Dit is de vroegere versie van Caraïbisch uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Sinds vrijdag 23 mei 2014, 18.00 uur wordt deze blogspot niet meer geüpdate. U kunt deze plek nog wel blijven bezoeken, maar voor actuele berichten dient u te gaan naar de nieuwe site!
donderdag 8 mei 2014
Noreen Cheung eist rectificatie van Parbode
zondag 9 februari 2014
Alphons Levens' ego en gebrek aan zorgvuldigheid spelen hem parten
![]() |
| Alphons Levens |
Acht pagina’s heeft hij nodig voor zijn eigen ‘Levensbeschrijving en bibliografie’, waarin we zelfs kunnen lezen welk boek hij wanneer en waar heeft gesigneerd. Alsof dat nog niet genoeg is, laat hij in het verhaal zelf hoofdpersoon Servin tot tweemaal toe enthousiast lezen uit eerder gepubliceerd werk van de schrijver. De intentie van Levens was ongetwijfeld goed toen hij aan dit boek begon. Alleen speelden zijn ego en een gebrek aan zorgvuldigheid hem behoorlijk parten.
[uit Parbode, 15 januari 2014]
dinsdag 10 september 2013
Ex-minister Abrahams naar rechter om artikel in Parbode
dinsdag 7 februari 2012
Walther Donner zoekt naar een remedie
door Walther DonnerBeste Arlette,
Naar aanleiding van de vele commentaren op je prachtige epistel even een korte notitie. [Het opstel van Codfried vindt u hier en hier; het antwoord van Pim de la Parra hier - red. CU.]
Een van de mooiste voorvallen uit de historie vind ik de ophanging van Oliver Cromwell. Oliver Cromwell (1599-1658) maakte in 1649 een eind aan de Engelse monarchie. Koning Karel I werd kopje kleiner gemaakt. Engeland werd kortstondig een
republiek onder zijn bewind. Hij veroverde Ierland en Schotland, en regeerde als Lord Protector van 1653 tot zijn dood in 1658. Hij werd begraven in Westminster Abbey. Tijdens zijn bewind werden naar schatting een miljoen Schotten en Ieren als slaaf verkocht onder meer naar Barbados en Jamaica. Het aantal is misschien ietwat gechargeerd.Zijn Commonwealth stortte na zijn dood in en de koninklijke familie werd gerestaureerd in 1660. Nadat de royalisten de macht heroverd hadden werd zijn lichaam opgegraven en met alle regelen der kunst alsnog opgehangen.
Na lezing van het commentaar van Pim de la Parra op je mening kwam ik op een briljant idee. (Als Nobelprijzen werden uitgereikt voor briljante gedachten kwamen Pim en ik als duo zonder meer beslist in aanmerking).
Een grondbrief van 1 Mei 1675 luidde als volgt: „Pieter Versterre, gouverneur van de provincie, rivieren en districten van Suriname, etc, vergunneende permittere mits dezen aen Jan N., omme op te neemen ende in vrijen eigendom te besitten een stuck lant, groot 800 ackers, waer hij hetselve bequaem sal vinden, mits niet doende tot nadeel van d’Indiaenen ofte eenige vorige concessiën, ende sal tselve ter behoorlijcker tijt ter secretarie laten prothocolleren. Actum Paramaribo, den 1 Mey 1675″.
Een andere, van 1683 (dus acht jaar later), luidde: „Laurens Verboom, commandeur van de provintie van Suriname, etc,
vergunnen en permitteeren bij deesen aen Andries Masserd
op te nemen en in vrijen eigendom te besitten de nombre van 1500 ackers lant in de riviere de Commewine,etc, mits niets doende ten nadeele van de Indianen ofte eenige vorige concessie“;
Ik kom op de volgende taalfouten bij vergelijking van de twee grondbrieven.
provincie, provintie
vergunneende, vergunnen
permittere, permitteeren
neemen, nemen
groot == nombre
tot nadeel ten nadeele
d’Indiaenen Indianen
concessiën concessie
Wat zouden Pim de la Parra en de heer Snijders van Parbode genoten hebben als ze in die tijd ge
leefd hadden. Ze zouden beslist overuren gemaakt hebben met het zoeken naar taalfouten. Is het geen goed idee om de ambtenaren die deze grondbrieven hebben geschreven alsnog op te graven en op te hangen? Daarmee doen wij hen een groot genoegen. Ik zorg ervoor gecremeerd te worden zodat ik niet hoef te worden opgehangen na mijn dood wegens mijn taalfouten.Tot ziens
Don Walther Donner die nog steeds zoekende is naar een therapie tegen de krabbenziekte.
