Posts tonen met het label identiteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label identiteit. Alle posts tonen

woensdag 14 mei 2014

Aminata Cairo geeft vierde Rudolf van Lier-lezing

Krioro dansi: Dansen om Afro-Surinaamse identiteit te verkennen

Vrijdag 27 juni 2014
Aminata Cairo
Faculteit Geesteswetenschappen, Lipsius Gebouw, zaal 011, Cleveringaplaats 1, Leiden

Suriname staat bekend als een land waar diverse etnische groepen in harmonie met elkaar samenleven. Toch is de realiteit van een multiculturele samenleving niet zelden een andere.  Ruimte creëren voor identiteit kan uitermate ingewikkeld zijn. In haar lezing zal Aminata Cairo ingaan op vormen van Afro-Surinaamse identiteitsbeleving aan de hand van een studie over Afro-Surinaamse dans, die zij tussen 2003 en 2005 in Suriname uitvoerde. Daarbij zal zij kijken naar de dynamiek en complexiteit van identiteitsbeleving. Los van de academische aspecten van haar onderzoek zal zij aandacht besteden aan de praktische betekenis van haar bevindingen voor de Afro-Surinaamse gemeenschap. Na het uitspreken van de lezing zal Gloria Wekker, emeritus hoogleraar gender en etniciteit aan de Universiteit Utrecht, optreden als referent.

Aminata Cairo werd geboren in Nederland, waar zij de middelbare school doorliep. In de Verenigde Staten volgde zij verschillende universitaire studies. Cairo is in het bezit van een BA-diploma lichamelijke opvoeding en psychologie (Berea College, 1988), een MA-diploma klinische psychologie (Eastern Kentucky University, 1991), een MA-diploma medische antropologie (University of Kentucky, 2001) en een PhD in medische antropologie (University of Kentucky, 2007). De titel van haar proefschrift luidt: Hebi Sani: Mental Well Being Among the Working Class Afro-Surinamese in Paramaribo, Suriname. Sinds 2009 is Cairo als assistent professor in de antropologie verbonden aan Southern Illinois University in Edwardsville.

De Rudolf van Lier Lezing is vernoemd naar de bekende Leidse hoogleraar (1914-1987) in de sociologie en cultuurkunde van Suriname, de Nederlandse Antillen en het Caraïbisch gebied en auteur van het standaardwerk Samenleving in een grensgebied; Een sociaal-historische studie van Suriname. De lezing, die om de twee jaar wordt georganiseerd door de Werkgroep Caraïbische Letteren, is gewijd aan een sociaal-wetenschappelijk of geesteswetenschappelijk thema en heeft betrekking op de Nederlandstalige Caraïben. Ruben Gowricharn (2008), Francio Guadeloupe (2010) en Hugo Fernandes Mendes (2012) gingen Aminata Cairo voor als spreker in deze lezingenserie.

Programma
19.30 uur Welkomstwoord door de voorzitter van de Werkgroep Caraïbische Letteren, Peter Meel
19.40 uur Van Lier Lezing, getiteld ‘Krioro dansi: Dansen om Afro-Surinaamse identiteit te verkennen’ door Aminata Cairo, assistent professor antropologie aan Southern Illinois University
20.30 uur Reactie door Gloria Wekker, emeritus hoogleraar gender en etniciteit aan de Universiteit Utrecht
20.45 uur  Discussie met de spreekster, de referente en de zaal
21.30 uur Sluiting
Het programma begint om 19.30 uur precies.
Gloria Wekker

Indien u de lezing wenst bij te wonen: u kunt maximaal twee mensen aanmelden. Dat kunt u doen tot uiterlijk 18 juni 2014 onder vermelding van naam, adres, postcode en woonplaat bij Efy Matulessy via e.p.matulessy@hum.leidenuniv.nl.  Zolang er plaats is, ontvangt u binnen een week bericht terug per e-mail. Dit bericht dient uitgeprint als (gratis) toegangsbewijs. U wordt verzocht dit mee te nemen en bij binnenkomst te tonen.
Het Lipsiusgebouw ligt op circa 15 minuten loopafstand van station Leiden CS. De locatie is eveneens per auto te bereiken, maar de parkeermogelijkheden in de omgeving zijn beperkt. U wordt geadviseerd zoveel mogelijk met het openbaar vervoer te reizen. Voor een plattegrond van de locatie: http://www.hum.leidenuniv.nl/contact/adres-faculteit.html. Voor reis- en parkeerinformatie: http://www.hum.leiden.edu/contact/visiting-address.html.


Website van de Werkgroep Caraïbische Letteren: http://caraibischeletteren.blogspot.nl/


maandag 17 maart 2014

White Privilege

door Mireille Liong

Als vriend van Jörgen Raymann zijn facebook pagina zag ik de volgende vraag voorbij komen: “Just curious, what do you think 'white privilege' means?”

Tot mijn verbazing bleek uit de antwoorden dat de meesten de term “White Privilege” letterlijk vertaald “witte privileges” duidelijk niet begrepen. Daardoor viel het commentaar gauw uit context. Aangezien ik het voorrecht heb meer te weten over dit onderwerp leg ik het graag uit. Niet alleen omdat ik zelf zwart ben en kroeshaar heb en zeker niet omdat ik graag de rol van slachtoffer van de slavernij op mij neem. Absoluut niet.  
A conversation about Race Soledad OBrian
 
Soledad O'Brian, Bartunde Thurston en Tanner Colby

Ik denk dat ik het voorrecht heb omdat ik opgegroeid ben in multicultureel Suriname, gestudeerd heb in Nederland, nu al langer dan 10 jaar in Amerika woon en beschik over een redelijk analytisch vermogen. Misschien nog belangrijker te vermelden is het feit dat het onderwerp racisme en alles wat hiermee te maken heeft me eigenlijk pas goed is gaan interesseren sinds ik begonnen ben met kroeshaar.com.

Vandaar ook dat ik in September ben geweest naar “An conversation about race” (een conversatie over ras) in het Sub Culture theater in Manhattan. Het panel werd geleid door niemand minder dan van Soledad O'Brien, journalist en programmamaker bij CNN. De twee andere pannelleden waren Bartunde Thurston Comedian en auteur van How to be Black en Tanner Colby auteur van “Some of my best friends are Black.”

Het doel van deze conversatie was zoals Solidad in de introductie zei om racisme in een avond, of niet eens een hele avond, binnen een paar uur eigenlijk, op te lossen. Hoewel ik bekend was met de CNN programmamaakster, haar ook al eens in levende lijve tegen was gekomen en wist dat het een intelligente vrouw was, had ik geen idee dat ze ook beschikt over een gigantisch gevoel voor humor.


Ik had het kunnen weten met iemand als Bartunde Thurston in het panel. Als je het hebt over briljante humor moet je zijn boek eens lezen: How to be Black. Colby was ik nog nooit persoonlijk tegen gekomen maar zijn boek was me wel al bekend en met zijn ivy league achtergrond en gevoel voor humor was hij meer dan gewaagd aan de rest van het gezelschap. De een-tweetjes tussen Soledad en de panelleden waren dan ook hilarisch, verheffend en doeltreffend. Zelfs toen het onderwerp white privilege aan bod kwam en niet iedereen het met elkaar eens was.

Hoewel hij begrijpt waar het om gaat is Colby, zelf wit van zeer bevoorrechte achtergrond, het niet eens met de terminologie. Volgens hem roept de term aversie op bij witte mensen omdat het over zou (kunnen) komen als een verwijt welke een beschuldiging inhoudt dat witte mensen verworven privileges zouden moeten opgeven om het leven van zwarte mensen te vergemakkelijken. Soledad, zelf getrouwd met een witte man, ging daarop in en legde uit.

Haar man die even wit is als Colby was eens op weg naar London, zijn paspoort vergeten. Vol ongeloof vertelde ze dat hij na uitleg zonder enig probleem het vliegtuig in is gestapt en de overtocht heeft gemaakt. Let wel een internationale vlucht, post 11 september!
Soledad vertelde dat ze tegen haar man zei: je begrijpt dat dit alleen mogelijk is geweest omdat jij als witte man hetgene belichaamt wat niet beangstigend is. Dat ze iemand in de exact zelfde positie als jij maar met een andere kleur niet hadden doorgelaten. Ze ging verder en vertelde het publiek, het is mij wel eens overkomen maar ik heb gesprint om een taxi te pakken, zo snel mogelijk mijn paspoort te halen en het personeel te smeken om mij op de vlucht te laten. En ik ben bekend! Aan het bulderende gelach was duidelijk dat het kwartje was gevallen en Colby gaf aan dat hij het snapte ook als was hij het misschien nog steeds oneens over de woordkeus.

White privilege is geen verwijt zei ze maar een term voor een conversatie om de privileges die witte mensen automatisch genieten uit te lichten. Waar het in essentie om gaat is dat witte mensen privileges genieten die anderen puur vanwege hun uiterlijk worden ontzegd.
 
Foto © Sherma de Lima
In het dagelijks leven zijn er talloze voorbeelden van. Een heel simpel voorbeeld: Als een witte man in een dure auto rijdt is er niks aan de hand, maar niet-witte-mannen worden bij voorbaat aangehouden omdat het verdacht zou kunnen zijn. Witte mensen beseffen vaak niet hoe vaak zwarte mensen voor onbenulligheden worden aangehouden en ondervraagd omdat ze bij voorbaat als verdacht worden gezien. Witte mensen staan hier daarom ook niet bij stil. White privilege is geen beschuldiging het is meer om de maatschappij erop te attenderen dat dit onrecht is dat moet worden rechtgetrokken.

