Posts tonen met het label Jong Marcel de. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jong Marcel de. Alle posts tonen

woensdag 19 januari 2011

Zwart tegen wit / wit tegen zwart

over Tropenkolder van Marcel de Jong

door René Appel


De eerste pagina’s van Tropenkolder van Marcel de Jong zijn tegelijk goed en slecht. Eerst het positieve: de roman begint met een scène waarin de hoofdpersoon meteen actief is. Frank Andeweg, een nieuwe Nederlandse docent van een middelbare school op Bonaire, stuit op een tegenwerkende conciërge en schooldirecteur als hij zijn afgesloten klaslokaal niet binnen kan komen. Het is ook de kracht van deze roman over de laatste resten tropisch Nederland: De Jong beschouwt, filosofeert en beschrijft weinig, maar hij vertelt zijn verhaal over een Nederlander die klem zit in de laat-koloniale verhoudingen door middel van dit soort scènes.

Dan de negatieve kant. Vanaf het begin is de Jong negatief tot zeer negatief over Bonaire. Dat uit zich overal in. In de eerste bladzijden gaat het al over de conciërge die Frank ‘met zijn loensende ogen argwanend’ opneemt. De secretaresse is ‘moddervet’ en leerlingen hangen ‘lusteloos over hun tafels en staren verveeld naar buiten’. Dit gaat het hele boek helaas zo door; de nuance ontbreekt. Nog één voorbeeld, de uitspraak van een Nederlandse collega van Frank over zijn leerlingen: ‘Schelden, neuken en schreeuwen kunnen ze als de beste, maar logisch nadenken, een fatsoenlijk gesprek voeren of iets constructiefs opbouwen is te hoog gegrepen.’ De Jong benadrukt ook voortdurend de last die hij heeft van muggen, de aanwezigheid van kakkerlakken en de broeierig vochtige hitte waar hij onder lijdt. Over Bonaire valt zeker iets positiefs te melden, al was het alleen maar dat het eiland prachtige mogelijkheden biedt om te snorkelen en te duiken. Honderden toeristen gaan er naartoe om de onderwaterwereld van vissen en koraal te zien, maar Frank Andeweg hoor je er niet over.
.



Schrijver Marcel de Jong en schilder Wolter Boekkooi (die elkaar op Bonaire ontmoetten) wijzen hier naar het huis waar de slotscene van de roman zich afspeelt.


Behalve een enkele vrouw is in de ogen van Frank ook geen enkele Bonairiaan aardig, sympathiek of betrouwbaar. Als lezer denk je af en toe de echo van een voorstel van een Nederlandse politicus te horen: Nederland moet zo snel mogelijk van die eilanden af; zet ze maar op Marktplaats voor de hoogste bieder. Een en ander impliceert dat het lot van Frank vanaf het begin is getekend. Hij is niet alleen leraar (hoewel we van zijn lessen niets meemaken), maar ook journalist, namelijk de correspondent op Bonaire van het Antilliaans Dagblad. In die rol wordt hij geconfronteerd met bedrog, corruptie en machtsmisbruik van lokale politici. Frank wil over dat wespennest schrijven, maar maakt zich daardoor onmogelijk in de ogen van de Bonairianen. Hij is volgens hen een witte bemoeial, een neo-koloniale betweter die niets van de interne verhoudingen op het eiland begrijpt. Dat houdt de directeur van zijn school hem ook voor als hij de lesmethode bekritiseert die Frank over Bonaire heeft geschreven.

Daarmee heeft De Jong een interessant thema te pakken – wit tegen zwart, autochtoon versus allochtoon, waarbij de Nederlander de allochtoon is – maar door de schematische uitwerking met al die extreem slechte Bonairianen is het daarmee nog geen interessante roman geworden. Dat wordt nog eens versterkt door het uitleggerig, expliciete karakter van veel passages. Zo zegt de schooldirecteur tegen Frank: ‘Vraagt u zich nooit af waarom wij docenten uit Nederland moeten halen? Waarom onze leerlingen les krijgen in uw taal? En Nederlandse examens moeten afleggen? De overwinnaars van het verleden bepalen de loop van het heden, meneer Andeweg, niet de onderdrukten, de onderworpenen.’