[van de site van Schrijversgroep '77, 4 februari 2012]
Rood iets

door Armand Snijders
„Wat doen jullie daar?” Ik dacht dat de toon waarop ik het zei voldoende was om een ieder met kwalijke bedoelingen de stuipen op het lijf te jagen. Maar de twee creoolse knaapjes, naar schatting vier en zes jaar oud, waren totaal niet onder de indruk. Ze waren aan het rommelen aan de buitenzijde van de muur om onze tuin en hadden kennelijk geen kwaadaardige plannen. Ze waren de rust zelve toen ik ten tonele verscheen. „Die jongen zag dat rood iets”, sprak de oudste van de twee.
Wat ze nou zochten was mij onduidelijk. „Zag je een beestje?” probeerde ik. Ik wist dat het een domme vraag was. Want beestjes zijn er genoeg in Suriname, maar een roodkleurig beest dat in de stad rondbanjert, kon ik mij niet voor de geest halen. Maar ja, die knaapjes zijn evenals ik geen bioloog, dus dat mijn vraag op zijn minst dom was, hadden zij niet door. Hun antwoord was ontkennend.
„Is het iets om te eten?” probeerde ik toen, wetende dat Surinamers altijd direct in actie komen als er iets te eten te halen valt. Misschien was er iets smakelijks van onze bomen gevallen. „Nee”, lachte de oudste om zo veel onbenul. Speelgoed was het ook niet, zo bleek uit het vervolg van de communicatie. Ze bleven plakken, zonder duidelijk te kunnen maken waar ze nu naar op jacht waren.
Plots dook een vrouw op, vermoedelijk de moeder. Ze zei niets maar wees nadat ik vroeg of ik haar kon helpen op de twee kinderen. Die hoorden dus bij haar. „Wat zoeken jullie?” vroeg ook zij, op de gebruikelijke argwanende en bijna boze Surinaamse toon. „Zo’n rood iets ding, ik weet niet wat het is”, zei de jongste. De moeder was het zat en trok het knaapje aan zijn korte kroesharen mee, want thuis pruttelde het eten op het vuur.
Al met al een ontmoeting met een knap onbevredigende ontknoping. Het blijft toch even door je gedachten spoken wat het jeugdige duo met dat ”rood iets” bedoelde. Ik zal het waarschijnlijk nooit te weten komen. Maar het riep bij mij ook weer eens de vraag op hoe Nederlands het Nederlands nog is dat in Suriname wordt gesproken. Vast staat dat het door de jaren heen steeds meer wordt aangetast door invloeden, die nog het best terug te voeren zijn naar de rijke etnische samenstelling en bonte geschiedenis van het land. Van zuiverheid is allang geen sprake meer. In de loop der eeuwen heeft zich een Nederlandse taal met een vreemd tintje ontwikkeld, het Surinaams-Nederlands.
Vooral met de formulering van zinnen in de juiste volgorde hebben Surinamers doorgaans grote problemen. In alle klassen, van rijk tot arm, van jong tot oud, van afgestudeerd tot ongeschoold, van Hindoestanen tot Creolen en van Javanen tot Indianen, struikelt men over de zinsconstructies en voegt men nieuwe woorden toe aan de officiële taal.
Het meest waarschijnlijk is dat in de toekomst het Surinaams-Nederlands terrein gaat winnen ten aanzien van het Nederlands. Dat gebeurt nu al heel geleidelijk aan. Het is een taal van niemand, een verbasterd Nederlands met wat ingrediënten van alle bevolkingsgroepen. Maar zelfs dat Surinaams-Nederlands zal nooit een zuiver karakter krijgen omdat iedere etnische groep de eigen traditionele taal blijft spreken. Zo kan bijvoorbeeld in één kort gesprek tussen Javanen het (Surinaams-)Nederlands, Sranantongo (Surinaams) en Javaans gesproken worden. Maar ook dat Javaans wijkt weer af van wat oorspronkelijk op Java wordt gesproken omdat het in de loop der decennia is beïnvloed en zich ontwikkelt tot een Surinaams-Javaans.
