Posts tonen met het label Archieven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Archieven. Alle posts tonen

zaterdag 1 februari 2014

Koelsysteem Nationaal Archief weer op volle toeren

In het Nationaal Archief is het weer koel en aangenaam vertoeven Foto: dWT Archief  

Paramaribo - Het Nationaal Archief Suriname (NAS) is sinds begin deze maand weer operationeel. Het koelsysteem is geïnstalleerd, waardoor de werkomstandigheden en conservatie van archiefstukken weer optimaal zijn. Sinds 6 januari is het NAS weer volgens de normale tijden geopend, bevestigt het archiefpersoneel.

Het NAS heeft ruim vijf maanden met ventilatoren gewerkt. Een jaar terug viel al een groot deel van het centraal koelsysteem uit waardoor het personeel maandenlang tot twaalf uur's middags werkte. De oorzaak van de koelproblemen lag, volgens het NAS bij slechte onderhoudswerkzaamheden. Het koelsysteem is nodig om de kwaliteit van de archiefstukken te behouden. Het is belangrijk dat de ruimtes op de juiste temperatuur zijn. 

De reparaties hebben ongeveer SRD 500.000 gekost. Het NAS is de nationale archiefbewaarplaats van de overheidsorganen. Daarnaast is er ook ruimte gereserveerd voor particuliere archieven, die een belangrijke aanvulling zijn voor de collectie. Het NAS beheert een meer dan zes kilometer strekkend archief.

[uit de Ware Tijd, 01/02/2014]



dinsdag 17 december 2013

Nalatenschap Boeli van Leeuwen in Letterkundig Museum


De literaire nalatenschap van mr. dr. W.C.J. (Boeli) van Leeuwen (1922–2007) is toevertrouwd aan het Letterkundig Museum (LM) in Den Haag. Op zondag 15 december werd door het LM de zorg voor deze bijzondere aanwinst publiekelijk onderstreept met de opening van een kleine expositie uit de nalatenschap. Bij die gelegenheid hielden de bezorgers van de nalatenschap, Aart G. Broek en Klaas de Groot, elk een praatje, dat hierbij wordt opgenomen.
De jurist Van Leeuwen kreeg op zijn geboorte-eiland Curaçao en in Nederland vooral bekendheid als auteur. Zijn boeken worden nog steeds herdrukt door uitgeverij In de Knipscheer, zoals de romans De rots der struikeling (1959), Schilden van leem (1985) en Het teken van Jona (1988), essays als in De taal van de aarde (1997) en de verzameling columns Geniale anarchie (1990).
 
Aad Meinderts, directeur Letterkundig Museum, overhandigt etsen met de beeltenis van Antilliaanse auteurs aan Boeli's kleindochter Eva Koert. Foto @ Nico van der Ven

Terug naar de bron

door Aart G. Broek
Boeli van Leeuwen

‘Met een enkele lezer ben ik niet tevreden,’ liet Boeli van Leeuwen mij eens weten in een gesprek en hij vervolgde: ‘Hoe meer mensen mij lezen hoe liever het mij is.’ Op woensdag 28 november 2007 overleed Willem Cornelis Jacobus (Boeli) van Leeuwen, vijfentachtig jaar oud. In maart 2012 overleed ook zijn vrouw, Dorothy Debrot, drieëntachtig jaar oud. Van hun dochters – Elisabeth en Ana – kreeg ik enkele maanden later het verzoek om mij over de literaire nalatenschap van hun vader te ontfermen. Meer in het bijzonder ging het om de archivalia die in de mahoniehouten ‘kast van Boeli’ lagen opgeborgen. De gelukkige omstandigheid deed zich voor, dat ik dit verzoek kon oppakken samen met Klaas de Groot. We ordenden de inhoud. Geselecteerde stukken mochten we meenemen voor nadere bestudering en, zo was het verzoek, onderbrengen in een geëigend openbaar archief voor duurzaam beheer. Dat werd het Letterkundig Museum in Den Haag. Juist omdat Van Leeuwen niet tevreden was met ‘een enkele lezer’.

In de tweede helft van de twintigste eeuw wortelde het Nederlands in de eilandelijke samenleving van Aruba, Bonaire en Curaçao. Er ontstond een gewaardeerde literaire productie. Hieraan zijn vooral de namen verbonden van Boeli van Leeuwen, Tip Marugg, Frank Martinus, Cola Debrot en Jules de Palm. Hoewel er nog steeds in het Nederlands wordt geschreven, krijgt de literaire productie in het Papiaments steeds meer gewicht. De Nederlandstalige literatuur op de eilanden zou langzaam maar zeker tot een historische periode kunnen gaan behoren.
 
Oorkonde bij de Vijverbergprijs, 1961
Waardering
Voor Van Leeuwen was de waardering vanuit Nederland voor zijn werk van cruciaal belang. Niet alleen huisde in Nederland zijn uitgever, eerst Van Kampen (Amsterdam), vervolgens Flamboyant (Rotterdam), daarna en tot nu toe - inmiddels meer dan dertig jaar! - In de Knipscheer (Haarlem). In Nederland werkten de critici die zijn romans, essays en columns lovend bespraken. In Nederland woonde het grote aantal lezers waarnaar hij op zoek was. De gunstige ontvangst aan de Noordzeezijde van het Koninkrijjk was voor hem een levensbron. Die voedde hem en inspireerde hem tot nieuw werk. Van Leeuwen was dan ook bijzonder geroerd door de toekenning van een ‘eregeld’ van de zijde van het Nederlands Letterenfonds kort voor zijn overlijden: een overrompelend gebaar van moederlandse waardering. Hoe eigenzinnig hij zich ook opstelde bínnen de Nederlandstalige letteren, Van Leeuwen wilde er vooral deel van uitmaken.
In lijn hiermee wordt de nalatenschap ondergebracht in het Letterkundig Museum: het mausoleum bij uitstek voor Nederlandstalige literaire nalatenschap. Natuurlijk is hiermee niet aangegeven, dat de kracht van Van Leeuwen en van zijn werk exclusief afhankelijk was van het ‘moederland’. Zeker niet, hij was een yu di tera: een Curaçaoënaar in hart en ziel. Van Leeuwen heeft dikwijls en op uiteenlopende wijzen zijn verbondenheid met het eiland onderschreven en beschreven. Ook in zijn nalatenschap komt die verbondenheid weer prachtig in beeld.

Schrijven
Hoe het ook zij, de Nederlandse taal kwam níet van zijn geboorte-eiland: die taal is eigenlijk wezensvreemd aan de eilandelijke samenleving. ‘Papiamentu is mijn moedertaal,’ benadrukte Boeli me in het eerder aangehaalde gesprek. ‘Wij spraken thuis altijd Papiamentu, ook toen ik van 1936 tot in 1946 met mijn moeder in Nederland woonde. In het Papiamentu SCHRÍJVEN is echter een heel andere zaak!’ Voor het schrijven verkoos Van Leeuwen het Nederlands.
                We brengen zijn Nederlandstalige nalatenschap naar de bron waaruit Boeli dronk - gulzig dronk. Het Letterkundig Museum maakt een eerste kennismaking met de nalatenschap mogelijk in een bescheiden expositie. Hoe meer mensen er kennis van nemen hoe liever het Boeli zou zijn geweest! Weer en weder dienende vinden we een manier om ook zijn eilandgenoten ermee te laten kennismaken.

De presentatie was in handen van - v.l.n.r.- Ernst Hirsch Ballin, Aart G. Broek, Eva Koert, Bert Kienjet, Aad Meinderts, Klaas de Groot, Alwin Toppenberg. Foto @ Nico van der Ven




Een machtig schrijverschap

door Klaas de Groot


In de literaire nalatenschap van Boeli van Leeuwen trof mij in het bijzonder de aanwezigheid van een exemplaar van het poëtisch debuut van Van Leeuwen. Tempels in woestijnen heet die bundel, gepubliceerd in 1947. Zoals vele, meer of minder bekende auteurs bekeerde Van Leeuwen zich na een poëtische start tot het proza. Maar gelukkig niet geheel.
In de eerste roman De Rots der Struikeling, bijvoorbeeld, duikt op een gegeven moment een gedicht op. Het heet ‘In dit licht’ en het is zijn bekendste gedicht geworden. Het komt ook terug in een fotoboek dat Van Leeuwen maakte met de Curaçaose fotograaf Carlos Tramm. Misschien interessant is het feit dat Tramm en Van Leeuwen doende waren om tot nog zo’n boek te komen, waarin fotografie en poëzie samenkomen. Hierin zouden gedichten uit Tempels in Woestijnen worden verwerkt.
In Een vreemdeling op aarde, de tweede roman, staan twee gedichten die binnen de prozatekst duidelijk te onderscheiden zijn. Een, alleen in de krant gepubliceerd, gedicht is ‘Patriarch met trio’. Dat is een ode aan de muziekfamilie van Curaçao: de familie Palm. Deze gedichten zijn, samen met een licht scabreus gedicht te vinden op de blog Caraïbisch Uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Daar staan ook gedichten gemaakt door bewonderaars van Van Leeuwen.
 
