Posts tonen met het label mensenrechten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mensenrechten. Alle posts tonen

vrijdag 28 maart 2014

Paradijs



door Sharda Ganga

Een van de gruwelijkste dingen die ik deze week hoorde was uit een onderzoek naar geweld tegen vrouwen onder scholieren in het Caribisch Gebied. Bijna alle jongens en meisjes vinden geweld tegen vrouwen niet okay- maar bijkans 40 procent vindt het prima als een vrouw wordt "gedisciplineerd". Ik viel zowat van mijn stoel.

"Disciplineren",daarmee bedoelen ze toch "straffen"? Precies zoals je een ongehoorzaam kind moet disciplineren. En in het Caribisch Gebied verstaat men onder straffen van kinderen vaak lijfstraffen - ik was lang geleden getuige van een felle discussie in een Caribisch land, waarbij de zaal zich en bloc uitsprak tegen een wetsvoorstel om lijfstraffen van kinderen door onderwijzers strafbaar te stellen. Ik wist niet wat ik hoorde.
Foto © Fausto Fräser

Wat is dan het verschil tussen disciplineren en geweld? Want men slaat toch altijd omdat de ander iets heeft gedaan of gezegd wat ze volgens de dader niet hadden mogen zeggen of doen, aldus "disciplinering" nodig makend? Het pijnlijkst is natuurlijk dat ook meisjes die mening zijn toegedaan. Zij zullen, als ze ooit slachtoffers worden van geweld, waarschijnlijk behoren tot de groep vrouwen die, in plaats van hulp te zoeken, zich zal schamen en/of denken dat zij er zelf schuld aan hebben. "Ik had hem niet moeten brutaliseren; ik weet dat hij zo jaloers is, dus ik had niet moeten lachen naar die meneer", dat denken ze dan. En dat is levensgevaarlijk.
Foto Facebook

Zo had ik nog meer stoelvalmomenten deze week. Nu waren het geen kinderen die die teweeg brachten, maar grote mensen die bij elkaar waren tijdens de 12e Conferentie over Vrouwen in Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied. Wat hier wordt besproken en vastgelegd in de "Santo Domingo Consensus" wordt deel van de regionale afspraken over vrouwenrechten.

Het was een moment van bezinning, toen bij de bespreking van de tekst een aantal van de Carabische deelnemers voet bij stuk wilde houden als het ging om de rechten van LGBTI's (Gay, Lesbian, Bisexual, Transgender en Intersex personen-ja, ik ben solidair, maar kunnen we asjeblieft ophouden met letters plakken aan de afkorting?). Straks vinden ze nog dat ze recht hebben op sex-change operaties, giebelde een afgevaardigde. Of ze willen gaan trouwen, mompelde een ander. Is het niet hypocriet dat we bij elkaar zijn om de rechten van vrouwen af te dwingen, en tegelijkertijd de mensenrechten van anderen willen beknotten, vroeg ik me af.

Foto © Michiel van Kempen
Het is inderdaad waar, zoals sommige landen aangaven, dat het noemen van LGBTI's in verdragen erg ongemakkelijk is voor sommige overheden; het gevaar is dan dat men het hele verdrag weigert te ondertekenen. Maar je staat voor mensenrechten, of niet. In Afrika heeft men een voorstel om dit soort gedoe te omzeilen. In plaats van opsommingen van bijzondere groepen (er staat dan "including rural, young, LGBTI's, indigenous, Afro descendants, migrant .." etc), wil men gewoon spreken van "de mensenrechten van alle individuen, zonder enig onderscheid". Dat zou internationale mensenrechtenverdragen echt een stuk leesbaarder maken.

En als het leesbaarder wordt, dan begrijpen hopelijk meer mensen waar het om gaat, en wat het met hun leven te maken heeft. En als iedereen het begrijpt, en ernaar handelt, wel dan is het paradijs op aarde. En dan neem ik een hele lange vakantie.

gangadwt@gmail.com

[uit de Ware Tijd]


zondag 23 maart 2014

Braziliaanse kerk laakt grootschalige mensenhandel

Thaiza Thomsen, een voormalige Miss Brazilië, verdween
in 2007, vermoedelijk als gevolg van mensenhandel.
Foto © AP
De Katholieke Kerk van Brazilië is een grootschalige mondiale campagne gestart tegen mensenhandel, die inmiddels ook in Suriname is gelanceerd vanuit de Braziliaanse kerkgenootschappen hier te lande. Dit jaar is bij de ‘Campanha Da Fraternidade’ gekozen voor het thema ‘Broederschap en Mensenhandel’ en wat ons land betreft worden er onder meer door Braziliaanse campagnevoerders bezoeken afgelegd aan de Braziliaanse ambassade en diverse scholen en kerken. Tijdens de campagne wordt er vrede gepropageerd tussen Surinamers en Brazilianen en de Braziliaanse gemeenschap zal omstandig geïnformeerd worden over de gevaren van mensenhandel.

[uit De West, 20 maart 2014]

 Worldwide numbers
Adults and children in forced labor, bonded labor, and forced prostitution: 12.3 million
Successful trafficking prosecutions: 4,166
Successful prosecutions related to forced labor: 335
Victims identified: 49,105
Ratio of convicted offenders to victims identified: 8.5%
Ratio of victims identified to estimated victims: 0.4%
Countries that have yet to convict a trafficker under laws in compliance with the Palermo Protocol: 62
Countries without laws, policies or regulations to prevent victims’ deportation: 104
Prevalence of trafficking victims in the world: 1.8 per 1,000 inhabitants
Source: U.S. State Department’s Trafficking in Persons Report 2010

zaterdag 22 februari 2014

Brief aan Martin Luther King uit 1965

Aandoenlijk: Maddy Tolud van de Anti Discriminatie Klub (ARK), Pancrasstraat 2 te Amsterdam, schreef op 3 november 1965 een brief aan Dr. Martin Luther King. 'We do not want to deny that racial discrimination here does not exist, but this percentage can be neglected'.

The King Center, Digital Archive.

Met dank aan Rudie Kagie.


Klik op afbeelding om te vergroten

dinsdag 11 februari 2014

Marokkaanse bedreigd omdat zij wijnbar begint

Elou Akhiat
De Rotterdams-Marokkaanse Elou Akhiat is in grote problemen geraakt, nadat ze tegen Metronieuws  verteld had over de wijnbar Uvo Dolce die ze in Rotterdam heeft geopend. Na het interview heeft de vrouw een stortvloed aan doodsbedreigingen ontvangen, wat voor de politie genoeg reden is om de zaak nauwlettend in de gaten te houden.

Akhiat, die een dochter is van een imam en tot zes jaar geleden vanwege haar geloof gesluierd rondliep en toentertijd geen druppel alcohol dronk, is overvallen door de berichtenstroom. Ook de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb is geschrokken van de bedreigingen en laat via een woordvoerder weten de intimidaties onbehoorlijk te vinden.

50 zweepslagen
De extremistische moslim Shabir Burhani zei maandagavond in PowNews. "Als je een zonde begaat, kun je vijftig zweepslagen krijgen. Maar dit is vele malen erger, want volgens mij is zij ook afvallige," aldus Shabir Burhani.

Verschillende politici, alsook de Rotterdamse burgemester Aboutaleb hebben hun afschuw over de bedreigingen uitgesproken.

Bominstructeur blaast pupillen op
Het goede nieuws is dan weer dat een instructeur die zijn pupillen onderwees in het maken van zelfmoordbommen, per abuis 22 van zijn leerlingen heeft opgeblazen. Het ongeluk gebeurde in een kamp in de noordelijke Irakese provincie Samara. Vijftien aanstaande terroristen raakten gewond. De instructeur wilde de werking van een bomgordel demonstreren. De slachtoffers behoorden tot de soennitische terreurbeweging ISIL, die onder andere actief is in het noorden van Irak. Het Iraakse leger wist na de explosie nog acht terroristen te arresteren.

De kracht van de explosie was zo sterk, dat het kleed van verschillende passerende vrouwen opwoei en hun benen  werden ontbloot. Ook die vrouwen zijn allemaal weer bedreigd.

maandag 30 december 2013

Gaarkeuken naschoolse opvang discrimineert Surinaamse kip

De gaarkeukens die het voedsel voor de naschoolse opvang bereiden, gebruiken nog altijd de buitenlandse kip. De overheid discrimineert op deze wijze de Surinaamse kip en ondermijnt de lokale productie.’ De pluimveesector kan beter boeren in 2014. Het project naschoolse opvang is voor de begroting 2014 opgebracht voor SRD 91 miljoen. Dat is helemaal afhankelijk van de wetgeving. Bestuurslid Peter van Dijk van de Associatie van Pluimveesector Suriname (APSS) kan slechts vooruitblikken op een gunstig jaar als de wetgeving wordt aangepakt. Zo pleit de sector al jaren voor het verhogen van de invoerrechten voor importkip. Die zijn belachelijke laag in vergelijking met landen in de regio, die met invoerrechten van tussen de 100% – 200% op geïmporteerde kip en kipdelen, hun lokale kipproductie proberen te beschermen. Dit heeft in buurland Guyana geresulteerd tot een bloeiende pluimveesector met een aanwas aan banen. Van Dijk zegt dat de lokale kipproducenten de totale marktbehoefte kunnen dekken. Vanwege de oneerlijke concurrentie met de buitenlandse kip, is het marktaandeel van de lokale producent nog gering. De lokale kip heeft nog niet eens de helft van de Surinaamse markt.

