Posts tonen met het label Lichtveld Noni. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lichtveld Noni. Alle posts tonen

zaterdag 18 januari 2014

Dieren in de Surinaamse kinderliteratuur: info voor jeugdbegeleiders


 door Els Moor

Kinderen hebben over het algemeen belangstelling voor dieren. Ze vinden het dan ook fijn om verhalen over dieren te horen of om er boeken over te lezen en de plaatjes te bekijken. In ons land met zijn rijke natuur leven veel-veel dieren, van verschillende soorten. Wilde dieren in het bos, maar ook tamme bij mensen. Er zijn verhalen over dieren van vroeger, zoals over Kantjil en Anansi, maar kinderboekenschrijvers van nu hebben zelf verhalen verzonnen waarin dieren een belangrijke rol spelen, of boeken met illustraties zodat kinderen de verschillende dieren leren kennen. We geven hieronder een overzicht van kinderboeken waarin dieren belangrijk zijn. Dat zijn er heel wat, maar vanwege de ruimte moeten we een keuze maken.

- ANANSI
Er zijn rijk geïllustreerde boeken met de oude anansitori. Het bekendste: Het grote Anansiboek van Johan Ferrier met tekeningen van Noni Lichtveld, bezorgd door uitgeverij Conserve in 2010. Hierin zijn de verhalen opgetekend zoals Ferrier ze voor de Nederlandse televisie vertelde. Noni Lichtveld heeft ook zelf een anansiboek gemaakt, Anansi de spin weeft zich een web om de wereld, de tweede editie is uitgegeven bij VACO in 2012. Er zijn redelijk veel anansiboekjes waarvan het verhaal verzonnen is door de schrijver. Van Ismene Krishnadath: Nieuwe streken van koniman Anansi (1989) en Bruine bonen met zoutvlees (1992). Moderne verhalen die aansluiten bij die moeilijke tijd van schaarste en de Binnenlandse Oorlog. Anansi moet alsmaar streken bedenken om zichzelf en zijn gezin te redden. Ook Marylin Simons heeft een grappig anansiboekje, Anansi Dala (PCOS, 2004), dat goed past bij de moderne tijd, waarin zoveel mensen altijd op geld uit zijn, op wat voor manier dan ook.

- KENNIS OVER DIEREN
Op een leuke manier kennis verwerven over verschillende dieren is een doel dat Wim Veer en Gerrit Barron nastreven met hun dierenboekjes. Van Wim Veer is de serie fotoboekjes over verschillende dieren, met een verhaaltje waarin veel info over het betreffende dier: tjamba de raaf; misi powisi; modo todo; kwibus de ibis; awari en de kip; het doksje dat niet wilde zwemmen en Wat vliegt daar? Vogels rond het huis (uitgegeven in eigen beheer met prachtige fotos.)

En van Gerrit Barron: Titri en Toto over twee jonge vogeltjes, met als thema zelfstandig worden, en zijn serie uit de jaren 90 over allerlei dieren, zoals Een korjaal vol dieren en Een sloot vol vissen.
Rupsje Regenboog van Indra Hu geeft op een beeldende manier in een verhalend gedicht weer hoe Rupsje Regenboog zich ontwikkelt tot een prachtige vlinder. Het verhaal kan kinderen aan het denken zetten: Rupsje wordt een mooie vlinder... wat word ík later?

- DIEREN IN HET BOS
Een leerrijk thema. Monique Pool heeft op dit gebied een prachtig experiment uitgevoerd. Carlize gaat naar het bos/... goes to the forest. Op verschillende manieren kunnen kinderen kennis nemen van de inhoud: het boek heeft alleen beeldende illustraties van Chad Abdoellah en er is een bijbehorende cd waarop Helen Kamperveen het verhaal vertelt. De kinderen kunnen aan de hand van de platen eerst hun eigen verhaal maken en dan luisteren naar dat van Monique Pool. Veelzijdig dus. We geven hier het verhaal niet: ga eerst kijken! Het boek is nog volop verkrijgbaar! Met Kwata op reis (2010) van de stichting Klimop, laat kennismaken met veel dieren. Vanuit het bos gaat de aap Kwata met zijn vrienden per korjaal naar de zee. Ze ontmoeten andere dieren en beleven avonturen. Spelenderwijs leren de kinderen de dieren kennen, ook door de illustraties van Ginoh Soerodimedjo. Aanbevolen!

Illustratie van Goenoh Soerodimedjo uit Met Kwata op reis


- DIEREN EN HET MILIEU
Een belangrijk en kritisch thema dat gelukkig niet aan de jongeren voorbijgaat. Avontuur bij de grote rivier is van Natasia Agard en verscheen in 2008 (in eigen beheer). Het onderwerp: de gevaren die het bos bedreigen door activiteiten van mensen - zoals goudzoekers - met de bedoeling veel geld te verdienen. Het einde van het verhaal is verrassend: dieren van alle soorten werken samen om het bos te redden. Samen bedreigen ze de mens-mannen die de rivier vervuild hebben met hun goudzoekersactiviteiten. Die mannen rennen dan doodsbang naar hun boten en geen dier heeft ze ooit teruggezien. Een boek dat op scholen thuishoort, waar de leerlingen en leerkrachten er samen over kunnen praten!
Cobi Pengel stelt deze thematiek aan de orde in enkele van haar verhalen. Wolkje en de groenhartboom bijvoorbeeld is een sprookjesachtig verhaal met een actuele thematiek: de mensen smijten vuil op straat, dat soms vreselijk stinkt, waardoor de mooie groenhartbomen hun bloei verliezen. Het meisje Cynthia dat vlak bij een groenhartboom woont, wordt door die boom uitgenodigd om samen met haar vriendin en het konijntje Wolkje met Mamabon mee te vliegen naar een krutu van bomen met de bedoeling om het probleem op te lossen.

