Posts tonen met het label Pengel Cobi. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pengel Cobi. Alle posts tonen

zaterdag 19 april 2014

Avonturen met jeugdboeken

Illustratie van Goenoh Soerodimedjo in Avontuur bij de grote rivier van Natasia Agard

Muloleerlingen en zesde klassers van Albina en omgeving beleefden avonturen op het Kinderboekenfestival. Er waren spannende spelen, uitdagende opdrachten, het ontcijferen van een geheimschrift bijvoorbeeld en avonturen met boeken. Enkele voorbeelden:

Avontuur bij de grote rivier van Natasia Agard gaat over de verzieking van het bos en de dieren doordat de goudzoekers met kwik werken. De dieren houden een krutu en eensgezind besluiten zij de goudzoekers weg te jagen. Dat gebeurt. De klas splitst in tweeën, de ene helft bestaat uit alle soorten dieren, de andere uit goudzoekers. En hoe de dieren die mannen verjagen en nog lang achter ze aan rennen - harde dierengeluiden makend - over het festivalterrein, dat zullen ook de bezoekers niet gauw vergeten.

En dan van Sherida Sabajo’s Okorié en Agambé, over twee jongens, een uit een inheems en een uit een marrondorp langs dezelfde rivier. Ze verdwalen toevallig op dezelfde dag in het bos en komen elkaar tegen. Hoe vinden ze hun dorpen terug? De telefoonboom brengt redding. Ze slaan er keihard op... het geluid klinkt door het bos, de vaders horen het en vinden hun zoon. Van twee kanten komen ze. Hoe die twee verdwaalde jongens slaan op die wortels... en hoe hard de klas dat laat klinken. Het geluid klinkt door het hele festival. En dan die blijdschap als de jongens gevonden worden! Spannend, beeldend en vooral herkenbaar voor kinderen uit het binnenland.

De vierde klas mulo van Albina luistert naar ‘Witte lelies’ uit de bundel Carrousel van Marylin Simons, voor oudere jongeren en volwassenen. Het is een zielig verhaal over twee jonge geliefden die hun kindje verliezen, dat niet aankunnen en niet meer kunnen communiceren. In een prachtige stijl geschreven. ‘Ronny had me nog nooit geschijnd’... zo begint het verhaal en bij die eerste zin gaan alle hoofden omhoog! Na afloop zegt een jongen dat hij het verhaal niet mooi vindt, omdat het zielig is. Dan volgt een gesprek over het leven, dat toch ook vaak zielig is. Waaraan de juf actief en gedreven deelneemt. Kalm gaan de leerlingen weg na afloop. Op hun gezichten staan emoties te lezen.

Tot slot: in een van de boeken van Cobi Pengel, Wolkje en de groenhartboom is een deel van de thematiek hoe mensen hun bewoonde wereld vervuilen en hoe een groenhartboom daaronder lijdt. Aan het eind trekken alle groenhartbomen hun wortels uit de grond en vliegen naar hun familie in het binnenland. Daar houden ze een krutu: hoe pakken we die smerige mensen aan. Twee meisjes mogen meevliegen op de takken van de groenhart, maar ze verstaan de bomen niet. Het zal niet lekker zijn wat de bomen van plan zijn met de mensen. Een zesde klas uit Albina volgt het verhaal. Ze knikken, en knikken... ‘Willen jullie ook een krutu houden?’ vraagt juf. ‘Ja, en we willen ons dorp schoonmaken.’ En dat wordt afgesproken: in de afgelopen week al zijn de leerlingen de straat opgegaan met materiaal om het vuil van de straten te verwijderen... vooral bij bomen, ook een groenhart?
Zo zie je dat boeken aanzet kunnen geven tot emoties en ook tot daden. Je herkent het leven, je denkt erover na en wie weet... verandert er iets ten goede!


zaterdag 18 januari 2014

Dieren in de Surinaamse kinderliteratuur: info voor jeugdbegeleiders


 door Els Moor

Kinderen hebben over het algemeen belangstelling voor dieren. Ze vinden het dan ook fijn om verhalen over dieren te horen of om er boeken over te lezen en de plaatjes te bekijken. In ons land met zijn rijke natuur leven veel-veel dieren, van verschillende soorten. Wilde dieren in het bos, maar ook tamme bij mensen. Er zijn verhalen over dieren van vroeger, zoals over Kantjil en Anansi, maar kinderboekenschrijvers van nu hebben zelf verhalen verzonnen waarin dieren een belangrijke rol spelen, of boeken met illustraties zodat kinderen de verschillende dieren leren kennen. We geven hieronder een overzicht van kinderboeken waarin dieren belangrijk zijn. Dat zijn er heel wat, maar vanwege de ruimte moeten we een keuze maken.

- ANANSI
Er zijn rijk geïllustreerde boeken met de oude anansitori. Het bekendste: Het grote Anansiboek van Johan Ferrier met tekeningen van Noni Lichtveld, bezorgd door uitgeverij Conserve in 2010. Hierin zijn de verhalen opgetekend zoals Ferrier ze voor de Nederlandse televisie vertelde. Noni Lichtveld heeft ook zelf een anansiboek gemaakt, Anansi de spin weeft zich een web om de wereld, de tweede editie is uitgegeven bij VACO in 2012. Er zijn redelijk veel anansiboekjes waarvan het verhaal verzonnen is door de schrijver. Van Ismene Krishnadath: Nieuwe streken van koniman Anansi (1989) en Bruine bonen met zoutvlees (1992). Moderne verhalen die aansluiten bij die moeilijke tijd van schaarste en de Binnenlandse Oorlog. Anansi moet alsmaar streken bedenken om zichzelf en zijn gezin te redden. Ook Marylin Simons heeft een grappig anansiboekje, Anansi Dala (PCOS, 2004), dat goed past bij de moderne tijd, waarin zoveel mensen altijd op geld uit zijn, op wat voor manier dan ook.

- KENNIS OVER DIEREN
Op een leuke manier kennis verwerven over verschillende dieren is een doel dat Wim Veer en Gerrit Barron nastreven met hun dierenboekjes. Van Wim Veer is de serie fotoboekjes over verschillende dieren, met een verhaaltje waarin veel info over het betreffende dier: tjamba de raaf; misi powisi; modo todo; kwibus de ibis; awari en de kip; het doksje dat niet wilde zwemmen en Wat vliegt daar? Vogels rond het huis (uitgegeven in eigen beheer met prachtige fotos.)

En van Gerrit Barron: Titri en Toto over twee jonge vogeltjes, met als thema zelfstandig worden, en zijn serie uit de jaren 90 over allerlei dieren, zoals Een korjaal vol dieren en Een sloot vol vissen.
Rupsje Regenboog van Indra Hu geeft op een beeldende manier in een verhalend gedicht weer hoe Rupsje Regenboog zich ontwikkelt tot een prachtige vlinder. Het verhaal kan kinderen aan het denken zetten: Rupsje wordt een mooie vlinder... wat word ík later?

- DIEREN IN HET BOS
Een leerrijk thema. Monique Pool heeft op dit gebied een prachtig experiment uitgevoerd. Carlize gaat naar het bos/... goes to the forest. Op verschillende manieren kunnen kinderen kennis nemen van de inhoud: het boek heeft alleen beeldende illustraties van Chad Abdoellah en er is een bijbehorende cd waarop Helen Kamperveen het verhaal vertelt. De kinderen kunnen aan de hand van de platen eerst hun eigen verhaal maken en dan luisteren naar dat van Monique Pool. Veelzijdig dus. We geven hier het verhaal niet: ga eerst kijken! Het boek is nog volop verkrijgbaar! Met Kwata op reis (2010) van de stichting Klimop, laat kennismaken met veel dieren. Vanuit het bos gaat de aap Kwata met zijn vrienden per korjaal naar de zee. Ze ontmoeten andere dieren en beleven avonturen. Spelenderwijs leren de kinderen de dieren kennen, ook door de illustraties van Ginoh Soerodimedjo. Aanbevolen!

Illustratie van Goenoh Soerodimedjo uit Met Kwata op reis


- DIEREN EN HET MILIEU
Een belangrijk en kritisch thema dat gelukkig niet aan de jongeren voorbijgaat. Avontuur bij de grote rivier is van Natasia Agard en verscheen in 2008 (in eigen beheer). Het onderwerp: de gevaren die het bos bedreigen door activiteiten van mensen - zoals goudzoekers - met de bedoeling veel geld te verdienen. Het einde van het verhaal is verrassend: dieren van alle soorten werken samen om het bos te redden. Samen bedreigen ze de mens-mannen die de rivier vervuild hebben met hun goudzoekersactiviteiten. Die mannen rennen dan doodsbang naar hun boten en geen dier heeft ze ooit teruggezien. Een boek dat op scholen thuishoort, waar de leerlingen en leerkrachten er samen over kunnen praten!
Cobi Pengel stelt deze thematiek aan de orde in enkele van haar verhalen. Wolkje en de groenhartboom bijvoorbeeld is een sprookjesachtig verhaal met een actuele thematiek: de mensen smijten vuil op straat, dat soms vreselijk stinkt, waardoor de mooie groenhartbomen hun bloei verliezen. Het meisje Cynthia dat vlak bij een groenhartboom woont, wordt door die boom uitgenodigd om samen met haar vriendin en het konijntje Wolkje met Mamabon mee te vliegen naar een krutu van bomen met de bedoeling om het probleem op te lossen.

