Posts tonen met het label Ferrier Johan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ferrier Johan. Alle posts tonen

donderdag 13 maart 2014

'Wat blijft is de onbreekbare kracht van vrouwen'

Joan Ferrier. Foto @ Ed Lonnee.

In memoriam Joan Ferrier

Op Internationale Vrouwendag 8 maart overleed een bijzondere vrouw: Joan Ferrier, voormalig directeur van E-Quality, kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit.


Van 1998 tot 2012 heeft zij als directeur met passie en deskundigheid een voortrekkersrol vervuld in de opbouw van E-Quality en het verbinden van gender en etniciteit. In 2012 fuseerden E-Quality en Aletta tot het huidige Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis.

Renée Römkens, directeur van Atria: “Joan heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming in 2012 van Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. Haar werk is van historisch belang en dat koesteren wij. De herinnering aan de prettige samenwerking blijft in onze gedachten. Namens alle collega’s van Atria wens ik haar familie, vrienden en dierbaren veel sterkte met dit grote verlies.”

Joan Ferrier met haar vader Johan Ferrier.
Foto dWT Archief

Interculturaliteit
Joan Ferrier wordt op 14 december 1953 in Suriname geboren, als dochter van Johan Ferrier, de eerste president van Suriname, en van Edmé Vas, lerares. Zij groeit achtereenvolgens op in Suriname en Nederland. In 1980 studeert zij af aan de Rijksuniversiteit Utrecht als orthopedagoog, met specifieke aandacht voor etnische groepen in Nederland en de situatie van kinderen en jeugdigen in ontwikkelingslanden. Na haar studie houdt zij zich in diverse functies bezig met interculturele jeugdhulpverlening. Zo zet zij onder meer in Amsterdam een opvanghuis op voor Marokkaanse jongens, en een tehuis voor meisjes met een islamitische achtergrond.

Naast het geven van adviezen en trainingen op het gebied van interculturalisatie van organisaties, is zij werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam bij de Vakgroep Orthopedagogiek en doceert zij lange tijd transculturele pedagogiek aan de Hogeschool van Amsterdam.


Een warm hart
In 1998 begint zij als directeur van het nieuw opgerichte ‘Instituut voor gender en etniciteit’, een fusie tussen Project Aisa – emancipatieondersteuning zwarte vrouwen, migranten- en vluchtelingenvrouwen, Arachne – vrouwenadviesbureau overheidsbeleid, het Instituut Vrouw & Arbeid (IVA) en het Women’s Exchange Programme International (WEP-I).

Tijdens de openingsbijeenkomst op 22 juni 1998, bijgewoond door ruim 1400 mensen, in het Tropeninstituut Amsterdam lanceert de kersverse directeur de nieuwe naam van het instituut: E-Quality, experts in gender en etniciteit. Ook brengt zij de strategie van E-Quality naar voren. Met nationale en internationale overheden, maatschappelijke organisaties, instellingen en bedrijven werkt E-Quality samen om beleid te ontwikkelen “ten dienste van meer gelijke kansen en mogelijkheden in een multiculturele context.” Joan Ferrier geeft aan te zoeken naar bewegingen en organisaties die betrokken zijn bij veranderingsprocessen in de samenleving en die gender en etniciteit een warm hart toedragen.
Gender & etniciteit
Na een fusie in 2007 met de Nederlandse Gezinsraad ontwikkelt E-Quality zich onder haar leiding tot een kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit. De koppeling van gender en etniciteit in één perspectief neemt ook hierin weer een belangrijke plaats in. Deze verbinding verankeren in het denken en handelen van beleidsmakers, politici, trendsetters en andere gezaghebbende vrouwen en mannen ziet Joan als een steeds terugkerende uitdaging voor E-Quality.

Veelzijdig bruggenbouwer
Mede uit diverse bestuurs- en nevenfuncties blijkt haar betrokkenheid bij het vormgeven van emancipatieprocessen van zowel vrouwen als diverse etnische groeperingen. Zo was zij bijvoorbeeld mede-oprichtster van ‘Vrouwenvlechtwerk’, een samenwerkingsverband van etnische en Nederlandse vrouwenorganisaties. Ook was zij vice-voorzitter van de werkgroep Vrouwen in de Pluriforme Samenleving van de Raad van Kerken Nederland.

Naast haar werkzaamheden voor E-Quality was zij van 1999 tot 2002 lid van het Comité van Aanbeveling Nationaal Monument Slavernijverleden. Van 1 februari 2001 tot en met mei 2002 was zij secretaris van de commissie Arbeidsdeelname Vrouwen uit Etnische Minderheden (AVEM), de voorloper van de commissie PaVEM (Participatie van Vrouwen uit Etnis
che Minderheden).

Joan Ferrier in gesprek met koningin Máxima, terwijl koning Willem het volk toezwaait.
Amsrterdam, 1 juli 2013 Foto @ Michiel van Kempen
Tot 2006 was zij voorzitter van de Phenix Foundation, een landelijke organisatie op het gebied van culturele diversiteit in de kunsten. Verder was zij onder andere lid van het bestuur van de Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO), lid van de redactie van het Tijdschrift Jeugdbeleid en voorzitter van de Triomfprijs voor bijzondere bijdragen aan de emancipatie van de zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen in Nederland. Ook vervulde zij bestuursfuncties bij Technika10 en YWCA en was zij adviseur van het bestuur van het Oranjefonds. Na het overlijden van haar vader in 2010 richt zij de Stichting Johan Ferrier Fonds op. Het doel van deze stichting is om kansrijke onderwijs- en culturele projecten in Suriname financieel te ondersteunen.


Verbindende kracht in de samenleving
Businessclub Zwarte Zaken Vrouwen Nederland (inmiddels omgedoopt tot Etnische Zaken Vrouwen Nederland) verkiest Joan in 2008 tot Zwarte Vrouwelijk Manager 2008. De jury roemt haar continue en onvermoeibare inzet voor het onder de aandacht brengen en houden van man-vrouw verhoudingen, leefvormen, etniciteit en diversiteit, bij zowel het brede publiek als politici en beleidsmakers: “Zij staat bekend als een vrouw die mensen met elkaar verbindt. Met haar charme, overtuigingskracht en vasthoudendheid heeft zij de afgelopen jaren laten zien dat tegenwind ook kansen biedt.”

In 2009 wordt Joan genomineerd voor de Opzij Emancipatieprijs. In 2011 wordt zij voor haar werk benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Zij ontvangt de Koninklijke onderscheiding vanwege haar ‘persoonlijke bijzondere verdiensten in en al dan niet gerelateerd aan haar hoofdfunctie, in het bijzonder op het terrein van emancipatie, gezin en diversiteit, die voor de samenleving van bijzondere waarde zijn’.
De Frans Banninck-Cocqpenning

Op 17 augustus 2013 ontvangt zij van wethouder Andrée van Es de Frans Banninck Cocqpenning ‘voor haar grote verdienste in haar functie als voorzitter van de Stichting Herdenking Slavernijverleden 2013.’

Met haar heengaan verliezen we een inspirerend rolmodel dat zich jarenlang en met tomeloze energie heeft ingezet voor emancipatie en diversiteit. Wij troosten ons met de gedachte aan wat zij ons heeft gebracht. Zoals zij zelf tot slot schreef in haar column van november 2013 in Opzij: ‘Wat blijft is de onbreekbare kracht van vrouwen’.


In december 2013 heeft Joan meegewerkt aan een oral history interview in het kader van het Atria-project Tweede Feministische Golf – Diversiteit. Dit deel van haar erfgoed kan straks aan nieuwe generaties worden meegegeven.

[van www.atria.nl, 10 maart 2014]

zaterdag 18 januari 2014

Dieren in de Surinaamse kinderliteratuur: info voor jeugdbegeleiders


 door Els Moor

Kinderen hebben over het algemeen belangstelling voor dieren. Ze vinden het dan ook fijn om verhalen over dieren te horen of om er boeken over te lezen en de plaatjes te bekijken. In ons land met zijn rijke natuur leven veel-veel dieren, van verschillende soorten. Wilde dieren in het bos, maar ook tamme bij mensen. Er zijn verhalen over dieren van vroeger, zoals over Kantjil en Anansi, maar kinderboekenschrijvers van nu hebben zelf verhalen verzonnen waarin dieren een belangrijke rol spelen, of boeken met illustraties zodat kinderen de verschillende dieren leren kennen. We geven hieronder een overzicht van kinderboeken waarin dieren belangrijk zijn. Dat zijn er heel wat, maar vanwege de ruimte moeten we een keuze maken.

- ANANSI
Er zijn rijk geïllustreerde boeken met de oude anansitori. Het bekendste: Het grote Anansiboek van Johan Ferrier met tekeningen van Noni Lichtveld, bezorgd door uitgeverij Conserve in 2010. Hierin zijn de verhalen opgetekend zoals Ferrier ze voor de Nederlandse televisie vertelde. Noni Lichtveld heeft ook zelf een anansiboek gemaakt, Anansi de spin weeft zich een web om de wereld, de tweede editie is uitgegeven bij VACO in 2012. Er zijn redelijk veel anansiboekjes waarvan het verhaal verzonnen is door de schrijver. Van Ismene Krishnadath: Nieuwe streken van koniman Anansi (1989) en Bruine bonen met zoutvlees (1992). Moderne verhalen die aansluiten bij die moeilijke tijd van schaarste en de Binnenlandse Oorlog. Anansi moet alsmaar streken bedenken om zichzelf en zijn gezin te redden. Ook Marylin Simons heeft een grappig anansiboekje, Anansi Dala (PCOS, 2004), dat goed past bij de moderne tijd, waarin zoveel mensen altijd op geld uit zijn, op wat voor manier dan ook.

