Posts tonen met het label Rosario Liberta. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rosario Liberta. Alle posts tonen

zaterdag 5 april 2014

Leven en werk van Guillermo Rosario (4 en slot)

Libèrta Rosario
Foto © Michiel van Kempen
Op vrijdag 14 maart j.l. gaf Libèrta Rosario aan de Universiteit van Amsterdam een college in de reeks Caraïbische Dromen van prof. Michiel van Kempen. Haar college ging over het leven en het werrk van haar vader, dichter en prozaschrijver Guillermo Rosario, van wie Libèrta vorig jaar een Nederlandse vertaling uitbracht van diens Papiamentu roman E Rais ku no ke muri. Vandaag deel 4, het slot van haar uitgewerkte collegetekst.


Nr.16 Guillermo kreeg veel onderscheidingen en prijzen gedurende zijn leven. Hij werd Ridder en daarna Officier in de Orde van Oranje Nassau, kreeg de Literatuur Prijs van het Cultureel Centrum Curaçao, de Sticusa Prijs, de ‘Tapushi di Oro’(Gouden Aar) voor zijn verdiensten van het Papiaments, een bronzen borstbeeld in de Openbare Bibliotheek van Curaçao en de Chapi di Plata (Zilveren Schoffel) de Biënnale Prijs Pierre Lauffer.


Nr. 17 In 1996 ging ik naar Curaçao om mijn vader Guillermo te interviewen. Ik wilde hem beter leren kennen. In het begin moest ik steeds tegen hem zeggen dat ik niet als zijn dochter, maar zijn collega tegenover hem zat. Op den duur ging het beter en mocht ik hem zelfs tutoyeren. Guillermo ging me steeds meer vertellen over zichzelf, zijn zware maar gelukkige jeugd. Dat hij op school al opkwam voor de zwakkeren en tegen onrecht. Zijn moeder had een keer tegen hem gezegd dat hij het net als zijn vader steeds opnam voor anderen en er uitendelijk vaak alleen voor stond.

Ik had Guillermo beloofd dat ik mijn eerste vertaling van E Rais ku no ke muri zou herschrijven. Ik had het boek in 1974 vertaald, maar het is nooit uitgegeven. Blijkbaar was Nederland toen nog niet toe aan een boek over een tot slaaf gemaakte held.
Eind 2012 ben ik weer begonnen met de vertaling van het boek. Ik heb samen met mijn zoon Joeri een stappenplan gemaakt en we hebben 7 maanden aan de vertaling gewerkt. Ik vond het een uitdaging om het boek vorig jaar uit te geven, 150 jaar na de afschaffing van de slavernij en 10 jaar na het overlijden van mijn vader Guillermo. 
 

Nr. 18  Het Feest is afgelopen. Afscheid van Guillermo E. Rosario in de kerk van Sta. Famia op 31 juli 2003.Guillermo overleed op 26 juli 2003, de Nationale Dag van Curaçao, het eiland waar hij veel van hield.
 Op de vraag wie Guillermo Rosario was kan ik antwoorden dat hij een veelzijdig persoon was.

Hij was voetballer, schrijver, dichter, verhalenverteller, toneelschrijver, aannemer, politicus, uitvinder, leider, liefhebber van het Papiaments, en bovenal een ‘Yu di Kòrsou’, een Curaςaoënaar.Hij was altijd op zoek naar uitdagingen, nieuwe inspirerende mensen, gelijkgestemden, meer erkenning en begrip voor wat hij deed. Hij was een pionier op vele terreinen, werd daardoor vaak verkeerd en soms niet begrepen, een sociaal bewogen man met een scherpe pen, een grote mond en een klein hartje. Ik ben blij en dankbaar dat ik hem als vader en voorbeeld mocht hebben.




Nr. 19 Het gedicht Papiaments.


Papiamentu

M’a tambe
Bo ta manera nos rank’i anglo
Ku pa kuantu nan trap’é
Ranka su yerbanan
Marchitá su flornan
I asta distruí su rais
E ta bolbe lanta kabes
I ku kada yobida
E ta krese
Ku mas forsa
I mas bunitesa ku antes!


[Saká for di Mi Negrita Papiamentu di Guillermo E. Rosario]


Papiaments

Maar je bent ook als
De rank van de anglo
Die hoe vaak ze ook op haar trappen
Haar bladeren weghalen
Haar bloemen vertrappen
En zelfs haar wortel vernielen
Toch schiet ze weer omhoog
En na elke regenbui
Zal ze met meer kracht
En meer schoonheid groeien
Dan voorheen.  


[Uit Mijn negerinnetje Papiamentu van  Guillermo E. Rosario ]

[Klik hier voor deel 1deel 2 en deel 3]

woensdag 2 april 2014

Leven en werk van Guillermo Rosario (3)

Libèrta Rosario.
Foto © Michiel van Kempen
Op vrijdag 14 maart j.l. gaf Libèrta Rosario aan de Universiteit van Amsterdam een college in de reeks Caraïbische Dromen van prof. Michiel van Kempen. Haar college ging over het leven en het werrk van haar vader, dichter en prozaschrijver Guillermo Rosario, van wie Libèrta vorig jaar een Nederlandse vertaling uitbracht van diens Papiamentu roman E Rais ku no ke muri. Vandaag deel 3 van haar uitgewerkte collegetekst.





