Posts tonen met het label Hu Indra. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hu Indra. Alle posts tonen

zondag 23 maart 2014

Enkele activiteiten tijdens het Kinderboekenfestival

Indra Hu

door redactie de Ware Tijd Literair m.m.v. Indra Hu

In stand ‘de Rijstkorrel’ van schrijfster Indra Hu werden niet alleen leerlingen en leerkrachten bij het voorlezen betrokken, maar ook ouders die mee waren gekomen als begeleiders. Direct nadat de leerlingen de stand binnenkwamen, werden ze ‘begroet’ met het thema en de slogan van het Kbf 2014. Er werd ook een link gelegd tussen ‘Het levensverhaal van de rijstkorrel’ en ‘groei’. Daarna werd het verhaal, dat op rijm is geschreven, voorgelezen, maar het laatste woord werd daarbij niet gezegd. De leerlingen moesten door goed te luisteren en na te denken het woord raden. Wat vonden ze dat leuk om te doen! Hierna kregen de leerlingen en de anderen een beurt om voor te lezen. Het verhaal is verteld door de rijstkorrel zelf, die een hoed op heeft en dus beeldden de lezers ook de rijstkorrel uit door zelf de hoed te dragen. Dat ging zo gezellig dat zelfs de buren er ‘last’ van hadden. Wat Hu hiermee wil bereiken is dat de kinderen niet bang moeten zijn om iets te presenteren. ‘Je groeit als je bezig bent en dus ook zij leren om zonder vrees voor “vreemden” te presenteren. Door stimulatie van leerkrachten en ouders en ook het Kbf-gebeuren, worden kinderen vrijer en gevoeliger voor alles wat met lezen, voorlezen en creatief bezig zijn te maken heeft.’

Ook ’s middags ging het er reuze gezellig aan toe. Samen met Marja Themen-Sliggers, die namens Huize Betheljada aanwezig was op het Kbf, was afgesproken dat bezoekers stand nr. 88 op een speurtocht mochten bezoeken. Geblinddoekt kwam de ene na de andere duwer van de rolstoel op aanwijzing van degene die erin zat aan in de stand. De bedoeling hiervan was, dat kinderen ook konden ‘ervaren’ hoe het was om te leven met een handicap, in dit geval als je niets ziet en dus blind bent. ‘Heel eng’, zei Soraya van negen, ‘je ziet niets en weet niet waar je gaat. Ik begrijp de mensen die blind zijn veel beter nu. Je moet wachten op hulp van anderen.’
Foto © Stichting Bokemei

‘Ja, en precies daar gaat het om: opgroeien kan je niet alleen, denk aan de wereld om je heen. Heel vaak in het leven heb je de ander nodig om je te helpen je doel te bereiken’, zei Indra Hu.


zaterdag 22 maart 2014

Populairste Surinaamse kinderboeken

Het Kinderboekenfestival in Paramaribo van 3 tot en met 8 maart, was een succes. De organisatie was vlekkeloos en daardoor was de sfeer ontspannen en vrolijk. De kinderen zijn in de loop der jaren ‘gegroeid’. Ze durven meer, communiceren beter en laten zien dat ze nadenken.

Het Kbf in stad en districten is een steeds terugkerende activiteit die de jeugd (en hopelijk ook de leerkrachten) beslist doet ‘groeien’, het thema van dit jaar.

Dat is een zegen in deze samenleving waarin veel mensen niet durven te praten over moeilijke onderwerpen en weinig weten van onze geschiedenis vanaf de onafhankelijkheid. Daardoor kunnen ze de huidige situatie van het land ook niet begrijpen.

In de stand ‘Lees je wijs!’, voor de klassen 4, 5 en 6, mochten de kinderen na de Surinaamse jeugliteratuur bekeken te hebben op een flap schrijven naar welk boek hun voorkeur uitgaat. 310 kinderen hebben dat gedaan! Ze hebben 85 boektitels opgeschreven. De meeste stemmen, 48, heeft voor de zoveelste keer de serie over het meisje uit het binnenland, Amaisa, uitgegeven door PCOS, oorspronkelijk ter ondersteuning van een taalcursus voor moeders van jonge kinderen in dorpen aan de Boven-Suriname. Eenvoudige en herkenbare boekjes met duidelijke illustraties bij korte teksten.

Tweede werd De fiets van Anne Huits, met 25 stemmen, over een meisje dat leert fietsen, net zo eenvoudig. Veel andere eenvoudige boekjes werden gekozen door de vierde, vijfde en zesde klassers, onder andere uit het grote aanbod van schrijversgroep Wagina uit Wageningen. De leesontwikkeling staat nog aan het begin en daarmee dient rekening gehouden te worden. Een grote vooruitgang is dat Laat me niet alleen van Indra Hu, een echte jeugdroman en nog wel over hiv en aids, 12 stemmen kreeg! Kennelijk is het in sommige zesde klassen behandeld!

Ten slotte een opvallende opmerking van Gerrit Barron die een stapel kinderboeken op zijn naam heeft staan en aan wiens 40-jarig schrijverschap ‘dWTL’ binnenkort aandacht besteedt. In het actualiteitenprogramma ‘Halaat’ van RBN-TV vertelde hij, staande voor zijn stand op het Kbf, dat er regelmatig Surinaamse kinderboeken uit schoolbibliotheken verdwijnen. Ook bij bovengenoemde stand ‘Lees je wijs!’ wordt dat opgemerkt: Surinaamse kinderen dragen geen Nederlandse kinderboeken weg, wel Surinaamse. Daarmee geven ze ons in ieder geval een sein: ‘Geef ons maar Surinaamse boeken!

maandag 27 januari 2014

Srefidensi in de literatuur

van de redactie van De Ware Tijd Literair

Op woensdag 15 januari 2014 waren drie redactieleden van dWTL aanwezig bij de zesde Trefossa-lezing van de Henri Frans de Ziel Stichting. De lezing met als titel: ‘Levenslust is ’t heenstappen over kleine dingen’ Trefossa en taal’ werd gehouden door Lila Gobardhan-Rambocus. Elders op deze pagina gaan we nader op deze lezing in.

Voor Lila Gobardhan de beurt kreeg, waren er verschillende inleidende sprekers, betrokkenen bij de stichting, onder wie Hein Eersel (die zelf de Trefossa-lezing van 2009 heeft gehouden  over ‘Canon, Cultuur en vertaling’). Hij wenste nu het publiek een ‘goed literair jaar’ toe. Wat houdt dat in? De voorzitter van de stichting, Johan Roozer, wees ons erop dat er in het afgelopen jaar weinig literair werk is verschenen, dat er weinig gebeurd is op literair gebied.  Zou Roozer hiemee bedoelen dat er geen romans of gedichtenbudels zijn verschenen van hoge literaire kwaliteit, zoals in 1957 de gedichtenbuindel , Trotji, van Trefossa?
Er is wél veel verschenen het afgelopen jaar. De ontwikkeling van de Surinaamse leeswereld gaat steeds meer de richting op van ‘literaire srefidensi’. Zo is er de Clark Accord Foundation (CAF) die in mei 2013 de bundel met verhalen van jonge schrijvers, Ston Oso, het resultaat van een schrijfwedstrijd publiceerde met de bedoeling om  jongeren liefde voor schrijven en literatuur bij te brengen. Het titelverhaal is van de eerste-prijs-winnares Hetty Amatodja (schrijversnaam Hetty Amat). Dit succes heeft deze jonge schrijfster geïnspireerd om door te gaan; er is al een kinderboekje van haar verschenen, Bruno de zwervershond en binnenkort komt er een verhalenbundel van haar met fantasievolle verhalen die ook in de realiteit wortelen, op de markt. Andere jeugdboekenschrijvers durven taboes te doorbreken  en maatschappelijke problemen  te behandelen. Het boek Laat me niet alleen van Indra Hu over het hiv-aids-probleem is een pakkend voorbeeld.

En dan de kinderboekenfestivals die nu al tien jaar gehouden worden  op verschillende plaatsen in het land. Op  creatieve manieren wordt er veel gedaan aan leesbevordering. Op ieder festival verschijnen er weer nieuwe boeken, geschreven vanuit Surinaamse situaties, in Surinaams Nederlands en met herkenbare beeldende illustraties.  Wij van dWTL besteden er veel aandacht aan en hebben zelfs een jeugdredactie.

En dan is er de Schrijversvakschool onder leiding van Ruth San A Jong die zelf een bundel met verhalen over de dood heeft uitgebracht, De laatste parade,  mooi gedaan en een gedurfd onderwerp. Onlangs zijn er drie studenten afgestudeerd aan de Schrijversvakschool, onder andere Karin Lachmising die kort daarna bij In de Knipscheer uitkwam met een dichtbundel, Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt, met bijzondere gedichten, van hoge kwaliteit. Belangrijk is ook de in 2013  uitgegeven grammatica van het Sranan Taki Sranantongo bun door Eddy van der Hilst. Geen literair boek, maar wel een ondersteuning voor degenen die in het Sranantongo willen schrijven of dichten.  Van binnen uit, vanuit Suriname, zijn er dus activiteiten om jonge schrijvers te motiveren en verder te helpen en verschijnen er veel goede kinderboeken voor alle leeftijdsgroepen, van kleuters tot en met adolescenten. Wie vroeg begint te lezen en er plezier in heeft, blijft het doen! Suriname is niet alleen Paramaribo,  en het leespubliek bestaat niet alleen uit elite en intellectuelen. In de districten en het binnenland wordt ook veel gedaan aan leesbevordering.