Mireille Liong
Als Sociaal Entrepreneur die bezig is met kroeshaar heb ik ook een passend voorbeeld. Een van de ongeschreven bevoorrechte regels is dat witte mensen het recht genieten om met ongekamd haar de straat op en zelfs naar het werk te gaan. Van diverse collega’s heb ik het wel eens gehoord. Ach, ik doe gewoon mijn hand door mijn haar en hup, het huis uit.

Als zwart persoon met natuurlijk kroeshaar weet je dat je dit niet hoeft te proberen. Waarschijnlijk kom je niet eens je huis uit want je familie vraagt bij voorbaat of je gek bent geworden. We zijn zo geconditioneerd te denken dat niet kan maar de vrees dat je zal worden uitgelachen of misschien zelfs opgepakt, is niet ondenkbaar.

Om aan te geven wat je hieraan kunt doen als wit of meer geprivilegieerd persoon zie het voorbeeld en uitleg van Joy Degruy. Het is absoluut geen plicht en geen enkel recht schrijft dit voor maar het helpt een betere maatschappij creëren voor iedereen.

on 16 maart 2014 . . .

donderdag 13 maart 2014

Gevoelige kwesties

Sandew Hira
door Sandew Hira

De afgelopen twee weken in Suriname waren voor mij de meest inspirerende van de afgelopen jaren. Ik ben in een korte tijd veel ervaringen rijker geworden.
Op uitnodiging van Prof. Dr. Henri Ori geef ik colleges op de Anton de Kom Universiteit aan de studierichting Master in Education for Research and Sustainable Development in het vak Ontwikkelingstheorieën. In Europa en Amerika gaat de discussie over duurzame ontwikkeling veelal over de relatie tussen milieu en economie. Ik breng in de colleges de dimensie in van stabiliteit van sociaal-economische verhoudingen in landen die gekoloniseerd zijn geweest. Meer dan milieu zijn politieke, sociale, economische en etnische spanningen een bedreiging voor de duurzaamheid van een samenleving.
Henry Ori

Ik deed een oefening met de studenten met als doel om hun empathie, het vermogen om je in te leven in de gevoelens van een ander, te vergroten. De studenten moesten per etnische groep aangeven welke uitspraken als beledigend worden ervaren door die groep. Er was een discussie of Marrons een apart etnische groep zijn dan ‘Creolen’, want beide zijn Afro-Surinamers, mensen met een basis in Afrika.
Het gaat niet om het benoemen van vooroordelen. Dat klinkt neutraal. Het gaat om het benoemen van beledigingen. Je moet je realiseren dat het beledigend is om negatieve eigenschappen van een individu toe te kennen aan een groep en waarom mensen uit die groep het als een belediging ervaren.

Sheriva Truideman

De studentenpopulatie is behoorlijk gemengd. Er kunnen verschillende dingen gebeuren tijdens deze oefening. Niemand durft beledigingen te noemen uit vrees dat de ander zou kunnen denken dat je je eigen opvattingen daarmee verraadt. Sommigen formuleren de beledigingen met aarzelingen en omslachtige formuleringen, waardoor je niet to the point komt met als gevolg dat het wantrouwen tegen je eerder versterkt dan verzwakt wordt. Om een belediging te formuleren in de context van een oefening moet de moderator eerst een veilige en oprechte omgeving creëren die duidelijk maakt dat het doel is om de empathie te vergroten. En ze kwamen los: Chinezen zijn vies; Hindostanen zijn gierig, Creolen zijn lui, Marrons zijn achterlijk, Javanen zijn corrupt, Inheemsen zijn dom, witte mensen stinken.
We hebben lijstjes gemaakt per etnische groep. We hebben gebrainstormd over de vraag wat iemand uit een etnische groep als een compliment zou ervaren. We hebben gediscussieerd over theoretische vraagstukken over wat de essentie is van etnische identiteit.
Albert Roessingh - Javaans paar

En ik werd met de minuut optimistischer over de toekomst van Suriname. Het is mogelijk om gevoelige kwesties op een ontspannen en eerlijke manier onder ogen te zien. Je moet een open houding hebben om te willen luisteren naar de ander. Je komt dan te weten wat je niet weet.

Vorige week donderdag zat ik een bijeenkomst voor met de jurist Patricia Meulenhof en Robert Connell die onderzoek doet naar grondrechten van Marrons in Jamaica en Suriname. Ik had eerder in een column het vraagstuk aangekaart in hoeverre sinds de vredesverdragen de Marrongemeenschappen een staat zijn binnen een staat zijn en of er sprake is van een vraagstuk over soevereiniteit. Ik had niet door dat ik met de introductie van het begrip ‘soevereiniteit’ een heel gevoelige snaar had geraakt in de Surinaamse samenleving. Ik kwam er gauw genoeg achter. De zaal kwam los. “Wat is het doel van die vergelijking? Is het om marrons in een kwaad daglicht te stellen?”
Ik was verbaasd. Ik dacht dat ik een intellectuele discussie had aangekaart, maar er leeft een sentiment dat ik niet kende, namelijk dat Marrons veeleisend zijn en onterecht rechten claimen die anderen niet hebben. Mijn analyse had dat sentiment versterkt, zo bleek mij tijdens de discussie.
Patricia Meulenhof
De opmerkelijke en optimistische kant van de discussie is dat verschillende sprekers zich nadrukkelijk keerden tegen het concept van soevereiniteit. Later vroeg ik Patricia Meulenhof: “Wat willen de marrons nou precies?” Zij legde me uit dat de marrons net als in Guyana en andere landen willen dat de positie van tribale gemeenschappen in de wet wordt vastgelegd. Is dat onredelijk? Het lijkt mij niet.

Mijn optimisme werd versterkt door de reactie in de samenleving op oproepen van o.a. Brunswijk om alle marronpartijen te bundelen in een grote eenheid. Niemand maakte de marrons uit voor racisten. Als Santokhi een oproep zou doen aan alle Hindostaanse partijen om zich te bundelen in één grote Hindostaanse partij, zou hij onmiddellijk voor racist worden uitgemaakt. Hoe verklaar je dat verschil? Het laat zien dat er in de Surinaamse gemeenschap het idee leeft dat sommige etnische groepen achtergesteld zijn en het legitiem is om hun emancipatie te bevorderen door zich samen te bundelen. Marrons worden beschouwd als een achtergestelde groep en Hindostanen niet. Een oproep tot bundeling van Hindostaanse partijen zou niet gezien wordt als een poging om een einde te maken aan achterstelling, maar een poging om een begin te maken met etnische dominantie.

Foto Raw Fotografie
Een geweldige ervaring had ik bij de cursus Herschrijving van de Surinaamse gschiedenis die ik samen met Prof. Dr. Stephen Small verzorgde, Ik deed de eerste week en Stephen de tweede. De cursus werd georganiseerd door het Nationaal Archief Suriname (NAS). Soewarto Moestadja, minister van Binnenlandse Zaken en verantwoordelijk voor het archief, had zich persoonlijk gecommitteerd aan dit traject. Hij opende de cursus en plaatste het in het kader van het regeringsbeleid om de geschiedenis te herschrijven vanuit een gedekoloniseerd perspectief. Toen Stephen Small arriveerde heb ik met hem en Rita Tjien Fooh, directeur van het NAS, een ontmoeting op het ministerie gehad om de follow-up te bespreken. De follow-up bestaat uit vijf onderdelen: het opzetten van een nieuwsbrief voor de community van mensen die geïnteresseerd zijn in de herschrijving van de Surinaamse geschiedenis, het opzetten van een onderzoeksprogramma om wetenschappelijk onderzoek te bevorderen, het uitgeven van een serie bronnenpublicaties door het NAS om originele bronnen te ontsluiten, het publiceren van een boek op 8 maart 2015 over de positie van vrouwen in de Surinaamse geschiedenis en een follow-up cursus in 2015 waarin de geschiedenis van Suriname wordt vergeleken met de geschiedenis van andere landen.