Nr. 12  Guillermo heeft veel geschreven over de opstand van 30 mei 1969. Hij heeft zelfs een nummer van zijn tijdschrift Opinyon daaraan gewijd.
In de jaren zestig was het slecht gesteld met de economie op Curaςao. De prijzen stegen, maar de lonen niet. Hierdoor nam de koopkracht van de bevolking af. Het zware en vuile werk werd voornamelijk door de zwarte bevolking gedaan, vaak onder erbarmelijke omstandigheden. Veel blanken woonden in afgesloten luxe woonoorden, waar de zwarte bevolking amper mocht komen. Het Papiaments was verboden in de Statenraad. Er waren amper zwarten in de politiek.


Een langdurig arbeidersconflict tussen de directie van Wescar, die verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van de CAO’s, en de Curaςaose Federatie van Werknemers, escaleerde en leidde tot een staking van veel Shell-arbeiders. In de nacht van 29 mei op 30 mei kwamen ongeveer 4000 arbeiders  samen onder leiding van onder andere Wilson ‘Papa’ Godett, Amador Nita en Stanley Brown. Om druk op de Staten uit te oefenen, vertrok de stoet richting Fort Amsterdam. Onderweg begonnen de arbeiders te plunderen en sloten meer mensen zich bij hen aan. Vanaf dat moment was de staking geen arbeidersconflict meer, maar een volksopstand die de politie niet meer in staat was in goede banen te leiden. Toen Wilson ‘Papa’ Godett, leider van de havenarbeiders,  zwaar gewond raakte en twee betogers door politiekogels werden gedood, sloeg de vlam in de pan. Willemstad stond in brand. Er werden op verzoek van het kabinet van gouverneur Nicolaas ‘Cola’ Debrot Nederlandse mariniers ingezet die alles na 24 uur onder controle kregen. Er vielen tientallen gewonden.

Naar aanleiding van de opstand richtten Wilson ‘Papa’ Godett, Amador Nita en Stanley Brown de politieke partij Frente Obrero Liberashon 30 di Mei op. Guillermo is ook lid geweest van die partij. Volgens hem is die opstand erg belangrijk geweest: er vond een mentaliteitsverandering plaats. Vóór 30 mei 1969 waren de beste banen in handen van de blanken, bijna alle hoofden van dienst waren blank en protestant. Daarna zag je overal gekleurde mensen. De wijken, waar vroeger alleen blanken woonden, werden steeds meer bewoond door gekleurde Curaçaoënaars.  

Dat was anders in de tijd dat Guillermo samen met anderen in 1944 de Democratische Partij (DP) had opgericht. De leiding was toen blank. In die periode begon Guillermo serieus te schrijven, voornamelijk in het Papiaments. Eerst voor het partijblad en later ook romans en gedichten. Hij was bezig met zijn roman Pa motibu di mi koló (Door mijn huidskleur) toen hij daarover ruzie kreeg met de DP. Later veranderde hij de titel in E Angel pretu (De zwarte engel).

In de jaren 60 stapte Guillermo uit de DP, die nog erg machtig was. Na de breuk met de DP begon Guillermo met UnPoko. Het was eerst een politiek orgaan en werd daarna een krant. Niemand wilde het drukken. Men was bang voor represailles van de DP. Als je tegen de DP was kon je van alles verwachten, van gevangenisstraf tot werkeloosheid. Guillermo kocht toen een stencilmachine en gaf de krant als stencil uit. Hij onderhield zijn gezin ermee en dertig andere gezinnen leefden van het krantje. Ik kan me herinneren dat wij, de oudste kinderen thuis, elke week moesten helpen met het stencilen, sorteren, nieten en vouwen van de krant. Elke maandag kwam de krant uit in een oplage van 5000 exemplaren. Guillermo verspreidde de krant zelf over het eiland.

Later stopte Guillermo met UnPoko om bij de overheid te gaan werken. Dezelfde overheid die hem jaren had tegengewerkt en twee keer onterecht in de gevangenis had laten belanden. Volgens Guillermo had men hem die baan bij de overheid niet aangeboden om hem tot zwijgen te brengen. Hij heeft 16 jaar in het casino gewerkt, eerst als controleur en daarna als hoofcontroleur van alle casino’s.



Nr13 Respect was een woord dat erg belangrijk was voor Guillermo. Hij was altijd bereid dat te geven, maar wilde dat ook van een ander krijgen. Hij dwong met zijn verschijning veel respect af. Ook wist hij jongeren uit de buurt enthousiast te maken voor zijn projecten. Hij was een soort buurtvader en werd door veel jongeren ook ‘tata’ genoemd. Hij gaf een keer samen met een buurjongen uitleg van zijn spel ‘Ninichibol’ (Knikkerspel) aan de toenmalige gouverneur Ben Leito.


Nr 14 Guillermo was lid van veel commissies en verenigingen zoals van de Commissie Spelling van het Papiaments, mede-schrijver en voorzitter Commissie Vlag van Curaçao, voorzitter Vereniging van Curaçaose Schrijvers, lid van de Stuurgroep ‘Nieuw Beleid’ Eilandgebied Curaçao, vice-voorzitter Comité Herdenking 30 mei 1969.



Nr 15 In 1943 schreef Guillermo zijn eerste roman Un drama den hanchi Punda (Een drama in een steeg in Punda). Hij kwam in conflict met de kerk omdat de twee hoofdpersonen in het boek, een broer en een zus, verliefd waren op elkaar. In 1963 schreef hij E Rosa di mas bunita (De mooiste roos) ter ere van de afschaffing van 100 jaar slavernij (vertaald in het Engels als The most precious rose). Hij droeg het gedicht op aan Tula. Andere titels van zijn boeken zijn : De arbeider uit Klip, Vier Azen, En God heeft jouw kleur, Mijn negerin Papiaments, Liefde en Opoffering (vertaald in het Engels als Sacrifice and Love), Macho, Avonturen van Geinchi, Ik houd van Curaçao.


