Posts tonen met het label Thomas Otti. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Thomas Otti. Alle posts tonen

dinsdag 21 januari 2014

‘Doortastend en terughoudend’

Architect Ronny Lobo debuteerde met Bouwen op Drijfzand, een roman over architectuur, de Caribische samenleving en de liefde.

door Otti Thomas
 
Ronny Lobo

De voortgang bij de bouw van twee huizen compenseren de besluiteloosheid van hoofdpersoon Kenzo in de liefde. Een architect bouwt niet zozeer huizen of andere gebouwen, maar verwezenlijkt dromen. Dromen van opdrachtgevers en evenzeer eigen dromen. Dit is zeker het geval in Bouwen op Drijfzand, het debuut van Ronny Lobo. Zijn ervaringen als architect vormen de basis voor het boek, waarin hoofdpersoon Kenzo Schmidt huizen ontwerpt voor een getrouwd en een ongetrouwd stel.

Het verhaal heeft veel vaart, want het is grotendeels opgebouwd uit de contacten die Kenzo als vertellende ik-persoon heeft met zijn opdrachtgevers. Uitgebreide achtergrondinformatie over de twee eilanden, verhandelingen over de geschiedenis van de hoofdpersonen, een uitleg over het vak van architect of een vooruitblik op toekomstige ontwikkelingen zijn er niet. De lezer leert gelijktijdig met Kenzo de personages kennen. 

Onderhandelingen met het echtpaar Paul en Heidi Michel maken duidelijk dat de man streeft naar besparingen, terwijl zijn vrouw vooral een mooi huis wil. Uit de gesprekken en een zeiltochtje met Roy Goodweather blijkt hoeveel liefde deze opdrachtgever heeft voor de eenvoud van de natuur. En dan zijn er natuurlijk de momenten met Goodweathers vriendin Karin Oei, op wie Kenzo verliefd wordt.
De keuze voor een ik-persoon werkt vooral goed als Lobo zijn hoofdpersoon zijn liefde voor de architectuur en de natuur laat delen.

Anders dan de tekst op de achterflap doet vermoeden, is de keuze tussen het behoud van de natuur en de gewenste luxe van de klant in het boek niet prominent aanwezig. Die afweging moet des te meer gemaakt worden als het gaat om de bouw en inrichting; de afmetingen van de kamers, de kleur van tegels en de stijl van de meubels.
“De kunst was om je zo snel mogelijk in te leven in de gekste wensen van een opdrachtgever. Soms kwamen er toch creatieve oplossingen uit. Een letterlijke verwerking van hun ideeën kon tot de ergste kitsch leiden. Zoals een geïsoleerd vijvertje in de voortuin met daarover een bruggetje, dan van nergens naar nergens leidde. Met daaromheen kaboutertjes en eendjes.’’

Ronny Lobo
Liefde voor bouwproces
Lobo laat via zijn alter ego merken hoeveel liefde hij heeft voor het bouwproces. Bijvoorbeeld als Kenzo vol verbazing toekijkt bij het aanbrengen van de dakpannen. “Met open mond keek ik toe. (...) De man bij de pallet jongleerde de pannen naar de luchtacrobaat op het dak. Die ving ze op en legde ze direct op hun plaats. De snelheid waarmee ze dat deden had meer weg van tennissen dan van dakdekken.’’
Diezelfde bewondering blijkt ook tijdens een inspectie van het huis in aanbouw. “Terwijl ik al wandelend door de woonkamer naar boven keek, bleef mijn rechtervoet ergens achter haken waardoor ik bijna viel. Met moeite kon ik me tegen een ruwe muur staande houden. Toen ik naar beneden keek, zag ik dat ik gestruikeld was over een rood bekrijt touwtje dat pal over de vloer gespannen was.’’ De rode touwtjes zijn door het hele huis gespannen. De aannemer legt desgevraagd uit dat de touwtjes gebruikt worden om het pleisterwerk waterpas en haaks aan te brengen. Niet alleen per ruimte, maar ook ten opzichte van alle andere ruimtes in het huis. 
“Ik kon mijn ogen en oren niet geloven. Tijdens mijn hele bouwkundige loopbaan op alle eilanden van de Nederlandse Antillen was ik nooit eerder deze precisie tegengekomen’’, denkt Kenzo.

Waar deze fragmenten het hoofdpersonage tot leven wekken, zijn het de dialogen die de andere personages tot mensen van vlees en bloed maken, aangevuld met de gedachten en gevoelens die Kenzo vervolgens met de lezer deelt. “Het was verhelderend om het grote verschil in achtergrond tussen Paul en Heidi te kennen. Paul, een verwende jongen die niets tekort kwam, en Heidi, een bedeesd meisje dat zich niet zomaar tegen iedereen uitte’’, denkt hij na een ontmoeting met het echtpaar uit Nederland. Roy Goodweather leert hij echt kennen tijdens een uitstapje op zijn zeilboot. “Bij Roy was de behoefte aan luxe niet ontwikkeld. Hij vroeg zich steeds af waarom bepaalde ruimten zo groot moesten zijn. Op zijn zeiljacht was alles klein en toch was het geschikt om in te wonen, eten, douchen en zelfs om de liefde in te bedrijven (...).’’


