Posts tonen met het label Rutgers Wim. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rutgers Wim. Alle posts tonen

zaterdag 17 mei 2014

Clyde Lo-A-Njoe: Echolood

De rubriek Herlezen vraagt aandacht voor teksten die langer geleden zijn verschenen en de moeite van het herlezen waard zijn. Suggesties? Laat het ons weten via ons emailadres. Vandaag eerder al een gedicht van Clyde Lo A Njoe en nu zijn bundel Echolood.


Wim Rutgers toen
door Wim Rutgers
 
Clyde Lo-A-Njoe - Caresa
Clyde Lo-A-Njoe (Aruba 1948) volgde een opleiding als tekenaar-schilder en exposeerde zijn werk in Nederland, Duitsland en in het Caraïbische gebied. Naast beeldend kunste­naar is Clyde Lo-A-Njoe eveneens dichter. In 1982 gaf hij de tweetalige bundel Dansen / Baliamentu uit, waarin vierentwintig gedichten die alle een dans als uitgangspunt hebben en acht litho's werden samengebracht. De oorspronkelijk Nederlands­talige gedichten werden door Luis H. Daal in het Papiaments vertaald. Lo-A-Njoe reisde veel, waar in zijn werk de neerslag van te vinden is. De thema's van zijn poëzie, waarin hij persoon­lijke en mondiale noties verbindt, zijn het eigen verleden en zijn reiser­va­ringen, het verleden van de Caraïbische regio daarvan speci­fiek Aruba, maar ook de gevolgen van de atoombom op Hiroshi­ma aan het eind van de Tweede Wereld­oorlog en actuele Derde Wereld­proble­matiek. In het gedicht 'Merengue in mijmering' luidt het:

"Aruba, speldepunt waar mijn wereld om draait, / Refrésqueria en Latijnse melancholie, / je kromme bomen, / waardoor het spel van de / eeuwigdurende wind schiet. / Stil denk ik aan je overzoute lucht / en je verdwaalde blanken op de 'waaf'." (Dansen / Baliamentu, p. 43)
Clyde Lo-A-Njoe behoort tot die moderne Caraïbische dichters die zowel ge­nspi­reerd worden door het eigene als door de wereld buiten het eigen eiland, waarnaartoe de vensters wijd worden opengezet. (Skol y Komunidat XV-7, 1984: 10-13)
 
Aruba, jaren '60
Na jaren verscheen in 1989 de bundel Echolood, een doorgeconstrueerde bundel in drie delen met respectievelijk twintig, drie en zeven gedichten, waarin de dichter opnieuw een persoonlijke positiebepaling van zijn persoon en kunstenaarschap onderneemt - dat wat een echolood doet: het peilen van de diepte of de hoogte.
Echolood bevat een drievoudige zoektocht en ontdekkingstocht naar het zelf: naar de innerlijke wereld van de eigen persoonlijkheid, vervolgens naar het eiland en de wereld daarbuiten en tenslotte naar het dichterschap dat deze positiebepaling ver­woordt.
De eigen identiteit wordt beschreven in enkele gedichten waarin de spiegel als middel tot zelfont­dekking een grote rol speelt, omdat de dichter er zichzelf in tegenkomt. De derde afdeling draagt zelfs de titel 'aan de keerzijde van de Ebonieten spiegel'. In het gedicht 'Voedingsbodem' heet het daarom

"Ik vond / in deze spiegel­salon mijn voedings­bodem, / waarin ik helemaal hem werd, die ik / ooit was, en altijd wilde / zijn. / En daarom juist vooral mezelf. Ik ben / tegelijk pode-antipo­de, maar hoe / dan ook: alleen en / één met mezelf." (p. 10)

In 'Echolied' blijkt dat de uitkomst van deze innerlijke zoektocht niet zonder meer direct positief is:

"Ik ken de geur van mijn eigen bloed, / het kruipen van mijn angst, / de kadans van mijn hulpeloze adem. / Er is geen steen der Wijzen." (p. 19)

Maar naar het einde toe is het uiteindelij­ke resultaat van de zoektocht positief:

"Ik reisde niet meer vermomd... maar trof mezelf in het midden aan. Ik was er." (p. 37)

De reismetafoor wordt ook gebruikt om de positie ten opzichte van het eiland te bepalen. Enkele stadia van die zoektocht zijn met de volgende ci­taten weer te geven. In het begin luidt het nog "het eenzame tropenkind .. ergens in het land Grenze­loos" (p. 8) Het eiland is "Zomaar een plek. Het is wel mijn plek." (p. 22) Buiten het eiland is de dichter op weg naar Niemands­land (p. 24). Maar hij komt thuis zoals we al zagen, als hij zich in een positie bevindt van harmonie met de Umwelt, die pregnant gekarakte­ri­seerd wordt met het beeld van de ibis en de merel, kortom het Caraïbische gebied en Europa. Hij heeft zichzelf gevonden in een dubbele culturele ervaring.

De bundel Echolood opent met het derde motief, de geboorte en de macht van het woord dat schept. Vóór het woord was er niets, dóór het woord ontstaat alles - deze allusie op de schepping wordt ver­sterkt in het tweede gedicht dat om licht vraagt: "Ik schreeuwde om licht... licht... licht... Ik was blind op zoek naar mezelf." (p. 6) Het titelgedicht 'echolood' dat direct daarna komt, beschrijft een nog prenataal stadium. De moeder wordt aanvan­ke­lijk verbonden met het eiland, later met het beeld van Moeder Aarde zelf. 'Mijn inktschip', de titel van het tweede centrale deel van de bundel, voert de dichter op zijn tocht naar het zelf naar de uiteindelijke vrijheid die in het slotgedicht van de bundel, waarin Moeder Aarde haar wieken als een condor uitslaat naar de vrijheid, verbeeld wordt met de vier oerelemen­ten die het - dit - dichterschap beheersen. Clyde Lo-A-Njoe's aardse dichterschap verwoordt zo de vier oer-elementen. In Moeder Aarde "spiegel­den zich vuur / en lucht. Beneden haar ont­sproot / een bron van puur helder water." (p. 39) Toch wordt de vraag niet beantwoord, het raadsel niet ontdekt, wordt het geheim van de creativiteit niet ontsluierd, klinkt het verlossende woord niet, want de uiteinde­lijke waarheid is niet blijvend vast te leggen, hooguit soms benaderd gedurende 'een eindelo­ze afgewo­gen seconde' in de woorden van een dichter.

Clyde Lo-A-Njoe schrijft hermetische en doorgeconstrueerde poëzie waarin de aardse menselijke existentie resoneert. In de eerste bundel kwamen nogal wat aan de Bijbel ontleende beelden voor; de poëzie in deze bundel is weliswaar onaards in die zin dat ze de aarde ontstijgt, maar desondanks volstrekt geseculari­seerd.

dinsdag 13 mei 2014

College over Eric de Brabander

Wim Rutgers. Foto © Michiel van Kempen
A.s. vrijdag 16 mei wordt een werkcollege gewijd aan de roman Het hiernamaals van Doña Lisa van de Curaçaose auteur Eric de Brabander. Het college wordt gegeven door prof. dr Wim Rutgers van de Universiteit van de Nederlandse Antillen/University of Curaçao. Dit gebeurt in de reeks colleges over Antilliaanse en Surinaamse literatuur Caraïbische dromen, aan de Universiteit van Amsterdam. Studenten en andere belangstellenden krijgen ruim de gelegenheid met prof. Rutgers van gedachten te wisselen. Het college is publiek toegankelijk.

Datum: vrijdag 16 mei 2014, 13.00 tot 16.00 uur
Plaats: PC Hoofthuis, Spuistraat 134, Amsterdam, zaal 4.04

zaterdag 10 mei 2014

Van Kempen over Helman en Rutgers over Beets

Lezingen Michiel van Kempen en Wim Rutgers

Studenten voor het Lala Rookhgebouw voor aanvang van de lezingen
Foto © Michiel van Kempen


door Jerry Dewnarain

Op 23, 24 en 25 april 2014 organiseerde de sectie Nederlands van het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL) een workshop, waarbij prof. dr. Michiel van Kempen (Universiteit van Amsterdam), prof. dr. Wim Rutgers (Universiteit van Curaçao) en prof. dr. Koen Jaspaert (Katholieke Universiteit van Leuven) aanwezig waren. De workshop is bedoeld geweest als aanzet tot de Educatieve Master Nederlands. Dit artikel bespreekt in het kort de lezingen van  Michiel van Kempen en Wim Rutgers. Deze lezingen werden gehouden op 23 april in het Lala Rookh-gebouw.