Guillermo schreef ook toneelstukken: Waarde van een cent, Dit is mijn moeder, Wat een ‘Yaya’(Voedster), De straatveger.  De onlangs overleden ontwerper Oscar Ravelo heeft de meeste omslagtekeningen gemaakt van de boeken van Guillermo. 













[Klik hier voor deel 1 en deel 2 en deel 4]

dinsdag 1 april 2014

Leven en werk van Guillermo Rosario (2)

Libèrta Rosario in het PC Hoofthuis (Faculteit
 Geesteswetenschappen van de UvA).
Foto © Michiel van Kempen
Op vrijdag 14 maart j.l. gaf Libèrta Rosario aan de Universiteit van Amsterdam een college in de reeks Caraïbische Dromen van prof. Michiel van Kempen. Haar college ging over het leven en het werrk van haar vader, dichter en prozaschrijver Guillermo Rosario, van wie Libèrta vorig jaar een Nederlandse vertaling uitbracht van diens Papiamentu roman E Rais ku no ke muri. Vandaag deel 2 van haar uitgewerkte collegetekst.






Nr. 6  Een gemengd korfbalteam bestaande uit mijn ouders, Hilda, de zus van mijn moeder, Rosa, de zus van mijn vader en Vicente, hun oudste broer. Officieel was een gemengd sportteam niet toegestaan door de katholieke kerk.



Nr. 7  Door de sport gingen er steeds meer deuren open voor mijn vader. Zo reisde hij als official samen met twee andere officials, de heer Mordy S. Maduro, de toenmalige vice-voorzitter van de FIFA en de heer Odulio Willems van de NAVU (Nederlands Antilliaanse Voetbal Unie), naar het WK Voetbal in Stockholm in 1958.


Nr. 8  Mijn vader, die ook een goede atleet was, organiseerde samen met andere sportjournalisten de Vacantie Sport Olympiade voor de Schooljeugd tussen 10 en 15 jaar in 1956. De Olympiade kende verschillende sporten zoals atletiek, voetbal, volleybal, basketbal, tennis en zwemmen, en werd een groot succes.


Nr. 9 Mijn vader Guillermo en mijn moeder Elsa.
Guillermo hield van schrijven, lezen, sporten en ook van vrouwen. Hij hield van ons, zijn 20 kinderen en van zijn echtgenote Elsa, zijn steun en toeverlaat. Zij was de rust zelve, een lieve en zorgzame moeder die een groot gedeelte van haar leven heeft gewijd aan haar 11 kinderen en haar echtgenoot Guillermo. Helaas is ze te vroeg gestorven en heeft ze niet echt kunnen genieten van haar vrijheid toen wij allemaal het huis uit waren.


Nr. 10 Guillermo, die erg creatief was, heeft een familielogo bedacht dat is ontworpen door Oscar Ravelo. Het bestaat uit 20 rozen en een chuchubi (spotlijster) middenin. Iedere roos stelt een kind voor. De grote roos is Guillermo die zichzelf vergelijkt met een chuchubi. In het logo staat ‘Inisiativa nunka abatí Rosario’, Rosario is nooit ontmoedigd geraakt door de initiatieven die hij heeft genomen. Guillermo zou nooit het hoofd buigen en tijden van nood en tegenslag altijd te boven komen. De chuchubi moest net als Guillermo als voorbeeld dienen voor de 20 roosjes.


Nr. 11 In 1969 verscheen bij de Bezige Bij E Rais ku no ke muri (Onsterfelijk), een roman geschreven door Guillermo over de tot slaaf gemaakte Tula. Guillermo had E Rais ku no ke muri geschreven in een tijd dat er sociale onrust heerste op Curaςao, vóór de opstand van 30 mei 1969. In E Rais ku no ke muri, net als in de meeste van zijn boeken, stelde Guillermo de zwarte Curaçaoënaar centraal. Guillermo is de eerste en tot nu toe de enige Afro-Curaςaoënaar die een boek geschreven heeft, misschien heeft durven schrijven? over de slavernij op Curaçao. Ook op dat gebied was hij een pionier, een rebel als je hem zo zou willen noemen.
Net als veel andere schrijvers had Guillermo zijn eigen Tula gecreëerd, die in het begin van zijn boek Kato heette. Hij vond dat de tot slaaf gemaakte Tula een speciale plaats moest hebben in het hart van de Curaçaoënaar, meer dan Brion of Bolívar. Tula was voor Guillermo een Curaçaoënaar en symbool voor de vrijheid. Volgens Guillermo behoorde men zich te identificeren met Tula. Het was Guillermo’s idee om een standbeeld voor Tula op Rif te laten plaatsen.

Elk jaar verzon Guillermo een toepasselijk thema voor zijn kerstkaarten. In 1969 ontwiep Oscar Ravelo het omslag van Guillermo’s kerstkaarten naar voorbeeld van het omslag van E Rais ku no ke muri. Hier stond Guillermo (Tula?) zelf centraal.


