I. ‘Wie eegie sanie’ fu píkin
door Els Moor
De Surinaamse literatuur vanuit de eigenheid van cultuur en
talen kwam pas goed op gang in de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen ‘Wie
Eegie Sanie’werd opgericht in Nederland, met Bruma als centrale figuur en later
in Suriname ook met de nog jonge Dobru. Dit was een belangrijke stap op weg
naar de zelfstandige republiek Suriname, in verband met ‘eegie sanie’. Dat er
tot op de huidige dag nog veel van het kolonialisme is blijven hangen ervaren
we maar al te vaak, vooral ook op het
gebied van taal en literatuur.
 |
| Bibliotheek Galibi |
Een ander duidelijk voorbeeld is dat er nog steeds per boot
veel, veel, vaak afgeschreven, Nederlandse kinder- en jeugdboeken naar Suriname gestuurd worden, die dan in
schoolbibliotheken terechtkomen, zelfs in het binnenland of voor
weinig geld verkocht worden bij boekverkopingen. Je schaamt je toch, als je zo’n boek opent en
meteen een stempel ziet met in vette letters: ‘Afgeschreven’ ! Dat is neokolonialisme ten top: je afgeschreven
boeken naar ‘die negertjes’ in je ex-kolonie sturen. En dat, terwijl er
gelukkig in Suriname momenteel veel gebeurt aan de ontwikkeling van een eigen
kinder- en jeugdliteratuur!

De taalsituatie in Suriname is enerzijds van een grote
rijkdom die de culturele ‘eenheid in verscheidenheid ’uitstraalt, maar is anderzijds
problematisch voor veel kinderen en jongeren van wie de officiële taal,
het Nederlands, niet de moedertaal is.
In ons land worden binnen bevolkingsgroepen zo’n twintig ‘eegie tongo’
gesproken. Daarboven staat het Nederlands voor het contact in de hele
samenleving en vergeet niet het Sranan Tongo als ‘lingua franca’ (algemene contacttaal).
Er zijn inheemse en marrontalen die hier ontstaan zijn en talen die
‘meegebracht’ zijn uit de landen waaruit de immigranten kwamen, zoals het
Chinees, Sarnami en Javaans en niet te vergeten de ‘eegie’ versie van het
Nederlands, het Surinaams Nederlands met eigen klanken, woorden en zinsconstructies.
Deze veeltaligheid brengt echter ook grote problemen met
zich mee. In volksbuurten in de stad, in het district, maar vooral ook in de
dorpen in het binnenland spreken kinderen met hun familie meestal hun eigen
taal. Veel kinderen moeten leren lezen, schrijven en rekenen in een voor hen
vreemde taal. Als je dan leesboeken in de bieb hebt in die ‘vreemde taal’ en
bovendien nog over allerlei dingens die jij niet kent, die ver van je bed of je
hangmat zijn, dan moet je een geweldige doorzetter zijn en veel hulp krijgen
van je leerkrachten om het toch te redden.
Gelukkig dat vele deskundigen, ook in de stad, dit probleem
tegenwoordig erkennen en ervoor ijveren om die kinderen meer kansen te geven,
het onderwijs kind- en taalvriendelijker te maken! Het belangrijkste
uitgangspunt hierbij is: Leer die
‘vreemde taal’ vanuit je eigen leefwereld!’
Surinaamse kinder- en jeugdboeken vormen daarbij een
geweldig goed hulpmiddel. Als kinderen die moeite hebben met de schooltaal eenvoudige boeken in handen krijgen met
herkenbare verhalen vanuit de eigen wereld, met veel duidelijke, ondersteunende
illustraties die bovendien spannend en leuk zijn, dan gaan ze lezen leuk vinden
en ze leren ‘spelenderwijs’ die moeilijke schooltaal, bovendien op een manier
zoals die in het eigen land gesproken en geschreven wordt, Surinaams Nederlands
dus. En wat belangrijk is: die boeken zijn niet gebonden aan leeftijd, maar aan
de ontwikkeling van de taal bij het kind. Die boeken moeten echter wel aanwezig
zijn in de school, niet alleen maar ‘afgeschreven’ Hollandse boeken.

