Posts tonen met het label Levens Alphons. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Levens Alphons. Alle posts tonen

zaterdag 1 maart 2014

Opening Kinderboekenfestival met musical

Kinderboekenfestival 2013
Het Kinderboekenfestival  Paramaribo opent op maandag 3 maart om 17.00u op het KKF Beursterrein. Ingang  Borretstraat. Hoofdattractie van de opening is een kindermusical onder leiding van Sandra Purperhart. In de musical komt o.a. een stuk voor uit het verhaal Carolinda en de heder.  Dit is één van de eerste drie verhalen die kinderboekenschrijfster Ismene Krishnadath publiceerde. Het komt voor in de bundel Flaporen van Amar, die onlangs is herdrukt. Ook de Stichting Projekten heeft het verhaal opgenomen in een verhalenbundel. Het KBF duurt van 3 tot en met 8 maart. In de ochtenduren bezoeken scholen het festival. ‘s Middags is het terrein open voor algemeen publiek van 17.00 – 20.00u.

Alphons Levens in de stand van Schrijversgroep '77

S77 ook aanwezig

Stand  68 is de stand van S77 op het Kinderboekenfestival Paramaribo dat van 1 tot en met 8 maart duurt. In de ochtenduren houden wij schoolkinderen bezig met onze literatuur en in de middaguren verkopen we boeken aan de bezoekers. In de stand kunt u o.a. de volgende S77 leden tegenkomen: Alphons Levens, Irene Welles, Carla Rees, Carla Sanichar, S. Sombra, Shirley Watchman, Ismene Krishnadath, Hilli Arduin, Audrey Liauw, Kadi Kartokromo, Sylva Koemar en CAT. Ook onze trouwe sympathisant Deborah Gobardhan zal er zijn. Schrijvers die hun boeken willen laten verkopen door S’77 kunnen contact maken met Alphons Levens: tel nr. 8504362  Email alphlevens@hotmail.com

maandag 10 februari 2014

Ingekomen reacties

door Christine F. Samsom

Dat er op een uitgesproken mening in de Ware Tijd Literair reacties komen is niet ongewoon. Daar zijn we altijd blij mee. Het betekent dat de literaire pagina goed wordt gelezen. Discussies kunnen tot meer diepgang leiden. Dat er op de ‘Srefidensi/Zelfdenken’-special van zaterdag 25 januari 2014 drie reacties kwamen was toch een verrassing.
Eva Essed-Fruin

Erg blij zijn we met de verduidelijking van Eva Essed-Fruin over Trefossa’s betrokkenheid bij ons volkslied in zijn huidige vorm, waarbij zij putte uit haar rijke ervaring. Hieronder haar reactie:

‘Jammer dat je niet even de pagina’s 101-104 van Ala poewema foe Trefossa (1977) hebt opgeslagen, waarin de totstandkoming van het volkslied wordt beschreven. Aan Henny de Ziel is nooit verzocht een Nederlandstalige strofe te dichten. De toenmalige Raad van Ministers wilde de tweede strofe van het door dominee Hoekstra geschreven volkslied als eerste gebruiken en vroeg via Frank Essed aan Henny om een strofe in het Sranan te maken, wat hij binnen enkele dagen deed. Deze door hem geschreven tekst is de officiële geworden. Omdat De Ziel de Nederlandse tekst erg negatief vond heeft hij enkele regels gewijzigd. De twee eerste en de laatste regel heeft hij gehandhaafd, de regels “Doch dat elk zich dan ook schame/ Die zijn ere maakt te schand!/ Recht en waarheid te betrachten,/ Zeed’lijk rein en vroom en vrij,/ Al wat slecht is te verachten,”, verving hij door “Hoe wij hier ook samen kwamen/ Aan zijn grond zijn wij verpand./ Strijdend houden we in gedachten:/ Recht en waarheid maken vrij:/ Al wat goed is te betrachten,”. Het woordje “strijdend” heeft de Raad van Ministers vervangen door “werkend”. De eerste strofe is hoogstens een bewerking van de traditionele tekst, waarbij de stijl van Hoekstra zoveel mogelijk is gehandhaafd. Het is beslist onjuist om Trefossa op grond hiervan stijfheid in het Nederlands te verwijten. Deze strofe is ook niet opgenomen in Ala poewema..., alleen in de commentaar.’ Tot zover Eva Essed-Fruin...

Hilde Neus. Foto © Michiel van Kempen
Neerlandicus Hilde Neus heeft zich de kritiek op de lezing van Lila Gobardhan erg aangetrokken:

‘Soms ga je naar een activiteit met bepaalde verwachtingen, maar je kunt je ook laten verrassen. Ik was dan ook teleurgesteld over de bespreking van Lila Gobardhans lezing door Els Moor. Haar bespreking bestaat uit opmerkingen over wat ze aan kwaliteit van het Sranan binnen de Trefossa-poëzie had verwacht, maar tegelijkertijd is haar artikel voornamelijk een opsomming van zaken die al eerder besproken zijn, vooral door Hein Eersel. De opdracht aan de verzorger van de Trefossa-lezing is niet uitsluitend een analyse van het werk van Trefossa. Vene zijn lezing (2011) bijvoorbeeld ging daar niet uitsluitend over en Eddy van der Hilst (2010) analyseerde werk van Johanna Schouten-Elsenhout. Aan de inleidster was gevraagd om over Trefossa en taal te praten; een brede opdracht. Mijns inziens heeft ze dat op zeer indringende wijze gedaan door vooral de dagboeken als bron te gebruiken, geheel in de traditie van haar werk als onderzoekster van archieven. Al eerder is daar kort uit geciteerd in het Mutyama-nummer over Trefossa (1990), maar die citaten werden niet binnen zo’n uitgebreide context geplaatst. Cynthia Abrahams heeft in 2010 het Trefossa-archief waartoe de dagboeken behoren mogen overdragen aan het Nationaal Archief van Suriname (NAS).
Het sterke van de lezing van Gobardhan was vooral dat ze liet zien hoe Trefossa zich als persoon al op jonge leeftijd uitdrukte op een nadenkende en zelfs poëtische wijze, die duidelijk de voorbode was van de verbinding tussen zijn levenshouding, het benaderen van talen en hoe hij daarmee omging in zijn kunst. Iemand met een andere dispositie en minder introspectie had geen sonnetten van zulke kwaliteit kunnen produceren. Zijn zwakke gesteldheid maakte dat hij alles overdacht en zijn leven zag in uitdagingen. Die is hij ook aangegaan met taal. Door het lezen van de dagboeken en de inbeddingen van citaten in Gobardhans lezing, blijkt dat hij al vanaf zijn jonge jaren worstelde en zijn producten niet uit zijn mouw schudde. Hij heeft veel moeite gehad om over kleine dingen heen te stappen, dingen die later heel wat groter bleken te zijn (zijn hartproblemen). We hebben een breder beeld gekregen van de mens achter deze grote kunstenaar. Misschien was een aantal zaken reeds bekend, maar de precaire wijze waarop de dichter daar zelf mee omging was dat beslist niet. Er zijn stromingen binnen de literatuur die een literair werk als autonoom gegeven willen zien, zonder welke biografische gegevens van de auteur dan ook daarbij te betrekken. Maar uit deze lezing bleek duidelijk hoe het leven van de man en de levenslust waarmee hij zijn problemen oppakte en er kleine dingen van maakte, zijn werk heeft getekend.’

