![]() |
| Beeld © Erik Johansson |
Dit is de vroegere versie van Caraïbisch uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Sinds vrijdag 23 mei 2014, 18.00 uur wordt deze blogspot niet meer geüpdate. U kunt deze plek nog wel blijven bezoeken, maar voor actuele berichten dient u te gaan naar de nieuwe site!
woensdag 21 mei 2014
Bhai - Gedicht
zondag 6 april 2014
Bhai - Gedicht
![]() |
| Bhai |
dinsdag 19 maart 2013
Bhai - Ik leef op de bodem
woensdag 15 augustus 2012
Ju Ku Jume Maro: Drie decennia’s de inheemse cultuur overbrengen
Paramaribo - Een winkel aan inheemse craft had hij in zijn tas. Aan eenieder die hij naar voren riep en het verdiende, gaf Gerard Roberts uit dankbaarheid één van de producten uit die tas. Tijdens zijn speech over het samenbrengen van inheemse volkeren uit het noorden en die van het zuiden, werden de emoties hem soms teveel.
De Canadees en andere spirituele inheemsen uit Amerika en Trinidad waren de eregasten van Thelma Christiaan(71) in verband met Inheemsendag, maar meer nog voor het dertigjarige bestaan van de sociaal culturele vereniging Ju Ku Jume Maro van tante Thelma, zoals de inheemse vrouw in de samenleving bekendstaat.
![]() |
| De 71-jarige Thelma Christiaan tijdens de dag der Inheemsen vorige week is een een bron van kennis over de Inheemse cultuur. (Foto: Stefano Tull) |
Bron van kennis
Op 9 oktober 1982 werd de vereniging opgericht door Dorus Banga, tante Thelma en haar echtgenoot Gustaaf Christiaan om het leren van inheemse liederen en samburamuziek aan anderen te stimuleren. Ju Ku Jume Maro betekent ‘we gaan met de mieren mee’. “De vereniging heeft ups and downs gekend, maar uit het laatste is juist meer kracht geput om door te gaan,” zegt Anouschka. Zij en zus Audrey zullen het moeten doen, gezien de leeftijd van hun moeder. Maar nog steeds ontvangt tante Thelma studenten en zij die meer willen weten over de inheemse cultuur. “Ze is een lopende bron van kennis,” zegt Hillary de Bruin van Cultuurstudies. “Er zijn ook wel andere verenigingen, maar zij weet alles over zang, dans, kruiden, sieraden, kleding en het spirituele. Daarom werd zij altijd gevraagd door Directoraat Cultuur om te participeren in binnen- en buitenland, vanwege haar grote kennis.”
![]() |
| Inheemsendag op Nieuw-Amsterdam. Foto: Elly Kasanradji |
Grote bewondering
Van wie tante Thelma al de kennis heeft, wordt pas duidelijk wanneer de weduwe het zelf vertelt. “Niet van mijn moeder, want die was heel vroeg overleden. If yu pina, dan kijk je hoe anderen het doen. Zo heb ik alles geleerd.” De cultuurkenner geeft aan dat ze wel een huis heeft, maar nog steeds arm is. Ze vraagt zich af hoe iemand die zoveel betekent voor het land een leven lang in deze situatie verkeert. “Ik heb geen man meer, alles moet ik zelf doen, en mijn dochters wonen nog bij mij.” Bekende personen die grote bewonderingen hadden voor tante Thelma waren de cultuurguru’s Wilgo Baarn, James Ramlall en Henk Tjon. De laatste verwerkte de cultuur en liederen van Thelma in zijn theaterstukken. “Voordat Directoraat Cultuur werd opgericht, werkten we al samen met tante Thelma, bevestigt Wilgo Baarn. De artistiek leider van Volkshogeschool NAKS geeft collega en ex-directeur Cultuur, James Ramlall, alle credit voor het huis van Thelma. “Hij heeft hemel en aarde bewogen en zelfs zijn salaris ingezet om te zorgen dat deze vrouw een huis kreeg! Maar tante Telma is het waard, zij is iemand die puur is gebleven.” De feestelijke avond werd na de speeches en gesponsorde foerage voortgezet met gezamenlijke optredens. De buitenlandse gasten, die op Inheemsendag te bewonderen waren in de Palmentuin, vertrokken pas de volgende ochtend.
