Posts tonen met het label persvrijheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label persvrijheid. Alle posts tonen

donderdag 8 mei 2014

Journalist Van Maele: 'Uitlatingen Cheung rare actie'

door Shanavon Gefferie
Noreen Cheung. Foto © dWT Archief  

Paramaribo - “Ik vind het een beetje een rare actie van haar.” Zo reageert freelance journalist Pieter Van Maele op uitlatingen van NDP-parlementariër Noreen Cheung over het interview dat hij van haar afnam voor maandblad Parbode. Cheung uitte haar misnoegen maandag in de DNA tijdens de begrotingsbehandeling. Ze maakte Van Maele uit voor 'riooljournalist'.

Het verbaast hem dat Cheung stelde niet blij te zijn met de wijze waarop het artikel is geschreven, maar inhoudelijk niet kon aangeven wat er fout aan was. "We kunnen ook niks rectificeren. Alles is geschreven zoals zij het heeft gezegd. Ik denk dat ze zich daarom zo heeft uitgelaten", zegt Van Maele. "Als er echt leugens in het artikel zaten, had ze meteen een rechtszaak gespannen."
Van Maele zou dat laatste overigens goed vinden. "Dan kunnen we aangeven dat niks in het artikel verkeerd is geschreven." Hij hoopt dat ze doorgaat, zodat Parbode haar bewijzen kan tonen. "Ik denk dat haar collega's kwaad op haar zijn en zij zo een zondebok probeert te zoeken", aldus Van Maele.

Op 1 april liet Cheung op haar Facebook-pagina weten dat ze zeer ontstemd was over het artikel. "Het verdraaien van mijn woorden, onjuiste weergave en het met opzet in een ander context plaatsen is een criminele daad van een zekere journalist van Parbode! Mensen volgen jullie mij strak komende dagen, want dit laat ik niet zo!" aldus een passage op haar Facebook-pagina.

Parbode heeft woensdag via de media een 'open brief' aan Cheung gericht. Zij wordt verzocht "publiekelijk de gedane ernstige beschuldigingen terug te nemen" en zich "in de toekomst te onthouden van het uiten van valse lasterpraatjes jegens Parbode en haar redactiemedewerkers". De originele audio van het complete interview is op de redactie van Parbode ter beschikking van alle media en andere belangstellenden.
Cheung wenst niet te reageren hierop, omdat zij alles via de procureur-generaal wil laten lopen.

 [uit de Ware Tijd, 07/05/2014]

Noreen Cheung eist rectificatie van Parbode

NDP-parlementariër Noreen Cheung eist een rectificatie van het maandblad Parbode. Tijdens haar bijdrage in het parlement eerder deze week zei Cheung naar de rechter te zullen stappen.

Armand Snijders, hoofdredacteur bij Parbode, zegt dat de redactie niet in de fout is gegaan. In een editie van Parbode is een interview van Cheung afgenomen over de Amnestiewet. Cheung vindt dat haar woorden zijn verdraaid.

In een brief aan Cheung zegt Snijders naar aanleiding van de uitlatingen in De Nationale Assemblee tijdens de vergadering van afgelopen maandag, het volgende:

“Allereerst: ik heb mij verbaasd dat u de begrotingsbehandeling gebruikt als podium om uw persoonlijk grieven naar Parbode en een Parbode-journalist toe te uiten. Uw ernstige en beledigende beschuldigingen, naar mijn mening een parlementariër onwaardig, zijn volledig misplaatst en ongefundeerd en hebben vooral naar de bewuste journalist toe veel weg van smaad. Terecht heeft Assembleevoorzitter mevrouw Simons u ten aanzien van enkele uitspraken publiekelijk op de vingers getikt.
Reeds direct na het verschijnen van het bewuste interview in de aprileditie van Parbode, heeft u via uw Facebook pagina ook al in niet mis te verstane bewoordingen blijk gegeven niet meer te staan achter datgene wat u heeft gezegd en dat de journalist van Parbode uw woorden zou hebben verdraaid.
Zoals ik u afgelopen vrijdag tijdens ons telefoongesprek heb gezegd, ben ik het, na het opnieuw beluisteren van de geluidsopname van het door u afgestane interview, op geen enkel punt met u eens. Dus ik ben niet van plan een rectificatie in Parbode op te nemen, zoals u heeft geëist. Eenvoudigweg omdat er niets te rectificeren valt: alle citaten van u in Parbode zijn door u letterlijk gedaan en staan ook op band.
Dat u achteraf spijt heeft van wat u heeft gezegd, en dat wellicht in uw naaste omgeving er mensen zijn die daar niet zo gelukkig mee waren, is niet onze verantwoordelijkheid. Om vervolgens een lastercampagne tegen Parbode te beginnen, is op z’n zachtst gezegd ongepast. In al die weken dat u op Parbode en de bewuste journalist uw gifpijlen heeft afgeschoten, heeft u uw beschuldigingen op geen enkele wijze onderbouwd, laat staan een voorbeeld of voorbeelden aangedragen van welke uitspraken we zouden hebben verdraaid.

Ik verzoek u publiekelijk de gedane ernstige beschuldigingen terug te nemen en u in de toekomst te onthouden van het uiten van valse lasterpraatjes jegens Parbode en haar redactiemedewerkers. Ik dring er verder bij u op aan om toch vooral en liefst zo snel mogelijk de procureur-generaal te vragen een ‘diepgaand onderzoek’ in te stellen naar Parbode en de medewerkers, zoals u dat maandag zelf stelde. Wij zien de uitkomst daarvan met alle vertrouwen tegemoet.
De originele audio van het complete interview is vanaf heden op de redactie van Parbode ter beschikking van alle media en andere belangstellenden, zodat zij zelf een mening kunnen vormen of uw beschuldigingen hout snijden of niet.
Tot slot: Parbode is een Surinaams maandblad met een redactie in Paramaribo die vrijwel volledig bestaat uit Surinaamse journalisten of journalisten die al jaren hier wonen en Suriname als hun thuisland beschouwen. Dat is u ook bekend; daarom begrijp ik niet dat u De Nationale Assemblee valselijk voorhield dat het om een buitenlands blad zou gaan”.

[van GFC Nieuws, 7 mei 2014]


dinsdag 6 mei 2014

Suriname sterkste regionale daler persvrijheidslijst

De burelen van het dagblad De West.
Foto @ Michiel van Kempen
De gerenommeerde internationale persvrijheidswaakhond Freedom House heeft in zijn gisteren uitgebrachte rapport, waarin een internationale persvrijheidslijst is verwerkt, expliciet aangetoond dat Suriname dit jaar de sterkste daler in de Amerika’s is. Ons land behaalde vorig jaar nog een score van 24 punten, maar is in het Freedom of the Press 2014 verslag nu scherp gedaald naar 28 punten. Vooralsnog behoudt Suriname nog de status ‘Free’, staat ons land mondiaal bezien van de 197 naties op een gedeelde 53e plaats en in de regio van de 35 landen op plek 15.

[uit De West, 02-05-2014]

zaterdag 22 februari 2014

Venezolaanse president dreigt CNN land uit te zetten

De Venezolaanse president Nicolas Maduro heeft donderdag gedreigd journalisten van CNN het land uit te zetten. Hij vindt dat de nieuwszender de dodelijke protesten niet correct verslaat en eist rectificatie.

 
Protesten in Venezuela. Foto AFP
Massaprotesten in Caracas liepen vorige week uit de hand. In totaal kwamen zeker vijf mensen om het leven. De regering van de socialistische Maduro houdt de oppositie verantwoordelijk voor het geweld.
CNN was de enige zender die persconferenties van de oppositie live uitzond. Maduro zei op de staattelevisie dat hij de verantwoordelijke minister gevraagd heeft het administratieve proces te starten om de medewerkers van CNN het land uit te zetten, als ze niet rectificeren. ”Genoeg. Ik accepteer geen oorlogspropaganda tegen Venezuela”, aldus Maduro.

CNN heeft laten weten nog geen officiële reactie te hebben op de uitspraken van Maduro.

[uit De West, 22 februari 2014]

dinsdag 21 januari 2014

RSF blij met vorderingen onderzoek moord Haïtiaanse journalist

door Ivan Cairo

 Paramaribo - De organisatie Journalisten Zonder Grenzen (RSF) zegt zeer ingenomen te zijn met de justitiële aanklacht tegen negen verdachten in het onderzoek naar de moord op de Haitiaanse journalist en directeur-eigenaar van Radio Haiti Inter, Jean Dominique. Hij kwam in april 2000 samen met de bewaker van zijn radiostation om het leven bij een moordaanslag.