- DIEREN EN MENSEN
Vooral voor jonge kinderen een herkenbaar thema. Honden spelen hierin een belangrijke rol, zoals in Lafu (VACO: derde druk 2007) van Cynthia Mc Leod. Lafu is een hondje en Sita is zijn bazinnetje. Wat beleeft Lafu allemaal in het gezin en in de buurt? Als het een keer kattenbrokjes heeft gegeten uit de bak van de kat, is het bang een kat te worden! Een leuk boekje voor iets meer gevorderde lezertjes (ongeveer klas 2 en 3), ook om thuis zelf te lezen. En dan is er nu een gloednieuw boekje verschenen, Bruno de zwervershond, debuut van Hetty Amat. Bruno zwerft, komt in het dierenasiel terecht en vindt daar zijn baasje weer. Binnenkort gaan we dit boekje bespreken. Er zijn veel boekjes over honden: Eveline Wielzen schreef Dagboek van een straathond met leuke illustraties van Reinier Asmoredjo en grappig geschreven. Marja Themen, onze redacteur van kinderliteratuur, die zelf veel met dieren bezig is, schreef Overpeinzingen uit een Hondenleven.... Ook in de drie delen over Manga, het paard uit Baboenhol van Susan van Dijk-Leefmans met beeldrijke illustraties van Reginald Kartowirjo, lezen we over het leven van een dier bij mensen, een paard op een boerderij. Hoe zij vriendschap sluit met een schaap, gedekt wordt door een paard van een andere boerderij en een veulen krijgt en hoe er in het derde deel feest voor haar gevierd wordt. Leuk om deze boeken te combineren met een uitstapje naar een boerderij, misschien wel naar Manga zelf!

- DIEREN IN FANTASIEVERHALEN
In veel boeken vinden we sprookjesachtige en/of spannende fantasieverhalen waarin dieren een belangrijke rol spelen. Twee toppers uit de Surinaamse kinderboekenwereld: Seriba in de schelp van Ismene Krishnadath dat gaat over het meisje Lilia, op vakantie in Galibi, dat door haar slimmigheid een groot probleem van een verliefd stel - watermeisje Seriba en sekrepatu Warana - oplost, waardoor ze een gelukkig leven tegemoet gaan... en van Effendi N. Ketwaru Rani en de slangenkoning met schitterende tekeningen van de auteur zelf. Die lieve slangenkoning, die Rani bijstaat in haar moeilijke leven met een heks, blijkt een betoverde jongen te zijn. Happy end!

Al deze boeken (er zijn er nog veel meer!) helpen mee om kinderen meer leesplezier te laten krijgen en vooral, als hun begeleiders ze ertoe aanzetten, om naar aanleiding van verhalen over dieren na te denken over wie ze zelf zijn! Ga met uw kinderen naar de boekwinkel!

zaterdag 29 juni 2013

Nieuwe kinderboeken: dat rood-wit-blauw op de voorkant is echt niet nodig

Groenhartboom op het Onafhankelijkheidsplein. Foto © Lucien Tull

door  Christine F. Samsom en Ilaya

Kinderen en beetje-kind-gebleven volwassenen zullen genieten van de fantasie waarmee Cobi Pengel in haar vijfde boek Wolkje en de groenhartboom (stichting PCOS, 2013. ISBN 978-99914-56-18-8) haar lezer(tje)s weer verrast. Wolken hebben mensen altijd gefascineerd, maar elke natuurliefhebber in ons land heeft ook grote bewondering voor de groenhartboom. Wie weet er niet in zijn buurt zo’n machtige, geelbloeiende boom te staan die ons aankondigt dat de regentijd voorbij en de grote droge tijd aangebroken is? Dat groenhartbomen kunnen lopen en vliegen, laat Cobi ons weten via de tienjarige natuurvriendin Cynthia met (tot wanhoop van haar moeder) haar laatste aanwinst, een slimme, spierwitte konkoni die als wolkje via de regenboog bij Cynthia terecht is gekomen. Haar vriendinnetje Viola die prachtige vliegers maakt en verkoopt om schoolspullen voor het nieuwe schooljaar te kunnen kopen, mag een nacht bij Cynthia blijven, en samen gaan ze midden in de nacht op stap met Mamabon. Alle groenhartbomen in de stad zijn ongelukkig over al het lawaai van het verkeer en de poku, over de uitlaatgassen, over de petflessen tussen hun wortels en mannen die tegen hun stam plassen. Van ellende en uit protest verliezen ze hun goudgele bloemen.


Maar nu klagen ook de groenhartbomen in het binnenland. Het bos wordt vernietigd door goudzoekers en daarom is er een groenhartbomen-krutu georganiseerd. Die mogen Cynthia en Viola meemaken. Vanuit de lucht zien ze de kale plekken, horen ze de jammerende bomen die zijn gekapt. Wat op de krutu wordt besproken, wat er terug in de stad met Wolkje gebeurt, hoe de petrea op het erf eindelijk is gaan bloeien... in elk geval laat het boek je nadenken over wat wij mensen de natuur aandoen. En ja, het begraven van een geliefd dier maakt ook deel uit van het kinderleven. Ik denk wel dat de schrijfster nog eens heel goed moet kijken naar de groenhartboom: Eerst vallen de bladeren af, de boom is een tijdje kaal en opeens: daar zijn die gele bloemen en als die beginnen te vallen, komen ook de nieuwe bladeren. Wel is het zo dat delen van de boom soms eerder bloeien dan andere takken. De illustraties van Leo Wong Loi Sing op bijna elke pagina geven de sfeer van het verhaal goed weer en de lay-out van Jessica Polanen is prima verzorgd. Een boek om zelf aan te schaffen en cadeau te geven.


ELF, ook uitgegeven door de stichting PCOS (ISBN 978-99914-56-16-4), is een verhalenbundel van Marja Themen-Sliggers die ons vorig jaar verraste met ‘Draken en Heksendrank’. Ook deze bundel met elf verhalen staat vol vreemde, ongewone zaken: spookhuizen, een hoofd-elf, ronddolende gestorven zielen, Sophie Redmond aan de telefoon, een sprekende uil, een boot zonder stuurman die zijn pagaai zoekt, noem maar op, de fantasie van de schrijfster lijkt onbeperkt. ‘Elf is het gekkengetal’, staat er achter op de bundel, maar zijn het gekke gebeurtenissen waar je om moet lachen? Ik vraag het aan Ilaya, vijftien jaar, vierde mulo, gezegend met een leisibakru! ‘Nou, gek...? Meer vreemd, het kan niet echt gebeuren. Er zijn mensen die erin geloven’. Het enige gekke, humoristische verhaal vindt ze dat over Stanleyyyyyy die steeds gestoord wordt door zijn luie moeder en oma om allerlei klusjes te doen, terwijl hij vliegers moet maken om wat geld te verdienen voor het nieuwe schooljaar (ja, net als Viola in Wolkje en de groenhartboom). Voor de staart van de gigantische vlieger haalt hij van de waslijn... de directoires van die ‘twee ouwe taarten’. Over het verhaal over Sharif die verliefd wordt op Aisa, een tienermoeder uit het binnenland (waarom toch het ouderwetse ‘boslandcreoolse’ gebruikt?) en daarbij het advies van zijn overleden oma volgt: ‘Altijd je hart volgen én praktisch zijn’, is Ilaya kort: ‘Dat is de realiteit’ Ze vindt het goed dat de huidige problemen van jongeren aan de orde komen: een buurjongen, door drugsgebruik zwerver geworden, een meisje met een beperking die toch kan fietsen op een driewieler, verliefdheid, de dood van een geliefde door een verkeersongeluk, stakende docenten, computerspelletjes, gierige ouders, enzovoorts. Ilaya vindt het in ieder geval een leuke bundel met afwisselende verhalen.

Het woord ‘onderwied’ over een groot erf (p. 46) begrijp ik wel, maar ik twijfel of je het zo kan gebruiken. Ook vind ik de woordkeus soms wat deftig: ‘...ze mag zich niet met vreemden inlaten’ (p. 63), dat zegt geen tiener. Gewoon ‘ze mag niet met vreemden bemoeien’. De illustraties van Samuel Woolthuis, zijn best wel apart, modern, alleen dat rood-wit-blauw op de voorkant is echt niet nodig voor een Surinaamse verhalenbundel.

maandag 24 juni 2013

Schrijversgroep '77 presenteert gedichtenbundel Fri

De gedichtenbundel Fri met 48 gedichten is een uitgave van de Schrijversgroep'77 in verband met de herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij. Het idee voor de bundel ontstond in 2012. Een commissie onder leiding van Johan Roozer, waarvan verder Arlette Codfried en Sombra lid waren, riep dichters op hun emoties rond vrijheid te verwoorden.

Hein Eersel zal op uitnodiging van de Schrijversgroep'77 zijn licht laten schijnen op de bundel. Er zullen tien gedichten uit deze bundel worden voorgedragen. Naast bekende dichters zoals Sombra en Alphons Levens hebben ook nieuwe dichters werk aangedragen, zoals Cobi Pengel, Rose-Marie Maître, Hermien Wimpell, Josta Vaseur, Judith Ruimwijk, John Verwey, Patricia Rotgans, Raoel Doelahasori en Jennifer Lawson.


Alphons Levens
Ook is een uniek project opgenomen, waarbij het Nederlandstalig gedicht Vrijheid in vijf Surinaamse talen is vertaald door onder andere Dorus Vrede, Jit Narain en Kadi Kartokromo. Ook zal eindredacteur Robby Parabirsing (Rappa) vertellen hoe de productie van manuscript tot eindproduct is verlopen. Dit is vooral interessant voor opkomende dichters die meer willen weten over de mogelijkheden om hun werk te publiceren.

Op woensdag 26 juni 2013 zal de Schrijversgroep'77 de gedichtenbundel 'Fri' in Tori Oso aan de Frederik Derbystraat presenteren. Aanvangstijd: 20.00 uur.

donderdag 21 februari 2013

Liber Amicorum Els Moor


Ter gelegenheid van haar 75ste verjaardag heeft Els Moor een vriendenboek gekregen. Het werd haar officieel aangeboden op zondag 22 juli van het afgelopen jaar ten huize van Hilde Neus, die samen met Jan Bongers de redactie voerde van het boek. De titel is Uitlandig. In het nawoord zeggen de samenstellers: Ze is van hier, hoewel ze voor sommigen altijd een uitlandige blijft.