[uit de Ware Tijd, 13/08/2012]
woensdag 25 april 2012
Bhai
Portret van de Surinaamse dichter Bhai door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 9 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto op groot formaat is ook te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.
zondag 31 juli 2011
Zevende vedantaprijs naar James Ramlall
as de zevende keer dat de stichting Jnan Adhin Fonds deze prijs, die tweejaarlijks wordt uitgereikt, weggaf. De keuze viel op Ramlall vanwege zijn bijdragen aan een gezonde en evenwichtige persoonlijkheidsontwikkeling en de bevordering van wijsgerige, wetenschappelijke, kunstzinnige en andere culturele activiteiten in de geest van het vedantisch universalisme.“Vedanta is een millennia oude universalistische eenheidsleer uit het oude India met als fundamenteel uitgangspunt de eenheid van al het bestaande. Populair gezegd: eenheid in verscheidenheid”, deed Rakesh Adhin, voorzitter van het Jnan Adhin Fonds, uit de doeken. Met een passage uit het boek Vedanta, the ultimate truth van Bhagwan Shree Rajneesh illustreerde hij dat er geen afstand bestaat tussen individu en God. “Het goddelijke kan geen object van een zoektocht zijn. Je zult het nergens kunnen vinden, want het is overal. Indien je het goddelijke wilt ervaren, dan is het eerste wat je je moet herinneren: het is waar je nu bent. Je ademt erin en erdoor. Er is daarom geen pad naar God.” Met verschillende activiteiten, waaronder ook de uitreiking van de vedantaprijs, probeert de stichting sinds haar oprichting in 2000 de eenheidsgedachte in Suriname te bevorderen. Carlo Jadnanansing, voorzitter van de Raad van Toezicht van het Jnan Adhin Fonds, die de toekenning van de vedantaprijs aan Ramlal motiveerde, loofde onder andere zijn dichtkunst. Ramlal debuteerde in 1962 met acht van zijn gedichten in Soela onder de naam Bhai (broer). Twintig jaar later, in 1982, verscheen van zijn hand zijn enige bundel Vindu. Hiermee sleepte Ramlall de literatuurprijs van Suriname voor de jaren 1980-1982 in de wacht. Zijn tweede bundel Avinash (onsterfelijk) komt binnenkort uit. Ramlall heeft zich ook op politiek vlak bewogen als actief lid van de Hernieuwde Progressieve Partij (HPP). Zijn motto in de politiek luidt: een ieder mag verdienen, maar dient ook te dienen. “Het leven van de laureaat staat in het teken van de universalistische eenheidsfilosofie, niet alleen van lichaam en geest, maar ook van de eenheid van al hetgeschapen in het universum. Het Jnan Adhin Fonds vindt het daarom een eer Ramlall te belonen met de vedantaprijs”, zei Jadnanansing. In zijn dankwoord toonde Ramlall zich een meester in de filosofie en voerde het publiek met zijn woordenspel naar ongekende momenten en situaties. De vedantaprijs werd eerder uitgereikt aan Jef Crab (2001), Shrinivasi (2002), Abdoelgaffar Muradin (2003), Nico Waagmeester(2005), Vera Kaffiluddin (2007) en Roshnie Radhakishun (2009).
woensdag 20 juli 2011
Vedánta-prijs 2011 voor James Ramlall

De Stichting ter Bevordering van de Vedántisch-Universalistische Eenheidsgedachte in Suriname (opgericht op 19 januari 2000 te Paramaribo) heeft bekendgemaakt dat de Vedánta-prijs 2011 gaat naar dr James Ramlall voor zijn decennialange inspanningen op het gebied van maatschappelijke vorming/kunst en cultuur in de geest van het Vedántisch universalisme. Als dichter is James Ramlall bekend onder zijn schrijversnaam Bhai.
De prijs wordt uitgereikt op woensdag 27 juli 2011, van 19.30 - 21.30 uur, in Theater Unique aan de Frederik Derbystraat 23-25 (voorheen Rust en Vredestraat) te Paramaribo.