In 2011 was er bij de Henri Frans de Ziel Stichting wél aandacht voor literaire diversiteit die te maken heeft met de Surinaamse culturen. Ismene Krishnadath, schrijfster en voorzitter van de Schrijversgroep 77 kreeg toen de Henri Frans de Ziel Literatuur- en cultuurprijs, vanwege haar schrijverschap, maar ook in verband met activiteiten in verband met leesbevordering  op scholen. In haar dankwoord zei Ismene toen: ‘Bij S77 propageren we al jarenlang het idee van ‘Diversity is power’. We helpen de wereld alleen vooruit wanneer wij inclusief denken, alleen een plaats en een eigen waarde geven binnen het spectrum van het bestaan. Dit geldt ook voor literatuur. Er is een overvloed aan literaire vormen waar het gewone volk prima mee uit de voeten kan, maar waar wij, van de zogenaamde literaire scène, te weinig mee doen’.

Diversity is power


Onze conclusie is: het Surinaamse literaire leven is aan het veranderen. Literatuur is niet meer het kunstgebied voor de elite, maar het leesplezier van ‘gewone mensen’ neemt toe door tal van projecten.  De Henri Frans de Ziel Stichting kan in deze een voorbeeld nemen aan hun eigen Trefossa, die de volkstaal, het Sranan, opwaardeerde door zijn prachtige gedichten in die taal, beeldend van klank en ritmisch, die onderwijzer was en leraar en ….. een bescheiden mens, de uitvinder van het woord ‘Srefidensi’!


zaterdag 18 januari 2014

Dieren in de Surinaamse kinderliteratuur: info voor jeugdbegeleiders


 door Els Moor

Kinderen hebben over het algemeen belangstelling voor dieren. Ze vinden het dan ook fijn om verhalen over dieren te horen of om er boeken over te lezen en de plaatjes te bekijken. In ons land met zijn rijke natuur leven veel-veel dieren, van verschillende soorten. Wilde dieren in het bos, maar ook tamme bij mensen. Er zijn verhalen over dieren van vroeger, zoals over Kantjil en Anansi, maar kinderboekenschrijvers van nu hebben zelf verhalen verzonnen waarin dieren een belangrijke rol spelen, of boeken met illustraties zodat kinderen de verschillende dieren leren kennen. We geven hieronder een overzicht van kinderboeken waarin dieren belangrijk zijn. Dat zijn er heel wat, maar vanwege de ruimte moeten we een keuze maken.

- ANANSI
Er zijn rijk geïllustreerde boeken met de oude anansitori. Het bekendste: Het grote Anansiboek van Johan Ferrier met tekeningen van Noni Lichtveld, bezorgd door uitgeverij Conserve in 2010. Hierin zijn de verhalen opgetekend zoals Ferrier ze voor de Nederlandse televisie vertelde. Noni Lichtveld heeft ook zelf een anansiboek gemaakt, Anansi de spin weeft zich een web om de wereld, de tweede editie is uitgegeven bij VACO in 2012. Er zijn redelijk veel anansiboekjes waarvan het verhaal verzonnen is door de schrijver. Van Ismene Krishnadath: Nieuwe streken van koniman Anansi (1989) en Bruine bonen met zoutvlees (1992). Moderne verhalen die aansluiten bij die moeilijke tijd van schaarste en de Binnenlandse Oorlog. Anansi moet alsmaar streken bedenken om zichzelf en zijn gezin te redden. Ook Marylin Simons heeft een grappig anansiboekje, Anansi Dala (PCOS, 2004), dat goed past bij de moderne tijd, waarin zoveel mensen altijd op geld uit zijn, op wat voor manier dan ook.

- KENNIS OVER DIEREN
Op een leuke manier kennis verwerven over verschillende dieren is een doel dat Wim Veer en Gerrit Barron nastreven met hun dierenboekjes. Van Wim Veer is de serie fotoboekjes over verschillende dieren, met een verhaaltje waarin veel info over het betreffende dier: tjamba de raaf; misi powisi; modo todo; kwibus de ibis; awari en de kip; het doksje dat niet wilde zwemmen en Wat vliegt daar? Vogels rond het huis (uitgegeven in eigen beheer met prachtige fotos.)

En van Gerrit Barron: Titri en Toto over twee jonge vogeltjes, met als thema zelfstandig worden, en zijn serie uit de jaren 90 over allerlei dieren, zoals Een korjaal vol dieren en Een sloot vol vissen.
Rupsje Regenboog van Indra Hu geeft op een beeldende manier in een verhalend gedicht weer hoe Rupsje Regenboog zich ontwikkelt tot een prachtige vlinder. Het verhaal kan kinderen aan het denken zetten: Rupsje wordt een mooie vlinder... wat word ík later?

- DIEREN IN HET BOS
Een leerrijk thema. Monique Pool heeft op dit gebied een prachtig experiment uitgevoerd. Carlize gaat naar het bos/... goes to the forest. Op verschillende manieren kunnen kinderen kennis nemen van de inhoud: het boek heeft alleen beeldende illustraties van Chad Abdoellah en er is een bijbehorende cd waarop Helen Kamperveen het verhaal vertelt. De kinderen kunnen aan de hand van de platen eerst hun eigen verhaal maken en dan luisteren naar dat van Monique Pool. Veelzijdig dus. We geven hier het verhaal niet: ga eerst kijken! Het boek is nog volop verkrijgbaar! Met Kwata op reis (2010) van de stichting Klimop, laat kennismaken met veel dieren. Vanuit het bos gaat de aap Kwata met zijn vrienden per korjaal naar de zee. Ze ontmoeten andere dieren en beleven avonturen. Spelenderwijs leren de kinderen de dieren kennen, ook door de illustraties van Ginoh Soerodimedjo. Aanbevolen!

Illustratie van Goenoh Soerodimedjo uit Met Kwata op reis


- DIEREN EN HET MILIEU
Een belangrijk en kritisch thema dat gelukkig niet aan de jongeren voorbijgaat. Avontuur bij de grote rivier is van Natasia Agard en verscheen in 2008 (in eigen beheer). Het onderwerp: de gevaren die het bos bedreigen door activiteiten van mensen - zoals goudzoekers - met de bedoeling veel geld te verdienen. Het einde van het verhaal is verrassend: dieren van alle soorten werken samen om het bos te redden. Samen bedreigen ze de mens-mannen die de rivier vervuild hebben met hun goudzoekersactiviteiten. Die mannen rennen dan doodsbang naar hun boten en geen dier heeft ze ooit teruggezien. Een boek dat op scholen thuishoort, waar de leerlingen en leerkrachten er samen over kunnen praten!
Cobi Pengel stelt deze thematiek aan de orde in enkele van haar verhalen. Wolkje en de groenhartboom bijvoorbeeld is een sprookjesachtig verhaal met een actuele thematiek: de mensen smijten vuil op straat, dat soms vreselijk stinkt, waardoor de mooie groenhartbomen hun bloei verliezen. Het meisje Cynthia dat vlak bij een groenhartboom woont, wordt door die boom uitgenodigd om samen met haar vriendin en het konijntje Wolkje met Mamabon mee te vliegen naar een krutu van bomen met de bedoeling om het probleem op te lossen.

- DIEREN EN MENSEN
Vooral voor jonge kinderen een herkenbaar thema. Honden spelen hierin een belangrijke rol, zoals in Lafu (VACO: derde druk 2007) van Cynthia Mc Leod. Lafu is een hondje en Sita is zijn bazinnetje. Wat beleeft Lafu allemaal in het gezin en in de buurt? Als het een keer kattenbrokjes heeft gegeten uit de bak van de kat, is het bang een kat te worden! Een leuk boekje voor iets meer gevorderde lezertjes (ongeveer klas 2 en 3), ook om thuis zelf te lezen. En dan is er nu een gloednieuw boekje verschenen, Bruno de zwervershond, debuut van Hetty Amat. Bruno zwerft, komt in het dierenasiel terecht en vindt daar zijn baasje weer. Binnenkort gaan we dit boekje bespreken. Er zijn veel boekjes over honden: Eveline Wielzen schreef Dagboek van een straathond met leuke illustraties van Reinier Asmoredjo en grappig geschreven. Marja Themen, onze redacteur van kinderliteratuur, die zelf veel met dieren bezig is, schreef Overpeinzingen uit een Hondenleven.... Ook in de drie delen over Manga, het paard uit Baboenhol van Susan van Dijk-Leefmans met beeldrijke illustraties van Reginald Kartowirjo, lezen we over het leven van een dier bij mensen, een paard op een boerderij. Hoe zij vriendschap sluit met een schaap, gedekt wordt door een paard van een andere boerderij en een veulen krijgt en hoe er in het derde deel feest voor haar gevierd wordt. Leuk om deze boeken te combineren met een uitstapje naar een boerderij, misschien wel naar Manga zelf!

- DIEREN IN FANTASIEVERHALEN
In veel boeken vinden we sprookjesachtige en/of spannende fantasieverhalen waarin dieren een belangrijke rol spelen. Twee toppers uit de Surinaamse kinderboekenwereld: Seriba in de schelp van Ismene Krishnadath dat gaat over het meisje Lilia, op vakantie in Galibi, dat door haar slimmigheid een groot probleem van een verliefd stel - watermeisje Seriba en sekrepatu Warana - oplost, waardoor ze een gelukkig leven tegemoet gaan... en van Effendi N. Ketwaru Rani en de slangenkoning met schitterende tekeningen van de auteur zelf. Die lieve slangenkoning, die Rani bijstaat in haar moeilijke leven met een heks, blijkt een betoverde jongen te zijn. Happy end!