- DIEREN EN MENSEN
Vooral voor jonge kinderen een herkenbaar thema. Honden spelen hierin een belangrijke rol, zoals in Lafu (VACO: derde druk 2007) van Cynthia Mc Leod. Lafu is een hondje en Sita is zijn bazinnetje. Wat beleeft Lafu allemaal in het gezin en in de buurt? Als het een keer kattenbrokjes heeft gegeten uit de bak van de kat, is het bang een kat te worden! Een leuk boekje voor iets meer gevorderde lezertjes (ongeveer klas 2 en 3), ook om thuis zelf te lezen. En dan is er nu een gloednieuw boekje verschenen, Bruno de zwervershond, debuut van Hetty Amat. Bruno zwerft, komt in het dierenasiel terecht en vindt daar zijn baasje weer. Binnenkort gaan we dit boekje bespreken. Er zijn veel boekjes over honden: Eveline Wielzen schreef Dagboek van een straathond met leuke illustraties van Reinier Asmoredjo en grappig geschreven. Marja Themen, onze redacteur van kinderliteratuur, die zelf veel met dieren bezig is, schreef Overpeinzingen uit een Hondenleven.... Ook in de drie delen over Manga, het paard uit Baboenhol van Susan van Dijk-Leefmans met beeldrijke illustraties van Reginald Kartowirjo, lezen we over het leven van een dier bij mensen, een paard op een boerderij. Hoe zij vriendschap sluit met een schaap, gedekt wordt door een paard van een andere boerderij en een veulen krijgt en hoe er in het derde deel feest voor haar gevierd wordt. Leuk om deze boeken te combineren met een uitstapje naar een boerderij, misschien wel naar Manga zelf!

- DIEREN IN FANTASIEVERHALEN
In veel boeken vinden we sprookjesachtige en/of spannende fantasieverhalen waarin dieren een belangrijke rol spelen. Twee toppers uit de Surinaamse kinderboekenwereld: Seriba in de schelp van Ismene Krishnadath dat gaat over het meisje Lilia, op vakantie in Galibi, dat door haar slimmigheid een groot probleem van een verliefd stel - watermeisje Seriba en sekrepatu Warana - oplost, waardoor ze een gelukkig leven tegemoet gaan... en van Effendi N. Ketwaru Rani en de slangenkoning met schitterende tekeningen van de auteur zelf. Die lieve slangenkoning, die Rani bijstaat in haar moeilijke leven met een heks, blijkt een betoverde jongen te zijn. Happy end!

Al deze boeken (er zijn er nog veel meer!) helpen mee om kinderen meer leesplezier te laten krijgen en vooral, als hun begeleiders ze ertoe aanzetten, om naar aanleiding van verhalen over dieren na te denken over wie ze zelf zijn! Ga met uw kinderen naar de boekwinkel!

zaterdag 16 februari 2013

In verhalen klimmen we in bomen



door redactie dWTL



‘Wan bon/ someni wiwiri’ zijn de eerste twee regels van het bekendste gedicht in de Surinaamse literatuur, van Dobru/ Robin Ewald Raveles. Die ene boom met zoveel bladeren is symbolisch voor ons land met zijn grote verscheidenheid aan culturen. En dan: is er nog een land in de wereld met zoveel bomen, bossen en zo weinig mensen? Uren zit je in een vliegtuig dat je van Paramaribo naar het uiterste zuiden brengt en je ziet alleen maar bos, bos, bos, met af en toe een rivier die er doorheen kronkelt. Helaas zijn vanuit een vliegtuig ook grove open modderpoelen en zandplekken zichtbaar, plaatsen waar het bos vernield wordt vanwege kapitaaleconomische activiteiten zoals goudwinning. Het draait dan alleen maar om geld, veel geld en men is onverschillig voor die andere grote rijkdom van het bos, het oerwoud, de BOMEN!

Bomen komen veel voor in de literatuur, overal ter wereld, maar in ons land steeds meer. De laatste jaren zijn er nogal wat kinderboeken verschenen waarin bomen een belangrijke, vaak symbolische, rol spelen. Ook in de Surinaamse literatuur voor volwassenen, in poëzie en proza, komen we veel bomen tegen. In gedichten van Edgar Cairo bijvoorbeeld met een sterke symboliek in verband met het leven van de mens, die immers ook ‘wortelt in de aarde’. In de komende tijd willen we regelmatig een gedicht of een prozafragment publiceren waarin ‘wan bon’ centraal staat. Een terugkerend thema! Vandaag beperken we ons tot Surinaamse kinder- en jeugdliteratuur en een klassieker uit de wereldliteratuur, De kleine prins, van de Franse auteur Antoine de Saint-Exupéry. Bomen: ze wortelen in de aarde. Ze groeien naar de zon met veel groen, geven ons schaduw en heerlijke vruchten, kunnen opspelen bij storm en rustig hun schoonheid uitstralen. Maar dan komt er een zaag... Lijken bomen op mensen?

Noni Lichtveld: Mijn pijl bleef in de kankantri (1993)
Een eeuwenoud rijmpje, waar Noni Lichtveld een prachtig boek van maakte:
Mi peiri de na kankantri,/ kankantri doifi de na mi,/ mi doifi de na granmisi,/ granmisi pampun de na mi,/ mi pampun de na temreman,/ temreman tiki de na mi,/ mi tiki de na kawman,/ kawman merki de na mi,/ mi merki de na gotroman,/ gotroman kroiwagi de na mi,/ mi kroiwagi de na strafman,/ strafman gowtu de na mi,/ mi gowtu de na kownu,/ ke mi kownu - ke mi kownu,/ san yu go gi mi?/ Kownu gi mi wan eeeeeeer’ pisi kondre!

Francis Vriendwijk: Bigi-bere, Bigi-ede èn Fini-futu (1997)
Het verhaal over drie wandelende poppen die een manjeboom vol rijpe vruchten tegenkomen, is bekend en geliefd bij alle kinderen. Bigi-ede klimt in de boom om manjes te plukken, maar ze gooien naar de twee anderen die verlangend ondrobon staan... ho maar! Bigi-ede is een gierige pop. Hij eet ze alleen zelf. Het loopt heel slecht af met de drie poppen. Ondanks het mooie versje dat Fini-futu zingt als Bigi-ede in de boom klimt: ‘Manja’s hangen aan de bomen/ honderden dicht bij elkaar./ Het is alsof ze samen roepen/ kom mijn vriendje, pluk me maar.’
Maar die manja’s willen wél dat alle vriendjes van ze genieten. En niet maar eentje!
Monique Pool

Monique Pool: Charlize gaat naar het bos/ Charlize goes to the forest (2005)
Dit is een bijzonder boekje! Het heeft alleen tekeningen, van Chad Abdoellah, die ons het bos met zijn dieren laten zien en hoe het meisje Charlize, die met haar ouders kampeert, meegenomen wordt door een aap op zijn rug voor een tocht van boom naar boom. Veel dieren leert ze kennen en later brengt aap haar weer bij mama in de hangmat. De tekeningen van het bos met al die bomen en dieren laten je de avonturen meebeleven, zonder woorden erbij. De kinderen kunnen hun eigen verhaal maken en later op een cd het verhaal in het Nederlands of Engels horen. Een zeer creatief boek over het bos vol bomen!