[Klik hier voor deel 1 en hier voor vervolg deel 3]

maandag 31 maart 2014

Leven en werk van Guillermo Rosario (1)

Libèrta Rosario. Foto © Michiel van Kempen
Op vrijdag 14 maart j.l. gaf Libèrta Rosario aan de Universiteit van Amsterdam een college in de reeks Caraïbische Dromen van prof. Michiel van Kempen. Haar college ging over het leven en het werrk van haar vader, dichter en prozaschrijver Guillermo Rosario, van wie Libèrta vorig jaar een Nederlandse vertaling uitbracht van diens Papiamentu roman E Rais ku no ke muri. Vandaag deel 1 van haar uitgewerkte collegetekst.


door Libèrta Rosario


Goedemiddag allemaal,

Leuk dat jullie gekomen zijn bij dit college over Onsterfelijk, mijn vertaling van het boek E Rais ku no ke muri van mijn vader Guillermo E. Rosario en over de persoon Guillermo Rosario.
Ik zal jullie aan de hand van foto’s en verhalen meenemen op een reis door het leven van mijn vader Guillermo met de vraag: Wie was Guillermo Rosario?



Nr. 1 Het beeld dat ik als klein kind van mijn vader had, was dat van een strenge man, die bijna altijd achter zijn typemachine zat te schrijven en die nooit zomaar gestoord wilde worden. De eetkamer was vaak verboden terrein voor ons, zijn kinderen, wanneer hij thuis was. En als je het toch waagde langs te lopen en hem te storen dan moest je hem in ieder geval met drie woorden aanspreken, bijvoorbeeld ‘bon dia tata’, goedemorgen pappa. Ik kan me niet herinneren dat hij ooit hoorbaar iets terugzei. Maar het kon ook zijn dat ik zo snel voorbij liep dat ik geen tijd had om daar echt op te letten.



Nr. 2 Naarmate ik ouder werd, vond ik dat mijn vader toegankelijker werd. Hij had zijn territorium toen ook uitgebreid naar de ‘sala’, de zitkamer. Daar ontving hij zijn bezoek en werd hij ook vaak geïnterviewd. Op zulke momenten en als hij aan de telefoon was, leek hij erg ontspannen en hoorde ik hem soms zelfs hard lachen. De gesprekken gingen meestal over een door hem geschreven artikel, sport of politiek.



Nr. 3 In zijn jonge jaren was mijn vader een goede sporter. Toen hij op Aruba als timmerman bij de Lago werkte, was hij in zijn vrije tijd de ster van de voetbalclub RCA, waarvan hij de mede-oprichter was.


 

Nr. 4 Terug op Curaçao, wist hij als speler met verschillende clubs kampioen te worden, zoals met sportclub Ajax.



 Nr. 5 Ook zijn organisatorisch talent kwam toen steeds meer tot uiting. Zo was hij mede-oprichter van de sportclub Ajax Curaçao en van de sportclubs Curaçao Deportivo en Independiente. Bij de laatste club leerde hij mijn moeder Elsa kennen. Ze vormden samen met Luis Daal, in het midden zittend op de foto, links van mijn vader en Rafael, broer van mijn vader, links staande op de foto, het eerste bestuur van Independiente Sporting Club. Mijn moeder was de eerste vrouw in het bestuur.

[Klik voor deel 2]

dinsdag 11 maart 2014

Libèrta Rosario over Guillermo Rosario

A.s. vrijdag 14 maart spreekt Libèrta Rosario over haar vader, de Curaçaose dichter, schrijver journalist en sporter Guillermo Rosario (1917-2003). Zij doet dit in de reeks colleges over Antilliaanse en Surinaamse literatuur Caraïbische dromen, van prof. Michiel van Kempen aan de Universiteit van Amsterdam. Van Kempen zal de inleiding van het college verzorgen. Libèrta Rosario verzorgde in 2013 de Nederlandse vertaling van Guillermo Rosario's Papiamentu roman E Rais ku no ke muri, die zij de titel Onsterfelijk meegaf, en voorzag van een biografische inleiding. Het college is publiek toegankelijk.

Datum: vrijdag 14 maart 2014, 13.00 tot 16.00 uur
Plaats: PC Hoofthuis, Spuistraat 134, Amsterdam, zaal 4.04

zondag 9 maart 2014

In memoriam Richard de Veer

Richard de Veer: 10 juni 1929 - 6 maart 2014

Dag Richard

door Libèrta Rosario


Richard de Veer
Vandaag kreeg ik het droevige bericht dat Richard de Veer op 6 maart 2014 op 84-jarige leeftijd is overleden. Richard was al een tijd ziek en woonde in een verzorgingshuis. Richard was een bescheiden, rustige persoon, de nestor van Simia Literario, die haar net als zijn vrouw Janny altijd trouw is gebleven.
Hoewel Richard al vele jaren hier in Nederland woonde, is hij altijd veel van zijn geboorte-eiland Aruba en zijn taal Papiamento blijven houden. Het volgende gedicht ‘Oda na  Hooiberg’ is daar een bewijs van.

Richard bedankt voor alles wat je voor Simia Literario hebt betekend en rust zacht.


Ayó  Richard

Awe m’a haña e notisia tristu ku Richard de Veer a fayesé dia 6 di mart 2014 na edat di 84 aña. Richard tabata malu un tempu kaba i tabata biba den un kas di kuido. Richard tabata un persona modesto, trankil, e nestor di Simia Literario, ku semper a keda fiel na dje, meskos ku su kasá Janny.

Ounke Richard tabata biba hopi aña aki na Hulanda, semper e la keda ku un amor grandi pa su isla natal Aruba i su idioma Papiamento. E siguiente poesia ‘Oda na Hooiberg’ ta demostrá esei.


Richard danki pa tur loke b’a nifiká pa Simia Literario i sosegá na pas.