Al deze boeken (er zijn er nog veel meer!) helpen mee om kinderen meer leesplezier te laten krijgen en vooral, als hun begeleiders ze ertoe aanzetten, om naar aanleiding van verhalen over dieren na te denken over wie ze zelf zijn! Ga met uw kinderen naar de boekwinkel!

zondag 23 juni 2013

Nederlandse boeken voor Suriname: wel of niet? Afdankertjes of leesmateriaal?


I. ‘Wie eegie sanie’ fu píkin

door Els Moor

De Surinaamse literatuur vanuit de eigenheid van cultuur en talen kwam pas goed op gang in de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen ‘Wie Eegie Sanie’werd opgericht in Nederland, met Bruma als centrale figuur en later in Suriname ook met de nog jonge Dobru. Dit was een belangrijke stap op weg naar de zelfstandige republiek Suriname, in verband met ‘eegie sanie’. Dat er tot op de huidige dag nog veel van het kolonialisme is blijven hangen ervaren we maar al  te vaak, vooral ook op het gebied van taal en literatuur.
Bibliotheek Galibi

Een ander duidelijk voorbeeld is dat er nog steeds per boot veel, veel, vaak afgeschreven, Nederlandse kinder- en jeugdboeken  naar Suriname gestuurd worden, die dan in schoolbibliotheken terechtkomen, zelfs in het binnenland  of  voor weinig geld verkocht worden bij boekverkopingen.  Je schaamt je toch, als je zo’n boek opent en meteen een stempel ziet met in vette letters: ‘Afgeschreven’ ! Dat is neokolonialisme ten top: je afgeschreven boeken naar ‘die negertjes’ in je ex-kolonie sturen. En dat, terwijl er gelukkig in Suriname momenteel veel gebeurt aan de ontwikkeling van een eigen kinder- en jeugdliteratuur!

De taalsituatie in Suriname is enerzijds van een grote rijkdom die de culturele ‘eenheid in verscheidenheid ’uitstraalt, maar  is anderzijds  problematisch voor veel kinderen en jongeren van wie de officiële taal, het Nederlands, niet de moedertaal  is. In ons land worden binnen bevolkingsgroepen zo’n twintig ‘eegie tongo’ gesproken. Daarboven staat het Nederlands voor het contact in de hele samenleving en vergeet niet het Sranan Tongo als ‘lingua franca’ (algemene contacttaal). Er zijn inheemse en marrontalen die hier ontstaan zijn en talen die ‘meegebracht’ zijn uit de landen waaruit de immigranten kwamen, zoals het Chinees, Sarnami en Javaans en niet te vergeten de ‘eegie’ versie van het Nederlands, het Surinaams Nederlands met eigen klanken, woorden  en zinsconstructies.

Deze veeltaligheid brengt echter ook grote problemen met zich mee. In volksbuurten in de stad, in het district, maar vooral ook in de dorpen in het binnenland spreken kinderen met hun familie meestal hun eigen taal. Veel kinderen moeten leren lezen, schrijven en rekenen in een voor hen vreemde taal. Als je dan leesboeken in de bieb hebt in die ‘vreemde taal’ en bovendien nog over allerlei dingens die jij niet kent, die ver van je bed of je hangmat zijn, dan moet je een geweldige doorzetter zijn en veel hulp krijgen van je leerkrachten om het toch te redden.

Gelukkig dat vele deskundigen, ook in de stad, dit probleem tegenwoordig erkennen en ervoor ijveren om die kinderen meer kansen te geven, het onderwijs kind- en taalvriendelijker te maken! Het belangrijkste uitgangspunt hierbij is: Leer die ‘vreemde taal’ vanuit je eigen leefwereld!’

Surinaamse kinder- en jeugdboeken vormen daarbij een geweldig goed hulpmiddel. Als kinderen die moeite hebben met de schooltaal  eenvoudige boeken in handen krijgen met herkenbare verhalen vanuit de eigen wereld, met veel duidelijke, ondersteunende illustraties die bovendien spannend en leuk zijn, dan gaan ze lezen leuk vinden en ze leren ‘spelenderwijs’ die moeilijke schooltaal, bovendien op een manier zoals die in het eigen land gesproken en geschreven wordt, Surinaams Nederlands dus. En wat belangrijk is: die boeken zijn niet gebonden aan leeftijd, maar aan de ontwikkeling van de taal bij het kind. Die boeken moeten echter wel aanwezig zijn in de school, niet alleen maar ‘afgeschreven’ Hollandse boeken.

Overigens is het echt niet zo dat goede Nederlandse en andere, vertaalde,  boeken uit de wereld-jeugdliteratuur hier niet moeten komen. Integendeel. Er zijn prachtige Nederlandse boeken voor de jeugd, evenals vertaalde ‘klassiekers’. Denk aan Alleen op de wereld van Hector Malot. De kinderen die die boeken lezen en herlezen hebben vaak het Nederlands als hun moedertaal  of  beheersen de taal goed doordat ze een universele opvoeding krijgen. Zulke kinderen zijn er veel in Suriname, met name in de stad en omgeving.. De andere kinderen kunnen daarnaartoe groeien doordat er op school en elders veel gedaan wordt aan de ontwikkeling van hun taal- en leesniveau.
Daar wordt hard aan gewerkt tegenwoordig, een prachtige ontwikkeling. Veel leerkrachten uit de stad, het district en het binnenland hebben trainingen gekregen om de vaardigheden en mentaliteit te ontwikkelen om kindvriendelijk, kindgericht en dus speels en creatief te werken aan de taalontwikkeling van hun leerlingen. Ook medewerkers van bibliotheken en andere plaatsen ( na-schoolse opvang bijvoorbeeld).

Zo iemand is Sandra Purperhart die een bieb heeft op Abra Broki, een volkswijk in de stad. Daar komen ’s middags veel kinderen die het Nederlands moeilijk vinden, maar houden van de leuke, eenvoudige Surinaamse kinderboeken met duidelijke illustraties. Sandra maakt zelfs mét de kinderen musicals over verhalen. Die worden opgevoerd tijdens Kinderboekenfestivals,  niet alleen in de stad. Dit jaar werkte ze al met de kinderen van Atjoni en van Commewijne en de resultaten waren leuke, muzikale en herkenbare musicals.

Het Kinderboekenfestival in Paramaribo wordt al dertien  jaar gehouden, jaarlijks  in stad, district en binnenland.  Er zijn daar veel activiteiten voor kinderen, van kleuters tot en met tieners, die op een vaak creatieve manier te maken hebben met lezen. Gelukkig meestal van Surinaamse boeken! In veel stands is ook communicatie een belangrijk doel. Voor de kinderen is het echt een fijn uitstapje om erheen te gaan en zij en hun leerkrachten maken altijd weer kennis met nieuwe Surinaamse kinderboeken. Dat er tegenwoordig zoveel uitkomen, is ook voor een groot deel te danken aan de Stichting Projekten, PCOS. Zelf geven ze er jaarlijks een aantal uit en ze stimuleren schrijvers die dat willen. PCOS heeft ook trainingen georganiseerd, vooral in het binnenland, ‘Change for children’, die tot doel hadden de kindvriendelijke aanpak vanuit de eigen leefwereld te stimuleren. Ze hebben ook boeken  erover uitgegeven, met veel praktische informatie, zoals Lees je wijs!, over leesbevordering van Surinaamse kinderboeken, met veel creatieve, beeldende werkvormen en drie boekjes over de resultaten van de aanpak binnen het project ‘Change for children’, helemaal in Kwamalasamutu, waar de kinderen Trio spreken. Jammer dat het te ver is om te gaan kijken in die school. Dan zou je veel tekeningen zien hangen die de verhalen uit Surinaamse kinderboeken uitbeelden.

Heel eenvoudige boeken zijn meestal favoriet. De Amaisa-serie, uitgegeven door PCOS, over de dagelijkse beslommeringen van een meisje uit het binnenland , met weinig en eenvoudige taal en levendige illustraties is nog altijd een favoriet in de stand ‘Lees je wijs’op KBF. Zelfs bij zesdeklassers. Nogmaals: het gaat dus niet om de leeftijd, maar om het leesniveau. Wat Wagina, de groep van schrijfsters uit Wageningen, doet is ook bewonderenswaardig. Heel veel eenvoudige boekjes, allemaal hetzelfde formaat, hebben ze uitgegeven. Het zijn series van belevenissen uit het dagelijks leven, over dieren, over de jongen Moi-Boi en met een verdere blik een serie over andere districten en over ‘special kids’, kinderen met een probleem of een beperking. Steeds een stapje verder dus! Op het laatste KBF was Laat me niet alleen van Indra Hu, een boek met veel en vaak ook best moeilijke tekst over hiv en aids een van de populairste boeken bij vijfde en zesde klassers. ‘Waarom kiezen jullie dat? was de vraag. ‘Omdat er ook een film van is die we gezien hebben’, was het antwoord. Je ziet maar weer: je moet de inhoud ook kunnen zien!
Illustratie van Ginoh Soerodimedjo voor Okorié en Agambé

Een heel populair boek, niet alleen in het binnenland is ook Okorié en Agambé van Sherida Sabajo. Het gaat over twee jongens in het binnenland uit twee verschillende dorpen aan een rivier, een ingi-dorp en een marrondorp. Ze raken allebei verdwaald in het bos en komen elkaar daar tegen. Een ‘telefoonboom’ is hun redding: je slaat op de wortels en het klinkt wijd en zijd. Dan worden ze gevonden. Een spannend verhaal in eenvoudige taal, met grote letters, herkenbaar voor kinderen in het binnenland, maar leerzaam en spannend op het gebied van leven in het binnenland voor kinderen uit stad en district. Overal houden ze van het boek, ook vanwege de mooie, duidelijke tekeningen van Ginoh Soerodimedjo.