Michiel van Kempen
Foto © W. Leeflang
Michiel van Kempens lezing ging over het algemeen over het leven en enkele werken van Albert Helman. Aan de hand van diverse verhaallijnen uit Helmans leven toont Van Kempen het belang dat Helman heeft gehad voor Suriname en het Caribisch gebied. Door middel van een powerpointpresentatie fietst de professor door het leven van Helman als een soort meester Furet van de Toverlantaarn. Hij werptvoor het publiek de vraag op of er een verband is tussen de Spaanse burgeroorlog en Suriname. Met deze hamvraag leidt Van Kempen immers zijn lezing in. Helman is op ongelooflijk veel plaatsen in de wereld aanwezig geweest waar de geschiedenis van twintigste eeuw plaatsvond. Van Kempen toont omslagen van zijn boeken zoals Zuid-Zuid-West en De stille plantage. Meerdere boeken worden belicht, die allemaal in het Letterkundig Museum in Den Haag zijn bewaard. Maar ook veel brieven zijn te vinden in het familiearchief. Helman correspondeerde heel veel met tijdschriften en kranten en wel op  luchtpostpapier.  In 1930 nam Helman afstand van het katholicisme. 

Het archief van Albert Helman dat zich bevindt
in het Letterkundig Museum
Foto © Michiel van Kempen
Vervolgens vertrok hij naar Spanje waar hij jarenlang heeft gewoond. Hij was er correspondent van verschillende kranten. In Spanje ontmoette hij onder andere de secretaresse van Lenin en Mussolini Angelica Balabanova. Zij heeft Helmans ogen geopend voor de enorme repressie die er was in de Sovjet Unie onder leiding van Lenin en later Stalin. De linkse westerse wereld wilde hiervan namelijk niets weten, want hier werd de utopie gemaakt. Dat was volgens hen immers de ideale maatschappij. Op gegeven moment brak de Spaanse Burgeroorlog uit in juli 1936. Het was een zeer wrede strijd tussen het goed georganiseerde leger van generaal Franco, gesteund door  de fascisten Mussolini en Hitler en de republikeinse regering, gesteund en uitgebuit door Stalin. Helman koos partij tegen Franco. Hij  heeft zelfs deelgenomen aan een veldtocht, maar een oorlogmens was Helman niet. Hij verleent al gauw zijn kennis aan het opzetten van propaganda. Hierbij leert hij de bekende schrijver George Orwell kennen die als vrijwilliger aan de oorlog meedeed  tegen het Franco-regime. Hij is een van de vele bekenden die Helman tegen is gekomen in zijn leven. Uit de politiek, de literatuur, de beeldende kunsten heeft Helman wereldwijd bekende mensen gekend. Dat maakt dus het leven van Helman zo rijk en interessant. Helman heeft zelfs een boek over deze Spaanse burgeroorlog geschreven, De sfinx van Spanje. Het is een  leesbaar boek en een van de weinige boeken waarbij iemand van zeer nabij verslag doet over de Spaanse Burgeroorlog. Dit is dus de link die Suriname (lees Helman) heeft met de Spaanse Burgeroorlog. Al met al heeft  Michiel van Kempen  met zijn lezing een mooi beeld gegeven van een Surinaamse schrijver die al heel vroeg een wereldburger was en zelfs ook een goede diplomaat.

Wim Rutgers tijdens zijn lezing
Foto © Michiel van Kempen
De lezing van Wim Rutgers ging over de negentiende-eeuwse  Nederlandse schrijver Nicolaas Beets (1814-1903). Zijn uitgangspunt  was hoe je  literaire werken over  culturen van andere continentene  kunt benaderen vanuit puur Europees  perspectief zoals  wetenschapper Edward W. Said laat zien (1935-2003) in zijn boek Culture and Imperialism waarin hij het perspectief van Europse  literaire werken over andere culturen en continenten laat zien vanuit het imperialisme.. Als eigen voorbeeld neemt Wim Rutgers de familie Kegge uit het boek Camera Obscura in het Europese perspectief van de afschaffing van de slavernij. Said pleit voor een vorm van ‘contrapuntal reading’ volgens Rutgers.  In 1840 was er al veel verzet tegen de slavernij als entiteit. De dominee Beets werd lid van de ‘Maatschappij ter bevordering van de afschaffing van de slavernij’. Zijn verzet tegen de afschaffing  van de slavernij komt nergens voor in de Nederlandse literatuur en Beets wordt zelfs geromantiseerd. Zijn werk krijgt het predicaat van domineespoëzie.  
Interessant is het dat Wim Rutgers in zijn lezing Nicolaas Beets verbindt met  Edward Said. We hopen dat veel studenten en leerkrachten erdoor aangezet zijn om het  werk van Said te gaan lezen en te zien dat er altijd verschillende gezichtspunten zijn van waaruit men kijkt naar periodes uit de geschiedenis.

IOL-studenten-Nederlands voor aanvang van de lezingen
Foto © Michiel van Kempen





vrijdag 18 april 2014

Frank Martinus Arion in vier facetten

door Wim Rutgers
  
Woensdag 9 april werd in Cas di Cultura op Aruba de documentaire van Cindy Kersseborn over Frank Martinus Arions leven en werk gepresenteerd. Bij die gelegenheid sprak Wim Rutgers over Frank Martinus Arion in vier facetten. Hierbij volgt de integrale gesproken tekst.

Over Dubbelspel heeft Frank Martinus Arion ooit beweerd: “In het zo schrijven als ik doe zit een strategie; ik hanteer bekende middelen en kom zo rustig bij de burger binnen om hem dan te bombarderen met nieuwe inzichten… ” (HP 29 juni 1974)

Frank Martinus Arion is een veelzijdig auteur, die in de loop der jaren een flink aantal literaire werken gepubliceerd heeft, waaronder diverse poëziebundels, een verhalenbundel, een essaybundel en een vijftal dikke romans, zoals Dubbelspel (1973), Afscheid van de koningin (1975), Nobele wilden (1979), De laatste vrijheid (1995) en De deserteurs (2006). Met elkaar meer dan zeventienhonderdvijftig  bladzijden proza.

Maar hij is toch vooral de auteur van één boek gebleven, het romandebuut Dubbelspel, waarvan er meer dan honderdduizend en vervolgens dankzij de eerste bibliotheekactie ‘Nederland leest’ van 2006 in totaal bij elkaar een kleine miljoen exemplaren over de toonbank zijn gegaan.
Ik heb me dat proberen voor te stellen, hoeveel dat is: als ik de boeken naast elkaar in de boekenkast zet: een rij van 25 kilometer, van hier tot San Nicolas  [afhankelijk van de wijze van uitgeven [paperback of pocketbook]. En dan heb ik hierbij de vertalingen nog niet meegerekend! In het Duits, Engels en Deens. En dan tenslotte ook  in het Papiamentu - het werd dan ook tijd.


Ik zal niet zozeer ingaan op de roman Dubbelspel die zich afspeelt op een derde zondag in november in 1969 of in het begin van de jaren zeventig, maar wat opmerkingen rond  het werk van Frank maken, die ik wil verdelen in vieren:
Taal en klasse;
Taal en structuur;
Taal en publiek;
Taal en cultuur,
waarna ik tot een afsluiting kom. Mooi in vijf delen, evenals de roman Dubbelspel zelf.

Taal en klasse
Hiervoor biedt het meest recente boek van Frank, de essaybundel Intimiteiten van het schrijven (2009) handige aanwijzingen, omdat hij daarin over taal en literatuur schrijft.

“Het is met de literatuur gesteld als met alle andere domeinen van het leven: ze is gebonden aan sekse, ras, klasse, godsdienst en natie.” Het is in de literatuur natuurlijk vooral de vraag wat je met deze categorieën doet.

In die recente bundel Intimiteiten van het schrijven gaat Frank uitgebreid in een tot artikel bewerkt openbaar college ‘Literatuur als vermakelijk onderzoek’ in op ‘de geboorte van Dubbelspel’.

Frank zegt dat het zijn ‘voornemen was om een sociaal psychologische dwarsdoorsnede te tekenen van de gemeenschap Curaçao waar een progressief politiek handelen aan geknoopt zou kunnen worden…’ (Intimiteiten 2009: 108)

Taal en structuur
“In het zo schrijven als ik doe zit een strategie; ik hanteer bekende middelen en kom zo rustig bij de burger binnen om hem dan te bombarderen met nieuwe inzichten… ”

"Wakota"
Dubbelspel is in zijn vorm klassiek met de vijf bedrijven: De morgen en de ochtend; De middag en de schemering; De schemering; Naspelen. Deze vijf klassieke bedrijven kennen een eenheid van tijd (die derde zondag in november), plaats (in en rond Wakota) en handeling (het dominospel). Bovendien lijkt het nog mogelijk om verteltijd (de tijd die je nodig hebt om te lezen) en de vertelde tijd (de tijd die zich in het verhaalheden afspeelt) te laten samenvallen, als je ’s zondags ‘s morgens het boek openslaat en het aldoor door lezend in de schemering tot de laatste bladzijde gebracht hebt. Dat is het bekende voor de geoefende lezer: ik hanteer bekende middelen…
Maar waar de traditionele klassieke uiteindelijk held stervend en snevend ten onder gaat, zien we hier niet minder dan zes hoofdpersonen en een positieve boodschap aan het slot: het  nieuwe inzicht …

Frank gaat in zijn roman een driedubbel spel met de lezer aan:
Psychologisch in de tekening van de zes hoofdpersonen op een cruciaal moment in hun leven
Sociaal met zijn dwarsdoorsnede van het eiland Curaçao, zijn mensen en hun ideeënwereld
Politiek met een dubbele boodschap meer van het eiland te houden en het met eigen middelen op te bouwen.
Dat hij dat laatste wil door middel van het maken van wabitafels waarvoor hij het eiland zal moeten kaalkappen, schrijven we dan maar toe aan een dichterlijke visie en vrijheid.
Met zijn fel protest tegen de op het eiland economisch dominerende vreemdelingen in het algemeen en de Nederlandse kolonisators in het bijzonder, past Dubbelspel in de tijdgeest rond de dertigste mei 1969.