- KENNIS OVER DIEREN
Op een leuke manier kennis verwerven over verschillende dieren is een doel dat Wim Veer en Gerrit Barron nastreven met hun dierenboekjes. Van Wim Veer is de serie fotoboekjes over verschillende dieren, met een verhaaltje waarin veel info over het betreffende dier: tjamba de raaf; misi powisi; modo todo; kwibus de ibis; awari en de kip; het doksje dat niet wilde zwemmen en Wat vliegt daar? Vogels rond het huis (uitgegeven in eigen beheer met prachtige fotos.)

En van Gerrit Barron: Titri en Toto over twee jonge vogeltjes, met als thema zelfstandig worden, en zijn serie uit de jaren 90 over allerlei dieren, zoals Een korjaal vol dieren en Een sloot vol vissen.
Rupsje Regenboog van Indra Hu geeft op een beeldende manier in een verhalend gedicht weer hoe Rupsje Regenboog zich ontwikkelt tot een prachtige vlinder. Het verhaal kan kinderen aan het denken zetten: Rupsje wordt een mooie vlinder... wat word ík later?

- DIEREN IN HET BOS
Een leerrijk thema. Monique Pool heeft op dit gebied een prachtig experiment uitgevoerd. Carlize gaat naar het bos/... goes to the forest. Op verschillende manieren kunnen kinderen kennis nemen van de inhoud: het boek heeft alleen beeldende illustraties van Chad Abdoellah en er is een bijbehorende cd waarop Helen Kamperveen het verhaal vertelt. De kinderen kunnen aan de hand van de platen eerst hun eigen verhaal maken en dan luisteren naar dat van Monique Pool. Veelzijdig dus. We geven hier het verhaal niet: ga eerst kijken! Het boek is nog volop verkrijgbaar! Met Kwata op reis (2010) van de stichting Klimop, laat kennismaken met veel dieren. Vanuit het bos gaat de aap Kwata met zijn vrienden per korjaal naar de zee. Ze ontmoeten andere dieren en beleven avonturen. Spelenderwijs leren de kinderen de dieren kennen, ook door de illustraties van Ginoh Soerodimedjo. Aanbevolen!

Illustratie van Goenoh Soerodimedjo uit Met Kwata op reis


- DIEREN EN HET MILIEU
Een belangrijk en kritisch thema dat gelukkig niet aan de jongeren voorbijgaat. Avontuur bij de grote rivier is van Natasia Agard en verscheen in 2008 (in eigen beheer). Het onderwerp: de gevaren die het bos bedreigen door activiteiten van mensen - zoals goudzoekers - met de bedoeling veel geld te verdienen. Het einde van het verhaal is verrassend: dieren van alle soorten werken samen om het bos te redden. Samen bedreigen ze de mens-mannen die de rivier vervuild hebben met hun goudzoekersactiviteiten. Die mannen rennen dan doodsbang naar hun boten en geen dier heeft ze ooit teruggezien. Een boek dat op scholen thuishoort, waar de leerlingen en leerkrachten er samen over kunnen praten!
Cobi Pengel stelt deze thematiek aan de orde in enkele van haar verhalen. Wolkje en de groenhartboom bijvoorbeeld is een sprookjesachtig verhaal met een actuele thematiek: de mensen smijten vuil op straat, dat soms vreselijk stinkt, waardoor de mooie groenhartbomen hun bloei verliezen. Het meisje Cynthia dat vlak bij een groenhartboom woont, wordt door die boom uitgenodigd om samen met haar vriendin en het konijntje Wolkje met Mamabon mee te vliegen naar een krutu van bomen met de bedoeling om het probleem op te lossen.

- DIEREN EN MENSEN
Vooral voor jonge kinderen een herkenbaar thema. Honden spelen hierin een belangrijke rol, zoals in Lafu (VACO: derde druk 2007) van Cynthia Mc Leod. Lafu is een hondje en Sita is zijn bazinnetje. Wat beleeft Lafu allemaal in het gezin en in de buurt? Als het een keer kattenbrokjes heeft gegeten uit de bak van de kat, is het bang een kat te worden! Een leuk boekje voor iets meer gevorderde lezertjes (ongeveer klas 2 en 3), ook om thuis zelf te lezen. En dan is er nu een gloednieuw boekje verschenen, Bruno de zwervershond, debuut van Hetty Amat. Bruno zwerft, komt in het dierenasiel terecht en vindt daar zijn baasje weer. Binnenkort gaan we dit boekje bespreken. Er zijn veel boekjes over honden: Eveline Wielzen schreef Dagboek van een straathond met leuke illustraties van Reinier Asmoredjo en grappig geschreven. Marja Themen, onze redacteur van kinderliteratuur, die zelf veel met dieren bezig is, schreef Overpeinzingen uit een Hondenleven.... Ook in de drie delen over Manga, het paard uit Baboenhol van Susan van Dijk-Leefmans met beeldrijke illustraties van Reginald Kartowirjo, lezen we over het leven van een dier bij mensen, een paard op een boerderij. Hoe zij vriendschap sluit met een schaap, gedekt wordt door een paard van een andere boerderij en een veulen krijgt en hoe er in het derde deel feest voor haar gevierd wordt. Leuk om deze boeken te combineren met een uitstapje naar een boerderij, misschien wel naar Manga zelf!

- DIEREN IN FANTASIEVERHALEN
In veel boeken vinden we sprookjesachtige en/of spannende fantasieverhalen waarin dieren een belangrijke rol spelen. Twee toppers uit de Surinaamse kinderboekenwereld: Seriba in de schelp van Ismene Krishnadath dat gaat over het meisje Lilia, op vakantie in Galibi, dat door haar slimmigheid een groot probleem van een verliefd stel - watermeisje Seriba en sekrepatu Warana - oplost, waardoor ze een gelukkig leven tegemoet gaan... en van Effendi N. Ketwaru Rani en de slangenkoning met schitterende tekeningen van de auteur zelf. Die lieve slangenkoning, die Rani bijstaat in haar moeilijke leven met een heks, blijkt een betoverde jongen te zijn. Happy end!

Al deze boeken (er zijn er nog veel meer!) helpen mee om kinderen meer leesplezier te laten krijgen en vooral, als hun begeleiders ze ertoe aanzetten, om naar aanleiding van verhalen over dieren na te denken over wie ze zelf zijn! Ga met uw kinderen naar de boekwinkel!

zaterdag 14 januari 2012

Een Joods kolonisatieplan voor Suriname

door Hans Ramsoedh

Het Saramacca project is een studie over het plan van de Freeland League for Jewish Territorial Colonization (Liga) om dertigduizend Joden in de naoorlogse periode in Suriname te vestigen. De jurist en oud-Nederlandse diplomaat Alexander Heldring promoveerde eind 2010 op deze studie.


Rechts: de oprichter van de Freeland League, Isaac Nachman Steinberg in 1918


Als diplomaat op de Nederlandse ambassade in Polen begin jaren zeventig leidde Heldring een afdeling die verantwoordelijk was voor de afgifte van Israëlische visa aan Poolse Joden die door het communistische regiem het leven ernstig zuur werd gemaakt. Op verzoek van Jeruzalem behartigde de Nederlandse ambassade in Warschau de belangen van Israël. Begin jaren tachtig was Heldring werkzaam op de Nederlandse ambassade in Paramaribo. Zijn aandacht werd getrokken door een bladzijde in de Encyclopedie van Suriname waarin summier naar het Joodse kolonisatieplan van de Liga in Suriname werd verwezen. Na zijn uittreden uit de diplomatieke dienst wilde hij een politieke thriller over dit kolonisatieplan schrijven. Uitgevers toonden echter geen interesse en Heldring besloot het hele onderwerp van een historische en feitelijke kant te beschrijven.

De Liga werd in 1935 in Engeland opgericht tegen de achtergrond van de steeds ernstiger wordende Jodenvervolging door de Nazi’s. Zij zocht naar een dunbevolkt gebied waar Joodse kolonisten zich zouden kunnen vestigen zonder daarbij te streven naar een onafhankelijke Joodse staat. Op grond van deze doelstelling noemde de Liga zich ‘territorialistisch’, dit in tegenstelling tot de zionisten die wel naar een onafhankelijke Joodse staat streefden. Palestina was voor de Liga geen optie, omdat het nog onder een Volkenbondmandaat van de Britse regering stond, die een beperkt toelatingsbeleid voor Joden toepaste. Met haar doelstelling werd de Liga de concurrent van de zionisten. De laatsten vreesden namelijk dat de Britse regering (en later de Verenigde Naties) de territoriale plannen van de Liga als een acceptabel alternatief voor een Joodse staat in Palestina zouden beschouwen. Op het hoogste niveau in zionistische kringen werden territoriale plannen van de Liga als een dreiging opgevat. Hun inspanningen richtten zich op het dwarsbomen van de plannen van de Liga. Zo verspreidden zionisten de fabel dat de Liga als doel had van Suriname een Joodse staat te maken die zich van Nederland zou afscheiden.

In Het Saramacca project ligt de focus op het ontstaan en het verloop van de onderhandelingen tussen de Liga en de Surinaamse en Nederlandse autoriteiten en op de factoren die uiteindelijk hebben geleid tot het mislukken van dit plan. Deze studie is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. In de inleiding bespreekt de auteur de keuze van de Liga voor Suriname en de bronnen die hij voor zijn onderzoek heeft gebruikt. In het tweede hoofdstuk komen de volgende onderwerpen aan de orde: een eerder plan van de Liga om vóór de Tweede Wereldoorlog vijfenzeventigduizend Joden in Australië te vestigen, het Plan Mussert uit 1938 van de Nederlandse Nationaalsocialistische Beweging om een Joods Nationaal Tehuis in de Guyana’s te vestigen, de eerste besprekingen tussen de Liga en Nederland en het eerste debat in november 1947 in de Surinaamse Staten.

