Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen

woensdag 21 mei 2014

Hoe het vreemde-talenonderwijs om zeep wordt geholpen

Klik voor groter formaat

door Michiel van Kempen

Hoe het leren van vreemde talen om zeep wordt geholpen? Kijk maar naar de foto hierboven. Het is een opname van pagina 2 van het Nederlandse landelijk eindexamen Frans dat vandaag, 21 mei 2014, is afgenomen. Er staat: "Let op: beantwoord een open vraag altijd in het Nederlands, behalve als het anders is aangegeven. Als je in het Frans antwoordt, levert dat 0 punten op." Dus je hebt zes jaar zitten zwoegen op de Franse taal, in de hoogste afdeling die het Nederlands middelbaar onderwijs heeft: het VWO, en dan word je keihard afgestraft als je wilt laten zien dat je je Frans beheerst.

Waar houdt dit op:
"Als je in het Duits antwoordt, levert dat 0 punten op."
"Als je in het Engels antwoordt, levert dat 0 punten op."
en uiteindelijk biij het eindexamen Nederlands:
"Als je in het Nederlands antwoordt, levert je dat 0 punten op."

Is die club malloten die dit eindexamen heeft opgesteld, misschien bij elke sessie begonnen met het aanbreken van een kistje Grand Cru?

Ik ben bang dat ze niet eens weten wat een Grand Cru is.

zaterdag 10 mei 2014

Winnaars ‘National Happy Spelling Bee competition’ bekend

De winnaars van de ‘National Happy Spelling Bee competition’ zijn OS Reeberg project, MULO Geyersvlijt en the AlphaMax Academy.
Dit jaar hebben veel meer scholen meegedaan, de organisatie is ook groter zegt Monique Brown, directeur van de Stichting ‘Leren voor een goede toekomst’. Ze streeft ernaar dat de Engelse taal veel meer gesproken wordt in Suriname.
De Engelse spelcompetitie is gisteren gehouden. 22 Scholen hebben in 3 categorieën meegedaan aan deze wedstrijd. De kinderen kregen bij elke ronde drie woorden in het Engels om te spellen. Als een woord fout werd gespeld, viel de deelnemer uit.

De laatste overgebleven persoon sleepte de hoofdprijs in de wacht.


[van GFC Nieuws, 9 mei 2014]

Paramaribo. Foto © Michiel van Kempen

woensdag 9 april 2014

Clichétaal - deze woorden durft u nooit meer te gebruiken

Voor de grote cliché-special van de Volkskrant selecteerde de redactie op het gebied van Mode, Uitgaan, Muziek, Kunst en Literatuur de woorden en zinsneden die zo cliché zijn dat u ze na het lezen van deze lijstjes nooit meer durft te gebruiken.


Foto © Isabeli Fontana
Clichétaal A - Mode
To die for, preppy, bling (bling), über, fashionista, edgy, comfy, casual chic, boho chic, heroin chic, boyfriend, faux pas, pièce de resistance, bon ton, killer heels, het nieuwe zwart, classic (of iets anders) with a twist, hand picked, urban, look & feel, mix & match, on heels, must have, do's, don'ts, no-no, it-bag, shopaholic, shop till you drop, dress to kill, dress to impress, zó + jaartal.





Foto © Gotti Almonte
Clichétaal B - Uitgaan
Skills, dikke line-up, dikke set, dikke track, harde track, line-up om je vingers bij af te likken, festivalkriebels, ging los, ging uit zijn dak, was keihard aan, moves doen, in de groove, de break, de drop, tot de nok toe gevuld, spoorboekje (timetable), de grote plas oversteken, lekker gaan, support, de scene, vuistjes pompen, voetjes van de vloer, handjes in de lucht, heupen losmaken, hardstyle-elementen (of andere elementen), (pure) magie, rammen, shinen, vlammen, technoliefhebbers kunnen hun hart ophalen, staat garant voor een feestje, in stijl afsluiten, marathonsessie, crowd, afpompen, afknallen, afglijden, het dak eraf draaien, bangers, superheld, eindbaas, held, grootheid, knalteam, een topper, moeilijk veel zin in iets hebben, knallen, het zwarte goud (vinyl), early bird, volledige chillmodus.



Foto © Farida Merville
Clichétaal C - Muziek
Vuig, gruizig, volwassen geworden, back to basic, met een randje, het experiment zoeken, oerdegelijk, rockchick, onontkoombaar, industrieel, een symmetrische plaat, bak herrie, sferisch, rauw, morsig, dampend, iets wat je niet meer loslaat, pareltje, juweeltje, vertelkunst, gitaarmuur, wat een strot, urgent, mist urgentie, vernieuwende sound, hervonden spelplezier, geeft pas na meerdere draaibeurten zijn geheimen prijs, vocalisten (in plaats van zangers), gierende gitaarsolo's, tussendoortje (voor een soloproject van een bandlid), de vlam sloeg in de pan, dat ging erin als spreekwoordelijke koek, om door een ringetje te halen, loepzuiver, charismatisch, enigmatisch, registers bespelen/opentrekken, voor de liefhebber.


Clichétaal D - Kunst
Dicht op de huid, kruipt onder de huid, grijpt je bij de strot, slaat je knock-out, legt de vinger op de zere plek, roept vragen op, laat de blik kantelen, gaat prettig in tegen de tijdgeest, trapt de tijdgeest handig op de staart, toont een ontluisterende blik op de werkelijkheid, speelt een spel met fictie en werkelijkheid, verbeeldt de condition humaine, wijst de kijker op de onontkoombare realiteit van het menselijk bestaan, onderzoekt de grens tussen elitaire en populaire cultuur, een indringende ervaring, uit innerlijke noodzaak.


Clichétaal E - Literatuur
Geen woord te veel, droomdebuut, unputdownable, messcherpe stijl, een belangrijk boek, een noodzakelijk boek, het boek dat geschreven moest worden, aangrijpend verslag, hartverwarmende roman, vlijmscherpe roman, meeslepende roman, adembenemende roman, onmisbare roman, beklemmende roman

Vandaag in de Volkskrant: de cliché-special. 'Eerlijke mayonaise. Stoere boterhammen. Echt vers. Sexy pastries.'


[van de Volkskrant.nl, 9 april 2014]

zondag 16 maart 2014

Stap naar Nederland groter dan je denkt

Lucia Martis. Foto's: © Mineke de Vries
door Mineke de Vries

Het is bijna haar levenswerk geworden: vanaf haar start in Nederland heeft Lucia Martis zich vanuit het welzijnswerk sterk gemaakt voor Antillianen en Arubanen in Nederland. “Veel mensen komen in de problemen door de taalbarrière, doordat ze geen huis of baan vinden of de weg kwijt zijn in de samenleving en komen als gevolg daarvan in de schulden, lopen onderwijsachterstand op, vervallen soms tot criminaliteit. Ik zie het als mijn persoonlijke missie dat mensen het goed hebben, dat iedereen die problemen heeft zijn weg weet te vinden en kan werken aan zijn toekomst.”


Alhoewel studenten worden opgevangen als ze naar Nederland komen, voor anderen die ‘’zomaar’’ komen, is er geen enkele opvang. Het is voor studenten al een hele klus hun weg te vinden, laat staan voor diegenen die zonder enige opvang op Amsterdam aankomen. Martis werkt vanuit ProFor - bureau voor samenlevingsopbouw - aan het opbouwen van de levens van mensen die zijn stukgelopen. Alhoewel het bureau toegankelijk is voor iedereen, blijkt zestig procent van Antilliaanse afkomst te zijn. “We hebben vanuit het verleden dan ook een enorme expertise opgebouwd met deze doelgroep.”

ProFor, wat betekent ‘voor kracht’, stelt zich ten doel vanuit die eigen kracht anderen te helpen, trainen en coachen. “Wij zijn laagdrempeliger dan het reguliere maatschappelijk werk, staan met onze voeten in de modder, helpen met alles wat er speelt rond die persoon en kijken niet op de klok. Aan de hand van de hulpvraag ontwikkelen we methodes en koppelen mensen zoveel mogelijk aan lopende projecten. We kijken dus naar het totale beeld van een cliënt en zijn of haar omgeving en pakken aan alle kanten aan, bieden de cliënt bijvoorbeeld ook nog taalles en sturen zijn kind naar onze huiswerkbegeleiding.”
 