Het programma ziet er als volgt uit:
19.30 u: Inloop en Ontvangst Genodigden - Bestuur en Raad van Toezicht
20.00 u: Verwelkoming - Master of Ceremony
20.05 u: Uitleg Doel en Activiteiten Fonds door Rakesh Adhin, bestuursvoorzitter
20.15 u: Intermezzo I
20.20 u: Motivering Vedánta-prijs 2011 door Carlo Jadnanansing - Voorzitter Raad van Toezicht
20.40 u: Intermezzo II
20.45 u: Uitreiking Vedánta-prijs 2011 - Voorzitter Bestuur
20.55 u: Kort Woord - Ontvanger Vedánta-prijs 2011
21.00 u: Gezellig Samenzijn
Minister Anthony receives technical report from ICOMOS
Vice-President of the Cultural Organisation of ICOMOS (Suriname), James Ramlall presented the report to the Minister in the presence of Director of Culture Dr James Rose and Permanent Secretary Alfred King.

Ramlall noted that Suriname and Barbados have already secured their spot on the heritage list.
Dr. Rose said that the report entails a study of the city and gives priority to some of the things that were relevant. He stated that there has been some technical support from UNESCO and in order for this process to proceed; a national committee and a management plan need to be established, historic Georgetown has to be reassessed, to re-evaluate the uniqueness of the area and this report will be prepared for submission to UNESCO by next year. Dr. Rose is very grateful that the technical report is available because Suriname has reinforced its commitment in crafting Georgetown on the Heritage list.
Dr. Rose appreciated Suriname’s promise to make all their human resource institutional knowledge available to Guyana so as to move forward this process. Minister Anthony said that from the study, works will be done to see how they can advance the process and several sites around the city are being assessed to obtain a place on the list. He went on to say that about a month ago, he visited Suriname where he signed a cultural agreement for the first ever Inter-Guyana Cultural Festival that will be held in the neighbouring country at the end of August.
Minister Anthony said that a strong contingent of 40 persons will be attending this event and participating in the six areas selected: culinary arts, fine arts, drama, craft, literature and theatre.
ICOMOS is the only international non-governmental organisation dedicated to promoting the application of theory, methodology and scientific techniques to the conservation of the architectural and archaeological heritage. Its work is based on the principles enshrined in the 1964 International Chapter on the Conservation and Restoration of Monuments and Sites (the Venice Chapter).
[Bron: GINA, Guyana Government Information Agency, 30 June 2011]
woensdag 11 mei 2011
Olieverfportret van de jonge Bhai

Christina Dorjee werkt aan een boek over de Nederlandse portret- en landschapsschilderes Nora Stroink (mevrouw Nora Francina Steggewentz-Stroink, 1897-1978). De Surinaamse dichter Bhai studeerde ooit in Utrecht en kwam nogal eens bij haar in Bosch en Duin. Zij konden het bijzonder goed met elkaar vinden. Christina hoorde Nora Stroink hem zelfs eens als ‘pleegzoon’ aanduiden. Het hierbij afgebeelde olieverfportret van de zeer jonge Bhai is in het bezit van Christina.