Els Moor betekent veel voor de literatuur in Suriname. Het is dan ook een bundel over en met literatuur in 22 nieuwe bijdragen, allen zeer passend in de Surinaamse context. De bijdragen zijn geschreven door Jannus H. Mulder, Lila Gobardhan-Rambocus, Marja Themen-Sliggers, Joop Vernooij, Thea Doelwijt & Marijke van Geest, Ed van den Boogaard, Ismene Krishnadath, Michiel van Kempen, Cynthia Mc Leod, Wim Rutgers, Robertine Romeny, Jerry Egger, Hilde Neus, Cobi Pengel, Jerry Dewnarain, Anne Huits, Guus Rekers, Ellen Ombre, Christine F. Samsom, Anne Marie Uhlenbeck, Marieke Visser en Jabón. Het omslag is van Nicolaas Porter.

 Els Moor was er erg blij mee.

Voor meer informatie over de artikelen en de bundel: Hilde Neus: heneus@sr.net
ISBN 978-99914-7-186-0

Els Moor op het Kinderboekenfestival 2012. Foto © Schrijversvakschool Paramaribo

maandag 18 februari 2013

Er waren eens...




door Cobi Pengel

een koning, een baobab (apenbroodboom) en... een kleine prins. De koning woonde in Afrika en in een legende over de ijdele koning en een al even ijdele baobab menen ze allebei de mooisten op aarde te zijn. De koning ontsteekt in woede en laat de baobab uit de grond rukken en hem er ondersteboven weer in zetten. Alle andere baobabs verklaren zich solidair en doen hetzelfde. Daarom ziet een kale baobab er uit alsof hij ondersteboven in de grond staat, met zijn wortelstelsel als kroon.
De laatste van dit drietal is een kleine prins die eigenlijk niet bij de legende hoort, maar een verhaal apart vormt. Ook voor hem zijn de baobabs een ergernis, zij het op een andere manier dan voor de koning in de Afrikaanse legende. Eenieder die van poëtische, sprookjesachtige verhalen houdt, zal zich onmiddellijk Antoine de Saint-Exupéry’s Le Petit Prince herinneren, een klein juweel over een kleine prins die op een kleine planeet - een asteroïde - woont. Hij koestert er een roos, verzorgt drie vulkanen en trekt elke dag opnieuw de talloze, hardnekkig opkomende jonge baobabplantjes uit die, als hij dat te laat doet, zijn planeetje zullen vernietigen.
Op een dag besluit de kleine prins via enkele andere kleine planeten de grote planeet aarde te bezoeken. Hij komt terecht in de Sahara waar hij een gestrande piloot (de schrijver zelf) ontmoet. Ze voeren diepzinnige gesprekken. De kleine prins legt de piloot bijvoorbeeld uit dat het een kwestie van discipline is om de baobabs vooral niet te laat uit de grond te trekken omdat ze een kleine planeet als de zijne uit elkaar kunnen laten spatten als ze te groot worden (p. 24 in de Nederlandse vertaling van Ernst van Altena). Evenals de vulkanen die hij schoonmaakt, de roos die hij koestert, vervullen de steeds opkomende, maar niet gewenste zaden van de baobabs een magische rol in het verhaal. Ze maken deel uit van het leven van de kleine prins op zijn kleine planeet.
Na een jaar van belevenissen en diepzinnige gesprekken keert de kleine prins terug naar de plaats waar hij op de aarde gevallen is. Het lijkt slecht met hem af te lopen, maar schijn bedriegt wel vaker... Hij laat zich opzettelijk bijten door een giftige slang om te kunnen terugkeren naar zijn drie vulkanen, zijn geliefde roos en zijn niet-geliefde baobabs. ‘Het is te ver. Ik kan dit lichaam niet meenemen. Het is te zwaar’, zegt hij tegen zijn vriend de piloot. En: ‘Maar het is net als een afgedankte oude schors. Oude schorsen zijn niet verdrietig.’(p. 88)
De piloot vindt echter de volgende dag het kleine lichaam niet terug. De kleine prins heeft zijn kringloop volbracht en is met lichaam en ziel teruggekeerd naar zijn ster in het immense heelal.
De koning van de legende heeft nooit bestaan, de kleine prins leefde slechts in de verbeelding van de schrijver..., maar de baobabs leven voort als heilige bomen, hoog als kerktorens, in sommige Afrikaanse landen, waar ze aanbeden worden als godheden.

zaterdag 16 februari 2013

In verhalen klimmen we in bomen



door redactie dWTL



‘Wan bon/ someni wiwiri’ zijn de eerste twee regels van het bekendste gedicht in de Surinaamse literatuur, van Dobru/ Robin Ewald Raveles. Die ene boom met zoveel bladeren is symbolisch voor ons land met zijn grote verscheidenheid aan culturen. En dan: is er nog een land in de wereld met zoveel bomen, bossen en zo weinig mensen? Uren zit je in een vliegtuig dat je van Paramaribo naar het uiterste zuiden brengt en je ziet alleen maar bos, bos, bos, met af en toe een rivier die er doorheen kronkelt. Helaas zijn vanuit een vliegtuig ook grove open modderpoelen en zandplekken zichtbaar, plaatsen waar het bos vernield wordt vanwege kapitaaleconomische activiteiten zoals goudwinning. Het draait dan alleen maar om geld, veel geld en men is onverschillig voor die andere grote rijkdom van het bos, het oerwoud, de BOMEN!

Bomen komen veel voor in de literatuur, overal ter wereld, maar in ons land steeds meer. De laatste jaren zijn er nogal wat kinderboeken verschenen waarin bomen een belangrijke, vaak symbolische, rol spelen. Ook in de Surinaamse literatuur voor volwassenen, in poëzie en proza, komen we veel bomen tegen. In gedichten van Edgar Cairo bijvoorbeeld met een sterke symboliek in verband met het leven van de mens, die immers ook ‘wortelt in de aarde’. In de komende tijd willen we regelmatig een gedicht of een prozafragment publiceren waarin ‘wan bon’ centraal staat. Een terugkerend thema! Vandaag beperken we ons tot Surinaamse kinder- en jeugdliteratuur en een klassieker uit de wereldliteratuur, De kleine prins, van de Franse auteur Antoine de Saint-Exupéry. Bomen: ze wortelen in de aarde. Ze groeien naar de zon met veel groen, geven ons schaduw en heerlijke vruchten, kunnen opspelen bij storm en rustig hun schoonheid uitstralen. Maar dan komt er een zaag... Lijken bomen op mensen?

Noni Lichtveld: Mijn pijl bleef in de kankantri (1993)
Een eeuwenoud rijmpje, waar Noni Lichtveld een prachtig boek van maakte:
Mi peiri de na kankantri,/ kankantri doifi de na mi,/ mi doifi de na granmisi,/ granmisi pampun de na mi,/ mi pampun de na temreman,/ temreman tiki de na mi,/ mi tiki de na kawman,/ kawman merki de na mi,/ mi merki de na gotroman,/ gotroman kroiwagi de na mi,/ mi kroiwagi de na strafman,/ strafman gowtu de na mi,/ mi gowtu de na kownu,/ ke mi kownu - ke mi kownu,/ san yu go gi mi?/ Kownu gi mi wan eeeeeeer’ pisi kondre!

Francis Vriendwijk: Bigi-bere, Bigi-ede èn Fini-futu (1997)
Het verhaal over drie wandelende poppen die een manjeboom vol rijpe vruchten tegenkomen, is bekend en geliefd bij alle kinderen. Bigi-ede klimt in de boom om manjes te plukken, maar ze gooien naar de twee anderen die verlangend ondrobon staan... ho maar! Bigi-ede is een gierige pop. Hij eet ze alleen zelf. Het loopt heel slecht af met de drie poppen. Ondanks het mooie versje dat Fini-futu zingt als Bigi-ede in de boom klimt: ‘Manja’s hangen aan de bomen/ honderden dicht bij elkaar./ Het is alsof ze samen roepen/ kom mijn vriendje, pluk me maar.’
Maar die manja’s willen wél dat alle vriendjes van ze genieten. En niet maar eentje!
Monique Pool

Monique Pool: Charlize gaat naar het bos/ Charlize goes to the forest (2005)
Dit is een bijzonder boekje! Het heeft alleen tekeningen, van Chad Abdoellah, die ons het bos met zijn dieren laten zien en hoe het meisje Charlize, die met haar ouders kampeert, meegenomen wordt door een aap op zijn rug voor een tocht van boom naar boom. Veel dieren leert ze kennen en later brengt aap haar weer bij mama in de hangmat. De tekeningen van het bos met al die bomen en dieren laten je de avonturen meebeleven, zonder woorden erbij. De kinderen kunnen hun eigen verhaal maken en later op een cd het verhaal in het Nederlands of Engels horen. Een zeer creatief boek over het bos vol bomen!

Eveline Wielzen: Tjubi ú matu! (Red ons bos!) (2006)
‘Red ons bos!’ is de ondertitel van het boekje van Eveline Wielzen waarin het grote probleem van grondeigendom in het binnenland aan de orde komt. Mma Afaina, een oma die in een dorp woont met haar familie, wordt op een zandweg bijna aangereden door een grote truck. Een van de mannen praat later met haar, agressief, over de eigendomsrechten van het bos. Vreemden hebben er niets te zoeken, vindt zij, maar de man zegt alles te kunnen doen met het bos. Een krutu wordt belegd over de kwestie waar de mannen, zelfs met geweld, duidelijk laten merken dat het hun om niets anders dan geld gaat, dat is de waarde van bomen voor hen. Mma Afaina stelt voor een offer te brengen bij de kankantri en bescherming te vragen aan de vooroudergeesten. Voordat de plechtigheid kan plaatsvinden is de heilige kankantri echter al gekapt! Niet alleen de rijkdom van de natuur wordt aangevallen door geldzucht van derden, maar ook de cultuur van de bosbewoners.