In het derde hoofdstuk behandelt de auteur de geëmotioneerde debatten in de Staten over de plannen van de Liga en de reacties in de Surinaamse pers. Hoewel de Staten in april 1947 met een kleine meerderheid akkoord gingen met de immigratie van dertigduizend Joodse kolonisten in Suriname was er tegenstand, vooral van de zijde van de Creoolse Nationale Partij Suriname (NPS). Deze partij vreesde een politieke en economische overheersing door de nieuwe Joodse immigranten en een verlies van haar leiderschapsrol in de Surinaamse politiek. De vrees bij de NPS werd ook nog gevoed door de zionisten die, zoals eerder gesteld, hun eigen agenda hadden.

In het vierde hoofdstuk gaat Heldring in op de financiële aspecten van het plan, de toenemende zionistische tegenstand, de groeiende weerstand in Den Haag tegen het kolonisatieplan, de ontwikkelingen in Palestina als gevolg van de stichting van de staat Israël in 1948 en de weerslag daarvan in Suriname. Aanvankelijk enthousiasme van Nederlandse zijde voor het Joodse kolonisatieplan maakte plaats voor groeiende weerstand die onder meer samenhing met de Koude Oorlog. De Nederlandse regering vreesde namelijk dat door de kolonisatie grote groepen politiek ongewenste elementen (lees communisten) Suriname binnen zouden komen.

In hoofdstuk vijf bespreekt de auteur het kantelpunt in het proces rond dit kolonisatieplan, waarna het bergafwaarts ging met de plannen voor het Saramacca-project. Daarbij ging het onder meer om de gewijzigde verhoudingen tussen Nederland en Suriname, de grotere invloed van de NPS in het Surinaamse politieke bestel na invoering van het algemeen kiesrecht in Suriname en spanningen binnen de Freeland League en met name tussen het hoofdkwartier in New York en de officiële vertegenwoordiger van de Liga in Nederland.

In het voorlaatste hoofdstuk behandelt Heldring de laatste fase van het Saramacca-project, een fase die de auteur typeert als ‘gerommel in de marge’. Tot februari 1956 koesterde de Liga de hoop dat het in Suriname nog zou lukken met haar kolonisatieplan. In februari 1956 schreef de toenmalige Surinaamse minister-president Ferrier aan de Liga dat de regering in Paramaribo het kolonisatievoorstel zou bestuderen: ‘Zodra een besluit tot stand is gekomen, zullen we u dit laten weten’ aldus Ferrier (p. 299). Ferrier nam hierna geen actie meer en zijn brief kan worden beschouwd als de slotscène in het drama van het Saramacca project. Hierna viel definitief het doek. Het laatste hoofdstuk is een slotbeschouwing waarin de auteur resumerend ingaat op de deelvragen in de inleiding.

Foto rechts: Alexander Heldring


Deze studie kent een aantal omissies. De eerste betreft de bestaansmiddelen van de Joodse kolonisten. Zij zouden zich gaan richten op agro-industriële ontwikkeling. De lezer blijft in het ongewisse wat voor soort agrarische en industriële activiteiten het precies betrof. Een tweede onderbelicht thema betreft de financiën. De Liga verwees naar invloedrijke Joodse organisaties en personen die grote belangstelling toonden voor de oprichting van een fonds, maar heeft nimmer namen van deze organisaties genoemd. Hoe serieus waren deze toezeggingen? Heldring gaat hier al te makkelijk aan voorbij door te stellen dat er geen financiers over de brug zouden komen zolang er geen bindende overeenkomst met de Surinaamse en/of Nederlandse regering bestond. De Liga had de totale kosten begroot op dertig miljoen dollar, dat wil zeggen duizend dollar per persoon, een irrealistisch bedrag voor een kolonisatie van een groep met een dergelijke omvang. En hoe zat het met het levensonderhoud in de beginperiode van de kolonisatie? De kosten gaan immers voor de baat uit. Een derde punt dat onderbelicht blijft, betreft de werving van Joodse kolonisten uit de overlevingskampen en uit Oost-Europa. Onduidelijk blijft hoe de Liga dacht de kolonisten te werven en te vervoeren naar Suriname. Een laatste aspect dat eveneens onderbelicht blijft en dat de slagingskans van dit kolonisatieplan zeer zeker in negatieve zin zou hebben beïnvloed, betreft de relatie met de concurrerende en invloedrijke zionistische beweging die zowel vóór als na de stichting van de staat Israël als doel had zoveel mogelijk Joden naar de nieuwe Joodse staat over te brengen. Het is niet ondenkbeeldig dat de kolonisatieplannen van de Liga bij een effectuering zouden zijn gedwarsboomd door de zionistische beweging, zoals zij dat in een eerder stadium had gedaan. Was het kolonisatieplan van de Liga daarom niet meer dan een hersenschim van enkele idealisten met oprechte en humanitaire bedoelingen? Na lezing van deze studie ben ik, in alle voorzichtigheid, geneigd deze vraag bevestigend te beantwoorden.

Ondanks deze tekortkomingen heeft de auteur een lezenswaardige studie geschreven. Heldring is erin geslaagd het Joodse kolonisatieplan in Suriname, zoals hijzelf schrijft, onder het vloerkleed van de geschiedenis te voorschijn te halen en een plek te geven in de Surinaamse, Nederlandse en Joodse historiografie. Een interessante vraag is uiteraard hoe de geschiedenis van Suriname zou zijn verlopen als het kolonisatieplan van de Liga wel was gelukt. Maar dit is meer een thema voor speculatieve fictie of een politieke thriller.


Alexander Heldring, Het Saramacca project; Een plan van joodse kolonisatie in Suriname. Hilversum: Verloren, 2011. 348 p., ISBN 978 90 8704 207 3, prijs € 35,00.

[uit Oso, 2011, nr. 2]

Zie ook The Saramacca Project

vrijdag 15 juli 2011

Waarom Surinamers beter Nederlands spreken dan Antillianen (2)

door Fred de Haas


Factoren die het gebruik van het Nederlands in Suriname stimuleerden
De Surinaamse assimilatiepolitiek werd flink gesteund door de Creoolse (in Suriname: inwoners van Afrikaanse origine) elite. Omdat er veel Creoolse kinderen in de stad Paramaribo woonden en de meeste Hindustani en Javanen in de buitendistricten, kregen de Creoolse kinderen het Nederlands makkelijker onder de knie dan de kinderen van de twee andere groepen. In de stad werd immers het beste onderwijs gegeven. En de affectie voor het Nederlands in de Creoolse bevolkingsgroep is sindsdien altijd blijven bestaan.

Het onderwijs in het Nederlands werd sterk bevorderd door Bestuur, wetgeving, missie, de kerk, de Sticusa (1955) en de media.

Ferrier
De latere president Ferrier had in zijn proefschrift (1950) al aangegeven dat hij de mening was toegedaan dat de taal met het meeste sociale prestige – in zijn ogen dus het Nederlands – moest worden gebezigd in het onderwijs. Bovendien was het Nederlands de beste keus omdat de keus voor een andere onderwijstaal maar animositeit zou opwekken bij de andere bevolkingsgroepen. Een bijkomend voordeel was dat de Creools-Surinaamse en Hindoestaanse bovenlaag al vertrouwd was met het Nederlands. De heer Ferrier zorgde er ook voor dat er een kleuterklas vóór het basisonderwijs werd opgericht waar de kinderen alvast konden wennen aan het gebruik van de Nederlandse taal, waardoor ze makkelijker het begin van het basisonderwijs zouden kunnen volgen. Voor die kleuterklassen werden speciale leerkrachten opgeleid.

Albert Helman
Ook de Surinaamse schrijver Albert Helman (ps. van Lou Lichtveld, die minister van onderwijs was van 1949-51) zei op een congres in 1956 dat het een conditio sine qua non was dat elke Surinamer minstens één cultuurtaal goed zou moeten kennen. En dat was nu eenmaal het Nederlands.

Afb. links: Albert Helman, geschilderd door Erwin de Vries

Standaardnederlands
In 1962 werd er, op initiatief van de Sticusa en de Surinaamse regering, een Taalbureau in het leven geroepen dat zich bezig zou gaan houden met de opleiding in de Nederlandse taal. In 1963 werd er op een congres van taalleraren besloten dat het Standaardnederlands de norm moest blijven. Wel moet worden gezegd dat men tolerant stond ten opzichte van de Surinaamse variaties op het Standaardnederlands. In 1967 kwam er een volledige, gedegen MO-opleiding die veel taalleraren aan het voortgezet onderwijs heeft afgeleverd.

Algemeen Leerplan
In 1965 verscheen het Algemeen leerplan voor het gewoon lager onderwijs in Suriname dat een ‘stabiele tweetaligheid’ beoogde met als doel ‘…enerzijds om de leerlingen uit te rusten tot volledige actieve en passieve deelname aan de eigen Surinaamse cultuur, voor zover die uitdrukking vindt in het Nederlands en anderzijds de leerlingen de sleutel te verschaffen tot de voor hen vreemde Nederlandse cultuur’. Verder zou het Nederlands moeten worden onderwezen als een vreemde taal, een voorschrift waar tientallen jaren de hand mee werd gelicht. Men bleef immers gebruik maken van moedertaalmethodes die uit Nederland werden ingevoerd. Tegen het einde van de 20e eeuw kwam hierin eindelijk verandering.

