Posts tonen met het label Visser Marieke. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Visser Marieke. Alle posts tonen

woensdag 23 oktober 2013

Karin Amatmoekrim in Suriname

V.l.n.r. Karin Amatmoekrim, Chandra van Binnendijk, Marieke Visser, Tessa Leuwsha. Foto Marcel Accord
Afgelopen zaterdag, 19 oktober, hield Karin Amatmoekrim haar nieuwe, vijfde roman, De man van veel, ten doop in Suriname, in hotel Torarica. Het boek gaat over een psychotische periode die Anton de Kom in zijn leven doormaakte. Wat de biografische feiten betreft steunt het sterk op de De Kom-biografie van Rob Woortman en Alice Boots, maar Amatmoekrim gebruikt haar eigen verbeelding om op te roepen wat De Kom doormaakte.

woensdag 20 februari 2013

Geschiedenis vrijmetselarij Suriname te boek gesteld


door Joop Vernooij

In november 2011 bestond de vrijmetselaarsloge Concordia, de oudste van Suriname, 250 jaar. De oorsprong van de vrijmetselarij in het algemeen ligt in de late middeleeuwen toen gildes, verenigingen van vakgenoten, ontstonden. De bouwvakkers gebruikten hun werkgereedschap als symbolen voor hun vereniging die zich rond 1717 - 1720 vormde en inmiddels is uitgegroeid tot een wereldbroederschap. Met een vakvereniging heeft de vrijmetselarij nu niets meer van doen.
De loge is het pand waar de bijeenkomsten worden gehouden. Er wordt aparte kleding gedragen en er vinden allerlei rituelen plaats. De orde maakt veel gebruik van symboliek, zoals getallen en tijdsaanduidingen, maar ook van symbolen van de oude vakvereniging zoals de passer en winkelhaak. Zij is alleen toegankelijk voor leden, wat haar enigszins exclusief en geheimzinnig maakt.

Personeel van het Roode Kruis voor het 'Nepveu-huis' aan de Gravenstraat, waar de Loge Concordia was gevestigd. Collectie Surinaams Museum


Het bestuur van Loge Concordia heeft de journalisten Marieke Visser en Chandra van Binnendijk gevraagd een gedenkboek samen te stellen op basis van haar 250-jarig jubileum. De keuze voor deze auteurs is opvallend, omdat de vrijmetselarij een mannenaangelegenheid is en wil blijven. De jubilerende Loge Concordia wil met dit boek de Surinaamse gemeenschap inzage geven in haar doen en laten, omdat er veel geheimzinnigheid heerst en onwaarheid over haar de ronde doet. Soms is er zelfs sprake van grove vooroordelen van niet-ingewijde tegenstanders. De vrijmetselarij in Suriname heeft bovendien te maken met de krimp van haar ledental. Met een informatieve publicatie zouden jongeren geïnteresseerd kunnen raken.
Munt geslagen voor Loge Concordia 1761-1986

Behalve in de literatuur vonden de auteurs informatie bij het Cultureel Maçonniek Centrum in Den Haag en hebben zij een mooi aantal interviews afgenomen. Bovendien hebben ze interessante illustraties op de kop weten te tikken. Het resultaat is een zeer fraai en vakkundig uitgegeven boekwerk met mooie foto’s en afbeeldingen. De kaft toont op de voorkant de klopper van de hoofddeur van loge Concordia en op de achterkant een afdruk van het schilderij Alziend Oog van Arend Veninga. Op het wapen van Loge Concordia staat de Latijnse tekst Concordia creat felicitatem, eenheid van hart schept geluk. De datum van uitgave staat volgens de tijdrekening van de vrijmetselaars vermeld: ‘de 17e dag van de 9e maand in het jaar 6011 A.L’. Provinciaal Grootmeester Hans Hanenberg heeft het voorwoord geschreven (pp. 7-9).