Manuscript van Boeli van Leeuwen
Verhaal
De drukgeschiedenis van de bundel Tempels in woestijnen heeft een prachtig verhaal opgeleverd. Dat verhaal heet ‘Onkel Patrice’, het staat in Geniale Anarchie. Een hilarisch detail in dat verhaal is het feit dat Van Leeuwen sommige gedichten moest herzien, omdat er niet genoeg loden letters op het eiland voorradig waren. Een treffend voorbeeld van de macht van de techniek over de kunst. Of dit gegeven waar is, doet er niet toe. Het past bij alle andere verhaalelementen waarmee de auteur zijn verslag lardeert. Het Letterkundig Museum mag trouwens erg blij zijn met het geëxposeerde exemplaar. De oplage bedroeg vijftig exemplaren, waarvan er tien mislukten. Van de resterende veertig verkocht Van Leeuwen er acht. Tien gingen er naar vrienden en de overige verdwenen ten gevolge van aanvallen door tropisch ongedierte. Dit vertelt Van Leeuwen ook. U zult begrijpen dat anderen weer iets anders vertellen.
                In het tijdschrift De Parelduiker (2013 / 5) zijn nu twee gedichten uit de bundel opgenomen, waaronder het sonnet ‘Moeder van mijn moeder’. Hierin de majesteitelijke zin: ‘Een vorstin wordt niet gedwongen maar zij gaat’. Waarmee de moeder zich toch de meerdere toont van de dood die haar komt halen. Hier zijn wij bij de eschatologie, een geliefd onderwerp voor Van Leeuwen: het einde der tijden.
 
Portret van Boeli door Bert Kienjet
Krachtig
Opvallend in Tempels is het epische gedicht ‘Isla di Makuaku’. Ooit verklaarde Van Leeuwen dat hij dit gedicht als zijn beste beschouwde. Dat gedicht gaat over een louterend bad in zee en over bepaalde mythische elementen die in verband met dat eilandje met fregatvogels in de Sint Jorisbaai verteld worden. In de bundel staat het als één geheel. Toen ik het eens anders wilde lezen, zette ik spaties tussen de veertig zinnen waaruit het bestaat en het gedicht leek overzichtelijker te worden. Het lag als een Caribisch rif, zo mooi, uiteen.
Hoe Van Leeuwen al meteen in zijn vroegste werk aanwezig is, blijkt uit het gedicht ‘Soldaten’. Aan het eind van het eerste kwatrijn staat: ‘en mijn droom verschijnt’. Dan volgt er een visioen. Deze werkwijze is Boeliaans. Dat weten we nu, na al zijn romans. Tekenend in dit verband is het feit dat de eerste vijf woorden van het eerste gedicht al helemaal Van Leeuwen zijn. Ik ben die ik ben, was een adagium. Het luidt: ‘Ik ben zoals ik ben, nauwelijks denkend aan de duizend wonden, / En soms onnoemelijk bezeerd om één verloren traan. / Ik zie de pijn niet in het verborgen zwoegen der gezonden, / Maar de hand die brak het broodgeworden graan.’
Een krachtig begin van een machtig schrijverschap.

maandag 2 december 2013

Literaire nalatenschap Boeli van Leeuwen: 'Teruggeven aan de bron'

door Elodie Voorbraak

Willemstad - De overdracht van de literaire nalatenschap van de Curaçaose auteur Boeli van Leeuwen aan het Letterkundig Museum is een besluit dat in onderling overleg en met instemming van de verantwoordelijke nabestaanden werd genomen. Dat laat onderzoeker en auteur Aart G. Broek desgevraagd weten. Sterker nog: Van Leeuwen zelf stond achter de idee zijn werk op deze wijze te bewaren.

Boeli van Leeuwen. Foto @ Klaas de Groot
"Van Leeuwen was een Curaçaoënaar in hart en ziel, maar hij prees zich ook gelukkig met de rol die hij in de Nederlandstalige literatuur speelde. Die verbondenheid wordt onderstreept door de overdracht van zijn nalatenschap naar Den Haag." Broek reageert hiermee op de ophef die is ontstaan sinds hij en zijn collega Klaas de Groot wereldkundig maakten dat de literaire nalatenschap van Van Leeuwen aan het Letterkundig Museum zal worden toevertrouwd. Op 15 december zal die overdracht officieel worden gemaakt. Navraag door de Amigoe eerder deze week hieromtrent leverde de enigszins verontrustende informatie op dat de nabestaanden van Van Leeuwen niet volledig op de hoogte leken te zijn van deze feiten.
Volgens Broek echter gingen aan dit feit jaren van overleg en praten vooraf. Met de nabestaanden van de in 2007 overleden auteur maar ook met de auteur Van Leeuwen zelf, toen die nog in leven was.
"Natuurlijk is hierover gesproken. Zeker toen Van Leeuwen al op hoge leeftijd was. De vraag drong zich op. Dit zijn dingen waarover je na gaat denken wanneer je beseft dat je in de nadagen van het leven rondstruint en er iets te bewaren is."

 Typoscript. Foto @ Aart G. Broek
Taal

Broek benadrukt dat de auteur Van Leeuwen niet alleen voor Curaçao een belangrijk auteur was, maar vooral ook voor de Nederlandse taal en daarmee van belang is in het literaire landschap van die taal.
"Van Leeuwen schreef in het Nederlands, was die taal machtig op een zeer hoog niveau en was daar ook erkentelijk voor. Het was zijn wens om zijn werk uiteindelijk terug te geven aan de bron waar die taal vandaan komt."
Het nadenken en besluiten over de uiteindelijke 'rustplaats' van Van Leeuwens nalatenschap heeft volgens Broek weinig te maken met de vraag 'van wie de auteur Van Leeuwen is.' "Dit gaat niet over een keuze tussen Curaçao of Nederland. Dit gaat over de taal. En daarin heeft Van Leeuwen een bijzondere plaats verworven. Dat overstijgt de discussie. Dit gaat over een nalatenschap van creatief intellectuele waarde voor de Nederlandse taal met daarin gevat het geraamte en de ziel van Curaçao zoals Van Leeuwen dat zag."

De onderzoeker wijst dan ook enige verwijzing naar het op Curaçao niet kunnen vinden van een deugdelijke 'bewaarplaats' van de hand. "Daar gaat het niet om. Er zijn wel degelijk instellingen op Curaçao die deze nalatenschap goed zouden kunnen conserveren. Instellingen zoals het Archivo Nashonal, de Universiteit, de Biblioteka Públiko Kòrsou en de bibliotheek van S.A.L. ‘Mongui’ Maduro. Dat heeft echter niets met deze beslissing te maken gehad. Dit gaat over de betekenis van Van Leeuwen voor de Nederlandse taal."

Familie
Broek laat ook weten dat de familie van begin af aan bij dit moeilijke proces betrokken is geweest. En dat zijzelf om de bemiddeling van Broek heeft verzocht. "Vanzelfsprekend heb ik mij ingespannen om alle betrokkenen zo goed mogelijk te informeren en geïnformeerd te houden. Dit heb ik trachten te doen vanaf het moment dat ik gevraagd ben door de familie om ervoor te zorgen dat de nalatenschap op een Boeli-waardige plaats duurzaam wordt bewaard." De onderzoeker benadrukt verder dat er niets van Van Leeuwens nalatenschap is meegenomen zonder toestemming van de familie en dat hij en De Groot steeds zo zorgvuldig mogelijk hebben geprobeerd te zijn.
"Het is niet gemakkelijk om de eindigheid van een leven, van wie dan ook, in materiële zin onder ogen te zien. Er komt niets nieuws meer. Wat er is, is wat er is. Het is moeilijk te beseffen dat er echt niets meer bij komt. Leden van de familie zijn bij het uitzoeken van het materiaal steeds aanwezig geweest. Heel moedig vond ik dat."