Eenvoud is het kenmerk van het ware. Dat is altijd zo bij ‘eegie sanie’. Belangrijk is het dus dat Surinaamse kinderboeken op  onze scholen komen, in veelvoud, vooral op lagere scholen, maar ook moeilijker boeken op de muloscholen. De puber groeit dan van zijn eigen wereld naar een vreemde (buitenlandse boeken) en zo moet het ook gaan in het leven: je verruimt je blik naarmate je ouder en wijzer wordt.

Er komt veel hulp van Surinaamse maatschappijen en organisaties, maar het is nooit genoeg. Laten die Nederlandse organisaties en particulieren geen ‘afgeschreven’ kinderboeken meer sturen, maar geld om meer Surinaamse kinderboeken te drukken en vooral ook te herdrukken!  Dat is ontwikkelingshulp! ‘Eegie sanie’ondersteunen!

[uit de Ware Tijd Literair, 25 mei 2013]

  
II. Reactie op ‘“Wie Eegie Sanie” fu pikin’ in ‘dWTL’ van 25/5/2013

door Suzanne Dekkers

Stichting ‘Unu Pikin’ is een sociale werkplaats in Paramaribo waar schoolmeubilair wordt gemaakt door mensen met een beperking. Dankzij donaties kunnen we regelmatig de inrichting van een schoolbibliotheek produceren en aan een school weggeven. Naast het meubilair verstrekken we ook een groot aantal ‘Hollandse’ boeken, zoals lees-, prenten- en ontwikkelingsboeken, soms nieuw, meestal gebruikt. Maar ook scholen die eerder een bieb van ons hebben gehad, of anders een bibliotheek hebben gerealiseerd, zijn welkom om hun collectie aan te vullen. In de afgelopen 12 maanden zijn 180 scholen en andere instellingen langsgekomen om materialen te halen. Dat geeft aan dat er een grote behoefte bestaat aan deze boeken.

De ideale situatie zou zijn dat elke school een bibliotheek heeft en de school of een overkoepelend orgaan in staat is boeken aan te schaffen. De mediatheekmedewerker kan dan bepalen welke boeken het beste zullen aansluiten bij de schoolpopulatie. Alle leerkrachten stimuleren het leesgedrag van de kinderen door regelmatig voor te lezen. De mediatheekmedewerker zorgt voor interessante lessen, alles om leesplezier en taalvaardigheid van de kinderen te vergroten.
Helaas is de werkelijkheid anders. De scholen hebben dat budget niet, dus zijn ze afhankelijk van anderen. Om weer even terug te gaan naar onze specifieke situatie: deze boeken krijgen wij van bibliotheken uit Nederland, die wegens bezuinigingen sluiten. De boeken zijn van recente datum en zien er heel goed uit. Helaas staat in die boeken vaak met grote letters: afgeschreven, maar daar kan de juf iets aan doen: een sticker er overheen of die pagina verwijderen. De kinderen hoeven niet te weten hoe de school aan die boeken komt, zij hoeven alleen de voordelen te ervaren!

Niet alle boeken zijn geschikt. Bij onze ondersteunende organisatie in Nederland vindt de eerste selectie plaats. De boeken met té Hollandse of Europese onderwerpen worden niet verscheept. Eenmaal in Suriname vindt de tweede selectie plaats, omdat er wegens het grote aantal wel eens een verkeerd boek tussendoor glipt (dat we bij gebrek aan adequate oudpapier-verwerking dan voor een symbolisch bedrag verkopen). Daarna vindt de derde selectie plaats. De mediatheek-juf bepaalt zélf welke boeken zij geschikt vindt voor de kinderen van haar school.

Voor onze specifieke situatie geldt dat we de boeken kunnen opsturen met een minimum aan budget, dankzij samenwerkingsverbanden met andere organisaties. Dit budget is veel te klein om een voldoende aantal boeken van Surinaamse kinderboekenschrijvers te kopen. We zouden dan misschien 4 scholen kunnen helpen, tegen de eerdergenoemde 180.

Klik voor groter formaat

Het is belangrijk dat kinderen al op jonge leeftijd het plezier van lezen ervaren. Scholen moeten hosselen om aan die basisvoorwaarde te voldoen. Het lijkt me goed dat we gezamenlijk proberen een oplossing te zoeken voor deze situatie, ieder vanuit zijn eigen expertise en achtergrond. Laat de Nederlandse organisaties die boeken opsturen! Zij hebben nou eenmaal de kortste lijntjes naar de bibliotheken in Nederland en kunnen zo de hand leggen op prachtige boeken. Zorg wel voor een goede selectie en betrek de Surinaamse scholen daarbij. Laat anderen, bijvoorbeeld een nieuwe werkgroep, de afdeling mediatheekwezen of de kinderboekenschrijvers zelf, zich inzetten om zoveel mogelijk Surinaamse kinderboeken op de scholen te krijgen. Zij kunnen dit doen door steun van de overheid te verwerven, samen te werken met Nederlandse organisaties of zelf aan fondsenwerving te doen, in Suriname, Nederland of elders. Zo kunnen we er samen voor zorgen dat de schoolbibliotheken een gebalanceerde collectie aan boeken hebben, die de kinderen verder op weg zullen helpen in hun ontwikkeling. Laten we niet met de vinger naar elkaar wijzen, maar samen een vuist maken!

[ Susanne Dekkers, namens bestuur van ‘Unu Pikin’]


...buiten de leefwereld van de Surinaamse jeugd...
III. De Ware Tijd Literair reageert

Wij vinden het geweldig als gereageerd wordt op onze artikelen. ‘Unu Pikin’ heeft duidelijk haar standpunt uiteengezet en de lezers van ‘Literair’ kunnen hun oordeel vormen over de kwestie: wat doen we met de ‘Hollandse’ kinderboeken die in groten getale naar Suriname komen. Wij hebben ons standpunt uiteengezet dat er op neerkomt dat er niets tegen buitenlandse kinderboeken is, die geschreven zijn in een ander Nederlands dan de boeken hier en vaak over zaken gaan die buiten de leefwereld van onze jeugd liggen. Maar het gaat erom dat kinderen boeken te lezen krijgen die ze aankunnen, wat taal zowel als inhoud betreft. Een ideale ontwikkeling is dat kinderen langzaamaan hun blik verbreden: van de eigen leefwereld naar de grote wereld, en boeken kunnen, evenals films, daar een belangrijke rol bij spelen. Dan krijg je als kind plezier in lezen en houd je dat ook: van eenvoudig en herkenbaar naar vreemd en boeiend! Alles wat je leest, moet je kunnen begrijpen. En we behoren altijd te beseffen dat de meerderheid der Surinaamse kinderen uit een totaal andere thuissituatie komt met minder ontwikkelde, anderstalige ouders, weinig of helemaal geen Nederlands gesproken programma’s op/in de media, weinig tot geen toegang tot clubs, en dergelijke. De dit schooljaar begonnen ‘Naschoolse Opvang’ kan die leemte wel gedeeltelijk opvullen, maar mist daarvoor eigen tools. Fijn is dat er veel Surinaamse kinderboeken zijn, voor verschillende leesniveaus, met zonodig duidelijke illustraties. En er komen steeds nieuwe bij!

[- Red. de Ware Tijd Literair] 

vrijdag 14 juni 2013

Van welk boek houd je het meest?


door Els Moor

Op het Kinderboekenfestival lagen in de stand ‘Lees je wijs!’ bijna alle ooit verschenen Surinaamse kinder- en jeugdboeken. Netjes recht en in alfabetische volgorde van de namen der schrijvers of schrijversgroepen, zoals Wagina uit Wageningen. Niet volgens leeftijdsgroepen dus. In Suriname zijn boeken niet voor bepaalde leeftijdsgroepen, maar ze worden gelezen naar leesniveau. Het boek dat je aan kunt op grond van het niveau waarop je de schooltaal kunt lezen, dat kies je om te lezen of door te bladeren.

Vanaf de beginjaren van Gerrit Barrons schrijverschap (begin zeventiger jaren) tot de nieuwste uitgaven die op dit Kbf werden gepresenteerd, lagen de boeken op tafels in de stand.