Lucia Martis
Denk na voor je gaat
Het was anders toen Martis zelf in 1977 op 21-jarige leeftijd naar Nederland kwam en er opvangcentra voor Antillianen en Surinamers waren. “Je woonde daar de eerste tijd en werd met alles geholpen, je sofinummer aanvragen, beroepenoriëntatie, trainingen om te participeren in de samenleving, alles vanuit de opvang en het ministerie geregeld. Je werd snel zelfstandig gemaakt. Vanuit het opvangcentrum, dat bovendien banden had met de woningbouw werd naar een zelfstandige woonplek gezocht. Eigenlijk kwam iedereen goed terecht, dat is nu anders. Een fors aantal, dat komt om een nieuwe start te maken, komt terecht in een circuit van zwerven, soms stelen om te overleven.” Martis zegt niet genoeg te kunnen benadrukken dat mensen die de stap zetten om naar Nederland te komen zich vooraf uitgebreid moeten oriënteren: verdiepen in de samenleving, wetten en regels, websites bekijken. “Het is vechten om je doel te bereiken, zeker als je niemand hebt om je op te vangen en realiseer je dat het in Nederland crisis is, zo gemakkelijk kom je niet aan werk. En heb je geen werk en dus geen binding met een stad, kun je je er niet inschrijven. In de loop der jaren zijn de regels verscherpt, je komt niet zonder meer in de bijstand. Het is niet meer: ‘Nederland zorgt voor je vanaf je geboorte tot je dood’, je krijgt net voldoende om in leven te blijven. Zeker als je met kinderen komt, sleep je hen mee in een mogelijke mislukking. Want ook ten aanzien van kinderen zijn de regels verscherpt: zorg je niet goed voor ze, worden ze onder toezicht gesteld of soms uit huis geplaatst.” Nederland eist dat je participeert in de samenleving, een samenleving waarbij je op jezelf bent aangewezen. Martis: “Denk er serieus over na of je deze stap aankunt. Ondanks dat ik alle mensen een nieuw leven gun, is het soms beter in eigen land te blijven.”

Nederlands basis
Eén van de allerbelangrijkste criteria is in de ogen van Martis de taal. Beheers je het Nederlands niet, kom je in grote problemen in de samenleving, maar ook in je studie. Zelfs goede studenten worden drop-outs doordat ze hun lessen niet goed kunnen volgen. “Ik zou het tegen alle mensen en in het bijzonder tegen de beleidsmakers op Curaçao, de mensen in het onderwijs willen zeggen dat de beheersing van het Nederlands een voorwaarde is te slagen in de toch al zo gecompliceerde samenleving. Tegen ouders wil ik zeggen: praat en lees met je kinderen in die taal. Als inmiddels ervaringsdeskundige kan ik zeggen dat mijn generatie enorm veel voordeel heeft gehad van het feit dat Nederlandse de voertaal was, zowel op school en vaak ook thuis.”
Het belang van goed taalonderwijs werd in 2008 nog eens onderstreept toen ProFor samen met het alfabetiseringsproject van Pro Alfa op Curaçao het Appeltje van Oranje kreeg, een prijs van het Oranjefonds die wordt uitgereikt aan organisaties die zich inzetten voor een betere samenleving. Met taalcursussen biedt Fundashon Pro Alfa mensen een tweede kans om beroeps- en taalvaardigheden te leren.

Antillianen grootste groep
Martis, geboren uit een Antilliaanse moeder en Surinaamse vader doorliep het Maria Immaculata Lyceum om daarna allerlei baantjes aan te pakken om te sparen voor haar ticket naar Nederland. “Ik wilde mijn vleugels uitslaan en Nederland leren kennen. Ik maakte een langzame start wat mij geholpen heeft nu in deze positie te zitten. Naast mijn werk via uitzendbureaus deed ik cursussen en behaalde uiteindelijk de HBO-management.”

In 1986 begon ze ‘onderaan’ in het welzijnswerk, wat haar zo greep dat ze zich ging specialiseren en er nooit meer wegging. “Met mijn werk bij het eerste Platform voor Antillianen en Arubanen (POAA) is de liefde voor het welzijnswerk geboren.” Vanuit dat platform ontstonden nieuwe organisaties, waaronder het huidige ProFor. Toen de overheid wilde gaan decentraliseren werd POAA afgebouwd en de gedecentraliseerde organisatie Forsa met dependances in het hele land gestart, gesubsidieerd vanuit de provincie. “Ik ging als vanzelf mee en klom op van coördinator naar manager naar lid van de Raad van Bestuur.” Toen de provincie in 1997 afwilde van uitsluitend categoriaal werken werd naast Forsa - die zich nu richt op medische zorg voor alle doelgroepen - dochter Profor opgericht, die alle welzijnstaken in alle doelgroepen verzorgt. “Van een puur Antilliaans/Arubaanse organisatie zijn we in een multiculturele organisatie veranderd. Ondanks dat we openstaan voor alle doelgroepen ligt onze kennis vanuit het verleden bij de Antillianen die zoals gezegd het merendeel van onze klantengroep vormen. Bovendien blijven er steeds nieuwe stromen komen, het is een migratievolk en heb je de ene groep op de rails, dient de volgende zich aan.”
Martis zat overigens ook in het oprichtingsbestuur van NiNsee, was actief in de landelijke Arubaanse vrouwenbeweging en bij Fostin, de Surinaamse organisatie voor 50-plussers.

Lucia Martis
Projecten
ProFor - die in en rond Amsterdam haar werkgebied heeft, maar ook van ver daarbuiten hulpvragen krijgt - heeft diverse projecten in huis. Eén daarvan is het maatjesproject. “We koppelen kinderen en jongeren met een hulpvraag aan een jongere van zijn eigen leeftijd om hem mee te trekken en te stimuleren. Ze trekken  een heel jaar met elkaar op, zowel thuis, op school, met sporten. Dit kan zowel op sociaal/emotioneel als op gezondheidsgebied zijn (bijvoorbeeld bij obesitas).” Binnen dit onderwijsproject Future Kids worden per jaar zo’n 150 kinderen begeleid, kinderen die op school een achterstand hebben als gevolg van taalproblemen, cultuurverschillen, armoede en onvoldoende stimulerende thuissituaties. Soms is er sprake van gedragsproblemen. Ouders worden op de hoogte gehouden door oudermiddagen, nieuwsbrieven en individuele gesprekken. 

Vaderrol
“Een prachtig project is het Family Coach project, waarin we gezinnen, ook eenoudergezinnen coachen op alle gebied. Meegaan naar artsen, maar ook begeleiding bij huiselijk geweld behoort daartoe. Een belangrijk speerpunt is de vaderrol. “We hebben de laatste jaren veel voor vrouwen gedaan, het is nu de beurt om vaders te empoweren hun vaderrol op te pakken. Vanuit de Antilliaanse achtergrond is dat een probleem, maar wij willen vaders wijzen op hun essentiële rol in de opvoeding. Daarnaast hebben we nog een seksualiteitproject. Door middel van theater bespreken we met jongeren en hun ouders thema’s als grenzen stellen, homoseksualiteit en acceptatie. Tot slot hebben we een blinden- en slechtziendenproject. Met een denktank willen we zicht krijgen op de situatie en de problemen van deze groep blinden en slechtzienden met een andere etnische achtergrond.” Overigens werkt ProFor bij elk project met een doelstelling, die aan het einde wordt getoetst en vergeleken met de nulmeting aan het begin.