Op de laatste dag van mijn cursusonderdeel kaartte ik een gevoelige discussie aan: hoe behandelen we 8 december in de Surinaamse geschiedschrijving? Er waren ongeveer 40 cursisten aanwezig met uiteenlopende opvattingen over 8 december. Hoe bespreek je in zo’n gezelschap deze super sensitieve kwestie? Rita Tjien Fooh had publiekelijk in de Ware Tijd aangekondigd dat gevoelige onderwerpen niet van de historische agenda moeten worden gehaald. Er zijn verschillende perspectieven die met elkaar in dialoog moeten gaan: “Maar we moeten eruit komen.”
Bij de bespreking had ik het volgende gesteld. Niemand mag een ander onderbreken. Je moet je eigen mening geven en hoef[t] niet in discussie te gaan. Dit is een begin, niet het einde van het traject over 8 december en geschiedschrijving.
Er was een ingetogen sfeer waarin de emoties als zware wolken boven het gezelschap hingen. Eén persoon plaatste 8 december direct in een groter kader: hoe zit het met Moiwana? Waarom alleen 8 december?
Een ander gaf aan hoe zwaar het op haar maag lag: “Ik was lid van de volksmilitie. Ik wil er voorlopig niet over praten.”
En zo waren er verschillende bijdragen vanuit verschillende invalshoeken. Diep in mij woedden verschillende emoties, maar er was één van vreugde. We zijn in staat om toch een tipje te lichten van de sluier op een taboe waarover we niet graag praten. Het was een klein onderdeel van de cursus, maar niet onbelangrijk.
Het Moiwana monument

Deze exercitie heeft me gesterkt in de overtuiging dat er een maatschappelijke oplossing moet komen voor 8 december en Moiwana. De spanning die op dit onderwerp ligt, kan vroeg of laat de stabiliteit van de samenleving bedreiging. Stel je voor dat bij de nieuwe verkiezingen Santokhi wint. Stel dat het 8 Decemberstrafproces leidt tot de uitspraak dat Bouterse schuldig is. Wat gaat Santokhi doen? Hij heeft twee opties.
De eerste is om de uitspraak te respecteren en Bouterse te laten arresteren. Wat gebeurt er dan? Wie dit soort sociale processen analyseert, weet dat het zal leiden tot een geweldsexplosie. Het vragen van buitenlandse hulp bij de arrestatie zal het probleem van geweld alleen maar verergeren.
De tweede optie is verraad te plegen aan iedereen die pleitte voor het proces. En dat verraad houdt in dat Santokhi zelf amnestie geeft om een geweldsexplosie te voorkomen.
Meer opties heeft hij niet. En beide opties zijn loose-loose-opties.

Zelfs als Bouterse morgen aan een hartaanval sterft, zal de spanning van 8 december en Moiwana niet verdwijnen uit de samenleving omdat er dan een erfenis is waarmee gedeald moet worden.
De amnestiewet van de regering is ook geen oplossing. De dader die zichzelf amnestie geeft heeft daarmee iedere morele basis verloren om die amnestie legitimeren. Je kunt jezelf niet vergeven voor een misdaad. Iemand anders moet je vergeven, als vergeving in plaats van waarheidsvinding aan de orde is.

Mijn conclusie is dat in de afgelopen 32 jaar de politiek geen oplossing heeft weten te brengen in dit probleem. Die oplossing moet van het volk komen. Ik pleit voor een oplossing gebaseerd op drie punten:
1. Intrekking van de amnestiewet.
2. Stopzetting van het 8 decemberproces.
3. Instelling van een waarheidscommissie van onderaf met de bevoegdheid om amnestie te verlenen.

Die punten roepen tal van vragen op, die we in de komende tijd ook moeten bespreken. Maar de kern van deze oplossing is dat we kiezen voor een bepaalde vorm van gerechtigheid. Gerechtigheid heeft twee dimensies: straf en waarheidsvinding. Soms kan waarheidsvinding louterend werken en straf overbodig maken.
Het doel van deze oplossing is dat in de samenleving een atmosfeer ontstaat waarbij grote delen van de bevolking erkent dat we 8 december en Moiwana niet afgesloten hebben, maar een afsluiting absoluut noodzakelijk is. De afsluiting houdt in dat mensen van verschillende kampen elkaar recht in de ogen kunnen kijken en tegen elkaar kunnen zeggen: we hebben het probleem samen opgelost via het mechanisme van waarheidsvinding. Het gaat niet om verzoening. Het gaat er niet om dat iemand spijt en berouw toont. Het gaat er om dat de waarheid boven tafel komt, met alle complicaties die horen bij waarheidsvinding. Maar aan het eind kunnen we tegen elkaar zeggen: we hebben het afgesloten en gaan samen verder. We hebben het mechanisme van geweldloosheid toegepast om een oplossing te bereiken.

Ik pleit al lang voor deze oplossing, maar het heeft tot nu toe geen maatschappelijke weerklank gevonden. De sessie met de cursisten van NAS hebben [heeft] me gesterkt in de overtuiging dat we een open houding moeten ontwikkelen over de kwestie.
Melvin Linscheer

Toeval bestaat niet. Kort na mijn aankomst in Suriname had ik een gesprek met een goede vriend van me. Na onze warme ontmoeting zei hij dat hij een boodschap voor me had van Melvin Linscheer, directeur Nationale Veiligheid. Linscheer wil een gesprek met me. Hij kent Linscheer heel goed.
Ik was stomverbaasd. Linscheer? Dat is toch de beul van het binnenland, de rechterhand van Bouterse. “No way”, antwoordde ik geschokt. Ik heb gezworen om me nooit in de positie te plaatsen dat ik in de nabijheid van Bouterse zou komen. Met Linscheer lijkt het alsof ik direct met Bouterse praat.
Ik heb veel respect voor mijn vriend. We delen gemeenschappelijke ervaringen en gaan lang met elkaar terug in de tijd. Hij legde me omstandig uit hoe zijn contact met Linscheer zich heeft ontwikkeld. De beeldvorming rond Linscheer is in zijn ervaring onjuist.
Wat is mijn beeld van Linscheer? Ik weet niet eens hoe de man eruit ziet. Ik had het idee van een sinister en duister type uit de onderwereld van veiligheidsdiensten, CIA, geweld en zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Later zou ik hem googelen en zag foto’s van hoe hij eruit zag.
Mijn vriend en ik spraken heel lang over zijn ervaringen met Linscheer. Zijn boodschap was: Linscheer zoekt naar oplossingen voor 8 december (Moiwana was niet in zijn verhaal opgenomen, zoals ik het heb leren opnemen door de bijdrage van een cursist).
“Wat verlies je om met hem te praten?”, zei mijn vriend. “Misschien moet je een open houding ontwikkelen in deze kwestie.”
Ik liet me overtuigen. Tegen het advies van mijn vrouw in en met veel tegenzin ging ik naar een ontmoetingsplaats die mijn vriend had georganiseerd. Ik kwam eerst aan. Ik was in een lege kamer met een bureau en twee stoelen naast het bureau. Linscheer kwam later binnen.

Bij de voorbereiding denk je veel na over hoe je het gesprek in wilt gaan en hoe je eruit wilt komen. Wat wil de man van mij? Ik ben een eenvoudige columnist bij een veelgelezen medium dat vecht om het hoofd boven water te houden. Ik heb geen macht, geen organisatie. Ik kan niemand opdragen om iets te doen. Ik heb alleen de kracht van het idee, zoals het idee van Decolonizing the Mind of het idee van een morele oplossing voor 8 december en Moiwana. Ik weet dat als een gedachte eenmaal maatschappelijk worteling vindt het transformeert van een idee naar een sociale kracht.
Hij kan met mij ook niet over iets onderhandelen. Ik wil geen geld, dus heeft het geen zin om me geld aan te bieden. Ik wil geen positie, dus kom daar niet mee. Wat valt er dan verder te bespreken?

Linscheer kwam binnen met een uitstraling van een intellectueel in plaats van een CIA-baas. Na plichtplegingen van beschaving en wat omcirkelende small talk begon hij met een analyse over zijn zorgen m.b.t. de langetermijnveiligheid van Suriname en de noodzaak van een structurele en fundamentele oplossing van de kwestie van 8 december (en Moiwana voor mij).
Hij zag de noodzaak in, kende mijn voorstellen uit mijn columns – hij leest al mijn columns - en stelde voor om een vertrouwensrelatie met elkaar te ontwikkelen om een oplossing te vinden. Ik luisterde, onderbrak hem af en toe met wat vragen en probeerde in te schatten: wie heb ik voor me en waarom zou ik hem vertrouwen?
Hij had één voordeel die mijn mind niet liet dichtklappen. Hij analyseerde als een intellectueel en stelde zich open voor discussie. Hij vroeg naar mijn mening en wilde niets van me hebben. Er was geen onderhandeling ergens over. Het was een gesprek over analyses.
We spraken bijna anderhalf uur over de spanningen in de Surinaamse samenleving en onze visies over hoe die op te lossen. We spraken lang over mijn oplossing en de praktische problemen hieromtrent. Hij stelde voor om onze gesprekken in de komende maanden te continueren en te proberen oplossingen te formuleren.
Ik stelde het volgende voor. Mijn oplossing is helder en duidelijk. De vraag aan jou is: wil je de mogelijkheden onderzoeken om een maatschappelijk draagvlak te scheppen voor deze oplossing? Dan hebben we iets om over te praten in de komende maanden. In dat proces kunnen wij dan een vertrouwensband opbouwen om die oplossingen te realiseren.
Hij antwoordde bevestigend. Hij wil de mogelijkheden onderzoeken.
Ik zei dat ik niets en niemand vertegenwoordig en alleen de kracht heb van ideeën. Ik zie dus geen geheim onderhandelingstraject, maar een publieke discussie. Ik stelde voor om ons gesprek in de openbaarheid te brengen via een column, die ik nota bene niet eens vooraf aan hem zal voorleggen hoewel hij daar recht op heeft, gegeven het feit dat het ook een verslag van zijn bijdrage aan het gesprek is. Hij had er geen probleem mee.
We wisselden onze gegevens uit en namen afscheid.

Hoe moet het nu verder?
Ik wil een maatschappelijke discussie die moet leiden tot een situatie waarin we 8 december en Moiwana een respectvolle plek geven in het leven en het geheugen van ons volk en het tijdperk van taboe en spanning kunnen afsluiten. Ik wil een maatschappelijke discussie over de drie punten. In beide kampen zullen er tegenstanders zijn, maar ik hoop dat voorstanders in beide kampen voor de drie punten oplossing zich in de komende maanden gaan buigen over dit idee.
Ik weet niet waar dit naartoe zal leiden. Misschien kost het Linscheer zijn kop als directeur Nationale Veiligheid omdat hij een oplossingsmodel overweegt dat zijn baas niet ziet zitten. Misschien krijg ik weer bedreigingen van mensen om mij een kopje kleiner te maken. Ik heb lang geleden al een besluit genomen over de vraag hoe om te gaan met angst voor de dood: liever staande te sterven dan knielend te leven.

