Posts tonen met het label Wawoe Kilian. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wawoe Kilian. Alle posts tonen

woensdag 22 december 2010

Bankieren of Het menselijk tekort

signalement


door Aart G. Broek

Bonus: deze meeslepende kijk in de keuken van het bankwezen is afkomstig van een man die zijn voorouderlijke roots op Curaçao heeft liggen: Kilian Wawoe. Geboren in Nijmegen. Van zijn vaderskant stamt hij echter af van ‘slaven die naar Curacao werden gevoerd, maar zich al snel konden vrijkopen. Ze mochten hun eigen naam houden.’ (NRC Weekblad, 13/19 november 2010) Geen reguliere historische achtergrond, wat de eigen levensloop van Wawoe tot nu toe evenzeer kenmerkt. Tien jaar was hij werkzaam als personeelsmanager bij ABN-AMRO in Nederland, India, België en Monaco. Van binnenuit heeft hij de smadelijke teloorgang van de trots van het Nederlandse bankwezen meegemaakt. En er zijn steentje aan bijgedragen.
Evenals zijn collega’s was Wawoe een alleszins ondernemende bankier. Als zodanig streek hij – gezien het behalen van de voorafgestelde ‘targets’ – aantrekkelijke bonussen op. Idealiter, zo wees zijn eigen onderzoek uit, wordt een ‘goede’ bankier aangestuurd door drie persoonlijkheidskenmerken: een hoger dan gemiddelde intelligentiescore, extravert, en nauwgezet. Achter deze kenmerken gaan weer andere eigenschappen schuil, zoals gedegen assertiviteit, actief, resultaatgericht, ordelijk, betrouwbaar, ijverig, doelgericht, zelfredzaam. ‘Medewerkers die nauwgezet zijn, zijn vaak ook in hogere mater integer, meer dan hun minder nauwgezette collega’s,’ eindigt Wawoe de opsomming.

Wawoe kan een zekere ‘nauwgezetheid’ stellig niet ontzegd worden. Bijgevolg (?) zou een achtenswaardige ‘integriteit’ hem ertoe hebben kunnen aangezet zijn persoonlijke ervaringen en bevindingen op papier te stellen en te laten uitgeven. Hoe het ook zij, onder de titel Bonus verschijnt een alleszins vlot lezend relaas, dat soms zeer speels stoeierig is en een boeiende boodschap herbergt. Wawoe maakt tastbaar duidelijk dat het bankwezen niet zonder meer gedragen wordt door mensen met voornoemde kenmerken. Hij laat zijn licht schijnen op de drijfveer die zijns inziens het handelen van de bankiers, meer in het bijzonder in de top van het bankwezen, karakteriseert: winnen! In het bedrijfsleven en bovenal in het bancaire wezen, zo verdedigt Wawoe, worden mensen ‘gedreven door de wil om te winnen’.

Wawoe neemt zijn lezers bij de hand en leidt ze door de bankwereld, opent deuren en laat ons kijken naar deze spelers, waartoe hij zelf ook behoorde, aan een bancaire casinotafel. In deze wereld ‘kijken [de bankmanagers] goed om zich heen en zetten dan in. Ze nemen grote risico’s en vertalen hun risicovolle strategieën in targets. Iedereen in de bank wordt geacht die targets te halen. Wie aan de verwachting voldoet krijgt een bonus, wie dat niet doet krijgt niets.’ De keerzijde is, dat spreekt, dat deze mensen een ding absoluut niet willen: verliezen. Dat zou nog wel eens een krachtiger drijfveer kunnen zijn, zo meent Wawoe. Zijn rondleiding levert een boeiend betoog op, niet in de laatste plaats door de eigen emotionele kwetsbaarheid die in het boek afgewogen is verwerkt. Zo is ruimte ingebouwd voor twijfel en trots, vriendschappen, vaderschap, boze verontwaardiging, tederheid.

Toch lijkt mij Wawoe net even te vroeg zijn zoektocht te hebben afgebroken. Het ‘winnen’ en de ‘angst voor verliezen’ zijn ongetwijfeld dominant aanwezig in het bancaire leven. Dat zijn sowieso kernelementen in het hele maatschappelijke leven dat wij met elkaar vormen. De vraag moeten we stellen, waarom willen we winnen? Wat betekent ‘winnen’ eigenlijk? Wat brengt het ons? Het is evident dat het niet om de centen gaat, daar heb je al spoedig meer dan genoeg van: ‘Ze spelen niet aan de roulettetafel om een bepaald bedrag binnen te halen.’