Oda na Hooiberg

Sinta den stupi di mi wela
Cara fiha pariba
Mi ta weita y gosa ful
Con mahestuoso bo ta.

O, wardado di Playa!
Unda cu mi bay
Bo ta mane mi sombra
Cu no ta laga mi so.

Ora mi ta core auto
Bo ta mi Stre’I Nort
Pa indica mi sin faya
Na unda asina mi ta.

Den tempo di awacero
Bo ta gusta laba cabes
Mane ta fiesta bo ta bay
Perfuma pa hole dushi.

Despues flor di kibrahacha
Ta tapa bo dj’ariba te abou
Un bata mane di oro
Ni si ta rei di Congo bo ta.

O, mi guia di tur dia
Con mi por lubida bo nunca!
Ta bo ta mi compañe
Mainta, merdia, atardi.

Awor, cada bes mi yega dj’afo
Bo ta di prome pa cuminda mi.
Mi curason ta mane habri
Mirando alomenos un cos conoci.
                       

Richard de Veer

zondag 18 augustus 2013

Overal Tula in Amsterdam

Amsterdam stond op zondag 18 augutus in het teken van de Curaçaose vrijheidsheld Tula. Een fotoreportage.

De dood van Tula - Edsel Selberie
Slaaf - Edsel Selberie

Tula aan de Kloveniersburgwal; foto Glen Helberg
Liberta Rosario presenteerde de vertaling van de Tula-roman van haar vader, Guillermo Rosario; foto Glen Helberg


Tambu-groep
Tula-Manifestatie CEC Amsterdam Zuidoost
Alle foto's, tenzij anders vermeld © Michiel van Kempen

maandag 29 juli 2013

Roman van Guillermo Rosario vertaald


Op zondag 18 augustus organiseert uitgeverij Amrit een boekpresentatie in Amsterdam van de vertaalde roman van Guillermo E. Rosario E rais ku no ke muri (Onsterfelijk). De roman is vertaald door zijn dochter Libèrta.

Wie is Guillermo E. Rosario?
Guillermo E. Rosario (1917-2003) kan beschouwd worden als de nestor van de Papiamentstalige literatuur. Zijn eerste roman Een drama in een steeg in Punda verscheen in 1943. Voor zijn omvangrijke oeuvre ontving Guillermo Rosario talloze prijzen en onderscheidingen, onder andere in 1954 en 1958 de Literatuurprijs van het Cultureel Centrum Curaçao, in 1974 de Sticusaprijs, in 1979 Ridder in de Orde van Oranje Nassau, in 1992 Officier in de Orde van Oranje Nassau, in 1997 de ‘Tapushi di Oro’ (Gouden Aar) voor zijn verdiensten voor het Papiaments, in 1998 werd een bronzen borstbeeld van hem onthuld in de Openbare Bibliotheek van Curaçao en in 2000 de ‘Chapi di Plata’( Zilveren Schoffel) de Biënnale Prijs Pierre Lauffer.
Guillermo Rosario. Portret door Nicolaas Porter

Naast romans heeft Guillermo E. Rosario ook gedichten, essays, korte verhalen en toneelstukken gepubliceerd in het Papiaments. Enkele titels: De arbeider uit Klip (1958), Vier Azen (1964), En God heeft jouw kleur (1968), Onsterfelijk (1969), 30 Mei 1969 (1969), Mijn negerin Papiaments (1971), Liefde en Opoffering (1974), vertaald in het Engels Sacrifice and Love, De Zwarte Engel (1975), Macho (1983), Avonturen van Geinchi (1988), Ik houd van Curaçao (1989), De Engel van St. Kristof (1993), Dit is mijn moeder (1995). Guillermo E. Rosario was een sociaal bewogen schrijver, die het niet schuwde om vraagstukken met betrekking tot ras en etniciteit aan de kaak te stellen.

De roman
Zijn historische roman speelt zich af tegen de achtergrond van de opstand van 1795 op Curaçao.
Op 17 augustus 1795 liet een groep geketende slaven van plantage Kenepa hun baas weten dat ze niet meer voor hem wilden werken. Er ontstond een opstand onder leiding van Tula en Bastian Karpata, die bijna een maand duurde. Tula en Bastian Karpata hadden de moed om de eerste stappen naar vrijheid te zetten, hoewel ze dit met de dood moesten bekopen.
In de laatste brief die Tula aan zijn grote voorbeeld Toussaint Louverture in Haïti schreef, stond: ‘Ze zullen me vermoorden, zoals je lang geleden tegen me hebt gezegd, door verraad van onze eigen mensen. Maar ik weet dat je genialiteit ons zal blijven inspireren, zodat ons ras op een dag vrij zal zijn. De wortels zullen weer opkomen.’ De roman combineert fictie met de historische gegevens van de opstand van 1795.

Boekpresentatie
Datum: Zondag 18 augustus 2013
Tijd: 15.00-18.00 uur (inloop 14.30 uur)
Locatie: Vereniging Ons Suriname
Adres: Zeeburgerdijk 19a, 1093 SK Amsterdam
Toegang: 2,50 euro
Aanmelding via de website: www.IISR.nl

Programma
Het programma van de boekpresentatie bestaat uit voordrachten van o.a. - Libèrta Rosario
- Rafa Rosario en Rudy Henriquez
brassband Eqbrass
DJ Curteez
Buzzbin showcase (Pharao, Rayne, Gidiona, Venom).

Presentatie: Joeri Oltheten.