Bij alle projecten biedt PorFor individuele begeleiding maar ook adviestrajecten en trainingen voor vrijwilligers, zelforganisaties, professionals uit  zorg/welzijn/onderwijs, instellingen en bedrijven, alles in het kader van diversiteit. “We zijn bruggenbouwers die werken aan betere communicatie en beter begrip.”
Ook op Curaçao, Bonaire en in Suriname werden in samenwerking met slachtofferhulp trainingen huiselijk geweld verzorgd. “Altijd als ik daar kom, zoek ik contact met sleutelfiguren om ook daar een bijdrage te leveren.”

Tienermoeders in Kas Broeder Pius
Foto © Catrien Ariëns
Samenwerking
Het was voor PorFor dramatisch dat per 2013 de subsidie werd stopgezet. Van een organisatie die bestond uit 35 betaalde krachten krompen ze in tot twee betaalde krachten en twintig vrijwilligers, want stoppen wilden ze niet. “We hebben veel professie in huis, er liggen trainingen op de plank die we in de loop der jaren hebben ontwikkeld, qua materiaal hebben we voldoende.” Er wordt aandacht besteed aan het trainen van vrijwilligers om professioneel te werken en daarbij werken ze met zo’n vijftig HBO-studenten van de Hogeschool van Amsterdam en de Sportacademie. “Het mes snijdt aan twee kanten: zij lopen bij ons stage en wij helpen met hun specialisaties, die wij op onze beurt weer gebruiken voor verdere specialisatie. Onlangs werd bijvoorbeeld door studenten een project over tienermoeders gedaan. Sommige tienermoeders willen graag een eigen baby’tje, maar hebben geen idee wat er bij komt kijken, sommige meiden durven gewoon niet voor zichzelf te kiezen. Dit soort grote sociale problemen moeten van huis uit worden opgepakt.” Overigens bleek uit het studentenonderzoek ook dat het aantal abortussen onder autochtonen veel hoger ligt dan onder allochtonen, een bijkomende verklaring voor de hoge aantallen tienerzwangerschappen onder Antilliaanse meisjes.”Wij stimuleren de meisjes na de bevalling overigens weer te gaan werken of naar school te gaan.” Naast de studenten probeert ProFor als leerbedrijf via incidentele projecten haar voortbestaan zeker te stellen.
 
Lucia Martis
Om de problematiek van geldgebrek, sociaal economische problemen te doorbreken, moet je de cirkel zien te doorbreken. “De basis zijn de ouders, hen moet je informeren over opvoeding, over de noodzaak van betrokkenheid van zowel moeder als vader. Deze betrokkenheid uit zich in meegaan naar ouderavonden, het blijven praten met je kind zodat je weet wat er in zijn hoofd omgaat, maar ook belangstelling voor de vrienden van je kind. Daarnaast is goed onderwijs onontbeerlijk. Wij blijven onverminderd werken aan opbouw, of het nu gaat om het terugdringen van criminaliteit, tienerzwangerschappen of huiselijk geweld. Heel soms raden we mensen aan om terug te gaan als het niet gaat. Gezinnen die geen plek vinden, zijn beter af om terug te gaan.”




zaterdag 15 maart 2014

Standaardisering van het Sranantongo

Verrassend grote opkomst Moedertaaldag - Sranan bakadina

door Ludwich van Mulier

Amsterdam. De lente van 2014 maakte op de Moedertaalmiddag korte metten met de zachte winter. Het zonnige weer bracht veel Surinamers op de been op zondag 2 maart. Ruim meer dan honderd aanwezigen brachten met gepeperde folklore ode aan de Surinaamse taal “Het Sranantongo”. De spreektaal was Sranantongo. Urenlang volgden de aanwezigen,  veelal hoog opgeleiden,  geboeid de boodschappen van diverse sprekers en acteurs. Verschillende aspecten van de lingua franca van Suriname – het Sranantongo - werden spontaan belicht. De sfeer was fabuleus mede door de efficiënte leiding van de moderator Flos Rustveld (Firi FM),  Henna Goudzand-Nahar, en de liefelijke aankondigingen door dichteres/ tv-presentatrice  Margo Morrison. Cultuurkenner Romeo Kotzebue verzorgde de muzikale omlijsting, met originele  uitleg over enkele verkeerd gezongen volksliederen, die achteraf bezien een veel diepere historische inhoud hebben. De sfeer was nostalgisch, vooral door het spontaan meezingen van de  aanwezigen, die blijk gaven de  Sranan liedjes van weleer  niet vergeten te zijn. De saamhorigheidssfeer  kreeg een extra dimensie door de vele aanwezige  prominenten zoals Ronald Snijders,  die zelf de marketing van zijn nieuwste imposante biografische compilatie muziek-Box kwam afwikkelen.
 
Kwasi Koorndijk
De alom gerespecteerde dr. Kwasi Koorndijk werd geïnterviewd  over zijn benadering van het authentieke Sranantongo. Hij  benadrukte dat de eigen keuzes van de bevolking de doorslag geven in welke richting het Sranan zich ontwikkelt. Romeo Grot, een van de eerste  romanschrijvers in het Sranantongo, was aanwezig  met een boekenstand, Thea Doelwijt (schrijfster/regisseur), Ra Pengel (radio Mart), Simone Spong (Club Paradise), Henk de la Parra ( de broer van cineast/regisseur Pim de la Parra), taalpsychologe Margo Faverey, Merril Budel (taalkundige), Iléne Themen (beeldend kunstenaar), het spiritueel duo van stichting Akasha Raymond en Yacintha Kemble, bouwkundige Eugene Weinaldum, om voor een impressie van het Sranan-netwerk maar enkele namen  te noemen, gaven blijk van hun interesse in het versterken van het Sranantongo.

Woordenlijst en samenspraak, van Emilio Meinzak
Het is de hoogste tijd om van onderen op een duurzaam proces te starten onder alle Sranan sprekers in en buiten Suriname om de status van het Sranan te verhogen door eenduidigheid in de spreek- en schrijfwijze. Ook zal het emancipatieproces  door o.a. praktische toepassingen in het openbare leven (onderwijs/ aanwijsborden/ in het parlement) en standaardisatie, de Surinaamse overheid moeten stimuleren om het Sranantongo een waardige positie te gunnen naast de wettelijk officiële taal, het Nederlands (ABN).  Max Sordam en Ludwich van Mulier (uitgever Masusa)  zijn eind 2013 een productietraject  gestart, van een nieuw  Standaardwoordenboek Sranan-Nederlands/ Nederlands –Sranan, dat erin voorziet eerdere woordenboeken (van SIL, van der Hilst, Blanker, Meinzak, Sordam, Bureau Volkslectuur)  officieel te integreren in een nieuw Grootwoordenboek Sranan. Evenals in het Nederlands (ABN),  de “Dikke van Dale, het standaardwoordenboek der Nederlandse taal, een centraal referentiepunt is, waarvan uit een bindend gezag uitgaat, zou er ook gestreefd kunnen worden naar een respectvolle  “Dikke Sordam”- standaardwoordenboek Sranantongo -  dat algemeen erkend en daadwerkelijk nageleefd wordt. Alle aanwezigen waren het er roerend  mee eens dat het nu de hoogste tijd is dat het Sranantongo een  gezaghebbende schrijfwijze en feitelijke toepassing (literaire aanmoediging) krijgt. Het standaardwoordenboek Sranantongo beoogt de kwalitatieve inbreng van alle native speakers te integreren.


Alle Surinamers kunnen een bijdrage leveren, daar zij als unieke producenten van het Sranan (moedertaalsprekers), behoren tot het soevereiniteitsgebied (taalpolitieke machtspositie; volgens Jean Bodin) van de nationale taal, aldus ik, Van Mulier. Hij vergeleek in zijn kritische inleiding de taal-soevereiniteit met de soevereiniteit (zelfbeschikkingsrecht) van het menselijk lichaam, dat elk individu het recht geeft over zijn/haar  eigen lichaam te beslissen. Parallel aan die medische lichamelijke soevereiniteit,  erkennen we ook het gezag van de medische wetenschap. De dokter kan ons niet verbieden een oso-dresi, voedingssupplementen, preventieve kruiden,  te gebruiken wanneer we ziek zijn, omdat wij de baas van ons eigen lichaam zijn. Zo is het ook met de taal, waarover wij native speakers de baas zijn; hoezeer anderen (taalkundigen, filologen, dichters, schrijvers) ook legitiem een kwalitatieve bijdrage kunnen leveren.

