Posts tonen met het label San A Jong Ruth. Alle posts tonen
Posts tonen met het label San A Jong Ruth. Alle posts tonen

dinsdag 25 maart 2014

Ruth San A Jong naar Nederland en Indonesië

Ruth San A Jong bij de uitreiking van de Inktaapprijs op 24 maart j.l.
De prijs ging uiteindelijk naar Tommy Wieringa

De Surinaamse auteur Ruth San A Jong maakt op uitnodiging van het Vlaams-Nederlands Huis deBuren en de Taalunie een kleine tournee door de Lage Landen en vertrekt een dezer dagen naar de Indonesische hoofdstad Jakarta voor het internationale residentieproject citybooks (www.citybooks.eu).  Zij was eerder aanwezig bij de uitreiking van de Inktaapprijs, waarvoor zij genomineerd was (zie eerderbericht).
 
Ruth San A Jong met Franc Knipscheer, uitgever van haar onlangs herdrukte
verhalenbundel De laatste parade
Op www.citybooks.eu worden stadsverhalen verzameld van Vlaamse, Nederlandse en andere auteurs. Deze verhalen schrijven zij naar aanleiding van een residentie van een of twee weken in een interessante maar niet voor de hand liggende stad. Oostende, niet Antwerpen; Sheffield, niet Londen en in het geval van Ruth San A jong wordt dat Jakarta. In Jakarta begint deBuren binnenkort aan een nieuwe Aziatische editie van het overwegend Europese project. Ruth San A Jong zal haar tekst ook inspreken voor podcasting. Daarnaast wordt de tekst vertaald naar het Engels, Frans en Bahasa Indonesia en ook in die talen ingesproken (door stemmenacteurs) als podcast én gepubliceerd als gratis te downloaden e-book.


deBuren nodigt dit voorjaar naast Ruth San A Jong een Vlaming (Annelies Verbeke), drie Indonesische auteurs en twee Indonesische visuele kunstenaars (een fotograaf en een videast) uit om een persoonlijk stadsportret te maken in het medium dat hun vertrouwd is. Deze aflevering van citybooks wordt georganiseerd in samenwerking met het Erasmus Taalcentrum te Jakarta, en met steun van de Nederlandse Ambassade in Indonesië.

maandag 24 maart 2014

Tommy Wieringa wint De Inktaap 2014

De genomineerden op een rij, v.l.n.r. Oek de Jong (in licht kostuum), Tommy Wieringa,
 Ruth San A Jong, Peter Terrin


door Roderick Nieuwenhuis

Tommy Wieringa heeft De Inktaap 2014 gewonnen, de literaire jongerenprijs voor de winnaars van de grootste literaire prijzen in het Nederlandse taalgebied van het afgelopen jaar. Dat meldt organisator de Nederlandse Taalunie.

Wieringa’s roman Dit zijn de namen, waarmee hij vorig jaar de Libris Literatuur Prijs won, werd door ruim 1.500 scholieren van 120 scholen uit Vlaanderen, Suriname en Curaçao gekozen als favoriet.

Die keuze ging ten koste van Pier en Oceaan van Oek de Jong (winnaar Gouden Boekenuil 2013), De laatste parade van Ruth San A Jong (Caribische nominatie) en Post Mortem van Peter Terrin (AKO Literatuurprijs 2012).
Ruth San A Jong

Wieringa ontving de prijs deze middag in Rotterdam in het bijzijn van duizend scholieren.
De Inktaap is een initiatief van de Nederlandse Taalunie, Canon Cultuurcel van het Departement Onderwijs en het departement Cultuur van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en Stichting Lezen Nederland. De Inktaap wordt uitgevoerd door stichting Passionate Bulkboek uit Rotterdam, Villanella uit Antwerpen en de Nederlandse Taalunie in Suriname en Curaçao.

De prijs werd in het verleden onder andere gewonnen door Yves Petry (2012), Robert Vuijsje (2010), A.F.Th. van der Heijden (2009), Tom Lanoye (2004) en Harry Mulisch (2003).


[uit NRC.nl, 24 maart 2014]

maandag 17 maart 2014

maandag 27 januari 2014

Srefidensi in de literatuur

van de redactie van De Ware Tijd Literair

Op woensdag 15 januari 2014 waren drie redactieleden van dWTL aanwezig bij de zesde Trefossa-lezing van de Henri Frans de Ziel Stichting. De lezing met als titel: ‘Levenslust is ’t heenstappen over kleine dingen’ Trefossa en taal’ werd gehouden door Lila Gobardhan-Rambocus. Elders op deze pagina gaan we nader op deze lezing in.

Voor Lila Gobardhan de beurt kreeg, waren er verschillende inleidende sprekers, betrokkenen bij de stichting, onder wie Hein Eersel (die zelf de Trefossa-lezing van 2009 heeft gehouden  over ‘Canon, Cultuur en vertaling’). Hij wenste nu het publiek een ‘goed literair jaar’ toe. Wat houdt dat in? De voorzitter van de stichting, Johan Roozer, wees ons erop dat er in het afgelopen jaar weinig literair werk is verschenen, dat er weinig gebeurd is op literair gebied.  Zou Roozer hiemee bedoelen dat er geen romans of gedichtenbudels zijn verschenen van hoge literaire kwaliteit, zoals in 1957 de gedichtenbuindel , Trotji, van Trefossa?
Er is wél veel verschenen het afgelopen jaar. De ontwikkeling van de Surinaamse leeswereld gaat steeds meer de richting op van ‘literaire srefidensi’. Zo is er de Clark Accord Foundation (CAF) die in mei 2013 de bundel met verhalen van jonge schrijvers, Ston Oso, het resultaat van een schrijfwedstrijd publiceerde met de bedoeling om  jongeren liefde voor schrijven en literatuur bij te brengen. Het titelverhaal is van de eerste-prijs-winnares Hetty Amatodja (schrijversnaam Hetty Amat). Dit succes heeft deze jonge schrijfster geïnspireerd om door te gaan; er is al een kinderboekje van haar verschenen, Bruno de zwervershond en binnenkort komt er een verhalenbundel van haar met fantasievolle verhalen die ook in de realiteit wortelen, op de markt. Andere jeugdboekenschrijvers durven taboes te doorbreken  en maatschappelijke problemen  te behandelen. Het boek Laat me niet alleen van Indra Hu over het hiv-aids-probleem is een pakkend voorbeeld.

En dan de kinderboekenfestivals die nu al tien jaar gehouden worden  op verschillende plaatsen in het land. Op  creatieve manieren wordt er veel gedaan aan leesbevordering. Op ieder festival verschijnen er weer nieuwe boeken, geschreven vanuit Surinaamse situaties, in Surinaams Nederlands en met herkenbare beeldende illustraties.  Wij van dWTL besteden er veel aandacht aan en hebben zelfs een jeugdredactie.

En dan is er de Schrijversvakschool onder leiding van Ruth San A Jong die zelf een bundel met verhalen over de dood heeft uitgebracht, De laatste parade,  mooi gedaan en een gedurfd onderwerp. Onlangs zijn er drie studenten afgestudeerd aan de Schrijversvakschool, onder andere Karin Lachmising die kort daarna bij In de Knipscheer uitkwam met een dichtbundel, Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt, met bijzondere gedichten, van hoge kwaliteit. Belangrijk is ook de in 2013  uitgegeven grammatica van het Sranan Taki Sranantongo bun door Eddy van der Hilst. Geen literair boek, maar wel een ondersteuning voor degenen die in het Sranantongo willen schrijven of dichten.  Van binnen uit, vanuit Suriname, zijn er dus activiteiten om jonge schrijvers te motiveren en verder te helpen en verschijnen er veel goede kinderboeken voor alle leeftijdsgroepen, van kleuters tot en met adolescenten. Wie vroeg begint te lezen en er plezier in heeft, blijft het doen! Suriname is niet alleen Paramaribo,  en het leespubliek bestaat niet alleen uit elite en intellectuelen. In de districten en het binnenland wordt ook veel gedaan aan leesbevordering.