De in 2000 vermoorde directeur-eigenaar van Radio Haïti
 Inter en journalist, Jean Dominique. 
Foto: rapadoo.com

Vrijdag deponeerde een onderzoeksrechter zijn strafdossier bij het gerechtshof op Haiti. In het dossier komt naar voren dat voormalig president Jean-Bertrand Aristide opdracht had gegeven tot de moord op Dominique. De uiteindelijke opdracht zou zijn gegeven door een van zijn naaste medewerkers en senator destijds Myrlande Pavert.

RSF zegt met gemengde gevoelens het bericht over de instaatvanbeschuldigingstelling tegen de negen verdachten te hebben ontvangen. "We verwelkomen deze belangrijke stap, een die evenwel onverwacht kwam na zoveel jaren van stilstand en straffeloosheid in een zaak die door zeven opeenvolgende onderzoeksrechters werd onderzocht", stelt de persvrijheidswaakhond.

Het strafonderzoek werd op 8 mei 2013 heropend toen Aristide als getuige werd gehoord. RSF is van mening dat nu grondig moet worden nagegaan wie waarvoor verantwoordelijk was bij deze moord. "De waarheid moet eindelijk boven tafel, 14 jaar na de moord op Dominique", zegt RSF. Evenals andere journalistenorganisaties vindt RSF dat er alles aan gedaan moet worden om de ex-senator en hoofdverdachte op Haiti te berechten. Ze woont momenteel in de VS. RSF hoopt dat Washington zal meewerken aan haar uitlevering aan Haiti.

[uit de Ware Tijd, 20/01/2014]


dinsdag 17 december 2013

Politieke geboorte


door Giwani Zeggen.

Met het stopzetten van het Jeugdjournaal is het weer eens duidelijk geworden. Persvrijheid is in Suriname geen vanzelfsprekendheid. Alleen jammer dat Shirley de zwarte piet in de handen duwt van de ‘arme’ heren van de uitzending. Sowieso niet chic om je als leidinggevende te verschuilen achter je personeel. Maar iedereen die ooit bij de televisie heeft gewerkt, weet dat geen enkele uitzendregisseur op eigen houtje ertoe overgaat een programma, en vooral niet een nieuwsprogramma, stop te zetten.

R.R. Venetiaan als scout

Nog erger dan de censuur zelf, vond ik de selectieve verontwaardiging van het Nieuw Front.  Ze waren er als de kippen bij om in een persbericht hun afkeuring over de zaak uit te spreken. Maar van censuur is er niet alleen sprake als een item over de decembermoorden uit de ether wordt gehaald NPS, VHP, SPA en DA91. Dat is, Chan, Greg, Guno en Winston, wat we noemen: politiek bedrijven met persvrijheid, het leed van de natie in het algemeen en de nabestaanden in het bijzonder. Veel erger dan de censuur zelf. Het is misselijkmakend! 'Hypocriet' is het juiste woord in deze.

Of zijn jullie het vergeten? Toen onder president Venetiaan een uitzending van Suriname Vandaag over Taiwan niet door mocht gaan. Eigenhandig door de ex-president de nek omgedraaid. Of toen Henry Strijk, de censor van het Nieuw Front bij de STVS, een uitzending van Suriname Vandaag over de interne perikelen bij de VHP dwarsboomde. In beide gevallen keken jullie de andere kant op en deden alsof er niks was gebeurd. Was dat geen censuur? Stonden toen het recht op persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting niet op het spel?

Henry Strijk

Bij het Nieuw Front hebben ze waarschijnlijk twee maatlinten. Een voor het Front en een maatlint voor de rest. Toen Dino werd aangehouden in de Verenigde Staten was er nog diezelfde avond een verklaring. Men sprak er schande van, en terecht! President Bouterse moest naar het parlement komen en er gingen zelfs stemmen op dat hij moest aftreden. Ook daar is iets voor te zeggen. Suriname is immers internationaal te schande gezet. Maar nu de zoon van NPS-parlementariër Hesdy Pigot is gearresteerd bleef het weer stil. Geen verklaring. Geen oproep aan Hesdy om af te treden.

Volgens Shailendra Girjasingh heeft de vader nu niets te maken met de handelingen van zijn zoon. Gelukkig dat Hesdy dat zelf toch iets anders ziet en zijn excuses heeft aangeboden voor het handelen van zijn nageslacht. Diep respect daarvoor. Zoals het een vader betaamt. We krijgen ook nog een verontschuldiging van Diguan zelf. Dat heeft Hesdy ons beloofd. Graag! Want Diguan liet zich alle lof toezwaaien toen het goed ging, dus we verdienen nu op z'n minst ook een welgemeend 'sorry'. Chinyere, ach, ik neem het haar niet kwalijk dat ze heeft gereageerd zoals ze heeft gedaan. Het is haar broer.

Ik heb me overigens altijd gevraagd waarom Hesdy coûte que coûte parlementariër wilde worden. Het had hem en zijn familie een hoop leed bespaard. Het maakt natuurlijk een verschil uit dat Diguan nu zoon is van een volksvertegenwoordiger. De fraude had ook makkelijk vorig jaar, toen Diguan gegrepen werd door bigi ai, aan het licht kunnen komen.  Dan had Hesdy het DNA-stokje waarschijnlijk doorgegeven aan Ruth Renfrum. Maar toeval bestaat niet. Het heeft zo moeten zijn. Dat Hesdy lid zou worden van het hoogste college van Staat en dat zijn zoon, topzwemmer in de VS, opgepakt zou worden.
Giwani Zeggen

Maar nu ligt daar een unieke kans voor Hesdy. Indachtig zijn maidenspeech over "normen en waarden". Om af te treden en zijn zetel terug te geven aan het volk. Daarmee stelt hij een voorbeeld voor alle politici die in een zelfde positie verkeren, zoals de president, of ooit daarin terechtkomen. Met de 'dood' van de politicus Pigot zal in dat geval de nieuwe Surinaamse politicus geboren worden. Een politicus met normen en waarden. In amper één maand zal parlementariër Pigot dan hebben bewerkstelligd wat collega's in geen zestig jaar is gelukt. Diguan zullen we in dat geval eeuwig dankbaar zijn dat hij ooit heeft gestolen.

giwani@hotmail.com  

[uit de Ware Tijd, 16/12/2013] 

donderdag 12 december 2013

Persvrijheid, censuur en redactionele verantwoording

door Wilfred Leeuwin

Wilfred Leeuwin
Toen op dinsdagavond om 10 minuten over 7 de uitzending van het Jeugdjournaal werd beëindigd, had ik als journalist een bevredigend gevoel. Een journalistieke blunder en misstap was op een volwassen, verantwoorde en door de daarvoor aangewezen personen en instanties op een juiste manier aangepakt, opgelost en wat mij betreft afgesloten. De nasleep van het voorval dreigt evenwel een politiek geharrewar te worden, waarbij onjuiste accenten en foutieve uitleg over, persvrijheid, censuur en redactionele verantwoording, de boventoon dreigen te voeren. 

Censuur en persvrijheid 
Censuur is per definitie geen onvriendelijk woord en houdt in, controle uitoefenen op, in dit geval wat wel of niet als publicatie mag worden vrijgegeven. In de journalistiek hebben censuur en het recht op vrije meningsuiting/persvrijheid een hechte relatie met elkaar. Persvrijheid garandeert elk individu het recht, nieuws en informatie te verzamelen, ideeën te verwoorden en die middels beeld, geschrift, gesproken tekst en andere vormen van media, te publiceren. Censuur of beter gezegd controle hierop is de verantwoordelijkheid bij de beleving van het recht op vrije meningsuiting. Juist om in die beleving geen andere rechten, zoals ‘privacy’ en het aantasten van de goede naam van derden te beschadigen. 


De controle krijgt een tegenovergestelde en negatieve betekenis in het woord censuur wanneer de brenger van het nieuws de feiten verdraait, verzwijgt en verkleurt. Dit wordt zelfcensuur genoemd. Wanneer vanuit de overheid de publicatie van het nieuws, bij welk medium dan ook, belet, de feiten verdraaid of ongedaan maakt, is er sprake van opgelegd cesuur. Overigens moet met klem worden benadrukt dat het geenszins de taak is van de overheid controle uit te oefenen op het nieuws, ook niet bij de staatsmedia. Zelfcensuur vindt vrijwel dagelijks plaats bij de verschillende media.