Derek Bickerton
De  wereldvermaarde Amerikaanse schrijver James Baldwin (1924-1987) benadrukte in het begin van de jaren zeventig te Amsterdam - in gesprek met de auteurs Jules Niemel, Gerrit Baron en Ludwich van Mulier - dat Surinamers het unieke van hun saamhorigheid als volk en natie moeten inzien. Hij noemde een aantal specifieke aspecten dat die unieke taal-soevereiniteit (hoogste gezag) bevestigde en bestendigde. In politieke zin, is Suriname (de Guyana ’s) het enige vasteland ter wereld buiten Afrika, waarin zwarte mensen met Afrikaanse roots cultureel gezag produceren en politieke macht hebben. Die positie moeten wij – afstammelingen uit Afrika, India, Azië - inzien, behouden en koesteren als” bijvangst” (neveneffect door eigen inbreng) van onze nationale Europese wordingsgeschiedenis. Ook prees James Baldwin het Surinaamse volk dat zich van anderen linguïstisch onderscheidt, doordat het gepresteerd heeft zelf  een unieke taal te hebben gemaakt. De creooltaal (mengtaal) Sranantongo werd door de vermaarde taalkundige Derek Bickerton (Hawaï) , qua compositie, de mooiste creooltaal genoemd.

Herman Wekker
Door in het standaardwoordenboek Sranantongo ook een uitgebreide etymologie (woord herkomst/geschiedenis) en fonologie (klanksysteem/ uitspraak) op te nemen, zal het woordenboek in omvang - tekst en pagina’s - toenemen; vandaar de koosnaam naar analogie van het ABN, “dikke” Sordam. Er zal door de nieuwe redactie worden uitgegaan van het Woordenboek van Max Sordam,  geautoriseerd  door Sranan Akademiya in Suriname, dat in 1984 verscheen en sindsdien meerdere malen is herdrukt. De uitgave van het standaardwoordenboek  Sranantongo wordt verwacht in november 2014. De benadering van het  standaardiseringsproces op basis van het herzien en herdrukken van Max Sordams oorspronkelijke woordenboek  is tevens een eerbetoon aan Max Sordam, die zich als taalkundig pionier en moedertaalspreker, beijverd heeft het Sranantongo te beschrijven vanuit de praktische noodzaak.
Max Sordam met zijn nichtje Nzinga Sordam
op het Kwaku Festival, Amsterdam 2013

Hij werd daartoe o.a. geïnspireerd door prof. Herman Wekker, prof. P. Muyskens [bedoeld is Pieter Muysken – red. CU],  prof. G. Koefoed [bedoeld is dr. Gerrt Koefoed- red. CU], het Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek IBS, de Sranan Akademiya, wijlen prof. Herman Wekker taalkundige/Engels en Ludwich van Mulier, aldus Max Sordam. Alle internationale bevoegden in de taalwetenschap, kenners van het Sranantongo, zijn uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan het standaardiseringsproces van het Sranan, waarvan de auteursrechtelijke monitoring in Surinaamse handen blijft zoals het betaamt.

[persbericht van Van Mulier; alle taalfouten verbeterd – red. CU] 

maandag 10 maart 2014

Campagneposter VVD wekt grote afschuw op

’De politiek moet dienstbaar zijn, de VVD bespeelt de onderbuik’

Foto © ANP/ inzet: AD.

door Marjolein Kooyman


Rotterdam - Een campagneposter van de VVD in Rotterdam wekt in heel Nederland grote verontwaardiging en afkeer op. De posters met de tekst 'In Rotterdam spreken we Nederlands' hangen sinds gisteren op verschillende plekken in de stad.

De oranje onderstreepte VVD-boodschap zorgde gisteren voor een storm verontwaardigde reacties, onder meer van cabaretier Jan Jaap van der Wal: 'In Rotterdam hebben we de betekenis het liberalisme even afgezonken in de Maas.' Ook uit eigen kring, van VVD'ers elders in het land, klonk kritiek op de tekst, die breed afgekeurd werd. 'In Wormerland is iedereen welkom,' tweette de plaatselijke VVD-lijsttrekker.

De VVD moet onmiddellijk ophouden met provoceren, stelt Aydin Peksert, de nummer twee op de kandidatenlijst van de moslimpartij Nida in Rotterdam. 'Uiteraard geniet Nederlands de voorkeur, maar gun mensen de ruimte om zich te uiten in de taal die hen het beste past. Dit is weer zo'n voorbeeld van oude politiek die burgers voorschrijft hoe zij zich moeten gedragen. De politiek moet dienstbaar zijn, de VVD bespeelt de onderbuik.'
 
Jeannette Baljeu
De Rotterdamse lijsttrekker van de VVD, Jeannette Baljeu, zei gisteravond geen spijt te hebben van de provocerende slogan. 'Wij hebben opzettelijk gekozen voor een prikkelende stelling om de discussie op gang te brengen. Dat is gelukt.'

De borden, die uit de koker van de Rotterdamse VVD-afdeling komen, blijven hangen tot de verkiezingen op 19 maart. 'Wij vinden dat mensen die zich hier vestigen Nederlands moeten spreken. Dat is niet alleen belangrijk voor henzelf, maar ook voor hun kinderen. Anders beginnen die met een hele grote leerachterstand op school.'

Op sociale media barstte gisteren vanuit heel het land een stroom verwijten los. De VVD kreeg op Twitter het verwijt dat de stelling 'onthutsend' is, zeker in een internationale stad als Rotterdam.

Expats welkom
Volgens lijsttrekker Baljeu is de tekst echter niet bedoeld voor de expats die zich in Rotterdam vestigen. 'Expats zijn hier zeer welkom, maar zij blijven hier nooit lang, anders zouden het Rotterdammers zijn. Als mensen hier blijven moeten ze echter Nederlands spreken.'

Al eerder wekte een campagne-uiting van de Rotterdamse liberalen weerstand op. Toen klonk kritiek omdat de tekst van een VVD-T-shirt wel erg leek op die van een Rotterdams tekstbureau.


­­

[uit AD/Rotterdams Dagblad, 7-3-14]

woensdag 5 maart 2014

Taaltraject voor openbare basisscholen op Curaçao

Afgelopen februari heeft onderwijsadviesbureau Sardes de unieke kans gehad om een schoolbegeleidingstraject uit te voeren op twintig scholen van de Dienst Openbaar Onderwijs (D.O.S.) op Curaçao. Twee trainers zijn naar Curaçao afgereisd om samen met de schooldirecteuren en taalspecialisten de Taal100-aanpak te implementeren. Met succes: de weerstand die er aanvankelijk was om aan iets nieuws te beginnen, heeft plaatsgemaakt voor groot enthousiasme. De taalspecialisten op de scholen zijn dan ook hard aan het werk om ook hun collega’s te enthousiasmeren.

Taal100 is een werkwijze waarmee schoolteams gezamenlijk hun didactiek perfectioneren op een specifiek taaldomein. Op Curaçao was dit taaldomein begrijpend lezen en luisteren. Wat het Taal100-traject aantrekkelijk maakt voor het onderwijs op Curaçao is onder meer het universele karakter van lees- en luisterstrategieën. Deze strategieën worden in alle talen toegepast en zijn daarom belangrijke handvatten voor het meertalige onderwijs op Curaçao.

Sardes heeft het Taal100-traject zoveel mogelijk op maat kunnen aanbieden: waar mogelijk werd gewerkt met teksten in Papiamentu en Nederlands en is ingezoomd op de specifieke problematiek van de scholen (zoals gebrek aan geschikt materiaal).
Iedere middag werden de deelnemers getraind en iedere ochtend werden de trainers van Sardes warm ontvangen op de basisscholen om lessen te observeren, leerkrachten te coachen en om een goed beeld te krijgen van de dagelijkse praktijk op de openbare scholen van Curaçao, zodat de trainingen nog meer op maat konden worden gemaakt.