Tijdens de bijeenkomsten in de loge wordt gediscussieerd en worden lezingen gehouden. Mannen kunnen het lidmaatschap aanvragen en ondergaan vervolgens een introductietijd. Er zijn allerlei taken of ambten te vervullen zoals een provinciaal grootmeester, provinciaal groot-secretaris, thesaurier of meester van eer. De loge is een plaats voor groei in wijsheid, een plaats van dienstbaarheid en biedt een weg naar persoonlijke volmaaktheid. Bij de vrijmetselarij is sprake van een ontwikkeling van eigen, humane spiritualiteit, waarin religie een plaats heeft en gerespecteerd wordt. Het gaat om de groei van het geestelijk leven en de orde heeft daarentegen niets van doen met haat, bestrijding van andere groepen of het uitschakelen van mensen. De broederschap is universeel: logistiek en spiritueel.

Het huis van gouverneur Jan Nepveu, Gravenstraat 9, waar later de Loge Concordia was gevestigd, en nog later de Staten van Suriname hun intrek namen; foto uit de collectie Surinaams Museum

Loge Concordia is in 1761 gesticht door toenmalige Nederlanders in de kolonie Suriname. Notaris Samuel Nassy, in 1684 als zodanig door gouverneur Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck benoemd, had in zijn zegel duidelijke symbolen van de vrijmetselarij, zodat men kan aannemen dat hij een van de eerste vrijmetselaars in Suriname is geweest. De loge kon dankzij het contact met het hoofdbestuur in Nederland worden opgericht. De activiteiten waren wisselend en soms op een laag pitje. Een interessant detail is dat de katholieke missie in de tweede helft van de negentiende eeuw het gebouw van Loge Concordia in de Saramaccastraat voor f. 7.000.- kocht en er de Rosakerk van maakte.

De Rosakerk in Paramaribo. Foto Sensaos


Behalve Loge Concordia bestaan er in Suriname de Loges De Stanfaste nr. 238, De Gouden Driehoek nr. 245 en De Provinciale Grootloge Suriname; ze zijn allemaal tussen 1964 en 1970 opgericht. Bovendien bestaat sinds 1917 in Suriname het instituut van Gedelegeerde van het Hoofdbestuur.
De loges bestonden lange tijd alleen uit witte mensen. Frank Essed en Jules Sedney waren de eerste Surinaamse kleurlingen die lid werden. De strikte organisatie, de vervulling van de ambten en de behoefte aan geestelijke groei maken dat de loges het goed doen, maar graag versterking nodig hebben. Loge Concordia heeft veertig leden.

De auteurs hebben in het bijzonder aandacht voor de ontwikkelingen in de negentiende en twintigste eeuw en voor de meest recente historie. Ze laten zien dat de ontwikkelingen rustig en waardig zijn verlopen, zonder zwakke perioden of feiten. De interviews springen er letterlijk uit door de grijze kleur van het papier. De pas negentig jaar geworden Jules Sedney spreekt over zijn leven als vrijmetselaar. Hij merkt op dat de rituelen wellicht meer protestanten dan katholieken trekken. Volgens hem is de vrijmetselarij een verrijking in de samenleving die op zoek moet naar haar geestelijke groei; dat zou verloedering tegengaan. Natuurlijk kan, zo stelt hij, de samenleving zonder religie en vrijmetselarij, maar zij maken de samenleving geestelijk rijper en rijker. Regie Kort geeft eveneens zijn visie op zijn persoonlijke groeien, en ook zijn vrouw Cornelie Kort, John Tjon a Meeuw, Terry Rustwijk, Rob Buth, Hetty Fazal Ali Khan, Fred Watson, Bram Brandon, Agnes de Miranda, Glenn Sedney, Tim van Ommeren en Charles de Back komen aan het woord. Verder is er enige aandacht voor de overleden leden: Julius Dennert (1898-1963), dominee Christoffel Paap (1909-1999), Frank Essed (1919-1988), Pretap Radhakishun (1934-2001), Frits Tjong-Ayong (1912-1993), John Thijm (1916-2006), Baltus Lochem (1924-2010) en John de Miranda (1931-2010). De leden stralen een sereen en zelfbewust karakter uit. Hun keuzes dwingen respect af. Opvallend is dat Rob Butt, actief in de katholieke gemeente, aan het woord komt om te bewijzen dat de eeuwenlange weerstand van de katholieke kerk voorbij is.