Karin Oei
Seksscènes
Het personage dat te weinig uit de verf komt, is Karin Oei, die nota bene een cruciale rol speelt als de vrouw op wie Kenzo verliefd wordt. Hoewel vanaf de eerste pagina duidelijk is dat ze voor elkaar zullen vallen, lijkt het desbetreffende moment vrij willekeurig, omdat er weinig ontwikkeling in hun relatie lijkt te zitten. Het zijn de gedachten van de hoofdpersoon die hier juist vertragend werken en zelfs voor een gevoel van herhaling zorgen. Ook tijdens de seksscènes analyseert Kenzo te veel. Op een regel als: “Voor ik me verder tegen haar verleiding kon verzetten, lagen we in het zand”, volgt een regel als “Onze lichamen lieten zich gaan alsof ze al langere tijd smachtten naar dit verboden moment.’’ Plastisch is een omschrijving als “Ze beklom mij en met haar handen greep ze mijn gezicht vast en begon me te kussen, te bijten, te likken.’’ Maar dan volgt weer een gedachte: “Ongelooflijk hoe gevoelig mannentepels kunnen worden op zo’n moment.”

Ook de gedachten die Kenzo voor en na elke ontmoeting met Karin heeft, halen de vaart uit het verhaal. Hun hele relatie is ondanks alle passie ingekaderd door twijfel. Aanvankelijk weet Kenzo zich geen raad met gevoelens van verliefdheid en voelt hij zich schuldig dat hij zijn zakelijke belangen niet kan scheiden van zijn persoonlijke verlangens. Vervolgens twijfelt hij of de gevoelens die Karin voor hem heeft wel echt zijn als hij vermoedt dat ze behalve hemzelf nog een andere minnaar heeft. Waar gedachten en gesprekken voldoen om de andere personages te leren kennen, blijft Karin hierdoor enigszins in de mist hangen. De besluiteloosheid en terughoudendheid van Kenzo maken hem bovendien niet sympathieker.


Toch indrukwekkend
Als architect is Kenzo een stuk doortastender en het kost de lezer weinig moeite om zich in te beelden hoe beide huizen langzaam realiteit worden. “Bij elke muur die werd opgetrokken, sloot een ruimte zich af van buiten. Maar tegelijkertijd kreeg de ruimte een andere relatie met buiten, door de grote raamvensters die als een soort passe-partout de omgeving inkaderden.”

Mede dankzij deze fragmenten en orkaan Ivan die aan het einde voor een onverwachte ontwikkeling zorgt, is Bouwen op Drijfzand toch een indrukwekkend debuut.

[uit Ñapa Literatuur (Amigoe), zaterdag 18 januari 2014]


donderdag 12 december 2013

'Muziek laat poëzie zweven'

door Otti Thomas

Amsterdam - Het verzoek om werk van Caribische dichters op muziek te zetten, leidde deels tot herkenbare, maar vooral ook tot ongebruikelijke en gedurfde nieuwe composities. Het resultaat was afgelopen vrijdag te horen tijdens de vijfde editie van de Caraïbische Letterendag in Amsterdam.
"De werkgroep Caraïbische Letteren is waarschijnlijk de meest dynamische werkgroep van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde,'' zei Lilian Conçalves-Ho Kang You, de eerste voorzitter van de werkgroep, halverwege het programma in de Openbaar Bibliotheek van Amsterdam. "We geven uitvoering aan onze missie om artistieke vernieuwing te stimuleren met gedichten op muziek.''

Uitvoering van De lussen van Faverey voor blaaskwintet van Margriet Hoenderdos

Van artistieke vernieuwing was er zeker sprake. In De Lussen van Hans Faverey bijvoorbeeld. Het was de eerste keer dat de compositie ten gehore werd gebracht, hoewel Margriet Hoenderdos het stuk al in 1990 schreef in samenwerking met de Surinaams-Nederlandse dichter Faverey. Met een schijnbaar gebrek aan onderlinge afstemming tussen de partijen voor althobo, klarinet, basklarinet, fagot en hoorn werd een ode gebracht aan de complexiteit van zijn gedichten. De consistente herhaling van deze disharmonie zorgde voor een enigszins herkenbaar patroon, vergelijkbaar met de terugkerende bewegingen in Favery's taalgebruik.

V.l.n.r. mezzosopraan Fanny Alofs, componist René Samson en koorleden Hanna Samson en Ella Rombouts en slagwerkster Tatiaana Koleva in Cultuurtuin Kawina van Samson


Gedurfd was ook Cultuurtuin Kawina, een compositie van de Surinamer René Samson op gedichten van landgenoten Michaël Slory en Bernardo Ashetu voor een ongebruikelijk gezelschap van een mezzosopraan, slagwerker, een achtergrondkoortje en drie dansers. Alweer leek de uitvoering weinig samenhang te hebben op het eerste gezicht of gehoor. Toch bleek de mezzosopraan geschikt voor een dramatische roep om hulp in het gedicht Waar ben je van Ashetu en werd zijn gedicht Kinderspel ondersteund door de bewegingen van de dansers.

Het Randal Corsen Quatet met v.l.n.r. Randal Corsen, Jeanninne La Rose, Vernon Chatlein en Jean-Jacques Rojer


Aanstekelijk
In vergelijking met beide voorgenoemde uitvoeringen waren de composities van Curaçaoënaar Randal Corsen een stuk toegankelijker. Ook dit waren allerminst 'gewone' liedjes, maar de relatie tussen de muziek en de tekst was wel duidelijker. Corsen transformeerde de gedichten van de Curaçaose Lucille Berry-Haseth tot kleine opera's. De partijen voor piano, percussie en gitaar waren soms tot het minimaal noodzakelijk beperkt, bijvoorbeeld in het liefdesgedicht Konfiansa of in Misterio, waarin de zin van het leven centraal staat. Maar in Pesadia (Nachtmerrie) over het persoonlijk onvermogen om de tambú te dansen als gevolg van het verbod, klonk de percussie onheilspellend. Het enthousiasme van Corsen, Vernon Chatlein, Jean-Jacques Rojer en vooral zangeres Jeannine La Rose werkt bovendien aanstekelijk.