Het maakt Suriname tot een opmerkelijke talenbrij, waarin het Nederlands vooralsnog de bindende factor blijft. Maar zelfs die bindende factor kan ervoor zorgen dat er onduidelijkheden blijven bestaan. Zodat ik nooit te weten zal komen wat nu dat ”rood iets” is geweest aan de buitenzijde van de muur van onze tuin.
[uit Reformatorisch Dagblad, 05-06-2007]
woensdag 25 mei 2011
De Surinaamse taalproblematiek (7)
Samenvatting
Laten wij eerst eens recapituleren wat wij tot nu toe gezien hebben alvorens het betoog te vervolgen. Alle voormalige koloniën van Frankrijk, Engeland, Spanje en Portugal besloten na de onafhankelijkheid door te gaan met de taal van hun voormalige meesters.
In het Nederlandse taalgebied was alleen Suriname bereid dit te doen. Dit werd zo vanzelfsprekend geacht dat deze beslissing niet eens in de grondwet werd opgenomen.
Suriname was het eerste land in de wereld dat een algemene leerplicht invoerde met de bedoeling alle Surinamers van welke kleurschakering dan ook te leren lezen en schrijven en hen via die weg om te vormen tot donkerhuidige Hollanders. Deze cultuur cq. taalpolitiek heeft niet tot het gewenste resultaat geleid.
In het voormalige moederland worden de Surinamers (donkerhuidige Hollanders) overal voorbijgestreefd door donkerhuidige Marokkanen waarmede Nederland nooit iets mee te maken heeft gehad.
In het eigen land is het de Hollanders ondanks repressie, niet gelukt de inheemse talen te verdringen. We mochten immers onze eigen talen vaak onder strafbedreiging niet spreken. Ook met aanmoediging (je kon gemakkelijker aan een baan komen als je goed Nederlands sprak), lukte dat niet. Het is gebleken dat de uitsluitende beheersing van de Nederlandse taal geen enkele voorsprong opleverde.
Ondanks een alfabetiseringsbeleid van meer dan honderd jaar moet de Surinaamse mens als semi-analfabeet worden gekenschetst. Elke generatie weet meer dan de vorige, dat wel, maar slechts in de breedte. Bij even doorprikken blijkt de kennis diepgang te ontberen. Ze lezen niet. Mijn vrouw heeft in Rotterdam een jaar lang een boekhandel gehad en wij kwamen steeds op allerlei Surinaamse manifestaties met boeken. Voornamelijk Surinaamse boeken. Ik kan met mijn hand op mijn hart verklaren dat in dat gehele jaar nooit een Surinamer de boekhandel is binnengestapt om een boek te kopen. Op grote manifestaties zoals Kwakoe in Amsterdam gaan de duizenden Surinamers die dat evenement bezoeken rechtstreeks naar de danstenten en eettenten zozeer zelfs dat deze trek van de bekende Surinaamse schrijver Ludwich van Mulier de aanduiding kreeg van dans -en eetcultuur. Elke maand houdt de schrijversgroep 77 een bijeenkomst waarbij talrijke boeken te koop worden aangeboden. Het aantal boeken dat over de toonbank gaat is minimaal. De Hollanders, onze guru’s, geven elkaar steeds boeken cadeau. Deze gewoonte is in Suriname volstrekt onbekend.
Surinamers lezen niet maar schrijven ook niet. Ik verzend elke week zowat tweehonderd essays voornamelijk naar intellectuelen. Er zijn hooguit tien lezers die mij vrij regelmatig terugschrijven met opmerkingen of mij complimenteren. Vreemd genoeg zijn deze brieven bijna alle afkomstig van Hindostaanse landgenoten.
De eindconclusie moet luiden dat het de Nederlanders niet is gelukt via het Nederlands de Surinamers op een hoger niveau van ontwikkeling te krijgen. Hun ontwikkeling eindigt veelal bij het verlaten van de schoolbanken. Dat geldt ook voor academici. En men kan zonder te lezen slechts een korjaal bouwen maar geen vliegtuigmoederschip. En blijkbaar moet het feit dat wij noch van lezen noch van schrijven houden gezocht worden in het Nederlands dat ons werd opgedrongen.