De auteurs hebben een lijst met de belangrijke data (pp. 114-115) opgenomen en een lijst met de voorzittende meesters, de provinciaal grootmeesters en gedelegeerden (pp. 116-117). Deze uitgave is naar vorm en inhoud een aanwinst. Er blijven ook vragen, want hoe dachten de vrijmetselaars over slavernij en hoe zij stonden tegenover de afschaffing daarvan? Hoe zag de vrijmetselarij het koloniaal bewind en wat vond zij van de positie van contractarbeiders uit Azië? Die vragen kunnen andere onderzoekers gaan natrekken.

Marieke Visser & Chandra van Binnendijk, Bouwstenen voor een betere wereld; 250 jaar vrijmetselarij in Suriname. Paramaribo: Leo Victor, 2011. 120 p., isbn 978 99914 7 139 6.

[uit Oso 2012.1]



maandag 7 januari 2013

‘TOR. A People’s Business’: ‘We zijn veel meer dan een hotel’

door Jerry Dewnarain
Kunstwerk van Noni Lichtveld bij de entree van Torarica

Torarica werd op 10 juli 2012 vijftig jaar. Het is een hotelbedrijf waar we niet omheen kunnen: het heeft een gevestigde reputatie. Het hotel heeft een 24 uurs-business en speelt een belangrijke rol in de Surinaamse samenleving. Bij het plannen van het jubileumjaar begin 2011 werd daarom besloten een gedenkboek uit te geven, een present voor de gemeenschap. Waarom een boek voor de samenleving? Hoe betrokken is Torarica bij de samenleving of andersom? TOR. A People’s Business. Een halve eeuw Hotel Torarica kwam uit in december 2012. Chandra van Binnendijk en Marieke Visser hebben een memorandum geschreven waarin de vijftig jaar geschiedenis van dit 100% Surinaams bedrijf is vastgelegd.

De pier van hotel Torarica


Cynthia Mc Leod gaf het boek een toegevoegde waarde met haar historische verhalen over de omgeving van Torarica, de Combé. Deze historische beschrijving van Torarica’s locatie maakt onder meer duidelijk dat de Combé vroeger een chique buitenplaats was voor rijken.

Café Het Koffiehuis, Torarica, 1962, architect P.J. Nagel

Het boek telt acht hoofdstukken en bevat interessante feiten, levendige interviews, prachtige pentekeningen, sfeervolle foto’s op glanzend papier en boeiende historische vertellingen en anekdotes. Zo’n anekdote staat op pagina 63: Aan de achterzijde van het Pool Terrace staat al tachtig jaar een bekende boom: een amandelboom. Deze amandelboom stond vroeger langs de oever van de Surinamerivier. De omgeving stond toen al bij velen bekend als de Kleine Combé. ‘In de periode 1920 - 1940 stond onder deze zelfde amandelboom een keet met een houten vloer. In het weekend speelde er een orkest en de jeugd van Paramaribo verzamelde zich hier bij deze uitspanning, Halikibe genaamd, om te genieten van de muziek en van elkaar. De naam Halikibe (...) roept bij vele senioren herinneringen op uit hun tienerjaren, bijvoorbeeld van jeugdliefde of van... Bububitsjori, een bekende fanatieke danser van toen. Hij was zo lelijk dat niemand met hem wilde dansen. “Je gedraagt je als een Halikibe-prinses!” was een verwijt aan al te uitbundige tieners. (...) Voor tien cent per persoon kon je één keer dansen in de keet Halikibe. (...) Het meisje dat “Halikibe-prinses” genoemd werd, was de favoriet.’