Eveline Wielzen: Tjubi ú matu! (Red ons bos!) (2006)
‘Red ons bos!’ is de ondertitel van het boekje van Eveline Wielzen waarin het grote probleem van grondeigendom in het binnenland aan de orde komt. Mma Afaina, een oma die in een dorp woont met haar familie, wordt op een zandweg bijna aangereden door een grote truck. Een van de mannen praat later met haar, agressief, over de eigendomsrechten van het bos. Vreemden hebben er niets te zoeken, vindt zij, maar de man zegt alles te kunnen doen met het bos. Een krutu wordt belegd over de kwestie waar de mannen, zelfs met geweld, duidelijk laten merken dat het hun om niets anders dan geld gaat, dat is de waarde van bomen voor hen. Mma Afaina stelt voor een offer te brengen bij de kankantri en bescherming te vragen aan de vooroudergeesten. Voordat de plechtigheid kan plaatsvinden is de heilige kankantri echter al gekapt! Niet alleen de rijkdom van de natuur wordt aangevallen door geldzucht van derden, maar ook de cultuur van de bosbewoners.

Aly Hilberts: Kamiel redt een super REUS (2006)
Iedereen vindt Kamiel dom: hij wil niet meer naar school. Maar als zijn grote vriend Superreus, de machtigste boom van het bos, dreigt te worden gekapt voor de aanleg van een weg, begint hij het belang van school in te zien, ‘want daar leer je dat er mensen zijn die niets om het regenwoud geven. Ze willen het hele bos kaalkappen voor een zak geld.’ Hij mobiliseert het hele dorp om de wegenbouwers tegen te houden. De mensen ontdekken hoe belangrijk het is om zich samen te verzetten tegen de vernietiging van hun leefomgeving. En Kamiel gaat nu wel naar school, hij wil later bosopzichter worden.
Natasia Agard

Natasia Agard: Avontuur bij de grote rivier (2007)
Ook in dit boek is er sprake van een krutu waarin vernietiging van het bos centraal staat. Deze keer geen krutu van mensen, maar van alle dieren van het bos. De aanleiding is de ziekte van het bos en zijn dieren door het kwik waarmee de ‘mens-mannen’ het water vergiftigen om aan goud te komen. De dieren zingen een lied als ze allemaal bij elkaar zijn: ‘Wij zijn de dieren van het bos. Tralalalala./ Wij zijn de dieren van het bos. Tralalalala./ Dieren van het bos. Rom bom bom./ Wij redden ons bos. Kom, kom, kom!’ Zelfs kaiman zingt mee! En dan springen of vliegen alle dieren op en ze stormen op het kamp van de mens-mannen af. Die vluchten weg met hun boten en komen nooit meer terug! Het is te gevaarlijk voor hen geworden! Een goed boek om uit te beelden via toneel met een klas: de dieren die de mensen bestormen!
Illustratie uit Sherida Sabajo's Okorié en Agambe door Ginoh Soerodimedjo

Sherida Sabajo: Okorié en Agambe (2008)
Op Kinderboekenfestivals in het binnenland blijkt hoe geweldig kinderen uit inheemse en marrondorpen dit boek vinden dat gaat over een ingi- en een marronboi. Twee jongens uit twee verschillende dorpen. Ze verdwalen in het bos en komen elkaar tegen. Ze lopen en lopen samen, maar vinden de weg naar hun dorpen niet terug. Tot... ze een grote boom zien, met zijn wortels boven de grond. Okorié weet van zijn opa dat het ‘een telefoonboom’ is en als je hard met stokken op de wortels slaat... De jongens doen het en het wonder gebeurt: de vaders en ooms die naar de jongens zoeken, horen het en vinden hen. Dat is een van de wonderen van het Surinaamse bos en kinderen genieten van dit verhaal.

Cobi Pengel : De gele papegaai en... verhalenbundel (2009), De grote en de kleine hengelaar, verhalenbundel (2010)
In de werken van Cobi Pengel spelen bomen een belangrijke rol. In haar eerste verhalenbundel hangen jongens ’s avonds netten tussen de bomen waarin de papegaaien slapen, met de bedoeling om ze de volgende ochtend uit de netten te halen en te verkopen. Als de vogels wakker worden krijsen ze van ellende: ze kunnen niet wegvliegen. Maar ze worden gered, en wel door een grote, glanzende, goudgele papegaai, Pageri. Bezit deze onbekende vogel toverkracht? In ieder geval komt hij in opstand tegen het roven van papegaaien uit hun slaapbomen. En dat roven is geen fantasie: het gebeurt héél vaak. En weer om geld!!!
In het verhaal ‘De vakantie van Bo’ in de tweede bundel van Cobi Pengel krijgt Bo, een schitterende grote boom, de koning van het bos, het verlangen om wat van de wereld te zien: de stad en de huizen van de mensen. De vogels hebben hem erover verteld. En die raden hem af om te gaan. Hij heeft niet voor niets wortels om te blijven waar hij is. Maar Bo neemt zijn ‘vakantie’ tegen alle goede raad in en weet zijn wortels los te rukken uit de grond. En hij loopt en loopt. Maar hoe dichter hij bij de stad komt, hoe meer dat vreselijke lawaai hem hindert. Hij wordt er moe van. Bovendien pissen ‘vieze honden’ tegen hem aan. Met moeite weet hij de kracht op te brengen om terug te keren naar zijn plek in het bos. Nóóit zal hij die meer verlaten voor vakantie!

Albert Roessingh - Bukubon (Boekenboom)


Cobi Pengel: Wolkje en de groenhartboom (nog te verschijnen)
Tijdens het Kinderboekenfestival later dit jaar in de stad wordt het nieuwe boek van Cobi gepresenteerd. Wij mogen nu al even uit de school klappen. Het is een mooi en spannend verhaal over twee meisjes en een konijntje - eigenlijk een wolkje - die met de groenhartboom uit hun buurt (Mamabon!) naar het binnenland vliegen waar al alle goudgele familieleden van de groenhartboom in het binnenland hen opwachten voor een krutu. In hun eigen taal praten de bomen over de mensen, hoe slecht die omgaan met de bomen in het bos en hoe vies zij de stad maken door hun rommel neer te smijten aan de voet van die mooie bomen. Het is een realistisch verhaal, maar ook sprookjesachtig. Meer dan dit laten we nu niet los. Het is goed hoe steeds meer schrijvers op een boeiende manier aandacht besteden aan de schandelijke manier waarop mensen te vaak met de rijkdom van onze natuur omgaan. Om geld, of gewoon uit ongeïnteresseerde en niets ontziende slordigheid!


