Posts tonen met het label Simia Literario. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Simia Literario. Alle posts tonen

zondag 9 maart 2014

In memoriam Richard de Veer

Richard de Veer: 10 juni 1929 - 6 maart 2014

Dag Richard

door Libèrta Rosario


Richard de Veer
Vandaag kreeg ik het droevige bericht dat Richard de Veer op 6 maart 2014 op 84-jarige leeftijd is overleden. Richard was al een tijd ziek en woonde in een verzorgingshuis. Richard was een bescheiden, rustige persoon, de nestor van Simia Literario, die haar net als zijn vrouw Janny altijd trouw is gebleven.
Hoewel Richard al vele jaren hier in Nederland woonde, is hij altijd veel van zijn geboorte-eiland Aruba en zijn taal Papiamento blijven houden. Het volgende gedicht ‘Oda na  Hooiberg’ is daar een bewijs van.

Richard bedankt voor alles wat je voor Simia Literario hebt betekend en rust zacht.


Ayó  Richard

Awe m’a haña e notisia tristu ku Richard de Veer a fayesé dia 6 di mart 2014 na edat di 84 aña. Richard tabata malu un tempu kaba i tabata biba den un kas di kuido. Richard tabata un persona modesto, trankil, e nestor di Simia Literario, ku semper a keda fiel na dje, meskos ku su kasá Janny.

Ounke Richard tabata biba hopi aña aki na Hulanda, semper e la keda ku un amor grandi pa su isla natal Aruba i su idioma Papiamento. E siguiente poesia ‘Oda na Hooiberg’ ta demostrá esei.


Richard danki pa tur loke b’a nifiká pa Simia Literario i sosegá na pas.


Oda na Hooiberg

Sinta den stupi di mi wela
Cara fiha pariba
Mi ta weita y gosa ful
Con mahestuoso bo ta.

O, wardado di Playa!
Unda cu mi bay
Bo ta mane mi sombra
Cu no ta laga mi so.

Ora mi ta core auto
Bo ta mi Stre’I Nort
Pa indica mi sin faya
Na unda asina mi ta.

Den tempo di awacero
Bo ta gusta laba cabes
Mane ta fiesta bo ta bay
Perfuma pa hole dushi.

Despues flor di kibrahacha
Ta tapa bo dj’ariba te abou
Un bata mane di oro
Ni si ta rei di Congo bo ta.

O, mi guia di tur dia
Con mi por lubida bo nunca!
Ta bo ta mi compañe
Mainta, merdia, atardi.

Awor, cada bes mi yega dj’afo
Bo ta di prome pa cuminda mi.
Mi curason ta mane habri
Mirando alomenos un cos conoci.
                       

Richard de Veer

vrijdag 30 augustus 2013

Frida Domacassé over Griekse poëzie

Sappho (640-548 v.Chr.)
Simia Literario organisatie een lezing over de klassieke geschiedenis van de poëzie, Spiegel van de Griekse Poëzie, door Frida Domacassé Winklaar. Het programma bestaat uit: Introductie, voordrachten van poëzie en muziek (cd) uit de periode van de Oudheid, Hellenisme, Byzantijnse tijd, onder Frankisch en Turks bewind, negentiende eeuw [?] tot heden.

Datum: 7 september 2013
Inloop 14.00u. Lezing 14.30u tot 16.30u.

Locatie: Profor, Keienbergweg 3, 1101 EZ Amsterdam-ZO.

A.u.b. aanmelden via simia@simialiterario.nl vóór 5 september
Toegang gratis, een vrijwillige bijdrage wordt geapprecieerd.

woensdag 29 mei 2013

Poëziemiddag Simia Literario

[Bericht van Wendela de Vries]

Beste Simiavrienden,

Het is bijna zover. Op 15 juni, om 15.30 u in het prachtige lichte kerkje van Sloten (A’dam), gaan gedichten die door 5 van ons zijn geschreven het levenslicht zien! Alida Kock, Artwell Cain, Joan Lesie, Quinsy Gario (T. Martinus) en Olga Orman dragen hun eigen werk voor, afgewisseld met bijzondere koorzang door het Koor van Meneer de Wit en solozang uit de 20ste eeuw.

De muziek en de gedichten zullen heel lieflijk en stralend als de zomerzon zijn, maar soms ook rauw, somber of confronterend, zoals het leven zelf.

Ik hoop echt dat iedereen van Simia, met partners en kennissen en familie kan komen! In de flyer staan alle gegevens mbt adres, kaartverkoop. Wees er snel bij, want er kunnen maximaal 180 mensen in de kerk. We hopen allen te ontmoeten die middag!

Hartelijke groet, Wendela

donderdag 2 mei 2013

Workshop spelling Papiaments (Papiamentu en Papiamento)

Aruba


Zaterdag 11 mei aanstaande, organiseert Stichting Simia Literario een openbare workshop
spelling Papiaments (Papiamento en Papiamentu) als voorbereiding op het komend dictee
van 21 september 2011 van Stichting Simia Literario.

Er is een plenair gedeelte aan het begin, waarin het programma wordt doorgesproken.
Daarna gaat de groep in twee groepen uiteen, een Papiamento- en een Papiamentu-groep.
De deelnemers krijgen een reader met de regels van de schrijfwijzen (orthografieën).
 
Frida Winklaar
De workshop Papiamentu wordt begeleid door Mevrouw Frida Winklaar Domacassé.
De workshop Papiamento wordt begeleid door Mevrouw Olga Orman.

Inschrijving voor deelname via het mailadres: simia@simialiterario.nl
of  schriftelijk t.a.v. Mevr. Olga Orman, Zocherstraat 83-2,1054 LW Amsterdam.

Olga Orman


Voor de deelname wordt een bijdrage van 5 euro gevraagd.
U kunt dit bedrag op de dag van de workshop betalen.

Datum: zaterdag 11 mei 2013
Tijd: 13.00 tot 17.00 uur
Programma: 13.00 uur inloop met koffie en thee
                      13.30 uur start workshop, plenair
                     14.00 uur in groepen
                     15.30 uur pauze                
                     16.00 -17.00 uur afronding
Plaats: Profor, Keienbergweg 3, 1101 EZ Amsterdam


Route:
Vanaf Station NS Bijlmer Arena:roltrappen af, linksaf naar de uitgang naar het busstation  en dan rechtdoor blijven lopen. Voorbij enkele kantoorgebouwen steekt u over en blijft  rechtdoor lopen, bij het grote kruispunt oversteken en dan ziet u een rond gebouw op de hoek. U loopt door en ziet dan laagbouw met witte gebouwen en op de hoek het gebouw 'JEVEKA'. Daar loopt u de straat in en dat is de Keienbergweg.
ProFor is dan meteen links op de hoek. Het is ongeveer 10 minuten lopen.
Met de auto:
Zie ANWB routeplanner

maandag 15 april 2013

Wendela de Vries: "Cultuur is naast inspirerend en bijzonder, ook gewoon wérk!" (2 en slot)

door Quito Nicolaas
Wendela de Vries

Het liefst exposeert Wendela de Vries haar werk tijdens zichtdagen voor een algemeen publiek, zoals de Kunstroute. Ze hoopt vurig dat haar schilderij Salix Esperanza dit jaar óók gedurende de Zomerexpo 2013 in het Gemeentemuseum in Den Haag komt te hangen. Haar inspiratie put ze uit de dagelijkse praktijk en al dat andere dat om zich heen gebeurt. Voor het kinderboek Michi verzorgde de Vries heel toevallig de omslag, waarna een duurzame vorm van samenwerking met Simia Literario ontstond. Ondanks de teleurstellende uitspraken van Nederlanders over Curaçaoënaars, heb je genoeg macamba’s die nog steeds hun medemens met respect bejegenen. Solidariteit is geen kwestie van kleur. Vandaag het slotdeel van ons vraaggesprek met kunstenaar/dichter Wendela de Vries.