De Jong, een ervaren journalist, schrijft over het algemeen goed en degelijk proza, maar vooral in de dialogen vliegt hij nog wel eens uit de bocht. Zo vraagt Frank aan zijn vriendin om hem over haar leven te vertellen en dan zegt hij ‘Maak me deelgenoot van jouw verleden.’ Daarna geeft ze hem ‘de liefste zoen’ die hij ooit heeft gehad. Soms gaat het in de richting van Boeketreeksproza (‘Mijn antwoord is de meest innige zoen die ik een vrouw ooit heb gegeven. Ik pak haar gezicht en kijk lang in haar ogen.’), maar even eerder lijkt de auteur juist te hebben bedacht dat hij toch echte literatuur heeft willen schrijven: ‘De verhalen van Minny’s jeugd glijden langs de gepleisterde muren, klimmen omhoog langs de gele kerk en kringelen om de grafstenen op de gewijde begraafplaats.’ Nog een voorbeeld: ‘Benita’s ademhaling gromt als een windhoos.’ De lezer zal zich afvragen hoe een windhoos gromt.

Tropenkolder heeft niet alleen een politieke lading, maar gaat ook over de individuele worsteling van een Nederlander die na een echtscheiding ‘in den vreemde’ een nieuw bestaan wil opbouwen. Tevergeefs, zoals de Jong misschien iets te snel duidelijk maakt. Voorin de roman wordt een woordenboekdefinitie van ‘tropenkolder’ gegeven: ‘geestesstoornis die volgens een vroegere opvatting bij Europeanen na langdurig eenzaam verblijf in de tropen zou kunnen optreden’. Het merkwaardige is, dat Frank Andeweg zelden eenzaam is en al na enkele maanden Bonaire psychische hulp nodig lijkt te hebben. Misschien slaat de titel van de roman ook eerder op de kolder of de waanzin van het politieke bedrijf en de maatschappelijke verhoudingen op Bonaire.

Tropenkolder
Auteur: Marcel de Jong
pagina's: 210
prijs: € 18,00
uitgever: Passage
ISBN: 978-90-5452-219-5

maandag 23 augustus 2010

Tropenkolder: Een tong als een scheermes (III)

Meneer Andeweg, als ik zo vrij mag zijn u een en ander uit te leggen. Kolonialisme gaat uit van zowel een minderwaardigheids- als een superioriteitscomplex. Het is intelligent en diepgaand en maakt je zo klein, dat je het gevoel hebt dat je niets waard bent en niets kunt bereiken.’ [p. 188]

door Quito Nicolaas

De verhaalstof

De auteur heeft er voor gekozen om zijn voornaamste scènes te plaatsen op o.a. een school, een café en een hoerenhuis. Onderwerp van gesprek is bijna altijd een benadering op microniveau van de problemen op school, in de maatschappij en in de politiek. Hierdoor ontstaat al gauw het risico dat de verhaalstof ook bij verandering van scène c.q. een bezoek aan de hoeren, een verlengde is van datgene wat in de schoolpauzes met elkaar besproken worden. Op zo’n manier kan geen uitdieping van de karaktereigenschappen plaatsvinden. Ter afwisseling had Viola – naast Wiebe en Frank - de rol toebedeeld moeten krijgen als degene die een beetje lateraal kon denken. Hiermee wordt een extra spanningsveld geschapen in het trio Frank-Wiebe-Viola.

Het verhaal staat boordevol seksscènes, aantijgingen en raciale vooroordelen, alsof het de ingrediënten zijn voor een geslaagd roman en voor de kwalificatie literatuur. Tal van incongruenties komen in de tekst voor. Zo kan het gebeuren dat na de nachtelijke inbraak bij Frans thuis het plotseling ’s avonds is. Of dat de schrijver op pag. 57 rare bokkensprongen en associaties maakt. Af en toe weet je niet meer wie aan het woord is en ben je het spoor bijster. Soms lijkt het op fladders van losse verhalen die door knippen en plakken aaneengeharkt zijn. Behalve slordigheden, herhalingen komen onafgemaakte verhaallijnen in voor. Bovendien zijn het de incongruenties die het lezen niet gemakkelijker op maken.

‘Twee passerende leerlingen kijken me aan. Wat kan het mij schelen. Iets te winnen bij die domme wichten heb ik toch niet. Hun moeders zullen wel hoer zijn. Hun vaders drugsdealers. Of directeur van een school, die zijn net zo erg. ’ [p. 157)

Als men denkt dat vanaf p. 73 wanneer Minny zegt: ‘Dit huis is het boek van mijn leven,’ het anders wordt, dan heb je het mis. Pas halverwege het boek (p.105) krijgt het verhaal een wending, dat het als serieuze literatuur kan worden beschouwd. Op zich is het te waarderen dat een auteur het aandurft om over vermeende corruptiepraktijken op Bonaire te verhalen, maar daarmee wordt het verhaal niet spannender en is het geen bestseller. Of moet een heel volk het ontgelden om alleen die literaire prijs in de wacht te slepen? Het zijn deze minpunten die de lezer doen afhaken op het moment dat men doorheeft dat de verhaallijnen onafgemaakt en de verhaalstof niet consistent zijn.