Balanceeract met het publiek
Taal en publiek
Wie in het Papiamento schrijft, publiceert voor een eigen publiek. Maar wie in het Nederlands publiceert, krijgt met een dubbelpu­bliek te maken, namelijk de Nederlands­talige (en in merendeel Europese) lezer voor wie het Nederlands eigen is maar de in deze taal beschreven Caribische cultuur min of meer of geheel vreemd én de eigen Caribische lezer die leest over de eigen culturele realiteit in de 'vreemde' Neder­landse taal.

Taal en cultuur
Frank schreef poëzie in het Papiamentu en Nederlands en gebruikt voor zijn proza de Nederlandse taal. Iemand die uitsluitend het werk dat in één taal geschreven is, met uitsluiting van de andere taal, in ogenschouw neemt, krijgt niet meer dan een onvolledig beeld. Frank: twee talen, een persoon, een oeuvre. Dat brengt ons tot een volgend – laatste - punt: de Antilliaanse literatuur is in haar algemeenheid – evenals de Caribische en de Europese – multilinguaal maar desondanks geeft ze uitdrukking aan een gezamenlijke cultuur: de Antilliaanse, de Caribische, de Europese cultuur.

Omslag van de Duitse vertaling
Dobbeltes Spiel

In een studie over het ‘tragische levensgevoel bij Cola Debrot’ onderzocht Frank Martinus de relatie tussen de in het Nederlands schrijvende Debrot en de Spaanstalige Unamuno, die elkaar in het existentialisme ontmoeten – niet een negatief existentialisme maar een existentialisme waarin illucidatie mogelijk blijkt. Ik citeer Debrot via Frank: “Wij moeten wel een duidelijk onderscheid maken tussen de Europese en Antilliaanse existentialisten. De Europeanen leggen het accent op het echec, de Antillianen (…) zijn er zich van bewust dat de mens in een precaire situatie verkeert maar zij beseffen eveneens dat een mogelijkheid van illucidatie steeds aanwezig is. (…) Het tragische levensgevoel bij Unamuno en bij Debrot is dus niet pessimistisch, maar vol hoop en strijdvaardigheid, vol vitaliteit.” (Intimiteiten 91; 99) Aldus Debrot, aldus Frank Martinus Arion, aldus Dubbelspel met zijn positieve einde.

“In het zo schrijven als ik doe zit een strategie; ik hanteer bekende middelen en kom zo rustig bij de burger binnen om hem dan te bombarderen met nieuwe inzichten… ” (HP 29 juni 1974)

Literatuur is vervreemdend en vernieuwend: literatuur vervreemdt van het vertrouwde en maakt vertrouwd met het vreemde. De verrassende conclusie van Frank op dat Debrot symposium van 1986 [De eenheid van het kristal (1988)] was dan ook – sprekend over Debrots tragische levensgevoel en vergelijkend met Unamuno: “Debrot stelde voor de Antilliaanse literatuur in te delen in drie scholen: de Spaanse, de Nederlandse en de Papiamentse. Hoe merkwaardig dat hij die was voorbestemd als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Nederlandse school beschouwd te worden, moet worden gezien als de grootste vertegenwoordiger van de Spaanse school.”

Ik kom tot een afsluiting
Debrot publiceerde zijn in 1949 geschreven toneelstuk Bokaal aan de lippen in 1951. De door May Henriquez en Jules de Palm gemaakte vertalende bewerking ervan zag het licht in de jaren zeventig onder de titel ‘Kelki na boka’.

In een nabeschouwing constateerde Debrot toen dat de oorspronkelijke tekst een ‘disharmonie toonde van taal en mentaliteit’ en dat de vertaling van May Henriquez ‘in feite de oorspronkelijke tekst bleek te zijn’ (VW 7: 287-288) Ik citeer Debrot: “Het spel was herboren. Het was tot leven gewekt. Het vertoonde een eenheid van taal en mentaliteit. Het had een eigen bestaan verworven.”  Het werd op 30 mei 1975 door Thalia voor het eerst opgevoerd in het goede oude Centro Pro Arte.

Tot slot: Ik ga niet mee met de gedachte van enige mogelijke disharmonie tussen taal en mentaliteit in net Nederlandstalige Dubbelspel maar wens Changá in het Papiaments zeker het tweede deel van Debrots observering – de eenheid van taal en mentaliteit – in de vertaling van Lucille Berry-Haseth toe: met de vertaling van Dubbelspel  - Changá  “a yega kas”!

zaterdag 12 april 2014

Oedipus in Curaçao

Wim Rutgers, lang geleden
Joseph Hart: Election Dance (2006) / Verkiezingsdans (2013) in het Nederlands vertaald

door Wim Rutgers

“Ik heb de kwade geesten van mijn verleden begraven en ben klaar om mijn land te dienen.” (Joseph Hart: Verkiezingsdans p. 524)


Literaire interpretaties zijn nooit ‘af’ of definitief. Een gedrukte tekst ligt vast in letters, woorden en zinnen op een aantal pagina’s tussen voor- en achterkaft van een boek, maar een gelezen tekst is steeds weer de levende dialoog van lezers met die gedrukte woorden, waaraan deze lezers vanuit hun lezerspersoonlijkheid met hun lees- en leefervaring eigen individuele betekenis en waarde toekennen. Recensies van nieuw verschenen boeken vertonen dan ook vaak diametraal verschillende visies op een en dezelfde gedrukte tekst. Die verschillen kunnen voortkomen uit persoonlijke smaakverschillen, maar zijn ook gelegen in variatie in tijd en ruimte. Boeken raken bijvoorbeeld na verloop van tijd in ongenade of worden pas later populair en gaan dan een alsnog een nieuw leven tegemoet. In verschillende talen en culturen kunnen boeken op verschillende wijze gelezen en geïnterpreteerd worden: Wat de lezer niet kent dat lust hij niet.

Wie boeken op een later tijdstip herleest krijgt ook met het verschijnsel van deze nieuwe dialoog met een toch reeds bekende tekst te maken. Met de vertaling door Joseph Hart zelf van zijn in 2006 verschenen debuutroman Election Dance en de recente vertaling daarvan als Verkiezingsdans nam ik de proef op de som. Zouden mijn interpretatie en mijn waardering nog dezelfde zijn? Ik schreef zeven jaar geleden een reactie maar ging nu fris en onbekommerd opnieuw te werk zonder mijn mening van toen te verifiëren - een hachelijke zaak?

Politiek
Aan het eigenlijke verhaal vooraf geeft de verteller in de vorm van een ‘opdracht’ zélf al aan hoe hij zijn roman gelezen wil hebben als “een uiting van hoop voor mijn land.” Ziet de(ze) lezer dat ook zo?
In de drie delen van de meer dan vijfhonderd pagina’s tellende roman beschrijft de verteller het leven van de bevlogen docent Matthew die met een aantal vrienden een discussiegroep start, die het doel heeft de noodzakelijke politieke en sociale vernieuwing op het eiland door te voeren. Hem wordt gevraagd zich met die ideeën bij een progressieve politieke partij aan te sluiten. Naarmate de verkiezingen naderen bestrijden politiek progressief en conservatief elkaar somtijds letterlijk op leven en dood. Zo kan het verhaal politiek gelezen worden als een roman die een visie vertolkt op een politieke verkiezingsstrijd, met thrillerachtige aspecten van doodsbedreigingen en maffiapraktijken.

Corruptie
Het verhaal opent met een kort hoofdstuk waarin een jonge bolita-slikker op Hato om het leven komt. Naast de politiek spelen ook drugs en criminele witwaspraktijken van een kartel met tentakels in Colombia, Curaçao en Nederland een grote rol. Corruptie heeft ook zijn grijparmen in de politiek, naar blijkt. Maar er is hoop. In het verhaal zijn de schurken schurk en moeten hun wandaden derhalve met hun leven bekopen en wint het goede als ‘uiting van hoop voor het land’. In zoverre is de ‘opdracht’ een duidelijke handreiking.