Alphons Levens
Alphons Levens, actief lid van de Schrijversgroep ’77 en publicist, is niet blij met de opmerking van Johan Roozer tijdens de zesde Trefossa-lezing, dat er ‘weinig is gebeurd op literair gebied’ en stelt zich op achter het artikel ‘Van de redactie’: ‘Ik ben het volkomen eens met “Van de redactie. Srefidensi in de literatuur” in de Ware Tijd Literair. Ik zat namelijk op woensdagavond 15 januari 2014 (...) in het auditorium van Self Reliance en wist ook niet wat ik hoorde toen Johan Roozer dat zei.’ Waarvan akte...


zondag 9 februari 2014

Alphons Levens' ego en gebrek aan zorgvuldigheid spelen hem parten

door Armand Snijders

Alphons Levens
Alphons Levens kennen we vooral als dichter, maar soms brengt hij ook verhalen op de markt. Zijn jongste pennenvrucht bevat het nogal warrige verhaal van Servin, die ooit president van Suriname wil worden. Daarom verzamelt hij alle krantenknipsels over presidenten en duikt hij liever in boeken en op het internet, dan dat hij computerspelletjes speelt. Een mooie insteek natuurlijk, alleen is het jammer dat er soms geen touw aan vast te knopen is. Zo moet de lezer vooralsnog maar gissen hoe oud Servin is, pas na enkele pagina’s wordt duidelijk dat hij waarschijnlijk in de eerste klas van de middelbare school zit. Waar hij woont, is ook een raadsel. Hij verkoopt aan het begin van het verhaal knippa’s op de hoek van de Stoelman- en de Henck Arronstraat, waardoor je een beetje op het verkeerde been wordt gezet. Tien pagina’s later wordt opeens helder dat hij geen ‘kind van de stad’ is en daarna duurt het nog vijf pagina’s om te weten te komen dat hij vermoedelijk in Commewijne woont. Levens slaat daarnaast een paar keer de plank behoorlijk mis. Zo stelt hij onterecht dat in Nederlandse coffeeshops harddrugs worden verkocht. Marihuana valt toch echt niet onder die noemer. Nog kwalijker is dat hij aan geschiedvervalsing doet. Hij beweert op pagina negentien dat de partij van Bouterse de verkiezingen niet gewonnen heeft en die dus eigenlijk geen president had kunnen worden. De Megacombinatie sleepte welgeteld 95.543 stemmen binnen, op gepaste afstand gevolgd door het Nieuw Front (75.190 stemmen). Dus hoezo niet gewonnen? Pijnlijk als je bedenkt dat de moraal van zijn verhaal is dat je, om het ver te schoppen, je eigen geschiedenis moet kennen. Bovendien bekruipt je het gevoel dat Levens het boekje vooral heeft geschreven om zijn eigen drang naar eer en glorie te bevredigen. Van de 48 pagina’s zijn er maar 31 besteed aan het verhaal en één aan een ‘Vertaling Sranantongo-Nederlandse taal’ (waarin overigens geen enkele paginaverwijzing klopt).

 Acht pagina’s heeft hij nodig voor zijn eigen ‘Levensbeschrijving en bibliografie’, waarin we zelfs kunnen lezen welk boek hij wanneer en waar heeft gesigneerd. Alsof dat nog niet genoeg is, laat hij in het verhaal zelf hoofdpersoon Servin tot tweemaal toe enthousiast lezen uit eerder gepubliceerd werk van de schrijver. De intentie van Levens was ongetwijfeld goed toen hij aan dit boek begon. Alleen speelden zijn ego en een gebrek aan zorgvuldigheid hem behoorlijk parten.
Alphons Levens, Ik zal leren totdat ik moe ben. Verhaal voor jong en oud, 2013, eigen beheer, ISBN 9789991472300

[uit Parbode, 15 januari 2014]

dinsdag 28 januari 2014

Kinderboekenfestival Nickerie

Nowilia Tawjoeram tijdens het Kinderboekenfestival van 2012
Het kinderboekenfestival Nickerie vindt plaats van 3-5 februari 2014. De kinderboekenfestivals van 2014-2016 hebben als thema ‘groeien’. De slogan van dit jaar is ‘Opgroeien kan je niet alleen, denk aan de wereld om je heen’. De organisatie verwacht duizenden bezoekers, waarvan een groot deel in schoolverband zal komen. Schrijversgroep ’77 heeft een stand, die bemand zal worden door Irene Welles, Sombra, Ismene Krishnadath en Charles Chang. Natuurlijk zijn ook andere leden welkom om te participeren. Verder zal ook het lid Nowilia Tawjoeram aanwezig zijn. Zij heeft een eigen stand, waar zij naast haar boeken sieraden verkoopt die ze heeft vervaardigd van natuurmaterialen. De contactpersoon voor deelname van S’77 aan het KBF is Alphons Levens, tel. 8504362

[Mededeling Schrijversgroep '77]

zondag 8 december 2013

Jeugdboek Alphons Levens: slappe maatschappijkritische visie


door Marja Themen-Sliggers

Ik zal leren totdat ik moe ben… is een Surinaams verhaal voor jong en oud, door Alphons Levens geschreven naar aanleiding van uitspraken van kinderen.

Het boekje ziet er aantrekkelijk uit met een kleurige omslag, leuk getekend door Winston van der Bok met een tafereel van hengelende jongens, die nog wat vangen ook. Jong en oud zullen het mooi vinden. Maar ‘jong’ had deze keer niet zo’n zin om mee te lezen. Die titel hè, misschien zijn ze nu al moe van het leren? ‘Oud’ herkende de gedachtegang en de episoden uit de levensbeschrijving van de auteur en uit de lijst van eerdere publicaties, waarvan sommige gelezen, ook met levensbeschrijving. Zelfde leeftijd hè.