Alwin Toppenberg

Datzelfde was het geval tijdens de eerste en de laatste voordracht van de avond. Alwin Toppenberg had overduidelijk veel plezier bij het spelen van zes bekende walsen op piano, waaronder Atardi van Rudy Plaate en zijn eigen Much'i Scol. En de Titi-band onder leiding van de Surinaamse componist en gitarist Dave MacDonald zorgde voor een passende en feestelijke afsluiting met muziek op teksten van dichters Trefossa, R. Dobru en Shrinivási.

Presentatrice Noraly Beyer, bestuurslid van de werkgroep Caraïbische Letteren had een treffende omschrijving van de avond. "Poëzie gaat zweven met muziek en muziek krijgt vleugels door de poëzie.''

[uit Amigoe, 9 december 2013]

Foto's © Jean van Lingen



 
De Tiri-band van Dave MacDonald

maandag 23 september 2013

Dynamische zoektocht naar identiteit

door Otti Thomas

Noah Blindenburg. Foto © Jaro Blindenburg
Amsterdam -``Ik zweef. Ik kan niet kiezen. Ik ben bang dat ik door een keuze een andere cultuur uitsluit.'' Deze woorden vormen de kern van het theaterconcert Invented Identity van Noah Blindenburg in de Amsterdamse kroeg Bourbon Street. De zangeres en actrice deelt hierin haar persoonlijke zoektocht naar haar identiteit. Het is een uitdaging die herkenbaar is voor een grote, maar onderbelichte groep Curaçaoënaars: geboren en getogen in Nederland, maar met een vader of moeder uit Curaçao.
De identiteitscrisis komt onverwacht en als een extra aanvulling op de gangbare twijfels over de liefde en zinvolle dagbesteding waar elke jongere mee te maken heeft. Intens genietend van de Amsterdamse hectiek, wordt ze eind 2012 opeens geconfronteerd met een verbroken relatie en een lege agenda. ``Ik vertel iedereen dat ik mooie dingen voor mezelf ga doen, maar ik voel vooral angst dat ik de komende tijd niet kan acteren of zingen,'' leest ze voor uit haar dagboek om vervolgens aan mensen in het publiek te vragen wat zij eigenlijk doen om de tijd door te komen.

Foto © Jaro Blindenburg

Noah besluit om twee maanden naar Curaçao te gaan om leuke dingen te doen, maar het wordt uiteindelijk een verblijf van negen maanden, die meer van therapie weg hebben dan van een zorgeloze vakantie. De gesprekken met haar familieleden zijn eindeloos. En op het eiland wordt ze ook nog verliefd op een jongen, wederom een toeschouwer in het publiek. ``Ik heb de man van mijn dromen ontmoet,'' zegt ze tegen haar band. Maar hij vindt haar alleen maar aardig, waarna de euforie omslaat en ze zichzelf ervan probeert te overtuigen dat ze hem ook helemaal niet nodig heeft.
Eenmaal terug in Nederland komen toch ook herinneringen boven over momenten dat ze werd uitgescholden of winkeliersdie niet door hadden dat zij toch echt de dochter was van haar blanke moeder. Pas in Nederland beseft ze dat ze een kleurtje heeft. Noah stort zich weer in het nachtleven van Amsterdam, maar heeft nog steeds geen antwoord op wie ze is. "In Nederland heb ik niet de juiste kleur en op Curaçao niet de juiste klank.''
Foto © Jaro Blindenburg


Dynamisch
Invented Identity is in alles een dynamische voorstelling. De eerste versie speelden Noah en haar band voor haar vertrek naar Curaçao. Haar ervaringen en nieuwe inzichten op het geboorte-eiland van haar vader zijn toegevoegd aan de nieuwe voorstelling, die gisteren in première ging tijdens het Amsterdam Fringe Festival en die ook op dinsdag- en woensdagavond wordt vertoond. De voorstelling is ook dynamisch omdat Noah het publiek, de band en zelfs het barpersoneel actief betrekt bij haar verhaal. ``Dus je voelt je Amsterdammer, maar je woonde eerst in Rotterdam en je ouders komen uit Sittard en Voorburg? Waar liggen je roots dan?'' vraagt ze.
Noah Blindenburg. Foto © Ivonne Wuck

Net zo min als er een grens is tussen podium en zaal is er een grens tussen muziek en verhaal, die naadloos in elkaar overlopen en elkaar zelfs overlappen. Ervaringen op Curaçao krijgen sfeer door een reggaeton of een hartgrondig Viva La Reina en de feesten in Amsterdam worden opgeluisterd met jazz en funk; elk nummer geschreven door Noah en de bekende Curaçaose jazz-muzicus Eric Calmes. Een uitzondering is Good Morning Heartache van Billy Holiday, dat ze vertolkt op een moment van liefdesverdriet.