’s Morgens kwamen er veel klassen, van de vierde tot en met de zesde, veel vierde en vijfde en slechts enkele zesde klassen. Leerlingen zo tussen de negen en veertien jaar. Na een inleiding met ’n grappig versje of een mop maakten de leerlingen kennis met een boek uit de Surinaamse kinderliteratuur waarin het thema ‘welzijn’ duidelijk aanwezig is. Middels dit verhaal gingen ze het thema begrijpen. Als je je welzijn door problemen verloren hebt, heb je hulp en adviezen nodig van iemand die met je meeleeft en goed nadenkt hoe je te kunnen helpen. Maar degene die geholpen wordt moet openstaan voor de bevrijding of redding en vooral durf hebben. Na deze activiteit met veel werkvormen die de thematiek zichtbaar maken, waren er nog zo’n zeven tot tien minuten over. Dan mochten de kinderen de uitgestalde boeken bekijken en als ze er een vonden dat ze het mooiste, spannendste of leukste vonden, mochten ze met een stift op een flap de titel schrijven. Kinderen met leeservaring kozen meestal een boek dat ze al gelezen hadden en erg goed vinden, anderen kozen boekjes die ze voor het eerst zagen en die  hen aanspraken. Zo kreeg bijvoorbeeld een boekje van Soecy Gummels dat op woensdagavond gepresenteerd was, op donderdag al stemmen!
 
Soecy Gummels
In die vijf ochtenden, van maandag tot en met vrijdag, hebben driehonderdzestig kinderen de titel van hun favoriete boek opgeschreven. Als de flap vol was, werd die opgehangen in de stand, voor iedereen zichtbaar. Op alle flappen samen staan honderdvier verschillende titels. Sommige boeken zijn vaak gekozen, andere veel minder en veel maar één keer. Meer dan de helft van de uitgestalde boeken is helemaal niet gekozen. De nieuwste blijken de populairste en dat is een goede ontwikkeling.

De keuzes hebben we geordend naar enkele boeken en naar series, zoals de Amaisa-serie, uitgegeven door het PCOS zelf en de MoiBoi-serie van schrijversgroep Wagina uit Wageningen. De Amaisa-serie over het leven van een meisje in een dorp uit het binnenland heeft achtendertig stemmen gekregen. Voor de zoveelste keer is de Amaisa-serie de grote winnaar. De inhoud van de boekjes is zeer eenvoudig qua taal en beeldend qua inhoud. Dat laatste komt ook door de tekeningen van Rodney Vrede jr. Die tekeningen verbeelden wat er geschreven staat in grote letters op de pagina ernaast. Met deze leuke, eenvoudige boekjes leer je de moeilijke schooltaal als die niet je moedertaal is. En dat is kennelijk in Paramaribo en omstreken ook het geval voor veel kinderen. Amaisa werd in iedere klas wel een of meer keren gekozen. Ook kinderen die de schooltaal wel redelijk beheersen, maar nog geen of weinig leeservaring hebben, kiezen vaak voor Amaisa. Een mooi begin, toch. Als je daarna meer wilt lezen, ga je steeds moeilijker boeken kiezen. Dus meesters en juffen van scholen en bibliotheken, zeg er niets negatiefs over als kinderen in uw klas heel eenvoudige boeken kiezen om te lezen. Door steeds meer te lezen verhogen ze hun niveau en als ze er plezier in hebben, komen ze bij moeilijker boeken met veel tekst terecht!

Voor de MoiBoi-serie van schrijversgroep Wagina geldt ongeveer hetzelfde. In deze boekjes staat een jongen centraal en ieder deeltje geeft met eenvoudige tekst en duidelijke tekeningen van Trimo Kangen iets weer uit zijn leven. Ook de vele andere boekjes van Wagina hebben samen veel stemmen gekregen. De meeste, dertien, heeft Anja uit de serie over ‘special kids’, kinderen met een beperking of een probleem. Anja haar ouders zijn gescheiden en ze heeft een tweede vader, de vriend van haar moeder, die bij hen woont en die heel lief is. Maar hoe moet ze hem noemen? Haar eigen, echte vader ziet ze nog regelmatig. Hij blijft haar vader. Door in woordenboeken te zoeken vindt Anja een oplossing. Dat dit boekje zo vaak werd gekozen toont aan dat het kennelijk een herkenbaar probleem is.


Indra Hu

Niet alleen makkelijke boekjes met weinig tekst en veel illustraties zijn gekozen. Ook moeilijker boeken vol tekst en met weinig illustraties, in klas zes maar ook in vier en vijf. Door de ‘echte’ lezers dus. Laat me niet alleen van Indra Hu, waar ook een film over is, kreeg vijftien stemmen. Het spannende en avontuurlijke boek Draken en Heksendrank van Marja Themen-Sliggers kreeg er twaalf en echt niet alleen van kinderen op scholen met veel goede lezers, zoals bijvoorbeeld de Nassy Brouwer School.

Veel stemmen kregen ook fictie- en non-fictieboeken over de Surinaamse natuur. Het Wereld Natuur Fonds heeft er samen met Surinaamse schrijvers en tekenaars enkele uitgegeven, zoals Mijn bizondere bossen en De Groene Familie gaat naar Boven Suriname. Het laatste boekje heeft zelfs veertien stemmen. Kinderen vinden het heel fijn om via boeken kennis te maken met ons binnenland! Ook zijn er boeken in het Engels en Nederlands over schildpadden en er was op het festival een stand, gewijd aan al deze ‘natuurboeken’. Ook het boek over Natuurclub Activiteiten is gewild, vooral door de creativiteit van de activiteiten. Zowel leerkrachten als leerlingen kunnen veel leren als ze met zo’n boekje bezig zijn.



Door zo’n eenvoudig onderzoekje kom je veel te weten over de voorkeur van kinderen met verschillende leesniveaus. Ze houden van herkenbare boeken, dat is weer duidelijk geworden. Als ze wat meer gevorderde lezers geworden zijn, willen ze graag lezen over hun land, vooral ook het binnenland en over de natuur. Ook maatschappelijke en huiselijke problemen in boeken spreken veel kinderen aan. Die zijn vaak herkenbaar en kunnen zelfs oplossingen suggereren binnen mooie verhalen! ‘Lees je wijs!’ De kinderen worden wijs door boeken te lezen, en de flappen leren ons dat leesbevordering in stapjes plaatsvindt, niet met grote stappen naar moeilijke boeken, maar met kleine stapjes naar dat wat je aankunt!

Ans Lieveld-Steffens, Mirafroiti de miereneter

woensdag 12 juni 2013

Het vijfendertigste Kinderboekenfestival



door Els Moor

5 X 7 = 35! Zeven is ’n geluksgetal. Vijf maal zeven betekent dan veel geluk! En dat is zo: het vijfendertigste Kinderboekenfestival dat van 27 mei tot en met 1 juni gehouden werd in Paramaribo, bracht veel kinderen geluk, welzijn. En ‘welzijn’ is het thema van de afgelopen drie jaren dat nu afgesloten werd.
Kusuwe

Het festival begon in 1999 en dit was het veertiende jaar. Ieder jaar vindt het plaats in twee districten en tot slot in de stad. Er is veel ervaring opgedaan door de vaste medewerkers.
Het vijfendertigste festival omvatte subthema’s. Donderdag was de Carifesta-dag met aandacht voor Caraïbische cultuur, kunst en kookkunst. Kunstenaars/schrijvers uit verschillende landen/eilanden waren daarbij aanwezig (in augustus is Suriname gastland van Carifesta!). Vrijdag bracht iets nieuws: ‘Dag van de financiële educatie’. Met een workshop voor kinderen door ‘Aflatoun’: een wereldwijde organisatie die kinderen wil inspireren zich sociaal en economisch te versterken om veranderingen in hun leven te bewerkstelligen én te werken aan een vooral eerlijker wereld. Een nuttig initiatief in deze tijd waarin té vaak eigenbelang en geldzucht centraal staan! Een folder van Aflatoun met het motto ‘Onderzoek, Denk, Ontdek en Doe!’ is verkrijgbaar bij het PCOS.
Zaterdag was de dag van ‘Welzijn’. Bezoekers liepen vrij naar de stands die hun interesse hadden en musicals werden bezorgd door kinderen uit Atjoni, Commewijne en Paramaribo, onder leiding van Sandra Purperhart. Tijdens de afsluiting werd het nieuwe thema voor de komende jaren door Yvonne Caprino bekend gemaakt: ‘Groei’. Een thema dat aansluit bij ‘Welzijn’.

Foto © Peter de Rijk

Gesprekken
Een heer komt in onze stand. We vragen hem wat hij vindt van dit festival. ‘Heel goed’, antwoordt hij. Waarom hij dat vindt: ‘De kinderen ontdekken de wereld.’ Dit antwoord inspireert ons om rond te lopen en meer mensen vragen te stellen over hun werk op het Kbf in verband met het thema. 