Servin, de hoofdfiguur, verkoopt knippa’s om zijn moeder te helpen. Interessant dat Vinay, zijn schoolvriend, eerst niet in de gaten had dat knippa’s verkopen een manier is om je moeder te helpen. Aan de andere kant, juist knippa’s verkopen bij een stoplicht langs de weg kan eigenlijk best buiten schooltijd. Een leergierige jongen als Servin, en een intellectualistische moeder, die haar zoon helpt met zijn moeilijke woordenschrift, konden dat toch ook bedenken? Vinay helpt Servin niettemin met wiskunde en ze gaan ook samen hengelen. Servin heeft een schrift, als plakboek voor artikelen en foto’s van presidenten. Hij is dol op geschiedenis en vergelijkt de verschillende presidenten over wie hij leest: ‘Je hebt presidenten in soorten’ (p. 24). Servin gaat zelfs naar de cyber om meer op te zoeken en hij neemt ook informatie van Starnieuws. Hij heeft verschillende jurismappen waarin hij de artikelen bewaart. De auteur heeft een groot aantal krantenkoppen en -knipsels leuk met elkaar in verband gebracht. Servin maakt de indruk een beetje een brave Hendrik te zijn en het boek gaat heel langzaam in de richting van maatschappelijke kritiek. Pas bijna aan het eind komt ‘onze nieuwe president Bouterse’ aan bod (p. 29), de amnestiewet en de behandeling daarvan in de Assemblee. Als ik lees wat er allemaal on line voor ongezouten kritiek en krachtig commentaar wordt gegeven op de regering, in casu de president, vind ik het hier in dit boek wat slap. Inderdaad, er is een tijd geweest onder verschillende regeringen, dat niet alles gezegd en geschreven mocht worden, maar dat is kennelijk nu gelukkig verleden tijd. En die corruptie, ja, corruptie vooral op het gebied van gronduitgifte, ik kan ervan mee praten, maar die is ook niet exclusief voor deze regering, helaas.

Mooi vind ik de lijn van de elkaar zogenaamd doodschietende kinderen in de cyber, naar president Obama en de echte gebeurtenissen in de Verenigde Staten, met hun schietincidenten op middelbare scholen, de Amerikaanse wet op wapenbezit. Al met al heb ik het boek gelezen met de verwachting, dat er een maatschappijkritische visie duidelijk uit naar voren zou komen, maar hierin voelde ik me wel teleurgesteld toen ik het uit had.

Alphons Levens: Ik zal leren totdat ik moe ben. Verhaal voor jong en oud, omslagillustratie: Winston van der Bok. Uitgegeven door de auteur, 2013. ISBN 978-99914-7-230-0


maandag 4 november 2013

Alphons Levens: Meer hosselaar dan schrijver

door Nikki Mulder

 Van alle schrijvers die Suriname rijk is, is Alphons Levens misschien wel degene die er het meest op gebrand is zijn gedichten en verhalen gelezen te krijgen. Zijn nieuwste boek Ik zal leren totdat ik moe ben ligt sinds vorige week in de schappen. Tijd voor een gesprek, over de auteur achter de [sic] proza met de bittere nasmaak.

Alphons Levens. Foto @ Claudio Barker.


Hij noemt zichzelf meer hosselaar dan schrijver. Niet dat hij twijfelt aan zijn schrijfkunsten. Het is meer dat het schrijverschap in het kleine Suriname met zoveel extra werk komt. Levens houdt het niet bij het creëren van verhalen en gedichten. Hij neemt bijna de gehele keten van literaire schepping en correctie tot aan de bevoorrading van boekwinkels en bibliotheken en de promotie op zijn schouders.


De meeste van zijn boeken geeft hij in eigen beheer uit - hij betaalt dus persoonlijk voor de drukkosten. Vervolgens bezorgt hij ze vers van de pers met zijn bromfiets bij de boekwinkels. Ook de aankondigingen in de media doet hij zelf, evenals het maken van afspraken en het bijhouden van de boekhouding. "Ik zorg er wel altijd voor dat de boeken in de winkels liggen voordat ik begin te kraaien." Mensen moeten zijn gedichtenbundel of kort verhaal namelijk kunnen kopen zodra er advertenties in de kranten staan.

Control freak


Maar daar houdt Levens niet op. De boekhandels stellen een schrijver namelijk niet op de hoogte zodra een boek is uitverkocht. Elke zaterdagmorgen steekt de ex-onderwijzer op zijn Yamamoto - al sinds 1987 rijdt hij geen auto meer - de Wijdenboschbrug over en legt een vast traject af langs de boekwinkels. Om te kijken hoe de zaken ervoor staan, en soms zelfs, in de minder georganiseerde zaken, om een gedichtenbundel uit het rek met pornografische tijdschriften te vissen. Mocht een pennenvrucht van een collega ook misplaatst zijn, dan schroomt Levens niet om het op de juiste plek terug te zetten.

Hij is wel een beetje een control freak, dat geeft hij zelf toe. Het doet hem terugdenken aan de tijd dat hij nog werkte als journalist voor het weekblad Pipel, na zijn terugkomst naar Suriname in 1977 tot aan de censuur in 1982. "Als ik iemand ging interviewen, zeker als dat een belangrijk persoon was, nam ik naast mijn notitieblok nog twee cassetterecorders mee. Voor het geval dat één me in de steek zou laten." Ook voor reportages in de districten nam hij altijd het zekere voor het onzekere. Dan liep hij te sjouwen met twee cassetterecorders en twee fototoestellen. Alles deed hij dubbelop, voor het geval dat.


Verkoopcijfers

Nu nog steeds kan hij moeilijk loslaten. Levens bemoeit zich met elke stap die zijn geschreven woord aflegt. Dat levert hem wel verkoopcijfers op waar zelfs Nederlandse dichters alleen maar van kunnen dromen. "Toen ik mijn eerste dichtbundel wilde uitgeven, zeiden een paar schrijvers tegen me: 'Begin 500 te drukken. Meer zal je er in Suriname niet kwijt kunnen.' Maar dat vond ik te weinig, dus ik liet duizend exemplaren drukken." Die eigenwijsheid loonde: hij verkocht ze allemaal. Als hij nu een nieuw verhaal uitbrengt, begint hij meestal met een oplage van tweeduizend. Dichtbundels starten bij duizend exemplaren. Veel verdient hij echter niet aan zijn schrijversbestaan. Misschien net genoeg om zijn volgende boek te kunnen uitgeven. Toen hij in de jaren negentig eens een boek overhandigde aan de toenmalige directeur van Cultuur, Elfriede Alexander- Vanenburg, maakte zij snel een rekensommetje bij het horen van de verkoopprijs.