Ouderwets
Ik ga nu over tot een onderzoek van het waarom. Ik beëindigde de beschouwingen in de vorige aflevering met een relaas over de wijze waarop op Curaçao de Nederlandse taal overboord werd gezet, hetgeen was geschied met een enkele pennenstreek zonder poespas, zonder ruzie, zonder geharrewar. Naar aanleiding van dit voorval vroeg ik aan een blanke Curaçaoënaar hoe het toch kwam, dat op Curaçao de witte mensen aan het Papiamentu de voorkeur gaven boven het Nederlands terwijl de elite in Suriname het Nederlands als statussymbool beschouwde (let wel dit was het jaar 1957/1958). In Suriname zei ik, gaf het Nederlands status, zorgde voor afstand met Jan met de pet en hoe meer en hoe beter iemand het Nederlands beheerste hoe meer aanzien hij genoot. Hij antwoordde als volgt: vroeger sprak de elite op Curaçao inderdaad bij voorkeur Nederlands en het volk sprak Papiamentu. Toen kwam de olie omstreeks het eind van de eerste wereldoorlog op Curaçao aan met talrijke Hollanders in haar kielzog. ‘Wat voor raar ouderwets taaltje spreken jullie toch,’ zeiden deze Hollanders. ‘Barsten jullie maar met je Hollands,’ zeiden de Antillianen,‘Als wij Papiamentu spreken kan niemand ons zeggen dat wij ouderwets of raar of foutief spreken.” En zo stapten alle Antillianen over op het Papiamentu. Van hoog tot laag, van spierwit tot gitzwart, van rijk tot arm.
Foutief Nederlands
Ik had volop de gelegenheid om terug te denken aan de woorden van de oude Antilliaan toen ik een jaar of vijftien later het schrijverspad was opgegaan. Ik had kans gezien, dank zij een gedwongen sabbatical die ik van rechter Oosterling had gekregen (waarvoor ik hem zolang ik leef dankbaar zal blijven) een aantal romans geschreven. Ik stapte, in Nederland in 1974 aangekomen, met het manuscript van Maar Meneer de Rechter, naar een uitgeverij in Amsterdam Duwaer geheten. Ze vonden het verhaal wel interessant maar het had teveel taalfouten en was te dik. 400 pagina’s. Ik kreeg een Neerlandica mee om de taal te verbeteren en verder in het boek te schrappen. Alle rechtbankscènes moesten eruit. De kritiek na verschijning van het boek was om van te huilen. Teveel taalfouten. Potjeslatijn. Op dat moment besloot ik het schrijverspad te verlaten. Dank zij Astrid Roemer deed ik dat niet. “Trek je niets aan van het ge o.h.”, zei ze. “Geef het boek in eigen beheer uit in de oorspronkelijke versie.” Ik deed dat. Het kwam ter beoordeling terecht bij de Nederlandse bibliotheekdienst, die boeken beoordeelt voor de circa 1100 bibliotheken die Nederland rijk is. Astrid Roemer verzorgde de recensie en dat leverde mij alvast een order op van 700 exemplaren. De enige dissonant kwam van Jos de Roo die het voor de Wereldomroep recenseerde. “Don Walther schrijft niet levend Nederlands,” verklaarde hij voor de radio. Gelukkig luisteren niet veel mensen naar de Wereldomroep anders was ik weer kopje onder gegaan. Het is sindsdien in het Spaans en het Engels uitgegev
en en loopt nog steeds als een trein.
In Suriname aangekomen met mijn boeken was het direct raak. De heer Snijders, hoofdredacteur van de Parbode verklaarde in een recensie, dat mijn boek Swietie Sranang kan mij nog meer vertellen wemelde van de taalfouten en ontraadde de scholieren om het te lezen. Het interesseerde hem helemaal niet of het boek mooi, leerrijk of vlot was geschreven. Bij hem ging het meer om de taalfouten. Nou, denken de Surinamers die het heerlijk vinden als het werk van een landgenoot wordt afgekraakt, dan hoef ik het boek lekker niet te kopen.
[vervolg, klik hier]
Fotografie: @ F. Taytelbaum
maandag 1 november 2010
Parbode wint VSH-journalistenprijs
deze kop. Want sommige dingen kunnen net niet goed vallen in de Surinaamse samenleving”, zegt hoofdredacteur en medeauteur, Armand Snijders, desgevraagd aan Starnieuws. De prijs werd zaterdagavond uitgereikt.Samen met Romie Raaphorst deed Snijders behoorlijk wat graafwerk om het artikel te kunnen schrijven. Snijders is trots op de VSH-journalistenprijs. De schrijvers krijgen naast een plakkaat ook SRD 7500. Dat is SRD 2500 meer dan de voorafgaande twee keren. Gail Eyk en Gian Moeridjan (Apintie televisie) en Lloyd Groenewoud (Radio Apintie) waren ook genomineerd. Zij krijgen SRD 2000. De vorige twee keren heeft Sky televisie de prijs gewonnen. Deze keer viel Sky niet in de prijzen. De VSH-journalistenprijs wordt uitgereikt in samenwerking met de Stichting ter Bevordering van Journalistiek in Suriname.