Onderweg naar Yvonne Caprino, hoofd van de leiding van PCOS, vragen we een jongen wat hij van het boekenfestival vindt. ‘Leerrijk en leuk!’ roept hij en zijn armen gaan omhoog.
Over thema’s zegt Yvonne: ‘We proberen ervoor te zorgen dat de thema’s niet verloren gaan. Eerst hadden we “Milieu”, daarna “Communicatie” en nu “Welzijn”. Het is een continue verbreding, een groei. “Groei” wordt dan ook het volgende thema. Groei op het gebied van educatie zien we vooral bij kinderen die van peuter tot tiener elk jaar weer gekomen zijn naar ons festival. Vorming, groei in ontwikkeling op een prettige manier, dat willen we. We leggen een accent op leesplezier. Op een gegeven moment grijpt een kind zelf naar een boek en wordt een lezer. Dat is “Vorming”.’
Ans Engel


Ans Engel werkt samen met het Wereld Natuur Fonds. De aantrekkelijke kinderboeken, uitgegeven in het Nederlands of Engels én Nederlands, staan centraal. A Turtle. De Droom van een Zeeschildpad en Het activiteitenboek van de zeeschildpad hebben grote belangstelling van de kinderen. ‘We zijn samen met hen bezig tegen de vervuiling van water, vooral door plastic, waar de dieren niet tegen kunnen en uiteraard ook tegen het stelen van de eieren, waardoor de soort dreigt uit te sterven. De kinderen zijn betrokken. “Overleven” is het thema dat samenhangt met “Welzijn”.’ In de stand zijn kinderen bezig met activiteiten in verband met het thema. Ze maken zelfs schildpadden!
Marja Themen-Sliggers

Marja Themen-Sliggers van onze kinder- en jeugdredactie en schrijfster, onder andere van de nieuwe verhalenbundel Elf, zegt: ‘Onderwijs en Volksontwikkeling moeten ervoor zorgen dat er aan “Welzijn” gewerkt wordt. Dit door ervoor te zorgen dat schoolkinderen en gehandicapten in tehuizen en vormingsinstituten welzijn voelen, maar ook zelf door activiteiten aan hun welzijn kunnen werken. Een jongere die niet kan lopen, kan in zijn wagen door een andere jongere rondgereden worden, zodat hij ook wat ziet. Surinaamse liedjes draaien en samen zingen met kinderen die niet kunnen lezen en schrijven, en veel vertellen op eenvoudige wijze. Dat brengt ontwikkeling naar “Welzijn”. Alle kinderen, ook die met een beperking, hebben recht op “Welzijn”.’
Ed Hogenboom

Ed Hogenboom van VACO die ook een stand heeft waar boeken te koop zijn, vindt het Kinderboekenfestival ‘ontzettend nuttig’ omdat het kinderen laat zien hoeveel boeken er zijn waar ze naar hartenlust in kunnen bladeren. Ze zien van alles wat ze nog nooit gezien hebben. Wat je nog niet wist, vind je in boeken. Het thema ‘Welzijn’ vindt hij belangrijk. De kinderen verbreden hun gezichtsveld en dat zorgt voor ‘welzijnsverbreding’.

Els Jap A Joe heeft een stand over ‘geheimschrift’. De kinderen lossen geheimen op. Ze gaan daardoor begrijpen dat ze eigenlijk met van alles iets kunnen doen. Els houdt rekening met niveauverschillen. Sommigen lossen een eenvoudig geheimschrift op en als dat nodig is worden ze geholpen. Anderen kunnen zelf al een ‘geheimschrift’ maken. Met het thema ‘Welzijn’ is zij het helemaal eens.

Ook Indra Hu komt aan het woord. In haar stand laat ze kinderen knutselen aan de hand van verhalen in haar boeken. Haar trapje is: Lezen ..& Leren..& Doen! Er zijn zelfs kinderen die samen of alleen een eigen boekje maken. Haar Zigzagboekje met plaatjes voor heel jonge kinderen is dan het voorbeeld. Over ‘Welzijn’: ‘De kinderen leren zich uiten op een eigen manier en hebben er plezier in.’

Marcel Leune, vaste medewerker van PCOS, begeleidt kinderen die in een ruimte vol computers er op mogen werken. Hij had gehoopt dat de kinderen gingen zoeken naar onderwerpen die betrekking hebben op hun schoolvakken. Maar nee... ze gaan niet op zoek naar wetenswaardigheden... ze doen ‘games’. Ze spelen. ‘Maar ze hebben het naar hun zin, “Welzijn” dus’, zegt hij laconiek.
Hilde Neus

Hilde Neus is de auteur van de bewerking voor de jeugd van De Toover-lantaarn van Mr. Furet uit 1840 van W.E.H. Winkels. Met schitterende illustraties van de schrijver. Het is een verhaal over een blankofficier op een slavenplantage. Het boek is er een van drie die in één band uitgegeven zijn door het Surinaams Museum. Het museum heeft ook een stand met aan de wanden heel grote mooie illustraties uit de boeken. Waarom staan ze hier? Hilde antwoordt dat er veel behoefte is aan mooie boeken die het geschiedenisonderwijs op de basisscholen ondersteunen. Het boek met de bewerking voor de jeugd wordt dan ook apart verkocht. Ze is blij dat net nu het boek uit is, er een Kinderboekenfestival is, waardoor het boek bekendheid krijgt. In het boek komt het tegenovergestelde van welzijn tot uiting: de blankofficier uit Holland die weinig geld krijgt van zijn meester, slecht behandeld en gediscrimineerd wordt. Hij is menselijk met de slaven en enkelen van hen waarderen hem. Maar hij sterft in eenzaamheid. Je ziet hier wat er gebeurt als je géén welzijn hebt!
Christine Feenstra

Christine Feenstra, medewerkster van PCOS, is de schrijfster van de eerste vijf Amaisa-boekjes. Die kwamen eigenlijk uit in het kader van een taalproject voor moeders met jonge kindjes in negen dorpen aan de Boven-Suriname. Maar de boekjes bleken ook elders een enorm succes. Ze voldoen aan de behoefte van veel kinderen om te lezen over een herkenbare belevingswereld, met duidelijke tekeningen erbij. ‘Welzijn’? Christine: ‘Welzijn zit in zoveel aspecten van het leven. Taalgevoeligheid speelt een grote rol hierbij. Kunnen zeggen wat je wilt uiten! De boekjes helpen kinderen om het moeilijke Nederlands met plezier te leren en niet bang te zijn ervoor!

Soecy Gummels heeft altijd leiding gegeven aan de vrouwen van de schrijversgroep Wagina uit Wageningen. Vijfenveertig boekjes zijn er al verschenen sinds 2006. Het doel: betaalbare boekjes maken uit de eigen leefwereld. ‘Samenwerking is essentieel bij zo’n project’, zegt Soecy. Niet met elkaar concurreren, maar elkaar aanvullen! Elkaar feedback geven! Ze zijn erin geslaagd, de dames uit Wageningen en wij kunnen adviseren dat er in dorpen in districten en in het binneland schrijversgroepjes ontstaan die samenwerken met het ‘Welzijn’ van de kinderen voor ogen. We willen ze altijd, indien nodig, helpen.

Gerrit Barron - dit jaar is hij veertig jaar schrijver. In de zeventiger jaren sloot hij aan bij het streven om ‘eigi sani’ uit te dragen. Binnenkort maken we een pagina over zijn werk. Hij ziet ook dat momenteel kinderliteratuur groeit in Suriname en steeds belangrijker wordt. ‘Suriname leert’, zegt hij lachend. ‘Het gaat om een “eigen literatuur”, net als in Latijns-Amerikaanse landen.’ Kinderen houden van zijn boeken. Ze hebben verschillende niveaus. Barron kijkt ook naar de nabije toekomst. Hoe gaat het verder? De wereld en ook de literatuur wordt gedigitaliseerd. Suriname moet daar ook mee bezig zijn. Welzijn? Barron kijkt naar het land: ‘Zolang er armoede is, hebben we geen welzijn. Vanuit ons eigen “zijn” moeten we het ontdekken.’ Wat het Kbf betreft vraagt hij zich af: ‘Is het nu een Kinderboekenfestival of een Kinderfestival? Lang niet alle stands werken met boeken. Er moet een evaluatie komen!
Els Moor

Ook de Ware Tijd heeft een stand. Daar leren kinderen wat een krant is en doet. Ze doen veel kennis op, zien bijvoorbeeld ook hoe belangrijk advertenties zijn. Die zorgen ervoor dat de krant financieel blijft bestaan en goedkoop verkocht kan worden. De kinderen interviewen in groepjes met een medewerker van de krant mensen over belangrijke zaken in de samenleving. Wateroverlast bijvoorbeeld! Ook mogen ze in groepjes een krantje maken. ‘Als kinderen gevoed worden met kennis, dan werk je aan hun “Welzijn”’, zegt een van de ‘dWT’-medewerkers.

Dat is een mooi slot voor dit artikel waarmee we PCOS, al 13 jaar organisator en uitvoerder van het Kinderboekenfestival, willen complimenteren met hun inzet, hun creativiteit en doorzettingsvermogen. Vechten om tot ‘Welzijn’ te komen voor het festival en de ‘groei’ te bevorderen! Grantangi!

zondag 17 februari 2013

Indra Hu over Arya Dewaker-scholen

Mandir (tempel) van de Arya Dewaker (Hindi वही आर्य देवकर) in Paramaribo.
 Foto © Luc V. de Zeeuw


Indra Hu presenteert haar nieuwe boek De geschiedenis van de Arya Dewaker-scholen: een oriëntatie op hun functioneren binnen het Surinaams onderwijs. Hierbij zal de minister van Onderwijs aanwezig zijn. Ook wordt een documentaire vertoond. De presentatie is op donderdag 21 februari om 11.00 in het Arya Dewakergebouw aan de Johan Adolf Pengelstraat  210. Gelieve uw aanwezigheid te bevestigen op de telefoonnummers 402135 / 402132 / 402139 of email: stg.scholengemeenschap.aryadewaker@gmail.com. U bent van harte welkom.