"Maar daar houdt u geen droog brood aan over!" luidde haar verbaasde conclusie. Maar Levens denkt er niet aan om de prijs van zijn pennenvruchten te verhogen. "Ik schrijf om gelezen te worden. Als ik ze duurder maak, dan blijf ik ermee zitten." Vanuit die simpele drijfveer - schrijven om gelezen te worden - praat hij ook tegen beginnende schrijvers die advies komen inwinnen. Die schrikken namelijk vaak van de offerte van de drukkerij en laten het er dan bij zitten. "Begin je auto te verkopen, zeg ik dan. Ik zeg niet dat je op straat moet slapen. Maar je hebt gewerkt en gezweet op dat boek en als je niet gefrustreerd wilt raken omdat het niet is uitgegeven, dan moet je er iets voor opgeven", is zijn nuchtere commentaar.


Pessimist

Diezelfde nuchterheid ligt aan de basis van Levens' gedichten en verhalen. Zonder uitzondering zijn die doorspekt met maatschappijkritiek. "Ik bejubel geen dingen die fout zijn. Als iets zwart is, kan ik niet schrijven dat het wit is", is zijn stelling. Hij staat niet pessimistisch in het leven, beweert de ex-onderwijzer. Levens observeert dagelijkse gebeurtenissen en schrijft over die realiteit. "Sommige mensen zeggen dat het zo negatief is, maar het gebeurt."

Als voorbeeld grijpt hij naar een dichtbundel met daarin het gedicht 'Twee vlechtjes' uit 1992. "Ik was onderweg van school naar de Ware Tijd en kocht onderweg een broodje pom tegenover Krasnapolsky. Plots hoorde ik achter me iets graaien in de vuilnisbak. Eerst dacht ik dat het een hond was, maar toen ik me omdraaide, zag ik een klein meisje in lagere-schooluniform met twee vlechtjes wegrennen met een stukje brood dat ze snel in haar mond stopte. Dat was de eerste keer dat ik een Surinamer zag eten uit een vuilnisbak."


Of die keer dat hij in 1991 in aanloop naar de verkiezingen huis aan huis ging voor de Volkspartij. Het was tegen het einde van de Binnenlandse Oorlog en voor het eerst zag Levens met eigen ogen wat er van de vluchtelingen was geworden. "Ik kwam in een groot woonhuis en ging van kamer tot kamer; in elke kamer woonde een gezin", zegt hij alsof hij er nog steeds van schrikt. "Toen ik dacht dat ik klaar was, werd ik naar achterop geleid. Daar waren van het huis naar de muur van het erf zeilen gespannen en daar woonde nóg een gezin."

Al die persoonlijke observaties giet Levens in verhalen en gedichten, waardoor ze soms een bittere nasmaak hebben. Zelf vindt de schrijver die negatieve lading wel meevallen. "Als je wijst op de dingen die anders kunnen, ben je dan negatief?" Stil herkauwt hij die vraag. "Nee", klinkt zijn voorzichtige antwoord, "als je kritisch bent in het belang van het land, dan ben je niet negatief." Levens grijpt naar een voorbeeld vanuit de klas. "Als een leerling drie keer een onvoldoende haalt en je zegt hem dat hij beter kan, ben je niet bezig hem te treiteren. Dan ben je niet negatief. Die jongen kan beter. Suriname kan beter.".-.

[uit de Ware Tijd, 03/11/2013]

zaterdag 26 oktober 2013

Chinese verhalen op Tori Oso-avond 30 oktober

Foto Siu Wa Hen
Op 30 oktober is er in Tori Oso aandacht voor Chinees/Surinaamse verhalen. Heel toepasselijk in het licht van 160 jaar Chinese immigratie. Voor de pauze presenteert Irene Welles haar boek over de geschiedenis van een maatschappelijk werkster die jarenlang twee verwaarloosde Chinese jongetjes opving. Na de pauze vertellen Walther Donner, Willy Alberga en Ismene Krishnadath Chinees/Surinaamse verhalen. Verder is er op het programma ruimte ingeruimd voor Alphons Levens die zijn boek Ik zal leren totdat ik moe ben aan S’77 zal aanbieden. Ook de nieuwe flyer van Publishing Services Suriname voor de scholenactie 2013/2014 wordt gelauncht. De scholenactie wordt jaarlijks gehouden. Dit jaar staan er 61 titels van lokaal geproduceerde boeken op de lijst. De boeken zullen ook op de avond te koop zijn en kopers kunnen dan profiteren van een speciale korting van 10%. In de pauze signeren Alphons Levens, Irene Welles en andere aanwezige schrijvers hun boeken. Ceremoniemeester van de avond is Sombra.

Plaats: Tori Oso, Frederik Derbystraat 76.
Inloop: 19:30u. Tijd: 20.00 – 22.00u. Info 8784120.

[Mededeling Schrijversgroep '77]

woensdag 23 oktober 2013

Levens vindt inspiratie in samenleving

door Donovan Mijnals

Paramaribo - Alphons Levens zijn nieuwste pennenvrucht is boomrijp en ligt voor het plukken. Ik zal leren totdat ik moe ben is een verhaal voor jong en oud, verzekert hij. Levens wil echter niet diep ingaan op de inhoud van het boek en houdt zich daarover angstvallig op de vlakte. “Fanatieke lezers worden boos als een schrijver teveel loslaat over een boek dat nog niet uit is”, verklaart hij. Zijn emoties daarbij zijn niet gespeeld; de kaken blijven op elkaar.

Maar de schrijver wil wel een klein beetje vertellen waar de inspiratie vandaan komt. Het verhaal is namelijk om twee uitspraken heen gebouwd. "Ik hoorde een kind op de radio een merkwaardige uitspraak doen en dat was de inspiratie. Toen ik al begonnen was met schrijven zei een ander kind: "Ik zal leren totdat ik moe ben." De eerste uitspraak die de vonk deed overspringen en het vuur van de bevlogenheid aanwakkerde, verklapt hij toch niet. Lachend: "Daar begint het boek mee, mensen moeten het nog willen lezen."


Alphons Levens

Maatschappijbetrokken
Vreemd is het niet dat Levens gebeurtenissen uit de dagelijkse beslommeringen aangrijpt om daarover te schrijven. Immers hij beweert altijd vanuit dezelfde optiek te creëren, of dat nu om zijn gedichten of korte verhalen gaat. "Ik ben een maatschappij betrokken schrijver. Wat ik waarneem verwerk ik tot gedichten en verhalen." Hij is er trouwens bijna zeker van dat hij de twee jongens die onwetend eigenlijk een wezenlijke bijdrage leverden aan het boek eens tegenkomt. "Ze zullen zichzelf herkennen."
De illustraties in het boek zijn van Winston van der Bok. Voor al Levens zijn uitgaven werken die twee samen. Hoewel de schrijver er prat op gaat dat de tekeningen eerst door hem worden uitgeschetst. Zaterdagmorgen signeert de schrijver zijn nieuwste uitgave in boekhandel Vaco en de woensdag daarop in Tori Oso. 'Ik zal leren totdat ik moe ben' zal zowel in Suriname als Nederland te verkrijgen zijn.