Jeud en volwassenheid
Daarnaast zag deze lezer vooral de strijd en ontwikkeling die de hoofdpersoon, naarmate het verhaal vordert, door veel spanning en strijd doormaakt, tot hij zijn uit zijn jeugdervaringen voortkomende persoonlijke crisis leert erkennen en overwinnen. Dan lezen we het verhaal vooral als een psychologische roman waarin de hoofdpersoon na intense zelfstrijd overwint: “Ik heb de kwade geesten van mijn verleden begraven en ben klaar om mijn land te dienen.”
Matthew Bartels is een bevlogen docent in het voortgezet onderwijs en aan de universiteit van Curaçao. Zo is dit verhaal ook een voorbeeld van een subgenre als de docentenroman. Hij redt zich bij zijn bevlogen ideeën rond onderwijs en maatschappelijke vernieuwing niet zonder de hulp van zijn vrienden en discussiegenoten, waarbij vooral collega en vriendin Thelma een wel heel belangrijke rol krijgt toebedeeld: een verhaal van vriendschap die liefde wordt?
 
Miss Curaçao Monalisa Jansen
Liefde en seks
Hoofdpersoon Matthew realiseert een bliksemcarrière als populair politicus en wordt daarom een magneet voor veel vrouwelijk schoon, waar hij bepaald niet ongevoelig voor is. Relaties en seks spelen een belangrijke rol in het verhaal maar als een love story zou ik het toch niet willen zien, al is dat wel een belangrijk motief. Op jonge leeftijd werd Matthew seksueel al ingewijd door de dienstmaagd en was hij zijns ondanks getuige van de wrange relatie die tussen zijn ouders bestond. Zijn vader was een incestueuze dronkaard die zijn dochter misbruikte en zijn vrouw in zijn delirische toestanden seksueel vernederde. Matthew haatte als een klein oedipusje zijn vader en hing aan zijn moeder, een afwijking waaraan hij op later leeftijd nog bijna te gronde gaat omdat het hem nachten van demonische dromen bezorgt. Hier dienen zich dus intertekstuele interpretaties van het verhaal aan, waar een feministische benadering ook niet onmogelijk zal zijn. Joseph Hart draagt zijn roman bovendien op aan de vrouwen van Curaçao, die “ondanks alles doorgaan, elke dag tegen de verdrukking in wonderen (te) verrichten.”

Kortom: één verhaal en talrijke mogelijkheden en invalshoeken om het te lezen. Wat me bij herlezing opviel was vooral het oedipus-thema, omdat zijn haat-liefde tot zijn ouders een veel centraler plaats in het verhaal inneemt dan ik me herinnerde. Die jeugdige haat-liefde bepaalt in sterke mate Matthews leven als volwassene in zijn huwelijk in Nederland én zijn relatie tot zowel zijn grote liefde voor de moeder van een van zijn leerlingen, tot hij eindelijk de ware liefde ontdekt. Aanvankelijk lijkt Matthew met zijn charismatische politieke stijl wel een superman, tot zijn traumatische  ervaringen uit zijn jeugd zijn ondergang dreigen te worden, die hij echter door vriendschap en het vermogen echte liefde te geven en te ontvangen overwint.

Tot zover gekomen, herlas ik mijn reactie uit de Amigoe – Ňapa 23 IX 2006, waaruit mijn manier van lezen in grote lijnen consistent bleek, al gebruikte ik daar wat meer details. Gelukkig maar?
Deze reactie van mijn kant is niet minder maar ook niet meer dan een voorstel om Joseph Hart: Verkiezingsdans op eigen wijze te gaan lezen. Want daar gaat het immers om in de literatuur?


Joseph Hart: Verkiezingsdans
Haarlem: In de Knipscheer
2013
533 pagina’s
ISBN 978 90 6265 836 7

[uit Antilliaans Dagblad, 10 april 2014]


dinsdag 25 februari 2014

Schrijven als handwerk

Watapana. Foto © Aruba Tourisme Authority

Verhalenbundel Onder de watapana’van Jacques Thönissen
Inspiratie laat zich niet afdwingen

“De eerste alinea’s zetten de toon van het verloop van het geheel...”


door Wim Rutgers

Waar haalt een schrijver zijn inspiratie vandaan? Het titelverhaal van Jacques Thönissens verhalenbundel Onder de watapana is de geschiedenis van een schrijver en zijn schrijfwerkzaamheden, een metaverhaal dus dat over het handwerk van de schrijver zelf gaat. De schrijver in dit hij-verhaal loopt de mondi in als hij inspiratie zoekt voor een verhaal of als hij niet weet hoe zijn verhaal verder te schrijven: “om inspiratie op te doen bij het schrijven van een verhaal zocht hij niet eerder bewandelde veldweggetjes of geitenpaden op.” Als de benen bewegen, beweegt de geest.
 
Aruba. Foto © Galayuk
Interessante stenen
De schrijver-hoofdpersoon hééft wat met stenen die hem inspireren. Onderweg neemt hij steevast zo’n steen mee die hem op weg hebben geholpen bij het schrijven. Zo komt hij bij een paar speciale stenen onder een grote watapana terecht, die hem, terwijl de verteller in een soort van trance verkeert, een prachtverhaal opleveren in perfect geschreven vorm, dat duidelijk over hem zelf als schrijver gaat: “Hij raakte in een toestand van vervoering. Toen hij weer tot zichzelf kwam, zat hij in de houding van ‘de Denker van Rodin’ op een van de keien. De hond had zich naast hem neergevlijd. Een behaaglijk, rustgevend gevoel overviel hem. Hij voelde aan dat hij onder deze watapana de inspiratie zou vinden voor het vervolg van zijn verhaal.”
Maar thuisgekomen blijken de pagina’s blanco te zijn, wat hem noodzaakt het verhaal nogmaals te gaan noteren. Maar als hij de bekende plaats onder de watapana weer opzoekt, blijkt het terrein schoon gebulldozerd te zijn en de stenen verdwenen. Het terrein wordt schoongemaakt voor archeologisch onderzoek, de stenen zijn gestort in de kuil van een afgraving voor zandwinning. De in zijn ogen kostbare speciale stenen worden ‘gered’ omdat de machinist van de bulldozer de verteller (h)erkent als de schrijver van verhalen die zijn vrouw aan de kinderen voorleest voor het slapengaan.

Historische roman
Het metaverhaal bevat nog een aantal trekjes over het schrijven en de positie van de schrijver. Inspiratie laat zich niet afdwingen en komt als bij toeval, want het archeologische materiaal dat in het schoongemaakte terrein rondom de watapana ongetwijfeld gevonden zal worden, zal hem nieuw materiaal opleveren voor een roman waaraan hij bezig is maar die niet wil vlotten over “de periode van de Spaanse overheersing van het eiland.”
Het is een toevalligheid die de schrijver in aanraking brengt met het noodzakelijke materiaal voor zijn volgende grote roman: “hier bevindt zich waarschijnlijk een vindplaats uit de vroeg koloniale periode … in de vorm van een nederzetting of begraafplaats.” Waar hij dacht zijn inspiratie kwijt te zijn, komt ze juist aan de oppervlakte: “De geheimen die de archeoloog niet aan de aarde weet te ontfutselen zal de kei aan mij prijsgeven. Mijn historische roman komt tot stand zonder kladbriefjes, zonder correcties achteraf. Het wordt een bestseller, geloof me. En mijn ervaringen van vandaag vormen een prachtig sluitstuk van het verhaal waarmee ik bezig ben.”
 
Jacques Thönissen signeert op Aruba
De schrijver als vroedvrouw
Een dergelijk verhaal van automatisch schrijven wordt wel met de term ‘majeutisch’ aangeduid, een term die weergeeft dat een auteur niet de eigenlijke schepper is van zijn verhalen, maar dat deze verhalen al bestaan en slechts door de schrijver aan het licht moeten worden gebracht, zoals een vroedvrouw een baby ‘haalt’. Het bekende gedicht van de Nederlandse dichter Martinus Nijhoff: ‘Het kind en ik’ met zijn beginregel ‘Ik zou een dag uit vissen’ is een mooi voorbeeld, waarbij onder de waterspiegel een klein kind de dichter als het ware voorschrijft wat de dichter ‘nog ooit te schrijven droomt’.
Ook deze schrijver onder de watapana is een dromer, zelfs een fantast, op zoek naar contact met stenen en de natuur, maar vindt thuis zijn evenwicht in de relatie met zijn realistische praktische echtgenote, die hem en zichzelf op een cruise stuurt voor de nodige rust en ontspanning, zodra zijn verhaal af is.