Per week wordt 400 ton kip geconsumeerd

Op weekbasis wordt circa 400 ton aan kip geconsumeerd. Regelgeving ter stimulering van de eigen productie, zoals het verhogen van de heffing op importkip en het afschaffen van invoerrechten op grondstoffen, zoals kuikenvoer voor de lokale kiptelers, kan ervoor zorgen dat de lokale kip de totale markt beheerst. Van Dijk breekt een lans voor de huismoeders die nog altijd letten op de kwaliteit en daarom de Surinaamse kip verkiezen boven de buitenlandse. Het is de horeca (restaurants) die zich afhankelijk maakt van de importkip.

[uit Dagblad Suriname, 28-12-2013]

vrijdag 20 december 2013

Leerling met beperking geslagen door leerkracht

Foto © Jukyu
door Asha Gajadien-Bhagwat
  
Een leerling van de Monkouschool zou de afgelopen week geslagen zijn door de klassenjuf. Zij zou de leerling met een waterfles op diens hoofd hebben geslagen. Het betreft een kind met een verstandelijke beperking. De handeling zou zorg gedragen hebben voor angst en stemmingsstoornis bij de leerling. De Monkouschool is een school voor moeilijk lerende kinderen in het district waar zij speciaal onderwijs genieten. Dagblad Suriname nam contact op met het schoolhoofd, mevrouw Ramsamoedj. Zij had geen enkel commentaar voor de krant. Integendeel was zij zwaar geïrriteerd toen zij vernam dat ‘het nieuws naar buiten is gekomen’. Zij verwees de krant door naar het BSO (Bureau Speciaal Onderwijs).

Dagblad Suriname maakte ook contact met het hoofd van de schoolinspectie van Nickerie, Roy Katisa. Hij deelde mee dat de klassejuf voor twee dagen geschorst was. Door wie zij geschorst is, is voor hem ook een vraagteken. Bij BSO werd aan de krant medegedeeld dat het niet bekend is met het voorval. Er werd verbaasd gereageerd dat het bureau het incident voor de eerste maal vernam. De krant werd doorverwezen naar het schoolhoofd en inspecteur Roy Katisa.

‘Dat bevreemdt mij wel’, reageerde Katisa. Wat de ware toedracht is geweest van de mishandeling, is hem ook niet bekend. Hij legt er de nadruk op dat het een school betreft waar kinderen speciaal onderwijs genieten. ‘Zou het een basisschool zijn, dan zou ik over alle informatie beschikken.’ Echter, het district heeft geen inspectie wat betreft special onderwijs in Nickerie. Katisa zei ook dat de leerling een kind is van het kindertehuis ‘Open Poort.’ Er zijn inmiddels al gesprekken gevoerd met de opvoeder van het kindertehuis.
Dagblad Suriname maakte contact met de directeur van kindertehuis ‘Open Poort’ Gilliano Eli. Hij gaf geen enkel commentaar, integendeel ontkende hij alles. ‘Maakt u contact op met het schoolhoofd.’


 [uit Dagblad Suriname, 20-12-2013]

maandag 9 december 2013

Dominican Republic: racist law against blacks

Lasana Sekou to Prime Minister Wescot-Williams, President Hanson: denounce Dominican Rep. “racist” law against its Black citizens 
Hon. Sarah Wescot-Williams,
 Prime Minister of St. Maarten.
 Photo © DCOMM.

Great Bay/Marigot, St. Martin (December 8, 2013)St. Martin author Lasana M. Sekou has called on Prime Minister Sarah Wescot-Williams and President Aline Hanson, to “officially and publicly condemn the Dominican Republic Constitutional Court decision of September 13, 2013 (Sentencia TC/0168/13), which threatens to strip the citizenship status from at least a quarter of a million of its citizens, leaving them stateless based on the color of their skin—as Black men, women, and children—and their heritage origins.” 
   
In the letter of November 22 to the government leader in both capitals of St. Martin, Sekou wrote that the “Court judgment is racist and will lead to gross human rights violation in the Dominican Republic (DR) against the affected citizens: theft of their property, destruction of homes, loss of jobs, small business ownerships and bank accounts with the life savings of families, denial of educational opportunities, and the perpetuation of a range of violence, including rape, abuse of children, the elderly and the sick, police brutality, military detention, and the mass murder that historically stems from such abhorrent laws—genocide.”

According to Sekou, the tribunal sentence has absolutely nothing to do with immigration and much more with ethnic cleansing. “The racist ruling will invariably affect DR citizens of St. Martin heritage that have been part of Dominican society, certainly since 1929, and thought to number at least 40,000 people,” wrote Sekou. The Court ruling has a retroactive feature from 1929.

Mostly DR citizens of Haitian origin are among those affected by the ruling, which, wrote Sekou, “is not acceptable to any civilized nation that abides by established norms of the international community and the principles and practices of humanity.”
Hon. Aline Hanson, President,
 Collectivity of St. Martin.
 Photo © COM.

Prime Minister Wescot-Williams and President Hanson “must condemn this infection of apartheid in the Caribbean,” wrote Sekou, and “take a leadership role in the solidarity call for immediate, practical, and just corrective measures to be taken in the Dominican Republic.”  
Sekou wrote that objection to the “racist ruling” should also be made in regional and international fora “where the adjusted autonomy” of 2010 and 2007 allows both St. Martin territories to do so. The Southern and Northern parts of St. Martin are territories of the Netherlands and France respectively. Wescot-Williams is the prime minister in the Dutch territory and Hanson is the president of the French territory. Sekou is an advocate for the Independence and eventual unification of St. Martin.
Considered one of the prolific Caribbean poets of his generation, Sekou said that “the designated channels of communication” that allow the governments in Philipsburg and Marigot “to request and if necessary to demand that the Netherlands and France denounce the racist ruling ... must also be promptly employed.” He noted that calls for the boycott of DR trade goods and tourism are already being sounded.

Sekou said this week that “the early, clear and strong statements to the DR president and government by the prime minister of St. Vincent and The Grenadines and protesting groups in Trinidad and Puerto Rico among other places are admirable. Their positions represent the best of a history of solidarity and victory over oppression among Caribbean peoples and support for oppressed peoples in the region and around the world.” 
Lasana M. Sekou, St. Martin author.
 Photo © HNP.

He also said that the support for the ruling among significant sectors of DR society, including Cardinal Nicolás de Jesús López Rodríguez, has not deterred or stopped the growing concerns, findings, and mounting protests by other government leaders; regional and international bodies such as CARICOM, OCHR, UNHCR, Amnesty, OECS, the Inter-American Commission on Human Rights; human rights groups such as Reconoci.do; and individuals inside and outside of the Dominican Republic. Former DR president Hipolito Mejia recently called the ruling “a shame.”

Concluding his letter to Prime Minister Wescot-Williams and President Hanson, Sekou quoted Dr. Ralph Gonsalves, Prime Minister of St. Vincent & The Grenadines in his letter to President Danilo Medina of the Dominican Republic -- against the September 13 decision: “The fig-leaf of sovereignty cannot be invoked when time-honoured and universal principles of citizenship and human decency are trampled upon.” 



maandag 18 november 2013

Wiesenthal Center: “Accommodatie Hezbollah bevestiging terreurnetwerk in regio”

Dino Bouterse
De bekende internationale joodse mensenrechtenorganisatie Simon Wiesenthal Center ziet in de bereidheid van presidentszoon Dino Bouterse om Hezbollah- strijders te accommoderen, een bevestiging van een zich steeds verder uitbreidend Iraans en Hezbollah terreurnetwerk in Zuid-Amerika en het Caribisch gebied.
“Charges against the son of Surinam President validate our Center’s claims of an extensive Iranian-fostered terrorist sleeper network across Latin America and the Caribbean”, waarschuwt de organisatie in een gisteren uitgegeven verklaring.


[VP-16-11-2013/De West, 18-11-2013]

dinsdag 14 mei 2013

Ex-dictator Guatemala krijgt 80 jaar cel voor genocide


door Marjolein van de Water 


Efrain Rios Montt, gisteren in de rechtbank, vlak voordat het vonnis werd uitgesproken. Foto @ EPA


De Guatemalteekse oud-dictator José Efrain Rios Montt is gisteren tot tachtig jaar cel veroordeeld voor het plegen van genocide en misdaden tegen de menselijkheid. 'Als staatshoofd en bevelhebber van het leger was hij verantwoordelijk voor het systematisch verkrachten, uithongeren en uitroeien van de Ixil Maya's', aldus de rechter.
Generaal Rios Montt pleegde in 1982 een militaire staatsgreep. Guatemala was toen al ruim twee decennia in een burgeroorlog verwikkeld tussen linkse guerrillastrijders en regeringstroepen. In de nog geen anderhalf jaar tijd dat de generaal de scepter zwaaide, zijn naar schatting 70 duizend Guatemalteken vermoord, voornamelijk indianen.

