Dit is de vroegere versie van Caraïbisch uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Sinds vrijdag 23 mei 2014, 18.00 uur wordt deze blogspot niet meer geüpdate. U kunt deze plek nog wel blijven bezoeken, maar voor actuele berichten dient u te gaan naar de nieuwe site!
donderdag 6 maart 2014
Apple weigert boek Charles Bukowski vanwege ‘getrimde vagijn’
dinsdag 21 januari 2014
RSF blij met vorderingen onderzoek moord Haïtiaanse journalist
![]() |
| De in 2000 vermoorde directeur-eigenaar van Radio Haïti Inter en journalist, Jean Dominique. Foto: rapadoo.com |
dinsdag 10 december 2013
Wederom islamkritiek in de literatuur
![]() |
| Foto @ Poprochaiki |
![]() |
| Foto @ Nakazanie |
donderdag 7 november 2013
JM Coetzee: Universities head for extinction
![]() |
| Moonrise kingdom |
![]() |
| Christian van Minnen - Piggy Boy |
zaterdag 10 augustus 2013
Curaçao filmmaker arrested in Russia
vrijdag 29 maart 2013
Artistieke vrijheid niet zonder grenzen
![]() |
| Zoals gebruikelijk is de politie aanwezig bij shows. Zij kunnen besluiten om een optreden stop te zetten, zoals ze dat bij Djoeka Lawtje hebben gedaan. |
![]() |
| Ismene Krishnadath wijst op een goed boek |
![]() |
| Korpschef Humphrey Tjin Liep Shie |
![]() |
| Een seksshow in Suriname |
vrijdag 2 november 2012
Hennah Buyne overleden
Hennah Yvonne Buyne werd geboren in 1952 te Paramaribo. Zij kwam op haar negende naar Nederland en ging in Utrecht wonen. Een paar jaar later verhuisde ze naar Groningen, waar haar vader, in Paramaribo huisarts, een baan kreeg bij het Academisch Ziekenhuis. Hennah studeerde rechten in Groningen, was drie jaar officier van justitie en elf jaar rechter in Groningen. In 1994 kwam ze naar Amsterdam. Nadat zij in Amsterdam vier jaar rechter was geweest, werd ze raadsheer (beroepsrechter) in Arnhem. Hennah Buyne volgde in maart 2007 Ahmed Aboutaleb op als wethouder Werk en Inkomen, Educatie, Jeugd en Diversiteit en Grote Stedenbeleid (GSB). Hennah was op een ingelaste vergadering van de hoofdstedelijke PvdA unaniem gekozen als kandidaat-wethouder. Haar belangrijkste concurrenten waren Tweede Kamerlid John Leerdam (inmiddels na schandalen afgetreden) en Mavis Carrilho (zij werd in 2005 zwarte zakenvrouw van het jaar).
Naast haar functie als rechter was Hennah zeer actief in de PvdA. Ze zit in het landelijk presidium van de partij, stond op de lijst voor de Eerste Kamer en zat in een commissie die mogelijke misstanden bij de PvdA Zuidoost onderzoekt. Ze was een socialist in hart en nieren, wilde graag een wethouder worden die terug gaat naar de menselijke maat. Hennah had een mooie staat van dienst en prachtige competenties, en ze had bovenal een groot hart voor de mensen in Amsterdam.
Na precies een jaar is Hennah in maart 2008 uit haar functie van wethouder gestapt. Zij voelde zich te zeer beschadigd door commotie over een lesbrief die onderwerpen als vrijheid van meningsuiting bespreekbaar moest maken onder scholieren. Een passage die waarschuwde voor politici die aan populariteit willen winnen door bepaalde bevolkingsgroepen zwart te maken, veroorzaakte veel ophef. De PVV van Geert Wilders meende dat de tekst over die partij ging. Hennah ontkende een maand eerder tegenover de gemeenteraad zich inhoudelijk met de brief te hebben bemoeid, maar kwam daar een week later op terug. Ze liet weten het boekje wel degelijk persoonlijk te hebben laten aanpassen. Hoewel een door de VVD, een week ervoor ingediende motie van afkeuring tegen Hennah geen meerderheid haalde, besloot zij toch op te stappen. Haar integriteit werd ter discussie gesteld. Dat was een verwijt dat haar in het hart raakte. De suggestie dat ze moedwillig en doelbewust de raad zou hebben misleid, was een grove leugen volgens Hennah. Ze gaf verder aan dat zij zich in het algemeen te weinig door de gemeenteraad gesteund voelde. Haar doelen, motivatie en plannen waren onvoldoende doorgedrongen. Zo ontstond een spanningsveld tussen haar missie voor de stad en haar draagvlak in de raad.
[tekst van SurinamStars.com]
zondag 24 juni 2012
Schrijfster van The Color Purple wil geen Hebreeuwse vertaling
![]() |
| Alice Walker. Foto: @ Tara Todras-Whitehll/AP |
Schrijfster Alice Walker wil niet dat haar boek The Color Purple nog in een Hebreeuwse vertaling door een Israëlische uitgever wordt gepubliceerd. De Amerikaanse auteur is tegen het verschijnen van de nieuwe vertaling, omdat ze een fel tegenstander is van de manier waarop Israël de Palestijnse bevolking behandelt.
Walker, die met het boek de Pulitzer Prize won, is een vurige pro-Palestijnse activist. In een brief aan uitgever Yediot Books zegt ze dat Israël ‘apartheid’ bedrijft jegens de Palestijnen. Het persbureau AP kreeg inzage in de brief.
‘Ik zou zo graag willen dat mijn boeken worden gelezen door mensen in uw land’, schrijft Walker. ‘Vooral door jongeren en door dappere Israëlische activisten (joodse en Palestijnse) die zich inzetten voor rechtvaardigheid en vrede. Ik hoop dat dit op een dag, misschien binnenkort, zal gebeuren. Maar nu is niet de juiste tijd.’