In 2011 was er bij de Henri Frans de Ziel Stichting wél aandacht voor literaire diversiteit die te maken heeft met de Surinaamse culturen. Ismene Krishnadath, schrijfster en voorzitter van de Schrijversgroep 77 kreeg toen de Henri Frans de Ziel Literatuur- en cultuurprijs, vanwege haar schrijverschap, maar ook in verband met activiteiten in verband met leesbevordering  op scholen. In haar dankwoord zei Ismene toen: ‘Bij S77 propageren we al jarenlang het idee van ‘Diversity is power’. We helpen de wereld alleen vooruit wanneer wij inclusief denken, alleen een plaats en een eigen waarde geven binnen het spectrum van het bestaan. Dit geldt ook voor literatuur. Er is een overvloed aan literaire vormen waar het gewone volk prima mee uit de voeten kan, maar waar wij, van de zogenaamde literaire scène, te weinig mee doen’.

Diversity is power


Onze conclusie is: het Surinaamse literaire leven is aan het veranderen. Literatuur is niet meer het kunstgebied voor de elite, maar het leesplezier van ‘gewone mensen’ neemt toe door tal van projecten.  De Henri Frans de Ziel Stichting kan in deze een voorbeeld nemen aan hun eigen Trefossa, die de volkstaal, het Sranan, opwaardeerde door zijn prachtige gedichten in die taal, beeldend van klank en ritmisch, die onderwijzer was en leraar en ….. een bescheiden mens, de uitvinder van het woord ‘Srefidensi’!


woensdag 18 december 2013

Cultuur Top Vijf 2013 Werkgroep (4)

Het eind van het volle jaar 2013 zit er bijna op. Caraïbisch Uitzicht vroeg alle leden van het Bestuur, de Adviesraad van de Werkgroep Caraïbische Letteren en de mensen die dit jaar een opdracht kregen om hun top-vijf van culturele evenementen die zij het afgelopen jaar hebben bijgewoond of de beste boeken die zij lazen. Vandaag de vierde aflevering: verhalenstrijfster, directeur van de Schrijversvakschool Paramaribo en Adviesraadslid Ruth San A Jong.

Michael Slory bij Ruth San A Jong aan huis

1.
Het voorrecht Michael Slory in m’n huiskamer te hebben bij de lancering van zijn dichtbundel Torent een man hoog met zijn poëzie (uitgegeven door In de Knipscheer) op 23 september 2012 (het jaar 2013 duurde lang…) bij de Vereniging Ons Suriname te Amsterdam, live via skype.

2.
Ook het boek van Shrinivási, de pionier in de dichtkunst, Hecht en sterk (In de Knipscheer), te mogen verkopen en er iets mee doen samen met Geert Koefoed die het nawoord deed en een hele tournee rond het boek in Nickerie en Paramaribo verzorgde. Shrini woont op Curaçao en is niet meer in staat te reizen.

3.
André Loor
De laatste uitgave van Suriname’s nationale historicus: André Loor vertelt (VACO).

4.
De opening van de Faculteit Humaniora van de Anton de Kom Universiteit van Suriname in december 2010 (jaja, het jaar 2013 wordt nog langer).

5.
Shrinivási en Karin Lachmising op Curaçao
De literaire avond van de Schrijversvakschool, de enige in het Nederlandstalig Caribisch gebied bij gelegenheid van de viering van haar vijfjarig bestaan, met het sterke debuut van Karin Lachmising, Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt (In de Knipscheer), en het afstuderen van twee veelbelovende student-auteurs Iraida van Dijk-Ooft en Sakoentela Hoebba. Ook de start van een jeugdproject waar kinderen in de leeftijdscategorie 9-14 creatief leren schrijven. 

vrijdag 22 november 2013

Vijf jaar Schrijversvakschool Paramaribo



V.l.n.r. Karin Lachmising, Iraida van Dijk-Ooft, Shakoentela Hoebba

De Schrijversvakschool Paramaribo bestaat vijf jaar. Het begon in 2007 met voorbereidingen van Ruth San A Jong, oprichter en huidige directeur. Docenten trainen, fondsen werven, studenten interesseren om lessen in creatief schrijven te volgen. Gesprekken met partners van scholen overzee, programma's en ideeën. Wat zou, gezien de omstandigheden, wel in de Surinaamse samenleving passen en wat niet? Zou zo een school wel relevant zijn voor Suriname? We geven een korte terugblik op ons vijfjarig bestaan.
Sakoentela Hoebba

Donderdag 28 november a.s. zal dat gebeuren in het Jeugdtheater ON STAGE. Op deze avond zullen ook twee van onze vierdejaarsstudenten hun eindpresentaties houden.

Iraida van Dijk en Sakoentela Hoebba hebben de vierjarige opleiding afgerond en zullen beiden afstuderen in het genre Proza. Zij zullen hun bevindingen en enkele teksten uit hun manuscript aan ons voorhouden en verder praten over de rol die de Schrijversvakschool heeft gespeeld in hun groei naar auteurschap. Studeren aan een Schrijversvakschool is nog geen garantie voor auteurschap; een goed boek uitgeven ook niet.
Iraida van Dijk-Ooft

Onze eerste afgestudeerde, Karin Lachmising, zal haar debuutbundel presenteren. Deze is in Nederland gepubliceerd door Uitgeverij In de Knipscheer. Het boek zal te koop worden aangeboden en gesigneerd worden, indien gewenst. U bent van harte uitgenodigd om deze bijzondere literaire dag met ons te vieren. Wilt u vooraf uw aanwezigheid aangeven, zodat wij een plek voor u kunnen reserveren. Wij zien u graag!

Datum: donderdag 28 november 2013
Tijd: 19.30 uur
Inloop: 19.00 uur
Locatie: Jeugdtheater On Stage, Mgr. Wulfinghstraat
Rsvp: info@schrijversvakschool.org - 856 3674
Karin Lachmising

woensdag 28 augustus 2013

Carifesta lijkt Caribruya



door Alan Tijseling
alle foto's zijn van Ruth San A Jong


Het zal niemand ontgaan zijn. Carifesta XI is in volle gang en er wordt niet alleen genoten, maar ook volop geklaagd. Genoten van alle aspecten die zoveel verschillende landen met zich meebrengen: mode, theater, muziek, eten, het lerenkennen en waarderen van elkaars culturen. Geklaagd over het programma dat niet klopt, of er wel of geen kaartjes nodig zijn en waar die dan gaan gehaald moeten worden. Eigenlijk vooral geklaag over onduidelijkheid en miscommunicatie.
Het lijkt zo simpel. Je reserveert zalen, nodigt muziekgroepen, dansers, toneelgezelschappen en koks uit. Vermeldt alles in een programma, zorgt er voor dat dit programma bij het publiek terechtkomt en voor de rest weet iedereen waar en wanneer hij moet wezen. Het gaat vanzelf. Tenminste wanneer het een Duits festival is. Duitsers lukt het met hun Deutsche Gründlichkeit om iets dergelijks schijnbaar moeiteloos voor elkaar te krijgen. Voor de rest van de wereld is het organiseren van een meerdaags festival een stuk gecompliceerder en in ons deel van de wereld lijkt het soms helemaal een mission impossible.