Boekgegevens

Auteur: Guillermo E. Rosario
Titel: Onsterfelijk
Prijs: € 12,50
ISBN: 978-90-74897-75-4
Aantal pag.: 183
Verschijningsdatum: 18 augustus 2013

dinsdag 5 februari 2013

In Memoriam Shon Coco, 9 januari 1924 - † 4 februari 2013


pa Liberta Rosario


Julian Basilico Coco (1924) a studia guitara i bas na e Konservatorio di Amsterdam kaminda e la optené komo promé persona e diploma di solista di guitara. Despues di su estudio Julian Coco a toka guitara i bas durante hopi aña den e orkesta Sinfóniko di Utrecht. Asta na Palasio Soestdijk nan konosé Julian Coco. E la duna prinsesa Christina hopi tempu lès di guitara. Huntu ku e fluitista Magdalena Kuhn Julian Coco a forma un duo ku a duna hopi presentashon fo’i aña 1964. Nan a saka un cd tambe huntu.

Mi promé enkuentro ku Julian Coco tabata hopi aña pasá na un konsiertu ku e la duna na Utrecht. Loke semper mi a atmirá di Julian Coco tabata e manera amabel i kaluroso ku e tabata aserka su públiko. Julian Coco tabata tuma semper tempu pa bisa algu personal. 
I vooral e hendenan muhé presente tabata haña hopi atenshon di dje.

Na onor di Julian Coco su 80 aña di bida e Asosashon di Músikonan Pro Guitarra a organisá un konsierto dia 24 di yanὓari 2004 p’e. I e músikonan a gradisié pa tur loke e la hasi i nifiká pa e Asosashon durante tur e añanan ku e tabata miembro. Semper Julian Coco tabata sa kon entretené e públiko ku su toká fenomenal i inigualabel i ku su presensia.
Julian òf Júlian manera Sὓrnam- i Hulandesnan ta yamé, tabata echt di fiesta e dia ei. E la bira hopi kontentu ora e la mira tur e personanan ku a bai e konsierto speshal p’e. Pa e okashon ei e fluitista Hulandes Ingrid Nicodem i e guitarista yu di Kòrsou Rignald Kastaneer a forma e duo Coco. Nan a toka bunita piesanan di antes di Antia i Suramérika.

Dos otro persona ku tambe a duna un kontribushon grandi na e konsierto pa Julian Coco tabata e kantante i guitarista Arubano Lidwina Booi i e hóben guitarista yu di Kòrsou Diangelo Cicilia. Julian Coco a kompañá tur e músikonan ku su guitara i asta e tabatin tempu pa hasi su weganan di kustumber.

Rignald Kastaneer su tata a fayesé e dia promé ku e konsierto i tòg e la toka e anochi ei pa Julian Coco i su tata. E la demostrá di ta un gran artista i a surpasá su mes ku su toká. E la toka e piesa Dalia na memoria di su tata. Antes nan dos a yega di toka guitara huntu. Despues Ingrid Nicodem i Rignald Kastaneer a toka e bunita wals Shon Coco ku Rignald Kastaneer a komponé pa Julian Coco. Fuera di un gran músiko Julian Coco ta un gran lingwista tambe ku sa bon kon skohe su palabranan. Pero despues di a skucha e wals Julian Coco a keda ku su boka abrí i no por a bisa nada.


Julian Coco en Henkel

Na final di e konsierto Julian Coco a sunchi Rignald Kastaneer i Diangelo Cicilia manera un tata riba nan kabes i a pasa man riba kabes di Ingrid Nicodem. Mi tabata tin e impreshon ku Julian Coco tabata kontentu ku e por a pasa e antorcha e o’rei trankil na e dos guitaristanan hóben ei.


Despues a sigui mas homenahe pa Julian Coco. Den 2008 su busto a ser inougurá na Colon, na Kòrsou. Riba e busto tin e teksto: ‘Siña ta bo úniko salbashon’. Julian Coco a keda semper un mucha di Colon apesar di su karera largu komo músiko internashonal.
Un par di aña pasá e pianista Yu di Kòrsou Randal Corsen i e guitarista Arubano Marlon Titre a dediká un homenahe na Julian Coco. Julian Coco a asistí na e konsierto ei den su rolstul i tabata tin ora basta emoshoná.



Buste van Julian Coco


Libreria Selexyz na Utrecht a pone algun aña pasá un potrèt grandi di Julian Coco den nan vitrina durante e Siman di Buki. Esei tabata nan manera pa duna Julian Coco, un abitante di Utrecht durante hopi aña, e rekonosimentu ku e la meresé pa tur su bon trabounan pa e siudat.
I awor Julian Coco ta biba na Rosa Spierhuis na Laren. Den kuminsamentu tabata un kambio basta grandi p’e, pero awor Julian Coco ta sintié basta ‘na kas’ na su kas nobo.
Julian Danki pa tur kos i sosegá awor na Pas! 

maandag 19 september 2011

Simia Masha Pabien!!

