Posts tonen met het label Bonaire. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bonaire. Alle posts tonen

vrijdag 11 april 2014

Bolo ta di pueblo (7 en slot)

Fred de Haas over Frantz Fanon

Geweld en ‘Nation Building’
Frantz Fanon was geen gewelddadig persoon, geen voorstander van geweld. De toon in Les damnés de la terre kan soms oorlogszuchtig klinken, maar we moeten begrijpen dat Fanon de eerste was die begreep dat een vorm van geweld genezend kan werken voor mensen die onderdrukt zijn.

De Franse filosoof Jean-Paul Sartre, die het Voorwoord schreef van  Les damnés de la Terre in de uitgave van 1961, drukte zich in dit opzicht wel heel fel uit:
‘Je moet doden: met het elimineren van een Europeaan sla je twee vliegen in één klap’.
Zo’n uitspraak is verontrustend. Fanon zelf maakte geen propaganda voor het gebruik van geweld en zag het hoogstens als een tussenstadium. Immers, Fanon leefde in een gekoloniseerde wereld waar mensen werden onderdrukt, vernederd, bedreigd, veracht, uitgebuit en dienstbaar gemaakt. De enige mogelijkheid die de gekoloniseerde had was in opstand te komen. Net zoals vroeger de slaven in opstand kwamen.

Tula - Edsel Selberie
Foto © Michiel van Kempen
Op Curaçao begon het met de opstand van Tula in 1795 en werd pas veel later voortgezet met de gewelddadigheden van 1969.

Ook de Curaçaose Partido Soberano heeft een periode gekend waarin gewelddadige taal aan de orde van de dag was. De leider van de partij, Helmin Magno Wiels, heeft dit soort taal vaak gebezigd, totdat hij, strateeg als hij was, besloot dat het genoeg was en tijd om zich meer als staatsman op te stellen. Het is zeker zijn bedoeling niet geweest dat zijn opvolgers weer hun toevlucht zouden nemen tot beledigende en bedreigende taal. Degenen die zich binnen de PS hier nog aan schuldig maken kunnen moeilijk worden beschouwd als waardige opvolgers van een leider die zijn leven heeft moeten geven in de strijd om zijn volk te verheffen en te bevrijden van kwalijke invloeden.

Curaçao is het stadium van politiek geweld voorbij. Ondanks allerlei misstanden is het land nog steeds democratisch en wordt er gestreden via het woord. En wie aperte leugens vertelt, kan er zeker van zijn dat hij/zij vandaag of morgen wordt ontmaskerd en aan de kant geschoven.

Fanon leefde in het door de Fransen gekoloniseerde Algerije en we weten allemaal dat de Fransen alleen met veel geweld uit de kolonie verdreven konden worden. Dat verklaart de felheid waarmee Sartre het kolonialisme met woorden bestreed en min of meer opriep tot het gebruik van geweld. Zo hebben Kaapverdië, Guinee-Bissau, Mozambique en Angola zich met geweld bevrijd van het Portugese kolonialisme dat van geen wijken wilde weten.

Obama ontvangt de Nobelprijs voor de Vrede.
Foto © Harry Wad
Toen de Amerikaanse President Obama in 2009 – een beetje vroeg -  de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, zei hij: ‘Het kwaad in de wereld bestaat. Een vredelievende beweging zou de legers van Hitler niet hebben kunnen tegenhouden. Geen enkele vorm van onderhandelen zou de leiders van Al-Qaida ervan kunnen overtuigen hun wapens neer te leggen. Zeggen dat oorlog noodzakelijk is, betekent nog niet dat je cynisch bent, maar het betekent veelal dat je inzicht hebt in de Geschiedenis, in de onvolmaaktheden van de mens en de grenzen van het verstand’. Zijn woorden zouden zonder meer ook van toepassing zijn geweest op het kolonialisme.

Er is moed voor nodig om af te rekenen met de resten van het kolonialisme. En niet alleen moed, maar ook verbeeldingskracht, overtuiging en zeker ook een grote mate van edelmoedigheid, een eigenschap waarvan de onlangs overleden Nelson Mandela de belichaming was. Hij heeft het voorbeeld gegeven hoe je op basis van gelijkwaardigheid met een oude kolonisator kon omgaan.

De politieke rol van ‘het volk’
We betreden nu een moeilijk terrein. We zijn het eens met Fanon als hij pleit voor een directe democratie waarbij de vertegenwoordigers van de politieke partij(en) – natuurlijk op basis van weldoordachte programma’s -  de uitvoerders zijn van de volkswil. Hoe beter een volk is opgeleid hoe beter het de consequenties van bepaalde beslissingen zou kunnen overzien. Hoe minder een volk is opgeleid des te vatbaarder is het voor politieke manipulatie en des te gevaarlijker is het om het volk beslissingen te laten nemen op belangrijke terreinen. De ene keer zal het een politieke partij goed uitkomen als er een referendum zou worden gehouden, maar een andere keer zou dat wel eens minder goed kunnen uitkomen, namelijk wanneer vermoed wordt dat de wens van het volk niet in overeenstemming is met wat een bepaalde politieke partij graag zou willen.

Voor Curaçao zou deze kwestie wel eens kunnen gaan spelen wanneer in 2015 de situatie van de afgelopen vijf jaar door de Rijksministerraad geëvalueerd gaat worden en er besluiten moeten worden genomen over de (consensus) Rijkswetten van het Koninkrijk. Het is hier niet de plaats om in te gaan op de wensen van de Curaçaose politieke partijen, maar het minste wat ik hen tegen die tijd zou willen toewensen is wijsheid en onbaatzuchtigheid waarbij het welzijn van het volk voorop zou moeten staan. De rijkdom van het land - de taart - mag niet worden opgegeten door graaiende bestuurders, nee, de taart is van het volk. In andere - Papiamentse -  woorden die ik hoorde in een van de uitzendingen van de Partido Soberano: ‘Bolo ta di pueblo’.

En de leden van de PS die dit niet zouden hebben begrepen zou ik willen verwijzen naar hun eigen site en naar de uitzending van hun eigen Ingrid Sánchez van 27-06-2013 getiteld ‘Palabra’.

De oude globalisering
Mentaliteitsverandering
De mentaliteit van de mensen wordt nu in hoge mate beïnvloed door een ander soort vervreemding dan die welke werd gecreëerd door het kolonialisme. Die andersoortige  vervreemding wordt in de hand gewerkt door de invloed van de globalisering en het Internet. De jeugd ziet wat er allemaal te koop is in de wereld aan luxe, pornografie, spelletjes en wat al niet meer. Logisch dat de gedachte bij hen opkomt dat dit het ideaal is waarnaar moet worden gestreefd. Die gedachte wordt nog gevoed door het spook van de werkloosheid, functioneel analfabetisme, gebrek aan sociale controle, gebrek aan scholing, de aanwezigheid van armoedige leefomstandigheden enz. Afleiding en valse zekerheden worden gezocht bij de telenovelas, de Zuid-Amerikaanse soaps die ervoor zorgen dat de kritische geest afgestompt raakt en niet in de gaten heeft dat het land op een incompetente manier wordt bestuurd. En bij gebrek aan werk wordt er do0r sommigen geld verdiend door het uitoefenen van misdadige praktijken.