Paramaribo. Foto © Karel Donk




Luid, luider
Toen ik een uur daarvoor naar binnen ging
Huilde zij reeds, ik hoorde haar al bij de poort.
Zij hing net als nu rechts uit de rolstoel,
Die oude vrouw met een beperking.

Links van haar, 't is bij de uitgang van 't A.Z.,
Zit een begeleidster in 't wit die belt; luid:
"Die vrouw zit hier maar te huilen, ik denk,
dat ik een bus pak en haar hier achterlaat."

De oude vrouw huilt nog luider,
ik hoor haar nu voorbij de poort.

AlphonsLevens,
17 oktober 2013.

[uit de Ware Tijd, 22/10/2013]


zaterdag 5 oktober 2013

Nieuw boek Alphons Levens

Hij zegt het vaker: ‘Schrijvers moeten schrijven.’ En hij geeft het goede voorbeeld. Regelmatig kunnen we zijn gedichten lezen in de krant en op het internet. Zijn werk staat in verschillende bundels. Zeven boeken staan op zijn naam en nu volgt dan het achtste. Ik zal leren totdat ik moe ben. Het is een verhaal voor jong en oud. Veel meer wil hij er niet over kwijt. De mensen moeten het boek zelf lezen. Op woensdag 30 oktober zal hij in Tori Oso een exemplaar aanbieden aan Schrijversgroep ’77. Het boek is dan ook te koop en kan gesigneerd worden. Er zullen ook signeersessies zijn in VACO. Dag en tijd worden nog bekendgemaakt.

[Mededeling Schrijversgroep '77]

zondag 15 september 2013

Boeken Toptien Carifesta

Dank zij de nauwkeurige boekhouding van Alphons Levens zijn we in staat een boekentoptien samen te stellen van de meest verkochte boeken in de collectieve stand op de Carifesta XI Bookfair, die door Schrijversgroep ’77 werd beheerd. In deze stand lagen boeken van 40 schrijvers. Het aantal titels waarvan minstens 1 exemplaar is verkocht bedroeg 142. In totaal zijn er 506 boeken verkocht.

Het best verkochte boek was De fiets (36x) van Anne Huits. Daarna volgde Lees mee deel 1 (28x) van Ismene Krishnadath. Op de derde plaats stond Anansi redt de Zoo (19x), ook van Ismene Krishnadath. Een gedeelde 4/5e plaats gaat naar Anansi gaat naar de Wonotobovallen (16x) van Susan Leefmans en Cocosolie (16x) van Ans Lieveld. De 6e en 7e plaats werden gedeeld door Kook Mee (11x) van Ismene Krishnadath en Prodokaka (11x) van Carla Sanichar. Nummer 8/9/10 waren voor Lees mee deel 2 van Ismene Krishnadath, Wat een mop van Anne Huits en Vreemde dingen uit Mariënburg van R. Hazelhoef. Van de laatste drie titels werden elk 10 exemplaren verkocht.

Helaas hebben we geen verkoopcijfers van de stand van Stichting Projecten en van Uitgeverij Afaka. Het zou interessant zijn ook de boeken van die stands te betrekken bij de boekentoptien.


Tranen van Moeder Aarde


Een van de interessante boeken in de stand van Stichting projecten was Tranen van Moeder Aarde. Het boek is een mooi geïllustreerde, kleurige uitgave in het Nederlands en Engels over milieuvervuiling. Op kinderlijke manier leren kinderen waarom Moeder Aarde zo’n verdriet heeft en wat zij kunnen doen om Moeder Aarde weer blij te maken. Bij het boek hoort een dvd met de musicaluitgave van Tranen van Moeder Aarde. De musical is ook in het Engels. De schrijfster is Sylvana Resida, een muzieklerares. Het boek is een uitgave van Stichting Projecten en aan de cd heeft Lisibeti Music Performance meegewerkt. Het geheel mag dan er dan ook wezen.

[mededeling van Schrijversgroep '77]


maandag 24 juni 2013

Schrijversgroep '77 presenteert gedichtenbundel Fri

De gedichtenbundel Fri met 48 gedichten is een uitgave van de Schrijversgroep'77 in verband met de herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij. Het idee voor de bundel ontstond in 2012. Een commissie onder leiding van Johan Roozer, waarvan verder Arlette Codfried en Sombra lid waren, riep dichters op hun emoties rond vrijheid te verwoorden.

Hein Eersel zal op uitnodiging van de Schrijversgroep'77 zijn licht laten schijnen op de bundel. Er zullen tien gedichten uit deze bundel worden voorgedragen. Naast bekende dichters zoals Sombra en Alphons Levens hebben ook nieuwe dichters werk aangedragen, zoals Cobi Pengel, Rose-Marie Maître, Hermien Wimpell, Josta Vaseur, Judith Ruimwijk, John Verwey, Patricia Rotgans, Raoel Doelahasori en Jennifer Lawson.


Alphons Levens
Ook is een uniek project opgenomen, waarbij het Nederlandstalig gedicht Vrijheid in vijf Surinaamse talen is vertaald door onder andere Dorus Vrede, Jit Narain en Kadi Kartokromo. Ook zal eindredacteur Robby Parabirsing (Rappa) vertellen hoe de productie van manuscript tot eindproduct is verlopen. Dit is vooral interessant voor opkomende dichters die meer willen weten over de mogelijkheden om hun werk te publiceren.