Mi ta kòrdakla e diaku Simia a nase.
Konkontentuamisu mama, sutata Quito, sutantanan Chila, Olga, Igma,
Brigida, Tania, Myrta, Abigail, Edisona, Joyce, Alida, Ursula i Ruthline tabata.
I tambesutionan Marlon, Charlton, Runny, Ronnie, Karl i Richard.
Ta bata un yu deseá i e espektativa nan en kuantoe mucha aki ta bata hopi altu.
Pronto Simia a serinskribí den registro sivil.
Nos sumayónan a disidíkutabata importante pa edukéna Papiamentu,
Papiamento, Ingles i Hulandes.
Komonos no tabata kep’elanta ku nos so nos ta bata invitá kadas eissi mansu
tanta- i tionan.
I debíkue grupo di famianan ta bata kresenos no por a tene e enkuentro na nei
na kas.
Nan ta bata tumalugá na ofisina di Forsa Amsterdam kuyu dansa di Lucia,
Debby i Minka.

vrijdag 15 april 2011

Simia Literario: woorden willen bloeien

door Giselle Ecury

In Nederland zijn mensen actief, die een aantal dingen met elkaar gemeen hebben. Zij hebben een sterke band met de voormalige Nederlandse Antillen of Aruba en zij houden van schrijven. Zo werd op 1 september 2001 Simia Literario opgericht door Quito Nicolaas en Liberta Rosario als een netwerk voor Antilliaanse en Arubaanse schrijvers. Inmiddels is er veel veranderd, maar de groep, met nog altijd leden van het eerste uur, is hecht en bloeit. Een overzicht van tien jaar aan activiteiten.


Simia Literario na een vrolijke activiteit onder leiding van een actrice; het uitbeelden van gevoelens en stemmingen. Door bepaalde eigenschappen uit te vergroten, leer je kijken naar mensen. Dit is bruikbaar voor het omschrijven van personages. "Stel je voor, dat je verliefd – dronken – boos – verlegen – teleurgesteld bent.” De Simia’s hebben onverwachte kanten en talenten. En vooral veel plezier.

Simia Literario ziet in 2001 het levenslicht als een netwerk dat gericht is op het schrijven in het Papiaments. Zo worden op 10 november 2001 in Amsterdam-Zuidoost, in het gebouw van de Stichting FORSA – een steunpunt voor Antillianen en Arubanen – workshops georganiseerd. Norman de Palm legt alles uit over scriptschrijven, Jorge Labadie over orthografie, Ursula Clemencia (R.I.P.) geeft een workshop “Verhalen schrijven” en Olga Orman over het redigeren van teksten. Gelijktijdig vindt elders in het gebouw een poëzieworkshop plaats. De gastsprekers daar zijn Quito Nicolaas over de basistechnieken van het schrijven, Karel Voigt over surrealistische poëzie, Ronny Martina over orthografie, nogmaals Karel Voigt over het redigeren van gedichten en Quito Nicolaas over de behandeling van gedichten. De voertaal is Papiaments.

Al tijdens deze tweede bijeenkomst blijkt, dat de hier in Nederland woonachtige leden behalve in het Papiaments, ook in het Engels en in het Nederlands schrijven en dat daar rekening mee gehouden moet worden. De opkomst van 25 tot 30 mensen is groot. Iedereen kan zich die middag als lid inschrijven. De meesten doen dat. Enthousiast.

Anno 2011 maakt men zich op voor een tweede lustrum. Is alles gedurende die jaren gestaag doorgegroeid of zijn er ook hiaten ontstaan?

Het eerste jaar biedt maandelijks een bijeenkomst, waarin telkens een lid een thema behandelt, zoals bijvoorbeeld het schrijven van een column door Ronnie Martina, nog altijd in het Papiaments. Er wordt een Café Literario gehouden in Café “El Diferente” in de De Clerckstraat in Amsterdam-West, met ruimte voor het declameren van gedichten en het vertellen van verhalen. Een filmploeg neemt alles op. Een gezellige dag met een grote opkomst.

Ook worden er commissies ingesteld. Elke commissie zal de organisatie op zich nemen van een activiteit, zoals Workshops, het Café Literario, de Literaire Maaltijd, het Literaire Concours en een Literair Radioprogramma. Veelbelovend. Maar toch komt er weinig van terecht. Iedereen moet alles doen naast eigen bezigheden en werk. Eind 2002 haken veel leden af en is er zelfs onenigheid. Met zo'n 15 mensen wordt een doorstart gemaakt.

Op 21 januari 2003 wordt ervoor gekozen om van Simia Literario een Stichting te maken, vermoedelijk om zo, als Stichting, ook subsidies aan te kunnen vragen. Quito Nicolaas wordt voorzitter, Richard de Veer penningmeester en Natalie Wanga secretaris. Dat jaar vindt het Eerste Literaire Concours plaats met de uitreiking van een literatuurprijs voor proza en één voor poëzie. De winnaars mogen bij uitgeverij In de Knipscheer een bundel uit laten geven van hun werk. De werving en inschrijving vinden zowel in Nederland als op de Antillen en Aruba plaats. Er is een externe jury ingesteld met o.a. de dichters Henry Habibe en Walter Palm. De prijsuitreiking vindt plaats op 5 oktober in het Cosmic Theater in Amsterdam. Het programma bestaat uit presentaties en voordrachten van de leden. De prijzen worden gewonnen door Joan Leslie (Proza) en Munye Oduber (Poëzie). Er wordt ook een bundeltje geprint met de voorgedragen gedichten en verhalen: Caribbean Waves of Words.

Het jaar daarop wordt er tijdens de bijeenkomsten een gedicht, alsmede een verhaal behandeld en begeleid door twee leden. Het Statuut bestaat 50 jaar en enkele leden schrijven gedichten voor de bundel Met de wil elkander bij te staan. Ook vindt de Tweede uitreiking van de Literaire Prijzen plaats in theater Zuidplein in Rotterdam. Bentana Habri wordt gepresenteerd, een bloemlezing van gedichten en verhalen in het Papiaments. Er wordt voorgedragen, wat de avond geslaagd maakt. In het bestuur vinden er wisselingen plaats.