In Indonesië waren de Nederlanders niet geliefd, na de onafhankelijkheid van Suriname is een jarenlange slepend conflict ontstaan in de betrekkingen tussen de twee landen en op Curaçao is de relatie eveneens gebrouilleerd. De gezichten in Kralendijk zijn nu gericht naar de wandklok in de huiskamer. Aan een verbeterde verstandhouding tussen de landen in het Koninkrijk heeft deze roman niet bijgedragen. Het is een roman die zeker gelezen moet worden.


Titel: Tropenkolder
Auteur: Marcel de Jong
ISBN: 978-90-5452-219-5
Formaat:12.5x 21 cm
Omvang: 211 pag.

zondag 22 augustus 2010

Tropenkolder: Een verstandshuwelijk (II)

'Ik ontwijk haar blik en kijk naar een auto die ons met volle vaart passeert. Drie pikzwarte vrouwen vergezellen de bestuurder met rastahaar. Ik sluit mijn ogen en luister naar de kalmerende klanken van een bolero uit een van de restaurants op het schiereiland.'[p. 95]

door Quito Nicolaas

Thema

De thematiek in het boek wordt gevormd door de botsing van de Caribische en Europese cultuur. Contacten met collega leraren of een poging tot integratie in die samenleving ontbreekt. Het is juist de dédain houding van de uitgezonden leerkrachten - die de auteur continu opvoert – die hen parten gaat spelen en aanleiding is voor hoogoplopende ruzies. In het verleden had ook Erich Zielinski zijn roman De prijs van de zee op Bonaire gesitueerd en de vissersgemeenschap in beeld gebracht, zonder daarbij met een boze oog naar die gemeenschap te kijken.

Hetzelfde geldt voor Jacques Thönnissen - in de roman De tranen van de ara -die bekend staat om het hanteren van oude Arubaanse gebruiken in zijn romans. De auteur de Jong doet een poging met zijn roman het voorbeeld van Robert Vuistje met zijn Alleen maar nette mensen over Surinamers te evenaren. Het gevecht tussen de dominante en niet-dominante cultuur zal altijd blijven bestaan, alleen gaat het in de literatuur om de inheemse culturen op een prozaïsche manier uit te beelden.

Stijl

Het taalgebruik is een dat in staccato vorm wordt gehanteerd. De gebezigde taal moet kunnen vloeien en aansluiten bij het verhaal. Soms leek het op een marathon, waarvan de finish buiten adem wordt gehaald. Er zijn nogal veel herhalingen van woorden/zinnen: Ik onderdruk mijn …, muggebeten, met samengeknepen ogen, een wegwerp gebaar. De Jong schrijft over het algemeen in korte zinnen, wat het lezen soms aangenamer maakt. De auteur heeft ondanks enkele missers echter een beeldend vermogen om zijn verhaal neer te zetten.

Schelden, neuken en schreeuwen kunnen ze als de beste, maar logisch nadenken,een fatsoenlijk gesprek voeren of iets constructiefs opbouwen is te hoog gegrepen.” [p. 108]

De personages

Het verhaal begint met de voornaamste personages Frans Andeweg en Wiebe, beiden leerkrachten aan de Scholengemeenschap Bonaire. Die worden aangevuld met Tanka (conciërge) en Maduro(schooldirecteur) als tegenpool van Frans en Wiebe. In de tweede verhaallijn komen de politici Joel Pieters en zijn tegenspeler Janga in voor, aangevuld door de journalist Peter Oleana en Benita (eilandsraadlid). Als tussenfiguren heb je Viola, Minny, Marisela en Carlene (prostituee) die plotseling op het toneel verschijnen en dan weer achter de coulissen verdwijnen.
Opmerking:De ik-figuur zet vraagtekens bij het feit dat Maduro vroeger een cafébaas was, maar wordt in verschillende scènes neergezet als een bloedserieuze en zakelijke man.

De Bonairiaanse man in de roman wordt afgeschilderd o.a. als dom, sloom en vadsig. De vrouwen worden afgebeeld als halfdromerige en op seks beluste meiden, bij wie iedere menselijke handeling uitmondt in geslachtsgemeenschap. Het portretteren van een personage kan heus wel op een andere manier dan de hierboven beschreven wijze. Het is daarom - gelet op de Gender-discussie - uit de tijd om vrouwen uitsluitend als zodanig te schetsen, ook al is het bedoeld om een smeuïg verhaal van te maken.