Typoscript. Foto @ Aart G. Broek
Wel instemming
Broek laat ter onderschrijving van het bovenstaande ook weten dat het Letterkundig Museum maanden terug al zijn erkentelijkheid voor het vertrouwen kenbaar heeft gemaakt in een brief aan de familie. "Inmiddels heb ik naar aanleiding van het bericht in de Amigoe natuurlijk contact gehad met de familie. Er is geen dagelijks contact hierover geweest en wellicht dat het persbericht dat wij hebben doen uitgaan hen heeft overvallen. Dat is ongelukkig. Ik meen echter gerustgesteld te mogen zijn. Dit lijkt mij te worden onderstreept door het gegeven dat bij de presentatie van 15 december aanstaande Eva, de kleindochter van Boeli van Leeuwen, aanwezig zal kunnen zijn als vertegenwoordigster van de familie. Hiermee zijn we natuurlijk bijzonder gelukkig."

De familie zelf heeft inmiddels ook laten weten wel achter het besluit te staan om de nalatenschap van de schrijver Boeli van Leeuwen bij het Letterkundig Museum te conserveren. En dat zij graag zouden zien dat de ophef hierover tot rust komt.

zondag 1 december 2013

Archief Boeli van Leeuwen

door Brede Kristensen
  
Kortgeleden stelde Robert van Buiren in een ingezonden stuk dat de literaire nalatenschap van Boeli van Leeuwen ‘vanzelfsprekend op Curaçao thuishoort’. Dat lijkt mij ook. Deze dagen heb ik gemerkt (mijn mailadres werd erbij vermeld) dat een onverwacht groot aantal mensen hierop instemmend via mail, telefoon en ingezonden stukken heeft gereageerd. 

Geboortehuis van Boeli van Leeuwen, Casa Blanca, op Curaçao.
Foto C.H.A. Uit: Drie Curaçaose schrijvers in veelvoud.

Kennelijk leeft dit onder de mensen. Natuurlijk heeft de familie het volste recht ermee te doen wat ze wil en adviseurs en bemiddelaars in de arm te nemen die haar daarin willen bijstaan. Inmiddels begrijp ik dat ook Boeli zelf het geen slecht idee vond dat zijn literaire nalatenschap in het Letterkundig Museum van Den Haag zou worden gedeponeerd. Dat betekent echter niet dat het publiek er verder niets mee te maken heeft.
Ooit heeft Boeli besloten met zijn literaire werk naar buiten te treden. Zijn romans werden gepubliceerd, gelezen en gewaardeerd. Zo is hij een publieke figuur geworden, deel van de Curaçaose culturele en literaire historie. Een persoon waar Curaçao terecht trots op is. Zijn romans zijn tot op de dag van vandaag een bron van inspiratie, reflectie en bewustwording voor zeer veel mensen hier. Tegen die achtergrond is het ongewenst dat het archief van een zo belangrijk schrijver naar het buitenland verdwijnt.

Nota bene is Curaçao bezig iets aan 'natievorming' te doen. Curaçao moet alles in het werk stellen hier een eigen Letterkundig Museum op te richten dat aandacht schenkt aan de uitzonderlijk grote letterkundige productie van Curaçao met zijn 130.000 inwoners (Cola Debrot, Pierre Lauffer, Charles Corsen, Louis Daal, Tip Marugg, Boeli van Leeuwen, Elis Juliana en dan de vele schrijvers en dichters nog in leven) Dat bij gebrek aan een goed onderkomen het archief van Boeli van Leeuwen in bruikleen wordt gegeven aan een museum in Den Haag, is als tijdelijke oplossing oké.
Maar het is in het Curaçaose publieke belang dat duidelijke afspraken worden gemaakt dat het archief teruggaat naar Curaçao zodra het hier beheerd kan worden. Indien de familie en hun adviseurs het daarmee niet eens zijn, dan zij het zo. Op zijn beurt heeft het publiek het volste recht te laten weten dit zeer te betreuren en de familie te verzoeken het besluit nog eens kritisch onder de loep te nemen. Het argument van de adviseurs dat het archief in Nederland voor meer mensen toegankelijk is, slaat nergens op. 

Klein Kwartier, Curaçao, 1929. Uiterst rechts in matrozenpakje Boeli.
Foto Japa Beaujon

Ook op Curaçao wonen mensen die het archief willen inzien en van Nederlanders, die massaal naar Curaçao reizen voor een straaltje zonlicht, mag verwacht worden dat ze die reis ook willen maken om zich door dit archief te laten voorlichten. Dan de vraag of alle archieven van in het Nederlands schrijvende auteurs in Nederland thuishoren. Dit argument riekt naar inhaligheid. Wat is het meest wezenlijk van waarde? Het werk en de persoon inhoudelijk gezien, of de taal waarin de persoon zich uitdrukt? Mij dunkt het eerste. 

In Nederland is Boeli vrijwel onbekend. Hier is hij een begrip. Daarbij komt dat de geschiedenis van Curaçao moeilijk kan worden los gezien van het Nederlands dat eeuwenlang als belangrijke taal werd gesproken. Overigens denk ik dat het Letterkundig Museum in Den Haag begrip ervoor heeft dat de nalatenschap van een Curaçaos schrijver op Curaçao thuishoort. In Nederland wordt alles gedaan om archieven van bekende schilders en schrijvers vanuit het buitenland naar Nederland terug te halen. Ik neem aan dat niet met twee maten wordt gemeten.

[uit Antilliaans Dagblad, 29 november 2013]


zaterdag 23 november 2013

Akte van erkenning Suriname definitief kwijt


door Eric Mahabier

Den Haag - Suriname gaat het moeten doen met een gewaarmerkte kopie van de ‘Akte van erkenning van de Republiek Suriname’. Minister Soewarto Moestadja van Binnenlandse Zaken gaat na ruim twee jaar onderzoek nu er definitief van uit dat de originele akte bij de grote brand in 1996 verloren is opgegaan. Toen zijn De Nationale Assemblee (DNA) en van het voormalig ministerie van Algemene Zaken afgebrand.



In de akte erkend toenmalige koningin Juliana Suriname als een onafhankelijke en soevereine staat. Deze akte werd op dinsdag 25 november 1975 in Den Haag bekrachtigd met de handtekeningen van Juliana, premier Den Uyl en drie Nederlandse ministers en voorzien van het grootzegel van het Koninkrijk der Nederlanden. Er waren slechts twee exemplaren van deze akte. Een voor Nederland en een voor Suriname. Nederland heeft in 2009 een gewaarmerkte kopie aan Suriname afgestaan.

Moestadja heeft ook onderzoek laten doen of de akte in de kluis van de Centrale Bank van Suriname (CBvS) ligt. Deze zou de meest geschikte plaats zijn om een akte van zo'n historische waarde te bewaren. Het document is vooralsnog niet gevonden. Ook bij het Nationaal Archief Suriname is de akte niet gevonden.


[uit de Ware Tijd, 23/11/2013]

maandag 7 oktober 2013

Collectie Luis Daal

Rosemarie Daal-Blesh (paars-rdoe jurk) en Ena Dankmeijer-Maduro (met boek in de hand).

Het litteraire werk, audio- en videoproducties waar hij aan meewerkte, ongepubliceerde manuscripten en publicaties in tijdschriften van de Curaçaose schrijver en dichter Luis H. Daal [1919-1997] zijn afgelopen zaterdag overgedragen aan Biblioteka Mongui Maduro. Rosemarie Daal-Blesh was speciaal voor de overdracht uit Nederland overgekomen.

[Ontleend aan Antilliaans Dagblad, 7 oktober 2013]

zondag 22 september 2013

Historisch archief politiek gedachtegoed Lachmon

door Eric Mahabier

Den Haag - De Vooruitstrevende Hervormingspartij (VHP) zal een commissie in het leven roepen die het politieke gedachtegoed, de erfenis van Jagernath Lachmon zal verzamelen voor het opzetten van een historisch archief. Dit archief zal ten dienste voor van de totale Surinaamse natie.