Venetiaan
De heer Venetiaan, de voormalige president van Suriname stelde in het voortgezet onderwijs het Nederlands en Engels verplicht. De andere talen werden facultatief. In 1974 schreef de heer Venetiaan in een nota dat op lange termijn wellicht het Nederlands als officiële voer- en schooltaal zou worden vervangen door een andere.

Conclusie
Deze geschiedenis maakt duidelijk dat het Nederlands in Suriname betere kansen heeft gehad dan het Nederlands op de Antillen. Het gebruik ervan werd in Suriname aan alle kanten gestimuleerd en de bevolking werd gemotiveerd om zich het Nederlands eigen te maken om goed te kunnen functioneren in de Surinaamse maatschappij en voorbereid te zijn op verdere studie.

[vervolg klik hier]

vrijdag 10 juni 2011

Amaisa wint weer!

door Els Moor

Op het Kinderboekenfestival Paramaribo 2011 lieten we in de stand ‘Lees je wijs!’, waar bijna alle Surinaamse kinderboeken lagen, alle kinderen die dat wilden de titel van het boek dat ze het mooiste vinden of dat hen het meeste aantrekt op een flap schrijven. Dat deden we ook eind februari en eind maart op de Kinderboekenfestivals van Albina en Nickerie. In Albina had de serie van de stichting PCOS, samengesteld door Christine Feenstra over het dagelijks leven van het meisje Amaisa uit een dorp in het binnenland, de meeste stemmen. In Nickerie gingen Jack en Mia, de hoofdpersonen van de twee boekjes over onderwerpen uit de Surinaamse geschiedenis van Jerrel Pinas met de eer strijken.


Christine Feenstra (midden) aan het werk voor het Kinderboekenfestival

In Paramaribo hebben duizenden kinderen het festival op het terrein van KKF bezocht; tijdens de ochtenden met hun klas en juf of meester, in de middaguren met hun familie of vrienden en vriendinnen. ’s Morgens werden er creatieve activiteiten met de boeken gedaan, waarna ze een boek mochten kiezen voor de flap en ‘s middags kwamen kinderen zelf zitten lezen en schreven ze ook graag de titel van het boek van hun voorkeur op.

Enkele cijfers:
328 kinderen schreven de titels van 83 verschillende boeken uit de totale collectie op flappen
44 kinderen kozen voor de serie over Amaisa van de stichting PCOS
25 kinderen kozen voor de boekjes over Jack en Mia van Jerrel Pinas (foto rechts)
19 kinderen kozen voor de serie over het paard Manga van Susan van Dijk

Amaisa heeft deze keer dus glansrijk gewonnen. De Amaisaboekjes zijn zeker niet de spannendste, meest humoristische of meest creatief geschreven kinderboeken. Toch hebben ze al twee keer gewonnen. De serie is verschenen in het kader van het project ‘Vroege stimulatie taalontwikkeling’ dat tot voor kort door PCOS verzorgd werd in 9 dorpen aan de Boven-Suriname met Djoemoe als centrum en dat nu doorgezet wordt door bewoners van de dorpen met behulp van de boekjes. De doelgroep van het project bestaat uit moeders en andere opvoeders van jonge kindertjes die nog niet naar school gaan en uiteraard de kindjes zelf. Het doel is dat deze moeders en anderen in de moeilijke schooltaal, het Nederlands, leren praten met hun kindertjes over dagelijkse onderwerpen zoals eten, baden in de rivier, met de boot ergens op bezoek gaan, naar de poli gaan als je ziek bent en geld sparen. De zinnen in de vijf boekjes zijn dus uiterst eenvoudig en de duidelijke illustraties laten zien waar de zin over gaat. Het vijfde boekje werd tijdens het KBF gepresenteerd en heet: Amaisa gaat sparen.

Dat zoveel kinderen voor deze eenvoudige boekjes kiezen, ook in de stad en omgeving, zegt veel over het leesniveau van deze kinderen. Veel kinderen willen boekjes lezen waarin ze zichzelf herkennen, eenvoudig van taal en met leuke, aanschouwelijke tekeningen. Ook de boekjes van Jerrel Pinas en Susan van Dijk spreken de kinderen aan, van Pinas vanwege het aantrekkelijk maken van de geschiedenis en die van Susan omdat ze op een prachtige manier via het paard Manga herkenbare emoties verwoordt, ook alweer eenvoudig en met mooie illustraties.

Boeken die 10 of meer stemmen kregen zijn: Okorié en Agambé van Sherida Sabajo (17 stemmen) over twee jongens uit verschillende dorpen in het binnenland, Sam en Kim van Cynthia Mc Leod (13), over het dagelijks leven van enkele kinderen in de stad, Het grote Anansiboek van Johan Ferrier (11), waaruit er waarschijnlijk wordt voorgelezen op scholen, Mijn bijzondere bossen (11), een informatief boekje over zorg voor het milieu en de serie Moi boi (10) van de schrijversgroep Wagina uit Wageningen over een doodgewone jongen die overgaat naar de tweede klas en wat hij allemaal doet. De klassen die naar stand ‘Lees je wijs!’ kwamen, waren voornamelijk vijfde en zesde en een enkele vierde. Boeken met ingewikkelder verhalen met veel meer en moeilijker tekst, zoals bijvoorbeeld die van Gerrit Barron, kregen weinig stemmen. Een lach en een traan kreeg met 7 de meeste.

Wat leren we hieruit? De leescultuur in Suriname is langzaam groeiende. Zelf lezen is nog moeilijk voor veel kinderen. Er is nog veel behoefte aan eenvoudige, herkenbare boekjes met weinig tekst en veel illustraties. Deze fase is de eerste stap van zelfstandig lezen op weg naar de mooi geschreven fantasievolle of leerrijke, dikkere boeken met veel tekst die we ook in onze kinderliteratuur hebben en die op de scholen niet mogen ontbreken. Voorlezen is immers de perfecte stap om de kinderen naar zelf lezen te brengen!

Foto van Jerrel Pinas: @ Harmen Boerboom

dinsdag 8 februari 2011

Gebazel over switi Sranan

door Els Moor


Suriname en ik is de wat egocentrische titel van de bundel, samengesteld door John Leerdam en Noraly Beyer (foto links), met persoonlijke verhalen over Suriname van in Nederland wonende geboren Surinamers en anderen die veel met Suriname te maken hebben. De ondertitel ,’Persoonlijke verhalen van bekende Surinamers over hun vaderland’ is dus fout. Zijn Gerard van Westerloo, Peter Meel, Michiel van Kempen, Jan Pronk en andere Nederlanders die verbonden zijn met Suriname ‘Surinamers die over hun vaderland schrijven’? Dat de redacteur van uitgeverij Meulenhoff dat niet heeft gemerkt, is op z’n minst vreemd.

Zevenenvijftig ‘verhalen’ bevat de bundel en dat is veel. Ik kwam er moeilijk doorheen omdat de kwaliteit van de ‘verhalen’ zo verschillend is; van slecht geschreven nostalgische, clichématige jeugdherinneringen aan Suriname tot realistische en toch persoonlijke beschouwingen over de veranderingen die het land sinds de onafhankelijkheid ondergaan heeft. Twee problemen doen zich voor: veel van de medewerkers aan de bundel zijn wel geboren Surinamers, die in Nederland een goede plaats gevonden hebben, maar geen schrijvers of journalisten en de samenstellers zijn grote figuren op hun vakgebied, maar hebben geen ervaring met dit werk, het samenstellen van zo’n diverse bundel met zo’n moeilijk onderwerp.

Na elkaar in de bundel staan de bijdragen van Gerard Spong en Denise Jannah. Gerard Spong, advocaat in Nederland, van Surinaamse afkomst, die zich al vanaf 1980 inzet voor het herstel van de rechtsstaat in Suriname, geeft in zijn bijdrage onder de titel ‘Suriname: een ontgoocheling’ blijk van felle woede. Hij heeft een hechte band met het land, maar hij voelt zich ook thuis in Nederland. De ‘rauwe werkelijkheid’ van Suriname tast echter zijn warme gevoelens aan. Hoe de hoofdverdachte in het decembermoordenproces op democratische wijze president werd, brengt hem ertoe de grote Duitse auteur Bertold Brecht aan te halen: ‘Erst kommt das Fressen und dann die Moral’. Zijn felle aanklacht tegen onrecht en verwording van democratie eindigt met de conclusie:’Suriname is vooralsnog een verdwaald, diep gezonken tropisch paradijs dat is afgegleden naar een tropische hel.’

Het artikel van Denise Jannah, internationaal bekend jazzvocaliste, componiste, zangpedagoge en actrice, staat lijnrecht tegenover dat van Spong. Ze begint aldus: ‘Bepaalde geuren uit mijn jeugd zullen me altijd bijblijven’. En ze is lang niet de enige die het motief ‘geuren’ als blijk van liefdevolle herinnering uitwerkt. En dan de wolken, de allermooiste ter wereld… en de energie die ze ervaart in ‘Gods prachtige natuur’… en het verdriet als ze weer opstijgt van de luchthaven en haar ‘Mama Sranan’ achterlaat. Aan Mama Sranan schreef ze dan ook in de vliegtuigstoel een gedicht, in het Sranan en het Nederlands dat aldus begint: ‘Mijn hart zucht in mij/ Wanneer ik wegga van jou/ Zo hoog in de lucht/ Om ver weg te gaan/ Het vliegtuig brengt mij/ Over sula’s, bergen en kreken/ Over mijn stad/ Mijn dorp waar ik opgroeide […].