Meer informatie over Taal100? Ga naar www.taal100.nl of www.sardes.nl

vrijdag 28 februari 2014

De Nederlandse taal lijkt stervende op Curaçao


door Helga Mensing

Hoe gaan we verder?
Ik moet helaas constateren dat steeds minder mensen en vooral jonge mensen, bij steeds minder gelegenheden de Nederlandse taal bezigen. En het Nederlands dat gesproken wordt is vaak gebrekkig, terwijl het geschreven Nederlands vol spelfouten zit.
Daarentegen heeft het Papiaments zich steeds meer ontwikkeld als onze eigen taal die op veel scholen als instructietaal wordt gebruikt en die in het dagelijks leven als voertaal wordt gebruikt.
Op twee radiozenders na, zenden alle hier bestaande radiostations, net als onze tv-stations, uit in het Papiaments. Ook worden steeds meer boeken en tijdschriften in het Papiaments uitgegeven, terwijl het aantal toneelstukken in het Papiaments sterk toeneemt. En niet te vergeten de vele composities in onze eigen taal welke geestdriftig worden gezongen door enthousiaste lokale artiesten.
Sint Nicolaas wordt bij aankomst in het Papiaments toegesproken, terwijl de kleintjes hem verwelkomen met Papiamentse liedjes. Toen het onderwijs werd geïntroduceerd was de instructietaal Nederlands en werd onderwezen door fraters van de rooms-katholieke missie uit Nederland en door andere Europese Nederlanders. De Curaçaoënaars die toen opgeleid werden als leerkracht werden onderricht door deze Europese Nederlanders. En, heel belangrijk, de leermiddelen werden in het Nederlands geschreven en dat is voor een groot deel nog steeds het geval. In de loop der jaren namen Curaçaoënaars het onderwijs over en sloop het Papiaments steeds meer de klas binnen en ook op het speelplein hoorde je steeds minder Nederlands…
Het is begrijpelijk en goed dat het Papiaments steeds meer waarde krijgt als onze eigen taal, maar er wordt te weinig nagedacht over de consequenties van deze houding wanneer de nadruk op het Papiaments steeds verder doorgezet wordt ten koste van een goede beheersing van het Engels en Nederlands.
Er werd steeds minder Nederlands gesproken en gelezen, waardoor nog maar een kleine minderheid van onze jonge mensen deze taal voldoende beheerst. De studenten die gaan doorstuderen in Nederland en de jongeren die zomaar naar Nederland gaan, beginnen daar vaak met een achterstand waardoor ze niet goed mee kunnen doen en een aantal studenten de studie noodgedwongen moet afbreken.
Gelukkig gaan ook steeds meer instellingen voor hoger onderwijs en andere opleidingen in Nederland over op de Engelse taal waardoor veel studenten vanuit het buitenland toch in Nederland kunnen gaan studeren.
Dit betekent dat Curaçaose studenten die het Engels goed beheersen in de USA, in Jamaica, in Puerto Rico en ook in Nederland hun studie kunnen voortzetten… een wereld gaat voor je open…
Nu vechten voor het Nederlands een verloren strijd lijkt te zijn, wil ik er voor pleiten dat ons onderwijs zo gauw mogelijk, maar wel goed voorbereid, overgaat op Engels als instructietaal. Ik weet dat dit idee wordt ondersteund door veel ervaren leerkrachten.
En wees eerlijk: de kinderen op ons eiland horen van jongs af aan Engels via gameboys en playstations, op de computer, in Amerikaanse films et cetera.

Ik zag laatst op het nieuws dat verschillende scholen in Duitsland zowel het Duits als Engels als voertaal hebben om de aansluiting op de rest van de wereld veilig te stellen. Een idee voor ons?
Hoe jammer ik het ook vind, we moeten realistisch zijn en niet langer de halfzachte manier tolereren waarop nu met Nederlandse leermiddelen, Nederlandstalige toetsen en examens gewerkt wordt, maar verder in het Papiaments les wordt gegeven met als grote verliezers onze jongeren. 

Op Curaçao is het Nederlands dood, leve het Engels !
Helga Mensing,
een bezorgde burger,
Curaçao

[uit Antilliaans Dagblad, 26 februari 2014]


donderdag 20 februari 2014

Internationale Dag van de Moedertaal

Elk jaar wordt door de UNESCO op 21 februari de Internationale Dag van Moedertalen gevierd. Voor de UNESCO zijn talen het instrument om het culturele erfgoed levend te houden. Door de moedertaal in ere te houden, blijft de taalkundige en culturele traditie bestaan en wordt men zich meer bewust van de verschillen tussen de diverse mensengroepen, hetgeen moet leiden tot meer onderling begrip.

Ook dit jaar zal het Directoraat Cultuur van Suriname aandacht besteden aan deze dag. Het Thema van 2014, is ”de Mogelijkheden van de Surinaamse talen; gedichten en verhalen.”

De Afdeling Cultuurstudies van het Directoraat Cultuur nodigt u uit ook dit jaar de Internationale Dag van de Moedertalen te vieren.
Gerrit Barron (rechts) wordt geïnterviewd

Datum              : vrijdag 21 februari 2014
Tijd                  : 19.30-  22.00 uur
Plaats               : Self Reliance auditorium (ingang Heerenstraat)

De hoofdspreker dit jaar is de heer Eddy van de Hilst. Hij zal het hebben over mogelijke oorzaken waarom het correct spreken van het Sranan door velen als moeilijk wordt ervaren.

Gerrit Barron, zal de vooroordelen die er bestaan over het niet romantisch zijn van het Sranan bespreken en middels voordrachten de mogelijk demonstreren.
Er zullen ook verhalen en gedichten worden voorgedragen in het Surinaams- Javaans, de Inheemse talen en de Marrontalen.
Na de presentaties zal gelegenheid worden geboden voor het stellen van vragen.
In verband met organisatie van voorzieningen wordt u dringend verzocht u uiterlijk op 20 februari 2014 - bijvoorkeur per email - te melden met volledige naam en telefoonnummers bij: dir_cult@hotmail.com/

Voor nadere informatie  kunt u bellen naar het Directoraat Cultuur telefoon 520582 of 08602172.


vrijdag 14 februari 2014

Congres 45 Jaar Studie Nederlands in Indonesië


Ter gelegenheid van het vijfenveertigjarig bestaan van de Vakgroep Nederlands aan de Universitas Indonesia te Depok-Jakarta zal op 14-17 april 2015 het zesde Kongres Studi Belanda in Indonesia – Congres Studie Nederlands in Indonesië worden gehouden. Het programma bestaat uit drie dagen met lezingen en culturele presentaties, terwijl op de vierde dag een excursie wordt gehouden naar een locatie buiten Jakarta. Het thema van het congres zal zijn: Multiculturaliteit in taal, literatuur en cultuur. De vakgroep Nederlands wil graag alle belangstellenden uitnodigen een bijdrage binnen dit congresthema te leveren. Voordrachten zullen in de regel 20 minuten kunnen duren. Overigens beschikt de vakgroep niet over fondsen om internationale reiskosten of verblijfskosten in Jakarta te bekostigen. Voor meer informatie kunt u zich wenden tot:

Eliza Gustinelly, Voorzitter congrescomité: congresbelanda15@gmail.com.
Graag cc van uw correspondentie naar: keesgroeneboer@erastaal.or.id.


zondag 9 februari 2014

Waarom taalverloedering niet bestaat!


Presentatie door Jan Stroop

Jan Stroop is gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam en auteur van de boeken Hun hebben de taal verkwanseld enPoldernederlands. Waardoor het ABN verdwijnt. Hij heeft de evolutie van het recente Nederlands onderzocht en daarvan doet hij verslag en geeft aan hoe de taal zich verder zal ontwikkelen.
We kennen ze allemaal wel, fouten in de taal waarvan je haren overeind gaan staan: hun hebben, hij heb, groter als, liggen/leggen, kunnen/kennen. Jan Stroop gaat de discussie met zijn publiek aan en hij stelt de principiële vraag, zijn het eigenlijk wel taalfouten? Zijn presentaties zijn leerrijk, humoristisch en interactief.