In de verzamelbundel Wie ik ben/Ta ken mi ta is een tweetal van je gedichten opgenomen. Welke boodschap dragen deze gedichten uit?
De Simia-groep heeft aan dit project, dat eerst als werktitel “Identiteit” had, heel hard gewerkt, onder leiding van Fred de Haas. Het was leerzaam en soms ook confronterend, door de discussies die ontstonden. Ik was zeer onder de indruk van de rijkdom van de Caraïbische poëzie, waarover Fred ons twee colleges gaf: dichtkunst van bijvoorbeeld Cuba, Puerto Rico, Aruba, Curaçao, Trinidad, Jamaica en Guadeloupe. Dat inspireerde ons als groep enorm.

Eerder hadden we al een college van Henry Habibe gehad; een openbaring vond ik dat. Toen heb ik voor het eerst kennis gemaakt met ‘close reading’, d.w.z.   dat je puur het gedicht ontleedt en niet steeds teruggrijpt naar de identiteit van de dichter. Mijn dochter vertelde me pas dat ze dat in de literatuurwetenschap ook wel ‘de dood van de dichter’ noemen.

Het gedicht “Concert” gaat over het moment dat het koor klaar staat in de gang van de kerk en ik in mijn eentje naar voren loop en dan het publiek toespreek. Het is een heel verstild maar tegelijk beladen moment als ik daar sta. In het gedicht probeer ik dat te beschrijven. Het gedicht “Rode Brem” gaat over tuinieren en ‘de band met een plant’ en daardoor met mijn (overleden) ouders en geliefden.
Michi

Als illustrator heb je het prentenboek Michi (2009) geïllustreerd. Hoe gaat de uitvoering van zo’n opdracht in z’n werk?
Olga Orman bezocht mijn atelier in Meneer de Wit en zag een grote gekleurde tekening met de naam “Papayameisje”. Olga zag in het peutertje de hoofdpersoon van een door haar gemaakt gedicht ‘Michi un mucha no ke bebe lechi, Michi un mucha no ke tapa ku klechi…’ en vroeg me toen of ik daar illustraties voor een prentenboek bij wilde maken. Dat werd een intensieve samenwerking. Ook met Jan Kees; hij wilde het grafisch ontwerp wel maken. Olga vond daar uitgeverij La Kock Publishing bij en 2 jaar later was Michi in 4 talen een feit. Olga en ik zijn in 2009 met koffers vol Michi’s samen een maand naar Aruba, Bonaire en Curaçao geweest om les te geven en voor te dragen, en in 2010 naar een bibliotheekcongres in Santo Domingo. Een geweldige ervaring en immens leerzaam. Danki Olga, cu nos a conoce otro!

Zowel voor de bloemlezing Wie ik ben/Ta ken mi ta als Topa Tula/Ontmoet Tula had je de omslag ontworpen. Ligt hier je passie?
Jazeker, ik ben in de eerste plaats beeldend kunstenaar. Vooral Topa Tula vond ik zeer belangrijk om te doen. Ik wilde dat Tula een méns werd, geen vaag historisch figuur en dat hij iedereen in de ogen kijkt, vooral de Nederlanders die nog nooit van hem gehoord hebben. Daar kunnen zij niets aan doen, in de geschiedenisles in Nederland is nauwelijks aandacht besteed aan de slavernij. Ik hoop dat dat na dit jaar gaat veranderen. Ik had graag gehad dat Quinsy Gario, zelf ook revolutionair, model had gestaan. Hij wilde ook meewerken, maar was te druk bezet. Ik heb toen, met zijn toestemming, foto’s van hem, maar ook van een voetballer uit de krant gebruikt.

Hoe vertaal je een gedicht in een schilderij en andersom? 
Dat gaat eigenlijk niet, het zijn verschillende uitingsvormen. Natuurlijk zijn er wel overeenkomsten. Ik hou niet van cynisme of geweld. Dat zal je dus nooit tegenkomen in mijn schilderijen, tekeningen noch gedichten. Ben nu bezig aan een grote prent van 1.35 m breed bij 2 meter hoog. Het is een oude wilg, die ik Salix Esperanza heb genoemd. Dit voert weer naar een gedicht uit 2011 dat ook Esperanza heet.
Wendela de Vries - Rijst

Als kunstenares houd je jaarlijks een aantal exposities in het hele land. Hoe werd de expositie van Huid & Haar ontvangen? 
Die expositie was in Museum Joure (Fr) in een klein zaaltje, met mooie vitrines. Ik heb er niets verkocht, dat komt misschien ook door de locatie, mensen komen er niet naar toe om te kopen. Ik vind de directheid van mijn kunst verkopen heel aards en daarom heel aantrekkelijk. Wat is er mooier dan iets maken, mooi inlijsten, dat verkopen, en daar dan je boodschappen van doen? Zeker in deze crisistijd. Bij het verkopen via een galerie gaat er erg veel van je opbrengst af; en moet je aan de persoonlijke smaak van de galeriehouder voldoen. Daarom houd ik het het liefst zelf in de hand
Ik doe dit jaar in lente en zomer bijvoorbeeld mee aan twee kunstroutes in Zuid Holland/Zeeland, waar ik voor gevraagd ben. Ook geef ik teken- en schilderles bij WG-kunst in Amsterdam. In 2012 heeft mijn werk Ananasplukster in het Gemeentemuseum in Den Haag gehangen. Dat was de kroon op mijn werk, want ik vind dat het mooiste museum van Nederland. En… het werk gaat over de verschillen die stammen uit de koloniale tijd. Een hardwerkende Afrikaanse vrouw met een kindje op haar rug en in de bast van de bomen in de achtergrond zie je brave Noordelijke kerkgangers, gebaseerd op Max Havelaar, het onrecht en de hypocrisie van het kolonialisme.

Voor het bezichtigen van het werk van Wendela de Vries, kun je de volgende sites bezoeken:

maandag 1 april 2013

Wendela de Vries: "Cultuur is naast inspirerend en bijzonder, ook gewoon wérk!" (1)

door Quito Nicolaas
Wendela de Vries

De tijden dat een kunstenaar zich uitsluitend op een enkel terrein beweegt is passé. Tegenwoordig combineren kunstenaars verschillende disclipines met elkaar om iets moois van te maken. Zo ook Wendela de Vries die verschillende levensfase in een ander land had doorgebracht. Haar ouders schreven ook, met name korte verhalen. Wendela's moeder Nelly Verkuyl had zelfs in 1947 een kinderboek bij Uitg. Meinema in Delft uitgegeven. Het lijkt er op dat haar gevoelswereld, denkwijze, manier van praten, kijk op de samenleving, menselijke emoties, politiek correctheid en dagelijkse keuzes allemaal doordrenkt zijn van de diverse culturen die ze in zich draagt. Als artistiek-leider van het Kunstcentrum Meneer de Wit  komt ze tot enige rust of juist tot leven. Vandaag een interview met dichter en kunstenaar Wendela de Vries.

Je groeide op in Enschede, Nieuw Guinea, Suriname en op Bonaire. Hoe heb je al die verschillende uiteenlopende culturen in 1 persoon kunnen vereenzelvigen?
Mijn ouders zaten in het onderwijs en ik ben enig kind. Ze hadden een breed en integer wereldbeeld, waren geen ouderwetse kolonialen. Mijn thuisbasis was dus heel veilig en vertrouwd, waardoor ik het in ieder land waar we woonden, wel een uitdaging vond om op onderzoek uit te gaan en vriendjes en vriendinnetjes te maken. In mijn vroegste jeugd (1962) heb ik ook een jaar op Nieuw Guinea gewoond en met Papuakinderen gespeeld.
Kunstwerk van Wendela de Vries

Ik heb alleen nog wat geur-, kleur en klankherinneringen aan Sorong, nu West- Papua, maar ben er van overtuigd dat die mij ook gevormd hebben. In Suriname (van mijn 6de tot 8ste jaar) heb ik leren lezen, schrijven, zwemmen en fietsen. Op Bonaire (van mijn 10e t/m mijn 13e) werd ik me bewust van mijn identiteit. Op de katholieke meisjesschool kwam ik erachter hoeveel invloed de slavernij als historisch feit heeft gehad op de bevolking van het hele Caraibische gebied. We lazen daarover in de zesde klas van de RK meisjesschool waar ik op zat. Daarover gaat mijn gedicht “Vrij zijn” (Topa Tula, 2013). Door de bewustwording van mijn identiteit, de goede band met mijn ouders, vriendschappen en natuurlijk ook door “de zee als achtertuin” is Bonaire het absolute paradijs van mijn jeugd. Enschede gymnasium alpha,was intellectueel wel een uitdaging, maar de puberteit vond ik de moeilijkste tijd van mijn leven tot nu toe, ook omdat mijn vader onverwacht overleed toen ik 17 was.