Aly Hilberts: Kamiel redt een super REUS (2006)
Iedereen vindt Kamiel dom: hij wil niet meer naar school. Maar als zijn grote vriend Superreus, de machtigste boom van het bos, dreigt te worden gekapt voor de aanleg van een weg, begint hij het belang van school in te zien, ‘want daar leer je dat er mensen zijn die niets om het regenwoud geven. Ze willen het hele bos kaalkappen voor een zak geld.’ Hij mobiliseert het hele dorp om de wegenbouwers tegen te houden. De mensen ontdekken hoe belangrijk het is om zich samen te verzetten tegen de vernietiging van hun leefomgeving. En Kamiel gaat nu wel naar school, hij wil later bosopzichter worden.
Natasia Agard

Natasia Agard: Avontuur bij de grote rivier (2007)
Ook in dit boek is er sprake van een krutu waarin vernietiging van het bos centraal staat. Deze keer geen krutu van mensen, maar van alle dieren van het bos. De aanleiding is de ziekte van het bos en zijn dieren door het kwik waarmee de ‘mens-mannen’ het water vergiftigen om aan goud te komen. De dieren zingen een lied als ze allemaal bij elkaar zijn: ‘Wij zijn de dieren van het bos. Tralalalala./ Wij zijn de dieren van het bos. Tralalalala./ Dieren van het bos. Rom bom bom./ Wij redden ons bos. Kom, kom, kom!’ Zelfs kaiman zingt mee! En dan springen of vliegen alle dieren op en ze stormen op het kamp van de mens-mannen af. Die vluchten weg met hun boten en komen nooit meer terug! Het is te gevaarlijk voor hen geworden! Een goed boek om uit te beelden via toneel met een klas: de dieren die de mensen bestormen!
Illustratie uit Sherida Sabajo's Okorié en Agambe door Ginoh Soerodimedjo

Sherida Sabajo: Okorié en Agambe (2008)
Op Kinderboekenfestivals in het binnenland blijkt hoe geweldig kinderen uit inheemse en marrondorpen dit boek vinden dat gaat over een ingi- en een marronboi. Twee jongens uit twee verschillende dorpen. Ze verdwalen in het bos en komen elkaar tegen. Ze lopen en lopen samen, maar vinden de weg naar hun dorpen niet terug. Tot... ze een grote boom zien, met zijn wortels boven de grond. Okorié weet van zijn opa dat het ‘een telefoonboom’ is en als je hard met stokken op de wortels slaat... De jongens doen het en het wonder gebeurt: de vaders en ooms die naar de jongens zoeken, horen het en vinden hen. Dat is een van de wonderen van het Surinaamse bos en kinderen genieten van dit verhaal.

Cobi Pengel : De gele papegaai en... verhalenbundel (2009), De grote en de kleine hengelaar, verhalenbundel (2010)
In de werken van Cobi Pengel spelen bomen een belangrijke rol. In haar eerste verhalenbundel hangen jongens ’s avonds netten tussen de bomen waarin de papegaaien slapen, met de bedoeling om ze de volgende ochtend uit de netten te halen en te verkopen. Als de vogels wakker worden krijsen ze van ellende: ze kunnen niet wegvliegen. Maar ze worden gered, en wel door een grote, glanzende, goudgele papegaai, Pageri. Bezit deze onbekende vogel toverkracht? In ieder geval komt hij in opstand tegen het roven van papegaaien uit hun slaapbomen. En dat roven is geen fantasie: het gebeurt héél vaak. En weer om geld!!!
In het verhaal ‘De vakantie van Bo’ in de tweede bundel van Cobi Pengel krijgt Bo, een schitterende grote boom, de koning van het bos, het verlangen om wat van de wereld te zien: de stad en de huizen van de mensen. De vogels hebben hem erover verteld. En die raden hem af om te gaan. Hij heeft niet voor niets wortels om te blijven waar hij is. Maar Bo neemt zijn ‘vakantie’ tegen alle goede raad in en weet zijn wortels los te rukken uit de grond. En hij loopt en loopt. Maar hoe dichter hij bij de stad komt, hoe meer dat vreselijke lawaai hem hindert. Hij wordt er moe van. Bovendien pissen ‘vieze honden’ tegen hem aan. Met moeite weet hij de kracht op te brengen om terug te keren naar zijn plek in het bos. Nóóit zal hij die meer verlaten voor vakantie!

Albert Roessingh - Bukubon (Boekenboom)


Cobi Pengel: Wolkje en de groenhartboom (nog te verschijnen)
Tijdens het Kinderboekenfestival later dit jaar in de stad wordt het nieuwe boek van Cobi gepresenteerd. Wij mogen nu al even uit de school klappen. Het is een mooi en spannend verhaal over twee meisjes en een konijntje - eigenlijk een wolkje - die met de groenhartboom uit hun buurt (Mamabon!) naar het binnenland vliegen waar al alle goudgele familieleden van de groenhartboom in het binnenland hen opwachten voor een krutu. In hun eigen taal praten de bomen over de mensen, hoe slecht die omgaan met de bomen in het bos en hoe vies zij de stad maken door hun rommel neer te smijten aan de voet van die mooie bomen. Het is een realistisch verhaal, maar ook sprookjesachtig. Meer dan dit laten we nu niet los. Het is goed hoe steeds meer schrijvers op een boeiende manier aandacht besteden aan de schandelijke manier waarop mensen te vaak met de rijkdom van onze natuur omgaan. Om geld, of gewoon uit ongeïnteresseerde en niets ontziende slordigheid!


Wim Veer: De tuinman en de apen (2011)
Wim Veer heeft veel boekjes gemaakt over Surinaamse dieren, met weinig tekst en prachtige foto’s. De tuinman en de apen is anders. Met tekeningen in plaats van foto’s en het speelt in een ver land met een koning. Als de tuinman van de koning voor langere tijd weggaat, gaan de vele apen op het erf van de koning voor de jonge vruchtboompjes zorgen. Maar om te kijken of ze genoeg water krijgen trekken ze de plantjes aan hun wortels uit te grond. Koning is boos als tuinman terug is en de plantjes dood zijn. Wie is dommer: de apen die de jonge boompjes doodgemaakt hebben... of de man die dacht dat apen zijn tuin konden verzorgen?


Susan Leefmans

Susan Leefmans: Boompie (2012)
‘Boompie’ gaat over Richie, een jongen in Brokopondo die achterblijft als hij met z’n moeder en broers naar de kostgrond gaat en dan bij de ‘boommensen’ terechtkomt, in ‘Boompie’. Wie daar verzeild raakt, kan er eigenlijk niet meer weg, maar Richie heeft geluk: hij leert er veel, onder andere dat bomen kunnen praten, zingen en ogen, oren, een neus en een mond hebben. Hij raakt bevriend met de boommensen en krijgt van de fabelachtige vogel Garuda een geluksveer en een wonderfluit. Wanneer hij toch terugloopt naar zijn familie, ziet hij de kankantri naar hem knipogen!
Tot slot een legendarische uitspraak van een Noord-Amerikaanse indianenstam tijdens de oorlog tegen de Amerikanen:

‘Als jullie de laatste rivier vervuild hebben,
als de laatste vis gevangen is,
als de lucht te vies is om in te ademen,
en als de laatste boom is omgehakt,...
Dan zullen jullie je te laat realiseren,
dat je al je geld niet kunt opeten!’


zondag 27 januari 2013

Drie generaties voorleesplezier

door Christine F. Samsom

Mijn vader kwam uit een gezin van dertien, één vader, één moeder. Zelf wilde hij een dozijn kinderen naar analogie van het boek Voordeliger per dozijn’van Ernestine en Frank Gilbreth, dat naast de Bijbel één van zijn favoriete boeken was, maar het lukte niet omdat mijn moeder na de moeilijke geboorte van nummer tien geen kinderen meer mocht van de huisarts. Omdat pa van al zijn zussen en broers de meeste kinderen kreeg, had hij recht op een erfstuk uit de familie: de grote, ronde tafel met de dikke poot in het midden en onderaan drie leeuwenklauwen. Die tafel kon met planken eindeloos worden verlengd tot een ovaal waar we, als er gasten waren, soms wel met achttien personen konden aanschuiven. Elke zaterdagavond, van televisie hadden we nog niet gehoord, waren wij kinderen om half acht present aan die grote tafel, want dan deden we spelletjes of we knutselden. Maar het hoogtepunt van die zaterdagavond was steevast het moment waarop vader het boek dat aan de beurt was, nam en opende bij het hoofdstuk waar hij de vorige zaterdag was gestopt. Of hij had een ander spannend boek gekozen uit de wereldkinderliteratuur, omdat het vorige uit was. Alleen op de wereld van Hector Malot, Nils Holgerssonns wonderbare reis van Selma Lagerlöf, De Kinderkaravaan van An Rutgers van der Loeff-Basenau, Het Achterhuis van Anne Frank en de Sprookjes van de gebroeders Grimm, het waren stuk voor stuk boeken die klein en groot boeiden en ontroerden en waaruit we wijze lessen leerden.

Toen ik zelf drie prachtige kinderen kreeg, had de tv al zijn intrede gedaan. Er mocht na Tante Lien en haar poppenkast, het dierenprogramma van dokter Van Ommeren, het plantenrijk van Iwan Wijngaarde of de onvergetelijke geschiedenisverhalen van André Loor, geen avond voorbij gaan zonder het voorleeshalfuurtje: van Nijntje van Dick Bruna via De kleine kapitein van Paul Biegel, Pippi Langkous van Astrid Lindgren, Panokko en zijn vrienden van Anne de Vries, Kon hesi baka van Henk Barnard... tot, ja hoor, ook Het geheim van de Goslar van Gerrit Barron, want eindelijk kwamen de eerste Surinaamse kinderboeken op de markt. Er kwam wel steeds meer concurrentie van die televisie, maar nog lang won het voorlezen het met de originele boeken van Joke van Leeuwen, Guus Kuijer en Jan Terlouw en ook de Anansi-verhalen van Ismene Krishnadath en Noni Lichtveld.