Samenwerking, geen imitatie
Fanon heeft duidelijk aangegeven hoe dekoloniserende landen een nieuwe maatschappij zouden moeten inrichten. Dat moet een maatschappij zijn met eigen waarden en met behoud van zaken die goed zijn en hun nut hebben bewezen. Van belang is het streven naar goede sociale omstandigheden, verdraagzaamheid, solidariteit en democratie. Voor het bouwen aan een nieuwe maatschappij is intelligentie nodig, vernieuwend denken en zelfvertrouwen.

Er moet vooral niet worden geprobeerd om Europa of Amerika na te doen of een pathologische bewondering te koesteren voor een Europa dat zijn succes mede te danken heeft aan de schoffering van de gewoonste menselijke waarden. Denk daarbij aan de uitroeiing van de oorspronkelijke bevolking van de Amerika’s, de slavernij en de apartheid. Maar laten we, aldus Fanon, verder geen tijd daaraan besteden: ‘Kom op, broeders, we hebben veel te veel werk te doen om ons te amuseren met achterhoedespelletjes. Europa heeft gedaan wat het moest doen en achteraf beschouwd heeft Europa dat goed gedaan; laten we ophouden met Europa te beschuldigen maar wel duidelijk zeggen dat het moet stoppen met een grote mond op te zetten. We hoeven geen angst meer te hebben voor Europa en laten we ophouden met het te benijden (Les damnés de la terre, p. 231/232)’.

Stagiaire in het Surinaamse binnenland
Samenwerken met Europa c.q. Amerika kan altijd, maar dat mag nooit leiden tot neokolonialisme en het opdringen van Europese of Amerikaanse modellen. Het is beter om jezelf dwars door alle fouten en moeilijkheden heen te worstelen en te zoeken naar een eigen oplossing. Als je een Europese staat van je land wil maken kan je beter het lot van je land toevertrouwen aan Europeanen, want, zegt Fanon letterlijk: ‘die kunnen dat beter dan de meest begaafde onder jullie (Les damnés… p. 232)’. Natuurlijk mogen er best Europeanen in hun voormalige kolonie aanwezig zijn, maar wel op andere voorwaarden dan voorheen en zeker niet in de gedaante van superieure betweters.
Fanon laat overigens duidelijk merken dat er voor hem ook geen sprake kan zijn van het voortdurend terugkruipen en beschutting zoeken in een slachtofferrol of je terug te trekken  binnen de eigen – veilige – groep. Je moet de moed kunnen opbrengen om dat station achter je te laten en gewoon aan het werk te gaan.

Overigens moeten we wel een kanttekening maken bij de situatie van de mensen in de oude Afrikaanse koloniën. Als de bewoners van die arme landen zien hoe de eigen megalomane dictators en hun kliek zich verrijken ten koste van hun land, is het moeilijk voor hen om Europa niet te zien als het paradijs waar ze graag naartoe zouden gaan. Vandaar die al tientallen jaren durende  ‘illegale’ oversteek van Afrika naar Europa in wrakke bootjes, omgebouwde auto’s of zelfs achter het landingsgestel van een vliegtuig. Met de bekende, fatale gevolgen, waaronder het vluchtelingendrama van Lampedusa.

Afrikaanse vluchtelingen op een gammele boot voor de kust van Lampedusa.
Foto © Telegraph

Het is niet de bedoeling van Fanon dat de voormalige gekoloniseerde volken de Europeanen gaan haten: ‘Nee, de Derde Wereld verwacht dat ze de Derde Wereld helpen om de mens te rehabiliteren, om overal eens en voor al de mens te laten zegevieren (Les damnés… p. 230)’.

Laten we blijven luisteren naar Fanon. Aimé Césaire zei in een interview met Daniel Maximin in het tijdschrift Présence Africaine (no 126): ‘[…] teruggrijpen op Fanon is nuttig omdat dit uiteindelijk een teruggrijpen is naar de visie die veel verder ziet dan de gewone blik…’. Fanon was een humanist. Fanon was voor samenwerking en niet voor een zwart nationalisme of afrocentrisme. Het zou absurd zijn om onder de vlag van Fanon haatzaaiende redevoeringen te houden, oude wrokgevoelens op te poken of je terug te trekken op het gepasseerde station van een al te benauwde eigen identiteit. Dan zou je Fanon pas echt niet hebben begrepen.



Tenslotte
In bovenstaand betoog zijn genoeg elementen aanwezig die bouwstenen kunnen leveren voor het denken over een nieuwe samenleving voor de Benedenwindse eilanden. Er moet  in dit proces ook een belangrijke rol zijn weggelegd voor mensen die hebben gestudeerd en die in staat moeten worden geacht de vaardigheden die ze hebben verworven toe te passen in de praktijk. Ik heb het over de Curaçaose intellectuelen. Die zouden ervan moeten afzien hun kennis en kunde in dienst te stellen van regeringen die ondemocratisch zijn en voor een deel bestaan uit mensen die alleen hun eigen belang of een bepaald groepsbelang dienen in plaats van het landsbelang. Bursalen zouden moeten gaan studeren in het Caribisch gebied en door de regering van hun land verplicht worden om na hun studie voor vijf of tien jaar naar hun land terug te keren om mee te helpen aan de opbouw van de nieuwe samenleving.

IJsverkoper op Aruba
Niemand weet hoe de ABC (ei)landen er over 50 jaar uit zullen zien. Zal op Bonaire het eigen eilandsbestuur een doekje voor het bloeden zijn en zal het eiland (als het nog een bijzondere gemeente van Nederland is) alleen nog worden bestuurd door autochtone Nederlanders? Volgens Fanon zou dit laatste best het geval kunnen zijn. Als je van je eiland een Europees eiland wil maken kan je het bestuur volgens hem het beste aan Europeanen overlaten. Die weten hoe dat moet. En Aruba? Zal het nog zo hecht samenwerken met Nederland? Zal de Nederlandse taal nog zo worden beschermd en gecontinueerd omdat de Arubaanse jongeren in Nederland gaan studeren? Zullen er over 100 jaar nog wel Arubanen zijn? Als je de migrantenaantallen bekijkt en ziet hoeveel Latijns-Amerikanen er elk jaar definitief op het eiland achterblijven dan zouden er wel eens geen Arubanen meer kunnen zijn.

School op Curaçao
Curaçao zal, denk ik, een eigen koers gaan varen, in de geest van Fanon. Het land is gewikkeld in een langdurig proces dat zich uitstrekt over enkele decennia. Zolang duurt het voordat de kinderen van nu volwassen zijn. Drastische beslissingen lijken me in dit verband roekeloos en niet zinvol. Er is niets mis met het streven naar steeds grotere onafhankelijkheid van Nederland, maar daarvoor is het nodig om nog geruime tijd te werken aan de bewustwording van het volk, het inrichten van een op de mogelijkheden van het individu toegesneden onderwijssysteem met ruime aandacht voor het leren van een ambacht en de verbetering van de leef- en werkomstandigheden. Het land moet veilig zijn, een goedwerkend justitieel apparaat hebben met mensen die niet onder druk gezet kunnen worden of bedreigd, een politiekorps dat adequaat kan functioneren en een regering die bestaat uit intelligente, integere personen die door elke screening komen. Wanneer er op een gegeven ogenblik een voldoende groot aantal Curaçaoënaars te vinden is dat niet bang is om Procureur-Generaal of rechter te worden, is Curaçao al een stuk opgeschoten. Pas dan kan je echt spreken van een Dushi Kòrsou!

