Macht en onmacht van rechtsvervolgingdoor Karel de Vey Mestdagh
Piraterij heeft heel wat juridische kanten. Om te beginnen is er de definitie in het internationale recht (het VN-Zeerechtverdrag) die zegt dat je alleen van piraterij mag spreken als een schip op de volle zee wordt aangevallen. Binnen de territoriale wateren wordt gesproken van gewapende overvallen op zee (armed robbery at sea), oftewel zeeroof. In de volksmond zijn piraterij en zeeroof natuurlijk uitwisselbaar en in de praktijk is er ook weinig of geen verschil. Maar toch, waar de misdaad plaatsvindt, is juridisch van groot belang, omdat daarmee wordt bepaald wie tegen de vrijbuiters mag optreden. Tegen gewapende overvallen binnen de territoriale wateren is alleen de kuststaat bevoegd iets te ondernemen. Er is, juridisch gezegd, alleen nationale rechtsmacht. Ten aanzien van piraterij – op volle zee dus – bestaat van oudsher zogenaamde universele rechtsmacht. Dat betekent dat ieder land piraten mag oppakken en berechten, ongeacht waar ze vandaan komen, waar ze op volle zee hun sinistere bedrijf uitoefenen, of onder welke vlag het aangevallen schip vaart.
Veiligheidsraad
Dat zien we nu precies gebeuren in de Golf van Aden en op Indische Oceaan. De Europese Unie, de NAVO en een aantal afzonderlijke staten (o.a. Rusland, China en Japan) zijn er actief om de internationale scheepvaartroutes zo veel mogelijk vrij te houden van Somalische piraten. Daarmee wordt invulling gegeven aan een van de verplichtingen uit het VN-Zeerechtverdrag om internationaal samen te werken bij de bestrijding van piraterij. Bovendien zijn er sinds 2008 – in de periode dat de piraterij voor de kust van Somalië echt uit de hand begon te lopen – een aantal resoluties aangenomen door de Veiligheidsraad van de VN. Daarin staan regels die de hele wereldgemeenschap binden en die vreemde mogendheden bovendien onder bepaalde voorwaarden toestaan – alle juridische begrenzingen ten spijt – tegen piraten op te treden binnen de territoriale wateren (ja, zelfs op het vaste land) van Somalië. Dat laatste is in het internationale recht een ongekende maatregel, die in dit geval wel moest worden genomen omdat Somalië als (functionerende) staat ter ziele is. Het land is wat ze tegenwoordig een failed state noemen en is zelf niet bij machte de orde in de eigen wateren te handhaven.
Bezemactie
Zoals bekend, neemt de Koninklijke Marine deel in missies van zowel de EU als de NAVO. En dat het hard nodig is om zo onze eigen en andermans belangen te verdedigen, blijkt wel uit de cijfers. In de eerste helft van 2010 werden 57 van de 78 aanvallen van kapers daadwerkelijk afgeslagen en kon een veelvoud daarvan worden verijdeld door voortdurende veegacties. Toen de Hr. Ms. Tromp eind april in Den Helder afmeerde, na een missie van enkele maanden in de Golf van Aden en het Somalië Bassin, had de commandant een bezem in de mast laten binden – in navolging van de roemruchte naamgever van zijn fregat admiraal Maarten Harptszoon Tromp. Het schip was uitermate succesvol geweest in het aanhouden, ontwapenen en zelfs overmeesteren van piraten: 83 in getal, waarvan 10 tijdens een gewapende ontzetting van een Duits koopvaardijschip. Daarnaast vernietigde het fregat dertien skiffs. Ook in de tweede helft van 2010 werden door de Nederlandse marine veel kapingen voorkomen en piraten opgepakt. Bij één actie waren dat er zelfs 18 (na het ontzetten van een Zuid-Afrikaans zeiljacht). Datzelfde geldt nu al voor 2011. De Koninklijke Marine is opnieuw vele malen in actie gekomen. Hoewel door intensief patrouilleren het aantal kapingen in de Golf van Aden meer dan gehalveerd werd, baart het zorg dat piraten zich steeds verder op de Indische Oceaan wagen. Dit jaar zijn er in het eerste kwartaal alweer 83 incidenten gemeld en werden 14 schepen daadwerkelijk gekaapt met inbegrip van 250 bemanningsleden. De Koninklijke Marine ontzette nog begin april met geweld een gekaapt Iraans schip en arresteerde weer 16 piraten. Zeer verontrustend is dat de kapers steeds meer geweld gebruiken tegenover de gegijzelde bemanningen en er zelfs niet meer voor terugschrikken te doden.