Zittend vlnr: VHP-voorzitter Chandrikapersad Santokhi, hoogleraar Ruben Gowricharn en OAS-assistent-secretaris-generaal Albert Ramdin. Uiterst rechts een poster van mr. Jagernath Lachmon Foto: Eric Mahabier 


Het voorstel voor deze speciale commissie kwam van Albert Ramdin, assistent-secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), zaterdag op de Jagernath Lachmon Lezing in Den Haag. In de Nieuwe Kerk hield VHP-voorzitter Chandrikapersad Santokhi samen met Ramdin een inleiding over de rol en betekenis van Lachmon voor de vrede en harmonie in Suriname en de regio.

Zowel Santokhi als Ramdin roemde de vele verworvenheden van Lachmon, vooral voor een harmonieuze Suriname met zijn verbroederingspolitiek. Volgens Santokhi is de vrede tussen de bevolkingsgroepen in Suriname echter niet uit de lucht komen vallen. Ramdin: "Suriname zou er zeker anders uit hebben gezien zonder de bijdrage van Lachmon en niet zo vredig en stabiel."

Ramdin benadrukte uitdrukkelijk dat hij op persoonlijke titel sprak en alles wat hij naar voren heeft gebracht niet voor de rekening van de VHP en of de OAS is. Ramdin sprak de wens uit dat het historisch instituut in 2016 een realiteit mag zijn, wanneer dat jaar de 100e geboortedag van wijlen Lachmon herdacht zal worden.


[uit de Ware Tijd, 22/09/2013]

zaterdag 21 september 2013

Medewerkers Nationaal Archief zwaar gedemotiveerd: ‘De hitte maakt werken onmogelijk’

door Euritha Tjan A Way

Paramaribo - Wie over de Jagernath Lachmonstraat rijdt, kan het gebouw van het Nationaal Archief Suriname (NAS) niet missen. Het is speciaal ontworpen naar de moderne maatstaven, ideaal voor het herbergen van archieven. Maar de hitte die bij binnenkomst voelbaar is, is dat allerminst.

De studiezaal van het Nationaal archief vertoont al sinds juli dit beeld. Bezoekers kunnen slechts tot twaalf uur beperkt geholpen worden en het personeel houdt de hitte nog nauwelijks vol.


"Buiten waait het lekker, maar binnen omarmt de warmte je gewoon", zegt een bezoeker die met twee metgezellen informatie komt opzoeken. Het personeel kan niets anders dan de situatie beamen. "Het is al langer dan drie maanden zo. Zodra je even beweegt begin je te transpireren", zegt de één terwijl een ventilator op de achtergrond verwoede pogingen doet de hitte te verdringen. De studiezaal staat er verlaten bij. De moderne apparatuur die nauwelijks drie jaar oud is, is de stille getuige van een verleden met een studiezaal vol bezoekers. "We kunnen mensen vaak maar doorverwijzen, de depots blijven dicht omdat de temperatuur daar niet mag stijgen."

Geen hulp

Errol Williams is zo'n bezoeker die niet geholpen kan worden. "We zijn bezig met een rechtszaak en ik moet hard copy van een vermissing aan het dossier toevoegen. De zaak gaat over een maand voor. Ik ben al overal geweest. Dit is mijn laatste hoop." Hij wordt spijtig verwezen naar de Onderwijsbibliotheek. "Misschien kunnen zij u helpen."

Een archiefmedewerkster zoekt verkoeling in een schelp.


Het personeel dat al drie maanden tot twaalf uur werkt, zegt door de situatie zwaar gedemotiveerd te raken. "We komen aan het werk om te zitten. De bedoeling van de archieven was om onderzoek te kunnen doen. Nu kan dat niet omdat de depots gesloten zijn. Soms wil ik thuis blijven, want ik kom zomaar aan het werk", zegt Audry Koenders, hoofd van de afdeling Educatie en Informatie, de enige medewerker die wel bij naam genoemd wil worden. "Ik was in mijn sas. Ik had nooit durven bevroeden dat dit zou gebeuren", zegt ze terwijl ze spijtig kijkt naar de conferentiezaal waar in een niet zo ver verleden regelmatig lezingen en bijeenkomsten gehouden werden. "Alles zit op slot", klinkt het bijna emotioneel.

Scholenprogramma

Koenders vreest voor het educatieve programma van het NAS. "Ik hou me hart vast voor de maand oktober, want bepaalde middelbare scholen hebben een lesprogramma dat afgestemd is op het archief. Wat gaan we doen dan? Gaan we ze in de hitte ontvangen? Ik weet het echt niet", zegt ze terwijl ze haar hoofd schudt.
 
Een historicus zag zijn schedel in een half uur verdampen

Op vragen van het personeel aan de leiding over hoe lang de situatie nog voort kan duren komen geen concrete antwoorden. Ook de krant haalt bakzeil. "Bel morgen terug voor een reactie. Ik moet vandaag (donderdag, …red) bij de minister zijn," klinkt het eerst. Een tweede poging de nationaal archivaris Rita Tjien Fooh- Hardjomohamad te bezoeken terwijl die in het gebouw zit, stuit op niets. "De telefoon wordt niet opgenomen", zegt de medewerker. De minister van Binnenlandse Zaken Soewarto Moestadja bevestigt dat de onderdelen al besteld zijn om de koeling te repareren. "Maar voor de details moet u bij mevrouw Tjien Fooh-Hardjomohamad zijn." Herhaalde pogingen leveren echter geen reactie op van de nationaal archivaris.

[uit de Ware Tijd, 21/09/2013]

dinsdag 30 juli 2013

Massamoord Mariënburg 111 jaar geleden

door Benjamin Mitrasingh

Het is vandaag, 30 juli, precies 111 jaar geleden dat de massamoord op Mariënburg plaatsvond. Over de aard en het aantal van de slachtoffers zijn er wat onduidelijkheden.
 
Documentatie over de moord op James Mavor, in het Surinaams Museum
Het Koloniaal Verslag van 1903, dus een jaar later, praat van zeventien slachtoffers maar het bronnenonderzoek in het gedenkboek van de Stichting Hindostaanse Immigratie (SHI) van 1998, praat van zestien slachtoffers. Daarom moet nadrukkelijk worden vermeld dat de slachtoffers niet de daders waren van de moord op James Mavor. Zij waren de vrienden van de daders die niet wilden dat hun collega's door de politie werden meegenomen. Het was dus een solidariteitsactie van de arbeidscontracten op het terrein van de suikerplantage Mariënburg.

Hun protesten waren echter zo heftig, dat de Nederlandse militairen zich genoodzaakt voelden gericht op hen te schieten. In het massagraf liggen dus niet de daders van de moord op Mavor, maar de vrienden van de daders. De daders werden later door de rechter tot een dwangarbeid van twaalf jaar veroordeeld. Het archeologisch onderzoek van de SHI naar het massagraf, moet daarom duidelijkheid brengen in het juiste aantal slachtoffers, dat op 30 juli 1902 in een massagraf werd gedumpt.

Surinamers mogen heel blij zijn dat het archief van Mariënburg heel zorgvuldig is bewaard in de bibliotheek van het Surinaams Museum op Zorg en Hoop. In het gedenkboek van 125 jaar Hindostaanse immigratie dat de Stichting Hindostaanse Immigratie (SHI) in 1998 had uitgegeven, staat een bijna vijftig pagina’s groot artikel van Leo H. Ferrier getiteld: ‘De moord op James Mavor’. Het gedenkboek is een stevige pil van 273 pagina’s en eigenlijk heeft intellectueel Suriname er te weinig aandacht aan besteed. Want in 1998 had men al kunnen weten wat voor pijn en ellende de Hindostaanse contractarbeiders in Suriname hadden meegemaakt.

Surinaamse wetenschappers hebben heel vaak aandacht hiervoor gevraagd en de nakomelingen van de Hindostanen mogen zich zeker gelukkig prijzen dat de ‘knappe mensen’ binnen hun eigen gelederen veel goed en degelijk onderzoek naar de geschiedenis van hun voorouders hebben gedaan. Bekend zijn de werken van pater De Klerk, Kaulesar Sukul, Jnan Adhin, Evert Azimullah, de broers Mitrasingh en tegenwoordig ook van het duo Choennie. In het boekje van Benjamin S. Mitrasingh en R. Motital Marhé, worden in 1978 – dus 35 jaar geleden – in het boekje Mathura, Ramjanee en Raygaroo, verzet tegen uitbuiting en onderdrukking in Suriname voor het eerst de Nederlandse Koloniale Verslagen door twee jonge Hindostanen, een historicus en een taalkundige, kritisch belicht.