Wim Veer: De tuinman en de apen (2011)
Wim Veer heeft veel boekjes gemaakt over Surinaamse dieren, met weinig tekst en prachtige foto’s. De tuinman en de apen is anders. Met tekeningen in plaats van foto’s en het speelt in een ver land met een koning. Als de tuinman van de koning voor langere tijd weggaat, gaan de vele apen op het erf van de koning voor de jonge vruchtboompjes zorgen. Maar om te kijken of ze genoeg water krijgen trekken ze de plantjes aan hun wortels uit te grond. Koning is boos als tuinman terug is en de plantjes dood zijn. Wie is dommer: de apen die de jonge boompjes doodgemaakt hebben... of de man die dacht dat apen zijn tuin konden verzorgen?


Susan Leefmans

Susan Leefmans: Boompie (2012)
‘Boompie’ gaat over Richie, een jongen in Brokopondo die achterblijft als hij met z’n moeder en broers naar de kostgrond gaat en dan bij de ‘boommensen’ terechtkomt, in ‘Boompie’. Wie daar verzeild raakt, kan er eigenlijk niet meer weg, maar Richie heeft geluk: hij leert er veel, onder andere dat bomen kunnen praten, zingen en ogen, oren, een neus en een mond hebben. Hij raakt bevriend met de boommensen en krijgt van de fabelachtige vogel Garuda een geluksveer en een wonderfluit. Wanneer hij toch terugloopt naar zijn familie, ziet hij de kankantri naar hem knipogen!
Tot slot een legendarische uitspraak van een Noord-Amerikaanse indianenstam tijdens de oorlog tegen de Amerikanen:

‘Als jullie de laatste rivier vervuild hebben,
als de laatste vis gevangen is,
als de lucht te vies is om in te ademen,
en als de laatste boom is omgehakt,...
Dan zullen jullie je te laat realiseren,
dat je al je geld niet kunt opeten!’


maandag 7 januari 2013

‘TOR. A People’s Business’: ‘We zijn veel meer dan een hotel’

door Jerry Dewnarain
Kunstwerk van Noni Lichtveld bij de entree van Torarica

Torarica werd op 10 juli 2012 vijftig jaar. Het is een hotelbedrijf waar we niet omheen kunnen: het heeft een gevestigde reputatie. Het hotel heeft een 24 uurs-business en speelt een belangrijke rol in de Surinaamse samenleving. Bij het plannen van het jubileumjaar begin 2011 werd daarom besloten een gedenkboek uit te geven, een present voor de gemeenschap. Waarom een boek voor de samenleving? Hoe betrokken is Torarica bij de samenleving of andersom? TOR. A People’s Business. Een halve eeuw Hotel Torarica kwam uit in december 2012. Chandra van Binnendijk en Marieke Visser hebben een memorandum geschreven waarin de vijftig jaar geschiedenis van dit 100% Surinaams bedrijf is vastgelegd.

De pier van hotel Torarica


Cynthia Mc Leod gaf het boek een toegevoegde waarde met haar historische verhalen over de omgeving van Torarica, de Combé. Deze historische beschrijving van Torarica’s locatie maakt onder meer duidelijk dat de Combé vroeger een chique buitenplaats was voor rijken.

Café Het Koffiehuis, Torarica, 1962, architect P.J. Nagel

Het boek telt acht hoofdstukken en bevat interessante feiten, levendige interviews, prachtige pentekeningen, sfeervolle foto’s op glanzend papier en boeiende historische vertellingen en anekdotes. Zo’n anekdote staat op pagina 63: Aan de achterzijde van het Pool Terrace staat al tachtig jaar een bekende boom: een amandelboom. Deze amandelboom stond vroeger langs de oever van de Surinamerivier. De omgeving stond toen al bij velen bekend als de Kleine Combé. ‘In de periode 1920 - 1940 stond onder deze zelfde amandelboom een keet met een houten vloer. In het weekend speelde er een orkest en de jeugd van Paramaribo verzamelde zich hier bij deze uitspanning, Halikibe genaamd, om te genieten van de muziek en van elkaar. De naam Halikibe (...) roept bij vele senioren herinneringen op uit hun tienerjaren, bijvoorbeeld van jeugdliefde of van... Bububitsjori, een bekende fanatieke danser van toen. Hij was zo lelijk dat niemand met hem wilde dansen. “Je gedraagt je als een Halikibe-prinses!” was een verwijt aan al te uitbundige tieners. (...) Voor tien cent per persoon kon je één keer dansen in de keet Halikibe. (...) Het meisje dat “Halikibe-prinses” genoemd werd, was de favoriet.’

Muurschildering in Torarica met de bevolkingsgroepen van Suriname


Het boek is voor zowel de huidige generatie als voor ons nageslacht een (sociaal) naslagwerk dat het ontstaan, de groei en de rol van een halve eeuw Torarica beschrijft en herinneringen oproept. TOR. A People’s Business vertelt niet alleen over de geschiedenis van Torarica als bedrijf, maar veel meer onderwerpen komen aan bod, zoals de kunstcollectie die het hotel heeft opgebouwd in de loop der jaren. Uiteraard komt ook de bouwgeschiedenis van het hotel ter sprake. Dat de samenleving betrokken is bij het wel en wee van Torarica blijkt uit het volgende. Als wordt besloten om bijvoorbeeld de lobby te renoveren, moet rekening gehouden worden met zijn originele kleur of de kleur van de stoelen, enzovoort. Deze ruimte met zijn meubels roept heel wat nostalgie op. Velen zijn getrouwd in dit hotel, feesten en shows zijn er georganiseerd. Veranderingen aan het gebouw kunnen dus niet zomaar plaatsvinden. Er wordt rekening gehouden met de gemeenschap. Er bestaat immers heel veel emotie van Surinamers en buitenlanders rond het begrip Torarica. Daarom ‘A People’s Business’!