Borger Breeveld, voorzitter van de jury, zegt dat er 35 inzendingen waren. 17 van de schrijvende pers, 9 radio en 9 televisie. Hij merkt op dat de kwantiteit is toegenomen in vergelijking met de afgelopen twee jaren, maar de kwaliteit is er niet vooruit op gegaan. Er waren ook gewoon krantenknipsels ingezonden. Veel van de inzendingen beantwoorden niet aan de criteria die worden gesteld. Breeveld merkt op dat de kwaliteit beslist moet worden verbeterd. Hij haalde ook aan dat gerenommeerde media geen inzendingen hebben gestuurd.
[overgenomen uit Starnieuws, 31 oktober 2010]
donderdag 17 juni 2010
Armand Snijders mishandeld
De Nederlandse journalist Armand Snijders, hoofdredacteur van het Surinaamse maandblad Parbode is afgelopen weekeinde in Paramaribo ernstig mishandeld. Dat heeft Snijders gezegd tegen de Wereldomroep.Hij werd door een auto van zijn bromfiets gereden, en vervolgens geslagen en geschopt. Met gebroken ribben, een op drie plaatsen gebroken sleutelbeen en schaafwonden belandde hij in het ziekenhuis, waaruit hij dinsdag werd ontslagen. 'Die rotzooi in Parbode!', hadden de daders hem toegebeten.
Zorgelijk
Snijders is al vaker mishandeld vanwege zijn journalistieke werk in Suriname. De laatste keer was in oktober vorig jaar. Hij heeft geen idee wie er achter zit. Snijders heeft geen aangifte gedaan; hij gelooft niet dat de daders kunnen worden opgepakt.
Snijders staat in Suriname bekend als een kritische journalist die geen politiek kopstuk spaart.
De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) noemt de mishandeling van Snijders een zorgelijke ontwikkeling. 'Hier is geen sprake van een incident, maar een doelgerichte mishandeling die ook nog terugkerend is', aldus Thomas Bruning, algemeen secretaris van de NVJ.
[Ontleend aan Waterkant.net]
Vor de website van de Parbode, klik hier
Ook de Werkgroep Caraïbische Letteren verwerpt met kracht elke poging tot kneveling van de persvrijheid, en wenst Armand Snijders sterkte.
zaterdag 13 maart 2010
Guillaume Pools bibliotheekdroom
De laatste bijeenkomst van de Schrijversgroep '77 stond in het teken van de bibliotheek droom van Guillaume Pool. Onder zijn leiding werd diepgaand geboomd over bibliotheken die met veel pijn en smart door particulieren worden opgezet en in stand worden gehouden met volkomen afwezigheid of belangstelling van overheidswege.

Guillaume onthulde waar bibliotheken zijn ontstaan namelijk in Mesopotamië (dus van eerbiedwaardige leeftijd) en hun belang voor de opvoeding en de geestelijke vorming van de mensheid. Toen kwam een dame aan het woord die met veel enthousiasme onthulde hoe ze thuis bij zich een bibliotheek was begonnen die zeer trouw door de jeugd uit de buurt wordt bezocht. Een successtory dus. Het gelamenteer over het onvermogen van de overheid om ook hier iets nuttigs voor het land tot stand te brengen voerde als gewoonlijk bij dit soort discussies de boventoon. Veel wijzer werden de aanwezigen dus niet. Begane paden werden bewandeld zogezegd. Aangezien ik de reputatie heb van steeds de knuppel in het hoenderhok te gooien en ik de gezelligheid niet wenste te verstoren hield ik de kaken stijf op elkaar. Het is beter dacht ik, op schrift mijn mening weer te geven. Zo loop ik minder kans in een oeverloze discussie verzeild te raken. Ik heb de gewoonte om onverbloemd en zonder omhaal van woorden mijn mening te geven. Ik weet dat dat mij niet steeds in dank wordt afgenomen, sommigen noemen mij zelfs een arrogante klootzak, maar so be it. Ik meen dat er iemand moet zijn om ons een spiegel voor te houden.