Als lid van Simia Literario schrijf je ook gedichten. Wat is de strekking van je gedichten?
Ik dicht nog niet zo lang. Hou erg van taal en heb ook een goede basis, met o.a. Spaans, Latijn en Grieks. Ik heb na de kunstacademie een jaar de opleiding tolk-vertaler Frans gedaan. Maar het komt écht, sigur, sigur, door de aanstekelijke energie vier jaar geleden van Simia Literario dat ik ben gaan dichten. Van mijn dochter Féline, die nu taalwetenschap studeert in Utrecht, heb ik begrepen dat alles, in iedere taal afgeproken is, de structuur en de regels, dus. Er is, vertelde zij, linguïstisch gezien slechts één wereldwijde uitzondering: poëzie! In poëzie mag álles. Mi por hasi tur cos! Toen ik dat hoorde viel de laatste psychologische belemmering weg.

Wendela (rechts) met man en dochter Feline


De kern van mijn gedichten is bijna altijd iets heel kleins wat me opvalt, waarvan ik hoop dat het ook een bredere en diepere betekenis heeft. Bijvoorbeeld dat je tijdens een winter-winkelavond in de stad, als je dorst hebt, best wat sneeuw van een brug kan happen. Of het beslagen raam waardoor je op het duffe perron kijkt vanuit de stoptrein. Of wat er in je hoofd rondbuitelt op het moment vlak voordat je in slaap valt. Mijn gedichten rijmen hier en daar; ik vind dat het daardoor pakkender wordt. Met rijm dringen de woorden meer je hart in, maar nooit teveel rijm. Het moet ook niet te bedacht en te geconstrueerd zijn. Ik let altijd op het ritme, dat mag niet haperen of struikelen. Ik dicht in het Nederlands, maar gooi er graag een andere taal in, vooral in de titel. Dat mixen van talen, is trouwens heel Caraïbisch.

Tijdens de lustrumviering van Simia in 2011, heb je erg mooi voorgedragen. Hoe bereid je je voor op zo’n optreden?
Masha danki, Quito. Leuk om dat te horen, van de de oprichter van Simia Literario. Dat optreden was mijn allereerste optreden als dichter voor een echt publiek, met een microfoon dus. Ik bereid me voor door het beste gedicht van dat moment te kiezen, waar ik me goed bij voel en dat klopt bij de omstandigheden. Ik lees het thuis een of twee keer hardop voor mezelf voor. Niet voor anderen. Ik wil geen commentaar voordat het offcieel is voorgedragen. Het voordragen zelf vind ik leuk om te doen. Het is een uitdaging om je te concentreren op de inhoud, en niet op hoe je overkomt. Ik geloof dat hoe meer je met de inhoud verstrengeld bent, hoe beter het publiek het beeld oppikt dat je wilt schetsen

Je bent medeoprichter van Kunstcentrum Meneer de Wit. Kun je wat meer hierover vertellen?
De naam Meneer de Wit is gebaseerd op de Witte de Withstraat in Amsterdam-West waar het gevestigd is. Het is een centrum voor moderne kunst, en ook o.a. zang en dans. Ik zat in de leiding en had er mijn atelier. Uit dat centrum is ook een koor voortgekomen, het Koor van Meneer de Wit met 40 mannen en vrouwen. Ik ben, naast dirigent Otto Klap, sinds 2009 artistiek leider van dat koor. We zingen klassieke stukken (Bach, Brahms, Poulenc, Barber en Boulanger).

Wendela de Vries tijdens een uitvoering van de Matthäuspassion in 2009


Binnenkort gaat een droom van me in vervulling. Het koor en vijf leden van Simia gaan samenwerken, op 15 juni 2013 in het witte kerkje van Amsterdam Oud Sloten. Het project heet: De zon, de dood en het gebed. De vijf dichters dragen een gedicht voor over dit thema en dan zingt het koor afwisselend de liederen.  Met subsidie en sponsors proberen we ieder een ruime vergoeding te geven. Dat aspect vind ik ook heel belangrijk. Cultuur is onmisbaar en moet ook op een aardse manier beloond worden. Het is naast inspirerend en bijzonder, ook gewoon wérk!

Welk publiek probeert dit centrum voor kunst, cultuur en ontwikkeling te bereiken?
Buurtbewoners, kunstenaars, kunstliefhebbers, muziek dans- en theaterliefhebbers, alle Amsterdammers, iedereen die er van hoort, en wie maar wil!

[vervolg: klik hier]

[van Caribe Magazine, 27 maart 2013]

donderdag 28 maart 2013

Simia Literario gaat zich landelijk positioneren

door Quito Nicolaas
Sandra Sue

Met de tweede lustrumviering van Stichting Simia Literario in 2011 maakte Sandra Sue haar entree als bestuursvoorzitter. Sindsdien waait een andere wind, nadat Gerarda Lauf het voortreffelijk had gedaan en afscheid nam. Sandra Sue is afkomstig uit het bestuurderscircuit en heeft jaren ervaring achter zich als lid van diverse organisaties, commissies en werkgroepen. Het is aan haar om deze nieuwe uitdaging vaste vorm te geven en de schrijvers-organisatie nieuwe impulsen te geven. Als communicatiemedewerker bij de provincie Utrecht zal ze bruggen moeten slaan tussen de eigen achterban en het grote publiek, het Nederlandse publiek dat heel sporadisch in aanraking komt met de Caribische literatuur. Alom redenen genoeg om een kort gesprek met haar te voeren.

Als bestuursvoorzitter van Simia Literario heb je nu een inkijk in de schrijverswereld. Wat valt jou dan meteen op? 
Wat mij opvalt, is met hoeveel ‘hart’, emotionele betrokkenheid en inzet mensen schrijven.

In een tijd dat de meeste organisaties worden opgeheven a.g.v. dat hun subsidie wordt stopgezet. Wat is de formule die Simia hanteert om de broek op te houden? 
Simia probeert het simpel te houden. Het gaat vaak om kennisoverdracht, deskundigheidsbevordering en kennis maken met elkaars werk. Door die eerder genoemde betrokkenheid, gaat het niet om een hoog honorarium, maar meer om een onkostenvergoeding. Veel vrijwilligerswerk dus.

Hoe groot is het bereik bij Simia-activiteiten en wie is dat publiek?
Bereik is moeilijk te definiëren. Het is een beetje afhankelijk van de activiteit. Soms zitten er vijftien mensen, bij ons lustrum een paar honderd mensen, ondanks het feit dat zij voor de lustrumviering entree moesten betalen. Ons publiek bestaat uit literatuur minnende Arubanen, Antillianen en mensen uit het Caraïbisch gebied of mensen die daar gewoond hebben.

Waarom is Simia tot nu toe niet in geslaagd een nieuwe groep schrijvers de markt op te stoten?
Dat is niet de eerste doelstelling van Simia. Wel om de huidige leden zoveel mogelijk te ondersteunen en verder te helpen. Wij zijn een kleine club en kunnen niet alles.

De publicatiedrift van Simia auteurs op andere vlakken zoals toneel, essays is erg laag te noemen. Hoe zou dat komen, denk je?
Iedere vogel zingt zoals die gebekt is. Essays en toneel zijn vaak niet de vormen waarmee Simialeden zijn opgegroeid. Poëzie en proza wel.

Zou de uitreiking van een Caribische literatuurprijs de motivatie van de in Nederland verblijvende auteurs ietswat kunnen stimuleren? 
Misschien. Veel beginnende schrijvers zijn verlegen. Dat is anders met de gevestigde schrijvers. Ik kan mij voorstellen, dat zo’n prijs een stimulans kan zijn of een tweedeling kan veroorzaken. Het is moeilijk te voorspellen.