Vissers
De grote vraag is wat je met al die opgepakte piraten aan moet. Als jurist moet ik mezelf dan eigenlijk al onmiddellijk corrigeren. Het gaat formeel gesproken nog om verdachten van piraterij. En ook al jeuken je vingers, je moet erg op je tellen passen. ‘Geen woorden, maar daden’ is nog altijd een prachtig Rotterdams credo, maar de wereld zit als het gaat om vervolging en berechting toch anders in elkaar. Ook zeerovers zijn onschuldig totdat het tegendeel is bewezen. Bij op heterdaad betrapte onverlaten, die al aan boord van een koopvaardijschip gingen, lijkt het bewijs simpel te leveren, maar bij al die tientallen groepjes die in hun skiffs over de zee zwalken (op zoek naar een prooi) is dat veel lastiger. Wanneer zo’n scheepje wordt opgebracht, zijn de wapens vaak al overboord gegooid. Als dat niet is gebeurd, is steevast het verweer dat het vissers zijn die wapens aan boord hebben om zich te beschermen tegen piraten. En dat kan nog waar zijn ook! Vrijwel iedereen die voor de kust van Somalië de zee op gaat, doet dat bewapend. Er wordt zelfs gevist door in het water te schieten, om zo de vis op te jagen. ’s Lands wijs, ’s lands eer. Desondanks stuit men al te vaak op scheepjes met wel heel veel vissers aan boord… Wil je dergelijke lieden dus kunnen vervolgen en veroordelen, dan zal ieder flintertje belastend bewijsmateriaal moeten worden verzameld. Ook piraten hebben recht op een eerlijk proces. Getuigenissen van de bemanning van een aangevallen schip, onder ede afgelegd voor een rechter op de wal, kan daarbij doorslaggevend zijn. Maar mag je van schepelingen die de wereldzeeën bevaren verwachten dat ze komen opdraven voor een rechtbank in Mombasa of Rotterdam? Zeker is wel dat de bewijsvoering erbij gebaat is. Te hopen valt dat rechters meer genoegen gaan nemen met via teleconferenties (verhoor) afgelegde getuigenverklaringen.
Verontwaardiging
Hoewel iedere rechter waar ook ter wereld piraten zou mogen berechten (vanwege de universele rechtsmacht), is tot op heden de grootste vraag welke rechter er het meest voor in aanmerking komt. Het spreekt bijna vanzelf dat je als politieagent niet iedere verdachte die je arresteert mee naar je eigen huis kunt nemen. Toch is er veel onbegrip en verontwaardiging over het feit dat marineschepen die patrouilleren voor de kust van Somalië niet alle piraten die ze oppakken aan boord houden en naar het eigen land overbrengen. Het Nederlandse openbaar ministerie vervolgt bijvoorbeeld alleen piraten wanneer Nederlandse belangen in het geding zijn; d.w.z. wanneer het aangevallen schip onder Nederlandse vlag vaart, de bemanning Nederlands is, of de lading een duidelijk Nederlands belang vertegenwoordigt. Datzelfde geldt wanneer een schip in Curaçao is geregistreerd, alleen is het dan in eerste instantie aan het openbaar ministerie in Willemstad om te beslissen over vervolging. Veel voeren een eender beleid. Het opportuniteitsbeginsel (d.w.z. zelf uitmaken wie je vervolgt) speelt ook hier een grote rol. Daar komt bij dat het verre de voorkeur verdient om piraten – voor het merendeel toch gewone criminelen en gelegenheidsboeven – in het eigen land of de eigen regio te berechten en gevangen te zetten. Je zit dan minder met taalbarrières en houdt de verdachte in zijn eigen omgeving en cultuur. Rechtspraak in de regio ligt dan ook voor de hand.
Ontzag
Als daar reden voor is, onttrekt Nederland zich zeker niet aan zijn verplichtingen. Dat mag blijken uit de wereldwijd geprezen veroordeling van vijf piraten tot forse gevangenisstraffen door de rechtbank in Rotterdam, in juni 2010. Het ging daarbij om piraten die door de Deense marine waren opgepakt toen ze in 2009 probeerden een onder Nederlands-Antilliaanse vlag varend schip te kapen. De tien piraten die onze mariniers in 2010 overmeesterden op de Duitse vrachtvaarder, werden voor berechting uitgeleverd aan Duitsland. Die gewapende ontzetting door de Koninklijke Marine en de afhandeling ervan boezemden ontzag in bij de partnerlanden. Als je daarbij de vele andere acties van onze fregatten optelt, levert Nederland een grote bijdrage aan de piraterijbestrijding. Soms doen we zelfs meer dan van ons verwacht mag worden: van de 18 piraten die werden opgepakt na de bevrijding van het Zuid-Afrikaanse zeiljacht, najaar 2010, werden er 5 voor berechting overgebracht naar Nederland, hoewel er geen rechtstreeks Nederlands belang in het spel was. Geen van de direct betrokken landen wilde in dat geval vervolgen ofschoon er een overdaad aan hard bewijs was gevonden. Het tegengaan van straffeloosheid lukt overigens alleen als er nauw internationaal wordt samengewerkt en in Den Haag de ministeries van Buitenlandse Zaken, Defensie en Justitie (incl. het OM) heel goed op elkaar zijn ingespeeld. Want er gelden allerlei regels van nationaal en internationaal recht die zeer dwingend zijn en bij niet-naleving roet in het eten kunnen gooien. Om de internationale coördinatie en samenwerking goed te laten verlopen, wordt bovendien zeer regelmatig overlegd tussen alle betrokken landen. Daarbij worden zowel operationele zaken, als juridische procedures op elkaar afgestemd. Nuttig en concreet werk!
