ‘mijlpaal’ kan worden aangemerkt.

De SVJ heeft contact opgenomen met het kantoor van Reporters without Borders in Parijs en wacht op een reactie van de organisatie. De hoop is uitgesproken voor een heroriëntatie van hoe het gesteld is met de persvrijheid in Suriname en dat in de toekomst deze miscommunicatie voorkomen kan worden.
[van Starnieuws, 26 januari 2012]
dinsdag 3 mei 2011
Caribische media ondervinden weinig openheid van regeringen
t voor beknotting van de persvrijheid.Dit zegt de Associatie van Caribische Mediawerkers (ACM), waar ook de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) lid van is, in een verklaring op Internationale Dag van de Persvrijheid. Deze dag wordt sinds 20 jaar herdacht. Wesley Gibbings, president van de ACM, wijst erop het thema voor dit jaar heel belangrijk is. “De 21ste eeuw brengt nieuwe media mogelijkheden, maar ook obstakels met zich mee. Vooral in het Caribisch gebied, domineert de autoritaire houding en ook de post-koloniale cultuur drukt haar stempel”.
In verschillende landen wordt geprobeerd om controle uit te oefenen op de mogelijkheden van nieuwe media. Politici dringen aan op wetgeving, waardoor media gereguleerd worden. Dit is in strijd met de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid. De ACM roept Jamaica en andere Caricomlanden op om actie te ondernemen om de beperking van de persvrijheid op te heffen door wetten over smaad en laster te schrappen.
Nagenoeg alle Caribische landen hebben te maken met gebrek aan transparantie en openbaarheid van bestuur. Er zijn geen wetten om de toegang tot informatie af te dwingen van de overheid. Er wordt weinig verantwoording afgelegd, terwijl het publiek daar recht op heeft. Journalisten hebben te weinig toegang tot informatie. Politici hebben ook de neiging om de media de schuld te geven van zaken, terwijl zij slechts de boodschappers zijn van het nieuws.
De ACM wijst erop op dat binnen de media-industrie ook belemmerende factoren zijn voor de persvrijheid. Arbeidsverhoudingen laten te wensen over. Incompetente leiding bij media zorgen voor slechte journalistieke producten. Gebrek aan professionaliteit bij journalisten is ook een bedreiging voor de persvrijheid. Veel zaken die twintig jaar geleden speelden, zijn vandaag de dag nog steeds een zorgpunt.
[uit Starnieuws, 3 mei 2011]





