Het is ook van het grootste belang dat er definitief wordt gekozen voor een (wereld)taal waarin, behalve in de moedertaal, vervolgonderwijs moet worden gegeven.

Fanon is een moeilijke auteur, maar hij verdient het om gelezen en herlezen te worden door politici, leraren en elke geïnteresseerde. Hij was een jonge, briljante, non-conformistische denker die het welzijn van de mens centraal had staan en gekant was tegen elke vorm van duister nationalisme of weerzinwekkend blank of zwart racisme. Hij stond voor onderling respect, nadenken over jezelf in betrekking tot de Ander, solidariteit, het bestrijden van onderdrukking, manipulatie en anti-democratische krachten.

dinsdag 1 april 2014

De toekomst van het Papiaments

Curaçao – “Papiaments is een deel van mijn identiteit,” zegt socioloog Johan Oldenboom over het belang van deze taal voor hem. “We moeten er trots op zijn”, stelt hij tegenover Caribisch Netwerk tijdens een symposium over de positie van het Papiaments in Nederland en Europa. Hoe het Papiaments kan overleven is daar een van de centrale vragen.
Johan Oldenboom. Foto © Thijs Tromp

Papiaments
Het gaat goed en slecht met het Papiaments. De positieve kant is dat de taal bij veel mensen in het hart zit en als één van de vier talen van het Koninkrijk ook officieel erkend is. Het negatieve is dat het Papiaments in Europa nog geen erkende minderheidstaal is en de taal op Bonaire zelfs in de verdrukking raakt. En dat terwijl het Papiaments voor veel Antillianen juist de logische basistaal is voor een goede toekomst.

Blijven ontwikkelen
Een van de conclusies van het symposium in Den Haag, georganiseerd door SPLIKA, is daarom dat de taal zich moet blijven ontwikkelen. Het goed beheersen van het Papiaments -de moedertaal voor de meeste mensen uit Bonaire, Curaçao en Aruba – is cruciaal om andere talen en vakken op school te kunnen begrijpen. En dat vergroot de kansen op verdere ontwikkeling en perspectief.

Bonaire
Met het Papiaments op Bonaire gaat het sinds 10-10-’10 echter steeds minder goed, constateert Gerladine Dammers van Akademia Papiamentu uit Bonaire. Dit komt doordat het Nederlands steeds belangrijker wordt op school en ook in het dagelijks leven. Het Papiaments raakt hierdoor een beetje in de verdrukking. Ook een gebrek aan voldoende leermiddelen, Nederlandse onderwijsinspecteurs die het Papiamentstalige onderwijs niet kunnen beoordelen en geld om lesmateriaal verder te ontwikkelen speelt hierbij een rol, aldus Dammers.

Juridisch
De positie van het Papiaments loopt daarnaast gevaar doordat de taal nog niet voldoende juridisch is vastgelegd in lokale en nationale wetgeving. Rechtshistoricus Bastiaan van der Velden raadt daarom aan om het Papiaments steviger te verankeren in wetten. Dat maakt het makkelijker om vervolgens erkend te worden in bijvoorbeeld Europa.

Bonaire. Foto © Zsuzsanna Pusztai


Fries
De stap naar Europa kan vergemakkelijkt worden als organisaties als SPLIKA de kennis gebruiken van de voorvechters van het Fries. Daarom is SPLIKA sinds kort ook lid van het Europees Bureau voor Kleine Talen. De Friezen zijn de Antillianen al voorgegaan in hun strijd om brede erkenning en helpen graag om dit pad voor het Papiaments te vereenvoudigen.

Binnen handbereik
Met een beetje hulp, inzet om juridische stappen te nemen voor wetgeving en in het onderwijs aan te blijven dringen op het belang van het Papiaments, is de stap om extra Europese fondsen te krijgen voor de ontwikkeling van de taal daarom op termijn binnen handbereik. “En dat is belangrijk, want het Papiaments verbindt ons met elkaar, of je nou op een van de eilanden geboren bent of in Nederland”, aldus Oldenboom.


[van versgeperst.com, 29-03-2014]

dinsdag 25 maart 2014

Hoezo discriminatie?

Een relaas over discriminatie door Julino Willem Anthony (William Anthony)

Hij had twee problemen. Het eerste: hij was zwart, hij was creatief, hij was intelligent, hij was wat eigenzinnig en hij kan schrijven. Het tweede: hij wilde graag een baan bij het GVB, het Amsterdamse Gemeentevervoerbedrijf. Maar dat laatste kon en mocht blijkbaar niet. Hoewel hij keer op keer slaagde voor de examens die hij moest afleggen, werd hem een vaste aanstelling in ambtelijke dienst bij de gemeente Amsterdam formeel gedwarsboomd.
En waarom dan wel? Omdat degenen die bij het GVB op allerlei niveaus leiding moesten geven toestonden dat hij door collega's bij voortduring werd gepest en zwart gemaakt. Haat kortom - in zijn venijnigste vorm. (...) Het slachtoffer werd tot schuldige verklaard. Dit draaide ten slotte uit op een bijna lachwekkende - maar daarom niet minder trieste - vertoning, waarbij door een Amsterdamse overheidsdienst honderden manuren werden besteed aan de vraag: 'Hoe lozen we deze koppige allochtoon?'
Hoezo discriminatie? beschrijft de lijdensweg van een zwarte Amsterdammer, die alleen maar aardig wilde zijn en zijn werk wilde doen.

William Anthony
Over de schrijver:
Julino Willem Anthony werd op 23 februari 1956 geboren op Bonaire. Daar doorliep hij de lagere school en vervolgens de LTS. Deze opleiding ronde hij op Curaçao af. Daarna volgde een bedrijfsopleiding bij Shell Curaçao N.V.
De liefde voor het zingen begon al op jonge leeftijd. Op Curaçao heeft hij deze hobby verder ontwikkeld. Onder de artiestennaam William Anthony nam hij deel aan verschillende muziekactiviteiten op de eilanden en in de regio waar hij verschillende onderscheidingen won. Anthony heeft inmiddels ook een aantal CD's in eigen beheer uitgebracht.  Deze en al zijn andere artistieke belevenissen vormen de basis voor zijn boek Musika Maestro. De eerste editie verscheen in 2002. De tweede editie is bijgewerkt en in 2014 gepubliceerd. Van de auteur verscheen in 2014 ook het prozaboek Sobra. Hiermee toont William Anthony zijn veelzijdigheid.
Deze activiteiten ontplooit hij naast zijn reguliere baan. Verder geniet hij van wat het leven te bieden heeft.
In 1986 verhuisde William Anthony naar Nederland. In Hoezo discriminatie? vertelt hij over zijn ervaringen en hoe hij omging met de opgelopen cultuurshock.

Hoezo discriminatie? door Julino Willem Anthony (William Anthony)
Edited by Pierre Heijboer ; guest editor Kitty Terpstra, Scarlet Windster.
Verschenen: 21 maart  2014
ISBN/EAN13: 1496045033 / 9781496045034
114 pagina’s


woensdag 19 maart 2014

Openbaar Lichaam Bonaire ondertekent intentieverklaring met TNO Caribbean

Drie heren op Bonaire
Op zaterdag 15 maart 2014 hebben gedeputeerde van onder andere Ruimtelijke Ontwikkeling dhr. J. Kroon en gedeputeerde van onder andere Economische Zaken dhr. E. Winklaar, namens het Openbaar Lichaam Bonaire (OLB), een intentieverklaring ondertekend met dhr. J. Ebbing; directeur Caribbean Branch Office TNO (CBOT).