Boekenstand van Simia Literario op Arubadag 2013


Opereert Simia op basis van samenwerkingsverbanden, en zo ja welke zijn die?
Ja, wij staan open voor alle samenwerkingsverbanden die mogelijk zijn op literair gebied. Bijvoorbeeld presentaties in de OBA (Openbare Bibliotheek Amsterdam). Laatst had een lid van ons nog een optreden bij de presentatie van Slavernij Online. Hij presenteerde hiermee niet alleen zijn eigen werk, maar ook onze laatste publicatie Topa Tula.

Is het niet tijd dat Simia ook het Nederlandstalige publiek gaat opzoeken?
Dat doen wij al door werken in het Papiamento, Engels of Spaans zoveel mogelijk te vertalen in het Nederlands als wij publicaties uitbrengen of presentaties houden.

Waar staat Simia Literario in 2017 als schrijversorganisatie?
Wij hopen een wat landelijker uitstraling en meer bekendheid te hebben, met name onder jongeren. 

[van Caribe Magazine, 6 februari 2013]

maandag 11 februari 2013

Tula vijftien keer ontmoet

door Otti Thomas
Slavernijbeeld, Edsel Selberie, Tula Museum

Als Tula deze maand eens door de Breedestraat in Otrobanda zou lopen, dan zouden voorbijgangers hem ongetwijfeld vaak om hulp vragen. Steun, advies en inspiratie voor de strijd tegen discriminatie, waar ook in de 21e eeuw nog sprake van is. Het sterke punt van Topa Tula ofwel Ontmoet Tula is dat er vijftien heel verschillende varianten zijn op die ene vraag. De Stichting Simia Literario vroeg Antilliaanse en Arubaanse schrijvers om een gedicht of verhaal te leveren over de strijd van Tula, eventueel al eerder gepubliceerd, met oog voor de moderne tijd. Als de meest bekende leider van de opstand van 1795 geldt Tula nog altijd als een rolmodel, ook voor de huidige generatie jongeren, is de boodschap van het boek. “De strijd voor vrijheid en gelijkheid is nog steeds van kracht”, staat in het voorwoord van de samenstellers Olga Orman en Giselle Ecury, die tevens een aantal oorspronkelijk Papiamentstalige gedichten in het Nederlands vertaalden.
Het gemeenschappelijke uitgangspunt had kunnen leiden tot een eenzijdige bundel, waarin Tula keer op keer om hulp wordt gevraagd voor de strijd tegen discriminatie. Inderdaad lieten de meeste dichters zich inspireren tot een tekst waarin Tula’s moed en vastberadenheid als voorbeeld dienen voor de huidige generatie. Bijvoorbeeld Eerbetoon van Olga Orman, Slavenopstand van Eugènie Herlaar of Tula van Hilli Arduin.

Tula verloo
r
een zwijgende mass
a
verkwanselde zijn lichaa
m
voor valse belofte
s
hij stierf een harde doo
d

Een voorbeeldrol is ook weggelegd voor de hoofdpersonen uit Joan Leslie’s Ze zochten slechts liefde, waarin een slavin en slaaf gestraft worden omdat ze elkaar lief hadden, terwijl in Virginia, het enige verhaal in de bundel door de Arubaan Quito Nicolaas, een slavin door haar verzet aantoont dat ze zich gelijkwaardig voelt aan de slaveneigenaar.

Slavernijbeeld, Edsel Selberie


Minderwaardighei
d

Het zijn allemaal teksten over hetzelfde onderwerp, maar telkens met een andere invalshoek, waardoor Topa Tula geen eenzijdige bundel is. Frida Winklaar-Domacassé, Gerarda Lauf en Alida Kock richten zich allen tot Tula met een verzoek om hulp, maar Winklaar-Domacassé vraagt het indirect via de maan als stille getuige van Tula’s dromen, Lauf vraagt om wijsheid en leiding in het proces na de ontmanteling van de Nederlandse Antillen en de Arubaanse Alida Kock ziet een rol voor Tula in de strijd tegen de gevoelens van minderwaardigheid.

We veroordelen elkaar nog steeds,
 
op grond van ons uiterlijk.
 
We willen ons ras verbeteren,
 
adoreren het tokohaar
 
(...
)
Tula, wanneer kom je teru
g
om ons te bevrijden van onze slaafse mentaliteit
.

Libertá Rosario schrijft in de Slaaf in ons allemaal dat ook gebrek aan vrijheid door school, een relatie of werk als een vorm van dwang gezien kan worden.

Dankzij Tula leer ik om meer voor mezelf op te kome
n
en het is aan jou om te bekijken, waar jij je vrij van wilt maken.

De teksten waarin een originele insteek gecombineerd is met beeldend taalgebruik, maken de meeste indruk. De jonge dichter T. Martinus bijvoorbeeld laat Tula zelf aan het woord in Sin Awa den bo wowo. Martinus schetst Tula als vastberaden man met wijze uitspraken, die stof tot nadenken geven, al dringt de betekenis van de woorden misschien niet direct door tot de lezer.

Mijn afstand tot waar ik wil zijn,
 
kan ik meten aan de tijd die mij gegund i
s
om jouw oren te bereiken
.

Tula komt ook zelf aan het woord in M’a topa Tula van Laurindo Andrea, maar dan in een dialoog met de schrijver. De vrijheidsstrijder roept Andrea tot verantwoording en vraagt hem waarom hij in hemelsnaam in het land woont van de onderdrukker. Andrea antwoordt dat hij zich juist in Nederland thuis voelt en geaccepteerd wordt voor wie hij is, omdat er ondanks de strijd van Tula en anderen als Rosa Parks, Martin Luther King en Nelson Mandela nog steeds sprake is van een gebrek voor anderen. Maar ook Andrea zal de strijd voortzetten, belooft hij Tula.

Ik ben tot de conclusie gekome
n
dat ik de strijder ben.
 
De integere strijde
r
met respect, liefde en compassi
e
(...
)
mijn dromen waarmakend
 
om vrede met mezelf te sluite
n
en zo anderen blijvend te inspireren
.

Tula en de boodschap voor de huidige generatie zijn eigenlijk het minst aanwezig in het gedicht De Driemaster van Walter Palm, dat eerder gepubliceerd werd in zijn bundel Sierlijke krullen van plezier. Maar het beeldende taalgebruik, waar Palm bekend van is, zet kracht bij aan de hoopgevende boodschap dat de revolutie, ondanks enige vertraging, de Nederlandse koloniën uiteindelijk wel bereikt heeft.

Op een driemaste
r
met drie masten Liberté, Egalité en Fraternit
é
stak de Revolutie de Atlantische Oceaan ove
r
(...
)
reisde met volle zeilen richting Curaça
o
Met Tula als kapitein en Karpata als stuurma
n

Maar het schip leed schipbreu
k
zonk naar de bodem van de ze
e
en daar bleef het liggen
,

tot het op 1 juli 1863 naar boven steeg
,
statig de haven van Willemstad binnen schree
d
en met gouden letters schreef
:

‘De slavernij is voorbi
j
Ook hier heeft de Revoluti
e
gezegevierd.



Topa Tula is een uitgave van Simia Literario en uitgeverij Amrit.

[uit Amigoe, 9 februari 2013]

maandag 7 januari 2013

Alida Kock: Kinderverhalen moeten humor bevatten (1)

door Quito Nicolaas
Alida Kock

Na een studie Spaanse taal en letterkunde, dacht ze niet meteen aan een rol in het literaire circuit en ging gewoon les geven. Jaren later ontdekte ze het schrijversvak en sloot zich aan bij Stichting Simia Literario. In korte tijd liet ze een tweetal kinderboeken Yuuwaanaa/Leguuwaantje (2006) en Kachó di rasa/Rashondje (2007) het licht zien. Daarnaast zijn haar gedichten in enkele bloemlezingen opgenomen: Fruta hecho (2006), Kinderen van het heelal (2008) en Symbiose tussen pen en penseel (2008). Vaak denkt men dat het schrijven van kinderboeken in betrekkelijk korte tijd geschiedt en dat het vrijwel gemakkelijk is. Vandaag een gesprek met deze kinderboekenschrijfster en dichter.