De hoofdredacteur van Yediot Books, Netta Gurevich, betreurt Walkers beslissing. Ze liet echter weten dat Walker niet de enige auteur is die weigert haar werk te publiceren in Israël.
De roman, die in het Nederlands is verschenen als De Kleur Paars, gaat over de strijd van zwarte vrouwen tegen hun belabberde positie in het zuiden van de Verenigde Staten in de jaren dertig. Het boek is al eerder in het Hebreeuws gepubliceerd. Walker steunt een beweging die Israël met boycotten en sancties onder druk wil zetten de heerschappij over de Palestijnse gebieden op te geven. Ze zat ook op één van de schepen met activisten die, zonder succes, probeerden Israëls blokkade van de Gazastrook te doorbreken.
[AD.nl]
dinsdag 1 mei 2012
Journalist Gail Eijk met dood bedreigd
De cameraman werd omstreeks 08:00 uur vanmorgen in de buurt van de Ringweg klemgereden toen hij op zijn brommer onderweg was naar zijn werk. De twee mannen, die hem aan de kant dwongen, zaten ook op een bromfiets, maar waren gemaskerd met panties, die ze over hun hoofd hadden getrokken. Een duorijder sprong van de brommer, trok een wapen vanonder zijn hemd vandaan, greep de cameraman aan zijn kraag en drukte de loop van het wapen in zijn gezicht, waarna het dreigement volgde. Dat het allemaal in zijn buurt gebeurde, geeft Gail het idee dat ze weten waar de cameraman woont.

De politie heeft het sterke vermoeden, dat het dreigement verband houdt met de uitzending van gisteren, waarin een filmpje, dat vermoedelijk is opgenomen met een mobiele telefoon, wordt vertoond. Het filmpje is niet door Apintie, casu quo In De Branding gemaakt. Daarop is te zien hoe een vrouw (Dona W.) op de openbare weg te Kasabaholo een ander tot bloedens toe in elkaar slaat.
Voorbijgangers, die aanstalten maken om het slachtoffer te bevrijden, worden verhinderd door derden die in het gezelschap van de belager zijn en de mishandeling op de video vastleggen. Het filmpje is in de afgelopen dagen door deze personen verspreid. In tegenstelling tot een andere politiebron wil Naarden niet met zoveel woorden zeggen dat de bedreiging direct daarmee samenhangt, maar verklaart wel dat de politie het niet uitsluit en dat ook in die richting onderzoek wordt gedaan.
Zelf durft Gail niet te zeggen uit welke hoe de bedreiging komt. Ze vat de bedreiging wel ernstig op, maar bang is Gail niet. Na de aangifte heeft de politie haar wel enkele handige tips verstrekt met betrekking tot haar persoonlijke veiligheid.
Ze trok vanmorgen overigens ook de aandacht met het opmerkelijke bericht op haar Facebook pagina: ,, Mijn cameraman is onderweg naar het werk onder schot gehouden door twee individuen op een bromfiets. Ze reden op een roodzwarte Yamaha zonder kentekennummer. Mijn cameraman werd gevraagd om het volgende aan mij door te geven: Taigi Gail tak au dede!! Vervolgens heb ik slechts te zeggen “ De mens wikt, doch God beschikt”.” De melding kreeg veel reacties. ,,Ik heb ook veel telefoontjes van collega-journalisten, vrienden en kijkers van mijn programma’s gekregen. We gaan door,” zegt ze verder.
Met een terugblik op het programma zegt ze, dat ze verzuimd heeft om in de aankondiging van de bewuste uitzending van het actualiteitenprogramma te vermelden, dat er schokkende beelden zouden worden vertoond. Met betrekking tot de voor het slachtoffer eventueel vernederende beelden vertelt Gail verder, dat die onbedekt zijn uitgezonden in afstemming met het slachtoffer in het filmpje, dat vindt dat haar onrecht is aangedaan, omdat de politiezaak ter zake mishandeling niet naar tevredenheid zou zijn afgehandeld. In een reactie daarop heeft de afdeling Voorlichting en Publiciteit van de politie laten weten dat het geval zich heeft afgespeeld op 26 februari en dat de verdachte daags daarna op 27 februari al was aangehouden. ,,Er is een strafdossier opgemaakt en opgestuurd naar het Openbaar Ministerie voor verder afhandeling van de zaak,” aldus de politie in een verklaring.
[uit De West, 26 april 2012]
woensdag 18 april 2012
De Ware is De Ware niet meer
Het doek is gevallen voor de Ware Tijd. Vele malen ben ik de laatste tijd kritisch geweest over het hoofdredactioneel commentaar van de Ware Tijd, maar vandaag is voor mij de grens bereikt, vanaf vandaag is de krant niet langer objectief en serieus te nemen en is zij definitief toegetreden tot propagandateam van het Bouterse-blok. Zij laat zich op sleeptouw nemen door de afdeling Blauwgrond van de NDP, die bij gebrek aan zinnige argumenten alleen maar in staat is om met een complottheorie op de proppen te komen, zoals wij die kennen van andere autoritaire regiems, zie bijvoorbeeld het Syrië van moordenaar Assad op dit moment.
Hoe anders is deze stelling van de Ware Tijd te plaatsen over de door Brunswijk vieze oorlog genoemde Binnenlandse Oorlog: “De nadruk is gevallen op de directe gevolgen van de oorlog, maar er zijn maar weinigen die kennis dragen van de sluwe en vieze rol die vanuit Nederlands grondgebied heeft plaatsgevonden. De broederstrijd is hier aangewakkerd en gefinancierd met steun vanuit Nederland. Daar zaten de venijnige scenarioschrijvers.” Dat Nederland een aandeel heeft gehad in de coup van 25 september 1980 en in de Binnenlandse oorlog staat buiten kijf, maar waar de Nederlandse dossiers helaas voor 60 jaar gesloten blijven, heeft de Ware Tijd kennelijk als enige toegang gehad. Kennelijk vindt de Ware Tijd het voldoende excuus voor alle misdaden tegen de menselijkheid van 8 december 1982 en van de Binnenlandse Oorlog. Tenslotte moet onze moordverdachte president ten koste van de waarheid – en niet te vergeten de objectiviteit van de krant – verdedigd worden.