Aruba. Foto © Joe Fortin
Oeuvre
Na de romans Tranen om de ara (1999 ), Eilandzigeuner (2001), De roep van de troepiaal (2004) en Devah (2010) en enkele jeugdboeken heeft Jacques Thönissen zich aan een verhalenbundel gewaagd. Onder de watapana bevat veertien verhalen van kort naar wat langer met een gemiddelde van zo’n twaalf bladzijden: het kortste enkele pagina’s, het langste ruim dertig, het titelverhaal een twintigtal.
Ze gaan over allerlei onderwerpen uit de Arubaanse realiteit. In hun lokale oriëntatie zijn ze wat je noemt dicht op de huid van de Arubaanse maatschappij geschreven, zoals de verteller die ziet. Behalve een verhaal over het begin van de Arubaanse ‘status aparte’ komen sociaal maatschappelijke aspecten aan de orde, zoals populair volksgeloof, een schijnhuwelijk, een kerstdiner, Nederlanders op het eiland, buitenlanders die een verblijfsvergunning aan de ambtenaar proberen te ontfutselen, drugsproblematiek en eilandelijke tradities, jonge en onervaren Arubaanse meisjesstudenten in Nederland en het gevaar van lover boys, waarna de bundel met een Compa Nanzi verhaal besloten wordt.

De verteller in ‘Onder de watapana schrijft met de hand, hij gebruikt een vulpen met ouderwetse inktpatronen en moet niets hebben van een pc of laptop en dergelijke nieuwerwetsigheden: “schrijven was voor hem handwerk.” Maar dat wil niet zeggen dat de verteller zich niet zeer wel bewust is van zijn vakmanschap. Hij heeft de ambitie ooit een bekend auteur te worden. Daarom bewaart hij elk snippertje papier nauwgezet voor een toekomstige autobiografie.
We weten dat we hoofdpersonen in verhalen nooit met de persoon van de auteur mogen gelijkschakelen, maar in dit geval zouden we toch wel kunnen concluderen dat de schrijvende persoon Jacques Thönissen zich intussen terecht mag verheugen over een aardig rijtje publicaties in de boekenkast. Het is nu dus wachten op de historische roman tijdens de Spaanse conquista. Wie weet volgt hier de auteur de verteller wel.


Jacques Thönissen: Onder de watapana; Arubaanse verhalen
Haarlem: In de Knipscheer
185 pagina’s
ISBN 978 6265 831 2


[uit Antilliaans Dagblad, 22 februari 2014]

maandag 24 februari 2014

Cynthia McLeod: Tutuba – Het meisje van het slavenschip Leusden

Lijsten van plantages. Uit Fermin.

door Wim Rutgers

‘Één van de grootste, maar ook onbekendste,
 scheepsrampen uit de Nederlandse geschiedenis’

Soms gebeuren er dingen in de werkelijkheid die je voor onmogelijk en volstrekt onwaarschijnlijk zou houden als ze in een roman zouden staan. Een voorbeeld daarvan is het vergaan van het slavenschip Leusden dat begin 1738 in de Marowijnerivier op de grens van Frans Guyana en Suriname aan de grond liep waarbij alle 664 tot slaaf gemaakten omkwamen, omdat de bemanning moedwillig om ontsnappen onmogelijk te maken alle luiken had dichtgetimmerd, zodat iedereen in de val zat en verdronk in de in het ruim binnenstromende watermassa. Met zoveel slachtoffers betekende het één van de grootste, maar ook onbekendste, scheepsrampen uit de Nederlandse geschiedenis.

Monding van de Marowijnerivier


Fort Zeelandia
Die werkelijkheid ervoer ik toen ik in november in het beruchte Fort Zeelandia in Paramaribo in Suriname de tentoonstelling zag, die daar rond deze ramp werd gehouden onder de naam Smart van een slavenschip – Scheepsramp op de Marowijne.
Het was een indrukwekkende expositie in een donker gemaakte bovenzaal van het fortmuseum waarin een scheepsruim, waar de slaven geketend werden vervoerd, was nagebouwd. Toen ik er was zat er een lerares met een klas stil luisterende kinderen uitleg te geven. Er hingen posters die de geringe hoogte van het slavenverblijf aangaven, waaruit ook bleek hoe de slaven in het benauwde ruim samengeperst moesten verblijven.
Met de herinnering aan die tentoonstelling las ik de roman Tutuba, het meisje van het slavenschip Leusden die de Surinaamse auteur Cyntha McLeod schreef, in het Engels vertaald als Tutuba, The girl from the slave-ship Leusden. Dat is ook de versie die ik in de boekhandel zag en las. Ik was dus voorbereid door de nagebootste werkelijkheid, maar toch …
Scheepsluik

Leusden
Het speciaal voor het vervoer van tot slaaf gemaakten van Afrika naar het Caribische gebied, slavenschip Leusden, werd in  1718-1719 gebouwd, waarna het in bijna twintig jaar in tien reizen  van West-Afrika naar Amerika 6.564 Afrikanen heeft vervoerd, waarvan bijna een kwart de overtocht niet overleefde. [Bron hier en hierna: Wikipedia – diverse artikelen]
De laatste reis van 19 november tot 1 januari 1738 werd fataal voor nagenoeg alle zevenhonderd gedeporteerde Afrikanen die aan boord waren, omdat de Leusden van kapitein Jochem Outjes in dichte mist en slecht weer met hevige regens niet in de veronderstelde Surinamerivier aankwam, maar in de monding van de ondiepe Marowijnerivier, waar het schip aan de grond liep op een zandbank. Het roer brak, er ontstond een groot gat in de romp, waardoor het water snel naar binnen stroomde.
De gevangenen, die op dat moment net aan dek waren gebracht om te eten, werden direct door de bemanning terug het slavenruim in gedreven, met uitzondering van zestien gevangenen: vrouwen die ter beschikking waren gesteld van de bemanning, zieke slaven en slaven die behulpzaam waren bij het distribueren van voedsel.
De gevangenen probeerden uit het vollopende ruim naar boven te komen, maar de bemanning, bang dat zij door de gevangenen overmeesterd zouden worden, besloot hierop de luiken dicht te timmeren. De bemanningsleden brachten zichzelf in veiligheid met twee boten, waarmee ze naar Paramaribo roeiden. Alle 664 in het ruim gevangen slaven verdronken. Onderzoeker Leo Balai karakteriseerde in 2013 de ramp in een studie als “de grootste verzwegen moordpartij op een Nederlands slavenschip.’’
Leo Balai
Foto © Sanne Landvreugd

Cynthia McLeod
De roman Tutuba geeft het verbeelde verslag van het gebeuren. De vijftienjarige, mooie Tutuba staat op het punt van uitgehuwelijkt te worden aan de knappe jongeman Kinta, maar wordt gevangen en onder vreselijke ontberingen naar de kust getransporteerd door Afrikaanse slavenjagers die haar verkopen aan de witte slavenhaler Outjes. Vervolgens lezen we de tocht over de oceaan, waar Tutuba een ‘voorrechtspositie’ verwerft door niet in het vrouwenverblijf opgesloten te worden. Maar dat betekent wel dat ze overgeleverd is aan terugkerende verkrachting door willekeurige bemanningsleden.

In het verhaal zijn Tutuba en kapitein Jochem Outjes beurtelings aan het woord, wat de verteller de mogelijkheid geeft zowel het persoonlijke leed van de tot slaaf gemaakte te laten zien als het dollar-getekende perspectief van de slavenhalers.
Cynthia McLeod benadrukt zo halverwege het verhaal hoe voorspoedig de reis binnen zes weken met nauwelijks sterfgevallen en ontbreken van oproer verliep, waarna de ramp in de Marowijne des te wranger wordt. De bemanning heeft de 664 slaven moedwillig van de kans op te overleven beroofd uit angst voor wraak en marronage. Navrant is de tegenstelling dat de kapitein alle moeite doet een kistje met goud uit het ondergelopen schip te redden, terwijl hij zich geen moment om de slaven bekommert, anders dan de grote financiële verliespost die hun dood voor hem betekent.
De nuchtere titel symboliseert de feitelijke verteltrant, maar bij een dergelijk verhaal werkt de relatief koele weergave beter dan een toon van verontwaardiging. Die werking ontstaat immers juist door weergave van de feiten, niet door een toon van - terechte - morele verontwaardiging.
Tutuba overleeft als een van de zestien slaven omdat ze als seksslaaf niet werd opgesloten en wordt vervolgens in Paramaribo verkocht waarna ze meer dan twintig jaar tot haar dood op een suikerplantage als veldslaaf op plantage Breukelerwaard moest werken.