Op woensdag 26 juni 2013 zal de Schrijversgroep'77 de gedichtenbundel 'Fri' in Tori Oso aan de Frederik Derbystraat presenteren. Aanvangstijd: 20.00 uur.

zondag 21 april 2013

Kinderboekenfestival Commewijne

Nieuw Amsterdam, Commewijne

Op woensdag 24 april wordt het Kinderboekenfestival te Nieuw Amsterdam, Commewijne geopend. Het thema van het festival is www.welzijn en de slogan luidt ‘Met mijn eigen idee werk ik goed mee, zodat ik zelf ook welzijn beleef!’ De officiële en feestelijke opening is van 17.00 – 19.00 in het openluchtmuseum te Nieuw Amsterdam. Het festival is open voor scholen en algemeen publiek op donderdag, vrijdag en zaterdag, zowel in de ochtend- als in de middaguren. Schrijversgroep ’77 heeft een stand op het festival en daar kunt u onder andere Irene Welles, Hilli Arduin, Sombra, Alphons Levens, Kadi Kartokromo kunnen ontmoeten.

donderdag 28 maart 2013

Jong talent put uit ervaring oude schrijvers

door Audry Wajwakana

Paramaribo - Vijf jonge generatie schrijvers hebben dinsdagavond, tijdens de maandelijkse bijeenkomst van Schrijversgroep ’77, hun schrijverstalent in Tori Oso gepresenteerd. Dit middels rap, poëzie en voorleesverhalen. "Het is prettig te zien dat jongeren zich ook serieus met dicht- en vertelkunst bezighouden", zegt kunstverteller Hilli Arduin. Als ervaren schrijfster vond zij het nodig naar 'de ontmoeting tussen jonge en oude schrijvers' te komen. "Dit om ook feedback te geven op hun presentaties, zodat ze kunnen werken aan hun groei", zegt Arduin.

Sylvana Dankerlui interviewt Jeffrey Quartier over zijn ervaringen als jonge schrijver. Foto © Irvin Ngariman.


Leerrijk
Onder het slecht opgekomen publiek bevond zich een groep jongeren die geïnspireerd werd door de presentaties van de oudere dichters. De achttienjarige Kevin Edo zegt altijd het idee te hebben gehad dat dichten voor oudere mensen is. Samen met zijn vriend Ditrich Renfrum, kwamen zij hun 'maatje' Emanuels Sanvisi (15 jaar) ondersteunen. Die beet het spits af met rap en een spoken word gedicht. Het drietal houdt zich voornamelijk bezig met rap, maar wil ook de andere vormen van dichten leren kennen. De jongens geven toe dat gedichten zonder muzikale begeleiding hen niet aanspreken. "Droge poëzie spreekt jongeren niet aan!", zegt Renfrum. Toch zeggen ze wat opgestoken te hebben van de presentatie van dichter Alphons Levens. Volgens Renfrum zijn artiesten gauw tevreden met het maken van een goede beat, waardoor men geen aandacht besteedt aan het maken van goede en sterke teksten. De groep zegt een combinatie van beide in hun werken te willen hebben. Die is volgens hen terug te vinden in de poëzie. "Voor ons was het een leerrijke avond, want we hebben gehoord welke stijlen en vormen er zijn om te dichten. We gaan ze vergelijken en kijken wat bij ons past."
Rose-Marie Maître


Celestine Raalte, winnares van de Henry Frans de Ziel Cultuurprijs, adviseerde de jonge kunstenaars, om kunstwerken van de dichters en schrijvers die hen zijn voorgegaan te lezen. Naast Raalte en Levens presenteerden de dichters Stanley 'Sombra' Slijngard en Irene Welles hun dichtstijlen. De jonge talenten werden verder vertegenwoordigd door Rose-Marie Maitre en Jeffrey Quartier, die elk drie korte gedichten voordroegen. Zerachiel van Mark, pseudoniem voor Reza Madari, en Hetty Amatodja namen de verantwoordelijkheid met het voorlezen van zelf geschreven verhalen. Renate Galdij sloot de avond af met twee krachtige gedichten over racisme en hoe zij in Suriname is beland. Dit deed zij middels spoken word poëzie.

[naar de Ware Tijd, 28/03/2013]

zaterdag 2 februari 2013

Vertellers inspireren vrijgevigheid

 Het publiek kijkt geboeid toe, terwijl toriman Guillaume Pool zijn verhaal vertelt. Woensdag hield de Schrijversgroep '77 een tori neti die bedoeld was als benefiet. Foto: Irvin Ngariman.


door Charles Chang

Paramaribo - Het is lachen en nogmaals lachen op de schrijversavond van Schrijversgroep’77 in Tori Oso. Waar in de eerste helft nog sprake was van enige afwisseling, werd de tweede helft helemaal gevuld met fatu tori van Max Scholsberg. De stamgast en winnaar van de Tori Oso battle 2012 is ook de trekker van de avond. Op voorstel van Tori Oso werd Scholsberg in het programma van Schrijversgroep opgenomen, in de hoop meer publiek aan te trekken - wat ook gebeurt.
De avond is namelijk bedoeld als fundraising voor de publicatie van twee gedichtenbundels. Vorig jaar februari werd 'Het Jaar van de Poëzie' uitgeroepen door de Henri Frans de Ziel stichting en de Schrijversgroep 77. "Het thema was vrij en het aantal inzendingen boven verwachting," zegt commissielid Arlette Codfried hierover. De twee bundels in de pijplijn krijgen de titels Uma en Fri en aan de hand hiervan zijn de gedichten geselecteerd. Ondertussen is het redigeerwerk (pro Deo) gedaan, alleen het drukwerk moet nog gedaan worden. "En daarvoor zoeken we nog fondsen", aldus Codfried.
Josta Vasseur

Tori
De avond begint met twee voordrachten van Josta Vasseur over vrijheid, gevolgd door een liefdesverhaal van Ismene Krisnadath waarin nimfen mannen verleiden op een Caribisch eiland. Het gedicht 'Kumba Té' van Rose-Marie Maître proeft ook naar vrijheid en stonfutu puwemaman Alphons Levens heeft een soortgelijke inhoud met 'Emancipatie' uit 1997.

Daarna komen twee professional storytellers aan bod, Hilli Arduin en Guillaume Pool, die het publiek vermaken met hun verhalen, respectievelijk 'Oom Tampa die verzot was op maagden' en 'De koning die van verhalen hield, maar altijd in slaap viel'. Pool wil de moraal van zijn verhaal pas kwijt in de pauze. "Gecompliceerd," zegt hij eerst geheimzinnig en daarna "De moraal is: heb respect voor het verhaal!"

Albert Roessongh - Sopi tori


Geldbriefje
Na de pauze start Scholsberg met fosten tori over zijn oude woonbuurt Frimangron, een ware verhalenbron, waaruit hij vaker put op de avond. Familie Cederboom, Karel tip tip, oma Misman, maar ook de (verkeerde) radio-uitspraken zijn deze keer de lachonderwerpen. Het publiek dat hem beter kent, roept tussendoor 'Pokai!', 'Kra trafa!' en 'Ijskast!' Maar 'Schollie' reageert alleen op 'Ijskast' die de familie Cederboom gebruikte als klerenkast (...).

De toriman kent de etnische talen en toont een fotografisch geheugen door een ingewikkelde liefdesbrief van lang geleden uit het hoofd voor te dragen. Vlot als een trein brengt hij de ene fatu na de andere. "Hij kan zo de hele avond doorgaan!", reageert een bezoeker enthousiast. Het effect was er wel naar, na afloop deden velen een geldbriefje in de donatiedoos.