In een afgeladen rechtszaal las rechter Yassmin Barrios gisteren met trillende stem de uitspraak voor. Zij concludeerde dat de 86-jarige oud-dictator verantwoordelijk is voor de genocide op 1.771 Ixil indianen, het verdrijven van nog eens 29 duizend Ixiles en de systematische verkrachting van inheemse vrouwen door militairen die onder zijn bevel stonden.

'Ik ben onschuldig', zei Rios Montt donderdag tijdens zijn slotverklaring. Rios Montt zei dat hij geen controle had op de militairen die in inheemse gebieden werkzaam waren. 'Ik heb nooit opdracht gegeven op te treden tegen een ras, een etniciteit of een religie', schreeuwde hij door de rechtszaal. 'Ik weet niet wat de militaire leiders deden, ik was staatshoofd.'

Ixil vluchtelinge met kinderen in het Nieuwe Leven vluchtelingenkamp, gedeeltelijk gefinancierd door Amerikaanse Evangelistengroeperingen, nabij Nebaj, Quiché. Foto @ Jean-Marie Simon,Guatemala: Eternal Spring, Eternal Tyranny.


Maar de rechters concludeerden anders. 'Generaal Rios Montt wist precies wat er gebeurde en heeft niets gedaan om het tegen te houden.' Hij kreeg vijftig jaar cel voor genocide, en nog eens dertig jaar voor misdaden tegen de menselijkheid. Het is voor het eerst dat een voormalig staatshoofd in eigen land is veroordeeld voor het plegen van genocide.

Het proces liep meermalen vertraging op. Het Hooggerechtshof bepaalde enkele weken geleden dat het proces wegens vormfouten moest worden overgedaan. Andere rechters vochten dit besluit aan, en het Constitutionele Hof moet hier uiteindelijk over beslissen. Dat Hof kan deze uitspraak eventueel nog nietig verklaren.

[uit de Volkskrant, 11/05/13]

donderdag 2 mei 2013

Kaart “Saamaka-land” 6 jaar na vonnis bijna af


door Louis Alfaisie

De Vereniging van Saramaccaanse Gezagsdragers (VSG) heeft sinds kort een kaart in concept gereed met de demarcatie van het woon- en leefgebied van de stam. Deze kaart komt circa 6 jaar na het vonnis van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens (IACHR), waarin staat dat de Staat Suriname de mensenrechten van het Saamaka-volk aan de Surinamerivier stelselmatig heeft geschonden. Het hof veroordeelde de Staat tot volledige uitvoering van het vonnis, waarin de formele erkenning van hun tribale landrechten als kern wordt genoemd. Het vonnis dateert van november 2007. De concept-kaart is geproduceerd door NARENA van het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek (CELOS) van de Anton de Kom Universiteit van Suriname.

[uit De West, 29-04-2013]



maandag 29 april 2013

Illegale houthakkers bedreigen Amazonestam

De Awá-stam in Brazilië wordt met uitsterven bedreigd door houtkappers en uitheemse inwoners. De groepering voor rechten van inheemse volkeren Survival International trekt aan de alarmbel, want de immigranten zouden al sinds het eind van maart uit het gebied gezet moeten zijn.

Foto © Survival International

 De Awá-indianen zijn de meest bedreigde stam ter wereld. Ze zijn nog ongeveer met 450, waarvan er een honderdtal nog nooit in contact gekomen zijn met de buitenwereld. Ze leven als jager-verzamelaars in afgelegen gebieden in het regenwoud. 

Het gebied waar ze wonen, in de Noord-Braziliaanse deelstaat Maranhão, heeft duizenden houtkappers en nieuwe inwoners aangetrokken. Het territorium is 120.000 hectare groot. Dertig procent van het gebied is al ontbost door de houtkappers.

In de jaren ’80 legde de Braziliaanse regering een spoorweg door het gebied van de Awá. Dat bracht nieuwe bewoners en boeren naar het land en wakkerde de ontbossing van het gebied aan. Het honderdtal Awá die in afzondering leven zijn steeds op de vlucht voor de houtkappers.

Vrachtwagens rijden dag en nacht op en af. ‘De Awá vertellen dat ze kettingzagen horen,’ zegt Alice Bayer van Survival International (SI) aan de BBC. ‘Dat lawaai jaagt hun prooien weg. De Awá merken ook op dat er minder dieren zijn door het lawaai.
Recht op hun land
Het recht op inheems land is een fundamenteel recht in de Braziliaanse grondwet. De Awá hebben al dikwijls de juridische strijd voor het recht op hun land gewonnen. In maart vorig jaar besliste een rechter, Jirair Aram Meguerian, dat alle immigranten  het gebied binnen de twaalf maanden moesten verlaten.

Die deadline is nu voorbij en er is nog steeds niemand uit het gebied gezet, zegt Survival International. Het Braziliaanse overheidsdepartement voor inheemse zaken (FUNAI) is verantwoordelijk voor het beschermen van inheemse volkeren, zoals de Awá-stam.

‘Als de nieuwe inwoners uit het gebied gezet worden en het land van de Awá beschermd wordt, dan zou alles in orde zijn met hen,’ vertelt Bayer van SI. ‘Er zijn heel wat inheemse volkeren in Brazilië die beschermde gronden bezitten en zij stijgen in aantal en maken het goed.’

Nu het regenseizoen in het Amazonegebied naar zijn einde loopt en de houtkap weer oprukt, slaat Survival International alarm. Ondanks het feit dat er geen vooruitgang zit in het nakomen van de gerechtelijke deadline vindt de groepering dat er toch hoop is voor de Awá. ‘Indien er genoeg druk gezet wordt op de Braziliaanse autoriteiten, kan de toekomst van de Awá verzekerd worden,’ stelt de drukkingsgroep.

Er werden al bijna 50.000 e-mails naar de Braziliaanse minister van Justitie gestuurd, nadat de Britse acteur Colin Firth, het gezicht van de campagne van Survival International, opriep om de Awá te redden. Het FUNAI wacht nog steeds op de steun van het Braziliaanse Ministerie van Justitie, de federale politie en de centrale overheid om de indringers uit te zetten.

[van Mondiaal Nieuws, 23 april 2013]

woensdag 17 april 2013

Homofilisme: De omgekeerde wereld (aangeboden)

...den mensch ten zondeval bereid...

door Bert Eersteling

Het zal menigeen zijn opgevallen dat de wereld in socio-economische maar zeker ook op moreel-ethische vlak significant aan het veranderen is. Vigerende normen en waarden schijnen meer de tegenovergestelde interpretatie te krijgen. Door het omgekeerd interpreteren van de normen en waarden, zien wij ook een andersoortig gedrag in de gemeenschap. Wie liegt, wie steelt, wie doodslaat, wie aan corruptie doet, die is juist de good guy en wie de waarheid spreekt, wie doodslaan afkeurt, wie eerlijk is, wordt gezien als de bad guy. Dit noem ik de regels van de omgekeerde wereld. Uiteraard ontstaan er botsingen binnen gezinnen, in de maatschappij op sociale en politieke vlak. Dit omdat er mensen zijn die absoluut geen concessie willen doen aan de groep die de wet en regel van de omgekeerde wereld propageren c.q.volgen.

Andy Warhol - Fellatio (de afgebeelde persoon is niet Bert Eersteling)




In de afgelopen maanden zien wij dat het homofilisme steeds terreinen wint. Het ene land na het andere, of de ene staat na de andere legaliseert het homo-huwelijk door aanname van wetten in de diverse hoge colleges van Staat. Deze trend die ingezet is in Europa en de VSA, dus in de zogenoemde beschaafde en hoogontwikkelde landen, slaat haar vleugels zichtbaar naar landen die als minder beschaafd en onderontwikkeld beschouwd worden. In Uruguay is nog deze week tot grote vreugde van de homo's in het parlement een wet aangenomen die homo-huwelijk in dat land legaliseert.

Uiteraard hebben de tegenstanders van het huwelijk van twee mensen van hetzelfde geslacht alles gedaan om de aanname van bedoelde wet te stuiten, echter tevergeefs. In Frankrijk hebben wij de afgelopen weken nagenoeg hetzelfde op dit gebied meegemaakt.


Christenen mogen geen losbandigheid propageren


Wetmatigheden 
De vraag die mij bezighoudt, is hoe het komt dat er steeds meer landen of regeringen ertoe overgaan om het homo-huwelijk te legaliseren. Heeft dit te maken met de erkenning van grondrechten van elk individu door de wettige instanties en instellingen? Of hebben homofielen met succes geïnfiltreerd in hoge bestuurlijke en wetgevende instituten van de landen,waardoor ze dit soort wetten gemakkelijk kan doordrukken?