Let op, hier spreekt niet God, ook niet de afdeling Blauwgrond van de NDP, maar de Ware Tijd in datzelfde hoofdredactioneel commentaar: “Een geestelijke heeft hier tijdens de protestmars in een vraaggesprek recentelijk een deel van de samenleving vernederd door te laten doorschemeren dat een deel van de bevolking dom is. Dit kan nooit Gods goedkeuring wegdragen, maar het is de taal die door de kolonisator wordt gesproken. Deze kruipt in het lichaam van handlangers hier. Zo werkt het systeem. Sommige geestelijke leiders, vakbondsleiders en politici verlenen hand- en spandiensten aan Nederland. Er is goud en olie in de Surinaamse bodem. Nederland zit in grote problemen en wil greep krijgen op de bodemschatten. Tegen die achtergrond beweegt Politiek Den Haag hemel en aarde en reist de hele wereld rond om hun doel van herkolonisatie te versnellen door te proberen Suriname klein te krijgen en een burgeroorlog aan te wakkeren.”Dit lezende kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat de hoofdredacteur van de Ware Tijd haar pen heeft overgedragen aan de voorzitter van de afdeling Blauwgrond van de NDP. Indien dit niet het geval is, dan moet zij evenals Jennifer Geerlings-Simons in dwangbuis worden afgevoerd naar ‘s Lands Psychiatrische Inrichting.
Bouva moet zijn gekleurde bril afzettendonderdag 5 april 2012
De grenzen van de Surinaamse zelfcensuur
door Harmen Boerboom“Berichten jullie in Nederland geen nonsens over Suriname hoor! Ze weten je te vinden en slaan je in elkaar.” Ik ben in het centrum van de stad bezig met het maken van straatinterviews naar aanleiding van de omstreden amnestiewet. Een man met zonnebril hangt op zijn scooter tegen een muur en praat met een andere man die al anderhalf uur achter zijn flesje bronwater op een terrasje zit.
De man met de zonnebril en ik kennen elkaar ‘van de straat’. Ik weet niet wie hij is maar wel wat hij doet. Hij is fanatiek aanhanger van President Bouterse en hij is ‘overal’. Ook nu is hij ‘aan het werk’, zo vertelt hij mij. Het inlichtingennetwerk van Bouterse is fijn gemaasd en begint tussen het volk.
Gevoel van de jaren '80
Kritiek op Nederlandse berichtgeving over Suriname is van alle tijden en bovendien vaak terecht. Maar een ‘waarschuwing’ over bestraffen van ‘nonsens’-berichtgeving door Nederlandse journalisten had ik persoonlijk al sinds het einde van de jaren ‘80 niet meer gehoord. De opmerking van de man met de zonnebril tekent de sfeer in een land waar de meningen van de voor- en tegenstanders van de omstreden amnestiewet polariseren. De discussie over dit onderwerp zorgt voor onrust en bij sommigen zelfs voor angst. “Het gevoel van de jaren ’80 komt terug,” vertelt een oudere vrouw die in de koffiebar haar pasteitje eet. “Bouterse voelt zich bedreigd door het aanstaande vonnis van het 8 decemberstrafproces, en dus moet de amnestiewet er snel komen. Hoe? Dat maakt niet uit.”
Strikte scheiding
Er is veel weerstand tegen de wet, niet in de laatste plaats in verband met de timing en de snelheid waarmee de wet in de Nationale Assemblee in behandeling is genomen. Ook internationale rechtsdeskundigen en politici hebben kritiek. Hun argumenten zijn helder: mensenrechtenschendingen kunnen volgens het internationaal recht niet onder amnestie vallen, lopende processen kunnen niet doorkruist worden door nieuwe wetgeving en een strikte scheiding tussen het politieke en het justitiële apparaat is een voorwaarde in een democratische rechtsstaat.
Zwaar op de korrel
Maar de voorstanders van de wet willen dat niet h
oren. En dus worden er vanuit het kabinet van de president telefoontjes gepleegd met redacties van televisieprogramma’s en kranten. Het actualiteitenprogramma ‘Panorama’ dat wordt uitgezonden op de staatszender ATV kreeg te horen dat er alleen voorstanders van de wet aan het woord gelaten moeten worden. En een ochtendblad kreeg een telefoontje naar aanleiding van een bericht over kritische geluiden in het Europees Parlement. De berichtgeving moest wat positiever zijn. Intussen is via de staatsmedia een regeringsgezinde campagne bezig en worden de oppositie en buitenlandse media zwaar op de korrel genomen door de chef voorlichting van het kabinet van de president.Grenzen
De tijd waarin censors van de militairen de persvrijheid in Suriname belemmerden ligt ver achter ons. Maar zelfcensuur is in Suriname een bekend verschijnsel en nooit helemaal verdwenen. Bijna iedereen blijft binnen de ongeschreven grenzen, op straffe van het weigeren van medewerking bij interviews of te terugdraaien van de overheidsadvertenties. Die grenzen worden nu opnieuw bepaald en dat zet te denken.
Het effect van de telefoontjes is voor de betrokken journalisten vervelend, maar de meesten blijven hun werk zo goed mogelijk doen. De sturende telefoontjes proberen ze te negeren. Erover klagen kan juist averechts werken.
Mediawerkers
Wilfred Leeuwin van de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) herkent zich niet in het beeld van opkomende intimidatie. Hij heeft slechts één klacht over staatsbemoeienis gekregen: die van 'Panorama'. "Wij kunnen daar weinig tegen doen. Staatsmedia worden gevoed door de overheid en worden daarom door ons op een andere wijze bekeken. We noemen hun medewerkers ook geen journalisten maar mediawerkers. Van de zogenaamde 'vrije media' hebben wij geen klachten ontvangen. Maar als die er zijn dan zullen we die openlijk aanvechten. Staatsbemoeienis en intimidatie worden door de SVJ niet geaccepteerd."