That's the Caribbean
Plotseling geconfronteerd met allerlei vragen en opmerkingen van journalisten en gasten tijdens het eerste Fête de la Cuisine in 2006 op Sint Maarten over koks die er nog niet waren, restaurants die van niks wisten en een programma dat volledig ontbrak, antwoordde Henri Hugo Brookson, voormalig plaatsvervangend gevolmachtigd minister van Antilliaanse zaken én hoofdorganisator van het festival, doodgemoedereerd: "Zo gaat het nu eenmaal hier, we zijn heel slecht in organiseren, maar ontzettend goed in improviseren. Dat is de charme van de Caribbean, u zult zien dat alles goed komt." In oktober wordt het Fête de la Cuisine voor de zevende maal georganiseerd op Sint Maarten en ongetwijfeld zal er weer van alles misgaan, maar aan het einde hebben wel duizenden mensen ontzettend genoten van dit culinaire festival.


Carifesta
We zien min of meer hetzelfde gebeuren bij 'ons' Carifesta. Op de dag van de openingsceremonie stond de hele samenleving op haar kop over wat inmiddels rustig de kaartjes-dyugudyugu mag worden genoemd. Radioprogramma's werden overspoeld met bellers, de pings en Whatsapps vlogen in het rond en het sarcasme stuiterde van Facebook af. Maar aan het eind van de avond overheersten de oh's en ah's over de lichtshow en het vuurwerk. Iedereen, of in elk geval de meeste mensen die er bij waren geweest, hadden een geweldige avond gehad.



Idem dito met Carifesta Jazz in Hotel Torarica. De nachtmerrie van elke organisator, bands die op het laatste moment afzeggen of uren te laat, dan wel helemaal niet, komen opdagen. Bezoekers die geïrriteerd raken door de wijzigingen en daardoor niet meer wisten of ze nu voor de Pier of voor de Baquet hall een kaartje moesten hebben, enzovoorts. Maar wederom aan het einde van de avond één en al enthousiasme en de volgende dag juichende recensies. Job well done!



Menselijk falen
Natuurlijk is het enorm vervelend wanneer je met je gezin ergens naartoe wilt en dan blijkt opeens dat het hele ding niet doorgaat. Of dat je opeens een uur te laat bent, omdat de tijd onduidelijk staat vermeld en het bewuste optreden al is afgelopen. Het is dan voor de hand liggend om de organisatie daar de schuld van te geven, maar toch is dat niet altijd even terecht. De organisatie is namelijk een abstract ding dat in wezen niks, en dus ook niks fout, kan doen. Het zijn de mensen binnen een organisatie, of de artiesten die het programma moeten verzorgen, waarbij het misgaat en vaak gaat het dan om gewone menselijke foutjes.


Als van een voetbalteam één speler zijn paspoort niet in orde heeft, dan is er niet zo veel aan de hand; zijn plaats kan worden ingenomen. Gebeurt hetzelfde met de hoofdact van een optreden we hebben het onlangs nog meegemaakt met jazzgitarist Stanley Jordan dan gaat het hele evenement niet door. In beide gevallen is er sprake van hetzelfde menselijke falen, maar in het ene geval zijn de consequenties nu eenmaal een stuk groter dan in het andere geval. De organisatie kun je in dat geval weinig verwijten. Iemand is iets vergeten, een normaal menselijk iets wat kan gebeuren.


Het punt bij Carifesta is dat er veel dingen tegelijk, of in een kort tijdsbestek, op verschillende plaatsen worden georganiseerd en dat er veel mensen bij betrokken zijn. Daardoor zijn er ook veel verschillende kleine menselijke foutjes die op een gegeven ogenblik een sneeuwbaleffect krijgen. Vervelend, maar je kan het de organisatie moeilijk verwijten, menselijk falen is van te voren nu eenmaal nooit uit te sluiten.


Schakels
Wat je de mensen binnen de organisatie wel kunt verwijten, is de manier waarop er over al die kleine foutjes, die leiden tot grote problemen, wordt gecommuniceerd. Daar zal na Carifesta ook vast nog het nodige over gezegd worden. Al weten we nu al dat dit vooral een wijzen naar elkaar wordt, dat de verwijten over en weer over tafel vliegen en dat we tot de slotsom komen dat we elkaar verkeerd begrepen hebben. Inderdaad miscommunicatie.



Wat we nu ook al kunnen concluderen, is dat er veel te veel mensen bij de organisatie betrokken zijn. Daar wringt een beetje de Surinaamse schoen. Er is een stevig budget beschikbaar en dus willen we ook iedereen een stukje van de taart gunnen.



Laten we als simpel voorbeeld het leveren van stoelen nemen. Daar is een organisatie mee belast die voor de uitvoering een commissie vormt. Vanuit de commissie wordt een vertegenwoordiger aangewezen die gaat praten met de tussenpersoon van de stoelenleverancier. De stoelenleverancier laat zich op zijn beurt weer vertegenwoordigen door een andere tussenpersoon, waardoor er al zes schakels zitten tussen de vrager en de aanbieder. Lastig, want hoe meer mensen er bij betrokken zijn des te meer kleine foutjes er worden gemaakt en hoe groter de kans op miscommunicatie en problemen. Toch zal dit niet snel veranderen, iedereen moet immers de kans krijgen om zijn nyan te maken met Carifesta. Inclusief ondergetekende met het schrijven van dit stukje.



Over de eindconclusie kunnen we het ook al vast eens zijn. Ja, het was een chaos en ja, er waren veel klachten, maar klagen zit nu eenmaal in de menselijke aard besloten en wat hebben we uiteindelijk toch vooral genoten met z'n allen. Al snel zal het besef optreden dat het veel makkelijker is om elkaar te complimenteren over de dingen die wel goed gegaan zijn en de schoonheidsfoutjes onder het tapijt te schuiven.
De slotsom zal dan ook zijn: Over tien jaar graag weer!

[tekst uit de Ware Tijd, 24/08/2013]




dinsdag 13 augustus 2013

Kinderen klimmen in de pen bij Schrijversvakschool

door Euritha Tjan A Way
In de paasvakantie hebben kinderen al een voorproefje gehad met een tweedaagse workshop van de Schrijversvakschool Paramaribo. Trainer Urmia van Leeuwaarde bemoedigt een jonge schrijver dat hij op de goede weg is met zijn verhaal.

Paramaribo - Kinderen hebben een eigen verhaal en dat kunnen ze zelf vertellen. Dat is de stellige overtuiging van Ruth San A Jong, directeur van de Schrijversvakschool Paramaribo. Zij heeft haar kennis kunnen koppelen aan kapitaal gesponsord door de Nederlandse ambassade en geeft samen met andere docenten vanaf de grote vakantie schrijftraining aan kinderen in de leeftijdsklasse negen tot veertien jaar. De directeur kan bijna niet stil zitten van enthousiasme. “We gaan leuke dingen doen met de kinderen. We gaan het hebben over moderne thema’s zoals Blackberry’s en pingen, maar ook minder leuke dingen. Bijvoorbeeld hoe het is om ziek te zijn? En wat er gebeurt met kinderen, zoals na de brand? Kortom we gaan ze helpen om hun verhaal te vertellen.”

Behoefte
Albert Roessingh - De schone slaapster
De behoefte is er al een hele tijd. "Vanaf de opstart van de school in 2008 kreeg ik ouders aan de lijn die niet wisten hoe ze schrijvende kinderen thuis kunnen begeleiden. Toen nam ik me voor om eens met kinderen te starten, maar bij de opstart van de training met een instaptarief van ongeveer SRD 75 was er weinig animo. Toen besloot ik het nogmaals te proberen in de paasvakantie. En voilà! Een tweedaagse gratis schrijfworkshop leverde een volle bak kinderen op", lacht de directeur die zelf ook schrijver is.