Ik denk persoonlijk dat dit niks te maken heeft met de erkenning van grondrechten die door elke democraat gerespecteerd zouden moeten worden. Het lijkt mij eerder dat een vorm van bandeloosheid de plaats inneemt van de ordening van Staten die volgens universele normen en waarden heeft plaatsgevonden. Deze normen en waarden zijn gebaseerd op wetmatigheden. En die wetmatigheden zijn terug te vinden in de opbouw van de wereld in onderlinge verbanden waaruit evenwichten ontstaan.

De wereld zou nooit bestaan als er geen dag en nacht was, als er geen mooi of lelijk bestond, als er geen man en vrouw bestond. Uit deze tegenstelling of twee uitersten ontstaat evenwicht. In het voorbeeld van man en vrouw ontstaat bijvoorbeeld een nieuwe mens. Als dit niet het geval was, zou er dis-balans ontstaan of er zou zelf geen leven meer bestaan. De mensheid zou uitsterven. Want de dood zou daarvoor zorg dragen. Dit geldt ook voor de flora en fauna als er geen koolzuurgas en zuurstof zou bestaan.

...koolzuurgas en zuurstof...


Reden legalisatie homo-huwelijk 
De reden waarom er met razen schreden het homo-huwelijk in diverse landen gelegaliseerd wordt, kan te maken hebben met doelbewuste infiltratie van homofielen in de hoogste bestuurlijke en wetgevende organen van de landen. Ik ga zelf zover om te stellen dat er een zekere mate van structuur ligt in de opmars die het homofilisme de laatste decennia doormaakt.

Dit impliceert eenvoudigweg dat er een mondiale (clandestiene) organisatie achter het homofilisme staat met een zeer goed opgezette netwerk. De organisatie werkt ondergronds, omdat het onderwerp absoluut tegen de normale wereld gericht is. Dus ook de mensen die achter deze beweging staan, geven hiermede toe dat hun doel en beweging absurd is. Ze voeren in opdracht van duistere machten de regel van de omgekeerde wereld uit. De beste manier om hun doel te bereiken is gebruik te maken van politiek-bestuurlijke organen.

...gelukkig is er altijd de natuur...


De politiek wordt misbruikt om de wetten door de parlementen te krijgen. Daardoor wordt de wil van de minderheid door de keel van de meerderheid gedrukt. In elk geval moet de organisatie die de strategieën bepaalt en het ingezette proces als hierboven bedoeld procesmatig monitort en leidt niet onderschat worden. Er ligt systematiek en methodiek, dus professionaliteit in het proces om de homorechten gerealiseerd te krijgen. Behalve de infiltratie in de staatsorganen, merk ik op dat er ook via de kerk geïnfiltreerd is. Het streven is dat het homofilisme als normaal geaccepteerd wordt. En dan ontstaat duidelijk een andere wereld, die het tegenovergestelde van de huidige wereld zal zijn.

Onwetmatigheden 
Onwetmatigheden zullen gezien worden als wetmatigheden. Alleen in een omgekeerde wereld kunnen die onwetmatigheden als normaal gelden. Niet in de wereld waar ook wetenschappelijk bewezen is dat gelijknamige polen elkaar afstoten en ongelijknamige polen elkaar aantrekken. De natuurwetenschap is duidelijk op dit gebied. Extrapoleren van deze natuurkundige werkelijkheid naar de sociaal-biologisch werkelijkheid, blijkt dat deze wetmatigheid correct is. Want alleen uit zaad- en eicel kan een kind ontstaan.

...uit zaad- en eicel kan een kind ontstaan...


Hoe het ook zij, het is erg onacceptabel dat homofilisme wettelijke status krijgt. Op een recentelijke bespreking van dit vraagstuk, zijn mijns inziens enkele teleurstellende uitspraken gedaan. Ze redeneren niet meer vanuit een vaste invalshoek. Als je christen bent, kan en mag je nimmer homofilisme of doodslaan propageren. Je dient de prediker van deze onderwerpen keihard te bestrijden. Je kan geen communist zijn en uitbuiting ondersteunen. Dat kan gewoon niet. Anders ben je geen ware communist. Dat is wat ik bedoel met handelen vanuit een ideologische invalshoek.

Suriname is absoluut niet gevrijwaard van de pogingen van de clandestiene homo organisatie die overal het homo-huwelijk tot stand wil brengen. Waakzaamheid is derhalve geboden. Homorechten zie ik niet als conventionele mensenrecht. Ik wens deze discussie aan te gaan met een ieder die anders beweert.

[uit Starnieuws, 16 april 2013]

Bert Eersteling is hoofd Bureau Onderwijs Binnenland van het Surinaamse Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling.

donderdag 11 april 2013

'Suriname wil geen discussie over doodstraf'

Het galgenveld van Suriname. Tekening W.E.H. Winkels, ca. 1850

Paramaribo - Suriname is voorlopig niet van plan de doodstraf te schrappen uit zijn wetboeken, ook al wordt die al bijna een eeuw niet meer uitgevoerd. Parlementsvoorzitter Jennifer Geerlings-Simons ziet daar simpelweg de noodzaak niet van in, zegt ze tegen ochtendblad de Ware Tijd. "Om de doodstraf te schrappen is er een wetswijziging nodig. Zowel binnen als buiten het parlement barst dan een onnodige discussie los waarop we niet zitten te wachten." Amnesty International, dat wereldwijd pleit voor een afschaffing van de doodstraf, reageert ontgoocheld.

"We zijn altijd blij wanneer landen niet meer tot executies overgaan of geen doodsvonnissen meer uitspreken. Het uiteindelijk doel is echter om landen zoals Suriname te bewegen de doodstraf ook helemaal uit de wetgeving te schrappen", meent woordvoerder Ruud Bosgraaf. "Amnesty moet zijn huiswerk beter doen. De doodstraf is hier een dode wet. Evenmin hebben we de intentie om die weer op te pakken.
Klik op afbeelding voor groter formaat

Alle middelen voor het uitvoeren van een doodstraf ontbreken hier", reageert parlementsvoorzitter Geerlings-Simons daarop. De laatste executie in Suriname dateert van 1927, toen een zekere Nicodemus Charles Apatoe tot de galg werd veroordeeld. De executie vond plaats op de binnenplaats van Fort Zeelandia in Paramaribo.

Nog steeds bepaalt het Surinaamse Wetboek van Strafrecht dat doodsvonnissen worden uitgevoerd door middel van ophanging. Alleen de krijgsraad kan veroordeelde militairen voor het vuurpeloton brengen. De straf kan worden opgelegd voor moord, maar wordt in de praktijk al jarenlang omgezet naar levenslang. Globaal is afschaffing nog steeds de trend. Over de hele wereld hebben nu 140 landen de doodstraf afgeschaft, in wetgeving of in de praktijk.

[van Novum, 11 april 2013]

dinsdag 19 maart 2013

'Onafhankelijk onder een mensenrechtenschender'

Desi Bouterse
Op vrijdag 22 maart organiseert de Vereniging Antilliaans Netwerk een bijeenkomst met Theo Para, pseudoniem van de arts Henry Does. Para, vanaf het begin criticus van de militaire dictatuur (1980-1987) in Suriname, verliet zijn geboorteland na de standrechtelijke executie van vijftien prominente voorvechters van de democratie op 8 december 1982 in Bastion Veere van Fort Zeelandia (Paramaribo), de zogeheten decembermoorden. Para zette zijn publicistische opstand tegen de dictatuur en straffeloosheid in Suriname voort in Aruba en Nederland.

Tijdens de bijeenkomst zal Theo Para in zijn lezing de situatie in zijn geboorteland, ruim 30 jaren na de decembermoorden, met nu de hoofdverdachte als president, bespreken. Hij doet dat met een knipoog naar de Caribische eilanden van het Koninkrijk en de  'lessons to be learned'. Daarbij krijgt u de gelegenheid tot het stellen van vragen.

Als moderator zal tijdens deze bijeenkomst Romeo Hoost, programmamaker, ex vakbondsman en lid van de vereniging Antilliaans Netwerk optreden.