Surinamers lezen nauwelijks. Een waarheid als een koe.
Bewijzen zijn er voor het oprapen.
1. De CCS bibliotheek past beslist zes keer in de centrale bibliotheek van Curaçao die ook beter bezocht wordt. Iedere dag worden de scholieren er klassikaal heengebracht. Vraag eens aan een Surinamer, volwassene of kind, waar de CCS bibliotheek staat. Bet your life dat 90 procent dat niet weet.
2. Er verschijnen op Curaçao zeven dagbladen op 150 000 inwoners. In Suriname 4 kranten op 500 000 inwoners.
3. Uit een recent onderzoek in Nederland onder vijftig plussers blijkt dat 55 procent van hen lid is van een bibliotheek en maar liefst 73 procent lid van een leeskring of leesclub. Gemiddeld leest elke vijftig plusser in Nederland 21 boeken per jaar. Dus elke vijftig plusser leest bijna twee boeken per maand.
4. Een van de eerste cadeautjes die een Hollander geeft aan een kind is een boek. Dat kennen wij in Suriname niet.
5. Ook de gewoonte om boeken als cadeau of relatiegeschenk weg te geven kennen wij niet. We gaan liever op bezoek met een portie nassie.
6. Als elke leerkracht hier te lande elke maand het luttele bedrag van 25 srd. zou uitgeven aan een boek zou dit land een paradijs zijn voor schrijvers.
Een vaak gehoord excuus is dat boeken in Suriname te duur zouden zijn. Dit is een praatje voor de vaak. De bibliotheken kosten ook in Suriname haast niets. Dit excuus geldt trouwens niet voor Nederland waar Surinamers niet te klagen hebben over gebrek aan geld. Mijn vrouw had een boekhandel aan de Nieuwe Binnenweg, een van de drukste winkelstraten van Rotterdam. In twee jaar tijds is nooit een Surinamer de winkel binnengestapt om een boek te kopen. Er kwamen Turken, Marokkanen, Curaçaoënaars, Hollanders, Kaap Verdianen, Portugezen, Spanjaarden van heinde en verre na een advertentie dat weer een bezending was gearriveerd. (Ik ging boeken persoonlijk kopen voor de winkel in Spanje, Portugal, Frankrijk en Engeland). Maar Surinamers? Never, welke reclame er ook werd gemaakt voor mooie Surinaamse boeken.
Er wordt elk jaar in Amsterdam het Kwakoe Festival gehouden. Duizenden Surinamers komen van heinde en verre erop af om landgenoten te ontmoeten in een soort reünie. Er zijn ook boekenstands. Men vrage maar aan de verkopers hoe het daarmee zit. Ludwich van Mulier voorzitter van het Surinaams schrijversgenootschap in Nederland bedacht hiervoor zelfs de uitdrukking: eet en danscultuur. De Surinamers lopen Linéa recta naar de eettenten en danstenten.
In de loop der tijden zijn er altijd enthousiastelingen geweest die hebben getracht het leesgedrag te stimuleren. Daaronder bevinden zich natuurlijk mensen voor wie de verkoop van boeken een broodwinning vormt, de broodschrijvers zogezegd. Maar een groot gedeelte bestaat uit mensen , zoals die mevrouw uit Flora, die dat doen uit pure liefhebberij of idealisme omdat zij weten of beseffen dat economische vooruitgang nauw verband houdt met het leesgedrag. Men kan nu eenmaal een korjaal bouwen zonder ooit eens een boek gelezen te hebben, maar een wolkenkrabber bouwen zonder daarover gelezen te hebben gaat nu eenmaal niet. Een volk dat niet leest zal ten eeuwigen dage korjalen blijven bouwen. De inspanningen, uit welk motief dan ook, om het leesgedrag te bevorderen, hebben tot nu toe tot niets geleid. En de in de vergadering onthulde plannen voor media en allerhande soorten theken zullen gegarandeerd hetzelfde lot ondergaan. Het is gebleven en zal blijven bij een Kurieren Am Symptom om het eens op zijn Duits te zeggen. De oorzaken worden namelijk niet aangepakt; het probleem wordt niet bij de hoorns gevat.