Je bent begonnen als kinderboekenschrijfster en hebt tot nu toe een tweetal kinderboeken geschreven. Hoe zijn de boeken door het publiek ontvangen?
Dit moet ik even corrigeren. Eigenlijk ben ik begonnen als dichteres en heb hier en daar in Antilliaanse welzijnsbladen als Hacha, Stiwa en OCAN-info gedichten gepubliceerd. Het eerste boek dat ik publiceerde is in feite een lang gedicht dat geïllustreerd is en als prentenboek is uitgegeven, namelijk Yuuwaanaa. Daarna volgde Kachó di rasa. De boeken zijn goed ontvangen door volwassenen maar vooral door kinderen. Ik denk dat het te maken heeft met de humor in beide verhalen.


Beschrijf eens hoe je te werk gaat om een kinderverhaal goed te doen aansluiten op de denkwereld van een kind?
Dat is een moeilijke vraag omdat een kind van vier anders is dan een kind van negen bijvoorbeeld. Ik ben eigenlijk verhalen voor kinderen gaan publiceren omdat ik kinderen wilde laten lezen. Hiermee bedoel ik voornamelijk kinderen uit de voormalige Nederlandse Antillen en Aruba. Een manier om de aandacht van kinderen te krijgen is humor. Ik heb in veel verhalen daarom humor gebruikt om de aandacht van de kinderen te krijgen in de hoop dat ze de volgende keer uit zichzelf een boek oppakken en gaan lezen.

Als kinderboekenschrijfster sta je ook bekend als dichter. Waarom deze verandering in je schrijfcarrière?
Nou eigenlijk is het geen verandering in mijn carrière al vind ik dit een groot woord. Ik schrijf al heel lang gedichten maar heb ze nooit durven publiceren of zelfs aan anderen te laten lezen. Ik ben verhalen voor kinderen gaan verzinnen toen mijn kinderen klein waren omdat veel boeken niet tot hun verbeelding sprak. Als ik een verhaal vertelde over een leguaan of over een dansende geit zag ik aan hun ogen dat ze enorm veel plezier hadden en ze vroegen ook vaak om die verhalen weer te vertellen. Natuurlijk zijn er schrijvers die ze leuk vonden zoals Annie M.G. Schmidt en later Paul van Loon maar veel boeken waren saai of te moralistisch. Ik ben serieus gaan nadenken over het publiceren van mijn verhalen door mijn werkzaamheden als tolk. Ik merkte dat veel ouders niet konden voorlezen omdat ze het Nederlands niet genoeg beheersen. Toen ben ik op het idee gekomen om mijn verhalen tweetalig te publiceren, dus zowel in het Nederlands als in het Papiaments.

In het gedicht Ta ken mi ta [Wie ik ben] behandel je de meervoudige identiteit die Caribbeans vertonen. Is dit een droomwereld of doorgaans de gespletenheid van het individu?
Nou wat mij betreft is er zeker geen sprake van een droomwereld en ook niet van een gespletenheid van het individu. Ik heb een analyse gegeven van hoe ik in elkaar zit en met mij veel mensen uit het Caraïbisch gebied. We wonen nou eenmaal in een regio waar er sprake is van veel migratie en dat zal voorlopig niet veranderen denk ik. In feite is onze identiteit een geheel van diverse culturele en levenservaringen. Dat is volgens mij cruciaal voor het begrijpen van de identiteit van iemand vanuit het Caraïbisch gebied.

Dakota, Aruba. Foto: Familie Fingal


Het feit dat je op Aruba in de wijk Dakota – een multiculturele wijk - werd grootgebracht, is dit van invloed op je schrijven geweest en hoe is dat merkbaar?
Ik weet niet of iemand uit Dakota anders schrijft dan iemand uit Noord of Santa Cruz. Waar ik wel in geloof is dat je zijn jouw bewustzijn bepaalt. Als je als klein kind gewend bent verschillende talen te horen, verschillende geuren uit diverse keukens te ruiken en andere gewoontes te zien dan thuis verandert dat wel je perspectief van de wereld. Ik denk dat je dan rijker bent en ook open staat voor dingen en mensen die anders zijn. Ik denk dat het invloed heeft op mijn schrijven omdat ik als persoon gevormd ben door diversiteit.


[wordt vervolgd]

[uit Caribe Magazine, 28 november 2012]

zondag 6 januari 2013

Natalie Wanga: Schrijven, toneel en debatteren (2 en slot)

door Quito Nicolaas

Natalie Wanga
Het leven op aarde leef je maar slechts een keer, is het credo van iedere schrijver. Natalie timmert hard aan de weg om mee te doen en vooruit te komen in verschillende arena. Leunen tegen de oude cultuur en literatuur kan haar parten spelen en verruilt ze deze tegenwoordig voor de Perzische en Arabische literatuur. Als amateurtoneel-speelster maakt ze deel uit van toneel-groep B plus C Leiden en speelde ze onder andere de rol van Shakespeare’s Julia en de Koningin in het toneelstuk Tussen de Schuifdeur. Het besef dat haar eiland Bonaire geruisloos een metamorfose ondergaat, heeft haar o.a. doen besluiten om politiek activist te worden. Ze heeft verschillende prijzen behaald als public speaker, zoals de eerste plaats in 2010 met haar toespraak over het thema Whisper to the Inner Child bij de Toastmasters International competitie voor de regio Den Haag.

Welke invloed heeft het wonen op Aruba, Bonaire en Nederland op je gehad?
Tum Tum Ahe, Re-Mai-Lo, Coming Down Forking en Het Smurfenlied. Dit zijn hele bekende traditionele nummers en gedeeltes van nummers uit de ABC-eilanden en Nederland waarmee ik ben opgegroeid. Wonende op Bonaire, krijg je toch ook heel veel invloeden uit Curaçao. Ik voel me heel bevoordeeld dat ik in al deze culturen heb mogen opgroeien. Als kind kende ik al de drie volksliederen van elk ABC-eiland afzonderlijk uit mijn hoofd. Met Nederland heb ik een vast-losse liefdesrelatie. Toen turner Epke Zonderland dit jaar bijvoorbeeld zijn gouden Olympische medailles in ontvangst nam en het Wilhelmus werd gespeeld, sprongen spontaan de tranen in mijn ogen. Natuurlijk zijn er zaken in Nederland die mijn voorkeur genieten en die ik warm omarm. In Nederland ben ik ook in aanraking gekomen met diverse culturen zoals de Surinaamse, Iraanse, Turkse en Arabische cultuur. Deze hebben mijn leven verder verrijkt en mijn visie op het leven verbreed.


In het kort verhaal Fool blood I, beschrijf je verschillende etappes in je leven. Wat betekent deze worsteling voor de thema’s waarover je schrijft?
Fool Blood I is een woordspeling van het Engelse woord full blood wat volbloed betekent. Naast het Nederlands en Papiamento schrijf ik namelijk ook in het Engels. Dit werk is een satirisch stuk hoe zowel Caribische Nederlanders, Europese Nederlanders en andere nationaliteiten mij voor ‘aanzien’. Bijna niemand kan me in eerste instantie in het ‘correct etnische hokje’ plaatsen. Tijdens een studiereis naar Iran werd ik zelfs door de bewoners voor Iraniër aangezien met de nodige prettige, minder prettige en zelfs spannende situaties als gevolg. En zelfs Bonaireanen zien me voor een Arubaanse of Latina aan. Ik weet overigens niet wat hun criteria zijn om mij als ‘Arubaanse’ of Latina te beschouwen, maar goed, ha ha ha. Daarnaast wijst dit stuk ook op het feit dat ik vanaf mijn kindertijd door mijn omgeving ook bijna gedwongen word om een voorkeur voor beide eilanden te uiten of te kiezen. Voor mij is dit heel simpel: Ik ben geboren op Bonaire, van Bonaireaanse ouders die beiden een groot deel van hun leven ook op Aruba hebben doorgebracht. Maar mijn grootouders en generaties daarvoor zijn Bonaireanen. Ik leg het ook vaak op de volgende manier uit: Bonaire is mijn moeder, Aruba is de tante die me altijd liefdevol heeft verzorgd toen ‘Moeder Bonaire’ buiten haar kunnen dit niet kon.