Monument voor Baba en Mai, Paramaribo. Foto @ Adri Vollenhouw


Baba en Mai

Uit dat boekje komt ook de naam ‘Baba en Mai’ voor het immigratiemonument dat op 5 juni 1993 naast het Presidentiële paleis door het Surinaamse volk werd onthuld. Toen had Kries Ramkhelawan de Sarnami-versie van ons volkslied ten gehore gebracht. Politiek Suriname heeft de makers van dit monument nooit die ‘grani’ gegeven die ze hadden verdiend, maar blijkbaar zitten de makers van ‘Baba en Mai’ er ook niet op te wachten, want straks beginnen diezelfde mensen met dezelfde ‘good spirit’ met het onderzoek naar het massagraf van 1902 op Mariënburg. Waarom ze het doen? Het antwoord van SHI is kort en krachtig: ‘Voor volk en vaderland, want onze voorouders hebben hier gewoond en gewerkt en ze kunnen niet als een stuk vuil zijn gedumpt in een grote kuil.’

Ondanks de goede zorg van het Surinaams Museum voor het dossier, ontbreekt er toch nog het een en ander in. De schrijver Ferrier had het al in 1998 opgemerkt. Het dossier heeft geen kaarten en plattegronden, blijkbaar zijn ze achtergebleven vanwege hun formaat, want ze zijn er wel (!) en veel details over James Mavor zijn opzettelijk of per toeval weggelaten of weggehaald. Ook de juiste schrijfwijze van veel namen moet goed worden gecorrigeerd.


Benjamin Mitrasingh is onderzoeksleider Massagraf Mariënburg


[van Starnieuws, 30 juli 2013 en 3 februari]

zondag 30 juni 2013

Sabi Yu Rutu toont noodzaak stamboomonderzoek

door Tascha Samuel

Paramaribo - De expositie Sabi Yu Rutu geeft bezoekers niet alleen een terugblik, maar ook een handleiding van het eigen verleden. De expo bestaande uit kunst, oude foto’s uit het archief van de Evangelische Broeder Gemeente Suriname (EBGS) en stambomen, werd donderdag geopend bij het Jeugdcentrum.

De zaal met daarin de expo 'Sabu yu ruti' in het jeugdcentrum. De terracotta kleikoppen van kunstenaar Ken Doorson getiteld ‘Generation’ en de oude foto’s en portrettekeningen uit het EBGS archief zijn in beeld. (Foto:  Irvin Ngariman)

"Ken je eigen geschiedenis. Zoek die op, dan ga je die meer waarderen en kan je er zelf je eigen interpretatie aan geven", meent Marilva Eiflaar. Zij deed donderdag onder redelijke publieke belangstelling verslag van het jongerengenealogieproject; een samenwerking tussen het EBGS-archief, Na Afrikan Kulturu fu Sranan (Naks), Ancestors Unknown en de organisatie Who.Am.I. "Het is van belang je geschiedenis te kennen. Het is dwaas als we die niet kennen", meende dominee Edgar Loswijk, die kort Gods zegen afsmeekte voor het samenzijn. De expo is tot 1 juli te bezichtigen.

Zelfonderzoek
Het Sabi Yu Rutu-project is in januari van dit jaar gestart met als doel jongeren bewust te maken van hun afkomst. "We kregen ouderen die in de archieven kwamen zoeken, omdat hun kinderen vragen stelden. Toen dachten we waarom niet de jongeren leren hoe zelf onderzoek te doen? Daardoor kwam Sabi Yu Rutu tot stand", legt Eiflaar uit, zelf werkzaam bij het EBGS-archief. De Amerikaanse Dana Saxton van de organisatie Ancestors Unknown, trainde de jongeren in onderzoekstechnieken, hoe en waar ze kunnen zoeken en welke bronnen ze kunnen opzoeken. Ze leerden ook om vanuit schilderijen en foto's informatie te zoeken en zelfs vanuit de dans.

Zoektocht
Ank de Vogel-Muntslag vertelde over haar zevenjarige zoektocht naar de Afrikaanse stamvader van de Surinaamse familie Muntslag, genaamd Avantuur Windhorst. Vorig jaar verwerkte de Ghanese kunstenaar Jeremiah Quarshie, het verhaal van Avantuur en zijn nakomelingen in een kunstwerk voor een expositie van het Stedelijk Museum projectbureau. Dit kunstwerk is gedeeltelijk te zien bij deze expo. Het bijzondere van het werk is dat het gezicht van de Vogel- Muntslag is opgebouwd uit woorden, namen en zinsneden die geschiedkundige informatie bevatten.

Op de expo staan een tweetal werken van Shaundel Horton en ook twee van Miquel Keerveld getiteld 'Help me take it away'. Kleurige mensfiguren die 'overschaduwd' lijken te worden door de zwarte verf die als duisternis over hen heen hangt. Een groot schilderij van Raimen Bijlhout waarop een oude zandstraat met typische houten huisjes is uitgebeeld, heeft een sterke owruten-sfeer. Opmerkelijk is de installatie van terracotta kleihoofden van Ken Doorson getiteld 'Generation'. Oude foto's en portrettekeningen uit het EBGS-archief en stambomen maken de expo tot een geheel. Met Sabi Yu Rutu wil de organisatie van de EBGS anderen inspireren om op zoek te gaan naar hun eigen identiteit via stamboomonderzoek. De organisatie wil ook de rol die kunst kan vervullen in de beleving van onze geschiedenis aangeven.


[uit de Ware Tijd, 29/06/2013]

zaterdag 22 juni 2013

Pieter Groen gaat naar de Barbiesjes

Op zondag 16 juni is het stuk Pieter Groen gaat naar de Barbiesjes in première gegaan op het Oerolfestival, Terschelling. Deze objecttheatervoorstelling van Jaime Ibanez en Jornt Duyx is een coproductie van het Nationaal Archief, Hotel Modern en Feikes Huis. De voorstelling is gebaseerd op de 18e eeuwse reisverslagen van Pieter Groen die zich in het Nationaal Archief bevinden.


Op avontuur in Berbice

Pieter Groen gaat naar de Barbiesjes is een historische tragediekomedie en vertelt het verhaal van de 19-jarige koopmanszoon Pieter Groen. Hij vertrekt in de zomer van 1792 naar Berbice, een toenmalige Nederlandse kolonie ten westen van Suriname. De kolonie heeft een omstreden reputatie; wie naar de Barbiesjes gaat, gaat zijn ondergang tegemoet, is de overtuiging. Maar voor Pieter lonkt het avontuur. Tijdens zijn verblijf in Berbice trekt hij door de binnenlanden met indianen, inspecteert plantages, bezoekt stadjes en leidt een losbandig leven. Met alle gevolgen van dien.

De voorstelling
Jaime Ibanez bewerkt de belevenissen van Pieter Groen tot een primitieve animatie: een mix van gesproken woord, bewegende machines en illustraties. De voorstelling wordt muzikaal begeleid door Jornt Duyx. 

Het geheugenpaleis
Het verhaal van Pieter Groen is een van de 11 verhalen die onderdeel uitmaken van de expositie Het geheugenpaleis – dwalen door de archieven. Na een grondige verbouwing bij het Nationaal Archief zal deze tentoonstelling vanaf 16 oktober 2013 de openingstentoonstelling zijn. Op de webexpo is al een voorproefje te zien van deze tentoonstelling.

Nationaal Archief


zaterdag 1 juni 2013

Twee slaven voor de prijs van één - Stadsarchief toont koopcontracten

Een bestelling van slaven uit 1702. © Stadsarchief


door Patrick Meershoek

Het Amsterdamse Stadsarchief toont vanaf morgen niet eerder gepubliceerde documenten over de slavenhandel in Amsterdam. De koopcontracten geven een indringend beeld van de alledaagse praktijk in de zeventiende en achttiende eeuw.
Zo luidt een door een Amsterdamse notaris opgesteld koopcontract uit het begin van de achttiende eeuw, in vertaling: 'Ten derde, dat de voorgenoemde af te leveren 250 koppen slaven zullen bestaan uit twee derde parten mannen en een derde part vrouwen. En dat voor leverbare slaven gerekend zullen worden diegenen die niet blind, lam of gebroken zijn en ook diegenen die geen besmettelijke ziekte hebben.'