Revolutionaire machinerie
Ik ben intussen klaar met het opnemen van mijn straatinterviews. Veel mensen die ik aansprak liepen door en wilden niet praten. Maar ik heb een paar mooie quotes kunnen optekenen over polarisering in de maatschappij en een grimmiger wordende sfeer in het land. Voordat ik naar huis ga drink ik elders in de stad nog een biertje. Een man aan de tafel naast mij ziet mijn apparatuur en spreekt me aan. “Meneer, u bent journalist? U moet oppassen. Dit land lijkt misschien vrij voor u. Maar de revolutionaire machinerie van dertig jaar terug staat nog in het vet en kan binnen een dag operationeel zijn.”
[RNW, 1 april 2012]
vrijdag 27 januari 2012
Persvrijheid is een groot goed, maar wat doe je ermee?
door Joshua TaytelbaumDe media besteden vandaag aandacht aan de de door Reporters Without Borders (RFS) gepubliceerde lijst met een vergelijkende waardering van de persvrijheid over de hele wereld, waarop Suriname dit jaar is gestegen, of zoals de Ware Tijd het noemt, de persvrijheid is onder Bouterse ‘verbeterd’. Maar goed dat de schrijver van het stuk, Ivan Cairo,' verbeterd' tussen aanhalingstekens plaatst, want het blijft natuurlijk allemaal relatief en het is nooit los te zien van de persoon van de beoordelaar, dus het is ook altijd subjectief. Uit dit rapport blijkt dat Suriname op een ranglijst van 179 landen van de 35e plaats in 2010 is opgeklommen naar de 22e plaats in 2011. Afwezigheid van geweld en ernstige schending van vrijheid van meningsuiting bepalen de score die een land krijgt. We mogen echter pas tevreden zijn als wij samen met het merendeel van de Europese landen ergens in de top eindigen.
Naar zijn mening gevraagd beklaagde de voorzitter van de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ), Wilfred Leeuwin, zich erover dat de media worden belemmerd om zelf de informatie te vergaren over processen en besprekingen die gaande zijn, zij moeten het doorgaans stellen met een comminiqué dat de regering uitgeeft op de staatszenders of in haar bij de dagbladen ingesloten katern ‘De Overheid’, dat de samenleving echter alleen maar ‘zoetsappige’ verhaaltjes voorhoudt. Leeuwin maakt echter niet duidelijk op welke wijze zij belemmerd worden, maar waarschuwt enkel voor ‘luiheid’ onder journalisten die zich hiermee tevreden stellen. Voor het eerstvolgende onderzoek zullen Reporters Without Borders zich breder moeten oriënteren, oordeelt Leeuwin in zijn gesprek met Ivan Cairo. Maar als het waar is wat Paul Kraaijer op Facebook beweert, namelijk dat Cairo het contact en dus ook de aangever is voor RFS, dan komt Cairo’s verslag in een heel ander licht te staan, hij mag zichzelf dus prijzen dat Suriname op die lijst is gestegen! Leeuwin had hem dus moeten vragen om aan de RFS door te geven dat ze volgend jaar eigen, onafhankelijke waarnemers moeten sturen, maar zo werken RFS helaas niet.

Wat doe je met je persvrijheid?
De kritiek van Leeuwin is net zo goedkoop als de luiheid die hij zijn collega’s verwijt. Gelijk heeft hij waar hij zegt dat men zich tevreden stelt met de door de overheid gegeven –veelal te oppervlakkige en onvolledige– informatie. Maar als Leeuwin oordeelt dat de overheid tekortschiet, moet hij onmiddellijk daaraan koppelen dat ook de journalistiek tekortschiet door niet zelf op onderzoek uit te gaan en zelf research te plegen. Denk maar niet dat het elders zo zou zijn dat de journalist alles op een presenteerblaadje krijgt aangeleverd. Het is nu juist de taak van de journalist om te beoordelen of de hem verstrekte informatie juist is, en zo niet, zélf op onderzoek uitgaan om de waarheid boven tafel te krijgen, en dat is nu precies waar het de Surinaamse journalistiek aan schort.
Research
Een ‘fraai’ voorbeeld is de ‘affaire’ Sasur, die door de media tot een ware hysterie is opgeklopt zonder dat er ook maar één journalist op het idee is gekomen om te onderzoeken wat Sasur is, hoe Sasur werkt en wat er wáár is van alle smadelijke verhalen die de media ongestraft publiceren. Zelfs Times of Suriname, die op gegeven moment niet anders kón dan constateren dat de media zich met hun hetze tegen Sasur schuldig maken aan machtsmisbruik, heeft het daarbij laten zitten, in plaats van met een op feiten gebaseerd en informatief artikel de zaak voor eens en voor altijd recht te zetten en uit de wereld te helpen. Wat heb je aan persvrijheid als je geen gebruik maakt van die vrijheid? Niets dus, want alle aan de Surinaamse media verbonden journalisten hebben –in strijd met alle journalistieke codes– alleen maar het woord van hun broodheer gesproken.
Dat is behalve een jammerlijke ook een vreemde conclusie, want een journalist zou als geen ander moeten weten wat auteursrechten zijn. De journalisten claimen wel auteursrechten op hun eigen werk, maar als het gaat om de auteursrechten van ‘songwriters/composers’ is het opeens een ver-van-hun-bed show en prediken zij klakkeloos –alsof er geen journalistieke ethiek bestaat– des broodheren woord. Trouwens, mij is bekend dat de Ware Tijd, toen nog met Desi Truideman als hoofdredacteur, zonder toestemming of vermelding van herkomst iets heeft gestolen uit een ingezonden stuk. In dat stuk was een woordspeling verwerkt, er werd naar analogie van SOA’s gesproken over POA’s: Politiek Overdraagbare Aandoeningen. Dat ingezonden stuk is niet geplaatst, maar Wienied maakte er diezelfde dag nog mooie sier mee in de column “Dingen van de dag”. Toen de inzender reclameerde gaven de ‘heren’ niet thuis.