Tussen deze twee uitersten bewegen zich de andere vijfenvijftig bijdragen in deze bundel en de kwaliteit ervan varieert van heimwee-achtige cliché’s tot rationele informatie en creatieve benadering. Ook Eva Essed-Fruin (foto rechts), van oorsprong Nederlandse, echtgenote van Frank Essed, eerst cursusleider en later directeur van het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL), die in 1995 naar Nederland vertrok, geeft haar bijdrage, ‘Suriname een paradijs?’ aan de bundel. Haar begin is verrassend leuk: ze hoorde voor het eerst over Suriname als kind via een Surinaamse onderwijzer die haar school bezocht. Hij vertelde dat Surinaamse kinderen geen inktlap nodig hadden omdat ze hun pen afveegden aan hun kroeshaar. Eva was jaloers op die kinderen. Zij zat altijd met inktlappen te knoeien! In 1957 kwam ze zelf in Suriname en ze begon als lerares, maar toen schreven alle leerlingen al met ballpoint. Ze vertelt boeiend over de tijd tot de onafhankelijkheid, positieve en negatieve situaties en hoe Suriname langzaam maar zeker moderniseerde met verharde wegen, kantoorgebouwen, veelsoortige huizen en meer opleidingen waardoor de jeugd meer kansen kreeg. Ook Eva Essed versombert in haar verhaal als ze komt bij 25 februari 1980 en later. Ze eindigt met een realistische uitspraak: ‘Een paradijs zal Suriname nooit worden, want er bestaan nu eenmaal geen paradijzen op aarde.[…] Het kan hoogstens een land worden waar het goed leven is’.

De bijdragen van de Hollandse Surinamegangers vallen tegen. Ze hebben een andere band met het land die niet diep wortelt. Wetenschapper Wim Hoogbergen bijvoorbeeld begint te vertellen hoe hij in zijn jeugd in Nederland voetbalde met ‘zwarte voetballers’, waaronder de later beroemd geworden Humphrey Mijnals. Hij heeft nog een hond naar hem genoemd. Michiel van Kempen beschrijft hoe hij eens in een Chinees restaurant aan de Johannes Mungrastraat zat te eten en vanachter het raam getuige was van een botsing met een geweldige klap en hoe hij later voor de politie moest getuigen… wel met humor geschreven… een anekdote over een lome zondagmiddag. Suriname en ik? Jan Pronk die als minister betrokken was bij de onafhankelijkheidsbesprekingen tussen Suriname en Nederland betoogt in zijn artikel dat de onafhankelijkheid van Suriname beslist niet opgedrongen was van de kant van Nederland, wat vaak gezegd wordt. Een artikel dat zeker stof tot discussie kan geven, maar niet in het kader van Suriname en ik.

Zo zijn er toch nog heel wat artikelen die de moeite van het lezen waard zijn. Thea Doelwijt werkt met fragmenten uit haar eigen werk in ‘Geesten in luchtland’. Ze is op een wolk gaan zitten omdat ze rustig wil nadenken over een manier om haar verhaal goed te vertellen. En zo laat ze thema’s zien die een rol speelden en spelen in Suriname. Mooi is ook wat de gezusters Joan en Kathleen Ferrier doen als ze een Braziliaans lied aanhalen (vrij vertaald door Kathleen) ‘Mijn vader was van Sao Paulo/ mijn grootvader van Parnambuco/ mijn overgrootvader van Minas/ mijn overovergrootvader van Bahia/ mijn machtige leermeester/ was Antonio de Braziliaan. De woorden van dit lied herinneren hen steeds weer aan het antwoord dat Johan Ferrier, laatste gouverneur en eerste president van Suriname en hun vader, gaf voor de Nederlandse televisie op de vraag waar zijn wortels nou eigenlijk liggen. Johan Ferrier antwoordde dat zijn wortels verspreid liggen over de hele wereld.

En zo is het ook. Ik word niet goed van al dat gebazel over ‘Switi Sranan’. We zijn allemaal wereldburgers en we wonen waar we ons thuisvoelen, om welke reden dan ook, en we zullen mee moeten werken om dat land leefbaar te houden. Of dat nou je ‘vaderland’ is of een ander land, dat maakt niet zoveel uit. Het gaat erom dat het goed gaat in een land, dat er geen mensonterende toestanden zijn en daarover schrijven gelukkig nogal wat medewerkers aan deze bundel.

Jammer van die titel, van de rommelige inhoud, van de titel ‘biografieën’ tot slot boven de korte alinea’s met informatie over de auteurs en zelfs enkele taalfouten. We zijn dat niet gewend van Meulenhoff.

Red:. John Leerdam & Noraly Beyer: Suriname en ik; Persoonlijke verhalen van bekende Surinamers over hun vaderland. J.M. Meulenhoff bv, Amsterdam 2010. ISBN 978 90 290 8719 3


Foto's: @ Roeland Fossen

vrijdag 26 november 2010

Suriname is akte onafhankelijkheid kwijt


Koningin Juliana ondertekent het besluit waarmee de banden tussen Suriname en Nederland worden verbroken 25-11-1975. ©ANP

Vandaag is Suriname precies 35 jaar onafhankelijk. Maar de akte waarbij de republiek Suriname als onafhankelijke en soevereine staat wordt erkend, is zoek. De Nederlandse koningin Juliana ondertekende het document in 1975. Op de tentoonstelling die het Nationaal Archief in Paramaribo deze week opende, ligt nu een kopie. Dat wist niemand, totdat de Surinaamse krant De Ware Tijd dat aan het licht bracht.
In Suriname wordt er vanuit gegaan dat de akte is zoekgeraakt, niet gestolen. Op drie verschillende plekken wordt naar de akte gezocht. Het zou kunnen liggen in het Nationaal Archief in Paramaribo of in de kluis van de Centrale Bank van Suriname.

Brand
Een andere mogelijkheid is dat de geboorteakte van Suriname is vernietigd bij de brand van het ministerie van Algemene Zaken in de jaren tachtig.

De akte van erkenning werd vandaag precies 35 jaar geleden in paleis Huis ten Bosch in Den Haag in tweevoud getekend door koningin Juliana, premier Joop den Uyl en de ministers Max van der Stoel, Dries van Agt en Wilhelm de Gaay Fortman.

Ferrier
Eén document bleef achter in Nederland. Het andere ging naar Johan Ferrier, de eerste president van Suriname. Vanaf dat moment ontbreekt elke spoor. Vooralsnog is het land niet in rep en roer over de kwestie.

[uit de Volkskrant, 25 november 2010]

zondag 18 juli 2010

Het grote Anansiboek van Ferrier en Lichtveld

door Cynthia Mc Leod

Het ziet er prachtig uit. Gebonden, harde kaft, glanzend papier en de tekeningen in full colour! Op de achterkaft staat er: 'Dit hele boek zou in een wolkje moeten staan, want de verhalen hierin zijn direct opgetekend uit de mond van meesterverteller Johan Ferrier.' Dat klopt helemaal, want zo is dit boek ontstaan. Dr. Johan Ferrier heeft niet achter een typemachine of de computer zitten schrijven. Welnee, hij vertelde de anansitori's aan groepen leerlingen op scholen en in bibliotheken.

Het idee om van het sinds 1986 bestaande boek een jubileumuitgave te maken, ontstond twee jaar eerder bij de planning van de viering van Johan Ferriers 100ste verjaardag, die op 12 mei 2010 zou zijn. Toen hij hoorde van deze plannen, zei hij zelf, dat het boek niet duur mocht zijn en dat hij graag had dat alle basisscholen en kindertehuizen in Suriname een exemplaar cadeau zouden krijgen.
.


Een mooi boek maken, dat niet duur mag zijn en daarvan nog 500 exemplaren cadeau geven, zou alleen lukken als er subsidie kwam. Dat werd moeilijk, want een mogelijke Nederlandse subsidiegever stelde al meteen dat de tekst niet literair genoeg was, dat de verhalen te moralistisch waren en dat er teveel onderbrekingen waren. Eén van de commissieleden dacht erover de tekst te herschrijven. Toen ik dat hoorde, zei ik: 'Anansitori's zijn volksverhalen en die zijn per definitie moralistisch en die onderbrekingen, die horen erbij, want de echte verteller wil juist onderbroken worden en maakt de onderbreking een deel van het verhaal. Niemand mag aan de tekst komen, want anders zijn het niet meer Johan Ferriers anansitori's.'
Gelukkig kwam de oplossing vanzelf: Surinaamse bedrijven wilden spontaan en onvoorwaardelijk subsidie geven voor dit echte Surinaamse boek!

Want dat is het. Een mooi Surinaams boek. Bekende en ook vrij onbekende anansitori's waarnaar alle kinderen met plezier zullen luisteren en die ze ook heel graag zelf willen lezen.

Maar er is nog meer. Die onderbrekingen! Want wat deed Johan Ferrier tijdens het vertellen? Het luisterpubliek onderbrak hem niet, maar hij onderbrak zichzelf. A tori ben koti! En in die koti verklaarde hij iets of legde iets uit. Daardoor staat het boek vol van allerlei wetenswaardigheden over de leefwijze van vroeger en typische aspecten van onze cultuur. Een voorbeeld: in een verhaal verstopt Anansi zich in de ashoop. De verteller: 'Vroeger werd in Suriname op hout gekookt in een keuken achter in de tuin. De as werd op een hoop gegooid en gebruikt om hard water zacht te maken. Als je hard water een nacht in een teil met as liet staan, werd het zacht. Dan had je minder zeep nodig om kleren te wassen.' In een ander verhaal is Ba Tigri zogenaamd dood. De verteller: ‘ 's Avonds gingen alle dieren in rouwkleren naar het sterfhuis. Ze gingen graag naar een sterfhuis, want dan is er altijd lekker eten en drinken. Er is popcorn, er zijn koekjes en chocolademelk, koffie en thee. En ook sterkere drank dan chocola, koffie en thee!’