Muurschildering in Torarica met de bevolkingsgroepen van Suriname


Het boek is voor zowel de huidige generatie als voor ons nageslacht een (sociaal) naslagwerk dat het ontstaan, de groei en de rol van een halve eeuw Torarica beschrijft en herinneringen oproept. TOR. A People’s Business vertelt niet alleen over de geschiedenis van Torarica als bedrijf, maar veel meer onderwerpen komen aan bod, zoals de kunstcollectie die het hotel heeft opgebouwd in de loop der jaren. Uiteraard komt ook de bouwgeschiedenis van het hotel ter sprake. Dat de samenleving betrokken is bij het wel en wee van Torarica blijkt uit het volgende. Als wordt besloten om bijvoorbeeld de lobby te renoveren, moet rekening gehouden worden met zijn originele kleur of de kleur van de stoelen, enzovoort. Deze ruimte met zijn meubels roept heel wat nostalgie op. Velen zijn getrouwd in dit hotel, feesten en shows zijn er georganiseerd. Veranderingen aan het gebouw kunnen dus niet zomaar plaatsvinden. Er wordt rekening gehouden met de gemeenschap. Er bestaat immers heel veel emotie van Surinamers en buitenlanders rond het begrip Torarica. Daarom ‘A People’s Business’!


Belangstelling voor TOR

Elk hoofdstuk maakt steeds een andere boeiende kamerdeur open. TOR. A People’s Business is geen standaard gedenkboek, het geeft geen opsommingen van allerlei bezettingsgraden van de hotelkamers door bezoekers. Een aantal facetten is in kaart gebracht. In het eerste hoofdstuk krijg je de 24 uurs-service te zien, alles wat er gebeurt achter en voor de schermen. Naarmate je verder leest, krijg je steeds meer pareltjes of gouden weetjes aangereikt, het wordt duidelijk dat vijftig jaar Torarica geworteld is in de Surinaamse samenleving en professioneel inspeelt op de behoeftes van toeristen en de economische ontwikkeling in het land zelf. Dit is een waardevol aspect dat door de schrijvers is vastgelegd. Bovendien leggen de foto’s van veel bekende artiesten, missverkiezingen en andere foto’s een stukje sociale geschiedenis van het land vast.
Verkiezing Miss India Suriname, in Torarica, 2006

Zoals die van de jaren tachtig. In die periode beleefde het hotel een zeer slechte tijd en toch sloot het zijn deuren niet. Dit gedenkboek geeft veel meer informatie dan vijftig jaar geschiedenis. De samenstellers hebben zich namelijk ook beziggehouden met de vraag hoe het leven in Paramaribo was voordat Torarica bestond, vóór 1962 dus. Waar logeerden de toeristen voorheen? Middels interviews blijkt dat vele pensionnetjes, die hun eigen huisregels hadden, de toeristen opvingen. Hoge gasten zoals koninklijk bezoek, potentiële handelaren en investeerders werden opgevangen dankzij de Surinaamse gastvrijheid. Maar doordat er adequate en professionele opvang ontbrak, werd de roep om een goed hotel op te zetten groter. De bouw van de stuwdam (eind jaren vijftig) en andere sociaaleconomische ontwikkelingen zorgden voor een serieus plan om Hotel Torarica te bouwen. Die bouw duurde bijna twee jaar. Prinses Irene verrichtte op 10 juli 1962 de opening. Dat Torarica veel meer is dan een hotel komt goed uit de verf in dit gedenkboek. TOR. A People’s Business is een hebbeding voor elke boekenkast! 