Slavenhandel was een alledaagse bedrijvigheid in het Amsterdam van de zeventiende en de achttiende eeuw, blijkt uit de tentoonstelling. Originele documenten geven inzicht in de praktijk van de slavenhandel. Notarissen maakten de contracten op waarmee de kooplieden en zaakwaarnemers van eigenaren van plantages hun bestellingen plaatsten bij de West-Indische Compagnie.

Het notarieel archief bevat gegevens van minstens 350 reizen van slavenschepen naar Afrika, waarbij 125.000 slaven werden aangekocht en overgebracht naar onder meer Brazilië, Suriname en Curaçao. Dat gebeurde volgens de regel dat gevangenen tussen 15 en 36 jaar als één slaaf werden gerekend. Drie slaven tussen 14 en 18 jaar telden voor twee slaven. Kinderen tussen 2 en 7: twee voor de prijs van één. 'Diegenen onder de twee jaar zullen voor zuigelingen gerekend worden en de moeder volgen.'

[uit Het Parool, 30-05-13]

maandag 20 mei 2013

Wikipedia primeur voor Koninklijke Bibliotheek en Nationaal Archief

De Koninklijke Bibliotheek (KB) en Nationaal Archief (NA) zijn de eerste Nederlandse erfgoedinstellingen die een ‘Wikipedian in Residence’ gaan werven. Hiermee treden ze in de voetsporen van vermaarde buitenlandse instituten zoals het British Museum, het Paleis van Versailles en The Museum of Modern Art (MoMA).

Samenwerking met Wikipedia
Al jaren digitaliseren KB en NA veel van hun papieren bezit en bieden dit online aan, vooral via hun eigen websites. Om hun collecties en de informatie daarin onder de aandacht te brengen van een zo breed mogelijk publiek, willen de KB en het NA meer materiaal openstellen voor Wikipedia. Dat is de vrije encyclopedie waar iedereen aan mee kan helpen en met 500 miljoen unieke bezoekers per maand één van de meest geraadpleegde bronnen ter wereld is. Beide nationale instellingen werken hiervoor samen met Wikimedia Nederland, de vereniging die Nederlandse vrijwilligers aan Wikipedia en verwante Wiki-projecten ondersteunt. Sandra Rientjes, directeur Wikimedia Nederland: “Wij werken aan een wereld waarin iedereen vrijelijk gebruik kan maken van het geheel van alle menselijke kennis. Door samen te werken met KB en NA kunnen we hier grote stappen in zetten.”

Wikipedian in Residence
Een belangrijke speler in deze samenwerking is de Wikipedian in Residence, die de verbinding legt tussen de waardevolle  collecties van de KB en het NA en hergebruik van deze content op Wikipedia, Wikimedia Commons en Wikisource. De Wikipedian is actief in projecten en evenementen die de samenwerking tussen KB, NA en Wiki-gemeenschap moeten uitbouwen en versterken. De werving van een ervaren Wikipedian start eind mei en hij/zij zal voor ongeveer negen maanden ‘in huis’ bij de KB en het NA komen.

Kennismaking met KB en NA voor Wikipedians
KB en NA organiseren op zaterdagmiddag 8 juni - in samenwerking met Wikimedia Nederland - een gezamenlijk achter de schermen evenement voor Wikipedianen. Alle vrijwilligers die aan de Nederlandstalige Wikipedia en aanverwante Wiki-projecten werken zijn van harte welkom. Na een korte introductie van de collecties en open datasets van de KB en het NA volgt een exclusieve rondleiding door de normaal gesloten magazijnen en depots van beide instellingen.

zondag 28 april 2013

De Surinaamse bibliotheken in beeld (3)

Onderstaand artikel is een gedeelte uit een dossier over Surinaamse bibliotheken dat verscheen in Bibliotheekblad, het vakblad van Nederlandse bibliotheken. Vandaag uitgelicht: het Nationaal Archief, de bibliotheek van de Anton de Kom Universiteit en de Algemene Onderwijs Bibliotheek (deel III).

door Kirsten Dorrestijn


Nationaal Archief: nieuwste aanwinst van Suriname
Langs de Jaggernath Lachmonstraat, een drukke doorgaande weg vanuit het centrum van Paramaribo, prijkt sinds 2010 een gloednieuw gebouw. ‘Nationaal Archief’ staat in grote letters op de gevel. Bij de ingang gaat de glazen deur automatisch open, iets wat zelden voorkomt in Suriname. In de verkoelde studiezaal direct achter de receptie zit het vol mensen verdiept in documenten. Wie het voormalige pand ooit heeft gezien weet: dit is een wereld van verschil.

‘Het vorige gebouw voldeed niet aan de internationale standaarden voor een archiefgebouw’,  bevestigt directrice Tjien Fooh-Hardjomohamad. ‘Het was gehuisvest in een deel van een kindertehuis. De archieven stonden in een open ruimte zonder airconditioning. Dat heeft de documenten geen goed gedaan.’ Het huidige gebouw heeft koelinstallaties en klimatologische voorzieningen, een goed geconditioneerd depot en gekoelde kantoorruimten voor het personeel. Nadat het parlement in 1996 was afgebrand, zegde de Nederlandse regering Suriname een nieuw archiefgebouw toe.


Oudste krant
Het Nationaal Archief is een bewaarplaats van overheidsarchieven van ministeries, kantongerechten en bedrijven die onder de overheid vallen. Alle overheidsarchieven worden na tien jaar hierheen verplaatst: correspondentiestukken, besluiten en rapporten. ‘Het is onze taak om die archieven te ontsluiten en toegankelijk te maken voor publiek’, vertelt Tjien Fooh-Hardjomohamad. Ook bestaat een klein deel van de collectie uit archieven van particulieren. Digitale documenten van bijvoorbeeld Anton de Kom en Henny de Ziel zijn aangekocht. De oudste archiefstukken zijn trouw- en begrafenisboeken uit 1667. De oudste krant stamt uit 1808: De Surinaamse Courant.

Het archief strekt op dit moment 5 kilometer. Een groot gedeelte ligt nog in het archief in Den Haag, Nederland. Van de 800 meter aan Surinaams archief dat daar lag, is 100 meter teruggegeven. De rest moet nog worden ontsloten voordat het naar Suriname kan worden overgeplaatst. Door de archieven beschikbaar te stellen hoopt Tjien Fooh-Hardjomohamad op een beter onderzoeksklimaat. ‘Onze geschiedenis is nog niet vaak beschreven door eigen historici. Met de archieven willen we onderzoekers stimuleren de geschiedenis vanuit een eigen visie te beschrijven. Het is belangrijk om op die manier onze identiteit vast te leggen.’ Ook wordt contact gezocht met archieven van andere landen waar veel inwoners van Suriname hun oorsprong vinden: Ghana, Indonesië, China en India. Ook Engeland is in dit opzicht interessant: van 1804 tot 1816 had Suriname een Engels bestuur.

De documentatie wordt op dit moment nog het meest gebruikt door mensen die genealogisch onderzoek komen doen. In de vakanties zit de zaal vol met Surinamers die in Nederland wonen en op zoek gaan naar informatie over hun voorfamilie. Geboorteaktes worden 100 jaar na de geboorte vrijgegeven, overlijdensregisters en huwelijksregisters na 75 jaar.



Schimmels en insecten
Het archief zal begin 2013 worden uitgebreid met beeld- en geluidsdocumenten. Dagen achtereen zijn de medewerkers bezig met het omzetten van de archiefstukken op microfilm en het digitaliseren ervan. Het Surinaamse archief wordt ondersteund door het instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum.

Collega’s van het archief in Den Haag hebben trainingen gegeven in conservering. In het speciale restauratie-atelier worden archiefstukken met schade gerestaureerd. Brokkelend papier, scheurtjes, inktvraat, waterschade, beschadiging door schimmels of insecten: het wordt hier allemaal gestabiliseerd. Vanaf volgend jaar zullen de medewerkers zélf de cursussen in conservering geven aan andere cultureel-erfgoedinstellingen in Suriname.