In weer een ander verhaal heeft tante Sjaklien haar 'kasmoni' gekregen en dan wordt uitgelegd wat kasmoni is en hoe dat werkt.

Bij één van de verhalen begint de verteller zo: 'In Ghana krijgen kinderen de naam van de dag waarop ze geboren zijn. Weet jij op welke dag je geboren bent? Nee? Vraag het je ouders. Dan weet jij ook hoe jij genoemd zou worden in Afrika. Een meisje dat op zondag geboren is, heet Kwasiba, een jongen: Kwasi. Een meisje, op maandag geboren, heet Adyuba, een jongen Kodyo. Meisjes, op dinsdag geboren, heten Abena of Abeniba, jongens: Kwamina. Een meisje, op woensdag geboren, heet Akuba, een jongen: Kwaku. Een meisje, op donderdag geboren, heet Yaba, een jongen: Yaw. Meisjes, op vrijdag geboren, heten Afi of Afiba, jongens: Kofi. Meisjes, op zaterdag geboren, heten Amba of Amimba, jongens: Kwami. Anansi is getrouwd met Akuba. Op welke dag is zij dus geboren?' Die onderbrekingen bevatten allerlei culturele aspecten en blijken dus juist heel waardevol te zijn.

Wat ik zelf van groot belang vind, is het feit dat aan het begin van het boek iets staat over de spelling en de uitspraak van het Sranan. Door onze geschiedenis en vooral de onderwijssituatie van de afgelopen honderddertig jaar, is het Nederlands onze officiële taal geworden. Daar is niets mis mee. Het Surinaams-Nederlands is de moedertaal van een grote groep Surinamers, het is de voertaal, de onderwijstaal, taal van pers, enzovoort. Maar het Sranan of Sranantongo, dat is voortgekomen uit het Nengre, heeft zich ook ontwikkeld en is een nationale taal geworden, zelfs zo dat we altijd het Sranan couplet van ons volkslied zingen. Het Sranan is al sedert onze onafhankelijkheid een gestandaardiseerde taal, dat wil zeggen dat er vastgelegde spellingregels zijn. Maar helaas, helaas, heel weinig mensen kennen deze regels en iedereen schrijft het Sranan maar zoals hij/zij zelf wil: 'Swiet Djaarie' in plaats van Swit' Dyari en 'viadoe', terwijl het fiyadu moet zijn. Het lijkt erop dat we heel weinig respect voor onze eigen taal hebben.
Maar waar leren mensen spellingregels? Juist, op school! En daarom kennen wij Surinamers de spellingregels van het Sranan niet, want op school wordt ons dat niet geleerd. Ja, onze kinderen mogen wel Engels correct leren spellen en Spaans en Frans, maar niet het Sranan. Drie of vier lesuren in de vijfde klas van de basisschool hieraan besteed, zou daarin al heel wat verandering kunnen brengen. Aan de leerkrachten van de vijfde en zesde klas geef ik nu het volgend advies: Als u uw leerlingen beloont met een anansitori uit 'Het Grote Anansiboek' van Johan Ferrier, kijk dan ook vóór in het boek en voeg er een kort lesje Sranan spelling aan toe. Dat zal goed zijn voor alle Surinamers.

Johan Ferrier: Het Grote Anansiboek. Met illustraties van Noni Lichtveld, 136 pp.. Schoorl: uitgeverij Conserve, 2a010. ISBN 978 90 5429 295 1
Oorspronkelijke uitgave in 1986. Sindsdien verschenen drie drukken in paperback (2002, 2003 en 2007) bij Conserve te Schoorl

[overgenomen uit De Ware Tijd Literair; Cynthia Mc Leod is de dochter van Johan Ferrier; haar historische romans verschijnen eveneens bij uitgeverij Conserve in Schoorl]



Op de foto: Cynthia Mc Leod spreekt bij de presentatie van
Het grote Anansiboek

maandag 28 juni 2010

Grote Anansiboek in Suriname


De presentatie van de jubileumuitgave Het grote Anansiboek van Johan Ferrier vindt plaats op donderdag 8 juli 2010 in Theater Thalia in Paramaribo om 18.00u. Het hoogtepunt is de uitreiking ervan aan vertegenwoordigers van scholen, kindertehuizen, bibliotheken, sponsoren en het Kinderboekenfestival. Deze jubileumuitgave van Het Grote Anansiboek kwam tot stand door een samenwerking van de familie Ferrier, de illustratice Noni Lichtveld en uitgeverij Conserve. De presentatie wordt georganiseerd door de commissie ‘Het Grote Anansiboek’ en de Stichting Projekten Protestants Christelijk Onderwijs.

Voor meer info 472072/472070

donderdag 20 mei 2010

Het grote Anansiboek gedoopt

Op zondag 16 mei j.l. werd in Amsterdam een gloednieuwe editie van Het grote Anansiboek van Johan Ferrier en Noni Lichtveld gepresenteerd. Een fotoreportage, met o.m. de kinderen-Ferrier, Denise Jannah en Robby Alberga, Guillaume Pool, Gerda Havertong.










woensdag 12 mei 2010

Gloednieuwe editie Het grote Anansiboek

Op zondag 16 mei wordt een gloednieuwe editie van Het grote Anansiboek van Johan Ferrier en Noni Lichtveld gepresenteerd, voor het eerst full color en gebonden met talloze nieuwe illustraties. President Ronald Venetiaan van Suriname en minister-president Jan Peter Balkenende schreven voor deze bijzondere geïllustreerde gebonden uitgave een voorwoord. Noni Lichtveld maakte vele nieuwe illustraties in kleur. De presentatie vindt plaats na afloop van de kerkdienst o.l.v. ds. Rhoïnde Mijnals-Doth op zondag 16 mei plm 12.00 uur in de Koningskerk van de Evangelische Broedergemeente Amsterdam-Stad & Flevoland, Ostwaldstraat 1 (de kerkdienst begint om 10.30 uur). Denise Jannah zal een lied zingen als aubade aan Johan Ferrier. Na afloop is het boek verkrijgbaar in de tuinzaal waar u een glas Fernandes wordt aangeboden.

Aanbieding door de kinderen Ferrier aan de Nederlandse minister-president, v.l.n.r. Joan, Cynthia, Jan-Peter Balkenende, Kathleen en David

Het grote Anansiboek
is nooit geschreven: het is verteld. Deze verhalen zijn zó uit de mond van de verteller opgetekend. Daardoor is Het grote Anansiboek het meest echte Anansiboek van de wereld, van de hand van meesterverteller Johan Ferrier. Zie het voor je: kinderen die met open mond luisteren naar verhalen over Anansi, de slimste spin ter wereld. Ja, zo ging het als schoolmeester Johan Ferrier vertelde over Anansi. Duizenden kinderen zijn opgegroeid met zijn verhalen over Anansi.
.

V.l.n.r. Joan, Cynthia, Jan-Peter en Kathleen

Johan Ferrier, die op 4 januari van dit jaar op 99-jarige leeftijd overleed was docent, vader, minister, premier, gouverneur en werd in 1975 de eerste president van de Republiek Suriname, die in november 2010 haar 35ste verjaardag viert. Dit boek is eerbetoon aan het mooie leven en de vertelkunst van Johan Ferrier. Door deze verhalen kunnen ook komende generaties kinderen genieten van Anansi.

Het grote Anansiboek van Johan Ferrier is een echte klassieker geworden, niet alleen in Suriname maar ook in Nederland. Het verscheen voor het eerst in 1986 en beleefde verschillende herdrukken maar steeds met zwart-witillustraties van Noni Lichtveld. Voor deze luxe jubileumeditie zijn én tekst en illustraties en vormgeving volledig herzien. De tekst is gemoderniseerd, de illustraties zijn geheel in kleur en Noni Lichtveld (foto links) maakte ook prachtige nieuwe illustraties; de vormgeving is stijlvol en doordacht.

Conserve-auteur Cynthia Mc Leod-Ferrier voerde de redactie, Lieke van Duin de bewerking en Renée Koldewijn ontwierp omslag en binnenwerk.

De uitgave werd mede mogelijk gemaakt door financiële steun van De Surinaamsche Bank, IamGold, de Nederlandse Taalunie, Staatsolie en Telesur. Het eerste exemplaar van het boek is op 12 mei, de 100ste geboortedag van Johan Ferrier, door zijn dochters Cynthia, Helen, Joan en Kathleen overhandigd aan premier Balkenende en mevr. Susan Derby, tijdelijk zaakgelastigde van de Surinaamse ambassade.

Op 8 juli wordt het boek gepresenteerd in theater Thalia in Paramaribo waar tien leerlingen van basisscholen en kindertehuizen in Suriname een gratis exemplaar ontvangen namens hun schoolbibliotheek. Voor het onderwijs worden er lessuggesties gemaakt.