Kortom, de Surinaamse journalisten kunnen maar beter hun huiswerk gaan maken in plaats van genoegzaam achterover te leunen vanwege een hogere ‘ranking’.
Zie ook het eerdere bericht SVJ oneens over 'drastische vooruitgang' persvrijheid
SVJ oneens over 'drastische vooruitgang' persvrijheid
bepaald dat persvrijheid in Suriname dertien plekken vooruit is gegaan. Suriname klimt op de wereldranglijst naar een gedeelde 22ste plek van 197 landen. De Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) is verbaasd over de drastische positieve vooruitgang die Suriname krijgt over persvrijheid.“De verbazing van de SVJ wordt vergroot als achteraf wordt begrepen dat RFS geen relevante referentie heeft gebruikt om tot deze notering te komen”, zegt de SVJ in een verklaring, ondertekend door voorzitter Wilfred Leeuwin. Op de vragenlijst die een journalist voorgeschoteld heeft gekregen, konden vragen alleen met ‘ja’ en ‘nee’ worden beantwoord. “De SVJ als georganiseerde beroepsinstantie en bewaker van de persvrijheid in Suriname is nimmer hierover geconsulteerd”, staat in de verklaring.
Schouderklopje
Reagerend op het rapport, dat overigens weinig of helemaal geen informatie geeft over het journalistiek gebeuren in Suriname of de beleving van persvrijheid, moet de SVJ constateren dat gezien de genoteerde redenen voor deze drastische vooruitgang, het niets anders is dan een schouderklopje voor instanties en instituten, zoals de overheid, die eventueel een gevaar kunnen vormen voor de persvrijheid in Suriname. Als reden voor deze drastische vooruitgang wordt in het rapport aangegeven dat er zich in 2011 geen noemenswaardige schendingen van persvrijheid hebben voorgedaan en er ook geen fysiek geweld heeft plaatsgevonden tegen journalisten. “Op zich klopt dit en mogen we verheugd zijn dat ‘ook’ in 2011 geen enkele journalist vanwege zijn of haar werk is mishandeld, voor het gerecht is gedaagd of vermoord. Maar voor de SVJ is dat juist de reden waarom 2011 aangemerkt kan worden als het jaar waarin de persvrijheid wel degelijk onder druk is komen te staan. Juist in dat jaar is er verschil te merken en kan een vergelijking gemaakt worden met voorgaande jaren.
Tekening: Ad KolkmanAls de persvrijheid in Suriname met 13 posities op de ranglijst vooruit gaat ten opzichte van het jaar 2010, is het makkelijk de vraag te stellen wat het verschil is tussen beide meetmomenten. Wat is minder of meer geworden. De SVJ stelt vast dat in 2011 de communicatie tussen de overheid en de vrije media slechter is geworden. De overheid kiest er eerder voor zelf gedoceerde informatie te verstrekken aan de gemeenschap. In 2011 zijn de mediabedrijven Dagblad Suriname en het avondblad De West, waar journalisten werken, vanuit de overheid belemmerd en beknot in de uitoefening van hun werk. In 2011 is de verbale intimidatie naar journalisten toe toegenomen. Hierover zijn bij de SVJ opmerkelijk veel klachten binnengekomen van journalisten. In 2011 is door de regering een aanzet gegeven voor het instellen van een mediaraad. Hierbij moet opgemerkt worden dat de eerste en voorlaatste keer dat er sprake was van een mediaraad, het in de jaren tachtig is geweest.
Contact met RSF gezocht
De SVJ benadrukt dat de vergelijking tussen 2010 en 2011 slechts van toepassing is op de met 13 plaatsen gestegen positie over de persvrijheid in Suriname. Op geen enkele manier wordt hiermee een beoordeling gegeven over de persvrijheid in de periode 2010, die zo zijn eigen kenmerken heeft gehad. Er moet wel worden vastgesteld dat de reden die verantwoordelijk zijn voor de stijging op de ranglijst niet rëeel zijn, omdat in elk willekeurig jaar, na de militaire periode vanaf 1980 die reden consequent is gebleven en niet slechts in 2011 als een ‘mijlpaal’ kan worden aangemerkt.

De SVJ heeft contact opgenomen met het kantoor van Reporters without Borders in Parijs en wacht op een reactie van de organisatie. De hoop is uitgesproken voor een heroriëntatie van hoe het gesteld is met de persvrijheid in Suriname en dat in de toekomst deze miscommunicatie voorkomen kan worden.
[van Starnieuws, 26 januari 2012]
woensdag 28 december 2011
Niggabitch, jodenteef en meer taalvernieuwing
In principe moet eenieder elk woord, hoe erg of grof of beledigend ook, kunnen gebruiken. Zolang je je maar bewust bent van de betekenis van die woorden, en daar ook blijk van geeft. Als je woorden zonder nadenken gaat inzetten, wordt alles betekenisloos. Dat betoogt schrijver Jamal Ouariachi in onderstaand artikel.
Het is natuurlijk even slikken. Je denkt een lekker luchtig blaadje open te slaan over catwalks, modetrends, lifestyle en shoptips, en dan staat daar ineens het woord ‘Niggabitch’. Het gebeurde de lezers van mode-glossy Jackie, toen ze onderstaand onzinstukje over de kledingstijl van zangeres Rihanna onder ogen kregen. Een relletje was geboren: zelfs het onderwerp van spot, Rihanna zélf, heeft zich er inmiddels via Twitter mee bemoeid.

Meteen ontrolden zich de standpunten op internet: wie, zoals Rihanna, laat merken beledigd te zijn door een woord als ‘niggabitch’, neemt de slachtofferrol aan, en dat mag niet volgens ene Ollie of Olaz, en om zijn standpunt kracht bij te zetten, toont hij ons een filmpje van Morgan Freeman – een zwarte man, dus dan zit ’t goed. Wat zegt die zwarte man? ‘Stop calling me a black man.’ Ollie of Olaz heeft het dus niet zo goed begrepen: uit het filmpje kunnen we immers concluderen dat Freeman een woord als ‘niggabitch’ niet zou accepteren. Is hij daarmee een slachtoffer? Blijkbaar impliceert de vrijheid van meningsuiting een verbod op beledigd zijn.