U bent allen van harte uitgenodigd voor een presentatie op de Nederlandse Ambassade,  Roseveltkade 5, Paramaribo
Datum: dinsdag 18 februari 2014
Tijd: 19.00 uur
Toegang: Gratis



dinsdag 4 februari 2014

What listening to a story does to our brains

by Leo Widrich

In 1748, the British politician and aristocrat John Montagu, the 4th Earl of Sandwich used a lot of his free time for playing cards. One of the problems he had was that he greatly enjoyed eating a snack, whilst still keeping one hand free for the cards.

So he came up with the idea to eat beef between slices of toast, which would allow him to finally eat and play cards at the same time. Eating his newly invented “sandwich”, the name for 2 slices of bread with meat in between, became one of the most popular meal inventions in the western world.

What’s interesting about this, is that you are very likely to never forget the story of who invented the sandwich ever again. Or at least, much less likely to do so, if it would have been presented to us in bullet points or other purely information based form.

For over 27,000 years, since the first cave paintings were discovered, telling stories has been one of our most fundamental communication methods. Since recently a good friend of mine, gave me an introduction to the power of storytelling, I wanted to learn more.

Bewoonde grotten in de Dordogne. Foto @ Michiel van Kempen


Here is the science around storytelling and how we can use it to make better decisions every day:

Our brain on stories: How our brains become more active when we tell stories
We all enjoy a good story, whether it’s a novel, a movie or simply something one of our friends is explaining to us that they’ve experienced. But why do we feel so much more engaged when we hear a narrative about events?
 
Een Aladdin-vertelster
It’s in fact quite simple. If we listen to a powerpoint presentation with boring bullet points, a certain part in the brain gets activated. Scientists call this Broca’s area and Wernicke’s area. Overall, it hits our language processing parts in the brain, where we decode words into meaning. And that’s it, nothing else happens.

When we are being told a story though, things change dramatically found researchers in Spain. Not only are the language processing parts in our brain activated, but any other area in our brain, that we would use when experiencing the events of the story are too.

If someone tells us about how delicious certain foods were, our sensory cortex lights up, if it’s about motion, our motor cortex gets active:

“Metaphors like “The singer had a velvet voice” and “He had leathery hands” roused the sensory cortex. […] Then, the brains of participants were scanned as they read sentences like “John grasped the object” and “Pablo kicked the ball.” The scans revealed activity in the motor cortex, which coordinates the body’s movements.”

A story can put your whole brain to work. And yet, it gets better:

When we tell stories to others that have really helped us shape our thinking and way of life, we can have the same effect on them too. The brains of the person telling a story and listening to it, can synchronize, says Uri Hasson from Princeton:

“When the woman spoke English, the volunteers understood her story, and their brains synchronized.  When she had activity in her insula, an emotional brain region, the listeners did too.  When her frontal cortex lit up, so did theirs. By simply telling a story, the woman could plant ideas, thoughts and emotions into the listeners’ brains.”

Anything you’ve experienced, you can get others to experience the same. Or at least, get their brain areas that you’ve activated that way, active too:






Evolution has wired our brains for storytelling – how to make use of it
Now all this is interesting. We know that we can activate our brains better if we listen to stories. The still unanswered question is: Why is that? Why does the format of a story, where events unfold one after the other have such a profound impact on our learning?

The simple answer is this: We are wired that way. A story, if broken down into the simplest form is a connection of cause and effect. And that is exactly how we think.

We think in narratives all day long, no matter if it is about buying groceries, whether we think about work or our spouse at home. We make up (short) stories in our heads for every action and conversation. In fact, Jeremy Hsu found:

“Personal stories and gossip make up 65% of our conversations.”

Now, whenever we hear a story, we want to relate it to one of our existing experiences. That’s why metaphors work so well with us. Whilst we are busy searching for a similar experience in our brains, we activate a part called insula, which helps us relate to that same experience of pain, joy, disgust or else.

The following graphic probably describes it best:




In a great experiment, John Bargh at Yale found the following:

“Volunteers would meet one of the experimenters, believing that they would be starting the experiment shortly. In reality, the experiment began when the experimenter, seemingly struggling with an armful of folders, asks the volunteer to briefly hold their coffee. As the key experimental manipulation, the coffee was either hot or iced. Subjects then read a description of some individual, and those who had held the warmer cup tended to rate the individual as having a warmer personality, with no change in ratings of other attributes.”


We link up metaphors and literal happenings automatically. Everything in our brain is looking for the cause and effect relationship of something we’ve previously experienced.

Let’s dig into some hands on tips to make use of it:

3 Awesome ways to use storytelling in every day life
Make others come up with your idea: Exchange telling suggestions for telling stories:
Do you know the feeling, when a good friend tells you a story and then two weeks later, you mention the same story to him, as if it was your idea? This is totally normal and at the same time, one of the most powerful ways to get people on board with your ideas and thoughts. According to Uri Hasson from Princeton, a story is the only way to activate parts in the brain so that a listener turns the story into their own idea and experience.

The next time you struggle with getting people on board with your projects and ideas, simply tell them a story, where the outcome is that doing what you had in mind, is the best thing to do. According to Princeton researcher Hasson, storytelling is the only way to plant ideas into other people’s minds.

Write more persuasively – bring in stories from yourself or an expert:
This is something that took me a long time to understand. If you start out writing, it’s only natural to think “I don’t have a lot of experience with this, how can I make my post believable if I use personal stories?”. The best way to get around this is by simply exchanging stories to those of experts. When this blog used to be a social media blog, I would ask for quotes from the top folks in the industry or simply find great passages they had written online. It’s a great way to add credibility and at the same time, tell a story.
 
Vertelster Olga Orman
The simple story is more successful than the complicated one:
When we think of stories, it is often easy to convince ourselves that they have to be complex and detailed to be interesting. The truth is however, that the simpler a story, the more likely it will stick. Using simple language as well as a low complexity is the best way to activate the brain regions that make us truly relate to the situation and happenings in the story. This is a similar reason to why multitasking is so hard for us. Try for example to reduce the number adjectives or complicated nouns in a presentation or article and exchange them with more simple, yet heartfelt language.

Quick last fact: Our brain learns to ignore certain overused words and phrases that used to make stories awesome
Oh and one last thing. Scientists, in the midst of researching the topic of storytelling have also discovered, that certain words and phrases have lost all storytelling power:


“Some scientists have contended that figures of speech like “a rough day” are so familiar that they are treated simply as words and no more.”

This means, that the frontal cortex – the area of your brain responsible to experience emotions, can’t be activated with these phrases. It’s something that might be worth remembering when crafting your next story.

Storytelling is one of the most powerful techniques we have as humans to communicate and motivate. What are your best tips for telling stories? Have you had similar experiences with telling stories? I’d love your thoughts on this topic in the comments.


[from Buffer, November 29th, 2012]

maandag 3 februari 2014

Rituele taal uit Suriname is 200 jaar geleden bedacht

Een Ndyuka (Aukaner) vrouw in Kumanti trance

door Berthold van Maris

Als de Aukaners in de binnenlanden van Suriname communiceren met voorouders of geesten, noemen ze de zon opeens geensan meer, maar iyamudadipantanplan. En een baby is opeens geen beibi, maar eenmlekuboi. Ze spreken dan ‘Kumanti’, een rituele taal waarvan ze zeggen dat het een overblijfsel is van een West-Afrikaanse taal. Taalkundig onderzoek wijst nu uit dat deze rituele taal in Suriname zelf is ontstaan. Robert Borges promoveert er vandaag op aan de Radboud Universiteit.