Nu ben ik de trotse oma van vier kleinkinderen van twaalf, tien, zes en vier jaar. Vorig jaar was voor Ella en Yannick, de twee oudsten, het populairste voorleesboek Draken en Heksendrank van onze eigen Marja Themen-Sliggers, naast, tot mijn verbazing, Het gouden voorleesboek van W.G. van der Hulst. De jongsten, Ayana en Zoë, genoten van Rozengeur voor Oma Roos van Cobi Pengel; ze waren immers zelf kort ervoor naar de Raleighvallen geweest. Eet je erwtjes op van Kes Gray heeft deze oma al minstens twintig keer voorgelezen, hahaha, want als je vier bent is niets leuker en vertrouwder dan eindeloos herhalen met precies dezelfde woorden, wat je al twintig keer hebt gehoord.

Foto © Nicolaas Porter


De grote, ronde tafel is nu bij mijn jongste broertje, nummer tien dus. Hij heeft van ons de meeste kinderen, vier, wel met twee vrouwen...! Of hij zijn kinderen en kleinkinderen voorleest aan die tafel...? Voorlezen? Er is toch teevee en IPad en IPhone!
Maar als het gaat zoals het moet gaan, zal zijn oudste dochter Roos de tafel met de leeuwenklauwen erven en ik weet zeker dat zij de voorleestraditie wel voortzet met haar drietal.

zondag 26 augustus 2012

Verkoopdag Surinaamse kinderboeken

Op zaterdag 1 september dit jaar organiseert de Stichting Projekten op haar terrein aan de Dokter Sophie Redmondstraat 172 in Paramaribo een verkoopdag van Surinaamse kinderboeken die vanaf het kinderboekenfestival 2000 zijn uitgegeven. De stichting die zich al jaren inzet om lezen tot een plezierige activiteit voor kinderen te maken, moedigt opvoeders aan om kinderen vaker voor te lezen en om creatieve activiteiten met boeken te ontplooien, zodat kinderen leesplezier ervaren. Als kinderen van jongs af aan met boeken geconfronteerd worden en van (voor)lezen houden, is de kans groot dat ze later ook zelf een boek pakken om te lezen.

Girl in white. Foto © Nicolaas Porter


Lezen betekent méér weten! Lezen stimuleert de fantasie, de creativiteit, de taal- en denkontwikkeling! Lezen opent de deur naar ontwikkeling!

Met de boekenverkoop die van 10.00 tot 16.00 uur wordt gehouden, hoopt de stichting meer ouders in de gelegenheid te stellen om kinderboeken aan te schaffen, waarmee de kinderen hun vakantietijd kunnen doorbrengen. Tijdens deze verkoopdag worden boeken namelijk met kortingen vanaf 10 tot en met 40% verkocht.

Enkele kinderboeken die in de afgelopen jaren door de stichting zijn uitgegeven en met korting verkocht worden, zijn Het boek van Sam en Kim van Cynthia Mc Leod, Dyompo’s reis om de wereld van Orlando Emauels, Roy kan drijven van Henna Goudzand, De grote en de kleine hengelaar van Cobi Pengel, Boomkikker zingt van Carine Fraanje, Ballon Blaas van Marilyn Simons, Okorié en Agambé van Sherida van Loon, Awari en de kip van Wim Veer, Belevenissen van een muizenfamilie van Joyce Pereira, Tjubi u matu! Red ons bos! van Eveline Wielzen, de verhalenbundel Lezen verbindt schrijver en kind en de Amaisa-serie.

Girl. Foto © Nicolaas Porter

Er zijn kinderboeken voor de allerkleinsten en boeken voor kinderen van de bovenbouw. Ook het handboek Lees je wijs; Hoe bevorderen we leesplezier bij kinderen? met creatieve verwerkingsvormen bij Surinaamse kinder- en jeugdliteratuur, samengesteld door Els Moor zal met korting verkocht worden. De kinderboeken kunnen apart worden gekocht, maar er is ook een mogelijkheid om met meer voordeel boekpakketten te kopen. Boekie Woekie zal tijdens de boekverkoop aanwezig zijn en enkele voorleeskampioenen zullen voorlezen.

donderdag 5 juli 2012

Het speeltuinfeest


Het speeltuinfeest van Cobi Pengel is een nieuw kinderboek, een feest om te lezen. Een vrolijke tekst, waarbij alle wensen in vervulling gaan. In het boek is veel ruimte voor de tekeningen van Albert Roessingh. Hoewel de tekeningen levendig zijn, overheersen donkere kleuren op de achtergrond, wat de stemming een beetje drukt. Cobi Pengel geeft in dit boek, net als in haar drie eerdere boeken, haar fantasie de vrije loop. Marisa droomt weg als er geen klanten komen om de lekkernijen van haar moeder moet kopen. In de droom verschijnt een feeërieke tweelingzus Surprise. Zij neemt haar mee naar een prachtig feest, waar ook haar pesterige neefjes zijn. Als ze wakker wordt, is het feest nog steeds niet afgelopen.

donderdag 7 juni 2012

Nieuwe Surinaamse kinderboeken

door de kinderredactie van de Ware Tijd Literair

Wat een geweldige happening was het weer, het Surinaamse Kinderboekenfestival (Kbf)! De kinderen van de kinderredactie, ze zijn er allemaal met school geweest, met hun klas, maar daarnaast nog twee, drie, vier keer in de middag ook, met mamma, met pappa, met opa’s en oma’s. Wat een veelheid aan boeken, wat een verscheidenheid aan stands! En het zijn echt niet alleen de kinderen die niet uitgekeken en uitgepraat raken!

Nu is het weer voorbij en we hebben besloten dat we zoveel als mogelijk de nieuwe boeken die op het Kbf zijn gepresenteerd, direct recenseren. Dat betekent wel dat de kinderen van de kinderredactie niet met alle recensies mee kunnen doen. Ze moeten in de eerste plaats gewoon aan school denken en er is ook nog de jongerenbeurs en dan nog alle andere activiteiten die kinderen tegenwoordig hebben. Maar gelukkig is er internet en telefoon. De kinderredactie is al zo geroutineerd dat we in sommige gevallen met telefonische interviewtjes kunnen werken of met ge-e-mailde vragen en antwoorden. Het boekje Laat mij niet alleen wordt heel kort gerecenseerd, maar is nog niet samen met de kinderen besproken, omdat dit onderwerp niet ten onder mag gaan aan tijdgebrek en haast. Daarvoor is het te belangrijk. Van de aangeboden boeken worden er hier zes besproken. Van Miss Alida door Mariëlla Bekker hebben we helaas geen presentexemplaar gekregen en het bundeltje korte verhalen van Orlando Emanuels, Het kan je gebeuren is meer voor volwassen lezers dan voor jongeren of kinderen. Dat bespreken we in een volgende aflevering.


Laat mij niet alleen
Indra Hu (rechts) tijdens haar verkiezing
 tot kinderboekenschrijfster van het jaar

Laat mij niet alleen van Indra Hu is het verhaal van een vijfde klas van een basisschool, waar een nieuwe jongen komt die hiv-besmet is. Niet een vrolijk onderwerp en aan het omslag is al te zien dat het geen erg vrolijk boekje is. De kleuren zijn stemmig, natuurlijk wel met onze groengeruite uniformbloesjes. Het geel van de achtergrond is niet zonnig geel, maar een gedekte tint die naar beige zweemt, en het gezicht van Wikash is strak, dat is mooi gedaan. Dit boekje is jammer genoeg een beetje slordig ingebonden. Binnenin zijn drie gekleurde illustraties opgenomen, telkens met een zin uit de tekst als ondertiteling en verwijzing naar de bladzijde waar de die zin staat. De letters zijn groot, dat is voor jonge lezertjes prettig, maar het had volgens mij hier niet gehoeven, want het onderwerp leent zich meer voor grotere kinderen. De zinsbouw is vaak niet eenvoudig, niet gericht op jonge kinderen, terwijl de moeilijke woorden zorgvuldig worden ‘gebroken’ zoals de juf in het boekje het noemt. Het verhaal speelt zich af binnen het tijdsbestek van een schooldag. Wikash, de hoofdpersoon, krijgt ruzie met een klasgenoot en juf moet ingrijpen. De ruzie gaat over de dingen die van Wikash gezegd worden, dat hij aids heeft en dat de kinderen niet met hem om moeten gaan. Juf gaat met toestemming van het schoolhoofd het gesprek met de klas aan. Van tevoren heeft ze gezorgd dat ze heel goed geïnformeerd is over hiv en aids. Het voorlichtingselement vind ik het belangrijkst in dit boekje. De informatie over hiv en aids is duidelijk en uitgebreid, ook het aspect seks in relatie tot hiv en aids komt aan de orde. Zoals gezegd, met moeilijke woorden, die worden uitgelegd. Helemaal voorin geeft de schrijfster in een dankwoord aan dat drie artsen haar hebben bijgestaan met medisch advies. Indra Hu heeft die informatie bereikbaar gemaakt voor de kinderen van de lagere school. Bovendien prettig en herkenbaar, want in de klas van Wikash zitten duidelijke karakters, die je gelukkig ook laten lachen.
Wikash wordt gediscrimineerd en gestigmatiseerd vanwege onbekendheid met het onderwerp. Na uitgebreide voorlichting, heel professioneel gedaan door juf Lucy in samenspraak met een klasgenootje van Wikash, wordt hij wel geaccepteerd. Het zal echter niet altijd zo duidelijk zijn wat de reden is dat een kind wordt gepest of buitengesloten. In een gesprek met een paar leerkrachten, die het boekje al gelezen hebben, kwam het pesten naar voren. ‘Maar’, merkte een juf heel wijs op, ‘wij hebben gelukkig al onze eigen manier om met pesten om te gaan. Hier gaat het over hiv, een onderwerp dat voor al onze kinderen van belang is!’ Laten we hopen dat alle scholen het aandurven om dit gevoelige onderwerp op hun agenda te zetten.