Voor wat betreft (opgelegd) censuur, zijn er tal van voorbeelden, maar verwijs ik hier bewust naar slechts drie gepleegd door de ene en dezelfde overheid, uit twee verschillende regeerperioden, zo u wilt dezelfde overheid met twee verschillende gezichten. Het eerste is in de jaren tachtig, tijdens en na de staatsgreep en de daarop volgende militaire periode toen censoren op de verschillende nieuwsredacties werden geplaatst om het nieuws te controleren, voordat het werd gepubliceerd. In die periode zijn mediabedrijven ook gesloten en letterlijk weggeschoten. Het tweede voorbeeld is toen op 10 mei 2007 een uitzending van het programma Suriname Vandaag, ook door dezelfde overheid, maar nu met een andere politieke geaardheid uit de uitzending werd gehaald. Dit programma onderging hetzelfde lot in 2009. In alle drie gevallen is sprake geweest van censuur door de overheid, omdat niet haar belang werd gediend. Benadrukt moet worden dat het politieke belang, zeker dat van een zittende regering niet hetzelfde is als het algemeen belang. In een democratie is het slechts aan de rechter toebedeeld uit te maken wiens en welk belang of recht zou zijn geschaad. Deze voorbeelden zijn voor de journalistiek afgrijselijke dieptepunten, die internationaal ook als zodanig staan opgetekend.
Het STVS 10-minuten Jeugdjournaal

Afgaand op het moment en de omstandigheden waarop op maandag 9 december een uitzending van het Jeugdjournaal via de STVS uit de ether is gehaald, mag worden geconcludeerd en aangenomen dat op dat moment, wat de reden ook mag zijn geweest en wie dat ook zou hebben gedaan, er sprake is geweest van censuur door de STVS. Om de discussie gezond te houden is belangrijk daar niet bij stil te blijven staan. Het is juist het vervolg traject in deze kwestie die maakt dat achteraf, na hoor- en wederhoor en de acties die zijn ondernomen door de STVS en het Jeugdjournaal, er van censuur totaal geen sprake is en kan zijn geweest, maar een incident. Censuur wordt alleen opgelegd door een overheid, een gezagvoerder of aangewezen persoon of instantie. Door iemand die daarvoor de verantwoordelijkheid draagt.

In het onderhavige geval is de vermeende of in eerste instantie opgelegde censuur genomen door een onbevoegde medewerker bij de STVS. De verantwoordelijken bij de STVS, in dit geval zeker twee personen (Shirley Lackin als lid van het managementteam belast met de dagelijkse leiding bij de STVS en Borger Breeveld, lid van het managementteam), hebben in overduidelijke taal niet alleen deze handeling betreurd, afgekeurd en verworpen en zich verontschuldigd, maar is ook aan het Jeugdjournaal de gelegenheid gegeven het programma alsnog zonder inmenging van de STVS, in zijn geheel uit te zenden. Het Jeugdjournaal heeft niet alleen de gelegenheid gekregen dit te doen, maar heeft zelfs de ruimte gekregen haar doelgroep (kinderen) omstandig uit te leggen wat zich heeft voorgedaan. Sterker nog, in die uitzending is aan de doelgroep/kijkers een wat mij betreft goed item gepresenteerd over het onderwerp censuur. Lackin is ook nog in datzelfde programma in beeld verschenen om aan te geven dat de gepleegde censuur/ handeling nooit had mogen plaatsvinden.



Verantwoordelijkheid 
Lackin heeft uitgelegd dat alle programma’s die worden aangeboden, worden gescreend en bekeken om na te gaan of die geschikt zijn voor de uitzending. In de journalistiek is dit een normaal gegeven. Op alle redacties is dit de taak van de hoofdredacteur die de journalistieke verantwoordelijkheid draagt binnen het medium er op toe te zien dat het aangeboden programma, ingezonden artikel of ingesproken bericht, beantwoordt aan niet alleen de rechten van artikel 19 van de grondwet (het recht op vrije meningsuiting ) maar ook de plichten. Dit heeft niets te maken met censuur en het beknotten van de persvrijheid. Ook aan de redactie waar ik mijn journalistiek beroep uitoefen, worden artikelen aangeboden. Sommige doorstaan de journalistieke criteria, bij andere wordt de aanbieder aangegeven dat het stuk door de beugel kan mits hij enkele aanpassingen pleegt, terwijl sommige aanbieders met een nette maar kordate brief worden bedankt voor het opsturen van het stuk naar onze redactie, maar dat het niet geplaatst kan worden, omdat het niet voldoet aan de voorwaarden.

Gebruikmakend van het recht op vrije meningsuiting lijkt het mij een gezonde zaak dat de publieke opinie, rond censuur, persvrijheid en de redactionele verantwoordelijkheid, zich blijft ontwikkelen met positieve, rationele en vooral goed onderbouwde stellingen, zonder dat de begrippen bewust of onbewust uit hun context worden gehaald of een foutieve betekenis aan wordt opgehangen.

Wilfred Leeuwin is journalist.

[van Starnieuws, 11 december 2013]

P.s. Belangwekkend onderwerp. Maar zou de heer Leeuwin voortaan een journalistieke toon kunnen hanteren in plaats van deze quasi-juridische krullendraaierij – red. CU. Voor diegenen die de context niet kennen, even een toelichting:

In de uitzending van dinsdag was een kort stukje te zien van de herdenkingsdienst voor de slachtoffers van de Decembermoorden die maandag uitgezonden had moeten worden. Verder werd uitgelegd wat censuur is waarom dat niet goed is. Direct na de aankondiging van het item over de Decembermoorden was de uitzending gestaakt. Dit leidde tot verbazing en verontwaardiging bij de makers en veel Surinamers. De Surinaamse Vereniging van Journalisten sprak van censuur.

dinsdag 10 september 2013

Ex-minister Abrahams naar rechter om artikel in Parbode

Paramaribo, 5 sep – Ex-minister Ramon Abrahams heeft via zijn raadsman Irvin Kanhai een rectificatie geëist van het Surinaamse maandblad Parbode. Abrahams is niet te spreken over het artikel ‘De affaire Abrahams. Stelen in de politiek loont‘ dat in de augustus editie van het blad verscheen. Volgens Kanhai worden in het artikel, zonder verder bewijs, beweringen gedaan en beschuldigingen geuit die schadelijk zijn voor zijn cliënt.

Na het ontslag van Ramon Abrahams als minister van Openbare Werken ging Parbode op onderzoek uit en schreef hoofdredacteur Armand Snijders hoe Abrahams zich heeft verrijkt tijdens zijn functie. Snijders zegt hierover aan Starnieuws: “Wij hebben veel anonieme bronnen gebruikt. Mensen durven niet te praten uit represaille. We kunnen onze bronnen ook niet prijsgeven. Voor ons is het een testcase hoe de rechter ermee om zal gaan. Het gaat om klokkenluiders”.
De zaak wordt op 3 oktober bij de rechter behandeld. Intussen kunt u het uitgebreide artikel hier terug lezen: De affaire Abrahams. Stelen in de politiek loont.


[Waterkant, donderdag 5 september 2013] 

zondag 1 september 2013

Dagblad de Ware Tijd wil een boek verbieden


door Jaap Hoogendam


Boekhandel Vaco en onze uitgeverij hebben een deurwaarder op bezoek gehad met een advocatenbrief waarin dWT en hoofdredacteur Meredith Helstone ons commanderen een boek uit de handel te halen en waarin ze aankondigen naar de rechter te gaan. Zeer opmerkelijk dat een krant de vrijheid van drukpers wil aantasten. Wat is er aan de hand ? In de pas verschenen derde druk van de reisgids voor Suriname Buitenkansjes schreef ik op pagina 22 het volgende stukje over Surinaamse kranten :

"Er zijn vier kranten, namelijk de drie ochtendbladen Times of Suriname, de Ware Tijd en Dagblad Suriname en de avondkrant De West. Er is persvrijheid, maar die wordt niet optimaal gebruikt. De Times is van een Surinaamse Berlusconi, die de krant gebruikt als kruiwagen voor zijn bedrijven. Hij steunt de NDP van Bouterse omdat hij daar voordeel van heeft. De Ware Tijd is ook een Bouterse blaadje. Als hoofdredacteur Meredith Helstone de president ontmoet begint ze spontaan te kwispelen, zoals bleek uit haar grote interview met hem. De West is wat onafhankelijkheid betreft de beste krant van Suriname. Ze nemen het trouwens geen van allen nauw met copyright, want er wordt schaamteloos gejat van journalisten, wereldwijd. Dat Surinaamse journalisten het niet voor hun collega’s opnemen! Platleggen die bladen. Sinds Bouterse wordt veel geld besteed aan Overheidsvoorlichting, redactioneel opgenomen in de Times en de Ware Tijd, duidelijker kan het toch niet ?"