Jermay Rampersad en Geetandjeli Sewdajal, best geslaagde leerlingen 2012 van de muloscholen van Arya Dewaker. 
Foto © Raoul Lith

woensdag 16 januari 2013

Laat mij niet alleen van Indra Hu

door Els Moor

In handen van de jongeren ligt de toekomst van dit land [bedoeld is: Suriname - red dWTL]. Als ze begrip hebben ontwikkeld, kritisch bewustzijn en openheid van geest kan dat tot positieve veranderingen leiden. Boeken kunnen daartoe bijdragen en dat doet zeker dit boek van Indra Hu over een gevoelig onderwerp in onze samenleving, aids en hiv. In Laat me niet alleen, een boek voor kinderen en jongeren vanaf  een jaar of tien, wordt dit moeilijke onderwerp in een herkenbaar en leuk verhaal volkomen begrijpelijk gemaakt voor de jeugd. Het verhaal speelt in een vijfde klas van een basischool waarin een jongen, Wikash, die hiv-positief is, gepest en gediscrimineerd wordt. De verstandige juf legt alles haarfijn uit, waardoor hij geaccepteerd wordt in zijn groep. Het is perfecte voorlichting binnen een mooi en leuk verhaal waarin de kinderen van de klas met humor  beschreven zijn. Er zijn nog veel meer onderwerpen, zoals zelfdoding, verkrachting, tienerzwangerschap, die moeilijk liggen binnen de samenleving, maar waar de jeugd wel alles van moet weten en begrijpen om te voorkomen dat het gebeurt of te weten hoe te handelen als het je overkomt. Binnen een goed boek is voorlichting niet saai!  

zaterdag 8 december 2012

Laat me niet alleen verfilmd

Indra Hu timmert al een aantal jaren niet onverdienstelijk aan de weg als kinderboekenschrijfster. Met Laat me niet alleen heeft ze een interessant boek toegevoegd aan haar oeuvre. Wikash zit in de vijfde klas en is hiv-positief. Hij verhuist naar een nieuwe school omdat hij op de oude school werd gepest. Op de nieuwe school wordt hij goed opgevangen door de juf die omstandig op het niveau van de kinderen uitlegt wat hiv-positief betekent en welke gevolgen het heeft. De kinderen begrijpen dat ze veilig met Wikash kunnen spelen en vooral ook dat Wikash hen nodig heeft als vriend. Het boek is keurig verzorgd en heeft duidelijke tekeningen van Tapasia Daryanani. Van het verhaal is een kort filmpje gemaakt dat regelmatig op de Surinaamse televisie wordt vertoond.

[Mededeling van Schrijversgroep '77]

Foto © Jeffry Surianto

zaterdag 11 augustus 2012

Tekenwedstrijd over Laat me niet alleen

door Els Moor

Indra Hu, de auteur van Laat me niet alleen, en José Kamps, schrijfster, beeldend kunstenares en oud-tekenlerares, waren de jury van de tekenwedstrijd van klas 6 van de O.S. Kwamalasamutu. Er waren in deze school in het uiterste zuiden van Suriname, activiteiten rondom het voor tieners zo boeiende boek over de vijfdeklasser Wikash, die besmet is met het hiv-virus. Het boek is voorgelezen, ze hebben tweemaal de film over het boek gezien en er is uitgebreid gediscussieerd over het verschil tussen ‘virus’ en ‘ziekte’, en hoe je je kunt beschermen tegen deze ellende. Het slot van het project was een tekenwedstrijd.



Na de zenuwslopende toetsdagen gingen de creatieve leerlingen aan de slag en ‘Blue Wing’ bracht later hun knappe tekeningen naar de stad. Indra Hu en José Kamps begonnen hun werk en kozen de drie beste tekeningen uit. De beste, die de eerste prijs kreeg - het boek van Indra Hu en een geldbedrag - is van Hedwig Shonshonso. De jury geeft aan dat hij de sfeer van het boek treffend heeft weergegeven. Hij is ook in staat om alles duidelijk te laten zien wat er in de klas is, de meubels, maar vooral de kinderen die in heel verschillende houdingen staan en zitten. Juf leunt losjes tegen haar bureau, terwijl ze interactief bezig is met haar leerlingen. Het geheel heeft een levendige sfeer, die het verhaal goed weergeeft. Het is een heldere tekening: je ziet het geheel, maar je kunt ook genieten van de details. Nogmaals: alle tekeningen zijn goed en geven op een of andere manier de sfeer van het verhaal weer, maar die van Hedwig Shonshonso blinkt uit!

donderdag 7 juni 2012

Nieuwe Surinaamse kinderboeken

door de kinderredactie van de Ware Tijd Literair

Wat een geweldige happening was het weer, het Surinaamse Kinderboekenfestival (Kbf)! De kinderen van de kinderredactie, ze zijn er allemaal met school geweest, met hun klas, maar daarnaast nog twee, drie, vier keer in de middag ook, met mamma, met pappa, met opa’s en oma’s. Wat een veelheid aan boeken, wat een verscheidenheid aan stands! En het zijn echt niet alleen de kinderen die niet uitgekeken en uitgepraat raken!

Nu is het weer voorbij en we hebben besloten dat we zoveel als mogelijk de nieuwe boeken die op het Kbf zijn gepresenteerd, direct recenseren. Dat betekent wel dat de kinderen van de kinderredactie niet met alle recensies mee kunnen doen. Ze moeten in de eerste plaats gewoon aan school denken en er is ook nog de jongerenbeurs en dan nog alle andere activiteiten die kinderen tegenwoordig hebben. Maar gelukkig is er internet en telefoon. De kinderredactie is al zo geroutineerd dat we in sommige gevallen met telefonische interviewtjes kunnen werken of met ge-e-mailde vragen en antwoorden. Het boekje Laat mij niet alleen wordt heel kort gerecenseerd, maar is nog niet samen met de kinderen besproken, omdat dit onderwerp niet ten onder mag gaan aan tijdgebrek en haast. Daarvoor is het te belangrijk. Van de aangeboden boeken worden er hier zes besproken. Van Miss Alida door Mariëlla Bekker hebben we helaas geen presentexemplaar gekregen en het bundeltje korte verhalen van Orlando Emanuels, Het kan je gebeuren is meer voor volwassen lezers dan voor jongeren of kinderen. Dat bespreken we in een volgende aflevering.


Laat mij niet alleen
Indra Hu (rechts) tijdens haar verkiezing
 tot kinderboekenschrijfster van het jaar

Laat mij niet alleen van Indra Hu is het verhaal van een vijfde klas van een basisschool, waar een nieuwe jongen komt die hiv-besmet is. Niet een vrolijk onderwerp en aan het omslag is al te zien dat het geen erg vrolijk boekje is. De kleuren zijn stemmig, natuurlijk wel met onze groengeruite uniformbloesjes. Het geel van de achtergrond is niet zonnig geel, maar een gedekte tint die naar beige zweemt, en het gezicht van Wikash is strak, dat is mooi gedaan. Dit boekje is jammer genoeg een beetje slordig ingebonden. Binnenin zijn drie gekleurde illustraties opgenomen, telkens met een zin uit de tekst als ondertiteling en verwijzing naar de bladzijde waar de die zin staat. De letters zijn groot, dat is voor jonge lezertjes prettig, maar het had volgens mij hier niet gehoeven, want het onderwerp leent zich meer voor grotere kinderen. De zinsbouw is vaak niet eenvoudig, niet gericht op jonge kinderen, terwijl de moeilijke woorden zorgvuldig worden ‘gebroken’ zoals de juf in het boekje het noemt. Het verhaal speelt zich af binnen het tijdsbestek van een schooldag. Wikash, de hoofdpersoon, krijgt ruzie met een klasgenoot en juf moet ingrijpen. De ruzie gaat over de dingen die van Wikash gezegd worden, dat hij aids heeft en dat de kinderen niet met hem om moeten gaan. Juf gaat met toestemming van het schoolhoofd het gesprek met de klas aan. Van tevoren heeft ze gezorgd dat ze heel goed geïnformeerd is over hiv en aids. Het voorlichtingselement vind ik het belangrijkst in dit boekje. De informatie over hiv en aids is duidelijk en uitgebreid, ook het aspect seks in relatie tot hiv en aids komt aan de orde. Zoals gezegd, met moeilijke woorden, die worden uitgelegd. Helemaal voorin geeft de schrijfster in een dankwoord aan dat drie artsen haar hebben bijgestaan met medisch advies. Indra Hu heeft die informatie bereikbaar gemaakt voor de kinderen van de lagere school. Bovendien prettig en herkenbaar, want in de klas van Wikash zitten duidelijke karakters, die je gelukkig ook laten lachen.
Wikash wordt gediscrimineerd en gestigmatiseerd vanwege onbekendheid met het onderwerp. Na uitgebreide voorlichting, heel professioneel gedaan door juf Lucy in samenspraak met een klasgenootje van Wikash, wordt hij wel geaccepteerd. Het zal echter niet altijd zo duidelijk zijn wat de reden is dat een kind wordt gepest of buitengesloten. In een gesprek met een paar leerkrachten, die het boekje al gelezen hebben, kwam het pesten naar voren. ‘Maar’, merkte een juf heel wijs op, ‘wij hebben gelukkig al onze eigen manier om met pesten om te gaan. Hier gaat het over hiv, een onderwerp dat voor al onze kinderen van belang is!’ Laten we hopen dat alle scholen het aandurven om dit gevoelige onderwerp op hun agenda te zetten.