Wat Invented Identity vooral bijzonder maakt, is dat Noah een bekend thema op een luchtige manier brengt en ook niet beoogt een oplossing te hebben. De zoektocht naar identiteit is voor niemand makkelijk en het hebben van wortels op twee continenten maakt het alleen maar moeilijker. Maar Invested Identy is nergens zwaar. Noah Blindenbrug zweeft en voor het publiek is dat alleen maar erg prettig.

[eerder verschenen in Amigoe] 

zaterdag 10 augustus 2013

Leinders verdedigt 'zijn' Tula

door Otti Thomas

Den Haag - In aanloop naar de herdenking van de slavenopstand van 17 augustus 1795, kropen tientallen mensen afgelopen weekend in de huid van Tula. Sprekers, publiek en dichters zochten in Den Haag naar de gedachten die de beroemde vrijheidsstrijder destijds had en naar manieren om in zijn voetsporen te strijden tegen moderne vormen van onderdrukking. De bijeenkomst werd georganiseerd door de Dutch Caribbean Book Club en was de tweede in een reeks activiteiten waarmee de Openbare Bibliotheek in Den Haag aandacht schenkt aan de afschaffing van de slavernij, 150 jaar geleden. De opkomst was niet zo groot als tijdens de officiële opening op 19 juli, maar met 170 tot 200 bezoekers toch hoger dan verwacht.

Ronnie Martina © foto Henk Looman


Afgewisseld met de voordracht van gedichten over Tula en een tekst uit de voorstelling Op zoek naar oom Tom door Raymi Sambo, gaven drie sprekers hun visie op de slavernij. Voormalig Antillenhuis-voorlichter Ronnie Martina sprak onder meer over de obstakels die er nog zijn voor er daadwerkelijk gesproken kan worden over vrijheid, waaronder het gevoel van minderwaardigheid waar veel Caribische Nederlanders nog mee kampen en gebrek aan liefde voor het Papiaments, maar ook overdreven vaderlandsliefde, de armoede op de eilanden en vooral onverschilligheid en onwetendheid.

Initiatiefneemster en mede organisator Guiselle Starink-Martha
 en acteur Raymie Sambo 
© foto Henk Looman


Letterkundige Aart G. Broek analyseerde de wijze waarop dichters en schrijvers sinds 1863 de slavernij hebben verwoord, variërend tot dankbaarheid voor de afschaffing tot hernieuwde aandacht voor de creoolse cultuur. Een belangrijke rol was weggelegd voor Pierre Lauffer, die als een van de eerste schrijvers aandacht vroeg voor Tula en waardering voor al het moois van de Curaçaose cultuur, gevolgd door Pacheco Domaccassé die in 1972 het toneelstuk Tula bracht.

De meeste aandacht ging echter uit naar Jeroen Leinders. De regisseur van Tula the Revolt kreeg veel vragen over zijn keuzes bij de verfilming van het verhaal. ‘Tula lijkt een lulletje rozenwater, die achter de feiten aanloopt. U gaat voorbij aan het historisch feit dat de opstand was voorbereid,’ zei bijvoorbeeld Rubin Severina, voorzitter van belangenorganisatie Splika. Een ander vroeg waarom de marteling van Tula en zijn medestrijders niet in beeld is gebracht.

Aart G. Broek © foto Nico van der Ven


‘Er zijn veel verschillende Tula's,’ antwoordde Leinders. ‘Als je kijkt naar de blanke visie die er was over Tula, dan was hij een misdadiger en oproerkraaier, die zo snel mogelijk moest worden opgepakt, maar in de ogen van de lokale bevolking was Tula een groot krijgsheer. Als je je erin verdiept, is er geen andere conclusie mogelijk dan dat beide verhalen niet kunnen kloppen,’ aldus Leinders.
De filmmaker stelde vervolgens dat uit Tula's historisch feitelijke voorkeur voor een staking een veel vredelievendere houding sprak dan bij de vrijheidsstrijders op Haïti. ‘Als Tula een bloeddorstige strijder zou zijn geweest, dan had de plantage-eigenaar dat nooit overleefd.’ Leinders zei verder dat er wel bronnen zijn waarin gesproken wordt over een voorbereiding van de opstand, maar dat er geen eenduidig en geloofwaardig bewijs is over die wijze van voorbereiding of het belang daarvan tijdens de opstand. ‘Als we het wel hadden meegenomen in het verhaal, dan zou het voor discussie hebben gezorgd en daarmee de aandacht hebben afgeleid van Tula's strijd.’

Jeroen Leinders

Leinders bracht de marteling van Tula en zijn medestrijders niet in beeld omdat daarmee de indruk kon ontstaan dat het een specifiek vonnis was voor de opstandelingen, terwijl het een gebruikelijke straf was in die tijd. ‘Het was geen daad van agressie, maar een straf. We hebben het vonnis laten uitspreken, zelfs twee keer, omdat de verbeelding vele malen sterker is dan ik kan tonen. Zeker vanwege de kilheid waarmee het vonnis wordt voorgelezen,’ aldus Leinders.

Panel met: Aart Broek, Jeroen Leinders en Ronnie Martina © foto Henk Looman


De keuzes waren er uiteindelijk allemaal op gericht om het verhaal van Tula geloofwaardig en feitelijk te vertellen en daarmee de huidige generatie Curaçaoënaars en vooral Nederlanders bewust te maken van het verleden en het trauma dat daarmee gepaard gaat, zei Leinders. ‘Onze intentie met de film was om voor discussie over het onderwerp te zorgen. Voor en tijdens de herdenking van de slavernij op 1 juli was er in Nederland wel aandacht voor de slavernij, maar de meeste Nederlandse media schrijven er niet meer over. Een film heeft gelukkig een langere looptijd.’