[Indra Hu: Laat mij niet alleen, 62 pp., medisch advies: Nanja Braafheid, Ricardo Hu en Kries Matai, illustraties: Tapasia Daryanani, lay-out: Fred Martodikromo. Paramaribo: Artex (druk), mei 2012. ISBN 978-99914-63-05-6]


Het speeltuinfeest
Mooi uitgevoerd, dit boek met harde kaft en kleurige voorplaat. Ook binnenin veel platen. Van de eenentwintig bladzijden in A4-formaat wordt meer dan de helft in beslag genomen door de tekeningen van Albert Roessingh, en je kunt merken dat hij het verhaal goed gelezen heeft. Jaïr viel direct op de voorplaat. De zweefmolen riep leuke herinneringen op aan een buitenlandse vakantie toen hij met zijn vader in een zweefmolen zweefde. De herinneringen van Jaïr brengen ons in de sfeer van dit boek, het dromerige, sprookjesachtige van het verhaal Het speeltuinfeest van Cobi Pengel.
Albert Roessingh - Slapende Melina

In het verhaal dagdroomt het meisje Marisa terwijl ze moet opletten bij de verkoop van het zuurgoed dat haar moeder maakt. Verkoop van zuurgoed is een bijverdienste die nodig is, want Marisa’s moeder staat er alleen voor om het gezin draaiend te houden, terwijl haar vader in Nederland is. Marisa ziet haar vader als haar grote held, die haar redt van alle narigheid die ze tegenkomt. Vooral van twee pesterige neefjes heeft ze last. Zelfs een pak slaag helpt niet bij die twee ellendelingen! Het droommeisje Surisa kan in dit verhaal wensen en verlangens tot werkelijkheid maken en zij organiseert een feest vol verrassingen in de speeltuin. We zullen niet verklappen welke, maar de grootste verrassing blijkt geen droom te zijn, maar werkelijkheid! Een verhaal met vrolijke elementen, waar droom en werkelijkheid door elkaar bestaan. Een roze verhaal, even roze als de jurk die Marisa naar het speeltuinfeest draagt.

[Cobi Pengel: Het speeltuinfeest, illustraties: Albert Roessingh, druk: Leo Victor N.V.. Paramaribo: PCOS, 2012. ISBN 978 99914 56 13 3]



Kwa-aaak hier ben ik
Foto © Charl Danoe

Het verhaal van todo-eksi beschrijft de levenscyclus van een todo, van kikkerdril tot een volwassen kikker. In de inleiding worden de ‘rijke illustraties’ genoemd. Dat is zeker zo, rijke illustraties! Heel mooi, sfeervol en kleurig, met hier en daar humoristische elementen. Een plezier om uit dit boek voor te lezen en voor de kinderen een plezier om mee te kijken en mee te lezen of erover te praten. De illustraties zijn uitgevoerd over beide pagina’s en de korte stukjes tekst staan in de tekeningen, de ene keer op de linker-, de andere keer op de rechterbladzij. De rijmwoorden in de tekst kunnen het voorlezen nog leuker maken. Rijmende woorden helpen de kleine kinderen ook bij het onthouden en volgen van het verhaal. Vervuiling is het thema in het boekje, de gevaarlijke reis die de todo maakt gaat door een vervuilde sloot. Een mooie vondst vind ik: ‘dit was ik, kikkerdril in een wegwerpblik’. Door de illustraties krijgen de kinderen een beeld van de rotzooi die in de sloot gegooid is. Spannend zoals de todo in het blik opgesloten zat, maar gelukkig, als hij eenmaal pootjes heeft kan hij zich afzetten en eruit klimmen. De volwassen kikkers gaan de sloot opruimen en daarna houden ze hun omgeving schoon. Zo hoort dat!

[Mildred Pabst-Tapessur, Marian Mac Nack-van Kats & Karin Lachmising (samenstellers): Kwa-aaak hier ben ik. Het avontuur van todo-eksi, 32 pp., vormgeving/illustraties: Ginoh Soerodimedjo, druk: Quick Offset Print. Paramaribo: Stichting Klimop, 2012. ISBN 978-9914-7-158-7]


Patrick & Bello. Snel weer beter
Patrick & Bello van Carla Rees heeft een ongebruikelijk uiterlijk. Het is uitgevoerd in A4-formaat, landscape gedrukt. De illustraties staan over de gehele linkerpagina en de tekst staat op de linkerhelft van de rechterpagina, met uitzondering van pagina 9, waar naast de tekst ook nog een illustratie is. Het boek heeft een slappe kaft.

Patrick is enig kind, hij heeft geen broertjes of zusjes, hoewel zijn vader hem wel een broertje heeft beloofd. Hij heeft wel een hond, Bello, en ze zijn erg aan elkaar gehecht. Bello hoort er helemaal bij, hij mag zelfs binnen komen. Als Patrick tijdens het spelen zijn been zo erg bezeert dat hij naar het ziekenhuis moet en daar een week blijft, is te merken hoe erg ze elkaar missen.
Tijdens het Kbf werd in de stand ‘Lees je wijs’ met dit boekje gewerkt door de vierde klas van de Nassy Brouwer school. Deze kinderen gaven aan dat ze het boek vooral goed vinden omdat ze houden van boeken die gaan over de vriendschap tussen mensen en dieren. Maar ze hebben er ook dingen uit geleerd, bijvoorbeeld: je moet niet rennen als het geregend heeft. Dan kun je uitglijden en net als Patrick in het ziekenhuis terechtkomen. Hier komt het andere thema van dit boek naar voren: dokters, zusters, ziekenhuizen zijn niet eng. De dokter kan heel aardig zijn en de verpleegsters ook. Maar dat de dokter Patrick een brasa geeft, is dat niet een beetje overdreven? Wat we ons ook afvragen is of  je met een verstuikte voet in het ziekenhuis moet blijven. Zelfs met een gebroken been mag je naar huis als het gezet is. Wat de kinderen mooi vinden is dat Patrick op het einde de hond Bello ziet als een broertje, waar hij zo naar verlangde. Nu heeft hij zijn ‘broertje’! Het is de kinderen kennelijk niet opgevallen, maar de mensen in de tekeningen van dit boek zijn wel erg wit. Van Patrick wordt aan het begin gezegd dat hij een red’-redi boi is, dus à la, en aan zijn moeder zie je duidelijk dat ze een creoolse is. De zusters en die aardige dokter zijn echter wit. Jammer, hoor.

[Carla Rees: Patrick & Bello. Snel weer beter, 29 pp., illustraties: Leo Wong Loi Sing, vormgeving Jessica Polanen, druk: Leo Victor N.V.. Paramaribo: PCOS, 2012. ISBN 978 99914 56 14 0]

[besproken door Marja Themen-Sliggers, Xaviera, Jaïr, Jamar]


Olize de zebrafant
Opgelet kindertjes: dit is een olifant!

De titel zegt het al, Olize de zebrafant is een boekje over een dier uit de fantasiewereld. Als dochter van een olifant en een zebra heeft Olize een dik lijf, een slurf en zebra-achtige zwarte strepen op haar huid. Haar leven is als dat van een kind: als ze de leeftijd heeft, gaat ze naar school en komt met veel verschillende dieren in de klas. Die vinden haar maar gek. Ze wordt gediscrimineerd. Na heel wat dyugudyugu loopt het gelukkig goed af met Olize. De klasgenoten zien hun fout in en organiseren zelfs een prachtig feest voor haar. En op dat feest hebben al die dieren iets van een ander dier. Zo heeft de luiaard vleugels, jaguar een snavel en ga zo maar door. Wat de thematiek betreft lijkt dit verhaal wel op Laat me niet alleen van Indra Hu, waar de kinderen ook ophouden Wikash te discrimineren.

Opgelet kindertjes: dit is een zebrapaard!

Vier stagiaires van Stichting Projekten hebben het verhaal verzonnen, geschreven en de mooie tekeningen gemaakt. Die zijn van Yanka Dietvorst. Ze zijn fantasierijk en passen goed binnen de aantrekkelijke, kleurrijke lay-out van Jessica Polanen. Jammer vinden we het dat Olize een ‘moksi’ is van twee dieren die hier onbekend zijn. In de Zoo geen olifant en geen zebra. Misschien kennen sommige kinderen ze van documentaires over dieren op tv. Hoe het ook zij, zo’n eenvoudig verhaal met tekeningen en een lay-out voor jonge lezers kan het best een voor het kind herkenbare wereld verbeelden met dieren die ze kennen. We hebben hier zoveel dieren in onze rijke natuur! Olize zou ook Jagluia kunnen heten, met Jaguar en Luiaard als ouders...

Opgelet kindertjes, dit is een bofru!


Olize de zebrafant is een prachtig boekje om door te bladeren, maar de inhoud heeft niet de grote kwaliteit van de vormgeving. De thematiek, ‘anders zijn en daarom gediscrimineerd worden’ is heel bekend in onze kinderliteratuur en ook het feest op het eind is geen nieuwtje. Het paard Manga uit de serie van Susan van Dijk-Leefmans krijgt in deel 3 net zo’n soort feestje. En wat vindt u van deze zin over het feest: ‘De leeuw is er, de luiaard, de apen, de giraffen, ook de slang, de muis, de tingi fowru en de luis’? Wie een boek schrijft voor Surinaamse kinderen moet de kinderliteratuur kennen en de achterliggende realiteit, in dit geval de dierenwereld.