[Indra Hu: Laat mij niet alleen, 62 pp., medisch advies: Nanja Braafheid, Ricardo Hu en Kries Matai, illustraties: Tapasia Daryanani, lay-out: Fred Martodikromo. Paramaribo: Artex (druk), mei 2012. ISBN 978-99914-63-05-6]


Het speeltuinfeest
Mooi uitgevoerd, dit boek met harde kaft en kleurige voorplaat. Ook binnenin veel platen. Van de eenentwintig bladzijden in A4-formaat wordt meer dan de helft in beslag genomen door de tekeningen van Albert Roessingh, en je kunt merken dat hij het verhaal goed gelezen heeft. Jaïr viel direct op de voorplaat. De zweefmolen riep leuke herinneringen op aan een buitenlandse vakantie toen hij met zijn vader in een zweefmolen zweefde. De herinneringen van Jaïr brengen ons in de sfeer van dit boek, het dromerige, sprookjesachtige van het verhaal Het speeltuinfeest van Cobi Pengel.
Albert Roessingh - Slapende Melina

In het verhaal dagdroomt het meisje Marisa terwijl ze moet opletten bij de verkoop van het zuurgoed dat haar moeder maakt. Verkoop van zuurgoed is een bijverdienste die nodig is, want Marisa’s moeder staat er alleen voor om het gezin draaiend te houden, terwijl haar vader in Nederland is. Marisa ziet haar vader als haar grote held, die haar redt van alle narigheid die ze tegenkomt. Vooral van twee pesterige neefjes heeft ze last. Zelfs een pak slaag helpt niet bij die twee ellendelingen! Het droommeisje Surisa kan in dit verhaal wensen en verlangens tot werkelijkheid maken en zij organiseert een feest vol verrassingen in de speeltuin. We zullen niet verklappen welke, maar de grootste verrassing blijkt geen droom te zijn, maar werkelijkheid! Een verhaal met vrolijke elementen, waar droom en werkelijkheid door elkaar bestaan. Een roze verhaal, even roze als de jurk die Marisa naar het speeltuinfeest draagt.

[Cobi Pengel: Het speeltuinfeest, illustraties: Albert Roessingh, druk: Leo Victor N.V.. Paramaribo: PCOS, 2012. ISBN 978 99914 56 13 3]



Kwa-aaak hier ben ik
Foto © Charl Danoe

Het verhaal van todo-eksi beschrijft de levenscyclus van een todo, van kikkerdril tot een volwassen kikker. In de inleiding worden de ‘rijke illustraties’ genoemd. Dat is zeker zo, rijke illustraties! Heel mooi, sfeervol en kleurig, met hier en daar humoristische elementen. Een plezier om uit dit boek voor te lezen en voor de kinderen een plezier om mee te kijken en mee te lezen of erover te praten. De illustraties zijn uitgevoerd over beide pagina’s en de korte stukjes tekst staan in de tekeningen, de ene keer op de linker-, de andere keer op de rechterbladzij. De rijmwoorden in de tekst kunnen het voorlezen nog leuker maken. Rijmende woorden helpen de kleine kinderen ook bij het onthouden en volgen van het verhaal. Vervuiling is het thema in het boekje, de gevaarlijke reis die de todo maakt gaat door een vervuilde sloot. Een mooie vondst vind ik: ‘dit was ik, kikkerdril in een wegwerpblik’. Door de illustraties krijgen de kinderen een beeld van de rotzooi die in de sloot gegooid is. Spannend zoals de todo in het blik opgesloten zat, maar gelukkig, als hij eenmaal pootjes heeft kan hij zich afzetten en eruit klimmen. De volwassen kikkers gaan de sloot opruimen en daarna houden ze hun omgeving schoon. Zo hoort dat!

[Mildred Pabst-Tapessur, Marian Mac Nack-van Kats & Karin Lachmising (samenstellers): Kwa-aaak hier ben ik. Het avontuur van todo-eksi, 32 pp., vormgeving/illustraties: Ginoh Soerodimedjo, druk: Quick Offset Print. Paramaribo: Stichting Klimop, 2012. ISBN 978-9914-7-158-7]


Patrick & Bello. Snel weer beter
Patrick & Bello van Carla Rees heeft een ongebruikelijk uiterlijk. Het is uitgevoerd in A4-formaat, landscape gedrukt. De illustraties staan over de gehele linkerpagina en de tekst staat op de linkerhelft van de rechterpagina, met uitzondering van pagina 9, waar naast de tekst ook nog een illustratie is. Het boek heeft een slappe kaft.

Patrick is enig kind, hij heeft geen broertjes of zusjes, hoewel zijn vader hem wel een broertje heeft beloofd. Hij heeft wel een hond, Bello, en ze zijn erg aan elkaar gehecht. Bello hoort er helemaal bij, hij mag zelfs binnen komen. Als Patrick tijdens het spelen zijn been zo erg bezeert dat hij naar het ziekenhuis moet en daar een week blijft, is te merken hoe erg ze elkaar missen.
Tijdens het Kbf werd in de stand ‘Lees je wijs’ met dit boekje gewerkt door de vierde klas van de Nassy Brouwer school. Deze kinderen gaven aan dat ze het boek vooral goed vinden omdat ze houden van boeken die gaan over de vriendschap tussen mensen en dieren. Maar ze hebben er ook dingen uit geleerd, bijvoorbeeld: je moet niet rennen als het geregend heeft. Dan kun je uitglijden en net als Patrick in het ziekenhuis terechtkomen. Hier komt het andere thema van dit boek naar voren: dokters, zusters, ziekenhuizen zijn niet eng. De dokter kan heel aardig zijn en de verpleegsters ook. Maar dat de dokter Patrick een brasa geeft, is dat niet een beetje overdreven? Wat we ons ook afvragen is of  je met een verstuikte voet in het ziekenhuis moet blijven. Zelfs met een gebroken been mag je naar huis als het gezet is. Wat de kinderen mooi vinden is dat Patrick op het einde de hond Bello ziet als een broertje, waar hij zo naar verlangde. Nu heeft hij zijn ‘broertje’! Het is de kinderen kennelijk niet opgevallen, maar de mensen in de tekeningen van dit boek zijn wel erg wit. Van Patrick wordt aan het begin gezegd dat hij een red’-redi boi is, dus à la, en aan zijn moeder zie je duidelijk dat ze een creoolse is. De zusters en die aardige dokter zijn echter wit. Jammer, hoor.

[Carla Rees: Patrick & Bello. Snel weer beter, 29 pp., illustraties: Leo Wong Loi Sing, vormgeving Jessica Polanen, druk: Leo Victor N.V.. Paramaribo: PCOS, 2012. ISBN 978 99914 56 14 0]

[besproken door Marja Themen-Sliggers, Xaviera, Jaïr, Jamar]


Olize de zebrafant
Opgelet kindertjes: dit is een olifant!

De titel zegt het al, Olize de zebrafant is een boekje over een dier uit de fantasiewereld. Als dochter van een olifant en een zebra heeft Olize een dik lijf, een slurf en zebra-achtige zwarte strepen op haar huid. Haar leven is als dat van een kind: als ze de leeftijd heeft, gaat ze naar school en komt met veel verschillende dieren in de klas. Die vinden haar maar gek. Ze wordt gediscrimineerd. Na heel wat dyugudyugu loopt het gelukkig goed af met Olize. De klasgenoten zien hun fout in en organiseren zelfs een prachtig feest voor haar. En op dat feest hebben al die dieren iets van een ander dier. Zo heeft de luiaard vleugels, jaguar een snavel en ga zo maar door. Wat de thematiek betreft lijkt dit verhaal wel op Laat me niet alleen van Indra Hu, waar de kinderen ook ophouden Wikash te discrimineren.

Opgelet kindertjes: dit is een zebrapaard!

Vier stagiaires van Stichting Projekten hebben het verhaal verzonnen, geschreven en de mooie tekeningen gemaakt. Die zijn van Yanka Dietvorst. Ze zijn fantasierijk en passen goed binnen de aantrekkelijke, kleurrijke lay-out van Jessica Polanen. Jammer vinden we het dat Olize een ‘moksi’ is van twee dieren die hier onbekend zijn. In de Zoo geen olifant en geen zebra. Misschien kennen sommige kinderen ze van documentaires over dieren op tv. Hoe het ook zij, zo’n eenvoudig verhaal met tekeningen en een lay-out voor jonge lezers kan het best een voor het kind herkenbare wereld verbeelden met dieren die ze kennen. We hebben hier zoveel dieren in onze rijke natuur! Olize zou ook Jagluia kunnen heten, met Jaguar en Luiaard als ouders...

Opgelet kindertjes, dit is een bofru!


Olize de zebrafant is een prachtig boekje om door te bladeren, maar de inhoud heeft niet de grote kwaliteit van de vormgeving. De thematiek, ‘anders zijn en daarom gediscrimineerd worden’ is heel bekend in onze kinderliteratuur en ook het feest op het eind is geen nieuwtje. Het paard Manga uit de serie van Susan van Dijk-Leefmans krijgt in deel 3 net zo’n soort feestje. En wat vindt u van deze zin over het feest: ‘De leeuw is er, de luiaard, de apen, de giraffen, ook de slang, de muis, de tingi fowru en de luis’? Wie een boek schrijft voor Surinaamse kinderen moet de kinderliteratuur kennen en de achterliggende realiteit, in dit geval de dierenwereld.

[Els Moor]

[Yanka Dietvorst, Anouk Mattheeussen, Charlotte Meyvis, Kris Hendrickx: Olize de zebrafrant, illustraties: Yanka Dietvorst, lay-out: Jessica Polanen, druk: Leo Victor N.V.. Paramaribo: PCOS, mei 2012. ISBN 978 99914 56 11 9]