Overigens is het echt niet zo dat goede Nederlandse en
andere, vertaalde, boeken uit de wereld-jeugdliteratuur
hier niet moeten komen. Integendeel. Er zijn prachtige Nederlandse boeken voor
de jeugd, evenals vertaalde ‘klassiekers’. Denk aan Alleen op de wereld van Hector Malot. De kinderen die die boeken
lezen en herlezen hebben vaak het Nederlands als hun moedertaal of beheersen de taal goed doordat ze een
universele opvoeding krijgen. Zulke kinderen zijn er veel in Suriname, met name
in de stad en omgeving.. De andere kinderen kunnen daarnaartoe groeien doordat
er op school en elders veel gedaan wordt aan de ontwikkeling van hun taal- en
leesniveau.
Daar wordt hard aan gewerkt tegenwoordig, een prachtige
ontwikkeling. Veel leerkrachten uit de stad, het district en het binnenland
hebben trainingen gekregen om de vaardigheden en mentaliteit te ontwikkelen om kindvriendelijk,
kindgericht en dus speels en creatief te werken aan de taalontwikkeling van hun
leerlingen. Ook medewerkers van bibliotheken en andere plaatsen ( na-schoolse
opvang bijvoorbeeld).
Zo iemand is Sandra Purperhart die een bieb heeft op Abra
Broki, een volkswijk in de stad. Daar komen ’s middags veel kinderen die het
Nederlands moeilijk vinden, maar houden van de leuke, eenvoudige Surinaamse
kinderboeken met duidelijke illustraties. Sandra maakt zelfs mét de kinderen
musicals over verhalen. Die worden opgevoerd tijdens
Kinderboekenfestivals, niet alleen in de
stad. Dit jaar werkte ze al met de kinderen van Atjoni en van Commewijne en de
resultaten waren leuke, muzikale en herkenbare musicals.

Het Kinderboekenfestival in Paramaribo wordt al dertien jaar gehouden, jaarlijks in stad, district en binnenland. Er zijn daar veel activiteiten voor kinderen,
van kleuters tot en met tieners, die op een vaak creatieve manier te maken
hebben met lezen. Gelukkig meestal van Surinaamse boeken! In veel stands is ook
communicatie een belangrijk doel. Voor de kinderen is het echt een fijn
uitstapje om erheen te gaan en zij en hun leerkrachten maken altijd weer kennis
met nieuwe Surinaamse kinderboeken. Dat er tegenwoordig zoveel uitkomen, is ook
voor een groot deel te danken aan de Stichting Projekten, PCOS. Zelf geven ze
er jaarlijks een aantal uit en ze stimuleren schrijvers die dat willen. PCOS
heeft ook trainingen georganiseerd, vooral in het binnenland, ‘Change for
children’, die tot doel hadden de kindvriendelijke aanpak vanuit de eigen
leefwereld te stimuleren. Ze hebben ook boeken erover uitgegeven, met veel praktische
informatie, zoals Lees je wijs!, over
leesbevordering van Surinaamse kinderboeken, met veel creatieve, beeldende
werkvormen en drie boekjes over de resultaten van de aanpak binnen het project
‘Change for children’, helemaal in Kwamalasamutu, waar de kinderen Trio
spreken. Jammer dat het te ver is om te gaan kijken in die school. Dan zou je
veel tekeningen zien hangen die de verhalen uit Surinaamse kinderboeken
uitbeelden.
Heel eenvoudige boeken zijn meestal favoriet. De
Amaisa-serie, uitgegeven door PCOS, over de dagelijkse beslommeringen van een
meisje uit het binnenland , met weinig en eenvoudige taal en levendige
illustraties is nog altijd een favoriet in de stand ‘Lees je wijs’op KBF. Zelfs
bij zesdeklassers. Nogmaals: het gaat dus niet om de leeftijd, maar om het
leesniveau. Wat Wagina, de groep van schrijfsters uit Wageningen, doet is ook
bewonderenswaardig. Heel veel eenvoudige boekjes, allemaal hetzelfde formaat,
hebben ze uitgegeven. Het zijn series van belevenissen uit het dagelijks leven,
over dieren, over de jongen Moi-Boi en met een verdere blik een serie over
andere districten en over ‘special kids’, kinderen met een probleem of een
beperking. Steeds een stapje verder dus! Op het laatste KBF was Laat me niet alleen van Indra Hu, een
boek met veel en vaak ook best moeilijke tekst over hiv en aids een van de
populairste boeken bij vijfde en zesde klassers. ‘Waarom kiezen jullie dat? was
de vraag. ‘Omdat er ook een film van is die we gezien hebben’, was het
antwoord. Je ziet maar weer: je moet de inhoud ook kunnen zien!
 |
| Illustratie van Ginoh Soerodimedjo voor Okorié en Agambé |
Een heel populair boek, niet alleen in het binnenland is ook
Okorié en Agambé van Sherida Sabajo.