Persoonlijk ben ik van mening dat je racistisch getinte woorden moet kunnen gebruiken, wanneer uit de context blijkt hoe je er werkelijk over denkt. In ironische zin, bijvoorbeeld. Joodse vrienden heb ik wel eens ‘zionistische nederzettingenbouwers’ genoemd. Dat is dan grappig, omdat ik een halve Arabier ben. Ben ik dan een antisemiet? Nee, want beide partijen weten hoe het werkelijk zit. Een Ethiopische vriendin noem ik weleens gekscherend ‘hongerbuikje’. Mag dat? Ik vind van wel, omdat ik daarmee spot met het vooroordeel dat in Nederland over Ethiopië bestaat.
Racistisch getinte woorden kun je ook in historische zin gebruiken. Eerder heb ik eens betoogd dat het belachelijk is om het woord ‘nigger’ te schrappen uit pre-twintigste-eeuwse Amerikaanse literatuur. Het censureren van die woorden is een vorm van geschiedvervalsing.
Gevaarlijk wordt het wanneer de context – ironisch of historisch – verdwijnt. Tegenwoordig is het heel normaal om het woord ‘kutmarokkanen’ te gebruiken. De context waarin Rob Oudkerk – aan wie we dit staaltje taalvernieuwing te danken hebben – dat woord ooit gebruikte, is door bijna iedereen vergeten. En Marokkanen moeten het zich maar laten w
elgevallen, anders doen ze ‘huilie-huilie’, en dat mag niet.Op website Geenstijl is een woord als ‘mocrodader’ (of welk woord dan ook met het voorvoegsel mocro-) onderdeel van het dagelijkse jargon geworden. Pownews, het televisiebroertje van Geenstijl, heeft tot grote hilariteit van televisiekijkend Nederland, een ‘neger omdat het moet’ ingevoerd.
Dat mag je allemaal geen racisme noemen.
Want als er één woord verboden is in Nederland, dan is het wel het woord racisme.
Europarlementariërs van de PVV weigerden onlangs op te staan tijdens een herdenking van de slachtoffers van de Arabische Lente. Hou u vast: dat vindt zelfs Geenstijl een daad van racisme. Maar dat mag je eigenlijk niet zeggen, dat PVV’ers racisten zijn. Want dan demoniseer je, en demoniseren, zo weten we sinds Pim Fortuyn, staat gelijk aan oproepen tot moord.
PVV’ers mag je ook niet racistisch noemen, als zij in de rechtspraak onderscheid willen maken op basis van etnische afkomst. Ooit was Vrouwe Justitia blind, maar Geert Wilders heeft herhaaldelijk (voorbeeldje) laten blijken dat hij die blinddoek liever van haar kop rukt – allergisch als hij is voor hoofdbedekkend textiel.
Onlangs stond er bij een Sinterklaasoptocht een Nederlandse jongen van Curaçaose afkomst langs de kant, die een t-shirt droeg met de tekst ‘Zwarte Piet is racisme’. Dat kun je gezeur vinden. Je kunt van zo iemand zeggen dat hij een vrolijk kinderfeest niet moet versjteren. Je kunt zeggen dat Zwarte Piet zwart is omdat hij door schoorstenen kruipt (waarmee de brandschone, kleurige pakjes van de Pieten en hun roodgeverfde lippen overigens niet verklaard zijn, maar goed…).
Wat er echter gebeurde met die jongen, is dat hij door een stel politieagenten met pepperspray bespoten werd, waarna zij hem in een achterafsteegje tegen de grond drukten en arresteerden. Je moet het zien om te geloven hoe onthutsend buitenproportioneel die agenten tekeer gingen – vanwege een tekst op een t-shirt van een zwarte jongen.Je zou kunnen stellen dat het in een land waar dit alles blijkbaar normaal is, toch niet zo verschrikkelijk schokkend is als een modeblad een keertje het woord ‘niggabitch’ gebruikt.
Maar daar zit nu juist het addertje. Als een journalist en een hoofdredacteur niet door hebben wat de connotatie van een bepaald woord is, duidt dat op intellectuele leegte. En het is die leegte, die zo zorgwekkend is. Niet het vermeende racisme van de Jackie-dames.
Het kost maar een simpel gedachtenexperiment om je iets voor te stellen bij de gevoelswaarde die een woord als ‘niggabitch’ voor zwarte mensen kan hebben. Als ik voor Jackie een stuk zou schrijven waarin ik een bepaald model pruik aan zou prijzen met de mededeling: ‘voor die echte jodenteef-look’, dan heb ik vandaag nog een aanklacht aan mijn broek. En terecht. Al beweer ik nog zo hard dat sommige van mijn beste vrienden joods zijn, dat ik absoluut geen antisemiet of racist ben. Maakt niet uit. Tenzij uit de context volkomen duidelijk is, dat ik het tegenovergestelde bedoel. Dan valt zelfs het gebruik van het woord 'jodenteef' te verdedigen. De grote fout die de Jackie-medewerksters hebben gemaakt, is dat ze dat woord 'niggabitch' te klakkeloos hebben aangewend.
Woorden hebben een betekenis en een gevoelswaarde. Als je die veronachtzaamt, laat je de inhoud uit je denken weglekken.
In principe moet eenieder elk woord, hoe erg of grof of beledigend ook, kunnen gebruiken. Zolang je je maar bewust bent van de betekenis van die woorden, en daar ook blijk van geeft. Als je woorden zonder nadenken gaat inzetten, wordt alles betekenisloos. Ik zou bijna zeggen: ‘dan dooft het licht’ – als die woorden niet zo verschrikkelijk beladen waren...