Chandra van Binnendijk & Marieke Visser: TOR. A People’s Busines. Een halve eeuw Hotel Torarica met historische verhalen van Cynthia Mc Leod. Paramaribo, 2012. ISBN 978-99914-7-183-9

maandag 9 januari 2012

Vrijmetselarij in boekvorm

Op woensdag 11 januari wordt Bouwstenen voor een betere wereld; 250 jaar Vrijmetselarij in Suriname gepresenteerd. Het boek is samengesteld door Chandra van Binnendijk en Marieke Visser. In de Ware Tijd van zaterdag 7 januari 2012 verscheen een lovende recensie over het boek van de hand van Joop Vernooij. De Vrijmetselarij is een voornamelijk spirituele beweging ontstaan uit de bouwvakkersgilden in de Europese Middeleeuwen. De Vrijmetselarij bestaat al 250 jaar in Suriname. Ordes als de Vrijwetselarij hebben door de in 2003 verschenen bestseller De Da Vinci Code van Daniel Brown wereldwijde aandacht gehad. Ook in Suriname hangt om de Loges en sfeer van geheimzinnigheid. Met dit boek wordt een tip van de sluier gelicht.

De presentatie is om 19.30u. De columnist Giwani Zeggen interviewt de schrijfsters en enkele actieve Vrijmetselaars.
Locatie: Loge Concordia, hoek Van Idsingastraat / Kwattaweg, Paramaribo

zaterdag 15 januari 2011

Naschriften Paramaribo Perspectives

Zojuist verschenen: Paramaribo Perspectives. In het boek zijn de naschriften gebundeld van vijf auteurs over de gesprekken in de context van de tentoonstelling Paramaribo Perspectives. Met bijdragen van Ozkan Golpinar, Marieke Visser, Aspha Bijnaar, Leon Wainwright en Charl Landvreugd.

woensdag 24 november 2010

Een bijzondere avond

door Karin Lachmising & Marieke Visser

Traag bewegen we ons om en door het huis, in cirkels. De fatubangi die Roberto Tjon A Meeuw maakte proberen we nog maar een keertje uit. Wat we voelen is soso lobi, the power of love. We hangen slingers van lampjes tussen de palmbomen. Zetten de stoelen klaar, dicht bij de nu uitgelichte reuzenbank. Dan nog snel naar boven, even iets uitprinten, maar eerst het juiste lettertype kiezen, de mooiste kleur voor het font bepalen. Vervolgens op zoek naar een passende ketting en er één vinden waaraan echter een schakeltje ontbreekt – snel nog repareren dus. De man in huis vraagt bevreemd waarom dat nu moet, waarom nu juist die ene ketting waarmee iets mis is? Nou, gewoon, omdat het die moet zijn. En niet een andere. We kijken of het sap koud is, de mini-dyogo’s op ijs liggen en of de chutney voor de bara’s in een leuk schaaltje gedaan is.

Wij, Karin Lachmising en Marieke Visser, leggen de laatste hand aan de Wan Tru Puwema Unplugged-avond, de eerste Make It Happen-avond, in het Hermelijn & family-huis te Boxel, aan de Surinamerivier. En dan, na de laatste puntjes op de i gezet te hebben, zitten we ontspannen op de bank, omringd door gezellige kussens. Via telefoontjes en sms’jes volgen we de worsteling met een vastgeroeste lekke band van degene die de avond voor ons aan elkaar zal praten: Reina Kolf-Telgt. We maken ons niet druk: ze zal er in slagen om toch hier te zijn. En zo niet, dan niet. We rangschikken de spiegeltjes van George Struikelblok, onderdeel van een kunstinstallatie die hij graag wil delen met de Unplugged-gasten. Om het huis gaat het steeds harder waaien, de grijze wolken komen opeens vanuit het hemelblauw aandenderen. Eerder was er een telefoontje uit de buurt van Lelydorp: bliksem, donder, hevige regen. Een sms’je uit de stad volgt: “GT T NG DR? HR NOODW3R!”