Locatie: De Balie, Kleine Gartmanplantsoen 10, 1017 RR Amsterdam

Aanvang:  20:00 uur. Inloop vanaf 19:15 uur
Entree:  Leden gratis, niet leden 12,50 euro p.p., studenten 5 euro (op vertoon van collegekaart)
Vooruit betalen kost €10.
Storten kan op bankrekening 58.58.50.321 t.n.v. Vereniging Antilliaans Netwerk onder vermelding van naam, emailadres en telefoonnummer
Aanmelden:  Via info@antilliaansnetwerk.nl onder vermelding van uw naam

zondag 23 december 2012

De stille strijd van de Caribische vrouw

door Karin Lachmising

Hongerstakingen en spandoekleuzen zijn geen geëigende middelen voor de Caribische vrouw om tegen onrecht op te komen, betoogt Karin Lachmising. Aan de vooravond van de dertiende conferentie van de Associatie van Vrouwelijke Caribische Schrijvers en Studenten (ACWWS) neemt zij de pen ter hand. “Wat men niet ziet, is de strijd die in stilte wordt gevoerd.”
Albert Roessingh - Zie de mens

Nog voor mijn tienerjaren las ik alle verslagen van Amnesty International en kon ik nachten niet slapen van ongeloof over zoveel onrecht van mensen tegen mensen. Ik woonde toen nog in Nederland en was ervan overtuigd dat ik later, ‘als ik groot zou zijn’, iets zou doen dat te maken had met de strijd tegen onrecht en onderdrukking.
Dat ik me zo begaan voelde met dit onderwerp kwam door mijn oma, die zich inzette voor het vrij krijgen van politieke gevangenen. Ze was een doortastende, zachte vrouw met warme ogen en grijs haar dat was opgestoken in een altijd warrig uitziende bol. Ze werkte voor Amnesty International. Dat betekende dat er vanuit verschillende uithoeken van de wereld de meest kleurrijke figuren bij haar over de vloer kwamen. Ex-politieke gevangenen uit Kenia, een Fosterparentskind uit Guatemala en vooral jonge Noord-Ierse mannen en vrouwen.

Dwaas
Sean was zo’n Ierse jongen. Hij was gevangen genomen door het Engelse leger om zijn vermeende banden met het verboden Ierse verzetsleger, de Irish Republican Army (IRA). Sean had zijn mond open gedaan, gedemonstreerd en was daarvoor gevangengenomen en mishandeld.
Jaren later, toen ik in Suriname woonde, vroeg ik me af wat de invloed van onze leefomgeving is op de keuzes die we maken om uit onderdrukte posities te ontsnappen. Heeft elk grondgebied niet zijn eigen effectieve manier van strijd voeren?

Albert Roessingh - Hou je mond

De Associatie van vrouwelijke Caribische schrijvers en studenten (ACWWS), houdt voor de dertiende maal haar conferentie, dit keer in Suriname. Een steeds terugkerend thema in panels en presentaties tijdens dit literaire evenement, is de onderdrukking van de vrouw, haar rechten en haar strijd tegen fysieke en verbale mishandeling.
Met het woord strijd verschijnt er bijna automatisch een beeld van massabewegingen en spandoeken; vrouwen die in groten getale op straat gaan. In Argentinië werden zij de dwaze moeders genoemd, de Vereniging van Moeders van het Meiplein. Niet omdat zij dwaas waren. Het leek slechts dwaas om dertig jaar zwijgend met foto’s van hun vermiste kinderen over een plein te lopen, omdat de Argentijnse regering geen opheldering gaf over deze jonge mannen en vrouwen. Dit was hun kracht om een maatschappij te bewegen waarin van alles mis ging; hun manier om hun gevoel van onmacht te uiten, waardoor zij krachtiger werden en daarmee ook hun strijd.

Albert Roessingh - De gift

Theekransje
Maar is de ‘De strijd strijden’ pas een daad tegen onderdrukking in de vorm van een zichtbare beweging op straat? Betekent het dat we actiegroepen moeten vormen om iets gedaan te krijgen, daders aan de schandpaal moeten nagelen, met borden met leuzen, megafoon in de hand, roepend op grote podia? Of zullen we in hongerstaking moeten gaan tegen onrecht? Of wordt dat dan net zo’n verhaal als dat van ex-minister Herrenberg, eens een eenzame hongerstaker onder de mamaboom. Over hem wordt verteld dat hij ‘s avonds zijn portie bami toegediend kreeg.
Actiegroepen en petities in ons land hebben niet hetzelfde effect als in andere landen. Toch gebruiken we deze methoden, zonder ons af te vragen of het past bij onze samenleving. Vaak leiden ze juist de aandacht af, zijn ze zelfs een nog beter middel om niet te hoeven zien wat er werkelijk gaande is. Het onderwerp van protest wordt gebagatelliseerd, en daardoor ook de ernst ervan.
Ik zie voor me hoe vrouwen zich met spandoeken verzamelen bij ons nieuwe vlaggenplein. Men zal er lachend langs rijden, of misschien opkijken, met een opmerking over die ene daar in korte broek en dan roepen: ‘hey schat, geef me je ping’, met op de achtergrond de tonen van een ingehuurde dj. Ik ken immers de start van de strijdvaardige verenigingen, waarvan bijeenkomsten uiteindelijk ontaarden in theekransjes, waar de bak loempia’s en ‘wie heeft deze heerlijke sambal gemaakt’ meer onderdeel van gesprek werden dan het edele doel waarvoor de beweging was opgericht.

Albert Roessingh - Gang

Koel
Wie in Suriname woont en werkt, weet dat in de publieke opinie vormen van onrecht vaak weggehoond worden met misplaatste opmerkingen. Naar aanleiding van bijvoorbeeld nieuws over de zoveelste verkrachting, krijg je de meest verbazingwekkende, om niet te spreken van misselijkmakende discussies, gevoerd door zowel mannen als vrouwen. ‘Hmm, ze moet wel wat aankunnen hoor, als ze door drie van die grote penissen verkracht is.’ Ik kan me nog goed herinneren dat ik koud en stil in theater Thalia bij de film Rwanda zat, terwijl een rij voor mij in een lachsalvo uitbrak bij het beeld van een auto die niet vooruit kwam. De hoofdrolspeler in de film, die probeerde levens te redden, had niet door dat hij reed over duizenden lijken, Rwandese broeders in koelen bloede vermoord.
Te gemakkelijk denkt men in Suriname dat het tij wel zal keren, maar men vergeet dat na een etmaal weer de oude waterstand is bereikt. Een strijd tegen onrecht moet daarom in deze tijd, hier op Surinaamse bodem misschien op een andere manier gevoerd worden. Sean was op zijn grondgebied bereid zijn leven te geven tegen onderdrukking. In het systeem van zijn land was dat de manier om gehoord te worden. Maar hier wonen vele stille vrouwen, die hun energie moeten verdelen tussen hun strijd om te overleven en hun strijd tegen het onrecht dat ervaren wordt.

Albert Roessingh - Nachtmerrie

Woorden
Die laatste wordt in stilte gevoerd. Want geeft het land, de omgeving waarin wij wonen, aan vrouwen wel genoeg mogelijkheden om op straat en in bewegingen actie te voeren? En voor wie voert zij die dan? Wordt zij er zelf sterker door, of juist kwetsbaar, omdat ze haar energie kwijtraakt door anderen te overtuigen van de ernst van het onrecht?
Eintou Pearl Springer, een dichter wonend in Trinidad en Tobago, schreef in haar gedicht Dialogue with a Sister:

    ‘I can’t stand the fingers
    Pointed at me,
    exposing my private misery;
    the harsh reality
    that numbs me

Caribische schrijfsters zoals Eintou Pearl Springer geven vrouwen in onderdrukte posities een stem. De stilte waarin vele vrouwen leven spreekt zich uit in haar woorden. Haar leed in woorden omzetten is misschien wel een van de sterkste middelen van de Caribische vrouw. Vele werken van schrijfsters, zoals ook Satyem van Ismene Krishnadath, beschrijven een combinatie van onderdrukking en fysiek geweld. Niet-fysieke onderdrukking en onrechtvaardigheid hullen zich vaak in stilte. Die onzichtbaarheid van dit onrecht is misschien wel de grootste onrechtvaardigheid.

Albert Roessingh - Stirb und werde

Vruchtbaar

Op ons vruchtbare grondgebied is het planten van woorden wellicht doeltreffender dan ze te schreeuwen; geen spandoekleuzen, maar een stille strijd tegen het bagatelliseren van een onderwerp dat onterecht overwoekerd wordt door een oerwoud van ongeloof; ongeloof dat een mens in staat is een ander mens onrecht aan te doen.

Het is daarom logisch dat een conferentie die zich volledig richt op het leven en het werk van de Caribische vrouw, in Suriname gehouden wordt. Vier dagen lang zal tijdens deze dertiende ACWWS conferentie een uitwisseling van en over Caribische schrijfsters plaatsvinden. Aandacht wordt gegeven aan hun thema’s. De stilte waarin zij vrijheid creëren wordt daardoor belicht, hier in Suriname, in een omgeving waar zoveel vrouwen hun eigen stille strijd voeren.

Zonder dat de meeste mensen notie hadden van de daden van vrijheid die er zich afspeelden, was mijn oma’s huis het meest besproken huis in de omgeving. Wat zij creëerde aan haar grote mahoniehouten tafel, volledig bedekt met brieven en enveloppen met exotische postzegels, was een nieuw leven voor de eens onderdrukte mannen en vrouwen die zij vrij kreeg. Wanneer aan de ronde tafel van de conferentie de stille strijd van de Caribische vrouw besproken wordt, zal ik denken aan de mahoniehouten tafel van mijn oma, aan die vele postzegels en woorden die het mogelijk maakten dat wat in stilte tot stand kwam, uiteindelijk zichtbaar werd, gelijk de krachtige stille spandoeken van alle Caribische vrouwen die blijven schrijven.

De dertiende ACWS-conferentie, ‘Women’s efforts, women’s lives’, is gehouden van 8 tot en met 11 mei 2012 in Hotel Krasnapolsky.