Begin 2005 haken meer leden en bestuursleden af. Dat maakt de toestand kritiek. Ondanks de bereikte successen valt de groep uit elkaar. De overgebleven leden steken de koppen bij elkaar. Wat is er aan de hand? Is het tij te keren? Na veel gesprekken wordt uiteindelijk eind 2005 besloten, dat het roer om moet. Gerarda Lauf, bekend om haar leiderschap in de Parochie Santa Ana, wordt de nieuwe voorzitter. Het bestuur is overgedragen en wordt ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Corry Paesch is penningmeester en Olga Orman de secretaris. Ondanks de perikelen van 2005 is er een nieuw product in de maak, een CD met voorgedragen gedichten. Het eerste Lustrum is in zicht. Daar moet aan gewerkt worden! De lustrumviering vindt plaats in september in het NH-hotel aan het Leidsche Bosje te Amsterdam in samenwerking met de Vereniging Antilliaans Netwerk. De CD Kosecha/Cosecha wordt gepresenteerd. De groep breidt zich weer uit en er vinden interessante workshops plaats. In november wordt een kleine bundel, Fruta Hecho/ Rijpe vruchten geprint met de gedichten uit een workshop van poëziedocent Jos van Hest.



De uitstekende samenwerking tussen de leden onderling. Een lid van Simia Litarario schreef het kinderboek Michi, een ander lid illustreerde het, een derde lid gaf het uit: Alida Kock, La Kock Publishing. Olga Orman, auteur, en Wendela de Vries, beeldend kunstenaar en illustrator, presenteren het boek op Bonaire

Helaas overlijdt in die tijd na een ziekbed een wijs en actief lid, Brigida Meijer-Cratz. Als men dit verlies verwerkt heeft, doen de leden in verschillende steden mee met het landelijke evenement “Nederland Leest”. De bibliotheken verstrekken dan gratis een tevoren bepaald boek, waarbij het de bedoeling is, dat er een discussie op gang komt tussen de mensen onderling. In 2006 is dat Dubbelspel, geschreven door de ons allen bekende Frank Martinus Arion. In januari 2007 wordt een workshop georganiseerd voor het schrijven van gedichten in samenwerking met de Stichting Sabana, het Strategisch Amsterdams Beraad van Antillianen en Arubanen, dat werkt aan hun welbevinden als zij wonen in Amsterdam.

Nog een greep uit de diverse dingen die zijn ondernomen of gerealiseerd: Ik heb het genoegen me omstreeks die tijd aan te sluiten bij dit illustere gezelschap. Mijn romandebuut heb ik net gemaakt. Mijn eerste dichtbundel is dan al langere tijd een feit. Ik heb een optreden achter de rug tijdens één van de Haagse Winternachten. Van Joan Leslie komt de verhalenbundel De Bloeiende Flamboyant uit. Ik neem een doos exemplaren mee, als ik in maart 2007 naar Aruba reis om daar mijn beide boeken te presenteren in de Bibliotheek van Oranjestad. Een aantal van ons doet in Utrecht met voordrachten mee aan het festival Caribbean Express, dat georganiseerd is door Dr. Michiel van Kempen, hoogleraar West-Indische Letteren en tevens zelf auteur. Er wordt een thema-avond georganiseerd met de Vereniging Antilliaans Netwerk over het literaire werk van de schrijver Pierre Lauffer in samenwerking met de Fundashon Pierre Lauffer op Curaçao. Men zorgt ervoor dat een aantal van zijn titels herdrukt wordt. De verhalenbundel Waarover wij niet moeten praten wordt uitgebracht door In de Knipscheer, met bijdragen van enige Simia’s.

In 2008 komt er een samenwerking tot stand met het festival “Juni Kunstmaand in de Baarsjes”. Simia Literario organiseert twee workshops, Schrijven en Illustreren, in “Centrum Meneer de Wit”. Het resultaat is de bundel Symbiose tussen pen en penseel. In oktober wordt door Joe Fortin een lezing over Caribische Literatuur gehouden in de Openbare Bibliotheek van Amsterdam. Ook worden kerstverhalen geschreven, die in december gepresenteerd zijn in het Arubahuis en die later gebundeld worden: Nostalgia na fin di Aña/ Nostalgie aan het eind van het jaar. Verschillende leden hebben eigen werk uitgebracht of zien werk officieel uitgegeven worden. Sommige zijn zelf uitgever geworden. Er is op verschillende podia opgetreden, ook op de Antillen en op Aruba. Sinds 2006 is men actief boeken aan het verkopen en in dit verband werkt men nauw samen met uitgeverij In de Knipscheer.

Afgelopen jaar is hard gewerkt aan twee gezamenlijke bundels, die in dit lustrumjaar 2011 uitgebracht zullen worden: poëzie en proza in het Papiaments, Nederlands en Engels.


Een nieuw project: ‘Identiteit’. Veel aandacht voor de gastdocent

De groep is inmiddels hecht te noemen. Er wordt veel gelachen, de sfeer is vriendschappelijk en inspireert. De voertaal is overwegend Nederlands. Helaas is onze fantastische voorzitter vertrokken. Gerarda Lauf is teruggekeerd naar Curaçao. Met elkaar hebben de leden haar een warm afscheid bereid, in het vaste voornemen contact te houden en met elkaar te blijven groeien en schrijven. Daar vraagt Simia Literario om. Want woorden willen bloeien.

[eerder verschenen in AD Wikènt, 7 april 2011]

Fotos: @ Wendela de Vries