Ik weet dat mijn ouders zich tegen mijn handelingen zouden keren, omdat hun verdriet een onmetelijke omvang had bereikt. Dat verdriet en die wetenschap draag ik met me mee.
Ik put kracht uit de Bhagvad Gita waar Arjuna in gesprek met Heer Krishna het dilemma tussen persoonlijke wensen en sociale verantwoordelijkheid trotseerde met de gedachte dat persoonlijke gevoelens ondergeschikt moeten worden gemaakt aan sociale plichten.
Ik put kracht uit de uitspraak van Mahatma Gandhi over oog-om-oog, tand-om-tand: een eye for an eye makes everyone blind.

Deze hele week ben ik bij mijn vrienden van Fundashon Museo Tula op Curaçao voor een traject van Decolonizing the Mind. Ik heb besloten om het contact met Linscheer voorlopig voor te zetten tegen alle emoties in mijn lichaam in die hiertegen pleiten.

[van Starnieuws, 10 maart 2014]

woensdag 26 februari 2014

In de ban van slavernij - Zo tolerant is Suriname helemaal niet

Foto © Northeast Kingdom Photography


door Nancy de Randamie

De Surinaamse regering doet haar uiterste best om aan haar volk en de rest van de wereld te tonen dat het land een culturele en etnische melting pot is. Daarom werden het afgelopen jaar op grootse wijze alle herdenkingsdagen gevierd. Gezamenlijk, gecoördineerd en landelijk. Deze termen werden bedacht door de Nationale Commissie Herdenking Jubileumjaren, NatCom. Helaas blijft de intolerantie, segregatie, discriminatie en zelfs racisme hier dwars doorheen sijpelen.

Toen ik elf jaar geleden vanuit Nederland naar Suriname terugkeerde, haalde ik opgelucht adem. Pim Fortuyn was net twee weken voor mijn vertrek vermoord. Nederland stond aan het begin van een reeks rechtse kabinetten, dat weer symbool stond voor een meer openlijk intolerantere samenleving. De CDA-er Jan Peter Balkenende werd premier en partijen als de VVD en Fortuyn's LPV regeerden mee. Geert Wilders maakte na de dood van Pim zijn politieke opmars en Mark Rutte werd premier.

Ik ben teruggekeerd naar Suriname omdat ik mijn geboorteland beter wilde leren kennen en een steentje wilde bijdragen aan de ontwikkeling. Maar het feit dat Nederland alsmaar verhardde, heeft zeker meegespeeld in mijn beslissing te remigreren.

Interkrasie
Ik raakte flink ontgoocheld  toen ik er al snel achterkwam dat Suriname lang niet zo tolerant en muliticultureel is als wordt beweerd. Ja, aan de oppervlakte is het pais en vree. En het klopt: in tegenstelling tot buurland Guyana in de jaren zestig bijvoorbeeld, zullen hier niet snel rassenonlusten uitbreken. Toch is er sprake van een behoorlijke dosis intolerantie, discriminatie en zelfs racisme. Deze zijn onderhuids aanwezig en juist dat is gevaarlijk.

Deze regering (en in feite alle regeringen aan hen voorafgaand) gaat er met zo’n beetje het hele Surinaams volk er prat op dat Suriname zo multi-etnisch en mulitcultureel zou zijn. De cabaretgroep 1+1=3 twijfelt hier, net als ik, aan. Op 10 november, de laatste dag van de door de NatCom uitgeroepen Jubileumdag, uitte 1+1=3 op ludieke wijze wat ik bedoel: een racistische opa van Creoolse komaf, zoals er zovele zijn in Suriname, wordt door twee buurtgenoten terechtgewezen. Het is zijn Hindostaanse buur die het op een gegeven moment heeft over interkrasie. Ras, etniciteit, het zal allemaal vervagen, als maar genoeg kinderen van gemengde komaf geboren worden. Dat is nou interkrasie. Krasi is Surinaams voor geil.

Voor Suriname is het niet moeiljk om multicultureel en multi-etnisch te zijn. De kolonisator heeft ons ooit samen gebracht. In mijn ogen is dit niet iets om trots op te zijn. We moesten noodgedwongen samenleven.

Remigrantendiscriminatie
Dat samenleven gaat tot op zekere hoogte goed, maar lang niet altijd. Zo word je als remigrant regelmatig gediscrimineerd. Op de werkvloer. In het voorbijgaan. In winkels, kantoren, discotheken. Zo hoorde ik vorige maand nog iemand in een verkeersincident tegen mij roepen "Ga terug naar je eigen land!"

Runderen aan de waterkant. Foto © Haydo Simoons


Mijn ervaring is niet uniek. Veel remigranten ervaren vaak een onwelkome behandeling bij terugkeer. Een vingerwijzing dat er wel degelijk iets niet goed zit en dat Surineds worden gediscrimineerd, blijkt uit de cijfers van het Algemeen Bureau voor Statistiek. Van de 13.000 Nederlanders (meerendeels Surinamers met een Nederlands paspoort, Surineds) die in de periode 2000 tot 2012 naar Suriname kwamen om zich te vestigen, keerde 40 procent terug naar Nederland.

Dat kan de regering Bouterse met haar diasporabeleid mooi in haar zak steken. De reden van terugkeer van deze groep is nog niet onderzocht. Maar ik ken een flink aantal van hen die terugkeerden en bij hun beslissing speelde niet zelden mee dat ze zich in Suriname onvoldoende welkom voelden. Een nog grotere groep aarzelt om naar Suriname terug te keren precies om deze reden.

Maar ik kijk er anders tegenaan. Men kan nog zoveel tegen mij zeggen of doen, maar mij laten ‘wegpesten’ uit mijn eigen geboorteland zal niemand lukken. Als ik wegga, is dat omdat ik het tijd vind. Dat wegpesten gebeurt heel subtiel. En het ergste is: veelal hebben de plegers het zelf niet goed door. Dat is natuurlijk typisch voor discriminatie. En ook kenmerkend voor het racisme in Suriname. 

Moskee Keizerstraat. Foto © Hannes Rada

Hoezo multicultureel en multireligieus?
De verschillende bevolkingsgroepen leven in vrede naast elkaar, maar nog altijd niet echt met elkaar. Men proeft letterlijk van elkaars cultuur dankzij interkrasie en door elkaars gerechten te eten, maar daar blijft het in feite bij. De leus Eenheid in Verscheidenheid, bedacht door wijlen staatsman Jnan Adhin, lijkt wel een vloek te zijn geworden.

Waarom praat men nog over 'ik ben een Hindostaanse Surinamer' en 'Ik ben een Javaanse Surinamer'? Dat hokjesdenken – overgenomen van een ooit verzuild Nederland? – houdt juist integratie tegen! Tijdens de afgelopen Divali, het belangrijkste Hindoefeest, werd door Christenen een duizendmannenmars gehouden. De loop had als eindpunt het Onafhankelijkheidsplein. Daar bevond zich ook het centrum van de nationale Divaliviering. De ambtenaar die de vergunning voor de loop had afgegeven, moet vast Christen geweest zijn. En de duizend mannen Christenen. Je vraagt je af waarom ze uitgerekend op het belangrijkste Hindoefeest van het jaar deze mars moesten houden.
Shareen Damrie. Foto © Samir Photography

Sommigen zagen deze gang van zaken als het summum van multiculturalisme en multireligiositeit. Ik niet. Ik zie het als het geen respect tonen aan een andere religie. Andersom zou geen Hindoe het in zijn hoofd halen om op Eerste Kerst op het Onafhankelijkheidsplein een pudja – een traditionele hindoeceremonie – te houden. Multicultureel en multireligieus betekent voor mij dat je elkaars hoogtijdagen samen viert of tenminste respecteert dat een andere religieuze groep haar hoogtijdag heeft. Die duizend mannen mars had op een andere dag of ten minste op een andere plek gehouden kunnen worden.