Niks mis mee, zie mijn antwoord aan hun advocaat :

Het interview van Helstone met Bouterse (als bestand bijgevoegd) vond ik eenzijdig en naïef. Er was gezien het verleden meer aan hem te vragen. Ik heb het woord ‘kruiperig’ (want dat was het) overwogen, maar vond dat te negatief en koos voor ‘kwispelen’, een niet beledigende omschrijving, die valt onder de noemer ‘vrijheid van meningsuiting’, goed verankerd in de Surinaamse grondwet. Als een ondergeschikte van de Ware Tijd dit interview had gepubliceerd, was ik er minder over gevallen. Een hoofdredacteur zet de koers uit.



‘Bouterse blaadje’? Ik wijs op het katern de Overheid in dWT. Zoiets hoort niet in een onafhankelijke krant thuis. Het is staatspropaganda, leest u de reisgids op pagina’s 22 en 23 (als bestand bijgevoegd) over de ernstige gevolgen. Het katern zal voor de krant lucratief zijn en wellicht opgedrongen door de eigenaar te Canada, maar de redactie had haar poot stijf moeten houden. Journalisten met een beetje zelfrespect dulden geen overheidspropaganda in hun krant. Als het er nou uitzag als een Blokker reclameblaadje (ook dat kan niet, maar het onderscheid is tenminste duidelijk). Niet dus, het is in dezelfde stijl als de krant en het is redactioneel ingevoegd. Zie de edities waarin op de voorpagina verwezen wordt naar artikelen in de Overheid. Ten tweede staan medewerkers van het katern bij dWT op de loonlijst en ten derde wijs ik op de zinsnede in het colofon van de Overheid: “Deze uitgave maakt deel uit van de verschillende media die de regering inzet ….”. DWT wordt dus door de regering ingezet? Lees ik dat goed? Hoe ontluisterend! Daarom noem ik het een ‘Bouterse blaadje’, en ik handhaaf die tekst.

Ik schreef over het ‘schaamteloos jatten van journalisten’. Ook die tekst handhaaf ik, want over het schenden van copyright door dWT hebben we mails van woedende journalisten. Het gaat over artikelen die van het internet gekopieerd worden. Over dat de naam van de journalist wordt weggelaten, in de hoop dat ze het niet opmerken. Over dat e-mails van de betreffende journalisten door dWT niet beantwoord worden en facturen niet betaald. Maar ook over dat er weinig aan te doen is, gezien de trage rechtsgang in Suriname en dat dWT daarom ongestraft door gaat.

Verkoopster van de Ware Tijd aan het Onafhankelijkheidsplein. Foto Luzmila Samson


Volgens mij 

……is het beter dat dWT de band met de Overheid doorsnijdt. Men moet zich niet laten ‘inzetten’ door Bouterse, ook niet door toekomstige regeringen. Het kan principieel niet, iedereen weet dat. Bovendien kost het veel lezers. Ik hoorde dat de oplage van dWT gehalveerd is tot een schamele 15 duizend. De trouwe lezers vanuit de oppositie haken kennelijk af. Ik zie Bouterse als een slimme man. Voor een zak centen accepteert dWT een doodskus, waarna de krant de nek omgedraaid wordt. Ik verwacht een neerwaartse spiraal, want ook adverteerders gaan overstappen naar de Times met haar (beweerde) oplage van 38 duizend.

…...is het beter dat u stopt met de vele advertorials en gesponsorde pagina’s. Ook lucratief, maar u kunt over hen niet meer vrijuit schrijven.  

…...is het beter te stoppen met het kopiëren van artikelen. Het is diefstal en het belemmert de ontwikkeling van de Surinaamse journalistiek.

Ter voorbereiding op de rechtszaak vroeg ik de topman van een grote Persgroep in Vlaanderen en Nederland, waarvan u wekelijks ongeveer 25 artikelen kopieert, om commentaar. Zijn antwoord: “over het gebruik van onze journalistiek in De Ware Tijd kan ik een kort en krachtig antwoord geven: van toestemming om onze artikelen en foto's te gebruiken is geen enkele sprake. Sterker, we zijn juist bezig onze auteursrechten te beschermen door dergelijke praktijken op te sporen”.

Er verandert geen letter in de reisgids, want het is helder en hoeft geen verdere uitleg. Daar had ik het liever bij gelaten, maar voor de rechter moet ik me verweren. Bij deze. Van de reisgids zijn ruim 10.000 exemplaren verkocht. De derde druk is net uit en loopt hard. In 2015 komt de vierde druk uit, dan bekijk ik alles opnieuw. Mensen die zich aan vrijmoedige teksten storen, adviseer ik het niet te kopen. Er zijn nog 4 reisgidsen over Suriname. Koop die, zo simpel is het.

Paramaribo, 28 augustus 2013, Jaap Hoogendam

vrijdag 29 maart 2013

Artistieke vrijheid niet zonder grenzen

door Ginny Roos en Donovan Mijnals

“Ik denk dat er grenzen zijn, rekening houdend met ethische normen binnen een samenleving”, vindt Carl Breeveld van de éénmansfractie DOE. Net als de politicus delen ook korpschef Humphrey Tjin Liep Shie en de Schrijvergroep ’77 het standpunt dat de expressie van artiesten, zij het in muziek of poëzie, altijd verantwoord moet geschieden.

Reinforcement hield op 23 februari een reünieshow. Djoeka Lawtje werd van het podium gehaald vanwege het gebruik van ongepaste taal. Dit riep de brandende vraag op: in hoeverre bestaat artistieke vrijheid?
 Foto © Irvin Ngariman

Het van het podium verwijderen van Djoeka Lawtje tijdens de reünie van Reinforcement op 23 februari heeft heel wat stof doen opwaaien. Is de artistieke vrijheid grenzeloos?
"Het is niet aanvaardbaar als onder het mom van artistieke expressie personen of groepen worden beklad of dat er tot haat of discriminatie wordt opgeroepen." Breeveld ziet graag dat artiesten meer handelen op basis van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. "Sprekend in een openbare vergadering in De Nationale Assemblée genieten de leden immuniteit. Tóch is het maatschappelijk onacceptabel als daar allerlei groffe, opruiende of racistische taal zou worden gebruikt." Volgens de parlementariër zou zelfcensuur moeten worden toegepast. Dit neemt niets weg van de kunst, maar getuigt juist van verantwoordelijk gedrag.
Zoals gebruikelijk is de politie aanwezig bij shows. Zij kunnen besluiten om een optreden stop te zetten, zoals ze dat bij Djoeka Lawtje hebben gedaan.

"Het komt voor dat sommige artiesten het controversiële opzoeken, omdat dat verkoopt of stoer overkomt. Vloeken en het stimuleren van destructief gedrag is onacceptabel." Hij heeft daarom een oplossing om gevallen als van Djoeka Lawtje tijdens de Reinforcement-reünie te voorkomen: "Ik denk dat er een organisatie van artiesten nodig is, die een 'code of conduct' moet vaststellen." De morele gedragsregels zouden volgens de politicus in samenwerking met andere belangrijke actoren binnen de samenleving moeten worden bepaald. "Dit is belangrijk bij optredens van artiesten voor het grotere publiek en in het bijzonder waar jongeren en kinderen aanwezig zijn. Hierdoor kan optreden door de politie worden voorkomen. De politie is er immers om de openbare orde en veiligheid te garanderen."
Ismene Krishnadath wijst op een goed boek

Literair functioneel
Een 'code of conduct' werd overigens al gehanteerd door Schrijversgroep '77. "Aanvankelijk gaven wij als instructie dat er geen liederlijke taal en beledigingen gebezigd mochten worden", zegt voorzitter Ismene Krishnadath bedachtzaam. Die regel stuitte echter op kritiek van binnen de organisatie zelf. Immers is een schrijversgroep bij uitstek de plaats waar vrijheid in de taal zo breed mogelijk beleefd moet worden. Nadat die kritiek werd geuit, kwam de groep tot de conclusie dat buitensporig taalgebruik wel geoorloofd is, mits het 'literair functioneel' is. Krishnadath zet haar verhaal even 'on hold'. Alsof ze haar woorden wil laten bezinken voordat ze verder uitlegt. "Als je een karakter in een tekst iets wilt laten zeggen, kun je niet om bepaald woordgebruik heen." Op die manier kan het volgens de schrijfster juist de bedoeling van de artiest zijn om een statement te maken.