Welke zijn nu die oorzaken? Ik zal die opsommen waarbij ik op zere tenen zal trappen hetgeen mij op aardig wat kos kossies te staan zal komen. Maar ik heb een brede rug. Daar gaan we dan.
1. De etnische samenstelling van ons volk.
De grootste bevolkingsgroep van ons land is de Hindoestaanse groep. Hindoestanen zijn niet geïnteresseerd in wat Ismene Krishnadath of welke schrijver dan ook te vertellen heeft. Men bewijze mij maar het tegendeel. Ik ben nog nooit in een vergadering van de schrijversgroep een Hindoestaan tegengekomen hoe interessant ook het behandelde thema.
De Marrons vormen de tweede groep qua aantal. Die zijn voor het grootste deel ongeletterd. Zij lezen niet dus hun kroost ook niet.
De Javanen lezen vermoedelijk meer dan de Hindoestanen. Daar is ook alles mee gezegd.
En de creolen dan? Die lezen ook weinig want ze weten alles al. Zoals men op de Antillen zegt: God weet alles maar de Surinamer weet meer.
2. De funeste invloed van Hollanders die hun ei in Nederland niet kunnen kwijtraken, op ons denken, doen en laten. Zij zijn het die de jeugd steeds voorhouden hoe armzalig wij wel schrijven en containers vol boeken uit Holland laten overkomen geschreven door mensen die in Nederland volstrekt onbekend zijn. Waarom zijn ze anders overtollig en slechts geschikt om gedumpt te worden? Ze zouden wel wijzer wezen daar in Holland dan boeken van Harry Mulisch en andere grootheden in grote aantallen naar Suriname te sturen. Lezing van de container boeken is geschikt om ons plezier in het lezen voor de rest van ons leven te vergallen. Ik had op de middelbare school een leraar die week in week uit doorzaagde over De kleine Johannes van Willem van Eeden. Zuid-Zuid-West en De Stille Plantage waren volgens hem geen literatuur en mochten ook niet op mijn literatuurlijst. Ik heb na de schoolbanken nooit meer een Nederlandse roman gelezen. Ene meneer Wim Rutgers schreef in OSO het blad voor Surinamistiek "Walther Donner's schrijfdrang is groter dan zijn schrijftalent." Waarom dan de kitsch van Walther Donner gelezen, waarvan prominente Surinaamse recensenten als Wilfred Lionarons, Ludwich van Mulier, Chitra Gajadin e.a. hoog opgeven van de waarde van zijn boeken voor de vorming van de Surinaamse mens. Natuurlijk zijn uitlatingen als die van meneer Wim Rutgers koren op de molen van de Surinamers die graag horen dat een andere Surinamer eigenlijk niet deugt. Ene meneer Snijders hoofdredacteur van Parbode schreef in een recensie van mijn boek Swietie Sranang dat het boek wemelt van de taalfouten. Niets interessants viel er over het boek te vermelden. De jeugd werd daarom afgeraden het te lezen. Vreemd genoeg denkt men in Nederland anders over deze zaken. Het boek werd door DBNL goed genoeg bevonden om in extenso opgenomen te worden op internet. Er zijn al zestien drukken verschenen en in Nederland zijn razend veel gekocht vooral door Hollanders die het als cadeau geven aan Surinaamse kennissen en een ieder vindt het prachtig de verhalen te lezen over de goede oude tijd. Meneer Snijders zegt aan de Surinaamse jeugd: 'waste of time' je kunt er niets van leren integendeel. Je taalgevoel zal zodanig worden aangetast dat je niet in staat zal zijn een roman of zelfs maar een short story te schrijven.
2. De buiten proporties geraakte invloed van het zwakke geslacht op onze vorming. Vrouwen houden nauwelijks van voetballen, politiek of vechten. De jongens houden juist van deze zaken. In mijn jonge jaren waren we gek op de boeken van Karl May en Gustav Aimard en Alexander Dumas etc. We hielden van voetbalboeken over Bas Pauwe en Andrade de man met de uitschuifbare benen etc. We verslonden deze boeken. Het ene na het andere. De mannelijke jeugd is nauwelijks anders geworden. Terwijl de juffrouw nu voor de klas staat te oreren over Mies die houdt van Jan en er toch vandoor gaat met Piet zitten de jongens te denken aan Maradonna en Pele en Ruud Gullit. Daardoor wordt het lezen van boeken compleet vergald. Als ze een boek in handen krijgen denken ze, och het zal wel van hetzelfde laken een pak wezen en leggen het neer.