[Ontleend aan Amigoe, 6 augustus 2013.]

vrijdag 2 augustus 2013

Rotterdam spreekt Caraïbische studenten moed in

 door Otti Thomas

Rotterdam — Het is het meest herhaalde advies aan de nieuwe lichting bursalen: Durf vragen te stellen. Met goede raad werden meer dan honderd studenten vandaag officieel verwelkomd door het gemeentebestuur van de stad Rotterdam en door vertegenwoordigers van de verschillende opleidingen. Tot grote vreugde van het organiserende Platform studerende Antillianen en Arubanen in Rotterdam (PAAR) waren studenten van alle zes de Caraïbische eilanden aanwezig.
“Namens het gemeentebestuur heet ik jullie welkom in onze stad”, zei Korrie Louwes, locoburgemeester van Rotterdam, die een langer deel van haar speech in het Papiaments deed dan het ‘Tur hende presente, bon biní’, waartoe Nederlandse bestuurders zich doorgaans beperken. Ze sprak de studenten van de Bovenwinden overigens niet toe in het Engels, maar dat deed geen van de sprekers.

Ook de Curaçaose Onderwijs-minister Rubina Bitorina sprak de studenten toe in het Rotterdamse stadhuis.

Louwes omschreef Rotterdam als een stad die je moet leren kennen. “Natuurlijk komen jullie om te studeren en we wensen jullie dan ook goede studieresultaten toe. Maar maak ook plezier. Bezoek eens een museum, ga naar de bioscoop of eet in een restaurant,” zei ze. De locoburgemeester waarschuwde dat elke student ook met teleurstellingen te maken zal krijgen en ze adviseerde om dan niet verlegen te zijn, maar actief op zoek te gaan naar hulp, bijvoorbeeld bij studentenorganisatie Antuba of het PAAR.

Namens de Rotterdamse onderwijsinstellingen had directeur Roelof Eleveld van Hogeschool InHolland hetzelfde advies. “Er wordt heel veel van jullie verwacht en jullie moeten behoorlijk aan de bak. Er wordt een beroep gedaan op jullie zelfredzaamheid. Maar als je iets niet snapt of ergens niet uitkomt, vraag het dan.” Hij sprak ook de hoop uit dat de bevolking van Rotterdam net zo gastvrij zou zijn als de inwoners van de eilanden, die hij uit eigen ervaring kende na een bezoek aan de Benedenwindse eilanden.


Oorwarmers
Behalve Louwes en Eleveld spraken ook de Curaçaose Onderwijsminister Rubina Betorina en de Arubaanse gevolmachtigde minister Edwin Abath de studenten toe in het Rotterdamse stadhuis. Betorina benadrukte dat de studietijd echt leuk is en dat ze zelf als student erg genoot van haar onafhankelijkheid. “Je bepaalt zelf wat je eet, wat je drinkt, waar je naartoe gaat en hoe laat je thuiskomt. Maar er zijn ook momenten dat je eenzaam op je kamertje zit. Het wordt ook veel kouder. Nu gaat het wel, maar er komt een tijd dat je met een jas, een das, wanten, oorwarmers, beenwarmers en laarzen toch naar school zult moeten.” De minister adviseerde de studenten om naast decanen, mentoren en studiebegeleiders ook hun ouders op de hoogte te houden van hun vorderingen of twijfels. Minister Abath noemde ook het belang van een goede vriendenkring en een balans tussen studie en vrijetijdsbesteding. Net als Bitorina sprak hij de wens uit van terugkeer van de studenten na het afronden van hun studie.

De bijeenkomst in Rotterdam werd afgesloten met de overhandiging van wegwerpcamera’s aan drie bursalen door locoburgemeester Louwes. Alle bursalen krijgen een fototoestel om daarmee hun eerste indrukken van de stad vast te leggen. Alle foto’s worden beoordeeld door een jury onder voorzitterschap van burgemeester Ahmed Aboutaleb en voor de drie beste foto’s is er een prijs, die op 15 oktober wordt uitgereikt.

[uit Amigoe, 1 augustus 2013]


donderdag 4 juli 2013

Katibu di Shon ontroert

door Otti Thomas

Een eervolle vermelding als eerste opera in het Papiaments is voldoende voor het krijgen van een groot publiek en media-aandacht, maar geen garantie voor succes. Passie en talent geven die garantie wel. Tania Kross, Randal Corsen en Carel de Haseth brengen met de opera Katibu di Shon, die afgelopen maandag in Amsterdam in première ging, een voorstelling die van het begin tot het eind boeit.

Foto © Marco Borggreve, De Nationale Reisopera


Katibu di Shon blijft trouw aan de traditie van opera als een dramatische vertelling met uitvergrote emoties, die door de muziek nog eens extra worden benadrukt. Het verhaal van Carel de Haseth over liefde, vriendschap, macht en frustratie, leent zich daar bij uitstek voor. Jeugdvrienden Wilmu (Jeroen de Vaal) en Luis (Peter Brathwaite) zijn beiden verliefd op slavin Anita (Tania Kross). Maar slaaf Luis treurt over de voorkeur die Anita lijkt te hebben voor Wilmu, die op zijn beurt worstelt met zijn rol als slaveneigenaar. Beiden reageren hun frustraties af op Anita. Het liefdesverhaal komt tot een ontknoping tijdens de slavenopstand op plantage Knip.