TNO is een erkend Nederlands kennisinstituut, met ca. 3700 medewerkers. Sinds 2012 is de organisatie ook gevestigd op Aruba, met als focus het Caribisch gebied en Latijns Amerika.
De ondertekening van de intentieverklaring is een nieuw hoogtepunt voor Bonaire. Het eiland heeft de doelstelling om een economische ontwikkeling te realiseren die verder reikt dan de toeristische dienstverlening. Zo wil het eiland haar economische ontwikkeling gebaseerd op het zogeheten ‘Blue Economy Concept’ (zelfvoorzienend duurzaam concept) verder gaan uitdragen. De intentieverklaring brengt die doelstelling dichterbij.

Partijen hebben afgesproken om de mogelijkheden om samen te werken verder te onderzoeken en uit te werken. Bovendien wordt er gekeken naar de mogelijkheid voor CBOT om een nevenvestiging te openen op Bonaire.
Bonaire. Foto © Thinkstock

De focus zal worden gelegd op; milieu, energie, constructiemateriaal & constructiemethodieken, innovatie landbouw, telecommunicatie en transport & logistiek.
“Met deze intentieverklaring heeft Bonaire een nieuwe stap gezet in de richting van de diversificatie van haar economie. Ook worden er deuren voor ons geopend, zodat we in contact kunnen komen met diverse bedrijven en instituten in Europa en in onze regio, via CBOT. We zijn dan ook erg verheugd met deze nieuwe ontwikkeling”, aldus gedeputeerde Winklaar.

De belangrijkste punten uit de intentieverklaring betreffen, onderzoek naar:
• De opening van een dependance of nevenvestiging van CBOT op Bonaire van waaruit (inter)nationale kennisoverdracht kan plaatsvinden;
• De wijze waarop door Partijen nadere programmatische invulling en uitvoering kan worden gegeven aan ‘Blue Economy’, teneinde een economische impuls te bewerkstelligen voor Bonaire;
• De wijze van verenigen, mobiliseren en coördineren/aansturen van lokale belanghebbenden bij ‘Blue Economy’;
• Het verweven van bestaande (lokale) initiatieven met een programmering voor ‘Blue Economy’
• Het zoeken naar mogelijkheden voor samenwerking op de diverse deelgebieden van ‘Blue Economy’ met andere Caribische eilanden, waaronder in het bijzonder Aruba en Curaçao.

Begin van de zomer wordt duidelijk of bovengenoemde ambities op korte termijn gerealiseerd kunnen worden.

[van Bonaire Vandaag, 17 maart 2014]


zondag 16 februari 2014

BES

Bonaire slavenhuisjes

door Sheila Sitalsing

Je bent de minister die verantwoordelijk is voor de bijzondere gemeenten Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Je krijgt een onderzoeksverslag op je bureau. De beerputgeur walmt je tegemoet. Met dichtgeknepen neus ga je bladeren. Je leest wat je al wist: dat de man die jou daar representeert als rijksvertegenwoordiger er een puinzooi van maakt.

Hij heet Wilbert Stolte, CDA. Was ooit wethouder en heeft een politieke kruiwagen in de persoon van Hans Hillen. Voor een politieke benoeming aan de rafelranden van het Koninkrijk is dat een topzwaar cv. Op de eilanden wordt al tijden geklaagd over 's mans warme banden met de Union Patriótiko Boneriano (UPB), zusterpartij van het CDA en bevolkt door onfrisse lieden.

Wilbert Stolte, Ronald Plasterk, Lydia Emerencia. Foto © Belkis Osepa

Je leest dat de hoge Nederlandse ambtenaren met wie Stolte moet samenwerken hem diep wantrouwen. Dat ze elkaar grommend vanuit hun loopgraven beloeren. Dat de mensen op Bonaire zich afvragen wat Stolte in hemelsnaam eigenlijk doet. Dat ze hem op Saba en Sint Eustatius nooit zien omdat hij daar de stagiair heen stuurt op werkbezoek. Dat er geen communicatie is, geen samenwerking, niets. Haal die man daar weg, snel, zo besluit het advies.

Wat doe je dan? Je whatsappt het rapport onmiddellijk naar de Kamerleden die al tijden bezorgde vragen stellen over de wanprestaties van Stolte. Vervolgens neem je de KLM naar Kralendijk, alwaar je Stolte uit zijn strandstoel sleurt en terug naar Nederland schopt. Daarna ga je langdurig ‘sorry’ zeggen tegen de BES-eilanders.

Maar de minister die dit rapport op 18 november 2013 kreeg, stopte het in het mapje 'Kan blijven liggen'. Want er komt binnenkort nog een onderzoekje over de BES, dan kan de boel in een bundeltje naar de Kamer. In april of zo. En op 1 mei 2014 gaat Stolte conform eerdere afspraak toch al weg. Handig: dan is de angel bij voorbaat uit de discussie.

Een betrokkene die hier minder lichtvaardig over dacht, smokkelde het rapport naar het Antilliaans Dagblad, dat sinds 7 februari elke dag nieuwe heerlijke details uit het stuk opdist. En nu heeft Ronald Plasterk een probleem, want hij is de minister die het rapport - dat hij op 7 februari alsnog schielijk naar de Kamer stuurde - bijna drie maanden liet schimmelen in een mapje. D66 is boos en vroeg een Kamerdebat aan, de SGP steunde dat verzoek - van de constructieve oppositie hoeft Plasterk het niet te hebben.
Op het Binnenhof zal de affaire snel worden teruggebracht tot de overzichtelijke vraag: kan Plasterk zich een tweede 'sorry, ik had dit niet moeten doen' veroorloven?
...geen visie, geen sturing...
Foto © Michiel van Kempen

Voor de BES-eilanden houdt de tragiek daarmee niet op. Want het rapport gaat ook over onvermogen. Verbijsterend onvermogen van de Nederlandse politiek om een visie op de toekomst van de eilanden te formuleren, en van Plasterks ministerie om het BES-beleid vanuit talloos veel Nederlandse ministeries fatsoenlijk te coördineren. Er is geen visie, geen sturing, geen planning, geen inlevingsvermogen in elkaar.
Het Antilliaans Dagblad bedacht zelf vier basisvereisten voor verbetering van de relatie tussen hier en daar: 1. visie en toekomstperspectief; 2. één regisseur vanuit de Nederlandse overheid; 3. een permanente vertegenwoordiger van de BES-eilanden in Den Haag; 4. excuses aan de bevolking van Saba, Sint Eustatius en Bonaire. Nummer 1 is al te veel gevraagd.

[uit de Volkskrant, 14 februari 2014]

zaterdag 1 februari 2014

Bonaire krijgt prijs voor duurzaam toerisme

Bonaire, flamingo's. Foto © Thinkstock

Bonaire heeft in januari de QualityCoast BasiQ Award 2014 ontvangen, een internationale prijs voor duurzaam toerisme.  Uitt een totaal aantal van ruim 30 Caribische vakantiebestemmingen heeft een internationale jury Bonaire als beste bestemming aangewezen.