Jamal Ouariachi is schrijver. Hij debuteerde vorig jaar met de roman De vernietiging van Prosper Morèl. Jamal heeft een eigen weblog waarop dit stuk eerder verscheen, het verscheen ook op Republiek Allochtonië.
dinsdag 15 november 2011
Lied over pandits moet uit de markt
Paramaribo - Het liedje ‘Pandit baba’ uit de cd Kisoor and Friends: Angna Mein Baba Dwaare Par Maa, zorgt voor veel kritiek en ophef onder pandits van de Sanatan Dharm. Het hoofdbestuur van de Sanatan Dharm heeft besloten een brief te richten aan de procureur-generaal om de muziekcollectie uit de markt te halen.
De cd is uitgegeven door Satish Music Center (SMC) en het liedje is gezongen door Kisoor Ramdien. Sanatan Dharm heeft zowel met de zanger als met Satish Jhinnoe van SMC gesproken over het lied. “Het is beledigend voor pandits. We weten dat enkelen een scheve schaats rijden, maar met dit lied scheer je ook de goede pandits over één kam. Muziek treedt buiten de grenzen van Suriname. Welk imago creëer je dan? Je kunt merken dat we in het Kalyug tijdperk zijn, de aanvallen op het geloof worden frequenter en heftiger”, merkt een bestuurslid en pandit van de Sanatan Dharm op. Volgens hem komen pandits van de Sanatan Dharm binnenkort met een gezamenlijke verklaring, waarin ze hun afkeuring uitspreken over het lied. “Dit kan niet. Als de pandits er niet waren, waar zou onze cultuur zijn? Dankzij hun is een groot deel van ons erfgoed bewaard gebleven”, merkt zanger en pandit Rayen Kalpoe op.

In het lied wordt bezongen hoe pandits diensten bij mensen afjassen, geld eisen en middels stichtingen en tempels zichzelf verrijken. Zanger Kisoor Ramdien legt uit. “In april had mijn broer een huwelijk en gebedsdienst thuis. Alles was gekookt en klaargezet, maar de pandit kwam niet zelf opdagen. Hij stuurde twee helpers (naws) die het werk moesten doen. Een heleboel dingen gingen die dag verkeerd. Dit is mijn manier om mijn misnoegen en boosheid over pandits te uiten. Ik beledig niet, maar vraag hoe lang ze dit gedrag zullen continueren. Vooral voor arme mensen is het echt moeilijk. Met heel veel moeite sparen ze en zetten alles klaar voor een hoogtijdag om dan een pandit te krijgen die roet in het eten gooit en dingen verkeerd doet”, doet Ramdien zijn verhaal. ‘Pandit baba’ werd enkele jaren geleden door iemand uit Nederland opgenomen. Ramdien heeft het nu nagezongen. “Het is een oud lied en ik had niet verwacht dat het problemen zou geven”, zegt Jhinnoe. Na het telefonisch gesprek met Sanatan Dharm is hij er niet van overtuigd de cd uit de markt te halen. Integendeel. Hij heeft aangifte gedaan bij de politie vanwege de dreigende taal die door de vertegenwoordiger van Sanatan Dharm werd geuit. Het lied is ook door de politie beluisterd. “Als er een correcte manier van overleg was, dan had ik geen moeite om het lied van de cd te halen. Maar ik ben grof bejegend en bedreigd. Ze hebben niet eens geprobeerd om persoonlijk met me te praten. Zaken waren dan anders gelopen.”.
[uit de Ware Tijd, 15/11/2011]
maandag 15 augustus 2011
Schoolboek
hronologisch opgebouwde paragrafen volgen, af en toe onderbroken door vragen en opdrachten die rechtstreeks naar de lopende tekst verwijzen. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een huiswerkopdracht, een serie vragen en opdrachten die andermaal beogen de verworven kennis te toetsen, en een klassenopdracht.
Van deze actieve werkvormen – waaraan door de samenstellers terecht veel aandacht is besteed – vormen de huiswerkopdracht en de klassenopdracht de meest in het oog springende onderdelen. De huiswerkopdracht doet een beroep op de kritische zin en de creativiteit van het individuele kind. Deze wordt bijvoorbeeld uitgedaagd om in de rol van beleidsmaker te kruipen en na te denken over de bestuurlijke inrichting van Suriname ten tijde van Francis Willoughby. De klassenopdracht laat de kinderen als collectief optreden en gezamenlijk een aspect van de eigen geschiedenis beleven. Kinderen kunnen leiders in hun klas aanwijzen, rond hen politieke partijen formeren en een verkiezingsprogramma opstellen. De leerlingen beoordelen gezamenlijk de prestaties van de partijen en hun leiders. Ook het naspelen van een onafhankelijkheidsviering behoort tot de mogelijkheden van een klassenopdracht.
Als we kijken naar de gepresenteerde stof, dan moet worden geconstateerd dat de samenstellers ook in dit opzicht de lat voor de doelgroep niet te laag hebben gelegd. In een bestek van ruim honderd pagina’s wordt veel behandeld en is er merkbaar naar gestreefd om de beknopte formuleringen niet ten koste te laten gaan van de helderheid en overzichtelijkheid van de beschreven ontwikkelingen. Het helpt dat de helft van het boek gaat over de geschiedenis van Suriname na 1945, maar ook in dat deel ligt het tempo hoog en kunnen gebeurtenissen vaak maar even worden aangestipt. De ingewijde kan het wel volgen, maar om bepaalde aspecten (bijvoorbeeld de economische planpolitiek of de periode voorafgaande aan de staatsgreep van 1980) te laten landen bij de leerlingen zal de docent bij het uitleggen van de stof er niet omheen kunnen de benodigde aanvullende informatie te verstrekken. Het is jammer dat in de controverse die rond Wij en ons verleden is ontstaan, deze didactische aspecten niet de aandacht hebben gekregen die zij toekomen. De politiek is met het werk op de loop gegaan, terwijl niets in het boek aanleiding geeft te veronderstellen dat de samenstellers politieke doelen hebben nagestreefd.