[uit de Ware Tijd, 01/02/2013]

De avond bracht srd 600,- op.

zaterdag 8 december 2012

Boekenactie in Nickerie

Martin Panday
In Nickerie (inclusief Wageningen) kunnen alle leerlingen momenteel Surinaamse kinder- en jeugdboeken bestellen via hun school. Via de school hebben de leerlingen gratis een informatieve krant gehad waarin interviews met 10 Surinaamse schrijvers en informatie over 53 boeken. De geïnterviewde schrijvers zijn: Rappa, Effendi Ketwaru, Alphons Levens, Susan Leefmans, Anne Huits, Frits Wols, Nelius Codrington, Carla Sanichar, Martin Panday en Ismene Krishnadath. De leerlingen kunnen ook meedoen met een prijsvraag. De prijsvraag is een samenwerking van Dagblad Suriname en Publishing Services Suriname. Leerlingen kunnen een boekenpakket en een geldprijs kunnen winnen. Dit schooljaar zullen twee keer tien winnaars worden uitgeroepen.

zaterdag 8 september 2012

Levens, Rappa & het betere gedicht


Lucebert, Poëzie is kinderspel

De door Rappa te vuur en te zwaard verdedigde Surinaamse dichter Alphons Levens heeft met zijn gedicht “Prestaties” zowaar weer eens een plek(je) verworven in de Ware Tijd van vandaag, nog wel op zijn favoriete plaats, namelijk onder het hoofdredactioneel commentaar. Dat het gedicht geplaatst is is vermeldenswaard, want Rappa levert in een artikel op Caraïbisch Uitzicht, “Dichters in Surinaamse kranten”, van 8 augustus j.l. felle kritiek op de Surinaamse kranten over hun omgang met de Surinaamse dichters en hun poëzie. Rappa schroomt niet de kranten ervan te beschuldigen dat zij de dichter enkel gebruiken als “bladvulling” of als “tijdgebonden rijmelaar”. Ook roept hij pathetisch uit: “Redactieleden van onze dagbladen met minstens een middelbare schoolopleiding als basis moeten toch wel in staat geacht worden het betere gedicht te scheiden van het rijmpje?”

Nu heeft Rappa een paar jaar geleden naar aanleiding van Alphons Levens’ gedicht “Recreëren te Domburg” –naar ik aanneem uit verontwaardiging over de daarop geleverde kritieken– 41 reacties op dit gedicht gebundeld, waarmee hij in feite de verwarring over wát wij als gedicht en wát wij als rijmpje moeten aanmerken alleen nog maar groter wordt. Zonder mij aan een definitie van het begrip poëzie te wagen vond ik op Wikipedia twee uitspraken die mijn ideeën en opvattingen over poëzie erg dicht benaderen. De eerste uitspraak is van de dichter Robert Frost: "Poetry is the kind of thing poets write", en de tweede is van Louis Armstrong, die gevraagd werd wat jazz is: “Man, if you have to ask what jazz is, you'll never know!” Poëzie is voor mij een taalvorm of taalconventie in de meest ruime zin van het woord, die wordt gebruikt voor het op een zodanige manier tot uitdrukking brengen van gevoelens, gedachten, ideeën, etcetera, dat de lezer gedwongen wordt het gedicht meermalen en zeer zorgvuldig te lezen om te ontdekken welke bedoelde of onbedoelde boodschap zich in die verpakking bevindt.

Zojuist ontpakt

Als ik nu mijn opvattingen over poëzie loslaat op het gedicht “Prestaties” van Alphons Levens dan moet ik onmiddellijk constateren dat er aan dit gedicht niets te ontpakken valt, het is zo eenduidig en recht toe recht aan dat elk plezier van ontpakken, het ontdekken van het vooralsnog onbekende en onverwachte, de lezer bij voorbaat is ontnomen. Het gedicht luidt:

Prestaties

Hang in elke school in een lokaal
Een thermometer aan de wand
En meet het hele jaar door
Tussen tien en één uur de temperatuur.

Hang ik elke aircoruimte van een volwassene
Een thermometer aan de wand
En doe dezelfde meting het hele jaar door.
Zeg op oudjaar nou eerlijk wie beter presteerde.

Levens staat ons nauwelijks een andere interpretatie toe dan zijn eigen dwingende probleemstelling, namelijk de retorische vraag of studieprestaties afhankelijk zijn van de temperaratuur waarin gewerkt wordt. Daarvoor hoef je echter niet een jaar lang aan temperatuurmeting te doen en evenmin is het nodig om tot oudjaar te wachten. De enige (nauwelijks) verborgen gedachte van Levens is dat hij zou wensen dat alle klaslokalen aircoruimtes waren. Big deal.

Als ik dan denk aan Lucebert, die zijn gedicht  “Ik tracht op poëtische wijze” opent met de regels:

ik tracht op poëtische wijze
dat wil zeggen
eenvouds verlichte waters
de ruimte van het volledig leven
tot uitdrukking te brengen

dan is er bij Levens geen sprake van een poëtische wijze om zijn klaslokaal in Commewijne tot uitdrukking te brengen. Mijn vraag is derhalve of wij het gedicht “Prestaties” van Alphons Levens –en om dezelfde reden veel andere gedichten van hem– onder de noemer poëzie moeten rangschikken? Mijn antwoord is: nee! Maar ik ben dan ook geen “redactielid van een dagblad met minstens een middelbare schoolopleiding”.

donderdag 9 augustus 2012

Waar! Waar zijn de dichters gebleven?


door Els Moor

Schrijver Rappa ( Robby Parabirsing) hield op 27 juni een inleiding over nieuwe ontwikkelingen in de Surinaamse dichtkunst.  Hij begon met een gedicht van de jonge dichter Gianni Wip, waarvan de eerste regel de titel van Rappa’s  inleiding en ook van dit artikel is: ‘Waar! Waar zijn de dichters gebleven?’[zie de integrale tekst van Rappa's lezing hieronder - red. CU]
Marlon Tjung Agnie, illustratie uit Rappa's Fromoe Archie (1984)

Rappa begint met terug te kijken. Vanaf de zestiger jaren tot de periode rond de onafhankelijkheid, srefidensi’  bloeide de eigen poëzie in Suriname. De dichtkunst maakte deel uit van  de bewustwording van de eigenheid van Suriname wat betreft cultuur en kunst. De beweging ‘Wie Eegie Sanie’ is daar een duidelijk voorbeeld van. In 1970 verscheen de eerste druk van de door Shrinivasi samengestelde bundel  Wortoe d’e tan abra, waarin gedichten van zeventien dichters, geschreven vanaf 1957,  in het Sranan en in het Nederlands, staan. Als ik de bundel nu weer doorblader, begrijp ik de regel van  Gianni Wip steeds beter: ‘Waar! Waar zijn de dichters gebleven?’ In deze bundel staan veel  gedichten van hoge kwaliteit, die ‘klassiek’geworden zijn in de loop van de tijd, vooral ook in het Sranan. Iedereen kent toch ‘bro’ van Trefossa, ‘wan’ van Dobru, of  ‘orfeu negro’ (‘mi sa singi/a son/ opo kon) van Michael Slory? Eind jaren zeventig  behoorde de bundel tot het lesmateriaal van de kweekschool, het SPI. Wekelijks las ik een gedicht met de studenten en we spraken erover: wat is er zo bijzonder aan dit gedicht? Wat spreekt ons erin aan? Sommige studenten kenden al gauw gedichten uit het hoofd en droegen die voor. Dan genoten we van de mooie klankeffecten, vooral in het Sranan.