Over het algemeen ontbreekt enige humor bij de personages, ofschoon er tal van lachwekkende situaties zich voordoen. Het aantal personages is nogal veel voor een kleine roman met een lokaal thema. Bovendien worden ze op de verkeerde momenten opgevoerd en maakt het verhaal rommelig en ondoorzichtig. Daarnaast kennen de personages geen diepgang en maken evenmin – behalve Benita en Minny - een ontwikkeling door. Het zijn allemaal eendimensionale personages die worden getoond. Het is juist de bedoeling dat zowel de lezer als de personages een ontwikkeling doormaken.

Deel III van de recensie verschijnt maandag 23 augustus.

zaterdag 21 augustus 2010

Tropenkolder, een recensie (I)

door Quito Nicolaas

Op 7 juni werd in Boekhandel Huyses in Delft de debuutroman Tropenkolder van auteur Marcel de Jong gepresenteerd. In de afgelopen jaren zijn tal van Nederlanders op Bonaire neergestreken, om het strak omlijnde leven in Europa te ontvluchten. Alle reden dus om een roman over het Flamingo-eiland te schrijven. Als lezers aan de roman Tropenkolder beginnen, dan kunnen ze de neiging hebben om het boek ongelezen dicht te klappen. Daar het onnodig suggestief en grievend is. Desondanks is het een roman geworden die de discussie moet aanzwengelen over een gedragscode voor rijksgenoten in de Caribische samenleving. De auteur is in dat opzicht er in geslaagd om aan te tonen dat uitgezonden krachten die overwegen zich op Bonaire te vestigen, eerst een inburgeringcursus moeten volgen.


Het verhaal

De roman speelt zich af op Bonaire tegen de achtergrond van de naweeën van een economie, zonder volwassen gegroeide instituties en een weinig politiek bewuste volk. De uitgezonden leerkracht Frans wordt vanaf de eerste schooldag tegengewerkt. Naast zijn dagtaak als leraar schrijft hij leerzame artikelen over het eiland en komt in contact met Benita, die in bezit is van documenten aangaande een omkoopaffaire. Deze belastende documenten en schoolrapporten worden bij een inbraak door nalatigheid van de leraar meegenomen en worden na een oproep in het lokale dagblad dagen daarna terugbezorgd.

"Dan zou ik [Frank Andeweg] de wreedheid van mijn voorouders mee moeten dragen. Hun gebrek aan geweten, hun neerbuigendheid jegens andere rassen. Nee, ik kan me daar weinig bij voorstellen, Minny." [p. 139]

Na al zijn escapades en bezoekjes aan de dames van de nacht, raakt Frank Andeweg verliefd op Minny Abraham. Het is in deze relatie dat Frank enigszins leert relativeren. Maar hij bleef gaandeweg steriel in zijn opvattingen en wist geen flexibele houding aan te nemen. Zijn eigen kliek vormde zijn uitvluchtbasis en bood hem enige bescherming en steun. Enige toenadering naar de gemeenschap is er niet en bleef Frank samen met Wiebe en de arts Viola optrekken. In dat verband geeft de auteur een aardige schets hoe het denkgedrag, gevoelswereld, waarneming en minachting van andere culturen bij de uitgezonden krachten zich manifesteren.


Context

Na de ontmanteling van de Nederlandse Antillen op 10-10-2010, zal Bonaire als een BES-eiland een rechtstreekse band met Nederland aangaan. Het eiland Bonaire is sinds de jaren '90 in feite een transitiemaatschappij met een samenleving die achteraan holt. De bewoners lijken de veranderingen in de maatschappij niet te kunnen bijbenen. Door het verlammende effect van het staatsverband de Antillen, heerst er een onderontwikkelde politieke cultuur. Een groep burgers richten een partij op en de meest populaire onder hen die komt dan d.m.v. verkiezingbeloftes aan de macht. Er is weliswaar een parlement, maar dan met ontoereikende middelen en een gebrek aan lef om hun controlerende taak afdoende te kunnen uitoefenen. Zodoende ontstaat er een vacuüm dat zich meestal uitleent voor corruptiepraktijken.