Vergelijking
Cynthia McLeod heeft in diverse bekende romans het leven tijdens de periode van de Surinaamse slavernij romantisch verbeeld. Haar debuut Hoe duur was de suiker is verfilmd. Interessant is de vergelijking van Tutuba met haar ook door Conserve uitgegeven ‘Slavernij en de Memorie’ en de novelle ‘Kofi’ van 2002, waarin het achtereenvolgens gaat om een historische beschouwing door middel van een keuze uit bekende feiten en een persoonlijke interpretatie daarvan en vervolgens de verbeelding door middel van een novelle. Kofi beschrijft volgens bekende en traditionele motieven in twee delen de tot slaaf gemaakte jongeman, de roof, de tocht naar de kust, de overtocht en de verkoop aan de eigenaar van een koffieplantage. Als Kofi probeert te vluchten naar de marrons in het binnenland, wordt hij gepakt en wordt zijn linkerbeen geamputeerd, waarna hij ambachtsslaaf en timmerman op de plantage wordt. Hij wordt vervolgens tot aan zijn dood verhuurd aan een timmerman in de stad. Maar de mooie doodkist die hij voor zichzelf gemaakt heeft gaat naar de gouverneur waarna hij zelf in een eenvoudige kist begraven wordt. Wel blijkt aan het einde dat hij geld heeft kunnen sparen waardoor zijn kleinzoon misschien ooit vrijgekocht zal kunnen worden.

De grote verdienste van Cynthia McLeod ligt niet zozeer in het naar voren brengen van nieuwe feiten en een daarop gebaseerde diepgravende interpretatie als wel de verbeelding van al bekende, traditionele gegevens die ze op unieke wijze weet te populariseren.

Cynthia McLeod: Slavernij en de Memorie.
Samen met Carel de Haseth: Slaaf en Meester, in één band gepubliceerd
Schoorl: Conserve
2002

Cyntha McLeod: Tutuba – het meisje van het slavenschip Leusden [Tutuba, The girl from the slave-ship Leusden. Historical novella
Schoorl: Conserve, 2013

[uit Antilliaans Dagblad, 22 februari 2014]

woensdag 5 februari 2014

Colleges Surinaamse en Antilliaanse literatuur


Op vrijdag 7 februari begint de nieuwe collegereeks Caraïbische dromen - De literatuur van Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen die prof. Michiel van Kempen geeft aan de Universiteit van Amsterdam. Er is een gloednieuwe reeks samengesteld, waarbij zo wel klassieke als de allernieuwste teksten worden gelezen. Vele gasten maken hun opwachting: schrijvers en gastdocenten van beide zijden van de oceaan. De colleges worden gegeven in zaal 4.04 van het PC Hoofthuis, Spuistraatc 138 te Amsterdam. Het vooraf gelezen hebben van de te behandelen tekst is voorwaarde om aan het college te kunnen deelnemen.
Wie graag de reeks of enkele coleges bijwoont kan zich per mail aanmelden:
M.H.G.vanKempen@uva.nl


Aanbevolen voorkennis

Jos de Roo, ‘Hollandse hovaardij; Moderne Surinaamse schrijvers over Nederland’.
Wim Rutgers, ‘De Nederlandse Antillen en Aruba’. Het gaat om 2 hoofdstukken uit: Theo D’haen (red.), Europa buitengaats; Koloniale en postkoloniale literaturen in Europese talen. Deel I. Amsterdam: Bert Bakker, 2002, pp. 199-246,  resp. 247-288.




Colleges


  1. vrij 7 februari 2014: Algemene inleiding I
  2. vrij 14 februari 2014: Algemene inleiding II, boek: Jacco Hogeweg – Een donjuan in de West
  3. vrij 21 februari 2014: Albert Helman elke student leest een ander boek van Helman
  4. vrij 28 februari 2014: Wij slaven van Suriname van Anton de Kom, in aanwezigheid van de biografen van Anton de Kom, Alice Boots en Rob Woortman
  5. vrij 7 maart 2014: Mijn zuster de negerin van Cola Debrot
  6. vrij 14 maart 2014: Onsterfelijk van Guillermo Rosario, in aanwezigheid van de vertaalster, en dochter Libèrta Rosario
  7. vrij 21 maart 2014: we lezen gezamenlijk een tekst van Derek Walcott en bezoeken in Den Haag de onthulling van een muurtekst met een gedicht van Walcott
  8. vrij 28 maart 2014: roostervrij
  9. vrij 4 april 2014: Rubber van Madelon Szekely-Lulofs. Gastcollege door Dr Gabor Pusztai (Universiteit van Debrecen Hongarije) – ‘Antikoloniale concepten in het werk van Madelon Lulofs en Laszlo Szekely'
  10. vrij 11 april 2014: Dubbelspel van Frank Martinus Arion. En vertoning van de film Yu di Korsóu in aanwezigheid van cineaste Cindy Kerseborn
  11. vrij 18 april 2014: collegevrij (Goede Vrijdag)
  12. vrij 25 april 2014: ‘Praatjes voor de West, de invloed van de Wereldomroep op jonge schrijvers in het Caraibisch gebied’, door Jos de Roo. Te lezen tekst: De rots der struikeling van Boeli van Leeuwen
  13. vrij 2 mei 2014: Hoe duur was de suiker? van Cynthia Mc Leod, met vertoning (fragmenten van) van de film van Jean van de Velde. Gastcollege over Surinaamse en Antilliaanse talen door dr Annelies Roeleveld
  14. vrij 9 mei 2014: De zwarte Lord van Rihana Jamaludin, in aanwezigheid van de auteur
  15. vrij 16 mei 2014: Het hiernamaals van Doña Lisa van Eric de Brabander, gastcollege door Prof. Wim Rutgers (Universiteit van de Nederlandse Antillen)
  16. vrij 23 mei 2014, laatste college, De man van veel van Karin Amatmoekrim, in aanwezigheid van de auteur,

zondag 2 februari 2014

Het verborgen goud van Columbus

Columbus landt in de Nieuwe Wereld.

Treasure hunting op Curaçao

door Wim Rutgers

In het jeugdboek Spoken, schurken en goudzoekers (2006) vertelt de Arubaanse auteur Jacques Thönissen over het onuitroeibaar populaire geloof in door piraten op het eiland verborgen geweldige schatten. Ook Dooi Dañe wijdt de mooie nog ongepubliceerde vertelling ‘E otro stori di Rooi Taki’ aan het fenomeen. Het is een thema dat telkens weer opduikt in spannende jongensverhalen en in mondelinge overlevering, maar ook in misdaadverhalen voor volwassenen, waarvan D.C. Monahan: The Navigator’s Treasure; Curaçao and the Quest for Columbus’ Lost Gold (2013) een spannend voorbeeld is.

Inhoud
Schepelingen van Columbus die voor zich zelf beginnen en een Maya stam uitroeien om in het bezit van hun goud te komen en dat uiteindelijk op een geheime plaats op Curaçao verbergen; een scheepsjongen die een geschreven verslag daarvan bijhoudt en zo een cruciale rol in het verhaal vervult; een door hem amateuristisch getekende kaart van de verborgen schat die ingenieus verborgen wordt in de synagoge in Willemstad; een bekende archeologe die in het bezit van dat verslag is en na jarenlange studie besluit die Maya schat te achterhalen door een expeditie naar Curaçao te entameren; een uit New England afkomstige politieagent op vakantie op Curaçao die eveneens in de intrige verzeild raakt; een projectontwikkelaar met zijn onlesbare honger naar steeds meer geld dat hij uit zijn projecten wil slepen en die hij wil realiseren op een wel heel ongelegen plek waar de goudschat zich wel eens zou kunnen bevinden; een dame op leeftijd die denkt een puur Amerikaans getto te kunnen realiseren op het eiland waar geen Curaçaoënaar meer welkom is, een rabbi van de synagoge in Willemstad, een geheim genootschap, een … vormen even zovele verhaallijnen in het verhaal dat de tijd van de zestiende tot de 21ste eeuw omvat op vooral het westelijk deel van het eiland, Band’Abou, maar in feite het onder toeristen steeds meer populaire Westpunt.

Ingewikkelde intriges
Naarmate het verhaal vordert stapelen de intriges zich op en komen er na de cliff hangers aan het einde van de hoofdstukken steeds weer onverwachte wendingen in een mooi gestructureerd verhaal, dat stilistisch gezien jammer genoeg nogal wat van de lezer vergt door een van tijd tot tijd wel heel particulier omslachtig geformuleerd taalgebruik. De verteller maakt gebruik van de kennis van het eiland die auteur Monahan heeft opgedaan door zijn afwisselend verblijf in New Hampshire in de VS en het westelijk deel van Curaçao. Hij laat dan ook niet na deze bijzonderheden uitgebreid te vertellen.

De Santa Maria van Columbus
Joodse traditie
In feite speelt de joodse traditie een grote rol, vanaf de reizen van de ontdekker en zijn Spaanse ‘conversos’ die de inquisitie van het door de christenen op de Moren heroverde Spanje ontvluchten, maar ook in latere tijden, tot op heden. Het is dan ook de synagoge en zijn rabbi die een belangrijke rol spelen in de uiteindelijke oplossing van het raadsel naar het verdwenen goud. Als dat goud tegen het einde van het verhaal gevonden lijkt te worden, blijken er nazisymbolen en swastika’s in de staven gegrift te zijn, een bewijs dat de eigenlijke schat nog steeds verborgen blijft.

