Architect Ronny
Lobo debuteerde met Bouwen op Drijfzand, een roman over architectuur, de
Caribische samenleving en de liefde.
door Otti Thomas
De voortgang bij de bouw van twee huizen compenseren de
besluiteloosheid van hoofdpersoon Kenzo in de liefde. Een architect bouwt niet
zozeer huizen of andere gebouwen, maar verwezenlijkt dromen. Dromen van
opdrachtgevers en evenzeer eigen dromen. Dit is zeker het geval in Bouwen op
Drijfzand, het debuut van Ronny Lobo. Zijn ervaringen als architect vormen de
basis voor het boek, waarin hoofdpersoon Kenzo Schmidt huizen ontwerpt voor een
getrouwd en een ongetrouwd stel.
Het verhaal heeft veel vaart, want het is grotendeels
opgebouwd uit de contacten die Kenzo als vertellende ik-persoon heeft met zijn
opdrachtgevers. Uitgebreide achtergrondinformatie over de twee eilanden,
verhandelingen over de geschiedenis van de hoofdpersonen, een uitleg over het
vak van architect of een vooruitblik op toekomstige ontwikkelingen zijn er
niet. De lezer leert gelijktijdig met Kenzo de personages kennen.
Onderhandelingen met het echtpaar Paul en Heidi Michel maken duidelijk dat de
man streeft naar besparingen, terwijl zijn vrouw vooral een mooi huis wil. Uit
de gesprekken en een zeiltochtje met Roy Goodweather blijkt hoeveel liefde deze
opdrachtgever heeft voor de eenvoud van de natuur. En dan zijn er natuurlijk de
momenten met Goodweathers vriendin Karin Oei, op wie Kenzo verliefd wordt.
De keuze voor een ik-persoon werkt vooral goed als Lobo zijn
hoofdpersoon zijn liefde voor de architectuur en de natuur laat delen.
Anders dan de tekst op de achterflap doet vermoeden, is de
keuze tussen het behoud van de natuur en de gewenste luxe van de klant in het
boek niet prominent aanwezig. Die afweging moet des te meer gemaakt worden als
het gaat om de bouw en inrichting; de afmetingen van de kamers, de kleur van
tegels en de stijl van de meubels.
“De kunst was om je zo snel mogelijk in te leven in de
gekste wensen van een opdrachtgever. Soms kwamen er toch creatieve oplossingen
uit. Een letterlijke verwerking van hun ideeën kon tot de ergste kitsch leiden.
Zoals een geïsoleerd vijvertje in de voortuin met daarover een bruggetje, dan van
nergens naar nergens leidde. Met daaromheen kaboutertjes en eendjes.’’
![]() |
| Ronny Lobo |
Liefde voor bouwproces
Lobo laat via zijn alter ego merken hoeveel liefde hij heeft
voor het bouwproces. Bijvoorbeeld als Kenzo vol verbazing toekijkt bij het
aanbrengen van de dakpannen. “Met open mond keek ik toe. (...) De man bij de
pallet jongleerde de pannen naar de luchtacrobaat op het dak. Die ving ze op en
legde ze direct op hun plaats. De snelheid waarmee ze dat deden had meer weg
van tennissen dan van dakdekken.’’
Diezelfde bewondering blijkt ook tijdens een inspectie van
het huis in aanbouw. “Terwijl ik al wandelend door de woonkamer naar boven keek,
bleef mijn rechtervoet ergens achter haken waardoor ik bijna viel. Met moeite
kon ik me tegen een ruwe muur staande houden. Toen ik naar beneden keek, zag ik
dat ik gestruikeld was over een rood bekrijt touwtje dat pal over de vloer
gespannen was.’’ De rode touwtjes zijn door het hele huis gespannen. De
aannemer legt desgevraagd uit dat de touwtjes gebruikt worden om het pleisterwerk
waterpas en haaks aan te brengen. Niet alleen per ruimte, maar ook ten opzichte
van alle andere ruimtes in het huis.
