door de kinderredactie van de Ware Tijd Literair
Wat een geweldige happening
was het weer, het Surinaamse Kinderboekenfestival (Kbf)! De kinderen van de kinderredactie, ze zijn er allemaal
met school geweest, met hun klas, maar daarnaast nog twee, drie, vier keer in de middag ook, met mamma, met pappa, met opa’s en oma’s. Wat een veelheid aan boeken, wat een verscheidenheid aan stands! En het zijn echt niet alleen de
kinderen die niet uitgekeken en uitgepraat raken!
Nu is het weer voorbij en we hebben besloten dat we zoveel als mogelijk de nieuwe boeken die op het Kbf zijn gepresenteerd, direct recenseren. Dat betekent wel dat de kinderen van de kinderredactie niet met alle recensies mee kunnen doen. Ze moeten in de eerste plaats gewoon aan school denken en er is ook nog de jongerenbeurs en dan nog
alle andere activiteiten die kinderen tegenwoordig hebben. Maar gelukkig is er internet en telefoon. De kinderredactie is al zo geroutineerd dat we in sommige gevallen met telefonische interviewtjes kunnen werken of met ge-e-mailde vragen en antwoorden. Het boekje
Laat mij niet alleen wordt heel kort gerecenseerd, maar is nog niet samen met de kinderen besproken, omdat dit onderwerp niet ten onder mag gaan aan tijdgebrek en haast. Daarvoor is het te belangrijk. Van de aangeboden boeken worden er hier zes besproken.
Van
Miss Alida door Mariëlla Bekker hebben we helaas geen presentexemplaar gekregen en het bundeltje korte verhalen van Orlando Emanuels,
Het kan je gebeuren is meer voor volwassen lezers dan voor jongeren of kinderen. Dat bespreken we in een volgende aflevering.
Laat mij niet alleen
 |
Indra Hu (rechts) tijdens haar verkiezing
tot kinderboekenschrijfster van het jaar |
Laat mij niet alleen van Indra Hu is
het verhaal van een vijfde klas van een basisschool, waar een nieuwe jongen
komt die hiv-besmet is. Niet een vrolijk onderwerp en aan het omslag is al te
zien dat het geen erg vrolijk boekje is. De kleuren zijn stemmig, natuurlijk
wel met onze groengeruite uniformbloesjes. Het geel van de achtergrond is niet
zonnig geel, maar een gedekte tint die naar beige zweemt, en het gezicht van
Wikash is strak, dat is mooi gedaan. Dit boekje is jammer genoeg een beetje
slordig ingebonden. Binnenin zijn drie gekleurde illustraties opgenomen,
telkens met een zin uit de tekst als ondertiteling en verwijzing naar de
bladzijde waar de die zin staat. De letters zijn groot, dat is voor jonge lezertjes
prettig, maar het had volgens mij hier niet gehoeven, want het onderwerp leent
zich meer voor grotere kinderen. De zinsbouw is vaak niet eenvoudig, niet
gericht op jonge kinderen, terwijl de moeilijke woorden zorgvuldig worden
‘gebroken’ zoals de juf in het boekje het noemt. Het verhaal speelt zich af binnen
het tijdsbestek van een schooldag. Wikash, de hoofdpersoon, krijgt ruzie met
een klasgenoot en juf moet ingrijpen. De ruzie gaat over de dingen die van
Wikash gezegd worden, dat hij aids heeft en dat de kinderen niet met hem om
moeten gaan. Juf gaat met toestemming van het schoolhoofd het gesprek met de
klas aan. Van tevoren heeft ze gezorgd dat ze heel goed geïnformeerd is over hiv
en aids. Het voorlichtingselement vind ik het belangrijkst in dit boekje. De
informatie over hiv en aids is duidelijk en uitgebreid, ook het aspect seks in
relatie tot hiv en aids komt aan de orde. Zoals gezegd, met moeilijke woorden,
die worden uitgelegd. Helemaal voorin geeft de schrijfster in een dankwoord aan
dat drie artsen haar hebben bijgestaan met medisch advies. Indra Hu heeft die
informatie bereikbaar gemaakt voor de kinderen van de lagere school. Bovendien
prettig en herkenbaar, want in de klas van Wikash zitten duidelijke karakters,
die je gelukkig ook laten lachen.
Wikash wordt
gediscrimineerd en gestigmatiseerd vanwege onbekendheid met het onderwerp. Na
uitgebreide voorlichting, heel professioneel gedaan door juf Lucy in
samenspraak met een klasgenootje van Wikash, wordt hij wel geaccepteerd. Het
zal echter niet altijd zo duidelijk zijn wat de reden is dat een kind wordt
gepest of buitengesloten. In een gesprek met een paar leerkrachten, die het
boekje al gelezen hebben, kwam het pesten naar voren. ‘Maar’, merkte een juf
heel wijs op, ‘wij hebben gelukkig al onze eigen manier om met pesten om te
gaan. Hier gaat het over hiv, een onderwerp dat voor al onze kinderen van
belang is!’ Laten we hopen dat alle scholen het aandurven om dit gevoelige
onderwerp op hun agenda te zetten.