Etnische politiek
De verscheidenheid is er zeker. Maar echte integratie blijft uit. Een nieuwe Surinaamse cultuur is zeker aan het opkomen, maar veel te langzaam. En als het erop aankomt, maken teveel mensen zich schuldig aan racisme. Een mooi voorbeeld is het huidige kabinet. Terwijl de regering Bouterse met man en macht zegt te streven naar  integratie van culturen en natievorming, vindt de toedeling van ambtenarenposten op basis van etniciteit onverminderd plaats.
Javaans feestje. Foto Facebook

Etnische politiek, onderdeel van de Oude Politiek zoals Bouterse dat zelf ooit noemde, staat nog recht overeind. Etnische politiek is een systeem van samenwerking op basis van etnische segregatie. En dit systeem werkt op haar beurt racisme in de hand. Etnische politiek is weer een uitvloeisel van Verbroederingspolitiek. Voor mij is meer dan duidelijk dat verbroederingspolitiek haar langste tijd heeft gehad. Toen het door wijlen staatsmannen Jagernath Lachmon en Johan Adolf Pengel eind jaren zestig van de vorige eeuw werd ingevoerd, bewees het in eerste instantie haar nut. De twee grootste bevolkingsgroepen, de creolen en hindostanen, moesten verbroederen omdat er onderhuidse rassensentimenten sluimerden. Nu, meer dan 40 jaar later, blijkt dat Verbroederingspolitiek werkelijke integratie belemmert, omdat het zich heeft ontwikkeld tot etnische politiekvoering.
Surinaamse kip.
Foto © Michiel van Kempen

Depolitiseren
Een voorbeeld: op het ministerie van Transport zit nu een marronminister, dus zie je steeds meer ambtenaren op dit departement, van hoog tot laag, die van marron komaf zijn. Dit beeld voltrekt zich overigens op elk department. Laatst maakte Paul Somohardjo (leider van het Javaans partijblok Pertjajah Luhur in het parlement) zijn misnoegen bekend over het feit dat Ashwin Adhin (een jonge hindoestaanse minister op de post onderwijs) aan depolitisering van ‘zijn’ ministerie deed. Wat Somo bedoelde is dat ‘de mensen die op hem lijken’ niet automatisch meer aan de bak komen en zelfs ontslagen worden op dit ministerie. Wat er aan de hand is? Minstens 16 jaar zwaaide een Surinamer van Javaanse komaf de scepter bij het ministerie van Onderwijs en zo werden een aantal van de belangrijkste posten toebedeeld aan Javanen. Volgens Somohardjo moet Adhin het veld ruimen als hij zo doorgaat.
Paul Somohardjo

Ook buiten de politiek woekert het racisme welig. Het racisme is terug te vinden in de manier waarop men zich uitdrukt. Als men het hier in Suriname heeft over ‘Surinaams' eten, bedoelt de gemiddelde Surinamer creools eten. Oftewel: Hindostaans, Javaans, Chinees, Marron en Indiaans etens is dus niet echt Surinaams? Dit is iets waar men niet bij stilstaat.

Roy en Rubia
Toen Pim de la Parra in 1975 Wan Pipel maakte, over de liefde tussen de creoolse Roy en hindostaanse Rubia, kwam het onverholen racisme van Rubia’s familie aan het licht. Wie deze film nog niet heeft gezien, moet dat zeker doen. De thema’s uit de film waren kenmerkend voor het Suriname van toen, maar zijn helaas nog actueel.
...huidskleur telt nog altijd... Foto © P. Somohardjo

Gelukkig gaan steeds meer jongeren en zeker ook remigranten multi-etnische relaties aan. Maar Suriname kent nog altijd haar Roy’s en Rubia’s. Racisme op basis van huidskleur is er ook. Als lichte creool wordt je door anderen anders bejegent dan een donkere creool.

In mijn periode hier, heb ik vaak genoeg meegemaakt hoe huidskleur een rol speelt bij intermenselijke relaties, zowel privé als op de werkvloer. Het zelfbeeld wordt vaak ook bepaald aan de hand van de kleur van de huid. Ik ken helaas heel wat donkergekleurde mensen die zich minder voelen en zich als zodanig gedragen ten opzichte van Surinamers met een lichtere huidskleur. Ook de autoriteiten discrimineren. In Nederland worden donkere jongens die in een groep op een hoek staan te lanterfanten eerder aangehouden door de politie. Dat geldt ook voor Suriname!

Zenora Bharos. Foto Facebook
Tien Koeien
Tegelijkertijd is men overgevoelig voor discriminatie. Grappen over andere etnische groepen maken kan niet, vinden sommigen. Een mooi voorbeeld is het lied Tien Koeien, waar de succesvolle rapper Scrappy W op hilarische wijze de verboden liefde tussen hem en een hindostaanse verwoord. Scrappy W is van marron komaf. Hij zingt dat hij tien koeien en een Zundapp bromfiets zal kopen voor zijn aanstaande schoonvader om zo zijn liefje te schaken. Toen dit lied op de radio werd afgedraaid, vonden veel mensen dit niet kunnen. Enkele hindostanen, maar ook niet-hindostanen reageerden beledigd. Want: hindostanen zijn toch allang niet enkel landbouwers? Waarom dan zo denigrerend over hen praten? Het lied werd zelfs op een bekend radiostation verboden. Na protest werd dit verbod teruggedraaid. Een grote misstap van dit station. Juist als je niet kan lachen om elkaars eigenaardigheden of typische kenmerken, ben je aan het discrimineren. Wat een overgevoeligheid. Het is in mijn ogen precies hetzelfde als wanneer je iemand beoordeelt op de tint van diens huidskleur. 

Geforceerde unificatie
Wat zou moeten gebeuren is dat je erkent dat er typische verschillen tussen de rassen zijn, maar dat deze er in the end helemaal niet toe doen, omdat wij nu eenmaal allemaal mensen én Surinamer zijn. Verschillen hoeven dan ook niet constant te worden benadrukt. Dat leidt tot segregatie en soms zelfs discriminatie. Behalve als 1+1=3 het doet of Scrappy W. Dan wordt het weer leuk.

President Bouterse heeft het op zich goed gezien dat de integratie van culturen in Suriname nog geen feit is. Het afgelopen jaar heeft hij via de viering van de jubileumdagen – 140 jaar Hindostaanse immigratie, 150 jaar afschaffing van de slavernij, 160 jaar vestiging Chinezen – angstvallig geprobeerd de groepen nader tot elkaar te brengen, via de instelling van de NatCom.
Carifesta. Foto © Sirano Zalman

Je zag het terug op het podium op het Onafhankelijkheidsplein. Was het 140 jaar Hindostaanse immigratie? Dan dansten en zongen de creolen, marrons, javanen, chinezen, indianen mee. Elke jubileumdag was telkens weer een weergaloos mooi multicultureel spektakel. Maar daar bleef het helaas bij.

Onderhuids, zelfs binnen de organisatie van de NatCom en haar vertakkingen, was animositeit, zelfs discriminatie en racisme te bespeuren. Ik kan het weten. In april werd ik gevraagd zitting te nemen in de Commissie Afro Surinaamse Organisaties, dat resorteert onder de NatCom. Ik aarzelde, maar heb het toch gedaan. Mijn motivatie? Ik ben ook hier om iets terug te doen voor Suriname en helpen bijdragen aan natievorming doe ik graag.  

Avondvierdaagse. Foto © J. Voskuil
Bondru
Racisme en discriminatie in Suriname is anders dan in Nederland. Het is heimelijk en onder de oppervlakte. Wat hetzelfde is, is dat ook hier discriminatie en racisme zo diep geworteld is, omdat het een erfenis is van de slavernij. Wij Surinamers discrimineren onze eigen mensen. Die bondru, eenheid die we zo graag zeggen te willen, helpen wijzelf om zeep. Jammer hoor!

Een verandering zal er niet 1, 2, 3 komen. In ieder geval niet vanuit de politiek. Politiek Suriname gedijt op het etnisch sentiment. Ook al krijgen steeds meer mensen hier genoeg van. Ook binnen de politiek.
Natievorming en uitbanning van discriminatie en racisme is iets dat moet komen vanuit de mensen zelf. Er zijn er al genoeg die beseffen hoe het anders kan en die hiernaar leven. De verandering zal van onderop moeten komen. Het geld van al die commissies kan beter worden besteed. Ik richt mijn ogen op de organisaties, artiesten, kunstenaars en vele jongeren die het al wel hebben begrepen. De Scrappy W’s en de 1 en 1 is 3’s.


[van www.oneworld.nl, 11-11-2013]


maandag 24 februari 2014

St. Martin women tell their own hair stories for International Women’s Day




Great Bay, St. Martin (February 23, 2014)—“Hard Hair: St. Martin Women and the Culture of Natural Hair” is a panel discussion set for International Women’s Day, March 8, at 7:30 PM, at Philipsburg Jubilee Library, said organizer Rochelle Ward.

The lifestyle discussion of natural hair stories by St. Martin women is the first program in 2014 from Don’t Break the Comb (DBC), the island’s first natural hair group, said co-founder Ward.
Ayana Tyrell

The panelists are Dr. Nilda Arduin, ombudsman, Dr. Rhoda Arrindell, linguist, educator, Robin Boasman, author of Lizzy Lizard, the ACT Award book of the year, and two poetry-writing attorneys, Patricia Chance-Duzant and Ayana Tyrell.

“Robin Boasman, who is also a kindergarten teacher and mother of one son, is delighted to tell her story. Ayana Tyrell, a practicing lawyer at Alex Richardson and Associates in Anguilla, will speak about natural hair perceptions; and Attorney Patricia Chance-Duzant will share her fascinating childhood hair stories,” said Ward. 

Rhoda Arrindell
“Nature is beautiful,” said Dr. Rhoda Arrindell, “and if your hair is natural by design, though it may be adjusted to fit your moods and phases in life, it is already created perfect.” A former minister of education and culture, Dr. Rhoda Arrindell, will share her thoughts on hair and identity.

“The panel will create greater awareness and appreciation for afro hair as a way of ‘being’ and accepting oneself,” said Dr. Nilda Arduin, whose “Aha! Moment” about her hair occurred at age 16.
“It is fitting for us St. Martin women to tell our own natural hair stories as many women from the Americas, Europe, other parts of the Caribbean, Africa and the South Pacific are returning to or taking this natural hair pilgrimage toward self-acceptance,” said Ward.