Bonaire onderwaterwereld. Foto © Thinkstock


Het oordeel van de jury is een bevestiging van de reputatie van Bonaire als absolute topbestemming wat betreft onderwaterleven, duiken en snorkelen voor het Caribisch gebied. De kust en het kustmilieu zijn van hoge kwaliteit. Hierin is het dus heel veel meer bekende Caribische bestemmingen de baas.


Flora & toerisme. Foto © Thinkstock
QualityCoast Awards

QualityCoast is een programma van de Europese vereniging Kust & Zee (EUCC) en wordt ondersteund door de Europese Unie. Doel van het programma is om badplaatsen duurzamer en milieuvriendelijker te maken en om inspanningen van gemeenten en bedrijfsleven te belonen.

Een aantal touroperators schenkt bijzondere aandacht aan de QualityCoast bestemmingen in hun vakantiebrochures en houden er ook rekening mee bij de selectie van hun vakantiebestemmingen.

[uit Knack Weekend.be, 27 januari 2014/ANP/MS]

Bonaire. Foto © Thinkstock


donderdag 19 december 2013

Dushi Willemstad van Ko van Geemert

door Eric de Brabander

Recent las ik een blog van de auteur van het boek Het Einde van de Antillen, van Freek van Beetz. Van Beetz was tot 2010 adviseur van de regering van de Nederlandse Antillen. De uitgever van het boek van van Beetz had een recensie-exemplaar gestuurd naar de Nederlandse kwaliteitskrant het NRC. Het boek werd door de redactie teruggestuurd met de vermelding dat de politieke geschiedenis die samenhing met de ontmanteling der Antillen niet direct het interessegebied was van de lezers van het NRC. De volgende dag stond er een uitgebreid en diepgaand artikel in het NRC over vermeende corruptie op Bonaire en de afluisterpraktijken van Nederland. Het artikel 'illegale spionage op Bonaire' verscheen in de editie van 21 november. Klaarblijkelijk lag deze corruptie wel binnen het genoemde interessegebied van de NRC-lezers, meende van Beetz.

Hij noemt de gedragslijn van de Nederlandse media wat betreft de voormalige Antillen hardnekkig. De interesse gaat niet verder dan moord, doodslag en corruptie op onze eilanden. Afstand nemen van ingesleten beeldvorming vraagt kennelijk teveel, zo gaat van Beetz door. Teveel tijd, teveel energie, teveel inlevingsvermogen. Het steekt de eilandbewoners terecht als van de eilanden afkomstige succesvolle sportlieden steevast als 'Nederlanders' worden geprezen en criminelen het etiket 'Antilliaan' krijgen opgespeld. Met de literatuur is het niet veel anders.

Tip Marugg
Zo kreeg een in Nederland wonend neefje van een patiënt van mij het idee om een scriptie te schrijven voor het VWO- eindexamen Nederlands over de schrijver Tip Marugg. De Nederlandse leraar reageerde geïrriteerd. De Antillen, daar komen toch alleen streekromans vandaan, zei hij. Het neefje zette door en de leraar was groots genoeg zijn gebrek aan kennis toe te geven en beloofde de boeken van onze grote schrijvers te gaan lezen. Voor mij behoren Tip Marugg en Boeli van Leeuwen tot de groten der Nederlandse literatuur. Zij horen thuis in het rijtje Harry Mulisch, Willem Frederik Hermans, Louis Couperus, Karel van den Woestijne en Hugo Claus, om er maar een paar te noemen.

Frank Martinus Arion. Foto © Klaas Koppe
De enige die voor het Europees Nederlandse publiek doorgebroken is, is Frank Martinus Arion. En maar met een enkel boek, Dubbelspel. Dubbelspel heeft alle karakteristieken van een streekroman, een uiterst vernuftige streekroman. Het boek geeft de Europese Nederlander inzicht in het denken van de tropische koninkrijksgenoot, het lezen van het boek geeft de Hollander houvast in onze maatschappij. Denkt hij. Want Dubbelspel ontleent niet alleen de titel aan het op Curaçao populaire dominospel. Het is de dubbele gelaagdheid, die de niet ingewijde gemakkelijk mist. Zonder dat het deert want het ingenieuze van het boek is dat het op twee manieren leesbaar is. Het verhaal zelf is boeiend genoeg, ook als de intrinsieke boodschap niet begrepen wordt.

Jan Brokken schreef een aantal jaren geleden het boek Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin.Voor dit cultuurhistorische werk had Brokken tien jaar lang onderzoek gedaan. Op virtuoze wijze beschrijft hij in dit boek de historie van de Antilliaanse muziek. Muziekminnend Nederland was verbaasd. Antilliaanse muziek, dat was toch oorverdovend negergeroffel op olievaten, geblaas op koeienhoorns en gerinkel met hoefijzers. Daar hoorden folkloristische dansen bij, uitgevoerd door mannen gehuld in meelzakken en vrouwen in fleurige jurken.
Brokken legde het verband tussen de culturen, de smeltkroes, die Curaçao al vijf eeuwen is en de muziek die deze heeft voortgebracht. Hij zorgde ervoor dat de Hollanders aan de overkant van de oceaan een inkijkje hadden in de veelzijdige historie van de Antilliaanse muziek en haar componisten. Holland reageerde eerst verbaasd en direct daarna enthousiast. Klaarblijkelijk hebben we een Hollander nodig om aspecten van onze onderbelichte cultuur naar Europa te brengen.

En nu maken we kennis met Ko van Geemert. Het boek van Van Geemert is een wandeltocht door het Willemstad van vroeger. Al lopende door de straten van Punda en Otrobanda vertelt van Geemert over de geschiedenis van de Curaçaose literatuur en laat daarbij geen auteur, de bekende als ook de minder bekende, onbesproken. In het boek Dushi Willemstad wordt niet alleen Curaçaose literatuur besproken, maar komt ook de culturele en sociale structuur van het eiland aan bod, met al zijn dilemma’s en de voor de buitenstaander moeilijk te doorgronden verhoudingen. Het boek is een zeer uitgebreide feitenverzameling. Van Geemert is erin geslaagd dit materiaal zodanig samen te stellen dat het boek eenvoudig leesbaar is, en de verhaallijn voelbaar blijft, als ware het een roman. De uitgever Bas Lubberhuizen is samen met van Geemert en zijn echtgenote, en een aantal literatuurminnende Nederlanders afgereisd naar Curaçao om het boek te presenteren. Deze presentatie vond in Avila plaats, waar de geest van Boeli van Leeuwen nog voelbaar is. De eigenaar van Hotel Avila, de Deen Nic Moller, was een intieme vriend van Boeli van Leeuwen en heeft aan het boek Dushi Willemstad een bijdrage geleverd over Boeli. Anderen die aan het boek hebben bijgedragen zijn Lucille Berry, Carel de Haseth, Jan Brokken en Wim Rutgers.
Lucille Berry-Haseth. Foto © Aart G. Broek
Op de kaft prijkt een prachtige foto van het Avila van vroeger. Mijn goede vriend Chris Winkel herkende direct zijn opa Gungu Maal op de achtergrond, de zonderlinge oogarts die het gebouw in de Penstraat kocht om er een oogkliniek van te maken, maar die er na zijn pensionering een pier voor liet storten en het hoofdgebouw omtoverde tot een een guesthouse. Het boek zelf is geïllustreerd met talloze foto’s, van de auteurs waarvan velen allang op het kerkhof, van historische momenten, van gebouwen.