Toch behoort volgens haar niet zomaar alles onder de noemer 'literair functioneel' geplaatst te worden. Als iemand buiten zijn teksten om zomaar op het podium staat uit te schelden, dan is dat volgens de voorzitter in strijd met de sociale orde. "Ik ken de wet op dit stuk niet zo goed, maar ik weet wel dat je niet beledigend mag zijn", stelt ze. Maar ook bij de evenementorganisaties moet bekend zijn welk vlees ze in de kuip hebben bij hun activiteiten. En op basis daarvan moet vooraf regulerend opgetreden worden, vindt Krishnadath. "Stel een leeftijdsgrens vast", oppert ze. Echter zijn ook de happenings van de schrijversgroep zonder restricties voor eenieder toegankelijk. Daarmee geconfronteerd denkt ze hoorbaar diep na. De uitkomst is echter wel aannemelijk: "We kennen ons publiek. Onze bijeenkomsten worden overwegend door ouderen bezocht. Kinderen komen alleen op speciale gelegenheden."

Asociaal
Het gebruik van krachttermen op het podium waar massa's van jongeren aanwezig zijn staat volgens Breeveld vooral op gespannen voet met opvoedkundige principes. "De clips van 50 Cent, Nelly en dergelijke artiesten laten zien hoe 'gangsters' zijn. Er is geen respect voor anderen en er zijn jongeren die zich graag identificeren met deze artiesten. Dit bevordert a-sociaal gedrag waar we als samenleving als geheel de wrange vruchten van (zullen) plukken." In de muziekindustrie staat achter de titels van bepaalde liedjes 'explicit'  in een rood kader, wat aangeeft dat sommige woorden in de tekst grof, kwetsend of aanstootgevend kunnen zijn. "Deze maatregelen vloeien ook voort uit maatschappelijk verantwoord gedrag, dat steeds aan de basis moet staan van een gezonde samenleving."
Korpschef Humphrey Tjin Liep Shie

Orde en rust
Korpschef Humphrey Tjin Liep Shie bekijkt de situatie vanuit zijn ambt. "In mijn optiek is artistieke vrijheid het recht van de artiest om zich vrijelijk te uiten binnen de grenzen van wat wettelijk toegestaan en maatschappelijk aanvaardbaar is." Echter resulteert deze vrijheid soms in gebruik van krachttermen in het bijzijn van kinderen, het uiten van ernstige beledigingen of oproepen tot rassenhaat die de maatschappelijke orde en rust ernstig kunnen verstoren."De politie zal in twijfelgevallen liever moeten afzien van ingrijpen, maar wanneer zich overduidelijke gevallen voordoen zal moeten worden opgetreden."
Toch zal dat niet impulsief geschieden; "Bij een optreden waar veel publiek aanwezig is zal optreden zorgvuldig moeten worden afgewogen- immers een escalatie kan gevolgen hebben die niet te overzien zijn." Tjin Liep Shie geeft aan dat eventueel het opmaken van proces-verbaal tegen de artiest zou kunnen worden overwogen. "Overigens kan het achteraf een discussie opleveren welke woorden als krachttermen (of liederlijke taal, zoals de wet deze noemt) moeten worden beschouwd. De perceptie over de woorden die als liederlijke taal moeten worden beschouwd, verandert met de tijdgeest." Concluderend stelt de korpschef dat "zoveel mogelijk de artistieke vrijheid gerespecteerd moet worden en slechts in extreme gevallen politieoptreden moet plaatsvinden."

Aanpassen
Ook is interessant te weten wat een artiest zelf denkt over vrijheid en zelfcensuur op het podium. Van rapper en ondernemer Crazy-G is bekend dat hij geen blad voor de mond neemt als hij zijn mening moet ventileren. "Maar ik scheld niet zo gauw uit en zou geen krachttermen gebruiken bij een show waar kinderen zijn", stelt hij. Direct daarop aansluitend vindt de artiest dat hij niet het recht heeft voor een ander te bepalen hoe die zijn show draait. Als individu moet je zelf je grenzen weten te bepalen.
"Maar je moet je ook aanpassen aan je publiek. Efu yu syi taki na wan lo fayaman yu no kan go taki lief", klinkt het relativerend. Ook Crazy-G vindt dat de organisatie verantwoordelijk moet worden gehouden voor hetgeen ze presenteren: zij moeten de artiesten screenen en weten wie ze binnenhalen. "Want dat bepaalt het karakter van een show. Mensen moeten een keus hebben", beoordeelt hij indringend. En dat zou ook tot de rol van de organisatie moeten behoren: het publiek informeren welke show ze voorbereiden en daar restricties op leggen.
Een seksshow in Suriname

Verklaring
Ter illustratie noemt de artiest een fenomeen dat de laatste tijd de kop opsteekt. "Over de seksshows die de laatste tijd worden gegeven, hoor je toch ook niks?" Een retorische vraag. Er is inderdaad opvallend weinig ophef rondom dat relatief nieuwe verschijnsel waarin onder meer mannelijke en vrouwelijke strippers zich van hun beste zijde tonen. Maar die stilte heeft volgens de rapper een logische verklaring. Gegadigden weten vooraf wat voor soort show het is en niet eenieder komt zomaar binnen. "En als ik mijn huiswerk heb gedaan, dan vind ik als organisatie niet dat de politie kan bepalen hoe mijn show eruit moet zien. Trouwens de politie praat zelf ook met krachttermen, hoe kunnen ze dan verwachten dat de gewone man dat niet doet", kan hij niet nalaten op te merken.

[uit de Ware Tijd, 16/03/2013]

woensdag 13 juni 2012

Angelie Sens verlaat Persmuseum

[uit interview in BladSpiegel, de nieuwe, digitaleuitgave voor vrienden van het Persmuseum:]
Angelie Sens. Foto © Henk Schaaf.

Angelie Sens is van huis uit historica, gespecialiseerd in de achttiende eeuw – geen kunsthistorica dus. “Maar bij mijn onderzoek naar de achttiende eeuw kwam ik al regelmatig pershistorische onderwerpen tegen. De persgeschiedenis en de koloniën en slavernij, dat waren de zaken waar ik al het meest in geïnteresseerd was.”

Als onderzoeker bij het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis kwam zij in 1998 op projectbasis bij het Persmuseum. Daar werd zij al snel de rechterhand van toenmalig directeur Mariëtte Wolf. Toen Wolf in 2002 opstapte, werd Sens gevraagd als interim haar plaats in te nemen; per 1 januari 2003 werd zij defi nitief directeur.


Geen plan
“Het was wel meteen een uitdagend begin,” weet Sens nog. “We zaten net in deze nieuwe vestiging in het IISG. Van een staf was nog geen sprake. Er was een medewerker voor educatie, maar die was ernstig ziek. Er was geen educatief programma en geen tentoonstellingsplan.

Ik moest daar iets van maken, met heel weinig fi nanciële armslag.” “Maar we konden een nieuwe medewerker voor de collecties aantrekken, Niels Beugeling, en een voor educatie en publiciteit, Anouk Custers. Dat team heeft bijna tien jaar hard gewerkt om dit Persmuseum met prachtige programma’s en tentoonstellingen op te bouwen. Anouk is vorig jaar weggegaan, Niels is er nog steeds.” “Ja,” blikt Angelie Sens tevreden terug, “de naam van het Persmuseum vestigen, dat is wel gelukt.” Haar belangrijkste persoonlijk inbreng was het koppelen van de koloniale en slavernijgeschiedenis aan de persgeschiedenis – altijd haar hartstocht gebleven. Het documenteren van de Surinaamse pers was daar een belangrijk onderdeel van.

[Lees hier het hele interview.]

donderdag 3 mei 2012

Nay: Bedreigingen op staatsmedia, teken aan de wand

Ambassadeur John Nay van de Verenigde Staten van Amerika heeft bij de herdenking van de internationale Dag van de Persvrijheid gezegd niet te geloven dat het, het beleid is van de regering om bedreigingen te laten uiten aan het adres van journalisten. “Maar wanneer een overheidsfunctionaris bedreigingen uit op de staatsradio en televisie is dat een teken aan de wand, een waarschuwing voor iedereen”, zei Nay vandaag op de Amerikaanse ambassade.

De diplomaat zegt dat dit soort uitingen automatisch leiden tot vrees dat de slechte dagen van toen zich wederom herhalen. Nay wijst er op dat een overheidsfunctionaris zich nooit op persoonlijke titel kan uitdrukken. “Omdat hij gezien wordt als de vertegenwoordiger die namens de president het woord voert. Dit soort gedragingen en uitingen zijn niet alleen schandelijk voor de regering, maar zal ertoe leiden dat onverantwoordelijke burgers denken dat zij hetzelfde mogen doen en anderen mogen bedreigen”, stelt Nay.

Waakzaam zijn
De ambassadeur zegt dat als er in Suriname nu weer iets gewelddadigs zal gebeuren dat een verschrikkelijke deuk zal zijn op de persvrijheid. “Maar ook op de reputatie van de regering en die van de president, in Suriname maar ook in het buitenland”, zegt Nay. Hij merkt op dat overheid en samenleving waakzaam moeten zijn en zich moeten inzetten dit universeel recht te beschermen. “We hebben het echt niet alleen over fysieke bedreigingen, opsluiten van mensen en censuur”, zegt Nay. Volgens hem is persvrijheid een basis principe van de democratie. Het is misschien wel de meest belangrijke pijler van de democratie”, voert hij aan.