[Els Moor]

[Yanka Dietvorst, Anouk Mattheeussen, Charlotte Meyvis, Kris Hendrickx: Olize de zebrafrant, illustraties: Yanka Dietvorst, lay-out: Jessica Polanen, druk: Leo Victor N.V.. Paramaribo: PCOS, mei 2012. ISBN 978 99914 56 11 9]

zaterdag 26 mei 2012

Nieuwe boeken op Surinaams Kinderboekenfestival

Nicolaas Porter - Chinese girl


Dit jaar verschijnt er op het kinderboekenfestival weer een reeks nieuwe kinderboeken. Carla Rees debuteert met Patrick en Bello. Indra Hu, kinderboekenschrijfster van het jaar, presenteert Laat me niet alleen. Hiermee sluit ze aan bij de aandacht die op dit kinderboekenfestival wordt gegeven aan wereldklassiekers zoals Alleen op de wereld. Cobi Pengel komt met een vierde boek, Het speeltuinfeest en Mariëlla Bakker is de schrijfster van Miss Alida. Marja Themen, bekend van de kinderrecensies in De Ware Tijd Literair presenteert Draken en Heksendrank. De Stichting Projekten komt uit met De ontevreden zebra. Van Orlando Emanuels is het nieuwe werk Het kan je gebeuren…. Tenslotte heeft ook de Centrale Bank een boekpresentatie. De titel is, hoe kan het anders, Ons geld. Het is verheugend te zien hoeveel animo er is om tot nieuwe titels te komen voor kinderen en daarmee een bijdrage te leveren aan hun leesplezier.

vrijdag 17 juni 2011

Allemaal boekjes, allemaal schrijvers

door Bonnie van Leeuwaarde

Muizen, okertjes, monsters, rupsjes en spaarzame meisjes en ondernemende jongens zijn de nieuwste kindervriendjes. Ze spelen de hoofdrollen in de boeken die werden gepresenteerd tijdens het dertiende Kinderboekenfestival. Dat het gaat om leesplezier, maar ook om spelenderwijs meer leren, dat hebben deze schrijvers goed begrepen.

De Stichting Projecten Christelijk Onderwijs Suriname organiseert vanaf 1999 het Kinderboekenfestival. Het doel is om het lezen te bevorderen. De stichting geeft ook boeken uit. Door de jaren heen zijn er al minstens dertig uitgegeven.

Titel: Familie Oker en de monsters
Gaat over: De familie oker - papa, mama, oma, Blauwe Mien en Rode Sien- wordt opgegeten. Door welk monster?
Doelgroep: Vanaf drie jaar
De schrijfster: Ans Engel (59) bedacht het verhaaltje, maakte de poppen van gedroogde okers en ander natuurmateriaal en maakte er foto's van.
Hoeveelste boek: Eerste
Uitgegeven door: Stichting Lezen
Illustraties: Stanny Handigman

Hoewel Ans Engel al heel wat jaren met kinderen werkt -ze leest wekelijks voor, is lid van Stichting Lezen, is begeleider op de Nola Hatterman Art Academy en is als decorateur betrokken geweest bij boekjes van anderen - kwam haar eerste boekje dit jaar pas uit. Het idee onstond vijf jaar geleden, in een droomsituatie. Ans was niet helemaal wakker en een haarbandje gleed uit haar haren, in de maripaboot met gedroogde okertjes. Zonder erbij na te denken pakte ze zo'n okertje en deed het haarbandje erom, in plaats van om haar eigen staart. “Ik vond het een leuk effect”, vertelt Ans. “Ik dacht: als ik er wat oogjes bij doe, heb ik een leuk poppetje.” Voilà, een creatie was geboren. Ze maakte er een aantal en toen ze van een tripje uit het buitenland terugkeerde, waren tot haar ontsteltenis de okerpoppetjes opgegeten, waarschijnlijk door een awari. De haarbandjes en oogjes had hij netjes achtergelaten - die lustte hij niet. Nu was er ook echt een verhaal geboren; compleet met een misdrijf en een verdachte.
Ans werkt graag met natuurmateriaal: takken, lege bijennesten, gedroogde vruchten, stronken... “Mijn huis is vol met dit soort rommel”, zegt ze er zelf over. De natuur komt in haar boekje helemaal terug. “Ik vind het belangrijk dat kinderen zien hoe mooi de natuur is. Als het gedroogd is, kan je er ook mooie dingen mee maken. Door dit boekje maak je ze daarvan bewust. Het is leuk om hun fantasie te prikkelen om zelf iets te maken. Het is ongelooflijk wat er uit kinderhanden komt.”
Naast het exemplaar met verhaal, is er ook een prentenboek. Dat is voor de allerkleinsten om door te bladeren. In beide vraagt de schrijfster ouders en kinderen om verhaaltjes bij de plaatjes te bedenken en zelf aan de slag te gaan met natuurmateriaal. Ze is heel benieuwd naar wat er uit de bus komt.
Elke basisschool krijgt van Stichting Lezen, die het lezen wil bevorderen, drie boekjes en een prentenboekje. Een klein gedeelte wordt verkocht. Natuurlijk heeft Ans al een volgend boekje in haar hoofd. Daarin spelen meneer en mevrouw Maripaboot de hoofdrol.


Titel: De belevenissen van een muizenfamilie en andere verhalen
Gaat over: Het titelverhaal van de verhalenbundel gaat over het ongehoorzame muisje Piepje dat zichzelf en haar familie in de problemen brengt.
Doelgroep: Voor de wat oudere jeugd
De schrijfster: Joyce Pereira (59)
Hoeveelste boek: Eerste
Uitgegeven door: Stichting Projekten Christelijk Onderwijs Suriname
Illustraties: Rodney Vrede jr


Schrijven was een therapeutische ervaring voor Joyce Pereira. “Het zal cliché klinken, maar drie jaar geleden zat ik in een hele, grote, diepe dip. Ik lag op de bank en wilde niets meer doen. Ik wist wel dat dit niet kon, wist dat ik iets moest doen. Op een avond bad ik tot God voor kracht. Toen ik wakker werd, schreef ik het woordje ‘konijnen’ op.” Vanuit dat ene woordje ontstond het verhaal van Spikkeltje, het ondeugende konijntje. “Vanaf dat moment bleef ik schrijven. Na het ene verhaal volgde het andere.” Het schrijven gaf haar leven weer inhoud, zegt de van nature vrolijke Joyce. "Het heeft me geholpen om uit de dip te komen." Nu bedenkt ze zelfs aan de lopende band kindermopjes. Die wil ze uiteraard ook uitgeven, want de smaak heeft ze nu goed te pakken.
Ze weet nog, toen ze het boek de eerste keer in handen had: “Ik had een heel warm, dankbaar gevoel. Ik hield het vast en visualiseerde dat het in de handen was van een kind. Daarnaast kon ik niet wachten tot ik het aan mijn dochter en kleinkinderen kon geven en de smile op hun gezichten kon zien.”
Voordat de bundel gepubliceerd werd, las ze de verhalen aan haar kleinkinderen voor. Die genoten ervan en kennen hele stukken uit hun hoofd. Joyce wilde dat plezier ook delen met andere kinderen. Ze heeft bewust gekozen voor wat oudere lezertjes die zelf kunnen lezen, vanuit de gedachte: lezen is weten. “Ik wil graag mijn steentje bijdragen”, zegt Joyce, “om kinderen meer plezier te geven in het lezen en het zelf lezen te bevorderen.”


Titel: Versjes voor de OS Kwamalasamutu: Taal leren is leuk, Het meisje met de vogels en andere Indiaanse verhalen, Laat het verleden leven! Een boek over de geschiedenis van de bewoners van Kwamalasamutu.
Gaan over: gedichtjes van de leerlingen en onderwijzers, Indiaanse verhalen en de geschiedenis van het gebied.
Doelgroep: oorspronkelijk de leerlingen van OS Kwamalasamutu
De schrijvers: Leerlingen en onderwijzers OS Kwamalasamutu en projectbegeleider Els Moor
Hoeveelste boek: De drie boekjes zijn de eerste publicaties van OS Kwamalasamutu
Uitgegeven door: Stichting Projekten Christelijk Onderwijs Suriname
Illustraties: leerlingen OS Kwamalasumutu

Op OS Kwamalasamutu zitten ongeveer 180 leerlingen. Ze praten thuis vooral Trio. Pas wanneer ze op school komen, leren ze Nederlands te praten. Daardoor kon de schoolstof minder snel opgenomen worden. Vanaf 2007 vlogen elke maand twee leerkrachten, onder wie Els Moor en een maatschappelijk werkster, Rita Day, naar Kwamalasamutu. Hun doel: de schoolprestaties verbeteren en de onderwijzers en kinderen meer plezier in de lessen te laten beleven. Het was onderdeel van het internationale project Change for children, dat als pijlers had: onderwijs, gemeenschapsontwikkeling, medische zorg en verbetering van de bestaansinkomsten.
Susan Macnack is schoolhoofd van OS Kwamalasamutu. “De meeste kinderen spreken Trio. Wij proberen het Nederlands op een speelse manier makkelijker voor ze te maken.” Dat doen ze middels versjes, liedjes, aanschouwelijk materiaal en toneelstukjes. Het materiaal werd aangepast aan de belevingswereld van de Trio's. Schoolhoofd Macnack: "Sommige kinderen zijn nog nooit naar Paramaribo geweest, anderen gaan pas op hun achttiende. Als je praat over een auto, staat het zo ver van hun belevingswereld.”
Dus geen verhalen en gedichten over auto's, maar wel over bootsmannen, jagers, cassavebrood bakken en het dorpshuis. Hun eigen overleveringen, zoals van Toewie en Kroemoe en de liefde van Matoewie voor vogels, werden verteld en de geschiedenis van het gebied werd aan ze geleerd. Pildas Tawadi is meester in de vijfde klas. “Het was moeilijk om de kinderen te leren over de geschiedenis van Suriname”, legt hij uit. “De slaventijd is voor hun een vreemd begrip, een andere wereld. We zijn nu begonnen bij onze eigen omgeving, onze eigen geschiedenis. Zo komt de geschiedenis dichter bij ze.”
Al het nieuwe, eigen materiaal werd vastgelegd. Zo zijn de drie boekjes ontstaan.
Het project Change for Children heeft al successen geboekt. Sinds het is gestart, zijn tien zesdeklassers geslaagd en naar de stad gegaan voor vervolgonderwijs. Ze doen het goed op de voj-scholen, zegt MacNack. “Ik schrik als ik ze na drie maanden weer ontmoet. Ze praten dan al beter Nederlands en zijn niet meer bang om fouten in deze taal te maken.”
Het project liep van 2007 tot 2010. Jammer dat het is afgelopen, vinden de onderwijzers van Kwamalasamutu. Maar de boekjes zijn er, en met die werken ze door. Macnack: “We gaan door om de Nederlandse taal makkelijker te maken voor de leerlingen. Ze hebben de taal nodig, want hun wereld wordt steeds uitgebreider. We vinden het allemaal jammer dat het project afgelopen is, maar we moeten ook een keer zelfstandig worden. En dit is ook een kans om te laten zien wat je zelf kan.”