Waarom ben je nooit tot een publicatie gekomen?
Een zeer legitieme vraag! Behalve de gezamenlijke verzamelbundels van Simia Literario en krantenartikelen, heb ik zelf nooit een werk ‘à titre personnel’ gepubliceerd. Angst voor het onbekende misschien? Te perfectionistisch op dat gebied met de hieraan gerelateerde faalangst? Te druk met andere zaken? Eerlijk gezegd kan ik hier geen pasklaar antwoord op geven. Ik denk dat het een combinatie is van bovengenoemde factoren. Maar ik hoop wel in de nabije toekomst met een eigen publicatie te komen.
Quinsy Gario

Hoe kijk je zelf tegen de Nederlandstalige Caribische literatuur aan? 
Deze term heb ik altijd ‘tricky’ gevonden. Wat zijn de criteria? Moet de schrijver per se uit Caribisch Nederland komen? Moeten de thema’s echt gebaseerd zijn op bijvoorbeeld het slavernijverleden, culturele thema’s of de natuur? Of over de eeuwige etnisch cultureel interne tweestrijd van de Caraibische Nederlander? De ‘klassieke’ schrijvers zoals Cola Debrot, een Bonairiaan overigens, Pierre Lauffer, Boelie van Leeuwen, Tip Marugg en Frank Martinus Arion zijn natuurlijk het vermelden waard.
Nogmaals iedereen is vrij om zijn/haar eigen thema’s te kiezen voor hun werk. En dit soort werk moet er ook zijn! Maar eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik het een verademing vind om jongere schrijvers als T. Martinus ( pseudoniem voor Quincy Gario) over andere thema’s te zien schrijven. Mijn korte verhalen gaan ook vaak over andere culturen ,zoals de Perzische en Arabische die me zo fascineren, en taboedoorbrekende thema’s. Maghrib na Ispahan bijvoorbeeld is een kort fictief verhaal dat ik geschreven heb over de non-fictieve eerste Iraanse vrouwenrechter en Nobelprijswinnaar Shirin Ebadi.

Wat zijn je plannen voor de toekomst?
Om gezond en positief ten opzichte van anderen en mijzelf te blijven! Dan komt alles bijna vanzelf.



zaterdag 15 december 2012

Sint Maarten: Onbekende stemmen in de literatuur

door Quito Nicolaas
Quito Nicolaas

Afgelopen zaterdag verzorgde Quito Nicolaas een lezing voor Stichting Simia Literario. Onderwerp van deze lezing was De onbekende stemmen in de St. Maartense literatuur. Stap voor stap werd het onderwerp ingeleid en waarbij  zijn veelal positieve ervaringen op het eiland naar voren kwam. Nicolaas constateerde dat het jammer is dat nog steeds de boekhandels op Aruba en Curaçao niet voorzien zijn van de prachtigeboeken die op St. Maarten worden uitgegeven. De uitgever House of Nehesi Publishers had ook besloten om zich meer in het Caraibisch gebied te oriënteren, voordat de grote markt in de VS en Canada worden aangeboord. Hiervolgt een korte samenvatting van de lezing.
De boekentafel van BookIsh Plaza van Quito Nicolaas

St. Maarten is tot 10-10-2010 een eiland geweest dat een onderdeel van de Nederlandse Antillen vormde, waar om weinig werd bekommerd en laat staan naar geluisterd. Het was ook dit proces van bestuurlijke isolatie – een gescheiden wereld tussen de Bovenwindse – en Benedenwindse eilanden – dat ruimte bood dat men intern aan de economische opbouw van het eiland – volgens eigen inzichten – ging werken. Het naar binnen toe gericht proces werd naast een reeds sterk ontwikkelde identiteit, het fundament dat de eigen cultuur en literatuur goed kon gedijen en verder floreren. St. Maarten is het zoveelste voorbeeld in de economische-geschiedenis dat zodra er sprake is van eco-ontwikkeling en welvaart, er culturele patronen zich gaan ontwikkelen. De burgers beginnen zich te interesseren in hun geschiedenis, taal, cultuur en andere verworvenheden en menen dit op schrift te moeten vaststellen.
Het publiek luisterde geboeid naar de boeiende uiteenzetting over deze boeiende literatuur van een boeiend eiland

De House of Nehesi Publishers heeft als een katalysator in het literaire proces gewerkt en gezorgd dat er een literaire infrastructuur is gelegd. De St. Maartense literatuur steunt op een tweetal pilaren: enerzijds werken van auteurs van eigen bodem en anderzijds op publicaties van Caribische auteurs. Behalve poëzie werden tevens werken op het gebied van geschiedenis, politiek, cultuur, folklore, religie en muziek gepubliceerd. Na drie decennia zijn praktisch alle genres goed vertegenwoordigd: biografie, autobiografie, reisverslag, theater, essaysbundel, ego-documenten, korte verhalen en uiteraard poëzie. Dankzij Lasana Sekou hebben tal van St. Maartense schrijvers een kans gehad om te publiceren. In haar fonds heeft HNP momenteel een 41 tal schrijvers, waaronder ook een aantal uit de omringende buurlanden, dat 1 of meer publicaties op hun naam hebben staan. Zo zien we werken van Fabian Badejo (2003) Shake Keane (2005), Chiki Vicioso (2007), Marion Bethel ( 2009), Amiri Baraka, Howard Fergus (2008), George Lamming (2009)en Kamau Brathwaite.
De openingstoespraak van Sandra Sue, voorzitter Simia Literario

Opmerkelijk is dat de St. Maartense literatuur weinig proza heeft voortgebracht en veel meer poëzie-adepten kent. In dit opzicht verschilt Sint Maarten niet van Aruba en Curaçao en kan dit meer als een ontwikkelingsfase getypeerd worden. Resumerend kunnen we vaststellen dat de orale geschiedenis van St. Maarten een bijzondere rol in de literatuur kan spelen. Opgevoed en grootgebracht met de verhalen van vroeger die de grootouders vertelden, moet de nieuwe generatie schrijvers dit als materiaal zien om hierover te schrijven. De tendens om in het verleden te graven en op een ontdekkingsreis te gaan is tegenwoordig enorm en om wat ermee te doen nog groter. Romans of korte verhalen die ons met de tijd een kijkje gunnen in de leefwereld, emoties, denken en gedragingen van de St. Maartenaar.

[uit Caribe Magazine, 12 december 2012]

Foto's: Enery de Cuba

vrijdag 7 december 2012

Topa Tula - Ontmoet Tula

Stichting Simia Literario heeft een bijzonder project opgezet. Ze heeft dichters en dichteressen gevraagd om geïnspireerd door het verhaal van Tula een literaire ontmoeting te construeren tussen Tula en de huidige generatie. Voor de Antilliaanse gemeenschap is de figuur van Tula, de leider van de opstand tegen slavernij in 1795 een figuur die vandaag de dag jongeren inspireert om zich in te zetten voor een betere toekomst. In gedichten en een kort verhaal vindt een gesprek plaats tussen Tula en de huidige generatie over onderwerpen als vrijheid en gelijkheid.

Poëzie is de expressie van emoties in woorden. Het is een vorm van muziek zonder geluid. Het heeft een traditie in de Antilliaanse volkscultuur die teruggaat tot de tijd van de banderita’s, korte vlijmscherpe gedichten die het sociale commentaar in die tijd leverde.