Caribisch-Nederlandse literatuur kreeg in Nederland zelf nooit de aandacht die ze verdiende, net zomin als Caribische muziek. Veel van het schrijfwerk is door de auteurs zelf uitgegeven daar het door onze kleinschaligheid vrijwel onmogelijk is om met een locale uitgeverij een boterham te verdienen. In Nederland zijn er maar enkele uitgeverijen die een fonds hebben voor Caribische literatuur. Uitgeverij Conserve in Amsterdam, In de Knipscheer in Haarlem, en nu dus de uitgever Bas Lubberhuizen die met eigen ogen heeft kunnen aanschouwen dat er op Curaçao meer is dan in de Nederlandse mist gezien wordt.
Van Geemert schreef eerder de literaire stedengids Paramaribo Brasa!. Ook publiceerde hij Amsterdam en zijn schrijvers, Het einde. Wandelen rond eindhaltes van de tram in Amsterdam, en Dum Vivimus Vivamus, over de gelijknamige serie schilderijen van zijn zwager Jeroen Krabbé, welke laatste ook geen onbekende op ons eiland is.
Het boek Dushi Willemstad van Ko van Geemert is naar mijn mening nu al een historisch document. Omdat het van Geemert gelukt is om in een enkel geschrift de geschiedenis vast te leggen van 150 jaar Curaçaose literatuurgeschiedenis. Ik mag hopen dat dit boek veelvuldig uit bibliotheken geleend zal worden, op scholen zijn weg vindt, gaat dienen als studiemateriaal voor scripties Nederlands maar ook dat u het onder de kerstboom gaat vinden.

[Ontleend aan Antilliaans Dagblad, 17 december 2013, pp. 14-5.]

dinsdag 17 december 2013

Media laten een ingesleten beeld zien

Curaçao. Foto © Bea Moedt
door Freek van Beetz

Naar aanleiding van de recente aandacht rondom het Caribische deel van ons Koninkrijk hebben we auteur Freek van Beetz gevraagd een gastblog te schrijven.

“Voorlopig komt er geen recensie van uw boek”, kreeg ik dit voorjaar te horen van de NRC. Dat boek: Het einde van de Antillen, zou “alleen voor de echte liefhebbers van de politieke geschiedenis van de Antillen echt fascinerend zijn, maar de meeste lezers van NRC Handelsblad rekenen zich daar niet toe”. En zo serveerde de 'kwaliteitskrant' mijn met persoonlijke ervaringen doorweven kroniek van de recente politieke geschiedenis van het Koninkrijk af, een periode waar ook (Europees) Nederland politiek nauw bij betrokken was. Die staatsrechtelijk cruciale jaren culmineerden uiteindelijk op 10 oktober 2010 in de opheffing van het land de Nederlandse Antillen. Vanaf die datum zijn Sint Maarten en Curaçao ‘autonome landen’ binnen het Koninkrijk, dezelfde status die Aruba al vanaf 1986 geniet. De kleinere eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustatius gingen als ‘bijzondere gemeenten’ hechtere banden met Nederland aan.
Diezelfde NRC pakt deze weken groots uit met onthullende resultaten van onderzoeksjournalistiek: de betrokkenheid van Nederland en Nederlandse politici bij mogelijke corruptie op Bonaire. De eerste reportage “Illegale spionage op Bonaire” verscheen in de editie van 21 november. Dus nu niet alleen voor ‘echte liefhebbers’?
Cliché beelden worden bevestigd. Foto © EPA

Dergelijke reportages passen in een bestendige, bijna hardnekkige gedragslijn in de media: de eilanden in de voormalige Antillen zijn toch vooral publicitair interessant als er moord, doodslag en corruptie te melden valt. Overigens moet gezegd worden dat aan deze NRC-reportage uitvoerig en gedegen bronnenonderzoek ten grondslag ligt.

De aandacht in de Nederlandse media voor de politieke actualiteit in het Caribische deel van het Koninkrijk, kenmerkt zich in het algemeen niet door een grote mate van diepgang, belangstelling en betrokkenheid. Journalistieke nieuwsgierigheid moet het nogal eens afleggen tegen de aandrang binnen de gebaande paden te blijven: afstand nemen van ingesleten beeldvorming vraagt kennelijk teveel. Teveel tijd, teveel energie, teveel inlevingsvermogen. Een enkele uitzondering (zoals Dick Drayer, correspondent ter plekke) daar gelaten. Het steekt de eilandbewoners in de Cariben terecht dat de van de eilanden afkomstige succesvolle sportlieden steevast als ‘Nederlanders’ worden geprezen en criminelen het etiket ‘Antilliaan’ krijgen opgespeld. Fraude, criminaliteit en integriteitsvraagstukken bepalen het negatieve beeld.
Curaçaose dansgroep

Gemiste kansen
Van 12 tot 21 oktober bezochten koning Willem Alexander en koningin Maxima het Caribisch deel van het Koninkrijk. De lijst met ‘geaccrediteerde pers’ in het officiële programma vermeldt 7 fotografen, 5 journalisten van de schrijvende pers en 25 medewerkers van radio, tv en video, waarvan 8 verslaggevers. Maar liefst 37 personen zouden het bezoek verslaan.

En wat hebben die ons allemaal laten zien? Vanzelfsprekend veel geijkte beelden: zon, zee, volksdans en vrolijke mensenmenigten. En een koningspaar dat duidelijk zichtbaar genoot van de inzet, het enthousiasme en de spontaniteit van hun onderdanen aan de andere kant van de oceaan.

Voor zover de meegereisde journalisten daarvoor al de ruimte kregen van hun redactiechefs en netmanagers, kregen we in het journaal en in de nieuwsrubrieken maar bar weinig te horen en te zien over de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen sinds de wijzigingen in de staatkundige verhoudingen op 10 oktober 2010.
Voor nieuwsgierige nieuwsgaarders zou de recente geschiedenis voldoende aanleiding moeten zijn om te onderzoeken hoe het de eilanden en eilandbewoners sedertdien is vergaan. Het koninklijk bezoek bood een mooie en gepaste gelegenheid om de bestaande stereotype beelden te nuanceren en de kennis over dit deel van het koninkrijk te verdiepen. Die kans hebben de nieuwsmedia voorbij laten gaan.
...overbodig vakantiereisje...

In het veelbekeken acht uur journaal kwamen slechts sporadisch beelden van het bezoek – en dan nog in een flits - voorbij. Correspondenten in ‘Verweggistan’ krijgen daar doorgaans meer zendtijd toebedeeld voor lang niet altijd even diepgravende reportages (dansende aapjes op straat in Djakarta!). In sommige programma’s, bijvoorbeeld in RTL Late Night (met Umberto Tan), maakte de redactie het zich wel erg gemakkelijk: de reis van het Koningspaar werd, met het tonen van enkele plaatjes, lacherig afgedaan als een overbodig vakantiereisje. De NTR beperkte zich tot overigens goed gemaakte reportages: ‘Koningspaar in de Nederlandse Cariben’, die op drie achtereenvolgende vrijdagavonden tussen zeven uur en half acht werden uitgezonden, jammer genoeg niet echt ‘prime-time’.