De arbeidsmarkt wordt door de schijnwelvaart overspoeld door werknemers uit Aruba, Curacao, Suriname, Nederland en de omringende eilanden. Dit kan tot enorme spanningen op de werkvloer leiden, die zich eventueel in vormen als tegenwerking, pesterijen kunnen manifesteren en soms uitlopen tot persoonlijke confrontaties. De uitgezonden leerkrachten Frank en zijn collega's Wiebe en Glenn beseffen niet dat dit aan de hand was. Men plaatste het geheel al te gauw in een beperkt denkkader van ‘Ze moeten ons niet', een denkpatroon dat voortvloeit uit het zichzelf isoleren in plaats van het integreren in die nieuwe gemeenschap.

Deel II van de recensie verschijnt zondag 22 augustus 2010

vrijdag 23 juli 2010

'In de bosjes, Frank, daar ligt hun toekomst!'

door Fred de Haas

Zondagmiddag 6 juni, Delft, Boekhandel Huyser
Presentatie van het boek Tropenkolder

Het was een van die drukkende Hollandse lentemiddagen waarbij de temperatuur aarzelt tussen aangenaam en onaangenaam en waarop de regen nog net niet of nauwelijks door de overdekte lucht dringt. Een trotse uitgever Anton Scheepstra (foto rechts, rood shirt) van Uitgeverij Passage in Groningen introduceerde als eerste spreker de debuutroman Tropenkolder van Marcel de Jong.
Vervolgens gaf de Bonairiaanse Natalie Wanga een toepasselijke introducerende presentatie waarin zij op een leuke manier voor het publiek de meervoudige identiteit van vele caribeñas en caribeños ontleedde door zichzelf en haar ervaringen op de eilanden en in de wereld als voorbeeld te nemen en ook enkele dichtregels van Antonio Machado aanhaalde om haar betoog te illustreren:

Caminante no hay camino
Se hace camino al andar....


(Reiziger er is geen weg, wegen wijzen zich al reizende….), waarbij met ‘de weg’ in dit geval de weg van de schrijver werd bedoeld.

Vervolgens kwam de auteur zelf aan het woord die genereus en uitbundig begon met de schrijver Rudolf Geel te bedanken voor zijn inspirerende en geïnspireerde aanwijzingen tijdens de 6-jaar durende weg die hij, Marcel, had afgelegd voordat het boek eindelijk op de plank stond. Niet dat hij er geen plezier aan had beleefd, integendeel, de weg was een worsteling geweest, maar dan van het aangenaamste soort. Maar nu was ie ten einde en kwam er weer een andere weg: caminante no hay camino… Schrijven is een zoekproces, zei de Jong, langzamerhand leer je je eigen personages kennen en daardoor kom je ook steeds dichter bij jezelf. Maar nu was het dus af en stond het boek in zijn eigen boekenkast tussen de dichter-zeeman Slauerhoff die alleen maar in zijn gedichten kon wonen en de ‘opwaaiende zomerjurken’ van Oek de Jong.

‘Emotie is heel belangrijk’ zei Rudolf Geel in zijn reactie. Het is fijn als een boek goed is geschreven, maar zonder emotie zou het een bedenkelijke zaak worden. Geel haalde als voorbeeld een openingszin aan van Nescio die hem tot tranen toe had bewogen: ‘Jongens waren wij, maar aardige jongens’. Inderdaad, zo is het.
Vervolgens sloot de schrijver de presentatie af door een stuk voor te lezen uit het eerste hoofdstuk van zijn boek Tropenkolder en liet het aanwezige publiek kennismaken met een van die vele absurde situaties die je in de Caribische tropen zoal kan aantreffen. De waarnemend gezaghebber van Bonaire, de heer Peter Silberie, voor Bes-zaken in Nederland, hoorde ernstig toe (foto links, in het midden). Ik zou zijn gezicht wel eens willen zien na het lezen van Tropenkolder.

Toen de spanningsboog voldoende was gestegen hield de Jong op en nodigde hij de luisteraars uit om de rest van het boek maar zelf te lezen…. En zo zou geschieden, te oordelen naar de lange rij die zich voor de signerende schrijver begon te vormen.
Vanaf de eerste bladzij van Tropenkolder – een sleutelroman met autobiografische trekken waarvan het verhaal zich afspeelt aan het eind van de jaren negentig van de vorige eeuw - wordt de lezer deelgenoot gemaakt van situaties en gebeurtenissen die onafwendbaar naar het grote échec zullen leiden, naar een daverende clash tussen twee culturen, de Antilliaanse c.q. Bonairiaanse en de Nederlandse.