De gedichtenbundel Topa Tula – Ontmoet Tula is het resultaat van dit project. Het is een tweetalige bundel met gedichten in het Nederlands en Papiamento. Samenstellers: Olga Orman en Giselle Ecury.
Amrit Consultancy
ISBN: 978-90-74897-65-5
Prijs: € € 7,50
Op 20 januari 2013 wordt het boek officieel gepresenteerd.

zondag 2 december 2012

Literatuur van Sint Maarten: The Unheard Voices



De St. Maartense literatuur steunt volgens Quito Nicolaas op een tweetal pilaren:
enerzijds werken van auteurs van eigen bodem en anderzijds op publicaties van Caribische auteurs
zoals Marion Bethel, Shake Keane, Chiqui Vicioso, Amiri Baraka, George Lamming en Kamau Brathwaite. Op zaterdag 8 december spreekt Quito Nicolaas daarover bij Simia Literario
Quito Nicolaas

Programma
Vanaf 13.30 uur ontvangst met koffie en thee
14.00 uur: Opening en welkom door de voorzitter van Simia Literario
14.05 uur: Lezing door Quito Nicolaas (schrijver/dichter, essayist en recensent)

Quito zal een beeld schetsen van de literaire en sociaalmaatschappelijke betekenis van de St. Maartense literatuur.
14.45 uur: Pauze
15.00 uur: Intermezzo
15.30 uur: Terugblik op 2012
15.45 uur: Afsluiting met een ‘Bovenwinds hapje’ en een drankje

Simia Literario staat met een eigen stand met Arubaanse en Antilliaanse schrijvers.
BookIsh Plaza is aanwezig met o.a. boeken van auteurs uit St. Maarten.
Tijd: 13.30-16.30 uur
Locatie:
 Professor Keienbergweg 3, Amsterdam Vanaf Bijlmer CS Bus 300, uitstappen 1e halte Holterbergweg

zondag 16 september 2012

Simia Literario rond Jacques Hemelijn

Jacques Hermelijn. Foto @ Desirée Martis
Zijn hele leven heeft hij geschreven, onder meer als redacteur en hoofdredacteur van de krant Bala op Curaçao. Jacques Hermelijn, oud plaatsvervangend gevolmachtigde minister van de Nederlandse Antillen in Den Haag, heeft op zijn tachtigste een jeugdroman geschreven: De vele kleuren van de liefde. Het boek gaat over jongeren uit welgestelde families, waarvan de ouders blank en negroïde zijn, die zich proberen staande te houden in de Nederlandse samenleving. Om het thema luchtig te houden heeft hij in zijn boek uitzonderlijke liefdes- en familieverwikkelingen verwerkt van onder andere hoofdpersoon Ronnie. "Bij tieners is seks een belangrijk deel van hun leven", stelt Hermelijn nuchter vast. Maar het belangrijkste thema is toch hoe ze hun leven beleven. "Er is al veel geschreven over hoe moeilijk onze kinderen en de ouderen het hebben in Nederland." Velen voelen zich Nederlander, maar worden niet als volwaardig gezien door hun omgeving.

 Rozengeur en maneschijn

Dat Hermelijn heeft gekozen voor redelijk welgestelde families lijkt vreemd. Maar daar is weinig over geschreven, zegt de auteur: "Het is niet altijd rozengeur en maneschijn. Vaak hebben ze het moeilijk in een blanke omgeving." Die problemen komen allemaal samen in de hoogbegaafde Ronnie, die in het boek leert omgaan met zijn omgeving.
De titel van het boek verwijst naar de verschillende soorten liefde die er zijn: erotische liefde, romantische liefde, moederliefde, vriendschap, vaderlandsliefde en de geloofsbeleving. daarbij komt ook nog de huidskleur, die een belangrijke rol speelt.

Simia Literario

Op zaterdag 22 september 2012 komt Simia Literario bijeen in Amsterdam. Centraal staat het boek De vele kleuren van de liefde geschreven door Jacques Hermelijn. Jacques Hermelijn zal eerst een inleiding geven over hoe het boek tot stand is gekomen en waarom hij dit boek heeft geschreven. Een aantal leden van Simia Literario heeft het boek vooraf te lezen gekregen. Zij gaan in gesprek met Jacques Hermelijn en met elkaar over de inhoud van het boek. Wie interesse heeft voor het boek kan komen luisteren en het boek is te koop of kan besteld worden.

 Dit evenement vindt plaats bij Profor, Keienbergweg 3, 1101 EZ Amsterdam Zuidoost.
Tijd: 14.00-16.00 uur

Route:
Vanaf Station NS Bijlmer Arena: roltrappen af, linksaf naar de uitgang naar het busstation en dan rechtdoor blijven lopen. Voorbij enkele kantoorgebouwen steekt u over en blijft recht doorlopen, bij het kruispunt oversteken en dan ziet u een rond gebouw op de hoek. U loopt door en ziet dan laagbouw met witte gebouwen en op de hoek het gebouw 'JEVEKA'. Daar loopt u de straat in en dat is de Keienbergweg. ProFor is dan meteen links op de hoek. Het is 10 minuten lopen.

woensdag 8 februari 2012

Wie ik ben of Wie ben ik?

“Het besef dat een bepaald cultuurgoed geheel of deels van Afrikaanse of Europese of Indiaanse oorsprong is, is weliswaar van belang voor het inzicht in het onststaan van een cultuur, maar zo'n inzicht maakt de Caraibische mens daardoor niet meer "afrikaans", europees of "Indiaans". Zijn identiteit blijft berusten op de cultuur zoals deze zich op unieke wijze in zijn eigen maatschappij heeft gevormd, door zijn generatie en de generaties die hem voorgingen.” (Hoetink 1986)

door Quito Nicolaas

Met de viering van het tweede lustrum van Stichting Simia Literario verscheen de nieuwe bundel Wie ik ben, een verzameling gedichten en verhalen geschreven door de leden. In 2004 werd een eerste bloemlezing onder de titel Bentana Habri/Open Venster uitgegeven. Het verschil is dat behalve dat de eerste bloemlezing in het Papiamento verscheen en meer gericht was op de eilanden,deze tweede bundel gaat meer uit van de omgeving hier in het poldergebied. Een welkome koerswijziging om te laten zien dat de dichters behalve in de moedertaal eveneens in een vreemde taal hun gevoelswereld vorm kunnen geven. De gedichten blinken uit door hun massieve boodschap en stuiptrekkingen die ze ten toon stellen.

Gedichtenbrij
Het boek opent met het gedicht Yiunan di Oruba/Kinderen van Oruba van
Olga Orman dat meteen de toon zet voor wat er te gebeuren staat. Het ontstaan en ontwikkeling van de taal Papiamento wordt voor het eerst op een dusdanige manier bezongen dat de gloeiende vuurdeeltjes ervan afspatten. Behalve de ondergane metamorfose door allerlei invloeden vanuit andere talen, is het Papiamento nog steeds de dominante taal op de eilanden. Wat ooit een brabbeltaaltje werd genoemd – met leenwoorden uit het Spaans, Engels, Frans en Nederlands, is tegenwoordig onderwijstaal geworden. De dichter past ook een stuk zelfkritiek toe als ze besluit met de cynische woorden in de richting van linguisten: ‘Oordeel mij niet naar (een) u of o.’


Een ander aspect van de ‘Caribische identiteit’ vindt men terug in de gedichten Blaka Oema/Zwarte vrouw en Drecha koló/kleurverrijking, die op treffende wijze de bevolkingspolitiek beschrijft. Een geheel ander geluid is het ritmische gedicht Ta ken mi ta/Wie ik ben dat de wispelturigheid onder migranten laat zien. Het vormt eveneens een uitnodiging om kennis te maken met deze hybride cultuur die zo verrijkend is en de welgestelden alleen maar toelacht. Echter in Alma i rason/Verstand en ziel houdt ze haar poot stijf als ze eenmaal voor de keuze tussen de Caribische of Europese cultuur wordt gesteld.

De brug tussen Amsterdam en De West

Een verbinding tussen het verleden en de toekomst wordt gelegd in het gedicht Voetsporen, waarin de rol van de geschiedenis en het loslaten van gebeurtenissen in het verleden worden benadrukt. Als in Den lus di Bo ausencia/In het licht van je afwezigheid nog met een scheel oog wordt gekeken naar de nieuwe verhoudingen op Bonaire, gaat de dichter in Je denkt helemaal als een Hollander in op de botsing tussen de oude en nieuwe cultuur. En hoe bepaalde rechten van de mens zich door een kleinschalige cultuur laten verdragen als men dit kwalificeert als typisch hollands.