Bottleneck
Omdat Somalië, als failed state, zelf geen optie is om piraten aan over te dragen, wordt met man en macht geprobeerd buurlanden zo ver te krijgen gevangen genomen piraten te berechten. Landen die bereid zijn dat te doen, krijgen veel financiële steun van onder andere de Verenigde Naties en de Europese Unie. Op dit moment hebben de EU en een paar afzonderlijke landen afspraken met Kenia en de Seychellen. Dat is nog niet voldoende en Kenia vraagt terecht om een eerlijker lastenverdeling. Het land heeft in een jaar tijd al zo’n 120 piraten overgenomen van patrouillerende marineschepen. Vervolging en berechting is overigens in Afrikaanse landen niet het enige dat zwaar valt. Het is vooral ook de gevangenhouding van veroordeelde piraten, waartegen veel verzet bestaat. Veroordelingen tot soms wel 20 jaar vormen een grote belasting voor het lokale gevangenissysteem. Bij voorkeur zouden de piraten hun straf moeten kunnen uitzitten in Somalië, maar daar zijn domweg geen behoorlijke gevangenissen. Dat is nog steeds een echte bottleneck in de onderhandelingen met landen in de regio. Gesprekken gaan wel voortdurend door; bijvoorbeeld met Mauritius en Tanzania. Hopelijk helpt het dat binnen afzienbare tijd met VN-steun gebouwde gevangenissen in Somaliland en Puntland opengaan. Met deze twee noordelijke provincies van Somalië, waar eigen overheden zorgen voor enige rust en orde, wordt in toenemende mate zaken gedaan.
Bewijs
De bereidheid van landen om piraten over te nemen wil nog niet zeggen dat iedere aangehouden verdachte ook kan worden overdragen en berecht. De landen in de regio zijn zeer beducht voor verdachten van wie uiteindelijk voor de rechter niet kan worden bewezen dat ze daadwerkelijk van plan waren een schip te kapen. Het juridische systeem wordt ermee belast, en ook van een onschuldige piraat ben je niet zomaar af. Zodra men twijfelt aan de hardheid van het bewijs, wordt een overdracht zonder meer geweigerd. Dat heeft ertoe geleid dat marineschepen verdachte piratenbootjes regelmatig aanhouden en ontwapenen, om ze daarna weer af te duwen met voldoende benzine en leeftocht om land te bereiken. Bij het schoonvegen van de wateren rond Somalië kom je eenvoudigweg te veel vrijbuiters tegen, om ze allemaal met uitzicht op veroordeling voor een rechter te krijgen. Dat is zeer frustrerend – in de eerste plaats voor de mannen en vrouwen van de marine – maar het doet gelukkig niet af aan het belang van hun actieve aanwezigheid. Kapers wordt de wind uit de zeilen genomen en er wordt veel wapentuig in beslag genomen. De bezem mag wat dat betreft in top blijven.
Hoofdprijs
Straffeloosheid van piraterij moet worden voorkomen. Dat staat ook bij Nederland hoog in het vaandel. Om dat te bereiken, moeten er nog heel wat juridische hordes worden genomen. Maar zelfs dan zijn we er niet. Om echt een halt toe te roepen aan kapers op de Somalische kust, moet het land erachter weer een staat worden, met een regering met gezag en macht. Eerst moet in Somalië de vicieuze cirkel van wetteloosheid, geweld en wanhoop worden doorbroken. Dat lukt alleen als zich daar een begin aftekent van economische ontwikkeling en ordeherstel, waaruit de verarmde bevolking vertrouwen voor de toekomst kan putten. De paupers van de kust zoeken hun geluk als piraten op zee. En daarbij gaan ze inmiddels voor de hoofdprijs van miljoenen euro’s losgeld per schip. Voor het uitroeien van hun criminele bedrijf (en dat van hun masterminds) dienen de problemen aan de wal te worden opgelost. Ook daarbij moeten wij proberen te helpen; in ons eigen belang. Want met juridische handgrepen alleen zal het niet lukken. En ook met de bezem in de mast bestrijden we slechts symptomen – hoe onvermijdelijk, noodzakelijk en nuttig ook.
[Een eerder versie van dit artikel verscheen in
Schuttevaer, 122
e jaargang, nr. 48.]