Schrijver en publicist Karin Lachmising opereert in het maatschappelijk middenveld als ‘communicatiestrateeg met een filosofisch inslag’.

[uit Parbode, 1 mei 2012]

woensdag 30 mei 2012

Open brandbrief: 'Handen af van Fort Zeelandia'




Uitgenodigd door schrijver Michiel van Kempen en essayist Theo Para hebben binnen enkele dagen 123 mensen in Suriname, Nederland, Curaçao en Aruba de Open Brandbrief ‘Handen af van Fort Zeelandia’ ondertekend. De brief is een protest tegen de plannen van het Kabinet van de President om het Fort Zeelandia Complex onder zijn controle te brengen.

De tekst van de brief luidt:




Vanuit het Kabinet van President Bouterse zijn het Surinaams Museum en andere gebruikers van het Fort Zeelandia Complex in de vorm van ‘een plan’ te kennen gegeven dat uiterlijk 1 september 2012 het Fort Zeelandia moet zijn ontruimd. Dit om 'een nieuwe culturele invulling te geven aan het Complex die past bij de inzichten van het beleidscentrum.' Het Surinaams Museum heeft echter sinds vele jaren op uitstekende wijze culturele invulling gegeven aan het Fort Zeelandia. Er zijn tal van culturele manifestaties geweest, er zijn belangwekkende exposities georganiseerd en de ruimten van het complex bieden onderdak aan vooraanstaande culturele instellingen. Er is geen andere instelling in Suriname die zoveel Surinaams historisch-cultureel erfgoed beheert als het Surinaams Museum. Het doet dat zonder politiek oogmerk, zonder winstoogmerk en met als enig doel het conserveren en uitdragen van alle culturen die Suriname rijk is.

Het heeft voor de renovatie van het Fort Zeelandia substantiële ondersteuning gehad van Nederland. Die hulp aan het conserveren van het culturele erfgoed vond plaats in de geest van de culturele paragraaf van het Raamverdrag voor Vriendschap en Nauwere Samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname. In die zin kan het gerenoveerde Fort Zeelandia worden beschouwd als een cultureel project van vriendschap tussen de volkeren van Suriname en die van het Koninkrijk der Nederlanden.

Overgaan tot het ontruimen van het Fort Zeelandia Complex is een schoffering van alle bijzondere inspanningen die op het complex gedurende jaren zijn geleverd. De geest van rechtszekerheid en behoorlijk bestuur verdraagt zich niet met het willekeurig terzijde schuiven van gewekte verwachtingen.

Een bijzondere plaats in het Fort Zeelandia wordt ingenomen door het Nationaal Monument Bastion Veere - 8 december 1982, dat op 8 december 2009 met de onthulling van de plaquette door president-dichter Ronald Venetiaan officieel werd opgericht. De vijftien slachtoffers van de decembermoorden waren daarmee officieel gerehabiliteerd. Naast de plaquette bestaat het monument uit de muren van het Bastion waarin de kogelinslagen van de standrechtelijke executies zijn geconserveerd. Met het monument kregen nabestaanden en sympathisanten eindelijk een plek waar zij de gevallenen gezamenlijk kunnen herdenken en er bloemen kunnen leggen. Het monument ligt achter in het Fort Zeelandia en de toegankelijkheid en het beheer zijn slechts gegarandeerd door het Surinaams Museum. Als het Surinaams Museum moet verdwijnen uit het Fort betekent dat ook het eind van het Nationaal Monument Bastion Veere - 8 december 1982. Het is immers onbestaanbaar dat die hulde aan de vijftien voormannen van democratie en recht in Suriname past binnen 'een culturele invulling' van het 'beleidscentrum' van de hoofdverdachte.

Wij roepen allen op deze aanslag op de museale cultuur, de human rights memorial beweging en de Surinaams-Nederlandse vriendschap met klem af te wijzen.

[einde tekst]



Hieronder in alfabetische volgorde de namen van de ondertekenaars van de Open Brandbrief:



Natascha Adama, politicoloog

Willy Alberga, journalist

Marijke Amatdjais, Sociaal Juridisch Dienstverlener

Henna Asin, bestuurslid mensenrechtenorganisatie OGV/gepensioneerd leerkracht

Wim Bakker, muziekauteur

Kees de Bakker, uitgever Conserve

Rochitas Baldew, gepensioneerde

Shyam Baldew ,supervisor

Sylvia Baldew-Tilakdharie , OGV, gepensioneerde

Henri Behr

Noraly Beyer, journalist

Hans Blom, voorzitter bestuur Verzetsmuseum Amsterdam

P.B.M. Bolwerk, Oud waarnemend Directeur Surinaams Museum in Paramaribo/Oud museum consulent in de Provincie Gelderland/Oud Streekconservator in de Gemeente Ede/Oud directeur Nederlands Tegelmuseum

Ronald Bos, intercultureel letterenconsultant

Sharlene Bosk, Line Producer bij The Backlot

F. Brewster-Liesdek, gepensioneerd docente

Helga Burnet

John H. de Bye, chirurg

Ernestine Comvalius, Directeur Bijlmer Parktheater

Carmen Daal, namens nabestaanden van Cyrill Daal, Erven Daal

Eddy C. Dawson, bioloog/ondernemer

Gust De Weerdt, radiologisch laborant, gepensioneerd

Koenti De Weerdt-Baldew, radiologisch laborant, gepensioneerd

Jane Dijk

J.E. Dijkstra, leraar

John Djojo, ontwerper, beeldhouwer, schilder

Albert Doelwijt, tandarts

Thea Doelwijt, schrijfster/theatermaakster

Ida Does, documentaire filmmaker

Michel R. Doortmont, UHD internationale betrekkingen en Afrika studies/voorzitter Nederlandse Vereniging van Afrika Studies/lid ICOMOS Scientific Committee on Shared Built Heritage

Hans Dorrestijn, cabaretier/schrijver

Dolf Douglas

Olga Douglas-Jie A Looi
Bob Dwarka, secretaris VHP Nederland


Alfred Edelstein, directeur Joodse Omroep

H. van Eer

W.A. Egger, jurist

Lydia Emanuels, journaliste/radiomaakster

Andree van Es, wethouder te Amsterdam

Eva Essed-Fruin, voormalig directeur Instituut voor de Opleiding van Leraren, voormalig voorzitter Stichting Surinaams Museum

Maurice Ferrier, chirurg

Gerda Ferrier-Ho Kang You

Hermina G.B. Gaikhorst, vertaalster Spaans en Portugees

Ko van Geemert, publicist

Marijke van Geest, neerlandica

Carolyn Gerling, consultant

Monique Geux, facilitair coördinator

Janis Goede, project Manager

Jennifer Goede, socioloog

Jolanda Goede, thuisbegeleider Vierstroom

Betty Goede - Jong-A-Lim, voorzitter Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede

Rie Goede-Koster

Chequita Goedschalk, coördinator Archief en Kerkelijk Museum

Vanessa Goedschalk

Patty D. Gomes, historica

L.Y. Gonçalves – Ho Kang You, Staatsraad

Valérie Gonçalves, zelfstandig ondernemer
Carel de Haseth, schrijver

Martha Haverkamp,

Martha Hering

Jeroen Heuvel, docent Papiamentu, storyteller en theatermaker

Dorine E.G. van Hinte-Rustwijk, Frankrijk/Nederland

A.E. (Eurlien) Hira, registratiemedewerker

Rosemarijn Hoefte, historicus KITLV

Romeo Hoost, voorzitter schaduwbestuur Moederbond, in 1982, voorzitter Comité Herdenking Slachtoffers Suriname

Liesbeth van der Horst, directeur Verzetsmuseum Amsterdam

Isabel Hoving, literatuurwetenschapper

Mike Jacobs, socioloog

Rihana Jamaludin, schrijfster

Denise Jannah, zangeres/zangpedagoge/componiste/actrice

John Jansen van Galen, journalist

Els Jap-A-Joe

Karina Jap a Joe, chemisch technoloog

Sherman de Jesus, cineast

D.C.Jones-Overdulve, lid Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede

Jongeren Tegen Amnestie

Joke Kardux, universitair docent

Michiel van Kempen, schrijver/ bijzonder hoogleraar Caribische literatuur

Vanda Kernizon, social marketeer

Geert Koefoed, taal- en letterkundige

Ada Korbee, kunst- en cultuurmanagement

Sanne Landvreugd, saxofoniste

John Leerdam, politicus en theatermaker

Roos Leerdam-Bulo, informatiemanager

Enver Lieuw, software engineer

Helen Lionarons, psychotherapeut

Wilfred Lionarons, journalist

K.R. Lo Fo Wong, officier KL/SKM/KL b.d.