Johan Ferrier & Noni Lichtveld – Het grote Anansiboek – 140 pagina’s, full color geïllustreerd, gebonden, ISBN 978 90 5429 295 1, € 19,95

Surinaamse Klassieken
Het boek komt uit als deel 6 in de reeks Surinaamse Klassieken van uitgeverij Conserve, die onder redactie staat van Peter Sanches. Overige delen reeks Surinaamse Klassieken:
Deel 1 Leo Ferrier – Atman
Deel 2 Bea Vianen – Strafhok
Deel 3 Albert Helman – De stille plantage
Deel 4 Tonko Tonckens – De vicieuze cirkel
Deel 5 J. van de Walle – Een vlek op de rug

Voor meer informatie over het boek:
Uitgeverij Conserve, postbus 74, 1870 AB Schoorl, telefoon 072-509 3693, info@conserve.nl website http://www.conserve.nl/


Foto's van de aanbieding: @ Henk Augustijn
Foto van Noni Lichtveld: @ Michiel van Kempen

donderdag 6 mei 2010

Teri den, 100 jaar Johan Ferrier

Teri den; 100 jaar Johan Ferrier is een documentaire over Johan Ferrier, onder regie van Astrid Serkei. TV uitzending is op 8 mei op Nederland 2 om 16.10 uur, enkele dagen voor zijn honderdste geboortedag op 12 mei 2010.

Het is 1 juli 1980, Jan de Koning – destijds de Nederlandse minister van ontwikkelingssamenwerking - viert in Suriname Keti Koti, de dag der vrijheden. Wat hij op dat moment niet weet is dat er plannen worden gesmeed hem te gijzelen. De militaire machthebbers willen op die manier hervatting van ontwikkelingshulp afdwingen. Hoe dat afloopt ziet u in de documentaire. 'Teri den' betekent 'tel je zegeningen'.


Johan Henri Eliza Ferrier, de laatste gouverneur en de eerste president van een onafhankelijk Suriname in 1975 overleed in de nacht van 4 januari 2010. Hij werd 99 jaar.

Altijd aan de top, tot de militaire coup op 25 februari 1980 zijn carrière doorkruist. Johan Ferrier heeft het liever niet over een coup; als een bovenmeester wist hij toen de militairen te beteugelen. De jonge democratie Suriname wordt pas echt bedreigd als de grondwet in augustus 1980 aan de kant wordt geschoven. “Zonder grondwet geen president” is zijn stelling en dus vertrekt Ferrier naar Nederland.

Hij was een onderhandelaar pur sang en wist met de juiste diplomatie verschillende grote projecten voor zowel Nederland als voor Suriname binnen te halen. Voor Nederland haalde hij ESTEC naar Noordwijk; voor Suriname zorgde hij voor de financiering van de Brokopondo-waterkrachtcentrale in het Van Blommensteinstuwmeer, die Suriname nog steeds voorziet van energie. Ferrier werd internationaal gezien als bruggenbouwer en door vele politici geprezen. Met het Koningshuis had hij een bijzondere relatie.

Deze documentaire schetst niet alleen een beeld van Ferrier als persoon, maar vertelt ook anekdotisch de Surinaamse geschiedenis en ontwikkeling in relatie tot Nederland in de 20ste eeuw. Met zijn dochters Joan en Kathleen gaan de makers terug naar het ouderlijk huis in Oegstgeest.

Een productie van NOS/NPS en MTNL

Bekijk de documentaire hier

Voor meer informatie kunt u bellen met 06 511 48 264 of mailen naar astrid@sureas.nl

woensdag 3 maart 2010

Dokteren in Suriname


Dokteren in Suriname is een verhaal apart. Voor veel Nederlandse artsen is Suriname een land vol contrasten. Wat je verbaast en inpalmt tegelijk. Vele bevolkingsgroepen leven naast en met elkaar. Ieder met hun eigen identiteit en toch voldoende ruimte biedend aan elkaar. Competitie en competentie, coöperatie en concurrentie. Het is er. Je voelt het, je merkt het, maar op een of andere manier stoort het je niet. Als ware het een symbiose, het past in het land.

Een bijzondere ontmoeting met enthousiaste collega’s voor wie wij veel bewondering hebben gekregen. De uitwisseling van kennis, gevoel, ervaringen en vaardigheden staan centraal.
Spannend om te doen en uitnodigend en interessant tegelijk om mee te maken. Een bron van positieve energie. Een relaas van Nederlandse huisartsen en psychiaters op werkbezoek in Suriname, zowel in Paramaribo als in de binnenlanden. Boeiende verhalen worden afgewisseld met romantische Surinaamse gedichten, sfeervolle fotografie uit het Suriname van rond 1920 en uit het Suriname van nu en smaakvolle lokale gerechten. Ook hebben wij hier Johan Ferrier willen herdenken door hem, in onze gedachten, enkele Anansiverhalen te laten voorlezen.

Dokteren in Suriname
prijs: € 29,95
200 pagina’s – hard cover / full color
ISBN 978 90773 22 475
NUR 870

Uitgeverij Mension
Tappersweg 85
2031 ET Haarlem
tel. 023-542 36 75
fax 023-235 423 712
info@mension.nl
http://www.mension.nl/

zaterdag 6 februari 2010

Tweemaal 99 jaar

door Carry-Ann Tjong-Ayong

99 is een mooier getal dan 100. Symmetrisch als een eeneiige tweeling die naast elkaar loopt op weg naar de volgende levenseeuw. En eigenlijk zijn de honderd jaren ook voltooid want het eerste levensjaar in de moederbuik wordt nooit meegeteld.
Als je 1 zegt, bij het tellen is het eerste getal immers al voltooid.
Dus tante Nelletje en oom Johan, waren voor mij allebei honderd jaar.
Een topprestatie om zo lang zo alert, zo gezond op deze wereld, dit grontapu, dit aardoppervlak te mogen vertoeven. Ik heb hen allebei haast tot de laatste dag mogen zien en een brasa mogen geven. Oom Johan op het Ferrierfeest op in Katwijk aan Zee, waar hij nog een gloedvolle speech hield bij de inauguratie van de stichting die zijn naam draagt. Ik dacht toen nog: wat een zegen, als je dat nog kunt op die leeftijd....
Tante Nelletje zocht ik op 15 december op en ik schrok omdat zij niet op haar kamertje lag. Ik zag dat zij met afgedekte mond lag te slapen en streelde nog even haar zilvergrijze haar. Haar conditie was in een maand hard achteruit gegaan en het was eigenlijk geen schok meer dat wij op 17 december te horen kregen, dat zij in haar slaap was heengegaan. Het was al maanden haar grote wens, dat Hij haar zou komen halen.
Oom Johan vierde nog Kerst, Oud en Nieuw met zijn twee jongste dochters en hun gezinnen. Aan de vooravond van zijn overlijden gebruikte hij nog de dagelijkse maaltijd met Joan en Jan, die vlakbij hem wonen. Hij ging naar zijn huis, kleedde zich uit, ging op zijn bed liggen, deed het lampje aan, draaide zich op zijn zij en sliep in. Voor altijd, bleek de volgende ochtend, toen Joan hem belde en hij niet opnam. Toen Jan bij het huis kwam stak de krant nog uit de brievenbus. Dat was vreemd. Papsie haalde altijd de krant, maakte zijn ontbijt klaar. Toen Jan boven kwam vond hij zijn schoonvader met een vredige uitdrukking op zijn gezicht. Hij leefde niet meer.
Daarna kwam het hele circus in beweging, wat resulteerde in herdenkingsplechtigheden van het hoogste niveau, in de twee landen waar zijn hart en zijn leven lagen.
Tante Nelletje had een bescheiden Anitri begrafenis op de Hernhutterbegraafplaats Mariusrust. Zij liet geen nakomelingen na. Wij stonden met een handjevol rouwenden bij haar graf.
Oom Johan kreeg een staatsbegrafenis, waarbij de snelwegen langs de route werden stilgelegd door de escorterende politie. Een koninklijke uitvaart.
Hij liet 6 kinderen, 31 kleinkinderen 33 achterkleinkinderen en 2 betachterkleinkinderen na. Een grotere tegenstelling was niet mogelijk.
Twee mensen die mijn ouders hebben gekend. die hen hun onvoorwaardelijke vriendschap hebben gegeven. Die ik bewonderde.Van wie ik mijn hele leven heb gehouden.

cat 1 februari 2010
.

Premier Balkenende tekent het rouwregister voor Johan Ferrier

maandag 11 januari 2010

Johan Ferrier: een onderwijzer en gentleman in de Surinaamse politiek

door Peter Sanches


Op 4 januari 2010 stierf Johan Ferrier (99): de eerste president van Suriname. Peter Sanches werkte aan een speciaal cadeau voor de 100ste verjaardag van Ferrier: het Grote Anansiboek. Want behalve onderwijzer en president van Suriname was Ferrier ook een meester-verteller van Anansiverhalen.

Helder en monter van geest is hij als ik hem ontmoet tijdens de jaarlijkse herdenking van de 8 december-moorden in de Mozes en Aaronkerk in Amsterdam, nog geen maand geleden. Voor een 99-jarige loopt hij erbij als de beste reclame voor goede gezondheid. Ik kon toen niet weten dat ik - en veel van de andere aanwezigen - hem die avond voor de laatste keer levend zouden zien. Maandagmiddag om 13.00 uur rinkelt mijn mobieltje. Een nicht van Johan Ferrier is aan de lijn en zegt: 'Gecondoleerd'. Ik snap haar niet, want het kwartje valt niet onmiddellijk. Zij zegt voorzichtig: 'Weet je het nog niet…?' Dan begint mij te dagen dat Johan Ferrier op 4 januari het aardse voor het hemelse heeft verwisseld.