Karin Lachmising en Marieke Visser vangen wind en zonnestralen op de fatubangi van Roberto Tjon A Meeuw. Foto © Karin Lachmising, 2010

Uit het blog van Karin Lachmising: “De fatubangi stond schoon te wassen in de hevige regen. Ik lag binnen op de bank languit ... en langzaam susten hevige bliksemflitsen en zware neerstortende druppels mij in een diepe slaap zoals ik die in geen dagen had gehad. Het was alsof de hemel zich klaar maakte, samen met ons, om de energiegolven die zouden komen goed te geleiden … Het was een lawaai van jewelste daar in de hemel. Alles moest op orde gebracht worden. Alles in place. Want daar in Boxel zou het gebeuren. Daar kwamen mensen bij elkaar die al heel lang gewacht hadden om bij elkaar te komen, ook al wisten ze dat niet.”

In deze tijd van digitale connecties, facebook friends & chat dates lijkt het een waar geschenk, eveneens uit de hemel, om ruim vijftig mensen te verwelkomen tussen bliksemflitsen en regenstormen door. De fatubangi van Roberto staat niet eenzaam, maar als een krachtige totempaal in de tuin, die de elementen trotseert en inspiratie uitstraalt. En zo voelt het voor alle bezoekers van de Boxel-avond, die opeens Out of the Boxel-avond genoemd wordt. Een avond midden in de Wan Tru Puwema-week rond het thema meertaligheid. Op deze Unplugged-avond is het de bedoeling dat vooral de nadruk op al het andere dan de woorden komt te liggen: het ongezegde, de taal van de muziek, het niet-verstaanbare, het voelbare. ‘Laat je senses spreken’, zoals Reina zo mooi zegt: alle zintuigen worden ingezet.

En allemaal zijn ze er, vanuit diverse windstreken zijn ze aan komen waaien: van woordkunstenaars tot percussionisten, van liedzangers tot dramaturgen, van gitaristen tot poëten, visuele kunst en orale literatuur. De avond is het antwoord op wat er gemist is zonder dat we het wisten. Het naar elkaar luisteren, elkaar ‘sensen’, het van elkaar leren, het horen van elkaar en daarna de connecties maken die hieruit vanzelfsprekend uit voortvloeien. Dit bij elkaar zijn dwingt je om jezelf op hogere niveaus te begeven, drempels te overbruggen, de lat hoger te leggen. Het maakt het mogelijk om na te denken over datgene wat je brengt, er met anderen over te discussiëren en de uitdaging aan te gaan om het onder een kritische blik verder te ontwikkelen. Is dit het niet wat in de jaren zestig zo een push heeft gegeven aan literaire en visuele kunst, aan gedachtevorming op welk gebied dan ook: politiek, kunst, wetenschap?

De inheemse groep onder leiding van Robbins Anoewaritja zegent de avond in. Wat wij ons voorgesteld hadden in de tuin, bij de kusuweboom heeft evenveel zeggingskracht – en misschien nog wel meer – in de intieme beschutting van de muren van het huis.