De Aukaners zijn Marrons: afstammelingen van ontsnapte slaven in de binnenlanden van Suriname. „De Aukaners zien zichzelf als een Afrikaans volk”, zegt hij. „Maar dat is een geconstrueerde identiteit. En zo je wilt ook een soort nostalgie, naar het West-Afrikaanse verleden.” De slaven die in de zeventiende en achttiende eeuw naar het Caraïbisch gebied verscheept werden, kwamen uit heel uiteenlopende delen van West-Afrika en spraken heel uiteenlopende talen. Die talen gingen in Suriname verloren. Op de plantages was Engels aanvankelijk de voertaal en uit verbasterd Engels ontwikkelden de slaven heel snel nieuwe talen: creooltalen, waaronder het Surinaams (Sranantongo).

De Aukaners, bij wie Borges onderzoek deed, zijn nakomelingen van slaven die in de achttiende eeuw uit de plantages ontsnapten en zich dieper het oerwoud in vestigden, als zelfstandige gemeenschappen. Zij ontwikkelden hun eigen creooltaal: het Aukaans. Dat de meeste woorden daarin uit het Engels afkomstig zijn is nog steeds wel te zien. „Een week heeft zeven dagen” is in het Aukaans: Wan wiki abi seibin dei. Dat lijkt op het Engelse One week has seven days.

Borges kreeg de Aukaners zover dat zij hem allerlei voorbeeldzinnen gaven van hun rituele taal. Hij stelde vast dat dit Kumanti de grammatica heeft van de gewone Aukaanse taal, en ook dezelfde voorzetsels, voegwoorden en voornaamwoorden. Maar de zelfstandige naamwoorden, werkwoorden een een groot deel van de bijvoeglijke naamwoorden zijn totaal anders: die zijn uit andere Surinaamse talen overgenomen of verzonnen.

Een beperkt aantal Kumanti-woorden is nog te herleiden tot een West-Afrikaanse oorsprong. Kokolo (kip) lijkt verdacht veel op het Ghanese okokolo. Maar de meeste woorden zijn anders tot stand gekomen. In mlekuboi (baby) zijn gewoon twee bestaande woorden aan elkaar geplakt: mleku (melk) en boi (jongen). Sawa (wassen) is een omkering van het gewone woord wasi. Het woord voor vier – tinafo – is afgeleid van het gewone woord voor veertien.

Waar dat lange woord voor zon vandaan komt, weet Borges niet. „Ze konden dat niet uitleggen. Of ze wilden het niet uitleggen. Maar het zou zoiets kunnen zijn als grotegelebalindelucht.”
Interessant is dat het Kumanti ook woorden gebruikt die in Surinaamse teksten uit de achttiende eeuw voorkomen maar daarna uit het Surinaams verdwenen zijn. Het Kumanti-woord voor persoon, pipli, is gelijk aan het woord dat in het Surinaams van twee eeuwen geleden gebruikt werd voor mensen. Dat wijst erop dat het Kumanti geen recente uitvinding is.
Marronmeisje. Foto @ Henk Nijssen

Als die rituele taal niet Afrikaans is, hoe zit het dan met de rituelen zelf. Zijn die Afrikaans? Borges: „De antropologen zijn het er inmiddels wel over eens dat ook die rituelen een mix zijn van allerlei verschillende elementen. Bits and pieces waar een nieuw geheel van gemaakt is. Sommige Aukaners zeggen dat al hun goden uit Afrika komen, anderen zeggen dat sommige goden uit Afrika komen en sommige bij Suriname horen. Ze zijn het daarover niet helemaal eens.”

De rituele taal die Borges kon optekenen is Tapuwataa Kumanti (‘boven-water’ Kumanti). Maar er is ook nog zoiets als Dipi (diepe) Kumanti. „Tapuwataa Kumanti kun je leren, uitleggen, vertalen. Dipi Kumanti niet: daarvoor moet je bezeten zijn. Ze zeggen soms dat ze zelf niet weten wat ze zeggen als ze bezeten zijn.”

Taalkundige Robert Borges
Borges heeft één keer mogen meemaken dat een jongen van 14 bezeten raakte. „Ik had helaas geen recorder bij me. Ik werd gewenkt, mocht erbij komen zitten. Ik heb alleen wat foto's kunnen maken. Ik voelde me daar erg ongemakkelijk bij. Maar de Aukaners zelf hadden er geen probleem mee. Die stonden zelf ook allemaal met hun mobieltjes om die jongen heen.”

[van NRC.nl, 31 januari 2014]


maandag 27 januari 2014

Trefossa en taal

Trefossa
door Els Moor

‘Levenslust is ’t heenstappen over kleine dingen. Trefossa en taal’ Deze titel van de zesde Trefossa-lezing door Lila Gobardhan-Rambocus is intrigerend. Het leven van een mens is verweven met taal en dat geldt op  bijzondere  wijze voor schrijvers en vooral dichters. Voor hen is de taal behalve een middel tot communicatie, vooral  een middel tot verdieping van onze blik op het leven. Een aspect dat duidelijk tot uiting komt in de poëzie van Trefossa.

Ik verwachtte dan ook een lezing waarin Lila Gobardhan dit verschijsel met voorbeelden uit het werk van Trefossa zou toelichten en uitdiepen. Dat gebeurde niet: de hoofdlijn van de lezing was de biografie van Henri Frans de Ziel, waarbij zijn omgang met de taal slechts incidenteel aan de orde kwam. Ze besteedde aandacht aan de positie van het Nederlands dat steeds meer ‘eigen’wordt vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw, vooral na de taalconferentie in 1963-64, maar dat heeft niet zoveel met de poëzie van Trefossa te maken.

A.C.W. Staring
Overigens was Trefossa naast een Surinaamse dichter ook een echte Nederlander. Zijn favoriete dichters zijn dan ook Nederlanders, zoals A.C.W. Staring (1767-1840) in zijn tijd een moderne dichter met een krachtig vormgevoel, wat Trefossa ook heeft. Wat hij zelf doorleeft, wil hij uitdrukken in een adequate taalvorm.  Trefossa combineert wat hij bewondert in Hollandse dichters met eigenheid; hij geeft de ‘eigen taal’, het Sranan, een grote poëtische kracht. Zijn poëziebunde Trotji verscheen in 1957 en heeft een enorme stoot gegeven aan de opwaardering van het Sranan als literaire taal. Een belangrijk stap naar ‘eigenheid’ die in de zestiger jaren een doel is van een aantal schrijvers en dichters, bijvoorbeeld Dobru. Dit aspect komt wel aan de orde in de lezing.

Trefossa is ook de bewerker van het Surinaamse volkslied, vooral van het tweede couplet in het  Sranan waar hij ook meer durft dan in het stijve eerste couplet. ‘Werkend houden w’in gedachten’ is heel wat anders dan ‘Strey de f' strey, wi no sa frede’! Lila Gobardhan heeft het wel over de stijfheid van het Hollandse couplet van het volkslied, maar een voorbeeld komt niet aan de orde. 

Zo is het ook jammer dat de mooie analyse van het gedicht ‘Bro’ door Hein Eersel in het eerste nummer van het tijdschrift Mutyama (1990), een themanummer over Trefossa, na wan njoen kari niet aan de orde komt. Eersel geeft aan dat tussen droom en werkelijkheid de poëzie echt bloeit. Het gedicht ‘Bro’gaat over een stille kreek:


bro

no pori mi prakseri nojaso,
no kari mi foe loekoe no wan pe,
tide mi ati trusu mi foe go
te na wan tiri kriki, farawe.

no tak mi na lon mi wan lon gowe
foe di mi frede stré èn kré nomo,
ma kondre b’bari lontoe mi so te,
san mi moe doe? mi broedoe wani bro

na kriki-sé dren kondre mi sa si,
pe ala sani moro swit lek dja
èn  skreki- tori no sa trobi mi.

te m’drai kon baka sonten mi sa tron
wan pkinso moro betre libisma,
di sabi lafoe, sabi tja fonfon.