Bibliotheek van de Anton de Kom Universiteit: belangrijkste wetenschappelijke collectie


De Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS) werd in 1968 opgericht. Eerst ging het alleen om een juridische en een sociaal-economische faculteit, later kwam er een medische en een rechtenfaculteit, het centrum voor landbouwkundig onderzoek en het instituut voor internationale betrekkingen bij. De universiteit telt momenteel 3500 studenten. De bibliotheek is gevestigd in één van de gebouwen op het universiteitsterrein aan de Leysweg en bevat de belangrijkste wetenschappelijke collectie van Suriname.

Grootste bibliotheek
De bibliotheek heeft 100.000 boeken in bezit en is daarmee de grootste bibliotheek van het land. De collectie is voor een gedeelte gekocht en bestaat voor een ander gedeelte uit schenkingen. ‘We bestellen elk jaar bij uitgeverijen in het buitenland’, vertelt directeur Jane W.F. Smith. ‘Bij schenkingen nemen we op wat bij de collectie past, waarvan studieboeken vanaf het jaar 2000, en we gaan langzaam naar 2005.’

Behalve de studieboeken heeft de Anton de Kom Universiteitsbibliotheek een grote Suriname-collectie. ‘Misschien wel de grootste ontsloten collectie van het land’, fluistert Smith, want ze wil dit niet te stellig zeggen. ‘Van elk boek dat over Suriname verschijnt kopen we minstens één exemplaar.’
Ook verzamelt de bibliotheek e-documenten. ‘Soms mogen we deze niet opnemen in de collectie vanwege copyright. Wel kunnen we ze aanbieden door een link te plaatsen naar de plek waar het document zich bevindt. Als het erop aankomt zijn we een bibliotheek in een ontwikkelingsland.  Met dat argument proberen we toegang te krijgen tot belangrijke online databases.’


Dubbele exemplaren
Er zijn enkele samenwerkingsverbanden met Nederlandse en Belgische instellingen. Zo werkt de universiteit samen met Nederland als het gaat om interbibliothecair leenverkeer. ‘Als een student een boek zoekt dat wij niet in huis hebben, kunnen wij het via de Koninklijke Bibliotheek hierheen laten sturen.’ Verder zamelt een medewerker van de Universiteit Leiden op eigen initiatief al meer dan tien jaar boeken in voor de Surinaamse universiteit. ‘Zij gaat langs de docentenkamers, Uitgeverij Kluwer en het Leids Universitair Medisch Centrum om te vragen naar dubbele exemplaren’, vertelt Smith. ‘Laatst kregen we weer pallets met 3000 boeken binnen.’

De universiteitsbibliotheek heeft 31 personeelsleden. De medewerkers zijn hoog geschoold, VWO of hoger. In 2010 volgde het personeel de Surinaamse opleiding tot bibliotheekassistent.


Algemene Onderwijs Bibliotheek: 250 schoolmediatheken

De Algemene Onderwijs Bibliotheek is gevestigd in een houten gebouw niet ver van het centrum van Paramaribo. Enkele leerlingen zitten over schriften en boeken gebogen. Achterin de studiezaal werkt afdelingshoofd Anita MacIntosch in haar kantoor. ‘We zijn gevestigd in voormalige barakken van een schoolgebouw en zitten hier al sinds de jaren zeventig. Een nieuw gebouw is onze grootste wens op dit moment.’ Ze laat een verzoekbrief voor het Ministerie van Onderwijs zien: ‘De vloer is van straatstenen en er zijn verzakkingen, het plafond en de wandplaten zijn verrot, het dak en de dakgoten hebben lekkages’, staat er. Het is duidelijk, de Algemene Onderwijs Bibliotheek kan wel een nieuw onderkomen, of op z’n minst een goede renovatiebeurt gebruiken.

Mediatheekdienst
De Algemene Onderwijs Bibliotheek valt onder het Surinaamse Ministerie van Onderwijs en verzorgt boeken voor lerarenopleidingen, basis- en middelbare scholen in stad en district. In 250 scholen hebben de medewerkers geholpen met het opzetten van mediatheken. ‘Wij verzorgen de bestellingen van boeken voor die scholen en trainen de mensen om de mediatheek te beheren.’
In het gebouw van de Algemene Onderwijs Bibliotheek komen leerlingen van het voortgezet onderwijs en studenten van avondopleidingen boeken lenen of studeren. Ook maken zij gebruik van de documentatieafdeling met krantenknipsels, folders en de Surinaamse kranten die per jaargang zijn ingebonden.


Wolkers of Vestdijk
De Algemene Onderwijs Bibliotheek heeft 22.000 boeken in huis. MacIntosch: ‘Elk jaar kopen we voor 1 miljoen Surinaamse Dollar boeken. We plaatsen bestellingen bij lokale boekhandels en via het NDB Biblion bestellen we thema-aanbiedingen. Verder komen er regelmatig Surinaamse auteurs hun boeken persoonlijk langsbrengen. Sporadisch krijgen we schenkingen uit Suriname, Nederland of België.' Als een boek 15 jaar lang niet is uitgeleend, gaat hij uit de collectie. ‘Maar we zijn wel voorzichtig hoor, want er staan oude boeken op de literatuurlijsten.’

De bibliotheekmedewerkers stimuleren leerlingen om wat nieuwe boeken te proberen. ‘Leerlingen komen meestal met een lijst hier. Als ze vragen naar boeken uit de Derde Spreker-serie, raden wij ze aan nieuwere boeken te lezen van schrijvers uit derdewereldlanden, als zij daarvoor toestemming kunnen krijgen van de leerkracht tenminste. Andere oude boeken, van Jan Wolkers of Simon Vestdijk bijvoorbeeld, zien we steeds minder terug op de lijsten.’ Er werken 40 vaste medewerkers bij de Algemene Onderwijsbibliotheek en dan zijn er nog heel wat parttimers.


Garant
De scholen staan garant voor leerlingen die boeken lenen. De schooldirecteur moet zijn handtekening zetten op de overeenkomst tussen de leerling en de bibliotheek, zodat de school het kind opspoort en aanspreekt als het verzuimt een boek in te leveren. 

[wordt vervolgd]

maandag 15 april 2013

Bestanden Nationaal Archief nu via website toegankelijk

Een medewerker van het NAS drukt op de knop waarmee de website van het archieforgaan live gaat.

Het publiek kan op de website van het Nationaal Archief Suriname (NAS) de digitale bestanden bestuderen die informatie geven over onder meer doop, huwelijk en overlijden in Suriname in de zeventiende eeuw, oude notariële archieven en het bevolkingsregister voor de kolonie Suriname.

Rita Tjien Fooh-Hardjomohamad, de nationale archivaris zegt, dat hoewel er nog veel verbeterd moet worden aan de site, men er al terecht kan voor informatie. “Het is vandaag ook drie jaar geleden dat het nieuw archiefgebouw in gebruik werd genomen. Binnen niet al te lange tijd zal de elektronische link nog meer mogelijkheden bieden. Het NAS heeft de afgelopen jaren veel werk verzet. Er komen binnenkort nog meer opleidingen om zo de kwaliteit van het archiefwerk verder te verbeteren”, zei Tjien Fooh-Hardjomohamad, bij de lancering van de website.

Het Nationaal Archief Suriname. Foto @ Michiel van Kempen


Openbare archieven
De eerste Surinaamse archieven die door Nederland zijn teruggeven aan Suriname, zijn online beschikbaar gesteld. Het gaat om doop-, trouw- en begraafboeken van Suriname 1662- 1838, notariële archieven van Suriname 1828 – 1845 en de samenstelling van het Bevolkingsregister voor de kolonie Suriname (Eerste Algemene Volkstelling Suriname 1921).

Deze archieven zijn volgens de Archiefwet, openbaar voor het publiek. De originele archieven zijn in 2010 teruggeven aan Suriname en dus ook beschikbaar in de studiezaal van het NAS. De digitale bestanden die online zijn geplaatst, kunnen ook worden geraadpleegd op de website van het Nationaal Archief Nederland. Het maken van print-outs is echter niet mogelijk, zegt de voorlichting van Binnenlandse zaken (Biza).