De ophef over Wij en ons verleden draait om een passage over de decembermoorden en om een foto van in Nederland demonstrerende Surinamers tegen het toenmalige regime van legerleider Bouterse. Beide zijn de NDP in het verkeerde keelgat geschoten. Het staatshoofd zou zijn beledigd, de oppositie zou Bouterse een hak hebben willen zetten, de hand van Nederland zou achter de bewoordingen van de samenstellers zitten. Om met die passage te beginnen: daar is weinig mis mee. Wat daar staat, is al sinds jaar en dag gemeengoed en kan gemakkelijk met (binnenlandse en buitenlandse) bronnen worden gestaafd. Hoogstens zou overwogen kunnen worden de eerste regel te herformuleren. Daarin valt te lezen dat Bouterse opdracht heeft gegeven de latere slachtoffers van de decembermoorden te arresteren. Het is aannemelijk dat de bevelhebber de hand in hun aanhouding heeft gehad, maar het staat niet onomstotelijk vast dat de instructie van hem afkomstig was. Een vergelijkbare kwestie is de opmerking in het boek dat het ontslag van Ronnie Brunswijk uit het Nationaal Leger een gevolg was van onenigheid met de legerleiding over zijn salaris en positie. Ook dat is een veelgehoorde verklaring, maar er zijn ook andere lezingen in omloop. In beide gevallen zijn de feiten door gebrek aan historisch onderzoek nog niet onweerlegbaar vastgesteld en dient dus met enige terughoudendheid over deze zaken te worden geschreven.
De foto van de tegen Bouterse demonstrerende Surinamers in Nederland is beladen omdat een van de borden die omhoog wordt gehouden de leus ‘Bouterse moordenaar’ bevat. De samenstellers nemen in hun tekst deze kwalificatie echter niet over noch suggereren zij op enigerlei wijze dat zij het oordeel van de demonstranten onderschrijven. Zij willen laten zien dat eind 1982 de legerleider ook buiten de landsgrenzen omstreden was en dat de decembermoorden op de Surinaamse gemeenschap in Nederland eenzelfde schokeffect hadden als op de bevolking in het land zelf. Om eventuele misverstanden uit te sluiten, is het denkbaar om de foto te vervangen door een afbeelding van demonstrerende vrouwen in Paramaribo in diezelfde maand. Ook met een dergelijke foto kan worden geïllustreerd dat het draagvlak voor de militairen in deze periode danig was afgebrokkeld.
Het boek bevat enkele passages die gebeurtenissen weergeven op een wijze die niet strookt met de bronnen. Ik wil er één passage uitlichten. Over de ontwikkelingen die in 1975 vooruitliepen op de overdracht van de soevereiniteit lezen we: ‘In de Staten van Suriname was het ook onrustig. Drie leden van de coalitie liepen over naar de oppositie waardoor ze elk 19 leden telden. Om de onafhankelijkheid te verkrijgen, moesten minstens 20 leden in het parlement het wetsvoorstel goedkeuren. Bij de stemming in het parlement voor de onafhankelijkheid liep een oppositielid van de VHP, George Hindorie (sic), over naar de coalitie. Dit zorgde ervoor dat de wet werd goedgekeurd met 20 stemmen vóór en 18 stemmen tegen. Nadat de wet ook in Nederland was goedgekeurd, gaf de VHP de strijd op.’
Ik wil niet stilstaan bij de tweede regel waaruit kan worden opgemaakt dat het parlement in die tijd in plaats van uit 39 leden uit 38 leden bestond. Mijn voornaamste punt is dat in het vervolg van de tekst de chronologie van de gebeurtenissen en de gesuggereerde verbanden niet kloppen. Wat gebeurde er? Hindori legde op 14 oktober 1975 een publieke verklaring af waarin hij uitlegde waarom hij was overgestapt van de oppositie naar de coalitie. Van 21 tot 23 oktober en van 27 tot 28 oktober 1975 vergaderden Surinaamse parlementariërs in respectievelijk de Tweede Kamer en de Eerste Kamer over de rijkswet die beoogde de werking van het Statuut voor Suriname te beëindigen. Hindori woonde die debatten niet bij. VHP-leider Lachmon had hem dit verboden. Maar duidelijk was dat de oppositie door het overlopen van Hindori zijn (overigens nooit in de Staten gedemonstreerde) meerderheid kwijt was geraakt. Hindori nam in Parama
ribo wel deel aan de debatten over de Surinaamse grondwet en bovengenoemde rijkswet, die plaatsvonden van 16 tot 19 november 1975. Op die laatste dag werden beide wetten met algemene stemmen goedgekeurd. Van de 39 parlementariërs stemden er 36 vóór; drie leden konden door omstandigheden niet aanwezig zijn. De neerslag van deze feiten zou in het boek een plaats moeten krijgen. Het betreft hier immers een kernmoment uit de Surinaamse geschiedenis.
Overeenstemming over feiten is belangrijk, aangezien het feiten zijn die ten grondslag liggen aan een geschiedverhaal. Maar de selectie, interpretatie en ordening van die feiten leidt doorgaans niet tot eenstemmigheid over de weergave van het verleden. In de regel blijven verschillende zienswijzen en opvattingen bestaan, ook nadat historici hun licht over gebeurtenissen hebben laten schijnen. Dergelijke verschillen van inzicht verdienen het om in alle openheid en op basis van argumenten te worden besproken. Maar om dit op een vruchtbare manier te kunnen doen, is historische basiskennis nodig en dienen deelnemers zich bewust te zijn van de kloof die er onvermijdelijk gaapt tussen gebeurtenissen uit het verleden en het verhaal dat historici over dat verleden construeren. Leerlingen in het basisonderwijs mag die kennis en dat bewustzijn niet worden onthouden. Nog een laatste kritische redactieronde en Wij en ons verleden kan ter perse.






