De ambassadeur benadrukt dat de herdenking van deze dag sinds het in 1993 werd ingesteld door de Verenigde Naties, als doel heeft, persvrijheid te evalueren. De dag is er ook om de media die van dit recht gebruikt maken te verdedigen en te ondersteunen. Op deze dag worden vooral ook journalisten herdacht, die om het gebruik van de persvrijheid zijn vermoord.

Waarborg
Dit jaar is het de 20ste herdenking van persvrijheid over de hele wereld. Persvrijheid is volgens de Amerikaanse diplomaat niet zomaar en slogan. Ook is het niet alleen een recht voor journalisten. Hij verwijst naar artikel 19 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens waar dit recht aan eenieder wordt gegeven.

Volgens Nay is het hebben van onafhankelijke media een waarborg voor het recht van vrije meningsuiting voor elke burger. Het is vanuit de centrale overheid een commitment aan de samenleving. Ook artikel 19 van de Surinaamse grondwet geeft dezelfde garanties als de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Stem laten horen
Nay zegt dat overal in de wereld de persvrijheid gevaar loopt doordat bedreigingen aan journalisten toenemen. Het vorige jaar zijn wereldwijd 179 journalisten opgesloten. Daarnaast worden zij nog steeds bedreigd, geïntimideerd en zelf vermoord als zij verslag doen van gebeurtenissen. “Ook Suriname is niet vrij van deze bedreigingen. Nay zegt dat het voorkomt dat de media artikelen produceren waar personen zich ongemakkelijk bij voelen. “Ik zie soms artikelen waarin ik word geciteerd. Dan denk ik dat heb ik niet zo gezegd of bedoeld. Maar we hebben altijd de toegang het te corrigeren en maken dan weer gebruik van het recht van vrije meningsuiting”, zegt Nay.

Nay besluit door te verwijzen naar en recente uitspraak van de Amerikaanse president Barack Obama. ‘Wanneer de universele rechten van de mens niet worden nageleefd, wanneer de onafhankelijkheid van de rechter of de wet in gevaar is of wanneer de media worden bedreigd, zullen wij onze stem laten horen’.
“Ik denk dat we dat vandaag hebben gedaan, oproepen en aandacht vragen voor deze zaak, oproep voor een onafhankelijke media, dit doen we in het openbaar maar ook privé”, zegt Nay.
[van Starnieuws, 2 mei 2012]

Apintie beklaagt zich bij vp over perschef Limburg


fdadf66eff80c639849fed84135c571e.jpg

De directeur van Apintie Radio en Televisie, Charles Vervuurt, heeft in een paar brieven aan vicepresident Robert Ameerali (zie bericht hieronder) zich beklaagd over het gedrag van Clifton Limburg, perschef van president Desi Bouterse. Vervuurt zegt dat Limburg als perschef zijn medewerkers telefonisch heeft bedreigd op de staatsradio en heeft geïntimideerd.




Volgens de Apintie directeur heeft dit, wat hij noemt respectloos gedrag, ertoe geleid dat luisteraars tegen de Apintie medewerkers zijn opgestookt en de medewerkers telefonisch hebben bedreigd. Limburg zegt aan Starnieuws dat net zoals de medewerkers van Apintie gebruik maken van het recht op vrije meningsuiting hij dat ook doet.

Ook het recht
“Ik mag mijn mening hebben op uitspraken die gedaan zijn door Gail; het is mijn democratisch recht”, zegt Limburg. (Gail Eijk is programmamaker bij Apintie…). Volgens hem heeft hij het recht een analyse te maken van wat mensen doen. Hij blijft er bij dat Eijk zich als journalist niet op een correcte manier heeft gedragen.

“Ik ben geen journalist, maar ik heb wel geleerd dat journalisten zich niet mogen mengen in het nieuws met hun persoonlijke mening en participeren in een stille loop met witte kleding. Ik ben presentator van een programma en dat doe ik al 12 jaar en niet als perschef van de president”, zegt Limburg. Hij zegt zich helemaal niet te storen aan de brieven van Apintie.

Monddood maken
Vervuurt wijst in een van zijn brieven de vicepresident er op dat er niets is terecht gekomen van het voornemen van de regering om een goede relatie op te bouwen met de onafhankelijke media. Integendeel worden niet alle media geïnformeerd en wordt selectief gekozen wie wel waarover wordt geïnformeerd.

Vervuurt noemt dit handelen van de regering, verdeel en heers. Vervuurt geeft aan dat nieuwsmedia pijlers zijn in een democratie en dat ervoor gewaakt moet worden dat Suriname niet langzaam afglijdt naar en periode waarin de media monddood worden gemaakt.

[van Starnieuws, 30 april 2012]

Twee brieven van Apintie aan vice-president Ameerali

Klik op de afbeelding voor een groter formaat

Merredith Bruce wint 'Cliff Djamin Award'

2fa288654a18a17fca81e78e7a2147f8.jpg
Merredith Bruce wint de 'Cliff Djamin Award'. Zij krijgt de prijs overhandigd door de Amerikaanse ambassadeur John Nay. (Foto: Raoul Lith)

Merredith Bruce, verslaggever bij het avondblad De West, heeft de 'Cliff Djamin Award' gewonnen. Er waren slechts drie inzendingen. De Amerikaanse ambassade die deze prijs ingesteld heeft, zal meer werk van maken volgend jaar opdat meer journalisten en studenten die journalistiek studeren, meedoen.

Bruce is verrast met de prijs. Naast de award kreeg zij ook SRD 1000. Bruce zegt dat zij naam wil maken in de journalistiek. Zij is pas vijf maanden in het vak en had niet verwacht dat zij de prijs in de wacht zou slepen. Twee broers van Bruce zitten in de journalistiek. Zij is door hen geïnspireerd om in het vak te gaan. "Ik houd ervan om iets wat gebeurd is zo goed mogelijk te schrijven", zegt ze.

Persvrijheid
De inzending van Bruce gaat over 'Persvrijheid als mediamacht en het effect hiervan op een samenleving'. Zij haalt aan dat de vrijheid van de pers noodzakelijk is voor een democratische maatschappij. "Wordt deze beknot door een of andere omstandigheid dan wordt die democratie geleidelijk aan ook beknot", stelt Bruce.

De journalist benadrukt dat de media onmisbaar zijn voor het goed functioneren van de maatschappij en het kritisch volgen van ontwikkelingen. Zij is Cliff Djamin erkentelijk voor de rol die hij heeft vervuld in het waarborgen van de persvrijheid.

De opstelwedstrijd is gehouden in verband met de Dag van de Persvrijheid en ter nagedachtenis van journalist en voormalig personeelslid van de ambassade Selvijn ‘Cliff' Djamin.

[uit Starnieuws, 2 mei 2012]

zaterdag 11 februari 2012

Veroordeling politie-inval Trinidadiaanse krant



door Ivan Cairo

Paramaribo - Verschillende journalistenorganisaties in de regio hebben gisteren met klem de politie-inval en huiszoeking bij de Trinidadiaanse krant Newsday en thuis bij één van haar journalisten scherp veroordeeld.

Ook de voorzitter van de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ), Wilfred Leeuwin, verwerpt de actie. Donderdag drongen zeventien politieagenten met een huiszoekingsbevel in handen de redactie van Newsday binnen op zoek naar documenten en informatie om de identiteit te achterhalen van een bron, die confidentiële informatie over de Integriteitcommissie van het land had doorgespeeld.

Ruzie

Op basis van de verkregen informatie publiceerde de krant vorig jaar december over een ruzie in de commissie tussen voorzitter Ken Gordon en waarnemend voorzitter Gladys Gafoor. Volgens Gordon zou de geheimhoudingsplicht van de commissie zijn geschonden, daar vertrouwelijke informatie in het gewraakte artikel was verwerkt. Ook bij Andre Bagoo, de journalist die het artikel heeft geschreven, deed de politie een inval. Hij had eerder een schriftelijk verzoek van commissievoorzitter Gordon om zijn bron prijs te geven, naast zich neergelegd. Behalve documenten zijn ook computers, cellulairs, harde schijven en mobiele informatiedragers in beslag genomen.