Ken Mangroelal, filosoof/schrijver

Jetty Mathurin, theatermaker

Ronald May, intercultureel psychiater

May Ling Thio, adviseur/onderzoeker

W.H. Metz, voorziter Stichting MoWic en gastonderzoeker Amsterdam Archeologisch Centrum, UVA

Agnes M. de Miranda-Tjon A Meeuw, sociaalwerkster/pro deo

Els H.P. Moor, redacteur de Ware Tijd Literair/redacteur van vele kinderboeken

Fred Muskiet, kinderarts

Kurt Nahar, beeldend kunstenaar in Suriname

Marianne Nga Yien Elias-Chan, jurist

Carol Nijbroek, MPA-Administrator

Gerard Nijkamp, directie-assistent bij CKC, 1971 tot 1975

Marjo Nijkamp-Treffers, diëtiste in het Diakonessen Ziekenhuis, 1971 tot 1974

Gert Oostindie, directeur KITLV/hoogleraar Caribische geschiedenis Universiteit Leiden

André R.M. Pakosie, natuurgeneeskundige/dichter/schrijver

Theo Para, essayist

Jetty Polanen, onderwijsdeskundige

Milton Ponson, Stichting Rainbow Warriors Core, internationaal activist voor duurzame ontwikkeling en mensenrechten

Ruth del Prado, gepensioneerd leerkracht

Pepijn Reeser, historicus

Gerard Reteig, journalist

Rita Rahman, schrijver, Nederlands Ambassadeur in Santo Domingo

Yasser Riedewald, ondernemer

Gino de Robles, contractadviseur Rijkswaterstaat

Jos de Roo, publicist

G. C. van Roozendaal, UD Internationale Betrekkingen en International Organisatie, Universiteit Groningen

M. Rozenblad, lerares

Wim Rutgers, buitengewoon hoogleraar Literatuurwetenschap en Literatuurgeschiedenis aan de UNA, visiting professor IOL

Yvonne Samson, moeder van de drie jongste kinderen van Cyrill Daal

Ruth San A Jong, schrijver en directeur van de Schrijversvakschool te Paramaribo),
José H. Schmitz, juriste

Tammo Schringa, beeldend kunstenaar

Paulette Smit, actrice

Willy Smits, gepensioneerd Bankemployee RBTT Suriname

Janice Sohansingh, dochter van Robby Sohansingh, Operations/Projectmanagement

Harold Sohansingh, namens de familie Sohansingh

Ravi(jay) Sohansingh, ondernemer

Rob Spong, huisarts te Curaçao

Adriaan van der Staay, cultuursocioloog

Dineke Stam, Intercultural museum and heritage projects

Karel van der Sterren, praktijktrainer en personal coach

Alex van Stipriaan Luïscius, hoogleraar Zuid-Amerikaanse geschiedenis, conservator KIT

Frits Terborg, boekhandelaar te Paramaribo

Anne-Marie Tjin-A-Tsoi, apotheker te Curaçao

P.P.A.M. van Thiel, internist, infectious diseases physician

Ronald Tjoe Ny, gepensioneerde

Ellen Tjon A Meeuw, freelance creative producer

Pieter van der Torn, arts

Owen Venloo, politiek en juridisch adviseur

Hebe Verrest, sociaal-geograaf

Karel de Vey Mestdagh, juridisch adviseur Buitenlandse Zaken/schrijver

Annette de Vries, auteur

Hein Vruggink, auteur Surinaams-Javaans woordenboek

Robert Vuijsje, schrijver

Carlos Weeber, voorzitter bestuur Curaçaosch Museum

Gloria Wekker, hoogleraar gender en diversiteit Universiteit Utrecht

Tanya Wijngaarde, redacteur

Ieteke Witteveen, ex-president Museum Association of the Caribbean

Eddy Wijngaarde, producent

Annet Zondervan, Directeur Centrum Beeldende Kunst Zuidoost, Amsterdam.

dinsdag 29 mei 2012

Sandew Hira, de afgewezen minnaar van Suriname



In zijn wekelijkse column op StarNieuws heeft Sandew Hira gister weer eens zijn monomane dekolonisatie-stokpaardje van stal gehaald, kennelijk heeft hij met zijn boek Decolonizing the Mind onvoldoende bereik gehad. Het nationale drama, de annexatie  van het Fort Zeelandia complex, grijpt hij daarom aan tot meerdere eer en glorie van zichzelf en de auteurs van zijn uitgeverij Amrit, Radjinder Bhagwanbali, De werving en selectie van arbeidskrachten onder het indentured laboursysteem uit India voor de kolonie Suriname, 1873-1916, en Armand Zunder, Herstelbetalingen, en hernieuwde verspreiding van zijn idee van dekolonisatie.
November 1975, het einde van een tijdperk, het standbeeld van Koningin Wilhelmina moet plaats maken voor het Onafhankelijkheidsplein, foto Surinaams Museum

Nu heeft Fort Zeelandia natuurlijk alles te maken met kolonisatie, maar het is niet zinnig, onkies, welhaast onethisch, om opnieuw de dekolonisatie-strijd op te pakken op het moment dat het hele complex geannexeerd wordt om de geschiedenis geweld aan te doen ten behoeve van de hoofdverdachte in het 8-december-proces. Daarbij gebruikt Hira ook nog valse argumenten: “Maar deze plek is in de loop der tijd verworden tot een folkloristisch museum dat die vier eeuwen durende geschiedenis van pijn en ontmenselijking bagatelliseert en zich beperkt tot 8 december. Het museale gedeelte heeft weinig te maken met de geschiedenis van onderdrukking en uitbuiting en de misdaad tegen de menselijkheid die daar begaan is. Het is een nietszeggend verhaal over cultuur- geschiedenis. Het hele concept van de misdaad tegen de menselijkheid is afwezig. Alleen het verhaal van de Decembermoorden springt eruit terwijl dit verhaal verbonden had moeten worden met het verhaal van pijn en verdriet door de eeuwen heen.”

Hier tegenover staat de perceptie van Theo Para en Michiel van Kempen in hun ingezonden brief in de Ware Tijd van vandaag: “Het Surinaams Museum heeft echter sinds vele jaren op uitstekende wijze culturele invulling gegeven aan het Fort Zeelandia. Er zijn tal van culturele manifestaties geweest, er zijn belangwekkende exposities georganiseerd en de ruimten van het complex bieden onderdak aan vooraanstaande culturele instellingen. Er is geen andere instelling in Suriname die zoveel Surinaams historisch-cultureel erfgoed beheert als het Surinaams Museum. Het doet dat zonder politiek oogmerk, zonder winstoogmerk en met als enig doel het conserveren en uitdragen van alle culturen die Suriname rijk is.”

Hira  is totaal verblind door “die vier eeuwen durende geschiedenis van pijn en ontmenselijking bagatelliseert en zich beperkt tot 8 december. Het museale gedeelte heeft weinig te maken met de geschiedenis van onderdrukking en uitbuiting en de misdaad tegen de menselijkheid die daar begaan is.” Het enige wat Hira ziet en wat voor hem telt is de kolonisatie, of dekolonisatie, al naar gelang. Hij ziet zijn kans schoon om de gedachte van Armand Zunder aan de man te brengen: “Het eeuwenoude fort zou ter nagedachtenis en eerbetoon aan de voorouders van de huidige Surinamers die in Fort Zeelandia zijn vernederd, gemarteld en ook het leven hebben gelaten kunnen worden omgedoopt van Fort Zeelandia in Fort Buku. Liefhebbers van historische namen zouden zich mogelijk kunnen troosten met de gedachte, dat de eerste naam van dit fort, Fort Willoughby was. De sporen van deze naam zijn echter uitgewist. Dit moet niet met de benaming Fort Zeelandia gebeuren. Omdat juist aan deze locatie het afschuwelijke verleden tussen Nederland en Suriname is verbonden moet er een plakkaat komen die uitlegt wat de naam Fort Zeelandia heeft betekend in de historie en verbonden is met het afschuwelijke verleden dat in herinnering moet blijven. Het fort wordt nu als een normaal historisch symbool geprojecteerd, terwijl de historie van de voorouders van vele Surinamers bewust of onbewust in presentaties in het fort wordt verdraaid.
Theo Para

We stellen voor", aldus nog steeds Zunder, "om de naam Fort Zeelandia te veranderen in Fort Buku, omdat Fort Buku de naam van het Fort is van waaruit de Surinaamse vrijheidsstrijder Boni opereerde. De naamsverandering zou moeten worden gezien als een overwinning van het goede op het kwade. Tegelijk met de naamsverandering zou er in dit fort een mausoleum kunnen worden geplaatst. Het mausoleum dient 24 uur per dag, 7 dagen per week, 365 dagen per jaar door militairen van het Nationaal Leger te worden bewaakt als eerbetoon aan de voorouders van de huidige Surinamers.” Alleen dit laatste zal (de militair) Bouterse aanspreken. Maar ook Zunder doet de werkelijkheid geweld aan door te stellen: ”Het fort wordt nu als een normaal historisch symbool geprojecteerd, terwijl de historie van de voorouders van vele Surinamers bewust of onbewust in presentaties in het fort wordt verdraaid.”
Michiel van Kempen

Hira sluit af met te zeggen: “Het huidige museum in Fort Zeelandia is een Nederlands koloniaal museum. Suriname heeft ook behoefte aan een nationaal museum. Ieder land heeft zo’n instituut. Het wordt tijd dat Suriname dat ook krijgt.” Waarschijnlijk is dit hele verhaal van Hira een ordinaire wraakactie, lees maar: “Het museum wordt ook beheerd vanuit een koloniale visie. Ik heb vorig jaar geprobeerd te filmen in het museum, maar kreeg geen toestemming hiervoor. De wachter aan de poort, een oude vriend van me, zei dat hij opdracht van hogerhand hand had om me niet toe te laten. Ik was daar met Armand Zunder voor een televisie-serie over de geschiedenis van Suriname. We mochten niet naar binnen. Een toestemming die niet onthouden werd aan de Nederlandse makers van de beschamende televisieserie getiteld ‘De Slavernij’. Die mochten zonder problemen filmen.”
Sandew Hira, de afgewezen minnaar van Suriname.