dinsdag 26 april 2011
Bhai - Santiniketan; Herinneringen uit een ver verleden
[…] De indrukken van Santiniketan blijven de bezoekers van dit vredesoord altijd bij. Gedurende de lente zijn de tuinen, perken en parken in Santiniketan vol prachtige bloemen. Ook de bomen en planten met hun jonge bladeren en de vele tinten groen kondigen het nieuwe seizoen aan met het lentefeest, Holi, dat wij ook kennen als Phagwa, dat door de bewoners van Santiniketan uitbundig wordt gevierd. Kleuren en nog eens kleuren bij mens en omgeving vormen een natuurlijke tentoonstelling. Ook vogels uit andere streken komen gedurende de lentedagen naar Santiniketan om met mens, dier en planten het nieuwe seizoen te beleven. Gedurende het holifeest zijn alle mensen gelijk; dan is er geen onderscheid tussen groot en klein, leerlingen en leraren, jongens en meisjes; dan is eenieder gelijk, binnen respectvol gedrag. Het holifeest is een feest voor iedereen, nieuw begin met nieuwe voornemens, verwachtingen en mogelijkheden. Gedurende de holiperiode worden vele lekkernijen klaargemaakt. In de keuken is het keukenpersoneel bedrijvig. Vooral rasgula en gulabjam gedompeld in heerlijke jasmijnsiroop in grote aarde kruiken voor de afkoeling is bijzonder gewild. Terwijl de holidag gekenmerkt wordt door een kleurenspel wordt de avond getekend door Rabindra-sangeet en toneelstukken, speciaal voor deze gelegenheid geschreven door Gurudev [Tagore, red.], een toneelstuk, van Gurudev dat gedurende deze dagen wordt opgevoerd is: Dak ghar (The post office of De brief van de Koning) […]
[…] Gewoontegetrouw zijn er in de avond vele culturele presentaties voor de aanwezige gasten en ouders, zoals Rabindra-sangeet, volksdansen, voordrachten en verhalen, die de kinderen en studenten zelf hebben ingestudeerd, maar ook andere podiumuitvoeringen waaronder zeker Dark ghar (The post office) met als slotzin. ‘Amal hier is Sudha, ik ben je niet vergeten.’ Een slotstuk dat velen tot emoties en tranen beroert. Ja inderdaad ‘Amal hier is Sudha, ik ben je niet vergeten.’, waarna Amal niet meer wacht en zijn ogen sluit. […]

vrijdag 28 januari 2011
Bhai - Gedicht
Aan het open graf
De tijd staat stil
Nu de eeuwigheid begint
Dit leven is niets meer
Dan ritselen
Dwarrelen
En dan voorgoed verdorren
donderdag 2 december 2010
Bhai - Dhán ká dukhrá / Rijste Smart
Slechts zij, die in rijst zijn opgegroeid
Slechts zij, die door rijst gestorven zijn
Kennen alleen de jammerklacht der halmen.
Want weet, dat iedere groei
in wezen sterven is
en iedere bloei vergaan.
Zo weet dan ook, dat iedere oogst
zeer smart'lijk is.
Polder Nickerie
Gedicht Bhai op rijstmonument Nickerie
De projectdrager, Ben Mitrasingh, heeft dit project aan de districtsraadsleden overgedragen. Zij moeten dit verder begeleiden en werken aan de realisatie ervan. Het project kost SRD 150.000. Mitrasingh zegt dat Nickerie het hele land van voedsel voorziet en de drijfveer van Suriname is. Het district heeft nog nooit een geschenk gehad dat te maken heeft met rijst of rijstteelt. “Het moet iets voor en van de Nickerianen worden. Iedereen
Het gedicht ‘Dhán ka dhukrá’ (Rijstesmart) van Bhai (James Ramlall) zal gegrift worden op het monument, waarvan het ontwerp is gemaakt door Henry Mitrasingh. De letters van het gedicht zijn 20 centimeter groot en worden met groen graniet uit Poki Gron gegoten.
Woordvoerder van dr-en rr-leden, Edgar van Genderen, zegt dat districtscommissaris Roline Samsoedien ook betrokken zal worden bij de realisatie van het project. Ook de scholen moeten een bijdrage leveren. Van Genderen zegt dat de Nickerianen gemobiliseerd zullen worden om dit project tot een succes te maken.
[Bewerkt naar een bericht van Wanita Ramnath in Starnieuws, 2 december 2010]
woensdag 10 november 2010
Dichter Bhai 75
en Bea Vianen en Michaël Slory werden dit jaar 75. En nog een dichter: Bhai.Bhai (Hindi en Sarnami voor: Broeder) is het pseudoniem van de Surinaamse dichter James Ramlall (26 januari 1935). Hij werd geboren in het toenmalige district Suriname, studeerde in Nederland Nederlandse taal- en letterkunde en pedagogiek en in India wijsbegeerte en religie. Hij promoveerde op het proefschrift The problem of Being in Sankara and Heidegger.
Hij werd onderdirecteur Cultuur en later directeur Cultuur van het Surinaamse Ministerie van Onderwijs en Cultuur, en betoonde zich zeer actief in de culturele wereld, onder andere als oprichter van het conferentiecentrum "Caribbean Centre" te Lelydorp.