Krant
De bedoeling is om kinderen spelenderwijs de fijne kneepjes van het schrijversvak bij te brengen, waaronder zintuiglijk schrijven, werken met associaties en beelden, verschillende dichtvormen, personagevorming en werken met een plot. Niet te technisch en toch nog effectief en creatief. De training duurt elke keer drie maanden, waarbij elke les twee uur duurt. Na een cyclus van twaalf lessen geeft de school een krant uit met alle verhalen van de kinderen.

Interactief
Aan het einde van het traject in mei 2014 worden de mooiste verhalen gebundeld en uitgegeven. "Ik mik erop die bundel te launchen tijdens het Kinderboekenfestival. Dan kunnen kinderen massaal het verhaal van elkaar lezen", droomt San A Jong. Het boek zal ook worden voorzien van illustraties die door kinderen zelf worden getekend. "De tweede groep, mag de verhalen van de eerste illustreren onder begeleiding van een kunstenaar", ontvouwt San A Jong die benadrukt dat het een interactief geheel wordt. "We gaan ook naar films kijken, krijgen een dagje bijvoorbeeld de dierenbescherming op bezoek. Alles van de kinderwereld om het kind creatief te stimuleren."
De schrijver van het boek De laatste parade denkt in de eerste plaats aan kinderen uit tehuizen. "Het is nu eenmaal zo dat deze groep achtergesteld is ten opzichte van die uit een gezin. De leerprestaties liegen er niet om en de sociale achtergronden van deze kinderen zijn vaak erbarmelijk. Schrijven draagt bij aan de persoonlijke vorming van assertieve, zelfbewuste kinderen. "We sluiten echter niemand uit. Het instaptarief is SRD 25 en we mikken op klassen van acht tot tien personen." De initiator van dit project hoopt dat dit zaadje als vrucht ook zal opleveren dat de taalontwikkeling en leescultuur van de doelgroep een duwtje krijgen.

[uit de Ware Tijd, 13/08/2013]



zondag 4 augustus 2013

Celestine Raalte heeft weinig mime nodig

Fri Yeye, het theaterstuk in het kader van 150 jaar afschaffing slavernij


door Ruth San A Jong

Celestine Raalte, de schrijfster en actrice in dit stuk heeft weinig mime nodig om je te raken, te snijden, met haar woorden. Gisteravond zat ik voorovergebogen naar het theaterstuk Fri Yeye te kijken. Ze heeft een sigaar als decor waarbij ze het hele stuk door paft, een zwarte hoofddoek en wat authentieke houten meubels die zij gebruikt om je in die oude Surinaamse sfeer te brengen. Fri Yeye (Vrije Geest): een relaas van een buurtoma die het nodig vindt om op 1 juli haar kleindochter te ontgoochelen over de ‘viering’ van Keti Koti.



“Wat je doet is papegaaienwerk.” De dialogen beginnen scherp. Botsingen tussen de zogenaamde moderne kijk op de slavernij en de historie komen tot uiting in de relatie tussen de twee karakters.

Oma: Wat doe je met je vrijheid! Je voorouders hebben land gekocht, zodat ze weer een thuis hadden. Wat gebeurt er met het land dat jullie is nagelaten? Land waar bloed, zweet en tranen hebben gevloeid. Jullie zijn de weg kwijt.
Bernadetta: Ach vrouw! Wat weet u? U weet niet eens hoe u hier bent beland, dan komt u mij de les lezen.Wie bent u, jij of je? Als m’n vriend hier was had hij je zo eruit gezet. Met al je verhalen.

Fri Yeye sleurt je ook door de verzwegen geschiedenis:
De moordenaars! Ze waren bezorgd over ‘Leusden’, hun schip en het goud. Ik, ik voelde smart, galbittere smart. Ik was gebroken: 650 zielen die dolen voor de Marowijnerivier
… ik weet niet eens hoe ze heten. Ze hadden ook een vader en een moeder
en al de onschuldige kinderen. Geen woord van die Hollandertjes. Geen woord over de dood van de Afrikaanse mannen, vrouwen, en kinderen. Geen woord van die WIC’ers met hun VOC-mentaliteit. Mensenrechten bestonden niet voor de Afrikanen.

Alle typische fenomenen van het zwarte mentale ‘brandmerk’ gaan langs en zeker ook de eigen ervaring. De tragiek is voelbaar, het lijden en de liefde van de buurtoma is tastbaar.

Hillegonda: U bedoelt de verdeel en heersformule. De racist Willi Lynch heeft een handboek geschreven Hoe maak je van een Afrikaan een slaaf? En hoe zorg je ervoor dat een slaaf, slaafs blijft. Vertel oma, hoe werkte dat in uw tijd?
Oma: Stel je voor, ik ben die slavendrijver. Jou geef ik wat kapotte kleding. Iets meer te eten en jou verneder ik minder. In het bijzijn van de andere slaven. Ik ransel Bernadetta af totdat ze neervalt. Dan vertel ik aan haar dat jij me hebt verteld, dat ze gestolen heeft. Ik zorg ervoor dat jullie elkaar niet meer vertrouwen. Zo zorg ik ervoor dat de oude slaaf de jongere niet vertrouwt. Dat de man en de vrouw elkaar wantrouwen. Hetzelfde doe ik met de donker- gekleurde en de lichtgekleurde slaven. Ik zaai overal wantrouwen. De iets beter behandelde slaven mogen lichter werk doen. De vrouw werkt in en om het huis. De man wordt beul. De zwarte beul wordt opgedragen zijn vader, moeder, zuster, broeder af te ranselen. De zwarte beul wordt opgedragen zijn zuster vast te binden, zodat de smerige verkrachter zijn gang kan gaan. De zwarte beul wordt opgedragen van de weggelopen slaven die doodgeschoten zijn, de armen geroosterd mee te nemen als bewijs dat de prooi is gevangen.

“A switi fu yere fa yu e taki Sranan. Tan Prodo nanga a tongo yere mi gudu.” Het stuk is alles wat Celestine Raalte is en ademt. Het woord ‘ding’ is een gevoelsmatig woord. Dit stuk is háár ‘ding’, haar manier van denken, haar protest tegen de witte superioriteit, haar irritatie over hoe zwarten met elkaar omgaan en tegelijkertijd haar trots, haar respect voor cultuur, haar identiteit. Ik voel mij door dit theater gesteund in mijn gedachtegang dat ik niet meedoe aan de ‘koto-cultuur’ bij 1 juli- vieringen, omdat de koto ontworpen was om die zwarte vrouw er lelijk uit te laten zien. Vooralsnog om de vrijheid van spreken te ontnemen. De angisa werd gebruikt om te communiceren. Ik zal nooit een traditie in stand houden die in eerste instantie een vernederend doel had. Wat het relaas nog meer benadrukt, is dat wij tradities goed moeten overwegen voor we ze voortzetten.
Oma: Kalebassen zijn hier in huis als souvenirs. Weet je wat de functie is van een kalebas?
Bernadetta: Ik heb voor een glas gekozen. Ik leef in een vrij land en ik ben gelukkig vrij geboren.

Het is een verademing wanneer bij goedgeschreven toneelstukken het geluid goed is. Dit stuk had nergens anders dan in On Stage gespeeld moeten worden. Nergens anders, niet op de Nederlandse bühne, maar hier, op de Surinaamse bodem, voor en door Surinamers gespeeld. Je moet vooral elke emotie van de stemmen goed op je trommelvliezen laten kleven.