[Indra Hu:
Laat mij niet alleen, 62 pp., medisch advies: Nanja Braafheid,
Ricardo Hu en Kries Matai, illustraties: Tapasia Daryanani, lay-out: Fred
Martodikromo. Paramaribo: Artex (druk), mei 2012. ISBN 978-99914-63-05-6]
Het speeltuinfeest
Mooi uitgevoerd, dit boek
met harde kaft en kleurige voorplaat. Ook binnenin veel platen. Van de
eenentwintig bladzijden in A4-formaat wordt meer dan de helft in beslag genomen
door de tekeningen van Albert Roessingh, en je kunt merken dat hij het verhaal
goed gelezen heeft. Jaïr viel direct op de voorplaat. De zweefmolen riep leuke
herinneringen op aan een buitenlandse vakantie toen hij met zijn vader in een
zweefmolen zweefde. De herinneringen van Jaïr brengen ons in de sfeer van dit
boek, het dromerige, sprookjesachtige van het verhaal
Het speeltuinfeest van Cobi Pengel.
 |
| Albert Roessingh - Slapende Melina |
In het verhaal dagdroomt
het meisje Marisa terwijl ze moet opletten bij de verkoop van het zuurgoed dat
haar moeder maakt. Verkoop van zuurgoed is een bijverdienste die nodig is, want
Marisa’s moeder staat er alleen voor om het gezin draaiend te houden, terwijl
haar vader in Nederland is. Marisa ziet haar vader als haar grote held, die
haar redt van alle narigheid die ze tegenkomt. Vooral van twee pesterige
neefjes heeft ze last. Zelfs een pak slaag helpt niet bij die twee
ellendelingen! Het droommeisje Surisa kan in dit verhaal wensen en verlangens
tot werkelijkheid maken en zij organiseert een feest vol verrassingen in de
speeltuin. We zullen niet verklappen welke, maar de grootste verrassing blijkt
geen droom te zijn, maar werkelijkheid! Een verhaal met vrolijke elementen, waar
droom en werkelijkheid door elkaar bestaan. Een roze verhaal, even roze als de
jurk die Marisa naar het speeltuinfeest draagt.
[Cobi Pengel: Het speeltuinfeest, illustraties: Albert Roessingh, druk:
Leo Victor N.V.. Paramaribo: PCOS, 2012. ISBN 978 99914 56 13 3]
Kwa-aaak hier ben ik
 |
| Foto © Charl Danoe |
Het verhaal van todo-eksi beschrijft
de levenscyclus van een todo, van kikkerdril tot een volwassen kikker. In de
inleiding worden de ‘rijke illustraties’ genoemd. Dat is zeker zo, rijke illustraties!
Heel mooi, sfeervol en kleurig, met hier en daar humoristische elementen. Een
plezier om uit dit boek voor te lezen en voor de kinderen een plezier om mee te
kijken en mee te lezen of erover te praten. De illustraties zijn uitgevoerd
over beide pagina’s en de korte stukjes tekst staan in de tekeningen, de ene
keer op de linker-, de andere keer op de rechterbladzij. De rijmwoorden in de
tekst kunnen het voorlezen nog leuker maken. Rijmende woorden helpen de kleine
kinderen ook bij het onthouden en volgen van het verhaal. Vervuiling is het
thema in het boekje, de gevaarlijke reis die de todo maakt gaat door een
vervuilde sloot. Een mooie vondst vind ik: ‘dit was ik, kikkerdril in een
wegwerpblik’. Door de illustraties krijgen de kinderen een beeld van de rotzooi
die in de sloot gegooid is. Spannend zoals de todo in het blik opgesloten zat,
maar gelukkig, als hij eenmaal pootjes heeft kan hij zich afzetten en eruit
klimmen. De volwassen kikkers gaan de sloot opruimen en daarna houden ze hun
omgeving schoon. Zo hoort dat!
[Mildred Pabst-Tapessur, Marian Mac Nack-van Kats & Karin Lachmising
(samenstellers):
Kwa-aaak hier ben ik. Het avontuur van todo-eksi, 32 pp., vormgeving/illustraties:
Ginoh Soerodimedjo, druk: Quick Offset Print. Paramaribo: Stichting Klimop,
2012. ISBN 978-9914-7-158-7]
Patrick & Bello. Snel weer beter
Patrick & Bello van Carla Rees heeft
een ongebruikelijk uiterlijk. Het is uitgevoerd in A4-formaat, landscape
gedrukt. De illustraties staan over de gehele linkerpagina en de tekst staat op
de linkerhelft van de rechterpagina, met uitzondering van pagina 9, waar naast
de tekst ook nog een illustratie is. Het boek heeft een slappe kaft.
Patrick is enig kind, hij
heeft geen broertjes of zusjes, hoewel zijn vader hem wel een broertje heeft
beloofd. Hij heeft wel een hond, Bello, en ze zijn erg aan elkaar gehecht.
Bello hoort er helemaal bij, hij mag zelfs binnen komen. Als Patrick tijdens
het spelen zijn been zo erg bezeert dat hij naar het ziekenhuis moet en daar
een week blijft, is te merken hoe erg ze elkaar missen.