Hij schreef filosofische en meditatieve poëzie in het Hindi en Nederlands in het tijdschrift Soela. Het Nederlandstalige werk werd gebundeld in Vindu (Hindi voor: Geheim, 1982) waaruit het concreet-afbeeldende van zijn vroegere poëzie geheel is verdwenen. Voor deze bundel ontving Bhai de Literatuurprijs van Suriname 1980-1982. Hij liet sindsdien poëtisch nog maar sporadisch van zich horen in De Ware Tijd Literair. In 2003 ontving hij de Gaanman Gazon Matodja Award.
De stilte
Hangt
Op de lippen
De wimpers
Kussen
Elkaar
Nu ook
De adem
Is ontslapen
Is de tijd
Tot niet tijd
Ontbonden
Dit leven
Tot de dood
Gepromoveerd
dinsdag 28 september 2010
Henk Tjon, geen honger en geen verdriet
Paramaribo - De koppel Henk Tjon - Wilgo Baarn is een veel zeggend fenomeen in het theatergebeuren binnen onze podiumkunsten. Voeg hieraan de namen Eugene Drenthe, Henk Zoutendijk en ... het toneelleven van de jaren zeventig en tachtig is compleet. Henk Tjon was naast zijn theaterkunst ook een masterverteller.
Binnen het vormingswerk heeft Henk zijn eigen plaats, een plaats die hem niet is toegeworpen, maar één die hij heeft verworven. Zeldzaam en haast niet te evenaren. Naast zijn parate kennis over de verborgenheden van kunst en cultuur had Henk toegang tot gebeurtenissen die achter ons liggen. Henk kon spelenderwijs ook doordringen tot de Surinaamse kunst en cultuur geschiedenis. Henk had niet alleen kennis van dingen om ons heen, maar Henk beheerste het verleden op voortreffelijke wijze. Het heden wist Henk met een feiten panorama te omkleden en te versieren, zodat het verleden en de toekomst het heden bezongen.
Henk Tjon was naast regisseur ook dramaturg, drummer, zanger, Caribbeankenner en story teller. Henk was een fijnproever, smaakvolle consumer van Caribische gerechten. Zij, die Henk kennen, weten dat Henk Tjon een diep bewogen persoon was, naast zijn uitzonderlijke eigenschappen van behulpzaamheid, begrijpend inborst en medemenselijkheid. Henk Tjon kon ongemerkt doordringen tot verborgen leven van zijn evenmens om van daaruit de andere in zijn inzichten te benaderen en hem van adviezen en suggesties te voorzien voor evenwicht en harmonie. Henk kon kris kras door alle Surinaamse cultuurachtergronden wandelen en zich spiegelen binnen het verborgen leven van de ander zijn bestaan. Henk was ook opvallend verdraagzaam, hetgeen hem bemind, behoedzaam en sympathiek maakte. Henk had altijd een open oor voor suggesties, nieuwe beelden en gedachten in de ontmoeting met de andere. Henk Tjon was Henk Tjon.Op de Carifestas was Henk zeer gedreven, steeds weer op zoek naar perfectie, naar het nieuwe, naar het onhaalbaar bereik. Henk Tjon was altijd op weg naar het haast onmogelijke, dat op de duur toch een mogelijkheid werd.
V.l.n.r. Rufus Collins, Henk Tjon en Maarten van Hinte in 1987
Henk Tjon was een verwoed schrijver, die steeds bezig was het nog niet bekende op te tekenen, te stellen en op te stellen, te formuleren en te herformuleren. Tot laat in de nacht was hij betrokken bij het nog niet geschrevene op te tekenen en voor anderen toegankelijk te maken. Henk leefde voortdurend uit het verleden naar de toekomst door het haast vergane te belichten waardoor het achter ons liggende fenomeen, als een lichtend beeld voor ons schitterde als een iets dat er nog niet is, maar straks toch worden zal. Henk was altijd op weg naar het verborgene… het andere, dat er nog niet was, maar weldra weer worden ging… Henk was overal en toch nergens Henk was steeds weer op weg naar verder, op weg naar zijn fantasieën, naar een huis dat zeker niet zijn thuis was.