“Ik kon mijn ogen en oren niet geloven. Tijdens mijn hele
bouwkundige loopbaan op alle eilanden van de Nederlandse Antillen was ik nooit
eerder deze precisie tegengekomen’’, denkt Kenzo.
Waar deze fragmenten het hoofdpersonage tot leven wekken,
zijn het de dialogen die de andere personages tot mensen van vlees en bloed
maken, aangevuld met de gedachten en gevoelens die Kenzo vervolgens met de
lezer deelt. “Het was verhelderend om het grote verschil in achtergrond tussen
Paul en Heidi te kennen. Paul, een verwende jongen die niets tekort kwam, en
Heidi, een bedeesd meisje dat zich niet zomaar tegen iedereen uitte’’, denkt
hij na een ontmoeting met het echtpaar uit Nederland. Roy Goodweather leert hij
echt kennen tijdens een uitstapje op zijn zeilboot. “Bij Roy was de behoefte
aan luxe niet ontwikkeld. Hij vroeg zich steeds af waarom bepaalde ruimten zo
groot moesten zijn. Op zijn zeiljacht was alles klein en toch was het geschikt
om in te wonen, eten, douchen en zelfs om de liefde in te bedrijven (...).’’
![]() |
| Karin Oei |
Seksscènes
Het personage dat te weinig uit de verf komt, is Karin Oei,
die nota bene een cruciale rol speelt als de vrouw op wie Kenzo verliefd wordt.
Hoewel vanaf de eerste pagina duidelijk is dat ze voor elkaar zullen vallen,
lijkt het desbetreffende moment vrij willekeurig, omdat er weinig ontwikkeling
in hun relatie lijkt te zitten. Het zijn de gedachten van de hoofdpersoon die
hier juist vertragend werken en zelfs voor een gevoel van herhaling zorgen. Ook
tijdens de seksscènes analyseert Kenzo te veel. Op een regel als: “Voor ik me
verder tegen haar verleiding kon verzetten, lagen we in het zand”, volgt een
regel als “Onze lichamen lieten zich gaan alsof ze al langere tijd smachtten
naar dit verboden moment.’’ Plastisch is een omschrijving als “Ze
beklom mij en met haar handen greep ze mijn gezicht vast en begon me te kussen,
te bijten, te likken.’’ Maar dan volgt weer een gedachte: “Ongelooflijk hoe
gevoelig mannentepels kunnen worden op zo’n moment.”
Ook de gedachten die Kenzo voor en na elke ontmoeting met
Karin heeft, halen de vaart uit het verhaal. Hun hele relatie is ondanks alle
passie ingekaderd door twijfel. Aanvankelijk weet Kenzo zich geen raad met
gevoelens van verliefdheid en voelt hij zich schuldig dat hij zijn zakelijke
belangen niet kan scheiden van zijn persoonlijke verlangens. Vervolgens
twijfelt hij of de gevoelens die Karin voor hem heeft wel echt zijn als hij
vermoedt dat ze behalve hemzelf nog een andere minnaar heeft. Waar gedachten en gesprekken voldoen om de andere personages
te leren kennen, blijft Karin hierdoor enigszins in de mist hangen. De
besluiteloosheid en terughoudendheid van Kenzo maken hem bovendien niet
sympathieker.
Toch indrukwekkend
Als architect is Kenzo een stuk doortastender en het kost de
lezer weinig moeite om zich in te beelden hoe beide huizen langzaam realiteit
worden. “Bij elke muur die werd opgetrokken, sloot een ruimte zich af van
buiten. Maar tegelijkertijd kreeg de ruimte een andere relatie met buiten, door
de grote raamvensters die als een soort passe-partout de omgeving inkaderden.”
Mede dankzij deze fragmenten en orkaan Ivan die aan het
einde voor een onverwachte ontwikkeling zorgt, is Bouwen op Drijfzand toch
een indrukwekkend debuut.
[uit Ñapa
Literatuur (Amigoe), zaterdag 18 januari 2014]