Tijdens het Kbf werd in de
stand ‘Lees je wijs’ met dit boekje gewerkt door de vierde klas van de Nassy
Brouwer school. Deze kinderen gaven aan dat ze het boek vooral goed vinden
omdat ze houden van boeken die gaan over de vriendschap tussen mensen en
dieren. Maar ze hebben er ook dingen uit geleerd, bijvoorbeeld: je moet niet
rennen als het geregend heeft. Dan kun je uitglijden en net als Patrick in het
ziekenhuis terechtkomen. Hier komt het andere thema van dit boek naar voren:
dokters, zusters, ziekenhuizen zijn niet eng. De dokter kan heel aardig zijn en
de verpleegsters ook. Maar dat de dokter Patrick een brasa geeft, is dat niet
een beetje overdreven? Wat we ons ook afvragen is of
je met een verstuikte voet in het ziekenhuis
moet blijven. Zelfs met een gebroken been mag je naar huis als het gezet is. Wat
de kinderen mooi vinden is dat Patrick op het einde de hond Bello ziet als een
broertje, waar hij zo naar verlangde. Nu heeft hij zijn ‘broertje’! Het is
de kinderen kennelijk niet opgevallen, maar de mensen in de tekeningen van dit
boek zijn wel erg wit. Van Patrick wordt aan het begin gezegd dat hij een red’-redi
boi is, dus à la, en aan zijn moeder zie je duidelijk dat ze een creoolse is.
De zusters en die aardige dokter zijn echter wit. Jammer, hoor.
[Carla Rees: Patrick & Bello. Snel weer beter, 29 pp., illustraties:
Leo Wong Loi Sing, vormgeving Jessica Polanen, druk: Leo Victor N.V.. Paramaribo:
PCOS, 2012. ISBN 978 99914 56 14 0]
[besproken door Marja Themen-Sliggers, Xaviera,
Jaïr, Jamar]
Olize de zebrafant
 |
| Opgelet kindertjes: dit is een olifant! |
De titel zegt het al,
Olize de zebrafant is een boekje over een dier uit de fantasiewereld. Als
dochter van een olifant en een zebra heeft Olize een dik lijf, een slurf en
zebra-achtige zwarte strepen op haar huid. Haar leven is als dat van een kind:
als ze de leeftijd heeft, gaat ze naar school en komt met veel verschillende
dieren in de klas. Die vinden haar maar gek. Ze wordt gediscrimineerd. Na heel
wat dyugudyugu loopt het gelukkig goed af met Olize. De klasgenoten zien hun
fout in en organiseren zelfs een prachtig feest voor haar. En op dat feest
hebben al die dieren iets van een ander dier. Zo heeft de luiaard vleugels,
jaguar een snavel en ga zo maar door. Wat de thematiek betreft lijkt dit
verhaal wel op Laat me niet alleen van Indra Hu, waar de kinderen ook
ophouden Wikash te discrimineren.
 |
| Opgelet kindertjes: dit is een zebrapaard! |
Vier stagiaires van
Stichting Projekten hebben het verhaal verzonnen, geschreven en de mooie
tekeningen gemaakt. Die zijn van Yanka Dietvorst. Ze zijn fantasierijk en
passen goed binnen de aantrekkelijke, kleurrijke lay-out van Jessica Polanen.
Jammer vinden we het dat Olize een ‘moksi’ is van twee dieren die hier onbekend
zijn. In de Zoo geen olifant en geen zebra. Misschien kennen sommige kinderen
ze van documentaires over dieren op tv. Hoe het ook zij, zo’n eenvoudig verhaal
met tekeningen en een lay-out voor jonge lezers kan het best een voor het kind
herkenbare wereld verbeelden met dieren die ze kennen. We hebben hier zoveel
dieren in onze rijke natuur! Olize zou ook Jagluia kunnen heten, met Jaguar en
Luiaard als ouders...
 |
| Opgelet kindertjes, dit is een bofru! |
Olize de zebrafant is een
prachtig boekje om door te bladeren, maar de inhoud heeft niet de grote
kwaliteit van de vormgeving. De thematiek, ‘anders zijn en daarom
gediscrimineerd worden’ is heel bekend in onze kinderliteratuur en ook het
feest op het eind is geen nieuwtje. Het paard Manga uit de serie van Susan van
Dijk-Leefmans krijgt in deel 3 net zo’n soort feestje. En wat vindt u van deze
zin over het feest: ‘De leeuw is er, de luiaard, de apen, de giraffen, ook de
slang, de muis, de tingi fowru en de luis’? Wie een boek schrijft voor
Surinaamse kinderen moet de kinderliteratuur kennen en de achterliggende
realiteit, in dit geval de dierenwereld.
[Els Moor]
[Yanka Dietvorst, Anouk Mattheeussen, Charlotte Meyvis, Kris Hendrickx:
Olize de zebrafrant, illustraties: Yanka Dietvorst, lay-out: Jessica Polanen,
druk: Leo Victor N.V.. Paramaribo: PCOS, mei 2012. ISBN 978 99914 56 11 9]