De Haseth bewerkte zijn oorspronkelijke boek tot een Papiamentstalig libretto, dat blijk geeft van zijn ervaring als dichter en de rijkdom van het Papiaments. Een voorbeeld is de alliteratie in Nos libertat nos ke i nada mas (Wij willen onze vrijheid en niets meer), die met een extra nadruk op de letter ‘n’ door het indrukwekkende operakoor nog eens wordt versterkt.

De vertaling in het Nederlands en Engels, zoals gebruikelijk bij opera’s weergegeven in lichtbalken boven het podium, is voor niet-Papiamentstalige toeschouwers misschien nodig voor het volgen van het verhaal. Maar ook zij proeven ongetwijfeld de sterke drang naar vrijheid in deze woorden.

Peter Brathwaite. Foto © Marco Borggreve


Emotie
Het kost sowieso weinig moeite om de getoonde emoties te kunnen delen. Kross, De Vaal en Brathwaite gebruiken naast hun stem hun hele lichaam om woede, verdriet of liefde uit te beelden. Kross straalt van verliefdheid, Brathwaite werpt zich op de grond van verdriet, terwijl De Vaal rusteloos rondloopt en zich afvraagt waar het misging.

Zo nu en dan schort het aan hun uitspraak van het Papiaments, maar niet in die mate dat het hinderlijk is. Met de korte scène waarin Brathwaite en De Vaal als jeugdvrienden Luis en Wilmu hun herinneringen aan vroeger ophalen, wordt eenvoudig maar treffend de vriendschap tussen de twee mannen weergegeven. Ook de grote foto’s die geprojecteerd worden op de achtergrond maken duidelijk dat de drie hoofdkarakters ooit betere tijden hebben meegemaakt, terwijl afbeeldingen van geboeide handen en voeten confronteren met de realiteit.

De foto’s, de maskers die de koorleden omhoog houden als eerbetoon aan de slaven en de gestileerde rots met gezichten geven een extra verdieping aan de opera. Decor-ontwerper John Otto en de Poolse kunstenares Jolanta Pawlak, jarenlang woonachtig op Curaçao, leveren daarmee een belangrijke bijdrage, overigens net als lichtman Uri Rapaport met zijn originele keuze voor zachte kleuren, bijna zwart-wit, in tegenstelling tot de bonte kleuren die gebruikelijk zijn voor het Caribisch gebied.

De muziek van Randal Corsen is bij dit alles onmisbaar. Met strijkers bereidt hij de toeschouwer voor op de problemen die gaan komen. Hij geeft krekels aan de nacht en ondersteunt de slaven met bijna-kerkelijke muziek als ze God om hulp vragen. Onmiskenbaar is de invloed van de Caribische muziekcultuur. Een Curaçaose wals is subtiel aanwezig op de momenten dat de liefde wordt bezongen. Katibu di Shon is meer dan alleen de eerste opera in het Papiaments. Het is een belangrijke en verfrissende aanvulling op de vele opera’s die al generaties lang worden opgevoerd. Het is een prachtig verband tussen de slavernijgeschiedenis en een klassieke kunstvorm, die tot ontwikkeling kwam in de hoogtijdagen van de trans-Atlantische slavernij. En bovenal is het een prachtige en ontroerende voorstelling waarmee Tania Kross, Randal Corsen en Carel de Haseth een extra dimensie geven aan het Papiaments, de Caribische cultuur en muziek en de geschiedenis.

[uit Amigoe, 3 juli 2013]

vrijdag 28 juni 2013

Antoine de Kom: "Herdenken is vorm van verdringen"

door Otti Thomas

Amsterdam - De verwerking van het slavernijverleden vertoont veel overeenkomsten met de verwerking door de daders en slachtoffer van zware misdrijven. Herdenken, zoals volgende week
Antoine de Kom. Foto @ Isabella Vink
in Amsterdam, lost weinig op. Ondanks deze verontrustende conclusie liet forensisch psychiater Antoine de Kom zijn toehoorders afgelopen vrijdag toch opgewekt naar huis gaan. De Kom was uitgenodigd voor de Cola Debrotlezing, die elke twee jaar georganiseerd wordt door de werkgroep Caraïbische Letteren, onderdeel van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. In het jaar dat de afschaffing van de slavernij grootst wordt herdacht was de slavernij het toepasselijke thema.

``Ik ben ervan overtuigd dat de lezing zal bijdragen tot nieuwe inzichten,'' zei Joan Ferrier, voorzitter van de Stichting Herdenking Slavernijverleden 2013, die de lezing mede organiseerde.
``Ik onderzocht jarenlang de verdachten van zware zaken, dus ernstige misdrijven. Slavernij, een misdaad tegen de menselijkheid, is daar een voorbeeld van,'' aldus De Kom,  kleinzoon van de Surinaamse verzetsheld en schrijver Anton de Kom. Op licht ironische wijze en op zoek naar aanwijzingen, legde hij in zijn toespraak tal van verbanden tussen zijn werk en de slavernij. Bijvoorbeeld in de verwerking van een trauma door de daders en nazaten van daders, die de mogelijkheid hebben om hun daden te negeren, te wijzen op verzachtende omstandigheden of zich superieur te voelen. ``Erger is dat de meester de slavernij en de afschaffing daarvan gaat herdenken. Herdenken is een vorm van verdringen. Want met de herdenking wordt de slavernij één dag der vrijheden. Eén dag in het jaar en verder basta,'' aldus De Kom. Ontwikkelingshulp omschreef hij als extraatje van een suikeroom, in dit geval de dader, die bang is dat zijn moraal in twijfel wordt getrokken. ''Tegenwoordig zou je spreken van een afkoopregeling.''
 