Tegen die achtergrond valt de kritiek op de eilanden op de wijze waarop zij door de Nederlandse media en de Nederlandse politiek worden bejegend goed te begrijpen: ze worden maar al te vaak met meewarige blik en houding weggezet als ontwikkelingslanden, waar financiële steun in zakken van corrupte politici verdwijnt; eilanden die in de greep van de maffia lijken te worden weggezogen en waarvan we beter vandaag dan morgen afscheid van moeten nemen.

De media hebben de kans om een genuanceerder beeld te geven van de eilanden en hun bewoners voorbij laten gaan. Dat doet geen recht aan de positieve sfeer waarmee het koninklijk bezoek was omgeven en evenmin aan de inzet van velen op die kleine eilanden die met energie, maar met vaak beperkte mogelijkheden en middelen werken aan hun toekomst.

Wél geïnteresseerd in de achtergrond van de voormalige Nederlandse Antillen? Lees het boek van Freek van Beetz: Het einde van de Nederlandse Antillen.


[van Eburon, 28-11-2013]

donderdag 21 november 2013

Politici Bonaire illegaal bespioneerd door AIVD

Kralendijk/Willemstad — De partijleider van de UPB, Ramonsito Booi, en gedeputeerde Burney el Hage werden tussen 2005 en 2010 bespioneerd door de Nederlandse inlichtingendienst AIVD. De spionage vond plaats tijdens onderhandelingen over de staatkundige hervormingen van Bonaire.

Het betrof een illegale operatie die verborgen gehouden werd voor het toenmalige Antilliaanse kabinet. Dat blijkt uit onderzoek van NRC Handelsblad (NRC).

De AIVD mocht op Antilliaans grondgebied alleen gelegitimeerd inlichtingen- en veiligheidsoperaties ontplooien, indien hiervoor toestemming was verleend door de premier van de Antillen of door het hoofd van de lokale veiligheidsdienst VNA. Bovendien had de operatie onder supervisie en verantwoordelijkheid van de VNA moeten worden uitgevoerd.

Etienne Ys, die tot 2006 premier was van de Nederlandse Antillen, zegt desgevraagd niet op de hoogte te zijn geweest van deze operatie. Sterker nog, hij heeft nooit een verzoek van de AIVD ontvangen om dergelijke operaties uit te voeren.

Bonaire


Voormalig hoofd van de lokale veiligheidsdienst VNA Edsel Gumbs was hiervan niet op de hoogte. Hij heeft tussen 2006 en 2010 veel gesprekken gehad met vertegenwoordigers van de AIVD, maar spionage van politici op Bonaire maakte nooit deel uit van die gesprekken. Dit zei hij tegenover radio Z86.
Ramonsito Booi

Oud premier Emily de Jongh-Elhage (2006 tot met 2010) was niet bereikbaar voor commentaar. Tegen NRC zei Elhage van het nieuws te zijn geschrokken. Ze wist van niets.

De Nederlandse krant meldt verder dat de top van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) wel bekend was met de AIVD-informatie. Desondanks gingen de onderhandelingen met dezelfde politici over de aansluiting bij Nederland door. Dit is volgens oud-premier Ys ook niet raar. De onderhandelingen werden gevoerd met de door het volk gekozen leiders, die toen nog niet verwikkeld waren in een strafrechtelijk proces, legt hij uit.
NRC meldt verder dat de AIVD actief werd nadat de meerderheid van de bevolking van Bonaire zich in 2004 in een referendum had uitgesproken voor een directe band met Nederland. Dat voor het Antilliaanse kabinet verzwegen werd dat politici op Bonaire bespioneerd werden, had volgens bronnen rond het ministerie van BZK, mede te maken met de positie van Burney el Hage. Hij maakte tussen 2006 en 2007 als minister van Economische Zaken deel uit van het kabinet. In 2008 werd een definitief akkoord over de staatkundige hervormingen van de Nederlandse Antillen tijdens een conferentie met staatssecretaris voor Koninkrijksrelaties Ank Bijleveld (CDA) bereikt.


Zambezi
Het onderzoek ‘Zambezi’ is op verzoek van de procureur-generaal van de toenmalige Nederlandse Antillen door de Rijksrecherche uitgevoerd. Volgens het OM werd het onderzoek ingesteld, omdat uit het onderzoek Fiji van het Recherche Samenwerkingsteam (RST) feiten naar voren waren gekomen, die wezen op aantasting van de integriteit van het openbaar bestuur van Bonaire. Op 8 september 2009 hebben er in ‘Fiji’ diverse huiszoekingen door de rechter-commissaris (RC) plaatsgevonden, onder meer in de woning van Booi en El Hage die daarbij werden aangemerkt als verdachten van onder meer betrokkenheid bij witwassen, valsheid in geschrift en ambtsmisdrijven.
Nadat de RC in 2010 heeft bepaald dat het onderzoek van het OM voor 1 november 2010 moest stoppen, heeft de Fundashon Bon Gobernashon het hof in maart 2011 verzocht het onderzoek te hervatten. Bij beschikking van 14 juni 2011 heeft het hof aanleiding gezien om het onderzoek in de raadkamer te hervatten en heeft vervolgens op 13 september 2012 de vervolging gelast. Naar aanleiding van voormelde vervolgingsopdracht heeft het OM nader onderzoek laten verrichten door de Rijksrecherche en is eindproces-verbaal opgemaakt.

Bonaire


Inmiddels zijn de verdachten Booi, diens echtgenote en El Hage gedagvaard voor een regiezitting die aanstaande maandag plaatsvindt op Bonaire. El Hage wordt beschuldigd van corruptie en van hypotheekfraude rond de bouw van zijn woning. Booi zal terechtstaan voor vier corruptiefeiten en valsheid in geschrifte. Het gaat hier om een vervalste notariële transportakte.
Burney El Hage

De verdachten zouden een verzoek kunnen indienen aan de rechter om het OM niet-ontvankelijk te verklaren, als blijkt dat de bewijzen op een onrechtmatige manier zijn verkregen. Het is nog niet bekend of hun advocaat Gert-Jan Knoops dit ook zal doen. Hij laat in een korte reactie weten kennis te hebben genomen van de NRC-publicatie en dat hij zich tijdens de regiezetting hierover zal uitlaten. “Wij zijn thans doende een en ander nader uit te zoeken”, voegt hij daaraan toe.

[uit Amigoe, 21 november 2013]


zaterdag 16 november 2013

Tropisch Koninkrijk


Felix de Rooy en Kirk Claes - Las tres potencias: Negro Felipe, Maria Lionza, Indio Guacaipuro, triptiek (2013).
Foto Ruben de Heer


De tentoonstelling Tropisch Koninkrijk in Museum de Fundatie in Zwolle vindt plaats in het kader van de viering ‘200 Jaar Koninkrijk’ en geeft een uitgebreid overzicht van de hedendaagse beeldende kunst van Aruba, Curaçao, St. Maarten, Bonaire, Saba en St. Eustatius. Met werk van twintig kunstenaars presenteert het museum een grote variëteit aan kunstvormen: van klassieke schilderijen tot moderne installaties. Een aantal kunstwerken wordt speciaal voor de tentoonstelling op locatie gemaakt. De Nederlands-Caribische kunst onderscheidt zich door haar sterke internationale oriëntatie en multiculturele gelaagdheid.