Belangstelling voor TOR

Elk hoofdstuk maakt steeds een andere boeiende kamerdeur open. TOR. A People’s Business is geen standaard gedenkboek, het geeft geen opsommingen van allerlei bezettingsgraden van de hotelkamers door bezoekers. Een aantal facetten is in kaart gebracht. In het eerste hoofdstuk krijg je de 24 uurs-service te zien, alles wat er gebeurt achter en voor de schermen. Naarmate je verder leest, krijg je steeds meer pareltjes of gouden weetjes aangereikt, het wordt duidelijk dat vijftig jaar Torarica geworteld is in de Surinaamse samenleving en professioneel inspeelt op de behoeftes van toeristen en de economische ontwikkeling in het land zelf. Dit is een waardevol aspect dat door de schrijvers is vastgelegd. Bovendien leggen de foto’s van veel bekende artiesten, missverkiezingen en andere foto’s een stukje sociale geschiedenis van het land vast.
Verkiezing Miss India Suriname, in Torarica, 2006

Zoals die van de jaren tachtig. In die periode beleefde het hotel een zeer slechte tijd en toch sloot het zijn deuren niet. Dit gedenkboek geeft veel meer informatie dan vijftig jaar geschiedenis. De samenstellers hebben zich namelijk ook beziggehouden met de vraag hoe het leven in Paramaribo was voordat Torarica bestond, vóór 1962 dus. Waar logeerden de toeristen voorheen? Middels interviews blijkt dat vele pensionnetjes, die hun eigen huisregels hadden, de toeristen opvingen. Hoge gasten zoals koninklijk bezoek, potentiële handelaren en investeerders werden opgevangen dankzij de Surinaamse gastvrijheid. Maar doordat er adequate en professionele opvang ontbrak, werd de roep om een goed hotel op te zetten groter. De bouw van de stuwdam (eind jaren vijftig) en andere sociaaleconomische ontwikkelingen zorgden voor een serieus plan om Hotel Torarica te bouwen. Die bouw duurde bijna twee jaar. Prinses Irene verrichtte op 10 juli 1962 de opening. Dat Torarica veel meer is dan een hotel komt goed uit de verf in dit gedenkboek. TOR. A People’s Business is een hebbeding voor elke boekenkast! 

Chandra van Binnendijk & Marieke Visser: TOR. A People’s Busines. Een halve eeuw Hotel Torarica met historische verhalen van Cynthia Mc Leod. Paramaribo, 2012. ISBN 978-99914-7-183-9

donderdag 11 oktober 2012

door Marijke van Mil

Sas; Het bosduiveltje op één been is gebaseerd op verhalen van de Braziliaanse auteur Monteiro Lobato (18 april 1882 - 4 juli 1948) rond Saci-pererê, een tricksterfiguur uit zijn land. In zijn kinderboeken verweefde hij zijn eigen fantasie met folkloristische elementen, mythen, moderne literatuur en zelfs films en stripverhalen.
Saci-pererê

Dominee Wim Baart, die gepromoveerd was op Anansi verhalen, haalde Lobato’s boeken naar Nederland en begon ze te vertalen. Hij zag overeenkomsten tussen Saci-pererê en Anansi en wilde meer weten. Speciaal voor dit project leerde hij op latere leeftijd Portugees maar hij kon de vertaling niet afronden. Liesbeth Schröder nam het van hem over en Lichtveld en Van Duin bewerkten haar teksten op hun beurt tot Sasí; Het bosduiveltje op één been.
Saci-pererê, die nu dus Sasi heet, is een gitzwart, éénbenig boswezentje dat kwaadaardig kan zijn maar ook wensen inwilligt van wie hem gevangen houdt. Hij heeft niet alleen veel weg van Anansi de spin maar ook van de Surinaamse Bakru, een geest die de mensen uitdaagt, tergt en op het verkeerde been zet. Net als Anansi is hij populair in de kinderliteratuur. Hij verliest nooit en is ondanks zijn ene been sterk en snel. Daarom fungeert hij als mascotte voor diverse Braziliaanse voetbalclubs. Er is een uitgestorven reptiel naar hem genoemd waarvan naast andere resten, één been is gevonden in het zuiden van Brazilië. Naast zwarte saci’s bestaan er ook bruine saci’s en saci’s met rode ogen.

In Sasí. Het bosduiveltje op één been is stadskind Pedrinjo de held. Hij en zijn nichtje Narizínjo, die bij hun oma op de plantage logeren, vangen Sasi. Niet lang daarna verdwijnt Narizínjo. Pedrinjo denkt dat zij is ontvoerd door andere bosduiveltjes die wraak nemen voor Sasi. Hij beweegt het duiveltje hem te helpen Narizínjo te vinden in ruil voor diens vrijheid.

Tijdens zijn zoektocht ontmoet Pedrinjo de ene na de andere fantastische figuur: Muilezel Zonder Kop, Weerwolf, Jara de watermama, Koeka de heks en nog vele anderen. Geen van allen brengen Pedrinjo dichter bij de verblijfplaats van zijn nichtje maar de ontmoetingen zorgen op het eerste gezicht wel voor spanning, mysterie en avontuur. Bij nadere beschouwing leert Pedrinjo door deze ontmoetingen veel over het leven. Bijvoorbeeld dat niets eenduidig is. Muilezel, een betoverde vrouw, heeft weliswaar geen kop, maar toch neusgaten waaruit ze vuur spuugt. En hoewel sasi’s maar één been hebben, kunnen ze toch hun benen kruisen. Van Sasi hoort hij dat monsters tegelijk wel en niet kunnen bestaan. ‘[…] Als jij monsters ziet, bestaan monsters. Als jij monsters niet ziet, bestaan monsters niet’ (p.37).

Hij leert dat het leven vol tegenstrijdigheden en vreemde waarheden zit. Zo hoort hij het verhaal van een slaafje dat wordt mishandeld en sterft. De volgende dag stijgt het kind op een wolk naar de hemel en is vanaf dan een heilige die wordt geraadpleegd door de bevolking. Slachtoffers worden overwinnaars. Pedrinjo leert ook dat mensen met al hun boekenkennis moeten onderdoen voor bijvoorbeeld de muskiet en de mestkever. Zij worden geboren met wijsheid en het is de levenskracht zelf die hun de juiste weg wijst.