Titel: Rupsje Regenboog en Het levensverhaal van de rijstkorrel
Gaat over: Rupsje Regenboog trekt zijn mooie, gekleurde schoenen aan. Als hij eindelijk klaar is, verandert hij in een vlinder. Het levensverhaal van de rijstkorrel laat kinderen op en makkelijke manier zien hoe rijst wordt gemaakt.
Doelgroep: Vanaf 0-jarigen
De schrijfster: Indra Hu (38) schrijft al negen jaren, maar deze zijn haar eerste in full colour en op rijm.
Hoeveelste boek: Achtste en negende
Uitgegeven: in eigen beheer
Illustraties: Stanny Handigman (Rupsje Regenboog) en Tapasia Daryanani (Het levensverhaal van de rijstkorrel).

Indra Hu had eerder geschreven over de muizen Lena en Jopie en de kakkerlak en oma. Toen haar vader vorig jaar overleed, was ze zo verdrietig dat ze geen zin meer had om te schrijven. Om haar af te leiden, nam haar man haar mee op vakantie naar Amerika. Een dag voor terugkomst kocht Indra in een one-dollar-shop knutselmateriaal, waaronder gekleurde pompoentjes. Een zakje daarvan belandde in haar kast. "Toen ik eens langs die kast liep, leek het in een flits op een gekleurde rups." Een kronkelend personage borrelde omhoog: rupsje regenboog. "Want alle kleuren van de regenboog waren erin." De kleuren maakten haar vrolijk en Indra kreeg zin om te schrijven. "Mijn vader had als levensmotto: 'Het leven kent verdriet, maar ook vreugde. Laat vreugde je leiden, en niet het verdriet.' Ik dacht: ik ga het doen. Hij zou boos op me zijn als hij zag dat ik zoveel verdriet had. Hij vond altijd dat ik mijn vreugde moest delen met anderen. Ik moest het doen voor mijn vader." Ze schreef het verhaaltje binnen een dag.
De boeken van Indra Hu werden goed verkocht op het KBF. Ze verkocht in die week van beide samen bijna 200 exemplaren. Uit het boekje van de rups leren kinderen verschillende dingen: hoe ze hun schoenen moeten aantrekken, ze leren tellen tot tien en dat een rups in een vlinder verandert. In Het levensverhaal van de rijstkorrel wordt in rijm verteld hoe rijst zijn weg vindt naar ons bord.
Vooral op Rupsje Regenboog is Indra Hu trots. "Omdat het mij de mooie, plezierige dingen van het leven heeft gewezen. Ik had veel verdriet, maar door het rupsje heb ik het verhaal van de rijstkorrel afgemaakt."

Titel: Rozengeur voor oma Roos
Gaat over: De broers Ed en Rik komen tijdens vakantie in het binnenland in een sprookjesachtige wereld terecht. De mystieke Yandabitana gidst ze door hun vroegere jeugd en maakt ze bewust van de grote wereld. Maar hij geeft Ed en Rik ook een cadeau mee voor hun oma.
Doelgroep: Voor de wat oudere jeugd
De schrijfster: Cobi Pengel (72) schreef al twee verhalenbundels met Surinaamse sprookjes. Ze is geboren in Nederland, maar woont al meer dan vijftig jaar in Suriname. Ze won in 2006 de derde prijs van de korteverhalenwedstrijd 'Werelden in Ontmoeting'.
Hoeveelste boek: Derde
Uitgegeven door: Stichting Projekten Christelijk Onderwijs Suriname
Illustraties: Albert Roessingh

“Ik schrijf al jaren”, vertelt Cobi Pengel. “Het is eigenlijk begonnen toen ik kleinkinderen kreeg. Ik schreef gedichtjes en verhaaltjes over mijn kleinkinderen.” De omaliefde boorde een bron van sprookjes aan - door de jaren heen vlogen ze uit haar pen. Cobi schrijft de verhalen namelijk eerst met een pen op, daarna gaan ze in de computer. Haar eerste bundel, De Gele Papegaai, kwam in 2009 uit, in 2010 De grote en de kleine hengelaar. Haar sensoren staan open, de natuur is haar inspiratie. “Geluiden van de natuur kunnen me heel erg beïnvloeden”, zegt ze. Het gekwaak van een kikker terwijl ze op haar terras zit ‘s avonds? Hop, ‘De grote en de kleine hengelaar’, over een betoverde kikker, is geboren. Sprookjes, daar is Cobi dol op. “Sprookjes en de droomsfeer, bij het lezen hou ik daar zelf van. Toen ik jong was, las ik ook altijd sprookjes waar ik mijn fantasie de vrije loop kan laten.” Ze schrijft voor wat oudere kinderen. “Ik ben op die golflengte afgestemd”, zegt ze. “Dit vind ik leuk.”
Ze vindt het een genoegen om te schrijven. “Ik geniet immens van het bedenken en schrijven van verhalen. En als mensen de verhalen ook mooi vinden, dan is dat mooi meegenomen.”
In haar boeken probeert ze het opgeheven vingertje te mijden, maar er zijn wel degelijk lesjes uit te leren. Zoals in Bange Benny, die bang is voor het donker en voor boeboelaas.
In een droomwereld leert hij zijn angsten overwinnen. In Rozengeur voor oma Roos worden de broers geconfronteerd met hun kwajongensstreken (het doodkapulteren van ston doifi en het pesten van een meisje), maar ook met hun goede daden (zich ontfermen over een zwerfhondje). In Yandakonde wijst hun gids ze vreselijke dingen zoals aardbevingen, kindsoldaten en inbraak. Waarom? “Dat is de ellende van de grotere wereld”, legt Cobi uit. “Het is er, het is de realiteit. Ze kunnen ook een dag overvallen worden of een aardbeving meemaken. Maar Yandabitana laat ze niet zomaar gaan, hij geeft ze liefde mee. Hij laat ze merken dat de liefde overwint.”

Titel: Amaisa gaat sparen
Gaat over: Amaisa van Boven-Suriname gaat met haar moeder mee naar hun kostgrondje. Van de verkoop krijgt ze wat geld. Amaisa wil een deel daarvan sparen.
Doelgroep: Oorspronkelijk de kleintjes van Boven-Suriname, voor ze naar school gaan.
De schrijfster: Christine Feenstra (32), projectmedewerkster bij Stichting Projecten
Hoeveelste boek: Vijfde in de reeks over het meisje Amaisa.
Uitgegeven door: Stichting Projekten Christelijk Onderwijs Suriname
Illustraties: Rodney Vrede jr


De Amaisa-serie is ontstaan uit het project Vroege Stimulatie Taalontwikkeling in Boven-Suriname. Christine Feenstra: “We wilden de kinderen in de voorschoolse leeftijd al in aanraking laten komen met de schooltaal, het Nederlands. Voordat ze naar school gaan, praten ze voornamelijk Saramaccaans.”
Een aantal thema's werd uitgewerkt, helemaal in de levenssfeer van de kinderen om ze zo dicht mogelijk bij hun werkelijkheid te houden. De thema's waren onder meer gezonde voeding, het lichaam en het dorp. De woorden die daarbij horen, worden spelenderwijs met de kinderen geoefend. In de vorm van liedjes, aanschouwelijk materiaal en werkbladen. Daaruit ontstonden de boeken met Amaisa in de hoofdrol. Aan de achterkant worden de nieuw aangeleerde woordjes verduidelijkt met plaatjes – allemaal heel helder. Elke keer leren ze zo 20 tot 25 nieuwe woordjes.
Ook in Paramaribo en andere districten zijn de belevenissen van Amaisa populair. Dat komt door de herkenbaarheid, het eenvoudige woordgebruik en de prachtige plaatjes, denkt de schrijfster. “Ook in andere districten is de problematiek met de taalsituatie hetzelfde. Voordat de kinderen naar school gaan, zijn ze niet zo gewend aan het Nederlands en kunnen de juf niet goed verstaan.”
Het project startte twee jaar geleden. De moeders worden erbij betrokken om samen met de kinderen te oefenen en te praten, ook in het Saramaccaans. “Het is belangrijk dat de moeders de kinderen stimuleren om talig te worden. Als het kind goed is in het Saramaccaans, dan is het al talig en zal het makkelijker een nieuwe taal leren.”
Wat zijn de resultaten ondertussen? “Het is nog moeilijk om conclusies te trekken, maar we hebben al verbetering gezien. We merken dat de kinderen al een beetje gewend zijn aan de klanken van de taal. Dat is al een stap in de goede richting.”
Christine Feenstra wil dolgraag verder gaan. Dat gebeurt zodra de middelen er zijn, dan zullen er zeker nieuwe avontuurtjes van Amaisa volgen.

Ook gepresenteerd:
- Groeipijnen van Joany Lansdorf
- This is me - bundel zelf geschreven kinderverhalen
- Pelifant en Olikaan van Marjanne en Loes Wanders



[uit de Ware Tijd, 04/06/2011]