Geschiedenis, fantasie en fantastische histories
Bij dergelijke verhalen gaat het er natuurlijk niet om te veel over de inhoud te zeggen. Het blijft aan de lezer de kronkelingen van de fantasie van de verteller tevolgen. Het moet gezegd dat D.C. Monahan in het genre een interessant verhaal heeft geschreven dat als een page turner gekwalificeerd kan worden. Zo’nverhaal wordt tot de goodreads gerekend, een genre dat niet bezwaard door grote morele thema’s of ingewikkelde psychologische karakterontledingen van de hoofdpersonen, maar vooral gericht is op het vermaak van gemiddelde lezers die in hun vrije lezen voor ontspanning. Als zodanig is het boek zeker geslaagd en vervelen de meer dan driehonderd pagina’s nergens, wegens de steeds weer wisselende perspectieven van de uiteenlopende treasure hunters die verwikkeld raken in hun streven de geweldige schat te achterhalen, ten bate van henzelf of als do gooders voor een eerbaar doel.

Een kleine op ingehouden manier vertelde intieme relatie tussen de Amerikaanse politie agent en de Ierse archeologe onderstreept het good read element van het verhaal. De feestdagen zijn weliswaar voorbij, maar waarom zou het verboden zijn juist in drukke werkdagen en weken wat ontspanning te zoeken in een verhaal als The Navigator’s Treasure als een uitstekend voorbeeld van een ontspannend leesavontuur.

D.C. Monahan:
The Navigator’s Treasure; a Novel; Curaçao & the Quest for Columbus’ Lost Gold
Twin Mountain, New Hampshire: NMP - Nubble Mt. Press
2013
322 pagina’s

[eerder verschenen in het Antilliaans Dagblad, 18 januari 2014]

dinsdag 28 januari 2014

De mysterieuze verdwijning van iemand die een middagje ging snorkelen


Daniel Putkowski’s derde roman over Aruba

door Wim Rutgers

Daniel Putkowski
Het zal u misschien onwaarschijnlijk voorkomen, maar de weinig bekende Amerikaan Daniel Putkowski – tienduizend hits op Google -  is een bestselling auteur op Aruba. Of hij door Arubanen gelezen wordt of door toeristen valt te bezien, maar de plaatselijke boekhandel floreert er wel bij. Putkowski heeft tot nu toe vijf romans gepubliceerd, waarvan er drie over Aruba gaan. Hij is afgestudeerd aan de New York University’s Tisch School of the Arts en woont afwisselend in Philadelphia en Aruba.

In 2008 verscheen het tot nu toe populairste boek An Island Away waarin San Nicolas en daarvan vooral Charly’s bar en de bordelen centraal stonden. Alcohol vloeit er rijkelijk en het sperma druipt van de pagina’s af, of om de verteller te citeren: ‘Men are good for two things: a cock and a wallet. The first thing makes a mess, and the second thing pays to clean it up.’ Toen in 2011 zijn tweede ‘Arubaanse’ roman Under a Blue Flag verscheen als vervolg op de vorige, heb ik dat deels gelezen, maar ik haakte af op meer van hetzelfde. Dus daarover kan ik verder niets zeggen.


Toen ik laatst – weer -  een paar uur vertraging had om naar Curaçao te vliegen, heb ik op de airport de derde roman, Dark Currents, aangeschaft om de wachttijd te doden en ik moet u bekennen dat ik daar geen spijt van heb. Het verhaal in deze roman is losjes gebaseerd op de verdwijning van de Amerikaanse Dark Currents volgt is een fantasierijke whodunnit zoals een detective verhaal betaamt.
Robyn Gardner
Robyn Gardner toen ze met haar partner Gary Giordano op 2 augustus 2011 ging snorkelen aan de oostpunt van het eiland in de buurt van Baby Beach. Zover het historische aspect. Wat daarop in deze roman

Dark Currents bevat niet minder dan vier beurtelings vertelde maar steeds weer in elkaar grijpende verhaallijnen, waarin de verschillende hoofdrolspelers van het drama afwisselend aan de orde komen. Dat veroorzaakt dat de lezer steeds meer weet dan de afzonderlijke verhaalpersonages – een aangename ervaring.

Prostitutie in San Nicolas
Vier verhaallijnen
De twee snorkelaars Kathy Barrow en Glenn Hogan zijn de twee protagonisten van het drama, maar wie van de twee is er nu eigenlijk dader en wie uiteindelijk slachtoffer? Geen van tweeën is zonder schuld aan een misdaad, maar wel op heel verschillende manieren… Op beiden wordt afwisselend gefocust.
Het is ten derde aan de politiemannen Calenda en Bakker en het Openbaar Ministerie in de persoon van Everts om de mysterieuze verdwijning van Kathy op te lossen, maar wat is daarbij vaststaand feit en wat speculatieve interpretatie? Netten worden uitgeworpen en steeds verder gespannen maar sluiten zich niet.
Tenslotte ruikt en benut de achttien jarige Diario fotograaf Romy Tromp de kans van zijn leven met al zijn lokale contacten de talrijk opdravende buitenlandse pers te snel en te slim af te zijn en daardoor de politie behulpzaam te zijn en het machtige televisiekanaal GNN met zijn medewerkers en de Judge Nadine Show. Zelfs de FBI komt om zich met de zaak te bemoeien.

Samen leveren deze vier lijnen een aangenaam en afwisselend beeld op en betekent deze derde roman een vernieuwing van het thema van de auteur. Hij veroorlooft zich daarbij uiteraard grote vrijheid waarbij de – nog - nooit opgeloste historische verdwijning van Robyn Gardner niet meer dan de aanleiding vormt. Dat procedé hadden we ook al gezien toen de Nederlandse auteur Marion Pauw in Drift (2006 ) schreef over de in 2005 verdwenen Natalee Holloway. Dat is de vrijheid van de romanschrijver. Die mag zijn fantasie vrijelijk de loop laten, maar het is in dit geval wel jammer dat Putkowski door al zijn verhaaldraden zo expliciet uit te werken, daardoor zo weinig aan de fantasie van de lezer overlaat. Dat is met name nogmaals het geval bij het slot van het verhaal.
De uiteindelijke winnaar van de tragedie blijkt Diario fotograaf Romy Tromp die de afloop van het drama in geuren en kleuren live mag brengen in de populaire Judge Nadine Show.

Toen de verlate vlucht op de airport eindelijk werd aangekondigd, was ik al een heel eind gevorderd in het verhaal. Dat ik het daarna later thuis toch weer heb opgepakt en niet - zoals de tweede roman - maar heb gelaten voor wat het was, komt door de plot en de stijl die mij als lezer steeds het verhaal in trok. Misschien moet ik nu de tweede roman van Daniel Putkowski toch maar eens in zijn geheel gaan lezen.


Daniel Putkowski: Dark Currents; A Novel of Aruba inspired by actual events.
Hawsewr Press
2012
319 pagina’s
ISBN 978 0 9815959-3-1



[uit Antilliaans Dagblad, 18 januari 2014]

zaterdag 25 januari 2014

ING’ers en been to’s in de schaduw van hun herinneringen

Nieuwe roman van Quito Nicolaas

door Wim Rutgers

Quito rechts
Vier veertigers ontmoeten elkaar rond het jaareinde vier weken in het Arubaanse San Nicolas om de draad van vroeger weer op te pakken, oude vriendschapsbanden aan te halen en over van alles en nog wat de discussiëren. Je zou ze als ING’ers kunnen kwalificeren: In Nederland Geweest, een aanduiding die gewoonlijk inhoudt dat men wel in Nederland is geweest maar zonder diploma of succes weer terug op het eiland is. Dat is overigens niet van toepassing op deze vier want ze hebben allen in het buitenland gestudeerd, zijn gediplomeerd en hebben nu belangrijke functies. Maar een ander kenmerk van de ING’er is wél van toepassing: voortdurend kritiek hebben op Nederland, maar desondanks voortdurend vergelijken van dat land met het geboorte eiland. In Afrika werden deze mensen, met een ander accent, ook wel aangeduid als been to’s, in Europa geweest en terug in het land van herkomst vol kritiek op wat ze daar in hun geboorteland aantreffen en met allerlei vormen van persoonlijke aanpassingsmoeilijkheden. Zowel ING als Been To is van toepassing op deze vier personen in de nieuwe roman van de van Aruba afkomstige, al jaren in Nederland wonende auteur Quito Nicolaas.