De handeling begint op het verstikkend hete schoolplein van SGB, de Scholen Gemeenschap Bonaire, waar een leraar zijn klas niet in kan omdat de obstructie drijvende, treiterende conciërge Tanga, een voormalige bajesklant, de sleutel van de klas weigert af te geven, in de wetenschap dat hij wordt gesteund door Directeur Maduro, een incompetente, door de katholieke kerk geprotegeerde Bonairiaanse ‘schoolleider’, die Andeweg suikerzoet meedeelt dat hij, Andeweg, als Nederlander de infame geschiedenis van de slavernij heeft geërfd en dus, suggereerde de sluwe blik in zijn ogen, een toontje lager moet gaan zingen. Tanga en Maduro, een onfris duo dat de pest heeft aan Nederlanders. In dezelfde mate als de aan de SGB werkzame Nederlanders de pest hadden aan Bonairianen.

Vanuit dit kweekbed van haat en onbegrip zal zich onstuitbaar een cultureel drama voltrekken dat zich zal manifesteren in een aantal over elkaar heen buitelende gebeurtenissen die door de auteur op meesterlijke wijze en op een zeer onderhoudende, stijlvolle, coherente en transparante manier worden verteld en in de hand gehouden. Een boeiende vertelling met als inzet de strijd tussen twee culturele identiteiten waarvan je je afvraagt of, na 2010, als de huidige staatkundige ontwikkelingen zich doorzetten, de Bonairiaanse identiteit niet langzamerhand zal verdwijnen.

De dragers van het verhaal zijn Frank Andeweg, leraar maatschappijleer en journalist voor een Nederlands-Antilliaanse krant (men herkent het Antilliaans Dagblad), en Wiebe Kramer, een leraar Nederlands, die, net als zijn vriend Frank, ook artikelen voor een krant schrijft. Door hún ogen zullen wij een, volgens hen, lamlendige en corrupte Bonairiaanse samenleving leren kennen. De zware shag rokende Wiebe, die al langer in het Caribisch gebied werkzaam is, heeft de gewoonte om zijn frustraties om te zetten in simplistische en racistische one-liners en ongevraagde adviezen: ‘Nagel die apen aan de schandpaal, Frank!’ Wiebe Kramer heeft een ijzeren discipline in de klas en hij geeft geheel gratis zijn recept voor een goede ordehandhaving door aan zijn vriend: ‘Zet een leerling een keer in de prullenbak! Dat zijn ze thuis gewend!’ Ook schetst Wiebe, zinspelend op de seksuele activiteiten van nogal wat leerlingen, de volgende rooskleurige toekomst voor enkele Mavo-3 meisjes: ‘In de bosjes, Frank, daar ligt hun toekomst!’ Over de collega’s is Wiebe evenmin te spreken: ‘Het is gewoon een lul. Een arrogante klootzak. Net zoals iedereen hier…’ Tja…

Langzaam begin je als lezer wat sympathie te voelen voor Maduro en Tanga. Wie zou niet de pest krijgen aan zo’n neo-koloniaal type als Wiebe Kramer? Maar Tanga raakt dat begrip van de lezer al snel kwijt. Tanga laat geen gelegenheid voorbijgaan om te laten merken dat de Nederlanders wat hem betreft kunnen oprotten en zijn uitspraken worden hoe langer hoe duidelijker: ‘Hier zijn we niet gediend van Hollanders zoals u […] jullie weten alles beter. Maar wij blijven, jullie niet. Nooit. Jullie zijn als kakkerlakken. Die waaien ook altijd verder.’
Directeur Maduro beschuldigt de Nederlanders ervan geen begrip te hebben voor de Bonairiaanse cultuur. Maar voor Andeweg, een sympathieker personage dan Wiebe Kramer, bestaat die cultuur alleen maar uit corruptie, traagheid en lamlendigheid. Zijn klaslokaal is voortdurend op slot, leerlingen komen niet opdagen, iedereen is altijd moe en Tanga heeft geen tijd om kopieën voor hem te maken… Wiebe kan kort zijn over de inheemse cultuur: ‘Schelden, neuken en schreeuwen kunnen ze als de beste!’

Andeweg schrijft scherpe, op reële feiten gebaseerde artikelen over de corrupte politiek van Bonairiaanse politici in samenwerking met Nederlandse bedrijven (je herkent Bouwbedrijf Koop Tjuchem dat smeergelden afboekt als acquisitiekosten) en dat wordt hem niet in dank afgenomen door politici als Janga: ‘Hier zijn we niet gediend van Hollanders zoals u. […] ik zal er persoonlijk voor zorgen dat we niet meer worden betutteld door Nederlanders en mensen zoals u. De toekomst is van ons’. Janga is duidelijk: ‘Zoals hij [= Chávez] de veramerikanisering van Venezuela voorkomt moeten wij de vernederlandsing van Bonaire tegengaan’ en ‘lesgeven in het Nederlands betekent al bij voorbaat dat de helft van de leerlingen geen diploma haalt!’

