![]() |
| Tessa Leuwsha |
De vrouw die mijn Surinaamse oma opvoedde heette Angelica
Louisa Brouwn. Ze was tot haar twaalfde jaar slavin, haar slavennaam was
Beckie. Solomon Northup die het boek 12 jaar
slaaf naar zijn eigen ervaringen liet opstellen, overkwam in 1841 in
Amerika hetzelfde. Toen Northup in slavernij verviel, kreeg hij een andere naam,
Platt Epps. Epps, naar een latere eigenaar. Slavernij draaide om het ontnemen
van iemands eigenheid. Slaven waren naamloze wezens zonder stem. Met Solomon
Northup lag dat anders. Northup was als vrij man geboren. Hij kon lezen en
schrijven, speelde viool en beschouwde zich niet minder intelligent dan de
blanken die hij had ontmoet en voor wie hij later kwam te werken.
Northups verslag over zijn periode doorgebracht in slavernij
was al bij publicatie in 1853 bijzonder. Het verscheen een jaar na Uncle Tom’s Cabin/ De negerhut van oom Tom van
Harriët Beecher Stowe, dat handelde over de lotgevallen van slaven die vluchten.
De negerhut van oom Tom was de eerste
Amerikaanse roman met een zwart persoon in de hoofdrol. Het boek sloeg in
Amerika een diepe kloof tussen voor- en tegenstanders van slavernij. Verzon Beecher
Stowe, een blanke dochter van een predikant, haar roman, Northup ondervond zijn
relaas aan den lijve. Toen Northup in 1841 tot slaaf werd gemaakt, was in het
Noorden van Amerika slavernij al afgeschaft. In het Zuiden bestond die nog
volop. Aanvoer van verse slaven voor de zuidelijke katoenplantages vormde een
probleem. Het kidnappen van vrije zwarten door slavenhandelaren gebeurde
regelmatig. Dit overkomt ook Solomon Northup uit de noordelijke staat New York.
Northup is gehuwd en heeft twee kinderen, maar hij belandt duizenden kilometers
van huis op een slavenmarkt. Daar moet hij helder uit de ogen kijken en zijn
mond openen, zodat kopers ook zijn gebit kunnen keuren. Gelukkig voor zijn
verkopers heeft Northup aan de zweep in het slavendepot niet al te veel
littekens overgehouden. Die zouden blijk geven van een rebelse, weerspannige
inborst: geen goed verkoopmateriaal. Toch behoudt Northup, nu Platt, in zijn
vreselijke omstandigheid oog voor detail. Hij ruikt de schimmellucht in het
ondergrondse vertrek waar hij gevangen wordt gehouden, hoort het kraaien van
een haan die de ochtend aankondigt en het ratelen van een koets. Die precisie
in waarneming en Platts talent zijn situatie haarscherp te beoordelen maken
zijn verslag zo waardevol. Uit een monddood gemaakte, anonieme groep is daar opeens
een slaaf die zijn ervaringen voor anderen invoelbaar maakt. Northup bevond
zich als slaaf in hetzelfde gebied, waarin Beecher Stowe haar roman situeerde. Hij
werkte op verschillende plantages aan de Red River. Een warme, vochtige streek,
vergeven van moerassen en van bomen waar een grimmig baardmos uit hangt.