Op het eind van het verhaal vinden Pedrinjo en Sasi de kleine Narizínjo. Zij is helemaal niet gevangen genomen door andere sasi’s. Ze is betoverd en wordt gevangen gehouden door Koeka, de heks. Gelukkig weet Pedrinjo haar te overmeesteren en zo wordt Narizínjo bevrijd. Sasi heeft zijn taak volbracht en neemt zijn vrijheid.

De 27 hoofdstukken zijn kort en het boek kan makkelijk in enkele voorleessessie uitgelezen worden. De grafische illustraties van Lichtveld zijn zoals gewoonlijk vaardig getekend, vol humor en − heel passend − erg eng. Lichtveld weet zelfs aan de Muilezel Zonder Kop een expressieve gedaante te geven (p. 64).
               

Het boek is opgedragen aan Wim Baart en aan Noëlle, een kleindochter van Noni Lichtveld die nauw betrokken was bij dit verhaal. Baart, die de negentig haalde en de vijftienjarige Noëlle, die jeugdkanker had, stierven in dezelfde week.

Met dit boek hebben de twee schrijfsters ons de tropenvariant gepresenteerd van het donkere bos van Hans en Grietje waar onze angsten, levensvragen en geheime verlangens vorm krijgen en ze hebben met Sasi een interessant personage in de Nederlandse (jeugd)literatuur geïntroduceerd.

Noni Lichtveld en Lieke van Duin, Sas; Het bosduiveltje op één been, met illustraties van Noni Lichtveld. Amsterdam: Zirkoon, 2009. 101 p. ISBN 978 90 5247 389 5, prijs € 12,50 (exclusief € 2,30 verzendkosten). Te bestellen via: liekevanduin@dds.nl.

[uit Oso, 2012.1]

zaterdag 25 augustus 2012

Indianen van Noni Lichtveld

door Bart Krieger

indiaan.jpgIndianen
Kunstwerken zijn op verschillende manieren te ‘lezen’. Met het oog, het hart en het hoofd. Het oog levert een objectieve beschrijving op, het hart een emotionele subjectieve en het hoofd kan het geheel in context plaatsen en hier betekenis aan geven. Deze maand de Indianen bij de hoofdingang van Hotel Torarica, ontworpen door Noni Lichtveld en gemaakt van tien verschillende houtsoorten, 1962, 275 bij 175 centimeter.

Wat zien we?
Twee levensgrote Indianen opgebouwd uit verschillende kleuren, gelakt hout. Ze staan achter elkaar en zijn gewapend met pijl en boog.

Wat voelen we?
Door de gestileerde, hoekige vormen van de onderdelen krijgen de figuren een archaïsch en trotse houding.

kunstkabinetten.jpgwapen_schild.jpgWat denken we?
Qua idee doen de samengestelde houtsnijwerken denken aan het Europese inlegwerk van bijvoorbeeld Jan van Mekeren (1658-1733) die in de zeventiende eeuw garant stond voor het op ‘Franse wijze’ decoreren van kunstkabinetten met prachtige Bloemenmarqueterie of parketerie (inlegwerk samengesteld uit verschillende houtsoorten). De associatie met het wapenschild van Suriname (munt van Suriname) is ook snel gemaakt. Het wapenschild wordt immers van oudsher omlijst door twee Indianen, als verwijzing naar de oorspronkelijke bewoners van het Surinaams grondgebied. Een mooi voorbeeld hiervan is een foto uit de collectie van het Tropenmuseum waarin het wapen wordt geflankeerd door echte Indianen met het devies justitia, pietas, fides (gerechtigheid, vroomheid, vertrouwen). Saillant detail is dat het beeld waarschijnlijk afkomstig is van een zegel dat de West-Indische Compagnie (WIC) in 1683 in gebruik nam. Bovendien is de plaatsnaam Thorarica waarschijnlijk van Arowakse (Indianenstam) oorsprong. Noni Lichtveld doet met deze opdracht voor het openingsgeschenk van Hotel Torarica dus eer aan de oorspronkelijke bewoners en de oorsprong van de naam van het bekendste hotel van Suriname. Wat Manneken Pis was voor de Brusselaars, werden de houten Indianen voor Paramaribo. Al snel werden de Indianen door de Surinaamse toeristenindustrie omarmd en gebruikt als herkenbaar beeldmerk en authentiek souvenir. Ontelbare kopieën vonden en vinden tot vandaag de dag gretig aftrek.

armband.jpgBetekenis?
De houtsoorten zijn alle te definiëren; Purperhart, Bruinhart, Kopie, Gele Kabbes, enzovoorts. Is hier nog extra betekenis uit te lezen zoals uit de zogenaamde Engelse ‘regard’-ringen? Deze achttiende en negentiende eeuwse verlovingsringen waren niet alleen mooi maar verborgen een geheime boodschap. Door de volgorde van de edelstenen werd een woord in dit geval ‘regard’ (hoogachting) gespeld; Ruby (robijn), Emerald (smaragd), Garnet (granaat), Amethyst, Ruby en Diamond (diamant). Verbergen deze Indianen ook een boodschap of wordt met de houtsoorten waaruit de figuren zijn opgebouwd simpelweg ‘het één zijn met, het respecteren van, en het beschermen van de natuur’ tot uitdrukking gebracht? Lichtveld zelf laat weten dat ze de Indianen achter elkaar heeft gezet als gewapend escorte ter bescherming van de hotelgasten. Dat geeft ook een fijn gevoel.

[uit Parbode,1 augustus 2012]

vrijdag 20 juli 2012

Noni Lichtveld


Portret van de Surinaams-Nederlandse schrijfster en tekenares Noni Lichtveld, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 144 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

zondag 18 juli 2010

Het grote Anansiboek van Ferrier en Lichtveld

door Cynthia Mc Leod

Het ziet er prachtig uit. Gebonden, harde kaft, glanzend papier en de tekeningen in full colour! Op de achterkaft staat er: 'Dit hele boek zou in een wolkje moeten staan, want de verhalen hierin zijn direct opgetekend uit de mond van meesterverteller Johan Ferrier.' Dat klopt helemaal, want zo is dit boek ontstaan. Dr. Johan Ferrier heeft niet achter een typemachine of de computer zitten schrijven. Welnee, hij vertelde de anansitori's aan groepen leerlingen op scholen en in bibliotheken.