Voor dit laatste is trouwens wat te zeggen, vind ik.

Ook Andeweg is niet bepaald iemand die over een erg groot empathisch vermogen beschikt. Als zijn Antilliaanse vriendin Minny hem vol trots de – wat onduidelijke – Indianentekeningen laat zien in een van de Bonairiaanse grotten laat hij zich ontvallen: ‘Dat zijn vlekken, geen indianentekeningen’. So much for his understanding!

Het emotionele leven van Andeweg, evenals dat van zijn collega en vriend Wiebe, kennelijk een expert op het gebied van seks met zwarte vrouwen (‘Ze zijn goed. Wild. Primitief lekker’) vertoont geen sporen van enige diepgang. Het zijn allebei verstandsmensen en ze passen van geen kanten op het eiland. Voortdurend botsen ze met de lokale bevolking. Tijdens een politiecontrole (er worden trouwens alleen Nederlanders gecontroleerd, merken ze op) maakt Andeweg een cynisch grapje over extra ontwikkelingshulp in de vorm van georganiseerde boetes. De agent: ‘Wij houden niet van Nederlandse grapjes, meneer.’ De lezer voelt hoe de ondergrondse veenbrand langzaam verder kruipt en elk ogenblik aan de oppervlakte kan komen.

Af en toe betrekt de auteur ook andere personages in zijn verhaal. Glenn is een wat oudere Surinaamse natuurkundeleraar die al dertig jaar op het eiland zit en door zijn anciënniteit onaantastbaar is geworden. Maar ook hij wordt als Surinamer door de Bonairianen gediscrimineerd en heeft zo zijn eigen ideeën over de Antilliaan ontwikkeld: ‘Antillianen geven af op anderen omdat ze onzeker zijn. Hun identiteit bestaat uit verzet tegen ons, tegen jullie, tegen latinos’. Zijn visie op heden en toekomst van het eiland is inktzwart: ‘Het is hier een chaos zonder toekomst. Antillianen missen het vermogen om na te denken en vooruit te kijken.’
In zijn vrije tijd bekommert Glenn zich altruïstisch om Colombiaanse en Dominicaanse hoeren, zowel administratief als klantmatig. Dat is blijkbaar makkelijk te combineren met zijn werk aan het SGB.

Beide Nederlanders, die, net als vele andere Nederlandse passanten, met al hun wortels in de Hollandse klei staan, willen de Antillianen ‘mores’ leren, maar dan wel hún – Nederlandse - mores. Dat lukt natuurlijk niet en hun frustratie neemt hand over hand toe. Ze worden langzamerhand wat paranoïde en zien zelfs de uiterlijke verschijningsvorm van de Bonairianen vanuit het negatieve: ‘Pikzwart kind, veel te dikke lichaam, een dikke neger, een pikzwarte man, een vetklep, negerbillen, dik, lelijk, vette koeien, een pafferige vrouw, drie pikzwarte mannen, een gedrongen Antilliaanse, een moddervette man.’ Een niet onaardige fauna, waartoe ook directeur Maduro behoort die de lesmethode die is ontwikkeld door Andeweg nauwlettend in de gaten houdt. Elk hoofdstuk moet voorzien zijn van een dot katholieke religie. Maduro is niet voor niets van de Kerk afhankelijk. Alles is politiek.

Dwars door zijn tropenkolder heen blijft Andeweg lucide en hij spaart zichzelf daarbij niet. In het begin van het boek vertelt hij ons dat een Antilliaanse leerlinge in Nederland hem eens heeft gezegd dat Nederlanders zo raar ruiken, vooral ’s morgens: ‘naar rot’. Aan het eind van het boek valt hem iets op: ‘Ik stink […] – naar rot, denk ik. Die Antilliaanse leerlinge had toch gelijk!’
Een auteur die dergelijke – ver van elkaar verwijderde - passages zo aan elkaar weet te verbinden, geeft blijk van meesterschap.