Na de eerste drie archieven zullen de overige archieven gefaseerd online worden geplaatst. Het publiek kan naar de website van het NAS via www.gov.sr. Daar kiest men voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en dan voor Diensten. Vervolgens gaat men naar het Nationaal Archief Suriname, legt de Biza-voorlichting uit.

[van Starnieuws, 13 april 2013]

zaterdag 16 maart 2013

‘Indianenbrieven’ uit Pennsylvania in beheer EBGS

door Rose-Marie Maître

Paramaribo - Brieven die Inheemse gelovigen van de Evangelische Broedergemeente in Suriname (EBGS) in 1749 hebben gestuurd naar zendelingen in Pennsylvania, VS, zijn in het beheer van de kerk. De brieven zijn donderdag gepresenteerd in de gehoorzaal van de Stadszending.
Voorzitter Edgar Loswijk van de archiefcommissie. Foto: Jason Leysner 

Voorzitter van de archiefcommissie, Edgar Loswijk, vertelt dat de brieven sinds november 2012 in Suriname zijn. Ze zijn in 1749 geschreven aan de Amerikaanse zendelingen, die wegtrokken omdat de regering en planters de boodschap over gelijkwaardigheid van de mens niet accepteerden en vanwege onderlinge ruzie en ziekte. Het zendingswerk werd in die periode gecoördineerd vanuit Pennsylvania. Het Amerikaanse fonds voor cultuurbehoud heeft de overplaatsing van de archieven bekostigd.

Uit Voyages autour du monde

In 2011 heeft de Amerikaanse archivaris Paul Peucker de EBGS op de hoogte gesteld van het bestaan van de archieven. Margaret Mckean, de vertegenwoordiger van de Amerikaanse ambassade bij de presentatie, heeft affiniteit met archieven. Ze komt zelf uit Pennsylvania en was archeoloog. Volgens McKean zijn archieven de collectieve herinnering van een volk. "Suriname is niet uniek in de zoektocht naar de geschiedenis." Daarbij haalde zij ook de verwoesting van de bibliotheek van Timbuktu aan, waarbij kostbare archieven zijn vernietigd.


[uit de Ware Tijd, 16/03/2013]

zaterdag 9 maart 2013

Overdracht archief Michiel de Ruyter

Den Haag - Het Nationaal Archief heeft op 5 maart een aanvulling op het archief van de grootste Nederlandse zeeheld, Michiel de Ruyter, en zijn nazaten, in ontvangst genomen. Daarmee is het volledige archief De Ruyter nu in Den Haag voor iedereen toegankelijk. Enkele topstukken zijn zelfs online in te zien.
De Ruyter, door Ferdinand Bol, 1667. Scheepvaartmuseum, Amsterdam

Archief weer compleet
De archivalia lagen tot voor kort thuis bij Frits de Ruyter de Wildt, 12de generatie afstammeling van de vlootvoogd. De collectie was ondergebracht bij de Stichting M.A. de Ruyter die tot doel heeft de herinnering aan de zeeheld levend te houden. De stichting heeft nu besloten de stukken over te dragen aan het Nationaal Archief, zodat deze goed geconserveerd blijven en door iedereen zijn in te zien. Het archief De Ruyter is nu in zijn geheel ondergebracht bij het Nationaal Archief, nadat een eerste deel al in 1896 gekocht werd van de nazaten voor het forse bedrag van 15.000 gulden. De aanvulling is door het Nationaal Archief verworven voor het symbolische bedrag van 1 florijn.

Brieven van admiraal De Ruyter
De aanvulling bevat stukken afkomstig van De Ruyter zelf, waaronder brieven die hij wisselde met familieleden, zeeofficieren en hoogwaardigheidsbekleders als raadpensionaris Johan de Witt en stadhouder Willem III. Daarnaast bevat de collectie documenten van verwanten en nazaten, onder andere met betrekking tot de herdenking van hun beroemde voorvader. Topstukken zijn onder meer twee eigenhandige brieven van De Ruyter aan het thuisfront, geschreven in 1667 en 1673, en de laatste brief aan zijn familie, die hij dicteerde enkele weken voordat hij in een zeeslag bij Sicilië dodelijk gewond raakte (april 1676).

Laatste brief van Michiel de Ruyter aan boord van 'De Eendracht', 24 maart 1676

Archiefinventaris en online topstukken
De topstukken uit het archief De Ruyter zijn gedigitaliseerd. Bekijk dezedocumenten over Michiel de Ruyter en zijn verwanten online.
Uiteraard zijn alle stukken ook in te zien op de studiezaal van het Nationaal Archief.

En ook
De website Isgeschiedenis.nl besteedt ook aandacht aan Michiel de Ruyter. Lees het artikel over het leven van de grootste Nederlandse zeeheld.

[van de blogspot Ga het na, 5 maart 2013]

woensdag 24 oktober 2012

Nationaal Archief Suriname blij met erfenis Van der Kuyp

door René Gompers
Madelon van der Kuyp overhandigt symbolisch het archief van haar vader over aan Rita Tjien Fooh, directeur van het NAS. Professor Edwin van der Kuyp 'kijkt' toe. (Foto: René Gompers)

De blik van die heldere vrolijke ogen is gefixeerd op de horde fotografen die dichterbij is komen staan. Glimlachend, vanuit zijn zwart-witte foto, maakt professor Edwin van der Kuyp mee hoe een belangrijk doel van hem waargemaakt wordt: het overbrengen van kennis aan komende generaties. De wetenschapper overleed in 1995. Op 23 oktober zou Van der Kuyp 99 zijn. Als eer aan hun vader en zijn werk in de gezondheidszorg, hebben zijn kinderen besloten zijn persoonlijk archief te overhandigen aan het Nationaal Archief Suriname (NAS).

Edwin van der Kuyp heeft in zijn leven heel wat onderzoek verricht op het gebied van de gezondheidszorg. Hij heeft onderzoekingen gedaan naar onder andere muskieten, malaria, bilharzia, filaria, rookgewoonten onder scholieren, studenten en zwangere vrouwen. Van zijn hand zijn er ruim 200 publicaties verschenen waaronder Kolonisatie van blanken in Suriname vanuit een hygiënisch oogpunt bezien, Body Weights and Heights Of The Surinam People en De Gezondheidstoestand in Suriname. De geschiedenis van de lepra heeft hij echter niet kunnen voltooien, evenmin de Medische kronieken van Aruba, Bonaire en Curaçao'.

Inzicht verbreden
Rita Tjien Fooh, directeur van het NAS is blij met de stap van de familie. "Wij hebben al een deel van het archief van Volksgezondheid. Maar deze particuliere bijdrage vult enorm aan", zegt Tjien Fooh aan Starnieuws. "Dit gaat zeker inzichten verbreden over de gezondheidstoestand in Suriname". Zij hoopt dat nog meer particulieren die over belangrijk archiefmateriaal beschikken het NAS zullen benaderen.

De kinderen wisten zich in eerste instantie geen raad met de ruim 50 dozen en tientallen mappen die opgeslagen waren in een kamer. Madelon van der Kuyp, nam het op zich om alles te ordenen en heeft uiteindelijk langer dan een jaar besteed aan het doornemen, sorteren, categoriseren en inventariseren van documenten. "Het levenswerk van onze vader is enorm", vertelt Madelon. "We vinden dat het niet verloren mocht gaan. Het is belangrijk dat de samenleving toegang heeft tot deze kennis".

Enorme staat van dienst
Van der Kuyp was de eerste decaan op het Medisch Faculteit van Suriname. In Nederland werd hij voor een jaar tot buitengewoon hoogleraar aan het Rijksuniversiteit benoemd. Op 74-jarige leeftijd behaalde hij nog een titel in Amerika: Master of Science in Management Specializing in Nutrition. Hij kreeg vier ere doctoraten in Suriname, Nederland en Amerika.

Voor zijn bijdrage werd hij in Suriname benoemd tot Officier in de ere orde van de Gele Ster en in Nederland Officier in de ere orde van Oranje Nassau. De Wereldgezondheidsorganisatie kende hem postuum the Health Hero Award toe in 2001. De biografie van de wetenschapper staat vermeld in onder andere Who is Who in the World, Men of Achievement en Men and Women of Distinction.


[uit Starnieuws, 24 oktober 2012]