Auteur Clark Accord geeft woordelijk aan: ‘De connectie … die mis ik. De connectie heb ik nodig om mijn werk te ontwikkelen, om mijn werk te testen.’ De percussie van Bongo Charlie, die hem begeleidde tijdens zijn voordracht van het ruwe materiaal van zijn nieuwe boek, geeft hem nieuwe ‘angles’. Het samengaan van Raj Mohans zang met Jimmy Westfa’s gitaar en Bongo’s drumslag betovert, en komt tot stand dankzij de poëtische dialoog tussen Jimmy’s gitaar en Karin Lachmisings woorden. Gerrit Barron is er, draagt voor, spreekt aan. De gevoelige voordracht van Munye Oduber uit Curaçao in het Papiamento, zo verstaanbaar door al het gevoel dat ze er in legt en de sfeer waarin het voorgedragen wordt. Het gebed van Florence Filton, midden in de huiskamer, alsof ze werkelijk op de bergen in Zuid-Afrika met de goden in contact is. Els Beertens die woorden overbrengt, bedoeld voor kinderen die niet of niet goed kunnen horen, met veelzeggende fotobeelden. Werelden komen bij elkaar. Diana Ferrus met haar zo krachtige gedichten die tranen doen opwellen. ‘I have come to bring you peace.’
De verrassende theatrale performance van Tolin Alexander, rondjes rennend door het huis, in het Aukaans en Nederlands declamerend over de drie vrienden Dood, Leven en Opstanding, schaterend. Je hoorde de mensen denken: wat kan ik er van leren, waar kan ik connecten, wat betekent het voor mijn werk. En ook voor degenen die de kunst en het creatieve proces een warm hart toedragen is deze konmakandra inspirerend. Het geeft stof voor gedachtenvorming, voor ontwikkeling als mens.

Buiten glinsteren de regendruppels op de fatubangi en staan alle gehuurde Jardin-stoelen in de drassige tuin. Ze waren niet nodig. Het was goed zo. Een prachtige avond. En zo, o zo simpel. Scheppend bezig zijn door samen te zijn. Just make it happen.

dinsdag 22 september 2009

ik ging op reis & ik kwam thuis

[Weerslag van een reis van Suriname naar Zuid-Afrika, en weer terug, in het kader van een literaire uitwisseling, Diversity is Power II, oktober 2008]






ik
ging
op
reis
&
ik
kwam
thuis
ik ging op reis & ik kwam thuis
dat was alles


meer dan alles is het niet
meer dan alles is er niet

ik ging op reis
& ik nam mee
mijzelf, gefragmenteerd,
wat onbestemd verlangen & verdriet
& heimwee niet

ik kwam thuis
& ik nam mee
mijzelf, gefragmenteerd,
wat onbestemd verlangen & verdriet
& heimwee niet

ging ik op reis
& kwam ik thuis
was dat alles
ben ik die ik was
maar dan anders
mijzelf, gefragmenteerd,
wat onbestemd verlangen & verdriet
& heimwee niet
dat was alles
maar dan anders

meer dan alles is het niet
meer dan alles is er niet

Ik ging dus op reis, in oktober 2008, en ik kwam thuis. Dat was alles. Op het vliegveld in Johannesburg, and hey, we’ve been there, dus zeggen wij the airport in Jo’burg, wachtten wij op het toestel dat ons naar Amsterdam zou brengen. Anne Huits vroeg aan me, eigenlijk was het meer een constatering: “Wat lijkt thuis nu ver weg hè? En wat lijkt het lang geleden dat we vandaar vertrokken.” En ik realiseerde me op dat moment dat dat voor mij niet zo was. Niet langer hingen Van Liers dichtregels als een ontmoedigende tegelspreuk boven mijn hoofd: “Nergens meer thuis te zijn / niet in het uur, niet in het land”. Ik voelde mij thuis, zowel in het uur als in het land, daar op de airport van Jo’burg. Ik was op reis gegaan en ik was thuisgekomen.

Dit besef, a new sense of belonging, de realisatie dat tijd noch plaats van wezenlijk belang zijn voor iemand die door werelden reist en die overal thuis kan zijn, dit alles inspireerde me uiteindelijk tot het schrijven van Brieven uit de woestijn, de novelle waar ik nu mee bezig ben. Ik kwam thuis en dat was niet alles. Ik ging op reis. Ik bleef gewoon thuis maar ging toch verder weg dan ik ooit geweest was. Am I losing you? Wie De Kleine Prins kent weet dat ogenschijnlijke tegenstrijdigheden vaak de grootste waarheden bevatten: “Alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.”