De enige onvolkomenheden die ik aan dit boeiende boek (dat overigens vol staat met treffende sfeertekeningen van het prachtige Bonairiaanse landschap) kan ontdekken – een recensent moet altijd iets te zeuren hebben – zijn wat vreemde combinaties en taal- en stijlfouten als: ‘de passaatwind rukt (?) mijn auto binnen’, ‘gortdroge (?) grond’, ‘bewegingsloos i.p.v. bewegingloos (komt nogal eens voor in het boek)’, ‘hij pruilt (?) zijn lippen’, ‘en juist daarom heb je een andere roeping (?) gekozen’, ‘beheerste (?) de gave van het vertellen’, ‘dit zult (?) u bezuren’, ‘te allen tijden’ i.p.v. ‘te allen tijde’.
Eén keer ben ik flink in de lach geschoten bij de volgende erotische passage: ‘mijn vingers verkennen trillende haar vochtige innerlijk (!)’.
Een wat merkwaardige psychologische verkenning van de vagina, zou je denken….

De correctheid van de Spaanse citaten laat hier en daar te wensen over. Op bladzij 6 van Tropenkolder staat in het liedje van Joe Veras het woord ‘basillo’. Dat bestaat niet in het geschreven Spaans. Bedoeld wordt ‘vacío’ (= leegte) en dan wordt het duidelijk. ‘La primavera etera’ moet zijn ‘la primavera eterna’ (vert. eeuwige lente), fouten als ‘Entrada prohibido’ (vert. ‘verboden toegang’ moet zijn ‘prohibida’,) en ‘Kaya peligro’ (vert. ‘Gevaarlijke weg’ moet zijn ‘peligroso’) zijn wel gecorrigeerd in de verklarende – handige – woordenlijst achterin. Er wordt niet helemaal goed geciteerd uit het liedje ‘Anoche soñé contigo’ (vert. Vannacht heb ik van je gedroomd) van Antony Santos op bldz. 179: ‘Y después, en mis brazos se dormía y lloré porque se tiene alegría’. Dat moet zijn ‘sentía’ en niet ‘se tiene’ (vert. En toen viel hij in mijn armen in slaap en voelde ik blijdschap’).

Als je vloekt in het Papiamento moet je dat wel goed doen. ‘Coño pendeo (!)’ bestaat niet als vloek. Je kan ‘coño’ zeggen of ‘pendeu’ (betekenen allebei ‘klootzak’) of ‘ko’i pendeu’ (betekent ‘klootzakkerij’). Ook moet ‘den’ nadrukkelijk aanwezig zijn in de vloek ‘Bai den coño di bo mama’. Er zijn wel varianten zonder ‘den’, maar Hollanders kennen die niet.

Mijn raad aan alle Hollanders op de Antillen is: vloek nooit in het Papiamento of in het Spaans. Uw accent en geringe beheersing van de vloek zullen u alleen maar belachelijk maken. U zult een willige prooi worden van de Tanga’s en Maduro’s. Gebruik zonodig, naast het Wilhelmus, liever uw eigen krachttermen!

Lees dit boek! Lees ‘Tropenkolder’! En huiver!

Auteur: Marcel de Jong, Tropenkolder
Uitgeverij: Passage, Groningen

dinsdag 4 mei 2010

Tropenkolder: roman over Bonaire

Op zondag 6 juni 14.00 uur vindt de boekpresentatie plaats van de roman Tropenkolder van Marcel de Jong (uitgeverij De Passage) in boekhandel Huyser in Delft. Het boek speelt zich af op Bonaire en geeft een levendig beeld geeft van de politiek, cultuur en natuur van het eiland.

Hoofdpersoon in het boek is Frank Andeweg. Hij vertrekt met een zeker idealisme naar Bonaire om daar les te geven en te werken als journalist. Al snel leert hij zich het lome leven op het eiland aan. Soms lijkt het erop dat hij één wordt met de nieuwe samenleving. Maar in werkelijkheid blijft hij een buitenstaander, de macamba, ook al komt hij heel dichtbij. Entre medio, leeft hij, tussen twee culturen. Dat confronteert hem op pijnlijke wijze met zichzelf, zijn eigen grenzen en de waarheid van zijn werkelijkheid.

Tropenkolder gaat over de gekte op de Antillen. De roman schetst hoe Nederlanders hun draai proberen te vinden op het eiland. De altijd al aanwezige onderhuidse spanning wordt nog eens versterkt door de verkiezingen voor de eilandsraad. De hoofdpersoon komt dan terecht in een wereld vol verwijten, verdachtmakingen, intimidatie en corruptie.

Op de presentatie zal Natalie Wanga, Antilliaans journalist, speechwriter en trainer, spreken over het leven tussen twee culturen. Verder zal Rudolf Geel, schrijver en oud-hoogleraar Taalkunde, spreken over het proces van schrijven van een roman, en zal Marcel de Jong enkele fragmenten voorlezen uit zijn roman.

Meer informatie over de roman vindt u door hier te klikken.