Schending


“Dit is één van de ergste vormen van schending van persvrijheid die je als het ware zonder bij na te denken veroordeelt en verwerpt. Ook al zou de krant een bron hebben gebruikt waarbij de drie grensissues van persvrijheid zijn overtreden, dan nog is er tussen de vrije pers en de rest van de gemeenschap maar één instantie die daarover oordeelt en dat is de rechter”, stelt Leeuwin tegenover de Ware Tijd. “Het is typisch hoe weinig of laag het democratisch gehalte is bij overheden. In hun drang naar zelfbehoud en selfprotection schromen zij er niet voor het bekende artikel negentien van de Internationale verklaring van de rechten van de mens en het Bupo-verdrag te schenden”, voegt hij er aan toe.

Precedent

Behalve de Media Association of Trinidad and Tobago (MATT) en de Association of Caribbean Mediaworkers (ACM) heeft intussen ook de Guyana Press Association (GPA) de inval met klem afgekeurd. De GPA zet met “grote verontwaardiging en ongeloof” kennis te hebben genomen van de politieactie dat kennelijk als doel had, druk te zetten op de krant en één van haar journalisten om een bron van een onlangs gepubliceerd artikel aan te geven. Mediahuizen moeten vrijelijk kunnen opereren in een atmosfeer die gevrijwaard is van vrees en intimidatie door staatsorganen zoals de politie. Bij de Trinidadiaanse regering wordt er op aangedrongen een diepgaand onderzoek in te stellen naar dit incident. Wat nog verontrustender is, zegt GPA, is dat de politie ook een inval deed thuis bij de journalist en computers en persoonlijke spullen zijn meegenomen. De hoop wordt uitgesproken, dat deze politieactie geen precedent is die wordt overgenomen door andere landen in het Caribisch gebied.

Geen respect

Volgens Leeuwin “moeten we alert zijn in Suriname” dat dit politieoptreden niet overwaait. “Ik blijf erbij dat in Suriname we geen fysiek geweld hebben tegen journalisten, maar het subtiel en verbaal geweld neemt jammer genoeg wel toe. Newsday staat vierkant achter haar redactielid. “Het is fundamenteel dat een journalist zijn informatiebronnen beschermt. Zonder deze bescherming wordt zijn of haar werk enorm bemoeilijkt”, zegt Newsday. Volgens de krant kan op geen enkele wijze worden hard gemaakt dat inbreuk is gepleegd op de Integrity in Public Life Act. Op 29 december vorig jaar had de politie ook al een inval gepleegd bij de redactie van het TV-station TV6, wat ook scherp is veroordeeld. Met deze invallen toont de politie dat ze geen respect heeft voor de Trinidadiaanse grondwet waar ze op gezworen heeft deze te zullen verdedigen. De grondwet garandeert persvrijheid, zegt MATT, de Trinidadiaanse journalistenorganisatie.

In haar verklaring stelt de Associatie van Caribische Mediawerkers, dat de politieacties rieken naar intimidatie en geïnterpreteerd kunnen worden als een poging om inspanningen van de media om zaken van openbaar belang tot de bodem uit te zoeken, in de kiem te smoren. De regering is opgeroepen een standpunt kenbaar te maken over het incident.

[uit de Ware Tijd, 11/02/2012]

zaterdag 4 februari 2012

Perswaakhond erkent gebrekkig onderzoek Suriname

Foto © Wayan Vota
door Judith Janssen

De internationale journalistenorganisatie Reporters without Borders (RwB) gaat het onderzoek naar de persvrijheid in Suriname uitbreiden. Aanleiding is een klacht van de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ). Die vindt dat Suriname te hoog staat genoteerd op de deze week verschenen wereldranglijst voor de persvrijheid. Ook de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) is 'hogelijk verbaasd' over de conclusies.

In het jaarlijks terugkerende onderzoek komt Suriname opvallend goed uit de bus. Het land steeg van plek 35 (in 2010) naar plaats 22. De Surinaamse journalistenvereniging is hierover verbijsterd. De SVJ is verbaasd dat de conclusie van de RwB is gebaseerd op basis van één bron en vindt het daarnaast vreemd dat zij zelf nooit is geraadpleegd.

Reporters without Borders erkent tegenover de Wereldomroep dat slechts één journalist de vragenlijst heeft ingevuld. "We zijn ervan uitgegaan dat deze persoon zijn land kent en betrouwbare informatie heeft verstrekt", zegt RwB-woordvoerder Benoit Hervieu. "Normaal gesproken zou een correspondent ook nieuwe contacten raadplegen over dit onderwerp. Hij heeft dit niet gedaan."

Op het matje
De RwB is geschrokken van de reactie van de Surinaamse journalistenvereniging en heeft haar informant - die zij niet bij naam wil noemen - inmiddels op het matje geroepen. Wel wijst Hervieu erop dat zijn organisatie tijdens het onderzoek geen signalen uit Suriname heeft gekregen over kidnapping of mishandeling van journalisten.

Naar aanleiding van de klacht zegt RwB nu toe te gaan praten met de SVJ om een completer beeld van de persvrijheid in Suriname te krijgen.

Andere signalen
Algemeen secretaris Thomas Bruning van de NVJ zegt dat de RwB over het algemeen veel goed werk verricht, maar dat zij soms hun hand overspelen met dit soort onderzoeken. "Als je de hele wereld in kaart wilt brengen, moet je kunnen terugvallen op goede rapporteurs. In dit geval is dit dus duidelijk niet zo." Zijn organisatie krijgt andere signalen over persvrijheid vanuit Suriname.

[RNW, 27 januari 2012]

vrijdag 27 januari 2012

Persvrijheid is een groot goed, maar wat doe je ermee?

door Joshua Taytelbaum

De media besteden vandaag aandacht aan de de door Reporters Without Borders (RFS) gepubliceerde lijst met een vergelijkende waardering van de persvrijheid over de hele wereld, waarop Suriname dit jaar is gestegen, of zoals de Ware Tijd het noemt, de persvrijheid is onder Bouterse ‘verbeterd’. Maar goed dat de schrijver van het stuk, Ivan Cairo,' verbeterd' tussen aanhalingstekens plaatst, want het blijft natuurlijk allemaal relatief en het is nooit los te zien van de persoon van de beoordelaar, dus het is ook altijd subjectief. Uit dit rapport blijkt dat Suriname op een ranglijst van 179 landen van de 35e plaats in 2010 is opgeklommen naar de 22e plaats in 2011. Afwezigheid van geweld en ernstige schending van vrijheid van meningsuiting bepalen de score die een land krijgt. We mogen echter pas tevreden zijn als wij samen met het merendeel van de Europese landen ergens in de top eindigen.

Naar zijn mening gevraagd beklaagde de voorzitter van de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ), Wilfred Leeuwin, zich erover dat de media worden belemmerd om zelf de informatie te vergaren over processen en besprekingen die gaande zijn, zij moeten het doorgaans stellen met een comminiqué dat de regering uitgeeft op de staatszenders of in haar bij de dagbladen ingesloten katern ‘De Overheid’, dat de samenleving echter alleen maar ‘zoetsappige’ verhaaltjes voorhoudt. Leeuwin maakt echter niet duidelijk op welke wijze zij belemmerd worden, maar waarschuwt enkel voor ‘luiheid’ onder journalisten die zich hiermee tevreden stellen. Voor het eerstvolgende onderzoek zullen Reporters Without Borders zich breder moeten oriënteren, oordeelt Leeuwin in zijn gesprek met Ivan Cairo. Maar als het waar is wat Paul Kraaijer op Facebook beweert, namelijk dat Cairo het contact en dus ook de aangever is voor RFS, dan komt Cairo’s verslag in een heel ander licht te staan, hij mag zichzelf dus prijzen dat Suriname op die lijst is gestegen! Leeuwin had hem dus moeten vragen om aan de RFS door te geven dat ze volgend jaar eigen, onafhankelijke waarnemers moeten sturen, maar zo werken RFS helaas niet.


Wat doe je met je persvrijheid?
De kritiek van Leeuwin is net zo goedkoop als de luiheid die hij zijn collega’s verwijt. Gelijk heeft hij waar hij zegt dat men zich tevreden stelt met de door de overheid gegeven –veelal te oppervlakkige en onvolledige– informatie. Maar als Leeuwin oordeelt dat de overheid tekortschiet, moet hij onmiddellijk daaraan koppelen dat ook de journalistiek tekortschiet door niet zelf op onderzoek uit te gaan en zelf research te plegen. Denk maar niet dat het elders zo zou zijn dat de journalist alles op een presenteerblaadje krijgt aangeleverd. Het is nu juist de taak van de journalist om te beoordelen of de hem verstrekte informatie juist is, en zo niet, zélf op onderzoek uitgaan om de waarheid boven tafel te krijgen, en dat is nu precies waar het de Surinaamse journalistiek aan schort.