Complimenten voor mijn talentvolle vriend Alexander Tolin die bij elke regie groeit (als ik dat mag zeggen). De mooie zang van Marianne Cornett en de jeugdige nieuwsgierigheid naar het verleden van Sade Rozenblad waren subliem. Een mooie symbiose van drie generaties vrouwen met een eigen wil, eigen gedachten en eigen vrijheid. Dit stuk is te confronterend voor de hedendaagse ‘missionaris’ of  ‘gekerstende’. Want wat zeker gebeurt, is dat het een innerlijk conflict oproept. Althans voor diegenen die de woorden echt tot zich laten doordringen. Ik verklaar dat zenuwachtige gelach van het publiek als een reactie op de heftigheid van de dialogen. Het is nu eenmaal zo: we lachen bij toneelstukken, Surinamers lachen ernstige situaties weg.


Dankjewel Celestine Raalte, ik buig voor je. Ik buig samen met je voor onze overgrootouders, brand samen kaarsjes met je, ook al ken ik hun namen niet. Ik buig.

[van de blogspot van Ruth San A Jong]

woensdag 12 juni 2013

Beeldend schrijven valt aan te leren

door Tascha Samuel
Ruth San A Jong

Paramaribo - Het grote verschil tussen tekstsoorten zit hem in de doelgroep. “Voor een toneelstuk ga je het verhaal en de dialogen schrijven. Niet voor een lezer, maar voor de spelers van het stuk”, geeft Ruth San A Jong, directeur van de Schrijversvakschool Paramaribo, aan. Volgens de docent betekent dat leren om beeldend te schrijven met personages in gedachten.
De cursus Drama en Toneelschrijven die zes weken duurt, gaat diepgaand in op het schrijven van scripts voor toneelstukken of films. "Het is een specialisme dat vooral veel aandacht besteedt aan details", licht de schrijfster toe.

Juiste dramatiek
Het schrijven van dialogen voor drama vergt veel inbeeldingsvermogen. De dialogen moeten echt overkomen en het effect sorteren dat je wilt bereiken. "Het is niet interessant om iemand lange teksten te laten opdreunen zonder dat het zijn doel bereikt. Het moet dé juiste dramatiek hebben." De 'vier talen' die dat moeten bewerkstelligen zijn de pijlers waarop deze stijl rust. "De lichaamshouding of lichaamstaal geeft uiting aan het gemoed op dat moment, maar ook de intonatie, de manier, de toonhoogte waarmee je iets zegt. Dan volgt de kracht van de geschreven tekst en de gezichtsuitdrukking die het moet afmaken. Je moet het kunnen visualiseren en dat in tekst kunnen weergeven".



Belangrijkste elementen
Een film of toneelscript schrijven lijkt makkelijker dan het is. Aspecten die tijdens de training behandeld zullen worden zijn de belangrijkste elementen bij het schrijven van drama voor toneel en film. De aanleiding, voorbereiding, het research, thema, premisse, de synopsis, het script of scenario, de karakterbeschrijvingen, ontwikkeling van personages, ontwikkeling van conflict, dialogen, points of view, vertelstructuur en locaties zullen worden aangeleerd. Premisse is een moeilijk woord voor 'doel van het verhaal'. Wat is de moraal? "Als je een fan bent van de serie Scandal dan is de premisse dat, ook al ben je in de hoogste positie je toch een 'scandal' kan hebben. Kijk maar naar president Bill Clinton. Of als we naar de film Shrek kijken. Daar is de premisse dat zelfs als je een 'Oger' bent enje er schijnbaar niet bij past, je toch ware liefde kan vinden".

Specialisme

"Voordat de camera's beginnen te draaien of de doeken open zwaaien op het toneel is er eerst een tekst. Zo heb je bestsellers die verfilmd worden. Daarvoor heb je iemand nodig die in het script het sentiment van de letter moet vertalen naar woorden die beelden gaan worden. Het is een specialisme en een hoofdgenre bij het schrijversvak. Tijdens de training wordt er samen naar een film en toneelstuk gekeken en worden er analyses gemaakt. Aan het eind van de training heeft de cursist zelf een script geschreven voor een korte film of toneel. Deze training is geschikt voor beginners en gevorderden.

[naar de Ware Tijd, 11/06/2013]


zaterdag 25 mei 2013

Pe dede de, a dape lafu de

door Jerry Dewnarain

De laatste parade van Ruth San A Jong is de Caraïbische nominatie voor De Inktaap 2014. Inktaap is dé literaire jongerenprijs van het Nederlandse taalgebied, waarbij leerlingen in het hele Nederlandse taalgebied (Nederland, Vlaanderen, Suriname en de eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen) hun Inktaap kunnen kiezen uit de keuze van de jury’s van de Ako Literatuurprijs, de Gouden Boekenuil en de Libris Literatuur Prijs. Dit jaar komt daar voor het eerst een nominatie uit het Caraïbisch Nederlandstalig gebied bij. Om de culturele uitwisseling met Suriname en de Antillen te versterken is deze vierde titel aan het rijtje toegevoegd.

De verhalenbundel De laatste parade, het debuut van Ruth San A Jong, heeft de dood als thema. Zolang er dood is, wordt erover geschreven en gesproken, maar wie praat er zo graag open over de waarnemingen en rituelen rondom de dood en rouw? De dood  is immers geen gemakkelijk onderwerp. Dood is daarom ongetwijfeld een thema dat in Suriname taboe is. Door onder andere het verhaal ‘De laatste parade’ of ‘De onderbroek’ legt San A Jong veel geheimzinnigheid bloot over bijvoorbeeld het werk van de dinari (lijkbewasser of aflegger. (p. 60) Hilarisch vind ik het verhaal over de onderbroek van Mieke (‘De onderbroek’, p. 75) die een geheime seksuele relatie had met de overledene, Nick. Mieke, minnares van Nick, moest goed afscheid nemen van de overledene, door een (gebruikte) onderbroek van haar in de lijkkist van haar dode minnaar te leggen, met medewerking van een dinari. Hierdoor zou Nicks yorka Mieke met rust moeten laten. Vanwege het intieme karakter van dit specifieke prati-ritueel wordt er meestal geheimzinnig over gedaan. Waar het op neer komt, is dat de overledene zijn/haar partner met rust moet laten en in het bijzonder geen bezoeken met seksuele bedoelingen mag brengen. Hiertoe wordt vaak een kledingstuk met de geur van de partner in de kist bij de overledene gestopt. Vaak is het ondergoed dat de partner in kwestie nog onlangs heeft gedragen. Dat wordt dan onder andere langs de geslachtsdelen van de partner gewreven. ‘Ze begon bij zijn linkerschouder, toen aan de andere kant, zijn gezicht, zijn navel... ik hield mijn adem in: we stopten bij zijn penis. Drie keer ging mijn hand op en neer. De huid van zijn penis voelde kouder aan en iets stijver dan de rest van zijn lichaam...’ (p. 82). Door dit verhaal doorbreekt de schrijfster de taboe of de geheimzinnigheid die er heerst bij het afleggen van een lijk.
Ruth San A Jong

De eenvoudige schrijfstijl van San A Jong maakt het lezen van de verhalen plezierig. De keuze van het thema de dood bewijst ook dat de literatuur een wezenlijke bijdrage kan leveren aan het helpen doorbreken van taboeonderwerpen. Dat dit thema jongeren aanspreekt, is duidelijk, want ook jongeren schrijven over de dood. Een voorbeeld hiervan is de jongerenverhalenbundel ‘Ston Oso...’ die uitgegeven is door de Clark Accord Foundation. De Caraïbische nominatie zal ongetwijfeld herkenbaar zijn voor de jonge Surinaamse lezers. De uitslag zal moeten uitwijzen of ook niet-Surinaamse lezers de verhalen van Ruth San A Jong weten te waarderen. In ieder geval is er een goed begin gemaakt door Inktaap om ook boeken uit het Nederlands sprekend deel van het Caraïbisch Gebied te nomineren voor deze literaire jongerenprijs.