And as if hair stories will not produce a lively enough discussion, a table of books by St. Martin women will be added as a unique centerpiece of the program. “I think people will be surprised to see how many St. Martin women have written books within a short period of time,” said Ward, herself a leading new generation published poet, blogger, and high school teacher.  
Rosally Kamperveen

DBC is inviting all interested women authors of St. Martin who would like to participate in the book table exhibition to email DBC atcontact@dontbreakthecomb.com. “It’s a perfect International Women’s Day feature. Attendees of the panel discussion are invited to purchase books by Ruby Bute, the first St. Martin woman to publish a book in the 1980s; and books by drs. Gracita Arrindell, Felicita Williams, Esther Gumbs, Robin Boasman, Janice James, and others, including newly published women writers in Where I See The Sun – Contemporary Poetry in St. Martin. A number of the authors will be present to socialize and autograph copies after the discussion,” said Ward.

The panel discussion, “Hard Hair: St. Martin Women and the Culture of Natural Hair,” is sponsored by the Philipsburg Jubilee Library, SOS radio, and Ital Shack.      
The March 8 discussion is also a follow-up to last year’s hair workshop attended by over 200 persons,” said Ward. “That workshop was called ‘Natural Hair Mixology: How to make your own homemade hair products,’ and hosted by DBC at the 11th annual St. Martin Book Fair.” 



zondag 23 februari 2014

Nog verder terug dan thuis

Dichi Wit. Foto © Mineke de Vries
door Mineke de Vries

“De onrust van de mens wordt veroorzaakt door een gebrek aan thuis.” Dat stelt de net aan de toneelschool afgestudeerde Curaçaose Dichi Wit, die worstelt met de mix aan culturen waaruit zij stamt. “En als je een vak wilt beoefenen als toneel waarin jijzelf het instrument bent, is het essentieel te weten wie je werkelijk bent.” Een emotionele, analyserende en sociaal bewogen jonge vrouw vertelt open over haar zoektocht, de kruispunten en knooppunten van waaruit je telkens weer moet kiezen en wat uiteindelijk resulteerde in haar eigen muzikale theatervoorstelling Knooppunt Jeruzalem.

 “Mijn te blanke uiterlijk klopte niet met hoe ik me vanbinnen voelde,” dat zegt Dichi Wit, bij wie de zoektocht naar haar ware identiteit begon in de laatste klassen van het VWO op het toenmalige Peter Stuyvesant College. Als je vervolgens ver van huis gaat studeren, in een andere cultuur wordt de vraag wie je werkelijk bent nog eens versterkt. “Met mijn rossige uiterlijk en blanke huid kan ik zo te zien niets vinden van de genen die ook in mij zitten: een Surinaams/ Chinees/ Afrikaanse opa, Duitse oma, Nederlandse vader en Nederlands/ Curaçaose moeder. “Omdat mijn uiterlijk niet klopte met mijn innerlijk ging ik op zoek naar datgene in mij wat niet blank is. Ik wilde het benoemen en analyseren.” De eerste voorstelling die ze maakte - Halfweg - geeft het zoeken naar haar identiteit weer en was zodanig bepalend dat ze er haar zoektocht mee kon afsluiten.

Het witte en zwarte hart
Halfweg staat voor de plaats (Halfweg) waar de familie woonde, maar meer nog voor het halverwege zijn, bij een knooppunt aankomen waarop je moet kiezen. Omdat Dichi  te ‘wit’ is voor hoe ze zich voelt, staat de tegenstelling zwart- wit centraal. Ze draait het systeem van drecha rasa om door in de voorstelling als ‘witte’ met een ‘zwarte’ een kind te willen om het evenwicht te herstellen en zo aan het kind te zien wie ze zelf is. “Nichtjes van mij zijn veel donkerder om te zien, maar mijn ziel is donkerder.” De voorstelling gaf haar de ruimte het af te sluiten en daarmee de vrijheid te ervaren dat er geen hokjes meer bestaan waarin je moet passen. Halfweg vertelt het verhaal van een klein blank meisje dat zich niet thuis voelt en bij wie alle opgehoopte woede en emotie eruit komt. Dichi: “Ik heb haar voorgesteld als een meisje met twee harten, een zwarte en een witte. Ik wilde het gevecht laten zien dat ontstaat door welke ze moet kiezen, welke meer recht van bestaan heeft. Het theaterbeeld dat ik daarbij koos was een wit meisje dat een zwarte man, een voorouder in zich heeft.” Ze gebruikte teksten en beelden uit Tip Maruggs boek De morgen loeit weer aan: “Het beeld van de vogels die tegen de bergen botsen trek ik door naar mijn persoonlijke botsing in de bloedlijn. Het is een gevecht dat keer op keer terugkomt, niet meer als een persoonlijk probleem, maar wel als interesse in de black culture en het historisch besef, waarmee zoveel mensen worstelen.” Inmiddels heeft Dichi contact met een aantal Antilliaanse kunstenaars die deze voorstelling opnieuw samen willen neerzetten.
Eurydice Wit was zeventien toen ze uit Francia in 2007 naar Leiden vertrok om Chinese taal en cultuur te gaan studeren. “Ik zie nu dat die drang voortkwam uit het Chinese bloed dat ergens in mij zit.” Het beviel niet en ze stapte over naar de Kleinkunstacademie in Amsterdam, wat ze achteraf gezien bestempelt als een moeilijke weg. “Ik had altijd wel interesse in zang en theater, maar nooit heel expliciet. Ik deed wel eens iets van theater of zang, had een optredentje op een amateurfestival en deed mee aan de CuraStars toen ik vijftien was, maar nooit veel.” Toch kwam ze door de drie auditierondes heen en eenmaal in Amsterdam voelde ze zich meer thuis; het is nog steeds een plek waarvan ze denkt dat ze er nog wel even kan blijven. “Ik vond de kleinkunstacademie een wat elitair blank systeem, wat vooral merkbaar was in het lesmateriaal en waarbinnen ik niet paste.” Dat was wel hoe ze de Nederlands/Tanzaniaanse Alexandra Groenestein vond, met wie ze uiteindelijk Knooppunt Jeruzalem maakte, want ook zij paste niet in de Nederlandse of in elk geval Europese performance. “Soulnummers uit mijn cultuur pasten niet in dat systeem.” Inmiddels valt Dichi op dat in de klassen een meer multiculturele mix ontstaat die representatiever is voor de huidige maatschappij. 
Dichi Wit. Foto © Mineke de Vries

“Ondanks onze gelijkgestemdheid is Alexandra een heel ander soort actrice dan ik en trekt ook een ander publiek.” De emotionele Dichi, die zichzelf als een dramatische actrice ziet en van veel vaart houdt, is aan het leren de emoties die ze voorheen door haar lijf liet gaan om ze vervolgens te vertolken, meer te kanaliseren. Relativerend zegt ze: “Ik beschik wel over een emotioneel vat om uit te putten. En misschien ben ik veel minder depri dan ik dacht en blijk ik wel heel goed te zijn in komedie.”

Confrontatie in Jeruzalem
Knooppunt Jeruzalem, de theatervoorstelling van Alexandra en Dichi is gebaseerd op een reis die ze samen in hun vierde jaar maakten en waarin zij werden geconfronteerd met het zoeken naar je identiteit, je plaats in de wereld, je thuis. De straten van Jeruzalem leidden hen niet alleen naar het Heilige Land, maar veel meer naar de belangrijke levensvragen. Er was twijfel en onzekerheid in de hen omringende andere wereld van geloof en gebruiken waaraan ook zij zich moesten conformeren, en daarbij de schok van de beperkingen als gevolg van de keuzes van mensen. “We kregen een stageplek in Jeruzalem, waar we het AL QUDS underground Theatre Festival (AL QUDS is Arabisch voor Jeruzalem) zouden meemaken, wat op zich niet zo boeiend was, maar de Palestijnse mensen die we ontmoetten des te meer.” Het waren de mensen op het festival maar vooral de toevallige ontmoetingen met mensen uit de Jeruzalemse community die hen inspireerden en die een rol kregen in het theaterstuk. 

Alle personages zijn getekend door hun verleden. “Erg veel indruk op ons maakte Ruba, die ondanks alle gruwelijkheden die ze meemaakte en haar problemen - en dan hebben we het over echte problemen - bleef lachen.” Ingewikkeld was het voor Dichi toen ze verliefd werd op een Palestijnse jongen. “Maar of je nu denkt dat je het kan doorbreken, het kan niet, het wordt niets dan ellende. Op een Palestijn word je niet verliefd.” Ook Kher Fody komt als personage terug in Knooppunt Jeruzalem. Hij is wellicht de relativerende tegenhanger voor de serieuze inslag van Dichi, door de woorden die hij op een avond tegen haar sprak en die het motto van Knooppunt Jeruzalem werden: “Angels fly high because they take themselves lightly.”