Ontsnappen is een illusie die Platt twaalf jaar zal koesteren. In die twaalf lange
jaren wandelen mensen in en uit zijn leven. De slavenhouder William Ford, die
zijn slaven goed behandelt, maar die opgroeide met de overtuiging dat de ene
mens het recht heeft de andere te onderdrukken. ‘Massa’ Ford noemen zijn slaven
hem, meester Ford; masra in het Surinaams. Fords tegenhanger is John Tibeats,
de gemene blanke, ‘white trash’. Tibeats jaagt op weggelopen slaven om te
verkopen. Als Platt het met hem aan de stok krijgt, moet die het bijna
ontgelden. ‘Waar zullen we die nikker ophangen’, vraagt een van Tibeats
metgezellen. Massa Ford schiet te hulp. Platt is ten slotte een goede nikker, hij
werkt hard en is intelligent. In Platts leven spelen ook medeslaven een rol. Niet
anders dan een slavenhouder beschouwt Platt zijn lotgenoten, die in slavernij zijn
geboren, als los van zichzelf: ongeschoold maar doordrongen van een sterk besef
van wat vrijheid moet inhouden. Eliza wordt gescheiden van haar kinderen en
verkommert van verdriet. De jonge, opgewekte Patsey trekt de aandacht van haar eigenaar
Epps, aan wie ook Platt is doorverkocht. Epps misbruikt haar. Slavernij verdedigt
hij met de bijbel: het aan het blanke ras door ‘God’ gegeven recht een ander
volk te knechten. Dat Epps seks heeft met zijn slavin is zelfs voor hem moeilijk
verkoopbaar. Epps’ vrouw, die de situatie door heeft, zint op wraak: Epps moet
Patsey afranselen. Epps besteedt dit uit aan Platt, die gehoorzaamt. ‘Het is
nauwelijks te bevatten hoe onderdanig een slaaf die in angst en onwetendheid is
grootgebracht geneigd is te kruipen onder de blikken van een blanke’, zegt
Northup in zijn verslag. Die opmerking blijkt ook voor Northup zelf te gelden, al
was hij ooit een vrij man; hij slaat zich niet als held op de borst.
Northup verdicht de tijd in zijn levensverhaal, zodat de
meest kernachtige gebeurtenissen eruit springen (het gros van die twaalf jaren
waren ongetwijfeld een eentonige dreun). Daarnaast maken zijn detaillistische
observaties dat het relaas leest als een roman, maar dan waar gebeurd.
Bijzonder zijn ook de beschrijvingen van het werk en leven op de plantage.
Iedere dag maïskoek en spek, slapen op een plank met een stuk hout als kussen,
voortdurend angst voor van alles: voor te laat opstaan, voor zweepslagen wanneer
er niet genoeg katoen is geplukt, voor ’s nachts bij volle maan te moeten
doorwerken. En toch kan Northup haast poëtisch zijn: ‘Er is bijna geen uitzicht
zo aangenaam als dat op een uitgestrekt katoenveld dat in bloei staat. Het
biedt een aanblik van zuiverheid, als een smetteloze vlakte met lichte, vers
gevallen sneeuw.’ Ook is hij in staat begrip op te brengen voor de andere kant.
Epps’ zoon van tien rijdt al parmantig rond op zijn pony met een zweep in de
hand. Aangeleerd, niet aangeboren, volgens Northup. Het kroost van de doorsnee slaveneigenaar
weet niet beter dan dat slavenruggen er zijn om af te ranselen. Dat Northup kan
lezen en schrijven, kennis die hij angstvallig voor zijn eigenaren verborgen
houdt, blijkt zijn wapen. Na twaalf jaar gevangenschap weet hij zich er zijn
vrijheid mee terug te veroveren. Pas dan wordt Platt Epps weer een individu:
Solomon Northup.
De Nederlandse historica en journaliste Bianca Stigter
herontdekte het in vergetelheid geraakte boek, toen haar partner, filmregisseur
Steve Mc Queen, op zoek was naar een verhaal over slavernij. Northups relaas
draagt alle elementen voor een succesvol script: schurken die slaven stelen, goede
en slechte meesters, de liefde die Solomon Northup blijft koesteren voor zijn
vrouw en kinderen. Steve Mc Queen maakte er een verfilming van die hem de Oscar
voor beste film opleverde. In de Nederlandse vertaling van Northups
levensverhaal, gebracht door uitgeverij Atlas Contact, is een voorwoord
opgenomen van Steve Mc Queen en een inleiding van Bianca Stigter.
Solomon Northup: 12 jaar
slaaf; Nederlandse vertaling: Leen Van Den Broucke, Inge Kok, Arjaan van
Nimwegen, Thijs van Nimwegen; voorwoord Steve Mc Queen, inleiding Bianca
Stigter. Uitgeverij Atlas Contact, 2014. ISBN 9789025443603. Oorspronkelijke
titel: Twelve Years a Slave. Uitgave
van Derby and Miller, 1853



.jpg)











