Ruth San A Jong: De laatste parade, verhalen. Haarlem: In de Knipscheer, 2011. ISBN 978 90 6265 67 1

zaterdag 11 mei 2013

Schrijfster begeeft zich tussen zware jongens


San A Jong genomineerd voor Inktaap


 
Ruth San A Jong lijkt zelf ook intens te genieten van haar verhalenbundel De Laatste Parade. Met pretoogjes neemt ze haar pennevrucht, waarmee ze genomineerd staat voor De Inktaap, onder de loep.  Foto ©  Jason Leysner.


door Donovan Mijnals

Paramaribo - “Mensen zijn bang voor de dood. En Surinamers zeker”, weet Ruth San A Jong. Maar pe dede de lafu de. En nu haar boek De laatste parade is genomineerd voor De Inkt-aap 2014, heeft de schrijfster inderdaad alle reden tot lachen.

Dit jaar komt voor het eerst een nominatie uit het Caribisch Gebied voor: "En het is meteen een vrouw, we maken een inhaalslag", juicht ze. De vrees voor het thema weerhield San A Jong er trouwens niet van juist de dood als kernonderwerp voor haar boek te gebruiken. De laatste parade is haar debuutbundel en exact daardoor vallen de nominaties en goede recensies op. Eerder was het boek ook al genomineerd voor de Academica Literatuurprijs 2013. De schrijfster is er een beetje ondersteboven van en tegelijkertijd uitermate trots. "Ik was zo geschrokken, de andere genomineerden zijn zware jongens die al grote prijzen hebben gewonnen. Dat zegt toch wel wat."

Hoewel zij de prijs nog niet op zak heeft, betekent de nominatie voor San A Jong vooral een grote blijk van erkenning. Maar daarnaast is zij zeer enthousiast over het feit dat haar boek door jongeren gelezen gaat worden. "Want daar gaat het om voor een schrijver: je wilt gelezen worden."
De auteur is overigens directeur en oprichter van de Schrijversvakschool Paramaribo. Het instituut zet zich in om de kwaliteit van creatief en literair schrijven in Suriname omhoog te tillen. "Ik was heel jong toen ik zei dat ik schrijfster wilde worden. Mijn hele leven draait om literatuur", geeft San A Jong toe.

De Inktaap is dé literaire jongerenprijs van het Nederlandse taalgebied. Jongeren uit Nederland, Vlaanderen, Suriname en Curaçao kiezen uit titels die eerder een 'grote' literaire prijs hebben gewonnen hun favoriete boek.

[uit de Ware Tijd, 10/05/2013] 

dinsdag 7 mei 2013

De laatste parade genomineerd voor Inktaap 2014

Ruth San A Jong
De verhalenbundel De laatste parade van de Surinaamse schrijfster Ruth San A Jong is genomineerd voor de Inktaap 2014. Het betekent dat dit boek meedoet met nog drie andere boeken. Het zal gelezen worden in Nederland, Vlaanderen, Curaçao en Suriname door middelbare scholieren die meedoen aan de Inktaap en hun stem kunnen uitbrengen op wat zij het beste boek vinden.

De andere genomineerden zijn Oek de Jong met Pier en oceaan (Gouden Boekenuil), Peter Terrin: Post Mortem (AKO Literatuurprijs) en Tommy Wieringa: Dit zijn de namen (Libris Literatuurprijs).

zondag 7 april 2013

Schrijversworkshop prikkelt fantasie kinderen

 Dichteres Celestine Raalte begeleidt de achtjarige Xavier Hanenberg tijdens de tweedaagse kinder schrijversworkshop. Foto: Jason Leysner


door Audry Wajwakana

Paramaribo - Op een speelse manier is een begin gemaakt kinderen creatief te leren. Met simpele zintuiglijke schrijfoefeningen werd hun fantasie geprikkeld. Trainers van de Schrijversvakschool Paramaribo hebben tijdens een tweedaagse schrijversworkshop kinderen een handvat geboden om hun vaardigheden verder te ontwikkelen.

Geblinddoekt
Met de zin 'Ik heet ... en ik vind schrijven leuk, omdat ...' beschrijven de kinderen waarom ze deelnemen aan de workshop. Na deze korte kennismaking wordt de jongeren voorgehouden dat ze geblinddoekt zullen worden. Met verschillende geurtjes verpakt in plastic zakjes gaan de trainers langs de neuzen. Enkelen trekken een vies gezicht bij een prikkelende aroma en weer anderen hebben wat tijd nodig om de geur te herkennen. De kinderen laten zich geen twee keer zeggen om de geur op hun blaadje op te schrijven. Deze oefening heette 'Schrijven met je neus'.
"Door mijn zintuigen te gebruiken heb ik inspiratie gekregen om mijn bakkersverhaal te schrijven", vertelt Don bij de evaluatie van de workshop. Aan het begin van de workshop gaf hij aan regisseur te willen worden. Een beroep waarvoor creatief schrijven zeker een vereiste is.
De nichtjes Suë (9 jaar) en Mezugia Creebsburg (10 jaar) geven ook aan hoeveel zij van schrijven houden. "Mijn nichtje schrijft vaker dan ik", zegt Mezugia. De interesse komt volgens Suë door haar moeder die zelf ook schrijfster is. "Mijn moeder maakt vaak krabbeltjes in haar schrijfblok, die ik niet begrijp", zegt Suë. Ze probeert van de krabbeltjes een verhaal te maken, wat niet altijd lukt. Vandaar dat ze meer schrijft over wat ze allemaal meemaakt en over prinsessen. Door de training heeft ze nu geleerd om ook over andere zaken te schrijven. "Het is niet moeilijk meer", vult ze nog aan.

Foto Peter de Rijk


Fantasie
Naast de reuk, is het schrijven op basis van het zintuiglijk zien en horen geoefend. Als een soort wedstrijd rennen de kinderen de klas uit, om op zoek te gaan naar 'een ding' om over te schrijven. Bij de 'oefening Horen' is luide muziek afgespeeld, waarbij de jonge cursisten zonder hun pen neer te leggen aan één stuk door moesten schrijven. Deze oefening was voor veel van hen heel moeilijk.
Op de tweede dag van de workshop wordt een filmpje vertoond. De kinderen mogen aan de hand daarvan hun verhaal verder schrijven en dit aan de klas presenteren.
De trainers van de workshop zijn Urmia van Leeuwaarde, Ruth San A Jong en Celestine Raalte. Raalte vond het een leerrijke oefening voor de kinderen. "Sommige hadden een extra stimulans nodig. Maar moeilijk was het niet om het creatief schrijven uit de kinderen te halen. Want kinderen bouwen hun eigen fantasie op."

[uit de Ware Tijd, 05-04-2013]

zaterdag 17 november 2012

Karin Lachmising afgestudeerd

Karin Lachmising
Karin Lachmising studeerde vrijdag 16 november als eerste student af van de Schrijversvakschool Paramaribo. Tijdens haar afstudeerpresentatie ging ze in op haar leereervaringen gedurende de vierjarige opleiding. Zij droeg ook voor uit het manuscript voor haar gedichtenbundelNergens groeit een boom die haar aarde niet vindt. Het thema van de bundel heeft te maken met de verbintenis tussen natuur en mens. Het is een thema dat Karin nauw aan het hart ligt. Je zou kunnen zeggen dat het een thema is dat haar zijn verwoordt. Uit de presentatie bleek dat Karin een eigen stijl heeft ontwikkeld die goed te combineren is met beeldende kunst en lichte muziekvormen.