[uit Trotji, 1957]

...want tiri kriki, farawe... Foto © Lex Ensing


Hein Eersel laat in zijn artikel zien hoe Trefossa niet alleen het Sranan heeft opgewaardeerd als literaire taal ten opzichte van het Nederlands, een soort Surinaamse renaissance dus, maar ook dat er met het Sranan een grote literaire kwaliteit bereikt kan worden met veel diepte.  Hij laat ook de historische lading van een aantal woorden zien uit de geschiedenis van ‘katibo’; met woorden als ‘troesoe’, ‘lon go’, ‘frede’, ‘kré’, ‘trobi’ en vooral ‘fonfon’ brengt hij de lezer terug naar de beleving van de slavernij, en dat in combinatie met de ‘moderne slavernij’ van het dagelijks leven.Vandaar ook‘skreki tori’ in de derde strofe. Een gedicht dat de diepte ingaat, in het Sranan… maar wel een sonnet, een vorm die stamt uit de Europese renaissance.  Prachtige ‘moksi’ dus: een vorm uit de werelliteratuur en taal, beelden en ritme uit de eigen cultuur en geschiedenis!

Zulke analyses had ik verwacht in de lezing over Trefossa en taal. Helaas bestond de lezing bijna helemaal uit feitelijkheden uit het leven van de dichter, niet in een ‘drenkondre’. Wat is een gedicht volgens Trefossa? In zijn gedicht ‘wan troe poewema’ laat hij het zien: ’wan troe poema na wan skreki sani / wan troe poewema na wan stré te f’dede / wan troe poewema na wan tra kondre, / pe joe kan go / te joe psa dede fosi  […]
De besproken feiten zullen de meesten van de aanwezigen wel gekend hebben. Mijn collega’s en ik wel tenminste, terwijl je van creatieve analyses van Trefossa’s gedichten altijd weer leert, over het Sranan, over creativiteit met taal. Je stapt over ‘kleine dingen heen’en  ontdekt grote!

zondag 12 januari 2014

4 redenen waarom de taal niet door de sociale media wordt aangetast


door Marc van Oostendorp

De sociale media zoals Twitter en Facebook zijn een bron van zorg en hoop. Ze zouden voor maatschappelijke verruwing zorgen, of juist voor meer onderling begrip. Ze zouden ons mensen eenzamer maken, met allemaal meer aandacht voor hun telefoon dan voor elkaar; of ze zouden ons juist dichter bij elkaar brengen. De mensen zouden er dommer en minder belezen van worden, of juist slimmer en actiever. Ze zouden de taal over het randje van de afgrond doen storten; of ze zouden juist zorgen voor een ongehoorde explosie van taalcreativiteit.

Je kunt natuurlijk eindeloos over dit soort zaken twisten, liefst dan natuurlijk via Twitter, en dat geeft ongetwijfeld veel vreugde aan alle betrokkenen. Maar je kunt de zaken ook eens nuchter bekijken. Van de invloed op de maatschappij of de individuele mens heb ik geen verstand, maar wat de taal betreft lijkt er mij weinig reden voor overdreven optimistische verwachtingen; maar ook niet voor pessimistische.

Hier zijn vier redenen voor een wat nuchterder kijk op de sociale media dan de gangbare.

1. Media beïnvloeden de taal zelden of nooit. Dat 'nieuwe' media de taal beïnvloeden wordt al heel lang gedacht. Bij de introductie van de telefoon werd al gemopperd omdat 'huisvrouwen' dat medium alleen maar voor oppervlakkig gebabbel zouden gebruiken. Ook de speelfilm, de radio en de televisie werden allerlei invloeden toegeschreven, maar daar is maar weinig van gebleken. Neem de televisie en wees eens eerlijk, welke langdurige invloed heeft dat medium nu op onze taal gehad?

Akkoord, Van Kooten en De Bie hebben onze woordenschat verrijkt met regelneef en Jiskefet met lullo, maar dat kun je toch geen serieuze invloed noemen? Een paar woorden die sommige mensen af en toe gebruiken? Of gebruikt u die woorden wél regelmatig? (De journalist Ewoud Sanders maakte vijftien jaar geleden een heel boekje met woorden die het eerstgenoemde duo aan de taal hadden toegevoegd. Maar wie dat nu doorbladert, ziet hoeveel van die vondsten inmiddels alweer lijken te zijn weggezakt.)

Wat echt van belang is bij taalverandering is de vorm die we al het langst gebruiken: het onderlinge contact tussen mensen die zich fysiek in dezelfde ruimte bevinden. Dat gaat niet snel – maar er zijn ook geen aanwijzingen dat de taal nu sneller verandert dan in het verleden, als zoiets al te meten zou zijn.

2. De sociale media veranderen veel te snel. Daarbij komt dan nog dat de sociale media zélf veel te snel veranderen. Dit jaar maakte woordenboekmaker Van Dale bekend dat het werkwoord msn'en uit de woordenlijst zou worden verwijderd omdat het niet meer werd gebruikt. Nog maar een jaar of vijf geleden was msn dé manier waarop jongeren met elkaar communiceerden. Inmiddels is dat alweer vervangen door allerlei andere vormen. Ik durf ze hier niet eens te noemen, want voordat ik de namen heb uitgetikt, is de jongste generatie alweer overgestapt op iets anders. Dat betekent ook dat de 'invloed' van die nieuwe media steeds maar verandert. Nog maar kort geleden kon je denken dat nieuwe media impliceerden dat 'we' steeds meer afkortingen gingen gebruiken: sms-taal. Inmiddels is sms goeddeels vervangen door Whatsapp, waarop je technisch veel minder gebonden bent aan verkorte vormen. Die verkorte vormen worden dan ook minder gebruikt.

3. De sociale media passen zich eerder aan de taal aan dan andersom. Doordat de sociale media zo snel veranderen, is het logischer dat zij iedere keer net iets beter zijn aangepast aan de eisen die de taal stelt, dan dat het logge en eeuwenoude taalsysteem dat we al eeuwenlang hebben zich van de ene dag op de andere aan de nieuwste technische gril voegt.

Hoe passen de media zich aan de menselijke taal aan? Om dat vast te stellen zou je moeten begrijpen waar die taal eigenlijk, van oudsher, voor dient. Waarvoor gebruikten de jagers en verzamelaars op de prehistorische steppe eigenlijk taal? Niet om fraaie volzinnen te construeren, of uitgebreide betogen waarin de ene alinea een logisch verband houdt met de vorige een de volgende; maar waarschijnlijk veel eerder om elkaar in korte zinnetjes verslag te doen van onze alledaagse werkzaamheden.

Precies die functie is altijd de belangrijkste gebleven, in ieder geval kwantitatief: luistert u maar eens om u heen hoe de mensen de taal vooral gebruiken. Wat dat betreft is de tweet dus veel beter geschikt voor de taal in haar natuurlijke staat dan de handgeschreven brief of het weloverwogen pleidooi.

4. De mensen kunnen best schakelen. Er zijn dus weinig redenen om je zorgen maken, net zoals er weinig redenen zijn om overdreven hoopvol te zijn: de sociale media zijn te vluchtig om zoiets fundamenteels te veranderen. De spijkerbroek heeft onze manier van lopen ook niet veranderd, en de iPhone heeft er niet voor gezorgd dat we een andere stem opzetten.

Het is dan ook niet verbazingwekkend dat mensen ook best kunnen schakelen tussen verschillende media. Dat hebben ze ook al heel lang moeten doen: het verschil tussen schrijf- en spreektaal was honderd jaar geleden niet per se kleiner dan dat tussen de sollicitatiebrief en de Facebook-statusupdate.

Hoewel er natuurlijk wel wat anekdotes zijn over mensen die ff schrijven in een officieel briefje, komen dat soort missers in de praktijk ook weinig voor. En waar ze wel plaatsvinden, wijzen ze niet per se op invloed van de sociale media op 'de taal'. De taal is oud en rijk en veelvormig. Ze is nog altijd het allerkrachtigste communicatiemiddel dat we hebben, dat op geen enkele manier geëvenaard kan worden door wat dan ook. En dat zeker niet kan worden veranderd door zoiets onbenulligs als een touchscreen.

Zie ook de Taalcanon over dit onderwerp.

[van Neder-L, 10 januari 2014]