Rappa heeft het niet over over de kwaliteit van deze gedichten. Hij geeft aan hoe het verdergaat met de poëzie in Suriname tot en met de vele literaire festivals van de laatste jaren, waar  gedichten van nieuwe Surinaamse dichters, ook veel vrouwen,  klonken en  in bundels werden aangeboden, ook in het Engels. Suriname is dan deel geworden van  het Caraïbisch gebied, ook op het gebied van literatuur.

Domburg aan de Surinamerivier


Rappa stelt een belangrijke vraag als hij het heeft over de vaak tijdgebonden ‘producten van dichtenden’ uit de jaren tachtig: konden die wel allemaal gerekend worden tot ‘poëzie’? Wat valt daar wel of niet onder? En de rijmpjes uit onze kleuter- en lagere schooltijd? Waar moet een dichter allemaal rekening mee houden? Is een dichter wel vrij? Dit houdt hem kennelijk bezig. In 2010 stelde hij een boekje samen met: 41 spontane reacties op het gedicht “Recreëren te Domburg” van  Alphons Levens. Individuele meningen komen erin voor over het gedicht van Levens en veel reacties van de inzenders op elkaars stukken.  Het is interessant om het boekje weer te lezen. Wat eruit naar voren komt is dat Levens gedichten maakt die een beeld geven van de maatschappij van alledag, informatieve poëzie dus, gericht op een algemeen publiek, vooral van krantenlezers. ‘Prozaïsche poëzie’, lezen we in een van de reacties. Het gedicht  heeft wel degelijk kenmerken van poëzie, zoals de vorm in strofen,  maar experimenten met klank, symboliek en woordkeus ontbreken, kenmerken van die poëzie die onder ‘literaire kunst’ valt.  De realistische inhoud  maakt de gedichten van Levens wel herkenbaar voor een groot leespubliek. 

Dat brengt ons bij een belangrijk punt: een gedicht wordt geschreven met een bepaald doel en voor een bepaald publiek. Daarnee hangen taal en vorm dan samen. Versjes voor jonge kinderen moeten aansluiten bij hun leefwereld, en speels en creatief zijn. ‘Een blie  bla  bloe blawki / zat op een tie ta toe takje/ dat tie ta toe takje/ brie bra broe brak […]’. Het staat in de bundel Popki Patu1 van  Orlando Emanuels en niet alleen kleine, maar ook grotere kinderen vinden het een leuk, ‘spel met de taal’, en ze zingen het en dansen erop. Een andere doelgroep kan het personeel en de relaties van een grote firma zijn in verband met  een jubileumboek, waarin ook een gedicht staat dat de oprichter, of directeur, eert. Zo’n gedicht zal niet spottend zijn, maar liefdevol en in keurige bewoordingen. 

Gedichten kunnen ook kunst zijn, literaire kunst. Literaire kunst en beeldende kunst zijn vergelijkbaar, maar beeldende kunst zie je echt voor je en literaire kunst moet je lezen en dan maar afwachten of de woorden beelden worden, hun materiaal is de taal en dat  is voor velen heel moeilijk. Dat is minder het geval met de mooie gedichten in het Sranan uit Wortoe d'e tan abra. Maar wat maakt een werk tot ‘kunst'? 

Soekri Irodikromo - Wayang, verbeelding I, acryl op doek, 70 x 70 cm


‘Maskers’ heet een schilderij van Soeki Irodikromo uit 1992 dat afgedrukt staat in Talent; Uit de kunstcollectie van de Centrale Bank van Suriname (2007). Steve Ammersingh schrijft erbij: ‘De maskers staan voor het beeld dat mensen voor elkaar plegen op te houden, iets anders dan het ware gezicht. Mooie maskers om te bekoren, te verlokken, te verbloemen. Lelijke maskers om te intimideren, af  te schrikken, onverschillige maskers om te verhullen, te verbergen.’ In de wirwar van kleuren komen de maskers met zo verschillende uitdrukkingen helder over. Je kijkt ernaar, je geniet, je ontdekt de symboliek. Je kijkt er vaker naar en steeds ontdek je weer iets in de combinatie van vormen, kleuren en voorstelling. Het werk is gemaakt vanuit de javaanse cultuur, maar het is voor iedereen op de wereld, het is universeel. Dat is kunst.

Ron Flu - De Kwaadspreeksters


‘De kwaadspreeksters’ van Ron Flu is ook kunst. Geen ‘mooie’kunst, maar kunst die spot met een negatief aspect van iedere samenleving (waar ook ter wereld!). Het werk van Ron Flu groeide langzaam naar een geheel eigen stijl toe: sociale onrechtvaardigheden en  misstanden beeldt hij uit met een spottende humor  die je niet gauw vergeet. Het spel van vorm, kleur en uitbeelding van het thema maakt dit werk tot een meesterwerk. Mocht een dichter bij dit beeldend kunstwerk een gedicht willen maken, dan zal de taal fel moeten zijn, kwaadaardig en beslist niet fatsoenlijk, een gedicht met veel spot en een schokkend klankenspel. Een dichter hoeft, vooral als hij over de samenleving schrijft beslist niet altijd ‘netjes’ te zijn. Zo is de realiteit ook niet. Als ie er maar mee speelt!   

Hetzelfde spel; dat met beelden in specifieke vormen en kleuren gespeeld wordt in de beeldende kunst  maakt ook gedichten tot kunst. Dan  zit er altijd meer in het gedicht  dan je bij eerste lezing denkt, het heeft diepte, door de creatieve  samenhang van inhoud vorm en taal, van beelden en werkelijkheid, van raadsel en herkenbaarheid.  Met goede poëzie blijf je bezig. Steeds weer nieuwe ontdekkingen!