Planter en slavin, uit Stedman
Seks
Ook de slachtoffers staan voor een keuze, die verband houden met zware misdrijven. Er is de mogelijkheid van verzet of van onderwerping, waarbij slavinnen nog konden proberen door seks invloed uit te oefenen op hun meester, zei De Kom. De nauwe relatie tussen macht en seksualiteit in de slaventijd doen hem denken aan de verkrachtingszaken die hij in zijn werk tegenkomt. ``Als je je onderwerpt, dan leidt dat tot een heleboel narigheid. Je neemt de gewoontes, het denken, de gevoelens en het gedrag van de meester ten dele over. En daarmee raak je jezelf deels kwijt. Het is de vervorming van je identiteit, dat wat je in het diepst van je wezen bent.'' Voor de nazaten van de slachtoffers is er de mogelijkheid om zich vast te grijpen aan hun cultuur, het enige bezit dat uiteindelijk overblijft.

De Kom nam geen genoegen met zijn analyse, omdat het de problematiek niet oplost en hij bovendien had beloofd zijn toehoorders opgewekt naar huis te laten gaan. ``Uit ervaring weet ik dat als er na onderzoek een impasse lijkt te ontstaan, je dan niet genoeg naar jezelf hebt gekeken. Het wordt tijd dat ik dat doe. Ik ben een nazaat van dader en slachtoffer. Steeds meer mensen zijn dat. We kunnen ons voordeel doen met het feit dat de meester wit is en de dader zwart,'' zei hij. ``Mijn grootvader heeft intuïtief voor kleurvermenging gezorgd en daarmee voor een nieuwe verhouding waarin meester en slaaf onlosmakelijk aan elkaar zijn verbonden,'' aldus De Kom.

Cruciaal is dat de symboliek verandert. De associatie die mensen hebben bij de kleuren als zwart en wit, maar ook bij naaktheid. De Kom verwees hiermee naar het verzet bij de onthulling van het naaktbeeld van zijn opa op het Anton de Kom Plein in Amsterdam. ``Het zal je maar gebeuren dat je blote opa op het NOS journaal wordt aangekleed.'' Tegenstanders vonden dat de naaktheid een verwijzing was naar de slavernij, maar die associatie is er niet bij strippers of streakers. ``De werkelijkheid is niet wat ze is, maar wat ze betekent voor de mensen. Mensen vormen de wereld en kunnen hem ook weer omvormen,'' aldus De Kom.

De Cola Debrotlezing wordt volgend op de publicatie in het Hollandsch Maandblad in zijn geheel op de website van de Caribische Letteren: http://caraibischeletteren.blogspot.nl/


[uit Amigoe, 26 juni 2013]

Belangstellenden bij de Cola Debrotlezing. Foto @ Isabella Vink

dinsdag 7 mei 2013

Over macht en onmacht


Quito Ncolaas
Quito Nicolaas in de Openbare Bibliotheek van Den Haag

door Otti Thomas

Het leek wel alsof hij net dit weekend een punt achter de laatste zin had gezet. Zo nu en dan verdwalend door zijn eigen enthousiasme, analyseerde de Arubaanse schrijver Quito Nicolaas afgelopen zaterdag over zijn roman Verborgen leegte uit 2010.
Darléne Westmaas

Zo’n veertig belangstellenden luisterden in de openbare bibliotheek in Den Haag naar Nicolaas’ analyse van het boek, ingeleid door een korte voordracht van een fragment door Darléne Westmaas en een optreden van de Arubaanse Xanadu Dancers. “Het leven is net een dans. Het gaat mis, als er sprake is van elkaar forcerende danspassen,” zei Nicolaas, inspelend op het overigens vlekkeloze optreden.
Otti Thomas

In Verborgen leegte is de dans allerminst vlekkeloos. Het draait om de zoektocht van een eenzame dochter naar haar verloren vader, vertelt door de ogen van de dochter, haar biologische vader, haar zwijgzame moeder en de stiefvader. Maar buiten een spannend verhaal, is de roman eigenlijk een analyse van de situatie van migranten in Aruba, zoals de hoofdpersonen uit Trinidad.
Nicolaas beschrijft hun innerlijke strijd om hun hoofd boven water te houden. “Het boek gaat niet om de verkrachting in het eerste hoofdstuk. Het gaat niet over vreemdgaan of dergelijke thema’s, maar het gaat over macht en onmacht,” aldus Nicolaas.

[van sides media, 22 april 2013]