Hieronder de speech die de directrice van Schrijversvakschool Paramaribo, Ruth San A Jong, bij de afstudeerpresentatie van Karin Lachmising uitsprak.

Goedenavond,

Ik kan mij de openingsavond van de school nog herinneren in CCS op 10 oktober 2008. Ook de dochter van Karin had mij ondersteund. De opening was verricht door de toenmalige ambassadeur Mevrouw Tanja van Gool en Stanley Sidoel van het directoraat Cultuur. We begonnen met een groep van 8 personen die naarmate de training en jaren vorderde kleiner werd. Van die eerste groep zijn er drie overgebleven waarvan Karin Lachmsing de eerste is die afstudeert. Ik wil iedereen hier aanwezig welkom heten op de afstudeeravond van onze eerste studente, Karin Lachmising.
We kunnen alle technieken van alle genres doceren maar één ding kunnen we niet en dat is passie en doorzettingsvermogen geven. Wanneer studenten vol goede moed beginnen aan een cursus kun je als docent alleen maar hopen dat je motivatie zodanig is dat zo een student blijft volharden en de  studie afrondt. De Schrijversvakschool geeft lessen in proza, poëzie, essay, scenario en toneelschrijven. We bestaan intussen 4 jaar en studenten haken af omdat ze ontdekken dat schrijven toch niet iets voor hen is of dat het behoorlijk veel zelfdiscipline vraagt. Je moet je voorstellen, elke week les volgen,  drie uur lang, soms twee keer in de week en dat 3 jaar lang! In het vierde jaar werk je met een coach aan je eindtekst of manuscript. In  Karins geval, een dichtbundel. Elke dag schrijven, schrappen, stoeien en worstelen met technieken en inzichten van jezelf en van verschillende docenten.

4 jaar terug. Het was een huiverig begin met kinderziekten, waar denk ik alleen de mensen die achter de coulissen meewerkten van op de hoogte waren. We hebben elk jaar geëvalueerd, waar nodig het beleid aangepast en hebben vooral geprobeerd in mensen te investeren om zelfredzaam te zijn. Het heeft geen zin om te praten over die kinderziekten, want gegroeid zijn we zeker en we krijgen erkenning van de gemeenschap. In 2007 was ik naar Nederland vertrokken met een studiebeurs van het Fonds voor de Letteren, niet om een model over te nemen maar om te kijken hoe je een dergelijk programma aanpakt. Belangrijk voor mij was een situatie te kiezen die ideaal zou zijn voor Surinamers. Een deeltijdopleiding met een vakkenpakket en cursusaanbod, met een train-de-trainers programma, met gekwalificeerde docenten die schrijversdidactiek of een combinatie van auteur en docentschap hebben,  een redelijk studententarief en dit alles met bewaking van de authenticiteit van het Surinaamse element. Het is allemaal gelukt mede dank zij onze grootste fondsverstrekker, de Nederlandse Ambassade, die 150 duizend euro beschikbaar heeft gesteld voor een vierjarentraject.

Er waren mensen die vanaf het eerste idee naar me hebben geluisterd en in me hadden geloofd en me hebben ondersteund.  Ik wil toch namen noemen:  Sandra Ammersingh van de Ambassade , Ed Hogenboom, Marisa Pieplenbosch, Ninon Brunings, Guno Fris, Elviera Sandie, Nadia Becker, Frits Frijmersum, Els Moor, Tieneke Sumter, Celestine Raalte, Alida Neslo, Urmia van Leeuwaarde, Eddy van der Hilst, Marvin Hokstam, Peter de Rijk, Pauline Durlacher, Anne Wil Peterson, Menno Hartman, Sylvia Dornseiffer, Louis Stiller, Michiel van Kempen, Els Beerten, Lief Vleugels.

Allemaal mensen die NIET tegen mij hebben gezegd: Ruth, waar begin je aan? Een schrijfopleiding? Voor zo een kleine literaire populatie? Ben je capabel genoeg? (En vooral deze) We hebben geen geld! Maar ik moet ook vele studenten, Claudett de Bruin, Mathilda Inge, Ronald te Vrede, Carla Rees (van het eerste uur) en al die andere studenten en cursisten die daarna zijn gekomen, bedanken.

Maar vanavond zijn we hier voor Karin! De docenten hebben Karin altijd getypeerd als een student met passie voor het schrijven.
Celestine Raalte zegt: Haar inspirerende zonnelach, zelfs bij een lastige opdracht verklapt  mij als docent dat Karin een schrijfster is en gaat  voor de volle honderd procent. Ik hoop dat haar woorden blijven fladderen als orange-wit-bruin-geel-licht en donkerblauwe-kapelka’s.
Urmia van Leeuwaarde zei: Karin is een heel serieuze studente, goedlachs, maar met glimlach en al ook heel kritisch (ook ten opzichte van zichzelf), gelukkig!
In deze periode van vier jaar heeft ze, door haar honger naar steeds meer kennis, altijd, net een stofzuiger (in positieve zin) alle (leer)stof opgezogen. Alles wat ze leerde werd door haar omgezet in woorden: gevoelige of romantische, soms ook wel zachte met een harde kern. Ondanks drukke werkzaamheden thuis met haar dames, of aan het werk, bleef ze de lessen volgen.
Kortom, een studente met: doorzettingsvermogen, kennis, respect voor de natuur, eerbied voor alles wat leeft en ook wat ‘leeft’ voor auteurs.
En mijn observaties: Soms vond ik haar stijl abstract, maar dat weet ze zelf wel.  Ik maakte een keer een opmerking: breng de lezer in die ‘zweverige’ wereld van je. We kunnen als docent niet komen aan de stijl/authenticiteit van de auteur en dat doen we zeker niet. Je moet je doel echter niet voorbij schieten. Maar ze is zeker in stijl gegroeid in de afgelopen jaren. Haar zinnen zijn diepzinnig en houden de gedachten van de lezer lang vast. Het is mooi om de symbiose van creativiteit en techniek te zien. Het levert mooie vormen, van woorden, van taal, van schrijfkunst op.
Karin Lachmising

Ik heb vaker de uitspraak op publieke podia gedaan dat er nieuwe literaire geesten moeten komen, schrijvers met een duidelijke stem in die samenleving, schrijvers die buiten de marge vallen en vooral schrijvers die blijven. Karin is een die-hard zoals we dat noemen en absoluut één die uitschiet met haar eigenzinnige stijl.
Vanavond presenteren we geen dichtbundel, maar laten jullie een manifest van de vierjarige opleiding zien. Het manuscript ligt nu bij de gerenommeerde Uitgeverij in de Knipscheer die werken van auteurs als Astrid Roemer, Edgar Cairo, ook Karin Amatmoekrim op de boekenrekken heeft gebracht. Peter de Rijk, haar personal coach die tevens hoofdredacteur is bij In de Knipscheer, heeft haar in het vierde jaar begeleid. Ik begreep van beide personen dat de samenwerking heel goed ging. Karin was ontvankelijk voor het kritische commentaar van Peter en Peter voor haar manier van schrijven.
Een boek in de druk brengen gaat niet zo snel als mensen denken. Het moet naar de eindredacteur, de vormgever waar de belettering gedaan moet worden, de auteur krijgt het nog eens om goed te keuren, een proefdruk enz. Wanneer het moment daar is, krijgt u weer een uitnodiging!
Karin, ik feliciteer je. We zijn trots op je dat je blijk heb gegeven van het vertrouwen in ons als instituut, in schrijversvakonderwijs, het vertrouwen dat we jouw talent samen met jou hebben mogen vormen. We gaan je nu loslaten en hopen van harte dat je blijft produceren en blijft groeien in je schrijven. Blijf in dat ritme. Een opleiding afronden maakt nog geen schrijver; het feitelijke doen wel!
Gefeliciteerd namens ons bestuur, de studenten en alle docenten die je les hebben gegeven (uit Nederland, België en Suriname).
Ik wil mijn speech beëindigen door te zeggen: zonder anderen besta je niet. Kunst waar niemand naar kijkt is geen kunst! Boeken die niemand leest, zijn geen boeken!