Anansiboek

De emoties steken even de kop op. Want ik ben vanaf november 2008 als redacteur nauw betrokken bij het samenstellen van een speciale editie van zijn Grote Anansiboek. De verhalen zijn allemaal door hem geschreven. Op zijn 100ste verjaardag op 12 mei 2010 zou het hem feestelijk worden aangeboden door zijn kinderen en kleinkinderen, om de verjaardag van hun ‘papsie’ (zo wordt hij door hen genoemd) op een bijzondere manier te vieren. Met een speciaal voorwoord van de Surinaamse president Ronald Venetiaan en de Nederlandse premier Jan-Peter Balkenende. Ik heb me heel even verdrietig gevoeld na het nieuws. Maar dat was snel over. Want Johan Ferrier heeft een rijk en goed leven gehad. Hij is nu gaan rusten, zoals Surinamers dat zeggen. Het is absoluut een welverdiende rust na meer dan 80 jaar van harde en noeste arbeid.


Moksikwatra

Johan Henri Eliza Ferrier, zoals hij voluit heet, is een echte 'moksiwatra', van gemengd bloed. In zijn afkomst kun je de meeste bevolkingsgroepen die Suriname telt, terugvinden. Dit zal hem later in de Surinaamse politiek goed van pas komen. Zijn ene overgrootmoeder komt in 1873 als contractarbeider uit India met het schip Lalla Rookh in Suriname aan. Zijn andere overgrootmoeder heeft de afschaffing van de slavernij in 1863 nog meegemaakt en vertelt de jonge Johan hier veel over. Van Ma Tante, zoals zij in de familie werd genoemd, hoort hij ook de Anansitories. Verhalen over de schrandere spin Anansi, die met de slaven uit West-Afrika zijn meegereisd naar het Caraïbisch gebied. Ma Tante heeft grote invloed op Johan: hij ontwikkelt zich tot een meester-verteller van de Anansiverhalen. Decennia lang hangen Surinaamse kinderen aan zijn lippen om hem te horen vertellen.

Zijn staat van dienst is indrukwekkend. Op zijn 17de begint hij te werken als onderwijzer. Dat doet hij door de jaren heen op verschillende opleidingen. Hij wordt vakbondsleider en is één van de initiatiefnemers van de Unie Suriname. Als politieke partijen eindelijk worden toegestaan in de kolonie Suriname, is hij een van de medeoprichters van de Nationale Partij Suriname (NPS). Ook dient hij het land als onderwijsdirecteur en vernieuwer, als lid van de Koloniale Staten, minister, minister-president, mijnbouwdirecteur, gouverneur en ten slotte als president.

Boven de partijen

Nog voor het ontstaan van het poldermodel in Nederland creëert Ferrier een eigen poldermodel in Suriname. Van onbesproken gedrag, gerespecteerd en boven partijen staand kan Ferrier in gecompliceerde politieke verhoudingen bruggen slaan tussen de verschillende etnische groepen in Suriname, en verlaat daarmee de koloniale weg van verdeel- en heerspolitiek. Zo lukt het hem in 1969 de toenmalig premier Johan Adolf ‘Jopie’ Pengel ertoe te bewegen om af te treden, en kan hij etnische onlusten in de loop naar de onafhankelijkheid van 1975 bezweren. In 1980 ziet hij de staatsgreep van de militairen onder leiding van Desi Bouterse als een misstap en probeert hij als president van de Republiek Suriname 'die jongens' op het pad van respect voor rechtsstaat en democratie te houden. Als dit hem niet lukt en de militairen de grondwet in augustus 1980 buiten werking stellen, vindt Ferrier het tijd om te gaan. Hij kan de denkbeelden en handelswijze van de militairen niet langer verdragen. Hij verhuist met zijn vrouw naar Nederland, maar behoudt voor de rest van zijn leven zijn Surinaamse paspoort en nationaliteit.

Onderwijzer met een missie

Johan Ferrier heeft de functies die hij bekleedde niet als vanzelfsprekend beschouwd, hij vond het een eer zijn 'land en volk' te mogen dienen en heeft dit met grote toewijding gedaan. Hij leefde niet in een ivoren toren, integendeel wist hij altijd wat er onder de bevolking speelde. Hoewel hij veel politieke functies heeft bekleed, is hij zijn hele leven in hart en nieren ‘onderwijzer met een missie’ gebleven: hij wilde door middel van educatie en opvoeding zijn volk verheffen, mede als reactie op het feit dat de kolonisator educatie niet nodig had gevonden voor de gewone Surinamer. Het klinkt wat plechtstatig, maar dit was wat Ferrier voor ogen had: de ontwikkeling van zijn land en volk. Het maakte hem tot de staatsman die hij uiteindelijk is geworden. Het maakte ook dat hij altijd balanceerde tussen hoop en zorg als het Suriname betrof. Op momenten dat het moest koos hij zijn woorden zorgvuldig om ‘zijn’ mensen toe te spreken en een hart onder de riem te steken. Zijn speeches waren meestal opvoedkundig van aard, maar nooit belerend van toon, wel altijd enthousiasmerend.

Product koloniale maatschappij?

Volgens critici was Ferrier een product van de koloniale maatschappij en van de lichtkleurige elite die meedeed met de kolonisator. Dit is een kwalificatie die mij te kort door de bocht is en geen recht doet aan zijn inspanningen. Opgegroeid tijdens de koloniale periode zag hij de tekortkomingen, de mogelijkheden en onmogelijkheden van de koloniale maatschappij. Daarom behoorde hij tot een van de initiatiefnemers van het platform Unie Suriname die de leuze ‘Baas in eigen huis’ bezigde. De Unie wilde vergaande autonomie voor Suriname. Ferrier was geen tegenstander van onafhankelijkheid, maar zag dit als een geleidelijk proces, als van een kind, die een ontwikkeling moet doormaken van baby naar volwassenheid. Zo zag hij ook het groeiproces van Suriname. Hij vond dat het land in 1975 nog niet rijp was voor de onafhankelijkheid. Maar toen Den Uyl dreigde de onafhankelijkheid op te leggen, sloeg Johan Ferrier om. Aan de waardigheid van de Surinamer moest men niet komen. Als landskind moest hij in de functie van gouverneur balanceren tussen de belangen van Suriname en die van de Koninkrijksregering en de Koningin in Nederland. Dit was niet makkelijk. Toch ontstond er een warme en persoonlijke band met de vroegere Koningin Juliana en haar dochter Beatrix. Ferrier was in zijn tijd echt een ‘koninkrijksburger’, op zijn gemak in zowel Suriname als Nederland.

Misschien is zijn tekortkoming dat hij te veel gentleman en diplomaat was en geen straatvechter, zoals velen in de politiek. Ik heb Ferrier nooit met modder zien gooien en nooit een onvertogen woord horen zeggen over een andere politicus. Door zijn houding had hij geen politieke vijanden, hooguit tegenstanders. Dit maakte hem voor sommigen tot een kleurloos figuur, maar diegenen die hem hebben gekend, weten wel beter.

Anansitories beginnen altijd met Er tin tin, sigri tin tin. Anansi ben de! Anansi de! Anansi sa tan! Lang, héél lang geleden... was Anansi er! Anansi is er! Anansi zal eeuwig blijven bestaan. Ik eindig met: Johan Ferrier de! Johan Ferrier sa tan! Johan Ferrier is er! Johan Ferrier zal eeuwig blijven bestaan!

[Overgenomen van de site van Wereldjournalisten]



Foto van Johan Ferrier: Ruud Straatman (CBG)

dinsdag 5 januari 2010

Johan Ferrier overleden

Op 4 januari 2010, is in Oegstgeest overleden Johan Henri Eliza Ferrier, geboren in Paramaribo op 12 mei 1910, padvinderscommandant, laatste gouverneur van het overzzese Rijksdeel Suriname, eerste president van de onafhankelijke Republiek Suriname, en bekend als verteller van Anansitori. Zijn lichaam wordt opgebaard in het gebouw van de Surinaamse ambassade in Den Haag. Zaterdag 9 januari wordt er een dankdienst gehouden in de Koningskerk in Amsterdam die live wordt uitgezonden door de Wereldomroep.
.



Met Mohammed Ali

In 2006 maakte MTNL een portret over Johan Ferrier op zijn 95ste verjaardag. In het portret raakt Ferrier zichtbaar geëmotioneerd wanneer hij over zijn aftreden praat. Een half jaar na de coup van Desi Bouterse restte hem geen andere keus dan zijn presidentschap af te staan en naar Nederland te verhuizen. "Ik zei tegen Bouterse: Ik ben president op grond van de grondwet en ik kan niet accepteren dat Suriname een land gaat zijn zonder grondwet en zonder volksvertegenwoordiging. Als jullie de grondwet absoluut willen afschaffen, betekent dat het einde van mijn president zijn, want ik ben president op grond van die grondwet die jullie weg willen hebben."

Bekijk het portret hier

Ook spreekt hij zijn dankbaarheid uit naar familie en vrienden, collega's maar ook naar de padvindersgroep, de Ferrier-Oranjedassers padvindersgroep. "Ik ben dankbaar voor de mogelijkheden die me werden geboden om datgene te doen wat nodig was, gedaan te worden, zoals voor de oorlog maar ook in de oorlogsjaren […] Mijn hart ligt in Suriname en leeft nog altijd met de Surinamers mee."Johan Ferrier, de eerste president van Suriname, is maandag 4 januari overleden. Ferrier overleed 's nachts in zijn woonplaats Oegstgeest. Hij is 99 jaar geworden. Zijn lichaam wordt opgebaard in het gebouw van de Surinaamse ambassade in Den Haag. Wanneer hij begraven wordt, is nog niet bekend gemaakt. Aanstaande zaterdag is er een dankdienst voor Johan Ferrier om 14:00 uur in de Koningskerk in Amsterdam. De Wereldomroep zendt de dienst live uit voor Nederland en Suriname.
Klik hier voor een Anansitori van Johan Ferrier.

Foto rechts: Ferrier als padvinders-paradecommandant, 1946