Het gaat over twee jongens in het binnenland uit twee verschillende dorpen aan
een rivier, een ingi-dorp en een marrondorp. Ze raken allebei verdwaald in het
bos en komen elkaar daar tegen. Een ‘telefoonboom’ is hun redding: je slaat op
de wortels en het klinkt wijd en zijd. Dan worden ze gevonden. Een spannend
verhaal in eenvoudige taal, met grote letters, herkenbaar voor kinderen in het
binnenland, maar leerzaam en spannend op het gebied van leven in het binnenland
voor kinderen uit stad en district. Overal houden ze van het boek, ook vanwege
de mooie, duidelijke tekeningen van Ginoh Soerodimedjo.
Eenvoud is het kenmerk van het ware. Dat is altijd zo bij
‘eegie sanie’. Belangrijk is het dus dat Surinaamse kinderboeken op onze scholen komen, in veelvoud, vooral op lagere
scholen, maar ook moeilijker boeken op de muloscholen. De puber groeit dan van
zijn eigen wereld naar een vreemde (buitenlandse boeken) en zo moet het ook gaan
in het leven: je verruimt je blik naarmate je ouder en wijzer wordt.
Er komt veel hulp van Surinaamse maatschappijen en
organisaties, maar het is nooit genoeg. Laten die Nederlandse organisaties en
particulieren geen ‘afgeschreven’ kinderboeken meer sturen, maar geld om meer
Surinaamse kinderboeken te drukken en vooral ook te herdrukken! Dat is ontwikkelingshulp! ‘Eegie
sanie’ondersteunen!
[uit de Ware Tijd Literair, 25 mei 2013]
II. Reactie op ‘“Wie
Eegie Sanie” fu pikin’ in ‘dWTL’ van 25/5/2013
door Suzanne Dekkers
Stichting ‘Unu Pikin’ is een sociale werkplaats in
Paramaribo waar schoolmeubilair wordt gemaakt door mensen met een beperking. Dankzij
donaties kunnen we regelmatig de inrichting van een schoolbibliotheek
produceren en aan een school weggeven. Naast het meubilair verstrekken we ook
een groot aantal ‘Hollandse’ boeken, zoals lees-, prenten- en ontwikkelingsboeken,
soms nieuw, meestal gebruikt. Maar ook scholen die eerder een bieb van ons
hebben gehad, of anders een bibliotheek hebben gerealiseerd, zijn welkom om hun
collectie aan te vullen. In de afgelopen 12 maanden zijn 180 scholen en andere
instellingen langsgekomen om materialen te halen. Dat geeft aan dat er een
grote behoefte bestaat aan deze boeken.

De ideale situatie zou zijn dat elke school een bibliotheek
heeft en de school of een overkoepelend orgaan in staat is boeken aan te
schaffen. De mediatheekmedewerker kan dan bepalen welke boeken het beste zullen
aansluiten bij de schoolpopulatie. Alle leerkrachten stimuleren het leesgedrag
van de kinderen door regelmatig voor te lezen. De mediatheekmedewerker zorgt
voor interessante lessen, alles om leesplezier en taalvaardigheid van de
kinderen te vergroten.
Helaas is de werkelijkheid anders. De scholen hebben dat
budget niet, dus zijn ze afhankelijk van anderen. Om weer even terug te gaan
naar onze specifieke situatie: deze boeken krijgen wij van bibliotheken uit
Nederland, die wegens bezuinigingen sluiten. De boeken zijn van recente datum
en zien er heel goed uit. Helaas staat in die boeken vaak met grote letters:
afgeschreven, maar daar kan de juf iets aan doen: een sticker er overheen of
die pagina verwijderen. De kinderen hoeven niet te weten hoe de school aan die
boeken komt, zij hoeven alleen de voordelen te ervaren!