P.S.: Het was verwachtbaar, maar zó snel?!  Lees de reactie van Eugène van der San, de waakhond van Bouterse, op StarNieuws.

P.S. 2: Graag wil ik verwijzen naar een open brief van Stichting  het Surinaams Museum op StarNieuws van woensdag 30 mei, waarin de 'heren' Hira, Van der San en Doekhie beleefd doch krachtig op hun vingers worden getikt.

maandag 28 mei 2012

'Ons hele leven draait om het bos'


Case nr. 12.338


door Christine F. Samsom

Al maanden ligt het boek Saramaka. De strijd om het bos, te wachten op bespreking. Het boek bevat het vonnis van het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens (IACtHR), geredigeerd door de jurist Fergus MacKay en uitgegeven door het KIT in Amsterdam, met financiële ondersteuning van Oxfam-Novib. De eerste 50 bladzijden geven een historisch overzicht over de aanleiding van de gang van het Saramakaanse volk naar de Inter-Amerikaanse Commissie en het Hof en de werking van die twee organen van de O.A.S. Van pagina 63 tot 210 staat het vonnis van 28 november 2007 en de interpretatie van dit vonnis op 12 augustus 2008, gewezen door het Inter-Amerikaanse Hof  in de zaak van het Saramakaanse volk versus de staat Suriname.  Als bijlagen zijn er tot slot verklaringen van twee getuigen opgenomen.

Ja, het boek gaat over de grondenrechten, in het boek worden ze landrechten genoemd, van het Saramakaanse volk, een half jaar  geleden nog hot item in alle media vanwege de vroegtijdig, abrupt afgesloten conferentie op Colakreek.

Amazone regenwoud onder water

In juli 1997 werd het Boven-Suriname-gebied opgeschrikt door de komst van Chinezen die gidsen zochten om het bos in te gaan om te kijken naar de hoeveelheid winbare bomen in het gebied. Na enig speurwerk werd een concessie-aanvraag bij LBB aangetroffen voor een gebied van 127.000 ha aan de linkeroever van de Surinamerivier ongeveer tussen Pokigron en de overkant van Semoisi, een gebied waar grote dorpen als Guyaba, Pikin Slee, Nw-Aurora, Botopasi, JawJaw en nog zo’n 18 kleinere dorpen te vinden zijn. Wie zich verdiept heeft in het leven van de Saramakaners (en dit geldt natuurlijk ook voor de andere inheemse en tribale volken) weet, dat het leven van de mensen daar draait om het bos, zoals kapitein César Adjako van Kajapaati tijdens een verhoor voor het Inter-Amerikaanse Hof van de OAS in Costa Rica  zo kernachtig uitdrukte. Als vreemdelingen de bomen achter hun dorpen zouden kappen en meenemen (en daarbij het bos, de kostgronden, de heilige plaatsen, de kreken, de jachtgebieden  niet onbeschadigd zouden laten!!), waar zouden zij dan nog hout vandaan halen voor hun boten, huizen, peddels en andere gebruiksvoorwerpen? Die verwevenheid van het leven van de binnenlandbewoners met het bos speelt een hoofdrol in het vonnis van het IACtHR. Uit de getuigenissen in de bijlagen op de laatste pagina’s blijkt dat ook  heel duidelijk. Het pas schoongemaakte kostgrondje van Silvi Adjako ergens langs de Atjonipasi werd door Chinese houtkappers van Ji Shen (onder bescherming van militairen van het Nationaal Leger), totaal overhoop gehaald, de kreek waaruit ze haar drinkwater haalde werd dichtgegooid en vervuild. In totaal verloor Silvi drie kostgrondjes en leed daardoor grote schade! De mannen van het gebied mochten daar ook niet meer jagen van de Chinezen.

Houtkap bij Brokopondo, augustus 2007; foto archief Kraaijer

Het verhaal van Silvi is exemplarisch voor het gebrek aan zorg van opeenvolgende regeringen voor het welzijn van de binnenlandbewoners. Silvi werd ook nog eens geboren in een dorp dat nu op de bodem van het stuwmeer ligt. De bouw van de stuwdam heeft veel meer impact gehad op het denken van de Saramakaners over de centrale regering in Paramaribo, dan mensen in de stad over het algemeen waar willen hebben. Lees daarvoor de verhalen uit ‘Rond het sterfbed van mijn dorp’ van Dorus Vrede maar. In elk geval heeft die ingrijpende gebeurtenis zeker ook bijgedragen tot de wens om het probleem van de landrechten grondig aan te pakken. Toen de toenmalige regering eind 90-ger jaren niet reageerde op brieven van het Saramakaanse volk, dienden de 12 Saramakaanse lö als eigenaren van de grond samen met de Vereniging van Saramakaanse Gezagsdrager (VSG) met hulp van de in landrechten gespecialiseerde advocaat Fergus MacKay in oktober 2000 een petitie in bij de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens. Die petitie werd bekend als ‘Zaak 12.338, Twaalf Saramakaanse Clans’.

In het boek wordt ingegaan op de mogelijkheden die de OAS heeft geschapen via de ‘Amerikaanse Verklaring inzake de rechten en plichten van de mens’ uit 1948 en het ‘Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens uit 1969, waar Suriname in 1987 lid van werd. Daarmee erkende Suriname zonder voorbehoud de bevoegdheden van de Inter-Amerikaanse Commissie en het Hof. In 2007 oordeelde de Commissie onder andere dat de staat Suriname ‘het recht op rechtsbescherming in artikel 25 van het Amerikaans Verdrag had geschonden’ en deed aanbevelingen aan Suriname. Omdat Suriname niet adequaat reageerde, stuurde de Commissie de petitie door naar het Inter-Amerikaanse Hof dat in november 2007 vonnis wees in het voordeel van het Saramakaanse volk. Het vonnis is niet alleen in extenso afgedrukt, maar ook toegelicht in het boek. Voor mensen die hun nieuwsgierigheid ten aanzien van de grondenrechten willen bevredigen, geeft dit boek een duidelijke uitleg.

Hugo Jabini

Toch heb ik één groot probleem: Voorop het boek staat, in vol bigi-pangi-ornaat, de woordvoeder van de VSG, Hugo Jabini. Vele malen stelde hij in de media de nalatigheid van opeenvolgende  regeringen aan de kaak om de rechten van het Saramakaanse volk te erkennen. Vele malen reisde hij naar Washington, Costa Rica en Genève om te getuigen over de schending van de rechten van zijn volk. Hij kreeg zelfs samen met de voorzitter van de VSG, hoofdkapitein Wazen Eduards, de Goldman Environmental Prize. Als deze intussen afgestudeerde jurist en parlementariër de jurisdictie van het IACtHR van wezenlijk belang acht voor de erkenning van de rechten van zijn volk op het land waar zijn voorouders al eeuwen wonen, hoe kan hij dan stemmen vóór de amnestiewet die ook na de recente uitspraak van de Krijgsraad volgens deskundigen op het gebied van internationaal recht tegen internationale verdragen ingaat die Suriname heeft getekend? Het IACtHR heeft talloze uitspraken gedaan waarin amnestie voor mensenrechtenschenders wordt afgekraakt. Genoemd kunnen bijvoorbeeld worden de uitspraken van het Hof tegen de amnestiewet van Brazilië in november 2010 en natuurlijk de Moiwana-case. Is Jabini het eens met zijn fractievoorzitter Panka, één van de indieners van de amnestiewet, dat de OAS zich niet moet bemoeien met de binnenlandse aangelegenheden van Suriname? Geldt dat dan niet ook voor het Inter-Amerikaanse vonnis ten aanzien van de Saramaka-case? Compromitteert Jabini met zijn stemgedrag daarmee niet ook de jarenlange inzet voor de Saramakaanse zaak van getuige-deskundigen in het proces, zoals Richard Price, Peter Poole en David Padilla, en niet in de laatste plaats van de mensenrechtenjurist Fergus MacKay?

  
Saramaka, de strijd om het bos; inclusief de uitspraak van het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens. Redactie Fergus MacKay. 223 pp. Amsterdam: KIT Publishers 2010. ISBN 978 90 6832 612 3, Nugi 680/828.