door Jerry Dewnarain
Orlando Emanuels heeft in zijn laatste verhalenboek,
Het kan je gebeuren, wederom bewezen een schrijver te zijn met veel gevoel voor humor. Het 54 pagina’s tellend boekje is uitgegeven door Stichting Projekten in mei 2012, maar het is géén kinderboek; het zal vooral door volwassenen gelezen worden. De meeste van de negentien korte verhalen laten zich vlot lezen dankzij de humor.
 |
| Orlando Emanuels |
In sommige verhalen zoals het ‘Lotto’-verhaal verwerkt Emanuels zelfs platte humor.
Danny, een hardwerkende jongeman uit Flora, wint de lotto. Hij wint honderdduizend. Zijn vader, die alcoholverslaafd is, wil echter de prijs gaan ontvangen. Drie moesjes die bij de eindhalte van de Nickeriebus te Ontrobon zijn, hebben het over de gewonnen Lotto-prijs van Danny. Moesje nummer drie vertelt het verhaal van Danny als een roddelpraatje. ‘Dan mi gudu, a lot win honderdduizend. Dan a big’ai sopibeest taig’a boi: “Jonge geef me die lot. Ik ga ’et fo je ontvange.” Ma Danny ede no boro, a prakseri: dis na pot puspusi fu luku merki, Pa met m’n lot is de kat zetten om op de melk te passen. A taigi Ewald dat hij ’et zelvers gaat ontvange. Dan na saka-saka Ewald kon nanga wan triki, a kon prei Christen....’
Tijdens een recent interview vertelt Orlando Emanuels, de winnaar van de Surinaamse Staatsprijs voor Literatuur (1986-1988) het volgende over zijn verhalen: ‘Mijn verhalen eindigen meestal in een plot. Die komt in me op, ik schrijf het en aan het eind bedenk ik een verrassing als het kan. Indien het niet kan, hoeft het niet. Dankzij de plot van het verhaal “Het merkteken” heb ik in 1996 de hoofdprijs gewonnen bij de wedstrijd ter gelegenheid van de 400ste editie van
de Ware Tijd Literair.’ Over zijn lezerspubliek zegt de ooit geëngageerde dichter: ‘Mijn lezers zijn zowel kinderen als volwassenen. Je hebt dichters en schrijvers. Ik ben niet arrogant, maar ik ben dichter-schrijver. Ik schrijf zowel proza als poëzie bestemd voor klein en groot. Ik heb geschreven
Popki patu 1 en
Popki patu 2. Daarna kwam
De spookavond van vrouw Anna. Dit boek is voor tieners bestemd.
Een handvol regen is een verhalenbundel voor volwassenen. Dus ik heb een zeer gevarieerd lezerspubliek.’ Orlando Emanuels is een eenvoudig mens. Eenvoud siert de mens. Zijn lijfspreuk is: Begin de dag met een lach. ‘Ik kijk nooit naar beneden, ik kijk naar boven’. En terwijl hij dit zegt, citeert hij de Engelse dichter Frederick Langbridge (1849-1923): ‘Two men look out the same prison bars. One sees mud, the other stars.’ Hoe komt Emanuels op het idee om een plot neer te pennen zoals in het ‘Lotto’-verhaal, waarbij drie vrouwen bij een bushalte verwikkeld raken in een kletspraatje over de aanlokkelijke Lotto-bedragen. Dat heeft hij te danken aan de vrije opvoeding die hij thuis heeft gehad. Zijn vader mocht hij soms Fransie noemen, maar er was sprake van respect. Van zijn vader heeft pa heel veel verhalen gehoord. Hij was een goede verteller en wist zijn verhalen komisch te vertellen met de nodige Surinaamse scheldwoorden erin. ‘Dit doe ik dus ook met mijn verhalen zoals in het “Lotto”-verhaal.’ De dialogen in de verhalen zijn erg aanstekelijk wat ook bevorderd wordt door het taalgebruik dat de schrijver gebruikt. Door gebruik te maken van het Nederlands en het Sranan in de dialoog, komt het gesprek tot leven. Het lijkt wel of buurvrouw, met haar opgestoken haar, dit gekonkel aan haar vriendinnen verklapt. Daarom wekt dit ‘Lotto’-verhaal associaties op met het schilderij ‘De kwaadspreeksters’ van Ron Flu uit 1991. Emanuels zegt dat het idee van de plot naar hem toekomt. ‘Het moment bepaalt. Terwijl ik serieus schrijf, komt plotseling het kind in mij, mijn laatste restje onschuld komt naar boven. En dan begin ik te schrijven... Momenteel ben ik bezig aan kinderverzen. Als ik daarmee klaar ben, werk ik dan weer aan andere verhalen. Ik zoek nooit iets op, het verhaal zoekt mij op, vreemd noh?’
 |
| Ron Flu - De kwaadsprekers |
Het taalgebruik van Emanuels in deze verhalenbundel, doet sterk denken aan het taalgebruik van Edgar Cairo, het Cairojaans: de taal is naar woordenschat en zinsbouw sterk bepaald door het Surinaams-Nederlands. Cairo en Emanuels zijn goede vrienden geweest. Cairo heeft tijdens zijn bezoeken aan Suriname wel eens bij Emanuels gelogeerd. Dit ‘Lotto’-verhaal doet erg eigentijds aan en precies zoals Emanuels dat ook vraagt in zijn boek, op de achterflap: ‘Verzoeke s.v.p. astublieft de verhalen met een smile te lezen.’ Als je besluit na het vierde verhaal je lekker door deze schrijver te laten meeslepen en met een smile te lezen, verandert de smile in een het fronzen van je wenkbrauwen. Het vijfde verhaal, ‘De kop van de vader’ is namelijk verminkt, doordat slechts een deel van het verhaal is gedrukt. Deze fout betreurt ook de schrijver. De Stichting Projekten heeft hem beloofd een errata uit te geven. Ik hoop dan mijn leesplezier te vervolgen bij dit verhaal. Bij een eventuele herdruk zouden ook de spelfouten verbeterd moeten worden. Wij van ‘dWTL’ willen daar altijd bij helpen.
Orlando Emanuels:
Het kan je gebeuren. Paramaribo: Stichting PCOS, 2012. ISBN 978 99914 56 12 6