Ik ben er van overtuigd dat wij ieder voor zich onze eigen werkelijkheid creëren. Elk moment van ons leven maken wij keuzes hoe wij de wereld om ons heen ervaren. Leggen we verbanden, kleuren we de lege plekken in, geven we namen aan onze gevoelens, brengen we beweegredenen onder woorden, kiezen we nieuwe reisdoelen. We wandelen ons zelfgekozen pad, we scheppen onze eigen wereld. En soms, soms dan stappen we in elkaars wereld, dan kijken we met ons hart en zien geen muren meer, maar slechts nog open armen. Dan ontmoet je een brada waarvan je niet wist dat je die had en je wordt opgenomen in je nieuwe familie . Je herinnert je iets dat je vergeten was. Je vindt terug wat je dacht voor altijd verloren te hebben. Het kan zijn dat het lot je heel goedgezind is en dat jouw kwetsbare hart in de liefdevolle handen van een volslagen vreemde geheeld wordt, alsof je binnenste der binnensten geen geheimen kent voor die ander. Of dat je je evenbeeld weerspiegeld ziet in een gezicht dat in niets op het jouwe lijkt.

De brieven uit de woestijn vertellen het verhaal van een vrouw die alles achter zich laat: haar bezittingen, de woorden, herinneringen en zelfs gedachten. Op een dag ontwaakt zij en bevindt zich in het hart van de woestijn, in de volmaakte leegte. Langzaam maar zeker geeft ze de wereld om zich heen weer vorm. Na enige tijd verschijnt er nog een vrouw in de leegte, maar die zwijgt in alle talen. De vrouw die er het eerst was begint dan, bevangen door "wat onbestemd verlangen & verdriet / & heimwee niet", brieven te schrijven, in het zand, aan een vriend, en vindt langzaam maar zeker de weg naar zichzelf terug. Dit is een fragment.


Lieve vriend,

Zal ik je een geheim vertellen? Eens heb ik je getekend, met mijn vingers de contouren van je lichaam in het zand getrokken. Uren heb ik tegen je aan gepraat. Het was zo fijn je te kunnen vertellen over de scherven van mijn herinnering die ik in het mulle zand teruggevonden heb. Eén voor één gaf ik ze een plaats, een mozaïek vormend waarin je steeds duidelijker te herkennen was.

(...)

Hier in het hart van de woestijn leer ik eindelijk om los te laten. Verder van alles vandaan dan ik me ooit heb kunnen voorstellen te zijn, kijk ik naar mijn lege handen waardoor het zand stroomt, eindeloos, eindeloos, zonder dat ik zelfs nog poog om het vast te houden. Dan voel ik mijn hart dat vol is en wil jubelen. Dat doe ik meestal niet, gewoon, omdat er niemand is, behalve de vrouw en ik. Nog steeds is er geen woord over haar lippen gekomen. Ik weet niet eens of wij dezelfde taal spreken.

Maar laatst, toen mijn hart overstroomde, nadat ik de warmte van je nabijheid in mijn bloed had gevoeld, toen werd het me te machtig. Ik begon, lach niet, kerstliederen te zingen, waande mij even omringd door een menigte mensen die dezelfde verbondenheid voelden als ik. En toen ik mijn ogen opende, toen zag ik een zwerm duiven boven onze hoofden cirkelen. Voor het eerst zag ik de vrouw glimlachen. Ze strekte haar armen uit naar de vogels en begon zelfs te bewegen met een bezieldheid die ik nog niet eerder bij haar gezien heb. Ik was uitgelaten. Bleef zingen, terwijl zij in haar handen meeklapte. En ik telde de vogels, de boodschappers van vrede. Zevenentwintig waren het er.

(Marieke Visser - Boxel, 26 maart 2009)

Een beeldverslag van het bezoek aan Zuid-Afrika, gemaakt door Wim Louwrier, is te vinden op You Tube. Deel I hier en Deel II hier.

In vijf delen is op You Tube ook een interview met Marieke Visser en Charles Chang over de reis te beluisteren; het eerste deel hier.