Het idee om van het sinds 1986 bestaande boek een jubileumuitgave te maken, ontstond twee jaar eerder bij de planning van de viering van Johan Ferriers 100ste verjaardag, die op 12 mei 2010 zou zijn. Toen hij hoorde van deze plannen, zei hij zelf, dat het boek niet duur mocht zijn en dat hij graag had dat alle basisscholen en kindertehuizen in Suriname een exemplaar cadeau zouden krijgen.
.


Een mooi boek maken, dat niet duur mag zijn en daarvan nog 500 exemplaren cadeau geven, zou alleen lukken als er subsidie kwam. Dat werd moeilijk, want een mogelijke Nederlandse subsidiegever stelde al meteen dat de tekst niet literair genoeg was, dat de verhalen te moralistisch waren en dat er teveel onderbrekingen waren. Eén van de commissieleden dacht erover de tekst te herschrijven. Toen ik dat hoorde, zei ik: 'Anansitori's zijn volksverhalen en die zijn per definitie moralistisch en die onderbrekingen, die horen erbij, want de echte verteller wil juist onderbroken worden en maakt de onderbreking een deel van het verhaal. Niemand mag aan de tekst komen, want anders zijn het niet meer Johan Ferriers anansitori's.'
Gelukkig kwam de oplossing vanzelf: Surinaamse bedrijven wilden spontaan en onvoorwaardelijk subsidie geven voor dit echte Surinaamse boek!

Want dat is het. Een mooi Surinaams boek. Bekende en ook vrij onbekende anansitori's waarnaar alle kinderen met plezier zullen luisteren en die ze ook heel graag zelf willen lezen.

Maar er is nog meer. Die onderbrekingen! Want wat deed Johan Ferrier tijdens het vertellen? Het luisterpubliek onderbrak hem niet, maar hij onderbrak zichzelf. A tori ben koti! En in die koti verklaarde hij iets of legde iets uit. Daardoor staat het boek vol van allerlei wetenswaardigheden over de leefwijze van vroeger en typische aspecten van onze cultuur. Een voorbeeld: in een verhaal verstopt Anansi zich in de ashoop. De verteller: 'Vroeger werd in Suriname op hout gekookt in een keuken achter in de tuin. De as werd op een hoop gegooid en gebruikt om hard water zacht te maken. Als je hard water een nacht in een teil met as liet staan, werd het zacht. Dan had je minder zeep nodig om kleren te wassen.' In een ander verhaal is Ba Tigri zogenaamd dood. De verteller: ‘ 's Avonds gingen alle dieren in rouwkleren naar het sterfhuis. Ze gingen graag naar een sterfhuis, want dan is er altijd lekker eten en drinken. Er is popcorn, er zijn koekjes en chocolademelk, koffie en thee. En ook sterkere drank dan chocola, koffie en thee!’

In weer een ander verhaal heeft tante Sjaklien haar 'kasmoni' gekregen en dan wordt uitgelegd wat kasmoni is en hoe dat werkt.

Bij één van de verhalen begint de verteller zo: 'In Ghana krijgen kinderen de naam van de dag waarop ze geboren zijn. Weet jij op welke dag je geboren bent? Nee? Vraag het je ouders. Dan weet jij ook hoe jij genoemd zou worden in Afrika. Een meisje dat op zondag geboren is, heet Kwasiba, een jongen: Kwasi. Een meisje, op maandag geboren, heet Adyuba, een jongen Kodyo. Meisjes, op dinsdag geboren, heten Abena of Abeniba, jongens: Kwamina. Een meisje, op woensdag geboren, heet Akuba, een jongen: Kwaku. Een meisje, op donderdag geboren, heet Yaba, een jongen: Yaw. Meisjes, op vrijdag geboren, heten Afi of Afiba, jongens: Kofi. Meisjes, op zaterdag geboren, heten Amba of Amimba, jongens: Kwami. Anansi is getrouwd met Akuba. Op welke dag is zij dus geboren?' Die onderbrekingen bevatten allerlei culturele aspecten en blijken dus juist heel waardevol te zijn.

Wat ik zelf van groot belang vind, is het feit dat aan het begin van het boek iets staat over de spelling en de uitspraak van het Sranan. Door onze geschiedenis en vooral de onderwijssituatie van de afgelopen honderddertig jaar, is het Nederlands onze officiële taal geworden. Daar is niets mis mee. Het Surinaams-Nederlands is de moedertaal van een grote groep Surinamers, het is de voertaal, de onderwijstaal, taal van pers, enzovoort. Maar het Sranan of Sranantongo, dat is voortgekomen uit het Nengre, heeft zich ook ontwikkeld en is een nationale taal geworden, zelfs zo dat we altijd het Sranan couplet van ons volkslied zingen. Het Sranan is al sedert onze onafhankelijkheid een gestandaardiseerde taal, dat wil zeggen dat er vastgelegde spellingregels zijn. Maar helaas, helaas, heel weinig mensen kennen deze regels en iedereen schrijft het Sranan maar zoals hij/zij zelf wil: 'Swiet Djaarie' in plaats van Swit' Dyari en 'viadoe', terwijl het fiyadu moet zijn. Het lijkt erop dat we heel weinig respect voor onze eigen taal hebben.
Maar waar leren mensen spellingregels? Juist, op school! En daarom kennen wij Surinamers de spellingregels van het Sranan niet, want op school wordt ons dat niet geleerd. Ja, onze kinderen mogen wel Engels correct leren spellen en Spaans en Frans, maar niet het Sranan. Drie of vier lesuren in de vijfde klas van de basisschool hieraan besteed, zou daarin al heel wat verandering kunnen brengen. Aan de leerkrachten van de vijfde en zesde klas geef ik nu het volgend advies: Als u uw leerlingen beloont met een anansitori uit 'Het Grote Anansiboek' van Johan Ferrier, kijk dan ook vóór in het boek en voeg er een kort lesje Sranan spelling aan toe. Dat zal goed zijn voor alle Surinamers.