Quito links
Sombra di Recuerdo, inmiddels de tiende publicatie van Quito Nicolaas, is een dikke Papiamentstalige roman van niet minder dan vierhonderd bladzijden, die op een mysterieuze manier begint met een grote ramp op het eiland Aruba met talrijke doden en immense materiële schade. Waarop moet en zal dat uitdraaien, vraagt de nieuwsgierige lezer zich af. Nou eigenlijk nergens, want het blijkt achteraf slechts een droom geweest te zijn.

Quito rechts
De vier hoofdpersonen zijn Jane, een journaliste die in de VS heeft gestudeerd, Andres die leraar in het voortgezet onderwijs is, Dennis die sociaal-cultureel onderzoek verricht en de sociologe Germaine, die weliswaar evenals de anderen in San Nicolas is opgegroeid, maar Nederlandse ouders heeft, in Nederland werkt en nu met vakantie op het eiland is.






Quito links
De schaduwen van de herinnering omvatten voor de vier hoofdpersonen dus de ruimtes buitenland en geboorte-eiland en twee tijden: de herinnering aan een gezamenlijke jeugd en het heden waar ze elkaar ontmoeten en weer nader tot elkaar komen, op een moment dat ze de leeftijd hebben bereikt waarop ze zelf opgroeiende kinderen hebben. In hoofdstuk 25 gebruikt de verteller daarvoor het beeld van een X, twee of meer mensen komen aanvankelijk dichter bij elkaar, de levens kruisen elkaar en er ontstaat daarna weer verwijdering. Onderlinge wisselende relaties van de vier personen in allerlei gradatie van intimiteit vormen dan ook de rode draad van het verhaal. Het vertelperspectief ligt volgens een nogal los schema zonder veel ordening afwisselend bij een, twee of alle hoofdfiguren, soms even onderbroken door een ik-fragment.

Quito links
Door al de vertelde jeugdherinneringen aan het opgroeien in San Nicolas is Sombra di recuerdo in zekere zin ook een ‘coming of age’-roman van jongeren op weg naar volwassen verantwoordelijkheid, een thema dat structureel versterkt wordt door het herhaaldelijk op belangrijke plaatsen in het verhaal intertekstuele gebruik van een filmgegeven als van Dustin Hoffman’s rol in The Graduate, waarbij een jonge student een seksuele relatie heeft met de moeder van zijn vriendin – een motief dat gespiegeld wordt in een soortgelijke bekentenis van Andres tegenover zijn vrienden. Naast dit herhaaldelijk voorkomende motief brengt een ander leidmotief rond een envelop met geheimzinnige foto’s wat doorlopende spanning in het verhaal.

Quito rechts
Het verhaal is minder een psychologisch portret van vier personages van vlees en bloed dan een sociale roman waarbij de hoofdpersonen de dragers zijn van tal van politiek-maatschappelijke ideeën van de verteller. De verteller gebruikt de personages om hen in elke situatie uitgebreide commentaren te laten geven. Er is nagenoeg geen enkel aspect van de Arubaanse maatschappelijke realiteit die in de talrijke dialogen en discussies geen aandacht krijgt die de voortgang van het verhaal overwoekeren: persvrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid en integriteit, traditionele politieke patronage, de vaak ouderwetse opvoeding met generatieverschillen als gevolg, machismo en incest, taal, cultuur, autoritair koloniaal onderwijs en leesbevordering, de maatschappelijke rol van de vrouw en feminisme, veiligheid, maar ook regionale politiek zoals de seksuele schanddaden van dictator Trujillo in Santo Domingo. Ook Nederland krijgt zijn deel van de kritiek als Dennis als succesvol onderzoeker in Nederland zich verplicht voelt ontslag te nemen omdat juist hem als migrant wordt opgedragen te gaan onderzoeken wat een allochtoon de Nederlandse staat kost. Hij reageert principieel en remigreert. Al deze motieven worden in een duaal verband geplaatst, dat niet alleen is samen te vatten als een spanningsveld tussen traditie en moderniteit, maar vooral als een persoonlijke keuze van principiële eerlijkheid tegenover anderen en vooral tegenover jezelf.

Quito rechts
Het is jammer dat al deze discussies het verhaalverloop overwoekeren. Ik begrijp en respecteer de inzet van de verteller dit allemaal aan de orde te stellen, maar merk tegelijkertijd op dat het nogal  wat van lezers vergt om die discussies steeds geïnteresseerd steeds weer bladzijden lang te blijven volgen. Waar de personages zich ook bevinden, in een cafetaria of bar in San Nicolas, thuis of tijdens een ritje op het eiland – elke situatie wordt aangegrepen om tot uitgebreide discussies te komen.

Quito links
Het woord ‘sombra’ uit de titel roept in de betekenis van ‘schaduw’ misschien op het eerste oog een negatieve reflectie op, maar het woord heeft volgens het woordenboek van Sidney Joubert een aantal betekenissen als het doorschijnen (van stof); vlaggen; smeulen (van vuur); in de schaduw zitten om beschutting te zoeken tegen de warmte van de zon, waarvan verschillende in het verhaal inderdaad ook voorkomen.

De voorkaft bevat een toepasselijke foto van het interieur van de Arubaanse archeologische museum. Volgens het colofon is de tekst door niet minder dan vier personen gecorrigeerd. In een stevig ingenaaide vorm is het dikke boek heel handzaam stevig uitgegeven door de persoonlijke uitgeverij van de auteur: Bookish Publisher. Na het vorige werk zie ik deze uitgave, ondanks mijn bezwaren, als het – voorlopig – hoogtepunt van het inmiddels aanzienlijke oeuvre van de auteur.

Quito Nicolaas: Sombra di recuerdo
[Almere]: Bookish Publishers
400 pagina’s
ISBN 978 90 805979-0-7 

[uit Antilliaans Dagblad, 17 augustus 2013]




Reacccion di Quito Nicolaas tocante mi reseña den Antilliaans Dagblad, fecha 17 augustus 2013

Quito links
Apreciabel Wim,
Cu asombro mi a lesa e recensia den AD (17-8-2013), cual mi a ricibi di un desconocido den mi post. Defacto a spera un otro acercamento den cual ta mustra riba cada liña di storia con cada un di e personahenan a desaroya nan mes, e temanan cu a manifesta den nan bida y e complexidad di Dennis como persona. P.e. Andres (p.22) kende ta puntra su mes over di e patronchi di construi, si esaki ta un consequencia di Catolocismo of ta algo di America Latina? Sin embargo dor cu Andres a regresa su isla pa finalisa su estudio, e no a desaroya su mes mas aleu y ta esun mas nacionalista di e cuater nan.

Quito links
E locual mi ke a indica cu e novela aki ta cu e Arubiano, e 4 personahenan ta hendenan cu por pensa tambe pafor di e frontera di un isla chikito. Ta mas cu claro cu tin di trata e cuadra historico, social-cultural y politico di e comunidad.  Den esey Literatura tey pa indica cierto procesonan den e sociedad, pa stimula un intercambio di idea y pensamento. Den cuadra aki tambe mi a uza e practica durante e regimen di Trujillo y akinan tambe esaki no ta haya un luga prominente den e reseña, mientras nos conoce e fenomeno di ‘Sugar Daddy’  na Aruba y Europa. Den literatura post-colonial ta un obligacion di e autor pa trata e restonan di e era colonial, mientras nos tur ta grita cu nos ta bibando den un sociedad moderno.

Quito links
Den esey e loke e novela ta mustra den su totalidad ta cu e locual ta sosode den un pais grandi ta manifesta riba un isla chikito tambe (e liña di Jane su storia). Atrobe Literatura su funcion no ta pa tapa of cubri e realidad, sino di descubri esaki y transforma esaki den ficcion. E unico proposito cu mi a pone pa mi mes ta pa skirbi un novela den Papiamento na un manera mas abstracto y cu mas profundidad. Si lesa e novelanan di Mario Vargas Llosa of Girl in Transaltion di Jean K. Wok, esakinan ta anda na e mesun manera cu e tempo y espacio.

Quito rechts
E aspecto psicologico ta bin diferente biaha padilanti, den casi tur e capitulonan esaki na un of otro forma ta presente. Ta solamente den 2 capitulo Germain/Dennis y Jane/Andres ta referi na y papia di e pelicula The Graduate. Na final den cap 30 nos ta haña un revelacion, manera den e pelicula, di Andres. Mi mester admiti cu kisas cu e entercambio di idea encuanto con e institutonan ta desaroya nan mes, cu e fragmento aki ta rekeri basta conocemento di e lector pa por sigui e pensamentonan di Dennis. Literatura ta existi pa prikkel e mente di e lector y no pa pinta un paisahe bunita y virtual. Mi impresion ta cu e novela no a ser lesa completamente of cautelosamente, mientras e reseña a ser hinca pura pura den otro.

Quito rechtsContento mi ta cu esnan cu a lesa e novela caba, tur ta elogia e temanan y e forma con e ta skirbi. Danki pa e tempo inverti pa dedica na e reseña di SDR.