Ruth San A Jong
16 november 2012

zaterdag 13 oktober 2012

Sensorisch schrijven over de dood

door Yvon van der Pijl


‘De taal van sterven kende ik niet’ zijn de woorden waarmee Ruth San A Jong, in het laatste, autobiografische verhaal van haar debuutbundel De laatste parade, het plotselinge overlijden van haar moeder aankondigt. De taal van sterven kende San A Jong volgens eigen zeggen niet; de taal van de dood, het afscheid en menselijk lijden kent ze maar al te goed.
Ruth San A Jong

In negen verhalen laat San A Jong ons op indringende, betrokken wijze en in treffende bewoordingen kennismaken met de vele gezichten van de dood in Suriname. Ze heeft zich daarbij laten inspireren door Dante’s La divina commedia. De negen verhalen uit de bundel corresponderen met de negen kringen van de hel in Dante’s goddelijke komedie, terwijl het laatste verhaal de titel ‘Inferno’ heeft gekregen. Hiermee stelt San A Jong niet zozeer het stervensproces, maar vooral de helse behandeling, dat wil zeggen de systematische verwaarlozing van haar psychotische moeder in de toenmalige ’s Lands Psychiatrische Inrichting (LPI) aan de orde. ‘Inferno’ is zowel een ontroerende vertelling van een zorgzame dochter over haar moeder als een scherpe aanklacht van een geëngageerd schrijfster tegen de geestelijke gezondheidszorg in Suriname. Deze combinatie van emotionele betrokkenheid en oprechte opwinding over maatschappelijke misstanden bezorgt de lezer kippenvel.
Paramaribo. Foto @ Hermand Dulder

San A Jong heeft bovendien de gave om de centrale thematiek van de bundel − de banaliteit en onontkoombaarheid van de dood binnen de Surinaamse sociale werkelijkheid − vanuit verscheidene perspectieven te belichten, waarbij ze in het ene verhaal door de ogen van een kind kan kijken (‘Lelijke dingenschrift’) en in het andere verhaal met een zelfde gemak kruipt in de huid van een stervende man (‘Charles Louis’). We zien en voelen daarbij niet alleen hoe de dood de verschillende personages op en onder de huid zit, maar zijn door San A Jongs sensitieve − ik zou zelfs zeggen sensorische − schrijven in staat de dood te ruiken en te dromen door de dromen van anderen (‘De geur van de dood’, ‘Uit de droom helpen’).

Ondanks dat de dood de verbindende thematiek vormt, zijn alle verhalen gegrepen uit het volle leven. Het titel- en openingsverhaal ‘De laatste parade’, waarmee San A Jong in 2002 de Kwakoe Literatuurprijs won, geeft hier blijk van door het ‘dubbelleven’ van het overleden hoofdpersonage Baas Hugo in al zijn pijnlijkheid en alledaagsheid te schetsen. Vlak voor de begrafenis komt een onbekende man op hoge poten de opgebaarde Baas Hugo zijn laatste groet brengen. De zonderling noemt zich de zoon van Baas Hugo en blijkt het product van een van de ‘verborgen’ liefdesrelaties van Hugo. Iedereen was daarvan op de hoogte, behalve zijn dochter. Ook in ‘De onderbroek’ staat de ‘geheime relatie’ centraal, alsmede de moeilijkheden waarvoor de ‘buiten’ zich ziet gesteld als haar minnaar overlijdt. Niettegenstaande het maatschappelijk taboe op heimelijke affaires en buitenechtelijke relaties zijn de perikelen rondom ontrouw vaak publiekelijk bekend. De buitenvrouw is vervolgens in zaken van leven en dood niet altijd even benijdbaar maar, zo laat San A Jong met kennis van zaken en enig gevoel voor drama zien, zij weet zich hoe dan ook bijgestaan door de lijkbewassers in het mortuarium, die in alle verborgenheid zelfs haar het afscheid van haar geliefde gunnen.
Gloria. Tekening: @ Willem (Alois Oosterwijk)

Ook hier verdient San A Jong een compliment. Niet alleen weet ze op overtuigende, soms tragikomische dan weer empatische wijze de lezer te betrekken in de leefwerelden, angsten en dromen van haar uiteenlopende personages, ze kent de Surinaamse (Creoolse) doodscultuur door en door. Geen detail is haar ontgaan. Zelf ben ik vele malen aanwezig geweest bij het afscheid in de kamers van het mortuarium van het Academisch Ziekenhuis en heb ik talloze begrafenissen bijgewoond. San A Jongs observaties zijn me dan ook niet onbekend. Vooral de rituele gebruiken van de afleggers die nabestaanden begeleiden in hun afscheid van de overledene zijn herkenbaar en treffend beschreven. Menig lezer zal de onderbroek van echtgenotes (en buitenvrouwen) in de kist, opdat de geest van de overledene zijn voormalige geliefden niet komt lastig vallen, bij blijven staan.
Hoewel de wereld van de dood en vooral het rituele werk dat de lijkbewassers uitvoeren met mysterie en geheimzinnigheid lijken te zijn omgeven, weet San A Jong aspecten hiervan ook op gepaste wijze te onttoveren. Zo laat ze de aflegster in ‘De geur van de dood’ het volgende zeggen (pp. 67-68):

‘Ik mag niet teveel vertellen over de rituelen die worden toegepast bij het wassen van een lijk. Eigenlijk doen we niet geheimzinnig; het is geheimhouding. Een arts vertelt zijn vrouw en kinderen toch ook niet dat hij een zaagmachine gebruikt om een been te amputeren? […] Mensen in Suriname maken van alles een geheim, een drama.’

Lovenswaardig is dat San A Jong dit laatste weet bloot te leggen, zonder dat de verhalen aan zeggingskracht en inlevingsvermogen inboeten. Voor niet weinig personages is het leven tot hel gemaakt, laat de schrijfster ons weten. Dat geldt voor de Marronvrouw in ‘Aan de dood ontsnapt’ die na haar vlucht voor oorlogsgeweld uit het binnenland jaren later in de stad haar toenmalige verkrachter en vader van haar dochter treft, of het kind uit ‘Lelijke dingenschrift’ die de zelfmoord van haar moeder en de incestpraktijken van haar stiefvader probeert te vatten. San A Jong kan dit welhaast onbegrijpelijke leed in krachtig proza tot leven wekken.

De laatste parade heeft al enkele lovende recensies gehad en ik kan me daar alleen maar bij aansluiten. De auteur heeft aangegeven voorlopig klaar te zijn met de dood als thema en zich te gaan richten op geestelijke gezondheidszorg. Ik zie uit naar haar literaire verbeelding van deze penibele materie.

Ruth San A Jong, De laatste parade. Haarlem: In de Knipscheer, 2011. 109 p., isbn 978 90 6265 672 1, prijs € 16,50.

[verschenen in Oso, 2012]