Niet alle boeken zijn geschikt. Bij onze ondersteunende
organisatie in Nederland vindt de eerste selectie plaats. De boeken met té
Hollandse of Europese onderwerpen worden niet verscheept. Eenmaal in Suriname
vindt de tweede selectie plaats, omdat er wegens het grote aantal wel eens een
verkeerd boek tussendoor glipt (dat we bij gebrek aan adequate
oudpapier-verwerking dan voor een symbolisch bedrag verkopen). Daarna vindt de
derde selectie plaats. De mediatheek-juf bepaalt zélf welke boeken zij geschikt
vindt voor de kinderen van haar school.
Voor onze specifieke situatie geldt dat we de boeken kunnen
opsturen met een minimum aan budget, dankzij samenwerkingsverbanden met andere
organisaties. Dit budget is veel te klein om een voldoende aantal boeken van
Surinaamse kinderboekenschrijvers te kopen. We zouden dan misschien 4 scholen
kunnen helpen, tegen de eerdergenoemde 180.
 |
| Klik voor groter formaat |
Het is belangrijk dat kinderen al op jonge leeftijd het
plezier van lezen ervaren. Scholen moeten hosselen om aan die basisvoorwaarde
te voldoen. Het lijkt me goed dat we gezamenlijk proberen een oplossing te
zoeken voor deze situatie, ieder vanuit zijn eigen expertise en achtergrond. Laat
de Nederlandse organisaties die boeken opsturen! Zij hebben nou eenmaal de
kortste lijntjes naar de bibliotheken in Nederland en kunnen zo de hand leggen
op prachtige boeken. Zorg wel voor een goede selectie en betrek de Surinaamse
scholen daarbij. Laat anderen, bijvoorbeeld een nieuwe werkgroep, de afdeling
mediatheekwezen of de kinderboekenschrijvers zelf, zich inzetten om zoveel
mogelijk Surinaamse kinderboeken op de scholen te krijgen. Zij kunnen dit doen
door steun van de overheid te verwerven, samen te werken met Nederlandse
organisaties of zelf aan fondsenwerving te doen, in Suriname, Nederland of
elders. Zo kunnen we er samen voor zorgen dat de schoolbibliotheken een
gebalanceerde collectie aan boeken hebben, die de kinderen verder op weg zullen
helpen in hun ontwikkeling. Laten we niet met de vinger naar elkaar wijzen,
maar samen een vuist maken!
[ Susanne Dekkers, namens bestuur van ‘Unu Pikin’]
 |
| ...buiten de leefwereld van de Surinaamse jeugd... |
III. De Ware Tijd Literair reageert
Wij vinden het geweldig als gereageerd wordt op onze
artikelen. ‘Unu Pikin’ heeft duidelijk haar standpunt uiteengezet en de lezers
van ‘Literair’ kunnen hun oordeel vormen over de kwestie: wat doen we met de
‘Hollandse’ kinderboeken die in groten getale naar Suriname komen. Wij hebben
ons standpunt uiteengezet dat er op neerkomt dat er niets tegen buitenlandse
kinderboeken is, die geschreven zijn in een ander Nederlands dan de boeken hier
en vaak over zaken gaan die buiten de leefwereld van onze jeugd liggen. Maar
het gaat erom dat kinderen boeken te lezen krijgen die ze aankunnen, wat taal
zowel als inhoud betreft. Een ideale ontwikkeling is dat kinderen langzaamaan
hun blik verbreden: van de eigen leefwereld naar de grote wereld, en boeken
kunnen, evenals films, daar een belangrijke rol bij spelen. Dan krijg je als
kind plezier in lezen en houd je dat ook: van eenvoudig en herkenbaar naar
vreemd en boeiend! Alles wat je leest, moet je kunnen begrijpen. En we behoren altijd
te beseffen dat de meerderheid der Surinaamse kinderen uit een totaal andere
thuissituatie komt met minder ontwikkelde, anderstalige ouders, weinig of
helemaal geen Nederlands gesproken programma’s op/in de media, weinig tot geen
toegang tot clubs, en dergelijke. De dit schooljaar begonnen ‘Naschoolse Opvang’
kan die leemte wel gedeeltelijk opvullen, maar mist daarvoor eigen tools. Fijn is
dat er veel Surinaamse kinderboeken zijn, voor verschillende leesniveaus, met zonodig
duidelijke illustraties. En er komen steeds nieuwe bij!
[- Red. de Ware Tijd Literair]