Naast eten en drinken, bescherming tegen kou en/of hitte, is er een absolute behoefte aan: geborgenheid. Experimenten te over – en anders levert de praktijk voorbeelden genoeg – om aan te tonen, dat we ons ‘geborgen’ willen weten: we kunnen niet zonder acceptatie, waardering, bewondering, koestering. Wat anders is ‘winnen’ dan het intense verlangen naar absolute ‘geborgenheid’. Je op handen gedragen weten. Vandaar ook de angst voor ‘verliezen’, wat niets anders is dan het verlies van geborgenheid. Niet voor niets is een van de grootste angsten: schaamte, d.w.z sociaal-emotionele afwijzing. We doen alles om dat te voorkomen. Bancaire managers zijn net mensen zoals u en ik.

In het bankwezen werd het intense, menselijke verlangen naar acceptatie en bewondering aangejaagd door de bonussen. Wawoe wrijft het ons de nodige keren in: niets heeft zo fnuikend gewerkt als het opstellen aan het begin van het jaar van ‘targets’ die, eenmaal gerealiseerd, bonussen oplevert. In emotionele zin wordt voornoemde ‘geborgenheid’ ermee bewerkstelligd: waardering, bewondering, acceptatie: je hoort er helemaal bij! In de praktijk zorgt het er vooral voor, dat mensen enorme risico’s nemen. Medewerkers – van hoog tot laag – worden aangespoord om het eigen belang boven het gemeenschappelijke belang van de onderneming te plaatsen. Het halen van targets is geen enkele garantie dat daarmee de organisatie als zodanig een dienst wordt geleverd. Het verhoogt vooral de kans op fraude. In het bankwezen zijn de bankiers zelf echter niet degenen die de risico’s dragen. Dat doet uiteindelijk de belastingbetaler.
In de bancaire wereld zijn de consequenties die de belastingbetaler draagt, immens gebleken. Het is echter niet alleen deze wereld, zoals Wawoe opmerkt, waar de risico’s niet door het ‘bedrijf’ worden gedragen, maar door de belastingbetaler. Wat te denken van het onderwijs, de gezondheidszorg, de sociale werkvoorziening, musea en meer van dergelijke organisaties die als ‘bedrijf’ de ‘markt’ opgingen, en waarvan de directeur ‘chief executive officer’ werd.

Wat er vervolgens zo voor de hand lijkt te liggen om de geconstateerde problematiek om te buigen in gunstige zin: ‘zorg ervoor dat het streven naar eigen belang voor de medewerker minder aantrekkelijk wordt door bonussen af te schaffen’. Wawoe tekent in algemene termen wat hiervoor in de plaats zou moeten komen. Met onverhulde verbijstering, moet hij echter constateren, dat er sinds de crisis feitelijk niets is veranderd. In krachtdadige oplossingen blijken politiek, media en vakbondswezen nauwelijks geïnteresseerd. Politici maken zich druk om immigratie, media nagelen de zondebokken (losers) uit het bankwezen aan het kruis, en vakbonden koesteren de transparantie van ‘targets’ voor hun leden. Dit mag het vigerende handelen van de respectieve gremia ogenschijnlijk rechtvaardigen, misschien is er toch vooral spraken van boter op ons aller hoofd.

Worden we niet allemaal gestuurd door dezelfde emoties als de vermaledijde topmanagers van de banken? Winnen, dat wil zeggen, de roep: ‘koester mij!’ Wij allen koesterden Groenink (man van het jaar 2005), Lippens, Goodwin, Scheringa (‘een voorbeeld voor ons allemaal,’ sprak Balkenende) en andere bankiers. Wij zetten ze aan tot uitzonderlijke risico’s en excessieve gedragingen, opdat ze onze bewondering zouden behouden. Zij waren topscoorders. Zoals we dat zelf – al dan niet in de bancaire wereld – willen zijn: zo op handen gedragen te worden! They lived our dreams.
Ons verlangen wordt duur betaald.


Kilian Wawoe, Bonus; Een Nederlandse bankier vertelt. Amsterdam: de Bezige Bij, 2010. Papercover, 204 p., € 17,90.