Scène uit Knooppunt Jeruzalem


Op scherp zetten
Het theaterstuk - de ‘docu-reis’ - vertelt het verhaal van waargebeurde situaties en mensen. Het vertelt daarentegen vooral het verhaal van twee jonge mensen die van alles willen en bij wie alles nog mogelijk is; alles kan, alles mag, maar hoe maak je daar een eenheid van. Ze zien het zelf als een stuk waarin de tragiek wordt weergegeven van twee jonge mensen die moeten omgaan met de verantwoordelijkheid die ze krijgen. Het knooppunt stelt je keer op keer voor de keuze welke kant je op wilt. In hun samenspraak zetten ze zaken op scherp en trekken die in extremen door. Dichi:  “Mensen begrijpen het pas als je het als extreem voorbeeld toont. Zo zit er een protestscène in het stuk; we worden ervan beschuldigd dat we nergens voor vechten, dat we verdraagzaam en verbonden zijn, waardoor we ons langzaamaan ontpoppen tot dictators. Het positieve gevoel van verbondenheid  laten we omslaan naar iets negatiefs, waardoor je het publiek overtuigt dat iets goeds door het extreem te maken kan omslaan in iets negatiefs als het escaleert. We sluiten die scène af met de tekst: “Vrijheid en gelijkheid moet toch voor iedereen zijn? Wij zijn toch intelligente, weldenkende, verdraagzame mensen?  Sta dan eens op en strijd met ons mee! Iedereen die niet verdraagzaam is, die moet gewoon weg.”

Foto © Istoilero
Pelgrimstocht
De persoonlijke zoektocht sloeg met Knooppunt Jeruzalem om naar een maatschappelijk besef dat er zoveel onrecht is. “Als jong volwassene zie je na de strijd die je met jezelf hebt uitgevochten iets wat echt belangrijk is. De individuele zoektocht maakt plaats voor een eeuwenlange zoektocht op menselijk niveau.” Overigens stelt Dichi dat iedereen die naar Jeruzalem gaat zijn eigen persoonlijke pelgrimstocht maakt. “We hebben geschokt ervaren hoe slecht de Palestijnen het hadden, hoe ze leden onder het systeem. Het maakt niet uit waar we geweest zouden zijn, overal loop je ertegenaan. Er is een bovenmacht die alles kan bepalen, ‘kleine’ mensen die er niks tegen kunnen doen. Wij zijn dan toevallig met Palestijnen omgegaan, je verbindt je daarom met hun gevoel. Van hen uit gezien zijn de Israëliërs machtig en agressief, vallen aan en zeggen dat ze verdedigen. We schrokken dat er op de weg naar Ramala (hoofdstad van de Palestijnen) Israëlische vlaggen hingen op huizen van verdreven Palestijnen. En hangt er een Israëlische vlag ben je beschermd door het leger. Overal zijn Israëlische soldaten om je heen en op het vliegveld mag je niet zeggen dat je met Palestijnen bent omgegaan.” Ze bezochten musea waar onomwonden de gruwelijkheden van de oorlog werden getoond en wat diepe indruk maakte. Ook vielen hen de grote verschillen op tussen de twee delen in Jeruzalem: “Het Israëlische deel is Westers, je kan daar gewoon in een jurkje lopen. Wel verbaasde ik me over de dubbelheid: veel winkels met heftige, goedkope lingerie, wat ik moeilijk te rijmen vind met de hoofddoek.”

Papiaments theater
De voorstelling maakten Alexandra en Dichi direct na hun afstuderen in 2012. “We zijn er het hele afgelopen jaar mee bezig geweest. Ondanks de hulp van velen was het eigenlijk ondoenlijk alles zelf te doen: schrijven, spelen, regisseren, bandleiders aansturen, poster maken, promotie doen en dat alles zonder subsidie. Met de drie voorstellingen in het Compagnietheater in Amsterdam hebben we er net onze onkosten uit. We stellen ons niet als slachtoffer op, want we hebben genoeg potentie en kracht, maar zouden graag met een impresariaat werken waardoor we een toer door het land kunnen realiseren. We sturen daarom onze opnames ook naar productiehuizen.” 
Dichi Wit. Foto © Mineke de Vries

Na je afstuderen begint dan je carrière, maar direct ook vervagen je dromen. “Er moet geld komen, dus je moet dingen gaan doen die niet inspirerend zijn.” Intussen werkt Dichi bij de publieksservice in de Stadschouwburg. “Ik moet - multidisciplinair opgeleid - tevens een shift maken in wat ik wil, wellicht wordt dat wel de muziek. Qua toneel heb ik nog niet veel gedaan, alleen een kleine rol in een serie.” Tevens speelt de keuze voor Nederland of Curaçao: hoe dan ook wil ze de connectie houden met Curaçao, haar thuis. “Het Papiaments is rijk genoeg om er theater mee te maken en er zit veel potentie op Curaçao en zo kan ik bijdragen aan wat ik in Nederland heb geleerd. Je moet je afvragen wie je publiek is en ik heb gemerkt dat Curaçao een achterban biedt die me steunt, dat is hartverwarmend en ook veel waard. Beide landen hebben me beïnvloed in wat belangrijk is. Nu moet ik iets gaan creëren waarbinnen ik pas.”

De twee actrices maakten met hun persoonlijke reis een voorstelling waarbij het knooppunt elke keer weer staat voor een bezinningsmoment: na elke scène kom je terug bij het knooppunt en vandaar uit brainstormen de acteurs verder. Knooppunt Jeruzalem eindigt met een decorstuk van een knooppunt. Na een heftige reis komen ze daar terecht. Als een personage zegt: “Ik ga”, antwoordt de ander: “Ik ga mee…terug. Terug naar waar we vandaan komen.” De paradox is dat je verder moet, vanaf elk punt. Maar tegelijkertijd moet je altijd verder terug dan je roots. Want de les is: bij elke foute keuze raak je verder van huis.

zaterdag 22 februari 2014

Stilstaan bij de sporen

door Mineke de Vries


Het is zo lang geleden. Het viel allemaal wel mee. We kennen die geschiedenis inmiddels wel. Het houdt toeristen weg. Laten we het positieve erfgoed vieren in plaats van stilstaan bij de pijn. Vijf uitspraken over de zwarte tijd van slavernij, die berusten op vijf mythes, stelt Valika Smeulders die promoveerde op haar onderzoek naar slavernij in Curaçao, Ghana, Suriname en Zuid Afrika. Op 1 juli 2013 stonden we stil bij 150 jaar afschaffing slavernij, maar ook bij de nog zichtbare sporen in de huidige samenleving. De conclusie moest worden getrokken dat op Curaçao de invloed van de slavernijgeschiedenis eerder toeneemt dan afneemt.

Beyoncé Knowles
Photo Thanksgiving Special
Het gaat niet om de mate van wreedheid tijdens de slavernij, maar om wat mensen verloren en opnieuw moeten opbouwen. Het gevoel je daarbij te moeten conformeren aan de Europese maatstaf betekent al dat je niet op gelijke voet staat. Het idee ‘hoe lichter hoe beter’ zit diepgeworteld en als zelfs de commercie hierop inspeelt - licht haar is gewoon te koop en iemand als Beyoncé promoot het - onderschrijf je deze norm. Naast uiterlijk wordt de mate van succes afgemeten aan geld, waarbij rijkdom belangrijker blijkt dan hoe je elkaar behandelt. Smeulders: “De aantrekkingskracht van geld en macht als nawerking van het slavernijverleden vind ik erg heftig.”

Van huis uit kreeg Valika mee een bijdrage aan de maatschappij te leveren; haar Surinaamse ouders gingen na de onafhankelijkheid vanuit Nederland terug naar Suriname om het land op te bouwen. Op haar negende verhuisde ze met moeder en zus terug naar haar geboorteland Curaçao. “Zowel thuis als op het Peter Stuyvesant College spraken we veel over de koloniale geschiedenis en maatschappelijke verschillen.” Met die bagage ging ze in Leiden Talen en Culturen van Latijns Amerika studeren. Ze kwam terecht in managementfuncties voor milieuprojecten, maar bleef daarnaast schrijven voor Antilliaanse bladen en rolde zo in de onderzoeksjournalistiek waar ze in opdracht van ministeries en gemeenten de positie van Antillianen in Nederland onderzocht, hun problemen met het vinden van een baan, aansluiting in de samenleving. “Je zag in de jaren negentig een groep Antillianen naar Nederland komen met een armere achtergrond, die moeite had hun weg te vinden.” Vanuit het onderzoek naar slavernij-erfgoed in Nederland voor het boek Op zoek naar de stilte kreeg ze bij de Erasmus Universiteit Rotterdam de mogelijkheid onderzoek te doen naar omgang met het slavernijverleden in Ghana, Curaçao, Suriname en Zuid Afrika, waarmee Valika uiteindelijk zeven jaar bezig was en wat resulteerde in haar proefschrift Slavernij in perspectief: Mondialisering en erfgoed in Suriname, Ghana, Zuid-Afrika en Curaçao’.
Valika Smeulders. Foto Mineke de Vries

Mondiale inbedding
Het onderzoek in de verschillende landen was intensief. In Zuid Afrika was ze bijna drie maanden, naar de andere landen ging ze met regelmaat terug. Op Curaçao werd het werk bemoeilijkt doordat de ontwikkeling niet stil stond in die jaren.“Het onderzoeksmateriaal veranderde onder mijn handen en daarmee mijn analyses. In 2005 was er één museum over slavernij, het Kura Hulanda, maar toen Museo Tula, een tentoonstelling bij NAAM en Savonet volgden, haalde Curaçao - waar altijd het minst te zien was - Suriname in.” Dit had te maken met de mondiale inbedding, Unesco wilde meer aandacht en Curaçao kon niet achterblijven. Het gaf het eiland een impuls om er meer van te tonen.”
Valika onderzocht wat mensen drijft maar ook hoe je van elkaar en de positieve factoren uit elk land kunt leren. Om haar inzichten te delen werkt ze mee aan tentoonstellingen (Doorbreek de Stilte, Zwart&Wit, Kleurrijk Koninkrijk), panels, geeft presentaties, colleges, schrijft artikelen en leverde een bijdrage aan de nieuwe website van NiNsee: Slavernij en Jij. Tevens schreef ze mee aan Black Heritage Tours die voert langs de schaamteloze afbeeldingen van onderdrukking op gevels, waarbij pijnlijk duidelijk wordt dat Amsterdam is gebouwd op slavenhandel. Ook het feit dat haar proefschrift downloadbaar is, past binnen het idee dat dit gedachtegoed voor iedereen toegankelijk moet zijn.

