De Grote atlas van de
West-Indische Compagnie, deel 1 is een publicatie waar superlatieven op
zijn plaats zijn. Het boek beslaat de periode van de Eerste of Oude
West-Indische Compagnie wic en is samengesteld op basis van authentieke
manuscriptkaarten, plattegronden en getekende topografische afbeeldingen over
de jaren 1621-1674. Het is een gebonden uitgave op houtvrij 170 grams
kunstdrukpapier, met circa 550 kaarten en topografische afbeeldingen, die
prachtig zijn gereproduceerd. De tekst is in het Nederlands en het Engels, de
pagina’s meten 56 x 40 cm,
met stofomslag, in een cassette. Totaalgewicht 12 kg. Hoe recenseer je een
dergelijk monumentaal en massief boek? Op je knieën op de grond.
![]() |
| Plantage Cornelis Vriendschap |
Het
boek is geografisch van opbouw en kent zes delen: 1) De Atlantische Oceaan en
de wic, 2) Nieuw-Nederland, 3) het Caribische gebied en de Wilde Kust, 4)
Brazilië, 5) West-Afrika en 6) de cartografie van de wic. De meeste aandacht
gaat uit naar Nieuw-Nederland (met Nieuw-Amsterdam, het huidige New York, 1624-1664)
en Brazilië (1624/1630-1654) waar de helft van het boek betrekking op heeft.
Daarnaast biedt dit deel een overzicht in kaart en beeld van de vroege wic-vestigingen
op de Antillen, aan de zogenoemde Wilde Kust van de Guyana’s met onder meer het
latere Suriname, aan de Goudkust en de Slavenkust in West-Afrika en in Angola.
En verder van de diverse Nederlandse verkenningen en vlootacties in het
Atlantisch gebied en langs de Pacifische kusten van Zuid- en Midden-Amerika.
![]() |
| Kaart van het Caraibisch gebied uit Ottens atlas |
De wic was
niet de enige Nederlandse speler in de Atlantische wereld en produceerde niet
als enige kaarten − dat deden ook andere Nederlandse ondernemers − en er werd
ook kaartmateriaal in het buitenland gemaakt. Dit geeft een probleem bij de
selectie: welke kaarten neem je wel op en welke niet? Mijns inziens zouden er
drie verschillende uitgangspunten kunnen zijn: 1) kaarten gemaakt in opdracht
van of onder auspiciën van de wic (laten we dit wic-kaarten noemen), 2) kaarten
van de Nederlandse Atlantische bezittingen (in dit geval zouden dan ook de in
het buitenland geproduceerde kaarten moeten worden opgenomen) of 3) in
Nederland geproduceerde kaarten van de Atlantische wereld (inclusief de
niet-Nederlandse nederzettingen). De samenstellers zijn hier niet uitgekomen.
Zowel de titel als het deel over de cartografie van de wic
suggereren dat het uitgangspunt is: kaarten gemaakt in opdracht van of onder
auspiciën van de wic van de Nederlandse Atlantische bezittingen, maar dit wordt
nergens duidelijk en helder geformuleerd. Veel materiaal uit de zogenaamde
atlas van Johannes Vingbooms is opgenomen, terwijl onduidelijk is welke kaarten
hij wel voor de wic heeft geproduceerd en welke niet. Daarnaast zijn er kaarten
van niet-Nederlandse bezittingen opgenomen, zoals van de monding van de Río de
Porcos op de noordwest kust van Cuba of van de eilanden Guadeloupe, Nevis en
Montserrat. Aan de andere kant ontbreken de manuscriptkaarten van wic-‘bewinthebber’
Johannes de Laet uit zijn Navigatiën naer
West-Indiën; extracten uyt verscheydene schrijvers (z.j.), in bezit van de
New York Public Library. Bij een dergelijk kostbaar en ambitieus project had de
selectie beter doordacht moeten zijn.
Het is een prachtige uitgave, maar een gemis bij zo’n
omvangrijk werk is een index, vooral van persoonsnamen. Wellicht dat deze
omissie wordt hersteld in deel 2, over de Tweede of Nieuwe West-Indische
Compagnie, 1675-1791, dat in oktober/november 2012 zal verschijnen. Daarin zal
ongetwijfeld Suriname een prominente rol spelen. Suriname was echter niet van
de wic, maar in bezit van de Sociëteit van Suriname. Hoe zullen de
samenstellers zich daaruit redden? Ik kan niet wachten.
Bea Brommer
& Henk den Heijer (red.), Grote atlas
van de West-Indische Compagnie/ Comprehensive Atlas of the Dutch West India
Company, deel 1; De Oude WIC/The Old WIC, 1621-1674. Voorburg: Asia
Maior/Atlas Maior, 2011. 416 p., isbn 978 90 74861 33 5, prijs € 350,00.
[uit Oso 2012.1]