Johan Ferrier: Het Grote Anansiboek. Met illustraties van Noni Lichtveld, 136 pp.. Schoorl: uitgeverij Conserve, 2a010. ISBN 978 90 5429 295 1
Oorspronkelijke uitgave in 1986. Sindsdien verschenen drie drukken in paperback (2002, 2003 en 2007) bij Conserve te Schoorl

[overgenomen uit De Ware Tijd Literair; Cynthia Mc Leod is de dochter van Johan Ferrier; haar historische romans verschijnen eveneens bij uitgeverij Conserve in Schoorl]



Op de foto: Cynthia Mc Leod spreekt bij de presentatie van
Het grote Anansiboek

maandag 28 juni 2010

Grote Anansiboek in Suriname


De presentatie van de jubileumuitgave Het grote Anansiboek van Johan Ferrier vindt plaats op donderdag 8 juli 2010 in Theater Thalia in Paramaribo om 18.00u. Het hoogtepunt is de uitreiking ervan aan vertegenwoordigers van scholen, kindertehuizen, bibliotheken, sponsoren en het Kinderboekenfestival. Deze jubileumuitgave van Het Grote Anansiboek kwam tot stand door een samenwerking van de familie Ferrier, de illustratice Noni Lichtveld en uitgeverij Conserve. De presentatie wordt georganiseerd door de commissie ‘Het Grote Anansiboek’ en de Stichting Projekten Protestants Christelijk Onderwijs.

Voor meer info 472072/472070

donderdag 20 mei 2010

Het grote Anansiboek gedoopt

Op zondag 16 mei j.l. werd in Amsterdam een gloednieuwe editie van Het grote Anansiboek van Johan Ferrier en Noni Lichtveld gepresenteerd. Een fotoreportage, met o.m. de kinderen-Ferrier, Denise Jannah en Robby Alberga, Guillaume Pool, Gerda Havertong.










woensdag 12 mei 2010

Gloednieuwe editie Het grote Anansiboek

Op zondag 16 mei wordt een gloednieuwe editie van Het grote Anansiboek van Johan Ferrier en Noni Lichtveld gepresenteerd, voor het eerst full color en gebonden met talloze nieuwe illustraties. President Ronald Venetiaan van Suriname en minister-president Jan Peter Balkenende schreven voor deze bijzondere geïllustreerde gebonden uitgave een voorwoord. Noni Lichtveld maakte vele nieuwe illustraties in kleur. De presentatie vindt plaats na afloop van de kerkdienst o.l.v. ds. Rhoïnde Mijnals-Doth op zondag 16 mei plm 12.00 uur in de Koningskerk van de Evangelische Broedergemeente Amsterdam-Stad & Flevoland, Ostwaldstraat 1 (de kerkdienst begint om 10.30 uur). Denise Jannah zal een lied zingen als aubade aan Johan Ferrier. Na afloop is het boek verkrijgbaar in de tuinzaal waar u een glas Fernandes wordt aangeboden.

Aanbieding door de kinderen Ferrier aan de Nederlandse minister-president, v.l.n.r. Joan, Cynthia, Jan-Peter Balkenende, Kathleen en David

Het grote Anansiboek
is nooit geschreven: het is verteld. Deze verhalen zijn zó uit de mond van de verteller opgetekend. Daardoor is Het grote Anansiboek het meest echte Anansiboek van de wereld, van de hand van meesterverteller Johan Ferrier. Zie het voor je: kinderen die met open mond luisteren naar verhalen over Anansi, de slimste spin ter wereld. Ja, zo ging het als schoolmeester Johan Ferrier vertelde over Anansi. Duizenden kinderen zijn opgegroeid met zijn verhalen over Anansi.
.

V.l.n.r. Joan, Cynthia, Jan-Peter en Kathleen

Johan Ferrier, die op 4 januari van dit jaar op 99-jarige leeftijd overleed was docent, vader, minister, premier, gouverneur en werd in 1975 de eerste president van de Republiek Suriname, die in november 2010 haar 35ste verjaardag viert. Dit boek is eerbetoon aan het mooie leven en de vertelkunst van Johan Ferrier. Door deze verhalen kunnen ook komende generaties kinderen genieten van Anansi.

Het grote Anansiboek van Johan Ferrier is een echte klassieker geworden, niet alleen in Suriname maar ook in Nederland. Het verscheen voor het eerst in 1986 en beleefde verschillende herdrukken maar steeds met zwart-witillustraties van Noni Lichtveld. Voor deze luxe jubileumeditie zijn én tekst en illustraties en vormgeving volledig herzien. De tekst is gemoderniseerd, de illustraties zijn geheel in kleur en Noni Lichtveld (foto links) maakte ook prachtige nieuwe illustraties; de vormgeving is stijlvol en doordacht.

Conserve-auteur Cynthia Mc Leod-Ferrier voerde de redactie, Lieke van Duin de bewerking en Renée Koldewijn ontwierp omslag en binnenwerk.

De uitgave werd mede mogelijk gemaakt door financiële steun van De Surinaamsche Bank, IamGold, de Nederlandse Taalunie, Staatsolie en Telesur. Het eerste exemplaar van het boek is op 12 mei, de 100ste geboortedag van Johan Ferrier, door zijn dochters Cynthia, Helen, Joan en Kathleen overhandigd aan premier Balkenende en mevr. Susan Derby, tijdelijk zaakgelastigde van de Surinaamse ambassade.

Op 8 juli wordt het boek gepresenteerd in theater Thalia in Paramaribo waar tien leerlingen van basisscholen en kindertehuizen in Suriname een gratis exemplaar ontvangen namens hun schoolbibliotheek. Voor het onderwijs worden er lessuggesties gemaakt.

Johan Ferrier & Noni Lichtveld – Het grote Anansiboek – 140 pagina’s, full color geïllustreerd, gebonden, ISBN 978 90 5429 295 1, € 19,95

Surinaamse Klassieken
Het boek komt uit als deel 6 in de reeks Surinaamse Klassieken van uitgeverij Conserve, die onder redactie staat van Peter Sanches. Overige delen reeks Surinaamse Klassieken:
Deel 1 Leo Ferrier – Atman
Deel 2 Bea Vianen – Strafhok
Deel 3 Albert Helman – De stille plantage
Deel 4 Tonko Tonckens – De vicieuze cirkel
Deel 5 J. van de Walle – Een vlek op de rug

Voor meer informatie over het boek:
Uitgeverij Conserve, postbus 74, 1870 AB Schoorl, telefoon 072-509 3693, info@conserve.nl website http://www.conserve.nl/


Foto's van de aanbieding: @ Henk Augustijn
Foto van Noni Lichtveld: @ Michiel van Kempen

vrijdag 22 mei 2009

Noni Lichtveld 80


Noni Lichtveld is 80 geworden en dat wordt gevierd met een nieuw boek. Zie helemaal onder aan deze pagina.