3. De funeste invloed van half analfabeten in high places die hun positie niet aan het lezen maar aan een partijkaart te danken hebben. Zal ik eens enige van mijn ervaringen onthullen?
Ik vroeg eens aan een lerares om mijn boek Zeg nooit, Nooit te beoordelen. Zegt ze: in Suriname houdt men niet van detectives. Punt uit. Gek is dat. Het boek is zowel in het Spaans als het Engels en zelfs in het Russisch verschenen met veel succes. (De titel luidde vroeger Het Noodlot). Men raadplege internet maar.
Ik bood het boek De Loerdraaiers dat als ondertitel heeft: hoe neem ik een politieke tegenstander te grazen ter lezing aan een lerares. Zegt ze: "Dat is niet mijn genre." Blijkbaar is Piet houdt van Mies wel haar genre. Als een jongen les krijgt van een dergelijke dame leest hij gegarandeerd nooit meer.
Ik bood mijn boek Life in these amazing West Indies ter beoordeling aan op het ministerie: "We keuren geen boeken goed die niet door een native writer zijn geschreven," krijg ik te horen. Vreemd genoeg wordt dit boek nog steeds op scholen in Londen gelezen. Twee versies Vocabulary range 3000 words 100 bladzijden en vocabulary range 900 words 70 bladzijden.
Het ministerie van buitenlandse zaken kon dit boek gratis van mij krijgen om als relatiegeschenk te geven aan collega’s in de Caricom. Dit boek, zei ik, wordt in Londen gebruikt op de scholen waar veel West Indiërs op zitten. En met succes. Het zou best kunnen dienen als bruggenhoofd voor andere Surinaamse schrijvers in de Caribbean. Not interested.
Guillaume Pool vertelde aan de bijeenkomst dat hij, toen hij op het ministerie om medewerking kwam vragen voor zijn bibliotheek project, werd afgescheept met een aanbevelingsbrief om elders aan te kloppen voor steun. En Ismene Krishnadath zei vergoelijkend dat ze geen geld hebben om het lezen te bevorderen.. Zal ik iets vertellen? Toen doctor Lee president werd van Singapore zei hij aan zijn volk "Mijne mensen, vanaf dit moment gaan we alle beschikbare middelen werpen op onderwijs, onderwijs en nog eens onderwijs." Dat wierp zijn vruchten af. Singapore behoort tot de welvarende landen. De lieden die het op Onderwijs voor het zeggen hebben, zouden wel wijzer wezen dan achter hun bureau vandaan te komen om bij de UNESCO of andere organisaties hulp te gaan zoeken voor iets waarvan ze het heil en het nut toch niet inzien.
Zal ik ten besluite een anekdote vertellen? Gevolg gevend aan een oproep van het CCS gericht tot de schrijvers om boeken te schenken, verschijn ik gewapend met een doos vol boeken ter plekke. Ondanks mijn talrijke in verschillende talen verschenen romans blijkt niemand van het personeel ooit van mij gehoord te hebben. Mag ik de boeken persoonlijk aan de directeur overhandigen? Oh neen. De functionaris blijkt moeilijker te spreken te krijgen dan president Barack Obama. Dan maar aan de onderdirectrice. De dame laat me weten dat ze me niet kan ontvangen daar ze het druk heeft. Ik maar terug met mijn boeken. Ik kom een paar maanden later op Curaçao aan en ga op bezoek bij de bibliotheek. Het personeel staat zich aan mij te vergapen als mijn naam wordt genoemd. De directrice komt ogenblikkelijk uit haar kamer om me te begroeten en kopieert hoogst persoonlijk Antilliaanse piano muziek voor me. Daar beseffen zij dat wij schrijvers hun broodwinning zijn. In Suriname zeggen ze: je denkt dat je geweldig bent! Had je nou gedacht dat personeel of directie van het CCS aan bezoekende kinderen- zo ze die zouden ontvangen- zouden zeggen “Jongelui, jullie moeten het boek eens lezen van Frits Wols over het Groene Labyrinth. Daar kunnen jullie veel van opsteken. We hebben het zelf gelezen en vonden het prachtig.” Kom nou!
[overgenomen van Masusaworld]
Op de bovenste foto Walther Donner; De illustratie is van Hajo