Ghana behield eigenheid
Zowel de Curaçaose als Surinaamse samenleving, gevormd door koloniale geschiedenis, moest haar identiteit opnieuw uitvinden, waarbij het meten aan de Europese standaard de eigenheid van mensen onder druk zette “Dit werd me helder in Ghana, waar mensen het contact met hun eigen cultuur wel konden behouden. Ghanezen zijn trots, zelfbewust, stralen zelfvertrouwen uit. Ze lopen in traditionele kleding, spreken hun oorspronkelijke talen, behielden eigen geloof en eetgewoontes. En omdat hun huidige maatschappelijke positie wordt bepaald door wat hun familie in het verleden deed, weten ze heel goed wie ze zijn. In Curaçao, Suriname zijn we pas sinds kort aan het zoeken wie we zijn.” Het feit dat het spreken over het koloniale verleden nog zo’n moeilijk onderwerp is op Curaçao heeft te maken met de groepen die er samenleven. De Europese onderdrukker is niet weg; men moet een nieuwe samenleving opbouwen waar nazaten van onderdrukker en onderdrukte samenleven. In Ghana was daarvan geen sprake, ook in Suriname was een andere balans tussen bevolkingsgroepen - overwegend afstammelingen van slaven of contractarbeiders - die een nieuwe samenleving vormden. De afwezigheid van daders maakte dat men daar feller kon praten over datgene wat was gebeurd. Dat is een ander verhaal op Curaçao, waar kinderen van daders en slachtoffers gezamenlijk de samenleving moeten vormen.

Peggielane Bartels, een Amerikaanse van Ghanese afkomst, werd in 2008
de eerste vrouwelijke koning van Otuam, een plaats met 7.000
 inwoners in Ghana

Het verschil trouwens met oudere vormen van slavernij in Ghana is dat er geen raciale component bij kwam kijken. Ondanks dat de één zich verheven voelde boven de ander kon het de gemeenschap niet in tweeën verdelen op basis van huidskleur; er was geen standaard waaraan de ander zich moest aanpassen. “Het feit dat de lokale slavernij in Ghana nog steeds bestaat en niet bespreekbaar is, is een taboe waaraan serieus gewerkt moet worden”, aldus Smeulders.

Zuid Afrika’s apartheid
Ook in Zuid Afrika speelt het slavernijverleden geen dusdanige rol als op Curaçao, wat voortkomt uit het feit dat apartheid de slavernij ‘overschaduwde’. De apartheid, die duurde tot Mandela in 1994 aan de macht kwam, is veel dichterbij dan de Tweede Wereldoorlog, laat staan het slavernijverleden. De pijn ervan wordt gevoeld door mensen die het zelf meemaakten, in plaats van de pijn van voorouders. Daarbij was in Zuid Afrika sprake van een ander soort slavernij: slaven - gehaald uit West en Oost Afrika en de gebieden rond de Indische Oceaan - werden niet te werk gesteld in overzeese gebieden, maar werkten op lokale basis in de tuinbouw en in de wijngaarden om producten te verbouwen voor de VOC.
Smeulders: “Zuid Afrika heeft mij veel geleerd in de relatie tussen zwart en wit. Een achterstand van Zuid Afrikanen wordt verklaard vanuit de apartheid, niet uit de slavernij. De slaafgemaakten hadden diverse huidskleuren, maar tijdens de apartheid werden de donkersten uit éigen volk het meest gediscrimineerd, niet dus de afstammelingen van de slaven. De huidige situatie vloeit voort uit dié geschiedenis, waardoor dat nu meer een politiek issue is dan slavernij.”
Potlood in je haar. Foto Hans Neleman (zefa/Corbis)

Om racisme in de toekomst te voorkomen riep Mandela op te praten over de geschiedenis, maar het ook te tonen in musea, in het brede verband van alle geschiedenis (zoals ook de Joden die naar Zuid Afrika kwamen vanwege de Holocaust). Ondanks dat gaat het langzaam, stelt Smeulders: “In musea wordt erover gesproken, maar op straat? Ik vond het schrijnend te ervaren dat Kaapstad na zonsondergang opeens wit werd, waaraan je zag dat de gekleurde en zwarte bevolking economisch gezien nog steeds een achterstand heeft. De sociale segregatie zoals we die kennen in het Caribisch gebied ging hier veel verder omdat het werd vastgelegd in de wet. Dat is anders dan ‘alleen’ onderdrukking; vastgelegd in de wet betekent dat de pas bepaalde waar je werd toegelaten.” De wetten werden tijdens de apartheid gemaakt op basis van meten: zo bepaalde de potloodregel - bleef een potlood zitten in je haar of niet - of je behoorde tot zwart danwel gekleurd of wit. Het paradoxale voordeel van een wet was dat deze kon worden afgeschaft en vervangen door wetten die diversiteit erkennen.

Curaçao Otrabanda Brionplein.
Curaçao’s worsteling
Op Curaçao liggen zaken subtieler, er is geen wet die kan zorgen voor omkering in beleid. Ideeën over mensen voortvloeiend uit het slavernijverleden kunnen ongereguleerd doorwerken. “Het speelt onderhuids en ondanks dat segregatie van alle tijden is, lijkt het of verschillen tussen zwart en wit groter zijn dan dertig jaar geleden, je zou bijna spreken van apartheid: openbare plekken lopen minder door elkaar, je krijgt onderhand witte en zwarte stranden, wat vroeger niet zo was omdat de meeste stranden toen gratis en vrij toegankelijk waren. Hoe meer mensen een podium krijgen, hoe scherper de tegenstellingen, hoe groter de tweedeling. Erover praten kan mensen naar elkaar toebrengen zoals in Zuid Afrika, maar zaken ook aanscherpen zoals op Curaçao. Toch hoeft de behoefte aan erkenning van het slachtoffer en het herdenken van een gezamenlijk verleden een land niet te verdelen. “Curaçao moet wel bedenken wat voor samenleving het met elkaar wil vormen. Daarvoor zijn denkers nodig die boven de hedendaagse groepsbelangen kunnen uitstijgen en politici die niet uit zijn op eigen voordeel, maar zich inzetten voor de samenleving als geheel. Niet elk land heeft het geluk een Nelson Mandela te hebben, maar we kunnen wel Zuid Afrika als voorbeeld nemen om beleid met visie voor diversiteit te ontwikkelen, waarbij bewustwording leidt tot een trotse rainbow nation.”

“Het is goed dat er in Nederland zoveel nieuwe frisse ideeën en activiteiten zijn. Veel reguliere instellingen die nooit meededen, durven nu wel te tonen dat koloniale rijkdom is gebouwd op onderdrukking, wat bijdraagt aan de openheid die we nodig hebben, een aanzet tot een nieuwe golf bewustwording. We vieren tenslotte ook allemaal 4 en 5 mei, dus waarom niet gezamenlijk 1 juli?” Naar aanleiding van de herdenkingen en debatten wordt veel problematiek onder de loep genomen met de vraag of er verband is met de slavernij. “Vaak is dat er niet rechtstreeks, maar de maatschappelijke ongelijkheid komt wel voort uit het feit dat ook de afstammelingen van slaafgemaakten geen gelijke kansen en zeggenschap kregen.” De volgende vraag is volgens Smeulders wat je doet met die maatschappelijke problemen: “Gebruik je ze als excuus om voort te kabbelen, krijgt het probleem steeds andere gezichten. Wil je echt wat veranderen, moet worden geanalyseerd waarom mensen anderen onderdrukken om er zelf beter van te worden, in het verleden en in het heden.” 

Weerlegging van de mythes
De vijf bovengenoemde mythes liggen ten grondslag aan het wegstoppen van ons verleden. Is ‘al 150 jaar geleden’ niet kort als je beseft dat tien tot vijftien generaties leden onder slavernij? En voor wie viel het overigens mee? Kennen we de persoonlijke verhalen van mensen die nog in het schip overleden, die werden uitgebuit en doodgeslagen? Hoe trots kan een mens zijn op het positieve erfgoed dat is gebouwd op uitbuiting van anderen? Het toelaten van die pijn en erkenning ervan is de eerste stap op weg naar genezing. Vervolgens: toeristen blijken overal ter wereld met grote interesse tentoonstellingen over slavernij te bezoeken. Kortom, we moeten af van de eenzijdige belichting van vertellers die ofwel affiniteit hebben met de machthebbers, ofwel met de onderdrukten. “Het presenteren van het slavernijverleden zegt uiteindelijk vooral iets over de bereidheid te praten over de sociaal-economische verhoudingen van toen, maar vooral van nu.”

Het vergt moed en wijsheid de pijn te erkennen, maar vooral er zonder eigenbelang en zonder oordeel over te spreken. Pas dan ontstaat ruimte voor een breder perspectief en een oprechte manier van samenleven.