Hoe de twee verschillende werelden toch met elkaar te verbinden lezen we terug in Maal twee. Wat dit allemaal betekent voor een jong kind dat op termijn haast moet leiden tot een lichte vorm van gespletenheid en onbegrip wordt op een fantastische wijze in het gedicht Dividivi onder woorden gebracht. Hoe zeer de liefde van een dichter voor het tropisch landschap door zijn bloedvaten stroomt, blijkt uit het gedicht Lofdicht aan de Hooiberg, waaruit vast is komen te staan dat deze 167 meter hoge berg als een kompas in het leven dient.


Nieuw elan
De groep telt met een tweetal nieuwe leden die echte performers zijn en zich onderscheiden van het traditioneel statische manier van voordragen. Op een komische wijze worden de onderlinge verhoudingen binnen het Koninkrijk onder de loep genomen. Met name in 'Search & rescue' staat de quasi-rechten als ingezetene in een land dat uit een Europese en Caribische sfeer bestaat centraal. In Trots laat de dichter blijken dat ook de passanten op eenzelfde golflengte zitten als het om een standpunt gaat omtrent het verleden. Dat etniciteit of lichaamskleur er verder niet toedoet, maar dat het om een gemeenschappelijk verleden gaat.

Verhalen
De korte verhalen die in het boek werden opgenomen – gemiddeld 1.5 pagina zijn zeer kort te noemen en is geen aanleding geweest om deze te bespreken. Terwijl tegenwoordig een kort verhaal minstens tien pagina’s telt, wordt alleen de indruk gewekt dat op het laatst deze bijdragen werden ingeschoven. Na de eerste bloemlezing Bentana Habri (2004) met proza en poëzie, had je verwacht
dat men zich eerder zou toeleggen op proza om wat meer in deze genre te laten zien. Dat het nu in het Nederlands verschijnt is wel een goede zaak.

Balans
De balans wordt opgemaakt in Bo ta puntra mi/Je vraagt me van C. Schorea, waarbij ingegaan wordt op de wijze hoe de cultuur op brute wijze werd mishandeld en verkracht. Welke invulling hieraan wordt gegeven en hoe ver men bereid is daarin mee te gaan is aan elk individu voorbehouden. Cultuur kent in dat opzicht verschillende gradaties van (on)volmaaktheid en wordt door iedereen anders beleefd. De een doet het op een zeer intense manier eten, praten en kleden als in de Caribbean, een ander ziet het meer als een uitwisseling tussen twee culturen en combineert datgene wat praktisch en efficiënt is met elkaar.

Hoewel cultuur en identiteit geen vaste woon- en verblijfplaats kent, verkrijgt identiteit een bewerkte vorm naar gelang de migrant ruimte wordt gegeven. Vaak levert dit een situatie van twijfels op in de zin van Wie ben ik? Het is niet zozeer de wijze hoe je gekleed gaat, met wie je interacteert of de taal die je hanteert die bepalend is voor je identiteit. Identiteit is een doorwerking van allerlei culturele invloeden van buitenaf en die met de tijd groeit of juist stilstaat. Gelukkig is de mens in het heden heel wat flexibeler geworden en kan de dichter van tijd tot tijd zich van een meervoudige identiteit bedienen.


Titel: Ta ken mi ta/Wie ik ben
Red: Fred de Haas
Omvang: 72 pag.
Uitg: In de Knipscheer
ISBN: 978-90-6265-680-6

maandag 19 september 2011

Simia Masha Pabien!!

Mi ta kòrdakla e diaku Simia a nase.
Konkontentuamisu mama, sutata Quito, sutantanan Chila, Olga, Igma,
Brigida, Tania, Myrta, Abigail, Edisona, Joyce, Alida, Ursula i Ruthline tabata.
I tambesutionan Marlon, Charlton, Runny, Ronnie, Karl i Richard.
Ta bata un yu deseá i e espektativa nan en kuantoe mucha aki ta bata hopi altu.
Pronto Simia a serinskribí den registro sivil.
Nos sumayónan a disidíkutabata importante pa edukéna Papiamentu,
Papiamento, Ingles i Hulandes.
Komonos no tabata kep’elanta ku nos so nos ta bata invitá kadas eissi mansu
tanta- i tionan.
I debíkue grupo di famianan ta bata kresenos no por a tene e enkuentro na nei
na kas.
Nan ta bata tumalugá na ofisina di Forsa Amsterdam kuyu dansa di Lucia,
Debby i Minka.

maandag 5 september 2011

Lustrumviering van Simia Literario was een echt feest

door Giselle Ecury

Een Indiase meester zei eens: “Wat is geweest, komt nooit meer terug. Benut deze dag daarom volop en maak er een ladder van om de hoogste top te bereiken. Sta niet toe, dat jij – als de avond valt – nog dezelfde bent als vanmorgen. Maak deze dag tot een onvergetelijke, gedenkwaardige dag. Verrijk daarmee jezelf en ook een ander.”

Zo werd de feestelijke lustrumviering van Simia Literario op 4 september 2011 geopend. Alle stoelen van de grote theaterzaal van de Openbare Bibliotheek te Amsterdam, de OBA, bekend als “dat mooie, grote gebouw aan het IJ”, waren bezet. Afgevaardigden van het Kabinet der Gevolmachtigde Ministers van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten waren aanwezig, alsmede belangrijke eregasten van andere bevriende organisaties en Hans van Velzen, directeur van de OBA, Michiel van Kempen, Hoogleraar West-Indische Letteren en Igma van Putte van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Uitgeverij In de Knipscheer was vertegenwoordigd met een boekenkraam. Want tevens werden die middag twee pas uitgekomen boeken gepresenteerd. Van Joan Leslie werd het eerste exemplaar van Compa Nanzi’s capriolen aangeboden aan de diverse eregasten. Zij droeg een fragment voor, bijgestaan door Olga Orman en Corry Paesch. Hoe het allemaal afliep met Compa Nanzi in het fitnesscentrum hielden zij nog even geheim… Het tweede boek dat werd aangeboden, was het resultaat van de samenwerking van de Simialeden naar aanleiding van “10-10-10”, het boek Wie ik ben/Ta ken mi ta. Gedichten en teksten rondom het thema “Identiteit” onder redactie van Fred de Haas. Het omslagontwerp van beide boeken (foto links) was van medelid en kunstenares Wendela de Vries. Diverse leden droegen een aantal gedichten voor om ook dit boek te presenteren. “Want woorden willen bloeien”, beloofde de uitnodiging. Ze boeiden eveneens. Het voltallige publiek luisterde ademloos toe. Er werden dan ook regelmatig herinneringen aan Aruba en Curaçao en aan ons mooie Caribische Gebied opgehaald in de gepresenteerde teksten.
Sandra Sue, voorzitter van het schrijfgenootschap Simia Literario, maakte indruk met een uitstekend en hartelijk dankwoord, waarin ze de verschillende sponsors in een echt, tropisch warm zonnetje zette.
Eugènie Herlaar en Giselle Ecury, beiden lid van Simia Literario, praatten samen de verschillende onderdelen van het programma aan elkaar en lieten zich daarbij leiden door die Indiase meester. Naast poëzie en proza, voorgedragen door vrijwel alle leden, werd de middag bijpassend muzikaal omlijst. Voor de pauze door Roy Libié en Jacques de Miranda met hun heerlijke, Antilliaanse klanken, waarmee ook een van de gedichten van Frida Domacassé, haar “Herinnering aan Aruba”, invoelend werd begeleid.

Aan het eind van alle gesproken teksten bereikte iedereen ter afsluiting van het feestelijke programma beslist de hoogste trede van de ladder van die Indiase meester. Want niemand minder dan Izaline Calister, op de piano begeleid door Marc Bisschoff, bracht een aantal van haar mooie en door haar zo bijpassend geselecteerde liedjes ten gehore. Zo werd de 4e september 2011 voor velen een onvergetelijke, gedenkwaardige dag, waarmee de leden van Simia Literario zichzelf, maar vooral ook anderen – na een maandenlange voorbereidingstijd – hebben verrijkt.



Foto's: @ Nathalie Wanga