Research
Een ‘fraai’ voorbeeld is de ‘affaire’ Sasur, die door de media tot een ware hysterie is opgeklopt zonder dat er ook maar één journalist op het idee is gekomen om te onderzoeken wat Sasur is, hoe Sasur werkt en wat er wáár is van alle smadelijke verhalen die de media ongestraft publiceren. Zelfs Times of Suriname, die op gegeven moment niet anders kón dan constateren dat de media zich met hun hetze tegen Sasur schuldig maken aan machtsmisbruik, heeft het daarbij laten zitten, in plaats van met een op feiten gebaseerd en informatief artikel de zaak voor eens en voor altijd recht te zetten en uit de wereld te helpen. Wat heb je aan persvrijheid als je geen gebruik maakt van die vrijheid? Niets dus, want alle aan de Surinaamse media verbonden journalisten hebben –in strijd met alle journalistieke codes– alleen maar het woord van hun broodheer gesproken.

Dat is behalve een jammerlijke ook een vreemde conclusie, want een journalist zou als geen ander moeten weten wat auteursrechten zijn. De journalisten claimen wel auteursrechten op hun eigen werk, maar als het gaat om de auteursrechten van ‘songwriters/composers’ is het opeens een ver-van-hun-bed show en prediken zij klakkeloos –alsof er geen journalistieke ethiek bestaat– des broodheren woord. Trouwens, mij is bekend dat de Ware Tijd, toen nog met Desi Truideman als hoofdredacteur, zonder toestemming of vermelding van herkomst iets heeft gestolen uit een ingezonden stuk. In dat stuk was een woordspeling verwerkt, er werd naar analogie van SOA’s gesproken over POA’s: Politiek Overdraagbare Aandoeningen. Dat ingezonden stuk is niet geplaatst, maar Wienied maakte er diezelfde dag nog mooie sier mee in de column “Dingen van de dag”. Toen de inzender reclameerde gaven de ‘heren’ niet thuis.
Kortom, de Surinaamse journalisten kunnen maar beter hun huiswerk gaan maken in plaats van genoegzaam achterover te leunen vanwege een hogere ‘ranking’.

Zie ook het eerdere bericht SVJ oneens over 'drastische vooruitgang' persvrijheid

SVJ oneens over 'drastische vooruitgang' persvrijheid

Reporters Without Borders (RFS) heeft op basis van een vragenlijst die ingevuld is door slechts één journalist bepaald dat persvrijheid in Suriname dertien plekken vooruit is gegaan. Suriname klimt op de wereldranglijst naar een gedeelde 22ste plek van 197 landen. De Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) is verbaasd over de drastische positieve vooruitgang die Suriname krijgt over persvrijheid.

“De verbazing van de SVJ wordt vergroot als achteraf wordt begrepen dat RFS geen relevante referentie heeft gebruikt om tot deze notering te komen”, zegt de SVJ in een verklaring, ondertekend door voorzitter Wilfred Leeuwin. Op de vragenlijst die een journalist voorgeschoteld heeft gekregen, konden vragen alleen met ‘ja’ en ‘nee’ worden beantwoord. “De SVJ als georganiseerde beroepsinstantie en bewaker van de persvrijheid in Suriname is nimmer hierover geconsulteerd”, staat in de verklaring.

Schouderklopje
Reagerend op het rapport, dat overigens weinig of helemaal geen informatie geeft over het journalistiek gebeuren in Suriname of de beleving van persvrijheid, moet de SVJ constateren dat gezien de genoteerde redenen voor deze drastische vooruitgang, het niets anders is dan een schouderklopje voor instanties en instituten, zoals de overheid, die eventueel een gevaar kunnen vormen voor de persvrijheid in Suriname. Als reden voor deze drastische vooruitgang wordt in het rapport aangegeven dat er zich in 2011 geen noemenswaardige schendingen van persvrijheid hebben voorgedaan en er ook geen fysiek geweld heeft plaatsgevonden tegen journalisten. “Op zich klopt dit en mogen we verheugd zijn dat ‘ook’ in 2011 geen enkele journalist vanwege zijn of haar werk is mishandeld, voor het gerecht is gedaagd of vermoord. Maar voor de SVJ is dat juist de reden waarom 2011 aangemerkt kan worden als het jaar waarin de persvrijheid wel degelijk onder druk is komen te staan. Juist in dat jaar is er verschil te merken en kan een vergelijking gemaakt worden met voorgaande jaren.


Tekening: Ad Kolkman

Als de persvrijheid in Suriname met 13 posities op de ranglijst vooruit gaat ten opzichte van het jaar 2010, is het makkelijk de vraag te stellen wat het verschil is tussen beide meetmomenten. Wat is minder of meer geworden. De SVJ stelt vast dat in 2011 de communicatie tussen de overheid en de vrije media slechter is geworden. De overheid kiest er eerder voor zelf gedoceerde informatie te verstrekken aan de gemeenschap. In 2011 zijn de mediabedrijven Dagblad Suriname en het avondblad De West, waar journalisten werken, vanuit de overheid belemmerd en beknot in de uitoefening van hun werk. In 2011 is de verbale intimidatie naar journalisten toe toegenomen. Hierover zijn bij de SVJ opmerkelijk veel klachten binnengekomen van journalisten. In 2011 is door de regering een aanzet gegeven voor het instellen van een mediaraad. Hierbij moet opgemerkt worden dat de eerste en voorlaatste keer dat er sprake was van een mediaraad, het in de jaren tachtig is geweest.

Contact met RSF gezocht

De SVJ benadrukt dat de vergelijking tussen 2010 en 2011 slechts van toepassing is op de met 13 plaatsen gestegen positie over de persvrijheid in Suriname. Op geen enkele manier wordt hiermee een beoordeling gegeven over de persvrijheid in de periode 2010, die zo zijn eigen kenmerken heeft gehad. Er moet wel worden vastgesteld dat de reden die verantwoordelijk zijn voor de stijging op de ranglijst niet rëeel zijn, omdat in elk willekeurig jaar, na de militaire periode vanaf 1980 die reden consequent is gebleven en niet slechts in 2011 als een ‘mijlpaal’ kan worden aangemerkt.



De SVJ heeft contact opgenomen met het kantoor van Reporters without Borders in Parijs en wacht op een reactie van de organisatie. De hoop is uitgesproken voor een heroriëntatie van hoe het gesteld is met de persvrijheid in Suriname en dat in de toekomst deze miscommunicatie voorkomen kan worden.

[van Starnieuws, 26 januari 2012]

dinsdag 3 mei 2011

Caribische media ondervinden weinig openheid van regeringen

Caribische media hebben te maken met gebrek aan openheid van de overheid. Journalisten hebben onvoldoende toegang tot informatie. Het instrument van vergunningen en reclame wordt gebruikt om media onder controle te houden. Wetgeving zorgt voor beknotting van de persvrijheid.

Dit zegt de Associatie van Caribische Mediawerkers (ACM), waar ook de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) lid van is, in een verklaring op Internationale Dag van de Persvrijheid. Deze dag wordt sinds 20 jaar herdacht. Wesley Gibbings, president van de ACM, wijst erop het thema voor dit jaar heel belangrijk is. “De 21ste eeuw brengt nieuwe media mogelijkheden, maar ook obstakels met zich mee. Vooral in het Caribisch gebied, domineert de autoritaire houding en ook de post-koloniale cultuur drukt haar stempel”.

In verschillende landen wordt geprobeerd om controle uit te oefenen op de mogelijkheden van nieuwe media. Politici dringen aan op wetgeving, waardoor media gereguleerd worden. Dit is in strijd met de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid. De ACM roept Jamaica en andere Caricomlanden op om actie te ondernemen om de beperking van de persvrijheid op te heffen door wetten over smaad en laster te schrappen.

Nagenoeg alle Caribische landen hebben te maken met gebrek aan transparantie en openbaarheid van bestuur. Er zijn geen wetten om de toegang tot informatie af te dwingen van de overheid. Er wordt weinig verantwoording afgelegd, terwijl het publiek daar recht op heeft. Journalisten hebben te weinig toegang tot informatie. Politici hebben ook de neiging om de media de schuld te geven van zaken, terwijl zij slechts de boodschappers zijn van het nieuws.

De ACM wijst erop op dat binnen de media-industrie ook belemmerende factoren zijn voor de persvrijheid. Arbeidsverhoudingen laten te wensen over. Incompetente leiding bij media zorgen voor slechte journalistieke producten. Gebrek aan professionaliteit bij journalisten is ook een bedreiging voor de persvrijheid. Veel zaken die twintig jaar geleden speelden, zijn vandaag de dag nog steeds een zorgpunt.

[uit Starnieuws, 3 mei 2011]