Heleen Cornet, Mount scenery (2012)


‘Cross culture and cross time’
Tropisch Koninkrijk brengt de laatste artistieke ontwikkelingen op de voormalige Nederlandse Antillen onder de aandacht. Het gaat om internationaal georiënteerde schilder- en beeldhouwkunst, video, film, fotografie, keramiek en installaties. De kunst van de Caraïben wordt vooral in Midden-Amerika getoond, onder andere op de biënnales van Santo Domingo en Havanna. Kenmerkend is de zoektocht van de bewoners van de verschillende eilanden naar een eigen identiteit. Curaçaoënaar Felix de Rooy vatte de kern van deze zoektocht samen met de slogan: ‘Cross culture and cross time’.
Elvis Lopez - She devil (2005)

Een bepalende factor in de kunst van de Nederlandse Caraïben is de Afrikaanse- en Indiaanse erfenis. Daarnaast manifesteert zich binnen de mix van culturen de invloed van Nederland en Europa en ook die van het Midden-Oosten, want sommige kunstenaars op Curaçao en Aruba hebben Joodse en Libanese voorouders. Belangrijke thema’s, behalve de diaspora, zijn geschiedenis, religie, mythen en gebruiken, alsook de huidige sociaal-politieke situatie en niet te vergeten de overweldigende natuur. In veel gevallen ontstaat een boeiend spel van ‘fusions’ en een multiculturele gelaagdheid die de unieke positie van de zes Caribische eilanden in het Koninkrijk der Nederlanden onderstrepen.

Yubi Kirindongo - Comader Rais (2011)


Verf, brons en sumpiñas
De twintig kunstenaars op de tentoonstelling gebruiken de meest uiteenlopende materialen, van traditionele media als verf en brons tot afvalproducten en organisch materiaal. Zo maakt Herman van Bergen speciaal voor Tropisch Koninkrijk een reusachtige muur van sumpiñas, de typische doornstruiken van Curaçao. Hij geeft daarmee een stekelig commentaar – ook letterlijk – op de in meerdere opzichten gespleten gemeenschap op zijn eiland. Heleen Cornet toont een reeks poëtische aquarellen op doek, gemaakt in het tropisch regenwoud van Saba. Zij laat daarbij geluiden van de eilandbewoners overgaan in klassieke muziek van Benjamin Britten. Yubi Kirindongo is in Nederland onder meer bekend van zijn deelname aan ‘ArtZuid 2011’ in Amsterdam. Werk van zijn hand bevindt zich in de collectie van museum Beelden aan Zee en is als langdurig bruikleen te zien in de beeldentuin van Museum de Fundatie bij Kasteel het Nijenhuis in Heino/Wijhe. David Bade werd uitgenodigd voor ArtZuid 2013. In 2010 was een overzicht van zijn werk te zien in het GEM in Den Haag. Voor de beeldentuin van Museum de Fundatie maakte hij in 2012 de sculptuur Ins Blaue, de kolossale oranje ridderfiguur, die jaarlijks afreist naar het Lowlands-festival in Biddinghuizen. Beide kunstenaars tonen op de expositie in Zwolle hun meest recente werk.
René Emil Bergsma - Mysticism (1991)

Eerste museale overzicht
Tropisch Koninkrijk is het eerste grootschalige museale overzicht in Nederland van de hedendaagse beeldende kunst van alle zes eilanden in het Nederlands-Caribische gebied. In totaal zullen zo’n 130 objecten geëxposeerd worden. Bijzondere aandacht gaat uit naar de specifieke ontwikkelingen en achtergronden van deze kunst, waaronder de relatie met Nederland. De van oudsher sterke culturele band tussen Nederland en de overzeese gebieden blijkt onder meer uit de nauwe samenwerking van het Instituto Buena Bista op Curaçao en Ateliers 89 op Aruba met verschillende kunstacademies en andere Nederlandse kunstinstellingen. Instituto Buena Bista is officiëel partner van KABK, Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag.
Halssieraad van Evelien Sipkes

Tropisch Koninkrijk werd samengesteld door kunsthistoricus en publicist Maarten Jager. Hij selecteerde de volgende kunstenaars: David Bade, Herman van Bergen, René Emil Bergsma, Ruben La Cruz, Yubi Kirindongo, Tirzo Martha, Felix de Rooy & Kirk Claes, Evelien Sipkes, Ellen Spijkstra (Curaçao); Ciro Abath, Stan Kuiperi, Elvis Lopez, Osaira Muyale en Ryan Oduber (Aruba); Nochi Coffie en Winfred Dania (Bonaire); Ras Mosera (St. Maarten); Heleen Cornet en Glenda Heyliger (Saba); Magumbo Muntu (St. Eustatius).

Bij de tentoonstelling verschijnt een drietalige catalogus (Nederlands / Papiaments / Engels), met bijdragen van Maarten Jager, Adi Martis, Felix de Rooy en Maaike Staffhorst, die wordt uitgegeven door Uitgeverij de Kunst. Tropisch Koninkrijk is mede mogelijk gemaakt met steun van de Provincie Overijssel en het Prins Bernhard Cultuurfonds. Hoofdsponsor is Koninklijke De Gruijter & Co., overige sponsors zijn Maduro & Curiel’s Bank N.V. en BCD Holdings.

Museum De Fundatie, Zwolle, van 29 november 2013 t/m/ 16 maart 2014

donderdag 24 oktober 2013

Literaire middag Dutch Caribbean Book Club

Het zout van Bonaire

Dutch Caribbean Book Club nodigt u uit voor een literaire middag op zaterdag 9 november 2013 van 12.00 tot 16.00 uur in Theater De Vaillant Den Haag. Heeft u de roman Mijn zuster de negerin van Cola Debrot gelezen? En wilt u deelnemen aan een boeiende discussie waarbij Walter Palm als discussieleider zal optreden? Bezoek dan deze literaire middag.
1e druk van Mijn zuster de negerin (1935)

Ook het boek Bonaire, zout en koloniale geschiedenis van Boi Antoin en Cees Luckhardt komt aan de orde. Cees Luckhardt geeft een lezing hierover. We zullen tevens stilstaan bij het heengaan van Jules de Palm. Alwin Toppenberg zal een ‘in memoriam’ uitspreken. In november bestaat Dutch Caribbean Book Club 1 jaar. We blikken terug op onze activiteiten en kijken vooruit naar onze bijeenkomsten in 2014. Dansgroep Caribbean Dance Flamboyan zal acte de présence geven met dansstijlen als de Seú en de onvergetelijke Remailo.

Aanmelden: dutchcaribbeanbookclub@gmail.com
Toegang: € 5,00
Datum: zaterdag 9 november 2013 van 12.00 tot 16.00 uur
Locatie: Theater De Vaillant, Hobbemastraat 120, 2526 JS Den Haag
Routebeschrijving: http://www.devaillant.nl/over-het-theater/adres-en-openingstijden/item172 Parkeren: In de omgeving van Theater De Vaillant kunt u van 9.00-24.00 uur alleen tegen betaling parkeren. Pinnen of chippen.

Bezoek onze website: www.dutchcaribbeanbookclub.wordpress.com