De Xanadu Dancers


maandag 11 februari 2013

Tula vijftien keer ontmoet

door Otti Thomas
Slavernijbeeld, Edsel Selberie, Tula Museum

Als Tula deze maand eens door de Breedestraat in Otrobanda zou lopen, dan zouden voorbijgangers hem ongetwijfeld vaak om hulp vragen. Steun, advies en inspiratie voor de strijd tegen discriminatie, waar ook in de 21e eeuw nog sprake van is. Het sterke punt van Topa Tula ofwel Ontmoet Tula is dat er vijftien heel verschillende varianten zijn op die ene vraag. De Stichting Simia Literario vroeg Antilliaanse en Arubaanse schrijvers om een gedicht of verhaal te leveren over de strijd van Tula, eventueel al eerder gepubliceerd, met oog voor de moderne tijd. Als de meest bekende leider van de opstand van 1795 geldt Tula nog altijd als een rolmodel, ook voor de huidige generatie jongeren, is de boodschap van het boek. “De strijd voor vrijheid en gelijkheid is nog steeds van kracht”, staat in het voorwoord van de samenstellers Olga Orman en Giselle Ecury, die tevens een aantal oorspronkelijk Papiamentstalige gedichten in het Nederlands vertaalden.
Het gemeenschappelijke uitgangspunt had kunnen leiden tot een eenzijdige bundel, waarin Tula keer op keer om hulp wordt gevraagd voor de strijd tegen discriminatie. Inderdaad lieten de meeste dichters zich inspireren tot een tekst waarin Tula’s moed en vastberadenheid als voorbeeld dienen voor de huidige generatie. Bijvoorbeeld Eerbetoon van Olga Orman, Slavenopstand van Eugènie Herlaar of Tula van Hilli Arduin.

Tula verloo
r
een zwijgende mass
a
verkwanselde zijn lichaa
m
voor valse belofte
s
hij stierf een harde doo
d

Een voorbeeldrol is ook weggelegd voor de hoofdpersonen uit Joan Leslie’s Ze zochten slechts liefde, waarin een slavin en slaaf gestraft worden omdat ze elkaar lief hadden, terwijl in Virginia, het enige verhaal in de bundel door de Arubaan Quito Nicolaas, een slavin door haar verzet aantoont dat ze zich gelijkwaardig voelt aan de slaveneigenaar.

Slavernijbeeld, Edsel Selberie


Minderwaardighei
d

Het zijn allemaal teksten over hetzelfde onderwerp, maar telkens met een andere invalshoek, waardoor Topa Tula geen eenzijdige bundel is. Frida Winklaar-Domacassé, Gerarda Lauf en Alida Kock richten zich allen tot Tula met een verzoek om hulp, maar Winklaar-Domacassé vraagt het indirect via de maan als stille getuige van Tula’s dromen, Lauf vraagt om wijsheid en leiding in het proces na de ontmanteling van de Nederlandse Antillen en de Arubaanse Alida Kock ziet een rol voor Tula in de strijd tegen de gevoelens van minderwaardigheid.

We veroordelen elkaar nog steeds,
 
op grond van ons uiterlijk.
 
We willen ons ras verbeteren,
 
adoreren het tokohaar
 
(...
)
Tula, wanneer kom je teru
g
om ons te bevrijden van onze slaafse mentaliteit
.

Libertá Rosario schrijft in de Slaaf in ons allemaal dat ook gebrek aan vrijheid door school, een relatie of werk als een vorm van dwang gezien kan worden.

Dankzij Tula leer ik om meer voor mezelf op te kome
n
en het is aan jou om te bekijken, waar jij je vrij van wilt maken.

De teksten waarin een originele insteek gecombineerd is met beeldend taalgebruik, maken de meeste indruk. De jonge dichter T. Martinus bijvoorbeeld laat Tula zelf aan het woord in Sin Awa den bo wowo. Martinus schetst Tula als vastberaden man met wijze uitspraken, die stof tot nadenken geven, al dringt de betekenis van de woorden misschien niet direct door tot de lezer.

Mijn afstand tot waar ik wil zijn,
 
kan ik meten aan de tijd die mij gegund i
s
om jouw oren te bereiken
.

Tula komt ook zelf aan het woord in M’a topa Tula van Laurindo Andrea, maar dan in een dialoog met de schrijver. De vrijheidsstrijder roept Andrea tot verantwoording en vraagt hem waarom hij in hemelsnaam in het land woont van de onderdrukker. Andrea antwoordt dat hij zich juist in Nederland thuis voelt en geaccepteerd wordt voor wie hij is, omdat er ondanks de strijd van Tula en anderen als Rosa Parks, Martin Luther King en Nelson Mandela nog steeds sprake is van een gebrek voor anderen. Maar ook Andrea zal de strijd voortzetten, belooft hij Tula.

Ik ben tot de conclusie gekome
n
dat ik de strijder ben.
 
De integere strijde
r
met respect, liefde en compassi
e
(...
)
mijn dromen waarmakend
 
om vrede met mezelf te sluite
n
en zo anderen blijvend te inspireren
.

Tula en de boodschap voor de huidige generatie zijn eigenlijk het minst aanwezig in het gedicht De Driemaster van Walter Palm, dat eerder gepubliceerd werd in zijn bundel Sierlijke krullen van plezier. Maar het beeldende taalgebruik, waar Palm bekend van is, zet kracht bij aan de hoopgevende boodschap dat de revolutie, ondanks enige vertraging, de Nederlandse koloniën uiteindelijk wel bereikt heeft.

Op een driemaste
r
met drie masten Liberté, Egalité en Fraternit
é
stak de Revolutie de Atlantische Oceaan ove
r
(...
)
reisde met volle zeilen richting Curaça
o
Met Tula als kapitein en Karpata als stuurma
n

Maar het schip leed schipbreu
k
zonk naar de bodem van de ze
e
en daar bleef het liggen
,

tot het op 1 juli 1863 naar boven steeg
,
statig de haven van Willemstad binnen schree
d
en met gouden letters schreef
:

‘De slavernij is voorbi
j
Ook hier heeft de Revoluti
e
gezegevierd.



Topa Tula is een uitgave van Simia Literario en uitgeverij Amrit.

[uit Amigoe, 9 februari 2013]