Het Doe Theater samen met Thea Doelwijt was Henk zijn droom en passie naast zijn vele hartstochtelijke herinneringen en verlangens. Henk heeft veel bereikt maar uiteindelijk is niets binnen zijn bereik gebleven. Henk was meedogenloos op weg naar zijn doelen, niet alleen voor zijn leerlingen, studenten en collega's, maar vooral voor zichzelf. Hij wist als geen ander dat het doel en visie elkaars congruenten zijn zonder het één kan het ander niet bestaan.
Henk zijn visie voor een eigen Surinaams theater is hem helaas niet gelukt, zoals voor zijn andere mede spelers in de toneel wereld. Zelfs Thea Doelwijt moest zich uiteindelijk aan deze beperking niet alleen onderwerpen, maar haast verslagen zich erbij neer leggen. Tenslotte zijn er vaak gebeurtenissen binnen het haalbare, die helaas niet te bereiken zijn. De kosmische wetten van Rta hebben haar eigen normen en wetmatigheden. Henk was zich van deze beperkingen uiterst bewust.
Naast Henk hadden we in de jaren eind zeventig, begin tachtig Gorasing de dans- dramateurig met veel talent, vaardigheden, kennis en kunde. Gorasing had op gebied van dans veel bereikt. Toch moest hij er uiteindelijk in geloven, dat wens en verlangen reële fenomenen zijn die slechts achter de horizon bestaan en soms niet voorkomen in de kosmische wereld van de sterfelijke mens. Zoals het vele artiesten vergaat, verging het ook met de kunstenaar Henk Tjon. Toen de zachte bries tussen de bladeren speelde en de manjatrossen stil op de windgolven dobberden, was de tijd voor Henk aangebroken. Niets vermoedend, maar ook niets zeggend stond hij op en ging gewillig mee. Henk ging mee. Alles achterlatend wat hem eens zo dierbaar was. Zijn schrijfgerei lag deels op tafel en deels verspreid in de kamer. Zijn lichaam lag licht gebogen op de grond, want zo vond Wilgo Baren hem de volgende morgen, vond Wilgo Baren hem alleen, moederziel alleen. Zo kwam hij op aarde en zo ging hij hier vandaan, zonder moeder, zonder ziel, alleen. Henk was Henk alleen. De manjatrossen dobberden op de golven, op de golven van de wind. En een zachte bries speelde tussen de twijgen en de bladeren buiten, binnen was alles stil en stil.
Zijn cultuurvrienden hebben een herdenkingsavond voor Henk georganiseerd. Indrukwekkend en groots, met ala kondre en tra kondre dron. Eenieder heeft zich uitgeleefd. Van alle kanten hoorde men : ai mi boi a san bin bun so te, a neti bing great. Alleen wisten velen niet, dat Henk vaak pinaarde. Natuurlijk zijn er voor pinaren vele redenen. Dikwijls gegronde, minder dikwijls niet gegronde redenen, ongegrond. Maar meer dan eens zijn er redenen te over om alles goed te praten en de oorzaken van het pinaren daar te zoeken waar ze niet gezocht dienen te worden. Dan valt het geweten, diep vermoeid, in een voortdurende rust om niet meer te knagen, noch te spreken. Of Henk in zijn dagelijks doen gepinaard heeft of niet is nu niet meer interessant of relevant. Belangrijk is dat arme Henk een staatsbegrafenis heeft gehad en een ere lint van zus of zo. Of Henk de laatste dagen niet meer bij de chinees kon gaan is niet belangrijk. Alleen de vogels keken vaak verlangend en hoopvol naar de vensters, die niet meer opengingen en na een korte duur van teleurstelling en honger hebben de vogels naar nieuwe vensters uit gekeken. Spoedig waren ook de vogels Henk vergeten zoals vele van zijn cultuurmakkers. Er zijn mooie en lofwaardige woorden uitgesproken op de herdenkingsavond en bij het open graf, woorden voor en over Henk. Alleen Henk en de vogels hebben niets daarvan gemerkt, want de woorden zijn door de wind meegenomen naar verre oorden, heel ver van hier waar er niets heerst, geen honger en geen verdriet.-.
18/09/2010[Uit DWT Online, 22-9-2010]








